← België

Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van verscheidene bepalingen in de wetgeving betreffende het toerisme

Kort samengevat

Dit besluit van de Waalse Regering wijzigt verschillende bestaande regels in de toerismewetgeving van Wallonië. Het doel is om de organisatie en werking van toeristische structuren, zoals Huizen voor toerisme, te moderniseren en te verduidelijken.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
9 FEBRUARI 2017. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van verscheidene bepalingen in de wetgeving betreffende het toerisme De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 6° en 9°; Gelet op het Waals Toerismewetboek, de artikelen 8.D, tweede en vierde lid, 26.D, § 3, eerste lid, 31/4.D, tweede lid, 34.D, eerste lid, 1°/1, 5°, tweede en vierde lid, 41.D, 42.D, eerste lid, 46.D, 57.D, tweede lid, 66.D, 70.D, tweede lid, 83.D, § 2, eerste en zevende lid, 108.D, eerste en derde lid, 113.D, 114.D, 130.D, eerste lid, 134.D, 143.D, 148.D, 149.D, eerste lid, 161.D, 175.D, tweede lid, 176.D, 182.D, 199.D, eerste lid, 201/1.D, § 1, tweede en derde lid, 201/4.D, 205.D, 206.D, eerste lid, 217.D, 222.D, § 1, eerste lid, 228.D, eerste lid, 4°, en tweede lid, 262.D,eerste lid, 280.D, 288.D, tweede lid, 300.D, 333.D, 334.D, tweede lid, 344.D, vierde lid, 347.D, eerste en tweede lid, 354.D, eerste lid, 366.D, 377.D, 379.D, 381.D, 383.D, 387.D, 392.D, 395.D, § 1, tweede lid, 4°, 397.D, tweede lid, 399.D, 400.D, § 1, tweede lid, 3°, 401.D, tweede lid, 402/1.D, § 1, eerste lid, en § 2, derde lid, 414.D, 617.D, 620.D, § 2, eerste en tweede lid, 626.D, § 1, eerste lid, 1°, § 2, eerste lid, 2°, et § 3, eerste en tweede lid, 633.D, § 1, eerste lid, en § 2, 636.D, eerste lid, 642.D, 644.D, 646.D, tweede lid, 647.D, tweede lid en 649.D; Gelet op het decreet van 17 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/12/2015 pub. 29/12/2015 numac 2015205985 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het Agence wallonne de l'air et du climat en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen (1) sluiten tot wijziging van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, het decreet van 5 maart 2008 houdende oprichting van het "Agence wallonne de l'air et du climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat) en het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen; Gelet op het advies van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden, gegeven op 9 mei 2016; Gelet op het advies van het technisch comité van de toeristische instellingen, gegeven op 10 mei 2016; Gelet op het advies van het technisch comité van de toeristische gidsen, gegeven op 10 mei 2016; Gelet op het advies van het technisch comité voor het hotelwezen in de openlucht, gegeven op 11 mei 2016; Gelet op het advies van het technisch comité van de streekgebonden toeristische logiezen en gemeubileerde vakantiewoningen, gegeven op 12 mei 2016; Gelet op het advies van het technisch comité van de vakantiedorpen, gegeven op 13 mei 2016; Gelet op het advies van de werkgroep van het hotelwezen, gegeven op 19 mei 2016; Gelet op het advies van de Raad voor Toerisme, gegeven op 10 juni 2016; Gelet op het advies van de "Union des Villes et Communes de Wallonie" (Unie van de Waalse Steden en Gemeenten), gegeven op 10 juni 2016; Gelet op het advies van de "Association des Provinces wallonnes" (Vereniging van de Waalse Provincies), gegeven op 17 juni 2016; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 april 2016; Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 14 april 2016; Gelet op advies nr. 60.441/4 van de Raad van State, gegeven op 21 december 2016, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het rapport van 5 januari 2017, opgesteld overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203532 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen sluiten houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen; Op de voordracht van de Minister van Toerisme; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in Boek I - Organisatie van het toerisme Artikel 1.Artikel 1bis van het Waals Toerismewetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1/1.In de zin van de regelgevende bepalingen van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° kampeerverblijf : het mobiele of het niet-verplaatsbare verblijf in de zin van artikel 1.D, 1° en 2°; 2° nieuw gebouw : het gebouw dat opgetrokken is ter uitvoering van een stedenbouwkundige vergunning waarvoor een aanvraag is ingediend drie maanden na 1 januari 2005, de bestaande gebouwen waaraan verbouwingswerken worden verricht uitgesloten;3° normenboek : het geheel van de technische normen inzake markering zoals opgenomen in bijlage 29;4° Commissaris-generaal voor Toerisme : de leidend ambtenaar van het Commissariaat-generaal voor toerisme;5° inrichting van type A : het toeristische logies dat enkel en alleen logies aanbiedt en, in voorkomend geval, het schoonmaken van de ter beschikking gestelde kamers;6° inrichting van type B : het toeristische logies met uitzondering van de inrichtingen van type A;7° personeelslid : de stagiair, het lid of de persoon in dienst genomen via arbeidsovereenkomst en aangewezen op het functionele kader van het Commissariaat-generaal voor Toerisme;de persoon met een vervangingsovereenkomst komt niet in aanmerking; 8° Minister : het lid van de Waalse Regering tot wiens bevoegdheden het toerisme behoort;9° gedeelte van een toeristische camping dat overstroomd kan worden : het geheel van de zeer geringe, geringe, gemiddelde of hoge voorkomingsomtrekken van waterwinningen opgenomen in de door de Regering aangenomen cartografie van het risico op overstromingen door het buiten de oevers treden van waterlopen van elk onderstroomgebied;10° voetganger : iedere persoon die zich te voet verplaatst, iedere persoon met een verminderde beweeglijkheid die zich in een rolstoel verplaatst en iedere wielertoerist of mountainbiker van minder dan negen jaar oud;11° wieltoerist : iedere wielrijder die beton-, kassei-, onverharde of asfaltwegen in koolwaterstofverharding gebruikt, die geen bijzondere sportieve vaardigheden vereisen;12° mountainbiker : iedere wielrijder die onregelmatige of geaccidenteerde terreinen gebruikt, die sommige sportieve vaardigheden vereisen.» Art. 2.In artikel 9 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden "Naast de personen waarvan sprake in artikel 8.D, lid 2," opgeheven; b) in het eerste lid, 1°, worden de woorden "de Commissaris-generaal voor toerisme" ingevoegd voor de woorden "de Adjunct-commissaris-generaal";c) in het eerste lid wordt punt 3° vervangen als volgt : « 3° de directeur-generaal van "Wallonie Belgique Tourisme" evenals de directeurs ervan;»; d) het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, luidend als volgt : « Het oriëntatiecomité vergadert op initiatief van de directeur-generaal van "Wallonie Belgique Tourisme", van de Commissaris-generaal voor Toerisme of van de afgevaardigde van de Minister.» Art. 3.De artikelen 21 tot 23, 25 en 27 tot 30 van hetzelfde Wetboek worden opgeheven. Art. 4.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 34/1 en 34/2 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 34/1.In geval van een erkenningsaanvraag ingediend na de hervorming van het landschap van de "maisons du tourisme" (Huizen voor toerisme), zoals bekrachtigd door de Regering, kan de Minister afwijken van het aantal gemeenten bedoeld in artikel 34.D, eerste lid, 7°. Art. 34/2.§ 1. Elk ontwerp-programma-overeenkomst moet bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme per gecertificeerde zending ingediend worden. Binnen tien werkdagen na ontvangst van de programma-overeenkomst richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager. § 2. Terwijl het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvrager kennis geeft van het bericht van ontvangst bedoeld in § 1, verzoekt het de betrokken provinciale federatie(s) voor toerisme en "Wallonie Belgique Tourisme" om advies, die over een termijn van één maand na ontvangst van de aanvraag beschikken om advies uit te brengen. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan voorbijgegaan. Bij aanpassing van de programma-overeenkomst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme ten gevolge van het advies van de betrokken provinciale federaties voor toerisme of van "Wallonie Belgique Tourisme", worden de programma-overeenkomst en bedoelde adviezen overgemaakt aan het Huis voor toerisme en aan de gemeentecolleges. Het Huis voor toerisme maakt zijn advies vergezeld, in voorkomend geval, van een voorstel tot aanpassing van de programma-overeenkomst, over binnen twintig dagen na ontvangst van het document. Bij gebreke wordt daaraan voorbijgegaan. § 3. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt de programma-overeenkomst vergezeld, in voorkomend geval, van de in § 2 bedoelde adviezen, aan de Minister over. De Minister spreekt zich uit over de goedkeuring van de programma-overeenkomst en geeft het Huis voor toerisme binnen vier maanden na het bericht van ontvangst bedoeld in § 1 per gecertificeerde zending kennis van zijn beslissing, waarvan een afschrift aan de betrokken provinciale federaties voor toerisme aan de betrokken gemeenten wordt gericht. § 4. Indien de programma-overeenkomst vóór de vervaldatum ervan gewijzigd wordt, maakt laatstgenoemde het voorwerp uit van een nieuwe goedkeuring volgens de in § 1 bedoelde procedure. Bij geringe wijzigingen wordt het Huis voor toerisme van de in het eerste lid bedoelde procedure vrijgesteld. Het Huis voor toerisme informeert het Commissariaat-generaal voor Toerisme over de elementen van de programma-overeenkomst die het voorwerp uitmaken van een wijziging. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beoordeelt wat er onder geringe wijziging dient te verstaan. In ieder geval wordt elke wijziging die een impact heeft op het bedrag van de werkingstoelage beschouwd als een belangrijke wijziging. » Art. 5.Artikel 35 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Overeenkomstig artikel 34.D, eerste lid, 1°/1, worden de statuten van de vereniging per gecertificeerde zending ter goedkeuring aan de Minister overgemaakt. De statuten worden door de Minister goedgekeurd of verworpen. Hij geeft de vereniging kennis van zijn beslissing binnen een termijn van 45 dagen, die ingaat op de datum waarop de statuten ontvangen worden. » Art. 6.Artikel 36 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Het hoofdzakelijk onthaalbureau van het Huis voor toerisme moet minimum 1800 uur per jaar, met inbegrip van alle weekeinden, toegankelijk zijn voor het publiek. De Minister kan het Huis voor toerisme toelaten om tijdens een aantal uren kleiner dan 1 800 uur per jaar open te zijn zonder evenwel kleiner te zijn dan 1 500 uur per jaar ten opzichte van de toeristische aantrekkelijkheid van de regio en van de op het grondgebied bestaande samenwerkingen. » Art. 7.Artikel 37 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 8.In artikel 40 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en het tweede lid, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt : « Dat aantal kan uitsluitend in hoofde van de "offices du tourisme" (Diensten voor Toerisme) en van de "syndicats d'initiative (VVV's)" verminderd worden mits de sluiting van een samenwerkingsovereenkomst met het Huis voor toerisme dat onder hetzelfde ambtsgebied valt voor zover een onthaaldienst gemeenschappelijk in eenzelfde gebouw met beide structuren uitgeoefend wordt.In dit geval mag dat aantal niet kleiner zijn dan zestig dagen per jaar."; 2° het derde lid wordt vervangen als volgt : "De weekeinden in de vakantieperiode zijn de zaterdagen en zondagen van de maanden juli en augustus en minstens drie weekeinden in de andere schoolvakantieperiodes naar keuze van de instelling.» Art. 9.In artikel 43 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Elke aanvraag voor een erkenning als toeristische instelling wordt in één exemplaar per gecertificeerde zending ingediend bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan de hand van het door laatstgenoemde verstrekte formulier binnen een termijn van vier maanden vóór het begin van de activiteiten.»; g) het tweede lid wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt : « 5° in voorkomend geval het advies van de betrokken gemeenteraden over de ontwerp-statuten en de ontwerp-programma-overeenkomst van het Huis voor toerisme.» Art. 10.Hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een artikel 44, luidend als volgt : « Art. 44.§ 1. Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen tien werkdagen na ontvangst ervan per gecertificeerde zending een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en informeert hij hem over de tijd waarover hij beschikt om bedoelde stukken over te maken en de gevolgen indien deze termijn niet nageleefd wordt. De ontbrekende stukken worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme per gecertificeerde zending. Binnen tien werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Terwijl het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvrager kennis geeft van het bericht van ontvangst bedoeld in § 1, maakt het de aanvraag voor een erkenning als provinciale federatie voor toerisme aan de betrokken provincieraad en aan "Wallonie Belgique Tourisme over. Laatstgenoemden brengen een met redenen omkleed advies uit en delen het per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en aan de aanvrager mede binnen dertig dagen die ingaat op de datum waarop het dossier hen toegezonden wordt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan. Terwijl het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvrager kennis geeft van het bericht van ontvangst bedoeld in § 1, tweede lid, maakt het de aanvraag voor een erkenning als Huis voor Toerisme, Dienst voor Toerisme en VVV voor advies over aan de betrokken provinciale federaties voor toerisme of aan "Wallonie Belgique Tourisme". Laatstgenoemden brengen een met redenen omkleed advies uit en delen het per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en aan de aanvrager mede binnen dertig dagen die ingaat op de datum waarop het dossier hen toegezonden wordt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan. Bij aanpassing van de programma-overeenkomst van het Huis voor toerisme door het Commissariaat-generaal voor Toerisme ten gevolge van het advies van de betrokken provinciale federaties voor toerisme of van "Wallonie Belgique Tourisme", worden de programma-overeenkomst en bedoelde adviezen overgemaakt aan het Huis voor toerisme en aan de gemeentecolleges. Het Huis voor toerisme maakt zijn advies vergezeld, in voorkomend geval, van een voorstel tot aanpassing van de erkenningsaanvraag, binnen twintig dagen na ontvangst van het schrijven van het Commissariaat-generaal voor Toerisme over. Bij gebreke wordt daaraan voorbijgegaan. § 3. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt de Minister een voorstel tot beslissing over de erkenningsaanvraag over. De Minister spreekt zich uit over de erkenningsaanvraag en geeft de aanvrager per gecertificeerde zending kennis van zijn beslissing binnen een termijn van vier maanden, die ingaat op de datum van verzending van het bericht van ontvangst bedoeld in, § 1, tweede lid. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme richt een afschrift van de beslissing tot weigering of tot toekenning van de erkenning : 1° aan de betrokken provincieraad in geval van een erkenning van een provinciale federatie voor toerisme;2° aan de betrokken provinciale federaties voor toerisme en aan de betrokken gemeenteraden in geval van een erkenning van een Huis voor toerisme;3° aan de betrokken provinciale federatie, aan het betrokken Huis voor toerisme en aan de betrokken gemeenteraad in geval van een erkenning van een Dienst voor toerisme of een VVV.» Art. 11.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 47 tot 49 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 47.Overeenkomstig artikel 46.D, kan de Minister, na waarschuwing betekend per gecertificeerde zending door het Commissariaat-generaal voor Toerisme, een beslissing tot intrekking van de erkenning van een toeristische instelling nemen. Zodra de toeristische instelling de in het eerste lid bedoelde waarschuwing ontvangt, beschikt ze over vijftien dagen om haar opmerkingen per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme te richten. Ze kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden. De hoorzitting vindt plaats hetzij voor het technisch comité van de toeristische instellingen, hetzij voor één of meer van zijn afgevaardigden. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt en er wordt een met redenen omklede beslissing genomen. De betrokken toeristische instelling wordt minstens acht dagen voor de vastgelegde datum verwittigd dat ze gehoord zal worden. Art. 48.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme brengt een beslissingsvoorstel uit en maakt het dossier aan de Minister over die zich binnen dertig dagen na ontvangst van de opmerkingen of van de eventuele hoorzitting uitspreekt. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van de beslissing per gecertificeerde zending. Indien de beslissing ongunstig is, wordt ze bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbericht overgemaakt en vermeldt ze de termijnen en beroepsmogelijkheden. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme richt een afschrift van de beslissing respectievelijk aan de betrokken provincieraad, aan de betrokken provinciale federaties voor toerisme en aan de betrokken gemeenteraden. Art. 49.De in artikel 48 bedoelde termijn kan slechts eenmalig worden verlengd voor maximum één maand. De verlenging en de duur ervan worden behoorlijk met redenen omkleed. Van de verlenging wordt aan de aanvrager kennis gegeven per gecertificeerde zending. Als de beslissing van de Minister niet aan de aanvrager meegedeeld wordt binnen de in artikel 48 bedoelde termijn of, in voorkomend geval, binnen de bijkomende termijn na verlenging, staat het stilzwijgen van de Minister gelijk met een beslissing tot verwerping van de intrekking van de erkenning. » Art. 12.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 50 tot 55 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 50.§ 1. De aanvrager of de houder van een erkenning, hierna ook de "aanvrager" genoemd, kan een gemotiveerd beroep bij de Minister indienen tegen de beslissing tot weigering of tot intrekking van de erkenning. Het beroep wordt ingediend binnen dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing. Het wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en wordt vergezeld van een afschrift van de omstreden beslissing. Het beroep is niet opschortend, behalve indien het een intrekkingsbeslissing betreft. In dat geval wordt de beslissing tot intrekking opgeschort gedurende de termijn die de aanvrager krijgt om het beroep in te dienen en, desgevallend, zolang de Minister zich niet uitgesproken heeft. Art. 51.Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst per gecertificeerde zending aan de aanvrager. Het stuurt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep naar de voorzitter van het technisch comité van de toeristische instellingen. Art. 52.De aanvrager mag verzoeken om door het technisch comité van de toeristische instellingen gehoord te worden, hetzij in zijn beroep, hetzij per gecertificeerde zending aan de voorzitter van dat comité binnen vijftien dagen na ontvangst door de aanvrager van het bericht van ontvangst van zijn beroep. De hoorzitting kan plaatsvinden hetzij voor het technisch comité van de toeristische instellingen, hetzij voor één of meer van zijn afgevaardigden. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt. De aanvrager wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Art. 53.Binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de datum van ontvangst van het beroepsdossier door zijn voorzitter, geeft het technisch comité van de toeristische instellingen een gemotiveerd advies, desgevallend na hoorzitting, dat hij aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme overmaakt, samen met een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en met elk door de aanvrager overgelegd stuk. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting per gecertificeerde zending kennis gegeven aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door de Minister voorbijgegaan. Indien het comité zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste lid uitspreekt, geeft diens voorzitter binnen de vijf volgende dagen kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de aanvrager medegedeeld document. Art. 54.De Minister beslist over het beroep en stuurt zijn beslissing per gecertificeerde zending naar de aanvrager binnen vier maanden na verzending van het in artikel 51 bedoelde bericht van ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Indien de beslissing ongunstig is, wordt ze bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbericht overgemaakt. Als de Minister niet instemt met het advies van het technisch comité van de toeristische instellingen, geeft hij de motieven daarvan op. Hij richt een afschrift van zijn beslissing aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Op elke vergadering van het technisch comité van de toeristische instellingen geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme informatie over de beslissingen genomen na beroep. Art. 55.Indien de aanvrager de beslissing van de Minister niet gekregen heeft binnen tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 54, eerste lid, kan hij een rappelbrief versturen. Dat schrijven wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt. Als de beslissing van de Minister niet meegedeeld wordt binnen dertig dagen na ontvangst van de gecertificeerde zending door het Commissariaat-generaal voor Toerisme, staat het stilzwijgen van de Minister gelijk met een beslissing tot erkenning. » Art. 13.Artikel 56 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 14.In artikel 64, tweed lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per gecertificeerde zending". Art. 15.Artikel 67 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 67.De lijst van de kosten waarvoor een subsidie wordt verleend krachtens artikel 65.D wordt hierna vermeld : 1° voor de provinciale federaties voor toerisme : a) de deelneming aan de financiering van de publicaties uitgegeven door de Huizen voor toerisme;b) de jaarlijkse bijdrage en de partner-bijdragen aan "Wallonie Belgique Tourisme"; c) de kosten i.v.m. de deelneming aan beurzen en tentoonstellingen; d) de financiering van acties gevoerd ten gunste en in samenwerking met de Huizen voor toerisme;e) de financiering gewijd aan hun eigen uitgaven; 2° voor de Huizen voor toerisme : a) de personeels- en dienstenkosten en diverse goederen gebonden aan de uitvoering van de in artikel 34.D, eerste lid, 2°, bedoelde opdrachten, zoals met name de huurprijs, de lasten en het onderhoud van de lokalen; b) de kosten i.v.m. de deelneming aan beurzen en tentoonstellingen; b) de jaarlijkse bijdrage en de partner-bijdragen aan "Wallonie Belgique Tourisme";d) de publicaties, met inbegrip van de numerieke publicaties, uitgaven, bouw en beheer van de website en elke marketingactie die overeenstemt met de programma-overeenkomst van het Huis voor toerisme. » Art. 16.Artikel 69 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 17.In artikel 71, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het derde streepje vervangen door wat volgt : « - de laatste goedgekeurde rekeningen. » Art. 18.In artikel 84 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "Hoge" opgeheven;2° in het tweede lid worden woorden "De verplaatsingskosten van de leden van de Raad voor Toerisme en van de technische comités worden vastgesteld op grond van de prijs van een treinkaartje, heen en terug in eerste klas, van het dichtstbij gelegen station van de woonplaats tot het dichtstbij gelegen station van de vergaderplaats" worden vervangen door de woorden "De leden van de technische comités hebben recht op de terugbetaling van hun verplaatsingskosten zoals voorzien voor de personeelsleden van de diensten van de Regering krachtens de Waalse Ambtenarencode". Art. 19.De artikelen 89 tot 94 van hetzelfde Wetboek worden opgeheven. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in Boek II - Toeristische bezienswaardigheden Art. 20.Artikel 109 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een 6°, luidend als volgt : « 6° de website van de toeristische bezienswaardigheid. » Art. 21.In artikel 115 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) voor het eerste lid worden twee leden ingevoegd, luidend als volgt : « De vergunningsaanvraag wordt, per gecertificeerde zending door de eigenaar of door de gemachtigd beheerder, ingediend bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme door middel van het door laatstgenoemde verstrekte formulier binnen zes maanden vóór het begin van de activiteiten of het einde van de erkenningsperiode. De vergunningsaanvraag kan een aanvraag bevatten tot afwijking van : 1° de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning en voor het gebruik van de benaming bedoeld in artikel 130.D, eerste lid, 1° en 2°; 2° de indelingscriteria bedoeld in artikel 132.D met uitzondering van de openingsperiodes. »; b) in het derde lid, het voormalige eerste lid, wordt de zin "De aanvraag tot het krijgen van een vergunning wordt ingediend door de eigenaar of door de gemachtigd beheerder, door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme." opgeheven en wordt het woord "Elle", in de Franse versie, vervangen door de woorden "La demande d'autorisation"; c) in het derde lid, het voormalige eerste lid, worden, in punt 3°, de woorden "een bewijs van goed zedelijk gedrag" vervangen door de woorden "een uittreksel uit het strafregister van model 2," en wordt het woord "drie" vervangen door het woord "ses";d) in het derde lid, het voormalige vierde lid, wordt punt 4 aangevuld als volgt : « waarvan het maatschappelijk doel minstens de uitbating van een toeristische plaats »;e) het artikel wordt aangevuld met een vijfde lid, luidend als volgt : « Het Comissariaat-generaal voor Toerisme kan de aanvrager vrijstellen van het verstrekken van de in het derde lid bedoelde documenten voor zover ofwel hij over één of meerdere stukken of inlichtingen bedoeld in het derde lid beschikt, ofwel hij daarover kan beschikken via een databank van authentieke gegevens of via een samenwerking met de bevoegde overheden.» Art. 22.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 116 tot 119 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 116.§ 1. Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen tien werkdagen na ontvangst ervan per gecertificeerde zending een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en informeert het hem over de tijd waarover hij beschikt om bedoelde stukken over te maken en de gevolgen indien deze termijn niet nageleefd wordt. De ontbrekende stukken worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme per gecertificeerde zending. Binnen tien werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Indien het toekennen van een afwijking op eigen initiatief gebeurt of indien de aanvrager in zijn vergunningsaanvraag een afwijking heeft aangevraagd, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag voor advies aan de voorzitter van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden en tezelfdertijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst bedoeld in paragraaf 1, tweede lid. Het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden brengt een met redenen omkleed advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de aanvrager, binnen de vijfenveertig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter wordt overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan. Art. 117.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de vergunningsaanvraag en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Die termijn wordt opvier maanden gebracht wanneer het dossier een afwijkingsaanvraag bevat. De beslissing van het Commissariaat-generaal wordt per gecertificeerde zending aan de aanvrager betekend. Tegelijk wordt ze aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische bezienswaardigheid gevestigd is, gericht. Op elke vergadering van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht van de beslissingen tot toekenning dan wel intrekking van vergunningen. De in artikel 117, eerste en tweede lid, bedoelde termijnen kunnen voor maximum twee maanden verlengd worden. De verlenging en de duur ervan worden behoorlijk met redenen omkleed. Van de verlenging wordt aan de aanvrager kennis gegeven per gecertificeerde zending. Als de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme niet aan de aanvrager meegedeeld wordt binnen de bedoelde termijn of, in voorkomend geval, binnen de bijkomende termijn na verlenging, staat het stilzwijgen van het Commissariaat-generaal voor Toerisme gelijk met een beslissing tot aanvaarding en tot toekenning van de indeling zoals aangevraagd door de aanvrager". Art. 118.§ 1. Bij afstand van een toeristische bezienswaardigheid dient de overnemer binnen drie maanden te rekenen van de afstand een vergunningsaanvraag in. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 115 tot en met 117. § 2. Bij overlijden van de vergunninghouder dient de overnemer een vergunningsaanvraag in binnen de zes maanden te rekenen van het overlijden. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 115 tot en met 117. In afwijking van het eerste lid bestaat de aanvraag, indien de uitbating overgenomen wordt door de samenwonende, een bloedverwant in opgaande dan wel nederdalende lijn in de eerste graad, uit een uittreksel van het strafregister van model 2 dat voor een overheidsbestuur bestemd is en dat aan de aanvrager is afgeleverd sinds minder dan zes maanden. Dat bewijs wordt per gecertificeerde zending gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen zes maanden na het overlijden. Binnen de dertig dagen na ontvangst ervan beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme over de vergunningsaanvraag en geeft er kennis van aan de aanvrager. Bij gebrek aan beslissing binnen de voorgeschreven termijn staat het stilzwijgen van het Commissariaat-generaal voor Toerisme gelijk met een beslissing tot aanvaarding en tot toekenning van de indeling zoals aangevraagd door de aanvrager. § 3. In afwijking van de artikelen 110.D en 113.D kan de benaming in de gevallen bepaald in paragrafen 1 en 2 gebruikt blijven worden tot en met de kennisgeving van de komende beslissing of bij het vestrijken van de termijn van dertig dagen bepaald in paragraaf 2, tweede lid, voor zover de aanvraag binnen de vastgestelde termijn is ingediend. Art. 119.Binnen drie maanden na de vervanging van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische bezienswaardigheid laat de vergunninghouder per gecertificeerde zending een uittreksel van het strafregister, model 2, dat voor een overheidsbestuur bestemd is en dat op naam van de vervanger is afgeleverd sinds minder dan zes maanden geworden aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. » Art. 23.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 122 en 123 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 122.De vergunninghouder meldt per gecertificeerde zending elke wijziging die van invloed zou kunnen zijn op de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging. Art. 123.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde verzoeken dat een nieuw uittreksel van het strafregister, model 2, bestemd voor een overheidsbestuur en afgeleverd sinds minder dan drie maanden aan de vergunninghouder of aan de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische bezienswaardigheid meegedeeld wordt. Dat verzoek geschiedt minstens vijfjaarlijks. » Art. 24.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 125 tot 129 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 125.Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een vergunning, licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme diens houder per gecertificeerde zending in over de grond voor de vooropgestelde intrekking. De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden. In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt. De aanvrager wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Art. 126.Binnen de tien dagen na ontvangst van de opmerkingen van de vergunninghouder of nadat laatstgenoemde is gehoord of bij uitblijven van reactie zijnerzijds binnen de opgelegde termijn, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verzoek om adviesverlening aan de voorzitter van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden. Een afschrift van de briefwisseling bedoeld in artikel 125, eerste en tweede lid, en, in voorkomend geval, van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de houder medegedeeld stuk worden bijgevoegd. Art. 127.Binnen een termijn van vijfenveertig dagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek om adviesverlening brengt het technisch comité van de technische bezienswaardigheden een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de houder. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan. Art. 128.Van de beslissing tot intrekking wordt aan de vergunninghouder kennis gegeven per gecertificeerde zending. Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme om het advies van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden heeft verzocht en zich niet achter dat advies schaart, worden daar de redenen voor opgegeven. De beslissing wordt gelijktijdig medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waarin de toeristische bezienswaardigheid gelegen is en aan de voorzitter van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden. Art. 129.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen en licht de vergunninghouder er per gecertificeerde zending over in. Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na de zending bedoeld in artikel 125, eerste lid. » Art. 25.Artikel 131 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 131.Elke toeristische bezienswaardigheid : 1° voldoet aan de minimumvoorwaarden voor de indeling "één zon", opgenomen in bijlage 5;2° maakt zich bekend door een specifieke naam die duidelijk aan de ingang vermeld wordt;3° beschikt over een ontvangst en een ticketverkoop die voor het publiek toegankelijk zijn : a) drie opeenvolgende maanden per jaar en, tijdens die periode, minstens zes dagen per week, waaronder op zondag, en minstens zes uur per dag, of : b) honderd dagen per jaar, minstens 4 uur per dag, waarbij minstens 200 uur in de weekends en op feestdagen vallen;4° beschikt tijdens de periode waarin ze open is over een permanent bewaakte toegang, met een kantoor, een kassa of een georganiseerde en duidelijk identificeerbare ontvangst;5° beschikt over een spraakinformatiesysteem die buiten de openingsperiode gemakkelijk toegankelijk is;6° zorgt tijdens de openingsuren voor een permanente aanwezigheid van het onthaalpersoneel en van haar beheerder of één van zijn afgevaardigden in de omtrek van de toeristische bezienswaardigheid;7° plakt het geldend individuele tarief en de geldende openingsuren duidelijk aan bij de ingang van de bezienswaardigheid;8° beschikt over een gedrukte, van een datum voorziene, kosteloze publicatie die het individuele tarief en de openingstijden, de adresgegevens, de talen die bij de bezoeken gesproken worden en een omschrijving van de bezienswaardigheid vermeldt;9° beschikt over een elektronische informatiedrager die minstens jaarlijks wordt bijgewerkt, die rechtstreeks en vrij toegankelijk is en die de in 7° bedoelde gegevens omvat;10° is net en onderhouden;11° de vergunninghouder verstrekt het Commissariaat-generaal voor Toerisme uiterlijk 31 januari van elk jaar de gegevens over de toeristische bezoekersaantallen van het afgelopen kalenderjaar, met inbegrip van de economische basisindicatoren en volgens de wijze bepaald door het Commissariaat-generaal voor Toerisme;12° heeft een bedrijfscapaciteit die minstens 30 personen tegelijk toelaat;13° heeft een personeel dat door het dragen van herkenningstekens duidelijk identificeerbaar is. Wat punt 7° betreft, kunnen de geactualiseerde uurregelingen en tarieven in geval van een gedrukte publicatie in een bijlage gepubliceerd worden. Wat de punten 7° en 8° betreft, kunnen in eenzelfde publicatie of in de elektronische drager verschillende toeristische bezienswaardigheden voorgesteld worden voor zover ze deel uitmaken van een technische bedrijfseenheid of eenzelfde thema of eenzelfde geografisch gebied binnen een beperkte omtrek. De Minister kan de verplichtingen bedoeld in het eerste lid bepalen. » Art. 26.In de artikelen 135 en 137 van hetzelfde Wetboek, wordt de verwijzing "artikel 1.D, 3°" vervangen door de verwijzing "1.D, 5°". Art. 27.In artikel 138 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "per gecertificeerde zending". Art. 28.Artikel 144 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 144.Indien de vergunninghouder om de herziening van de categorie-indeling verzoekt en daarbij al dan niet een verzoek indient om af te wijken van een criterium van de categorie-indeling, gebeurt dat per gecertificeerde zending bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme door middel van het door laatstgenoemde vastgestelde formulier. » Art. 29.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 145 en 147 en 148/1 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 145.Indien het van mening is dat het verzoek alle bestanddelen omvat om met perfecte kennis van zaken over het verzoek te beslissen, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvrager per gecertificeerde zending een bericht van ontvangst over waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is, binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek. Indien dat niet het geval is, richt het binnen dezelfde termijn een schrijven per gecertificeerde zending aan de aanvrager waarbij laatstgenoemde verzocht wordt om de ontbrekende inlichtingen mede te delen en informeert het hem over de tijd waarover hij beschikt om bedoelde inlichtingen over te maken en over de gevolgen indien deze termijn niet nageleefd wordt. Binnen de tien werkdagen na ontvangst ervan richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme per gecertificeerde zending een bericht van ontvangst aan de aanvrager waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Art. 146.Indien verzocht wordt om afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het verzoek voor advies over aan de voorzitter van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden en tegelijk geeft hij kennis aan de aanvrager van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Het technisch comité brengt een met redenen omkleed advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de aanvrager, binnen de vijfenveertig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter wordt overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan. Art. 147.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt kennis gegeven aan de aanvrager ofwel per gecertificeerde zending in geval van gunstige beslissing, ofwel bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in geval van ongunstige beslissing. Op elke vergadering van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen tot herziening van de categorie-indeling en, in voorkomend geval, tot afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling. De in het eerste lid bedoelde termijn kan slechts eenmalig worden verlengd voor maximum vier maanden. De verlenging en de duur ervan worden behoorlijk met redenen omkleed. Van de verlenging wordt aan de aanvrager kennis gegeven per gecertificeerde zending. Als de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme niet aan de aanvrager meegedeeld wordt binnen de in het eerste lid bedoelde termijn of, in voorkomend geval, binnen de bijkomende termijn na verlenging, staat het stilzwijgen van het Commissariaat-generaal voor Toerisme gelijk met een beslissing tot aanvaarding. Art. 148/1.D. De in artikel 148.D bedoelde procedure wordt georganiseerd overeenkomstig de artikelen 125 tot 129. » Art. 30.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 150 tot 154 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 150.Het beroep wordt ingediend binnen dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing. Het wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en bij het beroep wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd. Art. 151.Binnen tien werkdagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst per gecertificeerde zending aan de aanvrager. Hij richt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep aan de voorzitter van de beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden bedoeld in artikel 156.D. De aanvrager kan verzoeken om door de beroepsadviezencommissie van de toeristische bezienswaardigheden te worden gehoord, ofwel in diens beroepschrift ofwel per gecertificeerde zending aan de voorzitter van die commissie binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst door de aanvrager van het bericht van ontvangst van diens beroep. De hoorzitting kan ofwel voor de commissie ofwel voor één of meerdere van diens gemachtigden plaatsvinden. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt. De aanvrager wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Art. 152.Binnen een termijn van vijfenveertig dagen te rekenen van de ontvangst door diens voorzitter van het beroepsdossier brengt de beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden een gemotiveerd advies uit, in voorkomend geval na een hoorzitting te hebben gehouden en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme evenals van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elke door de aanvrager overgemaakt stuk. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting per gecertificeerde zending kennis gegeven aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Minister aan voorbijgegaan. Indien de commissie zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste lid uitspreekt, geeft diens voorzitter kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de aanvrager medegedeeld document. Art. 153.De Minister beslist over het beroep en richt zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 151. Indien de Minister zich niet achter het advies van de beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden schaart, geeft hij daarvoor de redenen op. Van de beslissing van de Minister wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis gegeven aan de aanvrager ofwel per gecertificeerde zending in geval van gunstige beslissing, hetzij bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in geval van ongunstige beslissing. De beslissing wordt tegelijk medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische bezienswaardigheid gelegen is. Op elke vergadering van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen die over de beroepen getroffen zijn. Art. 154.De in artikel 153 bedoelde termijn kan slechts eenmalig worden verlengd voor maximum twee maanden. De verlenging en de duur ervan worden behoorlijk met redenen omkleed. Van de verlenging wordt aan de aanvrager kennis gegeven per gecertificeerde zending. Als de beslissing van de Minister niet aan de aanvrager meegedeeld wordt binnen de in artikel 153 bedoelde termijn of, in voorkomend geval, binnen de bijkomende termijn na verlenging, staat het stilzwijgen van de Minister gelijk met een beslissing tot aanvaarding. » Art. 31.Artikel 155 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 32.In artikel 171van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in 1° wordt het woord "zestig" vervangen door het woord "veertig";b) punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° de terugbetaling van hun verplaatsingskosten zoals voorzien voor de personeelsleden van de diensten van de Regering krachtens de Waalse Ambtenarencode.» Art. 33.In artikel 177 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden "tegen het percentage bepaald in artikel 175.D, lid 1," worden vervangen door de woorden "tegen 30 % van de kosten van de aankopen en werken bedoeld in artikel 173.D"; b) in 3°, wordt e) aangevuld met de woorden "voor de selectieve afvalsortering";c) 3° wordt aangevuld met een f), luidend als volgt : « f) de werken voor de inrichting van de speelruimten;»; d) het artikel wordt aangevuld met de punten 4° tot 9°, luidend als volgt : « 4° de specifieke materiële of immateriële inrichtingen voor de opvang en de informatie van de bezoekers alsook de inrichtingen voor de informatiedrager;5° de installatie van een toeristische signalisatie en van bewegwijzering;6° de installatie van de uitrustingen voor de lading van de motorvoertuigen en andere elektrische voertuigen van de bezoekers;7° de installatie van de sanitaire installaties, de vestiaires en toebehoren;8° de installatie de uitrustingen voor preventie en veiligheid, met inbegrip van videobewaking;9° de aanleg van aan de bezienswaardigheid eigen parkeerplaatsen voor de bezoekers, met inbegrip van de ruimten voorzien voor de tweewielers.» Art. 34.Artikel 178 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 178.Er wordt in een subsidie voorzien tegen 50 % van de kosten van de aankopen en werken bedoeld in artikel 173. D voor : a) de aankoop en de installatie van het brandbestrijdingsmaterieel;b) de specifieke inrichtingen ter bevordering van de informatie en de opvang van de personen met beperkte beweeglijkheid, met het oog, meer bepaald, op conformering aan de gewestelijke handleiding voor stedenbouw betreffende de toegankelijkheid en het gebruik van de ruimten en gebouwen of gedeelten van gebouwen die voor het publiek toegankelijk zijn of waar een collectief gebruik van wordt gemaakt, door de personen met beperkte beweeglijkheid;c) de ticketverkoop en de elektronische uitrustingen voor de inzameling van statistische gegevens;d) de inrichtingen die besparingen mogelijk moeten maken op het energieverbruik van een uitrusting die de toeristische bezienswaardigheid vormt;e) de specifieke materiële of immateriële inrichtingen voor de minstens drietalige opvang en de informatie van de bezoekers alsook de inrichtingen voor de informatiedrager in minstens drie talen;f) het verkrijgen van een elektronisch betaalmiddel.» Art. 35.Artikel 179 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 36.Artikel 183 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt : « Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan de aanvrager vrijstellen van het verstrekken van de in het tweede lid bedoelde documenten voor zover ofwel hij over één of meerdere stukken of inlichtingen bedoeld in het tweede lid beschikt, ofwel hij daarover kan beschikken via een databank van authentieke gegevens of via een samenwerking met de bevoegde overheden. » HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in Boek III - Toeristische logiezen Art. 37.In artikel 200 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : e) in 1° en 2° worden de woorden "de toeristische logiesverstrekkende inrichting" vervangen door de woorden "het toeristische logies";b) in 5° vervallen de woorden "en de presentatie van hun streekaanbod". Art. 38.Artikel 201 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 201.Op grond van de krachtens artikel 200 ingewonnen inlichtingen zorgt "Wallonie Belgique Tourisme" jaarlijks voor de publicatie van officiële lijsten van het hotelwezen, van het streekgebonden toerisme, van de gemeubileerde vakantiewoningen, van de toeristische toeristische campings en campings op de hoeve, van de centra voor sociaal toerisme, van de vakantiedorpen en van de kampplaatsen. "Wallonie Belgique Tourisme" kan verschillende soorten toeristische logiezen in eenzelfde lijst bundelen. Indien de inlichtingen bedoeld in artikel 200 niet tijdig zijn verstrekt, wordt het toeristische logies enkel met naam en adres in de lijst vermeld. » Art. 39.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 201/2 en 201/3 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 201/2.De exploitant van een toeristisch logies verricht zijn aangifte per gecertificeerde zending op basis van een document dat door het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt ter beschikking gesteld. Laatstgenoemde beschikt over een termijn van tien werkdagen om van die aangifte ontvangst te berichten per schrijven of per-email. Mits de naleving van de in artikel 201/1. D bedoelde voorwaarden en zodra die aangifte wordt verricht, kan het toeristische logies uitgebaat worden. Art. 201/3.Overeenkomstig artikel 201/1.D, § 1, derde lid, kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme de exploitant van het toeristische logies verzoeken om één of verschillende van de volgende documenten over te maken : 1° een afschrift van het brandveiligheidsattest of van het vereenvoudigd controleattest;2° een uittreksel van het strafregister, bestemd voor een overheidsbestuur en afgeleverd sinds minder dan zes maanden op naam van de exploitant van het toeristische logies, van de persoon belast met het dagelijks bestuur van het toeristische logies, en in voorkomend geval, van de vertegenwoordigende instantie;3° het attest van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor de schade aangericht door de persoon (personen) belast met de uitbating van het toeristische logies. In dit geval maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn aanvraag per gecertificeerde zending aan de exploitant van het toeristische logies over. Laatstgenoemde beschikt over een termijn van twee maanden te rekenen van de datum van zending van het schrijven om de vereiste documenten per gecertificeerde zending over te maken. » Art. 40.In artikel 207 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden "per gecertificeerde zending bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme" ingevoegd tussen de woorden "vergunningsaanvraag wordt" en de woorden "overgemaakt door middel van het formulier" en de woorden "afgegeven door het Commissariaat-generaal voor Toerisme" worden vervangen door de woorden "afgegeven door laatstgenoemde";de woorden "Daarbij gaan volgende documenten" worden vervangen door de woorden "Ze bepaalt de benaming die de aanvrager wenst te gebruiken en wordt vergezeld van de volgende documenten"; 2° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) punt 1° wordt opgeheven; b) punt 5° wordt vervangen als volgt : 5° een uittreksel van het strafregister, bestemd voor een overheidsbestuur en afgeleverd sinds minder dan zes maanden op naam van de aanvrager en, voor de hotelbedrijven, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische campings en campings op de hoeve, van de persoon belast met het dagelijks bestuur van het toeristische logies en voor de vakantiedorpen, van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vertegenwoordigende instantie;"; 1° in punt 6°, worden de woorden ", de toeristische kampeerterreinen en de toeristische huizen " vervangen door de woorden " en de toeristische campings";d) in punt 7° worden de woorden "toeristische kampeerterreinen" vervangen door de woorden "toeristische campings" en het woord "kampeerterreinen" wordt vervangen door het woord "campings";a) punt 8° wordt vervangen als volgt : « 8° voor de campings op de hoeve, de vestigingsligging op het kadastraal plan, met inbegrip van het kadastraal nummer, een omschrijving van de uitrusting en de ligging ervan, waarbij beoordeeld kan worden dat de voorwaarden van de artikelen 250 en 252 nageleefd worden;»; f) in 10° worden de woorden "206.D, lid 3," vervangen door de woorden "206.D, tweede lid"; 3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : « Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan de aanvrager vrijstellen van het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde documenten voor zover ofwel hij over één of meerdere stukken of inlichtingen bedoeld in het eerste lid beschikt, ofwel hij daarover kan beschikken via een databank van authentieke gegevens of via een samenwerking met de bevoegde overheden.» Art. 41.In hetzelfde Wetboek worden de artikelen 208 tot 210 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 208.§ 1. Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen tien werkdagen na ontvangst ervan per gecertificeerde zending een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en informeert het hem over het de tijd waarover hij beschikt om bedoelde stukken over te maken en de gevolgen indien deze termijn niet nageleefd wordt. De ontbrekende stukken worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme per gecertificeerde zending. Binnen tien werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Indien het toekennen van een afwijking bedoeld in artikel 222. D, § 2, op eigen initiatief gebeurt of indien de aanvrager in zijn vergunningsaanvraag een afwijking als bedoeld in artikel 206.D, tweede lid, heeft aangevraagd, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag voor advies aan de voorzitter van het technische comité bevoegd volgens het betrokken toeristische logies, hierna genoemd het "bevoegd technisch comité", en tezelfdertijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst, waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Het bevoegd technisch comité brengt, in voorkomend geval, een met redenen omkleed advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de aanvrager, binnen vijfenveertig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter wordt overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan. Art. 209.§ 1. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de vergunningsaanvraag en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Die termijn wordt op vier maanden gebracht in de veronderstelling bedoeld in artikel 208, § 2, eerste lid. De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt per gecertificeerde zending aan de aanvrager betekend. Tegelijk wordt ze aan de burgemeester van de gemeente waar het toeristische logies gevestigd is, gericht. Op elke vergadering van het bevoegd technisch comité geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht van de beslissingen tot toekenning dan wel weigering van vergunningen. § 2. De in § 1, eerste of tweede lid, bedoelde termijn kan slechts eenmalig worden verlengd voor maximum twee maanden. De verlenging en de duur ervan worden behoorlijk met redenen omkleed. Van de verlenging wordt aan de aanvrager kennis gegeven per gecertificeerde zending. Het gebrek aan kennisgeving van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan de aanvrager binnen de in § 1, eerste of tweede lid, bedoelde termijn of, in voorkomend geval, binnen de bijkomende termijn na verlenging, staat gelijk met een beslissing tot toekenning van de vergunning. Art. 210.§ 1. In afwijking van artikel 207 bestaat de vergunningsaanvraag, indien de uitbating overgen …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.