← België

Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij

Kort samengevat

Dit decreet bevat diverse bepalingen over energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij, en regelt een gewestaangelegenheid. Het wijzigt bestaande decreten om onder andere de organisatie van de elektriciteits- en gasmarkt te verbeteren en een jaarlijks energierapport in te voeren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
VLAAMSE OVERHEID 12 DECEMBER 2008. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken landbouw en visserij. HOOFDSTUK I. - Algemeen Artikel 1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Energie Artikel 2 Aan artikel 19, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035785 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van Roemenië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 4 maart 1996 type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035783 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de overeenkomst gesloten tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Republiek van Zuid-Afrika inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Pretoria op 14 augustus 1998 type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035786 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de overeenkomst tussen de Belgische-Luxemburgse Economische Unie en de regering van Oekraïne inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Kiev op 20 mei 1996 type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035789 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de overeenkomst tussen de Belgische-Luxemburgse Economische Unie, en de republiek India inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te New Delhi op 31 oktober 1997 type decreet prom. 17/07/2000 pub. 22/09/2000 numac 2000035898 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de overeenkomst tussen de Belgische-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds en de regering van de republiek Kazachstan, anderzijds, inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Almaty op 16 april 1998 type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035788 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de overeenkomst tussen de Belgische-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en de regering van de republiek Oezbekistan, anderzijds, inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Tashkent op 17 april 1998 sluiten houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt worden een punt k) tot n) toegevoegd, die luiden als volgt : « k) de informatieverlening en het eventueel voorafgaand overleg bij een onderbreking van de elektriciteitstoevoer voor aanleg, onderhoud en herstelling van het net; l) de karakteristieken van de geleverde elektrische spanning op het toegangspunt;m) de termijnen waarbinnen aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden;n) de termijnen waarbinnen klachten en vragen van eindafnemers behandeld worden.». Artikel 3 Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 19ter toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 19ter De Vlaamse Regering kan, na advies van de reguleringsinstantie, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben tot hun net en/of hun aangestelden. Deze openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over de termijnen waarbinnen meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de leverancier door de netbeheerder worden overgemaakt aan de leverancier en/of zijn aangestelden. ». Artikel 4 Aan artikel 23, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « of § 3 in voorkomend geval » toegevoegd. Artikel 5 Artikel 23, § 3, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « § 3. Indien de reguleringsinstantie vaststelt dat het quotiënt van het aantal groenestroomcertificaten toegekend in het jaar n-1 en het totaal van de afnamecijfers, uitgedrukt in MWh, van het jaar n-1 van alle afnamepunten in het Vlaamse Gewest, vermeld als Ev in § 2, groter is dan G op 31 maart van het jaar n+1, wordt deze G verhoogd tot dit quotiënt. ». Artikel 6 In artikel 37, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden « specifieke bepalingen » en de woorden « van dit decreet » de woorden « van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt en » ingevoegd. Artikel 7 Aan artikel 18, 1°, van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 type decreet prom. 06/07/2001 pub. 06/06/2002 numac 2002036344 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2001 sluiten houdende de organisatie van de gasmarkt worden een punt i) tot l) toegevoegd, die luiden als volgt : « i) de informatieverlening en het eventueel voorafgaand overleg bij een onderbreking van de aardgastoevoer voor aanleg, onderhoud en herstelling van het net; j) de karakteristieken van de geleverde aardgasdruk en de verzekering van de uit het vervoersnet geleverde aardgaskwaliteit;k) de termijnen waarbinnen aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden;l) de termijnen waarbinnen klachten en vragen van afnemers behandeld worden.». Artikel 8 Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 18quinquies toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 18quinquies De Vlaamse Regering kan, na advies van de reguleringsinstantie, de aardgasnetbeheerders openbare-dienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben tot hun net en/of hun aangestelden. Deze openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over de termijnen waarbinnen meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de leverancier door de aardgasnetbeheerder worden overgemaakt aan de leverancier en/of zijn aangestelden. ». Artikel 9 In het decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van de flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto, wordt een hoofdstuk VIbis, bestaande uit artikelen 23bis tot en met 23quater, ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK VIbis. - Energierapport Artikel 23bis De minister, bevoegd voor het energiebeleid, publiceert jaarlijks, op voorstel van het Vlaams Energieagentschap, een energierapport. Het energierapport omvat voor het Vlaamse Gewest : 1° een energiebalans;2° een beschrijving en analyse van de bestaande toestand inzake energieverbruik en energieproductie, per sector en per energiedrager;3° energiekengetallen per sector. Artikel 23ter De energiebalans bevat minstens volgende gegevens : 1° globaal : a) het primair energieverbruik per energiedrager;b) de hoeveelheid energie geleverd aan de internationale lucht- en scheepvaartbunkers per energiedrager;c) het bruto binnenlands energieverbruik per energiedrager;d) de netto-geïmporteerde hoeveelheid energie per energiedrager;2° met betrekking tot de transformatiesector : a) de verwerkte hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager;b) de geproduceerde hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager;c) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekracht en hernieuwbare energie-installaties per subsector en per energiedrager;d) het eigen verbruik en de leidingverliezen per subsector en per energiedrager;3° met betrekking tot de eindverbruiksector : a) het energieverbruik per subsector en per energiedrager;b) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekracht-, hernieuwbare energie- en andere zelfopwekkingsinstallaties per subsector en per energiedrager. Artikel 23quater De diensten van de homogene beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid, de instellingen die afhangen van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap, de ondergeschikte besturen die onder het administratief toezicht staan van het Vlaamse Gewest en de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake energie, stellen, hetzij op eenvoudige vraag van het Vlaams Energieagentschap, hetzij uit eigen beweging, alle niet-vertrouwelijke informatie waarover zij beschikken en die van nut kan zijn voor het opstellen van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaams beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen evenals het sociaal energiebeleid, ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap. ». Artikel 10 In artikel 7, § 3, 2°, van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt worden tussen de woorden « overtreding van » en de woorden « het Elektriciteitsdecreet » de woorden « dit decreet, » ingevoegd. HOOFDSTUK III. - Water Artikel 11 In artikel 2 van het decreet van 24 mei 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2002 pub. 23/07/2002 numac 2002035862 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending sluiten betreffende water bestemd voor menselijke aanwending wordt het begrip « abonnee » onder punt 1° vervangen door onderstaand begrip : « abonnee : elke persoon die een recht heeft ten aanzien van een onroerend goed, dat aangesloten is op een openbaar waterdistributienetwerk en aan wie de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk via dit waterdistributienetwerk water levert; ». Artikel 12 In artikel 2 van hetzelfde decreet wordt het begrip « titularis » onder punt 13° vervangen door onderstaand begrip : « titularis van een private waterwinning : de persoon die een private waterwinning voor water bestemd voor menselijke aanwending in eigendom heeft; ». Artikel 13 In artikel 2 van hetzelfde decreet wordt het begrip « verbruiker » onder punt 15° vervangen door onderstaand begrip : « verbruiker : de persoon die over het water bestemd voor menselijke aanwending beschikt in een onroerend goed of in een publiek gebouw; ». Artikel 14 In artikel 7 van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De waterleverancier en de in § 3 bedoelde controleambtenaren hebben het recht de woning en publieke gebouwen te bezoeken tussen acht en twintig uur met het oog op de in § 1 bedoelde controles en met het oog op de inventarisatie-, controle- en onderhoudstaken bij de gebruikers van de diensten van de exploitanten met betrekking tot de opvang, het gebruik, de afvoer en de zuivering van het aan de abonnees verstrekte water bestemd voor menselijke consumptie, hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en gerecupereerd afvalwater, inclusief de hiervoor aangewende infrastructuur. Als toegang tot de woning of het publieke gebouw wordt geweigerd, brengt de waterleverancier de in § 3 bedoelde controleambtenaren hiervan op de hoogte. De controleambtenaren voeren in dit geval de in § 1 bedoelde controles uit. ». Artikel 15 In artikel 16, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud, het vaststellen, het wijzigen en het communiceren van het algemeen en bijzonder waterverkoopreglement tussen de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en de verbruiker die gebruik maakt van zijn diensten. ». Artikel 16 Aan artikel 2 van hetzelfde decreet wordt een punt 27° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 27° Vlaamse Milieumaatschappij : het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Milieumaatschappij opgericht bij decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tot aanvulling ervan met een titel Agentschappen en tot wijziging van diverse andere wetten en decreten. ». Artikel 17 Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 9 De reguleringsinstantie wordt opgericht als subentiteit binnen de Vlaamse Milieumaatschappij. Deze instantie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit over haar activiteiten en brengt dit ter kennis van het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen. ». Artikel 18 Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt geschrapt. Artikel 19 In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt opgeheven;2° § 2 wordt opgeheven;3° in § 3 worden de woorden « de leden van het dagelijks bestuur en » geschrapt. Artikel 20 In artikel 13, § 2, van hetzelfde decreet worden aan de tweede zin de woorden « onder de vorm van een protocol » toegevoegd. Artikel 21 Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt geschrapt. Artikel 22 In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de woorden « de leden van het dagelijks bestuur en » geschrapt. Artikel 23 In artikel 22, § 1, van hetzelfde decreet wordt 4° opgeheven. Artikel 24 Aan hoofdstuk VIII van hetzelfde decreet wordt een artikel 22bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 22bis § 1. De ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij, hiertoe aangewezen door het hoofd van het agentschap, kunnen voor iedere inbreuk op de bepalingen van artikel 13, § 2, aan de waterleveranciers die de gegevens of inlichtingen die opgevraagd worden in het kader van artikel 12 niet correct of tijdig aanleveren, na twee schriftelijke aanmaningen, een administratieve geldboete opleggen. Voor een eerste inbreuk wordt de administratieve boete bepaald op maximaal 0,01 % van het integrale facturatiebedrag exclusief btw van het jaar waarvoor de gegevens worden opgevraagd. Voor elke volgende overtreding in datzelfde jaar wordt het percentage van de administratieve geldboete verdubbeld. § 2. De administratieve geldboete wordt met een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst ter kennis gebracht van de betrokken waterleverancier binnen een termijn van één maand na de tweede schriftelijke aanmaning om gegevens of inlichtingen te verschaffen. Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete. § 3. De waterleverancier kan tegen de administratieve geldboete beroep aantekenen bij de minister van Leefmilieu. Het gemotiveerd beroep dient schriftelijk en aangetekend te worden gericht aan de minister binnen een termijn van een maand na het verzenden van de administratieve geldboete. § 4. De minister doet uitspraak in verband met het beroep binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de verzendingsdatum van de kennisgeving van de administratieve geldboete. § 5. Indien de overtreder in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Die dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. § 6. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. § 7. De Vlaamse Regering kan nadere modaliteiten vaststellen met betrekking tot het toepassen van de administratieve boete. ». HOOFDSTUK IV. - Integraal waterbeleid Artikel 25 Aan artikel 3, § 2, van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende het integraal waterbeleid worden een punt 54° tot en met 57° toegevoegd, die luiden als volgt : « 54° de initiatiefnemer : de overheid die vermeld wordt bij het betreffende overstromingsgebied of oeverzone in de waterbeheerplannen; 55° de tot aankoop verplichte entiteit : de overheid die gehouden is de aankoop zoals bedoeld in artikel 17 te doen;56° de vergoedingsplichtige : de overheid die gehouden is tot het betalen van een vergoeding zoals bedoeld in artikel 17;57° de begunstigde : de overheid die een voorkooprecht, zoals bedoeld in artikel 12, geniet.». Artikel 26 In artikel 12 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Onverminderd de bepalingen die andere rechtspersonen ter zake een recht tot voorkoop verlenen, heeft het Vlaamse Gewest een recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in afgebakende overstromingsgebieden en oeverzones die samenhangen met een waterweg behorende tot haar bevoegdheid. Dit recht van voorkoop is niet van toepassing op onroerende goederen van het openbaar of privaat domein van de federale overheid en van andere gemeenschappen en gewesten. Indien de oeverzone of het overstromingsgebied samenhangt met een waterweg behorende tot de bevoegdheid van Waterwegen en Zeekanaal, is Waterwegen en Zeekanaal de initiatiefnemer en de begunstigde voor het recht van voorkoop. Indien de oeverzone of het overstromingsgebied samenhangt met een waterweg behorende tot de bevoegdheid van De Scheepvaart, is De Scheepvaart de initiatiefnemer en de begunstigde voor het recht van voorkoop. De Vlaamse Grondenbank heeft een recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in afgebakende overstromingsgebieden en oeverzones die niet samenhangen met waterwegen. Het waterbeheerplan vermeldt bij de afbakening van een oeverzone of overstromingsgebied de initiatiefnemer. De initiatiefnemer is de begunstigde in het geval de begunstigde een waterwegbeheerder is. Is de initiatiefnemer een waterloopbeheerder van onbevaarbare waterlopen dan is in dit geval de Vlaamse Grondenbank de begunstigde. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen, zijn van toepassing op dit recht van voorkoop. ». Artikel 27 Artikel 13 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 13 § 1. Bij een openbare verkoop brengt de instrumenterende ambtenaar ten minste dertig kalenderdagen vooraf de Vlaamse Grondenbank bij aangetekende brief op de hoogte van plaats, dag en uur van de verkoop. De Vlaamse Grondenbank brengt vervolgens de begunstigden op de hoogte. § 2. Als de verkoop wordt gehouden zonder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, is de instrumenterende ambtenaar ertoe gehouden bij het einde van de opbieding en voor de toewijzing, in het openbaar te vragen of de begunstigden of de Vlaamse Grondenbank, indien zij verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, het recht van voorkoop wensen uit te oefenen tegen de laatst geboden prijs. Indien de begunstigde of de Vlaamse Grondenbank, indien zij gemachtigd wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, met de vraag van de instrumenterende ambtenaar instemt, komt de verkoop tot stand. In geval van weigering, afwezigheid of stilzwijgen wordt de verkoop voortgezet. § 3. Als de verkoop wordt gehouden onder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, is de instrumenterende ambtenaar er niet toe gehouden aan de begunstigden of de Vlaamse Grondenbank, indien zij verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, te vragen of zij het recht van voorkoop wensen uit te oefenen. Als er geen hoger bod wordt gedaan of indien de instrumenterende ambtenaar het hoger bod niet aanneemt, betekent de instrumenterende ambtenaar het laatste bod aan de Vlaamse Grondenbank, en vraagt hij of de begunstigden van het recht van voorkoop of de Vlaamse Grondenbank, indien zij verzocht wordt de beslissing om het recht van voorkoop uit te oefenen uit te voeren, het recht van voorkoop wensen uit te oefenen. In het geval de begunstigde een waterwegbeheerder is, zal de Vlaamse Grondenbank deze vraag op haar beurt meedelen aan de begunstigde waterwegbeheerder. Als de begunstigden binnen een termijn van vijftien dagen na betekening van het laatste bod aan de Vlaamse Grondenbank hun instemming niet aan de instrumenterende ambtenaar hebben betekend of deze instemming niet hebben gegeven in een akte van de instrumenterende ambtenaar, is de toewijzing definitief. Als er wel een hoger bod is, wordt dat door de instrumenterende ambtenaar aan de Vlaamse Grondenbank en aan de koper meegedeeld. De Vlaamse Grondenbank zal deze kennisgeving op haar beurt mededelen aan de begunstigden van het recht van voorkoop. In dat geval gelden opnieuw de bepalingen van § § 1 en 2. De vraag vermeld in § 2 wordt in het openbaar aan de begunstigden of de Vlaamse Grondenbank indien zij verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, gesteld bij de zitting van herverkoop. ». Artikel 28 In artikel 14 van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende het integraal waterbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden na de woorden « Deze kennisgeving geldt als aanbod van verkoop » de woorden « en wordt overgemaakt aan de begunstigden » toegevoegd;2° in § 2 worden na de woorden « de kennisgeving » de woorden « aan de Vlaamse Grondenbank » toegevoegd. Artikel 29 In artikel 16 van hetzelfde decreet wordt § 1, eerste lid, vervangen door wat volgt : « In het geval van miskenning van het recht van voorkoop van de begunstigden, hebben de begunstigden het recht, ofwel in de plaats van de koper te worden gesteld, ofwel van de verkoper een schadevergoeding te eisen ten bedrage van twintig percent van de verkoopprijs. ». Artikel 30 In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De eigenaar van een onroerend goed kan van de tot aankoop verplichte entiteit, de verwerving daarvan eisen indien hij aantoont dat, ten gevolge van de afbakening van een oeverzone of overstromingsgebied waarbinnen dit onroerend goed is gelegen, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt. De tot aankoop verplichte entiteit is de initiatiefnemer. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VII, van het decreet van 31 mei 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op deze koopplicht. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de procedure van de aankoopplicht. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van berekening van het bedrag van de aankoopprijs waarop de eigenaar recht heeft. Bij het bepalen van de aankoopprijs wordt geen rekening gehouden met de waardevermindering voortvloeiend uit de afbakening van het onroerend goed als oeverzone of overstromingsgebied. Het bedrag dat de eigenaar van de tot aankoop verplichte entiteit ontvangt met toepassing van dit artikel, wordt in voorkomend geval verminderd met het bedrag dat de eigenaar heeft ontvangen ten gevolge van planschade voor hetzelfde onroerend goed. Wanneer de eigenaar toepassing maakt van de aankoopplicht van de tot aankoop verplichte entiteit kan hij geen aanspraak meer maken op planschade, patrimoniumverlies, schadevergoeding of andere aankoopplicht van het Vlaamse Gewest voor hetzelfde onroerend goed. »; 2° in § 2, eerste alinea, worden de woorden « het Vlaamse Gewest » vervangen door « de vergoedingsplichtige »;3° aan § 2, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd : « De vergoedingsplichtige is de initiatiefnemer.»; 4° aan § 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd : « De Vlaamse Regering kan een instantie aanduiden die gemachtigd wordt om bepaalde taken in het kader van de vergoedingsplicht uit te voeren. »; 5° in artikel 17, § 2, vijfde lid, worden de woorden « toepassing maakt van de vergoedingsplicht van het Vlaamse Gewest » vervangen door de woorden « toepassing maakt van de vergoedingsplicht van de vergoedingsplichtige ». Artikel 31 In de bijlagen van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in bijlage I - Inhoud van de stroomgebiedbeheerplannen wordt punt 7.2 vervangen door wat volgt : « 7.2. de aanduiding op kaart van de overstromingsgebieden en oeverzones voor de waterwegen, voor zover deze het belang van een bekken overstijgen, alsook de initiatiefnemer; »; 2° in bijlage III - Inhoud van de bekkenbeheerplannen worden 5.1, a) en b), vervangen door wat volgt : « a) de overstromingsgebieden alsook de initiatiefnemer binnen het desbetreffende bekken; b) de oeverzones alsook de initiatiefnemer binnen het desbetreffende bekken, voor zover deze het belang van het deelbekken overschrijden; »; 3° in bijlage IV - Inhoud van de deelbekkenbeheerplannen wordt 2.1 vervangen door wat volgt : « 2.1. de aanduiding van de oeverzones, andere dan deze welke werden aangeduid in het bekkenbeheerplan, alsook de initiatiefnemer; ». HOOFDSTUK V. - Afvalstoffen Artikel 32 In artikel 33 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen worden § 2 en § 3, gewijzigd bij de decreten van 20 april 1994 en 21 december 1994, vervangen door wat volgt : « § 2. Zij kan alle maatregelen nemen met betrekking tot de invoer en de uitvoer van afvalstoffen die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen en van het verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, gesloten te Bazel op 22 maart 1989 en goedgekeurd bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten. § 3. Zij kan hiertoe onder meer : 1° elke invoer of uitvoer van afvalstoffen binnen de werkingssfeer van voormelde verordening (EG) nr.1013/2006 onderwerpen aan het stellen van een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige financiële zekerheid ter dekking van de kosten van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, zoals bedoeld in artikel 6 van voormelde verordening (EG) nr. 1013/2006; 2° bij invoer of uitvoer van afvalstoffen aan de kennisgever de betaling opleggen van een vergoeding tot dekking van de administratieve kosten, verbonden aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtsprocedure, alsmede de betaling vorderen van de gangbare kosten van de passende analyses en inspecties, zoals bedoeld in artikel 29 van voormelde verordening (EG) nr.1013/2006. ». Artikel 33 In artikelen 34 en 55 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 1994, worden de woorden « Verordening (EEG) nr. 259/93 » vervangen door de woorden « Verordening (EG) nr. 1013/2006 ». Artikel 34 In artikel 54 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 april 1994 en 22 april 2005, worden de woorden « de Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap » vervangen door de woorden « de Verordening (EG) Nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen ». Artikel 35 In artikel 56 van hetzelfde decreet worden de punten 3° en 4°, gewijzigd bij het decreet van 20 april 1994, vervangen door wat volgt : « 3° hij die afvalstoffen overbrengt in strijd met de bepalingen van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; 4° hij die afvalstoffen uitvoert in strijd met de bepalingen van de verordening vastgesteld krachtens artikel 37 van voormelde verordening (EG) nr.1013/2006; ». Artikel 36 In artikel 56 van hetzelfde decreet worden punten 5°, 6° en 7°, gewijzigd bij het decreet van 20 april 1994, opgeheven. Artikel 37 Aan artikel 10.3.4 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de in artikel 10.3.3 vermelde taken. ». HOOFDSTUK VI. - Bosdecreet Artikel 38 Artikel 12, § 4, van het Bosdecreet van 13 juni 1990 wordt vervangen door wat volgt : « § 4. De toegankelijkheid van een bos wordt geregeld door een toegankelijkheidsregeling die niet strijdig is met de inhoud van het beheersplan of met de bepalingen van dit decreet. Indien er geen verplichting is tot het opstellen van een beheersplan, vervalt eveneens de verplichting tot de opmaak van een toegankelijkheidsregeling. De Vlaamse Regering bepaalt door wie een toegankelijkheidsregeling kan worden opgesteld, evenals de inhoud en de procedure voor de goedkeuring van deze toegankelijkheidsregeling. ». Artikel 39 In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zin « Om de bescherming, de ontwikkeling, het herstel en het behoud van het bosareaal te garanderen, de openstelling van de bossen en de educatie van het publiek te bevorderen en de bosrecreatie te verbeteren, kan de Vlaamse Regering onder de voorwaarden die ze zelf bepaalt, subsidies verlenen aan bosbeheerders. » vervangen door de zin « Om de openstelling van de bossen en de educatie van het publiek te bevorderen en de bosrecreatie te verbeteren, kan de Vlaamse Regering onder de voorwaarden die ze zelf bepaalt, subsidies verlenen aan bosbeheerders. ». Artikel 40 In artikel 14 van hetzelfde decreet worden de woorden « door de bosbeheerder vast te stellen » vervangen door « door een toegankelijkheidsregeling of een bosbeheerplan vastgestelde ». Artikel 41 In artikel 47, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « In afwijking van artikel 42 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, is er voor ontbossing in natuurreservaten, waarvoor een beheerplan is goedgekeurd op grond van artikel 34, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, enkel een voorafgaande eenvoudige melding aan de ambtenaar vereist, op voorwaarde dat deze ontbossing voorzien is in het vermelde beheerplan en, met betrekking tot beheerplannen die goedgekeurd worden na 1 januari 2009, voor zover deze ontbossing noodzakelijk is voor het behoud, het herstel of de ontwikkeling van een of meerdere van de habitats, vermeld in bijlage I van voormeld decreet of van een of meerdere habitats van soorten, vermeld in bijlage II, III of IV van datzelfde decreet. ». Artikel 42 Artikel 48 van hetzelfde decreet, opgeheven door artikel 44 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing : « Artikel 48 Om de bescherming, de ontwikkeling, het herstel, het behoud en de uitbreiding van het bosareaal te garanderen, kan de Vlaamse Regering onder de voorwaarden die ze zelf bepaalt, subsidies verlenen aan publiekrechtelijke rechtspersonen die eigenaar zijn van een openbaar bos of die een openbaar bos wensen aan te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze van toekenning van genoemde subsidies, binnen de perken van de begrotingskredieten. Voor zover het gaat om kapitaalsubsidies gericht op de uitbreiding of ontwikkeling van het bosareaal, worden deze toegekend met het oog op bebossingen of herbebossingen op percelen die op grond van de wetgeving op de ruimtelijke ordening bestemd worden als bosgebieden. Indien de voorwaarden, die aan de subsidies verbonden werden, niet werden nageleefd, kan de subsidie teruggevorderd worden en toegewezen aan het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur. Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor de compenserende bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds. ». Artikel 43 Aan artikel 84 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het Vlaamse Gewest kan met de eigenaar van een privébos een niet-verlengbare overeenkomst, met een maximumlooptijd van vijf jaar, afsluiten voor het beheer van het privébos door het Agentschap, voor zover dit gebeurt als een overgangsregeling, ter voorbereiding van een aankoop met het oog op omzetting tot domeinbos. In afwijking van artikel 37 worden deze bossen in dat geval volledig beheerd door het Agentschap, overeenkomstig de bepalingen geldend voor domeinbossen. In de vermelde overeenkomst wordt bepaald dat de op grond van deze overeenkomst gemaakte beheerkosten dienen te worden terugbetaald, indien de voorziene aankoop binnen de vijf jaar na het afsluiten van de overeenkomst geen doorgang gevonden heeft. ». Artikel 44 In artikel 87 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « De Vlaamse Regering kan tevens subsidies verlenen met het oog op de bescherming, de ontwikkeling, het herstel, het behoud en de uitbreiding van het bosareaal, voor zover deze activiteiten beantwoorden aan de criteria voor duurzaam bosbeheer, vastgesteld ter uitvoering van artikel 41, tweede lid.Deze subsidies kunnen evenwel geen betrekking hebben op de aankoop van percelen. »; 2° aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Voor zover het gaat om kapitaalsubsidies gericht op andere uitbreiding of ontwikkeling van het bosareaal, worden deze toegekend met het oog op bebossingen of herbebossingen op percelen die op grond van de wetgeving op de ruimtelijke ordening bestemd worden als bosgebieden.»; 3° aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor Compenserende Bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds.». Artikel 45 In artikel 90bis van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen doorgevoerd : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Ontbossing is verboden tenzij mits het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning in toepassing van de wetgeving op de ruimtelijke ordening. Een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing of een verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen kan niet worden verleend tenzij in de hierna vermelde gevallen : 1° ontbossing met het oog op werken van algemeen belang bedoeld in artikel 103 van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;2° ontbossing of verkaveling in zones met de bestemmingen woongebied of industriegebied in de ruime zin;3° ontbossing of verkaveling in zones die volgens de geldende plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen gelijk te stellen zijn met de bestemmingen woongebied of industriegebied in de ruime zin;4° ontbossing van de uitvoerbare delen in een niet-vervallen vergunde verkaveling;5° ontbossing in functie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen, opgemaakt voor speciale beschermingszones, op grond van artikel 36ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of opgemaakt voor soorten, vermeld in bijlage II, III en IV van hetzelfde decreet. De stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of de verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen wordt verleend na voorafgaand advies van het Bosbeheer. Het advies wordt verleend op verzoek van de vergunningverlenende overheid. Als het advies niet wordt verleend binnen dertig dagen, wordt het geacht gunstig te zijn. Voor andere ontbossingen of voor andere verkavelingen in geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, dan deze genoemd in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering, op individueel en op gemotiveerd verzoek van diegene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning tot ontbossen of een verkavelingsvergunning, de ontheffing toestaan van het verbod tot het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of een verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, met inachtneming van de wetgeving inzake de ruimtelijke ordening en na advies van het Bosbeheer. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regelen inzake de ontheffing van dit verbod. »; 2° in § 2, 1°, worden de woorden « eerste lid, 1° tot en met 4°, of het derde lid » toegevoegd tussen de woorden « § 1 » en « bedoelde »;3° in § 5 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Het Agentschap stelt de aanvrager schriftelijk in kennis van de aanpassing, met vermelding van de redenen.Een kopie van deze kennisgeving wordt aan de vergunningverlenende overheid bezorgd. De aanvrager kan binnen de 14 dagen na ontvangst bezwaren tegen deze aanpassing of een alternatief compensatievoorstel aan het Agentschap overmaken. De adviestermijn zoals bepaald in artikel 111, § 4, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, wordt gedurende de periode vanaf de kennisgeving van de aanpassing voor maximaal 14 dagen opgeschort. Na ontvangst van de bezwaren of het alternatief compensatievoorstel of, indien de aanvrager niet reageert op de kennisgeving van de aanpassing, na 14 dagen vanaf deze kennisgeving, neemt het Agentschap een definitieve beslissing met betrekking tot het compensatievoorstel. ». HOOFDSTUK VII. - Decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 Artikel 46 In artikel 17 van het decreet van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001036491 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 wordt § 3 vervangen door wat volgt : « § 3. De middelen van het Fonds voor Compenserende Bebossing kunnen aangewend worden voor : 1° het uitvoeren van bebossing door het Vlaamse Gewest;2° de subsidiëring van openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen;3° terugstorten van te veel betaalde bosbehoudsbijdragen in het kader van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990. De Vlaamse Regering kan hierover nadere regels vaststellen. ». HOOFDSTUK VIII. - Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu Artikel 47 Artikel 2, 18°, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu wordt vervangen door wat volgt : « 18° erkende beheersgroep : een door de Vlaamse Regering erkende lokale of regionale vereniging van betrokkenen die, voor een bepaald gebied, het beheer en de bescherming van natuurelementen of het natuurlijk milieu tot doel heeft. ». Artikel 48 In artikel 7 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Met het oog op het nemen van de in het eerste lid vermelde maatregelen is de Vlaamse Regering ertoe gemachtigd om de bijlagen I, II, III en IV bij dit decreet te wijzigen op een van de volgende gronden, naargelang van toepassing : 1° hetzij als gevolg van de in artikel 15 van de Vogelrichtlijn of in artikel 19 van de Habitatrichtlijn bedoelde aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang;2° hetzij als gevolg van de feitelijke vaststellingen die in het in artikel 10 bedoelde Natuurrapport gedaan worden betreffende de vogelsoorten van de bijlage I van de Vogelrichtlijn, dan wel betreffende de habitats van bijlage I van de Habitat-richtlijn of de dier- en plantensoorten van bijlage II of IV van de diezelfde richtlijn; 3° hetzij als gevolg van de feitelijke vaststellingen die gedaan worden in het verslag in uitvoering van artikel 17.1 van de Habitatrichtlijn. ». Artikel 49 In artikel 9, § 1, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002, worden volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De maatregelen bedoeld in artikelen 8, 13, 36ter, §§ 1, 2 en 5, tweede lid, en hoofdstuk VI, kunnen geen beperkingen opleggen die absoluut werken of handelingen verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen, tenzij deze maatregelen, voor wat artikel 36ter, §§ 1 en 2 aangaat, vastgelegd zijn in een goedgekeurd natuurrichtplan, dan wel, voor wat hoofdstuk VI aangaat, deze maatregelen de op grond van artikel 7 van dit decreet vereiste bescherming betreffen van de soorten die vermeld zijn in de bijlagen II, III en IV bij dit decreet. »; b) aan het derde lid wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° voor de uitvoering van de maatregelen die de op grond van artikel 7 van dit decreet vereiste bescherming betreffen van de soorten die vermeld zijn in de bijlagen II, III en IV van het decreet.». Artikel 50 Artikel 11, § 2, 1°, wordt vervangen door wat volgt : « 1° het deelplan voor het gebiedsgericht beleid. Dit deelplan bevat : (1) een nadere uitwerking van het gebiedsgericht beleid dat wordt ingebracht in het kader van het ruimtelijk beleid;(2) een invulling van het VEN en het IVON, binnen de onderscheiden gebiedscategorieën;(3) een vooruitblik op het tempo en de situering van de op te maken natuurrichtplannen in de betrokken planperiode;(4) het deelplan kan ook voorstellen en acties bevatten voor de bevordering van kleine landschapselementen en groengebieden en bosgebieden conform de uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening, buiten het VEN en het IVON, voor de natuur in de bebouwde omgeving en voor de algemene natuurkwaliteit;». Artikel 51 In artikel 17, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002 en 19 mei 2006, worden de woorden « binnen de periode van 10 jaar na de inwerkingtreding van dit decreet » vervangen door de woorden « in dat verband ». Artikel 52 In artikel 27, § 2, 1°, van hetzelfde decreet, zoals ge-wijzigd op 19 juli 2002 en 25 juni 2007 worden de woorden « en draagt zorg voor de totstandkoming van de natuurrichtplannen binnen een periode van 10 jaar na de inwerkingtreding van dit decreet » geschrapt. Artikel 53 In artikel 29 van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002 en 22 april 2005, wordt in § 1 de vermelding « § 1 » geschrapt, en wordt § 2 geschrapt. Artikel 54 § 1. Artikel 35, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Andere categorieën van weggebruikers dan de voetgangers kunnen tot de wegen en de paden die krachtens het eerste lid voor de voetgangers toegankelijk zijn, worden toegelaten voor zover het goedgekeurde beheersplan dit uitdrukkelijk toelaat of voor zover dit medegebruik toegelaten wordt in uitvoering van artikel 13, § 1, 6°. ». § 2. In hetzelfde artikel wordt aan § 2 een nieuw lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering kan bepalen dat het Agentschap ontheffing kan verlenen van de in deze paragraaf opgesomde verbodsbepalingen, met het oog op het recreatief of educatief medegebruik en voor zover dit medegebruik inpasbaar is in de doelstellingen van het natuurreservaat. ». Artikel 55 Artikel 36bis, § 9, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Nadat de Commissie een op grond van § 8 voorgelegd gebied van communautair belang heeft verklaard, wijst de Vlaamse Regering dit gebied zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen de zes jaar, bij besluit aan als speciale beschermingszone. Dit gebeurt met inachtneming van de bepalingen van § 1, tweede lid. ». Artikel 56 In artikel 45, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « gedurende een bepaalde termijn » vervangen door « , op projectmatige basis of gedurende een bepaalde termijn, ». Artikel 57 In artikel 46 van hetzelfde decreet wordt de bestaande tekst hernummerd tot § 1 en wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. De Vlaamse Regering kan voor de toepasbaarheid van de onderscheiden types beheersovereenkomsten bepalen aan welke beheersvisies, prioriteiten, perimeters of andere voorwaarden dient beantwoord te worden. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder beheersgroepen erkend kunnen worden met het oog op de planning, de ondersteuning en de begeleiding van het afsluiten en uitvoeren van beheersovereenkomsten in een bepaald gebied, alsook met het oog op het overleg met de andere actoren die in het gebied natuur- of bosbeleidsactiviteiten uitvoeren. ». Artikel 58 HOOFDSTUK V, afdeling 4, onderafdeling D -« Natuurrichtplannen », dat bestaat uit de artikelen 48 tot en met 50, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002, wordt vervangen door wat volgt : « Onderafdeling D. - Natuurrichtplannen Artikel 48 § 1. Voor elke speciale beschermingszone, alsook voor elk gebied dat behoort tot het VEN, wordt een natuurrichtplan vastgesteld, en dit binnen de vijf jaar na aanwijzing van de speciale beschermingszone overeenkomst artikel 36bis, § 9, of de vaststelling van het VEN-gebied overeenkomstig artikel 17, § 3. Voor elk gebied dat behoort tot het VEN, afgebakend op grond van artikel 21, § 9, voor het IVON, voor de groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden of de met één van deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden aangewezen op de plannen van aanleg of op de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, kan er een natuurrichtplan worden vastgesteld. § 2. De natuurrichtplannen voor speciale beschermingszones, de gebieden van het VEN, de natuurverwevingsgebieden en de groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden of de met één van deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden aangewezen op de gewestelijke plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen, worden vastgesteld door de Vlaamse Regering. Zij worden gewestelijke natuurrichtplannen genoemd. Natuurrichtplannen met betrekking tot natuurverbindingsgebieden, aangewezen op de provinciale of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, worden vastgesteld door de deputatie. Zij worden provinciale natuurrichtplannen genoemd. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van gewestelijke en provinciale natuurrichtplannen, alsook de procedure die leidt tot de vaststelling, herziening of opheffing ervan. Elke administratieve overheid stelt, hetzij op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging, alle nuttige informatie en kennis waarover zij beschikt ter beschikking van de dienst die wordt belast met het opstellen of herzien van de natuurrichtplannen. Artikel 49 § 1. Voor zover een gewestelijk natuurrichtplan betrekking heeft op een speciale beschermingszone, gelden de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied, vastgesteld op grond van artikel 36ter, § 1, als gebiedsvisie voor het natuurrichtplan. Indien er nog geen instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld voor een in een natuurrichtplan opgenomen speciale beschermingszone of voor zover het natuurrichtplan geen betrekking heeft op een speciale beschermingszone, dient er een gebiedsvisie te worden opgemaakt die weergeeft wat er in het gebied wordt beoogd voor de natuur en het natuurlijk milieu. Deze gebiedsvisie kan, bij de vaststelling van het natuurrichtplan, geheel of gedeeltelijk bindend worden verklaard voor de administratieve overheid. De doelstellingen uit deze gebiedsvisie kunnen, in het geval het natuurrichtplan betrekking heeft op een speciale beschermingszone waarvoor er nog geen instandhoudingsdoelstellingen zijn opgemaakt, gelijkgesteld worden met instandhoudingsdoelstellingen in de zin van artikel 36ter, § 1. § 2. Een gewestelijk natuurrichtplan is er op gericht om, in functie van de instandhoudingsdoelstellingen of de gebiedsvisie, een specifieke, bindende afstemming te bekomen tussen de verschillende maatregelen en instrumenten die, in uitvoering van onder meer dit decreet, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het Jachtdecreet van 24 juli 1991 en de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, gelden voor het bestreken gebied. Een gewestelijk natuurrichtplan bevat aldus onder meer, binnen de desbetreffende, in dit decreet vastgestelde randvoorwaarden, bepalingen met betrekking tot : - de in het bestreken gebied aanwezige uitbreidingszones vastgesteld in uitvoering van artikel 33, derde lid; - de op het bestreken gebied betrekking hebbende beheersplannen vastgesteld in uitvoering van artikel 34; - de in het bestreken gebied aangeduide perimeters binnen welk het recht van voorkoop geldt, in uitvoering van artikel 37; - de in het bestreken gebied aangeduide perimeters die gelden voor de beheersovereenkomsten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 46, § 2; - de ontheffingen die in verband met het bestreken gebied op grond van dit decreet kunnen worden verleend. § 3. Een gewestelijk natuurrichtplan kan bovendien nog, in functie van de instandhoudingsdoelstellingen of de gebiedsvisie en rekening houdend met artikel 9, voor het bestreken gebied volgende bepalingen bevatten : - specifieke maatregelen in uitvoering van artikel 13; - specifieke maatregelen in uitvoering van artikel 25, § 1, voor zover het natuurrichtplan betrekking heeft op een gebied dat in het VEN gelegen is; - specifieke maatregelen in uitvoering van artikel 36ter, § 1 en § 2, voor zover het natuurrichtplan betrekking heeft op een speciale beschermingszone; - specifieke maatregelen in uitvoering van de artikelen 27 en 28, voor zover het natuurrichtplan betrekking heeft op een gebied dat in IVON gelegen is; - specifieke maatregelen in uitvoering van hoofdstuk VI. § 4. Een provinciaal natuurrichtplan behelst voor het bestreken gebied maatregelen zoals vermeld in artikel 29. Artikel 50 Ter voorbereiding van een gewestelijk natuurrichtplan en ter opvolging en begeleiding van de uitvoering ervan stelt de Vlaamse Regering telkens een overlegcommissie in. Deze commissie adviseert tevens ten behoeve van de minister bij betwistingen inzake de uitvoering van een vastgesteld gewestelijk natuurrichtplan. Een overlegcommissie bij een natuurrichtplan is evenwichtig samengesteld uit vertegenwoordigers van de grondeigenaars, -gebruikers en -beheerders in het gebied waarvoor een natuurrichtplan wordt vastgesteld, vertegenwoordigers van de betrokken diensten van het Vlaamse Gewest alsook van de natuurverenigingen die actief zijn in het gebied. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling en werking van deze overlegcommissies. ». Artikel 59 In de bijlagen I, II, III en IV van hetzelfde decreet wordt telkens de zin geschrapt die aanvangt met « De Vlaamse Regering is er toe gemachtigd » en eindigt met « technische en wetenschappelijke vooruitgang ». HOOFDSTUK IX. - Jachtdecreet Artikel 60 Artikel 12 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 12 De Vlaamse Regering kan grotere beheereenheden, die ontstaan als gevolg van de vrijwillige samenvoeging van afzonderlijke jachtterreinen, erkennen als wildbeheereenheden en de werking ervan subsidiëren. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen met betrekking tot deze erkenning en subsidiëring. Deze voorwaarden zijn gericht op een beter wildbeheer, op het natuurbehoud en op een verbeterd toezicht, en hebben onder meer betrekking op het door de wildbeheereenheid op te maken wildbeheerplan. De Vlaamse Regering kan in functie van een gerichter wildbeheer, de instandhouding van leefgebieden en het verbeterd toezicht, de jacht op alle of bepaalde wildsoorten, het gebruik van bepaalde jachttechnieken of -tuigen, en bepaalde maatregelen beperken tot jachtterreinen van leden van een erkende wildbeheereenheid, zoals bedoeld in artikel 12. ». Artikel 61 In artikel 24, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « , behoudens de schade die veroorzaakt wordt door konijnen, » geschrapt. HOOFDSTUK X. - Mestdecreet Artikel 62 Aan artikel 3 van het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt een 59° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 59° Noordzeekustzone : de Noordzeekustzone is de zone begrensd : 1) in het noorden door de laagwaterlijn van de zee;2) in het westen door de Frans-Belgische grens vanaf de laagwaterlijn van de zee tot de weg A18;3) in het oosten door de Belgisch-Nederlandse grens vanaf de laagwaterlijn van de zee tot de weg RW 376;4) in het zuiden door : a) de weg A18 vanaf de Frans-Belgische grens tot de kruising met de Vaartstraat te Gistel;b) de Vaartstraat te Gistel, vanaf de weg A18 tot het kanaal Nieuwpoort-Plassendale;c) het kanaal Nieuwpoort-Plassendale vanaf de Vaartstraat te Gistel t …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.