📄 Wettekst
2 JUNI 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2018, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de steenbakkerij;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2018, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 juni 2019.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de steenbakkerij Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2018 Sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 11 december 2018 onder het nummer 149432/CO/114) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de steenbakkerij.
De termen "arbeider", "hij", "zijn",... verwijzen naar arbeiders en arbeidsters. HOOFDSTUK II. - Begrippen en definities Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : 2.1. WAP De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. 2.2. Paritair comité Het Paritair Comité voor de steenbakkerij of ook PC 114. HOOFDSTUK III. - Voorwerp en doelstelling Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als voorwerp het sectoraal aanvullend pensioenstelsel, ingevoerd met ingang van 30 november 2011 overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 februari 2012 tot invoering van een sectoraal pensioenstelsel, aan diverse wijzigingen die werden doorgevoerd in de WAP. Meer specifiek wordt deze collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in uitvoering van de volgende bepalingen die de WAP hebben gewijzigd : 1) De
wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
19/06/2014
numac
2014022239
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten houdende diverse bepalingen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 19 juni 2014);2) De
wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
24/12/2015
numac
2015022578
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
14/06/2016
numac
2016000360
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling
sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 24 december 2015);3) De
wet van 27 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
05/07/2018
numac
2018040247
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
15/04/2019
numac
2019030313
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten. - Duitse vertaling
sluiten inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 5 juli 2018). Art. 4.Het doel van dit sectoraal aanvullend pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan : - aan de aangeslotene zelf, van een kapitaal bij pensionering; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, van een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement.
Het als bijlage opgenomen pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 5.Van de mogelijkheid voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren via een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting out"), wordt geen gebruik gemaakt door het paritair comité. HOOFDSTUK IV. - Inrichter Art. 6.De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel is het "Sociaal Fonds voor de baksteenindustrie", Kartuizersstraat 19 bus 19, 1000 Brussel. HOOFDSTUK V. - Pensioeninstelling en toezichtscomité Art. 7.Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, toegelaten onder codenummer 0346, met als zetel Stoofstraat 12, 1000 Brussel.
Aangezien de pensioeninstelling niet op paritaire wijze wordt beheerd, zal in overeenstemming met artikel 41, § 2 van de WAP, een toezichtscomité worden opgericht. HOOFDSTUK VI. - Pensioenbijdrage Art. 8.De pensioenbijdrage omvat geen verzekeringstaks wegens het specifieke statuut van fonds voor bestaanszekerheid van de inrichter.
De pensioenbijdrage omvat evenmin de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen die op het ogenblik van de sluiting van deze collectieve arbeidsovereenkomst 8,86 pct. bedraagt.
Bij het toekennen van de bijdrage wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene. a) Vanaf 2012 (tot herziening) De pensioenbijdrage, die een trimestriële bijdrage is, is verworven op het einde van elk trimester (31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december), voor zover de aangeslotene in het betreffende trimester niet uittreedt, overlijdt of de eindleeftijd bereikt en in de DmfA-aangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71 of 72 voorkomt.Als er alleen een verbrekingsvergoeding (looncode 3) aangegeven wordt, in combinatie met prestatiecode 1, is de pensioenbijdrage niet verschuldigd.
De pensioenbijdrage wordt vanaf 1 januari 2012 vastgesteld op 33,75 EUR. De pensioenbijdrage, verhoogd met de sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen en de werkingskosten van het pensioenstelsel (in het bijzonder van de pensioeninstelling), wordt trimestrieel geïnd door de RSZ. Bedoelde trimestriële inning stemt overeen met een bedrag van 38,56 EUR. b) Startbijdrage bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel Aan de arbeider die aangesloten werd bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 30 november 2011, werd op die datum een startbijdrage toegekend. De startbijdrage bedroeg 50 EUR. De startbijdrage, verhoogd met de sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen en de werkingskosten van het pensioenstelsel, werd geïnd door de inrichter. Bedoelde inning stemt overeen met een bedrag van 54,43 EUR. HOOFDSTUK VII. - Groepsverzekering Art. 9.Het aanvullend sectoraal pensioenstelsel wordt uitgevoerd via een groepsverzekering die door de inrichter wordt onderschreven.
De bijdragen worden toegewezen aan een groepsverzekering tak 21 van het type kapitalisatie.
De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen. HOOFDSTUK VIII. - Procedure van uittreding Art. 10.De aangeslotene wordt beschouwd als "uitgetreden" wanneer de inrichter of de aangeslotene de pensioeninstelling schriftelijk op de hoogte brengen van de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en zijn tewerkstelling in de sector.
Vanaf het ogenblik dat de aangeslotene beschouwd wordt als "uitgetreden", is artikel 31, § 1, tweede en derde punt en artikel 31, § 2 van de WAP van toepassing. HOOFDSTUK IX. - Nietigheid Art. 11.De nietigheid van één of meer artikels of van gedeelten van artikels van deze collectieve arbeidsovereenkomst leidt niet tot de nietigheid van de volledige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK X. - Opheffing Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt integraal de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 februari 2012 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (overeenkomst geregistreerd op 20 maart 2012 onder het nummer 108956/CO/114), evenals de bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK XI. - Geldigheidsduur Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2018.
De aanpassingen in het bijgevoegde pensioenreglement overeenkomstig de
wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2014
pub.
19/06/2014
numac
2014022239
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten houdende diverse bepalingen zijn reeds van toepassing sinds 30 juni 2017. De aanpassingen in het bijgevoegde pensioenreglement overeenkomstig de
wet van 27 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
05/07/2018
numac
2018040247
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten
type
wet
prom.
27/06/2018
pub.
15/04/2019
numac
2019030313
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten. - Duitse vertaling
sluiten inzake de omzetting van richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten zijn van toepassing vanaf 1 januari 2019. Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan door elk van de partijen worden beëindigd, mits een opzegging van zes maanden wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité. Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt neergelegd ter Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en de algemeen verbindende kracht bij koninklijk besluit wordt gevraagd.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 juni 2019.
De Minister van Werk, K. PEETERS
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2018, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel Pensioenreglement Bijzondere bepalingen 1. Voorwerp, type en doel van het pensioenstelsel In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 februari 2012 (die de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2011 vervangt) voerde het "Sociaal Fonds voor de baksteenindustrie", hierna de inrichter, een sectoraal pensioenstelsel van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie van de inrichter in en dit met het oog op het financieren van een sectoraal pensioen ten gunste van de arbeid(st)ers die bedoeld zijn onder het punt 5.Aansluiting.
Het doel van dit pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke pensioenverplichtingen en ter verhoging ervan : a) aan de aangeslotene zelf, een kapitaal bij pensionering of op een ogenblik zoals bepaald in artikel 16 van de algemene bepalingen onder "Uitbetaling zonder pensionering";b) aan de begunstigde(n) die door dit reglement worden aangeduid, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. Het rendement van het sectoraal pensioenstelsel is gelijk aan de som van de technische rentevoet en van de eventuele winstdeelname die de pensioeninstelling aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten (individuele rekeningen) toekent. 2. Documenten Het pensioenreglement is het geheel van contractuele bepalingen die de voorwaarden van de groepsverzekering die uitvoering geeft aan het pensioenstelsel, vaststellen, alsook de rechten en verplichtingen van de werknemers inzake aansluiting, de rechten en de verplichtingen van de aangeslotene, de inrichter en de pensioeninstelling met betrekking tot de verzekering. De bijzondere bepalingen beschrijven de regels die op uniforme wijze gelden voor alle aangeslotenen die dit pensioenstelsel genieten.
De algemene bepalingen beschrijven de werkingsprincipes en -modaliteiten die van toepassing zijn op dit pensioenstelsel en op alle gelijkaardige pensioenstelsels die bij de pensioeninstelling worden uitgevoerd.
In uitvoering van het pensioenreglement wordt op het hoofd van elke aangeslotene een overeenkomst (werkgeversbijdrageovereenkomst) gesloten die aangeeft waarvoor de aangeslotene verzekerd is en welke de financiering is.
De bijzondere bepalingen en de algemene bepalingen moeten samen gelezen worden en vormen één geheel.
De bijzondere bepalingen hebben evenwel voorrang op de algemene bepalingen.
De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere bepalingen voorziene situaties te regelen in overeenstemming met de algemene bepalingen. 3. Werking in de tijd Het pensioenstelsel vangt aan op 30 november 2011. 4. Definities 4.1. Pensioenstelsel Collectieve pensioentoezegging. 4.2. Inrichter "Sociaal Fonds voor de baksteenindustrie" FBZ, Kartuizerstraat 19 bus 19, 1000 Brussel. 4.3. Pensioeninstelling Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel. 4.4. Werkgever De onderneming die ressorteert onder het Paritair Comité voor de steenbakkerij en die valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het sectoraal pensioenstelsel regelt. 4.5. Arbeid(st)er De natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst voor arbeid(st)ers heeft afgesloten met de werkgever en die in de DmfA-aangifte voorkomt onder kengetal "015" of "027". Volledigheidshalve wordt gesteld dat leerlingen allerhande, personen die een beroepsopleiding volgen of studenten, niet onder de definitie vallen.
Arbeid(st)ers met het statuut van gepensioneerde worden conform de wettelijke bepalingen niet aangesloten respectievelijk verliezen het recht op aansluiting vanaf het ogenblik van de pensionering. 4.6. Sector Sector van de steenbakkerijen (PC 114). 4.7. Aangeslotene Actieve aangeslotene : de arbeid(st)er in dienst van de werkgever waarvoor de inrichter een pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van dit pensioenstelsel voldoet.
Passieve aangeslotene (slaper) : de gewezen arbeid(st)er die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet omdat hij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves, zonder wijziging van de pensioentoezegging, bij de pensioeninstelling te laten.
Waar nodig wordt het onderscheid actieve/passieve aangeslotene gemaakt in het reglement. 4.8. Begunstigde Persoon in wiens voordeel de prestatie bedongen is. 4.9. Eindleeftijd De normale eindleeftijd is vastgesteld op de eerste dag van de maand volgend op het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Het verlengingsscenario na de normale eindleeftijd is opgenomen in artikel 16 van de algemene bepalingen. 4.10. Pensioenbijdrage, ook premiebudget of bijdrage De bijdrage die wordt toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 4.11. Werkgeversbijdrageovereenkomst De individuele rekening op naam van de aangeslotene die gespijsd wordt door de pensioenbijdragen en die het rendement geniet dat de pensioeninstelling toekent (technische rentevoet en winstdeelname). 4.12. Jaarlijkse aanpassingsdatum De jaarlijkse aanpassingsdatum is 31 december van elk kalenderjaar. 5. Aansluiting De arbeid(st)er wordt vanaf de indiensttreding bij de werkgever aangesloten. De werknemer die na de indiensttreding bij de werkgever overstapt naar de categorie van de arbeid(st)ers, wordt aangesloten vanaf het ogenblik waarop hij tot de categorie van de arbeid(st)ers behoort.
De aansluiting gebeurt evenwel ten vroegste op 30 november 2011, datum van inwerkingtreding van het pensioenstelsel.
Aansluiting is verplicht. 6. Beëindiging van de aansluiting De aansluiting neemt een einde : - op de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene pensioneert; - op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet meer in dienst is van een werkgever en zijn reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - op de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. 7. Pensioenbijdrage (ook premiebudget) 7.1. De actieve aangeslotene heeft vanaf 2012 recht op een trimestriële pensioenbijdrage. 7.2. De trimestriële pensioenbijdragen worden bij het verstrijken van het kalenderjaar toegekend met valutadata 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december. Zij zijn op die data verworven voor zover aan de voorwaarde vermeld in punt 7.3 voldaan is.
De aangeslotene die in de loop van een trimester uittreedt, overlijdt of de eindleeftijd bereikt, heeft bijgevolg geen recht op de pensioenbijdrage voor dat trimester. 7.3. De trimestriële pensioenbijdrage wordt toegekend voor zover de aangeslotene in de DmfAaangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71 of 72 voorkomt. Als er alleen een verbrekingsvergoeding (looncode 3) aangegeven wordt in combinatie met prestatiecode 1, is de bijdrage niet verschuldigd. (Concreet betekent dit dat een trimester waarin enkel ziektedagen voorkomen of een trimester waarin een verbrekingsvergoeding wordt uitgekeerd zonder dat er prestaties zijn, niet in aanmerking komt voor de toekenning van de pensioenbijdrage.) 7.4. Voor wat de omvang van de pensioenbijdrage betreft, wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene. 7.5. Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 30 november 2011, wordt aan de arbeid(st)er die op 30 november 2011 tewerkgesteld is in de sector en bijgevolg aangesloten wordt, een pensioenbijdrage die benoemd wordt als startbijdrage, toegekend. De valutadatum van de startbijdrage is 30 november 2011. 7.6. De hiervoor bedoelde pensioenbijdragen omvatten de bijzondere sociale zekerheidsbijdragebijdrage, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het pensioenstelsel 8,86 pct. bedraagt, niet.
Omwille van het specifieke statuut van de inrichter (fonds voor bestaanszekerheid), is er geen verzekeringstaks op de pensioenbijdragen verschuldigd. 7.7. De pensioenbijdrage wordt onder de vorm van een (historisch) overzicht opgenomen in een bijlage bij de bijzondere bepalingen van dit pensioenreglement. 8. Betaling van de pensioenbijdragen - financieringsfonds - toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten 8.1. De inrichter staat in voor de betaling van de pensioenbijdragen.
Zij worden, bij middel van trimestriële voorschotten, betaald door de inrichter aan de pensioeninstelling, uiterlijk de laatste werkdag van het trimester. In de praktijk zal de inrichter de RSZ-inning die hij ontvangt, overmaken aan de pensioeninstelling. 8.2. De pensioeninstelling stort de betaalde pensioenbijdragen in het financieringsfonds.
De toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten, met retroactief effect op het einde van elk trimester, gebeurt éénmaal per jaar en wel nadat de pensioeninstelling de gegevens met betrekking tot het verstreken jaar uit het KSZ-netwerk, via BASP, ontvangen heeft. De nodige fondsen worden op dat ogenblik uit het financieringsfonds gelicht.
Indien zich bij de toewijzing een tekort zou voordoen, is de inrichter gehouden, binnen de tien werkdagen nadat de pensioeninstelling hem hiervan op de hoogte heeft gebracht, het tekort aan te zuiveren. In deze situatie zal de pensioeninstelling aan de inrichter ook een negatief rendement ten laste van het financieringsfonds aanrekenen. 8.3. Er wordt geen vrije reserve opgebouwd. 8.4. Het financieringsfonds behoort toe aan de aangeslotenen.
Indien een arbeid(st)er om één of andere reden ophoudt deel uit te maken van het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het sectoraal pensioenstelsel invoert, kan hij op geen enkele wijze aanspraak maken op de tegoeden van het financieringsfonds.
Wanneer het pensioenstelsel wordt opgeheven of wanneer de inrichter verdwijnt, om welke reden ook en zonder dat de verplichtingen worden overgenomen door een derde, worden de achterstallige bijdragen en het bedrag dat nodig is om de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie te financieren, aangezuiverd en wordt het financieringsfonds daarna verdeeld onder de aangeslotenen in verhouding tot hun verworven reserves. 9. Verworven reserves - verworven prestaties - rechten van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst 9.1. De verworven reserves zijn de reserves op een bepaald ogenblik waarop de aangeslotene recht heeft overeenkomstig het pensioenstelsel. 9.2. De verworven prestaties zijn gelijk aan de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement indien hij bij uittreding zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat. 9.3. Tot 31 december 2018 Indien de aangeslotene uittreedt vóór het einde van het eerste jaar van zijn aansluiting, zijn de pensioenbijdragen die voorkomen op de werkgeversbijdrageovereenkomst niet verworven en worden zij in het financieringsfonds gestort.
De in het vorige lid bedoelde aangeslotene die nadien herintreedt in de sector, zal een nieuwe aansluitingsperiode van 12 maanden moeten doorlopen vooraleer hij aanspraak kan maken op de werkgeversbijdrageovereenkomst. (Bij herintreding wordt de anciënniteit in de sector met andere woorden op "0" gezet.) 9.4. Vanaf 1 januari 2019 Bij uittreding heeft de aangeslotene steeds recht op de verworven reserves. 10. Uittreding 10.1. Bij uittreding is de inrichter ertoe gehouden binnen een termijn van één jaar de pensioeninstelling van de uittreding in kennis te stellen. Binnen dezelfde periode kan de aangeslotene evenwel zelf de pensioeninstelling van zijn uittreding in kennis stellen.
De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving, de volgende gegevens mee aan de inrichter : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden (zie : algemene bepalingen) en het feit dat de uitkering bij overlijden (pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname) behouden blijft.
De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens.
De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling.
Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze uit binnen de 30 dagen. 10.2. De praktische benadering van uittreding zal de volgende zijn. De arbeid(st)ers worden geacht uit de sector te zijn getreden als er gedurende twee opeenvolgende kwartalen geen DmfA-aangifte werd gedaan.
Arbeid(st)ers waarvoor wel een DmfA-aangifte werd gedaan maar met enkel gelijkgestelde dagen (bijvoorbeeld omwille van langdurige ziekte) worden niet geacht te zijn uitgetreden. Vermits de pensioeninstelling door de inrichter gemachtigd werd om rechtstreeks de benodigde gegevens voor het beheer van dit pensioenstelsel uit de KSZ te betrekken, zal de pensioeninstelling, via deze weg, de hiervoor geschetste procedure opvolgen en optreden in plaats van de inrichter.
De volledige communicatielijn met de aangeslotene zal bijgevolg door de pensioeninstelling verzorgd worden. 10.3. Bij overdracht na uittreding worden eventuele tekorten in de verworven reserves onmiddellijk aangezuiverd. De werkgeversbijdrageovereenkomst wordt eveneens aangezuiverd met het eventuele tekort ten opzichte van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie.
Dit houdt in dat de hiervoor gedefinieerde verworven reserves, zo nodig, door de inrichter worden aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie. Deze eventuele aanvulling zal door de pensioeninstelling uit het financieringsfonds geput worden of indien niet genoeg middelen in het financieringsfonds aanwezig zijn, door de inrichter gestort worden.
Geenszins kan de pensioeninstelling door de aangeslotene worden aangesproken om deze tekorten bij te passen. 10.4. De gewezen aangeslotene die kiest voor de onmiddellijke overdracht van zijn verworven reserves, maakt de ontbrekende inlichtingen en/of bewijsstukken met betrekking tot geleverde prestaties waarvan de pensioeninstelling nog niet op de hoogte is, gezien de "achteraf' ontvangst en de verwerking van de gegevensstromen uit de KSZ, over aan de pensioeninstelling. De pensioeninstelling bezorgt de gewezen aangeslotene een instructie hierover. Bedoeling is om de verworven reserves (in voorkomend geval aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie), zonder uitstel, correct toe te kennen.
Indien de gewezen aangeslotene een door dit pensioenreglement opgelegde verplichting niet nakomt, waardoor voor hem enig verlies van recht ontstaat, dan zullen de pensioeninstelling en de inrichter in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de gewezen aangeslotene (of zijn begunstigde) in verband met de bij dit pensioenreglement beoogde pensioenreserve. 11. Prestaties - uitbetaling - af te leveren documenten bij uitbetaling leven/overlijden 11.1. Bij leven van de aangeslotene De pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst, wordt bij pensionering van de aangeslotene uitgekeerd.
Op aanvraag van de aangeslotene kan de pensioenreserve worden uitgekeerd conform met wat voorzien is in artikel 16 van de algemene bepalingen en dit voor zover geen wettelijke bepalingen zich hiertegen verzetten.
Volledigheidshalve wordt toegevoegd dat een vroegtijdige uitkering niet mogelijk is voor de aangeslotene die pensioneert als ex-mijnwerker of krachtens een ander specifiek beroep dat wettelijke pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd mogelijk maakt.
In voorkomend geval is de inrichter gehouden dit bedrag aan te vullen tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de aangeslotene, na ontvangst van de door aangeslotene ondertekende vereffeningskwitantie. 11.2. Bij overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd Het bedrag van de pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname die op het ogenblik van het overlijden van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst voorkomt, wordt bij vooroverlijden van de aangeslotene aan de begunstigde uitgekeerd.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de begunstigde, na ontvangst van de door de begunstigde ondertekende vereffeningskwitantie.
De pensioeninstelling heeft het recht een bewijs van leven van de begunstigde te vragen.
De begunstigde bij overlijden wordt bepaald volgens de volgende rangorde : - De echtgeno(o)t(e) van de aangeslotene of de wettelijk samenwonende partner, behalve in de volgende gevallen : - de echtgenoten zijn gerechtelijk van tafel en bed gescheiden; - een schriftelijk verzoek werd bij de rechtbank ingediend om gerechtelijk echtscheiding of scheiding van tafel en bed te verkrijgen; - Bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of, bij plaatsvervulling, hun afstammelingen; - Bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - Bij ontstentenis, de nalatenschap van de aangeslotene; - Bij ontstentenis, het financieringsfonds.
Indien door deze rangorde meer dan één begunstigde aangeduid wordt, zal er een evenredige verdeling gebeuren tussen de verschillende begunstigden.
De aangeslotene kan van deze rangorde niet afwijken en kan geen begunstigde bij naam aanduiden. 11.3. Zowel bij leven als bij overlijden De aangeslotene of de begunstigde maakt de ontbrekende inlichtingen en/of bewijsstukken met betrekking tot geleverde prestaties waarvan de pensioeninstelling nog niet op de hoogte is, gezien de "achteraf" ontvangst en de verwerking van de gegevensstromen uit de KSZ, over aan de pensioeninstelling. De pensioeninstelling bezorgt de aangeslotene/begunstigde een instructie hierover. Bedoeling is om de verworven reserves (in voorkomend geval aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie), zonder uitstel, correct toe te kennen.
Indien de aangeslotene/begunstigde een door dit pensioenreglement opgelegde verplichting niet nakomt waardoor voor hem enig verlies van recht ontstaat, dan zullen de pensioeninstelling en de inrichter in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene of zijn begunstigde in verband met de bij dit pensioenreglement geregelde prestatie. 12. Diverse bepalingen 12.1. Er zijn geen medische formaliteiten bij aansluiting. 12.2. Verdaging na de wettelijke pensioenleeftijd is voorzien.
Verwezen wordt naar het specifieke verlengingsscenario dat opgenomen is in artikel 16 van de algemene bepalingen. 12.3. (zonder inhoud) 12.4. Met betrekking tot de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen is enkel het eerste lid van artikel 6 van de algemene bepalingen van toepassing. 12.5. Conform de algemene bepalingen (artikel 18) kan de actieve aangeslotene op geen enkel ogenblik vrijwillige persoonlijke stortingen doen. 12.6. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 17) heeft de aangeslotene geen enkel recht in het kader van vastgoedverrichtingen. 12.7. In het kader van deze groepsverzekering wordt enkel in een onthaalstructuur voorzien voor de reserves uit hoofde van een vorige tewerkstelling die de aangeslotene overdraagt naar de pensioeninstelling, situatie die beoogd is in artikel 19, a), eerste gedachtestreepje van de algemene bepalingen.
Het artikel 19, d) is niet van toepassing. 12.8. Voor zover geen elektronische consultatie via de website van de inrichter of de pensioeninstelling mogelijk is, kunnen de aangeslotenen het pensioenreglement en het jaarlijks beheersverslag (transparantieverslag) via eenvoudig verzoek aan de inrichter bekomen.
Voor zover geen elektronische consultatie via de website van de pensioeninstelling mogelijk is, kunnen de aangeslotenen die een kopie van de jaarrekening en/of het jaarverslag van de pensioeninstelling wensen, dit stuk (deze stukken) via eenvoudig verzoek aan de pensioeninstelling bekomen. 12.9. Alles wat in de algemene bepalingen voorkomt rond persoonlijke bijdrage/persoonlijke bijdrageovereenkomst is niet van toepassing. 12.10. De pensioeninstelling kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor enig nadelig fiscaal gevolg met betrekking tot de aftrekbaarheid van de financiering van het pensioenstelsel op het niveau van de werkgever. 12.11. In het artikel 11 van de algemene bepalingen wordt alles wat vermeld is vanaf het 7de lid geschrapt en vervangen door de volgende bepalingen : "De inrichter is gehouden om voorafgaandelijk aan de overdracht de vergoeding als bedoeld in het hierna vermelde punt 1. of 2. aan de pensioeninstelling over te maken.
Het financieringsfonds vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Afkoopvergoeding Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden kleiner of gelijk is aan 1 250 000 EUR (*), wordt een afkoopvergoeding per aangeslotene aangerekend die gelijk is aan het maximum van : - 10 EUR (*); - het minimum van 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde en 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de nog te verstrijken looptijd van de werkgeversbijdrageovereenkomst, uitgedrukt in jaren, tot de eindleeftijd.
De vergoeding voor het financieringsfonds bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde met een maximum van 10 EUR (*). 2. Vereffeningsvergoeding Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden groter is dan 1 250 000 EUR (*), wordt een liquidatievergoeding voorzien die rekening houdt met : - de samenstelling van de dekkingswaarden van de wiskundige provisies van de pensioeninstelling; - per categorie van dekkingswaarden, de beleggingsduur van die waarden; - de evolutie van de wiskundige reserves van de groepsverzekering die wordt afgekocht.
De vereffeningsvergoeding is de som van de volgende elementen : - Forfaitaire vergoeding De forfaitaire vergoeding bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde. - Administratieve vergoeding De administratieve vergoeding is gelijk aan 2 500 EUR (*). - Financiële vergoeding = theoretische afkoopwaarde x FV De bepaling van de latente minwaarden op de beleggingsportefeuille gebeurt op basis van het rendement OLO met een looptijd van 10 jaar.
De financiële vergoeding kan nooit negatief zijn en wordt uitgedrukt als een percentage van de pensioenreserves.
FV = (5 - 2u) (i1 - i2) waarbij - FV = 0 indien i1 of = 2,5 met - u = duur in jaren en maanden tussen het ogenblik van de afkoopmelding en de effectieve uitbetaling (of wens tot uitbetaling) van de afkoopwaarde; - i1 = het OLO-rendement (OLO 10 jaar) op het ogenblik van de afkoopmelding; - i2 = het gemiddelde OLO-rendement (OLO 10 jaar) over de laatste 60 maanden, op het ogenblik van de afkoopmelding.
De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor om, indien er geen OLO-markt meer bestaat, het rendement te nemen van een gelijkwaardige belegging in euro.
De vergoeding voor het financieringsfonds wordt op dezelfde wijze en volgens dezelfde modaliteiten berekend, zij het dat er geen administratieve vergoeding wordt toegepast. (*) Dit bedrag wordt geïndexeerd in functie van het gezondheidsindexcijfer (basis 1988 = 100). Het indexcijfer dat in aanmerking moet genomen worden is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de afkoop voorafgaat.
De pensioeninstelling maakt een bijvoegsel op aan het reglement dat de afkoop van de groepsverzekering en de overdracht noteert. De inrichter verbindt zich ertoe spontaan en onmiddellijk een kopie van dit bijvoegsel aan de aangeslotenen te bezorgen.". 12.12. Bij artikel 14 van de algemene bepalingen wordt gesteld dat voor de berekening van de gewaarborgde bedragen in toepassing van de wettelijke bepalingen, de instapkost gebruikt wordt aangezien deze kost lager is dan het wettelijk gedefinieerde maximum aan kosten.
(Historisch) overzicht van de pensioenbijdrage
2011 (1)
2011 (1)
Startbijdrage (EUR)
Contribution de départ (EUR)
Nettopremie (EUR)
50
Prime nette (EUR)
50
Vanaf 2012 (2)
A partir de 2012 (2)
Kwartaal/Trimestre 1
Kwartaal/Trimestre 2
Kwartaal/Trimestre 3
Kwartaal/Trimestre 4
Nettopremie/Prime nette (EUR)
33,75
33,75
33,75
33,75
Nettopremie = premie zonder instapkost.
F-Benefit Algemene bepalingen - release 2018 Begrippenlijst Groepsverzekering (hoofdverzekering) Overeenkomst of geheel van levensverzekeringsovereenkomsten gesloten bij een pensioeninstelling door een inrichter in uitvoering van een collectieve pensioentoezegging ten voordele van het geheel of een deel van zijn personeel en/of zijn leiders.
Inrichter (verzekeringsnemer) - de werkgever die een toezegging doet (ondernemingspensioenstelsels); - de rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, die een pensioenstelsel invoert (sectorale pensioenstelsels).
Aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van het personeel waaraan de inrichter een toezegging doet en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement voldoet ("actieve aangeslotene"), alsook de gewezen aangeslotene (slaper) die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het reglement. Waar nodig wordt in de voorliggende bepalingen de precisering "gewezen aangeslotene" (slaper) respectievelijk "actieve aangeslotene" gebruikt.
Overdrager De werknemer die zijn pensioenreserves overdraagt naar de onthaalstructuur.
Wettelijk samenwonende partner Een aangeslotene wordt als samenwonend beschouwd indien hij of zij samenwoont krachtens de
wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten tot invoering van de wettelijke samenwoning of krachtens een gelijkaardige buitenlandse regeling.
Begunstigde Persoon in wiens voordeel de verzekeringsprestatie bedongen is.
De prestaties bij leven zijn bedongen in het voordeel van de "aangeslotene".
Bij vooroverlijden van de aangeslotene komen de prestaties bij overlijden aan de "begunstigde" toe.
Aanvaardende begunstigde De begunstigde wordt aangeduid met aanvaardende begunstigde wanneer hij uitdrukkelijk de begunstiging aanvaardt en dit als dusdanig schriftelijk aan de pensioeninstelling meedeelt.
De aanvaarding wordt opgenomen in een bijvoegsel bij de overeenkomsten van de aangeslotene/overdrager dat de handtekeningen van de inrichter, de begunstigde, de aangeslotene/overdrager en de pensioeninstelling draagt.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de handtekening van de inrichter niet nodig op het bijvoegsel van aanvaarding van de begunstiging.
Wanneer de aangeslotene/overdrager een andere begunstigde wil aanduiden, zijn overeenkomsten wil gebruiken in het kader van vastgoedverrichtingen, zijn overeenkomsten getransfereerd worden naar een andere pensioeninstelling in het kader van de afkoop van de groepsverzekering door de inrichter, bij uittreding zijn verworven reserves wil transfereren of zijn overeenkomsten - voor zover de wetgeving ter zake dit toelaat - wil afkopen, is voorafgaandelijk het schriftelijk akkoord van de aanvaardende begunstigde nodig.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur is de toestemming van de aanvaardende begunstigde eveneens vereist bij elke wijziging die een vermindering van het overlijdenskapitaal impliceert.
Pensioeninstelling Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel, pensioeninstelling toegelaten onder codenummer 0346; RPR Brussel BTW BE 0408.183.324.
Financiële rekening BIC : BBRUBEBB IBAN : BE64 3100 7685 9452.
Bijdrage of premie Bedrag(en) betaalbaar door de inrichter of de aangeslotene als tegenwaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling.
Werkgeversbijdrage Premie die de werkgever besteedt aan de groepsverzekering.
Werkgeversbijdrageovereenkomst Contractuele bepalingen die, voor een aangeslotene, het deel van de groepsverzekering regelen dat door de werkgeversbijdragen gefinancierd wordt die niet in het financieringsfonds zijn gestort.
Persoonlijke bijdrage Premie die overeenstemt met de verplichte stortingen van de aangeslotene voor de groepsverzekering. De persoonlijke bijdragen worden op het nettoloon ingehouden.
Persoonlijke bijdrageovereenkomst Contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat gefinancierd wordt door zijn verplichte stortingen.
Toezegging van het type "vaste bijdragen" De verbintenis tot het betalen van vooraf bepaalde bijdragen in een groepsverzekering.
Uittreding 1) Beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de inrichter anders dan door overlijden of pensionering (ondernemingspensioenstelsels);2) De overgang van de aangeslotene in het kader van een overgang van (een deel van) de onderneming of (een deel van) de vestiging als gevolg van een conventionele overdracht of fusie waarbij de collectieve pensioentoezegging van de aangeslotene niet wordt overgedragen (ondernemingspensioenstelsels);3) De beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering, voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever (sectorale pensioenstelsels);4) De beëindiging van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, in geval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het pensioenstelsel heeft ingevoerd (sectorale pensioenstelsel). De invulling van dit begrip kan wijzigen in de tijd. Telkens wordt dezelfde invulling aan dit begrip gegeven als de vigerende wetgeving ter zake vooropstelt.
Bijzondere bepaling multi-inrichterspensioenstelsel (MIP) Wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die deelneemt aan hetzelfde multi-inrichterspensioenstelsel als dat van de vorige werkgever en er geen uittredingsovereenkomst bestaat die de overname van de rechten en plichten tussen de deelnemende werkgevers (werkgever die verlaten wordt, respectievelijk nieuwe werkgever met wie arbeidsovereenkomst gesloten wordt) regelt.
Uittreding light Einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering.
Verworven prestatie (op een bepaald ogenblik) in een groepsverzekering Prestatie waarop de aangeslotene recht heeft op de eindleeftijd wanneer de aangeslotene uittreedt bij de inrichter of wanneer hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden (uittreding light).
Verworven reserves (op een bepaald ogenblik) Pensioenreserves waarvoor de rechten van de inrichter worden overgedragen naar de aangeslotene op de datum waarop hij uittreedt of op de datum waarop hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden (uittreding light), waarbij die reserve op dat ogenblik wordt berekend.
Afkoop van een overeenkomst Opzegging van de overeenkomst door de inrichter/de aangeslotene/de overdrager.
Theoretische afkoopwaarde Met theoretische afkoopwaarde is bedoeld de "pensioenreserve" of "reserve leven", in voorkomend geval verminderd met de risicopremie die de risicowaarborg overlijden financiert, waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd.
Afkoopwaarde op een bepaald ogenblik Door de pensioeninstelling te storten prestatie in geval van afkoop van de overeenkomst.
Premievrijmaking of reductie van een overeenkomst Stopzetting van de betaling van de premies. Wanneer een vastgesteld kapitaal overlijden voorzien werd en voor zover er geen sprake is van uittreding/uittreding light, wordt dit verder gefinancierd door de onttrekking van de risicopremie op het einde van elke maand uit de reserve leven.
Voorafbestaande aandoening Een lichamelijk letsel en/of aantasting van de gezondheid in hoofde van de aangeslotene ontstaan vóór het sluiten van de overeenkomst, vóór een niet vooraf overeengekomen verhoging (voor wat betreft die verhoging), respectievelijk vóór de weder inwerkingstelling van de verzekerde prestatie.
Vastgesteld(e) kapitaal overlijden of minimumkapitaal overlijden Kapitaal vermeld in de overeenkomst van de aangeslotene. Dit kapitaal omvat de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal.
Risicokapitaal overlijden Het risicokapitaal overlijden wordt gevormd door het verschil tussen het vastgestelde kapitaal overlijden en de som van de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal.
Risicopremie Premie nodig om het risicokapitaal overlijden te verzekeren. Zij wordt berekend in functie van het tarief dat door de pensioeninstelling bij de autoriteit belast met de (prudentiële) controle is neergelegd, van het risicokapitaal en van de leeftijd van de aangeslotene.
Instapkosten Van elke bijdrage, zonder taks, worden instapkosten afgehouden. De instapkosten zijn vermeld in de bijzondere bepalingen.
Nettobijdrage Met nettobijdrage is de bijdrage, zonder taksen, van de inrichter of van de aangeslotene bedoeld waarop de instapkosten in mindering gebracht werden.
Pensioenreserve of reserve leven Bedrag samengesteld door de kapitalisatie van de nettobijdragen aan de technische rentevoet die op de valutadatum op de bankrekening van de pensioeninstelling in voege is.
De afhouding van de risicopremie overlijden gebeurt, in voorkomend geval, op het einde van elke kalendermaand zowel uit de reserve leven samengesteld met persoonlijke bijdragen als uit de reserve leven samengesteld met werkgeversbijdragen en dit in dezelfde verhouding als de verdeling van de bijdragen. Verder gebeurt de afhouding van de risicopremie overlijden uit de verschillende reserveschijven met hun intrestgarantie en dit in verhouding tot hun aandeel in die reserve leven.
Pensioenleeftijd (eindleeftijd) (P, PP, PPP,...) De pensioenleeftijd is de leeftijd die in de bijzondere bepalingen doorgaans wordt vermeld als eindleeftijd (einddatum) en die gebruikt wordt bij de berekeningen van de prestaties overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in het pensioenreglement.
In voorkomend geval, de nieuwe eindleeftijd die volgt uit de toepassing van artikel 16 van de voorliggende bepalingen.
Dynamische pensioenteeftijd (eindleeftijd) in functie van het ogenblik van aansluiting - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2019 is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 65 jaar bereikt; - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2025 is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 66 jaar bereikt; - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2030 is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 67 jaar bereikt.
Pensionering De effectieve ingang van het rustpensioen met betrekking tot de beroepsactiviteit als werknemer (omdat die activiteit aanleiding gaf tot de opbouw van het aanvullend pensioen).
Wettelijke pensioenleeftijd De pensioenleeftijd volgens de Belgische wetgeving die het wettelijk pensioenstelsel voor werknemers regelt.
Effectieve wettelijke pensioenleeftijd van de aangeslotene De pensioenleeftijd volgens de Belgische wetgeving waarop de aangeslotene met wettelijk pensioen kan gaan volgens het wettelijk pensioenstelsel voor werknemers (waarop de voorliggende pensioentoezegging van de inrichter een aanvulling vormt).
Voor de uitvoering van de pensioentoezegging wordt de effectieve wettelijke pensioenleeftijd in hoofde van de aangeslotene geacht bereikt te zijn de eerste dag van de maand die volgt op de hiervoor gedefinieerde effectieve wettelijke pensioenleeftijd.
WAP/sociale wetgeving
Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
Het KB Leven is - voor het onderdeel dat tot de bevoegdheid van FSMA behoort - eveneens te beschouwen als sociale wetgeving.
Prudentiële wetgeving Wetgeving die het statuut van en het toezicht op de verzekeringsondernemingen regelt, alsook de uitvoeringsbesluiten in verband met die wetgeving.
Autoriteit belast met de (prudentiële) (sociale) controle Autoriteit die de prudentiële wetgeving controleert is de NBB. De autoriteit die de WAP/sociale wetgeving controleert is FSMA. Algemeen Artikel 1.Doel en werkingsprincipes van de groepsverzekering a. Welke doel heeft de groepsverzekering ? De groepsverzekering beoogt, tegen betaling van de bijdragen (premiebudget) door de inrichter/aangeslotene, de uitkering aan de begunstigde(n) van de in het reglement bepaalde prestaties. De groepsverzekering garandeert geenszins de verbintenissen van de inrichter. b. Wanneer treedt de groepsverzekering in werking ? Wanneer treden de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten in werking ? Voor welke duur wordt de groepsverzekering afgesloten ? De groepsverzekering treedt in werking op de datum die door de partijen werd overeengekomen.De individuele aansluitingen gebeuren zoals bepaald is in het reglement.
De verbintenissen van de pensioeninstelling gaan evenwel slechts in nadat de eerste bijdragen, fractionering van de bijdragen of provisie betaald zijn/is en zij over alle noodzakelijke inlichtingen voor de berekening van de prestaties beschikt.
De groepsverzekering wordt voor onbepaalde duur gesloten. c. Zijn er medische formaliteiten ? De politiek van de pensioeninstelling met betrekking tot het aanvaarden van het overlijdensrisico legt medische formaliteiten op. Indien de pensioeninstelling in toepassing van haar aanvaardingscriteria een verhoogd risico vaststelt, kan zij de verzekering van de prestaties, de verhoging van de prestaties of het opnieuw in werking stellen van de overeenkomst weigeren of een bijpremie aanrekenen.
Bij het doorrollen van het vastgestelde kapitaal overlijden zoals voorzien in artikel 16 van de voorliggende bepalingen, wordt elke uitsluiting en elke verzwaring doorgerold.
Indien de pensioeninstelling een geneeskundig onderzoek vraagt, wordt dit onderzoek uitgevoerd op haar kosten.
De medische aanvaardingspolitiek kan steeds herzien worden en wordt op aanvraag aan de inrichter meegedeeld. d. Kan de groepsverzekering betwist worden ? Kunnen de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten betwist worden ? Bij het (on)opzettelijk verzwijgen of het (on)opzettelijk onjuist melden van gegevens, zijn de wettelijke bepalingen ter zake van toepassing. Wanneer de geboortedatum van de aangeslotene onjuist is opgegeven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd of verminderd overeenkomstig de geboortedatum die in acht had moeten genomen worden. e. Wanneer is er recht op afkoop door de inrichter ? Afkoop is slechts mogelijk wanneer de theoretische afkoopwaarde positief is.Bij afkoop moet in elk geval de sociale wetgeving ter zake in de relatie inrichter/aangeslotenen worden nageleefd. f. Kan de groepsverzekering opnieuw in werking gesteld worden ? De overeenkomst waarvan de premiebetaling werd stopgezet (gereduceerde overeenkomst), kan opnieuw in werking gesteld worden.De termijn hiervoor bedraagt drie jaar. Een afgekochte overeenkomst kan niet opnieuw in werking gesteld worden.
Het opnieuw in werking stellen van het vastgestelde kapitaal overlijden is onderworpen aan de op dat ogenblik geldende medische acceptatiepolitiek van de pensioeninstelling. De kosten van eventuele geneeskundige onderzoeken zijn volledig ten laste van de pensioeninstelling.
Het opnieuw in werking stellen gaat in op de datum die door de pensioeninstelling aan de inrichter wordt meegedeeld en ten vroegste op de dag van de ontvangst door de pensioeninstelling van de premiebetaling die gepaard gaat met het opnieuw in werking stellen. Art. 2.Tarieven De tarieven die de pensioeninstelling gebruikt om de verzekerde prestaties te bepalen, resulteren uit de technische grondslagen en methodes die door haar bij de autoriteit belast met de (prudentiële) controle zijn neergelegd.
De nettobijdragen worden vanaf de valutadatum tot de (eerste) eindleeftijd opgerent aan de technische rentevoet die op dat ogenblik in voege is.
Bij verlenging naar een nieuwe eindleeftijd, gebeurt de oprenting van de uitstaande reserves tot aan de nieuwe eindleeftijd aan de technische rentevoet die op het ogenblik waarop de verlenging ingaat, in voege is.
Via een publieke aankondiging op de website van de pensioeninstelling wordt de inrichter/elke belanghebbende over de wijziging van de technische rentevoet van F-Benefit geïnformeerd. Art. 3.Winstdeelname Deze groepsverzekering neemt kosteloos deel in de winst gemaakt in de categorie van de groepsverzekeringen volgens de regels bepaald door de pensioeninstelling en overgemaakt aan de autoriteit belast met de (prudentiële/sociale) controle. Art. 4.Financieringsfonds Het financieringsfonds bevat reserves die geen betrekking hebben op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten van de aangeslotenen en vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Doel van het fonds Het financieringsfonds heeft als doel : - wanneer de inrichter hierom verzoekt, bij te dragen in de toekomstige financiering van de werkgeversbijdrageovereenkomsten. Hiertoe wordt een financieringsplan uitgewerkt door de pensioeninstelling en de inrichter; - in het bijzonder voor zover er persoonlijke bijdragen zijn, voor alle actieve aangeslotenen en voor de aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, op elk ogenblik, de som van de positieve verschillen te dekken tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie voor de werknemersbijdragen en de bedragen op de individuele rekeningen (werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomst) als bedoeld in het KB Leven; - in het algemeen, voor alle actieve aangeslotenen en voor de aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, in een voorfinanciering te voorzien die beoogt de som van de positieve verschillen te dekken tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie en de bedragen die zich op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten bevinden. Met dit doel wordt, bij gelegenheid van de jaarlijkse oppuntstelling, een financieringstabel met het bijhorende borderel om de eventuele tekorten voor te financieren, aan de inrichter overgemaakt; - het verschil aan werkgeversbijdragen te financieren wanneer de gestorte werkgeversbijdrage lager is dan deze die krachtens het reglement moet worden toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 2. Werkingsmiddelen van het fonds De werkingsmiddelen van financieringsfonds zijn de volgende : - de niet-vereffende prestaties bij overlijden wegens ontstentenis van begunstigde; - de pensioenreserve van de werkgeversbijdrageovereenkomst waarover de aangeslotene niet mag beschikken; - de werkgeversbijdragen die gestort worden in het kader van het hiervoor vermelde financieringsplan; - de stortingen van de inrichter bedoeld om de hierboven vermelde som van de positieve verschillen tussen de in de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie en de financiering op de werkgeversbijdrage- en de persoonlijke bijdrageovereenkomsten te voorzien. 3. Beheer van het fonds Het financieringsfonds wordt beheerd door de pensioeninstelling. Tenzij anders wordt overeengekomen, geniet het financieringsfonds een intrest gelijk aan de meest recente technische rentevoet die deel uitmaakt van het tarief groepsverzekeringen tak 21 van het type universal life, vermeerderd met de winstdeelnamevoet die wordt toegekend op de reserves van de prestaties leven in de categorie van de groepsverzekeringen van het type universal life. 4. Vereffening van het fonds In geval : - van opheffing van de pensioentoezegging; - van vereffening, faillissement van de inrichter of van analoge procedures waardoor de inrichter verdwijnt zonder dat een derde zijn verplichtingen overneemt; - de aangeslotenen ontslagen worden als bedoeld in de wetgeving op de sluiting van ondernemingen, ondernemingen in moeilijkheden of ondernemingen die uitzonderlijke ongunstige omstandigheden kennen of analoge wetgeving, worden de activa van het financieringsfonds die niet overeenstemmen met verplichtingen van de inrichter, geheel of gedeeltelijk overgedragen naar het maatschappelijk fonds van de werkgever tenzij bij collectieve arbeidsovereenkomst (respectievelijk wijziging van het arbeidsreglement indien er op het niveau van de werkgever geen sociale overlegorganen voorkomen) andere toekenningsmodaliteiten werden vastgesteld.
Dit houdt in dat het over te dragen bedrag hoogstens gelijk is aan het bedrag van de activa die de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot de in het licht van de sociale wetgeving vastgelegde minimumrendementsgarantie, overschrijden.
Wanneer de overdracht slechts betrekking heeft op een deel van de aangeslotenen, dan wordt het over te dragen bedrag beperkt naar verhouding van de verworven reserves van de betrokken aangeslotenen die in voorkomend geval verhoogd worden tot de in het licht va …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.