📄 Wettekst
20 OKTOBER 2015. - Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Ik heb de eer Uwe Majesteit een ontwerp van koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen voor te leggen.
Dit besluit strekt tot omzetting van de richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen en de uitvoeringsrichtlijn 2014/58/EU van de Commissie van 16 april 2014 voor het opzetten van een traceerbaarheidssysteem voor pyrotechnische artikelen overeenkomstig richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Dit besluit stelt de essentiële veiligheidseisen vast waaraan pyrotechnische artikelen moeten voldoen om op de markt te kunnen worden aangeboden, zorgt voor veiliger vuurwerk en legt duidelijke verantwoordelijkheden voor de marktdeelnemers vast.
Omdat er zich ook nationale maatregelen bevinden in afdeling 4 van hoofdstuk 3 werd het ontwerp op 12 maart 2015 meegedeeld aan de Europese Commissie, met toepassing van artikel 8, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. Er werden geen opmerkingen ontvangen.
Er werd daarnaast overleg gepleegd binnen een werkgroep vuurwerk waarop zowel vertegenwoordigers van de sector, consumenten, brandweer, steden en gemeenten, gewesten en andere bevoegde diensten uitgenodigd werden. De leden van deze werkgroep werden op 17 februari 2015 schriftelijk geraadpleegd.
Wat betreft de nationale maatregelen in voorliggend ontwerp van koninklijk besluit kunnen we het volgende stellen.
Het is aangewezen om het bezit door het publiek en de verkoop aan het grote publiek van sommige pyrotechnische artikelen te beperken.
Specifiek moet ook de geluidsoverlast beperkt worden. Aan consumenten wordt daarom enkel vuurwerk toegelaten tot categorie F2. Bijkomend worden aan consumenten wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T1 van de volgende generieke types toegelaten: niet elektrisch aangestoken bengaals vuur en niet elektrisch aangestoken rookgeneratoren.
Het is ook nodig om te waarborgen dat consumenten geen pyrotechnische artikelen kunnen kopen waarvoor zij niet de vereiste leeftijd hebben.
Een controle van de leeftijd is vereist vooraleer pyrotechnische artikelen aan consumenten wordt overhandigd.
Enkele bepalingen uit het
koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/09/1958
pub.
21/02/2001
numac
2001000085
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen - Duitse vertaling
sluiten houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen zijn strijdig met de bepalingen uit dit ontwerp van koninklijk besluit en worden voor de toepassing ervan dan ook buiten beschouwing gelaten.
Sommige bepalingen uit het
koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/09/1958
pub.
21/02/2001
numac
2001000085
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen - Duitse vertaling
sluiten houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen die in het algemeen niet toepasselijk zijn op producten die onder dit besluit vallen, moeten toch nog blijven gelden voor bepaalde pyrotechnische artikelen en dit tot 4 juli 2017.
Op 30 juni 2015 werd door de afdeling Wetgeving van de Raad van State advies uitgebracht over het ontwerp van koninklijk besluit. Hierop werd het ontwerp van koninklijk besluit nog op bepaalde punten aangepast. Enkele zaken uit het advies moeten echter nader worden besproken. 1. Ten eerste handelt het advies van de Raad van State vooral over de rechtsgrond. 1.1. Conform het advies van de Raad van State (punt 3.3) werd het artikel 1, eerste lid van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daarmee geladen tuigen toegevoegd teneinde een rechtsgrond te geven aan de artikelen 56 en 57 van het ontwerp van koninklijk besluit (artikelen 58 en 59 van het ontwerp dat aan de Raad van State werd overgemaakt). Bepaalde artikelen van het voornoemde koninklijk besluit van 1958 worden buiten toepassing gesteld voor de pyrotechnische artikelen bedoeld in voorliggend ontwerp van besluit. Deze wijziging van het besluit van 1958, genomen op basis van de wet van 1956, wordt dus gedaan op basis van de oorspronkelijke wet. Zoals hieronder verduidelijkt zal worden, heeft de niet toepasselijkheid van bepaalde artikelen van het besluit van 1958 tot gevolg dat bepaalde risico's verbonden aan pyrotechnische artikelen niet meer worden geregeld door deze specifieke reglementering. 1.2. De overige artikelen van het ontwerp van besluit vinden rechtsgrond in boek IX van het Wetboek van economisch recht, meer bepaald in de artikelen IX.4 en IX.11. 1.2.1. De Raad van State betwist artikel IX.4 van het Wetboek van economisch recht als rechtsgrond voor het ontwerp op basis van het feit dat er een specifieke regelgeving bestaat inzake de betreffende materie. Het is correct dat de Raad van State opmerkt dat artikel IX.1 van het Wetboek van economisch recht het volgende bepaalt: "Ten aanzien van producten en diensten waarvoor specifieke reglementering inzake veiligheid geldt, is dit boek alleen van toepassing voor de risico's die niet gereglementeerd worden in die specifieke reglementering.". Echter is het ten onrechte dat zij meent dat de risico's geregeld in het ontwerp van besluit zijn gedekt door een andere reglementering en dat artikel IX.4 niet kan dienen als rechtsgrond.
Boek IX van het Wetboek van economisch recht heeft de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten in het Wetboek geïntegreerd. Deze wet van 1994 was van toepassing op alle producten met uitzondering van de voedingsmiddelen, de dierenvoeding, de farmaceutische producten, de chemische stoffen en preparaten, de biociden, de gewasbeschermingsmiddelen en de meststoffen (artikelen 1,1° en 4 van de wet). Boek IX voorziet geen dergelijke bepaling. De Memorie van toelichting m.b.t. boek IX (Doc. Parl., Kamer, : "Wetsontwerp houdende invoeging van het boek IX. "Veiligheid van producten en diensten" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IX in boek I van het Wetboek van economisch recht, sessie 2012/2013, n° 53 2610/001) preciseert dat de specifieke uitzonderingen niet langer één voor één worden vermeld maar "Zoals reeds vermeld zijn niet langer punctuele uitzonderingen opgenomen in de definitie van "product" voor voedingsmiddelen, dierenvoeding, de farmaceutische producten, de chemische stoffen en preparaten, de biociden, de gewasbeschermingsmiddelen en de meststoffen. Daarentegen is een algemene bepaling voorzien die bepaalt dat dit boek slechts van toepassing is, indien specifieke reglementering inzake veiligheid geldt, voor de risico's die niet gereglementeerd worden in die specifieke reglementering." Belangrijk is dus niet te weten of een product is gereglementeerd of kan worden door een specifieke regelgeving, maar wel of een risico gelinkt aan een product daadwerkelijk wordt gereglementeerd door een specifieke regelgeving.
Pyrotechnische artikelen zijn producten in de zin van boek IX (artikel IX.10 van het Wetboek). Boek IX van het Wetboek van economisch recht is dus van toepassing op pyrotechnische artikelen, behalve voor de risico's die worden gereglementeerd door een andere specifieke reglementering. Als risico's niet door een specifieke bepaling zijn gereglementeerd, kan de Koning maatregelen nemen om deze te reglementeren op basis van boek IX. Pyrotechnische artikelen werden geregeld door de voornoemde wet van 28 mei 1956 en haar uitvoeringsbesluiten. Deze wet regelt echter zelf niet de risico's verbonden aan pyrotechnische artikelen. Zij voorziet strafbepalingen en beperkt zich ertoe aan de Koning de macht toe te kennen om deze producten in het belang van de openbare veiligheid te reguleren. Concreet zijn de door voorliggend besluit gereglementeerde risico's dus niet rechtstreeks gereglementeerd door de wet van 1956.
Op basis van de delegatiemogelijkheid, voorzien bij de wet van 1956, heeft de Koning enkele risico's verbonden aan de pyrotechnische artikelen bij koninklijk besluit van 1958 gereglementeerd. Deze risico's waren dus gedekt door een specifieke bepaling. Het artikel 57 van het voorliggende ontwerp van besluit, genomen op basis van voornoemde wet van 28 mei 1956, maakt bepaalde artikelen van dit besluit niet van toepassing op de bedoelde pyrotechnische artikelen.
In toepassing van het artikel 57 zijn de risico's, gedekt door het ontwerp van besluit, niet langer gedekt door het besluit van 1958.
Daar de door het ontwerp van besluit beoogde risico's niet gereglementeerd zijn door een specifieke bepaling, kan de Koning deze risico's reglementeren teneinde de veiligheid van de producten op basis van artikel IX.4 van het Wetboek van economisch recht te verzekeren.
Inbreuken op dit besluit zullen bijgevolg worden opgespoord en vastgesteld conform het Wetboek van economisch recht. 1.2.2. De beoordeling van de conformiteit van een product door een onafhankelijke derde instantie maakt integraal deel uit van het productieproces en het op de markt brengen. Het voorzien van voorwaarden waaraan een dergelijke beoordeling moet voldoen, daaronder begrepen voorwaarden toepasbaar op de uitvoerder van de beoordeling, maken dus deel uit van de door artikel IX.4 aan de Koning toegekende bevoegdheid om de fabricatie en de verkoop van producten te regelen.
Hoewel dit niet noodzakelijk was, hebben we, conform het advies van de Raad van State, artikel IX.11 toegevoegd als rechtsgrond. 1.2.3. Enkel bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 1958 zijn niet van toepassing. De pyrotechnische artikelen, beoogd door dit besluit, blijven onderworpen aan de andere bepalingen van het besluit van 1958 wat de andere aspecten betreft (bijvoorbeeld opslag,...). De producten die niet worden geviseerd door dit besluit blijven vanzelfsprekend ook onderworpen aan het besluit van 1958. Inbreuken op dit besluit zullen worden opgespoord en vastgesteld volgens de wet van 1956. 2. Daarnaast werpt de Raad van State in punt 5.2. van haar advies op dat enkele bepalingen van de richtlijn m.b.t. het gebruik van talen woordelijk worden overgenomen in het ontwerp. Zij stelt dat de te gebruiken talen nog verder dienen te worden bepaald. Uit voetnoot 8 van het advies blijkt dat zij hier meer bepaald de verplichting van de fabrikanten, importeurs en distributeurs om pyrotechnische artikelen te doen vergezellen van instructies en veiligheidsinformatie in een taal die eindgebruikers eenvoudig kunnen begrijpen, viseert.
Allereerst dient hierbij te worden opgemerkt dat het hier in eerste instantie een verplichting betreft voor de fabrikanten om de producten die zij in de handel brengen te voorzien van instructies en informatie. Fabrikanten kunnen pyrotechnische artikelen aanbieden in diverse lidstaten, waarbij het aan elke lidstaat afzonderlijk is om te bepalen welke taalvereisten zij opleggen voor de aanbieding van pyrotechnische artikelen op hun grondgebied. Daarom wordt in het ontwerp van besluit algemeen gesteld dat de instructies en informatieverstrekking dient te gebeuren volgens hetgeen bepaald wordt door de betrokken lidstaat.
Wat daarnaast deze thematiek betreft voor het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen in België kan verwezen worden naar artikel IX.9 van het Wetboek van economisch recht dat stelt "dat producten bestemd voor consumenten de etikettering en de informatie die dwingend voorgeschreven zijn bij dit boek en bij zijn uitvoeringsbesluiten, de gebruiksaanwijzingen en de garantiebewijzen minstens moeten gesteld zijn in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de producten of diensten op de markt worden gebracht". In dit artikel van het Wetboek van economisch recht wordt deze verplichting dus al afdoende omschreven, reden waarom in het ontwerp van besluit hieromtrent geen nadere bepalingen worden opgenomen. 3. Ten derde vraagt de Raad van State zich in punt 5.3 van het advies af of het besluit niet zou moeten worden vervolledigd met een beroepsprocedure tegen de beslissingen van de aangemelde instanties.
Eerst dient opgemerkt dat artikel 34 van de voormelde richtlijn voorziet dat lidstaten erover moeten waken dat een procedure beschikbaar is en niet zelf in deze procedure moeten voorzien (in tegenstelling tot wat de Nederlandstalige tekst van de richtlijn stelt). Vervolgens is deze verplichting vervuld door op te leggen dat de aangemelde instanties dienen geaccrediteerd te zijn. Immers legt accreditatie op dat interne beroepsprocedures voorzien worden tegen beslissingen van geaccrediteerde instanties. Een beroepsprocedure is dus beschikbaar. Voor de juridische duidelijkheid werd deze eis toch opgenomen in artikel 47 van het besluit. 4. Ten slotte wordt artikel 42 van de richtlijn volgens de Raad van State onvoldoende omgezet door het ontwerp van besluit, in tegenstelling tot wat het geval is voor de artikelen 39 en 41 van de richtlijn, waarbij net zoals voor artikel 42 wordt verwezen naar de procedures voorzien in het Wetboek van economisch recht. De richtlijn maakt een onderscheid tussen maatregelen ingeval van niet-conformiteiten waarbij pyrotechnische artikelen een risico vertonen (artikelen 39 en 41) en deze ingeval van formele niet-conformiteiten (artikel 42). Het Wetboek van economisch recht maakt dit onderscheid niet en bevat een volledig arsenaal van maatregelen die kunnen worden genomen ingeval van niet-conformiteiten, hetzij wanneer zich een risico vertoont, hetzij bij een formele niet-conformiteit. Hoewel er geen specifiek artikel m.b.t. formele niet-conformiteiten wordt opgenomen, laten de voorgestelde maatregelen toch toe aan de instanties om te reageren met in achtneming van artikel 42 van de richtlijn. In de praktijk zullen de feiten die in artikel 42 van de richtlijn staan aangemerkt als formele niet-conformiteiten, net als wat het geval is voor de artikelen 39 en 41 van de richtlijn, behandeld worden overeenkomstig de procedures voorzien in het Wetboek van economisch recht en in het bijzonder artikel IX.7 van het Wetboek en met in inachtneming van artikel 42 van de richtlijn. Andere richtlijnen (bijvoorbeeld de richtlijn 2009/48/EG van het Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed) werden op dezelfde manier omgezet zonder dat dit heeft geleid tot opmerkingen van de Europese instanties. Een verdere omzetting van artikel 42 van de richtlijn is dus niet nodig.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Economie en Consumenten, K. PEETERS
Raad van state, afdeling Wetgeving, advies 57.597/1 van 30 juni 2015 over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen' Op 29 mei 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Economie en Consumenten verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen'.
Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 18 en 25 juni 2015.
De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Wouter PAS, staatsraden, Michel TISON, assessor, en Wim GEURTS, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Paul DEPUYDT, eerste auditeur-afdelingshoofd.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 30 juni 2015. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het omzetten in het interne recht van Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 `betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking)' en van Uitvoeringsrichtlijn 2014/58/EU van de Commissie van 16 april 2014 `voor het opzetten van een traceerbaarheidssysteem voor pyrotechnische artikelen overeenkomstig Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad'. 3.1. Waar in het verleden voor de reglementering inzake springstoffen en producten die springstoffen bevatten rechtsgrond werd gezocht in artikel 1, eerste lid, van de wet van 28 mei 1956 `betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daarmee geladen tuigen' en de daarin vervatte ruime delegatie van bevoegdheden aan de Koning1, wordt voor de ontworpen regeling als rechtsgrond beroep gedaan op artikel IX.4 van het Wetboek van economisch recht. Meer in het bijzonder wordt in artikel IX.4, § 1, eerste lid, 1°, van dat wetboek bepaald: "Met het oog op de bescherming van de veiligheid of de gezondheid van de gebruiker kan de Koning, op de voordracht van de minister: 1° voor een categorie van producten de vervaardiging, de invoer, de verwerking, de uitvoer, het aanbod, de tentoonstelling, de verkoop, de behandeling, het vervoer, de verdeling, zelfs kosteloos, de verhuring, het ter beschikking stellen, de levering na herstelling, de ingebruikstelling, het bezit, de etikettering, het verpakken, de omloop of de gebruikswijze verbieden of reglementeren alsmede de voorwaarden inzake veiligheid en gezondheid die in acht genomen moeten worden, bepalen". Het gegeven dat de steller van het ontwerp ervoor opteert om zich op artikel IX.4 van het Wetboek van economisch recht te steunen als rechtsgrond voor de ontworpen regeling roept een aantal vragen op waarop in dit advies nader wordt ingegaan onder de algemene opmerkingen sub 4. Onder dat voorbehoud kan erop gewezen worden dat de verwijzing naar artikel IX.4 van het voornoemde wetboek te beperkt is omdat de hierna vermelde artikelen van het ontwerp rechtsgrond vinden in andere bepalingen dan artikel IX.4 van het Wetboek van economisch recht. 3.2. Voor de bepalingen van het ontwerp die verband houden met de erkenning van de conformiteitsbeoordelingsinstanties (artikelen 24 tot 34), de aanmeldingsprocedure voor deze instanties (artikelen 35 tot 37), de operationele verplichtingen van de aangemelde instanties (artikelen 38 tot 49), en het toezicht en de sancties (artikelen 50 tot 55), moet als rechtsgrond in beginsel beroep worden gedaan op artikel IX.11 van het Wetboek van economisch recht, naar luid waarvan de Koning de erkennings- en werkingscriteria kan bepalen van de tussenkomende organismen, de regels betreffende hun organisatie en hun opdrachten, evenals de modaliteiten (lees: nadere regels) van de controle op de naleving ervan2. Ook hier geldt evenwel het voorbehoud dat, met verwijzing naar de algemene opmerkingen sub 4, onder randnummer 3.1 is gemaakt. 3.3. Wat de artikelen 58 en 59 van het ontwerp betreft, waarin respectievelijk voor de toepassing van het ARS3 een aantal begrippen worden omschreven en sommige bepalingen van het ARS buiten toepassing worden verklaard op de in het ontwerp bedoelde producten, kan rechtsgrond worden gevonden in het reeds vermelde artikel 1, eerste lid, van de wet van 28 mei 1956.
ALGEMENE OPMERKINGEN 4. De artikelen IX.4 en IX.11 van het Wetboek van economisch recht maken deel uit van boek IX, "Veiligheid van producten en diensten", van dat wetboek. Artikel IX.1 van het betrokken wetboek luidt: "Dit boek beoogt voornamelijk de bescherming van de veiligheid van de gebruiker en de omzetting van de Richtlijn 2001/95/EG van 3 december 2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de algemene productveiligheid.
Ten aanzien van producten en diensten waarvoor specifieke reglementering inzake veiligheid geldt, is dit boek alleen van toepassing voor de risico's die niet gereglementeerd worden in die specifieke reglementering." Bij en krachtens de voornoemde wet van 28 mei 1956 is een specifieke reglementering inzake veiligheid op het vlak van pyrotechnische artikelen tot stand gebracht. De ontworpen regeling kan overeenkomstig het bepaalde in artikel IX.1 van het Wetboek van economisch recht enkel rechtsgrond vinden in de artikelen IX.4 en IX.11 van dat wetboek indien de in het ontwerp geregelde risico's niet gereglementeerd worden in de specifieke reglementering die is vastgesteld bij en krachtens de wet van 28 mei 1956.
Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit bevat regels met het oog op de bescherming van de veiligheid of de gezondheid van de gebruikers. De artikelen IX.4 en IX.11 van het Wetboek van economisch recht bieden daarvoor nochtans enkel rechtsgrond in de mate datzelfde risico niet wordt gereglementeerd in de bij of krachtens de wet van 28 mei 1956 vastgestelde regels.
Waar het toepassingsgebied van boek IX van het Wetboek van economisch recht is toegespitst op de bescherming van de veiligheid of de gezondheid van de gebruiker4, is het toepassingsgebied van de wet van 28 mei 1956 minder strikt afgebakend5. Dat maakt het op zijn minst onduidelijk in welke mate de bij of krachtens de betrokken wet vastgestelde reglementering mede strekt tot het beschermen van de veiligheid of de gezondheid van de gebruikers. Het is nochtans voor de toepasselijkheid van de bepalingen van boek IX van het Wetboek van economisch recht noodzakelijk dat op dat vlak de nodige duidelijkheid zou bestaan.
Wat dat betreft is het zeer de vraag of het onderscheid tussen de in het Wetboek van economisch recht vervatte regels en die welke zijn vastgesteld bij of krachtens de wet van 28 mei 1956 met de vereiste rechtszekerheid valt te maken en of er zomaar kan van uitgegaan worden dat, waar het Wetboek van economisch recht strekt tot de bescherming van de veiligheid of de gezondheid van de gebruikers, de bij of krachtens de wet van 28 mei 1956 vastgestelde reglementering uitsluitend kan worden betrokken op professionele gebruikers.6 Uit wat voorafgaat volgt dat meer duidelijkheid zou moeten worden geschapen inzake de verhouding tussen de reglementering die het voorwerp vormt van het ontwerp en de reglementering die inzake pyrotechnische producten is vervat in de wet van 28 mei 1956 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het is zaak van de wetgever om hiervoor te zorgen. Dat is nodig voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer, al was het maar om te vermijden dat de reglementering die bij of krachtens de voornoemde wet is tot stand gebracht voor een deel buiten toepassing zou worden gesteld omdat voortaan een beroep wordt gedaan op de regels die krachtens het Wetboek van economisch recht worden vastgesteld met het oog op de bescherming van de veiligheid of de gezondheid van de gebruikers. Dat is tevens belangrijk voor de rechtszekerheid, temeer daar de regelgeving inzake pyrotechnische producten het niet steeds toelaat om een absoluut onderscheid te maken tussen maatregelen inzake bescherming van de gebruiker en andere maatregelen.7 Het verdient aanbeveling om te voorzien in een eenduidige wettelijke bepaling die als rechtsgrond kan dienen voor de ontworpen regeling in haar geheel. Indien het daarbij de bedoeling zou zijn om aansluiting te zoeken bij de algemene regeling van boek IX van het Wetboek van economisch recht, met inbegrip van de erin vervatte bepalingen inzake toezicht en sanctionering, dient een aanpassing van de wet van 28 mei 1956 te worden overwogen opdat deze wet niet langer als een "specifieke reglementering" in de zin van artikel IX.1, tweede lid, van het voornoemde wetboek zou kunnen worden beschouwd. De wetgever zou in voorkomend geval ook kunnen overwegen om het bepaalde in artikel IX.1 van het Wetboek van economisch recht te herzien, rekening houdend met de gevolgen en de toepassingsproblemen waarmee dat artikel in de praktijk gepaard kan gaan, inzonderheid wat de materie van de pyrotechnische producten betreft. 5.1. Wat de met het ontwerp beoogde omzetting van Richtlijn 2013/29/EU en Uitvoeringsrichtlijn 2014/58/EU betreft, kan worden opgemerkt wat volgt. 5.2. Een aantal bepalingen van de voornoemde richtlijnen met betrekking tot het aanduiden van bevoegde autoriteiten door de lidstaten en het gebruik van de talen worden woordelijk overgenomen in het ontwerp. Daarbij gaat de steller van het ontwerp eraan voorbij dat de betrokken autoriteiten wel degelijk nog moeten worden aangewezen, wat België betreft, en dat de te gebruiken talen nog dienen te worden bepaald. De tekst van het ontwerp zal op die punten moeten worden aangepast of aangevuld.8 5.3. Overeenkomstig artikel 34 van Richtlijn 2013/29/EU voorzien de lidstaten in een beroepsprocedure tegen besluiten van de aangemelde instanties. Vraag is of het ontwerp op dat punt niet moet worden aangevuld met een dergelijke regeling of met een verwijzing naar een procedure waarin al wordt voorzien in een andere, al bestaande regeling. 5.4. Uit de aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, meegedeelde concordantietabel valt af te leiden dat de steller van het ontwerp ervan uitgaat dat, voor de omzetting van de artikelen 39, 41 en 42 van Richtlijn 2013/29/EU, de procedures volstaan die worden geregeld in de artikelen IX.4 tot IX.7 van het Wetboek van economisch recht. Dit standpunt kan worden bijgetreden wat de omzetting van de artikelen 39 en 41 van de voornoemde richtlijn betreft. Wat daarentegen artikel 42 van de richtlijn betreft, valt op te merken dat de in die bepaling opgesomde gevallen van formele niet-conformiteit en de te nemen maatregelen zodanig specifiek zijn dat niet kan volstaan worden met een loutere verwijzing naar de voornoemde bepalingen van het Wetboek van economisch recht opdat daarmee de vereiste omzetting van artikel 42 van de richtlijn in het interne recht zou zijn gewaarborgd.
ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef 6. Rekening houdend met hetgeen sub 3 is opgemerkt met betrekking tot de rechtsgrond voor het ontwerp, late men de aanhef aanvangen met de volgende twee leden: "Gelet op de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daarmee geladen tuigen, artikel 1, eerste lid; Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikelen IX.4 en IX.11;". 7. In het tweede lid van de aanhef van het ontwerp, zoals het om advies is voorgelegd, wordt melding gemaakt van het
koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/09/1958
pub.
21/02/2001
numac
2001000085
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen - Duitse vertaling
sluiten.Het ontwerp beoogt dat koninklijk besluit niet te wijzigen of op te heffen. Aan dat koninklijk besluit wordt wel gerefereerd in de tekst van het ontwerp. Een vermelding van dat koninklijk besluit in de aanhef is evenwel niet noodzakelijk voor een goed begrip van de ontworpen regeling. Het betrokken lid wordt derhalve het best uit de aanhef weggelaten. 8. De aanhef bevat niet minder dan elf consideransen.Deze zijn niet noodzakelijk aangezien het ontworpen koninklijk besluit geen formele motivering behoeft. Indien de steller van het ontwerp het evenwel nuttig oordeelt om de aanleiding en de achtergrond voor de ontworpen regeling, en de verhouding ervan tot de overige wetgeving met betrekking tot pyrotechnische artikelen te duiden, kan worden overwogen om een verslag aan de Koning te redigeren. De consideransen kunnen dan uit de aanhef worden weggelaten, terwijl in het verslag aan de Koning in voorkomend geval ook nader kan worden ingegaan op de problematiek die in dit advies sub 4 wordt besproken.
Artikel 2 9. Ter wille van de transparantie van het ontwerp en de erbij gevoegde omvangrijke bijlagen verdient het aanbeveling om, naar analogie van artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2013/29/EU, artikel 2 van het ontwerp aan te vullen met de volgende zin: "Deze eisen zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit". Artikel 5 10. In artikel 5, tweede lid, 1°, b) en c), van het ontwerp wordt melding gemaakt van een gebruik "buitenshuis" (à l'air libre).De steller van het ontwerp neemt op dat punt de terminologie over die wordt gebruikt in artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2013/29/EU9. Vraag is of het niet veeleer de bedoeling is dat in de Nederlandse tekst van artikel 5, tweede lid, 1°, b) en c), van het ontwerp, melding zou worden gemaakt van een gebruik "in de openlucht".
Artikel 13 11. In artikel 13, § 2, tweede lid, van het ontwerp wordt bepaald dat "de voorwaarden waaraan een persoon moet voldoen om als persoon met gespecialiseerde kennis te worden beschouwd, [door Ons worden] bepaald".Dergelijke delegatiebepaling heeft geen zin in een ontwerp van koninklijk besluit, ermee rekening houdend dat de Koning zichzelf geen bevoegdheid kan delegeren. Indien de betrokken bepaling veeleer te beschouwen valt als een soort intentieverklaring vanwege de uitvoerende macht, hoort deze evenmin thuis in de tekst van het ontwerp.
Artikel 29 12. In artikel 29, 4°, van het ontwerp stemt de term "dossiers", in de Nederlandse tekst, niet overeen met de term "procès-verbaux", in de Franse tekst.Dit gebrek aan overeenkomst zou, de terminologie in Richtlijn 2013/29/EU ten spijt10, moeten worden verholpen.
Artikel 47 13. In de Nederlandse tekst van artikel 47 van het ontwerp vervange men de woorden "verlangt zij van die fabrikant" door de woorden "verzoekt zij die fabrikant". De redactie van artikel 48 van het ontwerp moet dan op gelijkaardige wijze worden aangepast.
Artikel 52 14. Ter wille van de terminologische eenvormigheid vervange men in de Franse tekst van artikel 52, tweede lid, van het ontwerp, het woord "limitation" door het woord "restriction".Het is immers deze laatste term die wordt gebruikt in de artikelen 51 en 55 van het ontwerp. 15. Ter wille van de overeenstemming met de terminologie die in artikel 52, eerste lid, van het ontwerp wordt gebruikt, schrijve men aan het einde van de Nederlandse tekst van artikel 52, tweede lid "op de datum van de mededeling". De voorziter, Marnix VAN DAMME De griffier, Wim GEURTS _______ Nota's (1) Artikel 1, eerste lid, van de wet van 28 mei 1956 luidt: "De Koning regelt in het belang van de openbare veiligheid en kan aan vergunning onderwerpen, het fabriceren, opslaan, te koop aanbieden, verkopen, afstaan, vervoeren, gebruiken, onder zich hebben, en dragen van ontplofbare of voor deflagratie vatbare stoffen en mengsels en van daarmee geladen tuigen".Deze bepaling bood rechtsgrond voor onder meer het
koninklijk besluit van 3 maart 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
03/03/2010
pub.
18/03/2010
numac
2010011101
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen
sluiten `betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen', dat - met uitzondering van artikel 5 ervan - wordt opgeheven (artikel 57 van het ontwerp). (2) Eerder heeft de Raad van State, afdeling Wetgeving, in advies 47.605/1 van 16 december 2009 over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen' opgemerkt dat voor bepalingen met betrekking tot de aanmelding van de instanties die bevoegd zijn voor een conformiteitsbeoordeling en met betrekking tot de voorwaarden waaraan deze instanties moeten voldoen, geen rechtsgrond wordt geboden door artikel 1 van de wet van 28 mei 1956. (3) Voor de toepassing van het ontworpen koninklijk besluit wordt onder "ARS" verstaan het
koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/09/1958
pub.
21/02/2001
numac
2001000085
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen - Duitse vertaling
sluiten `houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen' (artikel 4, 26°, van het ontwerp). (4) Zie onder meer de inleidende zin van artikel IX.4, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht. (5) Zo wordt in artikel 1, eerste lid, van de wet van 28 mei 1956 melding gemaakt van de "openbare veiligheid". (6) De gemachtigde verduidelijkte dat "m.b.t. professionele gebruikers andere bepalingen van toepassing blijven (...). Zo is er het Algemeen Reglement op de Springstoffen (23 september 1958) dat bijvoorbeeld de opslag, de verkoop regelt wat betreft de professionele gebruikers. In voorliggend ontwerp worden wat dat betreft [m.b.t.] de opslag, de aankoop, het vervoer door consumenten bijzondere regels opgenomen.
Voor professionelen is dit niet het geval. Hier blijft het ARS van toepassing. Ik verwijs hierbij ook nog naar het artikel 5 van het KB van 3 maart 2010 m.b.t. de personen met gespecialiseerde kennis dat blijft gelden en niet opgeheven wordt door het ontwerp." (7) De met het ontwerp om te zetten Richtlijn 2013/29/EU is illustratief in dat verband: in bijvoorbeeld artikel 7, lid 3, van de richtlijn worden expliciet de fabrikanten, importeurs of distributeurs beoogd.De bescherming van de veiligheid van de niet-professionele gebruikers lijkt hier veeleer van indirecte aard te zijn. (8) Zie onder meer de artikelen 3, tweede lid, 1°, 6, §§ 7 tot 9, 7, § 2, 8, eerste lid, 10, §§ 2, tweede lid, 4, 7, 8 en 9, 11, §§ 2, tweede lid, 4 en 5, 18, eerste lid, 21, tweede lid, en 43 van het ontwerp.(9) In artikel 8, derde en vierde lid, van het ontwerp, wordt, naar analogie van artikel 10, leden 3 en 4, van Richtlijn 2013/29/EU, in de Nederlandse tekst telkens melding gemaakt van de term "buitenshuis" en in de Franse tekst van "à l'extérieur".(10) De desbetreffende termen komen ook voor in de Nederlandse en de Franse tekst van artikel 25, lid 7, d), van Richtlijn 2013/29/EU. 20 OKTOBER 2015. - Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen, artikel 1, eerste lid;
Gelet op het Wetboek van economisch recht, de artikelen IX.4 en IX.11;
Gelet op het
koninklijk besluit van 3 maart 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
03/03/2010
pub.
18/03/2010
numac
2010011101
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen
sluiten betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen;
Gelet op het
ministerieel besluit van 3 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
03/02/2000
pub.
19/02/2000
numac
2000011063
bron
ministerie van economische zaken
Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere veiligheidsvoorschriften inzake feestvuurwerk bestemd voor particulieren
sluiten tot vaststelling van de bijzondere veiligheidsvoorschriften inzake feestvuurwerk bestemd voor particulieren;
Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, op 12 maart 2015, met toepassing van artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;
Gelet op het overleg binnen een werkgroep vuurwerk waarop zowel vertegenwoordigers van de sector, consumenten, brandweer, steden en gemeenten, gewesten en bevoegde diensten werden uitgenodigd;
Gelet op de schriftelijke raadpleging van de leden van deze werkgroep op 17 februari 2015;
Gelet op advies 57.597/1 van de Raad van State, gegeven op 30 juni 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Economie en Consumenten, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen en definities Artikel 1.Dit besluit strekt tot omzetting van de richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen en de uitvoeringsrichtlijn 2014/58/EU van de Commissie van 16 april 2014 voor het opzetten van een traceerbaarheidssysteem voor pyrotechnische artikelen overeenkomstig richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad. Art. 2.Dit besluit stelt de essentiële veiligheidseisen vast waaraan pyrotechnische artikelen moeten voldoen om op de markt te kunnen worden aangeboden. Deze eisen zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit. Art. 3.Dit besluit is van toepassing op pyrotechnische artikelen zoals gedefinieerd in artikel 4, 1° tot en met 4°.
Dit besluit is niet van toepassing op : 1° pyrotechnische artikelen bestemd voor niet-commercieel gebruik, overeenkomstig de nationale wetgeving, door strijdkrachten, politie of brandweer;2° uitrusting die onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 23 december 1998 inzake uitrusting van zeeschepen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement valt;3° pyrotechnische artikelen bestemd voor gebruik in de lucht- en ruimtevaartindustrie;4° klappertjes die speciaal zijn ontworpen voor speelgoed die onder het toepassingsgebied van het
koninklijk besluit van 19 januari 2011Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/01/2011
pub.
10/02/2011
numac
2011011042
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speelgoed
sluiten betreffende de veiligheid van speelgoed vallen;5° explosieven voor civiel gebruik, met CE-markering;6° munitie;7° vuurwerk dat door een fabrikant voor eigen gebruik is vervaardigd en dat door de lidstaat waarin de fabrikant is gevestigd uitsluitend voor gebruik op zijn grondgebied is goedgekeurd en dat op het grondgebied van die lidstaat blijft. Art. 4.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° "pyrotechnisch artikel" : elk artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;2° "vuurwerk" : pyrotechnische artikelen ter vermaak;3° "pyrotechnische artikelen voor theatergebruik" : pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor binnenshuis of buitenshuis plaatsvindend podiumgebruik, met inbegrip van film- en tv-producties of soortgelijke vormen van gebruik;4° "pyrotechnische artikelen voor voertuigen" : een onderdeel van een veiligheidsvoorziening in een voertuig dat pyrotechnische stoffen bevat waarmee die of een andere voorziening wordt geactiveerd;5° "munitie" : projectielen en drijfladingen, alsmede losse flodders die worden gebruikt in draagbare vuurwapens, artillerie en andere vuurwapens;6° "persoon met gespecialiseerde kennis" : een persoon die van een lidstaat toestemming heeft gekregen om op zijn grondgebied vuurwerk van categorie F4, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T2 en/of andere pyrotechnische artikelen van categorie P2 te hanteren en/of te gebruiken;7° "op de markt aanbieden" : het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een pyrotechnisch artikel met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;8° "in de handel brengen" : het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een pyrotechnisch artikel;9° "fabrikant" : een natuurlijke of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en dat pyrotechnisch artikel onder zijn naam of merknaam verhandelt;10° "importeur" : een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel uit een derde land in de Unie in de handel brengt;11° "distributeur" : een natuurlijke of rechtspersoon in de leveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een pyrotechnisch artikel op de markt aanbiedt;12° "marktdeelnemers" : de fabrikant, de importeur en de distributeur;13° "technische specificatie" : een document dat de technische vereisten voorschrijft waaraan een pyrotechnisch artikel moet voldoen;14° "geharmoniseerde norm" : een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad; 15° "accreditatie" : accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 10, van Verordening (EG) nr.765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93; 16° "conformiteitsbeoordeling" : het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de essentiële veiligheidseisen van dit besluit voor een pyrotechnisch artikel;17° "conformiteitsbeoordelingsinstantie" : een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer ijken, testen, certificeren en inspecteren;18° "terugroepen" : maatregel waarmee wordt beoogd een pyrotechnisch artikel te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;19° "uit de handel nemen" : maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een pyrotechnisch artikel dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;20° "harmonisatiewetgeving van de Unie" : alle wetgeving van de Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;21° "CE-markering" : een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het pyrotechnische artikel in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet. 22° "overheidsdienst" : de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 23° "gemachtigde van de minister" : de directeur-generaal van de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 24° "de met het toezicht belaste ambtenaren" : de daartoe door de gemachtigde van de minister aangewezen ambtenaren van de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 25° "ARS" : het
koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/09/1958
pub.
21/02/2001
numac
2001000085
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen - Duitse vertaling
sluiten houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen. HOOFDSTUK 2. - Categorieën pyrotechnische artikelen Art. 5.Pyrotechnische artikelen worden door de fabrikant in een bepaalde categorie ondergebracht op grond van hun toepassing, doel en gevaar, met inbegrip van hun geluidsniveau. De categorisering wordt door de in artikel 21 bedoelde aangemelde instanties bevestigd als onderdeel van de in artikel 17 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures.
De categorieën zijn de volgende : 1° vuurwerk : a) categorie F1 : vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis;b) categorie F2 : vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in de openlucht, in een afgebakende plaats;c) categorie F3 : vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik in de openlucht in een grote open ruimte, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;d) categorie F4 : vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis (veelal "vuurwerk voor professioneel gebruik" genoemd) en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;2° pyrotechnische artikelen voor theatergebruik : a) categorie T1 : pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik met gering gevaar;b) categorie T2 : pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gebruikt;3° andere pyrotechnische artikelen : a) categorie P1 : andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, die weinig gevaar opleveren;b) categorie P2 : andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruikt. HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen van marktdeelnemers Afdeling 1. - Verplichtingen van de fabrikanten
Art. 6.§ 1. Wanneer fabrikanten hun pyrotechnische artikelen in de handel brengen, waarborgen zij dat deze werden ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiële veiligheidseisen in bijlage 1. § 2. Fabrikanten stellen de in bijlage 2 genoemde technische documentatie op en laten de in artikel 17 bedoelde toepasselijke conformiteitsbeoor-delingsprocedure uitvoeren.
Wanneer met die procedure is aangetoond dat een pyrotechnisch artikel aan de toepasselijke eisen voldoet, stellen fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE- markering aan. § 3. Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht. § 4. Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures opdat de serieproductie in overeenstemming blijft met dit besluit. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het pyrotechnische artikel en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of andere technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van het pyrotechnische artikel is verwezen.
Indien dit gezien de risico's van een pyrotechnisch artikel passend wordt geacht, voeren fabrikanten met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteiten steekproeven uit op de verhandelde pyrotechnische artikelen, onderzoeken zij klachten, niet-conforme pyrotechnische artikelen en teruggeroepen pyrotechnische artikelen en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht. § 5. Fabrikanten zorgen ervoor dat door hen in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen overeenkomstig artikel 8 of artikel 9 zijn geëtiketteerd. § 6. Fabrikanten vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen op het pyrotechnische artikel of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking ervan of in een bij het pyrotechnische artikel gevoegd document. Het adres vermeldt één enkel punt waar contact met de fabrikant opgenomen kan worden. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal. § 7. Fabrikanten zien erop toe dat pyrotechnische artikelen vergezeld gaan van instructies en informatie aangaande de veiligheid, in een taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen, zoals bepaald door de betrokken lidstaat. Die instructies en informatie aangaande de veiligheid, alsmede eventuele etikettering, zijn duidelijk en begrijpelijk. § 8. Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met dit besluit, nemen onmiddellijk de corrigerende maatregelen die nodig zijn om dat pyrotechnische artikel in overeenstemming te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen fabrikanten, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het pyrotechnische artikel op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. § 9. Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het pyrotechnische artikel met dit besluit aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico's van de door hen in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen uit te sluiten. Art. 7.§ 1. Om de traceerbaarheid van pyrotechnische artikelen te vergemakkelijken, etiketteren de fabrikanten die artikelen met een registratienummer dat wordt toegewezen door de aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordeling krachtens artikel 17 verricht.
Het registratienummer bevat de volgende elementen : 1° het viercijferige identificatienummer van de aangemelde instantie die de verklaring van EG-typeonderzoek in overeenstemming met de conformiteitsbeoordelingsprocedure zoals bedoeld in artikel 17, 1° (module B), of de verklaring van overeenstemming in overeenstemming met de conformiteitsbeoordelingsprocedure zoals bedoeld in artikel 17, 2° (module G), of de goedkeuring van het kwaliteitssysteem in overeenstemming met de conformiteitsbeoordelingsprocedure zoals bedoeld in artikel 17, 3° (module H), heeft opgesteld;2° de afkorting van de categorie van het pyrotechnische artikel waarvoor de conformiteit is gecertificeerd, in hoofdletters : a) F1, F2, F3 of F4 voor vuurwerk uit de respectieve categorieën 1, 2, 3 en 4, b) T1 of T2 voor pyrotechnische artikelen voor theatergebruik uit de categorieën T1 en T2, c) P1 of P2 voor andere pyrotechnische artikelen uit de categorieën P1 en P2;3° het verwerkingsnummer dat door de aangemelde instantie voor het pyrotechnische artikel wordt gebruikt. De structuur van het registratienummer is als volgt "XXXX-YY-ZZZZ..."; hierbij verwijst XXXX naar het tweede lid, 1°, YY naar het tweede lid, 2° en ZZZZ... naar het tweede lid, 3°. § 2. Fabrikanten van pyrotechnische artikelen : 1° houden een register bij met alle registratienummers van pyrotechnische artikelen die zij op de markt hebben aangeboden, vergezeld van de handelsnaam, het algemene type en het subtype, indien van toepassing, en de plaats van vervaardiging, voor ten minste tien jaar nadat het artikel in de handel is gebracht;2° dragen het register over aan de bevoegde autoriteiten bij staking van hun activiteiten;3° verstrekken aan de bevoegde autoriteiten en markttoezichtautoriteiten van alle lidstaten, op hun met redenen omkleed verzoek, de onder 1° bedoelde informatie. Art. 8.De fabrikanten zorgen ervoor dat andere pyrotechnische artikelen dan pyrotechnische artikelen voor voertuigen zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar zijn geëtiketteerd in de officiële taal of talen van de lidstaat waar het pyrotechnisch artikel aan de consument wordt aangeboden. Die etikettering is duidelijk en begrijpelijk.
Het etiket van pyrotechnische artikelen vermeldt ten minste de in artikel 6, paragraaf 6, vermelde gegevens over de fabrikant en, als de fabrikant niet in de Unie is gevestigd, de in artikel 6, paragraaf 6 respectievelijk artikel 10, paragraaf 3, vermelde gegevens over de fabrikant en de importeur, alsook de naam en het type van het pyrotechnische artikel, het registratienummer en het product-, partij- of serienummer ervan, de in artikel 13, paragrafen 1 en 2, genoemde minimumleeftijdsgrenzen, de desbetreffende categorie en gebruiksaanwijzingen, het productiejaar bij vuurwerk van categorie F3 en F4 en, in voorkomend geval, een minimale veiligheidsafstand. Het etiket vermeldt tevens de netto explosieve massa.
Op vuurwerk staat ook ten minste de volgende informatie : 1° categorie F1 : in voorkomend geval : "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en een minimale veiligheidsafstand;2° categorie F2 : "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en, in voorkomend geval, de minimale veiligheidsafstand(en);3° categorie F3 : "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en de minimale veiligheidsafstand(en);4° categorie F4 : "uitsluitend door personen met gespecialiseerde kennis te gebruiken" en de minimale veiligheidsafstand(en). Op pyrotechnische artikelen voor theatergebruik staat ook ten minste de volgende informatie : 1° categorie T1 : in voorkomend geval : "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en de minimale veiligheidsafstand(en);2° categorie T2 : "uitsluitend door personen met gespecialiseerde kennis te gebruiken" en de minimale veiligheidsafstand(en). Indien op het pyrotechnische artikel niet voldoende plaats is voor de vereiste informatie als bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, wordt de informatie op de kleinste verpakkingseenheid weergegeven. Art. 9.§ 1. Het etiket van pyrotechnische artikelen voor voertuigen vermeldt de in artikel 6, paragraaf 6, vermelde gegevens over de fabrikant, de naam en het type van het pyrotechnische artikel, het registratienummer en het product-, partij- of serienummer ervan en, indien noodzakelijk, de veiligheidsvoorschriften. § 2. Als het pyrotechnische artikel voor voertuigen niet voldoende plaats biedt voor de etiketteringsvoorschriften van paragraaf 1, wordt de vereiste informatie op de verpakking van het artikel vermeld. § 3. Een veiligheidsinformatieblad voor het pyrotechnische artikel voor voertuigen dat is opgesteld volgens bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen en dat rekening houdt met de specifieke behoeften van de professionele gebruikers wordt aan die gebruikers verstrekt in de door hen gevraagde taal.
Het veiligheidsinformatieblad mag op papier of elektronisch worden geleverd, op voorwaarde dat de professionele gebruiker over de nodige middelen beschikt om er toegang toe te hebben. Afdeling 2. - Verplichtingen van importeurs
Art. 10.§ 1. Importeurs brengen alleen pyrotechnische artikelen in de handel die aan de gestelde eisen voldoen. § 2. Alvorens een pyrotechnisch artikel in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat de fabrikant de in artikel 17 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het pyrotechnische artikel voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten, en dat de fabrikant aan de eisen van artikel 6, paragrafen 5 en 6, heeft voldaan.
Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen in bijlage 1, mag hij het pyrotechnische artikel niet in de handel brengen alvorens het in overeenstemming is gebracht. Wanneer het pyrotechnische artikel een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan bovendien op de hoogte. § 3. Importeurs vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen op het pyrotechnische artikel, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking ervan of in een bij het pyrotechnische artikel gevoegd document. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal. § 4. Importeurs zien erop toe dat het pyrotechnische artikel vergezeld gaat van instructies en informatie aangaande de veiligheid, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. § 5. Importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor een pyrotechnisch artikel verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de essentiële veiligheidseisen in bijlage 1 niet in het gedrang komt. § 6. Indien dit gezien de risico's van een pyrotechnisch artikel passend wordt geacht, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteiten steekproeven uit op de verhandelde pyrotechnische artikelen, onderzoeken zij klachten, niet-conforme pyrotechnische artikelen en teruggeroepen pyrotechnische artikelen en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs steeds op de hoogte van dit toezicht. § 7. Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is met dit besluit, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om dat pyrotechnische artikel in overeenstemming te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het pyrotechnische artikel op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. § 8. Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt. § 9. Importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van een pyrotechnisch artikel aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autor …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.