← België

Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale cen

In het kort

Dit decreet regelt de status van het gesubsidieerd technisch personeel in vrije psycho-medisch-sociale centra die door de Franse Gemeenschap worden gesubsidieerd. Het stelt de rechten en plichten vast van zowel het personeel als de inrichtende machten.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
31 JANUARI 2002. - Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra (1) De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen wat volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen Artikel 1.Dit statuut is van toepassing op : 1° de leden van het tijdelijk en definitief gesubsidieerd technisch personeel van de vrije psycho-medisch-sociale centra die worden gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, met uitzondering van deze personeelsleden die geen weddetoelage krijgen ten laste van de Franse Gemeenschap, behoudens de vermeldingen in artikelen 33, § 2, en 43, § 2;2° de inrichtende machten van deze centra. Voor de toepassing van dit decreet : 1° dient te worden verstaan onder « centrum » of « psycho-medisch-sociaal centrum », de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra van onderwijsinrichtingen voor voltijds kleuter-, lager en secundair onderwijs en buitengewoon onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra voor inrichtingen voor buitengewoon onderwijs;2° dient te worden verstaan onder « confessioneel centrum », een centrum wiens project vertrekt van een godsdienst zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en goedgekeurd door de bevoegde overheid van de betrokken eredienst, en onder « niet-confessioneel centrum », een centrum dat hiervoor kiest of een centrum dat niet voldoet aan de voorwaarden van een confessioneel centrum;3° dient te worden verstaan onder « centra van dezelfde aard », een geheel van confessionele centra van eenzelfde godsdienst of een geheel van niet-confessionele centra, onderscheiden op hun verzoek naargelang de filosofie die zijn aanhangen of gegroepeerd in het tegenovergestelde geval;4° dient te worden verstaan onder « vacante betrekking », de betrekking die door de inrichtende macht is vrijgemaakt en die niet is toegekend aan een in vast verband aangenomen personeelslid in de zin van dit decreet en die in aanmerking komt voor het toelagestelsel van de Franse Gemeenschap en waarvoor een weddetoelage werd toegestaan;5° zijn de begrippen « hoofdambt » en « bijambt » gedefinieerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 april 1958 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Onderwijs;6° dient te worden verstaan onder « bijkomende regels van de bevoegde paritaire commissie », de regels die bovenop dit decreet zijn vastgelegd door de in artikel 111, § 1, bedoelde paritaire commissies;7° worden de termijnen als volgt berekend : a) de datum van de akte, waarmee alles begint, wordt niet meegerekend;b) de vervaldatum zit vervat in de berekening.Wanneer deze dag valt op een zaterdag, een zondag of een feestdag, de feestdagen van of in de Franse Gemeenschap inbegrepen, valt de vervaldag evenwel op de eerstvolgende werkdag; 8° het dienstjaar begint op 1 september van een jaar en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar. Het gebruik in dit decreet van mannelijke benamingen voor verschillende bekwaamheidsbewijzen en ambten is gemeenslachtelijk zodat de leesbaarheid van de tekst gegarandeerd is niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van beroepsnamen. Art. 2.Wanneer de leden van het technisch personeel aangeworven worden om delegatieopdrachten te vervullen, worden zij van rechtswege geacht op te treden als mandatarissen van de inrichtende macht in hun betrekkingen met de andere leden van het technisch personeel. Het tegenbewijs wordt niet toegelaten. Art. 3.In geval van schade die is veroorzaakt door het lid van het technisch personeel aan de inrichtende macht of aan derden bij de uitvoering van het contract dat middels dit statuut tot stand komt, legt het lid van het technisch personeel slechts verantwoording af bij kwaad opzet of zware fout en legt hij slechts verantwoording af voor een kleine fout als het gaat om een wederkerend geval veeleer dan om toeval. Het technisch personeelslid is niet verantwoordelijk voor de beschadigingen of de slijtage te wijten aan normaal gebruik van het voorwerp noch voor het toevallig verlies. Art. 4.Wanneer een geschrift niet vereist is, wordt het getuigenbewijs toegelaten, ongeacht de waarde van het geschil, zelfs voor de Beroepskamers. Art. 5.De handelingen die voortvloeien uit het contract verjaren een jaar na de opzegging ervan of vijf jaar na het feit dat geleid heeft tot de handeling zonder dat deze laatste termijn meer bedraagt dan een jaar na de opzegging van het contract. Art. 6.De ambten van het technisch personeelslid zijn als volgt gerangschikt : 1° Wervingsambten : a) psychopedagogisch consulent;b) maatschappelijk werker;c) paramedisch werker;d) psychopedagogisch werker.2° Bevorderingsambten : a) directeur. Art. 7.De inrichtende macht bepaalt de volgorde van de opvolging van de ambten in het (de) centrum (centra) die zij inricht, rekening houdend met de bepalingen van artikelen 3 en 4 van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra, na het advies te hebben ingewonnen van de organen voor sociale democratie. Onder « organen voor sociale democratie » wordt verstaan, de vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis, de leden van het technisch personeel van het centrum, uitgezonderd de tijdelijke leden van het technisch personeel die niet zijn aangeworven voor de hele duur van het dienstjaar. Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht binnen de twintig dagen. De opvolging van de ambten wordt vastgelegd voor een termijn van drie dienstjaren. Zij wordt verlengd voor dezelfde termijn, behalve wanneer een nieuwe opvolging van de ambten die is vastgelegd volgens dezelfde wijzen als deze bedoeld in het eerste lid ter kennis wordt gebracht van de Regering via een ter post aangetekend schrijven, vóór 1 september van het laatste dienstjaar van de lopende termijn. De vaststelling van de opvolging van de ambten alsook iedere wijziging hieraan wordt ter kennis gebracht van de Regering die deze goedkeurt. De betekening gaat vergezeld van het advies van de organen voor sociale democratie. Art. 8.De leden van het technisch personeel worden tijdelijk en in vast verband aangeworven door de inrichtende macht en door haar geaffecteerd naar een centrum. HOOFDSTUK II. - Plichten en onverenigbaarheden Afdeling 1. - Plichten van de inrichtende macht Art. 9.De inrichtende macht heeft als plicht : 1° het technisch personeelslid te laten werken volgens de overeengekomen voorwaarden, het overeengekomen tijdstip en de overeengekomen plaats, door hem met name de hulpmiddelen en materialen ter beschikking te stellen voor de uitvoering van zijn werk;2° als een goede huisvader erop toe te zien dat het werk uitgevoerd wordt in degelijke omstandigheden wat betreft de veiligheid en gezondheid van het technisch personeelslid en dat hij de eerste zorgen krijgt toegediend bij een ongeval;3° het loon uit te betalen volgens de overeengekomen voorwaarden, het overeengekomen tijdstip en de overeengekomen plaats;4° de nodige aandacht en zorgen te besteden aan de opvang van de leden van het technisch personeel, met name van de nieuwe leden van het technisch personeel;5° als een goede huisvader zorg te dragen voor de werkinstrumenten van de leden van het technisch personeel waarvan zij voorafgaandelijk de toestemming kreeg om deze te gebruiken.Zij mag in geen enkel geval deze werkinstrumenten achterhouden. Art. 10.Heeft recht op de weddetoelage die hem was toegekomen indien hij zijn dagtaak normaal had kunnen uitvoeren, het lid van het technisch personeel dat in staat is te werken op het ogenblik dat hij zich naar zijn werk wil begeven : 1° dat, hoewel hij zich zoals gewoonlijk naar het werk begeeft, laattijdig of niet aankomt op de arbeidsplaats, als deze vertraging of afwezigheid zijn oorzaak vindt op weg naar het werk en geheel los staat van zijn eigen wil;2° dat, behalve in geval van staking, om een reden buiten zijn wil, ofwel zijn werk niet kan aanvatten, terwijl hij zich zoals gewoonlijk naar het werk had begeven, ofwel het reeds begonnen werk niet kan voortzetten. Art. 11.De geldende regelgeving indachtig hebben de leden van het technisch personeel het recht afwezig te zijn op het werk, met behoud van hun normale wedde, bij familiale gebeurtenissen, wegens het volbrengen van burgerplichten of burgeropdrachten en in geval van het verschijnen voor de rechtbank. Afdeling 2. - Plichten van de leden van het technisch personeel Art. 12.De leden van het technisch personeel vervullen hun opdrachten in het belang van de consultanten. Onverminderd het eerste lid behartigen zij steeds de belangen van het centrum en van het vrij onderwijs. Art. 13.De leden van het technisch personeel volbrengen persoonlijk en nauwgezet de verplichtingen die hun zijn opgelegd door de wetten, decreten, besluiten en verordeningen, door de bijkomende regels van de bevoegde paritaire commissie, door het arbeidsreglement en door het aanwervingscontract. Zij volgen stipt de dienstorders op en vervullen hun taak met ijver en nauwgezetheid. Art. 14.De leden van het technisch personeel dienen zich zo correct mogelijk te gedragen zowel in hun betrekkingen in dienstverband als in hun betrekkingen met het publiek, het personeel van de scholen, de leerlingen en de ouders van leerlingen. Zij moeten elkaar bijstaan als het belang van het centrum dit vereist. Zij moeten alles vermijden wat de eer of de waardigheid van hun ambt zou kunnen besmeuren. Art. 15.De leden van het technisch personeel mogen bij de uitoefening van hun ambt de personen die op hen beroep doen, niet blootstellen aan daden van politieke propaganda of handelsreclame. Art. 16.Zij zijn gehouden aan het beroepsgeheim. Art. 17.Zij verlenen, binnen de perken opgelegd door de regelgeving, de bijkomende regels van de bevoegde paritaire commissie, het aanwervingscontract en het arbeidsreglement, de nodige prestaties voor de goede werking van de centra. Zij kunnen hun ambt niet neerleggen zonder voorafgaande toelating. Art. 18.Zij mogen, rechtstreeks of via een tussenpersoon, zelfs buiten hun functies maar hiermee in verband, geen giften, geschenken, premies of eender welke voordelen vragen, eisen of aanvaarden. Art. 19.Zij mogen geen activiteit uitoefenen die strijdig is met de Grondwet en de wetten van het Belgische volk. Art. 20.Zij mogen van hun opdrachten in het centrum geen gebruik maken voor private beroepspraktijken. Afdeling 3. - Onverenigbaarheden Art. 21.Is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van het technisch personeel van een gesubsidieerd vrij psycho-medisch-sociaal centrum, iedere handelswijze die schade zou kunnen toebrengen aan de uitvoering van de plichten die voortvloeien uit het specifiek karakter van het opvoedingsproject van de inrichtende macht bij dewelke het lid van het technisch personeel zijn taken uitoefent of die in strijd zou zijn met de waardigheid van het ambt. De onverenigbaarheden zoals bedoeld in het eerste lid worden vermeld in iedere tijdelijke of vaste aanwervingsakte. Art. 22.De inrichtende macht stelt de in artikel 21 bedoelde onverenigbaarheden vast. Zij stelt het betrokken lid van het technisch personeel hiervan bij aangetekend schrijven in kennis binnen de twintig dagen na de dag dat zij de onverenigbaarheid vaststelt. Art. 23.In geval van betwisting omtrent het bestaan van een in artikel 21 bedoelde onverenigbaarheid, kan de inrichtende macht of het lid van het technisch personeel het advies vragen van de bevoegde paritaire commissie en dit binnen de acht dagen na de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 22. De paritaire commissie brengt een advies uit binnen de twintig dagen. Het personeelslid kan, behoudens in geval van zware fout, zich wapenen tegen ieder risico waarbij een einde zou kunnen worden gesteld aan zijn contract door te stellen dat hij niet langer de activiteit uitoefent die hem ten laste wordt gelegd. Onder voorbehoud van de toepassing van het vorig lid strekt de in artikel 22 bedoelde kennisgeving ertoe een einde te maken aan het contract van het lid van het technisch personeel, tenzij hij een beroep instelt bij de arbeidsrechtbank binnen de maand na de kennisgeving. Het personeelslid dat beroep aantekent, blijft in actieve dienst. Afdeling 4. - Bescherming van de private levenssfeer Art. 24.De inrichtende macht mag geen afbreuk doen aan de bescherming van de private levenssfeer van de leden van het technisch personeel. HOOFDSTUK III. - Aanwerving Afdeling 1. - Algemeen Art. 25.De wervingsambten mogen worden uitgeoefend door de leden van het technisch personeel die tijdelijk of in vast verband zijn aangeworven. Art. 26.Bij zijn eerste aanwerving legt het lid van het technisch personeel de eed af in handen van de inrichtende macht of diens afgevaardigde. De in het eerste lid bedoelde eed wordt uitgesproken in de woorden zoals bepaald door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 07/02/2013 numac 2013000079 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet op de drukpers type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Hiervan wordt akte gegeven aan het lid van het technisch personeel. Afdeling 2. - Tijdelijke aanwerving en tijdelijk technisch personeel Art. 27.Niemand kan tijdelijk door de inrichtende macht worden aangeworven indien hij, op het ogenblik van zijn aanwerving, niet aan volgende voorwaarden voldoet : 1° Belg zijn of ingezetene van een andere lidstaat van de Europese Unie, behoudens afwijking toegestaan door de Regering;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° zijn politieke en burgerlijke rechten genieten;4° hebben voldaan aan de wetten op de dienstplicht;5° houder zijn van een bekwaamheidsbewijs in verband met het te verlenen ambt, zoals bedoeld in artikel 28;6° bij de eerste indiensttreding, een medisch attest overhandigen dat nog geen zes maanden oud is en waarbij verklaard wordt dat de kandidaat zijn gezondheidstoestand zodanig is dat deze geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de leerlingen en de andere personeelsleden;7° in regel zijn met de wettelijke en verordenende bepalingen aangaande de rgeling;8° niet geschorst zijn bij tuchtmaatregel, niet disciplinair geschorst zijn, niet ter beschikking gesteld zijn bij tuchtmaatregel of niet op disciplinaire non-activiteit geplaatst zijn door de inrichtende macht waarvan hij afhangt of door een andere inrichtende macht. De inrichtende macht kan slechts een tijdelijk lid van het technisch personeel aanwerven nadat is voldaan aan de in hoofdstuk 6 bedoelde bepalingen. Art. 28.De vereiste bekwaamheidsbewijzen voor bovenvermelde wervingsambten zijn als volgt vastgelegd : 1° Psychopedagogisch consulent : het diploma van licentiaat psychologische wetenschappen;2° Maatschappelijk werker : a) het diploma maatschappelijk werker of van maatschappelijk assistent(e), uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 februari 1952 houdende organisatie van het onderwijs van maatschappelijk dienstbetoon;b) het diploma van maatschappelijk werker of van maatschappelijk assistent(e), uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen.3° Paramedisch werker : De diploma's van vroedvrouw, gegradueerd ziekenhuisverpleger, gegradueerd psychiatrisch verpleger, gegradueerd verpleger pediatrie en gegradueerd sociaal verpleger, uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 17 augustus 1957 tot vaststelling van de voorwaarden voor het behalen van het diploma van vroedvrouw, verpleger of verpleegster, gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 juli 1960. Worden eveneens geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs, de kandidaten die, overeenkomstig artikel 25 van voormeld koninklijk besluit van 17 augustus 1957, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 juli 1960, worden toegelaten de titel van gegradueerd ziekenhuisverpleger te dragen. De diploma's van vroedvrouw en van gegradueerd verple(e)g(st)er, uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen en het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 21 april 1994 tot vaststelling van de voorwaarden voor het behalen van de diploma's van vroedvrouw en gegradueerd verple(e)g(st)er. 4° Psychopedagogisch werker : a) het bekwaamheidsattest voor de ambten van consulent of assistent beroepsoriëntatie, uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 oktober 1936;b) het diploma van assistent psychologie, uitgereikt door een inrichting die is ingericht, gesubsidieerd of erkend door de Franse Gemeenschap. Art. 29.Er wordt, uiterlijk op het ogenblik van de aanwerving, een schriftelijke overeenkomst opgesteld die wordt ondertekend door beide partijen en opgemaakt in tweevoud, waarvan een wordt overhandigd aan het personeelslid. Deze overeenkomst vermeldt : 1° de identiteit van de inrichtende macht : 2° de identiteit van het lid van het technisch personeel;3° het uit te oefenen ambt alsook de kenmerken en omvang van de opdracht;4° het centrum waarnaar hij wordt geaffecteerd;5° indien de betrekking vacant is of niet en, in geval van dit laatste, de naam van de houder van deze betrekking en, desgevallend, deze van zijn tijdelijke plaatsvervanger;6° desgevallend, de bijkomende verplichtingen zoals bedoeld in artikel 13 en de overenigbaarheden zoals bedoeld in artikel 21;7° de datum van indiensttreding;8° de datum waarop de aanwerving ten einde loopt.Deze datum komt uiterlijk overeen met het einde van het lopend dienstjaar. Bij ontstentenis van schriftelijke overeenkomst wordt het lid van het technisch personeel geacht aangeworven te zijn in het ambt, de opdracht en de betrekking die hij daadwerkelijk uitoefent. Op het einde van iedere periode van dienstactiviteit overhandigt de inrichtende macht aan het tijdelijk lid van het technisch personeel een attest waarin melding wordt gemaakt van de gepresteerde diensten per uitgeoefend ambt, met de begin- en einddata, alsook de aard van het ambt en de bezettingsgraad van de betrekking. Zij geeft het technisch personeelslid eveneens alle sociale documenten. Art. 30.Voor iedere aanwerving in de hoedanigheid van tijdelijk lid van het technisch personeel in een ambt waarvoor hij het in artikel 28 bedoeld vereist bekwaamheidsbewijs bezit, krijgt het technisch personeelslid dat 360 dagen dienst daadwerkelijk gepresteerd heeft in een van de in artikel 6 bedoelde ambten als hoofdambt bij deze inrichtende macht, gespreid over minstens twee dienstjaren en verworven tijdens de jongste vijf dienstjaren, voorrang bij de inrichtende macht en wordt deze opgenomen in het klassement van deze inrichtende macht. De aanwervingen geschieden op grond van de rangschikking. Deze wordt opgesteld op basis van het aantal dagen dienstanciënniteit, berekend overeenkomstig artikel 48, § 1. Bij gelijke dienstanciënniteit wordt voorrang verleend aan het technisch personeelslid met de hoogste ambtsanciënniteit, berekend overeenkomstig artikel 48, § 2. Bij gelijke ambtsanciënniteit wordt voorrang verleend aan het oudste lid van het technisch personeel. Bij gelijke leeftijd wordt voorrang verleend aan het lid van het technisch personeel wiens jaartal tijdens hetwelk het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het gesolliciteerd ambt uitgereikt is, het oudst is. § 2. Ieder in vast verband aangenomen personeelslid dat wenst over te gaan naar een ander wervingsambt waarvoor hij het vereist bekwaamheidsbewijs bezit, overeenkomstig artikel 28 en waarin hij minstens 180 dagen dienstanciënniteit telt, zal op eigen verzoek worden geklasseerd bij de prioritairen. § 3. Na uitputting van de eventuele beroepsprocedures worden de diensten waaraan een einde wordt gesteld via een ontslag niet in aanmerking genomen voor de berekening van de 360 dagen dienst waarvan sprake in § 1 bij de inrichtende macht die een eind heeft gesteld aan de functies, behalve als deze het ontslagen technisch personeelslid opnieuw aanwerft. § 4. De in § 1 bedoelde voorrang geldt voor alle vacante betrekkingen alsook voor niet vacante betrekkingen en waarvan de houder of het personeelslid dat deze tijdelijk vervangt, vervangen dient te worden voor een ononderbroken termijn van mintens acht weken. § 5. De in § 1 bedoelde kandidaten die wensen gebruik te maken van hun voorrangsrecht moeten, op straffe van uitsluiting voor het desbetreffende dienstjaar, hun kandidatuur indienen via aangetekend schrijven, vóór 31 mei, bij de inrichtende macht waarbij zij voorrang hebben bekomen. In deze brief wordt het ambt vermeld waarop de kandidatuur betrekking heeft. § 6. De akte waarmee de kandidaat zijn voorrang laat gelden, is geldig voor het volgend dienstjaar. De kandidaat die de hem overeenkomstig de voorrangsregels aangeboden betrekking weigert, verliest zijn voorrang voor een betrekking in hetzelfde ambt tijdens het lopend dienstjaar, behalve indien hij motieven kan inroepen die door de organen voor sociale democratie worden toegestaan. § 7. De in § 1 bedoelde anciënniteit wordt berekend op de laatste dag van het dienstjaar volgens de wijzen zoals bedoeld in artikel 48. § 8. Het bevoegd bestuur van het Ministerie van de Franse Gemeenschap verschaft, op gewoon verzoek van de kandidaten en tegen betaling van de verzendingskosten, de lijst van de centra met vermelding van de inrichtende macht die deze inricht, per provincie. Onder dezelfde voorwaarden verschaft zij tevens de lijst van de centra die zijn gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met vermelding van de inrichtende macht die deze inricht. § 9. De inrichtende macht bezorgt tijdens de eerste veertien dagen van de maand mei de lijst van de vacante betrekkingen aan de betrokken leden van het technisch personeel, volgens de wijzen bepaald door de organen voor sociale democratie. Om de drie maanden wordt tevens een lijst bezorgt door de inrichtende macht aan de organen voor sociale democratie. Art. 31.De inrichtende macht stuurt naar het FOREm en het ORBEm, naargelang het geval, bij aangetekend schrijven en binnen een termijn van vijftien dagen na de vacature, de lijst van de betrekkingen die moeten worden verleend overeenkomstig de regels bepaald in artikel 30 en die niet kunnen worden toegekend aan de leden van het technisch personeel die de voorrang genieten zoals bedoeld in artikel 30, § 1. De inrichtende macht geeft, op eenvoudig verzoek van een belangstellende kandidaat, kennis van de dienstattesten, zoals bedoeld in artikel 29, van de leden van het technisch personeel die zijn aangeworven met toepassing van artikel 30, § 1. Art. 32.Op het einde van een periode van dienstactiviteit van minstens zes maanden van een tijdelijk lid van het technisch personeel stelt de inrichtende macht of diens afgevaardigde een omstandig verslag op over de wijze waarop het personeelslid zich heeft gekweten van zijn taak, waarvan het model wordt vastgelegd door de bevoegde centrale paritaire commissie. Het verslag wordt voorgelegd aan het betrokken tijdelijk lid van het technisch personeel. Als het personeelslid van oordeel is dat de inhoud van het verslag ongegrond is, vermeldt hij dit erbij wanneer hij het viseert. Art. 33.Niemand kan door de inrichtende macht worden aangeworven in de hoedanigheid van prioritaire tijdelijke indien hij niet aan volgende voorwaarden voldoet : 1° Belg zijn of ingezetene van een andere lidstaat van de Europese Unie, behoudens afwijking toegestaan door de Regering;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° zijn politieke en burgerlijke rechten genieten;4° hebben voldaan aan de wetten op de dienstplicht;5° houder zijn van een bekwaamheidsbewijs dat in verhouding staat tot het te begeven ambt, zoals bedoeld in artikel 28;6° bij de eerste indiensttreding, een medisch attest overhandigen dat nog geen zes maanden oud is en waarbij verklaard wordt dat de kandidaat zijn gezondheidstoestand zodanig is dat deze geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de consultanten en de andere personeelsleden;7° in regel zijn met de wettelijke en verordenende bepalingen aangaande de taalregeling;8° niet geschorst zijn naar aanleiding van een tuchtmaatregel, niet disciplinair geschorst zijn, niet ter beschikking gesteld zijn naar aanleiding van een tuchtmaatregel of niet op disciplinaire non-activiteit geplaatst zijn door de inrichtende macht waarvan hij afhangt of door een andere inrichtende macht;9° gerangschikt zijn als prioritaire volgens de wijzen bepaald in artikel 30, § 1;10° in het betrokken ambt geen ongunstig verslag hebben gekregen zoals bedoeld in artikel 32 en strekkende over een ononderbroken tijdelijke aanwervingsperiode van minstens drie maanden tijdens een dienstjaar. Het lid van het technisch personeel wordt geacht te voldoen aan de voorwaarde gesteld in het eerste lid, 10°, zolang er door de inrichtende macht of diens afgevaardigde geen ongunstig verslag is opgesteld tegen hem dat strekt over een ononderbroken tijdelijke aanwervingsperiode van minstens drie maanden tijdens een dienstjaar. Het verslag wordt ter ondertekening voorgelegd aan het betrokken lid van het tijdelijk technisch personeel. De procedure wordt voortgezet als het technisch personeelslid weigert het verslag te ondertekenen. Indien het lid van het technisch personeel van oordeel is dat de inhoud van het verslag ongegrond is, vermeldt hij dit erbij wanneer hij viseert en heeft hij het recht om, binnen de tien werkdagen na de ontvangst van dit verslag, beroep in te stellen bij de Beroepskamer. Het lid van het technisch personeel dat gebruik maakt van zijn recht op beroep stuurt hiervan onmiddellijk een afschrift naar zijn inrichtende macht. De Beroepskamer verstrekt haar advies aan de inrichtende macht binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het beroep. De inrichtende macht neemt haar beslissing binnen een maand vanaf de ontvangst van het advies van de Beroepskamer. § 2. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is paragraaf 1 eveneens van toepassing op de leden van het technisch personeel die met ouderschapsverlof of ziekteverlof zijn. Art. 34.Een niet-prioritair tijdelijk lid van het technisch personeel kan ontslaan worden door de inrichtende macht waar hij zijn ambt uitoefent, mits een opzegtermijn van vijftien dagen, ingaand op de dag van de kennisgeving. Dit ontslag wordt met redenen omkleed, op straffe van nietigheid. Voorafgaand aan de kennisgeving van ieder ontslag moet het technisch personeelslid verzocht geweest zijn zich te laten horen door de inrichtende macht. De oproeping tot de hoorzitting alsook de motieven waarom de inrichtende macht overweegt het personeelslid te ontslaan moeten hem kenbaar worden gemaakt vijf werkdagen voor de hoorzitting, hetzij bij ter post aangetekende brief, hetzij door persoonlijke overhandiging met ontvangstbewijs. Tijdens de hoorzitting mag het personeelslid zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de leden van het technisch personeel van de gesubsidieerde vrije centra, in actieve dienst of op rust, of door een vertegenwoordiger van een representatieve vakorganisatie. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het personeelslid, dat wettelijk is opgeroepen, niet verschijnt op de hoorzitting of er niet vertegenwoordigd is. Indien het lid van het technisch personeel of diens vertegenwoordiger evenwel redenen van overmacht kunnen inroepen dewelke hun afwezigheid op de hoorzitting verantwoorden, wordt het lid van het technisch personeel andermaal opgeroepen op een hoorzitting, betekend overeenkomstig het tweede lid. In dit geval, en zelfs wanneer het lid van het technisch personeel of zijn vertegenwoordiger niet zijn verschenen op de hoorzitting, wordt de procedure geldig voorgezet. Het lid van het tijdelijk technisch personeel, wiens opzegtermijn loopt, kan binnen de tien dagen na de betekening van de opzegging, een beroep instellen bij de Beroepskamer tegen de beslissing tot ontslag. Het lid van het technisch personeel dat gebruik maakt van zijn recht op beroep stuurt hiervan onmiddellijk een afschrift naar zijn inrichtende macht. De Beroepskamer verstuurt haar advies naar de inrichtende macht binnen een termijn van hoogstens vijfenveertig dagen ingaande op de dag van de ontvangst van het beroep. De beslissing wordt genomen door de inrichtende macht binnen de dertig dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Beroepskamer. Het personeelslid wordt gehoord door de Beroepskamer. Hij kan zich laten bijstaan door een advocaat, een verdediger gekozen onder de leden van het technisch personeel van de gesubsidieerde vrije centra, in actieve dienst of op rust, of door een vertegenwoordiger van een representatieve vakorganisatie. § 2. Als het lid van het tijdelijk technisch personeel prioritair is in de zin van artikel 30, § 1, wordt dezelfde procedure als bedoeld in § 1 toegepast, maar in dit geval valt het ontslag mits een opzegtermijn van drie maanden. Art. 35.De beslissing tot ontslag wordt door de inrichtende macht meegedeeld aan het lid van het technisch personeel. De betekening geschiedt ofwel bij deurwaardersexploot, ofwel bij ter post aangetekend schrijven en vangt aan op de derde werkdag volgende op de verzending, op straffe van nietigheid. In geval van ontslag verliest het tijdelijk aangeworven lid van het technisch personeel de voorrang die hij had verworven bij de betrokken inrichtende macht. Hij krijgt ze evenwel terug wanneer hij opnieuw aangeworven wordt door deze inrichtende macht. Art. 36.De inrichtende macht kan ieder lid van het tijdelijk technisch personeel zonder opzegging ontslaan wegens zware fout. Wordt beschouwd als een zware fout, iedere tekortkoming die iedere professionele samenwerking tussen het personeelslid en de inrichtende macht waartoe hij behoort onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Zodra zij kennis neemt van elementen die kunnen wijzen op een zware fout, roept de inrichtende macht bij ter post aangetekend schrijven het lid van het technisch personeel op voor verhoor dat plaats moet hebben ten vroegste vijf werkdagen en ten laatste tien werkdagen na de verzending van de oproeping. Als de inrichtende macht na de hoorzitting van oordeel is dat er voldoende elementen zijn die wijzen op een zware fout, mag ze binnen de drie dagen na de hoorzitting overgaan tot ontslag. Het ontslag wordt vergezeld van het bewijs van de werkelijkheid van de ten laste gelegde feiten. Het wordt ter kennis gebracht van het lid van het technisch personeel, hetzij bij deurwaardersexploot, hetzij bij ter post aangetekende brief, dewelke ingaat op de derde werkdag na de dag van de verzending. Tijdens de hoorzitting kan het lid van het technisch personeel zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de leden van het technisch personeel van de gesubsidieerde vrije centra, in actieve dienst of op rust, of door een vertegenwoordiger van een representatieve vakorganisatie. Art. 37.Een lid van het technisch personeel dat tijdelijk is aangeworven kan eenzijdig een eind maken aan het contract mits een opzegtermijn van acht dagen. De akte waarmee het lid van het technisch personeel eenzijdig een eind maakt aan het contract moet, op straffe van nietigheid, ter kennis worden gebracht van de inrichtende macht, hetzij bij deurwaardersexploot, hetzij bij ter post aangetekende brief die ingaat op de derde werkdag na de verzending ervan, hetzij door de overhandiging van een schriftelijk document aan de inrichtende macht. In dit laatste geval heeft de ondertekening van de inrichtende macht op het dubbel van dit document slechts de waarde van ontvangstbewijs van de kennisgeving. De betekening moet, op straffe van nietigheid, de datum vermelden vanaf dewelke de opzegtermijn ingaat en de duur ervan. Art. 38.Indien het contract wordt beëindigd in onderling akkoord der partijen, wordt dit vastgesteld in een geschrift waarin de datum wordt vermeld waarop beide partijen hierover overeenstemming hebben bereikt. Afdeling 3. - Aanwerving in vast verband Art. 39.De inrichtende macht gaat over tot de aanwerving in vast verband in een vacante betrekking van een wervingsambt, behalve : 1° als zij, krachtens de bepalingen bedoeld in hoofdstuk 6, verplicht is een lid van het technisch personeel dat ter beschikking is gesteld bij ontstentenis van betrekking, in deze betrekking aan te stellen;2° als zij deze betrekking reed heeft toegewezen via een mutatie of een affectatiewijziging overeenkomstig de bepalingen bedoeld in artikel 40. Art. 40.§ 1. De inrichtende macht die een vacante betrekking te verlenen heeft, kan de mutatie van een lid van het technisch personeel van een andere inrichtende macht aanvaarden, als geen van de leden van haar technisch personeel voorrang heeft. Het betrokken lid van het technisch personeel moet hiertoe een aanvraag indienen en het akkoord verkrijgen van zijn inrichtende macht. Niemand kan worden gemuteerd in een betrekking van wervingsambt als hij niet in vast verband is aangeworven in het wervingsambt waarop de vacante betrekking betrekking heeft. De inrichtende macht moet het lid van het technisch personeel in vast verband aanwerven op het ogenblik van de mutatie, ongeacht het tijdstip. Het gemuteerd lid van het technisch personeel moet ontslag nemen uit de inrichtende macht die hij verlaat voor de opdracht die hij er uitvoert en waarvoor hij zijn mutatie heeft aangevraagd. De overgang van een inrichtende macht naar een andere moet ononderbroken verlopen. De wijzen voor mutaties worden bovendien vastgelegd door de organen voor sociale democratie. § 2. De inrichtende macht kan instemmen met een affectatiewijziging voor een van de leden van haar technisch personeel. Deze affectatiewijziging kan slechts gebeuren indien het lid van het technisch personeel in vast verband is aangenomen bij de inrichtende macht in het ambt waartoe de vacante betrekking behoort. De overgang van een centrum naar een ander moet ononderbroken verlopen. De wijzen voor affectatiewijzigingen worden bovendien vastgelegd door de organen voor sociale democratie. Art. 41.De inrichtende macht die een vacante betrekking heeft voor een te begeven wervingsambt kan een lid van het technisch personeel dat in vast verband is aangenomen in een bevorderingsambt, dat hierom verzoekt, in vast verband aanstellen in deze betrekking indien geen van haar personeelsleden voorrang geniet in de zin van artikel 30, § 1. De aanwerving kan eender wanneer gebeuren en kan pas worden toegekend wanneer het lid van het technisch personeel voldoet aan alle voorwaarden gesteld in artikel 43, met uitzondering van 8° en 10°. Art. 42.Het niet in artikel 41 bedoeld lid van het technisch personeel dat, de regels van dit decreet indachtig, zich een vacante betrekking ziet toegekend waarvoor het reeds in vast verband is aangeworven bij dezelfde inrichtende macht, wordt, indien het hierom verzoekt, onmiddellijk in deze betrekking in vast verband aangeworven, ongeacht de datum. Art. 43.§ 1. Niemand kan in vast verband worden aangenomen indien hij niet aan volgende voorwaarden voldoet : 1° Belg zijn of ingezetene van een andere lidstaat van de Europese Unie, behoudens afwijking toegestaan door de Regering;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° zijn politieke en burgerlijke rechten genieten;4° voldaan hebben aan de wetten op de dienstplicht;5° houder zijn van en bekwaamheidsbewijs in verband met het te verlenen ambt, zoals bedoeld in artikel 28;6° de lichamelijke geschiktheid bezitten die zijn bepaald door de Regering om te worden toegelaten tot de stage voor de leden van het technisch personeel van de centra die worden ingericht door de Franse Gemeenschap;7° voldoen aan de wettelijke en verordenende bepalingen inzake de taalregeling;8° als prioritaire gerangschikt staan volgens de wijzen bepaald in artikel 30, § 1, tijdens het dienstjaar waarin het lid van het technisch personeel zich kandidaat stelt voor de aanwerving in vast verband en tijdens het volgend dienstjaar;9° op 31 augustus van het dienstjaar tijdens hetwelk het lid van het technisch personeel zich kandidaat stelt voor de aanwerving in vast verband, 600 dagen dienstanciënniteit tellen waarvan 240 dagen in desbetreffend ambt, gepresteerd bij dezelfde inrichtende macht of, in de veronderstelling bedoeld in artikel 47, bij een andere inrichtende macht van hetzelfde net.De 600 dagen dienstanciënniteit verworven bij de inrichtende macht moeten gespreid zijn over minstens drie dienstjaren. 10° zijn kandidatuur hebben ingediend in de vorm en binnen de termijn bepaald in de oproep tot kandidaten;11° niet geschorst zijn bij tuchtmaatregel, niet disciplinair geschorst zijn, niet ter beschikking gesteld zijn bij tuchtmaatregel of niet op disciplinaire non-activiteit geplaatst zijn door de inrichtende macht waarvan hij afhangt of door een andere inrichtende macht;12° tijdens het dienstjaar dat voorafgaat aan datgene waarin de aanwerving in vast verband gebeurt, geen ongunstig rapport gekregen hebben zoals bedoeld in artikel 31 en strekkende over een ononderbroken periode van minstens zes maanden in een tijdelijke aanwerving. De in het eerste lid, 1° tot 7° en 11°, bedoelde voorwaarden dienen te zijn vervuld op het ogenblik van de aanwerving in vast verband. De kandidaat voor een aanwerving in vast verband wordt geacht te voldoen aan de voorwaarde in het eerste lid, 12°, zolang er door de inrichtende macht of diens afgevaardigde geen ongunstig rapport is opgesteld ten zijn aanzien. Het verslag wordt ter ondertekening voorgelegd aan het betrokken lid van het tijdelijk technisch personeel. De procedure wordt voortgezet als het technisch personeelslid weigert het rapport te ondertekenen. Indien het lid van het technisch personeel van oordeel is dat de inhoud van het rapport ongegrond is, vermeldt het dit erbij wanneer hij het viseert gezien tekent en heeft hij het recht om, binnen de tien werkdagen na de ontvangst van dit verslag, beroep in te stellen bij de Beroepskamer. Het lid van het technisch personeel dat gebruik maakt van zijn recht op beroep stuurt hiervan onmiddellijk een afschrift naar zijn inrichtende macht. De Beroepskamer verstrekt haar advies aan de inrichtende macht binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het beroep. De inrichtende macht neemt haar beslissing binnen een maand vanaf de ontvangst van het advies van de Beroepskamer. Het lid van het technisch personeel dat in vast verband is aangeworven in een betrekking moet deze als hoofdambt bekleden. § 2. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is paragraaf 1 eveneens van toepassing op de leden van het technisch personeel met ouderschaps- of ziekteverlof. Art. 44.Ieder jaar, tijdens de maand mei, doet de inrichtende macht een oproep tot kandidaten voor een aanwerving in vast verband. De betrekkingen die vacant zijn op 15 april voorafgaand aan de oproep tot kandidaten worden in vast verband verleend, als deze betrekkingen op 1 oktober daaropvolgend nog steeds vacant zijn. Het bericht waarin de tijdelijken gerangschikt zijn en waarin melding wordt gemaakt van het te begeven ambt, de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen alsook de vorm en termijn binnen dewelke de kandidaturen moeten worden ingediend, wordt meegedeeld aan alle tijdelijke leden van het technisch personeel van de inrichtende macht die gerangschikt zijn bij de prioritairen in de zin van artikel 30, § 1. De betrekkingen die op 15 april vacant zijn, worden samengebracht in ieder ambt voor alle centra van eenzelfde inrichtende macht. De betrekkingen die op 1 oktober daaropvolgend vacant blijven in elkeen van deze ambten in alle centra van eenzelfde inrichtende macht, worden in vast verband verleend naar rato van het maximum aantal betrekkingen waarvoor een oproep tot kandidaten is gedaan voor een aanwerving in vast verband tijdens de maand mei die daaraan voorafging. De aanwervingen in vast verband gaan uiterlijk in op 1 november, enkel in de betrekkingen bedoeld in het tweede lid, die op 1 oktober van het lopende dienstjaar nog steeds vacant waren. De verplichting tot aanwerving in vast verband door de inrichtende macht geldt slechts als het lid van het technisch personeel zich kandidaat heeft gesteld en voldoet aan de voorwaarden in dit decreet. Een lid van het technisch personeel dat opnieuw geaffecteerd is naar een andere inrichtende macht dan diegene die hem ter beschikking heeft gesteld wegens gebrek aan betrekking en wiens reaffectatie verlengd wordt voor het derde opeenvolgend jaar, kan zich kandidaat stellen voor een aanwerving in vast verband in een betrekking die hem werd toegekend in deze andere inrichtende macht, onder dezelfde voorwaarden als het lid van het prioritair tijdelijk personeel binnen deze inrichtende macht. De volgorde waarin de inrichtende macht overgaat tot de aanwervingen in vast verband wordt bepaald aan de hand van de dienstanciënniteit van de kandidaten, berekend overeenkomstig artikel 48, § 1. Bij gelijke dienstanciënniteit wordt voorrang verleend aan het technisch personeelslid met de hoogste ambtsanciënniteit, berekend overeenkomstig artikel 48, § 2. Bij gelijke ambtsanciënniteit wordt voorrang verleend aan het oudste lid van het technisch personeel. Bij gelijke leeftijd wordt voorrang verleend aan het lid van het technisch personeel wiens jaartal tijdens hetwelk het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het gesolliciteerd ambt uitgereikt is, het oudst is. De inrichtende macht bezorgt jaarlijks de lijst van de vacante betrekkingen aan de betrokken leden van het technisch personeel volgens de wijzen bepaald door de organen voor sociale democratie. Er wordt driemaandelijks tevens een lijst van de vacante betrekkingen door de inrichtende macht meegedeeld aan de organen voor sociale democratie. Art. 45.De aanwerving in vast verband, de mutatie en de affectatiewijziging zijn niet toegelaten in een betrekking van een centrum dat, met toepassing van de rationalisatieregels, zal worden gesloten of in een betrekking die behoort tot een centrum wiens periode voor de toelating tot subsidies beperkt is bij beslissing van de Regering die voorafgaandelijk wordt ter kennis gebracht van de inrichtende macht. Art. 46.De persoon die zich kandidaat stelt voor de aanwerving in vast verband voor verschillende betrekkingen, dient een afzonderlijke kandidaatstelling in voor iedere betrekking. Het lid van het technisch personeel dat in vast verband in aangenomen in een ambt en dat een definitieve affectatie vraagt in dezelfde inrichtende macht in een betrekking die vacant is in een ander wervingsambt waarvoor het het vereist bekwaamheidsbewijs bezit, moet gehoor geven aan de oproep tot aanwerving in vast verband in dit ambt. Art. 47.Bij ontstentenis van kandidaten, leden van zijn technisch personeel, die voldoen aan de voorwaarden van artikel 43, kan een inrichtende macht, op haar verzoek, een lid van het technisch personeel van een centrum van dezelfde aard aanwerven dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 43, met uitzondering van 8° en 10°. Art. 48.§ 1. Voor de berekening van de in deze afdeling bedoelde dienstanciënniteit worden in aanmerking genomen alle diensten die worden gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tijdelijk of in vast verband gepresteerd in de centra die afhangen van de inrichtende macht, alsook de niet bezoldigde perioden die gelijkgesteld worden aan de dienstactiviteit, in alle betoelaagde ambten van de leden van het technisch personeel van de centra die worden ingericht door de inrichtende macht, in hoofdambt en voor zover de kandidaat houder is van het bekwaamheidsbewijs voor dit ambt, zoals bedoeld in artikel 28. Het aantal dagen dat men heeft in de hoedanigheid van tijdelijke in een ambt met volledige dagtaak is de som van alle dagen die men telt vanaf het begin tot het einde van de doorlopende van periode van dienstactiviteit, met inbegrip, als deze in deze periode vervat zitten, van de ontspanningsverloven, de wettelijke verlofdagen en de ouderschapsverloven, de verloven voor de opvang met het oog op adoptie en de officieuze voogdij en de uitzonderlijke verloven zoals bedoeld in de geldende regelgeving. Bij ambtswijziging worden de dagen die men verworven heeft in de hoedanigheid van vastbenoemde in een ambt met volledige dagtaak berekend vanaf het begin tot het einde van een ononderbroken periode van dienstactiviteit, met inbegrip van de ontspanningsverloven, de wettelijke verlofdagen en de ouderschapsverloven, de verloven voor de opvang met het oog op adoptie en de officieuze voogdij en de uitzonderlijke verloven zoals bedoeld in het vorig lid. De diensten gepresteerd in een ambt met onvolledige dagtaak en met minstens de helft van het aantal uren dat vereist is voor het ambt met volledige dagtaak worden evengoed in aanmerking genomen als de diensten volbracht in een ambt met volledige dagtaak. Het aantal dagen verworven in een ambt met onvolledige dagtaak dat niet de helft van het aantal uren bevat dat vereist is voor het ambt met volledige dagtaak, wordt met de helft verminderd. Het aantal dagen verworven in twee of meerdere ambten die tegelijkertijd worden uitgeoefend, mag nooit hoger liggen dan het aantal dagen verworven in een ambt met volledige dagtaak uitgeoefend tijdens dezelfde periode. De duur van de diensten die het personeelslid telt, mag nooit meer bedragen dan 360 dagen per dienstjaar, 360 dagen zijnde een anciënniteitsjaar. § 2. Voor de berekening van de in deze afdeling bedoelde ambtsanciënniteit worden in aanmerking genomen alle diensten die worden gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tijdelijk of in vast verband gepresteerd in de centra die afhangen van de inrichtende macht alsook de niet bezoldigde perioden die gelijkgesteld worden aan de dienstactiviteit, in een betoelaagd ambt van de leden van het technisch personeel van de centra die worden ingericht, in hoofdambt en voor zover de kandidaat houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor dit ambt, zoals bedoeld in artikel 28. Het aantal dagen dat men heeft in de hoedanigheid van tijdelijke in een ambt met volledige dagtaak is de som van alle dagen die men telt vanaf het begin tot het einde van de doorlopende periode van dienstactiviteit, met inbegrip, als deze in deze periode vervat zitten, van de ontspanningsverloven, de wettelijke verlofdagen en de ouderschapsverloven, de verloven voor de opvang met het oog op adoptie en de officieuze voogdij en de uitzonderlijke verloven zoals bedoeld in de geldende regelgeving. De diensten gepresteerd in een ambt met onvolledige dagtaak en met minstens de helft van het aantal uren dat vereist is voor het ambt met volledige dagtaak worden evengoed in aanmerking genomen als de diensten volbracht in een ambt met volledige dagtaak. Het aantal dagen verworven in een ambt met onvolledige dagtaak dat niet de helft van het aantal uren bevat dat vereist is voor het ambt met volledige dagtaak, wordt met de helft verminderd. De duur van de diensten die het personeelslid telt mag nooit meer bedragen dan 360 dagen per dienstjaar, 360 dagen zijnde een anciënniteitsjaar. HOOFDSTUK IV. - Bevordering Art. 49.De aanwerving in vast verband in een bevorderingsambt van directeur kan slechts gebeuren in geval er een vacante betrekking is voor het te begeven ambt. Art. 50.De aanwerving in vast verband in een ambt van directeur kan slechts gebeuren als deze betrekking als hoofdambt bekleed wordt. Art. 51.Een inrichtende macht gaat over tot een aanwerving in vast verband in een vacante betrekking van directeur behalve : 1° als zij, krachtens de bepalingen bedoeld in hoofdstuk 6, verplicht is een lid van het personeel dat ter beschikking is gesteld bij ontstentenis van betrekking, in deze betrekking aan te stellen;2° als zij deze betrekking reed heeft toegewezen via een mutatie overeenkomstig de bepalingen bedoeld in artikel 52. Art. 52.De inrichtende macht die een vacante betrekking van directeur te verlenen heeft, kan instemmen met een mutatie van een van de leden van haar technisch personeel dat titularis is van het ambt van directeur en dat hierom verzoekt. De mutatie kan slechts geschieden onder de voorwaarden gesteld in artikel 40, § 2. Art. 53.De aanwervingen in vast verband of mutaties zijn niet toegelaten in een betrekking van een centrum dat, met toepassing van de rationalisatieregels, zal worden gesloten of in een betrekking die behoort tot een centrum wiens periode voor de toelating tot subsidies beperkt is bij beslissing van de Regering die voorafgaandelijk wordt ter kennis gebracht van de inrichtende macht. Art. 54.Niemand kan in vast verband worden aangeworven in het bevorderingsambt van directeur als deze, op het ogenblik van de aanwerving, niet aan volgende voorwaarden voldoet : 1° in vast verband een dienstanciënniteit hebben verworven van minstens zes jaar bij de inrichtende macht in het ambt van psychopedagogisch consulent, berekend volgens de wijzen bepaald in artikel 48, § 1;2° een ambt met volledige dagtaak vervullen in een centrum dat afhangt van de inrichtende macht;3° voorafgaandelijk een specifieke opleiding hebben gevolgd die is bekrachtigd met een aanwezigheidsattest. Art. 55.§ 1. Het ambt van directeur kan tijdelijk worden toevertrouwd aan een personeelslid dat voldoet aan alle voorwaarden gesteld in artikel 54 : 1° als de houder van het ambt tijdelijk afwezig is;2° in de veronderstelling zoals bedoeld in artikel 53. Tijdens deze periode blijft het lid van het technisch personeel titularis van de betrekking waarin het in vast verband is aangeworven. § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, is de in artikel 54, 3°, gestelde voorwaarde niet vereist voor iedere aanwerving waarvan de duur gelijk of kleiner is dan vijftien weken. De organen voor sociale democratie moeten de aanwervingsprocedure bepalen. Art. 56.Het ambt van directeur kan tijdelijk worden toevertrouwd aan een personeelslid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 54, in afwachting van een aanwerving in vast verband. Tijdens deze periode blijft het lid van het technisch personeel titularis van de betrekking waarin het in vast verband is aangeworven. Het in het eerste lid bedoeld lid van het technisch personeel wordt uiterlijk na een termijn van twee jaar in vast verband aangeworven in het bevorderingsambt van directeur als de inrichtende macht het lid daaruit niet ontheven heeft. Art. 57.§ 1. Bij ontstentenis van een kandidaat die voldoet aan alle in artikel 54 gestelde voorwaarden voor de toegang tot het bevorderingsambt van directeur, kan de inrichtende macht het bevorderingsambt van directeur tijdelijk toevertrouwen aan een lid van het technisch personeel dat in vast verband is aangeworven en houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs om het aanwervingsambt van psychopedagogisch consulent te bekleden. Tijdens de periode gedurende dewelke hij tijdelijk het bevorderingsambt van directeur uitoefent, blijft het lid van het technisch personeel titularis van de betrekking waarin hij in vast verband is aangeworven. Het lid van het technisch personeel dat zich tijdelijk een bevorderingsambt van directeur zag toegewezen krachtens deze paragraaf kan door de inrichtende macht uit dit ambt worden ontheven. § 2. Iedere inrichtende macht die de onmogelijkheid aantoont om het bevorderingsambt van directeur tijdelijk toe te vertrouwen aan een lid van het technisch personeel dat in vast verband is aangeworven overeenkomstig de voorgaande bepalingen, kan dit ambt tijdelijk toevertrouwen aan een lid van haar tijdelijk technisch personeel, houder van het vereiste bekwaanheidsbewijs om het wervingsambt van psychopedagogisch consulent uit te oefenen. Het in het eerste lid bedoelde lid van het technisch personeel wordt geacht aan de in artikel 54, 1°, bedoelde voorwaarde te voldoen na het verstrijken van een termijn van zes jaar als tijdelijke in het bevorderingsambt van directeur. Het lid van het technisch personeel dat zich tijdelijk een bevorderingsambt van directeur zag toegewezen krachtens deze paragraaf kan door de inrichtende macht uit dit ambt worden ontheven. § 3. Iedere inrichtende macht die de onmogelijkheid aantoont om het bevorderingsambt van directeur tijdelijk toe te vertrouwen aan een lid van het technisch personeel dat in vast verband of tijdelijk is aangeworven overeenkomstig de voorgaande bepalingen, kan beroep doen op een lid van het technisch personeel dat in vast verband is aangeworven en afhangt van een andere vrije gesubsidieerde inrichtende macht en houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs om het wervingsambt van psychopedagogisch consulent te vervullen. Tijdens de periode gedurende dewelke hij tijdelijk het bevorderingsambt van directeur uitoefent, blijft het lid van het technisch personeel titularis van de betrekking waarin hij in vast verband is aangeworven in zijn inrichtende macht van herkomst. Het personeelslid dat tijdelijk aangeworven is in een bevorderingsambt van directeur krachtens deze paragraaf wordt in vast verband aangeworven in dit ambt na een termijn van zes jaar als hij op dat ogenblik voldoet aan de voorwaarde gesteld in artikel 54, 3°, en als de inrichtende macht hem daaruit niet heeft ontheven. Het lid van het technisch personeel dat zich tijdelijk een bevorderingsambt van directeur zag toegewezen krachtens deze paragraaf, kan door de inrichtende macht uit dit ambt worden ontheven. Art. 58.Iedere tijdelijke aanwerving in een betrekking van directeur schriftelijk vastgelegd en wordt de vermeldingen zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, met uitzondering van 8°, worden erin opgenomen. Een tijdelijke aanwerving in een betrekking van directeur wordt beëindigd in gezamenlijk akkoord bij beslissing van de inrichtende macht of met toepassing van artikel 109. Het einde van de uitoefening is evenwel zonder gevolg voor de tijdelijke aanwerving in een betrekking van directeur. De inrichtende macht mag niet overgaan tot een tijdelijke aanwerving in de betrekking van directeur als zij, krachtens de bepalingen in hoofdstuk 6, verplicht is deze betrekking toe te kennen aan een lid van het technisch personeel dat ter beschikking is gesteld bij ontstentenis van betrekking. HOOFDSTUK V. - Dienststanden Afdeling 1. - Algemeen Art. 59.Het lid van het technisch personeel bevindt zich gedeeltelijk of geheel in een van de volgende dienststanden : 1° in actieve dienst;2° op non-activiteit;3° ter beschikking. Afdeling 2. - Actieve dienst Art. 60.Het lid van het technisch personeel wordt steeds geacht in actieve dienst te zijn, behoudens formele bepaling waarbij het zich in een andere dienststand bevindt. Art. 61.Het lid van het technisch personeel in actieve dienst heeft recht op een weddetoelage en op de vooruitbetaling van zijn loon, onder dezelfde voorwaarden als diegene die zijn voorzien voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra die zijn ingericht door de Franse Gemeenschap. Het lid kan verlof krijgen van de inrichtende macht onder dezelfde voorwaarden als deze voorzien voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra die zijn ingericht door de Franse Gemeenschap. Ieder verlof waarvoor een regeringsbeslissing vereist is om aanspraak te kunnen maken op de wedde in een centrum van de Franse Gemeenschap wordt door de inrichtende macht aan dezelfde overheid ter goedkeuring voorgelegd. Afdeling 3. - Non-activiteit Art. 62.Het lid van het technisch personeel staat op non-actief onder dezelfde voorwaarden als deze voorzien voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra die zijn ingericht door de Franse Gemeenschap. Afdeling 4. - Terbeschikkingstelling Art. 63.Met uitzondering van de terbeschikkingstelling bij ontstentenis van betrekking waarvan sprake in hoofdstuk 6 en de terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing uit de betrekking in het belang van de dienst waarvan sprake in artikel 64, kan het lid van het technisch personeel dat in vast verband is aangeworven door de inrichtende macht ter beschikking worden gesteld onder dezelfde voorwaarden als deze voorzien voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra die zijn ingericht door de Franse Gemeenschap. Iedere terbeschikkingstelling waarvoor een regeringsbeslissing vereist is om aanspraak te kunnen maken op het wachtloon in een centrum ingericht door de Franse Gemeenschap wordt door de inrichtende macht aan dezelfde overheid ter goedkeuring voorgelegd. Art. 64.§ 1. Het lid van het technisch personeel dat in vast verband in aangeworven kan in het belang van de dienst door zijn inrichtende macht ter beschikking worden gesteld wegens ambtsontheffing. De duur van de terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing uit de betrekking in het belang van de dienst mag, in een of meerdere tijdsbestekken, niet langer duren dan zes maanden voor de hele loopbaan van het lid van het technisch personeel. Er kan evenwel worden afgeweken van de in het eerste lid bedoelde beperking teneinde de terbeschikkingstelling wegens ambts ontheffing in het belang van de dienst waartoe is beslist tijdens een dienstjaar ten aanzien van een lid van het technisch personeel te verlengen tot op het einde van het lopend dienstjaar. Het verzoek tot afwijking wordt door de inrichtende macht voor akkoord voorgelegd aan de Regering. Tijdens de terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst krijgt het lid van het technisch personeel een wachtloon gelijk aan 75 % van zijn laatste loon in actieve dienst. Een inrichtende macht kan een lid van haar technisch personeel niet ter beschikking stellen wegens ambts ontheffing in het belang van de dienst als de feiten waarom zij deze maatregel overweegt het voorwerp kunnen zijn van een tuchtmaatregel of van een procedure waarbij een onverenigbaarheid wordt vastgesteld of als het lid van het technisch personeel, voor deze feiten, gerechtelijk wordt vervolgd. § 2. Voorafgaand aan ieder voorstel tot terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst moet het lid van het technisch personeel zijn uitgenodigd zich te laten horen door de inrichtende macht. De oproeping tot de hoorzitting alsook de motieven waarom de inrichtende macht overweegt het personeelslid ter beschikking te stellen wegens ambtsontheffing uit de betrekking in het belang van de dienst, moeten hem kenbaar worden gemaakt vijf werkdagen voor de hoorzitting, hetzij bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, hetzij door persoonlijke overhandiging met ontvangstbewijs. Tijdens de hoorzitting mag het personeelslid zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen onder de leden van het technisch personeel van de gesubsidieerde vrije centra, in actieve dienst of op rust, of door een vertegenwoordiger van een representatieve vakorganisatie. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het personeelslid, dat volgens de regels is opgeroepen, niet verschijnt op de hoorzitting of er niet vertegenwoordigd is. Indien het lid van het technisch personeel of diens vertegenwoordiger evenwel redenen van overmacht kunnen inroepen dewelke hun afwezigheid op de hoorzitting verantwoorden, wordt het lid van het technisch personeel opgeroepen voor een nieuwe hoorzitting die wordt betekend overeenkomstig het eerste lid. Ditmaal, en zelfs wanneer het lid van het technsich personeel of zijn vertegenwoordiger niet zijn verschenen op de hoorzitting, wordt de procedure geldig voorgezet. § 3. Het voorstel tot terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst wordt ter kennis gebracht van het lid van het technisch personeel dat, binnen de tien dagen na …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.