📄 Wettekst
26 JUNI 2020. - Koninklijk besluit nr. 46 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 5° van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werkgevers en de werknemers
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerpbesluit dat wij de eer hebben voor te leggen ter ondertekening aan Uwe Majesteit beoogt: - het weer invoeren van de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur, zoals die van toepassing was in de periode 2009-2011 teneinde een instrument aan de ondernemingen te bieden om de vermindering van werk op te vangen en de loonkosten te doen dalen, zonder daarom over te moeten gaan tot naakte ontslagen.
Deze maatregelen maken het voorwerp uit van hoofdstuk 1. - het invoeren van het Corona-tijdskrediet, een formule tot vermindering van de arbeidsprestaties waaraan een uitkering is verbonden;
Deze maatregel maakt het voorwerp uit van hoofdstuk 2. - het toelaten, bij ondernemingen in moeilijkheden of ondernemingen in herstructurering, en onder bepaalde voorwaarden, dat werknemers vanaf 55 jaar een halftijdse of 1/5de landingsbaan aanvatten;
Deze maatregel maakt het voorwerp uit van hoofdstuk 3. - het mogelijk maken van de erkenning als onderneming in moeilijkheden of als onderneming in herstructurering zonder dat het noodzakelijk is een collectieve arbeidsovereenkomst in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) af te sluiten;
Deze maatregel maakt het voorwerp uit van hoofdstuk 4. - het invoeren van een regeling om de overgang te faciliteren van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht als gevolg van het coronavirus COVID-19 naar de bestaande systemen van economische werkloosheid voor werklieden en bedienden.
Het hoofdstuk 5 is van toepassing op een werkgever die niet langer in de voorwaarden verkeert om zich te beroepen op de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht omwille van het coronavirus COVID-19. In dergelijke situatie kan de werkgever beroep doen op de bestaande stelsels van economische werkloosheid voor arbeiders of bedienden (artikel 51 en artikel 77/1 en volgende van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten), die tijdelijk, tot eind 2020, worden aangepast om een vlottere toegang tot die stelsels mogelijk te maken.
In het systeem van economische werkloosheid voor werklieden wordt het tot eind 2020 mogelijk om de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor ten hoogste acht weken (i.p.v. vier weken) volledig te laten schorsen. Een regeling van gedeeltelijke arbeid kan tot eind 2020 worden ingevoerd voor een duur van ten hoogste achttien weken (i.p.v. drie maanden). Andere regels binnen dit stelsel van economische werkloosheid blijven ongewijzigd van toepassing.
Wat de bedienden betreft, zullen werkgevers tot eind 2020 beroep kunnen doen op het stelsel van economische werkloosheid voor bedienden (hoofdstuk II/I van Titel III van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten) zonder te moeten beantwoorden aan de normale preliminaire voorwaarden voor de toegang tot dit systeem, met name de criteria om te kunnen worden beschouwd als onderneming in moeilijkheden. Wel moet de werkgever kunnen aantonen dat hij in het kwartaal voorafgaand aan de invoering van de economische werkloosheid, een substantiële daling van ten minste 10% van de omzet of de productie heeft gekend in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2019. Bovendien moet hij de bedienden die in economische werkloosheid worden geplaatst twee vormingsdagen per maand aanbieden.De vereiste van het bestaan van een cao of ondernemingsplan die in de betaling van een supplement voorziet, blijft in deze context behouden.
Het maximum aantal weken waarin de bedienden in economische werkloosheid kunnen worden geplaatst, wordt tot eind 2020 verhoogd.
Het maximum van zestien kalenderweken per kalenderjaar (in geval van een volledige schorsing) of zesentwintig kalenderweken per kalenderjaar (in geval van regeling van gedeeltelijke arbeid) wordt verhoogd met 8 weken.
Deze maatregelen maken het voorwerp uit van hoofdstuk 5.
De opmerkingen van de afdeling Wetgeving van de Raad van State in zijn advies nr. 67.654 van 25 juni 2020 werden in overweging genomen.
Zoals aangegeven door de Raad van State in zijn advies 67.654 van 25 juni 2020 wordt de toepassing van de maatregelen in de eerste vier hoofdstukken beperkt tot de ondernemingen met een erkenning als onderneming in moeilijkheden of herstructureringen die ten vroegste aanvangt vanaf 1 maart 2020 aangezien de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus vanaf die maand een belangrijke impact begonnen te hebben op de activiteiten binnen de ondernemingen.
De maatregelen zijn van toepassing op de ondernemingen die erkend zijn als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering waarvan de erkenning aanvangt voor 1 januari 2021. De economische gevolgen zijn niet beperkt tot de voorbije periode van zeer strikte maatregelen op vlak van social distancing die vooral impact hadden op de tijdelijke werkloosheid. Het is pas in de tweede jaarhelft dat verwacht wordt dat de grootste jobverliezen zullen plaatsvinden. Het zijn deze ontslagen die de maatregelen beogen te beperken. HOOFDSTUK 1. - Tijdelijke arbeidsduurvermindering in het kader van de COVID-19 pandemie Artikelen 1 tot en met 3 In dit hoofdstuk wordt de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur opnieuw ingevoerd, zoals die van toepassing was in de periode 2009-2011. Arbeidsduurvermindering kan een instrument zijn voor de ondernemingen om de vermindering van werk op te vangen en de loonkosten te doen dalen, zonder daarom over te moeten gaan tot naakte ontslagen. De betrokken werknemers worden als voltijdse werknemers beschouwd. De arbeidsduurvermindering moet ook collectief voor het geheel van het personeel, of een categorie van het personeel, worden ingevoerd.
Een forfaitaire RSZ-vermindering wordt gegeven in geval van een tijdelijke arbeidsduurvermindering. De periode van de forfaitaire vermindering loopt vanaf invoering van de tijdelijke arbeidsduurvermindering en neemt een einde wanneer de tijdelijke arbeidsduurvermindering een einde neemt.
De tijdelijke arbeidsduurvermindering kan worden toegepast gedurende een jaar. De begin- en einddatum van de periode van arbeidsduurvermindering moeten gelegen zijn binnen de periode van erkenning als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden. HOOFDSTUK 2. - Corona-tijdskrediet Artikelen 4 tot en met 8 Om werkgevers toe te laten de arbeidsprestaties van hun werknemers te verminderen zonder dat hun werknemers een te groot inkomensverlies zouden moeten lijden, regelt dit hoofdstuk een speciale formule tot vermindering van de arbeidsprestaties waaraan een uitkering is verbonden. Het gaat hier om een herneming van een maatregel die bestond in de jaren 2009-2011 om het hoofd te bieden aan de crisis en losstaat van deze die bestaan in toepassing van of krachtens de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen.
Wordt een overeenkomst gesloten door werkgever en werknemer overeenkomstig deze regeling, dan ontvangt de werknemer die zijn arbeidsprestaties vermindert, een uitkering om gedeeltelijk zijn inkomensverlies op te vangen. Deze uitkering is dezelfde als deze vastgelegd voor het gewone tijdskrediet.
Het corona-tijdkrediet kan individueel per werknemer worden toegepast voor een periode van één tot maximaal zes maanden. Deze periode moet volledig liggen binnen de periode waarin de werkgever erkend is als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden en deze periode van erkenning ten vroegste aanvangt op 1 maart 2020 en ten laatste op 31 december 2020. HOOFDSTUK 3.- Landingsbanen Artikelen 9 en 10 Dit hoofdstuk laat toe dat werknemers vanaf 55 jaar een halftijdse of 1/5de landingsbaan aanvatten, onder de voorwaarde dat hij een beroepsverleden heeft van 25 jaar en dat de landingsbaan een aanvang neemt in de periode van erkenning als onderneming in moeilijkheden of als onderneming in herstructurering, waarvan de datum van aanvang gelegen is ten vroegste op 1 maart 2020 en ten laatste op 31 december 2020.
Bijkomend wordt in een afwijking van de minimale periode van landingsbaan voorzien, zodat een landingsbaan gedurende één maand mogelijk is. HOOFDSTUK 4. - Erkenning als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden Artikel 11 Dit hoofdstuk zorgt ervoor dat een erkenning als onderneming in moeilijkheden of als onderneming in herstructurering mogelijk is zonder het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT). Deze erkenningen gelden dan vanzelfsprekend enkel en alleen voor de toepassing van de maatregelen bedoeld in de hoofstukken 1, 2 en 3 van dit besluit. Een onderneming die wenst gebruik te maken van de modaliteiten voorzien in het
koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
28/12/2002
numac
2002003497
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002003520
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
19/03/2003
numac
2003015003
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
07/01/2004
numac
2003015188
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3)
sluiten1, dient daarvoor wel degelijk nog een cao te sluiten in het kader van SWT. HOOFDSTUK 5. - Tijdelijke aanpassing, bij wijze van overgangsmaatregel, van de regeling inzake economische werkloosheid voor ondernemingen die niet meer in de voorwaarden verkeren om beroep te doen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht die het gevolg is van de COVID-19-epidemie Artikel 12 Dit artikel legt het toepassingsgebied vast van de overgangsregeling.
De maatregel is van toepassing op de werkgevers die niet meer in de voorwaarden verkeren om zich ten aanzien van hun werknemers te beroepen op de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht omwille van het coronavirus COVID-19.
Artikel 13 Dit artikel brengt een aantal tijdelijke aanpassingen aan, tot eind 2020, in het bestaande stelsel van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken (artikel 51 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten), ook wel beter bekend als de tijdelijke economische werkloosheid voor arbeiders.
In afwijking van de bestaande regels zal het tot eind 2020 mogelijk zijn om, bij ontstentenis van een sectoraal K.B., de uitvoering van de arbeidsovereenkomst volledig te schorsen gedurende acht weken (in plaats van de huidige vier weken). De regeling van gedeeltelijke arbeid die minder dan drie arbeidsdagen per week of minder dan één arbeidsweek per twee weken omvat zal kunnen worden ingevoerd voor een maximale duur van 18 weken (in plaats van de huidige drie maanden).
Aan de overige regels en voorwaarden van artikel 51 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt niet geraakt. Zij blijven dus onverminderd van toepassing.
Artikel 14 Dit artikel brengt een aantal tijdelijke aanpassingen aan, tot eind 2020, in het bestaande stelsel van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor bedienden bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken (hoofdstuk II/I van Titel III van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten), ook wel beter bekend als de tijdelijke economische werkloosheid voor bedienden.
In afwijking van de bestaande regels, zal de toegang tot dit stelsel tot eind 2020 niet beperkt worden tot de ondernemingen in moeilijkheden. Wel moet de werkgever kunnen aantonen dat hij in het kwartaal voorafgaand aan de invoering van de economische werkloosheid, een substantiële daling van ten minste 10% van de omzet of de productie heeft gekend in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2019. Bovendien moet hij de bedienden die in economische werkloosheid worden geplaatst twee vormingsdagen per maand aanbieden. Daarnaast blijft ook de vereiste bestaan dat een onderneming die gebruik maakt van dit stelsel moet gebonden zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst of door een ondernemingsplan die worden neergelegd ter griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De cao of het ondernemingsplan moeten het bedrag van het supplement vermelden dat overeenkomstig artikel 77/4, § 7 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten moet worden betaald aan de bediende in tijdelijke economische werkloosheid. In geval gebruik wordt gemaakt van een ondernemingsplan, dient in dit plan te worden aangetoond dat de onderneming in het voorafgaande kwartaal een substantiële daling van ten minste 10% van de omzet of de productie heeft gekend in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2019. Tevens moet de werkgever in het ondernemingsplan zich ertoe verbinden de bedienden op wie de regeling van volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid wordt toegepast, twee vormingsdagen per maand aan te bieden. Een kopie van dit plan dient ook onverwijld te worden overgemaakt aan de ondernemingsraad of bij gebrek daaraan, aan de vakbondsafvaardiging.
Aangezien het tot eind 2020 niet nodig is erkend te zijn als onderneming in moeilijkheden om gebruik te kunnen maken van het stelsel van tijdelijke economische werkloosheid voor bedienden, is het ook niet vereist om tijdens deze periode ondernemingsplannen per aangetekende brief op te sturen naar de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen teneinde deze te laten voorleggen aan de Commissie "Ondernemingsplannen".
De rol als administratieve autoriteit van de Commissie "Ondernemingsplannen" bestaat hoofdzakelijk uit het controleren of de onderneming die een ondernemingsplan indient, beantwoordt aan één van de criteria om te worden erkend als zijnde een onderneming in moeilijkheden.
Gelet op het feit dat de criteria om te worden erkend als een onderneming in moeilijkheden, tijdelijk niet van toepassing zijn, wordt de tussenkomst van de Commissie "Ondernemingsplannen" en de bijhorende administratieve procedure, beschreven in artikel 77/1, § 3 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten, eveneens tijdelijk opgeschort.
In het belang van de rechtszekerheid dienen de ondernemingsplannen, net zoals de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomsten, wel te worden neergelegd ter griffie van de Algemene Directie van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen, zoals trouwens voorzien is in artikel 77/1, § 2, derde lid, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten.
Daar de ondernemingsplannen tijdelijk niet meer worden voorgelegd aan de Commissie "Ondernemingsplannen", kan deze Commissie geen afwijking meer toestaan op het bedrag van het loonsupplement en wordt dus ook tijdelijk afgeweken van artikel 77/1, § 6 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten. HOOFDSTUK 6 - Slotbepalingen Artikel 15 Artikel 15 bepaalt de datum van inwerkingtreding en buitenwerkingtreding van de verschillende hoofdstukken van dit besluit.
Artikel 16 Artikel 16 wijst de ministers aan die belast zijn met de uitvoering van het besluit.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, La Ministre des Affaires sociales, M. DE BLOCK De Minister van Werk, N. MUYLLE
RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 67.654/1 van 25 juni 2020 over een ontwerp van koninklijk besluit nr. .... `tot uitvoering van artikel 5, § 1, 5° van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werkgevers en de werknemers' Op 18 juni 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Werk verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit nr. .... `tot uitvoering van artikel 5, § 1, 5° van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werkgevers en de werknemers'.
Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 23 juni 2020. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Chantal BAMPS, staatsraden, en Wim GEURTS, griffier.
De verslagen zijn uitgebracht door Barbara SPEYBROUCK, eerste auditeur en Katrien DIDDEN, adjunct-auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Chantal BAMPS, staatsraad.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 25 juni 2020. 1. Met toepassing van artikel 4, eerste lid, van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten `die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (I)', waarin verwezen wordt naar artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe tijdelijk, in het kader van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten `die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II)'(1), diverse maatregelen tot ondersteuning van de werkgevers en werknemers in te voeren.3. Uit het eerste lid van de aanhef van het ontwerp blijkt dat voor de ontworpen regeling rechtsgrond wordt gezocht in artikel 5, § 1, van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten (II). Artikel 2 van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten (II) bepaalt dat teneinde het België mogelijk te maken te reageren op de coronavirus COVID-19 epidemie of pandemie en de gevolgen ervan op te vangen, de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in artikel 5, § 1, 1° tot 8°, van de wet bedoelde maatregelen kan nemen en dat deze maatregelen zo nodig een terugwerkende kracht kunnen hebben, die echter niet verder kan teruggaan dan 1 maart 2020.
Met het oog op de in artikel 2, eerste lid, van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten (II) vermelde doelstellingen, machtigt artikel 5, § 1, 5°, van die wet de Koning om inzonderheid maatregelen te nemen om aanpassingen door te voeren in het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht, met het oog op de bescherming van de werknemers en van de bevolking, de goede organisatie van de ondernemingen en de overheid, met vrijwaring van de economische belangen van het land en de continuïteit van de kritieke sectoren.
Over deze machtigingen werd in de toelichting bij het voorstel dat heeft geleid tot de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten (II) gespecificeerd dat zich in het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht situaties kunnen voordoen waarbij het bestaande wettelijk kader niet toelaat de omwille van de volksgezondheid ingegeven maatregelen te verzoenen met de noodzaak van een blijvende economische productie of dienstverlening, zowel in de private sector als in de publieke sector, bijvoorbeeld omwille van het opgelegd telewerk of van de wijzigingen in het uurrooster(2) .
Bijgevolg ontleent de ontworpen regeling inzonderheid rechtsgrond aan artikel 5, § 1, 5°, van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten (II).
ONDERZOEK VAN DE TEKST ALGEMENE OPMERKING 4.1. De ontworpen regeling inzake de tijdelijke arbeidsduurvermindering in het kader van de COVID-19 pandemie (hoofdstuk 1), corona-tijdskrediet (hoofdstuk 2) en landingsbanen (hoofdstuk 3) wordt voorbehouden aan ondernemingen waarvan de erkenning als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden(3) aanvangt voor 1 januari 2021.
Op de vraag om de keuze voor 1 januari 2021 als uiterste datum toe te lichten, antwoordde de gemachtigde wat volgt: "Zoals ook blijkt uit de vooruitzichten van het planbureau wordt verwacht dat de economie zich zal herstellen vanaf 2021. Het is natuurlijk moeilijk in te schatten wat de juiste duur zal zijn van het herstel". 4.2. Voor de afbakening van het toepassingsgebied van de maatregelen voorzien in de hoofdstukken 1 tot 3 wordt evenwel enkel een eindpunt van de aanvang van de erkenning vastgelegd, maar geen beginpunt.
Hoewel de maatregelen conform artikel 15, eerste lid, van het ontwerp slechts in werking treden op 1 juli 2020, is het niet uitgesloten dat werknemers van ondernemingen waarvan de periode van erkenning is aangevangen vóór het begin van de coronacrisis, maar waarvan de periode van erkenning na 1 juli 2020 nog lopende is(4) ook gebruik kunnen maken van de maatregelen.
Gevraagd of, bij wijze van voorbeeld, een onderneming die erkend werd vanaf 1 augustus 2019 ook onder het toepassingsgebied kan vallen, antwoordde de gemachtigde: "Het is inderdaad niet uitgesloten dat een onderneming met een erkenning vanaf 1 augustus 2019 nog gebruik zou maken van de maatregelen vanaf 1 juli 2020. Het is evenwel zo dat voor het bekomen van een erkenning een herstructureringsplan dient te worden opgemaakt dat wordt voorgelegd aan de ondernemingsraad. Het is dit plan dat dan, na bemiddeling met de werknemersorganisaties, wordt uitgevoerd, onder meer met de maatregelen die mogelijk zijn op basis van het
koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
28/12/2002
numac
2002003497
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002003520
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
19/03/2003
numac
2003015003
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
07/01/2004
numac
2003015188
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3)
sluiten1 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. In geval die onderneming alsnog gebruik zou maken van de maatregelen die voorzien worden in het voorliggend koninklijk besluit, dan gaat het om nieuwe bijkomende maatregelen omdat er een bijkomende nood is aan maatregelen om ontslagen te vermijden, en dit met betrokkenheid van de werknemers, naar gelang de maatregel, collectief (hoofdstuk 1) of individueel (hoofdstukken 2 en 3)".
Uit de aan de Raad van State voorgelegde tekst kan evenwel niet worden opgemaakt dat een onderneming die reeds is erkend vanaf 1 augustus 2019 een nieuw herstructureringsplan zou moeten indienen waarin een bijkomende nood aan maatregelen ten gevolge van de coronacrisis wordt aangetoond teneinde aanspraak te kunnen maken op de toepassing van de maatregelen voorzien in het voorliggende ontwerp.
Gevraagd wat precies het aanvangspunt is van de periode van erkenning (betreft dit de datum van de beslissing van de minister tot erkenning of kan de minister een andere datum als aanvangspunt vastleggen?), antwoordde de gemachtigde: "Met `het aanvangspunt van de periode van erkenning' wordt bedoeld de begindatum van de periode van erkenning en niet de datum van de beslissing van de Minister.
Bij een herstructureringsdossier met een collectief ontslag begint de periode van erkenning op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag (aan de ondernemingsraad ) tot maximaal 2 jaar na de datum van de betekening.
Bij een dossier tot erkenning van een onderneming als zijnde in moeilijkheden (zonder collectief ontslag) of in herstructurering op basis van een percentage economische werkloosheid (20 %) bedraagt de maximale erkenning 1 jaar vanaf de begindatum van de erkenning. Bij ondernemingen zonder collectief ontslag die de maatregelen wensen te maximaliseren dient rekening gehouden te worden met de doorlooptijd van een dossier. De beoogde maatregelen gaan niet in op de datum van aanvraag en kunnen ten vroegste worden toegepast na ontvangst van de ministeriële goedkeuring".
Naar aanleiding van de vraag of er beroep kan worden gedaan op de ontworpen regeling indien de erkenning wordt aangevraagd voor 1 januari 2021, maar de beslissing wordt genomen na 1 januari 2021, gaf de gemachtigde de volgende toelichting: "Bij ondernemingen zonder collectief ontslag vermeldt de werkgever in zijn erkenningsaanvraag de datum waarop hij voorstelt dat de erkenning ingaat. In de praktijk wordt hiermee doorgaans rekening gehouden.
Dit hoeft echter geen automatisme te zijn.
De datum van de aanvraag tot erkenning valt niet noodzakelijk samen met de begindatum van de erkenning. Zeker in het geval dat de datum van erkenning een impact kan hebben op het al dan niet van toepassing zijn van de voorgestelde maatregelen, zal de begindatum van de erkenning uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd. Is deze motivering niet aanvaardbaar, dan kan de Minister, na advies van de adviescommissie, een andere datum van erkenning beslissen dan deze voorgesteld door de werkgever.
In geval van een collectief ontslag kan de datum van erkenning niet voorafgaan aan de datum van aankondiging van het collectief ontslag".
Tot slot voegt de gemachtigde hieraan toe dat uit artikel 18, § 1, tweede lid, van het
koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
28/12/2002
numac
2002003497
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002003520
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
19/03/2003
numac
2003015003
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
07/01/2004
numac
2003015188
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3)
sluiten1 kan worden afgeleid dat de vaste begindatum enkel geldt voor ondernemingen die een collectief ontslag hebben aangekondigd, waaruit a contrario volgt dat voor ondernemingen zonder collectief ontslag er geen vaste begindatum geldt.
Uit het antwoord van de gemachtigde blijkt dat het aanvangspunt van de erkenning niet noodzakelijk samenvalt met de datum van de beslissing van de minister tot erkenning. Voor een herstructurering met collectief ontslag geldt het bepaalde in artikel 18, § 1, tweede lid, van het
koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
28/12/2002
numac
2002003497
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002003520
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
19/03/2003
numac
2003015003
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
07/01/2004
numac
2003015188
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3)
sluiten1, waarbij de erkenningsperiode aanvangt op de dag van de mededeling door de werkgever van zijn voornemen over te gaan tot collectief ontslag, terwijl voor de overige ondernemingen (zonder collectief ontslag) de werkgever in de aanvraag de datum vermeldt waarop hij voorstelt dat de erkenning ingaat.
Wat deze laatste ondernemingen betreft bevestigt de gemachtigde dat in de praktijk doorgaans rekening wordt gehouden met het door de werkgever geformuleerde voorstel, maar dat dit echter geen automatisme hoeft te zijn, waaruit kan worden afgeleid dat deze werkwijze niet is vastgelegd in een reglementaire bepaling, maar, zoals de gemachtigde zelf aangeeft, dat deze a contrario wordt afgeleid uit artikel 18, § 1, tweede lid, van het
koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
28/12/2002
numac
2002003497
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002003520
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
19/03/2003
numac
2003015003
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001
type
wet
prom.
24/12/2002
pub.
07/01/2004
numac
2003015188
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3)
sluiten1.
In zoverre door de gemachtigde wordt aangevoerd dat voor een herstructurering met collectief ontslag een maximumperiode van 2 jaar erkenning wordt gehanteerd, terwijl voor andere ondernemingen slechts een erkenning van 1 jaar wordt toegepast, dient te worden opgemerkt dat een dergelijke regeling niet voorkomt in de ontworpen bepalingen. 4.3. Het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie vereist dat het gecreëerde onderscheid tussen gevallen die wel en niet onder het toepassingsgebied vallen, op een objectief criterium berust en redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel(5) .
Het toepassingsgebied van de ontworpen regeling creëert een verschil in behandeling tussen ondernemingen waarvan de erkenning aanvangt voor 1 januari 2021 als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden en die beroep kunnen doen op de maatregelen voorzien in de hoofdstukken 1 tot 3, enerzijds, en de ondernemingen die pas na deze datum in die hoedanigheid erkend worden en bijgevolg geen beroep kunnen doen op de ontworpen maatregelen.
Bovendien dient te worden benadrukt dat het criterium van "de aanvang van de erkenning voor 1 januari 2021" voor de ondernemingen zonder collectief ontslag niet vastligt en niet wettelijk wordt bepaald, maar enkel afhankelijk is van het al dan niet aanvaarden van de motivering van de door de werkgever gesuggereerde aanvangsdatum door de minister, waarbij de gebruikte scharnierdatum berust op feitelijke gegevens(6) .
Hoewel de ontworpen regeling tot doel heeft de gevolgen van de COVID 19 pandemie voor werkgevers en werknemers op te vangen, is het niet uitgesloten dat ondernemingen met een erkenning die dateert van vóór deze pandemie en bijhorende crisis, wel gebruik kunnen maken van de maatregelen, terwijl ondernemingen die pas na 1 januari 2021 erkend worden, maar waarvan de moeilijkheden wél hun oorsprong vinden in de COVID-19-crisis, geen toegang hebben tot deze maatregelen. Aldus komt het door de stellers van het ontwerp gehanteerde criterium van onderscheid in het licht van het gelijkheidsbeginsel niet pertinent voor. 4.4. Specifiek met betrekking tot het toepassingsgebied van het corona-tijdskrediet, wordt door de gemachtigde het volgende gesuggereerd: "De maatregel kan maximaal lopen vanaf de aankondiging van een collectief ontslag tot maximaal twee jaar na datum van betekening van het collectief ontslag. Niet bij elke erkenning wordt een duurtijd van twee jaar voorzien.
Zoals bepaald in artikel 5, tweede lid, moet de volledige periode van het corona tijdskrediet volledig binnen deze erkenningsperiode vallen.
Het zou kunnen worden overwogen het besluit zo aan te passen dat enkel ondernemingen met een erkenning die ingaat vanaf 1 maart 2020 of later, in aanmerking te laten komen voor de maatregelen".
De suggestie om het toepassingsgebied verder te beperken tot ondernemingen die werden erkend vanaf 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020, kan door de stellers van de tekst worden overwogen voor de hoofdstukken 1 tot 3 om aan de supra onder randnummer 4.3. vastgestelde bezwaren tegemoet te komen. In ieder geval zal voor de keuze van het begin- en eindpunt van de erkenning die het toepassingsgebied van de maatregelen zal bepalen, een objectieve en redelijke verantwoording moeten kunnen worden gegeven om in overeenstemming te kunnen worden geacht met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel en verdient het aanbeveling om op dat punt een afdoende verantwoording op te nemen in het verslag aan de Koning.
BIJZONDERE OPMERKINGEN Aanhef 5. Gelet op hetgeen sub 3 in verband met de rechtsgrond is opgemerkt dient in het eerste lid van de aanhef meer specifiek te worden verwezen naar artikel 5, § 1, 5°, van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
31/03/2020
numac
2020040944
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
sluiten (II). Artikel 1 6.1. In het ontworpen artikel 353bis/7/1 van de programmawet (I) van 24 december 2002 wordt bepaald dat de regeling van tijdelijke arbeidsduurvermindering in het kader van de COVID-19 pandemie van toepassing is op de werkgever bedoeld in artikel 335, derde lid, van dezelfde wet, op wie een erkenning als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 4 van het te nemen besluit.
Het toepassingsgebied van de ontworpen regeling, waarin initieel wordt verwezen naar artikel 335, derde lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002 dat betrekking heeft op werkgevers die vallen onder de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten `betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités' of onder de wet van 21 maart 1991 `betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven', wordt evenwel verengd tot die werkgevers op wie een erkenning als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden van toepassing is, waarvan het begin van de erkenning aanvangt voor 1 januari 2021.
In zoverre in de bepaling wordt verwezen naar artikel 4 van het ontwerp dient te worden opgemerkt dat in tegenstelling tot het eerste lid van artikel 4 van het ontwerp dat betrekking heeft op het corona-tijdskrediet, dat enkel van toepassing is voor werkgevers die vallen onder de voormelde
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, het tweede en derde lid van dat artikel waarin wordt bepaald wat moet worden beschouwd als erkenning als onderneming in herstructurering respectievelijk als onderneming in moeilijkheden, wel relevant lijken te zijn voor de afbakening van het toepassingsgebied van de tijdelijke arbeidsduurvermindering.
Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid verdient het bijgevolg aanbeveling in het ontworpen artikel 353bis/7/1 van de programmawet (I) van 24 december 2002 naar artikel 4, tweede en derde lid, te verwijzen.
Voorts rijst de vraag of het niet meer aangewezen is de bepalingen van artikel 4, tweede en derde lid, van het ontwerp, in een nieuw artikel onder hoofdstuk 4 van het ontwerp ("Erkenning als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden") in te voegen, nu deze bepalingen niet enkel gelden voor hoofdstuk 2 maar eveneens van toepassing zijn voor de hoofdstukken 1 en 3. 6.2. In het ontworpen artikel 353bis/7/3 van de programmawet (I) van 24 december 2002 wordt bepaald dat de werkgevers bedoeld in artikel 335, derde lid, van dezelfde wet die overgaan tot een tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur, een doelgroepvermindering genieten volgens de voorwaarden bepaald in of krachtens deze onderafdeling.
In de ontworpen bepaling is geen sprake van een verenging tot die werkgevers op wie een erkenning als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden van toepassing is, waarvan het begin van de erkenning aanvangt voor 1 januari 2021, zodat het toepassingsgebied van deze bepaling ruimer lijkt te zijn dan dat van het ontworpen artikel 353bis/7/1 van de programmawet (I) van 24 december 2002. Hierover ondervraagd, antwoordde de gemachtigde: "Nee, aangezien de bepalingen in artikel 353bis/7/1 deel uitmaken van de voorwaarden die gesteld worden volgens artikel 353bis/7/3.
Mocht dit onduidelijk zijn dan zou artikel 353bis/7/3 kunnen aangepast worden zodat wordt verwezen naar artikel 353bis/7/1".
De suggestie van de gemachtigde kan worden bijgetreden. 6.3. Het ontworpen artikel 353bis/7/5, eerste, tweede en vierde lid, bevat de bepalingen betreffende het vastleggen van de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur en de tijdelijke invoering van de vierdagenweek. Dit moet worden vastgesteld bij een op het niveau v …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.