📄 Wettekst
24 JANUARI 2022. - Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport
Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn van toepassing op sportorganisaties, sportfederaties, de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeen schap en organisatoren die hun zetel hebben in het Duitse taalgebied, alsook op sporters, officials en andere personen in de zin van artikel 3, 53°, met inbegrip van de leden van leidinggevende organen, bestuurders, directeurs en aangewezen medewerkers alsook 'gedelegeerde derden' en hun medewerkers die ofwel aangesloten zijn bij die sportorganisaties, sportfederaties of de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap, ofwel op grond van hun woonplaats of hun aanwezigheid op het Duitse taalgebied binnen de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap vallen. Art. 2.De verwijzingen naar personen in dit decreet gelden voor alle geslachten. Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: 1° ADAMS (Anti-Doping Administration and Management System): een webgebaseerd beheersysteem in de vorm van een databank voor het invoeren, opslaan, delen en doorgeven van gegeven dat opgezet is om het WADA en zijn partners te helpen bij dopingbestrijdingsacties, met naleving van de wetgeving betreffende de bescherming van gegevens.Dit databankbeheersysteem werd ontwikkeld door het WADA om de wetgeving en de standaarden betreffende de bescherming van gegevens na te leven die gelden voor het WADA en voor andere organisaties die ADAMS gebruiken; 2° breedtesporter: elke sporter die geen elitesporter van nationaal of internationaal niveau is;3° diskwalificatie: één van de mogelijke gevolgen van een overtreding van de antidopingregels, zoals bepaald in 22°, a);4° antidopingactiviteiten: antidopingeducatie en -informatie, testdistributieplanning, het beheer van een geregistreerde doelgroep, het beheer van biologische paspoorten, het uitvoeren van testen, organiseren van de analyse van monsters, het verzamelen van informatie en het voeren van onderzoeken, het verwerken van TTN-aanvragen, het resultatenbeheer, het toezicht houden op en afdwingen van de naleving van de opgelegde voorschriften, en alle andere activiteiten die verband houden met antidoping die uitgevoerd moeten worden door of namens een antidopingorganisatie, als bepaald in de Code en/of de Internationale Standaarden;5° antidopingorganisatie: het WADA of elke ondertekenaar die verantwoordelijk is voor de aanneming van regels voor het creëren, uitvoeren of handhaven van een onderdeel van het dopingcontroleproces;6° gebruik: het op om het even welke wijze gebruiken, toedienen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of verboden methode;7° atypisch resultaat: een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium waarvoor krachtens de Internationale Standaard voor Laboratoria of de technische documenten verder onderzoek nodig is om uit te maken of er sprake is van een afwijkend analyseresultaat;8° atypisch paspoortresultaat: een rapport dat als een atypisch paspoortresultaat wordt beschreven in de toepasselijke Internationale Standaarden;9° buiten wedstrijdverband: niet binnen wedstrijdverband;10° gedelegeerde derde: elke persoon aan wie een antidopingorganisatie een aspect van de dopingcontrole of een aspect van het antidopingeducatieprogramma delegeert, met inbegrip van maar niet beperkt tot derden of andere antidopingorganisaties die monsters nemen, andere diensten in het kader van de dopingcontrole verrichten of antidopingeducatieprogramma's voor de antidopingorganisatie uitvoeren of personen die als onafhankelijke opdrachtnemer diensten in het kader van de dopingcontrole verrichten voor de antidopingorganisatie.Dit begrip slaat niet op het TAS; 11° bezit: het daadwerkelijke of fysieke bezit, dat alleen kan worden vastgesteld als de persoon exclusieve controle heeft, of de intentie heeft om controle uit te oefenen, over de verboden stof of verboden methode of de ruimte waar een verboden stof of verboden methode zich bevindt.Als de persoon echter geen exclusieve controle heeft over de verboden stof of verboden methode of de ruimte waar een verboden stof of verboden methode zich bevindt, kan het daadwerkelijke bezit alleen worden vastgesteld als de persoon op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden stof of verboden methode en de intentie had er controle over uit te oefenen. Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van bezit als de persoon, voor hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een dopingovertreding heeft begaan, concrete actie heeft ondernomen waaruit blijkt dat de persoon nooit de intentie van het bezit heeft gehad en heeft afgezien van het bezit door dat uitdrukkelijk aan een antidopingorganisatie te verklaren. Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in deze definitie staat de aankoop, elektronisch of op een andere wijze, van een verboden stof of verboden methode gelijk met bezit door de persoon die de aankoop doet; 12° educatie: het opleidingsproces om waarden bij te brengen en gedrag te ontwikkelen die de geest van de sport bevorderen en beschermen, alsook opzettelijke en onopzettelijke overtredingen van de antidopingregels te verhinderen;13° biologisch paspoort van de sporter: het programma en de methodes om een overzicht te verzamelen van alle relevante gegevens die beschreven zijn in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en de Internationale Standaard voor Laboratoria;14° Code: de Wereldantidopingcode aangenomen door het WADA op 5 maart 2003 te Kopenhagen, opgenomen in bijlage 1 van de UNESCO-conventie, zoals die bijlage geactualiseerd is door het WADA op 7 november 2019;15° Algemene Verordening Gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;16° duur van het evenement: de tijd tussen het begin en het einde van een evenement, zoals bepaald door de organisatie die als beschermheer van het evenement optreedt; 17° dopingcontrole: alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van dopingtests tot de laatste beslissing in beroep en de toepassing van de gevolgen, inclusief alle tussenstappen en alle tussenprocedures, met inbegrip van testen, onderzoeken, het verzamelen van verblijfsgegevens, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, de toestemmingen wegens therapeutische noodzaak, het resultatenbeheer, met inbegrip van de onderzoeken en verdere procedures die betrekking hebben op schendingen van artikel 10.14 van de Code; 18° individuele sport: elke sport die geen ploegsport is;19° decisielimiet: de waarde die bepaalt vanaf waar de gemeten aanwezigheid van een verboden stof waarvoor een drempelwaarde is bepaald, als een afwijkend analyseresultaat wordt gerapporteerd, conform de Internationale Standaard voor Laboratoria van het WADA;20° resultatenbeheer: het proces dat het volledige tijdsverloop omvat vanaf de kennisgeving overeenkomstig artikel 5 van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer of, in bepaalde gevallen, de specifieke, in artikel 5 van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer vermelde stappen voorafgaand aan de kennisgeving, gaande van het melden van het geval tot aan de volledige afhandeling van het geval, met inbegrip van de afsluiting van de hoorprocedure in eerste aanleg of in hoger beroep (als beroep werd ingesteld);21° financiële gevolgen: één van de mogelijke gevolgen van een overtreding van de antidopingregels, zoals bepaald in 22°, d);22° gevolgen van de overtredingen van de antidopingregels (hierna: "gevolgen"): een overtreding van de antidopingregels door een sporter of door een andere persoon kan één of meer van de volgende gevolgen hebben: a) diskwalificatie: de resultaten behaald door de sporter in kwestie in een bepaalde wedstrijd of in een bepaald evenement worden gediskwalificeerd met alle daaruit voortvloeiende gevolgen, met inbegrip van het verlies van medailles, punten en prijzen; b) uitsluiting of schorsing: de sporter of andere persoon is op grond van een overtreding van de antidopingregels voor een bepaalde periode uitgesloten van deelname in enige wedstrijddeelname of andere activiteit of sportgerelateerde steun, conform artikel 10.14 van de Code; c) voorlopige schorsing: de sporter of andere persoon is tijdelijk uitgesloten van enige wedstrijd of andere activiteit voorafgaand aan een beslissing ten gronde na een hoorzitting conform artikel 8 van de Code;d) financiële gevolgen: een financiële sanctie opgelegd op grond van een overtreding van de antidopingregels of als terugvordering van de kosten verbonden aan een overtreding van de antidopingregels;e) publieke bekendmaking: de publieke verspreiding of algemene verstrekking van informatie die verder gaat dan de verplichte notificaties aan de partijen die conform artikel 14 van de Code vooraf in kennis moeten worden gesteld. In het kader van ploegsport kunnen aan ploegen ook gevolgen worden opgelegd overeenkomstig artikel 11 van de Code; 23° recreatiesporter: elke breedtesporter, met uitzondering van de sporters die in de loop van de vijf jaar voorafgaand aan een overtreding van de antidopingregels elitesporters van internationaal of nationaal niveau waren, een land vertegenwoordigd hebben bij een internationaal sportevenement zonder categoriebeperking of toegevoegd waren aan een geregistreerde doelgroep, een nationale doelgroep of elke andere geregistreerde doelgroep waarvoor een internationale federatie of een NADO verplichtingen op het vlak van het doorgeven van verblijfsgegevens heeft bepaald;24° officier van gerechtelijke politie: de officiers van gerechtelijke politie vermeld in artikel 16, § 5;25° beschermde persoon: een sporter of andere natuurlijke persoon die op het ogenblik van de overtreding van een antidopingregel: a) de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, of b) de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en niet behoort tot een geregistreerde doelgroep en nog nooit aan een internationale wedstrijd in een open categorie heeft deelgenomen of c) om andere redenen dan leeftijd als niet-handelingsbekwaam wordt beschouwd overeenkomstig het geldende, nationale recht;26° gericht testen: het selecteren van specifieke sporters voor een dopingtest op basis van criteria die bepaald zijn in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken; 27° binnen wedstrijdverband: de periode die start om 23.59 uur op de dag vóór een wedstrijd waaraan de sporter plant deel te nemen, tot en met het einde van de wedstrijd en de monsterneming die in verband staat met de wedstrijd in kwestie, voor zover er voor een bepaalde sport geen andere definitie geldt die in de regels van een internationale sportfederatie is vastgelegd en die door het WADA is goedgekeurd; 28° institutionele onafhankelijkheid: in geval van beroep zijn de hoororganen institutioneel volledig onafhankelijk van de antidopingorganisatie die verantwoordelijk is voor het beheer van de resultaten.Dit is een verbod om als hoorinstantie beheerd te worden door, verbonden te zijn met of ondergeschikt te zijn aan de antidopingorganisatie die bevoegd is voor het resultatenbeheer; 29° Internationaal Olympisch Comité (IOC): een internationale niet-gouvernementele organisatie van openbaar nut die is opgericht voor onbeperkte duur in de vorm van een vereniging met rechtspersoonlijkheid die door de Bondsraad van Zwitserland erkend is overeenkomstig een akkoord van 1 november 2000;30° Internationaal Paralympisch Comité (IPC): een internationale niet-gouvernementele organisatie die is opgericht op 22 september 1989 en gevestigd is in Bonn;31° elitesporter van internationaal niveau: een elitesporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals gedefinieerd door zijn internationale federatie;32° Internationale Standaard: de standaard die door het WADA is aangenomen ter ondersteuning van de Code.De naleving van een Internationale Standaard zal - in tegenstelling tot de naleving van andere standaarden, procedures of gebruiken - voldoende zijn om te concluderen dat de procedures in de Internationale Standaard correct zijn uitgevoerd. Internationale Standaarden omvatten technische documenten die overeenkomstig hun bepalingen werden bekendgemaakt; 33° internationaal evenement: een evenement of wedstrijd waarbij het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, een internationale federatie, een organisator van grote evenementen of een andere internationale sportorganisatie optreedt als verantwoordelijke organisator of de technische officials voor het evenement aanstelt;34° handel: het aan een derde verkopen, verstrekken, vervoeren, versturen, leveren of verspreiden, of het bezitten voor een van die doeleinden, van een verboden stof of verboden methode, hetzij fysiek, hetzij elektronisch of op een andere wijze, door een sporter, begeleider of andere persoon die onder het gezag van een antidopingorganisatie valt.Dit begrip slaat echter niet op de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof die wordt gebruikt voor legitieme en rechtmatige therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden. Dit begrip slaat evenmin op handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor legitieme en rechtmatige therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren; 35° geen significante schuld of nalatigheid: het bewijs van een sporter of een andere persoon dat er, gezien binnen het geheel van omstandigheden en rekening houdend met de criteria voor geen schuld of nalatigheid, geen significant verband was tussen zijn schuld of nalatigheid en de overtreding van de antidopingregels.Als hij geen beschermde persoon of geen recreatiesporter is, moet de sporter bij overtreding van artikel 8, 2°, ook bewijzen hoe de verboden stof in zijn lichaam is terechtgekomen; 36° geen schuld of nalatigheid: het bewijs van een sporter of een andere persoon dat hij niet wist of vermoedde, en zelfs met de grootst mogelijke voorzichtigheid niet redelijkerwijs had kunnen weten of vermoeden, dat hij een verboden stof of verboden methode had gebruikt of toegediend had gekregen of anderszins een antidopingregel heeft overtreden.Als hij geen beschermde persoon of geen recreatiesporter is, moet de sporter bij overtreding van artikel 8, 1°, ook bewijzen hoe de verboden stof in zijn lichaam is terechtgekomen; 37° besmet product: een product dat een verboden stof bevat die niet vermeld staat op het etiket of in de informatie die via een redelijke zoekopdracht op het internet te vinden is;38° dopingtest: het deel van het dopingcontroleproces waarbij monsternames worden gepland, monsters worden afgenomen, monsters worden verwerkt en monsters naar een laboratorium worden getransporteerd;39° dopingtest buiten wedstrijdverband: elke dopingtest die niet binnen wedstrijdverband plaatsvindt;40° ploegsport: een sport waarbij de vervanging van sporters tijdens een wedstrijd toegestaan is;41° marker: een verbinding, groep verbindingen resp.een of meer biologische variabelen die wijzen op het gebruik van een verboden stof of een verboden methode; 42° te rapporteren minimumhoeveelheid: de geraamde concentratie van een verboden stof of metabolieten ervan of marker in een monster die de door het WADA geaccrediteerde laboratoria als drempelwaarde hanteren om het monster als afwijkend analyseresultaat te rapporteren;43° metaboliet: elke stof die ontstaat door een biologisch omzettingsproces;44° minderjarige: elke natuurlijke persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;45° misbruikstof: voor de toepassing van artikel 10 van de Code verboden stof die op de verboden lijst is aangeduid als misbruikstof, omdat ze frequent misbruikt wordt in de samenleving buiten de sportgerelateerde context;46° nationale antidopingorganisatie (NADO): de entiteit of entiteiten waaraan een land de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft toegewezen om antidopingregels vast te stellen en uit te voeren, monsternames te coördineren en de resultaten ervan te beheren;47° Nationaal Olympisch Comité: organisatie die door het Internationaal Olympisch Comité als zodanig wordt erkend;in België is dat het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC); 48° elitesporter van nationaal niveau: een sporter van wie de internationale federatie de Code heeft ondertekend en deel uitmaakt van de olympische of paralympische beweging of erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité of lid is van de Global Association of International Sports Federations (GAISF), die geen elitesporter van internationaal niveau is, maar die ten minste aan één van de volgende criteria voldoet: a) hij neemt regelmatig deel aan internationale competities van hoog niveau;b) hij beoefent zijn sport als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betreffende discipline;c) hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan ten minste een van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de betreffende discipline: Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;d) hij neemt deel aan een ploegsport in een competitie waarbij de meerderheid van de ploegen die aan de competitie deelnemen, bestaat uit sporters als bedoeld in de bepalingen onder a), b) of c);49° nationaal evenement: een sportevenement dat of een sportwedstrijd die geen internationaal evenement is en waaraan sporters van internationaal niveau of sporters van nationaal niveau deelnemen;50° publieke bekendmaking: één van de mogelijke gevolgen van een overtreding van de antidopingregels, zoals bepaald in 22°, e);51° operationele onafhankelijkheid: verbod om bestuursleden, personeelsleden, leden van een commissie, raadgevers en functiehouders van de antidopingorganisatie met resultatenbeheer of organisaties die van die antidopingorganisatie afhangen - bijvoorbeeld een sportfederatie of de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap -, of personen die betrokken zijn in het onderzoek naar en de beoordeling van de zaak die voorafgaat aan de eigenlijke beoordeling, aan te wijzen als leden van een hoorinstantie van die antidopingorganisatie met resultatenbeheer of als ondersteunend personeel daarvan, (voor zover dat ondersteunend personeel mee verantwoordelijk is in de beraadslaging of het opmaken van een beslissing) en hoorinstanties zijn in staat om de hoorprocedure te voeren en te beslissen over de grond van de zaak zonder inmenging van de antidopingorganisatie of een derde partij.Zo moet worden gewaarborgd dat leden van een hoorinstantie of andere personen die betrokken zijn in het beslissingsproces van de hoorinstantie, niet betrokken zijn in het onderzoek of in de voorafgaande beslissingen over de voortzetting van de zaak; 52° organisatoren van grote evenementen: continentale associaties van nationale olympische comités en andere internationale organisaties voor verschillende sporten die optreden als organisator voor om het even welk continentaal, regionaal of ander internationaal evenement;53° persoon: een natuurlijke persoon of een organisatie of een andere instantie;54° monster of monsterafname: elk biologisch materiaal dat in het kader van een dopingtest wordt afgenomen; 55° geregistreerde doelgroep: de groep van elitesporters met hoge prioriteit die door een internationale sportfederatie of door een antidopingorganisatie geïdentificeerd werden en onderworpen worden aan dopingtests, binnen en buiten wedstrijdverband, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen als vermeld in artikel 5.5 van de Code en de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken;
In de Duitstalige Gemeenschap stemt de geregistreerde doelgroep overeen met de sporters van categorie A; 56° uitsluiting: één van de mogelijke gevolgen van een overtreding van de antidopingregels, zoals bepaald in 22°, b);57° gespecifieerde stof of methode: voor de toepassing van sancties tegen afzonderlijke personen, alle verboden stoffen, voor zover niet anders vermeld op de verboden lijst.Geen enkele verboden methode wordt als een gespecificeerde methode beschouwd, als ze niet als zodanig op de verboden lijst is aangeduid; 58° elitesporter: elke sporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals bepaald door zijn internationale federatie, of op nationaal niveau, zoals gedefinieerd in 48°;59° elitesporter van de categorie A: een elitesporter die een sportdiscipline beoefent die vermeld is in de door de Regering aangenomen lijst van de sportdisciplines van de categorie A;60° elitesporter van de categorie B: een elitesporter die een sportdiscipline beoefent die vermeld is in de door de Regering aangenomen lijst van de sportdisciplines van de categorie B;61° elitesporter van de categorie C: een elitesporter die een sportdiscipline beoefent die vermeld is in de door de Regering aangenomen lijst van de sportdisciplines van de categorie A of B;62° sporter: elke persoon die een sportactiviteit op ongeacht welk niveau uitoefent;63° begeleider: elke coach, trainer, opleider, manager, agent, teammedewerker, teamverantwoordelijke, official, medisch of paramedisch personeelslid, ouder of elke andere persoon die een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op sportwedstrijden, behandelt, assisteert of met hem samenwerkt;64° sportorganisatie: de sportverenigingen, sportfederaties en koepelorganisaties in de zin van artikel 3, 7°, 8° en 9°, van het Sport
decreet van 19 april 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/04/2004
pub.
24/11/2004
numac
2004033082
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Sportdecreet
sluiten;65° TAS (Tribunal Arbitral du Sport): internationaal scheidsgerecht voor de arbitrage van sportzaken, ingesteld binnen de stichting naar Zwitsers recht "Conseil international de l'arbitrage en matière de sport";66° technisch document: een document dat aangenomen en gepubliceerd is door het WADA waarin verplichte technische vereisten zijn opgenomen over specifieke aspecten van antidoping die bepaald zijn in de Internationale Standaarden;67° deelnemer: elke sporter of elk lid van het begeleidend personeel van de sporter;68° TTN (Therapeutic Use Exemption): toestemming wegens therapeutische noodzaak, waarbij de sporter, na onderzoek van zijn medisch dossier door de Commissie ingesteld bij artikel 12, § 2, een verboden stof of methode vermeld in de lijst van de verboden stoffen en methodes wegens therapeutische noodzaak kan gebruiken, wanneer is aangetoond dat alle volgende criteria worden nageleefd: a) de verboden stof of verboden methode is noodzakelijk voor de behandeling van een vastgestelde medische aandoening die door relevante klinische bewijzen wordt aangetoond;en b) het is hoogst onwaarschijnlijk dat de therapeutische toepassing van de verboden stof of de verboden methode tot een verbetering van de sportprestaties leidt die verder reikt dan die welke kan worden toegeschreven aan de terugkeer naar de gewone gezondheidstoestand van de sporter na de behandeling van de medische aandoening;en c) de verboden stof of verboden methode is een aangewezen behandeling voor de medische aandoening en er bestaat geen redelijk toegestaan therapeutisch alternatief voor de verboden stof of de verboden methode;en d) de noodzaak om de verboden stof of verboden methode te gebruiken, is geen geheel of gedeeltelijk gevolg van het vroegere gebruik van een verboden stof of verboden methode zonder TTN op het tijdstip van het gebruik ervan. In afwijking van het eerste lid kan een TTN toegekend worden in de uitzonderlijke omstandigheden bepaald in artikel 4.3 van de Internationale Standaard inzake Dispensaties voor Therapeutisch Gebruik; 69° programma van onafhankelijke waarnemers: team van waarnemers en/of auditors onder de supervisie van het WADA die de dopingtestprocedure vóór of tijdens bepaalde evenementen waarnemen, raadgevingen verstrekken en rekenschap geven van hun waarnemingen als onderdeel van het programma van het WADA om de naleving van de voorschriften te bewaken;70° onaangekondigde test: test die wordt uitgevoerd zonder aankondiging aan de sporter en gedurende welke de sporter permanent wordt begeleid vanaf de kennisgeving van de test tot de afgifte van het monster;71° UNESCO-conventie: de Internationale Conventie tegen doping in de sport, aangenomen op 19 oktober 2005 door de Algemene Conferentie van de UNESCO op haar 33e zitting, met inbegrip van alle wijzigingen aangenomen door de staten die partij zijn bij de Conventie en de Conferentie van de Partijen bij de Internationale Conventie tegen doping in de sport;72° ondertekenaars: entiteiten die de Code hebben aangenomen en zich ertoe verbinden die na te leven, overeenkomstig artikel 23 van de Code;73° toediening: het verstrekken, leveren of faciliteren van, of het houden van toezicht op, of het op een andere wijze deelnemen aan het gebruik of de poging tot gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode.Dit begrip slaat echter niet op de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof die wordt gebruikt voor legitieme en rechtmatige therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, noch op handelingen met verboden stoffen die bij dopingtests buiten wedstrijdverband niet verboden zijn, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor legitieme en rechtmatige therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren; 74° organisator: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die alleen of in verbinding met andere organisatoren gratis of tegen betaling een wedstrijd of een sportevenement organiseert;75° evenement: een reeks wedstrijden die onder bescherming van een verantwoordelijke organisatie plaatsvinden;76° plaatsen van het evenement: de plaatsen die de organisator van het evenement heeft voorgezien voor het evenement;77° verboden methode: elke methode die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;78° verboden stof: elke stof of stofklasse die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;79° verboden lijst: de lijst met de verboden stoffen en verboden methoden die bij de UNESCO-conventie gevoegd is; 80° overeenkomst onder voorbehoud van alle rechten: voor de toepassing van de artikelen 10.7.1.1 en 10.8.2 van de Code een schriftelijke overeenkomst tussen een antidopingorganisatie en een sporter of een andere persoon die de sporter of de andere persoon toestemming verleent om de antidopingorganisatie in een bepaalde context met vastgestelde tijdbestekken informatie te verstrekken, met dien verstande dat, wanneer geen overeenkomst over substantiële hulp of geen overeenkomst voor een oplossing werd gesloten, de door de sporter of een andere persoon in die context verstrekte inlichtingen niet tegen de sporter of een andere persoon in een procedure voor het beheer van de resultaten overeenkomstig de Code gebruikt mogen worden en de door de antidopingorganisatie in die context verstrekte inlichtingen door de sporter of een andere persoon niet gebruikt mogen worden tegen de antidopingorganisatie in een procedure voor het beheer van de resultaten overeenkomstig de Code. Een zulke overeenkomst sluit niet uit dat de antidopingorganisatie, de sporter of een andere persoon inlichtingen of bewijzen gebruiken die ze uit een andere bron hebben gekregen, behalve in de specifieke, in de tijd beperkte context die in de overeenkomst wordt beschreven; 81° bedrog: intentioneel hinderen van de dopingtestprocedure dat voor de rest niet onder de definitie van de verboden methoden valt.Bedrog omvat onder meer het aanbieden of aannemen van omkoping om een handeling te stellen of weg te laten, het verhinderen van het afnemen van een monster, het hinderen of verhinderen van de analyse van een monster, het vervalsen van documenten die worden voorgelegd aan een antidopingorganisatie, een TTN-commissie of een hoorinstantie, valse getuigenissen af te leggen, een andere frauduleuze handeling ten aanzien van de antidopingorganisatie of de hoorinstantie te stellen om het beheer van de resultaten of het opleggen van gevolgen te beïnvloeden, alsook elke andere soortgelijke intentionele inmenging of poging tot inmenging in een ander aspect van de dopingcontrole; 82° schuld: plichtsverzuim of gebrek aan zorgvuldigheid die in een bepaalde situatie vereist is.Factoren die bij de beoordeling van de schuldgraad van een sporter of andere persoon in aanmerking moeten worden genomen, zijn bijvoorbeeld de ervaring van de sporter of de andere persoon, de vraag of de sporter of de andere persoon een beschermde persoon is, speciale overwegingen zoals een handicap, het risico dat de sporter had moeten zien en de zorgvuldigheid en voorzichtigheid die de sporter aan de dag heeft gelegd met betrekking tot wat het gepercipieerde risico had moeten zijn. Bij de beoordeling van de schuldgraad van de sporter of de andere persoon moeten de in overweging genomen omstandigheden specifiek en relevant zijn voor de verklaring van het feit dat de sporter of de andere persoon is afgeweken van het verwachte standaardgedrag; 83° objectieve aansprakelijkheid: regel die bepaalt dat de antidopingorganisatie, krachtens artikel 2.1 of 2.2 van de Code, de intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik door de sporter niet hoeft aan te tonen om een overtreding van de antidopingregels vast te stellen; 84° poging: opzettelijk handelingen stellen die een substantiële stap zijn in de richting van handelingen die uitmonden in het overtreden van een antidopingregel.Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van een poging tot het plegen van een overtreding als de persoon afziet van de poging voor die is ontdekt door een derde die niet bij de poging betrokken is; 85° afwijkend analyseresultaat: een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria, in een monster de aanwezigheid is gevonden van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan, of een bewijs van het gebruik van een verboden methode;86° afwijkend paspoortresultaat: een rapport dat als een afwijkend paspoortresultaat wordt beschreven in de toepasselijke Internationale Standaarden; 87° voorlopige hoorzitting: een verkorte en versnelde hoorzitting in de zin van artikel 7.4.3 van de Code die voorafgaat aan de hoorzitting vermeld in artikel 8 van de Code, waarbij de sporter in kennis wordt gesteld en de mogelijkheid krijgt een schriftelijke verklaring af te geven of gehoord te worden; 88° voorlopige schorsing: één van de mogelijke gevolgen van een overtreding van de antidopingregels, zoals bepaald in 22°, c); 89° opzettelijk: in de zin van artikel 10.2 van de Code, de sporter of andere persoon heeft gedragingen gesteld waarvan hij wist dat ze een dopingovertreding zijn of wist dat er een aanzienlijk risico is dat de gedragingen een dopingovertreding zouden kunnen zijn of tot gevolg zouden kunnen hebben, en heeft dat risico kennelijk genegeerd; 90° WADA: het Wereld Anti-Doping Agentschap, stichting naar Zwitsers recht, opgericht op 10 november 1999; 91° substantiële hulp: overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code moet de persoon die substantiële hulp verleent: a) alle informatie waarover hij beschikt met betrekking tot overtredingen van de antidopingregels of andere in artikel 10.7.1.1 beschreven procedures volledig onthullen in een ondertekende schriftelijke verklaring of in een opgenomen interview en b) zijn volledige medewerking verlenen aan het onderzoek en de toetsing in elke zaak die verband houdt met die informatie, alsook bij het afleggen van een getuigenis op een hoorzitting indien een antidopingorganisatie of hoorinstantie dat vraagt. De verstrekte informatie moet geloofwaardig zijn en betrekking hebben op een belangrijk deel van een ingeleide zaak of, indien er nog geen zaak is ingeleid, volstaan om een zaak in te leiden; 92° wedstrijd: een race, een match, een spel of een deel van een concours.Bij rittenkoersen en andere concours waar dagelijks of op andere geregelde tijdstippen prijzen worden uitgereikt, is het verschil tussen een wedstrijd en een evenement het verschil dat bepaald is in de regels van de betrokken internationale federatie; 93° dopingtest binnen wedstrijdverband: een test waaraan een daartoe aangewezen sporter zich in het kader van een bepaalde wedstrijd binnen de in 27° bepaalde periode moet onderwerpen, tenzij anders bepaald in de regels van de betrokken internationale sportfederaties of de betrokken antidopingorganisatie;94° doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap: groep van elitesporters die volgens de NADO van de Duitstalige Gemeenschap onder haar bevoegdheid valt, die aan dopingtests, binnen en buiten wedstrijdverband, worden onderworpen en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens vermeld in artikel 23 mee te delen.De doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap bestaat uit elitesporters van de categorieën A en B. HOOFDSTUK 2. - NADO van de Duitstalige Gemeenschap Art. 4.Het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor Sport is aangewezen als nationale antidopingorganisatie (NADO) voor de Duitstalige Gemeenschap, hierna "NADO-DG" te noemen.
De NADO-DG vervult de taken die ze krachtens dit decreet en de Code heeft en verwerkt de daarmee verbonden persoonsgegevens om de gezondheid van de sporters te beschermen en een propere sport voor de wereld te behouden. Die doelstellingen worden door dit decreet als redenen van openbaar belang beschouwd.
De NADO-DG wordt beschouwd als ondertekenaar van de Code, overeenkomstig artikel 23.1.1 van de Code. Daarom is de NADO-DG, in overeenstemming met de Code, verantwoordelijk voor de omzetting van de Code en het antidopingprogramma in de Duitstalige Gemeenschap.
In overeenstemming met het derde lid en in overeenstemming met de artikelen 24.1.1 en 24.1.2 van de Code brengt de NADO-DG op verzoek van het WADA verslag uit aan het WADA over de naleving van de Code in het kader van het toezicht van het WADA op de naleving van de Code door de ondertekenaars.
Met toepassing van het vierde lid verstrekt de NADO-DG, in voorkomend geval, de aangevraagde toelichtingen en inlichtingen aan het WADA. Overeenkomstig artikel 24.1.3 van de Code kan het verzuim van de NADO-DG om met het WADA samen te werken bij de toepassing van het vierde en het vijfde lid, worden beschouwd als een inbreuk of onregelmatigheid die er uiteindelijk toe kan leiden dat de NADO-DG wordt beschouwd als een ondertekenaar van de Code die de Code niet naleeft.
De mogelijke gevolgen van de niet-naleving van de Code en de beginselen die relevant zijn voor de vaststelling van de gevolgen in een specifiek geval van niet-naleving, zijn vervat in artikel 24.1.12 van de Code en artikel 10 van de Internationale Standaard voor de naleving van de Code door de ondertekenaars, met name gevolgen zoals het niet in aanmerking komen voor het indienen van een kandidatuur voor de organisatie van belangrijke internationale evenementen in de Duitstalige Gemeenschap of het niet in aanmerking komen voor het verkrijgen van het recht om belangrijke internationale evenementen in de Duitstalige Gemeenschap te organiseren.
Overeenkomstig artikel 20.5.1 van de Code is de NADO-DG in haar beslissingen en activiteiten onafhankelijk van de sport en van de Regering bij het uitvoeren van de taken vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan.
De beslissingen en activiteiten bedoeld in het vorige lid omvatten in het bijzonder: 1° alle antidopingactiviteiten in de zin van artikel 3, 4°;2° rechtstreekse samenwerking met andere Belgische, Europese of internationale antidopingorganisaties of overheidsinstanties, met het oog op de toepassing van de Code en zijn antidopingprogramma op een wijze die in overeenstemming is met de Code, zoals bepaald in het derde lid;3° onverminderd het bepaalde in 1° en in artikel 5, de ontwikkeling en uitvoering van acties, projecten, programma's en/of campagnes voor dopingpreventie, voorlichting, educatie, communicatie en/of bewustmaking inzake dopingbestrijding;4° de mogelijkheid om inkomsten te genereren, in het bijzonder uit administratieve boetes, en om uitgaven te doen die verband houden met de uitvoering van de opdrachten van de NADO-DG als ondertekenaar van de Code. Onverminderd en in overeenstemming met het derde tot negende lid, is de NADO-DG, met het oog op haar daadwerkelijke autonomie en onafhankelijkheid in haar operationele beslissingen en activiteiten, in het bijzonder gemachtigd om: 1° met andere Belgische, Europese of internationale antidopingorganisaties of overheidsinstanties overeenkomsten, protocollen of andere akkoorden te sluiten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van haar taken als ondertekenaar van de Code;2° een eigen logo en/of een eigen merk te gebruiken. Overeenkomstig artikel 20.5.9 van de Code is ze de bevoegde instantie voor antidopingeducatie in het Duitse taalgebied.
De NADO-DG kan bepaalde aspecten van de dopingcontrole of van de antidopingeducatie die onder haar bevoegdheid vallen, delegeren, maar blijft volledig verantwoordelijk voor de overeenstemming ervan met de Code. Als zulke aspecten gedelegeerd worden aan een gedelegeerde derde die geen ondertekenaar is, wordt in de overeenkomst met de gedelegeerde derde geëist dat de gedelegeerde derde de Code en de Internationale Standaarden naleeft.
De NADO-DG kan bepaalde aspecten van de dopingcontrole of van de antidopingeducatie die onder haar bevoegdheid vallen, delegeren, maar blijft ervoor verantwoordelijk dat elk gedelegeerd aspect in overeenstemming met de Code wordt uitgevoerd. Voor zover een aspect gedelegeerd wordt aan een andere 'gedelegeerde derde' dan de ondertekenaar, wordt in de overeenkomst met die 'gedelegeerde derde' vermeld dat de Code en de Internationale Standaarden moeten worden nageleefd. HOOFDSTUK 3. - INFORMATIE EN PREVENTIE IN DE STRIJD TEGEN DOPING Art. 5.De NADO-DG is in volle onafhankelijkheid verantwoordelijk voor de planning, uitvoering, beoordeling en ondersteuning van een educatieprogramma dat onder meer educatie-, informatie- en preventiecampagnes over dopingbestrijding omvat, overeenkomstig artikel 20.5.8 van de Code, in overeenstemming met de Internationale Standaard inzake Educatie, waarbij ze er onder meer voor zorgt dat de bevolking en in het bijzonder de sporters, de begeleiders van sporters en de andere personen, zich bewust worden van de schadelijke gevolgen van doping voor de gezondheid en dat de geest van de sport en de waarden van de dopingvrije sport wordt bevorderd.
Daartoe kan de NADO-DG een informatie- en preventieplan ontwikkelen, waarbij: 1° een website wordt gemaakt voor sporters, zowel elitesporters als breedtesporters, die alle aspecten bepaald in artikel 18.2 van de Code bestrijkt; 2° een contactpunt wordt opgericht dat elitesporters helpt bij het naleven van de verplichtingen vermeld in hoofdstuk 5. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de educatie inzake dopingbestrijding en informeert het Parlement over de initiatieven vermeld in het eerste en het tweede lid. Art. 6.In het kader van de dopingbestrijding kan de Regering preventieopdrachten toevertrouwen aan sportorganisaties. HOOFDSTUK 4. - Antidopingmaatregelen Afdeling 1. - Algemene beginselen
Art. 7.Doping in de sport is verboden.
Het is aan de sporters en de andere personen om te weten wat een overtreding van de antidopingregels vormt en welke stoffen en methoden op de verboden lijst staan. Art. 8.Er is sprake van doping wanneer één of meer van de volgende overtredingen van de antidopingregels zijn begaan: 1° de aanwezigheid van een verboden stof of van metabolieten of markers daarvan in een door een sporter afgegeven monster. De sporters zijn er persoonlijk verantwoordelijk voor dat er geen verboden stof in hun lichaam komt. De sporters zijn verantwoordelijk voor alle verboden stoffen of metabolieten of markers daarvan die in hun monsters worden gevonden. De intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik door de sporter hoeft bijgevolg niet te worden bewezen om die overtreding vast te stellen.
Een overtreding wordt vastgesteld in elk van de volgende gevallen: a) de aanwezigheid van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter wanneer deze geen analyse van het B-monster vraagt en het B-monster niet wordt geanalyseerd;of b) wanneer het B-monster wordt geanalyseerd en door de analyse van het B-monster wordt bevestigd dat de verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter ontdekt zijn;of c) wanneer het A-monster of B-monster van de sporter in twee delen wordt verdeeld en de analyse van het tweede deel dat ter confirmatie wordt geanalyseerd de aanwezigheid van de verboden stof of metabolieten of markers ervan in het eerste deel van het verdeelde monster bevestigt, of wanneer de sporter afziet van de analyse van het tweede deel van het verdeelde monster; Met uitzondering van stoffen waarvoor in de verboden lijst of in een technisch document een decisielimiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke hoeveelheid van een verboden stof of metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter een overtreding van de antidopingregels.
Als uitzondering op de algemene regel kunnen de verboden lijst, de Internationale Standaarden en technische documenten bijzondere criteria vaststellen voor de melding of beoordeling van bepaalde verboden stoffen; 2° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode. De sporters zijn er persoonlijk verantwoordelijk voor dat er geen verboden stof in hun lichaam komt en dat er geen verboden methode wordt gebruikt. De intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik zijdens de sporter hoeft bijgevolg niet te worden bewezen om de overtreding van de antidopingregels wegens het gebruik van een verboden stof of een verboden methode vast te stellen.
Het is niet doorslaggevend of het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode succes heeft of niet.
Het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode is voldoende om een overtreding van de antidopingbepalingen te vormen; 3° het ontwijken van een monsterneming, het weigeren van een monstername of het zich niet aanbieden voor een monstername door een sporter. Die overtreding van de antidopingregels bestaat in het zich onttrekken aan de monsterneming, het weigeren van een monsterneming zonder geldige reden na kennisgeving door een daartoe bevoegde persoon of het zich niet aanbieden voor een monstername; 4° de aangifteverzuimen door een sporter. Elke combinatie van drie gemiste dopingtests en/of aangifteverzuimen voor een elitesporter van categorie A, zoals gedefinieerd in de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer en bedoeld in artikel 23, binnen een periode van twaalf maanden vanaf het eerste aangifteverzuim, wordt beschouwd als een aangifteverzuim; 5° het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij een deel van de dopingtest door een sporter of een andere persoon;6° het bezit van een verboden stof of verboden methode door een sporter of begeleider van de sporter in de volgende gevallen: a) het bezit door een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden stof of methode, of het bezit door een sporter buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode, tenzij de sporter in kwestie aantoont dat het bezit strookt met een overeenkomstig artikel 12 toegekende TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;b) het bezit door een begeleider binnen wedstrijdverband van een verboden stof of methode, of het bezit door een begeleider buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de begeleider in kwestie aantoont dat het bezit strookt met een TTN die overeenkomstig artikel 12 toegekend is aan de sporter in kwestie of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;7° de handel of de poging tot handel van een verboden stof of een verboden methode door een sporter of een andere persoon;8° de toediening of poging tot toediening van een verboden stof of een verboden methode door een sporter of een andere persoon bij een sporter binnen wedstrijdverband of de toediening of poging tot toediening van een verboden stof of een verboden methode die buiten wedstrijdverband verboden is bij een sporter buiten wedstrijdverband; 9° medeplichtigheid of poging tot medeplichtigheid van een sporter of andere persoon waaronder elke hulp, aanmoediging, samenzwering, verberging of om het even welke andere vorm van medeplichtigheid of poging daartoe, een poging tot overtreding van antidopingregels te begaan of te helpen of ondersteuning te bieden bij een overtreding van artikel 10.14.1 van de Code of van een voorlopige schorsing van een andere persoon; 10° verboden samenwerking, met name professionele of sportgerelateerde samenwerking van een sporter of een andere, onder het gezag van een antidopingorganisatie staande persoon en een begeleider die: a) onder een antidopingorganisatie ressorteert en zich in een status van uitsluiting bevindt;b) niet onder een antidopingorganisatie ressorteert en zich niet bevindt in een status van uitsluiting op basis van een procedure voor het beheer van de resultaten conform de Code, maar via een strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of arbeidsrechtelijke procedure veroordeeld is voor of schuldig is bevonden aan een gedrag dat in een procedure conform de Code zou worden beschouwd als een overtreding van de antidopingregels.De diskwalificatie van betrokkene geldt voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, beroepsrechtelijke of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, beroepsrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctie, als deze laatste langer is dan zes jaar; c) optreedt als dekmantel of tussenpersoon voor een persoon zoals beschreven in a) of b). Om één van die overtredingen van de antidopingregels te bewijzen, moet de NADO-DG, als antidopingorganisatie die voor de sporter of voor de andere persoon bevoegd is, bewijzen dat de sporter of de andere persoon kennis had van de diskwalificerende status van de begeleider.
De sporter of de andere persoon moet bewijzen dat de band met de begeleider, zoals in de bepalingen onder a) of b) beschreven, niet van professionele of sportgerelateerde aard is en/of dat die band redelijkerwijze niet had kunnen worden vermeden.
Indien de NADO-DG weet heeft van een begeleider die aan de criteria beschreven in a), b), of c) beantwoordt, geeft ze die informatie door aan het WADA; 11° handelingen die gesteld worden door een sporter of een andere persoon om meldingen bij de instanties te verhinderen of represailles te nemen tegen personen die zulke meldingen doen. Voor zover dat gedrag geen andere inbreuk in de zin van 5° vormt, gaat het om de volgende handelingen: a) iedere daad waardoor een ander wordt bedreigd of geïntimideerd om te voorkomen dat hij of zij te goeder trouw informatie over een vermeende overtreding van de antidopingregel of een vermeende niet-naleving van de Code zou melden aan het WADA, de NADO-DG of een andere antidopingorganisatie, wetshandhavingsinstanties, regelgevende of professionele tuchtrechtelijke instanties, een hoorinstantie of een persoon die voor het WADA of een antidopingorganisatie een onderzoek uitvoert;b) het nemen van represailles tegen een persoon die te goeder trouw bewijzen heeft aangebracht of informatie heeft verschaft die verband houdt met een mogelijke overtreding van de antidopingregels of een mogelijke andere niet-naleving van de Code aan het WADA, de NADO-DG of een andere antidopingorganisatie, een politionele of gerechtelijke instantie, een regulerende instantie, een tuchtoverheid of een hoorinstantie, of een disciplinair orgaan of persoon die een onderzoek voert voor het WADA, de NADO-DG of een andere antidopingorganisatie. Represailles, bedreigingen en intimidatie in de zin van 11° omvatten elke daad die tegen zo een persoon wordt gesteld en die te kwader trouw gesteld is of een disproportionele reactie is. Art. 9.§ 1 - Op de bevoegde antidopingorganisatie rust de bewijslast dat een dopingovertreding heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 8.
Het bewijs van de dopingovertreding zal zijn geleverd, indien de antidopingorganisatie deze overtreding genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt aan de bevoegde hoorinstantie, dat de ernst van de geuite beschuldiging beoordeelt overeenkomstig artikel 24.
Deze bewijslast is altijd meer dan alleen een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een onomstotelijk vaststaand bewijs.
Als de bewijslast om het vermoeden te weerleggen of om bepaalde feiten of omstandigheden te bewijzen luidens dit decreet berust bij de sporter of een andere persoon die een overtreding van de antidopingregels ten laste wordt gelegd, dan wordt de bewijslast, met behoud van de toepassing van § 2, 2° en 3°, vastgelegd door een afweging van de waarschijnlijkheid. § 2 - Feiten die verband houden met overtredingen van de antidopingregels kunnen worden bewezen met elk betrouwbaar middel, inclusief bekentenissen. Overeenkomstig artikel 3.2 van de Code zijn de volgende bewijsregels van toepassing in dopinggevallen: 1° analytische methoden of decisielimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg binnen de wetenschappelijke gemeenschap of na een collegiale toetsing (peer review) worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn. Elke sporter of andere persoon die de veronderstelling van wetenschappelijke validiteit wil aanvechten of het vermoeden van wetenschappelijke validiteit wil weerleggen, brengt het WADA eerst op de hoogte van de betwisting en de grondslag ervan. De hoorinstantie door welke betrokkene het eerst wordt gehoord, de beroepsinstantie of het TAS kunnen op eigen initiatief ook het WADA op de hoogte brengen van een dergelijke betwisting. In zaken voor het TAS stelt het TAS op verzoek van het WADA een geschikte wetenschappelijke expert aan om het TAS bij te staan in de beoordeling van de betwisting.
Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het disciplinair dossier dat gekoppeld is aan de betwisting heeft ontvangen, heeft het WADA het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in een dergelijke procedure. 2° er wordt aangenomen dat de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria de analyses van monsters en de bewaarprocedures hebben uitgevoerd en nageleefd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria.De sporter of een andere persoon kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria heeft plaatsgevonden die het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt.
Als de sporter of andere persoon het vermoeden weerlegt door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria heeft plaatsgevonden die het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, dan moet de bevoegde antidopingorganisatie aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt; 3° afwijkingen van een andere Internationale Standaard of een andere antidopingregel die in de Code of in de regels van een antidopingorganisatie vastgelegd zijn, maken een resultaat of een bewijs niet ongeldig en vormen geen bewijs dat er geen overtreding is begaan.Als de sporter of een andere persoon aantoont dat een van de volgende afwijkingen van de bepalingen van de Internationale Standaarden geleid zou kunnen hebben tot een overtreding van de antidopingregels op basis van een afwijkend analyseresultaat of een inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen, toont de bevoegde antidopinginstantie aan dat die afwijking niet de oorzaak is van het afwijkend analyseresultaat of van de inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen: a) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken in het proces van monsterneming of verdere handelingen met het monster, die redelijkerwijs een overtreding van de antidopingregels op basis van een afwijkend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt: in dat geval draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet veroorzaakt heeft;b) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer of de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken in de vaststelling van een afwijkend paspoortresultaat, die redelijkerwijs een overtreding van de antidopingregels kan hebben veroorzaakt: in dat geval draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking de overtreding van de antidopingregels niet veroorzaakt heeft;c) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer in de verplichte kennisgeving aan de sporter van het openen van het B-monster, die redelijkerwijs een overtreding van de antidopingregels op basis van een afwijkend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt: in dat geval draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet veroorzaakt heeft;d) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer in een verplichte kennisgeving, die redelijkerwijs een overtreding van de antidopingregels gebaseerd op een inbreuk op de verblijfsgegevensverplichting kan hebben veroorzaakt: In dat geval draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking de inbreuk op de meldplicht van de verblijfsgegevens niet veroorzaakt heeft;4° feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een als rechtbank fungerend bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of de andere persoon op wie de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of de andere persoon aantonen dat de beslissing de principes van eerlijke rechtsbedeling schendt;5° in het kader van een hoorzitting over een overtreding van de antidopingregels kan de hoorinstantie een voor de sporter of de andere persoon negatieve conclusie trekken als de sporter of andere persoon die een overtreding van de antidopingregels zou hebben begaan, weigert te verschijnen, hoewel hij binnen een gestelde termijn die aan de hoorzitting voorafging daartoe werd opgeroepen en weigert te antwoorden op vragen van de hoorinstantie of de antidopingorganisatie die een overtreding van de antidopingregels heeft meegedeeld. Art. 10.Met het oog op het opzoeken en inzamelen van inlichtingen en, in voorkomend geval, het verzamelen van bewijs, waardoor dopinggevallen kunnen worden aangetoond, zoals bedoeld in artikel 8, beschikt de NADO-DG over onderzoeksbevoegdheid overeenkomstig de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken.
Verkregen of ontvangen antidopinginformatie moet overeenkomstig artikel 15 op een beveiligde wijze worden verwerkt.
De NADO-DG ontwikkelt en implementeert de middelen voor de uitvoering van onderzoeken en voor het verzamelen van inlichtingen in overeenstemming met de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken.
In het kader van de onderzoeksbevoegdheid vermeld in het eerste lid kan de NADO-DG: 1° informatie voor dopingbestrijding uit alle beschikbare bronnen halen, evalueren en verwerken om de ontwikkeling van een werkzaam, intelligent en proportioneel spreidingsplan voor de spreiding van de dopingtests te ondersteunen, om gerichte dopingtests te plannen en/of om als basis te dienen voor een onderzoek van één of meer mogelijke overtredingen van de antidopingregels overeenkomstig artikel 8; 2° atypische en afwijkende paspoortresultaten onderzoeken overeenkomstig artikel 12.2.1 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken; 3° andere analytische of niet-analytische informatie of gegevens onderzoeken die wijzen op een of meer mogelijke overtredingen van de antidopingregels overeenkomstig artikel 7.1.6 en 7.2 van de Code en artikel 12.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, om een overtreding van de antidopingregels uit te sluiten of om bewijzen te verzamelen opdat een procedure wegens overtreding van de antidopingregels kan worden ingeleid; 4° begeleiders automatisch onderzoeken als een beschermd persoon een overtreding van de antidopingregels heeft begaan en automatisch elke begeleider onderzoeken die meer dan één sporter ondersteund heeft die schuldig is bevonden aan een overtreding van de antidopingregels. De Regering kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel bepalen.
Onverminderd het vijfde lid kan de Regering overeenkomsten over de samenwerking op het gebied van dopingbestrijding sluiten met andere bevoegde Belgische instanties, om de nadere regels vast te leggen voor de uitvoering van dopingtests door een NADO op verzoek van een andere NADO en om afspraken te maken over de samenwerking rond andere aspecten inzake dopingpreventie en dopingbestrijding in de sport; de Regering kan ook overeenkomsten sluiten met andere Belgische, Europese of internationale instanties. Art. 11.De Regering verordent de verboden lijst en de bijwerkingen ervan binnen drie maanden na de bekendmaking ervan op de website van het WADA. De beslissing van het WADA om verboden stoffen en verboden methoden op de verboden lijst te plaatsen, stoffen binnen bepaalde klassen op de verboden lijst te classificeren, een stof te classificeren als 'altijd verboden' of 'alleen in wedstrijdverband verboden', een stof of methode te classificeren als 'gespecificeerde stof of methode' of als 'misbruikstof' is definitief en kan niet door een sporter of een andere persoon worden aangevochten, ook niet bijvoorbeeld in geval van een beroep waarbij als argument wordt aangehaald dat de stof of de methode geen 'maskerend middel' is, niet het potentieel heeft om de sportprestatie te verbeteren, geen risico inhoudt voor de gezondheid en niet indruist tegen de geest van de sport.
In afwijking van artikel 8, derde lid, 1°, van het Sport
decreet van 19 april 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/04/2004
pub.
24/11/2004
numac
2004033082
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Sportdecreet
sluiten hoeft de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap geen advies te geven over de in het eerste lid vermelde verboden lijst en de bijwerkingen ervan.
De Regering licht de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap in over elke bijwerking van de verboden lijst. Art. 12.§ 1 - De aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan bedoeld in artikel 8, 1°, en/of het gebruik of de poging tot gebruik bedoeld in artikel 8, 2°, en/of het bezit of de toediening of de poging tot toediening van een verboden stof of verboden methode in de zin van artikel 8, 6° en 8°, worden niet als een overtreding van antidopingregels beschouwd als daarvoor een TTN gegeven is in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Toestemmingen we …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.