📄 Wettekst
30 MEI 2021. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 april 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 1 april 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 30 mei 2021.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 april 2019 Invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 16 mei 2019 onder het nummer 151586/CO/102.06) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeid(st)ers van de grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, de witzandexploitaties uitgezonderd die behoren tot het PSC 102.06.
De begrippen "arbeider", "hij", "zijn",... verwijzen naar arbeiders en arbeidsters. HOOFDSTUK II. - Begrippen en definities Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : 2.1. WAP De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
16/11/2010
numac
2010000643
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. 2.2. Paritair comité Het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, de witzandexploitaties uitgezonderd of ook PSC 102.06. 2.3. De CAO van 20 juni 2014 De collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (overeenkomst geregistreerd op 19 augustus 2014 onder het nummer 123032/CO/102.06), evenals de bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. 2.4. De CAO van 3 juli 2013 De collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2013 betreffende de arbeidsvoorwaarden (overeenkomst geregistreerd op 13 september 2013 onder het nummer 116942/CO/102.06) voor de periode van 1 januari 2013 tot 31 december 2014. HOOFDSTUK III. - Voorwerp en doelstelling Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als enig voorwerp het sectoraal aanvullend pensioenstelsel voor de arbeid(st)ers van het paritair comité, dat met ingang van 1 juli 2014 werd ingevoerd in uitvoering van het artikel 22 van de CAO van 3 juli 2013, aan te passen aan de diverse wijzigingen die werden doorgevoerd in de WAP. Meer specifiek wordt deze collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in uitvoering van de volgende bepalingen die de WAP hebben gewijzigd : 1) De
wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
19/06/2014
numac
2014022239
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
30/07/2014
numac
2014022417
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet houdende diverse bepalingen inzake het milieu
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
13/11/2015
numac
2015000644
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 19 juni 2014);2) De
wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
24/12/2015
numac
2015022578
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
14/06/2016
numac
2016000360
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling
sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen (Belgisch Staatsblad van 24 december 2015);3)
Wet van 27 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
05/07/2018
numac
2018040247
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
15/04/2019
numac
2019030313
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten. - Duitse vertaling
sluiten inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten (Belgisch Staatsblad van 5 juli 2018). Art. 4.Het doel van dit sectoraal aanvullend pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan : - aan de aangeslotene zelf, een kapitaal bij pensionering; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement.
Het als bijlage opgenomen pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 5.Van de mogelijkheid voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren via een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting out''), wordt geen gebruik gemaakt door het paritair comité. HOOFDSTUK IV. - Inrichter Art. 6.De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel is het "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven" (hierna het fonds), Mgr.
Broekxplein 6, 3500 Hasselt. HOOFDSTUK V. - Pensioeninstelling en toezichtscomité Art. 7.Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, toegelaten onder codenummer 0346, met als zetel Stoofstraat 12, 1000 Brussel.
Aangezien de pensioeninstelling niet op paritaire wijze wordt beheerd, zal in overeenstemming met artikel 41, § 2 van de WAP, een toezichtscomité worden opgericht. HOOFDSTUK VI. - Pensioenbijdrage Art. 8.De pensioenbijdrage omvat geen verzekeringstaks wegens het specifieke statuut van fonds voor bestaanszekerheid van de inrichter.
De pensioenbijdrage omvat evenmin de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen die op het ogenblik van de sluiting van deze collectieve arbeidsovereenkomst 8,86 pct. bedraagt.
Bij het toekennen van de bijdrage wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene. a) Vanaf 2015 (tot herziening) De pensioenbijdrage, die een trimestriële bijdrage is, is verworven op het einde van elk trimester (31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december), voor zover de aangeslotene in het betreffende trimester niet uittreedt, overlijdt of pensioneert en in de DmfA- aangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71 of 72 voorkomt.Als er alleen een verbrekingsvergoeding (looncode 3) aangegeven wordt, in combinatie met prestatiecode 1, is de pensioenbijdrage niet verschuldigd.
Speciale regeling voor 2014 Aangezien het pensioenstelsel in werking treedt op 1 juli 2014, is op 30 september 2014 niet alleen de pensioenbijdrage verworven voor het derde trimester 2014 maar eveneens deze voor het eerste en tweede trimester 2014 en dit voor zover in de DmfA- aangifte van het (de) betreffende trimester(s) ten minste één dag onder de hiervoor vermelde prestatiecodes voorkomt.
De pensioenbijdrage wordt vastgesteld op 62,50 EUR per trimester.
De pensioenbijdrage, verhoogd met de sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen, is ten laste van de inrichter en wordt geput uit de reserves van het fonds. Het fonds regelt de RSZ-bijdrage van 8,86 pct. aan de RSZ, telkens er pensioenbijdragen worden overgemaakt aan de pensioeninstelling en dit conform de instructies van de RSZ en de wetgeving ter zake. Indien nodig zal het fonds de nodige schikkingen rond de inning via de RSZ van de pensioenbijdragen bij de werkgever treffen. b) Inhaalbijdrage bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel toegekend voor het jaar 2013 Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 1 juli 2014 wordt aan de arbeid(st)ers die op dat ogenblik aansluiten, een inhaalbijdrage voor het kalenderjaar 2013 toegekend, voor zover zij aan de hierna vermelde voorwaarde voldoen : in 2013 als arbeid(st)ers verbonden zijn met een werkgever die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst valt. De inhaalbijdrage bedraagt 125 EUR. HOOFDSTUK VII. - Groepsverzekering Art. 9.Het aanvullend sectoraal pensioenstelsel wordt uitgevoerd via een groepsverzekering die door de inrichter wordt onderschreven.
De bijdragen worden toegewezen aan een groepsverzekering tak 21 van het type kapitalisatie.
De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen. HOOFDSTUK VIII. - Procedure van uittreding Art. 10.De aangeslotene wordt beschouwd als "uitgetreden" wanneer de inrichter of de aangeslotene de pensioeninstelling schriftelijk op de hoogte brengen van de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en zijn tewerkstelling in de sector.
Vanaf het ogenblik dat de aangeslotene beschouwd wordt als "uitgetreden", is artikel 31, § 1, eerste, tweede en derde punt en artikel 31, § 2 van de WAP van toepassing. HOOFDSTUK IX. - Nietigheid Art. 11.De nietigheid van één of meer artikelen of van gedeelten van artikelen van deze collectieve arbeidsovereenkomst leidt niet tot de nietigheid van de volledige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK X. - Opheffing Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt integraal de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2014 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (overeenkomst geregistreerd op 19 augustus 2014 onder het nummer 123032/CO/102.06), evenals de bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK XI. - Geldigheidsduur Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2019.
De aanpassingen in het bijgevoegde pensioenreglement overeenkomstig de
wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
19/06/2014
numac
2014022239
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
30/07/2014
numac
2014022417
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet houdende diverse bepalingen inzake het milieu
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
13/11/2015
numac
2015000644
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten houdende diverse bepalingen zijn reeds van toepassing sinds 30 juni 2017.
De aanpassingen in het bijgevoegde pensioenreglement overeenkomstig de wet 18 december 2015 tot waarborging van de duurzaamheid zijn reeds van toepassing vanaf 1 januari 2016.
De aanpassingen in het bijgevoegde pensioenreglement aan de
wet van 27 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
05/07/2018
numac
2018040247
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
15/04/2019
numac
2019030313
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten. - Duitse vertaling
sluiten inzake de omzetting van de richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de vergroting van de mobiliteit van de werknemers en de verbetering van de verwering en het behoud van aanvullende pensioenrechten zijn van toepassing vanaf 1 januari 2019. Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan door elk van de partijen worden beëindigd, mits een opzegging van zes maanden wordt betekend per aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het paritair comité.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 mei 2021.
De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 april 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel F-Benefit Algemene bepalingen - release 2018 Begrippenlijst Groepsverzekering (hoofdverzekering) Overeenkomst of geheel van levensverzekeringsovereenkomsten gesloten bij een pensioeninstelling door een inrichter in uitvoering van een collectieve pensioentoezegging ten voordele van het geheel of een deel van zijn personeel en/of zijn leiders.
Inrichter (verzekeringsnemer) - De werkgever die een toezegging doet (ondernemingspensioenstelsels); - De rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, die een pensioenstelsel invoert (sectorale pensioenstelsels).
Aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van het personeel waaraan de inrichter een toezegging doet en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement voldoet ("actieve aangeslotene") alsook de gewezen aangeslotene (slaper) die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het reglement.
Waar nodig wordt in de voorliggende bepalingen de precisering "gewezen aangeslotene" (slaper) respectievelijk "actieve aangeslotene" gebruikt.
Overdrager De werknemer die zijn pensioenreserves overdraagt naar de onthaalstructuur.
Wettelijk samenwonende partner Een aangeslotene wordt als samenwonend beschouwd indien hij of zij samenwoont krachtens de
wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten tot invoering van de wettelijke samenwoning of krachtens een gelijkaardige buitenlandse regeling.
Begunstigde Persoon in wiens voordeel de verzekeringsprestatie bedongen is.
De prestaties bij leven zijn bedongen in het voordeel van de "aangeslotene".
Bij vooroverlijden van de aangeslotene komen de prestaties bij overlijden aan de "begunstigde" toe.
Aanvaardende begunstigde De begunstigde wordt aangeduid met aanvaardende begunstigde wanneer hij uitdrukkelijk de begunstiging aanvaardt en dit als dusdanig schriftelijk aan de pensioeninstelling meedeelt.
De aanvaarding wordt opgenomen in een bijvoegsel bij de overeenkomsten van de aangeslotene/overdrager dat de handtekeningen van de inrichter, de begunstigde, de aangeslotene/overdrager en de pensioeninstelling draagt.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de handtekening van de inrichter niet nodig op het bijvoegsel van aanvaarding van de begunstiging.
Wanneer de aangeslotene/overdrager een andere begunstigde wil aanduiden, zijn overeenkomsten wil gebruiken in het kader van vastgoedverrichtingen, zijn overeenkomsten getransfereerd worden naar een andere pensioeninstelling in het kader van de afkoop van de groepsverzekering door de inrichter, bij uittreding zijn verworven reserves wil transfereren of zijn overeenkomsten - voor zover de wetgeving ter zake dit toelaat - wil afkopen, is voorafgaandelijk het schriftelijk akkoord van de aanvaardende begunstigde nodig.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de toestemming van de aanvaardende begunstigde eveneens vereist bij elke wijziging die een vermindering van het overlijdenskapitaal impliceert.
Pensioeninstelling Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel, pensioeninstelling toegelaten onder codenummer 0346; RPR Brussel btw BE 0408.183.324; Financiële rekening BIC : BBRUBEBB IBAN : BE64 3100 7685 9452.
Bijdrage of premie Bedrag(en) betaalbaar door de inrichter of de aangeslotene als tegenwaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling.
Werkgeversbijdrage Premie die de werkgever besteedt aan de groepsverzekering.
Werkgeversbijdrage overeenkomst Contractuele bepalingen die, voor een aangeslotene, het deel van de groepsverzekering regelen dat door de werkgeversbijdragen gefinancierd wordt die niet in het financieringsfonds zijn gestort.
Persoonlijke bijdrage Premie die overeenstemt met de verplichte stortingen van de aangeslotene voor de groepsverzekering. De persoonlijke bijdragen worden op het nettoloon ingehouden.
Persoonlijke bijdrageovereenkomst Contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat gefinancierd wordt door zijn verplichte stortingen.
Toezegging van het type "vaste bijdragen" De verbintenis tot het betalen van vooraf bepaalde bijdragen in een groepsverzekering.
Uittreding 1) Beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de inrichter anders dan door overlijden of pensionering (ondernemingspensioenstelsels);2) De overgang van de aangeslotene in het kader van een overgang van (een deel van) de onderneming of (een deel van) de vestiging als gevolg van een conventionele overdracht of fusie waarbij de collectieve pensioentoezegging van de aangeslotene niet wordt overgedragen (ondernemingspensioenstelsels);3) De beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering, voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever (sectorale pensioenstelsels);4) De beëindiging van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, in geval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het pensioenstelsel heeft ingevoerd (sectoraal pensioenstelsel). De invulling van dit begrip kan wijzigen in de tijd. Telkens wordt dezelfde invulling aan dit begrip gegeven als de vigerende wetgeving ter zake vooropstelt.
Bijzondere bepaling multi-inrichterspensioenstelsel (MIP) Wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die deelneemt aan hetzelfde multi-inrichterspensioenstelsel als dat van de vorige werkgever en er geen uittredingsovereenkomst bestaat die de overname van de rechten en plichten tussen de deelnemende werkgevers (werkgever die verlaten wordt, respectievelijk nieuwe werkgever met wie een arbeidsovereenkomst gesloten wordt), regelt.
Uittreding light Einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering.
Verworven prestatie (op een bepaald ogenblik) in een groepsverzekering Prestatie waarop de aangeslotene recht heeft op de eindleeftijd wanneer de aangeslotene uittreedt bij de inrichter of wanneer hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden (uittreding light).
Verworven reserves (op een bepaald ogenblik) Pensioenreserves waarvoor de rechten van de inrichter worden overgedragen naar de aangeslotene op de datum waarop hij uittreedt of op de datum waarop hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden (uittreding light), waarbij die reserve op dat ogenblik wordt berekend.
Afkoop van een overeenkomst Opzegging van de overeenkomst door de inrichter/de aangeslotene/de overdrager.
Theoretische afkoopwaarde Met "theoretische afkoopwaarde" is bedoeld : de "pensioenreserve" of "reserve leven", in voorkomend geval verminderd met de risicopremie die de risicowaarborg overlijden financiert, waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd.
Afkoopwaarde op een bepaald ogenblik Door de pensioeninstelling te storten prestatie in geval van afkoop van de overeenkomst.
Premievrijmaking of reductie van een overeenkomst Stopzetting van de betaling van de premies. Wanneer een vastgesteld kapitaal overlijden voorzien werd en voor zover er geen sprake is van uittreding/uittreding light, wordt dit verder gefinancierd door de onttrekking van de risicopremie op het einde van elke maand uit de reserve leven.
Voorafbestaande aandoening Een lichamelijk letsel en/of aantasting van de gezondheid in hoofde van de aangeslotene ontstaan vóór het sluiten van de overeenkomst, voor een niet vooraf overeengekomen verhoging (voor wat betreft die verhoging), respectievelijk voor de weder inwerkingstelling van de verzekerde prestatie.
Vastgesteld(e) kapitaal overlijden of minimumkapitaal overlijden Kapitaal vermeld in de overeenkomst van de aangeslotene. Dit kapitaal omvat de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal.
Risicokapitaal overlijden Het risicokapitaal overlijden wordt gevormd door het verschil tussen het vastgestelde kapitaal overlijden en de som van de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal.
Risicopremie Premie nodig om het risicokapitaal overlijden te verzekeren.
Zij wordt berekend in functie van het tarief dat door de pensioeninstelling bij de autoriteit belast met de (prudentiële) controle is neergelegd, van het risicokapitaal en van de leeftijd van de aangeslotene.
Instapkosten Van elke bijdrage, zonder taks, worden instapkosten afgehouden. De instapkosten zijn vermeld in de bijzondere bepalingen.
Nettobijdrage Met "nettobijdrage" is de bijdrage, zonder taksen, van de inrichter of van de aangeslotene bedoeld waarop de instapkosten in mindering gebracht werden.
Pensioenreserve of reserve leven Bedrag samengesteld door de kapitalisatie van de nettobijdragen aan de technische rentevoet die op de valutadatum op de bankrekening van de pensioeninstelling in voege is.
De afhouding van de risicopremie overlijden gebeurt, in voorkomend geval, op het einde van elke kalendermaand zowel uit de reserve leven samengesteld met persoonlijke bijdragen als uit de reserve leven samengesteld met werkgeversbijdragen en dit in dezelfde verhouding als de verdeling van de bijdragen.
Verder gebeurt de afhouding van de risicopremie overlijden uit de verschillende reserveschijven met hun intrestgarantie en dit in verhouding tot hun aandeel in die reserve leven.
Pensioenleeftijd (eindleeftijd) (P, PP, PPP,...) De pensioenleeftijd is de leeftijd die in de bijzondere bepalingen doorgaans wordt vermeld als eindleeftijd (einddatum) en die gebruikt wordt bij de berekeningen van de prestaties overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in het pensioenreglement.
In voorkomend geval, de nieuwe eindleeftijd die volgt uit de toepassing van artikel 16 van de voorliggende bepalingen.
Dynamische pensioenleeftijd (eindleeftijd) in functie van het ogenblik van aansluiting : - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2019 is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 65 jaar bereikt; - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2025 is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 66 jaar bereikt; - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2030 is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 67 jaar bereikt.
Pensionering De effectieve ingang van het rustpensioen met betrekking tot de beroepsactiviteit als werknemer (omdat die activiteit aanleiding gaf tot de opbouw van het aanvullend pensioen).
Wettelijke pensioenleeftijd De pensioenleeftijd volgens de Belgische wetgeving die het wettelijk pensioenstelsel voor werknemers regelt.
Effectieve wettelijke pensioenleeftijd De pensioenleeftijd volgens de Belgische wetgeving waarop de aangeslotene met wettelijk pensioen kan gaan volgens het wettelijk pensioenstelsel voor werknemers (waarop de voorliggende pensioentoezegging van de inrichter een aanvulling vormt).
Voor de uitvoering van de pensioentoezegging wordt de effectieve wettelijke pensioenleeftijd in hoofde van de aangeslotene geacht bereikt te zijn de eerste dag van de maand die volgt op de hiervoor gedefinieerde effectieve wettelijke pensioenleeftijd.
WAP/Sociale wetgeving
Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
16/11/2010
numac
2010000643
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
Het KB Leven is - voor het onderdeel dat tot de bevoegdheid van de FSMA behoort - eveneens te beschouwen als sociale wetgeving.
Prudentiële wetgeving Wetgeving die het statuut van en het toezicht op de verzekeringsondernemingen regelt, alsook de uitvoeringsbesluiten in verband met die wetgeving.
Autoriteit belast met de (prudentiële) (sociale) controle De autoriteit die de prudentiële wetgeving controleert is de NBB. De autoriteit die de WAP/sociale wetgeving controleert is de FSMA. Algemeen Artikel 1.Doel en werkingsprincipes van de groepsverzekering a. Welk doel heeft de groepsverzekering ? De groepsverzekering beoogt, tegen betaling van de bijdragen (premiebudget) door de inrichter/aangeslotene, de uitkering aan de begunstigde(n) van de in het reglement bepaalde prestaties. De groepsverzekering garandeert geenszins de verbintenissen van de inrichter. b. Wanneer treedt de groepsverzekering in werking ? Wanneer treden de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten in werking ? Voor welke duur wordt de groepsverzekering afgesloten ? De groepsverzekering treedt in werking op de datum die door de partijen werd overeengekomen. De individuele aansluitingen gebeuren zoals bepaald is in het reglement.
De verbintenissen van de pensioeninstelling gaan evenwel slechts in nadat de eerste bijdragen, fractionering van de bijdragen of provisie betaald zijn/is en zij over alle noodzakelijke inlichtingen voor de berekening van de prestaties beschikt.
De groepsverzekering wordt voor onbepaalde duur gesloten. c. Zijn er medische formaliteiten ? De politiek van de pensioeninstelling met betrekking tot het aanvaarden van het overlijdensrisico legt medische formaliteiten op. Indien de pensioeninstelling in toepassing van haar aanvaardingscriteria een verhoogd risico vaststelt, kan zij de verzekering van de prestaties, de verhoging van de prestaties of het opnieuw in werking stellen van de overeenkomst weigeren of een bijpremie aanrekenen.
Bij het doorrollen van het vastgestelde kapitaal overlijden zoals voorzien in artikel 16 van de voorliggende bepalingen, wordt elke uitsluiting en elke verzwaring doorgerold.
Indien de pensioeninstelling een geneeskundig onderzoek vraagt, wordt dit onderzoek uitgevoerd op haar kosten.
De medische aanvaardingspolitiek kan steeds herzien worden en wordt op aanvraag aan de inrichter meegedeeld. d. Kan de groepsverzekering betwist worden ? Kunnen de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten betwist worden ? Bij het (on)opzettelijk verzwijgen of het (on)opzettelijk onjuist melden van gegevens, zijn de wettelijke bepalingen ter zake van toepassing. Wanneer de geboortedatum van de aangeslotene onjuist is opgegeven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd of verminderd overeenkomstig de geboortedatum die in acht had moeten genomen worden. e. Wanneer is er recht op afkoop door de inrichter ? Afkoop is slechts mogelijk wanneer de theoretische afkoopwaarde positief is.Bij afkoop moet in elk geval de sociale wetgeving ter zake in de relatie inrichter/aangeslotenen worden nageleefd. f. Kan de groepsverzekering opnieuw in werking gesteld worden ? De overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet (gereduceerde overeenkomst), kan opnieuw in werking gesteld worden.De termijn hiervoor bedraagt drie jaar. Een afgekochte overeenkomst kan niet opnieuw in werking gesteld worden.
Het opnieuw in werking stellen van het vastgestelde kapitaal overlijden is onderworpen aan de op dat ogenblik geldende medische acceptatiepolitiek van de pensioeninstelling. De kosten van eventuele geneeskundige onderzoeken zijn volledig ten laste van de pensioeninstelling.
Het opnieuw in werking stellen gaat in op de datum die door de pensioeninstelling aan de inrichter wordt meegedeeld en ten vroegste op de dag van de ontvangst door de pensioeninstelling van de premiebetaling die gepaard gaat met het opnieuw in werking stellen. Art. 2.Tarieven De tarieven die de pensioeninstelling gebruikt om de verzekerde prestaties te bepalen, resulteren uit de technische grondslagen en methodes die door haar bij de autoriteit belast met de (prudentiële) controle zijn neergelegd.
De nettobijdragen worden vanaf de valutadatum tot de (eerste) eindleeftijd opgerent aan de technische rentevoet die op dat ogenblik in voege is.
Bij verlenging naar een nieuwe eindleeftijd, gebeurt de oprenting van de uitstaande reserves tot aan de nieuwe eindleeftijd aan de technische rentevoet die op het ogenblik waarop de verlenging ingaat, in voege is.
Via een publieke aankondiging op de website van de pensioeninstelling, wordt de inrichter/elke belanghebbende over de wijziging van de technische rentevoet van F-Benefit geïnformeerd. Art. 3.Winstdeelname Deze groepsverzekering neemt kosteloos deel in de winst gemaakt in de categorie van de groepsverzekeringen volgens de regels bepaald door de pensioeninstelling en overgemaakt aan de autoriteit belast met de (prudentiële/sociale) controle. Art. 4.Het financieringsfonds Het financieringsfonds bevat reserves die geen betrekking hebben op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten van de aangeslotenen en vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Doel van het fonds Het financieringsfonds heeft als doel : - wanneer de inrichter hierom verzoekt, bij te dragen in de toekomstige financiering van de werkgeversbijdrageovereenkomsten. Hiertoe wordt een financieringsplan uitgewerkt door de pensioeninstelling en de inrichter; - in het bijzonder voor zover er persoonlijke bijdragen zijn, voor alle actieve aangeslotenen en voor de aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, op elk ogenblik, de som van de positieve verschillen te dekken tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie voor de werknemersbijdragen en de bedragen op de individuele rekeningen (werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomst) als bedoeld in het KB Leven; - in het algemeen, voor alle actieve aangeslotenen en voor de aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, in een voorfinanciering te voorzien die beoogt de som van de positieve verschillen te dekken tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie en de bedragen die zich op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten bevinden. Met dit doel wordt, bij gelegenheid van de jaarlijkse oppuntstelling, een financieringstabel met het bijhorende borderel om de eventuele tekorten voor te financieren, aan de inrichter overgemaakt; - het verschil aan werkgeversbijdragen te financieren wanneer de gestorte werkgeversbijdrage lager is dan deze die krachtens het reglement moet worden toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 2. Werkingsmiddelen van het fonds De werkingsmiddelen van het financieringsfonds zijn de volgende : - de niet-vereffende prestaties bij overlijden wegens ontstentenis van begunstigde; - de pensioenreserve van de werkgeversbijdrageovereenkomst waarover de aangeslotene niet mag beschikken; - de werkgeversbijdragen die gestort worden in het kader van het hiervoor vermelde financieringsplan; - de stortingen van de inrichter bedoeld om de hierboven vermelde som van de positieve verschillen tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie en de financiering op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten te voorzien. 3. Beheer van het fonds Het financieringsfonds wordt beheerd door de pensioeninstelling. Tenzij anders wordt overeengekomen geniet het financieringsfonds een intrest gelijk aan de meest recente technische rentevoet die deel uitmaakt van het tarief groepsverzekeringen tak 21 van het type universal life, vermeerderd met de winstdeelnamevoet die wordt toegekend op de reserves van de prestaties leven in de categorie van de groepsverzekeringen van het type universal life. 4. Vereffening van het fonds In geval : - van opheffing van de pensioentoezegging; - van vereffening, faillissement van de inrichter of van analoge procedures waardoor de inrichter verdwijnt zonder dat een derde zijn verplichtingen overneemt; - de aangeslotenen ontslagen worden als bedoeld in de wetgeving op de sluiting van ondernemingen, ondernemingen in moeilijkheden of ondernemingen die uitzonderlijke ongunstige omstandigheden kennen of analoge wetgeving, worden de activa van het financieringsfonds die niet overeenstemmen met verplichtingen van de inrichter, geheel of gedeeltelijk overgedragen naar het maatschappelijk fonds van de werkgever tenzij bij collectieve arbeidsovereenkomst (respectievelijk wijziging van het arbeidsreglement indien er op het niveau van de werkgever geen sociale overlegorganen voorkomen) andere toekenningsmodaliteiten werden vastgesteld.
Dit houdt in dat het over te dragen bedrag hoogstens gelijk is aan het bedrag van de activa die de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot de in het licht van de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie, overschrijden.
Wanneer de overdracht slechts betrekking heeft op een deel van de aangeslotenen, dan wordt het over te dragen bedrag beperkt naar verhouding van de verworven reserves van de betrokken aangeslotenen die in voorkomend geval verhoogd worden tot de in het licht van de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie. Art. 5.Het vastgestelde kapitaal overlijden Op geen enkel ogenblik kan het vastgestelde kapitaaloverlijden tot gevolg hebben dat de reserve leven negatief wordt.
Bij het onderschrijven van het vastgestelde kapitaal overlijden en bij elke latere wijziging ervan, wordt de hoogte van dit kapitaal getoetst aan het premiebudget, gedefinieerd in de bijzondere bepalingen.
Wanneer het vastgestelde kapitaal overlijden groter zou blijken dan 50 keer het premiebudget, wordt het beperkt tot laatstbedoeld bedrag.
Indien de bijdragen, welke de oorzaak ook is, niet meer betaald worden, zal het vastgestelde kapitaal overlijden - voor zover de bepalingen van het reglement geen afwijking vermelden - verder gefinancierd worden op het laatst gekende niveau. Hiertoe wordt de risicopremie van de reserve leven afgehouden.
Wanneer het vastgestelde kapitaal overlijden niet meer voorzien kan worden omdat de reserve leven onvoldoende is om de risicopremie te financieren, komt er automatisch een einde aan het vastgestelde kapitaal overlijden.
De pensioeninstelling brengt de inrichter hiervan op de hoogte. De verwittiging gebeurt met een (elektronische) aangetekende brief die minstens drie maanden vóór het wegvallen van het vastgestelde kapitaaloverlijden wordt verstuurd. De inrichter is gehouden om de aangeslotene onmiddellijk van voormelde situatie op de hoogte te brengen.
Voorafgaande bepalingen hebben uitwerking voor zover en in de mate de waarborg premievrijstelling niet werd onderschreven of in de mate deze waarborg niet van toepassing is.
Bij uittreding/uittreding light komt er een einde aan het vastgestelde kapitaal overlijden en wordt de prestatie bij overlijden bijgevolg teruggebracht tot de uitbetaling van de reserve leven en de eventuele winstdeelname leven. Art. 6.Jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen De werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten worden op de jaarlijkse aanpassingsdatum aangepast conform de bijzondere bepalingen.
De schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst of de hervatting van de activiteit door de aangeslotene geven aanleiding tot stopzetting/herneming van de bijdragebetaling vanaf de eerste dag van de maand die samenvalt met of die volgt op de stopzetting, respectievelijk de eerste dag van de maand waarin de activiteit wordt hervat. De eventuele aanpassing van de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst gebeurt conform de stopzetting/herneming.
Bij gedeeltelijke hervatting van de activiteit na een schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst worden, wanneer verwezen wordt naar een referteloon of een nominaal bedrag, de voorheen geldende gegevens - of de aangepaste gegevens indien de eerste dag van de maand samenvalt met of volgt op de jaarlijkse aanpassingsdatum - vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller de nieuwe en de noemer de oude tewerkstellingsgraad weergeeft.
Bij schorsing zonder loonuitkering van de arbeidsovereenkomst, welke ook de oorzaak is, wordt het vastgestelde kapitaal overlijden behouden op het laatst gekende niveau en verder gefinancierd vanuit de reserve leven.
Op het vlak van de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen draagt de inrichter de volle verantwoordelijkheid voor de laattijdige mededeling van de nodige gegevens aan de pensioeninstelling en de laattijdige aanpassing van de overeenkomsten van de aangeslotenen die hieruit kan voortvloeien.
Wanneer op de aanpassingsdatum de refertegegevens ontbreken, gebeurt de aanpassing op basis van de meest recente gegevens die voorhanden zijn.
Indien de bijzondere bepalingen niets specificeren, zijn de bijdragen vooraf betaalbaar. Er gebeurt geen (gedeeltelijke) terugstorting van vooraf betaalde bijdragen die bij uittreding/uittreding light vervallen zijn.
Betaling van de bijdragen Art. 7.Betalingswijze van de bijdragen De werkgeversbijdragen en de persoonlijke bijdragen worden tegen elke vervaldag door de inrichter overgemaakt aan de pensioeninstelling op basis van het borderel dat de pensioeninstelling de inrichter toestuurt.
Indien de aansluitingsdatum of de datum van hervatting van de betaling van de bijdragen na schorsing ervan gelegen is tussen twee premievervaldagen, is er tot de eerstvolgende premievervaldag slechts een pro rata temporis-bijdrage verschuldigd.
Bij een tussentijdse verhoging van de bijdragen wordt de bijdrageverhoging eveneens pro rata temporis berekend tot de eerstvolgende premievervaldag.
De inrichter houdt de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen en/of de bijpremies die door de aangeslotenen moeten gedragen worden in op hun loon en stort ze aan de pensioeninstelling.
In voorkomend geval worden de persoonlijke bijdragen door de inrichter voorgeschoten en teruggevorderd door ze in gelijke delen op het maandelijkse loon van de aangeslotene af te houden.
De jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten wordt samen met de bijdragen gestort. Het bedrag ervan wordt vermeld op het borderel.
Ongeacht de periodiciteit van de bijdragebetaling is de betaling van de bijdragen niet verplicht. Art. 8.Niet-betaling van de bijdragen door de inrichter Wanneer de bijdragen niet betaald worden, stuurt de pensioeninstelling een herinnering aan de inrichter.
Wanneer de bijdragen binnen de 60 dagen te rekenen vanaf de vervaldatum nog steeds niet of niet volledig betaald zijn, stuurt de pensioeninstelling een (elektronische) aangetekende brief naar de inrichter waarin hij op de gevolgen van de niet-betaling wordt gewezen. Indien de pensioeninstelling binnen de 15 dagen na de afgifte op de post van deze aangetekende brief (of het bewijs dat conform de Digital Act gegenereerd werd) geen betaling ontvangt, stuurt zij een bijvoegsel aan het reglement naar de inrichter dat de niet-betaling van de bijdragen (premievrijmaking) van de groepsverzekering op de vervaldatum van de eerste onbetaalde bijdragen noteert.
Verder verwittigt de pensioeninstelling de aangeslotenen zodat zij binnen de drie maanden na de eerste onbetaalde vervaldatum van de niet-betaling op de hoogte zijn.
Wanneer de inrichter los van of tijdens de voormelde procedure een schriftelijke kennisgeving van stopzetting van de premiebetaling aan de pensioeninstelling heeft gericht, dan stuurt de pensioeninstelling het hiervoor bedoelde bijvoegsel onmiddellijk aan de inrichter op.
De inrichter verbindt zich ertoe spontaan en onmiddellijk een kopie van bedoeld bijvoegsel aan de aangeslotenen te bezorgen.
Bij niet-betaling van de bijdragen, wordt het vastgestelde kapitaal overlijden behouden op het laatst gekende niveau en verder gefinancierd vanuit de reserve leven.
De premievrije werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomsten blijven onderworpen aan het reglement en de pensioenreserve deelt verder in de winst in de categorie van de groepsverzekeringen.
Dezelfde procedure als hiervoor vermeld wordt gevolgd wanneer de inrichter het financieringsfonds niet aansterkt met de (voor)financiering van de in de sociale wetgeving voorziene wettelijke rendementsgarantie zoals voorzien in artikel 4, punt 1. van de voorliggende bepalingen.
Opzegging van de groepsverzekering en aanverwante bepalingen Art. 9.Opheffing of wijziging van de pensioentoezegging De inrichter kan de pensioentoezegging opheffen of wijzigen mits de naleving van de voorschriften van de WAP en van eventuele andere wettelijke bepalingen die van toepassing zouden zijn. Wat de bedoelde voorschriften betreft, veronderstelt de pensioeninstelling dat zij werden vervuld in de verhouding tussen de inrichter en de aangeslotenen.
In geen geval mag er bij wijziging of opheffing van een pensioentoezegging een inbreuk gebeuren op de verworvenheid van de rechten opgebouwd met de tot het tijdstip van de wijziging of de opheffing reeds betaalde of vervallen bijdragen.
Bij opheffing van de pensioentoezegging komt er een einde aan het vastgestelde kapitaal overlijden.
Hoewel de groepsverzekering voor onbepaalde duur werd onderschreven, heeft de opheffing van de pensioentoezegging de opzegging van de groepsverzekering als gevolg.
De werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten worden premievrij gemaakt op de vervaldatum van de eerste onbetaalde bijdrage.
In voorkomend geval komt het financieringsfonds en/of de inrichter voor iedere aangeslotene tussen in de verhouding van het verschil tussen zijn verworven reserves die in voorkomend geval verhoogd worden tot de gewaarborgde bedragen in toepassing van de WAP en zijn wiskundige reserves en dit tot de som, voor alle aangeslotenen, van die verschillen.
De pensioeninstelling maakt een bijvoegsel op aan het reglement dat de opzegging en de premievrijmaking van de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten noteert. De inrichter verbindt zich ertoe spontaan en onmiddellijk een kopie van dit bijvoegsel aan de aangeslotenen te bezorgen zodat zij ten laatste drie maanden na de vervaldatum van de eerste onbetaalde bijdrage van de opzegging op de hoogte zijn.
De premievrije werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomsten blijven onderworpen aan het reglement en delen verder in de winst in de categorie van de groepsverzekeringen. Art. 10.Verandering van pensioeninstelling De groepsverzekering kan door de inrichter worden opgezegd met de bedoeling van pensioeninstelling te veranderen.
De opzegging gebeurt met een gedateerde en ondertekende brief die door de inrichter aan de pensioeninstelling wordt gestuurd. De opzegging gaat in op de verjaardatum van het reglement die volgt op de ontvangst door de pensioeninstelling van de opzegbrief, tenzij de partijen anders overeenkomen.
Voorafgaandelijk aan de verandering van pensioeninstelling moet de inrichter de autoriteit belast met de (sociale) controle hierover inlichten. Hij moet eveneens het individuele akkoord van de aangeslotenen met de verandering vragen. Wanneer de procedures van de WAP en van eventuele andere toepasselijke wetgeving werden nageleefd, vervangen zij het individuele akkoord van de aangeslotenen.
De werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten worden premievrij gemaakt op de vervaldatum van de eerste onbetaalde bijdrage. Op dat ogenblik komt er ook een einde aan het vastgestelde kapitaal overlijden.
De pensioeninstelling maakt een bijvoegsel op aan het reglement dat de opzegging van de groepsverzekering, het wegvallen van de risicowaarborg overlijden en de premievrijmaking van de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten noteert.
De inrichter verbindt zich ertoe spontaan en onmiddellijk een kopie van dit bijvoegsel aan de aangeslotenen te bezorgen zodat zij ten laatste drie maanden na de vervaldatum van de eerste onbetaalde bijdrage van de opzegging op de hoogte zijn.
De premievrije werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomsien blijven onderworpen aan het reglement en delen verder in de winst zoals de andere groepsverzekeringen. Art. 11.Afkoop door de inrichter en overdracht van de theoretische afkoopwaarden naar een andere pensioeninstelling De groepsverzekering kan door de inrichter worden afgekocht met de bedoeling de theoretische afkoopwaarden over te dragen naar een in België toegelaten pensioeninstelling of een in België toegelaten pensioenfonds of naar een pensioeninstelling die gemachtigd is via een bijkantoor of via vrije dienstverrichting werkzaam te zijn in België of naar een pensioenfonds dat gemachtigd is om zijn activiteit in België uit te oefenen.
De aanvraag tot afkoop gebeurt met een gedateerde en ondertekende (elektronische) aangetekende brief die door de inrichter aan de pensioeninstelling wordt gestuurd. De afkoop gaat in op de verjaardatum van het reglement die volgt op de ontvangst door de pensioeninstelling van de brief (het ontvangstbewijs dat conform de Digital Act gegenereerd wordt), tenzij de partijen anders overeenkomen. Op dat ogenblik komt er eveneens een einde aan het vastgestelde kapitaal overlijden.
Voorafgaandelijk aan de verandering van pensioeninstelling en de daarmee gepaard gaande overdracht, moet de inrichter de autoriteit belast met de (sociale) controle hierover inlichten.
Hij moet eveneens het individuele akkoord van elke aangeslotene met de verandering en overdracht vragen. Wanneer de procedures van de WAP en van eventuele andere toepasselijke wetgeving werden nageleefd, vervangen zij het individuele akkoord van de aangeslotenen.
De autoriteit belast met de (sociale) controle kan zich tegen de overdracht verzetten als het evenwicht van de pensioeninstelling door de overdracht wordt bedreigd.
Bij overdracht mag geen enkele vergoeding of geen enkel verlies van winstdelingen ten laste van de aangeslotenen worden gelegd of van de verworven reserves worden afgetrokken op het ogenblik van de overdracht.
De inrichter is gehouden om voorafgaandelijk aan de overdracht de vergoeding als bedoeld in het hierna vermelde punt 1. of het punt 2. aan de pensioeninstelling over te maken. Afhankelijk van de over te dragen som zal de pensioeninstelling de overdracht gespreid uitvoeren.
Het financieringsfonds vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Afkoopvergoeding Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden kleiner of gelijk is aan 1 250 000 (*) EUR, is een afkoopvergoeding verschuldigd die per aangeslotene minimum 1 pct.van de theoretische afkoopwaarden van zijn overeenkomsten vermenigvuldigd met de nog te lopen duur, uitgedrukt in jaren, tot de eindleeftijd en maximum 5 pct. van deze theoretische afkoopwaarden bedraagt. Indien de aldus vastgestelde vergoeding lager is dan 75 (*) EUR per werkgeversbijdrage- en per persoonlijke bijdrageovereenkomst, dan is dit laatste bedrag verschuldigd. De vergoeding voor het financieringsfonds bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde met een minimum van 75 (*) EUR. 2. Vereffeningsvergoeding en gespreide overdracht Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden groter is dan 1 250 000 (*) EUR is een vereffeningsvergoeding verschuldigd die bepaald wordt rekening houdend met : - de samenstelling van de dekkingswaarden van de wiskundige provisies van de pensioeninstelling; - de evolutie van de wiskundige reserves met betrekking tot de groepsverzekering die wordt afgekocht; - per categorie van dekkingswaarden, het verschil tussen het marktrendement en het rendement van die waarden op het ogenblik van de overdracht; - per categorie van dekkingswaarden, de beleggingsduur van die waarden.
Eveneens wordt de volgende wachttijd tussen de kennisneming door de pensioeninstelling van de aanvraag tot overdracht en de daadwerkelijke overdracht vastgesteld : * 0 maanden tot een bedrag van 1 250 000 (*) EUR; * 6 maanden voor het gedeelte tussen 1 250 000 (*) EUR en 2 500 000 (*) EUR; * 12 maanden voor het gedeelte boven 2 500 000 (*) EUR. De pensioeninstelling maakt een bijvoegsel op aan het reglement dat de afkoop van de groepsverzekering, inclusief het wegvallen van het vastgestelde kapitaal overlijden, en de overdracht noteert. De inrichter verbindt zich ertoe spontaan en onmiddellijk een kopie van dit bijvoegsel aan de aangeslotenen te bezorgen. (*) De in de punten 1. en 2. van dit artikel vermelde bedragen worden in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100) geïndexeerd. Het indexcijfer dat in aanmerking moet genomen worden is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de afkoop voorafgaat. Indien nieuwe wetgeving andere bedragen zou hanteren, worden de hiervoor vermelde bedragen van rechtswege aan de nieuwe wetgeving aangepast. Bij onduidelijkheid overweegt de toepassing in het voordeel van de inrichter. Art. 12.Wijzigingsbeding Hoewel de premiebetaling niet verplicht is in de verhouding tussen inrichter en de pensioeninstelling en onverminderd de toepassing van voorgaande bepalingen, is de éénzijdige afbouw van de pensioentoezegging met de daarmee samengaande aanpassing van de groepsverzekering slechts mogelijk indien één of meer van de hierna omschreven omstandigheden zich voordoen : - wanneer de fiscale wetgeving of de wetgeving op de sociale zekerheid waarop de pensioentoezegging een aanvulling vormt grondige wijzigingen zou ondergaan zodat de verplichtingen van de inrichter aanzienlijk verzwaren; - wanneer de handhaving van de pensioentoezegging in zijn ongewijzigde vorm omwille van bedrijfsinterne of -externe economische ontwikkelingen naar het gemotiveerd oordeel van de inrichter niet langer in overeenstemming zouden zijn met een gezonde bedrijfsvoering; - wanneer een reorganisatie, fusie, overdracht of analoge verrichting, het behoud van de pensioentoezegging in zijn huidige vorm, niet meer redelijk rechtvaardigt.
Deze wijziging mag echter niet als gevolg hebben dat de reeds verworven reserves van de aangeslotenen worden verminderd. Art. 13.Stopzetting van de activiteiten door de inrichter In geval van vereffening van de inrichter, van faillissement, van fusie of overname of van analoge procedures wordt, voor zover de verplichtingen van de inrichter niet zijn overgenomen door de nieuwe inrichter, de groepsverzekering van rechtswege beëindigd.
In voorkomend geval komt het financieringsfonds op de officiële stopzettingsdatum tussen in de aanzuivering van de verworven reserves of in voorkomend geval in de aanzuivering van de gewaarborgde bedragen in toepassing van de WAP. Indien er onvoldoende middelen in het fonds aanwezig zijn, gebeurt de aanzuivering in verhouding tot de wiskundige reserves van elke aangeslotene. Een overschot zal vereffend worden volgens artikel 4, punt 4. van de algemene bepalingen.
Op de officiële stopzettingsdatum worden de aangeslotenen titularis van de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten.
De procedure van artikel 15 (uittreding) treedt in werking.
Rechten van de aangeslotene Art. 14.Wettelijke rendementsgarantie - horizontale methode In toepassing van de WAP heeft de aangeslotene bij zijn uittreding, bij pensionering (*) of bij opheffing van de pensioentoezegging recht op de kapitalisatie van zijn persoonlijke bijdragen en van de bijdragen van de inrichter die in voorkomend geval vooraf verminderd worden met de kostprijs van het overlijdensrisico. Wat de bijdragen van de inrichter betreft, worden deze eveneens vooraf verminderd met de kosten die, in voorkomend geval, beperkt worden tot de in de WAP opgenomen maximale kosten. Bedoelde kapitalisatie gebeurt tegen de in WAP bepaalde rentevoet (of indexering), volgens de horizontale methode.
Met "horizontale methode" is bedoeld : dat wanneer WAP-rentevoet wijzigt, de oude rentevoet op de bijdragen verschuldigd tot het ogenblik van wijziging verder wordt toegepast en de nieuwe rentevoet op de nieuwe bijdragen verschuldigd vanaf de wijziging.
De kapitalisatie loopt tot de eerste van de gebeurtenissen bedoeld in het eerste lid (uittreding - pensionering (*) - opheffing van de pensioentoezegging) zich voordoet.
Wanneer de wettelijke rendementsgarantie niet gefinancierd is op het ogenblik waarop de WAP dit voorziet, is de inrichter gehouden het tekort aan te zuiveren.
Speciale bepaling rond uittreding light Bij uittreding light loopt de wettelijke rendementsgarantie door tot de eerste van de gebeurtenissen bedoeld in het eerste lid (uittreding - pensionering (*) - opheffing van de pensioentoezegging) zich voordoet. (*) Het recht op de kapitalisatie van de persoonlijke bijdragen en de bijdragen van de inrichter ontstaat eveneens bij uitbetaling zonder pensionering zoals voorzien in artikel 16 van de voorliggende bepalingen. Art. 15.Rechten bij uittreding Voorafgaandelijk Indien een vastgesteld kapitaal overlijden van toepassing is, valt dit kapitaal als gevolg van de uittreding/uittreding light weg. Verwezen wordt naar artikel 5, in fine.
Bij "uittreding" Bij uittreding kan de aangeslotene zijn verworven reserves, in voorkomend geval aangevuld tot het bedrag dat resulteert uit de wettelijke rendementsgarantie, één van de hierna volgende bestemmingen geven : 1. behouden bij de pensioeninstelling zonder wijziging van de pensioentoezegging.Deze keuze betekent dat, in voorkomend geval, het vastgestelde kapitaal overlijden bij uittreding onmiddellijk wegvalt; 2. overdragen naar de onthaalstructuur;3. overdragen naar de pensioeninstelling van de nieuwe inrichter voor zover hij bij de pensioentoezegging van die inrichter wordt aangesloten;4. overdragen naar een sociale pensioeninstelling die de kosten beperkt en de winsten verdeelt volgens regels vastgesteld door de Koning. Indien de aangeslotene geen keuze maakt binnen de termijn die is vastgesteld door de WAP (in principe eindigt bedoelde termijn ten laatste de 90ste dag volgend op de uittreding. De aangeslotene moet binnen de 30 dagen van de ontvangst van zijn u …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.