📄 Wettekst
9 JUNI 2009. - Ministerieel besluit tot aanneming van het bestek voor het veiligheidspersoneel
De Eerste Minister en de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Gelet op de
wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014300
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen
sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, artikel 6, § 2; tweede lid;
Gelet op het
koninklijk besluit van 16 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014018
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
05/02/2007
numac
2007002017
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie en programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het Ministerie van Landsverdediging
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
06/02/2007
numac
2007012038
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit houdende vaststelling van toelaatbare diensten van de secretaris van de Nationale Arbeidsraad
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022075
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de Pensioendienst van de Overheidssector
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014015
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de jaarlijkse retributie voor een vergunning van spoorwegonderneming
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014025
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot oprichting van een onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor en tot vaststelling van zijn samenstelling
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000074
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de tornado die heeft plaatsgevonden op 14 en 15 juni 2002 op het grondgebied van verschillende gemeenten van de provincie Antwerpen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000075
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de windhozen die hebben plaatsgevonden op 1 oktober 2006 op het grondgebied van de provincies Antwerpen, Henegouwen en Waals-Brabant als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
27/02/2007
numac
2007011039
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1993 houdende vaststelling van de toelage van de regeringscommissarissen bij de Nationale Raden van de in uitvoering van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen opgerichte Beroepsinstituten
sluiten houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen, de artikelen 12, 13 en 18;
Gelet op het advies van de spoorweginfrastructuurbeheeder gegeven op 13 augustus 2008;
Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit;
Gelet op advies nr. 45.727/4 van de Raad van State, gegeven op 20 januari 2009, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat ingevolge een algemene opmerking van de Afdeling Wetgeving van de Raad van State, de auteur van dit besluit bevestigt dat het
koninklijk besluit van 16 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014018
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
05/02/2007
numac
2007002017
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie en programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het Ministerie van Landsverdediging
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
06/02/2007
numac
2007012038
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit houdende vaststelling van toelaatbare diensten van de secretaris van de Nationale Arbeidsraad
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022075
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de Pensioendienst van de Overheidssector
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014015
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de jaarlijkse retributie voor een vergunning van spoorwegonderneming
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014025
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot oprichting van een onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor en tot vaststelling van zijn samenstelling
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000074
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de tornado die heeft plaatsgevonden op 14 en 15 juni 2002 op het grondgebied van verschillende gemeenten van de provincie Antwerpen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000075
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de windhozen die hebben plaatsgevonden op 1 oktober 2006 op het grondgebied van de provincies Antwerpen, Henegouwen en Waals-Brabant als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
27/02/2007
numac
2007011039
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1993 houdende vaststelling van de toelage van de regeringscommissarissen bij de Nationale Raden van de in uitvoering van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen opgerichte Beroepsinstituten
sluiten houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen, aan de Minister de bevoegdheid verleent voor de aanneming van voorliggend besluit;
Overwegende dat overeenkomstig de artikelen 12 en 18 van het voorvermeld koninklijk besluit, het voorliggend besluit het bestek voor het veiligheidspersoneel, dat door een spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder wordt tewerkgesteld, in zijn geheel aanneemt en het aldus beantwoordt aan de bevoegdheid van de Minister op grond van een hogere juridische norm;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van het voorvermeld koninklijk besluit, de bijlage bij het voorliggend besluit de bundel 3.1.1 van het Algemeen Reglement voor het Gebruik van de Spoorweginfrastructuur, met betrekking tot het bestek voor het personeel van de infrastructuurgebruiker en voor zijn hulpondernemingen vervangt, zoals bij vermelding bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad van 5 februari 2004 (2de uitgave);
Dat voorliggend besluit dus het principe van de hiërarchie van de normen respecteert, Besluiten : Artikel 1.Aangenomen wordt het bestek voor het veiligheidspersoneel dat als bijlage bij dit besluit gaat. Art. 2.Voor zover de geldigheidsdatum niet overschreden is, blijven vóór de goedkeuring van dit besluit afgeleverde geschiktheidsbrevetten geldig, overeenkomstig de bepalingen van bundel 3.1.1 van het Algemeen Reglement voor het Gebruik van de Spoorweginfrastructuur betreffende het bestek voor het personeel van de infrastructuurgebruiker en voor zijn hulpondernemingen.
Brussel, 9 juni 2009.
De Eerste Minister, H. VAN ROMPUY De Staatssecretaris voor Mobiliteit, E. SCHOUPPE
Bijlage bij het ministerieel besluit van 9 juni 2009 tot aanneming van het bestek voor het veiligheidspersoneel BESTEK VOOR HET VEILIGHEIDSPERSONEEL Deze tabel vervangt alle vorige tabellen.
Supplement nr.
Onderwerp
Inleidende bepaling Dit bestek is van toepassing onder voorbehoud van de andere wettelijke bepalingen en reglementen met betrekking tot het veiligheidspersoneel.
Bestek voor het veiligheidspersoneel DEEL A - GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN INHOUD 1 Algemeen 1.1 Begripsomschrijvingen 1.1.1 Infrastructuurgebruiker (afgekort IG) : 1.1.2 Veiligheidspersoneel : 1.1.3 Veiligheidsfuncties : 1.1.4 Controle : 1.1.5 Inspectie : 1.2 Hulponderneming van een spoorwegonderneming of van de infrastructuurbeheerder 1.3 Vakbekwaamheden 1.4 Medische en psychologische criteria 2 Certificering van het veiligheidspersoneel 2.1 Treinpersoneel 2.1.1 Certificering van het treinpersoneel 2.1.2 Prestaties voor meerdere IG's 2.1.3 Verandering van werkgever 2.1.4 Onderbreking in de uitoefening van een veiligheidsfunctie 2.2 Andere veiligheidsfuncties 2.2.1 Algemene bepalingen 2.2.2 Vakbekwaamheid 2.2.3 Onderbroken uitoefening van een veiligheidsfunctie 3 Documenten tot staving van de certificering van het veiligheidspersoneel 3.1 Algemene bepalingen 3.2 Treinpersoneel 3.2.1 Bestuurder 3.2.2 Begeleider 3.3 Andere veiligheidsfuncties 3.3.1 Beginsel 3.3.2 Attest van geschiktheid voor een veiligheidsfunctie 4 Taalkennis van het veiligheidspersoneel 4.1 Algemene bepalingen 4.2 Vereist taalkennisniveau 4.2.1 Beginsel 4.2.2 Bijzondere bepalingen voor het treinpersoneel 4.3 Beoordeling van de taalvaardigheid 4.3.1 Beginselen 4.3.2 Treinpersoneel 4.3.3 Ander Veiligheidspersoneel dan treinpersoneel 5 Documentatie zoals aangegeven in punt 2 van de bijlage IV van de wet van 19/12/2006 betreffende de exploitatieveiligheid 6 Bepalingen betreffende het gebruik van alcohol of psychoactieve stoffen 6.1 Verplichting van het veiligheidspersoneel 6.2 Verplichtingen van de IG's en van de IB 6.3 Toegelaten grens 6.4 Optreden door de IB 7 Veiligheidspersoneel dat een risico voor de spoorwegveiligheid inhoudt 7.1 Verplichting van het veiligheidspersoneel 7.2 Verplichting van de spoorwegondernemingen en van de IB 7.3 Optreden van de veiligheidsinstantie 7.4 Optreden van de infrastructuurbeheerder 7.4.1 Rol van de infrastructuurbeheerder 7.4.2 Rol van de veiligheidsinstantie 7.5 Onaangepast gedrag Bijlagen Bijlage 1 - Medische en psychologische criteria Bijlage 2 - Attest van tewerkstelling van besturingspersoneel Bijlage 3 - Vergunning van bestuurder Bijlage 4 - Attest van lijnkennis Bijlage 5 - Attest van materieelkennis Bijlage 6 - Attest van begeleider Bijlage 7 - Attest van beroepskennis
1 Algemeen 1.1 Begripsomschrijvingen 1.1.1 Infrastructuurgebruiker (afgekort IG) : Wordt beschouwd als infrastructuurgebruiker : - de spoorwegondernemingen (afgekort SO) die toegang tot de Belgische spoorweginfrastructuur hebben krachtens artikel 6 van de
wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014299
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur
sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur; - de infrastructuurbeheerder (afgekort IB) met het oog op het onderhoud, het beheer, de vernieuwing en de uitbreiding van de spoorweginfrastructuur krachtens artikel 9 van de
wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014299
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur
sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur; - de verenigingen of ondernemingen die de Belgische spoorweginfrastructuur mogen gebruiken overeenkomstig een specifieke wetgeving. 1.1.2 Veiligheidspersoneel : Personeel van de IG dat, al is het maar sporadisch, één of meerdere veiligheidsfuncties uitoefent.
Indien het veiligheidspersoneel van de IG meerdere functies uitoefent, moet de kennis hebben van het geheel en voorrang geven aan de veiligheidsfuncties, meer bepaald bij storingen. 1.1.3 Veiligheidsfuncties : Het geheel van activiteiten die verbonden zijn aan een betrekking of een werkpost en die deel uitmaken van het veiligheidssysteem voor het spoorwegverkeer.
Veiligheidsfuncties die door het personeel van de IG's kunnen worden uitgeoefend : - bestuurder; - verantwoordelijke bediende voor de rangeerdienst; - begeleider van reizigerstreinen; - begeleider van goederentreinen; - verantwoordelijke bediende voor het rangeren, bedienen van installaties, samenstellen en verzenden van treinen; - verantwoordelijke voor het samenstellen en verzenden van treinen; - verantwoordelijke bediende voor het beheer van de administratieve verrichtingen met betrekking tot het rangeren, de bediening van installaties, het samenstellen en verzenden van treinen; - verantwoordelijke bediende voor het bedienen van de spoortoestellen en van de seininrichtingsinstallaties (binnen de perken van de overeenkomsten tussen de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder); - verantwoordelijke bediende voor de schouwing van het rollend materieel; - verantwoordelijke bediende voor het onderhouden van het rollend materieel; - onderstationchef specialiteit « reiziger » - toezicht en bediening van de perrons en uitwijkbundels; - bediende belast met de rangeringen specialiteit « reiziger ».
Veiligheidsfuncties die specifiek door het personeel van de infrastructuurbeheerder kunnen worden uitgeoefend : - verantwoordelijke bediende voor de uitvoering van de werken; - verdeler tractiestroom; - begeleider van werktreinen; - overwegwachter; - bediende beweging; - seingever en operator; - mobiele seingever; - schildwacht.
De hierboven genoemde veiligheidsfuncties moeten als dusdanig beschouwd worden en dit zonder rekening te houden met graden of bekwaamheden. 1.1.4 Controle : Onderzoek naar de conformiteit van een product of een prestatie met de vereiste normen betreffende spoorwegveiligheid. 1.1.5 Inspectie : Bij de inspectie wordt nagetrokken of : o er rekening gehouden wordt met alle vereiste normen betreffende spoorwegveiligheid bij de organisatie van de geïnspecteerde entiteit, zoals ze beschreven is; o alle procedures en methodes daadwerkelijk worden toegepast; o de vooropgestelde resultaten worden bereikt, inzonderheid door terugkoppeling (balans van de actieplannen, feedback, interne audits, ...).
De inspectie wordt vooraf gemeld. 1.2 Hulponderneming van een spoorwegonderneming of van de infrastructuurbeheerder Men verstaat onder hulponderneming, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, vereniging of onderneming die de spoorweginfrastructuur gebruikt en waarop de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder een beroep doet, onder haar of zijn controle en bevoegdheid.
De verplichtingen van de hulponderneming worden vastgelegd in een contract dat ze afsluit met de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder.
Alvorens het statuut van hulponderneming toe te kennen, moet de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder nakijken of deze hulponderneming voldoet aan alle voorwaarden die haar of hem zelf opgelegd worden qua veiligheidspersoneel.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 van de
wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014300
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen
sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen waarborgt het veiligheidsbeheersysteem van de spoorwegonderneming of van de infrastructuurbeheerder de beheersing van alle risico's, met inbegrip van het inzetten van aannemers.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder moet ervoor zorgen dat haar of zijn hulponderneming de regels eerbiedigt en haar verplichtingen nakomt.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder deelt de toekenning of de intrekking van een statuut van hulponderneming mee aan de veiligheidsinstantie. 1.3 Vakbekwaamheden Het veiligheidspersoneel moet een (fundamentele, aanvullende en permanente) opleiding krijgen. De aan zijn functie aangepaste opleiding moet vóór en tijdens de uitoefening van de betrokken functie gevolgd worden.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder beschrijft in het veiligheidsbeheersysteem het toegepaste pedagogische proces dat ervoor moet zorgen dat het tewerkgestelde personeel of het personeel dat voor haar of zijn rekening werkt, vakbekwaamheden verwerft en behoudt (individueel dossier van het betrokken personeelslid, gegevens betreffende de opleiders, examinatoren, georganiseerde opleidingen, ).
De spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder maken een individueel pedagogisch dossier op voor de evaluatie van het beheerproces van de bekwaamheden.
Deel B van dit bestek beschrijft de te verwerven bekwaamheden met betrekking tot de veiligheidsfuncties van het personeel van de infrastructuurbeheerder.
Deel C van dit bestek beschrijft de te verwerven bekwaamheden met betrekking tot de veiligheidsfuncties van het personeel van de infrastructuurgebruikers. 1.4 Medische en psychologische criteria Het veiligheidspersoneel moet aan de medische en eventueel aan de psychologische criteria beantwoorden vóór en tijdens de uitoefening van zijn functie.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder beschrijft in het veiligheidsbeheersysteem het toegepaste medische en psychologische proces waarmee onderzocht wordt of het tewerkgestelde personeel of het personeel dat voor haar/zijn rekening werkt, aan de criteria voldoet, alsook de manier waarop de verschillen worden opgespoord.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder stelt een individueel medisch dossier op. Dit dossier vermeldt de controlegegevens in verband met de uitgevoerde medische en psychologische onderzoeken (benaming van de medische instelling, naam en stempel van de arbeidsgeneesheer, data van de onderzoeken, verklaringen van fysieke en psychologische geschiktheid of fysieke en/of psychologische ongeschiktheid).
De medische en psychologische criteria met betrekking tot de veiligheidsfunctie worden opgesomd in bijlage 1. 2 Certificering van het veiligheidspersoneel 2.1 Treinpersoneel 2.1.1 Certificering van het treinpersoneel Het treinpersoneel van de IG's wordt gecertificeerd overeenkomstig de geldende wetgeving.
In het kader van de bijwerking van de vergunningen van bestuurder en van de attesten van begeleider, moeten de attesten bedoeld in de artikelen 8, § 3, en 9, § 3, van het
koninklijk besluit van 16 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014018
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
05/02/2007
numac
2007002017
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie en programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het Ministerie van Landsverdediging
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
06/02/2007
numac
2007012038
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit houdende vaststelling van toelaatbare diensten van de secretaris van de Nationale Arbeidsraad
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022075
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de Pensioendienst van de Overheidssector
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014015
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de jaarlijkse retributie voor een vergunning van spoorwegonderneming
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014025
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot oprichting van een onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor en tot vaststelling van zijn samenstelling
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000074
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de tornado die heeft plaatsgevonden op 14 en 15 juni 2002 op het grondgebied van verschillende gemeenten van de provincie Antwerpen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000075
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de windhozen die hebben plaatsgevonden op 1 oktober 2006 op het grondgebied van de provincies Antwerpen, Henegouwen en Waals-Brabant als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
27/02/2007
numac
2007011039
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1993 houdende vaststelling van de toelage van de regeringscommissarissen bij de Nationale Raden van de in uitvoering van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen opgerichte Beroepsinstituten
sluiten houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen, binnen de zes maanden die de vervaldatum van deze vergunningen en attesten voorafgaan worden opgemaakt. 2.1.2 Prestaties voor meerdere IG's Op verzoek van een andere IG kan de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder voor wier/wiens rekening een vergunning van bestuurder of een attest van begeleider werd uitgereikt, toestaan dat de houder van de vergunning of van het attest prestaties verricht voor de aanvrager.
De voorschriften voor de inzet van dit personeel worden door de betrokken partijen in gemeenschappelijk overleg vastgelegd, met inachtneming van de volgende minimumvoorwaarden : o verlening van een machtiging aan het betrokken personeelslid door de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder voor wier/wiens rekening de vergunning van bestuurder of het attest van begeleider werd uitgereikt; o invoering van een systeem dat, rekening houdend met de gezamenlijke activiteiten binnen beide ondernemingen, gericht is op de naleving van de regels betreffende het personeel en in het bijzonder : - aantal maximale opeenvolgende prestaties; - rijtijden; - tijd tussen twee prestaties; - maximumduur van een prestatie; - vakbekwaamheid; - medische geschiktheid. 2.1.3 Verandering van werkgever Wanneer de bestuurder van werkgever verandert, moet de vergunning worden vervangen.
Indien de voor de nieuwe vergunning vereiste bekwaamheden identiek zijn aan de vroegere bekwaamheden, moet de bestuurder geen examen van vakbekwaamheid afleggen, voor zover : o hij beschikt over de nodige documenten; o hij in staat is de rijvoorschriften van zijn nieuwe werkgever toe te passen; o de besturingsactiviteiten van de bestuurder niet gedurende meer dan 6 maanden werden onderbroken.
De nodige inlichtingen worden door de vorige werkgever vermeld op een attest dat conform het model van bijlage 2 moet worden opgesteld. 2.1.4 Onderbreking in de uitoefening van een veiligheidsfunctie Wanneer de uitoefening van een veiligheidsfunctie meer dan 6 maanden onderbroken werd, moet de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder de vakbekwaamheid van het betrokken veiligheidspersoneel nagaan. 2.2 Andere veiligheidsfuncties 2.2.1 Algemene bepalingen Het personeel van de IG's dat een andere veiligheidsfunctie dan bestuurder of begeleider uitoefent, wordt gecertificeerd door de spoorwegonderneming of door de infrastructuurbeheerder.
De certificering van het veiligheidspersoneel van de IG's door de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder maakt deel uit van het veiligheidsbeheersysteem, onder meer wat de professionele ervaring van de examinatoren en de organisatie van de examens betreft.
Onder certificering verstaat men de handeling waarbij de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder beslist dat een persoon een of meer veiligheidsfuncties mag uitoefenen. Deze procedure dient om na te gaan of een persoon de fundamentele of aanvullende opleidingsdoelstellingen daadwerkelijk gehaald heeft.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder moet eerst natrekken of de betrokken persoon medisch en vakkundig geschikt is en op de hoogte is van de kenmerken en het specifiek karakter van de veiligheidsfuncties die hij zal moeten uitoefenen.
Om veiligheidsfuncties uit te oefenen moet de persoon minstens achttien jaar oud zijn.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder bepaalt zo nodig in het kader van hun veiligheidsbeheersysteem, de geldigheidsduur van zijn certificeringen en de bijwerkingvoorwaarden, onder voorbehoud dat de gecertificeerde steeds medisch geschikt is en zijn veiligheidsfunctie voldoende continu heeft uitgeoefend.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder zorgt in het kader van hun veiligheidsbeheersysteem voor de individuele voortgang van het personeel dat veiligheidsfuncties uitoefent, opdat het voldoet en blijft voldoen aan de vereiste medische, psychologische en professionele criteria. 2.2.2 Vakbekwaamheid De vakbekwaamheid heeft betrekking op de bekwaamheden die nodig zijn voor de uitoefening van elke veiligheidsfunctie. Onder vakbekwaamheden dient men te verstaan, de eigenlijke vakbekwaamheden en de bekwaamheid deze op een correcte manier, zowel in een normale als in een verstoorde situatie, in de praktijk om te zetten.
De vakbekwaamheden, vereist voor het uitoefenen van veiligheidsfuncties op de Belgische spoorweginfrastructuur zijn de volgende : o een algemene kennis van het Belgische spoorwegexploitatiesysteem, rekening houdend met de uitgeoefende veiligheidsfuncties. Dit omvat : - de werkingsprincipes van de veiligheidssystemen; - de rol van de verschillende personen met een veiligheidsfunctie; - de algemene kennis van de spoorwegrisico's, in het bijzonder die verbonden aan het verkeer, ongeacht de tractiewijze; o de algemene kennis van de veiligheidsvoorschriften; o de kennis eigen aan elke veiligheidsfunctie.
De bekwaamheid om de verworven kennis operationeel toe te passen, zowel in normale als in abnormale omstandigheden, vereist dat het personeelslid het volgende beheerst : o de toepassing van de procedures en regels in verband met de uitgeoefende veiligheidsfuncties, met inbegrip van de communicatieprocedures; o het gebruik van de installaties, het materieel en de werktuigen; o de toepassing van de maatregelen ter voorkoming van de beroepsrisico's betreffende het personeel. Het personeelslid moet in het algemeen zijn gedrag kunnen aanpassen aan de verschillende werkomstandigheden. 2.2.3 Onderbroken uitoefening van een veiligheidsfunctie Wanneer de uitoefening van een veiligheidsfunctie meer dan 6 maanden onderbroken werd, moet de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder de vakbekwaamheid van het betrokken veiligheidspersoneelslid nagaan. 3 Documenten tot staving van de certificering van het veiligheidspersoneel 3.1 Algemene bepalingen De spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder zijn verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens op de verschillende documenten die ze als gevolg van de bepalingen van dit hoofdstuk beheren.
Ze zorgen ervoor dat de gegevens, wanneer nodig, onmiddellijk worden bijgewerkt; ze moeten de bewijsstukken met betrekking tot die gegevens steeds kunnen voorleggen.
De infrastructuurgebruiker neemt alle nodige maatregelen om te voorkomen dat een document waarvan de geldigheidsdatum overschreden is of dat de houder om welke reden dan ook niet meer mag gebruiken, nog gebruikt wordt.
Zodra de betrokkene niet meer aan de certificeringvereisten voldoet, verbiedt de werkgever hem onmiddellijk veiligheidsfuncties te vervullen en schrapt hij hem van de lijst van zijn personeel dat die functies mag uitoefenen. 3.2 Treinpersoneel 3.2.1 Bestuurder 3.2.1.1 Vergunning van bestuurder De vergunning van bestuurder is conform het model dat als bijlage 3 gaat.
Ze wordt uitgereikt in de taal waarin het brevet van vakbekwaamheid opgesteld is.
De gecertificeerde moet altijd zijn vergunning bij zich hebben tijdens de uitoefening van zijn functie.
Om geldig te zijn, moet de vergunning van bestuurder tegelijk vergezeld zijn van : - de bijlage 1, met als titel « Attest van lijnkennis »; - de bijlage 2, met als titel « Attest van materieelkennis ». 3.2.1.2 Vergunningscategorieën De vergunningscategorieën hangen af van de door de bestuurder gevolgde fundamentele opleiding en aanvullende opleidingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 3.2.1.4 Attest van lijnkennis Het is conform het model dat als bijlage 4 gaat.
Bijlage 1 bij de vergunning van bestuurder wordt uitgereikt door de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder, die aldus bevestigt dat de bestuurder-houder : - beschikt over de kennis voorgeschreven door de veiligheidsvoorschriften wat de lijnkennis betreft; - voldaan heeft aan de fundamentele en aanvullende opleidingen betreffende de bijzondere bepalingen betreffende bepaalde lijnen of baanvakken.
De fundamentele en aanvullende opleidingen betreffende de bijzondere bepalingen betreffende bepaalde lijnen of baanvakken zijn weergegeven op bijlage 1 bij de vergunning van bestuurder : - de Noord-Zuidverbinding; - het baanvak Ans - Luik; - de lijnen met signalisatie TVM 430; - de lijnen met signalisatie TBL 2; - de lijnen met signalisatie ETCS; - de verbinding Antwerpen Noord-Zuid. 3.2.1.5 Attest van materieelkennis Het is conform het model dat als bijlage 5 gaat.
Bijlage 2 bij de vergunning van bestuurder wordt uitgereikt door de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder, die aldus bevestigt dat de bestuurder-houder : - beschikt over de kennis voorgeschreven door de veiligheidsvoorschriften wat de materieelkennis betreft; - geslaagd is voor de fundamentele en aanvullende opleidingen betreffende het diensttype.
Het op grond van de bekende reglementering toegelaten diensttype wordt weergegeven door een code op bijlage 2 bij de vergunning van bestuurder : - E : besturen van locomotieven met stroomafnemer; - Z : besturen van locomotieven zonder stroomafnemer; - HSL : besturen op hogesnelheidslijnen; - AUTO : besturen van autonome werkvoertuigen of lichte voertuigen. 3.2.2 Begeleider 3.2.2.1 Attest van begeleider Een attest van begeleider wordt uitgereikt voor rekening van een spoorwegonderneming.
Het is conform het model dat als bijlage 6 gaat.
Dit attest van begeleider wordt op naam uitgereikt aan de gecertificeerde, die het altijd bij zich moet hebben bij de uitoefening van zijn functie.
Om geldig te zijn, moet dit attest van begeleider vergezeld zijn van een bijlage met als titel "Attest van beroepskennis". 3.2.2.2 Attest van beroepskennis Het attest van beroepskennis wordt uitgereikt door de spoorwegonderneming, die daarmee bevestigt dat de houder : - beschikt over de kennis voorgeschreven door de veiligheidsvoorschriften wat de materieelkennis betreft; - voldaan heeft aan de fundamentele en aanvullende opleidingen betreffende de bijzondere bepalingen betreffende bepaalde lijnen of baanvakken; - het vereiste taalkennisniveau in het Nederlands en/of in het Frans heeft.
Het is conform het model dat als bijlage 7 gaat. 3.3 Andere veiligheidsfuncties 3.3.1 Beginsel Voor elke door iedere maatschappij te bepalen werkzetel houdt de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder een register bij, met voor elke gecertificeerde de volgende gegevens : o de naam en voornaam; o de toegelaten veiligheidsfunctie(s); o de werkpost(en) waar deze functie(s) mag (mogen) worden uitgeoefend; o de certificeringdatum; o de eventuele geldigheidsduur van de certificering.
De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder houdt de documenten betreffende de vakbekwaamheid bij. 3.3.2 Attest van geschiktheid voor een veiligheidsfunctie De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder reikt een attest van geschiktheid uit aan het personeel dat deze functie uitoefent : o buiten zijn werkplaats; o buiten de uren waarin het register kan worden geraadpleegd.
Dit attest vermeldt alle veiligheidsfuncties waarvoor het personeel gecertificeerd is.
Met dit attest wordt bevestigd dat de houder ervan in het register staat, dat overeenkomstig de bovenvermelde bepalingen op zijn werkzetel wordt bijgehouden. 4 Taalkennis van het veiligheidspersoneel 4.1 Algemene bepalingen Dit hoofdstuk behandelt enkel de vereiste taalvaardigheid die het veiligheidspersoneel nodig heeft om actief en efficiënt te communiceren in routinesituaties, problematische situaties en noodsituaties.
De vorm en de inhoud van de mededelingen alsook de te volgen procedures worden door de infrastructuurbeheerder vastgelegd in het kader van de veiligheidsreglementering van de exploitatie van de spoorweginfrastructuur.
Het veiligheidspersoneel dat over doorslaggevende veiligheidsvragen met de infrastructuurbeheerder moet communiceren, moet over een voldoende taalvaardigheidsniveau van de door de infrastructuurbeheerder opgegeven taal beschikken. 4.2 Vereist taalkennisniveau 4.2.1 Beginsel De taalkennis van het veiligheidspersoneel van de infrastructuurgebruikers moet de personeelsleden ten minste in staat stellen een minimaal gesprek te voeren en informatie over veiligheid, werkorganisatie en stiptheid van het treinverkeer volgens de veiligheidsvoorschriften betreffende de exploitatie van de spoorweginfrastructuur uit te wisselen. 4.2.2 Bijzondere bepalingen voor het treinpersoneel Het treinpersoneel moet over de nodige taalkennis beschikken, die het moet in staat stellen veiligheidsinformatie uit de reglementering van de exploitatie van de spoorweginfrastructuur uit te wisselen. Die uitwisseling is gebaseerd op geformaliseerde procedures, die gebruikmaken van schriftelijke berichten en/of formulieren, die door de infrastructuurbeheerder worden opgelegd. 4.3 Beoordeling van de taalvaardigheid 4.3.1 Beginselen De taalvaardigheid van het veiligheidspersoneel moet op grond van de door de infrastructuurbeheerder opgegeven taal worden geëvalueerd. 3 mogelijkheden betreffende taalvaardigheid kunnen zich voordoen : o voldoende kennis van het Frans; o voldoende kennis van het Nederlands; o voldoende kennis van het Frans en het Nederlands. 4.3.2 Treinpersoneel De taalkennis wordt geëvalueerd tijdens een examen dat volgens de geldende wetgeving wordt georganiseerd. Als iemand voor die taaltest slaagt, wordt dat op het bekwaamheidsattest op naam van de geslaagde vermeld. 4.3.3 Ander Veiligheidspersoneel dan treinpersoneel De spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder evalueert de taalkennis bij de certificering. 5 Documentatie zoals aangegeven in punt 2 van de bijlage IV van de wet van 19/12/2006 betreffende de exploitatieveiligheid In het kader van zijn aanvraag tot aflevering van een netgebonden veiligheidsvergunning legt de spoorwegonderneming de volgende documentatie voor : o Een lijst van de door de spoorwegonderneming geïdentificeerde veiligheidsfuncties op basis van : - haar activiteiten in België; - de opsomming van de veiligheidsfuncties voor het personeel van de IG zoals vermeld in het punt 1.1.3 van deel A van dit bestek. o Een document dat voor elke veiligheidsfunctie omschrijft hoe het personeel van de spoorwegonderneming dat houder is van een of meerdere functies, voldoet aan de pertinente eisen zoals opgenomen in de TSI's of de nationale regelgeving. o Een document dat voor elke geïdentificeerde veiligheidsfunctie de « beroeps-« documenten beschrijft die de spoorwegonderneming hun ter beschikking stelt. o Een document dat voor elke geïdentificeerde veiligheidsfunctie beschrijft hoe het personeel van de spoorwegonderneming dat houder is van een of meerdere van deze functies, voldoet aan de eisen van : - de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten; - het
koninklijk besluit van 7 november 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/11/2008
pub.
10/11/2008
numac
2008014330
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende regeling van bepaalde aspecten van de arbeidsvoorwaarden voor mobiele werknemers die interoperabele grensoverschrijdende diensten in de spoorwegsector verrichten
sluiten houdende regeling van bepaalde aspecten van de arbeidsvoorwaarden voor mobiele werknemers die interoperabele grensoverschrijdende diensten in de spoorwegsector verrichten. o Een document dat voor elke geïdentificeerde veiligheidsfunctie de procedure en de door de spoorwegonderneming ter beschikking gestelde middelen beschrijft : - ter verkrijging van de certificatie, na een fundamentele of aanvullende opleiding, van haar personeel dat een veiligheidsfunctie van boordpersoneel uitoefent, overeenkomstig de beschikkingen van de artikelen 8 en 9 van het
koninklijk besluit van 16 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014018
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
05/02/2007
numac
2007002017
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie en programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het Ministerie van Landsverdediging
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
06/02/2007
numac
2007012038
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit houdende vaststelling van toelaatbare diensten van de secretaris van de Nationale Arbeidsraad
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022075
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de Pensioendienst van de Overheidssector
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014015
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de jaarlijkse retributie voor een vergunning van spoorwegonderneming
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014025
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot oprichting van een onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor en tot vaststelling van zijn samenstelling
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000074
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de tornado die heeft plaatsgevonden op 14 en 15 juni 2002 op het grondgebied van verschillende gemeenten van de provincie Antwerpen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000075
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de windhozen die hebben plaatsgevonden op 1 oktober 2006 op het grondgebied van de provincies Antwerpen, Henegouwen en Waals-Brabant als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
27/02/2007
numac
2007011039
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1993 houdende vaststelling van de toelage van de regeringscommissarissen bij de Nationale Raden van de in uitvoering van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen opgerichte Beroepsinstituten
sluiten houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen. - ter certificering, na een fundamentele of aanvullende opleiding, van haar personeel dat een andere veiligheidsfunctie dan het boordpersoneel uitoefent, overeenkomstig de beschikkingen van artikel 10 van het
koninklijk besluit van 16 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014018
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
05/02/2007
numac
2007002017
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie en programmatorische federale overheidsdienst duurzame ontwikkeling
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het Ministerie van Landsverdediging
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
06/02/2007
numac
2007012038
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit houdende vaststelling van toelaatbare diensten van de secretaris van de Nationale Arbeidsraad
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022075
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de Pensioendienst van de Overheidssector
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014015
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de jaarlijkse retributie voor een vergunning van spoorwegonderneming
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007014025
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot oprichting van een onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor en tot vaststelling van zijn samenstelling
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000074
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de tornado die heeft plaatsgevonden op 14 en 15 juni 2002 op het grondgebied van verschillende gemeenten van de provincie Antwerpen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
30/01/2007
numac
2007000075
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit waarbij de windhozen die hebben plaatsgevonden op 1 oktober 2006 op het grondgebied van de provincies Antwerpen, Henegouwen en Waals-Brabant als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
type
koninklijk besluit
prom.
16/01/2007
pub.
27/02/2007
numac
2007011039
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1993 houdende vaststelling van de toelage van de regeringscommissarissen bij de Nationale Raden van de in uitvoering van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen opgerichte Beroepsinstituten
sluiten houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen. 6 Bepalingen betreffende het gebruik van alcohol of psychoactieve stoffen 6.1 Verplichting van het veiligheidspersoneel Het veiligheidspersoneel mag op geen enkel moment tijdens zijn dienst onder invloed zijn van stoffen die de waakzaamheid, de concentratie of het gedrag aantasten. 6.2 Verplichtingen van de IG's en van de IB Het is verboden veiligheidspersoneel toe te laten zijn taken uit te voeren in staat van dronkenschap of onder invloed van psychoactieve stoffen, zoals drugs, verdovende middelen of oneigenlijk gebruikte therapeutische stoffen.
De veiligheidsbeheersystemen van de spoorwegonderneming en van de infrastructuurbeheerder moeten controle- en preventieve maatregelen bevatten in verband met het gebruik van alcohol en psychoactieve stoffen. 6.3 Toegelaten grens Het veiligheidspersoneel mag niet onder invloed zijn van alcohol, waarvan het gehalte in het bloed gelijk aan of groter dan 0,20 gram per 1000 is of de concentratie in de uitgeademde lucht gelijk aan of groter dan 0,10 milligram per liter is. 6.4 Optreden door de IB Teneinde een gevaarlijke spoorwegveiligheidssituatie te voorkomen of te stoppen, kan de infrastructuurbeheerder een alcoholtest op het veiligheidspersoneelslid van de IG bevelen, overeenkomstig artikel 27 van de
wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014299
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur
sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur of in het raam van de technische bijstand aan de veiligheidsinstantie, zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de
wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014300
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen
sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen.
Bij een positief resultaat of bij weigering van een alcoholtest wordt het veiligheidspersoneelslid onmiddellijk geschorst, overeenkomstig hoofdstuk 7 van dit bestek. 7 Veiligheidspersoneel dat een risico voor de spoorwegveiligheid inhoudt 7.1 Verplichting van het veiligheidspersoneel Zodra een lid van het veiligheidspersoneel vaststelt of verneemt dat het persoonlijk en individueel een risico voor de spoorwegveiligheid inhoudt, zal het de uitoefening van zijn veiligheidstaken staken en zijn werkgever hiervan onmiddellijk verwittigen.
In dit opzicht moet het veiligheidspersoneel dat een veiligheidsrisico vaststelt, de infrastructuurbeheerder daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen. 7.2 Verplichting van de spoorwegondernemingen en van de IB Wanneer de spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder vaststellen of vernemen dat veiligheidspersoneel dat zij tewerkstellen of dat voor hun rekening werkt, de veiligheid van het spoorwegverkeer in gevaar brengt, nemen zij onmiddellijk de nodige maatregelen om aan dit risico een einde te maken en te voorkomen dat het zich opnieuw voordoet.
Het veiligheidsbeheersysteem van de spoorwegonderneming en van de infrastructuurbeheerder moet rekening houden met de mogelijkheid van een dergelijke situatie. 7.3 Optreden van de veiligheidsinstantie In het kader van de in punt 7.2 hierboven bedoelde verplichtingen maakt de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder een schriftelijk verslag op van de maatregelen die genomen werden om een einde aan het risico te maken en te voorkomen dat het zich opnieuw voordoet.
Indien de veiligheidsinstantie het nodig acht, kan ze de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder meedelen dat de maatregelen onvoldoende zijn en kan ze eventueel eisen dat de vakbekwaamheid van het betrokken lid wordt gecontroleerd, in het bijzonder overeenkomstig artikel 19, 3°, van het
koninklijk besluit van 18 januari 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/01/2008
pub.
23/01/2008
numac
2007014358
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de verlening van opleidingsdiensten aan treinbestuurders en treinpersoneel
sluiten betreffende de verlening van opleidingsdiensten aan treinbestuurders en treinpersoneel. 7.4 Optreden van de infrastructuurbeheerder 7.4.1 Rol van de infrastructuurbeheerder Wanneer de infrastructuurbeheerder vaststelt dat het veiligheidspersoneel van een IG de veiligheid van het spoorwegverkeer in gevaar brengt, kan hij de nodige maatregelen treffen, en zelfs het betrokken personeel preventief ontheffen van zijn functies, overeenkomstig artikel 27 van de
wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014299
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur
sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. Hij meldt dit onmiddellijk en uiterlijk de volgende werkdag aan de veiligheidsinstantie. Hij licht ook de betrokken infrastructuurgebruiker(s) in. De preventieve ontheffing geldt voor alle veiligheidsfuncties waarvoor het veiligheidspersoneelslid gecertificeerd is.
Wanneer het treinpersoneel preventief van zijn functies ontheven is, moet de vergunning van bestuurder of het attest van begeleider onmiddellijk worden ingetrokken en teruggestuurd naar de betrokken spoorwegonderneming. In het kader van het veiligheidsbeheersysteem is de spoorwegonderneming verantwoordelijk voor het treffen van de nodige maatregelen om te voorkomen dat een dergelijk risico zich opnieuw voordoet. 7.4.2 Rol van de veiligheidsinstantie De veiligheidsinstantie onderzoekt de feiten op basis van de elementen waarover ze beschikt : o in alle gevallen, met name de informatie ontvangen van de infrastructuurbeheerder; o in geval van ongeval of incident, het verslag van de infrastructuurbeheerder en van de spoorwegonderneming zoals bepaald in artikel 20, eerste lid, van de
wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014300
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen
sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen.
Indien na onderzoek de veiligheidsinstantie beslist artikel 27, § 3, van de
wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/12/2006
pub.
23/01/2007
numac
2006014299
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur
sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur toe te passen, meldt ze dit aan de infrastructuurbeheerder en de betrokken infrastructuurgebruiker(s) na de preventieve intrekking van de veiligheidsfuncties. 7.5 Onaangepast gedrag Bovenstaande bepalingen zijn ook van toepassing op het veiligheidspersoneel waarvan het gedrag doet vermoeden dat het medisch of psychologisch ongeschikt is.
BIJLAGEN Bijlage 1. - Medische en psychologische criteria 1 Treinbestuurder 1.1 Vóór de aanstelling a. Minimuminhoud van het medisch onderzoek - een algemeen medisch onderzoek; - een onderzoek van de zintuiglijke functies : gezicht, gehoor, kleurwaarneming; - urine- of bloedonderzoek ter opsporing van suikerziekte en andere aandoeningen als geïndiceerd door klinisch onderzoek; - opsporing van drugsgebruik; - het medisch onderzoek vóór de aanstelling moet een elektrocardiogram in rust omvatten. b. Algemene criteria Het personeel mag geen veiligheidstaken uitvoeren indien de waakzaamheid is aangetast door alcohol, drugs of psychotrope geneesmiddelen. Het personeel mag niet lijden aan medische aandoeningen of medische behandelingen ondergaan die de volgende incidenten kunnen veroorzaken : - plotseling bewustzijnsverlies; - waakzaamheids- of concentratiestoornissen; - plotselinge ongeschiktheid; - evenwichts- of coördinatiestoornissen; - aanzienlijke mobiliteitsbeperking. c. Gezichtscriteria - gezichtsscherpte op verre afstand, met of zonder hulpmiddelen : 1,0 (binoculair);minstens 0,5 voor het zwakste oog; als men een bril nodig heeft, is men verplicht die te dragen; - maximale correctie : verziendheid +5D/bijziendheid -8D. De erkende arbeidsgeneesheer kan in uitzonderlijke gevallen en na raadpleging van een oogarts waarden buiten dit bereik accepteren; - gezicht op gemiddelde afstand en nabij : voldoende, met of zonder hulpmiddelen; - contactlenzen zijn toegestaan; - UV-filterlenzen zijn toegestaan; - gekleurde contactlenzen en fotochromatische lenzen zijn niet toegestaan; - normale kleurwaarneming : volledig : bij gebruik van een erkende test, zoals de Ishihara-test; - normaal gezichtsveld : (geen afwijkingen die de te verrichten taak nadelig beïnvloeden); - gezicht voor beide ogen (binoculair) : aanwezig; - fusie : aanwezig; - goede contrastgevoeligheid; - geen progrediënte oogziekten; - oogimplantaten, keratotomieën en keratectomieën zijn uitsluitend toegestaan op voorwaarde dat een jaarlijkse of een door de arbeidsgeneesheer voorgeschreven periodieke controle wordt uitgevoerd; - dwingend voorschrift voor bril- en lensdragers : steeds een reservebril ter beschikking hebben. d. Gehoorcriteria Een voldoende gehoor, aangetoond met een toonaudiogram : - voldoende goed gehoor om een telefoongesprek te voeren en waarschuwingstonen en radioberichten te horen; - de volgende waarden dienen tot richtsnoer te worden genomen : - het gehoorverlies mag niet groter zijn dan 40 dB bij 500 en 1000 Hz; - het gehoorverlies aan het oor met de slechtste geluidsvoortplanting mag niet groter zijn dan 45 dB bij 2000 Hz; - geen anomalieën van het vestibulair systeem; - geen chronische spraakgebreken (berichten moeten luid en duidelijk kunnen worden uitgewisseld); - aan de gehooreisen moet zonder hoorapparaat worden voldaan. In bepaalde gevallen kan het gebruik van hoorapparatuur op medisch advies worden toegestaan. e. Antropometrie De lichaamsmaten van het personeel moeten zodanig zijn dat rollend materieel veilig kan worden gebruikt.De treinbestuurders mogen niet worden verplicht of toegestaan bijzondere typen van rollend materieel te besturen indien hun lengte, gewicht of andere lichaamseigenschappen een risico opleveren. f. Zwangerschap Bij een lage tolerantie of een pathologische aandoening moet zwangerschap worden beschouwd als een tijdelijke grond voor uitsluiting.De werkgever moet zich ervan vergewissen dat de wettelijke voorschriften ter bescherming van zwangere werkneemsters worden nageleefd. g. Psychologische beoordelingen Het doel van de psychologische beoordeling is de spoorwegonderneming inzicht te verschaffen in de mate waarin het personeel uit cognitief, psychomotorisch, gedragsmatig en persoonlijkheidsoogpunt in staat is zijn taak veilig te vervullen. Bij het vaststellen van de inhoud van de psychologische beoordeling moet de psycholoog minstens rekening houden met de volgende criteria die relevant zijn voor alle veiligheidstaken : - Cognitief : o aandacht en concentratie, o geheugen, o waarnemingsvermogen, o redeneringsvermogen, o communicatie. - Psychomotorisch : o reactiesnelheid, o bewegingscoördinatie. - Gedrag en persoonlijkheid : o zelfbeheersing, o handelingsbetrouwbaarheid, o zelfstandigheid, o waakzaamheid.
Als de psycholoog een van de bovenstaande criteria weglaat, moet hij zijn beslissing verantwoorden en staven. 1.2 Periodiek onderzoek a. Frequentie van het periodiek onderzoek - om de 3 jaar voor personeel tot 60 jaar; - jaarlijks voor personeel vanaf 60 jaar.
De arbeidsgeneesheer moet de periodiciteit van de onderzoeken verhogen als hij dat gezien de gezondheidstoestand van het betrokken personeelslid nodig acht. b. Minimuminhoud van de periodieke onderzoeken De periodieke gespecialiseerde onderzoeken moeten minimaal de volgende elementen omvatten : - een algemeen medisch onderzoek; - onderzoeken van de zintuiglijke functies (gezicht, gehoor, kleurwaarneming); - een urine- of bloedonderzoek in verband met suikerziekte en andere aandoeningen als geïndiceerd door klinisch onderzoek; - de opsporing van drugsgebruik, indien daarvoor een klinische reden bestaat; - elk periodiek medisch onderzoek van personeel van 40 jaar en ouder moet een ECG in rust omvatten. c. Aanvullende medische onderzoeken en/of psychologische beoordelingen - Naast de periodieke medische onderzoeken moet een aanvullend specifiek medisch onderzoek en/of een aanvullende psychologische beoordeling worden uitgevoerd wanneer er aannemelijke redenen zijn om aan de medische of psychologische geschiktheid van een personeelslid te twijfelen of wanneer er redelijke vermoedens van drugsgebruik of alcoholmisbruik bestaan.Dat kan in het bijzonder nodig zijn na een incident of ongeval dat aan menselijk falen te wijten is. - De werkgever moet een medisch onderzoek aanvragen na ziekteverlof van langer dan 30 dagen. Waar de beschikbare medische gegevens erop wijzen dat de werknemer zijn taak normaal kan vervullen, volstaat een beoordeling door de arbeidsgeneesheer op basis van beschikbare medische informatie. 1.3 Psychologische bijstand De werkgever moet passende zorg verstrekken aan het getraumatiseerd personeelslid dat bij het besturen van treinen in een ongeval met zwaargewonden of doden betrokken geraakt is. 2 Treinbegeleider 2.1 Vóór de aanstelling a. Minimuminhoud van het medisch onderzoek - een algemeen medisch onderzoek; - een onderzoek van de zintuiglijke functies : gezicht, gehoor, kleurwaarneming; - urine- of bloedonderzoek ter opsporing van suikerziekte en andere aandoeningen als geïndiceerd door klinisch onderzoek; - opsporing van drugsgebruik. b. Algemene criteria Het personeel mag geen veiligheidstaken uitvoeren indien de waakzaamheid is aangetast door alcohol, drugs …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.