← België

Koninklijk besluit tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit wijzigt verschillende bestaande besluiten om de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan te passen, voornamelijk naar aanleiding van een wet uit 2014 die de bevoegdheid, procedure en organisatie van de Raad van State hervormde. Het doel is om de rechtspleging te moderniseren en te stroomlijnen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
28 JANUARI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State VERSLAG AAN DE KONING Sire, I. ALGEMENE OPMERKINGEN Onderhavig ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van verscheidene besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State baseert zich op de artikelen 14ter, 17, 19, zesde lid, 21, 21bis, 24, eerste lid, 30, § 1, eerste tot derde lid, § 2, eerste tot derde lid, en § 3, 36 en 38 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. De meeste van deze bepalingen werden gewijzigd bij de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten houdende de hervorming van de bevoegdheid, de procedure en de organisatie van de Raad van State. Dit koninklijk besluit wijzigt het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, namelijk teneinde hierin de artikelen 11/1 tot 11/4 en 14septies in te lassen die verband houden met de nieuwe procedure in kort geding en een artikel 65/1 betreffende de administratieve lus voorzien bij artikel 38 van de gecoördineerde wetten. De nieuwe bepalingen in verband met het mandaat ad litem die ingevoegd werden in de gecoördineerde wetten op de Raad van State, vereisen eveneens wijzigingen in het besluit van de Regent. De artikelen 14 en 93 worden aangepast om rekening te houden met nieuwe maatregelen met betrekking tot de tegensprekelijkheid van de debatten opgelegd door de artikelen 14ter en 36 van de gecoördineerde wetten, zoals gewijzigd bij de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten. Ten slotte moeten de regels inzake tussenkomst, aangezien ze aangepast werden in deze wetten, uitgevoerd worden in het algemeen procedurereglement (hoofdstuk I - artikelen 1 tot 10). Dit koninklijk besluit stelt zich bovendien tot doel de bepalingen aan te passen van het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom, op basis van het voormelde nieuwe artikel 36 dat thans de mogelijkheid biedt voor de Raad van State om een bevel of verbod om iets te doen op te leggen (hoofdstuk II - artikelen 11 tot 27). Het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dient ook gewijzigd te worden in functie van de nieuwe bepalingen van voornoemde wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten. Inzonderheid houdt het rekening met de groepering van de regels betreffende de procedure in kort geding en met de voorlopige maatregelen, de verdwijning van het enig verzoekschrift, de mogelijkheid tot het indienen van een vordering tot schorsing op elk ogenblik van de procedure vóór de kennisgeving van het verslag van de auditeur, evenals van de ingekorte procedure in geval van bestuurlijke lus in het stadium van de procedure in kort geding (hoofdstuk III - artikelen 28 tot 49). Ten slotte moet het koninklijk besluit van 30 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2006 pub. 01/12/2006 numac 2006000958 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State type koninklijk besluit prom. 30/11/2006 pub. 17/03/2011 numac 2011000141 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State, zoals het algemeen procedurereglement, eveneens aangepast worden om rekening te houden met de nieuwe bepalingen inzake het mandaat ad litem (hoofdstuk IV - artikel 50). II. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Artikel 1.Artikel 1 wijzigt artikel 3, 4°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, om rekening te houden met de invoering bij de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten van het mandaat ad litem. Het voorleggen van de statuten van de rechtspersoon blijft in elk geval vereist. Dit is niet het geval voor de andere stukken, wanneer deze rechtspersoon vertegenwoordigd wordt door een advocaat. De in artikel 3bis, 1°, bedoelde sanctie blijft van toepassing, volgens de voor te leggen stukken. Artikel 2.In de huidige versie heeft paragraaf 4 van artikel 6 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 geen bestaansreden meer, voor zover de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten het enige verzoekschrift tot nietigverklaring en tot schorsing heeft opgeheven. Er wordt voorgesteld om dit artikel te vervangen door een nieuwe bepaling die de hoofdgriffier of zijn vertegenwoordiger ertoe machtigt het verzoekschrift ter kennis te brengen van elke persoon die een belang kan hebben bij het oplossen van de zaak. Artikel 3.Artikel 3 voegt een sectie I/I in in titel I, hoofdstuk I, van het algemeen procedurereglement, met als titel « Bijzondere regels van toepassing op de procedure tot nietigverklaring ingeval van vordering tot schorsing ». Deze nieuwe sectie integreert de artikelen 11/1 tot en met 11/4, waarvan de laatste drie enkel de artikelen 15bis tot 15quater hernemen van het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot tot vaststelling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, in welk besluit zij trouwens opgeheven zijn. De herneming van deze bepalingen in het algemeen procedurereglement is puur technisch. Er wordt hoogstens onderstreept dat de termen « bij een ter post aangetekend schrijven » niet meer vermeld worden om tegemoet te komen aan de opmerking van de afdeling wetgeving van de Raad van State. Deze vereiste blijft niettemin, gezien ze behouden blijft in artikel 84 van de algemene procedureregeling. Men herhaalt ook dat de in de artikelen 11/2 en 11/3 bedoelde verhoren, bij gebrek aan een verzoek tot voortzetting van de procedure, enkel als doel moeten hebben het voor de betrokkenen toe te laten de redenen uiteen te zetten waarom zij een dergelijke vordering niet ingediend hebben, maar niet om terug te komen op de zaak zelf. Artikel 11/1 is vernieuwend, aangezien het ertoe strekt de procedures tot nietigverklaring en tot schorsing te articuleren, die niet meer bijkomend ingediend moeten worden krachtens de wet van 19 januari 2014. De indiening van een vordering tot schorsing onderbreekt de termijnen voor de procedure tot nietigverklaring.In geval van een arrest tot schorsing of waarbij voorlopige maatregelen aanbevolen worden, beginnen deze termijnen weer te lopen vanaf de kennisgeving van het arrest, maar zijn ze beperkt tot dertig dagen. De latere termijnen zijn beperkt tot eenzelfde duur, ook al zijn ze nog niet gestart op het moment dat de rechtspleging in kort geding ingediend werd. De auditeur beschikt eveneens over een termijn van dertig dagen om zijn verslag tot nietigverklaring neer te leggen of voor zijn in het nieuwe artikel 11/4 bedoelde mededeling als hij van mening is dat geen enkel element de besluiten van zijn verslag wijzigt. Deze laatste termijn, die een termijn van orde is, begint te lopen vanaf het moment dat hij het memorie van antwoord en het volledige dossier van de zaak ontvangen heeft. De vermindering van alle voormelde termijnen naar dertig dagen strekt ertoe de termijn van zes maanden voorgeschreven bij artikel 17, § 5, zoals vervangen door de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten, na te leven. Een van de redenen hiervan is dat de partijen, de auditeur en de Raad van State reeds de kans gehad zullen hebben om het dossier te raadplegen, zodat hun behandelingstermijnen korter kunnen zijn. Ten slotte strekt het bepalen van eenzelfde termijn voor alle partijen en de auditeur ertoe de procedure te vereenvoudigen, op zijn minst wanneer een schorsingsarrest uitgesproken werd. In geval van een arrest tot verwerping, begint de onderbroken termijn in zijn geheel weer te lopen vanaf de kennisgeving van dit arrest. Artikel 4.Artikel 4 vervangt artikel 14 van het algemeen procedurereglement door een bepaling die de procedure inricht voor de toepassing van de artikelen 14ter en 36 van de gecoördineerde wetten, zoals gewijzigd bij de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten. In het tweede lid legt de eerste van die twee bepalingen op dat er een tegensprekelijk debat moet plaatsvinden. Hiervoor moet vermeden worden dat een aanvraag tot aanpassing van de gevolgen van een vernietigingsarrest voor de eerste keer geformuleerd zou worden op de hoorzitting. Het nieuwe artikel 14 voorziet dat de aanvraag ten laatste geformuleerd moet worden in de laatste memorie. In dat geval kunnen de andere partijen schriftelijk reageren en stelt de auditeur een verslag op dat enkel op dit punt betrekking heeft. Artikel 36 van de gecoördineerde wetten bepaalt bovendien dat de afdeling bestuursrechtspraak, waarbij een vordering in die zin is ingesteld, kan bevelen dat die beslissing binnen een bepaalde termijn moet worden genomen ( § 1, eerste lid, eerste zin) of dat de betrokken overheid zich onthoudt van het nemen van een beslissing ( § 1, derde lid). Net zoals artikel 35/1 van de gecoördineerde wetten voorziet dat de aanvraag tot hulp bij de uitvoering van de arresten ten laatste in de laatste memorie geformuleerd moet worden, preciseert het nieuwe artikel 14 van het algemeen procedurereglement dat de aanvraag gebaseerd op het voormelde artikel 36, § 1, eveneens ten laatste in de laatste memorie geformuleerd moet worden. Deze aanvragen vormen eigenlijk enkel een uitleg van de gevolgen van de vernietiging, zodat het niet noodzakelijk lijkt een bijkomend schriftelijk debat hierover te voorzien : de mondelinge debatten op de hoorzitting volstaan om het voor de partijen mogelijk te maken hierover uitleg te geven. De situatie is heel verschillend van de toepassing van artikel 14ter, waarbij het erom gaat af te wijken van het terugwerkend karakter van de vernietiging en de gevolgen van een akte of wettelijke bepaling te behouden. Artikel 5.Artikel 5 voegt een nieuw artikel 14septies in het algemeen procedurereglement in. Het nagestreefde doel van deze maatregel is de mogelijkheid te voorzien de modaliteiten voor de neerlegging van de laatste memories aan te passen in het raam van het beroep tot nietigverklaring, wanneer de verzoeker een vordering tot vaststelling bij spoedeisendheid na de kennisgeving van het verslag van de auditeur richt. Deze modaliteiten die de naleving van de rechten van de verdediging en een billijke procedure van de partijen zullen dienen te waarborgen zullen in de beschikking tot vastlegging van de zaak worden vastgelegd. Artikelen 6 en 7. De artikelen 52 en 53 van het algemeen procedurereglement worden vervangen teneinde de nieuwe regels voor de procedure tot tussenkomst vast te leggen, voorzien bij artikel 21bis van de gecoördineerde wetten, dat vervangen werd bij de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten. Het gaat erom de vroegere bepalingen te herwerken teneinde rekening te houden met het feit dat de vordering in kort geding ingediend zou kunnen worden na het beroep tot nietigverklaring. Er is eveneens voorzien dat elke aanvraag tot tussenkomst zowel geldig is voor de vernietigingsprocedure als voor de andere procedures die er een accessorium van zijn. Artikel 8.Het nieuwe artikel 65/1 van het algemeen procedurereglement voert artikel 38 uit van de gecoördineerde wetten en implementeert aldus de bestuurlijke lus. Het vervolledigt de modaliteiten die door dit artikel 38 dat reeds heel gedetailleerd is nog niet zijn voorzien. Er wordt eerst een onderscheid gemaakt naargelang het de auditeur of de kamer waar de zaak aanhangig wordt gemaakt is die voorstelt om de bestuurlijke lus op te starten. In de eerste veronderstelling, voorzien bij paragraaf 1, onderzoekt het verslag alle middelen en stelt de lus voor. Dit verslag wordt ter kennis van de partijen gebracht, met dien verstande dat de verwerende partij en, desgevallend, de tussenkomende partij, als eersten hun laatste memorie indienen, vooraleer deze mogelijkheid aan de verzoekende partij wordt aangeboden. De rangorde voor de kennisgeving van het verslag wordt dus opgelegd in afwijking van artikel 14 van het algemeen procedurereglement. Dit verschil wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat, in die hypothese, een onregelmatigheid wordt aangestipt en de verwerende partij haar instemming aan de toepassing van de lus dient te verlenen. De partijen beschikken over een termijn van vijftien dagen om hun laatste memorie in te dienen. Deze termijn is korter dan bij de nietigverklaring omdat artikel 30, § 2 van de gecoördineerde wetten oplegt dat de spoedeisendheid wordt vastgesteld om de lus in kortgeding te kunnen toe te passen. Anderzijds moet de partijen een termijn gelaten worden om hen toe te laten een laatste memorie in te dienen. Deze termijn laat toe rekening te houden met de verschillende omstandigheden die eigen zijn aan deze procedure. In de tweede veronderstelling, bedoeld bij paragraaf 2, is dit het arrest zelf dat voorstelt de bestuurlijke lus op te starten, hetgeen opnieuw veronderstelt dat het alle middelen heeft onderzocht. Dit uitvoerig onderzoek is onontbeerlijk, zonder hetwelk de bijsturing die voortvloeit uit de toepassing van de lus geen enkel nut zou kunnen hebben. Het tegensprekelijk debat dat hierop volgt, overeenkomstig artikel 38, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten, geschiedt bij uitwisseling van aanvullende memories. Paragraaf 3 beoogt de specifieke veronderstelling waarbij het verslag van de auditeur niet alle middelen van het beroep zou hebben onderzocht, terwijl de kamer waar de zaak aanhangig werd gemaakt de bestuurlijke lus zou willen voorstellen voor een of meerdere van deze middelen die zij gegrond zou achten. De auditeur wordt er dan toe uitgenodigd een aanvullend verslag neer te leggen dat ofwel gegrond kan zijn op paragraaf 1, eerste lid, van het nieuwe artikel 65/1 van het algemeen procedurereglement, indien hij de lus wil voorstellen, ofwel op artikel 13 van deze zelfde tekst, indien hij een andere oplossing voorstelt. In het eerste geval, zullen het tweede en het derde lid van paragraaf 1 worden toegepast, bij gebreke waarvan de gewone procedure haar rechten terugwint. Paragraaf 4 betreft de verlenging van de termijn die door de overheid kan worden gevraagd, nadat die werd vastgelegd in het tussenarrest bedoeld bij artikel 38, § 1, derde lid, en § 3, tweede lid, van de gecoördineerde wetten. Deze verlenging gebeurt via beschikking van de voorzitter van de kamer die ter kennis van de partijen wordt gebracht, met dien verstande dat die een termijn van drie maanden niet overschrijden mag, desgevallend verhoogd met een redelijke termijn, voorzien bij dit zelfde artikel 38, § 2, 1°, van deze wetten. Deze termijn moet kort blijven. Bij toepassing van paragraaf 5, wordt de informatie ingewonnen bij toepassing van artikel 38, § 4, van de gecoördineerde wetten ter kennis van de partijen gebracht. Het betreft de bevestiging door de verwerende partij dat de bestreden akte werd verbeterd en de wijze waarop dit is gebeurd. Vervolgens wordt er een debat op tegenspraak tussen de partijen aangeknoopt, terwijl de auditeur belast wordt met de neerlegging van een verslag over de toepassing van de bestuurlijke lus door de verwerende partij. Het gaat er om na te zien of de voorwaarden hiertoe voorzien wel degelijk werden nageleefd en of, in fine, de akte of het reglement nietig dient te worden verklaard dan wel kan worden « gered ». De laatste paragraaf van het nieuwe artikel 65/1 betreft het geval waarbij de bijsturende beslissing niet binnen de toebedeelde termijn zou zijn overgemaakt, hetgeen oplegt dat de bestreden akte nietig wordt verklaard. Hierop zijn modaliteiten van toepassing die vergelijkbaar zijn met de modaliteiten voorzien in de artikelen 14bis en volgende van het algemeen procedurereglement. Zoals voor de artikelen 11/2 en 11/3, door dit koninklijk besluit ingevoegd in het algemeen procedurereglement, moet het door deze bepaling bedoelde verhoor niet toelaten voor de betrokkenen om terug te komen op de zaak zelf, maar enkel om, in voorkomend geval, de redenen uiteen te zetten waarom de beslissing tot herstel niet binnen de vastgestelde termijn opgestuurd had kunnen worden. Voor het overige, wat de opmerking in de advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State betreft, is het niet nodig om artikel 68, vijfde lid, van de algemene procedureregeling verder te wijzigen, wanneer de bestuurlijke lus toegepast wordt. Naar het voorbeeld van het commentaar bij artikel 30/1, ingevoegd in de gecoördineerde wetten door de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State, moet immers beschouwd worden als de partij die in het ongelijk gesteld wordt, de partij waarvan de akte als onrechtmatig wordt beschouwd, maar die kan genieten van de toepassing van de bestuurlijke lus. De memorie van toelichting preciseerde hiertoe immers : « Een partij zal in het gelijk worden gesteld wanneer, onder meer, de overheid haar handeling zal intrekken op basis van een vastgestelde onregelmatigheid in de procedure bij de Raad van State, indien de gevolgen van haar handeling als gehandhaafd moeten worden beschouwd, bij toepassing van artikel 14ter van de gecoördineerde wetten, indien zij toepassing maakt van de bestuurlijke lus om een administratieve handeling te herstellen of, desgevallend, indien de Raad van State uitspraak dient te doen over de privaatrechtelijke gevolgen van een nietigverklaring » (Doc. parl., Senate, 2012-2013, nr 5-2277/1, blz. 1, eerste lid). Dezelfde redenering moet toegepast worden voor de gerechtskosten. Artikel 9.De in artikel 86 van het algemeen procedurereglement aangebrachte wijziging strekt ertoe de wettigheid te bevestigen van een praktijk die er, voor de tegenpartijen, in bestaat hun administratief dossier neer te leggen, eerder dan het bij aangetekende zending naar de griffie van de Raad van State te sturen. Met deze maatregel wordt vermeden dat er onnodige kosten gemaakt moeten worden, voornamelijk in geval van een lijvig administratief dossier. Artikel 10.Zoals artikel 14 van het algemeen procedurereglement, wordt artikel 93 van ditzelfde besluit aangepast om rekening te houden met de nieuwe procedureregels die voortvloeien uit de artikelen 14ter en 36, gewijzigd bij de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten. Enkel de eerste van deze twee bepalingen verantwoordt het instellen van een tegensprekelijk debat, benadrukt door het aanvullend verslag van een auditeur. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom Artikel 11.Het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten beperkt zich niet meer tot de dwangsom, maar heeft eveneens betrekking op andere maatregelen die opgelegd kunnen worden wanneer de administratie een vernietigingsarrest niet of niet correct uitvoert, of dreigt een vernietigingsarrest niet uit te voeren. Aangezien die andere maatregelen hoofdzakelijk bestaan uit positieve of negatieve bevelen, bevat het opschrift een vermelding van het bevelrecht dat door de wet toegekend wordt aan de Raad van State. Artikel 12.Aangezien de vernietigingsbevoegdheid van de Raad van State uitgebreid werd naar bepaalde administratieve handelingen van overheden die geen administratieve overheden zijn (wetgevende vergaderingen, ombudsmannen, Rekenhof, rechtbanken, Hoge Raad voor de Justitie) dient de door het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten aan de overheden die tegenpartijen zijn gegeven kwalificatie « administratieve » opgeheven te worden. Artikel 13.Er is geen toelichting bij deze bepaling. Artikelen 14 en 15. In hun huidige versie hebben de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betrekking op het verzoekschrift tot dwangsom. Aangezien er thans ook een verzoekschrift tot bevel ingediend kan worden, wordt voorgesteld om artikel 2 hieraan te wijden en artikel 3 aan het verzoekschrift tot dwangsom. Deze twee artikelen bevatten twee gelijkaardige leden, waarvan de eerste overeenstemt met het vroegere artikel 2 en de tweede met het vroegere artikel 3. Wat het verzoekschrift tot bevel bedoeld bij artikel 2 betreft, wordt bovendien de situatie gepreciseerd waarbij het artikel van toepassing is, met name de hypothese waarin dit verzoekschrift tot bevel ingediend wordt na het vernietigingsarrest. Artikel 16.De in artikel 7 van het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten voorziene termijn van tien dagen, wordt een termijn van twintig dagen, omdat de ter post aangetekende zendingen binnen een termijn van 14 dagen gerecupereerd kunnen worden wanneer een bericht in de brievenbus achtergelaten wordt. Artikel 17.In artikel 11, derde en vierde lid, wordt voorgesteld om niet meer te preciseren over welk type verzoekschrift het gaat, teneinde zonder onderscheid zowel het verzoekschrift tot dwangsom als tot bevel te beogen. Artikel 18.In artikel 17, derde lid, van het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, dient er verwezen te worden naar artikel 2 of 3 van ditzelfde besluit, aangezien zij naar aanleiding van de wijzigingen door dit koninklijk besluit betrekking hebben op twee verschillende verzoekschriften. Artikel 19.De verwijzing naar artikel 92 is niet meer verantwoord, aangezien dit artikel opgeheven werd bij koninklijk besluit van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2007 pub. 30/04/2007 numac 2007000357 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sluiten. Artikel 20.Overeenkomstig artikel 30, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten, zoals vervangen bij de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten, legt artikel 18/1, ingevoegd bij dit besluit, een bedrag vast boven hetwelk geen enkele dwangsom kan worden verbeurd. Artikel 36, § 2, derde lid, van dezelfde wetten, preciseert in dat opzicht dat de dwangsom vastgesteld kan worden ofwel op een globaal bedrag ofwel op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding. Er dienen dus twee verschillende bedragen vastgelegd te worden die overeenstemmen met deze twee hypotheses. Een dwangsom vastgelegd op een globaal bedrag van één miljoen euro in geval van een eenmalige overtreding of van vijfentwintig duizend euro per dag of per overtreding die zich herhaald lijkt redelijk. Deze bedragen houden rekening zowel met de ontradingsdoelstelling die door deze dwangsom beoogd wordt, als met de wens om de begunstigden niet aan te zetten dit type aanvragen te herhalen in de hoop er zelf rijker van te worden. Het gaat ook enkel om grenzen die niet overschreden mogen worden. Het zal dus in elk geval aan de Raad van State zijn om te oordelen over het op te leggen bedrag van de dwangsom, naar gelang van de omstandigheden eigen aan het geval. Ter herinnering, een globaal bedrag is met name denkbaar in het geval van een verbod uitgesproken tegen een openbare overheid om een gebouw af te breken (zie RvS, arrest Boutier en crts, nr. 93.718 van 2 maart 2001). Het komt vaker voor dat de Raad van State een dwangsom oplegt per dag van overtreding, of per overtreding, hetzij om de overheid aan te zetten een akte te stellen die bestemd is om de akte die vernietigd werd te vervangen, waarbij de onwettigheid die geleid heeft tot de vernietiging hersteld wordt of om de gevolgen ervan te doen verdwijnen, hetzij om diezelfde overheid aan te zetten een beslissing die ze niet mocht nemen, in te trekken (RvS, arrest Moiny nr. 213.832 van 14 juni 2011, arrest Braginsky, nr. 223.715 van 4 juni 2013). Artikelen 21 tot 25. Deze artikelen passen de artikelen 19 tot 22 van het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten aan, door ze enigszins te herformuleren. Artikel 26.Zoals voor artikel 7, verlengt dit artikel de maximale termijn voor de oproeping voor de hoorzitting na ontvangst van het verslag, tot twintig dagen. Artikel 27.Dit artikel voert artikel 30, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten uit, dat voorziet dat de Koning de toewijzing van de middelen bepaalt die toegekend worden aan het begrotingsfonds bedoeld in artikel 36, § 5, van deze wetten. Het bepaalt uitdrukkelijk dat de helft van de dwangsom die ten gunste van dit fonds gestort moet worden, gebruikt moet worden voor de aankoop van materieel en voor de aankoop en de ontwikkeling van informaticasoftware voor de Raad van State. HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State Artikel 28.Bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, wordt de definitie van het enig verzoekschrift opgenomen bij punt 6° van dit artikel opgeheven. Artikel 29.Op basis van de huidige tekst van het procedurereglement kan een verzoekschrift enkel bij een ter post aangetekende brief worden ingediend. Artikel 16, § 5, van het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten maakt het evenwel mogelijk dat de rechtsdag van uur tot uur wordt bepaald. Het koninklijk besluit van 9 juli 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/07/2000 pub. 15/07/2000 numac 2000000553 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen sluiten houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen had voor de procedures die het regelde voorzien dat de vorderingen tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen per fax konden worden ingesteld (art. 19, tweede lid). In de praktijk worden per fax ingediende verzoekschriften aanvaard wanneer blijkt dat een beslissing binnen een zeer korte termijn moet worden gewezen, bijvoorbeeld in verband met het voorkomen of het stoppen van de afbraak van een gebouw of het vellen van bomen. De ervaring heeft geleerd dat deze handelwijze noodzakelijk is, en de voorgestelde tekst brengt de regelgeving hiermee in overeenstemming. Artikel 30.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt aangevuld om de formaliteit uit te breiden van de publicatie van een advies in geval van vorderingen tot schorsing tegen een reglement in het Belgisch Staatsblad, in de veronderstellingen van vorderingen van voorlopige maatregelen. Artikel 31.Titel II van het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten wordt gewijzigd in die zin dat het thans de bepalingen groepeert die van toepassing zijn op de vorderingen tot schorsing en tot voorlopige maatregelen. Artikel 32.Artikel 8 van hetzelfde besluit groepeert de vermeldingen die de vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregelen dient te bevatten bovenop dewelke voorzien zijn bij artikel 2 van het algemeen procedurereglement. Aangezien de vordering tot schorsing niet noodzakelijkerwijze nog dient te prijken in dezelfde akte als het beroep tot nietigverklaring, wordt voorzien in dit verzoekschrift alleen de elementen op te nemen die eerder nog niet werden ontwikkeld, bovenop de verwijzingen naar de lopende zaak. Een uiteenzetting over de spoedeisendheid zal dus voornoemd verzoekschrift dienen te vergezellen en het verzoekschrift tot voorlopige maatregelen dient bovendien een beschrijving te bevatten van de maatregelen waarom wordt verzocht, evenals een uiteenzetting van de feiten die vaststelt dat deze noodzakelijk zijn om de belangen van de persoon die erom verzoekt te vrijwaren. Voor de ernstige aard der middelen, zal men rekening houden met de ontwikkelingen vervat in het verzoekschrift tot nietigverklaring, zelfs in de memorie van wederantwoord. Deze nieuwe regel dient bij te dragen tot de vereenvoudiging van de verwerking van de vordering tot schorsing of tot voorlopige maatregelen, waarbij de hypothese blijft dat de procedure in kort geding een accessorium is van de procedure ten gronde. Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, 2°, van de gecoördineerde wetten, is het ernstig middel enkel datgene dat « prima facie de nietigverklaring van de akte of het reglement kan verantwoorden ». Als de eiser meent een middel van openbare orde te moeten opwerpen of dat in het licht van het administratief dossier meegedeeld met de memorie van antwoord, nieuwe middelen ingeroepen moeten worden, kan de eiser dit doen in zijn memorie van wederantwoord of toelichtende memorie, die hij tegelijkertijd indient als zijn verzoek tot schorsing of van voorlopige maatregelen. Indien hij echter niet kan wachten op deze afloop, dan kan hij deze middelen bij uiterst dringende noodzakelijkheid inroepen. Maar, rekening houdend met de nieuwe afstemming tussen de procedure tot vernietiging en de procedure in kort geding, is het belangrijk dat de eerste zoveel mogelijk de sokkel blijft waaraan de tweede is vastgemaakt. Artikelen 33 en 34. Er is geen toelichting bij deze bepalingen. Artikel 35.Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt aangepast om rekening te houden met de omstandigheid dat de schorsing of de voorlopige maatregelen op elk ogenblik kunnen worden aangevraagd, tot aan de kennisgeving van het verslag van de auditeur. Voor de verwerende partij betekent dit dat de vordering tot schorsing kan optreden terwijl die het administratief dossier van de zaak evenals de antwoordmemorie heeft neergelegd. Indien dit het geval is, zal haar nota met bemerkingen alleen de voorwaarde betreffen van de spoedeisendheid of gegrondheid van voorlopige maatregelen, evenals de belangenafweging bedoeld bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten. In het tegengestelde geval, zal de verwerende partij bovendien de ernstige aard der middelen kunnen betwisten. Aan de opmerkingen van de afdeling wetgeving van de Raad van State over deze bepalingen wordt tegemoet gekomen door het commentaar dat bij artikel 32 geformuleerd wordt. Artikel 36.Bij artikel 12 van hetzelfde besluit worden de woorden « schorsing » opgeheven teneinde het toepassingsgebied van de bepaling eveneens uit te breiden tot de aanvragen van voorlopige maatregelen. Artikel 37.Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd om de bepalingen van dit artikel in een paragraaf 1 te verzamelen. Er wordt in verduidelijkt dat de vaststelling van de hoorzitting door de voorzitter van de kamer plaatsvindt zonder afbreuk aan de bepalingen vastgelegd bij artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten en 14septies van het algemeen procedurereglement. Deze verduidelijking beoogt in herinnering te brengen dat door de vaststelling van de zaak, de voorzitter van de kamer, desgevallend, rekening dient te houden met de met redenen omklede vordering van de verzoeker zijn zaak bij spoedeisendheid vastgesteld te zien en een aanpassing van de termijnen te voorzien voor de laatste memories mocht dit noodzakelijk blijken. De nieuwe paragraaf 2 legt overigens de regels van de bestuurlijke lus in kort geding vast. Artikel 30, § 2, derde lid van de gecoördineerde wetten machtigt in werkelijkheid de Koning ertoe een gemengde ingekorte procedure hiertoe in te stellen. Wanneer de auditeur in zijn verslag vaststelt dat de voorwaarde van spoedeisendheid is vervuld en daarbij voorstelt de bestuurlijke lus op te starten, en indien de verwerende partij dit in de laatste memorie die hierop volgt aanvaardt, kan de kamer waarbij de zaak aanhangig wordt gemaakt beslissen de bestuurlijke lus op te starten. In dit geval, worden de regels van het nieuwe artikel 65/1 van het algemeen procedurereglement toegepast. De kamer kan eveneens de uitvoering van de akte of het reglement opschorten tijdens de inwerkingstelling van de bestuurlijke lus, zoals voorzien door de voorbereidende werkzaamheden van het voormelde artikel 30, § 2, derde lid. De verwerende partij kan evenwel de toepassing van de lus weigeren of de kamer waar de zaak aanhangig wordt gemaakt kan zelf beslissen die niet op te starten, op tegengesteld advies van de auditeur. Overeenkomstig artikel 30, § 2, derde lid, van de gecoördineerde wetten, behoudt de kamer evenwel in dit geval de mogelijkheid om de bestreden akte nietig te verklaren. Welke ook de genomen beslissing is, de kamer zal samengesteld zijn overeenkomstig de bepalingen voorzien bij artikel 90, § 1, van de gecoördineerde wetten, hetzij in principe uit drie staatsraden. Artikelen 38 tot 40. De artikelen 15bis tot 15quater worden opgeheven, aangezien zij opgenomen worden in de artikelen 11/2 tot 11/4 van de algemene procedureregeling. Artikel 41.Artikel 16 betreft de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Het wordt aangepast, rekening houdend met de verdwijning van het enig verzoekschrift en met de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen. Zoals voorheen, is het belangrijk in het opschrift van het verzoekschrift aan te geven dat het « bij uiterst dringende noodzakelijkheid » wordt ingesteld. Anders worden de regels van het gewone kortgeding toegepast. Er wordt eveneens opgemerkt dat de verzoeker de feiten en middelen om de nietigverklaring van de akte of het reglement slechts dient uiteen te zetten indien het verzoek tot nietigverklaring nog niet werd ingediend. Zo ook, zal de verwerende partij het administratief dossier neerleggen indien zij nog niet de gelegenheid heeft gehad dit in het raam van het verzoek tot nietigverklaring te doen. Zij kan ook een nota neerleggen waarvan het voorwerp zich beperken zal tot het onderzoek van de voorwaarden van de spoedeisendheid, of zelfs de nieuwe middelen, indien een antwoordmemorie die de ontvankelijkheid van het verzoek en/of de gegrondheid van de middelen onderzoekt reeds werd neergelegd. Artikelen 42 en 43. Er is geen toelichting bij deze bepalingen. Artikel 44.De Nederlandse versie van artikel 21, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt geherformuleerd in adequatere bewoordingen. De normatieve inhoud ervan blijft evenwel ongewijzigd. Artikel 45.Er is geen toelichting bij deze bepaling. Artikel 46.Artikel 24 van het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten wordt aangepast om rekening te houden met de nieuwe verdeling van de dwangsom volgens artikel 36, § 5, eerste lid, van de gecoördineerde wetten. Artikel 47.Titel IV van hetzelfde besluit en alle bepalingen hierin vervat worden opgeheven, met uitzondering van artikel 27 dat de voorzitter toelaat te beslissen dat de vordering tot voorlopige maatregelen wordt onderzocht en beoordeeld samen met de vordering tot schorsing, in het belang van het behoorlijk beheer van justitie. Artikelen 48 en 49. Er is geen toelichting bij deze bepalingen. HOOFDSTUK IV. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 30 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2006 pub. 01/12/2006 numac 2006000958 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State type koninklijk besluit prom. 30/11/2006 pub. 17/03/2011 numac 2011000141 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State Artikel 50.Artikel 4, 4°, van het koninklijk besluit van 30 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2006 pub. 01/12/2006 numac 2006000958 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State type koninklijk besluit prom. 30/11/2006 pub. 17/03/2011 numac 2011000141 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State wordt gewijzigd om de verplichting, in hoofde van de verzoekende partij, om de nodige documenten voor het vastleggen van zijn handelingsbekwaamheid voor te leggen, op te heffen, gelet op het mandaat ad litem dat door het nieuwe artikel 19, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ingevoegd werd. Aangezien deze verzoekende partij altijd vertegenwoordigd moet zijn door een advocaat, overeenkomstig artikel 19, vijfde lid, van deze wetten, is het onnodig om de verplichting tot het voorleggen van deze documenten te behouden in het geval zij alleen zou handelen. Het voorleggen van de kopie van de van kracht zijnde statuten van deze rechtspersoon blijft daarentegen vereist. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Artikel 51.Overeenkomstig artikel 39 van de wet van 19 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2014 pub. 21/11/2014 numac 2014015178 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Federale Republiek Brazilië, ondertekend te Brussel op 4 oktober 2009 (2) type wet prom. 19/01/2014 pub. 22/12/2015 numac 2014015226 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Argentinië, gedaan te Buenos Aires op 3 maart 2010 (2) sluiten, bepaalt dit koninklijk besluit de datum van inwerkingtreding van de artikelen 3, 6, 8, 9, 12, 13 en 38, 1° van deze wet. Deze datum valt samen met de datum van inwerkingtreding van dit besluit, hetzij 1 maart 2014. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedvolle en getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET RAAD VAN STATE Afdeling Wetgeving Advies 55.042/2van 20 januari 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State' Op 13 januari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State'. Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 20 januari 2014. De kamer was samengesteld uit Yves Kreins, eerste voorzitter van de Raad van State, Pierre Vandernoot en Martine Baguet, staatsraden, en Bernadette Vigneron, griffier. Het verslag is uitgebracht door Luc Donnay, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 20 januari 2014. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 sluiten en vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. De motivering in de brief luidt als volgt : "Cette demande se justifie par la circonstance que la loi portant réforme de la compétence, de la procédure et de l'organisation du Conseil d'Etat, votée définitivement en séance plénière à la Chambre des représentants ce 9 janvier 2014, prévoit, en son article 39, que ses articles 3, 6, 8, 9, 11, 12, 13 et 38, 1°, entrent en vigueur au plus tard le 1er mars 2014. Le délai entre ces deux dates est très court, étant entendu que le projet d'arrêté royal devra sans doute être adapté en fonction des remarques de l'avis de la section de législation, ce qui nécessitera l'organisation de réunions en intercabinet, voire imposera de soumettre le projet d'arrêté royal à l'approbation d'un nouveau Conseil des ministres. Les dispositions de l'arrêté royal en projet imposeront également d'importantes adaptations au niveau du greffe du Conseil d'Etat, lesquelles devront être anticipées au maximum. Enfin, il s'agit de règles nouvelles de procédure, dont la grande technicité nécessitera un délai suffisant entre la publication de l'arrêté royal et son entrée en vigueur, afin de permettre aux justiciables de s'y familiariser".(1) Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het vervangen is bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Strekking van het ontwerp Het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit strekt voornamelijk tot het aanbrengen van de wijzigingen in verschillende besluiten tot regeling van de procedure voor de Raad van State, die nodig zijn door de recente aanneming van nieuwe wetsbepalingen houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State. Het ontwerpbesluit draagt aldus bij tot de procedurele tenuitvoerlegging van de nieuwe, door de wetgever aangenomen mechanismen zoals de bestuurlijke lus, het injunctierecht en het behoud van de gevolgen van een nietig verklaarde individuele bestuurshandeling. Het geeft ook uitvoering aan diverse wetswijzigingen met betrekking tot reeds bestaande instrumenten, zoals het kort geding en de dwangsom. Onderzoek van het ontwerp Aanhef 1. Het ontwerpbesluit ontleent zijn voornaamste rechtsgronden aan de artikelen 14ter, 17, 21, 21bis, 24, eerste lid, 30, 36 en 38 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd bij de wet `houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State' die is aangenomen door de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers. Aangezien bepaalde, door het ontwerpbesluit doorgevoerde wijzigingen (2), rechtstreeks voortvloeien uit de inhoud van het nieuwe (3) artikel 19, zesde lid, van de gecoördineerde wetten (vermoeden van mandaat ten voordele van de advocaat), is het aangewezen die rechtsgrond in de aanhef toe te voegen. 2. Het koninklijk besluit van 2 april 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000142 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de dwangsom' moet in de aanhef …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.