📄 Wettekst
22 DECEMBER 2023. - Programmadecreet bij de begroting 2024 (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Programmadecreet bij de begroting 2024 HOOFDSTUK 1. - Algemeen Artikel 1.Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling 1. - Opheffing Fonds voor de Waarborgregeling
Art. 2.In het
decreet van 20 december 2013Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten8 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2014, het laatst gewijzigd bij het decreet van 29 december 2019, wordt hoofdstuk 8, dat bestaat uit artikel 20, opgeheven.
Het Fonds voor de Waarborgregeling van de nv Waarborgbeheer, opgericht bij artikel 20 van hetzelfde
decreet van 20 december 2013Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten8, wordt ontbonden. De saldi beschikbaar op 31 december 2023 op basisallocatie 1EC226 (verliesfinanciering) van het begrotingsartikel EC0-1ECB4BA-WT worden gedesaffecteerd naar de algemene middelen. HOOFDSTUK 3. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Afdeling 1. - Ontvangsten vanuit het Minafonds en uitgaven in het
kader van het preventief gezondheidsbeleid naar aanleiding van de Saneringsovereenkomst Vlaamse Regering - 3M van 6 juli 2022 Art. 3.In artikel 2 van het
decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2020, wordt een paragraaf 2/12 ingevoegd, die luidt als volgt: " § 2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022.". Afdeling 2. - Wijzigingen van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten4 houdende de
Vlaamse sociale bescherming Art. 4.In artikel 80, § 2, eerste lid, van het
decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten4 houdende de Vlaamse sociale bescherming, gewijzigd bij het
decreet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten4, wordt het bedrag "135 euro" vervangen door het bedrag "140 euro". Afdeling 3. - Wijzigingen aan het
decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten3 houdende
de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters Art. 5.In artikel 8 van het
decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten3 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012, 15 juli 2016, 23 maart 2018 en 21 mei 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: " § 1.De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 7, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvang waarvoor de gezinnen betalen op basis van het inkomen, en voor de realisatie van voorrang bij de toegang tot de kinderopvang voor gezinnen waarvoor kinderopvang noodzakelijk is om te werken of om een opleiding met het oog op werk te volgen.
Bij de voorrang, vermeld in het eerste lid, geeft de organisator absolute voorrang aan: 1° gezinnen die in totaliteit minstens hetzij 4/5de werken, hetzij een 4/5de dagopleiding met het oog op werk volgen, hetzij een 4/5de combinatie van werken en opleiding met het oog op werk realiseren;2° broertjes of zusjes van kinderen die op hetzelfde moment reeds gebruikmaken van dezelfde kinderopvang;3° pleegkinderen als bedoeld in artikel 2, 10°, van het
decreet van 29 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten4 houdende de organisatie van pleegzorg, in het gezin en die in aanmerking komen voor kinderopvang als bedoeld in artikel 2, 2°. De financiële bijdrage van de gezinnen voor de kinderopvang van een pleegkind als vermeld in het tweede lid, 3°, of van een kind van een minderjarige tienermoeder, stemt overeen met het laagst mogelijke inkomenstarief, onafhankelijk van het inkomen van het pleeggezin of van het gezin van de minderjarige.
De organisator kan afwijken op de voorrang, vermeld in het eerste lid, ten belope van maximaal 10% van alle kinderen die op jaarbasis opgevangen worden in de kinderopvanglocatie, in het belang van het kind of omwille van een gezondheids- of welzijnssituatie in het gezin."; 2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt: "2° de nadere regels voor de voorrangscriteria en de wijze waarop ze formeel zullen worden vastgesteld."; 3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt punt 3° opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie Afdeling 1. - Wijziging aan het Fonds voor interbestuurlijke
digitalisering lokale overheden, opgericht bij artikel 21 van het programmadecreet bij de begroting 2023 van 16 december 2022 Art. 6.Aan paragraaf 2 wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt: "9° de terugvorderingen van subsidies in het kader van interbestuurlijke digitalisering voor lokale overheden waarbij werkzaamheden ter ondersteuning en uitvoering van een project door de administratie worden uitgevoerd.". Afdeling 2. - Vlaams fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke
en plattelandsinvesteringen Art. 7.In afwijking van artikel 4 van het
decreet van 23 december 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten3 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van een Vlaams fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke en plattelandsinvesteringen, wordt vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 het fonds als volgt verdeeld: 1° een bedrag van 14.274.239 euro wordt voorzien voor bepaalde centrumsteden voor investeringen in stadsvernieuwingsprojecten als vermeld in artikel 6, en wordt als volgt opgesplitst: 10.711.351 euro voor Antwerpen, 2.233.139 euro voor Gent, 549.503 euro voor Sint-Niklaas, 511.996 euro voor Mechelen en 268.250 euro voor Oostende; 2° een bedrag van 7.472.984,2 euro wordt voorzien voor subsidies voor plattelandsgemeenten als vermeld in artikel 9 tot en met 14.
Een bedrag, vastgesteld door de Vlaamse Regering, wordt voorzien voor conceptsubsidies voor de centrumsteden, de provinciale steden en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, die optreedt als bevoegde instelling voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, als vermeld in artikel 7 en 8. Afdeling 3. - Opheffing Fonds Administratieve Toeristische Boeten
Art. 8.In het
decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten6 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten4, wordt hoofdstuk 15, dat bestaat uit artikel 57, opgeheven.
De middelen van het fonds worden gedesaffecteerd ten gunste van de algemene middelen van de Vlaamse Gemeenschap. Afdeling 4. - Toewijzing van de opbrengsten uit de vervreemding van de
onroerende domeingoederen in eigendom van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest Art. 9.In afwijking van alle andersluidende bepalingen wordt aan de algemene middelen van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 2, 42°, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, toegewezen, de helft van de opbrengsten uit de vervreemding van de onroerende domeingoederen in eigendom van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest.
In afwijking van het eerste lid worden de opbrengsten uit de vervreemding van de gebouwen en aanhorigheden bestemd voor de huisvesting van de diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, die beheerd worden door het agentschap Facilitair Bedrijf, overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 integraal toegewezen aan het Fonds Onroerende Goederen als de budgettaire weerslag van de vervreemding niet meer dan 10.000.000 euro bedraagt.
In afwijking van het eerste en het tweede lid worden de opbrengsten uit de vervreemding van de gebouwen en aanhorigheden bestemd voor de huisvesting van de diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, die beheerd worden door het agentschap Facilitair Bedrijf, integraal toegewezen aan de algemene middelen van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 2, 42°, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, als de budgettaire weerslag van de vervreemding meer dan 10.000.000 euro bedraagt.
In afwijking van het eerste lid worden de opbrengsten uit de vervreemding van onroerende domeingoederen in eigendom van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zonder beheerder waar het agentschap Facilitair Bedrijf in de authentieke akte optreedt als beherende instantie, toegewezen aan het Fonds Onroerende Goederen. HOOFDSTUK 5. - Mobiliteit en Openbare Werken Afdeling 1. - Opheffing van de dienst met afzonderlijk beheer Vlaams
Infrastructuurfonds (VIF) Art. 10.In het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten4, worden artikel 57 tot en met 60 opgeheven. Art. 11.In artikel 16.5.1, § 2, tweede lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008 en 23 december 2010, worden de woorden "Vlaams Infrastructuurfonds" vervangen door de woorden "Vlaamse Gewest". Art. 12.In artikel 2 van het
decreet van 3 mei 2013Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten7 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2017, 18 december 2020 en 31 maart 2023, wordt punt 7° opgeheven. Art. 13.In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "als bijdrage tot financiering van het Vlaams Infrastructuurfonds" vervangen door de woorden "aan het Vlaamse Gewest";2° in het vijfde lid worden de woorden "Vlaams Infrastructuurfonds" vervangen door de woorden "Vlaamse Gewest". Art. 14.In artikel 17, § 6, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden "Vlaams Infrastructuurfonds" vervangen door de woorden "Vlaamse Gewest". Art. 15.In artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 18 december 2020Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten9, worden de woorden "Vlaams Infrastructuurfonds" telkens vervangen door de woorden "Vlaamse Gewest". Art. 16.In artikel 110, vijfde lid, van het Scheepvaart
decreet van 21 januari 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten3 worden de woorden "Vlaams Infrastructuurfonds" vervangen door de woorden "Vlaamse Gewest". Art. 17.Het besluit van de Vlaamse Executieve van 16 september 1992 betreffende het financieel en materieel beheer van de Gewestdienst met Afzonderlijk Beheer Vlaams Infrastructuurfonds, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003201696
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het integraal waterbeleid
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
19/09/2003
numac
2003200811
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende publiek-private samenwerking
sluiten3, wordt opgeheven. Art. 18.In artikel 1, § 1, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003201696
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het integraal waterbeleid
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
19/09/2003
numac
2003200811
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende publiek-private samenwerking
sluiten2 tot operationalisering van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt punt 6° opgeheven;2° het tweede lid wordt opgeheven. Afdeling 2. - Kilometerheffing - Aanmoediging emissievrij
vrachtvervoer Art. 19.Aan artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij het
decreet van 3 juli 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten0, wordt een punt 1° /0 toegevoegd, dat luidt als volgt: "1° /0 emissievrij voertuig: een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden als bepaald in artikel 3, punt 11, van verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad.". Art. 20.In artikel 2.4.4.0.2 van dezelfde codex, vervangen bij het
decreet van 3 juli 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten0, wordt het laatste lid, toegevoegd bij het
decreet van 23 december 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten3, vervangen door wat volgt: "Emissievrije voertuigen met een maximaal toegestane totaalgewicht (MTT) lager dan of gelijk aan 4,25 ton zijn vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2029 vrijgesteld van de verplichting om de kilometerheffing te betalen.
Voor de overige emissievrije voertuigen, andere dan deze vermeld in het vijfde lid, is de toeslag Ex tot en met 31 december 2029 gelijk aan nul. Het overige gedeelte van de kilometerheffing wordt voor deze voertuigen verminderd met: - 100% vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025; - 80% vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026; - 60% vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027; - 40% vanaf 1 januari 2028 tot en met 31 december 2028; - 20% vanaf 1 januari 2029 tot en met 31 december 2029.". Afdeling 3. - Wijziging van bijlage 2 bij de Vlaamse Codex Fiscaliteit
van 13 december 2013, met uitbreiding van het wegennet waarop een effectieve kilometerheffing voor het vrachtvervoer van toepassing is Art. 21.In de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 wordt bijlage 2, ingevoegd bij het
decreet van 3 juli 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten0 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2018, vervangen door wat volgt: "BIJLAGE 2. (01/01/2024- ...) De wegen die onder een wegtype als vermeld in artikel 2.4.4.0.2, 3°, vallen zijn de volgende, voor zover ze zich situeren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest: 1) Autosnelwegen, inclusief bretelwegen, autosnelwegenringen en op- en afritten: Autosnelwegen:
A1
E19
Brussel-Mechelen-Antwerpen-grens NL (Breda)
A2
E314
Leuven-Lummen-grens NL (Heerlen)
A3
E40
Brussel-Leuven-grens Wallonië (Luik)
A4
E411
Brussel-grens Wallonië (Namen)
A7
E19
Brussel (R0)-grens Wallonië (Bergen)
A8
E429
Halle (Ring om Halle inclusief N203a)-grens Wallonië (Doornik)
A10
E40
Brussel-Gent-Brugge-Oostende
A11
Brugge (N31)-Knokke-Heist (N49) - Zelzate-Antwerpen
A12
Brussel-Boom-Antwerpen-grens NL (Bergen-op-Zoom)
A13
E313
Antwerpen-Hasselt-grens Wallonië (Luik)
A14
E17
Antwerpen-Gent-Grens FR (Lille)
A17
E403
Brugge-Kortrijk-grens Wallonië (Doornik)
A18
E40
Jabbeke-Veurne-grens FR (Duinkerken)
A19
Kortrijk-Ieper
A21
E34
Antwerpen (Ranst)-grens NL (Eindhoven)
A25
E25
Luik (Wallonië)-Maastricht (NL) thv Voeren (op- en afrittencomplex N602)
A112
(N186)
Antwerpen/Jan de Voslei
A201
Brussel-Zaventem
Autosnelwegringen:
R0
Ring om Brussel
R1
Ring om Antwerpen
R2
Ring om Antwerpen, excl.Liefkenshoektunnel (van op/afrit 11 Waaslandhaven-Noord tot N101)
R4
Ring om Gent
R8
Ring om Kortrijk
2) Overige gewestwegen met een tarief hoger dan nul eurocent:
N1
Brussel-Antwerpen-grens NL (Breda)
N2
Brussel-Hasselt-grens NL (Maastricht)
N3
Brussel-grens Wallonië (Luik)
N4
Brussel-grens Wallonië (Namen)
N5
Brussel-grens Wallonië (Charleroi)
N6
Brussel-grens Wallonië (Bergen)
N7
Halle-grens Wallonië (Doornik)
N8
Brussel-Ninove-Oudenaarde-Kortrijk-Ieper-Koksijde
N9
Brussel-Gent-Brugge-Oostende
N10
Mortsel-Diest
N12
Antwerpen - (kruising met) R13 Turnhout
N13
Lier - (kruising met) E313 Herentals-West
N14
Mechelen (kruising met R6) - grens NL (met uitzondering van zone binnen R16 Lier)
N15
Mechelen - N19
N16
Vanaf A14 (E17)-Mechelen
N19
Tussen A13 (E313) en A21 (E34)
N19g
N19 (Kasterlee)-R14 (Geel)
N20
Hasselt-grens Wallonië (Luik)
N28
N6 (Halle) - N8 (Ninove)
N31
(E403)
Brugge-Zeebrugge
N32
Brugge - grens FR
N34
Hendrik van Minderhoutstraat (Zeebrugge) - N31
N34a
Kustlaan (Zeebrugge) tussen Hendrik van Minderhoutstraat en Zeegeulstraat
N34f
Slijkensesteenweg (Oostende)
N34i
Zeesluisstraat (Zeebrugge)
N35
Deinze-N37 (Tielt)
N35
Pittem (de kruising met N50)-(de kruising met) N330
N36
Van R32 (Roeselare) tot N35 (Zarren) en van A14 (E17) tot N8 (Avelgem)
N37
Aalter (E40) - Roeselare (R32)
N38
A19 - grens FR
N42
Vanaf (de kruising met) N8-grens met Wallonië
N43
Vanaf (de kruising met) R8-(de kruising met) R4
N44
Aalter-Maldegem
N47
N9-A14 (E17)
N49
(E34)
Antwerpen-Zelzate-Maldegem-Knokke (Knokke-Heist)
N50
Brugge-Ingelmunster-Kortrijk-grens Wallonië (Bergen)
N58
Van grens Wallonië tot A14 (E17) en van A19 tot grens Wallonië
N60
Gent-Oudenaarde-Ronse-grens Wallonië (Leuze)
N70
Gent-Antwerpen
N71
R14 - N74
N73
Heppen N78 (Kinrooi)
N74
N715 - grens NL
N75
A2 (E314) - N78 (Dilsen-Stokkem)
N76
N20 (Kortessem) - N71 (Hamont-Achel)
N80
Hasselt-grens Wallonië (Namen)
N101
A12 - R2 - N180 (Noorderlaan)
N101a
Oudendijkweg (incl.Oudendijkbrug en Frederik-Hendrikbrug)
N101b
Kruisschansweg
N111
N180 (Noorderlaan) - A12
N180
N101 (Scheldelaan) - N111
N186
Antwerpen (Jan de Voslei)
N223
N2 (Tielt-Winge) - N3 (Tienen)
N320
N358 - N9
N320a
N320 - N9
N350
N34 - A11
N358
N320 - N9
N376
N49 (Knokke-Heist) - grens NL
N382
N36 (Anzegem) - A14 (E17)
N424
N456 - R4 Oost
N450
A11 (E34)-Melseledijk nr 68
N456
N424 - R4 West
N458
N456 - Langerbrugge-Eiland
N474
Van Langerbrugge-Eiland tot Vasco da Gamalaan en van Terdonkkaai tot A11 (E34)
N713
N71 - N712b
N715
A2 (E314) - N74 (Lommel)
N722
Vanaf N80 (Hasselt) tot N718 (St-Truiden)
R14
Ring om Geel
R31
Ring om Oostende (deel tussen A10 en N9)
R32
Ring om Roeselare (deel tussen A17 (E403) en de N37)
R33
Ring om Poperinge tussen beide delen van N38
". Afdeling 4. - Aanpassing drempelbedrag verkeersveiligheidsfonds
Art. 22.In artikel 42, § 3, 2°, van het
decreet van 3 juli 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten0 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015, vervangen bij het decreet van 22 december 2017, wordt het bedrag "17.929.000" vervangen door het bedrag "17.386.000". HOOFDSTUK 6. - Omgeving Afdeling 1. - Financiering van de harmonisering van de sociale
huurprijsberekening en financiering van betaalbare studentenhuisvesting Art. 23.In artikel 1.3, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2021, 3 juni 2022 en 10 februari 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "4° /1 betaalbare studentenkamer: een kamer die gerealiseerd wordt door een woonmaatschappij en die wordt verhuurd door een hogeronderwijsinstelling of een lokaal bestuur volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 4.42/2;"; 2° er wordt een punt 20° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "20° /1 hogeronderwijsinstelling: universiteit en hogeschool als vermeld in artikel II.2 en II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;". Art. 24.In artikel 2.22, § 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 3 juni 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het vierde lid, 3°, wordt tussen de zinsnede "in 1° " en de woorden "en voor de" de zinsnede "en 4° " ingevoegd; 2° aan het vierde lid wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4° voor de verrichtingen die bedoeld zijn om betaalbare studentenkamers ter beschikking te stellen.". Art. 25.In artikel 4.1/1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het
decreet van 9 juli 2021Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten0 en gewijzigd bij het
decreet van 3 juni 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: "Als een initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 zakelijke rechten afstaat op een sociale huurwoning, een betaalbare studentenkamer of een geconventioneerde huurwoning, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning, een betaalbare studentenkamer of de geconventioneerde huurwoning in de sociale huisvestingssector. Als een initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 een sociale huurwoning, met uitzondering van de ingehuurde woningen, vermeld in artikel 4.40, 4°, niet langer verhuurt volgens boek 6, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning in de sociale huisvestingssector, tenzij de woning leegstaat in afwachting van renovatie of sloop of aangewend wordt als betaalbare studentenkamer. Als een woonmaatschappij een betaalbare studentenkamer niet langer verhuurt, herinvesteert ze de venale waarde van de betaalbare studentenkamer in de sociale huisvestingssector, tenzij de studentenkamer leegstaat in afwachting van renovatie of verhuurd wordt volgens boek 6."; 2° in het tweede lid worden tussen de zinsnede "boek 6" en de zinsnede ".De Vlaamse Regering" de woorden "of vanaf de dag waarop hij de geconventioneerde huurwoning of de betaalbare studentenkamer niet langer verhuurt volgens dit decreet" ingevoegd; 3° in het derde lid wordt tussen de eerste en de tweede zin een zin ingevoegd, die luidt als volgt: "De woonmaatschappij die beslist om een betaalbare studentenkamer die gefinancierd is met subsidies of gesubsidieerde leningen niet langer te verhuren volgens dit decreet, op een ogenblik dat de verbintenissentermijn nog niet is verstreken, is, in afwijking van de geldende subsidieregelingen, niet gehouden tot terugbetaling van de subsidies die werden verleend voor die studentenkamer als aan de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan.". Art. 26.Aan artikel 4.17, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, vervangen bij het
decreet van 3 juni 2022Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten1 en gewijzigd bij het
decreet van 30 juni 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten8, worden een punt 7° en 8° toegevoegd, die luiden als volgt: "7° het solidariseringsfonds, vermeld in artikel 4.46/1/1, beheren; 8° de toekenning van renteloze leningen aan hogeronderwijsinstellingen voor de realisatie van betaalbare studentenhuisvesting, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.". Art. 27.In artikel 4.24 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2021, 3 juni 2022 en 21 april 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de inleidende zin worden tussen de woorden "geconventioneerde huurwoningen" en de woorden "of de realisatie" de woorden "of betaalbare studentenkamers of -huisvesting" ingevoegd;2° in punt 1° wordt de zinsnede "en voor de verwerving van onroerende goederen, of" vervangen door de zinsnede "of betaalbare studentenkamers en -huisvesting, of die";3° aan punt 8° wordt de zinsnede ", en in het kader van de realisatie van betaalbare studentenhuisvesting, aan hogeronderwijsinstellingen" toegevoegd. Art. 28.In artikel 4.42, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, vervangen bij het
decreet van 21 april 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten6, wordt tussen de woorden "geconventioneerde huurwoningen" en de woorden "en haar taken" de zinsnede ", het aanbod van betaalbare studentenkamers" ingevoegd. Art. 29.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 30 juni 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten8, wordt een artikel 4.42/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.42/2. De woonmaatschappij kan ten belope van ten hoogste 5 procent van haar jaarlijkse investeringsvolume een aanbod van betaalbare studentenkamers realiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningswijze.
De Vlaamse Regering kan inschrijvingsvoorwaarden bepalen. Een betaalbare studentenkamer wordt toegewezen door het beslissingsorgaan van de hogeronderwijsinstelling of een lokaal bestuur volgens de voorrangs- en toewijzingsregels die de Vlaamse Regering vaststelt.
De Vlaamse Regering kan de wijze van huurprijsberekening van zowel hoofd- als onderhuurovereenkomst vaststellen.
De Vlaamse Regering kan typehuurovereenkomsten vaststellen voor de hoofd- en onderhuurovereenkomst. Van de typehuurovereenkomsten kan alleen worden afgeweken in de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt.
Binnen de perken van de kredieten die daarvoor op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, kan de Vlaamse Regering, onder de voorwaarden die ze bepaalt, subsidies verlenen aan woonmaatschappijen voor de opdracht, vermeld in dit artikel.
De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor de aanleg of de aanpassing van infrastructuur, vermeld in artikel 5.23, in het kader van de realisatie van betaalbare studentenkamers. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder ze de subsidie verleent.". Art. 30.In dezelfde codex wordt een artikel 4.46/1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.46/1/1. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden een woonmaatschappij die woningen inhuurt en verhuurt overeenkomstig haar opdracht, vermeld in artikel 4.40, 4°, een toelage kan ontvangen van het Solidariseringsfonds.
Het Solidariseringsfonds, vermeld in het eerste lid, wordt gefinancierd door bijdragen van de woonmaatschappij gebaseerd op de huurinkomsten van sociale huurwoningen die de woonmaatschappij verhuurt overeenkomstig haar opdracht, vermeld in artikel 4.40, 1°.
De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningswijze van de bijdragen van de woonmaatschappij aan het Solidariseringsfonds, de manier waarop de financiële middelen uit het Solidariseringsfonds omgezet worden in een toelage aan de woonmaatschappijen en regelt de werkwijze van het Solidariseringsfonds.". Art. 31.In artikel 4.48, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het
decreet van 9 juli 2021Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 3 juni 2022 en 21 april 2023, wordt tussen de zinsnede "1° tot en met 3°, " en de zinsnede "4.43" de zinsnede "4.42/2," ingevoegd. Art. 32.In artikel 5.21 van dezelfde codex wordt tussen de woorden "sociale huurwoningen" en de woorden "in staat te stellen" de woorden "en betaalbare studentenkamers" ingevoegd. Art. 33.In artikel 5.32, eerste lid, van dezelfde codex worden de woorden "die passen in de verhuring van sociale huurwoningen" vervangen door de woorden "betaalbare studentenkamers". Art. 34.In artikel 5.33 van dezelfde codex worden tussen de woorden "sociale huurwoningen" en de woorden "in staat te stellen" de woorden "en betaalbare studentenkamers" ingevoegd. Afdeling 2. -
Decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten2 betreffende het duurzaam
beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen - Krengenfinanciering Art. 35.In artikel 33 van het
decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten2 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt: " § 4. Met het oog op het bepalen van het maximumtarief per prestatie wordt jaarlijks een audit uitgevoerd van de boekhouding van de geregistreerde inzamelaars die instaan voor de inzameling en verwerking van kadavers van landbouwhuisdieren. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de uitvoering van de audit.". Afdeling 3. -
Decreet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten houdende bepalingen tot
begeleiding van de begroting 2004 - Asbestafbouwbeleid Art. 36.In artikel 19, eerste lid, van het
decreet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, vervangen bij het decreet van 22 april 2005, wordt punt 3° vervangen door wat volgt: "3° het vrijwillig en ambtshalve wegnemen, inzamelen, vervoeren en verwerken van materialen;". Afdeling 4. - Voorstel tot wijziging van het
decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003201696
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het integraal waterbeleid
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
19/09/2003
numac
2003200811
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende publiek-private samenwerking
sluiten
betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 Art. 37.In artikel 4.1.1 van het
decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003201696
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het integraal waterbeleid
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
19/09/2003
numac
2003200811
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende publiek-private samenwerking
sluiten betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 en gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 2022, wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "3° /1 circulair afvalwater: afvalwater als vermeld in artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM, dat hergebruikt kan worden door een andere heffingsplichtige voor de activiteiten, vermeld in bijlage 5, die bij dit decreet is gevoegd;". Art. 38.In artikel 4.2.1.1.2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede "per as aangevoerde afvalwaters," en de woorden "slibs afkomstig van openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties" de zinsnede "retentaatstromen als vermeld in artikel 4.2.2.4.1, § 1, vierde lid," ingevoegd. Art. 39.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten7, wordt een artikel 4.2.1.1.9 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.1.1.9. De openbare brandweerdiensten die deel uitmaken van de operationele diensten van de civiele veiligheid, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
sluiten betreffende de civiele veiligheid, worden vrijgesteld van de heffing op de waterverontreiniging voor het volume grondwater, hemelwater, oppervlaktewater, circulair afvalwater of ander water waarmee zij de brandweerwagens vullen en dat wordt gebruikt voor de hun wettelijk toegewezen opdrachten.". Art. 40.In artikel 4.2.2.1.1, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 21 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998035917
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998
sluiten7, wordt punt 3° vervangen door wat volgt: "3° de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 4.2.2.2.1, waarvan de inrichting volgens het zoneringsplan bedoeld in artikel 10.2.3, § 1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het heffingsjaar, gelegen is: a) in het individueel of collectief te optimaliseren buitengebied; b) in het centraal, collectief geoptimaliseerd of collectief te optimaliseren buitengebied, waarbij conform artikel 6.2.2.1.2, § 1, van titel II van het VLAREM wordt afgeweken van de aansluitplicht op openbare riolering.". Art. 41.In artikel 4.2.2.1.4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018 en 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "en dit op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar," opgeheven;2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de zinsnede "op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar" opgeheven; 3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "bij de aangifte bedoeld in artikel 4.2.4.1, § 1, een dossier voegen" vervangen door de woorden "een dossier bezorgen aan de Vlaamse Milieumaatschappij"; 4° in paragraaf 3 wordt het eerste lid opgeheven;5° in de bestaande paragraaf 3, tweede lid, die paragraaf 3, eerste lid, wordt, wordt de zinsnede ", per e-mail of per fax" vervangen door de woorden "of via e-mail";6° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt: " § 4.Het nullozersstatuut wordt toegekend vanaf de dag waarop de Vlaamse Milieumaatschappij vaststelt dat aan alle voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, is voldaan.
Het dossier, vermeld in paragraaf 2, geldt voor tien jaar vanaf de dag waarop het nullozersstatuut wordt toegekend, behalve na wijzigingen die tot gevolg hebben dat niet meer aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, is voldaan.
De toekenningsvoorwaarden, vermeld in paragraaf 1, moeten vervuld zijn gedurende de volledige looptijd van het nullozersstatuut. Iedere wijziging van de lozings- en vergunningssituatie wordt onmiddellijk met een aangetekende brief gemeld aan het afdelingshoofd van de Vlaamse Milieumaatschappij dat bevoegd is voor de vestiging, inning en invordering van de heffing, of aan de ambtenaar die het afdelingshoofd gedelegeerd heeft.
Het nullozersstatuut vervalt vanaf de dag waarop de Vlaamse Milieumaatschappij vaststelt dat de heffingsplichtige niet meer voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in paragraaf 1."; 7° in paragraaf 5, derde lid, wordt de zin "De uiterste datum voor deze vaststellingen is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar waarvoor de hernieuwingsaanvraag wordt ingediend." opgeheven; 8° in paragraaf 5, vijfde lid, wordt de zinsnede ", per e-mail of per fax" vervangen door de woorden "of via e-mail"; 9° in paragraaf 6 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "Als naar aanleiding van de vaststelling van de onvergunde lozing blijkt dat de inhoud van het dossier dat de heffingsplichtige heeft ingediend en op basis waarvan het nullozersstatuut is toegekend, niet overeenstemt met de werkelijke lozingssituatie, vervalt het nullozersstatuut voor de resterende looptijd vanaf de dag waarop die vaststelling is gedaan."; 10° paragraaf 7 wordt opgeheven. Art. 42.In artikel 4.2.2.1.10 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt: " § 1. In afwijking van artikel 4.2.2.1.1 wordt voor de volgende lozingen het bedrag van de heffing voor de periode waarin de lozing in kwestie zich heeft voorgedaan, bepaald op de wijze, vermeld in het tweede lid: 1° een onvergunde lozing; 2° een lozing die niet voldoet aan de bijzondere voorwaarde, vermeld in de lozings- of omgevingsvergunning om een saneringscontract als vermeld in artikel 2.6.2.1, te sluiten; 3° een lozing via een noodaansluiting die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.2.1.1.7.
Het bedrag van de heffing voor de periode waarin de lozing in kwestie, vermeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan, wordt vastgesteld met de volgende formule: H = T x Nx + T x Nkx waarbij: 1° H: het bedrag van de verschuldigde heffing voor waterverontreiniging; 2° T: het bedrag van het eenheidstarief van de heffing voor alle andere heffingsplichtigen, vermeld in artikel 4.2.2.1.1, § 2, tweede lid; 3° Nx: de vuilvracht, veroorzaakt door de lozing, vermeld in het eerste lid, uitgedrukt in vervuilingseenheden en berekend met de volgende formule: Qx x Cx waarbij: a) Qx: het waterverbruik, waarvan de hoeveelheid gelijk is aan het totale waterverbruik Q dat is bepaald conform artikel 4.2.2.5.2, verminderd met de hoeveelheid koelwater K, vermeld in artikel 4.2.2.3.1, vermenigvuldigd met dx en gedeeld door 365 of, als daarvan het bewijs geleverd wordt, gedeeld door het reële aantal dagen waarop afvalwater geloosd wordt in het jaar vóór het heffingsjaar. dx is de cumulatieve duur van de lozing, vermeld in het eerste lid, uitgedrukt in dagen. dx is niet groter dan 365 en wordt berekend met de volgende formule: (deind-dbegin) + F waarbij: 1) dbegin: i) de datum van de aanvang van de lozing, zoals opgenomen in de schriftelijke melding van de heffingsplichtige aan de Vlaamse Milieumaatschappij of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, tenzij de Vlaamse Milieumaatschappij aantoont dat de lozing al op een vroegere datum is gestart, op voorwaarde dat de voormelde melding is gedaan vóór de eventuele vaststelling van de lozing door de ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij die belast zijn met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de heffing of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving; ii) de datum van de vaststelling van de lozing, vermeld in het proces verbaal van overtreding of in een vaststellingsverslag als vermeld in artikel 5.4.1.3, tweede lid, tenzij de Vlaamse Milieumaatschappij aantoont dat de lozing al op een vroegere datum is gestart, als de lozing is vastgesteld door de ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij die belast zijn met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de heffing of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, voorafgaand aan een eventuele schriftelijke melding door de heffingsplichtige; 2) deind: de datum waarop door de bevoegde ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij of de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, is vastgesteld dat de lozing stopgezet is.De heffingsplichtige heeft de mogelijkheid om een andere datum te bewijzen; 3) F: i) 1, als de heffingsplichtige de lozing heeft gemeld aan de Vlaamse Milieumaatschappij of aan de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, en als die melding is gedaan vóór de eventuele vaststelling van de lozing door de bevoegde ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij of door de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving; ii) 30, in alle andere gevallen dan het geval, vermeld in punt i), tenzij de heffingsplichtige de werkelijke aanvangsdatum van de lozing bewijst en de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, die aanvangsdatum kan bevestigen of staven op basis van vergelijking met zijn eigen vaststellingen. In voorkomend geval wordt F gelijkgesteld aan 1 en wordt dbegin gelijkgesteld aan de bevestigde datum van de aanvang van de lozing; b) Cx: de omzettingscoëfficiënt, vermeld in kolom 8 van de tabel die is opgenomen in bijlage 5, die bij dit decreet is gevoegd; 4° Nkx: de vuilvracht, veroorzaakt door de lozing van koelwater, bepaald overeenkomstig artikel 4.2.2.3.1, vermenigvuldigd met dx en gedeeld door 365, of, als daarvan het bewijs geleverd wordt, gedeeld door het reële aantal dagen waarop koelwater geloosd wordt in het jaar vóór het heffingsjaar.
Als de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, vaststellingen heeft gedaan over het debiet of het volume van een lozing als vermeld in het eerste lid, en als er voor die lozing meet- en bemonsteringsresultaten beschikbaar zijn die afkomstig zijn van een schepstaal dat de Vlaamse Milieumaatschappij heeft genomen, of als een schepstaal wordt genomen door de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, wordt de vuilvracht Nx, vermeld in het tweede lid, 3°, bepaald conform de formule, vermeld in artikel 4.2.2.3.1, waarbij, in afwijking van artikel 4.2.2.3.1, wordt verstaan onder: 1° N: de vuilvracht, veroorzaakt door een lozing als vermeld in het eerste lid, uitgedrukt in vervuilingseenheden;2° Qd: het volume afvalwater, uitgedrukt in liter, van de lozing, vermeld in het eerste lid, dat geloosd is tijdens een etmaal;3° Qj: het volume afvalwater, uitgedrukt in kubieke meter, van de lozing, vermeld in het eerste lid, dat geloosd is tijdens de periode dx;4° Nk: 0; 5° Qdv: het gemiddelde volume afvalwater, uitgedrukt in liter, van de lozing, vermeld in het eerste lid, dat geloosd is tijdens een etmaal, berekend met de volgende formule:
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld In alle andere gevallen dan de gevallen, vermeld in het derde lid, wordt de vuilvracht, vermeld in artikel 4.2.2.1.1, vermenigvuldigd met (365-dx)/365.". Art. 43.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten7, wordt een artikel 4.2.2.1.12 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.2.1.12. § 1. Elke heffingsplichtige die het geheel of een gedeelte van zijn afvalwater via een vaste constructie ter beschikking stelt van een andere heffingsplichtige, wordt voor het aangeboden volume circulair afvalwater vrijgesteld van de heffing op de waterverontreiniging.
De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend vanaf de dag waarop de Vlaamse Milieumaatschappij vaststelt dat de heffingsplichtige voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2 tot en met 4. § 2. Tussen de aanbieder van het circulair afvalwater en de ontvanger wordt een schriftelijke overeenkomst opgemaakt waarin de modaliteiten van de uitwisseling van het circulair afvalwater zijn opgenomen. De overeenkomst wordt opgesteld conform het model dat de Vlaamse Milieumaatschappij ter beschikking stelt.
De overeenkomst die beide partijen ondertekenen, wordt door de aanbieder bezorgd aan de Vlaamse Milieumaatschappij.
Elke wijziging in de inhoudelijke bepalingen van de schriftelijke overeenkomst wordt binnen dertig dagen vanaf de wijziging van de overeenkomst schriftelijk gemeld aan de Vlaamse Milieumaatschappij. De stopzetting van de uitwisseling van circulair afvalwater tussen de aanbieder en de ontvanger heeft het verval van de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, tot gevolg. In het voormelde geval vervalt de vrijstelling vanaf de dag waarop er een einde is gekomen aan de uitwisseling van circulair afvalwater tussen de aanbieder en de ontvanger. § 3. De samenstelling van het aangeboden circulair afvalwater wordt bij de aanvang van de uitwisseling ervan bepaald aan de hand van een schepstaal dat een erkend laboratorium in de discipline water, deeldomein afvalwater als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL van 19 november 2010, uitvoert en analyseert. Als op initiatief van de aanbieder een meetcampagne wordt uitgevoerd op de volledige bedrijfsafvalwaterstroom, vermeld in artikel 4.2.2.3.3, eerste lid, van dit decreet, wordt de samenstelling van het circulair afvalwater aangetoond aan de hand van de meet- en bemonsteringsresultaten van de voormelde meetcampagne, op voorwaarde dat het circulair afvalwater wordt aangeboden na de meetinrichting van het geloosde afvalwater. De voormelde bemonsterings- en analyseresultaten worden opgenomen in de schriftelijke overeenkomst, vermeld in paragraaf 2.
De aanbieder herhaalt jaarlijks de bemonstering en analyse van het aangeboden circulair afvalwater, tenzij het circulair afvalwater afkomstig is van bodemsaneringswerken, grindwinningen of bronbemalingen die zijn vrijgesteld op basis van artikel 4.2.1.1.3, 4.2.1.1.5 of 4.2.1.1.6. De aanbieder bezorgt de jaarlijkse bemonsterings- en analyseresultaten binnen dertig dagen vanaf de kennisname van de bemonsterings- en analyseresultaten aan de Vlaamse Milieumaatschappij. § 4. De aanbieder meet het aangeboden circulair afvalwater gedurende het volledige jaar vóór het heffingsjaar, aan de hand van een verzegelde continue debietmeting met registratie conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt. § 5. De ontvanger van het circulair afvalwater zorgt jaarlijks voor bemonstering en analyse als vermeld in artikel 4.2.2.3.3, eerste lid, van de volledige bedrijfsafvalwaterstroom.
De verplichting voor de ontvanger, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor de volgende categorieën heffingsplichtigen: 1° heffingsplichtigen die beschikken over het nullozersstatuut, vermeld in artikel 4.2.2.1.4; 2° heffingsplichtigen die het circulair afvalwater gebruiken voor activiteiten die ressorteren onder sector nummer 28.e of 62 als vermeld in bijlage 5, die bij dit decreet is gevoegd; 3° heffingsplichtigen die het circulair afvalwater gebruiken bij de uitvoering van taken van algemeen belang. Als de ontvanger uitzonderlijk voor een of meer componenten N1, N2, N3 of Nv niet over meet- en bemonsteringsgegevens beschikt, kan hij de toepassing van de afwijkende berekeningsmethode, vermeld in artikel 4.2.2.3.5, vragen. De toepassing van de voormelde afwijkende berekeningsmethode verhindert niet dat aan de aanbieder van het circulair afvalwater de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt toegekend.
Als de ontvanger niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.2.2.3.5, vervalt de vrijstelling voor de aanbieder, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voor het betreffende heffingsjaar en wordt de heffing op het aangeboden circulair afvalwater bepaald aan de hand van de formule, vermeld in artikel 4.2.2.3.1, met inachtname van de bemonsterings- en analyseresultaten, vermeld in paragraaf 3, van het schepstaal dat is genomen in het jaar vóór het heffingsjaar of van de meetcampagne die tijdens het jaar vóór het heffingsjaar is georganiseerd.
Als de heffing op het circulair afvalwater wordt bepaald conform het vierde lid, wordt het jaarvolume geloosd afvalwater Qj gelijkgesteld aan de gemeten hoeveelheid aangeboden circulair afvalwater tijdens het jaar vóór het heffingsjaar, of het minimale volume circulair afvalwater opgenomen in de overeenkomst, vermeld in paragraaf 2, als de aanbieder van het circulair afvalwater het aangeboden volume circulair afvalwater in het jaar vóór het heffingsjaar niet kan aantonen aan de hand van een verzegelde debietmeting die voorzien is van registratie. Als het aangeboden circulair afvalwater maar is gemeten voor een gedeelte van het jaar vóór het heffingsjaar, wordt voor dat gedeelte het gemeten volume in aanmerking genomen. Voor het gedeelte van het jaar vóór het heffingsjaar waarin het volume niet is gemeten, wordt het minimale volume dat is opgenomen in de overeenkomst, vermeld in paragraaf 2, in aanmerking genomen, berekend op dagbasis. § 6. Als het circulair afvalwater via een vaste constructie ter beschikking wordt gesteld aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die geen heffingsplichtige is voor de heffing op de waterverontreiniging in de zin van artikel 4.2.1.1.1, kan de aanbieder toch genieten van de vrijstelling opgenomen in paragraaf 1, eerste lid, als aan de voorwaarden van paragraaf 2 tot en met 5 voldaan wordt. De bemonstering en analyse van het eigen afvalwater van de ontvanger, gebeurt in dat geval conform de regelgeving van toepassing voor de plaats waar de ontvanger is gevestigd.". Art. 44.In artikel 4.2.2.3.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zin "Qd: het volume, uitgedrukt in liter, van het afvalwater geloosd in een etmaal tijdens de maand van grootste bedrijvigheid van het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar;" vervangen door wat volgt: "Qd: het volume, uitgedrukt in liter, van het afvalwater dat wordt geloosd in een etmaal tijdens het jaar vóór het heffingsjaar. Als de heffingsplichtige voor de meetinrichting van het geloosde afvalwater circulair afvalwater aanbiedt dat aanleiding geeft tot toekenning van de vrijstelling, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, § 1, en de Vlaamse Milieumaatschappij kan aantonen dat de Qd die tijdens de meetcampagne gemeten is, niet als representatief kan worden beschouwd voor het volume geloosd afvalwater in een etmaal tijdens de periode van de grootste vervuiling, wordt Qd bepaald door het jaarvolume geloosd afvalwater Qj, dat wordt bepaald conform artikel 4.2.2.3.8, te delen door het aantal lozingsdagen tijdens het jaar vóór het heffingsjaar, tenzij dat aanleiding zou geven tot een lagere heffing.
Als het circulair afvalwater dat aanleiding geeft tot toekenning van de vrijstelling, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, § 1, door de heffingsplichtige wordt aangeboden na de meetinrichting van het geloosde afvalwater, wordt Qd vermenigvuldigd met:
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij Qc: het gemeten volume aangeboden circulair afvalwater in het jaar vóór het heffingsjaar of het minimale volume circulair afvalwater, vermeld in de overeenkomst, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, § 2, als de aanbieder van het circulair afvalwater het aangeboden volume circulair afvalwater in het jaar vóór het heffingsjaar niet kan aantonen aan de hand van een verzegelde debietmeting, voorzien van registratie. Als het aangeboden circulair afvalwater maar wordt gemeten voor een gedeelte van het jaar vóór het heffingsjaar, wordt voor dat gedeelte rekening gehouden met het gemeten volume. Voor het gedeelte van het jaar vóór het heffingsjaar waarin het volume niet is gemeten, wordt rekening gehouden met het minimale volume, vermeld in de voormelde overeenkomst, berekend op dagbasis;"; 2° in het eerste lid wordt het woord "waterverontreining" vervangen door het woord "waterverontreiniging"; 3° in het eerste lid wordt de zin "Indien er in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar gedurende verschillende etmalen metingen zijn gebeurd van het dagdebiet en de samenstelling van het geloosde afvalwater, dan wordt als N1 het rekenkundig gemiddelde van de op dagbasis berekende N1-componenten genomen." vervangen door de zin "Als er in het jaar vóór het beschouwde heffingsjaar verschillende metingen zijn gedaan van de samenstelling van het geloosde afvalwater en, in voorkomend geval, van het dagdebiet, wordt als N1 het rekenkundig gemiddelde genomen van de N1-componenten die op dagbasis berekend zijn."; 4° in het eerste lid wordt de zin "Indien er in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar in verschillende maanden metingen zijn gebeurd van het dagdebiet en de samenstelling van het geloosde afvalwater, dan wordt als maand van de grootste bedrijvigheid die maand in aanmerking genomen waarvan het rekenkundig gemiddelde van de op dagbasis berekende N1-component het grootst is." opgeheven; 5° in het eerste lid wordt de zin "Het gemiddelde volume is het rekenkundig gemiddelde van alle meet- en bemonsteringsresultaten van de verschillende monsternemingen bekomen volgens de regels vastgesteld door de Vlaamse Regering in uitvoering van artikel 4.2.2.3.2., tweede lid." telkens vervangen door de zin "Het gemiddelde volume is het rekenkundig gemiddelde van alle Qd."; 6° in het tweede lid wordt de zin "In afwijking van de voorgaande bepalingen wordt de component Nv bij toepassing van de 30 %-regel, vermeld in artikel 4.2.2.3.3., tweede lid, uitsluitend berekend op basis van de resultaten van de Vlaamse Milieumaatschappij voor zover dat resulteert in een hogere vuilvracht." vervangen door de zin "In afwijking van wat is bepaald in het eerste lid, worden, bij toepassing van de 30%-regel, vermeld in artikel 4.2.2.3.3, tweede lid, de resultaten van de heffingsplichtige van de berekening van de component Nv uitgesloten als dat resulteert in een hogere N-waarde."; 7° een derde tot en met vijfde lid worden toegevoegd, die luiden als volgt: "Als een heffingsplichtige dit uitdrukkelijk vraagt, past de Vlaamse Milieumaatschappij de bepalingen van het eerste lid, zoals gewijzigd bij het programmadecreet van 22 december 2023 bij de begroting 2024, ook toe op heffingsdossiers die betrekking hebben op het heffingsjaar 2020, 2021, 2022 of 2023, die voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1° de heffing of aanvullende heffing, vermeld in artikel 4.2.4.5, § 2, van dit decreet, is nog niet definitief vastgesteld op 1 januari 2024.
Een heffing of aanvullende heffing is nog niet definitief vastgesteld als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden: a) de heffing is nog niet opgenomen in een kohier als vermeld in artikel 4.2.4.5, § 4, van dit decreet; b) de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een heffing of aanvullende heffing als vermeld in artikel 4.2.4.6, § 1, van dit decreet, is nog niet verstreken; c) de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of de ambtenaar die door de leidend ambtenaar is gedelegeerd heeft nog geen beslissing genomen over het bezwaarschrift dat de heffingsplichtige conform artikel 4.2.4.6, § 1, van dit decreet, tegen de heffing of aanvullende heffing heeft ingediend; d) de termijn voor het indienen van een fiscaal verzoekschrift op tegenspraak tegen de beslissing over het bezwaarschrift, vermeld in artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek, is nog niet verstreken;e) de heffing of aanvullende heffing is het voorwerp van een gerechtelijke procedure, waarin nog geen definitieve uitspraak werd gedaan;2° er zijn voor het jaar voor het heffingsjaar meet- en bemonsteringsresultaten beschikbaar, afkomstig van meerdere meetcampagnes uitgevoerd in opdracht van de heffingsplichtige of de Vlaamse Milieumaatschappij;3° tijdens de meetcampagne die bepalend is voor de N1-component, was er een eenmalige incidentele lozing van basisproducten of grondstoffen, die bij een normale productie niet samen met het bedrijfsafvalwater worden geloosd, maar in het eindproduct worden opgenomen.Het eenmalige incidentele karakter van de lozing wordt aangetoond door de meet- en bemonsteringsresultaten van de overige meetcampagnes.
De heffingsplichtige vraagt de toepassing van het eerste lid, zoals gewijzigd bij het programmadecreet van 22 december 2023 bij de begroting 2024, zoals vermeld in het derde lid, aan de Vlaamse Milieumaatschappij uiterlijk op 31 december 2024 met een per post aangetekende brief. Uit de inhou …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.