📄 Wettekst
11 DECEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 : - artikel 245, derde lid, ingevoegd bij de programmawet (I) van 24 december 2002; - artikel 271, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en bij de
wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/2008
pub.
29/12/2008
numac
2008021119
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
type
wet
prom.
22/12/2008
pub.
18/02/2009
numac
2009003025
bron
federale overheidsdienst budget en beheerscontrole
Wet houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2008
sluiten; - artikel 275, §§ 1 en 2; - artikel 469, gewijzigd bij de
wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten en bij de programmawet (I) van 24 december 2002;
Gelet op het KB/WIB 92 : - artikel 80, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 4 december 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten3; - artikel 87, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 augustus 1993, 22 oktober 1993, 10 januari 1997, 20 mei 1997, 5 december 1997, 24 juni 1999, 15 december 2003, 23 januari 2004 en 14 april 2009; - artikel 88; - artikel 93, vervangen bij het
koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten6 en gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7; - bijlage III, vervangen bij het
koninklijk besluit van 5 december 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten9 en gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 6 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021175
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende het generatiepact
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
19/09/2013
numac
2013000592
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende : - dat dit besluit van toepassing moet zijn op de vanaf 1 januari 2013 betaalde of toegekende inkomsten; - dat het ten spoedigste ter kennis moet worden gebracht van de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing; - dat dit besluit dus dringend moet worden getroffen;
Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Bijlage III van het KB/WIB 92, vervangen bij het
koninklijk besluit van 5 december 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten9 en gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 6 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021175
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende het generatiepact
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
19/09/2013
numac
2013000592
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, wordt vervangen door de bijlage van dit besluit. Art. 2.Artikel 1 is van toepassing op de vanaf 1 januari 2013 betaalde of toegekende inkomsten. Art. 3.De minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 11 december 2012.
ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, S. VANACKERE _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Wet van 6 juli 1994, Belgisch Staatsblad van 16 juli 1994.
Wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten, Belgisch Staatsblad van 27 maart 1999.
Programmawet (I) van 24 december 2002, Belgisch Staatsblad van 31 december 2002 (1ste uitgave).
Wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/2008
pub.
29/12/2008
numac
2008021119
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
type
wet
prom.
22/12/2008
pub.
18/02/2009
numac
2009003025
bron
federale overheidsdienst budget en beheerscontrole
Wet houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2008
sluiten, Belgisch Staatsblad van 29 december 2008 (4de uitgave).
Koninklijk besluit van 20 december 1996, Belgisch Staatsblad van 31 december 1996 (4de uitgave).
Koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021175
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende het generatiepact
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
19/09/2013
numac
2013000592
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten1 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993.
Koninklijk besluit van 22 oktober 1993, Belgisch Staatsblad van 29 oktober 1993.
Koninklijk besluit van 10 januari 1997, Belgisch Staatsblad van 11 februari 1997.
Koninklijk besluit van 20 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/05/1997
pub.
05/06/1997
numac
1997003261
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 1997
type
koninklijk besluit
prom.
20/05/1997
pub.
20/06/1997
numac
1997016149
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau
type
koninklijk besluit
prom.
20/05/1997
pub.
05/08/1997
numac
1997012233
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de schoomaak- en ontsmettingsondernemingen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1993, betreffende het bedrag en toekennings- en uitkeringsmodaliteiten van de aanvullende voordelen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen"
type
koninklijk besluit
prom.
20/05/1997
pub.
05/08/1997
numac
1997012259
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36bis, gesloten op 27 november 1981 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de oprichting van een Fonds voor bestaanszekerheid van de uitzendkrachten en vaststelling van zijn statuten
type
koninklijk besluit
prom.
20/05/1997
pub.
17/10/1997
numac
1997012280
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1995, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende een buitengewone bijdrage aan het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector der elektriciens"
type
koninklijk besluit
prom.
20/05/1997
pub.
08/07/1997
numac
1997011232
bron
ministerie van economische zaken
Koninklijk besluit betreffende de toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan sommige personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie
type
koninklijk besluit
prom.
20/05/1997
pub.
06/08/1997
numac
1997012277
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1995, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het brugpensioen in uitvoering van het centraal akkoord 1995-1996
sluiten, Belgisch Staatsblad van 10 juni 1997.
Koninklijk besluit van 5 december 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
05/12/1997
pub.
30/12/1997
numac
1997010070
bron
ministerie van justitie
Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure van voordracht van de kandidaten bepaald in artikel 27, vijfde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997
sluiten, Belgisch Staatsblad van 31 december 1997.
Koninklijk besluit van 24 juni 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten1, Belgisch Staatsblad van 14 augustus 1999.
Koninklijk besluit van 4 december 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten3, Belgisch Staatsblad van 17 december 2003 (1ste uitgave).
Koninklijk besluit van 15 december 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten4, Belgisch Staatsblad van 23 december 2003 (2de uitgave).
Koninklijk besluit van 23 januari 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten5, Belgisch Staatsblad van 4 februari 2004 (2de uitgave).
Koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten6, Belgisch Staatsblad van 14 juni 2007 (2de uitgave).
Koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7, Belgisch Staatsblad van 17 december 2007.
Koninklijk besluit van 14 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten8, Belgisch Staatsblad van 20 april 2009 (4de uitgave).
Koninklijk besluit van 5 december 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten9, Belgisch Staatsblad van 9 december 2011.
Koninklijk besluit van 6 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021175
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende het generatiepact
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
19/09/2013
numac
2013000592
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, Belgisch Staatsblad van 14 juni 2012.
Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.
Bijlage bij het koninklijk besluit van 11 december 2012 BIJLAGE III VAN HET KONINKLIJK BESLUIT TOT UITVOERING VAN HET WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992 Schalen en regels die van toepassing zijn om de bedrijfsvoorheffing vast te stellen bij de bron verschuldigd op inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2013 (Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 88) TOEPASSINGSREGELS 1. HOOFDSTUK I.- Algemeen Afdeling 1. - Grondslag
1.1 Aftrekken A. De bedrijfsvoorheffing op beroepsinkomsten (hoofdstukken II tot V, afdelingen 1 tot 3) wordt vastgesteld op grondslag van de werkelijk betaalde of toegekende bruto inkomsten, verminderd met de verplichte inhoudingen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut.
B. De bruto bezoldigingen van werknemers en ermede gelijkgestelde inkomsten (hoofdstukken II en V, afdeling 1) worden bovendien verminderd met de buitengewone beroepskosten als vermeld in artikel 89 van dit besluit.
C. De bedrijfsvoorheffing op maandelijkse bezoldigingen van bedrijfsleiders (nrs. 3.3 tot 3.6, 5.15 tot 5.19) die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen wordt vastgesteld op grondslag van de werkelijk betaalde of toegekende bruto inkomsten, verminderd zoals aangegeven in de onderstaande tabel :
Bruto bedrag van de maandelijkse bezoldigingen
Vermindering
Tot 1.085,00 EUR
320,00 EUR
Van 1.085,01 EUR tot 4.675,00 EUR
320,00 EUR + 23 pct. op de schijf boven 1.085,00 EUR
Van 4.675,01 EUR tot 6.880,00 EUR
1.145,70 EUR + 14,50 pct. op de schijf boven 4.675,00 EUR
Boven 6.880,00 EUR
1.465,43 EUR
1.2 Gehuwden en echtgenoten - wettelijk samenwonenden De wettelijk samenwonenden worden gelijkgesteld met gehuwden, en een wettelijk samenwonende wordt gelijkgesteld met een echtgenoot. 1.3 Voordelen van alle aard A. De waarde van de voordelen van alle aard wordt aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen naar het volgende onderscheid : 1° de voordelen worden door de werkgever of door diens tussenkomst aan de verkrijger toegekend of geacht toegekend te zijn : de waarde van de voordelen wordt : - toegevoegd aan het bedrag van de bezoldigingen wanneer zij gelijktijdig met de betaling of toekenning van bezoldigingen worden toegekend of geacht worden toegekend te zijn; - behandeld als in nr. 2.9, A, vermelde exceptionele vergoedingen in het andere geval; 2° de voordelen worden, zonder tussenkomst van de werkgever, door een derde persoon aan de verkrijger toegekend of geacht toegekend te zijn : de waarde van de voordelen wordt aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen volgens de regels en het tarief van nr.2.17.
B. Voordelen wegens leningen tegen gunstvoorwaarden worden voor het jaar waarin de lening begint te lopen, voor het vaststellen van de bedrijfsvoorheffing en zolang de Koning de voor dat jaar in aanmerking te nemen referentierentevoeten niet heeft bepaald, berekend op basis van het verschil tussen de referentierentevoet die geldt voor het laatste vorige jaar en de werkelijk aangerekende rentevoet.
C. Woon-werkverkeer Op voorwaarde dat de werknemer aan zijn werkgever schriftelijk bevestigt dat hij bij de aangifte van zijn inkomsten voor het betrokken jaar geen aanspraak zal maken op zijn werkelijke beroepskosten, mag de werkgever bij de berekening van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing rekening houden met de volgende vrijstellingen voorzien in artikel 38, § 1, WIB 92 om de verschuldigde bedrijfsvoorheffing te bepalen. a) De werknemer gebruikt het openbaar gemeenschappelijk vervoer Voor zover de werkgever kan vaststellen dat de vergoedingen betrekking hebben op de betaling of terugbetaling van kosten voor woon-werkverplaatsingen met één of meerdere openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen, mag het bedrag van de vergoeding worden vrijgesteld.b) De werknemer gebruikt het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer Voor zover de werkgever kan vaststellen dat de vergoeding betrekking heeft op woon-werkverplaatsingen met het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, mag het bedrag van de vergoeding worden vrijgesteld in de mate dat die vergoeding de prijs van een treinabonnement eerste klasse voor die afstand niet overschrijdt.c) In de andere gevallen (behalve de fietsvergoeding bedoeld in artikel 38, § 1, 1ste lid, 14°, WIB 92) mag een bedrag van maximum 31,70 EUR per maand worden vrijgesteld. Indien niet aan de vermelde voorwaarden is voldaan, moet het totale bedrag van de vergoeding aan de bedrijfsvoorheffing worden onderworpen. 1.4 Fooien Voor werknemers wier bezoldiging geheel of gedeeltelijk uit fooien bestaat, moet, voor de toepassing van nr. 1.1, onder bruto inkomsten worden verstaan : a) wanneer de fooien worden berekend op de ontvangsten, ongeacht of die fooien al dan niet begrepen zijn in de door de klanten betaalde prijs : het bedrag van de vaste bezoldiging verhoogd met het aandeel van de werknemer in de fooien (waarbij het totaal van die fooien ten minste gelijk moet zijn aan het product verkregen door vermenigvuldiging van de ontvangsten die aanleiding gaven tot de inning van fooien met het percent dat in de onderneming gewoonlijk wordt toegepast) of, indien dit hoger is, het bedrag van de forfaitaire bezoldigingen die tot grondslag hebben gediend voor de berekening van de bijdragen welke door die werknemers en hun werkgever ter uitvoering van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid verschuldigd zijn;b) in de andere gevallen : het bedrag van de forfaitaire bezoldigingen die tot grondslag hebben gediend voor de berekening van de bijdragen welke die werknemers en hun werkgever ter uitvoering van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid verschuldigd zijn. 1.5 Cumulatie van bepaalde pensioenen of renten (nrs. 4.1 tot 4.5 en 4.8) A. In geval van cumulatie van pensioenen of renten verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut ten laste van eenzelfde schuldenaar van bedrijfsvoorheffing, wordt de bedrijfsvoorheffing per verkrijger overeenkomstig de regels van de nrs. 4.1 tot 4.5 vastgesteld op het totaalbedrag van de gecumuleerde pensioenen of renten.
B. In geval van cumulatie van pensioenen of renten als vermeld in punt A, betaald : - ofwel door de Rijksdienst voor Pensioenen (hierna de Rijksdienst) en de Pensioendienst voor de overheidssector (hierna de Dienst); - ofwel door de Rijksdienst en/of de Dienst en door een andere instelling vermeld in artikel 68, § 1, l, van de
wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/03/1994
pub.
27/01/2015
numac
2015000029
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
30/03/1994
pub.
07/02/2012
numac
2012000056
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten houdende sociale bepalingen, wordt het percentage van de per verkrijger op elk pensioen of rente in te houden bedrijfsvoorheffing vastgesteld en medegedeeld door de Rijksdienst of door de Dienst, naar analogie van de artikelen 68 tot 68quinquies van voormelde wet.
In geval van cumulatie van een of meerdere pensioenen of renten verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut, waarvan tenminste een wordt betaald door de Rijksdienst of door de Dienst, met één of meerdere pensioenen of renten die niet worden verleend ter uitvoering van dergelijk statuut, is het eerste lid eveneens van toepassing voor de vaststelling van het percentage van de per verkrijger op elk pensioen of rente verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut in te houden bedrijfsvoorheffing.
Het percentage wordt berekend op grond van het bedrag van de bedrijfsvoorheffing verkregen door toepassing van de nrs. 4.1 tot 4.5 op het verschil tussen : - eensdeels, het totale bruto bedrag van de wettelijke pensioenen en aanvullende voordelen als vermeld in artikel 68, § 1, a en c, van voormelde
wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/03/1994
pub.
27/01/2015
numac
2015000029
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
30/03/1994
pub.
07/02/2012
numac
2012000056
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, met uitzondering van de in de vorm van kapitaal uitbetaalde voordelen, zoals dat bedrag voor de toepassing van de artikelen 68 tot 68quinquies van dezelfde wet werd medegedeeld; - anderdeels, de verplichte sociale inhoudingen vermeld in nr. 1.1, A, of een forfait van 5 pct.
Dit percentage wordt afgerond tot het hogere of lagere tiende van een punt naargelang het cijfer van de honderdsten van een punt al dan niet 5 bereikt.
Bij wijziging van het percentage moet de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing de nieuwe toestand in aanmerking nemen zodra hij daarover is ingelicht. 1.6 Pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die aan beide echtgenoten samen worden betaald of toegekend (gezinspensioenen).
Voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing worden pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die aan beide echtgenoten samen worden betaald of toegekend, aangemerkt als inkomsten van de echtgenoot in wiens beroepswerkzaamheid zij voor het geheel of voor het grootste gedeelte hun oorsprong vinden. Afdeling 2. - Verminderingen wegens gezinslasten
1.7 Gezinstoestand Voor de toepassing van de bedrijfsvoorheffing wordt verstaan : 1° onder echtgenoten : de gehuwden die zich niet in een van de in sub 2°, b vermelde gevallen bevinden;2° onder alleenstaanden : a) de ongehuwde personen;b) de gehuwde personen : - voor het jaar van het huwelijk of van de verklaring van wettelijke samenwoning; - voor het jaar waarin de wettelijk samenwonenden met elkaar in het huwelijk treden, worden zij als gehuwden aangemerkt, tenzij de verklaring van wettelijke samenwoning tijdens hetzelfde jaar is afgelegd; - vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden, voor zover die scheiding in het belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt; - voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk of van de scheiding van tafel en bed of van de beëindiging van de wettelijke samenwoning; - die rijksinwoners zijn, indien de echtgenoot beroepsinkomsten heeft van meer dan 10.090 EUR per jaar die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op de andere inkomsten van het gezin; - die niet-inwoners zijn, indien slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 10.090 EUR per jaar.
Om de vermindering van de bedrijfsvoorheffing wegens gezinslasten vast te stellen, moet de gezinstoestand van de verkrijger van de inkomsten in aanmerking worden genomen zoals die zich voordoet op 1 januari van het jaar waarin de inkomsten worden betaald of toegekend.
De schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing : - mag echter, bij wijziging van de gezinstoestand in de loop van het jaar, de nieuwe toestand in aanmerking nemen zodra hij daarover is ingelicht; - moet evenwel rekening houden met de gezinstoestand die hem door de Algemene Administratie van de fiscaliteit zou zijn medegedeeld en zulks vanaf de eerste betaling of toekenning van inkomsten tijdens de tweede maand die op de mededeling volgt. 1.8 Gezinslasten A. Wanneer beide echtgenoten beroepsinkomsten verkrijgen, worden de verminderingen wegens gezinslasten, behalve die voor de gehandicapte echtgenoot aan de door hen gekozen echtgenoot toegekend.
Die keuze moet worden uitgedrukt door middel van een attest waarvan het model is vastgesteld door de bevoegde administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
De vermindering voor de gehandicapte echtgenoot, wordt aan de betrokkene zelf toegekend.
B. Wanneer een kind ten laste of een in artikel 136, 2° tot 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde persoon ten laste overlijdt, wordt de vermindering voor dat kind of die persoon verder toegestaan tot het einde van het jaar van overlijden.
C. Met betrekking tot de vermindering bepaald in nr. 2.2, A, b, 6 en 7, en met betrekking tot de afwijking bepaald in nrs. 2.2,B, 2.4,B, 3.3,B, 3.5,B, 4.1,B en 4.3,B, dienen de grenzen inzake beroepsinkomsten van respectievelijk 212 EUR, 423 EUR en 127 EUR NETTO per maand als volgt te worden vastgesteld : - de bruto beroepsinkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut; - vervolgens het verschil verminderen met 20 pct. 1.9 Gehandicapten A. Gehandicapt kind Onder "gehandicapt kind" wordt verstaan : - het kind dat tot ten minste 66 pct. is getroffen door ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen; - het kind van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar : a) ofwel zijn lichamelijke of geestelijke toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan, of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten tot gevolg heeft, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, tot ten minste 66 pct.blijvend lichamelijk of geestelijk gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard.
B. Gehandicapte andere persoon Onder "gehandicapte andere persoon" wordt verstaan : - diegene van wie vóór 1 januari 1989 is vastgesteld dat hij tot ten minste 66 pct. is getroffen door ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen; - diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar : a) ofwel zijn lichamelijke of geestelijke toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten tot gevolg heeft, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, tot ten minste 66 pct.blijvend lichamelijk of geestelijk gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard. Afdeling 3. - Afronding
1.10 Het bedrag van de bedrijfsvoorheffing wordt steeds op de lagere cent afgerond. 2. HOOFDSTUK II.- Bezoldigingen van werknemers en ermede gelijkgestelde inkomsten 2.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op : A. Rijksinwoners B. Niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden C. Niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden maar die bezoldigingen verkrijgen : - voor in België geleverde arbeidsprestaties; - ingevolge één of meerdere arbeidsovereenkomsten die het volledige kalenderjaar bestrijken; - en voor zover die arbeidsprestaties ten minste 75 pct. van de wettelijk voorziene arbeidsduur per overeenkomst bedragen. Afdeling 1. - Maandelijkse bruto bezoldigingen tot 7.500 EUR
2.2 De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande OF de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens beroepsinkomsten (schaal I) A. Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen niet hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens schaal I. Van de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens die schaal mogen vervolgens nog de volgende verminderingen worden afgetrokken : a) Vermindering voor kinderen ten laste
Aantal kinderen ten laste (1)
Vermindering
1
34,00 EUR
2
91,00 EUR
3
243,00 EUR
4
445,00 EUR
5
657,00 EUR
6
870,00 EUR
7
1.082,00 EUR
8
1.310,00 EUR
meer dan 8
1.310,00 EUR verhoogd met 236,00 EUR per kind ten laste boven het achtste.
(1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend.
b) Verminderingen voor andere gezinslasten
Grond van de vermindering
Vermindering (1)
1.De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande (behalve wanneer zijn inkomsten uit PENSIOENEN of WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN MET BEDRIJFSTOESLAG bestaan :
24,00 EUR
2. De verkrijger van de inkomsten is een niet hertrouwde weduwnaar (weduwe) of een ongehuwde vader(moeder), met één of meer kinderen ten laste :
34,00 EUR
3.De verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt :
34,00 EUR
4. De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° en 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen ten laste die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, per persoon (2) :
68,00 EUR
5.De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 4 hiervoor, ten laste, per persoon (2) :
34,00 EUR
6. De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten, die niet meer bedragen dan 212,00 EUR NETTO per maand (3) :
106,00 EUR
7.De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 423,00 EUR NETTO per maand (3) :
211,50 EUR
(1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd
(2) de gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend
(3) de netto beroepsinkomsten worden vastgesteld volgens de regels van nr.1.8, C
c) Vermindering voor groepsverzekering en voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood Na toekenning van de onder sub a en b vermelde verminderingen wordt de bedrijfsvoorheffing nog verminderd met 30 pct.van : - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract; - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een extrawettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood; - de inhoudingen die betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging overeenkomstig artikel 1453, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. d) Vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag. Er wordt een vermindering verleend aan de werknemers die gedurende het belastbare tijdperk overwerk hebben gepresteerd dat, overeenkomstig artikel 29 van de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten of artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, recht geeft op een overwerktoeslag en die : 1° hetzij onderworpen zijn aan de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten en tewerkgesteld door een werkgever onderworpen aan de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;2° hetzij als contractuele of statutaire werknemers tewerkgesteld zijn door één van de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht bpost, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel. Deze vermindering is slechts van toepassing op de berekeningsgrondslag voor de overwerktoeslag betreffende de eerste 130 uren per jaar die de werknemer als overwerk heeft gepresteerd.
De vermindering wordt toegepast na de onder sub a, b en c vermelde verminderingen en bedraagt : - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is : 57,75 pct.; - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is : 66,81 pct., van het "sociale bruto bedrag" van de bezoldigingen (dit is vóór aftrek van de verplichte inhoudingen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut), dat als berekeningsgrondslag heeft gediend voor de berekening van de overwerktoeslag. e) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers met een laag of gemiddeld inkomen die recht hebben op de verhoogde belastingvrije som Deze vermindering is van toepassing wanneer de belastbare bezoldiging in hoofde van de betrokken werknemer maximum 2.232,20 EUR bedraagt.
De vermindering wordt toegepast na de onder a tot d vermelde verminderingen en bedraagt 6,24 EUR. f) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van natuurlijke personen met een laag inkomen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten in de overheidssector Er wordt een vermindering verleend aan personen die als statutair, stagiair of tijdelijke in dienst zijn bij de overheid, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, inrichtingen die aan de provincies ondergeschikt zijn, de gemeenten en inrichtingen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, en die niet in het kader van een arbeidsovereenkomst zijn aangeworven, en een belastbare bezoldiging verkrijgen van minstens 513,16 EUR en maximum 1857,59 EUR. De vermindering wordt toegepast na de onder a tot e vermelde verminderingen en bedraagt 5,83 EUR. g) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers met een laag inkomen die recht hebben op de werkbonus Er wordt een vermindering verleend aan de werknemers die recht hebben op een werkbonus overeenkomstig artikel 2 van de
wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/12/1999
pub.
08/06/2012
numac
2012000354
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
20/12/1999
pub.
18/04/2013
numac
2013000211
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
20/12/1999
pub.
14/04/2015
numac
2015000180
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bedragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. De vermindering wordt toegepast na de onder sub a tot f vermelde verminderingen en bedraagt 8,95 pct. van het bedrag van de daadwerkelijk verleende werkbonus.
B. In afwijking van punt A wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens de regels van nr. 2.3 wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten waarvan het bedrag niet hoger is dan 127 EUR NETTO per maand.
De netto beroepsinkomsten worden vastgesteld volgens de regels van nr. 1.8, C. 2.3 De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen beroepsinkomsten (schaal II) Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen niet hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens schaal II. Van de bedrijfsvoorheffing volgens die schaal mogen vervolgens de volgende verminderingen worden afgetrokken : a) Vermindering voor kinderen ten laste
Aantal kinderen ten laste (1)
Vermindering
1
34,00 EUR
2
91,00 EUR
3
243,00 EUR
4
445,00 EUR
5
657,00 EUR
6
870,00 EUR
7
1.082,00 EUR
8
1.310,00 EUR
meer dan 8
1.310,00 EUR verhoogd met 236,00 EUR per kind ten laste boven het achtste.
(1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend
b) Verminderingen voor andere gezinslasten
Grond van de vermindering
Vermindering (1)
1.De verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt :
34,00 EUR
2. De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten is gehandicapt :
34,00 EUR
3.De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° en 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, ten laste, per persoon (2) :
68,00 EUR
4. De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 3 hiervoor, ten laste, per persoon (2) :
34,00 EUR
(1) Alle verminderingen mogen worden samengevoegd
(2) De gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend
c) Vermindering voor groepsverzekering en voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood Na toekenning van de onder sub a en b vermelde verminderingen wordt de bedrijfsvoorheffing nog verminderd met 30 pct.van : - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract; - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een extrawettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood; - de inhoudingen die betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging overeenkomstig artikel 1453, 3de lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. d) Vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag. Er wordt een vermindering verleend aan de werknemers die gedurende het belastbare tijdperk overwerk hebben gepresteerd dat, overeenkomstig artikel 29 van de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten of artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, recht geeft op een overwerktoeslag en die : 1° hetzij onderworpen zijn aan de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten en tewerkgesteld door een werkgever onderworpen aan de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;2° hetzij als contractuele of statutaire werknemers tewerkgesteld zijn door één van de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht bpost, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel. Deze vermindering is slechts van toepassing op de berekeningsgrondslag voor de overwerktoeslag betreffende de eerste 130 uren per jaar die de werknemer als overwerk heeft gepresteerd.
De vermindering wordt toegepast na de onder sub a, b en c vermelde verminderingen en bedraagt : - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is : 57,75 pct.; - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is : 66,81 pct., van het "sociale bruto bedrag " van de bezoldigingen (dit is vóór aftrek van de verplichte inhoudingen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut), dat als berekeningsgrondslag heeft gediend voor de berekening van de overwerktoeslag. e) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers met een laag of gemiddeld inkomen die recht hebben op de verhoogde belastingvrije som Deze vermindering is van toepassing wanneer de belastbare bezoldiging in hoofde van de betrokken werknemer maximum 2.232,20 EUR bedraagt.
De vermindering wordt toegepast na de onder a tot d vermelde verminderingen en bedraagt 6,24 EUR. f) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van natuurlijke personen met een laag inkomen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten in de overheidssector Er wordt een vermindering verleend aan personen die als statutair, stagiair of tijdelijke in dienst zijn bij de overheid, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, inrichtingen die aan de provincies ondergeschikt zijn, de gemeenten en inrichtingen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, en die niet in het kader van een arbeidsovereenkomst zijn aangeworven, en een belastbare bezoldiging verkrijgen van minstens 513,16 EUR en maximum 1.857,59 EUR. De vermindering wordt toegepast na de onder a tot e vermelde verminderingen en bedraagt 5,83 EUR. g) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers met een laag inkomen die recht hebben op de werkbonus Er wordt een vermindering verleend aan de werknemers die recht hebben op een werkbonus overeenkomstig artikel 2 van de
wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/12/1999
pub.
08/06/2012
numac
2012000354
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
20/12/1999
pub.
18/04/2013
numac
2013000211
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
20/12/1999
pub.
14/04/2015
numac
2015000180
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bedragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering. De vermindering wordt toegepast na de onder sub a tot f vermelde verminderingen en bedraagt 8,95 pct. van het bedrag van de daadwerkelijk verleende werkbonus. Afdeling 2. - Maandelijkse bruto bezoldigingen boven 7.500 EUR
2.4 De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande OF de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens beroepsinkomsten A. Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing als volgt vastgesteld : a) de maandelijkse bruto bezoldigingen afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR; b) de bedrijfsvoorheffing op dat afgeronde bedrag is gelijk aan 3.321,77 EUR verhoogd met 53,50 pct. van het gedeelte van de maandelijkse bruto bezoldiging boven 7.500 EUR; c) van de bedrijfsvoorheffing berekend overeenkomstig b mogen vervolgens de verminderingen worden afgetrokken die zijn vermeld in nr.2.2, A, a tot d.
B. In afwijking van punt A wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens de regels van nr. 2.5 wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten waarvan het bedrag niet hoger is dan 127 EUR NETTO per maand.
De netto beroepsinkomsten worden vastgesteld volgens de regels van nr. 1.8, C. 2.5 De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen beroepsinkomsten Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing als volgt vastgesteld : a) de maandelijkse bruto bezoldiging afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR; b) de bedrijfsvoorheffing op dat afgeronde bedrag is gelijk aan 2.970,90 EUR verhoogd met 53,50 pct. van het gedeelte van de maandelijkse bruto bezoldiging boven 7.500 EUR; c) van de bedrijfsvoorheffing berekend overeenkomstig punt b mogen vervolgens de verminderingen worden afgetrokken die zijn vermeld in nr.2.3, a tot d. Afdeling 3. - Bijzondere regels
2.6 Betalingen per veertien dagen Voor de per veertien dagen betaalde bezoldigingen bedraagt de bedrijfsvoorheffing de helft van de voorheffing die volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.5 per maand verschuldigd is op tweemaal de bezoldiging per veertien dagen. 2.7 Betalingen per week Voor de per week betaalde bezoldigingen bedraagt de bedrijfsvoorheffing het vierde van de voorheffing die volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.5 per maand verschuldigd is op viermaal de bezoldiging per week. 2.8 Betalingen per werkdag Voor de per werkdag betaalde bezoldigingen bedraagt de bedrijfsvoorheffing het twintigste van de voorheffing die volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.5 per maand verschuldigd is op twintigmaal de bezoldiging per werkdag. 2.9 Exceptionele vergoedingen A. Voor andere exceptionele vergoedingen en toelagen dan opzeggingsvergoedingen die een werkgever, buiten de normale bezoldigingen aan leden van zijn personeel betaalt (toevallige commissielonen op een geheel van verrichtingen, bijzondere en exceptionele vergoedingen, vakantiegeld, enz.), wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens het in punt a vermelde tarief, gelet op het jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen van de verkrijger van de inkomsten.
Wanneer echter het jaarbedrag van de normale bruto bezoldiging niet meer bedraagt dan het grensbedrag dat volgens het aantal kinderen ten laste vermeld is in tabel b, wordt de exceptionele vergoeding vrijgesteld ten belope van het verschil tussen het voornoemde grensbedrag en het jaarbedrag van de normale bruto bezoldiging.
Wanneer de verkrijger van een exceptionele vergoeding niet meer dan vijf kinderen ten laste heeft en het jaarbedrag van zijn normale bruto bezoldiging niet hoger is dan het bedrag dat -volgens het aantal kinderen ten laste- in kolom 3 van tabel c vermeld is, wordt een vermindering toegekend op de bedrijfsvoorheffing die volgens de twee vorige leden op de exceptionele vergoeding is verschuldigd; die vermindering wordt volgens het aantal kinderen ten laste berekend met het percent vermeld in kolom 2 van tabel c. a) Tarief
jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen
percent als bedrijfsvoorheffing verschuldigd op
vakantiegeld
andere vergoedingen en toelagen
1
2
3
tot 7.245,00 EUR
0
0
van 7.245,01 EUR tot 8.945,00 EUR
19,17
23,22
van 8.945,01 EUR tot 11.065,00 EUR
21,20
25,23
van 11.065,01 EUR tot 13.075,00 EUR
26,25
30,28
van 13.075,01 EUR tot 15.190,00 EUR
31,30
35,33
van 15.190,01 EUR tot 17.305,00 EUR
34,33
38,36
van 17.305,01 EUR tot 21.480,00 EUR
36,34
40,38
van 21.480,01 EUR tot 23.590,00 EUR
39,37
43,41
van 23.590,01 EUR tot 32.055,00 EUR
42,39
46,44
van 32.055,01 EUR tot 42.645,00 EUR
47,44
51,48
boven 42.645,00 EUR
53,50
b) Vrijstelling wegens kinderlast
Aantal kinderen ten laste (1)
Grensbedrag
1
2
1
9.441,00 EUR
2
11.987,00 EUR
3
16.987,00 EUR
4
22.476,00 EUR
5
27.929,00 EUR
6
33.383,00 EUR
7
38.837,00 EUR
8
44.290,00 EUR
9
49.744,00 EUR
10
55.197,00 EUR
11
60.651,00 EUR
12
66.030,00 EUR
(1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend
c) Vermindering wegens kinderlast
Aantal kinderen ten laste (1)
Percent van de vermindering
Jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen waarboven geen vermindering wordt verleend
1
2
3
1
7,5
21.165,00 EUR
2
20
21.165,00 EUR
3
35
23.285,00 EUR
4
55
27.520,00 EUR
5
75
29.635,00 EUR
(1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend
B.In afwijking van punt A : a) wordt de bedrijfsvoorheffing eenvormig op 16,15 pct.(zonder vrijstelling) vastgesteld voor de eindejaarspremies die in één keer worden uitbetaald en afhankelijk zijn van prestaties die per stuk of taak worden bezoldigd; b) is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd wanneer het twaalfde van het totaal van het jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen en de exceptionele vergoedingen en toelagen volgens de regels van nr.2.2 (schaal I) of nr. 2.3 (schaal II) inzake per maand betaalde bezoldigingen geen aanleiding geeft tot bedrijfsvoorheffing. 2.10 Achterstallen A. Voor achterstallige bezoldigingen (onder meer bezoldigingen waarvan de uitbetaling of de toekenning door toedoen van de overheid of wegens het bestaan van een geschil slechts heeft plaatsgehad na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop zij in werkelijkheid betrekking hebben) wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens het in punt a vermelde tarief, gelet op de referentiebezoldiging, d.w.z. het jaarbedrag van de normale bruto bezoldiging die onmiddellijk vóór het jaar waarop de achterstallen betrekking hebben aan de verkrijger van de inkomsten is betaald.
In afwijking van hetgeen voorafgaat, is de referentiebezoldiging gelijk aan de normale bruto bezoldigingen van het laatste jaar van normale activiteit dat het jaar van de betaling van de achterstallen voorafgaat, mits de verkrijger hiervan het bewijs levert.
Wanneer echter de referentiebezoldiging niet meer bedraagt dan het grensbedrag dat volgens het aantal kinderen ten laste vermeld is in tabel b, worden de achterstallige bezoldigingen vrijgesteld ten belope van het verschil tussen het voornoemde grensbedrag en de referentiebezoldiging. a) Tarief
Referentiebezoldiging
Percent als bedrijfsvoorheffing verschuldigd op achterstallen
tot 8.675,00 EUR
0,00
van 8.675,01 EUR tot 10.415,00 EUR
2,68
van 10.415,01 EUR tot 11.565,00 EUR
6,57
van 11.565,01 EUR tot 13.885,00 EUR
10,77
van 13.885,01 EUR tot 15.040,00 EUR
13,55
van 15.040,01 EUR tot 16.775,00 EUR
16,55
Van 16.775,01 EUR tot 19.665,00 EUR
19,17
Van 19.665,01 EUR tot 25.445,00 EUR
24,92
Van 25.445,01 EUR tot 31.225,00 EUR
29,93
van 31.225,01 EUR tot 40.485,00 EUR
31,30
van 40.485,01 EUR tot 45.685,00 EUR
36,90
van 45.685,01 EUR tot 52.050,00 EUR
38,96
van 52.050,01 EUR tot 60.720,00 EUR
40,93
van 60.720,01 EUR tot 72.870,00 EUR
42,92
van 72.870,01 EUR tot 91.370,00 EUR
44,99
van 91.370,01 EUR tot 105.250,00 EUR
46,47
van 105.250,01 EUR tot 123.755,00 EUR
47,48
Boven 123.755,00 EUR
48,00
Vrijstelling wegens kinderlast
Aantal kinderen ten laste (1)
Grensbedrag
1
9.441,00 EUR
2
11.987,00 EUR
3
16.987,00 EUR
4
22.476,00 EUR
5
27.929,00 EUR
6
33.383,00 EUR
7
38.837,00 EUR
8
44.290,00 EUR
9
49.744,00 EUR
10
55.197,00 EUR
11
60.651,00 EUR
12
66.030,00 EUR
(1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend
B.In afwijking van punt A is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd wanneer het twaalfde van de referentiebezoldiging volgens de regels van nr. 2.2 (schaal I) of nr. 2.3 (schaal II) inzake per maand betaalde bezoldigingen geen aanleiding geeft tot bedrijfsvoorheffing. 2.11 A) Opzeggingsvergoedingen De bedrijfsvoorheffing wordt vastgesteld volgens de regels van nr. 2.10, A, met dien verstande dat voor het bepalen van het tarief van de bedrijfsvoorheffing de in aanmerking te nemen referentiebezoldiging die is welke tot grondslag diende voor het vaststellen van de vergoeding of, bij gebreke daaraan, de bezoldiging die de verkrijger heeft ontvangen tijdens de laatste periode van normale activiteit in dienst van de werkgever die de vergoeding uitbetaalt.
In afwijking van hetgeen voorafgaat, is de referentiebezoldiging gelijk aan de normale bruto bezoldigingen van het laatste jaar van normale activiteit dat het jaar van de betaling van de opzeggingsvergoedingen voorafgaat, mits de verkrijger hiervan het bewijs levert.
B) Inschakelingsvergoedingen De bedrijfsvoorheffing op inschakelingsvergoedingen bedoeld in Titel IV, Hoofdstuk 5, Afdeling 3, van de
wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021175
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende het generatiepact
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
19/09/2013
numac
2013000592
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende het generatiepact, wordt vastgesteld volgens de regels van nr. 2.10, A, met dien verstande dat voor het bepalen van het tarief van de bedrijfsvoorheffing de in aanmerking te nemen referentiebezoldiging die is welke tot grondslag diende voor het vaststellen van de vergoeding of, bij gebreke daaraan, de bezoldiging die de verkrijger heeft ontvangen tijdens de laatste periode van normale activiteit in dienst van de werkgever die de vergoeding uitbetaalt.
In afwijking van hetgeen voorafgaat, is de referentiebezoldiging gelijk aan de normale bruto bezoldigingen van het laatste jaar van normale activiteit dat het jaar van de betaling van de inschakelingsvergoedingen voorafgaat, mits de verkrijger hiervan het bewijs levert. 2.12 Schadeloosstelling van tijdelijke derving van bezoldigingen, winst of baten A. Wettelijke of extrawettelijke vergoedingen betaald of toegekend als schadeloosstelling van een tijdelijke derving van bezoldiging bijvoorbeeld ingevolge ongeval, ziekte, invaliditeit of andere soortgelijke gebeurtenissen, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen naar het volgende onderscheid : 1° wanneer de vergoedingen door de werkgever of door diens tussenkomst : a) samen met de normale bezoldigingen van éénzelfde periode aan de verkrijger worden betaald of toegekend : volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.8 op het totaalbedrag van de normale bezoldigingen en de vergoedingen in kwestie; b) niet samen met de normale bezoldigingen van éénzelfde periode aan de verkrijger worden betaald of toegekend : - volgens de regels van nr.2.9, A, gelet op de referentiebezoldiging, d.w.z. de normale jaarbezoldiging die tot grondslag voor het berekenen van de schadeloosstelling heeft gediend; - bij gebreke aan voormelde referentiebezoldiging bedraagt de bedrijfsvoorheffing 26,75 pct. (zonder vermindering); 2° wanneer die vergoedingen, zonder tussenkomst van de werkgever, door een verzekeringsinstelling of door een andere instelling of een andere tussenpersoon aan de verkrijger worden betaald : tegen het tarief van 11,11 pct.of 22,20 pct. (zonder vermindering) naargelang het gaat om wettelijke of om extrawettelijke vergoedingen.
B. In afwijking van punt A wordt, in de hiernavolgende gevallen, de bedrijfsvoorheffing respectievelijk overeenkomstig de volgende regels vastgesteld : 1. Primaire ongeschiktheid a) Wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betaald of toegekend gedurende de periode van primaire arbeidsongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct.(zonder vermindering), voor zover die periode van primaire ongeschiktheid aanvangt na 31 december 2003. b) De overeenkomstig sub a berekende bedrijfsvoorheffing mag er evenwel niet toe leiden dat het bedrag van de uiteindelijk verschuldigde uitkering minder bedraagt dan het bedrag van de minimuminvaliditeitsuitkering vermeld in artikel 93bis van voormelde gecoördineerde wet, behalve wanneer die uitkering wordt gecumuleerd met inkomsten als vermeld in artikel 104 van dezelfde wet of wanneer prestaties worden geweigerd of verminderd krachtens artikel 136, § 2, van dezelfde wet. Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdens de eerste zes maanden van de primaire arbeidsongeschiktheid evenwel enkel rekening gehouden met het bedrag van de minimuminvaliditeitsuitkering voor een gerechtigde met gezinslast, vermeld in artikel 93bis van voormelde gecoördineerde wet. c) -- Wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betaald of toegekend gedurende de eerste 6 maanden van de periode van primaire arbeidsongeschiktheid bepaald in artikel 87, derde lid, van dezelfde wet en die aansluit op een periode van volledige of gedeeltelijke werkloosheid als vermeld in nr.2.13, A, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 10,09 pct. (zonder vermindering). - Er moet evenwel geen bedrijfsvoorheffing worden ingehouden op wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betaald of toegekend gedurende de eerste 6 maanden van de hiervoor bedoelde periode van primaire arbeidsongeschiktheid, aan volledig werkloze werknemers a …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.