← België

Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de reglementen van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut

Kort samengevat

Dit ministerieel besluit keurt de reglementen van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut goed, die de manier bepalen waarop gegevens over buitenlandse betalingen en transacties worden verzameld en verwerkt. Het doel is om het buitenlands betalingsverkeer en de betalingsbalans van België en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie te inventariseren.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
5 AUGUSTUS 1998. - Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de reglementen van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut De Minister van Financiën Gelet op de wet betreffende het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut (artikel 36 van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/1991 pub. 15/02/2018 numac 2018030379 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen en bij de wet van 12 december 1996), inzonderheid op artikel 6; Gelet op het koninklijk besluit van 13 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/04/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997003224 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 augustus 1992 houdende organiek reglement van de Koninklijke Munt van België type koninklijk besluit prom. 13/04/1997 pub. 04/10/1997 numac 1997015106 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1967 houdende benoeming van de leden der Belgische afvaardiging bij de Belgisch-Luxemburgse Administratieve Commissie sluiten met betrekking tot het inventariseren van het buitenlands betalingsverkeer van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België, inzonderheid op de artikelen 3, 6, 10, 12, 14, 16 en 18; Gelet op de beslissingen van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998 die met zijn reglementen B1, B2, B3, B4, B5 en B6 de wijze van toepassing van het inventariseren vastlegt; Gelet op de beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998 houdende de afschaffing van de reglementen « A » tot « N » betreffende de wisselcontrole; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3 §1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gewettigd door het feit dat zonder verwijl de onontbeerlijke maatregelen dienen te worden getroffen om het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut toe te laten de gegevens die nodig zijn voor het inventariseren van het buitenlands betalingsverkeer van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België verder in te zamelen; Overwegende dat het noodzakelijk is om voor het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut de mogelijkheid te voorzien om afwijkende bepalingen te regelen met als enig doel de wijze van toepassing van de bij reglement voorziene verplichtingen te verlichten of de bepalingen ervan te vereenvoudigen, Besluit : Artikel 1.De beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998, opgenomen in bijlage 1, betreffende het reglement B 1 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut met betrekking tot de statistische verplichtingen van de ingezetenen aangaande hun buitenlandse transacties, wordt goedgekeurd. Art. 2.De beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998, opgenomen in bijlage 2, betreffende het reglement B 2 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut met betrekking tot de specifieke statistische verplichtingen van de ingezeten monetaire financiële instellingen, wordt goedgekeurd. Art. 3.De beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998, opgenomen in bijlage 3, betreffende het reglement B 3 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut dat enerzijds de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties en anderzijds de lijst van de nummers voor de generieke identificatie van de ingezetenen bepaalt en dat de afkortingen omschrijft ter aanduiding van de valuta's en de landen bij de overmaking van de gegevens aan het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, wordt goedgekeurd. Art. 4.De beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998, opgenomen in bijlage 4, betreffende het reglement B 4 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut ter inrichting, in België, van een jaarlijkse enquête over de directe investeringen met het buitenland bij de ingezetenen, andere dan de kredietinstellingen, wordt gekeurd. Art. 5.De beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998, opgenomen in bijlage 5, betreffende het reglement B 5 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut ter inrichting, in België, van een jaarlijkse enquête over de directe investeringen met het buitenland bij de ingezeten kredietinstellingen, wordt goedgekeurd. Art. 6.De beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998, opgenomen in bijlage 6, betreffende het reglement B 6 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut ter inrichting, in België, van een jaarlijkse enquête bij de ingezeten rechtspersonen naar de beleggingen in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen, wordt goedgekeurd. Art. 7.De beslissing van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van 27 april 1998, opgenomen in bijlage 7, houdende afschaffing van de reglementen « A » tot « N » betreffende de wisselcontrole, wordt goedgekeurd. Art. 8.De Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut mag gehele of gedeeltelijke vrijstellingen verlenen van de verplichtingen voortvloeiend uit zijn reglementen. Het bepaalt hiertoe het toepassingsgebied, de voorwaarden alsmede de wijze van toepassing ervan. De Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut kan eveneens versoepelingsmaatregelen voorzien door het bedrag van de in zijn reglementen vermelde drempels op te trekken. Art. 9.Dit besluit wordt van kracht op de datum voorzien in de reglementen van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut. Brussel, 5 augustus 1998. J.-J.-VISEUR Bijlage 1 bij het misterieel besluit Reglement B 1 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut met betrekking tot de statistische verplichtingen van de ingezetenen aangaande hun buitenlandse transacties De Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, Gelet op de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/1991 pub. 15/02/2018 numac 2018030379 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, inzonderheid op artikel 36 houdende de wet met betrekking tot het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen en bij de wet van 12 december 1996; Gelet op het koninklijk besluit van 13 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/04/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997003224 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 augustus 1992 houdende organiek reglement van de Koninklijke Munt van België type koninklijk besluit prom. 13/04/1997 pub. 04/10/1997 numac 1997015106 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1967 houdende benoeming van de leden der Belgische afvaardiging bij de Belgisch-Luxemburgse Administratieve Commissie sluiten met betrekking tot het inventariseren van het buitenlands betalingsverkeer van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België; Overwegende dat artikel 2 van dat koninklijk besluit voorziet dat de ingezetenen verplicht zijn het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut in kennis te stellen van al hun buitenlandse transacties; Overwegende dat artikel 7 van datzelfde koninklijk besluit voorziet dat het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut van de ingezetenen, die in het kader van een beroepswerkzaamheid buitenlandse goederentransacties verrichten, informatie vordert over hun handelsvorderingen op niet-ingezeten kopers en over hun handelsschulden tegenover niet-ingezeten verkopers, alsook over de leveringsvoorwaarden van de goederen; Overwegende dat de artikelen 3 en 8 van datzelfde koninklijk besluit voorzien dat het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut bij reglement de wijze bepaalt waarop de voornoemde verplichtingen worden toegepast; Overwegende dat de informatie die het voorwerp uitmaakt van de inventarisering van het buitenlandse betalingsverkeer wordt aangewend voor het opmaken van de betalingsbalans van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : - » Instituut » : het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut; - » buitenlands grondgebied » : elk ander grondgebied dan het grondgebied van het Koninkrijk België; - » ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats heeft op het grondgebied van het Koninkrijk België, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België.Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben; 2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan op het grondgebied van het Koninkrijk België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen gevestigd in het buitenland;4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn dochtermaatschappijen, bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België;5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België;6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats op buitenlands grondgebied heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat op het grondgebied van het Koninkrijk België, en dat voor de activiteiten van die onderneming; - » niet-ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn op het grondgebied van het Koninkrijk België;4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van een buitenlandse Regering die op het grondgebied van het Koninkrijk België gevestigd zijn; - » ingezeten monetaire financiële instelling » : 1° elke in België gevestigde onderneming die een kredietinstelling is in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;2° de Nationale Bank van België;3° de financiële diensten van « De Post » (Postcheque);4° elke andere financiële instelling, waarvan het Instituut de lijst opmaakt en die als dusdanig door de Nationale Bank van België wordt aangeduid op basis van de criteria vastgesteld door de verordening (EG) nr.2223/96 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap; - » ingezeten kredietinstelling » : elke in België gevestigde onderneming die een kredietinstelling is in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. Worden met een ingezeten kredietinstelling gelijkgesteld : 1° de Nationale Bank van België;2° de financiële diensten van « De Post » (Postcheque); - » buitenlandse transactie » : 1° elk feit dat vorderingen en schulden tussen een ingezetene en een niet-ingezetene geheel of gedeeltelijk doet ontstaan of teniet doet;2° elk feit dat de overdracht van een zakelijk recht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene veroorzaakt; - » professionele buitenlandse transactie » : 1° elke buitenlandse transactie van ingezeten natuurlijke personen die handel drijven of een vrij beroep uitoefenen, tenzij die personen aantonen dat die transactie vreemd is aan hun handel of beroep;2° elke buitenlandse transactie van ingezeten rechtspersonen; - » buitenlandse goederentransactie » : elke buitenlandse transactie die een aan- of verkoop van goederen inhoudt; - » buitenlandse betaling » : 1° elk feit dat een geldschuld tussen een ingezetene en een niet-ingezetene geheel of gedeeltelijk teniet doet;2° elke transfer van geldmiddelen, in rekening of in specie, tussen het grondgebied van het Koninkrijk België en een buitenlands grondgebied door een ingezetene die geldmiddelen overmaakt naar of repatrieert van een rekening die hij in het buitenland aanhoudt;3° elke transfer van geldmiddelen, in rekening of in specie, tussen het grondgebied van het Koninkrijk België en een buitenlands grondgebied waarvoor zowel de opdrachtgever als de begunstigde beiden ingezetenen zijn; - » aard van de buitenlandse transactie » : de economische aard van een buitenlandse transactie volgens de categorieën opgesomd in de door het Instituut opgestelde lijst; - » land van de niet-ingezeten tegenpartij » : 1° voor de buitenlandse transacties die aanleiding geven tot een buitenlandse betaling : - het land van verblijf van de niet-ingezetene die de opdrachtgever of de begunstigde van een buitenlandse betaling is of, - het land van herkomst of bestemming van een buitenlandse betaling wanneer deze betaling verricht is door een ingezetene voor eigen rekening of verricht is tussen twee ingezetenen waarbij één van hen gebruik maakt van een rekening in het buitenland;2° voor de buitenlandse transacties die geen aanleiding geven tot een buitenlandse betaling : - het land van verblijf van de niet-ingezetene die verbonden is in een transactie met de ingezetene. HOOFDSTUK II. - Algemene statistische verplichtingen van de ingezetenen Art. 2 § 1. De ingezetenen dienen het Instituut in kennis te stellen van al hun buitenlandse transacties. § 2. Deze notificatie geschiedt : - voor de buitenlandse transacties of delen ervan die aanleiding geven tot een buitenlandse betaling door tussenkomst van een ingezeten kredietinstelling, via deze laatste, volgens de modaliteiten omschreven in artikel 5; - in alle andere gevallen rechtstreeks aan het Instituut, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7. § 3. De wijze waarop de ingezeten kredietinstellingen de notificaties die ze van hun ingezeten cliënten ontvangen hebben, aan het Instituut overmaken, wordt bepaald in het reglement van het Instituut betreffende de specifieke statistische verplichtingen van de ingezeten monetaire financiële instellingen. § 4. De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op de ingezeten kredietinstellingen en op de ingezeten monetaire financiële instellingen, andere dan ingezeten kredietinstellingen, onder voorbehoud van de bepalingen van het reglement van het Instituut betreffende de specifieke statistische verplichtingen van de ingezeten monetaire financiële instellingen. Art. 3.Wanneer een ingezetene aan een andere ingezetene volmacht geeft om in zijn naam een buitenlandse transactie te verrichten, moet de in artikel 2 voorziene notificatie geschieden door de gevolmachtigde handelend in naam en onder de verantwoordelijkheid van de lastgever. Art. 4.Ten einde zich te verzekeren van de juistheid en de volledigheid van de ingezamelde gegevens, mag het Instituut van de betrokken ingezetenen elke aanvullende informatie vorderen met betrekking tot de transacties die zij meedelen in toepassing van artikel 2, inzonderheid de volledige identificatie van de niet-ingezetene die tegenpartij is bij de buitenlandse transacties. Afdeling 1. - Notificatie van de buitenlandse transacties die aanleiding geven tot een buitenlandse betaling door tussenkomst van een ingezeten kredietinstelling Art. 5.§ 1. Voor elke buitenlandse betaling die zij uitvoeren of ontvangen door tussenkomst van een ingezeten kredietinstelling, dienen de ingezetenen aan deze kredietinstelling mee te delen : - het inkomende of uitgaande karakter; - de valuta; - het bedrag van de betaling; - het land van de niet-ingezeten tegenpartij indien het gaat over het Groothertogdom Luxemburg. § 2. Voor elke buitenlandse betaling waarvan het bedrag 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta overschrijdt, delen de ingezetenen bovendien mee : - het land van de niet-ingezeten tegenpartij; - de aard van de buitenlandse transactie die aanleiding geeft tot de betaling. Wanneer verscheidene betalingen met betrekking tot gelijkaardige transacties tegelijkertijd worden uitgevoerd, is de voornoemde limiet van 350.000 franken van toepassing op het totaalbedrag van de betalingen. De mededeling van de aard van de transactie bestaat uit een voldoende duidelijke omschrijving van de transactie die de tussenkomende ingezeten kredietinstelling in staat stelt op ondubbelzinnige wijze te bepalen welke code uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties dient te worden gebruikt voor de inschrijving van de betaling in de voor het Instituut bestemde staten. Voor de betalingen ten gunste van niet-ingezetenen, moet de mededeling van de aard van de transactie door de ingezetene schriftelijk geschieden, op de betalingsopdracht die hij aan de tussenkomende ingezeten kredietinstelling overmaakt. Het Instituut verleent, op de wijze vermeld in artikel 8, aan ingezetenen die professionele buitenlandse transacties verrichten, een individuele machtiging die hen in staat stelt de aard van de buitenlandse transactie aan de ingezeten kredietinstelling mee te delen door middel van codes uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties. § 3. Wanneer de buitenlandse betaling voortvloeit uit een professionele buitenlandse transactie en het bedrag van de betaling één miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta overschrijdt, delen de ingezetenen bovendien mee : - hun identificatienummer in het Rijksregister der Rechtspersonen of hun BTW-nummer; - of, bij gebrek aan die nummers, de nodige informatie om de tussenkomende ingezeten kredietinstelling in staat te stellen het nummer te bepalen uit de door het Instituut opgestelde lijst van de nummers voor de generieke identificatie van de ingezetene. § 4. Wanneer het bedrag van de buitenlandse betaling één miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta overschrijdt en deze betaling niet voortvloeit uit een professionele buitenlandse transactie, brengen de ingezetenen de tussenkomende kredietinstelling daarvan op de hoogte. § 5. Wanneer het bedrag van de betaling 25 miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta overschrijdt, maken de ingezetenen aan de tussenkomende ingezeten kredietinstelling alle in § 1 tot § 4 gevraagde informatie over in een gedateerd en door hen ondertekend geschrift. § 6. Wanneer de ingezetenen hun betalingsopdracht naar de tussenkomende ingezeten kredietinstelling op elektronische wijze of op een informaticadrager zenden, kunnen zij de in § 2 en in § 5 voorziene bepalingen op deze wijze nakomen. § 7. De ingezetenen moeten de statistische verplichtingen waarin dit artikel voorziet, vervullen ten laatste de derde werkdag die volgt op de uitvoering van elke buitenlandse betaling. § 8. Het Instituut verleent, op de wijze vermeld in artikel 9, aan de ingezetenen die professionele buitenlandse transacties verrichten, het statuut van "algemene rechtstreekse gegevensverstrekker", dat hen in staat stelt alle bij dit artikel vereiste informatie rechtstreeks aan het Instituut over te maken. Art. 6.Teneinde bruikbare verdeelsleutels te bepalen voor het opstellen van de betalingsbalans, vraagt het Instituut, in de vorm van een in de tijd beperkte en ten hoogste om de drie jaar gehouden steekproef, aan de ingezetenen de in artikel 5, § 2 voorziene informatie mee te delen voor al hun buitenlandse betalingen, ongeacht het bedrag ervan. Afdeling 2. - Notificatie van de buitenlandse transacties die geen aanleiding geven tot een buitenlandse betaling door tussenkomst van een ingezeten kredietinstelling Art. 7.§ 1. De ingezetenen zijn ertoe gehouden al hun professionele buitenlandse transacties of delen ervan, die geen aanleiding geven tot een betaling door tussenkomst van een ingezeten kredietinstelling, rechtstreeks aan het Instituut te notificeren. § 2. Daartoe notificeren ze aan het Instituut voor elke kalendermaand : - het inkomende of uitgaande karakter van al hun verrichte buitenlandse transacties of delen ervan; - het bedrag van die transacties of de waarde van de vorderings- of zakelijke rechten waarop die transacties of delen ervan slaan; - de valuta waarin dat bedrag of die waarde wordt uitgedrukt; - het land van de niet-ingezeten tegenpartij; - de aard van die transacties of delen ervan; daarbij gebruik makend van de codes uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties en van de door het Instituut vastgelegde afkortingen voor het aanduiden van de valuta's en de landen. § 3. Wanneer de buitenlandse transacties worden afgewikkeld via een rekening aangehouden in het buitenland bij een bancaire of niet-bancaire financiële instelling of via een rekening-courant geopend bij een niet-ingezetene, notificeren de ingezetenen bovendien : - het saldo van de rekening in het begin van de maand; - het saldo van de rekening op het einde van de maand. § 4. Wanneer de buitenlandse transacties worden afgewikkeld door middel van bilaterale of multilaterale verrekeningen, notificeren de ingezetenen bovendien : - de totaalbedragen van de verrekende vorderingen en schulden; - de betaalde of ontvangen saldi. § 5. Per rapporteringsperiode kunnen de ingezetenen een totaalbedrag meedelen voor de transacties waarvoor alle informatie die dient genotificeerd te worden, met uitzondering van het bedrag of de waarde, identiek is. In dat geval dienen de ingezetenen steeds in staat te zijn een gedetailleerde opgave te verschaffen van de individuele transacties die het meegedeelde totaalbedrag samenstellen. § 6. Voor het overmaken van de informatie gebruiken de ingezetenen, naargelang van het geval : 1° staat "11" met betrekking tot de buitenlandse transacties afgewikkeld via een rekening aangehouden in het buitenland bij een bancaire of niet-bancaire financiële instelling of via een rekening-courant geopend bij een niet-ingezetene;2° staat "12" met betrekking tot de buitenlandse transacties afgewikkeld door bilaterale verrekeningen;3° staat "13" met betrekking tot de buitenlandse transacties afgewikkeld door multilaterale verrekeningen ("netting") via een in het buitenland gevestigd verrekeningscentrum;4° staat "14" met betrekking tot de buitenlandse transacties afgewikkeld door multilaterale verrekeningen ("netting") via een in België gevestigd verrekeningscentrum, in te vullen door de ingezetenen die aan het verrekeningsmechanisme deelnemen;5° staat "15" met betrekking tot de buitenlandse transacties afgewikkeld door multilaterale verrekeningen ("netting") via een in België gevestigd verrekeningscentrum, in te vullen door het verrekeningscentrum. Deze staten moeten worden opgesteld op papieren drager volgens de modellen opgenomen in de bijlagen 1 tot 5, of op één van de door het Instituut omschreven informaticadragers. De technische kenmerken van deze informaticadragers kunnen verkregen worden bij het Instituut. § 7. De informatie moet aan het Instituut worden overgemaakt, ten laatste de vijftiende werkdag die volgt op het einde van de maand waarin de buitenlandse transacties werden geboekt. Afdeling 3. - Individuele machtigingen Art. 8.Het Instituut verleent aan de ingezetenen die professionele buitenlandse transacties uitvoeren, individuele machtigingen die hun toelaten de tussenkomende ingezeten kredietinstelling de aard van de buitenlandse transactie mee te delen aan de hand van de codes uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties. Die machtigingen kunnen slaan op alle codes uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties of slechts op welbepaalde transacties betrekking hebben. Zij stellen de ingezetene niet vrij van naleving van de andere bepalingen van artikel 5. De aanvraag tot machtiging moet schriftelijk worden ingediend en dient volgende informatie te bevatten : - de volledige identificatie van de aanvrager : naam of maatschappelijke benaming, adres, identificatienummer in het Rijksregister der Rechtspersonen of BTW-nummer, telefoon- en telefaxnummer, naam van de persoon die het Instituut indien nodig kan contacteren voor aanvullende informatie; - een gedetailleerde beschrijving van de aard van de vaakst voorkomende of de belangrijkste transacties die aanleiding geven tot buitenlandse betalingen door de betrokken ingezetene; deze beschrijving moet het Instituut in staat stellen te bepalen welke de passende te gebruiken codes zijn. De machtiging wordt bezorgd aan de ingezetene, die daarvan een kopie dient over te maken aan alle ingezeten kredietinstellingen die bij zijn buitenlandse betalingen tussenkomen. Art. 9.Het Instituut verleent het statuut van « algemene rechtstreekse gegevensverstrekker » aan ingezetenen die professionele buitenlandse transacties verrichten en die zich ertoe verbinden al hun buitenlandse transacties rechtstreeks aan het Instituut te notificeren, ongeacht of die transacties al dan niet aanleiding geven tot een betaling door tussenkomst van een ingezeten kredietinstelling. De verplichtingen die uit deze afwijkende regeling voortvloeien, vervangen de bepalingen van artikel 5 en vullen deze van artikel 7 aan. De regeling is toepasbaar voor alle buitenlandse transacties die de betrokken ingezetene verricht en voor al zijn buitenlandse betalingen, ongeacht de tussenkomende ingezeten kredietinstelling. De ingezetenen die dit statuut van « algemene rechtstreekse gegevensverstrekker » wensen te genieten, moeten een schriftelijke aanvraag tot individuele machtiging indienen bij het Instituut, dat de bijzondere toepassingsmodaliteiten vastlegt in functie van het aantal verrichte transacties en/of de bedragen ervan. Art. 10.Elke door het Instituut verleende individuele machtiging kan op elk tijdstip worden ingetrokken wanneer ze wordt misbruikt of wanneer deze machtiging niet langer gerechtvaardigd is door de evolutie van het aantal buitenlandse transacties verricht door de betrokken ingezetene. HOOFDSTUK III. - Specifieke statistische verplichtingen van de ingezetenen die buitenlandse goederentransacties verrichten Art. 11.§ 1. De ingezetenen die buitenlandse goederentransacties verrichten waarvan het totaalbedrag tijdens het vorige boekjaar 200 miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta overschreed, delen aan het Instituut maandelijks de staat mee van hun handelsvorderingen op hun niet-ingezeten kopers alsook van hun handelsschulden tegenover hun niet-ingezeten verkopers, en zulks volgens de modaliteiten vermeld in artikel 12. § 2. Deze zelfde ingezetenen maken bovendien de in artikel 13 vermelde informatie omtrent de leveringsvoorwaarden van de goederen over. Art. 12.De informatie over de staat van hun handelsvorderingen op hun niet-ingezeten kopers en over hun handelsschulden tegenover hun niet-ingezeten verkopers bestaat uit de opgave van : - enerzijds het totale obligo van de vorderingen, - anderzijds het totale obligo van de schulden, op het einde van de maand, resulterend uit de volgende, afzonderlijk beschouwde categorieën van goederentransacties : 1° uit- en invoer;2° internationale handel;3° maakwerk; bovendien gerangschikt volgens land van de niet-ingezeten tegenpartij en volgens facturatievaluta. De bedragen mogen worden uitgedrukt hetzij in de transactievaluta, hetzij in euro's, hetzij in franken, voor hun tegenwaarden, in dat geval met vermelding van de toegepaste wisselkoersen. Art. 13.De informatie over de leveringsvoorwaarden van de goederen bestaat uit de aanduiding van de verhouding, uitgedrukt in percenten, van de vorderingen en schulden die voortvloeien uit de uit- of invoer van goederen die geleverd werden : - af fabriek (EXW); - franco aan boord (FOB); - kosten, verzekeringen en vracht (CIF); - geleverd zonder betaling van rechten (DDU) of tegen andere voorwaarden. Art 14. § 1. Voor het overmaken van de in artikels 12 en 13 voorziene informatie maken de ingezetenen gebruik van het document waarvan het model is weergegeven in bijlage 6. De presentatie en vormgeving van dit document kunnen door het Instituut worden aangepast, inzonderheid met het oog op de optische lezing ervan; in dit geval deelt het Instituut het model van dit document mee aan de betrokken ingezetenen. § 2. De informatie moet aan het Instituut worden overgemaakt ten laatste de vijftiende werkdag na het einde van de maand waarop ze betrekking heeft. HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling Art. 15.Dit reglement wordt van kracht op 1 januari 1995 onder de vorm die door het Instituut op die datum werd voorzien, en op 1 juli 1998 onder de vorm die door het Instituut in deze tekst werd voorgeschreven. Luxemburg, 27 april 1998. A. Verplaetse, voorzitter P. Jaans, ondervoorzitter Bedragen meegedeeld in duizenden eenheden :1. in de fakturatievaluta2. in tegenwaarde BEF/LUF3. in tegenwaarde EUR (*) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 2 bij het ministerieel besluit Reglement B 2 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut met betrekking tot de specifieke statistische verplichtingen van de ingezeten monetaire financiële instellingen De Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, Gelet op de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/1991 pub. 15/02/2018 numac 2018030379 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, inzonderheid op artikel 36 houdende de wet met betrekking tot het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen en bij de wet van 12 december 1996; Gelet op het koninklijk besluit van 13 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/04/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997003224 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 augustus 1992 houdende organiek reglement van de Koninklijke Munt van België type koninklijk besluit prom. 13/04/1997 pub. 04/10/1997 numac 1997015106 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1967 houdende benoeming van de leden der Belgische afvaardiging bij de Belgisch-Luxemburgse Administratieve Commissie sluiten met betrekking tot het inventariseren van het buitenlands betalingsverkeer van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België; Overwegende dat de artikelen 15 en 17 van dat koninklijk besluit de specifieke statistische verplichtingen van de monetaire financiële instellingen vermelden; Overwegende dat de artikelen 16 en 18 van datzelfde koninklijk besluit voorzien dat het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut bij reglement de wijze bepaalt waarop deze verplichtingen worden toegepast; Overwegende dat de informatie, die het voorwerp uitmaakt van het inventariseren van het buitenlands betalingsverkeer, wordt aangewend voor het opmaken van de betalingsbalans van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België , Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : - » Instituut » : het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut; - » buitenlands grondgebied » : elk ander grondgebied dan het grondgebied van het Koninkrijk België; - » ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats heeft op het grondgebied van het Koninkrijk België, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België.Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben; 2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan op het grondgebied van het Koninkrijk België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen gevestigd in het buitenland;4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn dochtermaatschappijen, bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België;5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België;6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats op buitenlands grondgebied heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat op het grondgebied van het Koninkrijk België, en dat voor de activiteiten van die onderneming; - » niet-ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn op het grondgebied van het Koninkrijk België;4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van een buitenlandse Regering die op het grondgebied van het Koninkrijk België gevestigd zijn; - » ingezeten monetaire financiële instelling » : 1° elke in België gevestigde onderneming die een kredietinstelling is in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;2° de Nationale Bank van België;3° de financiële diensten van « De Post » (Postcheque);4° elke andere financiële instelling, waarvan het Instituut de lijst opmaakt en die als dusdanig door de Nationale Bank van België wordt aangeduid op basis van de criteria vastgesteld door de verordening (EG) nr.2223/96 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap; - » ingezeten kredietinstelling » : elke in België gevestigde onderneming die een kredietinstelling is in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. Worden met een ingezeten kredietinstelling gelijkgesteld : 1° de Nationale Bank van België;2° de financiële diensten van « De Post » (Postcheque); - » buitenlandse transactie » : 1° elk feit dat vorderingen en schulden tussen een ingezetene en een niet-ingezetene geheel of gedeeltelijk doet ontstaan of teniet doet;2° elk feit dat de overdracht van een zakelijk recht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene veroorzaakt; - » professionele buitenlandse transactie » : 1° elke buitenlandse transactie van ingezeten natuurlijke personen die handel drijven of een vrij beroep uitoefenen, tenzij die personen aantonen dat die transactie vreemd is aan hun handel of beroep;2° elke buitenlandse transactie van ingezeten rechtspersonen; - » buitenlandse betaling » : 1° elk feit dat een geldschuld tussen een ingezetene en een niet-ingezetene geheel of gedeeltelijk teniet doet;2° elke transfer van geldmiddelen, in rekening of in specie, tussen het grondgebied van het Koninkrijk België en een buitenlands grondgebied door een ingezetene die geldmiddelen overmaakt naar of repatrieert van een rekening die hij in het buitenland aanhoudt;3° elke transfer van geldmiddelen, in rekening of in specie, tussen het grondgebied van het Koninkrijk België en een buitenlands grondgebied waarvoor zowel de opdrachtgever als de begunstigde beiden ingezetenen zijn; - » aard van de buitenlandse transactie » : de economische aard van een buitenlandse transactie volgens de categorieën opgesomd in de door het Instituut opgestelde lijst; - » land van de niet-ingezeten tegenpartij » : 1° voor de buitenlandse transacties die aanleiding geven tot een buitenlandse betaling : - het land van verblijf van de niet-ingezetene die de opdrachtgever of de begunstigde van een buitenlandse betaling is of - het land van herkomst of bestemming van een buitenlandse betaling wanneer deze betaling verricht is door een ingezetene voor eigen rekening of verricht is tussen twee ingezetenen waarbij één van hen gebruik maakt van een rekening in het buitenland;2° voor de buitenlandse transacties die geen aanleiding geven tot een buitenlandse betaling : - het land van verblijf van de niet-ingezetene die verbonden is in een transactie met de ingezetene; - » reglement B 1 » : het reglement van het Instituut met betrekking tot de statistische verplichtingen van de ingezetenen aangaande hun buitenlandse transacties. HOOFDSTUK II. - Specifieke statistische verplichtingen van de ingezeten kredietinstellingen Afdeling 1. - Het houden van een repertorium algemene regels van inschrijving Art. 2.§ 1. De ingezeten kredietinstellingen verrichten van dag tot dag inschrijvingen in een repertorium dat zij dagelijks aan het Instituut overmaken : 1° alle buitenlandse betalingen verricht voor rekening van hun ingezeten cliënten;2° alle buitenlandse transacties en alle buitenlandse betalingen verricht voor eigen rekening;3° alle andere transacties die aanleiding geven tot een debet of credit op een rekening geopend in hun boeken op naam van niet-ingezetenen, hetzij op zicht, hetzij op termijn of met een vooropzeg van ten hoogste één jaar;4° alle andere transacties die aanleiding geven tot een debet of credit op hun eigen rekeningen geopend in het buitenland, hetzij op zicht, hetzij op termijn of met een vooropzeg van ten hoogste één jaar. § 2. De transacties beschreven in § 1, 3° en 4°, moeten echter niet ingeschreven worden wanneer er twee niet-ingezeten tegenpartijen bij betrokken zijn en wanneer ze niet de medewerking van meerdere ingezeten kredietinstellingen vergen of niet het gevolg zijn van de medewerking van meerdere ingezeten kredietinstellingen. § 3. Wanneer meerdere ingezeten kredietinstellingen meewerken aan de uitvoering van een buitenlandse betaling, moeten de inschrijvingen voorzien in de § 1, 1° en 2° : - enkel doorgevoerd worden door de kredietinstelling waar de ingezeten tegenpartij in rekening is of die een buitenlandse transactie of een buitenlandse betaling voor eigen rekening verricht, en - gepaard gaan met evenwichtsboekingen in tegengestelde zin. § 4. Wanneer de uitvoering van de in § 1 beschreven betalingen of transacties de medewerking vergt van meerdere ingezeten kredietinstellingen : - is de ingezeten kredietinstelling die aan de oorsprong ligt van de transfer van geldmiddelen naar een andere ingezeten kredietinstelling, ertoe gehouden deze laatste in kennis te stellen van het feit of de opdrachtgever ingezetene of niet ingezetene is; - is de ingezeten kredietinstelling die geldmiddelen van een andere ingezeten kredietinstelling ontvangt zonder op de hoogte gebracht te zijn geweest van de hoedanigheid van ingezetene of niet-ingezetene van de opdrachtgever, en die een rekening geopend aan een niet-ingezetene crediteert, ertoe gehouden de ingezeten kredietinstelling die aan de oorsprong ligt van de transfer, hiervan in kennis te stellen teneinde deze laatste in staat te stellen zich te schikken naar de bepalingen van § 3. § 5. De ingezeten kredietinstellingen vermelden bovendien dagelijks in hun repertorium het totaal van de debetsaldi en het totaal van de creditsaldi in hun boeken van de rekeningen hetzij op zicht, hetzij op termijn of met een vooropzeg van ten hoogste één jaar; die hetzij geopend zijn op naam van niet-ingezetenen, hetzij in het buitenland geopend zijn op hun eigen naam. § 6. Andere regels van inschrijving dan deze vermeld in § 2 en § 3 zijn, omwille van hun kenmerken en/of hun bedragen, van toepassing voor sommige bijzondere categorieën van buitenlandse transacties. Deze bijzondere regels van inschrijving worden nader omschreven in de artikelen 8 tot 15. Art. 3.§ 1. De inschrijvingen moeten steeds geschieden in de valuta die effectief voor de uitvoering van de buitenlandse transactie of betaling werd aangewend. Voor het houden van het repertorium kan het Instituut edele metalen in rekening gelijkstellen met een valuta, of verschillende valuta's onderling gelijkstellen. Voor de aanduiding van de valuta's wordt er gebruik gemaakt van de door het Instituut voorgeschreven afkortingen. § 2. De inschrijvingen dienen voor elke transactie volgende informatie te omvatten : - het inkomende of uitgaande karakter; - het bedrag van de transactie; - de code, uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties, die overeenstemt met de aard van de buitenlandse transactie. § 3. Ingeval van buitenlandse transacties of van buitenlandse betalingen, wanneer die informatie aan het Instituut moet worden genotificeerd in toepassing van de bepalingen van artikel 5, § 2 tot § 4 van het reglement B 1 of moet worden medegedeeld in toepassing van de bepalingen van de artikelen 10 tot 12 van dit reglement, dienen de inschrijvingen bovendien te omvatten : - het land van de niet-ingezeten tegenpartij; - de identificatie van de ingezeten tegenpartij. Voor de aanduiding van het land van de niet-ingezeten tegenpartij wordt gebruik gemaakt van de door het Instituut voorgeschreven afkortingen. De identificatie van de ingezeten tegenpartij geschiedt door vermelding van : - zijn identificatienummer in het Rijksregister der Rechtspersonen of zijn BTW-nummer of, bij gebrek aan deze nummers, het geëigende nummer uit de door het Instituut opgestelde lijst der nummers voor de generieke identificatie; - het type van het gebruikte identificatienummer. § 4. Voor transacties die overeen stemmen met transfers tussen ingezeten kredietinstellingen en waarvan het bedrag gelijk is aan of groter is dan 100 miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta, omvatten de inschrijvingen bovendien de identificatie van de ingezeten kredietinstelling naar dewelke de geldmiddelen werden overgemaakt of van dewelke de geldmiddelen werden ontvangen. Deze geschiedt door de vermelding van het inschrijvingsnummer van deze andere ingezeten kredietinstelling bij het Instituut en van het type van gebruikt identificatienummer. § 5. De ingezeten kredietinstellingen mogen de transacties van eenzelfde dag waarvoor alle vereiste gegevens, behoudens het bedrag, dezelfde zijn, samenvoegen. In dat geval vermelden de ingezeten kredietinstellingen dit uitdrukkelijk in het repertorium van hun transacties. De ingezeten kredietinstellingen moeten op elk ogenblik in staat zijn het detail van de aldus samengevoegde transacties te verschaffen. De bepalingen van deze alinea zijn nochtans niet van toepassing op : 1° de transacties die overeen stemmen met transfers tussen ingezeten kredietinstellingen en waarvan het bedrag gelijk aan of groter is dan 100 miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta;2° voorlopige inschrijvingen en tegenboekingen van voorlopige inschrijvingen;3° inschrijvingen bij gebrek aan informatie verricht in de gevallen voorzien in artikel 6, § 3. Art. 4.§ 1. Het repertorium moet op magnetische drager aan het Instituut worden overgemaakt ten laatste de vijfde werkdag die volgt op de uitvoering van de transactie. § 2. Wanneer het aantal mee te delen gegevens gering is, voorziet het Instituut individuele en tijdelijke afwijkingen op de wijze van overmaking van de informatie voorzien in § 1 en/of op de frequentie vermeld in artikel 2, § 1. Afdeling 2. - Inschrijving van de buitenlandse betalingen uitgevoerd voor rekening van hun ingezeten cliënten Art. 5.§ 1. De ingezeten kredietinstellingen gaan over tot de inschrijvingen voorzien in artikel 2, § 1, 1°, van dit reglement op basis van de informatie vervat in de notificaties van de buitenlandse transacties die hun door hun ingezeten cliënten worden overgemaakt in toepassing van het reglement B 1. § 2. De ingezeten kredietinstellingen vergewissen zich van de goede ontvangst van voornoemde notificaties en ordenen de ingezamelde informatie op een wijze die het Instituut in staat stelt na te gaan of de ingezetenen die, in toepassing van de bepalingen van het reglement B 1 onderworpen zijn aan de notificatieplicht, hieraan voldoen. Hiertoe zijn ze, voor de buitenlandse betalingen die 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta overschrijden, gehouden een schriftelijk of elektronisch spoor ter beschikking van het Instituut te bewaren van de verklaring met betrekking tot de aard van de buitenlandse transactie die de ingezetene hun heeft verstrekt in toepassing van de bepalingen van het reglement B 1. § 3. Wanneer ze een buitenlandse betaling uitvoeren in opdracht of ten gunste van ingezeten cliënten, moeten de ingezeten kredietinstellingen hun cliënten wijzen op de statistische verplichtingen waaraan deze krachtens het reglement B 1 moeten voldoen. Art. 6.§ 1. Ingeval van niet-naleving door hun ingezeten cliënten, van de verplichtingen waaraan ze in toepassing van de bepalingen van het reglement B 1 moeten voldoen, inzonderheid wanneer deze de aard van de buitenlandse transactie niet notificeren, moeten de tussenkomende ingezeten kredietinstellingen : - overgaan tot een voorlopige inschrijving van de buitenlandse betaling; - ten laatste de vijftiende werkdag die volgt op de uitvoering van de betaling hun ingezeten cliënten schriftelijk aan hun verplichtingen herinneren. § 2. De voorlopige inschrijving wordt tegengeboekt van zodra de tussenkomende ingezeten kredietinstelling in staat is over te gaan tot de gepaste inschrijving op basis van de laattijdige notificatie van haar ingezeten cliënt. § 3. Indien, ten laatste de vijftiende werkdag na de in § 1 voorziene schriftelijke aanmaning, hieraan geen enkel gewenst gevolg werd gegeven, boekt de tussenkomende ingezeten kredietinstelling de voorlopige inschrijving tegen en gaat ze over tot een inschrijving bij gebrek aan informatie, die de identificatie van de nalatige ingezetene bevat. § 4. Wanneer de in gebreke blijvende ingezetene niet geïdentificeerd wordt door zijn identificatienummer in het Rijksregister der Rechtspersonen of door zijn BTW-nummer, deelt de tussenkomende ingezeten kredietinstelling schriftelijk diens volledige identiteit aan het Instituut mee op schriftelijk verzoek van dit laatste. Afdeling 3. - Inschrijving van de buitenlandse transacties verricht door de ingezeten kredietinstellingen voor eigen rekening Art. 7.§ 1. De ingezeten kredietinstellingen die buitenlandse betalingen verrichten voor eigen rekening, worden geacht tegelijk te handelen in de hoedanigheid van ingezetene die een buitenlandse betaling verricht door tussenkomst van een ingezeten kredietinstelling en in de hoedanigheid van tussenkomende ingezeten kredietinstelling. Naast de bepalingen van dit reglement, zijn ook de bepalingen van hoofdstuk II van reglement B 1 op hen van toepassing. § 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 5, § 2, van het reglement B 1, notificeren de ingezeten kredietinstellingen voor alle buitenlandse transacties die ze voor eigen rekening verrichten, ongeacht het bedrag ervan, de aard van de transactie en het land van verblijf van de niet-ingezeten tegenpartij. Afdeling 4. - Bijzondere regels van inschrijving Art. 8.§ 1. Wanneer meerdere betalingen, die individueel 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta niet overschrijden, gelijktijdig worden uitgevoerd in opdracht van eenzelfde niet-ingezetene ten gunste van verschillende ingezetenen, heeft de ingezeten kredietinstelling van de niet-ingezeten opdrachtgever het recht : - in afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 3, de betalingen ontvangen uit het buitenland zelf in te schrijven; - in afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 4, desgevallend de andere tussenkomende ingezeten kredietinstellingen niet te berichten dat de opdrachtgever een niet-ingezetene is; - in afwijking van de bepalingen van artikel 5, § 1, zich te steunen op de beoordelingselementen die ze bezit om de code te bepalen uit de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties opgesteld door het Instituut, te gebruiken voor de inschrijving van de betalingen ontvangen uit het buitenland. Enkel bij gebrek aan beslissende beoordelingselementen gaat ze over tot de inschrijving van betalingen ontvangen uit het buitenland aan de hand van de codes uit de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties opgesteld door het Instituut, waarvoor de ingezetene die tegenpartij is bij de buitenlandse betaling de aard van de buitenlandse transactie niet hoeft te notificeren, omwille van de grootte van de bedragen ervan. § 2. Wanneer echter meerdere ingezeten kredietinstellingen meewerken aan de uitvoering van dergelijke betalingen ontvangen uit het buitenland, zijn de in § 1 vermelde bepalingen slechts toepasbaar wanneer de transfers tussen, enerzijds de ingezeten kredietinstelling van de opdrachtgever, en anderzijds de ingezeten kredietinstellingen van de verscheidene begunstigden, geen aanleiding geven tot het crediteren bij de eerste noch tot het debiteren bij de laatsten van een rekening geopend in het buitenland, hetzij op zicht, hetzij op termijn of met een vooropzeg van ten hoogste één jaar. Art. 9.§ 1. De bepalingen vermeld in § 2 tot § 7 zijn slechts van toepassing wanneer de buitenlandse betaling aanleiding geeft tot een transfer tussen de ingezeten kredietinstelling van de opdrachtgever enerzijds, en de ingezeten kredietinstelling van de begunstigde anderzijds, die noch aanleiding geeft tot een debet bij de ene noch tot een credit bij de andere op een rekening geopend in het buitenland, hetzij op zicht, hetzij op termijn of met een vooropzeg van ten hoogste één jaar. § 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 3, heeft de ingezeten kredietinstelling, die een rekening geopendaan een niet-ingezetene debiteert ter uitvoering van een betaling via overschrijving van ten hoogste 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta, ten gunste van een ingezetene in rekening bij een andere ingezeten kredietinstelling, de mogelijkheid de uit het buitenland ontvangen betaling zelf in haar eigen repertorium in te schrijven. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, is het, in afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 4, niet nodig dat de ingezeten kredietinstelling die aan de oorsprong van de transfer ligt, de andere tussenkomende ingezeten kredietinstelling(en) in kennis stelt van het feit dat de opdrachtgever een niet-ingezetene is. § 3. In afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 3, heeft de ingezeten kredietinstelling, die een rekening geopendaan een niet-ingezetene debiteert ter uitvoering van een betaling via domiciliëring van ten hoogste één miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta, ten gunste van een ingezetene in rekening bij een andere ingezeten kredietinstelling, eveneens de mogelijkheid de uit het buitenland ontvangen betaling zelf in haar eigen repertorium in te schrijven. Indien ze van deze mogelijkheid gebruik maakt, moet de kredietinstelling van de niet-ingezeten opdrachtgever : - zich voor de inschrijving van de buitenlandse betaling beroepen op de beoordelingselementen die ze bezit om ondubbelzinnig de te gebruiken code te bepalen uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties; - in afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 4, de andere tussenkomende ingezeten kredietinstelling(en) niet in kennis stellen van het feit dat de opdrachtgever een niet-ingezetene is. Bij gebrek aan voldoende duidelijke beoordelingselementen of ingeval van twijfel omtrent de hoedanigheid van ingezetene van de begunstigde, mag ze enkel overgaan tot de inschrijving van een transfer tussen ingezeten kredietinstellingen en stelt ze, zoals voorzien in artikel 2, § 4, de andere tussenkomende ingezeten kredietinstelling(en) in kennis van het feit dat de opdrachtgever een niet-ingezetene is. § 4. In afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 3, heeft de ingezeten kredietinstelling die een buitenlandse betaling via overschrijving van ten hoogste 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta verricht in opdracht van één van haar ingezeten cliënten, ten gunste van een niet-ingezetene in rekening bij een andere ingezeten kredietinstelling, de mogelijkheid de betaling naar het buitenland niet in haar eigen repertorium in te schrijven. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, is het, in afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 4, niet nodig dat de ingezeten kredietinstelling die aan de oorsprong van de transfer ligt, de andere tussenkomende ingezeten kredietinstelling(en) in kennis stelt van het feit dat de opdrachtgever een ingezetene is. Er mag evenwel van deze mogelijkheid geen gebruik worden gemaakt bij de gelijktijdige uitvoering van meerdere buitenlandse betalingen die betrekking hebben op transacties van eenzelfde aard en waarvan het totaalbedrag 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta overschrijdt. § 5. De ingezeten kredietinstelling die een rekeninggeopend aan een niet-ingezetene crediteert ingevolge een transfer via overschrijving van ten hoogste 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta, in opdracht van een ingezetene in rekening bij een andere ingezeten kredietinstelling, zal, in afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 3, zelf overgaan tot de inschrijving in haar eigen repertorium van de betaling naar het buitenland, voor zover ze van de kredietinstelling van de ingezeten opdrachtgever geen bericht ontving dat de betaling naar het buitenland reeds ingeschreven is geworden. § 6. In geval van twijfel omtrent de hoedanigheid van ingezetene van de tegenpartij die in rekening is bij de andere tussenkomende ingezeten kredietinstelling, zal de ingezeten kredietinstelling die een rekening geopend aan een niet-ingezetene crediteert of debiteert ter uitvoering van een transfer van ten hoogste 350.000 franken of de tegenwaarde in een andere valuta : - de bepalingen vermeld in § 2 en § 5 niet toepassen; - slechts overgaan tot de inschrijving van een transfer tussen ingezeten kredietinstellingen; - de andere tussenkomende ingezeten kredietinstelling hiervan op de hoogte brengen. § 7. Bij het incasso via credit in rekening van een niet-ingezetene, van een cheque van ten hoogste één miljoen franken of de tegenwaarde in een andere valuta, getrokken op een rekening geopend aan een ingezetene bij een andere ingezeten kredietinstelling, heeft de ingezeten kredietinstelling die de niet-ingezeten begunstigde crediteert, in afwijking van de bepalingen van artikel 2, § 3, de mogelijkheid de betaling naar het buitenland zelf in haar eigen repertorium in te schrijven. Indien ze van deze mogelijkheid gebruik maakt, moet de kredietinstelling van de niet-ingezeten begunstigde : - de ingezeten kredietinstelling die de rekening van de ingezeten opdrachtgever debiteert hiervan in kennis stellen; - zich voor de inschrijving van de buitenlandse betaling beroepen op de beoordelingselementen die ze bezit om ondubbelzinnig de te gebruiken code te bepalen uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties. Bij gebrek aan voldoende duidelijke beoordelingselementen of ingeval van twijfel omtrent de hoedanigheid van ingezetene van de tegenpartij, mag ze enkel overgaan tot de inschrijving van een transfer tussen ingezeten kredietinstellingen en de andere tussenkomende ingezeten kredietinstelling hiervan op de hoogte brengen. Art. 10.§ 1. Het Instituut verleent aan de ingezeten kredietinstellingen machtigingen voor het openen aan een wel bepaalde niet-ingezeten cliënt van een tussenrekening in franken of in euro, "centralisatierekening" genoemd; deze rekening mag, in afwijking van de bepalingen van artikel 2, gecrediteerd worden voor betalingen naar het buitenland van ten hoogste 350.000 franken of de tegenwaarde in euro, zonder dat de ingezeten kredietinstelling van de ingezeten opdrachtgever en de ingezeten kredietinstelling van de niet-ingezeten begunstigde, waar de centralisatierekening is geopend, hierbij moeten overgaan tot inschrijvingen in hun respectieve repertoria. § 2. Zijn enkel toegestaan, de creditbewegingen op een centralisatierekening die het gevolg zijn van : - overschrijvingen in opdracht van ingezetenen in rekening bij een ingezeten kredietinstelling; - afgifte ter incasso van cheques getrokken op rekeningen geopend aan ingezetenen bij een ingezeten kredietinstelling; - stortingen in specie in opdracht van ingezetenen. § 3. Zijn enkel toegestaan, de debetbewegingen op een centralisatierekening die het gevolg zijn van : - transfers naar rekeningen geopend aan niet-ingezetenen bij een ingezeten kredietinstelling; - rechtstreekse transfers naar het buitenland. Bij de verwezenlijking van deze transfers moet de ingezeten kredietinstelling waar de centralisatierekening is geopend, overgaan tot de inschrijving van een betaling naar het buitenland door gebruik te maken van de in de machtiging vermelde code uit de door het Instituut opgestelde lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties. Wanneer het bedrag van de transfer één miljoen franken of de tegenwaarde in euro overschrijdt, omvat de inschrijving van de buitenlandse betaling, als identificatie van de ingezeten tegenpartij, de vermelding van het door het Instituut toegekende individuele nummer zoals vermeld in de machtiging alsmede het type van het gebruikte identificatienummer. § 4. De aanvraag tot machtiging moet ingediend worden via de ingezeten kredietinstelling waar de centralisatierekening zal geopend worden. Zij moet volgende inlichtingen bevatten : - de volledige identiteit van de niet-ingezeten aanvrager (naam of maatschappelijke benaming, adres, inschrijvingsnummer in het handelsregister of soortgelijke identificatie); - een duidelijke omschrijving van de beoogde transacties die aan de oorsprong zullen liggen …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.