← België

Decreet houdende organisatie van de structurele differentiatie in de eerste graad om alle leerlingen de mogelijkheid te geven om de basisvaardigheden

Kort samengevat

Dit decreet regelt de organisatie van structurele differentiatie in de eerste graad van het secundair onderwijs om alle leerlingen de kans te geven basisvaardigheden te verwerven. Het introduceert onder andere een "aanvullend jaar" en beperkingen op het blijven zitten.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
7 DECEMBER 2007. - Decreet houdende organisatie van de structurele differentiatie in de eerste graad om alle leerlingen de mogelijkheid te geven om de basisvaardigheden te verwerven (1) Het Parlement van de Franstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Wijziging van het decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2006 pub. 31/08/2006 numac 2006202786 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs type decreet prom. 30/06/2006 pub. 28/08/2006 numac 2006202766 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de sociale integratie van jongeren door de sport, waarbij een sportcheque wordt ingevoerd type decreet prom. 30/06/2006 pub. 13/12/2006 numac 2006036586 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006 sluiten betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs Artikel 1.Artikel 2, 1° van het decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2006 pub. 31/08/2006 numac 2006202786 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs type decreet prom. 30/06/2006 pub. 28/08/2006 numac 2006202766 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de sociale integratie van jongeren door de sport, waarbij een sportcheque wordt ingevoerd type decreet prom. 30/06/2006 pub. 13/12/2006 numac 2006036586 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006 sluiten betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs wordt aangevuld als volgt : « - « Begeleidingsraad », de door het inrichtingshoofd voorgezeten raad, samengesteld uit de leden van de klassenraad van de klas van de betrokken leerling en, naar gelang van het geval, ten minste één vertegenwoordiger van de klassenraad van één van de aanvullende jaren bedoeld in titel III en/of één van de gedifferentieerde jaren bedoeld in titel IV en/of het differentiatie- en oriëntatiejaar bedoeld in titel V. Het bevoegde psycho-medisch-sociaal centrum kan van rechtswege de vergaderingen van die raad bijwonen. » Art. 2.In hetzelfde decreet wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 6bis.Onverminderd de bepalingen bedoeld bij het koninklijk besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften, is het gemeenschappelijke tweede jaar toegankelijk voor iedere regelmatige leerling in de zin van artikel 2, 6° van het voormelde koninklijk besluit van 29 juni 1984 : 1° ofwel die het gemeenschappelijke eerste jaar heeft gevolgd en ten aanzien van wie de klassenraad de beslissing bedoeld in artikel 23, eerste lid, 1° heeft genomen;2° ofwel die een aanvullend jaar dat op het einde van het gemeenschappelijke eerste jaar wordt georganiseerd, heeft gevolgd, en ten aanzien van wie de klassenraad de beslissing bedoeld in artikel 25, 1°, overeenkomstig titel III, heeft genomen;3° ofwel die het gedifferentieerde tweede jaar heeft gevolgd en ten aanzien van wie de klassenraad de beslissing bedoeld in artikel 28, § 1, 1° heeft genomen;4° ofwel die het gemeenschappelijke eerste jaar met succes heeft gevolgd in een inrichting die door de Vlaamse Gemeenschap of door de Duitstalige Gemeenschap wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend. » Art. 3.In hetzelfde decreet wordt een artikel 6 ter ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 6ter.De leerling mag niet blijven zitten in één van de jaren waaruit de gemeenschappelijke eerste graad of de gedifferentieerde eerste graad bestaat zoals bepaald bij dit decreet, behalve als een afwijking door de Regering wordt toegekend in geval van met redenen omklede langdurige afwezigheid. De leerling mag in de eerste graad van het secundair onderwijs niet gedurende meer dan drie schooljaren blijven zitten. » Art. 4.In artikel 11 van hetzelfde decreet, worden de woorden « en 13 tot 31 » ingevoegd tussen de woorden « in de artikelen 6 tot 10 » en de woorden « van dit decreet ». Art. 5.In artikel 12 van hetzelfde decreet, worden de woorden « en van de gedifferentieerde eerste graad » ingevoegd na de woorden « van aanvullende activiteiten ». Art. 6.In hetzelfde decreet, tussen Titel II en Titel IV, die Titel VII wordt, worden de Titels III, IV, V en VI ingevoegd, luidend als volgt : « TITEL III. - Organisatie van een aanvullend jaar in de eerste graad van het secundair onderwijs Art. 13.Er wordt een aanvullend jaar georganiseerd ten voordele van de leerlingen die, op het einde van het gemeenschappelijke of gedifferentieerde eerste of tweede jaar of van het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van het gemeenschappelijke eerste jaar, gevolgd nadat een gedifferentieerd jaar werd gevolgd, voor zover de leerling, in die twee laatste gevallen, houder is van het basisstudiegetuigschrift, zodanige moeilijkheden ondervinden dat een afzonderlijk jaar of een bijkomend jaar onontbeerlijk is om hun de mogelijkheid te geven om de basisvaardigheden te verwerven bedoeld op het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren en het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten. Gedurende dat aanvullend jaar wordt rekening gehouden met de bijzondere behoeften van de betrokken leerling, inzonderheid deze die betrekking hebben op zijn leerritme. De organisatie van dat aanvullend jaar heeft tot doel hem de mogelijkheid te geven om de moeilijkheden op te lossen die hij ondervindt bij de verwerving van vaardigheden, inzonderheid door de vastgestelde leemten aan te vullen, en hem helpen doeltreffender leerstrategieën te verwerven waarbij de ontwikkeling wordt aangemoedigd van de vaardigheden bedoeld voor het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2 van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en overeenkomstig het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten, waarvoor hij geen moeilijkheden heeft. Dat aanvullend jaar kan geenszins betekenen dat de leerling in een vorig jaar blijft zitten. Art. 14.§ 1. Het aanvullend jaar dat op het einde van het eerste jaar wordt gevolgd, is toegankelijk voor elke regelmatige leerling in de zin van artikel 2, 6° van het voormelde koninklijk besluit van 29 juni 1984 : 1° ofwel die het gemeenschappelijke eerste jaar heeft gevolgd en ten aanzien van wie de klassenraad de beslissing bedoeld in artikel 23, eerste lid, 1° heeft genomen;2° ofwel die het gedifferentieerde eerste jaar heeft gevolgd en ten aanzien van wie de klassenraad de beslissing bedoeld in artikel 24, eerste lid, 2° heeft genomen;3° ofwel die het gemeenschappelijke tweede jaar volgt en ten aanzien van wie de begeleidingsraad, vóór 15 januari, met de toestemming van de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, de in artikel 15 § 4 eerste lid bedoelde beslissing neemt. § 2. Het aanvullend jaar dat op het einde van het tweede jaar wordt gevolgd, is toegankelijk voor elke regelmatige leerling in de zin van artikel 2, 6° van het voormelde koninklijk besluit van 29 juni 1984 : 1° ofwel die het gemeenschappelijke tweede jaar heeft gevolgd en ten aanzien van wie één van de beslissingen bedoeld in artikel 26, § 2, eerste lid en tweede lid 1° wordt genomen;2° ofwel die het gedifferentieerde tweede jaar heeft gevolgd en ten aanzien van wie één van de beslissingen bedoeld in artikel 28, § 1, 2° en § 2, 1° wordt genomen, voor zover hij houder is van het basisstudiegetuigschrift;3° ofwel die het gemeenschappelijke tweede jaar volgt en ten aanzien van wie de begeleidingsraad, vóór 15 januari, met de toestemming van de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, de in artikel 15 § 4 eerste lid bedoelde beslissing heeft genomen.4° ofwel die het aanvullend jaar heeft gevolgd na een gedifferentieerd eerste jaar dat door het basisgetuigschrift wordt bekrachtigd. Art. 15.§ 1. Om de toestand van iedere leerling te onderzoeken die volgens de klassenraad leerproblemen heeft, vergadert de begeleidingsraad ten minste drie keer per schooljaar : bij het begin van het schooljaar, vóór 15 januari en bij het begin van het derde trimester. Dat onderzoek wordt uitgevoerd op grond van een verslag dat door de klassenraad wordt opgesteld en dat nagaat of de vaardigheden verworven zijn die verwacht worden op het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2 van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten, en dat onder meer gewag maakt van de ondervonden specifieke moeilijkheden, de georganiseerde remediëring en de informatie die aan de leerling en zijn ouders of aan de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, wordt verstrekt. De begeleidingsraad stelt een dossier voor iedere betrokken leerling op. Dit dossier vermeldt de gegevens bedoeld in het vorige lid, aangevuld met de beslissingen die na de beraadslaging van de begeleidingsraad werden genomen. Deze aanvulling heeft prioritair betrekking op de voorgestelde remediëring. Als de begeleidingsraad, op de tweede van de vergaderingen bedoeld in het eerste lid, acht dat de leerling zodanige leerproblemen heeft dat hij naar een aanvullend jaar zou moeten worden georiënteerd, maakt hij een individueel leerplan op dat de remediëringen vermeldt die voor het einde van het lopende schooljaar en gedurende het volgende schooljaar moeten worden georganiseerd, in voorkomend geval, in een aanvullend jaar. § 2. Voor iedere leerling die naar een aanvullend jaar wordt georiënteerd, maakt de begeleidingsraad een individueel leerplan op. Dit plan vermeldt onder meer de wekelijkse uurregeling die door de leerling wordt gevolgd. Naast de twee lestijden voor zedenleer of godsdienst bedoeld in artikel 8 van de voormelde wet van 29 mei 1959, omvat die uurregeling 30 lestijden, waaronder drie lestijden besteed moeten worden aan de lichamelijke opvoeding. Het wordt overigens opgemaakt op grond van de behoeften van de leerling en in het kader van de bepalingen bedoeld in artikel 13. Die uurregeling kan gedeeltelijk voorzien in de deelneming aan cursussen die worden georganiseerd ten gunste van de leerlingen van het gemeenschappelijke eerste jaar of van het gemeenschappelijke tweede jaar. Dat individuele leerplan wordt, vóór het begin van het betrokken schooljaar, aan de leerling en zijn ouders of aan de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, voorgesteld door het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde, eventueel begeleid door een ander lid van het pedagogische team of door een lid van het betrokken psycho-medisch sociaal centrum. Op elk van de vergaderingen vermeld in § 1, onderzoekt de begeleidingsraad de toestand van iedere leerling die in een aanvullend jaar ingeschreven is. Op grond van inzonderheid de inlichtingen die worden verstrekt door de leerkrachten die met de betrokken leerlingen belast zijn, vult hij het in dezelfde § 1 vermelde dossier in. De begeleidingsraad kan het individueel leerplan geregeld herzien en aanpassen op grond van de evolutie van de leerling. Deze en zijn ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, worden daar onmiddellijk op de hoogte van gebracht. § 3. Op de voordracht van de begeleidingsraad en met de instemming van de ouders of van de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, is de overgang van de leerling die ingeschreven is in een aanvullend jaar georganiseerd op het einde van het gemeenschappelijke eerste jaar naar het gemeenschappelijke tweede jaar mogelijk vóór 15 januari van het lopende schooljaar. In dat geval bepaalt de begeleidingsraad de nadere regels voor de hulpverlening en de pedagogische steunverlening aan de betrokken leerling. § 4. Op de voordracht van de begeleidingsraad en met de instemming van de ouders of van de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, is de overgang van de leerling die ingeschreven is in het gemeenschappelijke tweede jaar naar een aanvullend jaar mogelijk vóór 15 januari van het lopende schooljaar. In dat geval bepaalt de begeleidingsraad de nadere regels voor de hulpverlening en de pedagogische steunverlening aan de betrokken leerling. § 5. De schoolinrichting die een leerling naar een aanvullend jaar oriënteert, wordt ertoe gehouden dit jaar in de inrichting zelf te organiseren. § 6. De directie van de schoolinrichting bedoeld in § 5 stelt alle documenten betreffende de toepassing van de bepalingen bedoeld in dit artikel ter beschikking van de inspectiedienst. De leden van de inspectiedienst kunnen die documenten ter plaatse raadplegen, in het kader van de bepalingen van artikel 6 van het decreet van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/03/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007029052 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs sluiten betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs. TITEL IV. - Organisatie van een gedifferentieerde eerste graad van het secundair onderwijs Art. 16.§ 1. De gedifferentieerde eerste graad bepaald in artikel 5 wordt georganiseerd in de vorm van twee studiejaren, « gedifferentieerd eerste jaar » en « gedifferentieerd tweede jaar » genoemd. Hij is slechts toegankelijk voor de leerlingen die geen houder zijn van het basisstudiegetuigschrift en die, ofwel het zesde leerjaar van het lager onderwijs hebben gevolgd of die vóór 31 december van het daarop volgende schooljaar ten minste twaalf jaar oud zijn, zonder het zesde leerjaar van het lager onderwijs te hebben gevolgd. § 2. Iedere schoolinrichting kan de gedifferentieerde eerste graad organiseren onder de twee volgende voorwaarden : 1° ten minste één leerling inschrijven die in het secundair onderwijs komt zonder het basisstudiegetuigschrift te hebben behaald;2° voldoen aan de voorwaarden vastgesteld bij artikel 12, § 1, eerste lid, 1°;tweede lid, 1°; derde lid, 1° en vierde lid, 1° van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 31 augustus 1992 ter uitvoering van het decreet d.d. 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan. § 3. In afwijking van § 2, tweede lid, kunnen de inrichtingen die, op 1 oktober 2007, de gemeenschappelijke eerste graad niet organiseren en die ofwel een eerste jaar B of een tweede beroepsjaar, ofwel een eerste jaar B en een tweede beroepsjaar organiseren, een overeenkomst sluiten met één of meer inrichtingen voor secundair onderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd, waarbij de leerling alle trajectmogelijkheden van de eerste graad worden gewaarborgd. De inrichting of de inrichtingen waarmee die overeenkomst wordt gesloten, moeten gelegen zijn in dezelfde zone in de zin van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1993 tot vaststelling van de verplichtingen tot overleg tussen gelijkaardige inrichtingen in het secundair onderwijs met volledig leerplan of in een aanpalende zone. In dit laatste geval bedraagt de afstand tussen de betrokken inrichtingen hoogstens tien kilometer. Die overeenkomst heeft betrekking op de pedagogische continuïteit die de leerling zal genieten die, na de gedifferentieerde eerste graad te hebben gevolgd en zijn basisgetuigschrift te hebben bekomen, in de gemeenschappelijke eerste graad zal treden. § 4. De bepalingen tot regeling van de overeenkomst bedoeld in het derde lid, met inbegrip van de nadere regels voor de organisatie van de gedifferentieerde eerste graad van de betrokken school zullen moeten worden toegelicht in het project van inrichting van elke school die deze overeenkomst heeft ondertekend. Art. 17.Naast de twee wekelijkse lestijden zedenleer of godsdienst bedoeld in artikel 8 van de voormelde wet van 29 mei 1959, bedraagt de uurregeling van de gedifferentieerde eerste en tweede jaren dertig lestijden, die betrekking hebben op : 1° Frans, alsook de vorming geschiedenis en aardrijkskunde, slaande op het maatschappelijk en economisch leven, met acht tot veertien lestijden per week, waaronder twee lestijden besteed zijn aan de vorming geschiedenis en aardrijkskunde, slaande op het maatschappelijk en economisch leven;2° de vorming wiskunde alsook de eerste wetenschappelijke vorming, met zes tot elf lestijden per week, waaronder twee lestijden besteed zijn aan de eerste wetenschappelijke opleiding;3° het leren van een moderne taal I, met twee tot veertien lestijden per week;4° de lichamelijke opvoeding, met drie tot vijf lestijden per week;5° de kunstopvoeding, met twee tot vijf lestijden per week;6° opvoeding door technologie, met twee tot negen lestijden per week, voor zover hoogstens drie wekelijkse lestijden besteed wordt aan elk van de activiteitsgebieden gekozen uit deze die in artikel 10, § 2, 2° c bepaald zijn. Art. 18.§ 1. Alle leerlingen die in de gedifferentieerde eerste en tweede jaren ingeschreven zijn, met inbegrip van de leerlingen bedoeld bij de bepaling voorgeschreven in artikel 28 § 3, 1°, moeten de gemeenschappelijke externe proef afleggen die leidt tot het verkrijgen van het basisstudiegetuigschrift, zoals bepaald bij het decreet van 2 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/2006 pub. 23/08/2006 numac 2006202467 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de externe evaluatie van de verworven kennis van leerlingen van het leerplichtonderwijs en het getuigschrift van basisonderwijs na het lager onderwijs type decreet prom. 02/06/2006 pub. 04/09/2006 numac 2006029095 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende maatregelen inzake kunsthoger onderwijs sluiten betreffende de externe evaluatie van de kennis verworven door de leerlingen van het leerplichtonderwijs en het basisstudiegetuigschrift op het einde van het lager onderwijs. De bij artikel 6, § 2 bedoelde leerlingen moeten ook de proef afleggen die bij het eerste lid bedoeld is. De Regering bepaalt de nadere regels voor de inschrijving voor die proef. § 2. De klassenraad reikt het basisstudiegetuigschrift uit aan iedere leerling die slaagt vóór de gemeenschappelijke externe proef. § 3. De klassenraad kan het basisstudiegetuigschrift uitreiken aan de leerling die ingeschreven is voor het gemeenschappelijke eerste jaar en voor de jaren waaruit de gedifferentieerde eerste graad bestaan en die niet geslaagd is of die geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen deelnemen aan de gemeenschappelijke externe proef. De klassenraad steunt de beslissing bedoeld in het eerste lid over een dossier houdende het afschrift van de bulletins van het lopende schooljaar zoals ze werden meegedeeld aan de ouders van de betrokken leerling of aan de persoon die de ouderlijke macht ten aanzien van hem uitoefent, het omstandig verslag van de leerkrachten van de leerling alsook elk ander gegeven dat door de klassenraad als nuttig wordt geacht. De directie van de schoolinrichting stelt alle documenten betreffende de beslissing tot toekenning van het basisstudiegetuigschrift ter beschikking van de inspectiedienst. De leden van de inspectiedienst kunnen die ter plaatse raadplegen. De ouders van de leerling aan wie het basisstudiegetuigschrift werd afgewezen of de persoon die de ouderlijke macht ten aanzien van hem uitoefent, kunnen een beroep indienen volgens de in artikel 32 van het voormelde decreet van 2 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/2006 pub. 23/08/2006 numac 2006202467 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de externe evaluatie van de verworven kennis van leerlingen van het leerplichtonderwijs en het getuigschrift van basisonderwijs na het lager onderwijs type decreet prom. 02/06/2006 pub. 04/09/2006 numac 2006029095 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende maatregelen inzake kunsthoger onderwijs sluiten nader bepaalde regels. TITEL V. - Organisatie van een specifiek differentiatie- en oriëntatiejaar op het einde van de eerste graad van het secundair onderwijs Art. 19.Er kan een specifiek jaar, derde differentiatie- en oriëntatiejaar genoemd, worden georganiseerd binnen de tweede graad ten voordele van de leerlingen die, op het einde van de eerste graad die in drie jaar werd gevolgd en die, onverminderd de bepaling bedoeld in artikel 26, § 2, tweede lid, 3°, niet de basisvaardigheden hebben verworven die bedoeld zijn op het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2 van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten. In het derde differentiatie- en oriëntatiejaar, worden de bijzondere behoeften van de leerling en de moeilijkheden die hij ondervindt in aanmerking genomen om hem te helpen bij het voortzetten van de ondernomen ontwikkeling van de competenties om het beheersingsniveau bedoeld in het eerste lid te bereiken. De organisatie van het derde differentiatie- en oriëntatiejaar heeft tot doel iedere leerling te helpen bij het uitwerken van een persoonlijk project waarmee hij verder school kan blijven gaan. De uitwerking van het persoonlijk project van de leerling wordt verwezenlijkt in samenwerking met het betrokken psycho-medisch-sociaal centrum. Het derde differentiatie- en oriëntatiejaar kan geenszins betekenen dat de leerling in het voorafgaande jaar is blijven zitten. Art. 20.Het derde differentiatie- en oriëntatiejaar is toegankelijk voor iedere regelmatige leerling in de zin van artikel 2, 6° van het voormelde koninklijk besluit van 29 juni 1984 die, zonder het getuigschrift te hebben verkregen dat bevestigt dat hij geslaagd is voor de eerste graad van het secundair onderwijs : 1° ofwel het gemeenschappelijke tweede jaar heeft gevolgd, en ten aanzien van wie de beslissing bedoeld in artikel 26, § 2, tweede lid, 3°, en derde lid, 1° wordt genomen;2° ofwel het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van het gemeenschappelijke of gedifferentieerde eerste jaar heeft gevolgd, en ten aanzien van wie de beslissing bedoeld in de artikelen 25 § 2, 2°, b is genomen;3° ofwel het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van het gemeenschappelijke tweede jaar heeft gevolgd en ten aanzien van wie de beslissing bedoeld in artikel 27, eerste lid, 2°, a) is genomen;4° ofwel het aanvullend gedifferentieerd jaar bedoeld in artikel 28 § 3, 1° heeft gevolgd. Art. 21.§ 1. Voor iedere leerling die naar het derde differentiatie- en oriëntatiejaar wordt georiënteerd, maakt de begeleidingsraad een dossier op houdende inzonderheid het verslag bedoeld in artikel 22 en een individueel leerplan in verband met de beheersing van de competenties die op het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm wordt verwacht overeenkomstig artikel 16, § 2 van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten en het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten, en een persoonlijk vormingsproject. Dat individueel leerplan wordt, vóór het begin van het betrokken schooljaar, aan de leerling en aan zijn ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent, voorgesteld door het inrichtingshoofd of diens afgevaardigde, eventueel begeleid door een ander lid van het pedagogisch team of een lid van het betrokken psycho-medisch-sociaal centrum. § 2. Naar aanleiding van elk van de vergaderingen vermeld in artikel 15, § 1, onderzoekt de begeleidingsraad de toestand van iedere leerling die in het derde differentiatie- en oriëntatiejaar ingeschreven is. Op grond van inzonderheid de inlichtingen die worden verstrekt door de leerkrachten van de betrokken leerlingen, vult hij het dossier bedoeld in § 1 in. De begeleidingsraad herziet het individueel leerplan en past dit aan op grond van onder meer de evolutie van het persoonlijk vormingsproject van de leerling. Deze alsook zijn ouders of de persoon die de ouderlijke macht ten aanzien van hem uitoefent, worden daar gelijktijd op de hoogte van gebracht. § 3. Naast de twee wekelijkse lestijden zedenleer of godsdienst bedoeld in artikel 8 van de voormelde wet van 29 mei 1959, bedraagt de wekelijkse uurregeling van het derde differentiatie- en oriëntatiejaar tweeëndertig lestijden die betrekking hebben op : 1° Frans alsook de vorming geschiedenis en aardrijkskunde, met negen tot veertien lestijden, waaronder twee of drie die besteed zijn aan de vorming geschiedenis en aardrijkskunde;2° de vorming wiskunde alsook de eerste wetenschappelijke vorming, met zes tot elf lestijden per week die besteed zijn aan de eerste wetenschappelijke vorming;3° het leren van een moderne taal I, met twee of vier lestijden per week;4° de lichamelijke opvoeding, met één tot vijf lestijden per week;5° de kunstopvoeding, met één tot vijf lestijden per week;6° een geïntegreerde vormingsmodule, met ten minste zes lestijden per week, die tot doel heeft de leerling concreet vertrouwd te maken met de beroepssfeer, de vakken, de vormingen, de diploma's die ertoe leiden, en met hem een levensproject uit te werken in verband met een oriëntatie zowel in het doorstromingsonderwijs als in het kwalificatieonderwijs. Hoogstens twee derde van de lestijden besteed aan die module kan besteed worden aan de deelneming aan technische cursussen of cursussen beroepspraktijk in gegroepeerde opties die onder één of meer sectoren ressorteren. De inrichtingen kunnen overeenkomsten met één of meer andere inrichtingen sluiten om die activiteiten in de beste omstandigheden uit te oefenen. § 4. De directie van de schoolinrichting stelt alle documenten in verband met de toepassing van de bepalingen van dit artikel ter beschikking van de inspectiedienst. De leden van de inspectiedienst kunnen die ter plaatse raadplegen. TITEL VI. - Beslissingen van de klassenraad, uitreiking van getuigschriften en oriëntatie op het einde van de eerste graad van het secundair onderwijs Art. 22.Op het einde van elk jaar van de eerste graad van het secundair onderwijs, maakt de klassenraad voor iedere regelmatige leerling in de zin van artikel 2, 6° van het voormelde koninklijk besluit van 29 juni 1984 een verslag op over de competenties die verworven zijn in het kader van het referentiesysteem voor de basisvaardigheden bedoeld op het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2 van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten alsook het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten en, in voorkomend geval, de competenties bedoeld op het einde van de tweede stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2, van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten alsook het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten voor de leerlingen die de gedifferentieerde eerste graad volgen. Het in het eerste lid bedoelde verslag dient als motivering van de beslissingen genomen door de klassenraad. Art. 23.Op het einde van het gemeenschappelijke eerste jaar, op grond van het in artikel 22 bedoelde verslag, oriënteert de klassenraad de leerling : 1° ofwel naar het gemeenschappelijke tweede jaar;2° ofwel naar het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van het gemeenschappelijke eerste jaar, overeenkomstig titel III. Tegen de beslissing bedoeld in het eerste lid, 2° kan een beroep worden ingediend volgens de procedure bedoeld in de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Art. 24.Op het einde van het gedifferentieerde eerste jaar, op grond van het in artikel 22 bepaalde verslag, oriënteert de klassenraad de leerling : 1° ofwel naar het gemeenschappelijke eerste jaar, op voorwaarde dat hij houder is van het basistudiegetuigschrift;2° ofwel naar het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van het gemeenschappelijke eerste jaar overeenkomstig titel III, op voorwaarde dat hij houder is van het basisstudiegetuigschrift;3° ofwel naar het gedifferentieerde tweede jaar overeenkomstig titel IV, als hij geen houder is van het basisstudiegetuigschrift. Tegen de bij het eerste lid, 2° bedoelde beslissing kan een beroep worden ingediend volgens de procedure bedoeld bij de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Art. 25.§ 1. Op het einde van het aanvullend jaar gevolgd na een gemeenschappelijk of gedifferentieerd eerste jaar bedoeld in titel III, voor de leerling die zijn drie studiejaren in de eerste graad niet ten volle heeft benut overeenkomstig artikel 6 ter en die de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt op de datum van 31 december van het volgende schooljaar, op grond van het verslag bedoeld in artikel 22 : 1° ofwel oriënteert de klassenraad de leerling naar een gemeenschappelijk tweede jaar;2° ofwel oriënteert de klassenraad de leerling die zijn basisstudiegetuigschrift op het einde van het gedifferentieerde eerste jaar heeft behaald naar het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van het gemeenschappelijke of gedifferentieerde tweede jaar;3° ofwel bekrachtigt de klassenraad dat hij geslaagd is voor de eerste graad van het secundair onderwijs. § 2. Op het einde van het aanvullend jaar dat werd gevolgd na een gemeenschappelijk of gedifferentieerd eerste jaar bedoeld in titel III, voor de leerling die zijn drie studiejaren in de eerste graad ten volle heeft benut overeenkomstig artikel 6 ter of de leerling die ze niet ten volle heeft benut maar die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt op de datum van 31 december van het volgende schooljaar, op grond van het verslag bedoeld bij artikel 22 : 1° ofwel bekrachtigt de klassenraad dat hij geslaagd is voor de eerste graad van het secundair onderwijs;2° ofwel bepaalt de klassenraad de vormen en afdelingen die hij kan volgen in het derde jaar van het secundair onderwijs en brengt de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de volgende keuzen kan doen : a) ofwel één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. b) ofwel het derde differentiatie- en oriëntatiejaar bedoeld in titel V; § 3. Tegen de beslissingen bedoeld in § 1, 1° en 2° en in § 2, 2° en in § 2, 2°, kan een beroep worden ingesteld volgens de procedure bedoeld in de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Art. 26.§ 1. Op het einde van het gemeenschappelijke tweede jaar, op grond van het verslag bedoeld in artikel 22 : 1° ofwel bekrachtigt de klassenraad dat de leerling geslaagd is voor de eerste graad van het secundair onderwijs;2° ofwel bekrachtigt de klassenraad niet dat de leerling geslaagd is voor de eerste graad van het secundair onderwijs en neemt hij één van de beslissingen bedoeld in § 2. § 2. Voor de leerling bedoeld in § 1, 2° die de drie studiejaren van de eerste graad overeenkomstig artikel 6 ter niet ten volle heeft benut en die de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt op de datum van 31 december van het volgende schooljaar, oriënteert de klassenraad hem naar het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van een tweede jaar overeenkomstig titel III. Voor de leerling bedoeld in § 1, 2°, die de drie studiejaren van de eerste graad overeenkomstig artikel 6 ter niet ten volle heeft benut en die op de datum van het volgende schooljaar niet de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, bepaalt de klassenraad de vormen en afdelingen die hij in het derde jaar van het secundair onderwijs kan volgen en brengt de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de volgende keuzen doet : 1° ofwel het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van een tweede overeenkomstig titel III;2° ofwel één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. 3°ofwel het derde differentiatie- en oriëntatiejaar bedoeld in titel V. Voor de leerling bedoeld in § 1, 2°, die de drie studiejaren van de eerste graad ten volle heeft benut, bepaalt de klassenraad de vormen en afdelingen die hij in het derde jaar van het secundair onderwijs kan volgen en brengt de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de volgende keuzen doet : 1° ofwel het derde differentiatie- en oriëntatiejaar bedoeld in titel V;2° ofwel één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. § 3. Tegen de beslissing waarbij wordt bekrachtigd dat de leerling niet geslaagd is, die krachtens § 1, 2° door de klassenraad werd genomen, kan een beroep worden ingesteld volgens de procedure bedoeld in de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Tegen de bepaling, door de klassenraad, krachtens § 2, tweede en derde leden, van de vormen en afdelingen die de leerling kan volgen in het derde jaar van het secundair onderwijs kan een beroep worden ingesteld volgens de procedure bedoeld in de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Art. 27.Op het einde van het aanvullend jaar gevolgd na een gemeenschappelijk of gedifferentieerd tweede jaar overeenkomstig titel IV, op grond van het verslag bedoeld in artikel 22 : 1° ofwel bekrachtigt de klassenraad dat de leerling voor de eerste graad van het secundair onderwijs geslaagd is;2° ofwel bekrachtigt de klassenraad niet dat de leerling voor de eerste graad van het secundair onderwijs geslaagd is.Hij bepaalt de vormen en afdelingen die de leerling kan volgen in een derde jaar van het secundair onderwijs, brengt de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de onderstaande mogelijkheden kiest : ofwel het derde differentiatie- en oriëntatiejaar bedoeld in titel V; b) één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. Tegen de beslissing waarbij wordt bekrachtigd dat de leerling niet geslaagd is, die krachtens § 1, 2° door de klassenraad werd genomen, kan een beroep worden ingesteld volgens de procedure bedoeld in de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Tegen de bepaling, door de klassenraad, krachtens het eerste lid, 2°, van de vormen en afdelingen die de leerling kan volgen in het derde jaar van het secundair onderwijs kan een beroep worden ingesteld volgens de procedure bedoeld in de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Art. 28.§ 1. Op het einde van het gedifferentieerde tweede jaar, op grond van het verslag bedoeld in artikel 22, bepaalt de klassenraad, voor de leerling die houder is van het basisstudiegetuigschrift en die op de datum van 31 december van het volgende schooljaar niet de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, de vormen en afdelingen die de leerling kan volgen in het derde jaar van het secundair onderwijs en brengt de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, en oriënteert hem : 1° ofwel naar het gemeenschappelijke tweede jaar.In dit geval kunnen de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent eveneens één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad, kiezen; 2° ofwel naar het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van een tweede jaar overeenkomstig titel III of één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Die keuze wordt gedaan door de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent. Wanneer de keuze bedoeld in 1° of in 2° betrekking heeft op één van de derde jaren van het secundair onderwijs, deelt de klassenraad de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. § 2. Op het einde van het gedifferentieerde tweede jaar, op grond van het verslag bedoeld in artikel 22, bepaalt de klassenraad, voor de leerling die houder is van het basisstudiegetuigschrift en die op de datum van 31 december van het volgende schooljaar de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, de vormen en afdelingen die de leerling kan volgen in het derde jaar van het secundair onderwijs en brengt de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de volgende keuzen doet : 1° ofwel het aanvullend jaar georganiseerd op het einde van een tweede jaar overeenkomstig titel III;2° ofwel één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. § 3. Op het einde van het gedifferentieerde tweede jaar, voor de leerling die geen houder is van het basisstudiegetuigschrift, bepaalt de klassenraad de vormen en afdelingen die de leerling kan volgen in een derde jaar van het secundair onderwijs en brengt de ouders en de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de volgende keuzen doet : 1° ofwel een aanvullend jaar in de gedifferentieerde eerste graad;2° ofwel één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22, alsook op de beheersing van de competenties bedoeld op het einde van de tweede stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2 van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten alsook het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten in verband met het uitreiken van het basisstudiegetuigschrift. Iedere leerling op wie de bepaling van het eerste lid, 2° van deze paragraaf van toepassing is, legt, op het einde van het volgende schooljaar, de proef af die leidt tot het uitreiken van het basisstudiegetuigschrift zoals bepaald in de artikelen 30 en volgende van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 03/05/1999 pub. 28/08/1999 numac 1999029462 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de vorm en de regels voor de uitreiking van het getuigschrift van basisonderwijs sluiten tot vaststelling van de vorm en de regels voor de uitreiking van het basisstudiegetuigschrift. § 4. Op het einde van het aanvullend gedifferentieerd jaar bedoeld in § 3, op grond van het verslag bedoeld in artikel 22, voor de leerling die houder is van het basisstudiegetuigschrift, bepaalt de klassenraad de vormen en afdelingen die de leerling in het derde jaar van het secundair onderwijs kan volgen en brengt de ouders en de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de volgende keuzen doet : 1° ofwel het derde differentiatie- en oriëntatiejaar bedoeld in titel V;2° ofwel één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad.Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. Op het einde van het aanvullend gedifferentieerd jaar bedoeld in § 3, op grond van het verslag bedoeld in artikel 22, voor de leerling die geen houder is van het basisstudiegetuigschrift, bepaalt de klassenraad de vormen en afdelingen die de leerling kan volgen in het derde jaar van het secundair onderwijs en brengt de ouders of de persoon die de ouderlijke macht uitoefent daar op de hoogte van, die één van de derde jaren van het secundair onderwijs, overeenstemmend met de vormen en afdelingen bepaald door de klassenraad, kiest. Deze deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. Tegen de bepaling, door de klassenraad, krachtens § 1, eerste lid, § 2, eerste lid, § 3, eerste lid, en § 4, eerste lid, van de vormen en afdelingen die de leerling in het derde jaar van het secundair onderwijs kan volgen, kan een beroep worden ingediend volgens de procedure bedoeld in de artikelen 95 tot 99 van het takendecreet. Art. 29.Als de klassenraad bekrachtigt dat de leerling die de maatregel bedoeld in artikel 6, § 2, heeft genoten en die zijn basisstudiegetuigschrift in het kader van de bepaling bedoeld in artikel 18 niet heeft behaald, geslaagd is voor de eerste graad van het secundair onderwijs, dan wordt die leerling geacht houder te zijn van het basisstudiegetuigschrift op het einde van de eerste graad van het secundair onderwijs. Art. 30.§ 1. Vóór 15 januari van het lopende schooljaar, op grond van een verslag over de competenties die werden verworven ten opzichte van de basisvaardigheden bedoeld op het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2 van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten alsook het voormelde decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2001 pub. 23/08/2001 numac 2001029330 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs sluiten, voor de leerling die ingeschreven is in het derde differentiatie- en oriëntatiejaar, kan de klassenraad : 1° ofwel bekrachtigen dat de leerling geslaagd is voor de eerste graad van het secundair onderwijs;2° ofwel voorstellen dat hij georiënteerd wordt naar het derde jaar van het secundair onderwijs in een vorm en in een afdeling die hij bepaalt.De klassenraad deelt de leerling een document mee dat aanvullende raadgevingen voor zijn oriëntatie inhoudt. Die raadgevingen hebben betrekking op de aangeraden en, in voorkomend geval, afgeraden oriëntaties in verband met het verslag bedoeld in artikel 22. De begeleidingsraad bepaalt de nadere regels voor de hulpverlening en de pedagogische steunverlening aan de leerling op wie de in het vorige lid bedoelde bepalingen van toepassing zijn. § 2. Op het einde van het derde differentiatie- en oriëntatiejaar, op grond van een verslag over de competenties die werden verworven ten opzichte van het referentiesysteem voor de basisvaardigheden bedoeld op het einde van de derde stap van het pedagogisch continuüm overeenkomstig artikel 16, § 2, van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997029297 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de "Conseil supérieur de l'audiovisuel" en de private diensten voor klankradio-omroep (1) type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten alsook het vo …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.