📄 Wettekst
23 JANUARI 2009. - Decreet houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs (1)
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools-, lager, secundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs, het onderwijs voor sociale promotie en het niet-universitair hoger onderwijs, het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de PMS centra Artikel 1.§ 1. In deze titel wordt verstaan onder : a) « Gereglementeerd beroep » : elk ambt dat uitgeoefend kan worden in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools-, lager, secundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs, het secundair onderwijs voor sociale promotie en het niet-universitair hoger onderwijs, het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de PMS centra;b) « Beroepskwalificaties » : de kwalificaties bevestigd door een opleidingsbewijs, een attest van bekwaamheid bedoeld bij artikel 4, littera a), eerste streepje en/of een beroepservaring;c) « Opleidingsbewijs » : de diploma's, getuigschriften en andere bekwaamheidsbewijzen uitgereikt door een overheid van een lidstaat gemachtigd krachtens de wets-, verordenings- of administratieve bepalingen van deze lidstaat en die een beroepsopleiding bekrachtigen die voornamelijk verworven werd in de Europese Gemeenschap;d) « Bevoegde overheid » : elke overheid of instantie die specifiek gemachtigd werd door een lidstaat om bekwaamheidsbewijzen en andere documenten of informaties uit te reiken of in ontvangst te nemen, alsook om aanvragen in ontvangst te nemen en beslissingen te nemen, bedoeld bij dit decreet;e) « Gereglementeerde vorming » : elke vorming die de specifieke uitoefening van een bepaald beroep beoogt en die uit een studiecyclus bestaat, desgevallend aangevuld met een beroepsopleiding, een beroepsstage of een beroepspraktijk;f) « Beroepservaring » : de werkelijke en wettelijke uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;g) « Lidstaat » : lidstaat van de Europese Unie alsook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland zodra de richtlijn 2005/36/EG op deze landen van toepassing zal zijn;h) « Aanvrager » : onderdaan van een lidstaat;i) « Derde land » : ander land dan deze vermeld in g) van dit artikel. § 2. Wordt gelijkgesteld met een opleidingsbewijs elk opleidingsbewijs uitgereikt in een derde land voor zover de titularis ervan over een beroepservaring van drie jaar beschikt, voor het betrokken beroep, op het grondgebied van de lidstaat die het opleidingsbewijs erkend en gehomologeerd heeft. Art. 2.Deze titel omzet gedeeltelijk de richtlijn 2005/36/CE van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties. Hij stelt regels vast volgens dewelke, wanneer ze de toegang tot een gereglementeerd beroep of de uitoefening ervan afhankelijk maakt van het bezit van bepaalde beroepsbekwaamheden, de Franse Gemeenschap, voor de toegang tot het beroep en zijn uitoefening, de beroepsbekwaamheden verworven in één of meerdere andere lidstaten (hierna « afkomstlidstaten ») erkent en die de titularis van genoemde kwalificaties toelaten er hetzelfde beroep uit te oefenen. Art. 3.De erkenning van de beroepskwalificaties door de Franse Gemeenschap machtigt de begunstigde ertoe in de Franse Gemeenschap tot hetzelfde beroep toegang te hebben als het beroep waarvoor hij in de afkomstlidstaat bekwaam werd verklaard en er hetzelfde beroep mag uitoefenen onder dezelfde voorwaarden als de titularissen van door de Franse Gemeenschap bepaalde beroepskwalificaties.
Voor de toepassing van deze titel wordt het beroep dat door de aanvrager in de Franse Gemeenschap uitgeoefend kan worden hetzelfde als dat waarvoor hij bekwaam werd verklaard in zijn afkomstlidstaat indien de gedekte activiteiten vergelijkbaar zijn. Art. 4.Voor de toepassing van artikel 6, worden de beroepsbekwaamheden samengebracht volgens de volgende hierna beschreven niveaus : a) attest van bekwaamheid uitgereikt door een bevoegde overheid van de afkomstlidstaat gemachtigd krachtens de wets-, verordenings- of administratieve bepalingen van deze Staat op basis : - ofwel van een vorming die niet deel uitmaakt van een getuigschrift of een diploma in de zin van b), c), d) of e) of van een specifiek examen zonder voorafgaande vorming of van de voltijdse uitoefening van het beroep in een andere lidstaat gedurende drie opeenvolgende jaren of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds uitgeoefend gedurende de laatste tien jaren; - ofwel van een algemene vorming van het niveau van het lager of secundair onderwijs waarbij gestaafd wordt dat de titularis ervan over algemene kennis beschikt; b) getuigschrift ter bekrachtiging van een cyclus van secundaire studies : - ofwel algemeen onderwijs, aangevuld met een studiecyclus of een beroepsvorming ander dan deze bedoeld bij c) en/of met een stage of de beroepspraktijk vereist naast deze studiecyclus; - ofwel technisch of beroepsonderwijs, desgevallend aangevuld met een studiecyclus of een beroepsvorming zoals bedoeld bij het vorige streepje en/of met een stage of de beroepspraktijk vereist naast deze studiecyclus; c) diploma ter bekrachtiging van : - ofwel een vorming op het niveau van het postsecundair onderwijs ander dan dat bedoeld bij d) en e) van een minimale duur van één jaar of een gelijkwaardige duur met deeltijdse prestaties, waarvan één van de toegangsvoorwaarden, als algemene regel, de voltooiing van de cyclus van secundaire studies is die vereist is voor de toegang tot het universitair of hoger onderwijs, of de voltooiing van een gelijkwaardige vorming van het secundair niveau, alsook de beroepsopleiding die naast deze cyclus postsecundaire studies mogelijk vereist is; - ofwel, als het om een gereglementeerd beroep gaat, een vorming met een specifieke structuur die gelijkwaardig aan het niveau van vorming bedoeld in punt i), die een beroepsniveau toekent dat vergelijkbaar is en die opleidt tot een vergelijkbaar niveau van verantwoordelijkheden en ambten (ambten bedoeld bij de bijlage II van de voornoemde richtlijn 2005/36/CE); d) diploma tot bekrachtiging van een vorming op het niveau van het postsecundair onderwijs van een minimale duur van drie jaar die niet een periode van vier jaar overschrijdt of die een gelijkwaardige duur bestrijkt met deeltijdse prestaties, gegeven in een universiteit of in een inrichting voor hoger onderwijs of in een andere inrichting van gelijkwaardig niveau, alsook de mogelijk vereiste beroepsopleiding naast de cyclus van postsecundaire studies;e) diploma waarbij bevestigd wordt dat de titularis met succes een cyclus postsecundaire studies heeft gevolgd van een minimale duur van vier jaar, of een gelijkwaardige duur aan deeltijdse prestaties, in een universiteit of in een inrichting voor hoger onderwijs of in een andere inrichting van gelijkwaardig niveau, en, desgevallend, dat hij met succes de vereiste beroepsopleiding naast de cyclus van postsecundaire studies heeft gevolgd. Art. 5.Gelijkgesteld wordt met een opleidingsbewijs dat de vorming bedoeld bij artikel 4 bekrachtigt, voor hetzelfde niveau, elk opleidingsbewijs of geheel van opleidingsbewijzen uitgereikt door een bevoegde overheid in een lidstaat, voor zover het een vorming bekrachtigt dat verworven werd in de Europese Gemeenschap, erkend door deze lidstaat als zijnde van gelijkwaardig niveau en het er dezelfde rechten toekent inzake toegang tot een beroep of uitoefening ervan, of dat toegang verleent tot de uitoefening van dit beroep.
Gelijkgesteld wordt met een dergelijk opleidingsbewijs, binnen dezelfde voorwaarden als deze bepaald in het eerste lid, elke beroepskwalificatie die, zonder te voldoen aan de vereisten bedoeld in de wets-, verordenings- en administratieve bepalingen van de afkomstlidstaat voor de toegang tot een beroep of de uitoefening ervan, aan de titularis ervan verworven rechten toekent krachtens deze bepalingen. Dit is meer specifiek van toepassing in het geval wanneer de afkomstlidstaat het niveau verhoogt van de vorming vereist voor de toegang tot een beroep of de uitoefening ervan en waar een persoon die de vorige vorming gevolgd heeft, die niet beantwoordt aan de vereisten van de nieuwe kwalificatie, rechten geniet die verworven werden krachtens wets-, verordenings- en administratieve bepalingen; in dergelijk geval, wordt de vorige vorming, voor de toepassing van artikel 6, beschouwd als overeenstemmend met het niveau van de nieuwe vorming. Art. 6.§ 1. Wanneer in de Franse Gemeenschap, de toegang tot een gereglementeerd beroep of tot de uitoefening ervan afhankelijk wordt gemaakt van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, kent de Franse Gemeenschap de toegang tot dit beroep en de uitoefening ervan toe, onder dezelfde voorwaarden als voor de titularissen van de door haar bepaalde beroepskwalificaties, aan de aanvragers die over het attest van bekwaamheid beschikken of het opleidingsbewijs dat verplicht uitgereikt moet worden in een andere lidstaat om toegang te verlenen tot ditzelfde beroep op zijn grondgebied of tot de uitoefening ervan.
De attesten van bekwaamheid of de opleidingsbewijzen dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen : a) uitgereikt zijn door een bevoegde overheid in een lidstaat, daartoe gemachtigd overeenkomstig de wets-, verordenings- en administratieve bepalingen van die Staat;b) getuigen van een niveau van beroepskwalificatie minstens gelijkwaardig aan het niveau dat onmiddellijk inferieur is aan dat vereist in de Franse Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 4. § 2. De toegang tot het beroep en de uitoefening ervan, bedoeld in de eerste paragraaf, moeten ook toegekend worden aan de aanvragers die het beroep bedoeld bij genoemde paragraaf voltijds hebben uitgeoefend tijdens twee jaar gedurende de tien vorige jaren in een andere lidstaat die geen reglementering heeft voor dit beroep, op voorwaarde dat ze over één of meerdere attesten van bekwaamheid beschikken of één of meerdere opleidingsbewijzen.
De attesten van bekwaamheid of de opleidingsbewijzen dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen : a) uitgereikt zijn door een bevoegde overheid in een lidstaat, daartoe gemachtigd overeenkomstig de wets-, verordenings- en administratieve bepalingen van deze Staat;b) getuigen van een niveau van beroepskwalificatie minstens gelijkwaardig aan het niveau dat onmiddellijk inferieur is aan dat vereist in de Franse Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 4;c) bevestigen dat de titularis bereid is om het betrokken beroep uit te oefenen. De twee jaar beroepservaring bedoeld bij het eerste lid kunnen evenwel niet vereist worden als het(de) opleidingsbewijs(-zen) waarover de aanvrager beschikt een vorming bekrachtigt(-en) die gereglementeerd is in de zin van artikel 1, § 1, e), van de kwalificatieniveaus bepaald bij artikel 4, b), c), d) of e). § 3. In afwijking van § 1, b), en van § 2, b), verleent de Franse Gemeenschap de toegang tot een gereglementeerd beroep en zijn uitoefening wanneer ze de toegang tot dat beroep afhankelijk maakt van het bezit van een opleidingsbewijs dat een vorming van het hoger onderwijs of het universitair onderwijs bekrachtigt van een duur van vier jaar en dat de aanvrager een opleidingsbewijs bezit van het niveau bedoeld bij artikel 4, c). Art. 7.§ 1. Artikel 6 verhindert niet dat de Franse Gemeenschap van de aanvrager vereist dat hij een aanpassingsstage zou lopen gedurende maximum drie jaar of dat hij zich zou onderwerpen aan een bekwaamheidsproef in één van de volgende gevallen : a) wanneer de duur van de vorming waarover hij beschikt krachtens artikel 6, § 1 of § 2, minstens één jaar minder bedraagt dan deze vereist in de Franse Gemeenschap;b) wanneer de vorming die hij genoten heeft betrekking heeft op materies die substantieel verschillen van deze gedekt door het opleidingsbewijs vereist in de Franse Gemeenschap;c) wanneer het gereglementeerde beroep in de Franse Gemeenschap een of meerdere gereglementeerde beroepsactiviteiten bevat die niet bestaan in het overeenstemmend beroep in de afkomstlidstaat van de aanvrager, in de zin van artikel 3, tweede lid, en dat dit verschil gekenmerkt wordt door een specifieke vorming die vereist is in de Franse Gemeenschap en die betrekking heeft op materies die substantieel verschillen van deze gedekt door het attest van bekwaamheid of het opleidingsbewijs dat door de aanvrager ingediend wordt. § 2. Indien de Franse Gemeenschap gebruik maakt van de mogelijkheid bedoeld bij de eerste paragraaf, moet ze de aanvrager de keuze laten tussen de aanpassingsstage en de bekwaamheidsproef.
Voor de toepassing van § 1 b) en c), wordt verstaan onder « materies die substantieel verschillen van », materies waarvan de kennis essentieel is voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de migrant gevolgde vorming wezenlijke verschillen inzake duur of inhoud vertoont met de vorming vereist in de Franse Gemeenschap.
De eerste paragraaf wordt toegepast met inachtneming van het verhoudingsbeginsel. Meer specifiek, wanneer de Franse Gemeenschap zich voorneemt van de aanvrager te vereisen dat hij een aanpassingsstage zou lopen of aan een bekwaamheidsproef zou voldoen, moet ze eerst nagaan of de door de aanvrager tijdens zijn beroepservaring in een lidstaat of een derde land verworven kennis wel voldoende is om geheel of gedeeltelijk het substantieel verschil bedoeld bij het tweede lid te dekken. Art. 8.§ 1. Voor de toepassing van dit decreet wordt binnen het Ministerie van de Franse Gemeenschap een « Commissie voor de bekwaamheidsbewijzen voor de toegang tot de ambten in het onderwijs » opgericht, belast met : 1° het onderzoeken van de aanvragen om erkenning ingediend door de titularissen van de beroepskwalificaties verworven in een of meerdere andere lidstaten;2° het bepalen van de gereglementeerde beroepen die door deze titularissen in de Franse Gemeenschap uitgeoefend kunnen worden;3° het bepalen van de bekwaamheidsbewijzen van de Franse Gemeenschap die beantwoorden aan hun beroepskwalificaties;4° het bepalen van de compensatiemaatregelen, waaraan ze zich desgevallend moeten onderwerpen. § 2. De Commissie bedoeld bij de eerste paragraaf bestaat uit : - een voorzitter : de directeur-generaal van het niet-verplicht onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek; - een plaatsvervangend voorzitter : de adjunct-directeur-generaal van de algemene dienst van het universitair onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek; - de volgende werkende en plaatsvervangende leden : 1° een ambtenaar en zijn plaatsvervanger, titularissen van een graad gerangschikt in een van de rangen 10 tot 12 van de algemene directie niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en benoemd in vast verband;2° twee ambtenaren en hun plaatsvervangers, titularissen van een graad gerangschikt in een van de rangen 10 tot 12 van de algemene directie personeel van het onderwijs van de Franse Gemeenschap en benoemd in vast verband;3° twee ambtenaren en hun plaatsvervangers, titularissen van een graad gerangschikt in een van de rangen 10 tot 12 van de algemene directie personeel van het gesubsidieerd onderwijs en benoemd in vast verband;4° een lid en zijn plaatsvervanger gekozen door de Regering onder de inspecteurs van het secundair onderwijs van de lagere graad, die in vast verband benoemd zijn;5° een lid en zijn plaatsvervanger gekozen door de Regering onder de inspecteurs van het secundair onderwijs van de hogere graad, die benoemd in vast verband zijn;6° een lid en zijn plaatsvervanger per representatieve vakvereniging van het personeel van het onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;deze worden door de Regering gekozen op de voordracht van hun respectieve vakvereniging onder de vastbenoemde personeelsleden; 7° een lid en zijn plaatsvervanger per vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de Inrichtende Machten van het onderwijs en van de psycho-medische-sociale centra, deze worden door de Regering gekozen op de voordracht van de vertegenwoordigingsorganen, ieder wat hem betreft;8° een lid en zijn plaatsvervanger die de universiteiten vertegenwoordigen en die door de Interuniversitaire raad van de Franse Gemeenschap worden voorgedragen;9° een lid en zijn plaatsvervanger die de hogescholen vertegenwoordigen en die door de Algemene raad van de hogescholen worden voorgedragen. De werkende en plaatsvervangende leden worden door de Regering aangewezen, voor een vernieuwbare periode van vier jaar. § 3. De Commissie voor de titels voor de toegang tot de ambten in het onderwijs kan het advies van deskundigen aanvragen. § 4. De nadere regels voor de werking van de Commissie voor de bekwaamheidsbewijzen voor de toegang tot de ambten in het onderwijs, worden door de Regering bepaald. Art. 9.Indien, voorafgaandelijk aan het onderzoek van de aanvraag om erkenning ingediend door een titularis van beroepskwalificaties bedoeld bij artikel 8, de Voorzitter van de Commissie vermeld in hetzelfde artikel vaststelt dat genoemde aanvraag betrekking heeft op één van de gevallen beschreven in artikel 7 § 1, vraagt hij het advies aan van de Algemene Inspectiedienst. De Algemene Inspectiedienst stelt een lijst op van de materies die, op basis van een vergelijking tussen de vorming vereist in de Franse Gemeenschap en deze gekregen door de aanvrager, niet gedekt worden door de beroepskwalificaties ingediend door deze laatste.
Binnen een termijn van veertig kalenderdagen vanaf de afzending van het dossier aan de Algemene Inspectiedienst, zendt deze laatste genoemde lijst aan de Commissie over.
De Commissie, eventueel bijgestaan door één (meerdere) lid(leden) van de Algemene Inspectiedienst uitgenodigd om als deskundige(n) te zetelen, kiest onder de materies vermeld op deze lijst deze waarvan de kennis een essentiële voorwaarde is om in de Franse Gemeenschap het gereglementeerde beroep, waarvoor de aanvraag om erkenning ingediend wordt, uit te kunnen oefenen.
In afwezigheid van een antwoord van de Algemene Inspectiedienst of in geval van antwoord buiten de termijnen, bepaalt de Commissie zelf de materies waarvan de kennis vereist is om in de Franse Gemeenschap het gereglementeerde beroep, waarvoor de aanvraag om erkenning ingediend wordt, uit te kunnen oefenen.
De Regering geeft aan de aanvrager kennis van de compensatiemaatregelen waaraan hij zich moet onderwerpen, ofwel op zijn eigen keuze, een bekwaamheidsproef of een aanpassingsstage.
Indien de aanvrager voor de bekwaamheidsproef kiest, wordt het nazicht van de kennis in de materies gekozen door de Commissie verwezenlijkt door het afleggen van de examens betreffende genoemde materies in een inrichting van zijn keuze voor door de Franse Gemeenschap ingericht of gesubsidieerd onderwijs. Dit nazicht moet rekening houden met het feit dat de aanvrager een geschoolde vakman is in zijn afkomstlidstaat. De deontologie die van toepassing is op de bedoelde activiteiten in de Franse Gemeenschap kan ook in deze materies opgenomen worden.
De uitslag van de examens die de aanvrager moet afleggen, worden aan de Voorzitter van de Commissie meegedeeld door de overheid van de betrokken onderwijsinrichting.
Indien de aanvrager voor de aanpassingsstage kiest, verbindt hij er zich toe in een inrichting van zijn keuze voor door de Franse Gemeenschap ingericht of gesubsidieerd onderwijs het deel van de vorming te volgen dat overeenstemt met de door de Commissie gekozen materies en waarin verplicht een praktische stage van uitoefening van het reglementeerde beroep in situ vervat is. De duur van deze stage moet tussen 90 en 300 uren bestrijken. De evaluatie van de praktische stage in situ wordt gedaan door de inspectiediensten van het onderwijs die er de uitslag van meedelen aan de Voorzitter van de Commissie. Na kennis te hebben genomen van bovenvermelde uitslag, zendt de Voorzitter, uit naam van de Commissie, een advies aan de Regering over. Art. 10.In het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen, worden de artikelen 2bis ; 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater opgeheven. Art. 11.Artikel 10ter, § 2, 2° van de wet van 7 juli 1970 betreffende de structuur van het hoger onderwijs wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2° overeenstemmend met toepassing van artikel 62, lid 1, 1° van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het onderwijs voor sociale promotie. ». Art. 12.In artikel 6, § 5, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 20 juni 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het kleuter- en lager onderwijs, worden de woorden « van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen », vervangen door de woorden « van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ». Art. 13.In artikel 6, § 4, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, worden de woorden « van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen », vervangen door de woorden « van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ». Art. 14.In artikel 6, § 4, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie, worden de woorden « van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen », vervangen door de woorden « van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ». Art. 15.In artikel 6, § 4, 2°, littera c), 2de streepje van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, worden de woorden « van de artikelen 3; derde en vierde leden; 4bis ; 4ter en 4quater van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen », vervangen door de woorden « van titel I van het decreet van 23 januari 2009 houdende diverse bepalingen betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties vereist voor de uitoefening van ambten in de inrichtingen voor gewoon en gespecialiseerd voorschools, lager en secundair onderwijs, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan van de Franse Gemeenschap en de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en in de psycho-medisch-sociale centra, betreffende het verlof voor sportactiviteiten en houdende diverse dringende maatregelen inzake onderwijs. ». Art. 16.Artikel 4, § 2 van het
decreet van 8 februari 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/02/1999
pub.
29/04/1999
numac
1999029177
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt door de volgende bepaling vervangen : « § 2. De bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij de eerste paragraaf kunnen ook buitenlandse bekwaamheidsbewijzen zijn die als gelijkwaardig erkend werden met toepassing van de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. ». Art. 17.Artikel 82, § 3 van het
decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/12/2001
pub.
03/05/2002
numac
2002029138
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1)
sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten, wordt door de volgende bepaling vervangen : « § 3. De bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij de eerste paragraaf kunnen ook buitenlandse bekwaamheidsbewijzen zijn die als gelijkwaardig erkend werden met toepassing van de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. ».
TITEL II. - Diverse wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Bepalingen betreffende het taalbadonderwijs en het gebarentaalbadonderwijs Art. 18.In het koninklijk besluit van 14 april 1964 houdende bepaling van de wijze waarop de weddetoelagen worden vastgesteld voor de personeelsleden van de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar en normaalonderwijs, die houder zijn van bekwaamheidsbewijzen welke voldoende worden geacht, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Artikel 1bis, ingevoegd bij het
decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten, wordt opgeheven;2° Er wordt een artikel 3bis, luidend als volgt, ingevoegd : « Artikel 3bis.De voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen voor de ambten van lid van het onderwijzend personeel belast met taalbadcursussen worden als volgt bepaald : 1° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;2° het buitenlandse bekwaamheidsbewijs dat gelijkwaardig is aan het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;3° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van hoger secundair onderwijs uitgereikt in de taalbadtaal of met een buitenlands bekwaamheidsbewijs dat minstens gelijkwaardig is aan dat getuigschrift uitgereikt in de taalbadtaal;4° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de taalbadtaal (CCALI);5° Voor de taalbadcursussen Nederlands, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Nederlandse taal (CCALN);6° Voor de taalbadcursussen Duits, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij artikel 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Duitse taal (CCALA).». Art. 19.In het koninklijk besluit van 17 maart 1967 tot vaststelling van de bevoegdheidsbewijzen die voldoende geacht werden voor de leden van het personeel der vrije inrichtingen voor middelbaar en normaalonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht : « Artikel 4.De voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen voor de ambten van lid van het onderwijzend personeel belast met taalbadcursussen worden als volgt bepaald : 1° Artikel 1bis, ingevoegd bij het
decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten, wordt opgeheven;2° Artikel 4, opgeheven bij het koninklijk besluit van 30 juli 1975, wordt hersteld in de volgende redactie : « 1° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;2° het buitenlandse bekwaamheidsbewijs dat gelijkwaardig is aan het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, uitgereikt in de taalbadtaal;3° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van hoger secundair onderwijs uitgereikt in de taalbadtaal of met een buitenlands bekwaamheidsbewijs dat minstens gelijkwaardig is aan dit getuigschrift uitgereikt in de taalbadtaal;4° het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de taalbadtaal (CCALI);5° Voor de tallbadcursussen Nederlands, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Nederlandse taal (CCALN);6° Voor de tallbadcursussen Duits, het voldoend geachte bekwaamheidsbewijs om het buiten taalbadcursussen overeenstemmende ambt uit te oefenen bedoeld bij de artikelen 2 en 3 van dit besluit, aangevuld met een getuigschrift van diepgaande kennis van de Duitse taal (CCALA).». Art. 20.In artikel 7, punt 7, littera b), van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen, aangevuld door het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 5 november 1993 en gewijzigd bij de decreten van 13 juli 1998, 17 juli 2003, 17 december 2003 en 11 mei 2007, wordt het eerste streepje aangevuld met de volgende woorden : « en in artikel 24 van het decreet van 3 februari 2006 betreffende de inrichting van taalexamens. ». Art. 21.In het koninklijk besluit van 20 juni 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het kleuter- en lager onderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In artikel 6, § 5, 2°, littera b), worden de woorden « van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden » vervangen door de woorden « van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten »;2° Artikel 6, § 5, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld : « d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling.»; 3° Artikel 6, § 6, derde lid wordt aangevuld met de woorden « en d). »; 4° Artikel 11ter wordt opgeheven. Art. 22.In het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In artikel 6, § 4, 2°, littera b), worden de woorden « van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden » vervangen door de woorden « van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten »;2° Artikel 6, § 4, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld : « d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling.»; 3° Artikel 6, § 5, derde lid wordt aangevuld met de woorden « en d). ». Art. 23.In het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In artikel 6, § 4, 2°, littera b), worden de woorden « van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden » vervangen door de woorden « van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten »;2° Artikel 6, § 4, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld : « d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling.»; 3° Artikel 6, § 6, derde lid wordt aangevuld met de woorden « en d). ». Art. 24.In het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In artikel 6, § 4, 2°, littera b), worden de woorden « van artikel 36, vierde lid van het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden » vervangen door de woorden « van artikel 43 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten »;2° Artikel 6, § 4, 2° wordt met een littera d), luidend als volgt, aangevuld : « d) om een bekwaamheidsbewijs verkregen in het buitenland als voldoend geachte bekwaamheidsbewijs van groep B te beschouwen waarvoor een aanvraag regelmatig werd overgezonden aan de administratieve instantie die bevoegd is voor het uitreiken van een machtiging tot het geven van taalbadcursussen met toepassing van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 betreffende de procedure voor het onderzoek van de aanvragen om toelating tot het onderwijzen in de taal van onderdompeling.»; 3° Artikel 6, § 5, derde lid wordt aangevuld met de woorden « en d). ». Art. 25.In artikel 4, eerste lid van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het gespecialiseerd voorschools- en lager onderwijs, gewijzigd bij het
decreet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten3, worden de woorden « 11bis en 11ter » vervangen door de woorden « en 11bis ». Art. 26.In artikel 2, § 1 van het
decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs, gewijzigd bij het
decreet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten3, worden de woorden « van artikel 11bis van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, van artikel 11bis van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, en van artikel 11bis van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie » vervangen door de woorden « van artikel 11 ter van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, van artikel 11 ter van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, en van artikel 11 ter van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie ». Art. 27.In het
decreet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende het taalbadonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Er wordt een hoofdstuk VIIbis « Over de bezoldiging van de taalbadambten », luidend als volgt, ingevoegd : « HOOFDSTUK VIIbis.- Over de bezoldiging van de taalbadambten Art. 30bis.De leden van het onderwijzend personeel belast met taalbadlessen genieten de weddeschaal waarop hun basisbekwaamheidsbewijs, buiten specifieke taalbevoegdheid vereist in zake, ze recht zou verlenen als ze het overeenstemmende ambt zouden uitoefenen in het onderwijs ingericht in het Frans. ». 2° Artikel 36 wordt vervangen door een artikel 36, luidend als volgt : « Art.36. De personeelsleden die, vóór de inwerkingtreding van dit decreet, tijdelijk benoemd of aangeworven zijn, die aangewezen zijn als prioritaire tijdelijke, die in vast verband benoemd of aangeworven zijn, in een ambt van personeelslid belast met taalbadcursussen, blijven, zowel administratief als geldelijk, onderworpen aan de bepalingen die totdien op hen van toepassing waren, wanneer deze bepalingen hun gunstiger zijn. ». Art. 28.In artikel 2 van het
decreet van 13 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998029358
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving
sluiten betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving, wordt punt 20°, afgeschaft door het
decreet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten3, hersteld in de volgende woorden : « 20° Tweetalige klas Frans-gebarentaal : klas waarin een deel van de leerlingen een onderwijs in de Franse taal geniet terwijl simultaan dove of slechthorende leerlingen gebarentaalbadonderwijs of een onderwijs in de geschreven Franse taal genieten; ». Art. 29.Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : a) De eerste tot en met vierde leden vormen de eerste paragraaf;b) Er wordt een tweede paragraaf, luidend als volgt, ingevoegd : « § 2.In de tweetalige klassen Frans-gebarentaal, voor de dove leerlingen, bevat de uurregeling twee bijkomende lestijden bestemd voor de cursussen gebarentaal en Dovencultuur. ». Art. 30.In artikel 4 van hetzelfde decreet, tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « In afwijking van het eerste lid, in de tweetalige klassen Frans - gebarentaal, voor dove leerlingen, bevat de uurregeling twee bijkomende lestijden bestemd voor de cursussen gebarentaal en Dovencultuur. ». Art. 31.Artikel 13 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een vierde paragraaf, luidend als volgt : « § 4. Vanaf 1 september 2014, bevat het bekwaamheidsbewijs vereist voor het uitoefenen van het ambt van, respectief, kleuteronderwijzer belast met gebarentaalbadcursussen en onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen, naast de elementen bedoeld bij de vorige paragrafen, een opleiding van 480 lestijden met als doel de verwerving van bevoegdheden inzake mondelinge en schriftelijke tweetaligheid, waarvan de Regering de inhoud goedkeurt op de voordracht van het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan van de Franse Gemeenschap. ». Art. 32.In hoofdstuk II van hetzelfde decreet, wordt een afdeling 3bis, luidend als volgt, ingevoegd : « Afdeling 3bis. - Onderwijs via gebarentaalbad en taalbad in de geschreven Franse taal in tweetalige klassen Frans - gebarentaal. Art. 13bis.§ 1. Op de aanvraag van het inrichtingshoofd, na het advies te hebben genomen van de participatieraad bedoeld bij artikel 3, na voorafgaandelijke raadpleging van het basisoverlegcomité voor de door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijsinrichtingen, van de Plaatselijke paritaire commissie voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd officieel onderwijs, van de ondernemingsraad, of bij gebrek eraan door de plaatselijke overleginstantie, of bij gebrek eraan door de vakverenigingen voor de inrichtingen voor het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd vrij onderwijs, kan de Regering een school ertoe machtigen alle cursussen en pedagogische activiteiten van de uurregeling in het kader van tweetalige klassen Frans - gebarentaal in te richten.
In het gesubsidieerd onderwijs kan de Regering een inrichtende macht ertoe machtigen in één van de scholen en de vestigingen die ze organiseert alle cursussen en pedagogische activiteiten van de uurregeling in het kader van tweetalige klassen Frans - gebarentaal in te richten. De aanvraag gaat samen met het advies van de participatieraad bedoeld bij artikel 3 en met de uitslag van de voorafgandelijke raadpleging van de Plaatselijke paritaire commissie voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd officieel onderwijs, van de ondernemingsraad, of bij gebrek eraan door de plaatselijke overleginstantie, of bij gebrek eraan door de vakverenigingen voor de inrichtingen voor het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd vrij onderwijs.
Voor iedere betrokken school moet minstens een derde van de onderwijzers gebarentaal in tweetalige klassen Frans - gebarentaal tot de dovencultuurwereld behoren. Minstens één van deze onderwijzers die tot de dovencultuurwereld behoren, wordt bestemd voor de klassen van het kleuteronderwijs.
Wanneer een school of een vestiging tweetalige klassen Frans- gebarentaal inricht, wordt deze organisatie ingelast in het inrichtingsproject. § 2. De leerling vat het gebarentaalbadonderwijs in een tweetalige klas Frans - gebarentaal op het niveau van het eerste jaar kleuteronderwijs aan.
In afwijking van het vorige lid kan een commissie opgericht binnen de inrichting, die minstens de directeur en de onderwijzers die belast zijn met het betrokken jaar, een leerling ertoe machtigen dit onderwijs in een ander jaar aan te vatten voor zover hij het bewijs levert dat hij over de nodige bevoegdheid beschikt.
Een basisschool die gebarentaalbadonderwijs begint in te richten in tweetalige klassen Frans - gebarentaal doet dit geleidelijk aan van het begin van het kleuteronderwijs tot het zesde jaar van het lager onderwijs en zorgt ervoor dat een leerling die taalbadonderwijs heeft ondernomen dit onderwijs kan blijven volgen gedurende heel het lagere onderwijs binnen dezelfde inrichting. Art. 13ter.In het kleuteronderwijs wordt voor het gebarentaalbadonderwijs in een tweetalige klas Frans - gebarentaal verstrekt door een onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen.
In het lager onderwijs wordt voor het gebarentaalbadonderwijs in een tweetalige klas Frans - gebarentaal verstrekt door een onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen § 2. Voor de toepassing van de artikelen 24, § 1, tweede lid en 34, § 2 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs en van artikel 29bis, § 4 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, worden de diensten gepresteerd vóór 1 februari 2009 door de personeelsleden aangewezen of aangeworven ten laste van een inrichtende macht, die houder zijn van het respectieve bekwaamheidsbewijs voor het ambt onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen of onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen, geacht het te zijn geweest in het respectieve ambt onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen of onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen.
De diensten die vóór 1 februari 2009 gepresteerd werden door de personeelsleden aangewezen of aangeworven ten laste van een inrichtende macht, die niet houder zijn van het bekwaamheidsbewijs vereist overeenkomstig het eerste lid, worden geacht het te zijn geweest in het respectieve ambt onderwijzer kleuteronderwijs belast met gebarentaalbadcursussen of onderwijzer lager onderwijs belast met gebarentaalbadcursussen, en een afwijking bedoeld bij artikel 6, § 5 van het koninklijk besluit van 20 juni 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het kleuter- en lager onderwijs te hebben bekomen, per volledig gepresteerd schooljaar. ». Art. 33.In artikel 29 van hetzelfde decreet wordt een derde paragraaf, luidend als volgt, toegevoegd : « § 3. Voor de tweetalige klassen Frans - gebarentaal komen, naast de volgens de eerste paragraaf berekende lestijden, nog : a) 6 lestijden per dove of slechthorende leerling die een tweetalige klas Frans - gebarentaal bezoekt;b) 2 lestijden per tweetalige klas Frans - gebarentaal, bestemd voor de cursus gebarentaal en Dovencultuur. De lestijden die krachtens het eerste lid toegekend zijn voor de inrichting van tweetalige klassen Frans - gebarentaal worden in geen enkel geval beschouwd als lestijden uit het lestijdenpakket verkregen met toepassing van de artikelen 29 tot 32 en 34 van dit decreet. ». Art. 34.In artikel 41 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, luidend als volgt : « § 3. Voor de tweetalige klassen Frans - gebarentaal komen, naast de volgens de eerste paragraaf berekende lestijden, nog : c) 6 lestijden per dove of slechthorende leerling die een tweetalige klas Frans - gebarentaal bezoekt;d) 2 lestijden per tweetalige klas Frans - gebarentaal, beestemd voor de cursus gebarentaal en Dovencultuur. De lestijden die krachtens het eerste lid toegekend zijn voor de inrichting van tweetalige klassen Frans - gebarentaal worden in geen enkel geval beschouwd als lestijden uit het lestijdenpakket verkregen met toepassing van de artikelen 29 tot 32 en 34 van dit decreet. ». HOOFDSTUK II Het verlof om voorlopig een ambt in het onderwijs of een psycho-medisch-sociaal centrum uit te oefenen Art. 35.In het opschrift van hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, zoals hersteld bij het decreet van 1 juli 2005, worden de woorden « het universitair onderwijs » aangevuld met de woorden « , en de psycho-medisch-sociale centra ». Art. 36.In artikel 23 van hetzelfde koninklijk besluit, waarvan de huidige tekst de eerste paragraaf zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° De woorden « het universitair onderwijs » worden aangevuld met de woorden « , of de psycho-medisch-sociale centra »;2° In het laatste lid wordt de woorden « dit artikel » vervangen door de woorden « deze paragraaf »;3° Er wordt een § 2 toegevoegd, luidend als volgt : « § 2.Een verlof kan door de Regering aan de personeelsleden bedoeld bij artikel 1 toegekend worden om voorlopig een ambt uit te oefenen in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap of in een psycho-medisch-sociaal centrum van de Duitstalige Gemeenschap.
Dit verlof wordt niet bezoldigd en gelijkgesteld met een periode dienstactiviteit. Het verlof kan worden toegestaan voor alle prestaties die het personeelslid in vaste dienst uitoefent of voor een gedeelte van deze. ». Art. 37.In het opschrift van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zoals hersteld bij het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 8 mei 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten7, worden de woorden « in het onderwijs » aangevuld met de woorden « en de psycho-medisch-sociale centra ». Art. 38.In artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit, zoals hersteld door het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 8 mei 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In de eerste paragraaf, eerste lid, worden de woorden « het universitair onderwijs » aangevuld met de woorden « , of in de psycho-medisch-sociale centra »;2° Er wordt een vierde paragraaf toegevoegd, luidend als volgt : « § 4.Een verlof kan door de Regering aan de personeelsleden bedoeld bij artikel 1 toegekend worden om voorlopig een ambt uit te oefenen in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap of in een psycho-medisch-sociaal centrum van de Duitstalige Gemeenschap.
Dit verlof wordt niet bezoldigd en gelijkgesteld met een periode dienstactiviteit. Het verlof kan worden toegestaan voor alle prestaties die het personeelslid in vaste dienst uitoefent of voor een gedeelte van deze. ». Art. 39.Artikel 61bis van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, zoals ingevoegd bij het decreet van 13 december 2007, wordt aangevuld met een vierde paragraaf luidend als volgt : « § 4. Een verlof kan door de Regering aan de personeelsleden bedoeld bij artikel 1 toegekend worden om voorlopig een ambt uit te oefenen in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap of in een psycho-medisch-sociaal centrum …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.