Decreet houdende de Vlaamse Wooncode
Kort samengevat
Dit decreet, de Vlaamse Wooncode, regelt het recht op menswaardig wonen in Vlaanderen door voorwaarden te scheppen voor kwaliteitsvolle en betaalbare huisvesting. Het bevordert de beschikbaarheid van huur- en koopwoningen tegen sociale voorwaarden en stelt normen vast voor de kwaliteit van woningen.
Wat het regelt
- De beschikbaarheid van huur- en koopwoningen tegen sociale voorwaarden.
- De renovatie, verbetering of aanpassing van woningen.
- Huisvestingsondersteuning voor woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden.
- De veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen voor elke woning.
Wie het aanbelangt
- Iedereen die in Vlaanderen woont of wil wonen.
- Verhuurders en huurders van woningen die als hoofdverblijfplaats dienen.
Kernpunten
- Iedereen heeft recht op menswaardig wonen, wat inhoudt: een aangepaste woning van goede kwaliteit, in een behoorlijke woonomgeving, tegen een betaalbare prijs en met woonzekerheid.
- Woningen moeten voldoen aan elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, zoals oppervlakte, sanitaire voorzieningen, verwarmingsmogelijkheden, verlichting, ventilatie, elektrische en gasinstallaties, stabiliteit en toegankelijkheid.
- De woning moet voldoen aan alle vereisten van brandveiligheid.
- De omvang van de woning moet ten minste beantwoorden aan de woningbezetting.
Wettekst
15 JULI 1997. Decreet houdende de Vlaamse Wooncode (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen hetgeen volgt :TITEL I. Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet, hierna Vl
Art. 38.1.
De Vlaamse regering kan aan de VHM subsidie verlenen om de VHM en de sociale huisvestingsmaatschappijen in staat te stellen de volgende investeringsprogramma's te financieren : 1° een door de Vlaamse regering goedgekeurd investeringsprogramma voor de verrichtingen bedoeld om sociale huurwoningen beschikbaar te stellen, waarvan het investeringsvolume 2341,1 miljoen frank bedraagt;2° een door de Vlaamse regering goedgekeurd investeringsprogramma voor de verrichtingen voor kredietverlening of verkoop te financieren, waarvan het investeringsvolume 2341,1 miljoen frank bedraagt. De in het eerste lid, 1° en 2°, vermelde bedragen worden vanaf 1998 en de daaropvolgende begrotingsjaren minstens aangepast met de aanpassingsfactor voor investeringssubsidies, die door de Vlaamse regering wordt gehanteerd voor de opmaak van de begroting van het Vlaamse Gewest. De Vlaamse regering stelt de voorwaarden vast waaronder deze subsidie wordt verleend, waarbij ze een onderscheid maakt tussen enerzijds de verrichtingen bedoeld om sociale huurwoningen beschikbaar te stellen en anderzijds verrichtingen voor kredietverlening of verkoop. Het subsidiepercentage voor de investeringsprogramma's wordt vastgesteld afhankelijk van de evolutie van de marktrentevoet, die wordt gemeten op basis van het voortschrijdend gemiddelde van de rentevoet OLO met een resterende looptijd van 10 jaar voor de periode van zes maanden die het tijdstip van de vaststelling van het subsidiepercentage voorafgaat. Het subsidiepercentage wordt een eerste maal vastgesteld op 1 juli van het jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat en een tweede maal op 1 maart van het betreffende begrotingsjaar. De VHM boekt de subsidie in twee interne financieringsfondsen, één ten behoeve van de verrichtingen voor sociale huurwoningen en één ten behoeve van de verrichtingen voor kredietverlening en verkoop. De middelen van die fondsen zijn bestemd voor de financiering
van de sociale huisvestingsmaatschappijen en van de VHM zelf. De Vlaamse regering regelt het gebruik van eventuele saldi op de financieringsfondsen.
- De VHM kan de subsidie, bestemd voor verrichtingen voor kredietverlening en verkoop, zoals bedoeld in 1, derde lid, volledig inzetten om kredieten te verlenen aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, voor zover ze de realisatie van sociale koopwoningen volledig financiert met eigen middelen of met de opbrengsten van de verkoop van woningen. Art. 39.De subsidie vermeld in artikel 38, 1, kan de vorm aannemen van een kapitaalsinbreng van het Vlaamse Gewest in de VHM. Afdeling
- De sociale huisvestingsmaatschappijen Onderafdeling A. Statuut en erkenning Art. 40.
- De VHM kan vennootschappen met een maatschappelijk doel dat beantwoordt aan de bijzondere doelstellingen van het Vlaams Woonbeleid, onder voorwaarden die worden vastgesteld door de Vlaamse regering, erkennen als sociale huisvestingsmaatschappij. Tegen de weigering van de erkenning kan binnen drie maanden na de kennisgeving van de beslissing beroep worden ingesteld bij de Vlaamse regering. De Vlaamse regering spreekt zich over het beroep uit binnen drie maanden na de ontvangst van het beroepschrift. Het beroep wordt geacht te zijn aanvaard wanneer er geen uitspraak is binnen deze termijn.
- De sociale huisvestingsmaatschappijen nemen, zonder hun burgerlijke karakter te verliezen, de vorm aan van coöperatieve of naamloze vennootschappen met een sociaal oogmerk.De gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn op hen van toepassing voor zover daarvan niet wordt afgeweken in de Vlaamse Wooncode of in de statuten. Artikel 164bis, 1, eerste lid, 7° en 8°, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen is niet van toepassing op de sociale huisvestingsmaatschappijen.
- Het Vlaamse Gewest heeft het recht om bij de erkenning, fusie of omvorming van een sociale huisvestingsmaatschappij in te tekenen op ten hoogste één vierde van het maatschappelijk kapitaal van de sociale huisvestingsmaatschappij. Wanneer het Vlaamse Gewest, de provincie, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn gezamenlijk de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal bezitten, moeten hun afgevaardigden gezamenlijk de meerderheid bezitten in de raad van bestuur. Artikel 164bis, 1, eerste lid, 4°, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen is niet op hen van toepassing.
- Aan de statuten van een sociale huisvestingsmaatschappij kan geen enkele wijziging worden aangebracht zonder de voorafgaande goedkeuring van de VHM. Art. 41.Op advies van de VHM kan de Vlaamse regering een huisvestingsmaatschappij, die de opdrachten, die haar bij decreet of besluit van de Vlaamse regering zijn opgelegd of de verbintenissen die ze is aangegaan in het kader van een beheersovereenkomst, manifest niet of niet behoorlijk uitvoert of waarvan de werking in gebreke blijft, verplichten te fusioneren met een andere sociale huisvestingsmaatschappij, hetzij door overneming, hetzij door oprichting van een nieuwe sociale huisvestingsmaatschappij. De Vlaamse regering bepaalt de maatregelen die de VHM moet nemen om de doelstellingen terzake te halen binnen een redelijke termijn die de Vlaamse regering bepaalt. Wanneer de vennoten van de sociale huisvestingsmaatschappij die verplicht wordt te fusioneren, uittreden, krijgen ze tot uiterlijk drie maanden na de beslissing van de Vlaamse regering tot verplichte fusionering, hun deelbewijzen en aandelen terugbetaald tegen de waarde die ze op grond van de statuten zouden hebben indien hun vennootschap ontbonden was. Art. 42.De intrekking van een erkenning van een sociale huisvestingsmaatschappij heeft van rechtswege de ontbinding ervan tot gevolg. Het vermogen van de ontbonden vennootschap gaat, na de aanzuivering van het passief en de eventuele terugbetaling aan de vennoten van hun inbreng, over op de VHM of een door de VHM aangewezen sociale huisvestingsmaatschappij. Een sociale huisvestingsmaatschappij waarvan de erkenning werd ingetrokken, kan binnen drie maanden na de kennisgeving van de beslissing van de VHM, bij de Vlaamse regering beroep instellen tegen de intrekking van de erkenning. De Vlaamse regering doet over de intrekking een uitspraak binnen drie maanden na de datum van het beroep. Het beroep is ingewilligd wanneer er geen uitspraak is binnen die termijn. Vanaf de datum van de intrekking van de erkenning door de VHM, worden alle bevoegdheden om de sociale huisvestingsmaatschappij te besturen en te verbinden toegewezen aan een door de VHM aangestelde gevolmachtigde. Wanneer geen beroep werd ingesteld tegen de intrekking van de erkenning binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, of wanneer dit beroep uitdrukkelijk of stilzwijgend werd verworpen, is de gevolmachtigde bevoegd om alle maatregelen te treffen en alle daden van bestuur en beschikking te stellen die noodzakelijk zijn voor de overgang van het patrimonium van de ontbonden vennootschap op de VHM of de door de VHM aangewezen sociale huisvestingsmaatschappij. Wanneer het beroep tegen de intrekking van de erkenning werd ingewilligd, maakt de gevolmachtigde een verslag op van de uitoefening van de hem toegewezen bevoegdheden met het oog op de overdracht van zijn bevoegdheden op de statutair bevoegde organen. De Vlaamse regering bepaalt de verdere voorwaarden voor de toepassing van deze bepaling. Onderafdeling B. Toezicht Art. 43.
- De VHM ziet erop toe dat de sociale huisvestingsmaatschappijen hun opdrachten uitvoeren. Dat toezicht kan gebeuren op verschillende manieren zoals machtiging vooraf, goedkeuring of bekrachtiging van een genomen beslissing of eventueel indeplaatsstelling. De Vlaamse regering bepaalt de specifieke regelingen dienaangaande met inachtneming van de autonome werking van de sociale huisvestingsmaatschappij.
- Wanneer het algemeen belang of de naleving van de wetten, decreten, reglementen of statuten het vereisen, kan de raad van bestuur van de VHM, hetzij op eigen initiatief, hetzij op voorstel van de opdrachthouder voor sociale huisvesting, bedoeld in artikel 44, de aangelegenheid bepalen waarover het beheersorgaan van de sociale huisvestingsmaatschappij moet beraadslagen en de termijn bepalen waarbinnen die beraadslaging moet plaatsvinden. Werd binnen de gestelde termijn geen beslissing genomen, of stemt de raad van bestuur van de VHM niet in met de genomen beslissing, dan kan hij zich in de plaats stellen van de sociale huisvestingsmaatschappij. Hij kan in dat geval een of meer afgevaardigden ter plaatse sturen of de opdrachthouder voor sociale huisvesting met bijzondere macht bekleden. Deze bepaling is van rechtswege van toepassing wanneer de erkenning van een sociale huisvestingsmaatschappij wordt ingetrokken, onverminderd het recht van deze laatste om beroep in te stellen overeenkomstig artikel
- De VHM waarschuwt onmiddellijk de Vlaamse regering telkens als ze de bepaling van het tweede lid wenst toe te passen. Art. 44.
- De Vlaamse regering benoemt, op voordracht van de VHM, de opdrachthouders voor de sociale huisvesting. Onverminderd de andere bevoegdheden die hen bij de Vlaamse Wooncode worden toegekend, oefenen de opdrachthouders voor de sociale huisvesting elk in hun ambtsgebied toezicht uit over de sociale huisvestingsmaatschappijen. De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de VHM, het profiel en het statuut van de opdrachthouder voor de sociale huisvesting en bepaalt de ambtsgebieden. De Vlaamse regering stelt de procedure vast voor de toewijzing van de ambtsgebieden aan de opdrachthouders voor de sociale huisvesting. Een ambtsgebied kan voor hoogstens drie jaar worden toegewezen aan een opdrachthouder voor de sociale huisvesting. De Vlaamse regering regelt, na advies van de VHM, het onderlinge overleg tussen de opdrachthouders voor de sociale huisvesting. De opdrachthouders voor de sociale huisvesting brengen rechtstreeks verslag uit aan de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar van de VHM over de uitoefening van hun opdrachten en de beslissingen en maatregelen die zij in de uitoefening van die opdrachten nemen of noodzakelijk achten. De Vlaamse regering kan hen te allen tijde horen over de aangelegenheden die ze voor het Vlaamse woonbeleid noodzakelijk of nuttig acht.
- De opdrachthouder voor de sociale huisvesting ziet erop toe dat het beleid van de sociale huisvestingsmaatschappij wordt gecoördineerd met en geïntegreerd in het Vlaamse en gemeentelijke woonbeleid.Hij neemt deel aan de overlegvergaderingen tussen de woonorganisaties en de gemeenten, die hetzij door de gemeenten met toepassing van artikel 28, hetzij op zijn initiatief worden samengeroepen. De opdrachthouder voor sociale huisvesting adviseert de VHM bij de totstandkoming van de investeringsprogramma's, vermeld in artikel 38, en de beheersovereenkomsten, vermeld in artikel 45, en volgt de uitvoering ervan op. De opdrachthouder voor de sociale huisvesting houdt toezicht op de toewijzing van sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en sociale kavels, en inzonderheid op de naleving van de bepalingen inzake de sociale huurwoningen van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Hij brengt periodiek verslag uit over de sociale en maatschappelijke werking van de toewijzingen aan de VHM, alsook de sociale huisvestingsmaatschappijen en gemeenten die tot zijn ambtsgebied behoren.
- De opdrachthouder voor de sociale huisvesting kan met raadgevende stem de vergaderingen bijwonen van alle beheersorganen van de sociale huisvestingsmaatschappij.In het kader van zijn opdracht beschikt hij over de bevoegdheid om alle informatie te verkrijgen die noodzakelijk of nuttig is in verband met het functioneren van de maatschappij.
- De opdrachthouder voor de sociale huisvesting kan de uitvoering opschorten van elke beslissing die hij in strijd acht met de wetten, de decreten, de statuten of het algemeen belang.Hij kan terzake bezwaar aantekenen bij de VHM. Daarvoor beschikt hij over een termijn van zeven werkdagen vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, als hij erop aanwezig was. Was hij niet aanwezig, dan loopt de termijn vanaf de dag waarop hij bericht heeft gekregen van de beslissing. Hij stuurt een afschrift van het bezwaar aan de overheid die belast is met het toezicht op de VHM. De beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij wordt definitief als de raad van bestuur van de VHM, waarbij het bezwaar werd aangetekend, de nietigverklaring niet heeft uitgesproken binnen twintig werkdagen vanaf de dag van het bezwaar. De opdrachthouder voor de sociale huisvesting meldt elke beslissing van een sociale huisvestingsmaatschappij die rechtstreeks of onrechtstreeks gevolgen heeft voor het maatschappelijk kapitaal van de huisvestingsmaatschappij onmiddellijk aan de ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die door de Vlaamse regering met bijzondere financiële en budgettaire controlebevoegdheden over de sociale huisvestingsmaatschappijen worden belast. Ze kunnen de opdrachthouder voor de sociale huisvesting verzoeken de uitvoering van de beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij op te schorten. Onderafdeling C. Opdrachten Art. 45.
- De sociale huisvestingsmaatschappijen voeren binnen hun werkgebied de opdrachten uit, vermeld in artikel 33, 1, eerste lid. De bepalingen van artikel 34, 1, met uitzondering van 2° en 6°, en 3, en van artikel 37, tweede lid zijn op hen van toepassing. Als aanvulling van artikel 34, 3, kan een sociale huisvestingsmaatschappij haar onroerende goederen uit de hand verkopen aan de VHM.
- De VHM stelt, rekening houdend met de beheersovereenkomst bedoeld in artikel 35, een type-beheersovereenkomst voor de sociale huisvestingsmaatschappijen op.Deze type-beheersovereenkomst wordt ter goedkeuring aan de Vlaamse regering voorgelegd. De type-beheersovereenkomst bevat de minimale resultaatsverbintenissen van de sociale huisvestingsmaatschappij en van de VHM, de evaluatiecriteria en de maatregelen en sancties bij niet-naleving van de overeengekomen verplichtingen en verbintenissen. De bepalingen van de type-beheersovereenkomst zijn van toepassing op elke sociale huisvestingsmaatschappij die een beheersovereenkomst met de VHM afsluit. Een beheersovereenkomst, bedoeld in het tweede lid, kan specifieke bepalingen bevatten die de algemene bepalingen van de type-beheersovereenkomst aanvullen of verfijnen, zonder deze teniet te doen. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het eerste lid, kan een sociale huisvestingsmaatschappij met de VHM een beheersovereenkomst afsluiten waarin de werking, de uitvoering van de opdrachten, de terbeschikkingstelling en aanwending van de financiële middelen worden geregeld. Deze beheersovereenkomst houdt rekening met het Vlaamse woonbeleid en het woonbeleid van de gemeenten die tot het werkgebied van de maatschappij behoren. Ze kan slechts worden afgesloten na raadpleging van de gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de andere sociale huisvestingsmaatschappijen die in het werkgebied actief zijn. De beheersovereenkomst wordt ter kennisgeving aan de Vlaamse regering meegedeeld.
- Wanneer de VHM weigert een type-beheersovereenkomst af te sluiten met een sociale huisvestingsmaatschappij, kan deze hiertegen beroep instellen bij de Vlaamse regering binnen twee maanden volgend op de weigeringsbeslissing.
- Elke onroerende transactie van een sociale huisvestingsmaatschappij is onderworpen aan de voorafgaande machtiging door de VHM.Als het gaat om dringende verrichtingen, kunnen de overeenkomsten worden gesloten onder voorbehoud van goedkeuring door de VHM. Een gedeelte van de sociale huurwoningen moet aangepast zijn aan de behoeften van grote gezinnen, bejaarden en personen met een handicap. Op voorstel van de VHM stelt de Vlaamse regering de nadere regelen vast voor de eventuele verkoop van sociale huurwoningen door sociale huisvestingsmaatschappijen. Deze verkoop mag in geen geval plaatsvinden binnen vijftien jaar nadat de woning als sociale huurwoning beschikbaar werd gesteld. De sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen hun rechten op grondreserves onder bezwarende titel afstaan aan derden om sociale woonprojecten in de privé-sector te realiseren, zoals bedoeld in artikel
- Deze afstand is slechts mogelijk na de toestemming van de VHM. Onderafdeling D. Solidariteitsfonds Art. 46.Sociale huisvestingsmaatschappijen waarvan het jaarlijks totaal van de reële huurprijzen lager is dan het jaarlijks totaal van de basishuurprijzen kunnen, onder de voorwaarden die de Vlaamse regering na advies van de VHM bepaalt, een beroep doen op een solidariteitsfonds dat van de nodige bijdragen wordt voorzien door de bijdragen van de sociale huisvestingsmaatschappijen waarvan het jaarlijks totaal van de reële huurprijzen het jaarlijks totaal van de basishuurprijzen met een door de Vlaamse regering te bepalen percentage overschrijdt. Onverminderd de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, moet de sociale huisvestingsmaatschappij die een beroep wenst te doen op het solidariteitsfonds, blijk geven van behoorlijk bestuur. De VHM kan, op eigen initiatief of op verzoek van de Vlaamse regering, het bestuur van een sociale huisvestingsmaatschappij doorlichten of laten doorlichten. De Vlaamse regering bepaalt, op voorstel van de VHM, de berekeningswijze van de bijdragen en regelt de werkwijze van het fonds. Onderafdeling E. Financiering
Art. 47
.Onverminderd de mogelijkheid om, met goedkeuring van de VHM, de eigen middelen aan te wenden of om projectsubsidiëring aan te vragen overeenkomstig artikel 60 tot 73, financieren de sociale huisvestingsmaatschappijen hun investeringsverrichtingen met middelen die ze lenen bij de VHM. De VHM bepaalt de voorwaarden voor deze leningen in een algemeen reglement dat ter goedkeuring aan de Vlaamse regering wordt voorgelegd. Art. 48.In afwijking van artikel 47 kan de VHM een sociale huisvestingsmaatschappij machtigen de investeringsverrichtingen geheel of gedeeltelijk te financieren met een lening, aangegaan bij derden. In dat geval worden de voorwaarden ter goedkeuring aan de VHM voorgelegd. Art. 49.Wanneer een sociale huisvestingsmaatschappij op grond van de Vlaamse Wooncode een projectsubsidie ontvangt, kan de Vlaamse regering bijzondere regelen vaststellen om deze subsidie te verrekenen in de kostprijs van de woningen of percelen die beschikbaar worden gesteld voor gezinnen. Die regeling kan zowel betrekking hebben op het woonproject of de wijk in kwestie, als op het ganse patrimonium van de huisvestingsmaatschappij. HOOFDSTUK III. Het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen Afdeling
- Statuut en opdracht Art. 50.
- De coöperatieve vennootschap "Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen", hierna VWF te noemen, wordt erkend als sociale woonorganisatie. Het moet in zijn activiteiten voorrang geven aan de woonbehoeften van woonbehoeftige grote gezinnen.
- Het VWF heeft de volgende opdrachten : 1° de woonvoorwaarden van grote gezinnen verbeteren door aangepaste woningen beschikbaar te stellen en door grote gezinnen te helpen een eigen woning te verwerven of in goede staat te behouden;2° mee te werken aan de strijd tegen verkrotting en leegstand;3° bij te dragen tot de aanpassing van woningen;4° bij te dragen tot de uitvoering van de specifieke maatregelen inzake het stedelijk beleid van de Vlaamse regering. Afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven draagt het Vlaamse Gewest, overeenkomstig artikel 52, bij in de financiering van de verrichtingen van het VWF die noodzakelijk zijn om voormelde opdrachten uit te voeren. Art. 51.Om zijn opdrachten uit te voeren kan het VWF alle onroerende en roerende verrichtingen realiseren die daartoe rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen. Bedoeld worden onder meer : 1° onroerende goederen huren, kopen of ruilen of er andere zakelijke rechten op verwerven;2° deze onroerende goederen renoveren, vervangen of bebouwen en ze vervolgens verhuren, onderverhuren of er zakelijke rechten op afstaan;3° bijzondere sociale leningen toestaan. Afdeling
- Financiering
Art. 52
.De Vlaamse regering kan het VWF binnen het plafond, vermeld in de begrotingsdecreten, machtigen om leningen uit te schrijven of aan te gaan of kredieten op te nemen onder waarborg van het Vlaamse Gewest. Ze stelt het bedrag en de voorwaarden van deze leningen en kredieten vast, bepaalt de hoogte van de eventuele waarborg en van het interestgedeelte dat het Vlaamse Gewest voor zijn rekening neemt en de wijze waarop ze deze ten laste neemt. Ze bepaalt tevens de duur van die tenlasteneming en behoudt zich daarbij het recht voor om op welk moment ook de resterende interestgedeelten geheel of gedeeltelijk te actualiseren en eventueel vervroegd aan het VWF te betalen. Het VWF besteedt de opbrengst van deze leningen en kredieten, overeenkomstig de voorwaarden die de Vlaamse regering stelt, aan de hierna vermelde verrichtingen : 1° toestaan van bijzondere sociale leningen, zoals bedoeld in artikel 79, 3;2° zakelijke rechten verwerven op gebouwen of die gebouwen voor minstens negen jaar huren, om ze na renovatie of vervanging als woningen beschikbaar te stellen voor grote gezinnen;3° binnen het kader van een renovatie- of opvulbouwproject dat de Vlaamse regering heeft goedgekeurd, woningen voor grote gezinnen bouwen, en zakelijke rechten verwerven op de daartoe noodzakelijke gronden of te slopen gebouwen;4° verbeteren of aanpassen van woningen;5° andere verrichtingen waartoe de Vlaamse regering opdracht geeft en die passen in het Vlaamse woonbeleid en in de specifieke opdracht van het VWF ten aanzien van grote gezinnen. Het VWF kan sociale koopwoningen ter beschikking stellen van woonbehoeftige grote gezinnen, voor zover ze samen met huurwoningen in een gemengd sociaal woonproject worden gerealiseerd, dat gelegen is in een woonvernieuwingsgebied. De huurwoningen van het VWF kunnen bij uitzondering worden verhuurd aan andere begunstigden dan grote gezinnen, onder voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt. Een huurwoning, waarvan het VWF eigenaar is en die werd gerealiseerd met een projectsubsidie krachtens artikel 60 tot 73 of artikel 75, mag op zijn vroegst vijftien jaar nadat ze voor de eerste keer beschikbaar werd gesteld overeenkomstig het tweede lid, worden verkocht aan de zittende huurder onder de voorwaarden die de Vlaamse regering oplegt. Art. 53.Het VWF boekt elk jaar de noodzakelijke reservering voor de dekking van de lasten die het zelf moet dragen met betrekking tot de leningen en kredieten bedoeld in artikel
- De manier van boeking en berekening van die reservering wordt ter goedkeuring aan de Vlaamse regering voorgelegd. De winsten die voortvloeien uit de besteding van die leningen en kredieten komen aan het Vlaamse Gewest ten goede. Ze worden geboekt in een onbeschikbare reserve waarvan de Vlaamse regering het gebruik regelt. Art. 54.De gewestwaarborg kan alleen worden verleend als het VWF er zich vooraf toe verbindt om een gedeelte van de leningen of kredieten in kwestie te besteden aan de verwerving en/of de renovatie, en zo nodig de sloping en vervanging van ongeschikte woningen of ongeschikte gebouwen, aan de verbetering of aanpassing van woningen en/of het toestaan van leningen voor dergelijke verrichtingen aan grote gezinnen. De Vlaamse regering stelt jaarlijks dat gedeelte vast, maar het mag niet minder dan 30 % bedragen van de leningen of kredieten in kwestie. Afdeling
- Toezicht Art. 55.Voor de naleving van de bepalingen van afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, staat het VWF onder het toezicht van twee commissarissen die door de Vlaamse regering worden benoemd en die hun bevoegdheid uitoefenen overeenkomstig artikel 9 en 10 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De commissarissen toetsen de activiteiten van het VWF en de beslissingen van de raad van bestuur in verband met de aanwending van de leningen of kredieten, bedoeld in artikel 52, aan de regelgeving dienaangaande. In het bijzonder zien zij erop toe dat het beleid van het VWF wordt gecoördineerd met en geïntegreerd in het Vlaamse woonbeleid. Zij waken erover dat het VWF deelneemt aan de overlegvergaderingen tussen de woonorganisaties, georganiseerd door een gemeente of een sociale opdrachthouder, telkens het daartoe wordt uitgenodigd. HOOFDSTUK IV. De erkende huurdiensten Art. 56.
- De Vlaamse regering kan, rekening houdend met artikel 29, huurdersorganisaties en sociale verhuurkantoren erkennen als huurdiensten waarvan de salariskosten en de werking kunnen worden gesubsidieerd overeenkomstig de bepalingen van artikel
- De Vlaamse regering stelt de bijzondere voorwaarden vast, onder meer wat representativiteit, schaalgrootte en regionale spreiding betreft, waaraan de erkende huurdiensten, op straffe van intrekking van hun erkenning, moeten voldoen en ze regelt het toezicht erop.
- De erkende huurdiensten dragen bij tot het helpen realiseren van het recht op wonen en behartigen, zoals hierna bepaald, de belangen van de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden op de privé-huurwoningmarkt. De huurdersorganisaties verstrekken op individuele en/of collectieve basis informatie en advies met betrekking tot alle aangelegenheden inzake het wonen in huurwoningen, onder meer bevattelijke huurinformatie en huuradvies. Ze kunnen juridische bijstand verlenen aan huurders en aanstaande huurders in het algemeen en aan de meest behoeftige huurders in het bijzonder. De sociale verhuurkantoren hebben als taak het inschakelen van privé-huurwoningen voor de huisvesting van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden. In het bijzonder huren ze met dit doel woningen op de private huurwoningmarkt om ze aan de woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden onder te verhuren en ontwikkelen ze initiatieven op het vlak van de woonbegeleiding om hun huurders in de praktijk vertrouwd te maken met hun rechten en plichten als huurder. Art. 57.
- De Vlaamse regering kan haar erkenning verlenen aan één representatieve samenwerkings- en overlegstructuur voor de erkende huurdersorganisaties en sociale verhuurkantoren. De samenwerkings- en overlegstructuur moet rechtspersoonlijkheid hebben en opgericht zijn als een vereniging zonder winstgevend doel, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend. Ze zorgt op het hele grondgebied van het Vlaamse Gewest voor het overleg inzake bewonersbelangen. De Vlaamse regering stelt de bijzondere voorwaarden vast, waaronder de erkenning wordt verleend. De erkenning kan te allen tijde worden ingetrokken wanneer de gestelde voorwaarden niet worden nageleefd.
- Voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in 3, staat de samenwerkings- en overlegstructuur onder het toezicht van een commissaris die door de Vlaamse regering wordt benoemd, en die zijn bevoegdheid uitoefent overeenkomstig artikel 9 en 10 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De in het eerste lid vermelde commissaris houdt toezicht op het gebruik van de subsidies die worden toegekend aan huurdersorganisaties en sociale verhuurkantoren.
- De erkende samenwerkings- en overlegstructuur heeft de hierna vermelde opdrachten : 1° het zorgen voor de uitwisseling van de ervaring van de erkende huurdiensten en doorstroming van de informatie over beleidsbeslissingen naar de erkende huurdiensten om de positie van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden juridisch, sociaal en economisch te versterken;2° de erkende huurdiensten begeleiden en ondersteunen door de regelgeving, de rechtsleer en de rechtspraak inzake wonen te bestuderen;3° de werking van de erkende huurdiensten ondersteunen door contacten te leggen met overheidsinstanties en andere sociale woonorganisaties;4° de erkende huurdiensten vertegenwoordigen in advies- en overlegorganen inzake wonen;5° vragen en klachten behandelen betreffende de activiteiten van de erkende huurdiensten. Art. 58.Afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven kan de Vlaamse regering, onder voorwaarden die ze zelf bepaalt, salariskosten- en werkingssubsidies toekennen, om de werking van de erkende huurdiensten in te passen in het Vlaamse en het gemeentelijke woonbeleid en om de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 57, 3, mogelijk te maken. De subsidies voor salariskosten en werking worden slechts toegekend voor het gedeelte van de kosten dat niet door andere subsidies wordt gedekt, zonder ooit meer dan 100 % van de totale kosten te mogen overschrijden. TITEL VI. Instrumenten van het woonbeleid HOOFDSTUK I. Het Fonds voor de Huisvesting Art. 59.Onverminderd andersluidende bepalingen worden de terugbetalingen van subsidie of van tegemoetkomingen die krachtens de Vlaamse Wooncode verleend werden en die teruggevorderd worden omdat de begunstigden de aangegane verbintenissen of gestelde voorwaarden niet naleven, toegewezen aan het Fonds voor de Huisvesting bedoeld in artikel 26, 1, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting
- De middelen van dit Fonds moeten rechtstreeks bijdragen tot wat het woonbeleid ten goede kan komen, onder meer tot het wetenschappelijk onderzoek en tot vernieuwende of experimentele woonprojecten die aansluiten bij de doelstellingen van artikel 3 en 4 of die bijdragen tot de ontwikkeling van het woonbeleid in internationaal verband. HOOFDSTUK II. Subsidiëring van overheidsinitiatieven Afdeling
- Algemene bepalingen Art. 60.
- Om het recht op wonen te bevorderen, kan de Vlaamse regering, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, subsidie verlenen voor een aantal verrichtingen die betrekking hebben op een sociaal woonproject en die passen in : 1° het sociale grond- en pandenbeleid;2° de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur;3° nieuwbouw en renovatie;4° de verhuring, verbetering en aanpassing van woningen. Rekening houdend met de bepalingen van dit hoofdstuk stelt de Vlaamse regering de bijzondere voorwaarden vast waaronder ze subsidie verleent.
- Onverminderd de uitzonderingen die in dit hoofdstuk zijn bepaald en rekening houdend met de bepalingen van artikel 29, kan subsidie, zoals bedoeld in 1, worden verleend aan de volgende initiatiefnemers : 1° de VHM en de sociale huisvestingsmaatschappijen;2° het VWF, behalve voor verrichtingen die betrekking hebben op sociale verkavelingen;3° de gemeenten, behalve voor de verrichtingen die betrekking hebben op sociale koopwoningen;4° de verenigingen van gemeenten, evenwel beperkt tot de subsidie voor wooninfrastructuur;5° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, behalve voor verrichtingen die betrekking hebben op sociale koopwoningen of sociale verkavelingen.
- Wanneer de uitvoering van een verrichting, bedoeld in deze titel, de ontruiming van woningen vereist, is de initiatiefnemer verplicht de bewoners die voldoen aan de voorwaarden die worden vastgesteld op grond van arti-kel 95 en de bewoners van een woning die toebehoort aan een sociale woonorganisatie of de initiatiefnemer, te herhuisvesten onder de door de Vlaamse regering gestelde voorwaarden. Art. 61.De Vlaamse regering bepaalt het bedrag van de subsidies, vermeld in dit hoofdstuk. Behoudens een andersluidende decretale bepaling, mag dit bedrag nooit hoger zijn dan 85 % van het subsidiabele bedrag. Het bedrag van de subsidie mag in afwijking van het eerste lid tot 95 % van het subsidiabele bedrag bedragen voor de sociale koopwoningen die deel uitmaken van een gemengd woonproject. Behoudens andersluidende decretale bepaling, is elk ander voordeel dat de Vlaamse regering eventueel voor dezelfde verrichting toekent op grond van haar gewest- of gemeenschapsbevoegdheden in deze percentages begrepen. In afwijking van het derde lid kan de subsidie, bedoeld in dit hoofdstuk, voor het niet gesubsidieerde gedeelte gecombineerd worden met de middelen die de VHM, de sociale huisvestingsmaatschappijen of het VWF verkrijgen op grond van de bepalingen van de artikelen 38, 39, 47, 49 of 52 betreffende de financiering van hun investeringsverrichtingen. Art. 62.
- De opdrachthouder voor de sociale huisvesting, bedoeld in artikel 44, is bevoegd om namens de Vlaamse regering controle uit te oefenen op de aanwending van de subsidies, vermeld in dit hoofdstuk.
- De Vlaamse regering stelt de bijzondere regels vast voor de eventuele terugbetaling van de ontvangen subsidie in de gevallen waarin, bij de realisatie van het sociaal woonproject, één of meer elementen werden gewijzigd, in het bijzonder de bestemming van gronden of gebouwen. Afdeling
- Subsidie voor het sociale grond- en pandenbeleid Art. 63.De Vlaamse regering kan subsidie verlenen voor de verwerving van de eigendom, onder bezwarende titel, van een bebouwd of onbebouwd onroerend goed dat gelegen is in een woonvernieuwings- of een woningbouwgebied. De VHM en de sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen deze subsidie ook ontvangen voor de verwerving van de eigendom, onder bezwarende titel, van een onbebouwd onroerend goed gelegen buiten een woningbouwgebied. Het VWF ontvangt deze subsidie enkel voor de verwerving van bebouwde onroerende goederen. Afdeling
- Subsidie voor wooninfrastructuur Art. 64.
- De Vlaamse regering kan subsidie verlenen om initiatiefnemers in staat te stellen : 1° gronden die gelegen zijn in een woonvernieuwingsgebied bouwrijp te maken, in voorkomend geval door sloping van de aanwezige gebouwen;2° infrastructuurwerken uit te voeren, met name de wegenuitrusting, de nutsvoorzieningen en de inrichtingen voor afvoer en zuivering van afvalwater die voor de woningen in kwestie noodzakelijk zijn;3° gemeenschapsvoorzieningen op te richten;4° aanpassingswerkzaamheden aan de woonomgeving uit te voeren, behalve ten behoeve van sociale verkavelingen. Als de verrichting, vermeld in het eerste lid, 1° betrekking heeft op de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur voor woningen die worden gerenoveerd, verbeterd of aangepast of voor een renovatie- of opvulbouwproject dat goedgekeurd is door de Vlaamse regering, dan kan de subsidie eveneens worden verleend buiten een woonvernieuwingsgebied.
- Wat de subsidie voor infrastructuurwerken of voor aanpassingswerkzaamheden aan de woonomgeving betreft, vermeld in 1, eerste lid, 2° en 4°, maakt de Vlaamse regering onderscheid naar gelang het sociale woonproject binnen of buiten een woonvernieuwings- of woningbouwgebied wordt gerealiseerd.Dat onderscheid geldt niet wanneer die werkzaamheden worden uitgevoerd voor woningen die worden gerenoveerd, verbeterd of aangepast dan wel voor een renovatie- of opvulbouwproject dat goedgekeurd is door de Vlaamse regering, noch voor de werkzaamheden voor een sociaal woonproject van de VHM of een sociale huisvestingsmaatschappij.
- In afwijking van artikel 60 kan de subsidie voor infrastructuurwerken als vermeld in 1, 2°, ook worden verleend wanneer de initiatiefnemer in het kader van het Vlaamse welzijnsbeleid op zijn grond serviceflats, als bedoeld in artikel 2, 5° van de gecoördineerde decreten van 18 december 1991 inzake voorzieningen voor bejaarden, laat oprichten door een houder van een recht van opstal of erfpacht. De subsidie wordt eveneens toegekend wanneer de serviceflats in het kader van een leasingovereenkomst met de initiatiefnemer worden opgericht.
- In afwijking van artikel 60 kunnen de subsidies, vermeld in dit artikel, ook worden verleend aan initiatiefnemers, opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, waarbij aan verenigingen zonder winstgevend doel en aan instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend.
- In afwijking van artikel 60 kunnen de subsidies, vermeld in dit artikel, ook worden verleend voor de verrichtingen in het kader van een renovatieproject voor woningen van een wijk of buurt, waaraan een in artikel 60 vermelde initiatiefnemer deelneemt. Art. 65.De subsidiëring van infrastructuurwerken en van aanpassingswerkzaamheden aan de woonomgeving, vermeld in artikel 64, 1, eerste lid, 2° en 4°, is slechts mogelijk als de initiatiefnemer er zich toe verbindt de wooninfrastructuur in kwestie, samen met de grond waarin of waarop ze wordt uitgevoerd, binnen de termijn die door de Vlaamse regering wordt bepaald aan de gemeente over te dragen om in het gemeentelijke openbare domein te worden ingelijfd. De initiatiefnemer kan de gemeenschapsvoorzieningen die niet uitsluitend bedoeld zijn voor de bewoners van de woningen van het sociaal woonproject, aan de gemeente overdragen om in het gemeentelijke openbare domein te worden ingelijfd. De initiatiefnemer mag voor de overdracht aan de gemeente, bedoeld in dit artikel, een vergoeding vragen die niet meer mag bedragen dan het niet-gesubsidieerde deel van de kostprijs van de werkzaamheden, verrichtingen en voorzieningen. De overdracht gebeurt overeenkomstig een procedure die de Vlaamse regering uitwerkt en die voor de gemeente de nodige waarborgen biedt inzake overleg bij het ontwerp en de uitvoering van de verrichtingen. De gemeente is onderhoudsplichtig voor de infrastructuur en gemeenschapsvoorzieningen die aan haar werden overgedragen. Art. 66.
- Elke koper, erfpachter of opstalhouder van een perceel binnen een sociale verkaveling, gerealiseerd met een subsidie overeenkomstig deze afdeling, moet voldoen aan de voorwaarden inzake inkomen en onroerend bezit die de Vlaamse regering bepaalt.
- De koper, erfpachter of opstalhouder moet zijn woning bouwen of laten bouwen en ze vervolgens zelf bewonen binnen de termijn en volgens de voorwaarden die de Vlaamse regering vaststelt. Wanneer de koper zich niet aan deze termijn en deze voorwaarden houdt, moet hij het gedeelte van de kostprijs van de uitgevoerde verrichtingen, dat betrekking heeft op zijn perceel en een door de Vlaamse regering vast te stellen deel van de meerwaarde van het perceel, terugbetalen aan het Vlaamse Gewest en aan de betrokken initiatiefnemer, elk voor zijn aandeel, tenzij de initiatiefnemer het perceel wederinkoopt. De Vlaamse regering bepaalt de berekeningswijze voor het terug te betalen bedrag. Wanneer de erfpachter of opstalhouder zich niet aan deze termijn en deze voorwaarden houdt, dan wordt de erfpacht- of opstalovereenkomst van rechtswege ontbonden. Art. 67.De Vlaamse regering kan beslissen dat het Vlaamse Gewest zelf de verrichtingen, vermeld in artikel 64, 1, uitvoert of laat uitvoeren. In dat geval neemt het Vlaamse Gewest de kosten voor zijn rekening voor een bedrag gelijk aan de subsidie. Art. 68.In afwijking van artikel 61, eerste en tweede lid kan de subsidie die overeenkomstig deze afdeling wordt verleend, tot 100% bedragen van het subsidiabele bedrag als het Vlaamse Gewest zelf opdrachtgever is van de werkzaamheden. Afdeling
- Subsidie voor nieuwbouw en renovatie Art. 69.De Vlaamse regering kan subsidie verlenen om initiatiefnemers te stimuleren één of meer sociale woningen te bouwen in een woonvernieuwings- of woningbouwgebied. Het VWF ontvangt deze subsidie alleen als de bouw bovendien past in een renovatie- of opvulbouwproject dat de Vlaamse regering heeft goedgekeurd. Art. 70.De Vlaamse regering kan subsidie verlenen voor de renovatie van één of meer ongeschikte woningen of ongeschikte gebouwen om er sociale woningen van te maken. Art. 71.De Vlaamse regering kan de in artikel 70 vermelde subsidie verlenen aan de in artikel 18, 2, vermelde initiatiefnemers voor de renovatie van de woningen vermeld in de artikelen 18, 1, en 90 en de woningen die zijn opgenomen in de lijst van de verwaarloosde gebouwen en/of woningen, bedoeld in artikel 28, 1, van het decreet op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting. Deze bepaling geldt slechts voor zover de initiatiefnemers beschikken over een recht van opstal of erfpacht op deze woningen of de woningen voor minstens negen jaar huren om ze beschikbaar te stellen aan woonbehoeftige gezinnen of alleenstaanden. Afdeling
- Subsidie voor de verhuring, verbetering en aanpassing van woningen Art. 72.De Vlaamse regering kan subsidie verlenen : 1° voor de verbetering of de aanpassing van sociale huurwoningen;2° om sociale huurwoningen die in een sociale woonwijk geïntegreerd zijn uit te rusten voor de activiteiten van het dagelijkse leven van personen met een handicap, met inbegrip van de bouw en/of de inrichting van specifieke voorzieningen die daarvoor noodzakelijk zijn;3° om de verhuurder van sociale huurwoningen in staat te stellen huurverminderingen wegens gezinslast toe te kennen, volgens de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt. De Vlaamse regering kan de in het eerste lid, 1°, vermelde subsidie verlenen aan de in artikel 18, 2, vermelde initiatiefnemers die verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden uitvoeren aan de in artikel 71 bedoelde woningen die de initiatiefnemer voor minstens negen jaar huurt of waarvoor de initiatiefnemer een recht van opstal of erfpacht heeft verworven om ze beschikbaar te stellen aan woonbehoeftige gezinnen of alleenstaanden. Art. 73.De subsidie voor de verrichtingen, vermeld in artikel 72, 2° kan, in afwijking van artikel 61, eerste en tweede lid, meer dan 85 % bedragen van het subsidiabele bedrag. De subsidie, bedoeld in artikel 72, 3°, is gelijk aan de toegekende huurvermindering. HOOFDSTUK III. Subsidiëring van woonprojecten van sociale verhuurkantoren en van woonprojecten in de privé-sector Afdeling
- Woonprojecten van sociale verhuurkantoren Art. 74.De Vlaamse regering kan, binnen de perken van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven en onder de bijzondere voorwaarden die ze bepaalt, de subsidie, vermeld in artikel 72, eerste lid, 3°, verlenen aan sociale verhuurkantoren die erkend zijn overeenkomstig artikel 56,
- Artikel 73 is mede van toepassing op deze subsidie. De subsidie heeft in dat geval betrekking op woningen uit de privé-sector die de sociale verhuurkantoren beschikbaar stellen van woonbehoeftige gezinnen of alleenstaanden. Afdeling
- Woonprojecten in de privé-sector Art. 75.
- Afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven en rekening houdend met de bepalingen van de artikelen 61 en 65, kan de Vlaamse regering de subsidie, zoals bedoeld in de artikelen 64, 1 en 2, 69 en 70, ook verlenen aan andere initiatiefnemers dan die vermeld in artikel 60, 2 of 64, 3, 4 of
- De subsidie wordt op grond van deze afdeling enkel verleend als de geplande verrichtingen bedoeld zijn om in een woonvernieuwings- of woningbouwgebied sociale huurwoningen te realiseren.
- Behoudens toepassing van artikel 64, 3, worden de woningen die de begunstigde van de subsidie bouwt of renoveert, door een initiatiefnemer, vermeld in artikel 60, 2, verhuurd of onderverhuurd aan woonbehoeftige gezinnen of alleenstaanden.
- Behoudens toepassing van artikel 64, 3 en 4, engageert de begunstigde van de subsidie zich met betrekking tot de woningen tot een eenzijdige verkoopbelofte ten voordele van de initiatiefnemer, bedoeld in 2, waarmee wordt samengewerkt.Voor het geval de koopoptie niet wordt gelicht, verleent hij aan de VHM en aan de sociale huisvestingsmaatschappij of -maatschappijen met een werkgebied waarin het woonproject gelegen is, een recht van voorkoop op deze woningen. De voorwaarden van de verkoopbelofte en van het recht van voorkoop, onder meer de termijn voor de lichting van de koopoptie en de berekening van de koopprijs, worden geregeld in een overeenkomst die de begunstigde van de subsidie sluit : hetzij met de VHM of met een sociale huisvestingsmaatschappij, wanneer met een van hen wordt samengewerkt; hetzij, in de andere gevallen, met het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. De overeenkomst bevat verder alle regelingen inzake de beschikbaarstelling van de woningen aan de initiatiefnemer, bedoeld in
- Voor de verhuring of onderverhuring aan woonbehoeftige gezinnen of alleenstaanden gelden de bepalingen van artikel 91 tot 99 en, naar gelang van het geval, van artikel 100, 101 of
- De overeenkomst met de VHM of met een sociale huisvestingsmaatschappij wordt ter goedkeuring aan de Vlaamse regering voorgelegd.
- De Vlaamse regering stelt de bijzondere voorwaarden vast voor de subsidie vermeld in dit artikel. Art. 76.Behoudens toepassing van artikel 64, 3 en 4, worden de bouwwerken die hij gerealiseerd heeft, ten voordele van het Vlaamse Gewest bezwaard met een hypotheek van de eerste rang ten belope van de subsidie, vermeerderd met de interesten tegen de wettelijke interestvoet, als waarborg voor de uitvoering van de prestaties waartoe de begunstigde van de subsidie zich verbonden heeft in de overeenkomst, vermeld in artikel 75,
- De hypotheek wordt bij de vervreemding van de woningen doorgehaald, zoals door de Vlaamse regering bepaald. Als de begunstigde van de subsidie erin toestemt, kan de hypotheek, vermeld in het eerste lid, gevestigd worden op andere onroerende goederen die hij in eigendom bezit. Ze kan, met instemming van de Vlaamse regering, ook vervangen worden door een bankgarantie ten belope van hetzelfde bedrag. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing als de bouwwerken vanaf de oprichting eigendom worden van het Vlaamse Gewest of van de initiatiefnemer, bedoeld in artikel 75, 2, waarmee wordt samengewerkt. Art. 77.De Vlaamse regering kan de waarborg van het Vlaamse Gewest hechten aan de leningen die de begunstigde van de subsidie aangaat of aan de kredieten die hij opneemt om de prestaties uit te voeren waartoe hij zich heeft verbonden. De waarborg bedraagt nooit meer dan 90% van het oorspronkelijke bedrag van de lening of het krediet. Hij heeft enkel betrekking op de terugbetaling van het kapitaal. HOOFDSTUK IV. Andere steunmaatregelen Afdeling
- Sociale leningen en waarborgen Art. 78.Het Vlaamse Gewest waarborgt, onder de voorwaarden die de Vlaamse regering stelt, de terugbetaling van de hoofdsom en de betaling van de interest en de extra kosten van sociale leningen, toegestaan door : 1° de kredietmaatschappijen die door de naamloze vennootschap "Algemene Spaar- en Lijfrentekas-bank" of, onder de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt, door de VHM erkend zijn;2° het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet;3° elke kredietinstelling, erkend bij besluit van de Vlaamse regering, die zich ertoe heeft verbonden een met de Vlaamse regering overeen te komen gedeelte van haar deposito's bij voorrang te gebruiken voor deze leningen. De waarborg van het Vlaamse Gewest heeft ten hoogste betrekking op het gedeelte van de lening dat 60% van de verkoopwaarde van de woning overschrijdt. De kredietinstelling houdt op de geleende bedragen een bijdrage in ten behoeve van een waarborgfonds bij een financiële instelling die de Vlaamse regering kiest. De Vlaamse regering regelt het beheer van dit fonds en bepaalt de hoogte van de bijdrage, die in geen geval meer bedraagt dan 0,5% van de geleende bedragen. Het geleende bedrag mag niet hoger zijn dan de verkoopwaarde van de woning. De Vlaamse regering stelt de overige voorwaarden vast, onder meer de minimum- en maximumnormen voor de woningen en de verhouding van de maximuminterestvoet voor de sociale leningen ten opzichte van de interestvoeten voor gewone hypothecaire leningen. Art. 79.
- De Vlaamse regering stelt voor elk van de verrichtingen, vermeld in 2, de voorwaarden vast waaronder woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden een bijzondere sociale lening kunnen aangaan bij de VHM of bij het VWF. Ze bepaalt onder meer de minimum- en maximumnormen voor de woningen, de berekeningswijze van de sociale interestvoeten en de voorwaarden voor de periodieke herziening van die interestvoet. De interestvoet en de herziening ervan zijn gekoppeld aan het inkomen.
- De VHM staat de leningen, vermeld in 1, enkel toe aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden die : 1° een sociale koopwoning van de VHM of van een sociale huisvestingsmaatschappij kopen, of 2° hun woning renoveren, verbeteren of aanpassen, of 3° een woning met een bepaalde ouderdom, waarvoor de Vlaamse regering het minimum bepaalt, kopen, of 4° een woning bouwen. De terugbetaling van deze leningen wordt gewaarborgd door een tijdelijke overlijdensverzekering, die door de VHM of, in voorkomend geval, haar dochteronderneming, bedoeld in artikel 30, kan worden aangeboden aan de alleenstaanden of de gezinnen die de lening aangaan of hebben aangegaan. De Vlaamse regering keurt de algemene voorwaarden en de tarieven van deze verzekering goed. De VHM kan in verhouding tot de gezinsgrootte een extra interestvermindering toekennen die de Vlaamse regering bepaalt.
- Het VWF staat de leningen, vermeld in 1, enkel toe aan : 1° grote gezinnen die hun woning renoveren, verbeteren of aanpassen of die een woning kopen of bouwen;2° grote gezinnen die niet in staat zijn om vroeger aangegane schulden, voor de renovatie, de koop of de bouw van hun woning, terug te betalen, onder de voorwaarden die door de Vlaamse regering worden bepaald. Het VWF kan in verhouding tot de gezinsgrootte een extra interestvermindering toekennen die de Vlaamse regering bepaalt.
- Voor leningen zoals bedoeld in 2, eerste lid, 4° en 3, eerste lid, 1°, die betrekking hebben op nieuwe woningen maakt de Vlaamse regering, als ze overeenkomstig 1 de maximumnormen voor de woningen en de berekeningswijze van de sociale interestvoeten bepaalt, onderscheid naargelang de woningen al dan niet gelegen zijn in een woonvernieuwings- of woningbouwgebied.Dat onderscheid geldt niet wanneer de woning wordt gebouwd na afbraak van een ongeschikte woning op hetzelfde perceel. Art. 80.De Vlaamse regering kan, binnen de perken van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, onder de door haar te bepalen voorwaarden en ten belope van een door haar te bepalen bedrag, de terugbetaling van de hoofdsom en de betaling van de interesten van hypothecaire leningen geheel of gedeeltelijk ten laste leggen van het Vlaamse Gewest als de leners niet in staat zijn hun contractuele verplichtingen na te komen ten gevolge van arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid. De lening moet betrekking hebben op een woning die de lener zelf bewoont of zal bewonen en waarvan de verkoopwaarde niet hoger ligt dan het bedrag dat de Vlaamse regering bepaalt. De lener mag bovendien geen andere woning in volle eigendom bezitten, tenzij ze ongeschikt is. Het Vlaamse Gewest kan bij overeenkomst met de verzekeraar de verzekeringspremies voor zijn rekening nemen. Afdeling
- Tegemoetkomingen Art. 81.
- De Vlaamse regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, tegemoetkomingen verlenen, zoals bedoeld in artikel 82 en 83, om woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden in staat te stellen een woning te bouwen, te huren of te kopen of hun woning te renoveren, te verbeteren of aan te passen. De tegemoetkomingen die in deze afdeling worden vermeld, kunnen enkel worden verleend wanneer de alleenstaande of het gezin geen andere woning in volle eigendom bezit, tenzij het een ongeschikte woning betreft die door de alleenstaande of het gezin zelf werd bewoond. Naar gelang van het geval moet de huurprijs van de woning of de waarde of omvang ervan in overeenstemming zijn met de normen die de Vlaamse regering vaststelt. De Vlaamse regering bepaalt de bijzondere voorwaarden voor de toepassing van deze afdeling.
- De openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de verenigingen ervan, kunnen het deel van de huurprijs dat overeenstemt met de hulp die zij voor de huisvesting van de betrokken gezinnen verlenen, rechtstreeks betalen aan de gemeenten en de sociale woonorganisaties die woningen verhuren overeenkomstig titel VII. Als een tegemoetkoming wordt verleend overeenkomstig artikel 82, betaalt het Vlaamse Gewest deze, met toepassing van het eerste lid, aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of aan de vereniging van die centra. Art. 82.Om het verlaten van een voor bewoning ongeschikte of onaangepaste woning aan te moedigen kan er, met toepassing van artikel 81, een tegemoetkoming in de installatiekosten en in de huurprijs worden verleend ten behoeve van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden om een woning te huren die voldoet aan de volgende drie voorwaarden : 1° de woning is geschikt om in te wonen;2° de woning is aangepast aan de gezinssamenstelling;3° de woning is aangepast aan de fysieke mogelijkheden van de huurder. Als de betrokken huurders een sociale huurwoning krijgen toegewezen of hun oorspronkelijk ongeschikte of onaangepaste woning opnieuw betrekken nadat ze werd gerenoveerd of aangepast met toepassing van artikel 18 of 90, kan enkel de tegemoetkoming in de installatiekosten, vermeld in het eerste lid, worden verleend. De in dit artikel vermelde tegemoetkoming kan, onder de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt, worden toegekend aan dakloze gezinnen of alleenstaanden. Art. 83.Om de verwerving en/of de renovatie, de verbetering en de aanpassing van woningen aan te moedigen, kan er, met toepassing van artikel 81, een tegemoetkoming in de kosten worden verleend ten behoeve van : 1° woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden die een ongeschikte woning of een ongeschikt gebouw renoveren, of kopen en renoveren;2° woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden die een sociale koopwoning, of een woning die beantwoordt aan de woonkwaliteitsnorm, kopen van een initiatiefnemer, vermeld in artikel 60, 2, of die een woning bouwen dan wel een nieuwe woning in de privé-sector kopen;3° woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden die verbeteringswerkzaamheden of aanpassingswerkzaamheden, andere dan bedoeld in 4°, uitvoeren aan hun woning;4° woonbehoeftige bejaarden en personen met een handicap die hetzij zelf hun woning aanpassen aan hun fysieke mogelijkheden, hetzij inwonen bij een bloed- of aanverwant tot de tweede graad die de woning aanpast aan hun fysieke mogelijkheden. De tegemoetkoming in de kosten van verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden en de tegemoetkoming in de kosten van de aanpassing van woningen aan de fysieke mogelijkheden van bejaarden of van personen met een handicap, kunnen zowel aan de eigenaar als aan de huurder van de woning worden verleend. Met het inkomen van de bloed- of aanverwant, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt geen rekening gehouden, behalve als deze de echtgenoot is van de persoon aan wiens fysieke mogelijkheden de woning wordt aangepast. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder deze tegemoetkoming wordt verstrekt. Als de Vlaamse regering een tegemoetkoming verleent voor het bouwen van een woning of voor het kopen van een nieuwe woning in de privé-sector, dan maakt ze onderscheid naargelang de woning al dan niet gelegen is in een woonvernieuwings- of woningbouwgebied. HOOFDSTUK V. Het recht van wederinkoop Art. 84.De VHM, de sociale huisvestingsmaatschappijen, het VWF, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beschikken, zonder enig uitdrukkelijk beding, gedurende twintig jaar over het recht om de sociale huurwoningen en sociale koopwoningen die ze hebben verkocht aan woonbehoeftige gezinnen of alleenstaanden terug te nemen wanneer die de voorwaarden en verbintenissen als koper die voortvloeien uit de Vlaamse Wooncode en de besluiten ter uitvoering ervan niet nakomen. De woning kan worden teruggenomen van de eerste, en in voorkomend geval, van de tweede koper tegen de oorspronkelijke verkoopprijs, vermeerderd met de gemaakte kosten van de koop en van de kosten van de verbeterings- en herstellingswerkzaamheden, voor zover deze niet werden uitgevoerd in strijd met de bepalingen op de ruimtelijke ordening en de stedenbouw. De terugname van de woning gebeurt vrij van alle lasten en hypotheken waarmee de koper de woning mocht hebben bezwaard. De woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden kunnen de woningen slechts doorverkopen na een voorafgaande kennisgeving aan de initiatiefnemer die de woning heeft verkocht. De instrumenterende ambtenaar leest dit artikel voor bij de verkoop van een woning, bedoeld in het eerste lid.
- Wanneer de in 1 vermelde initiatiefnemers geen gebruik maken van hun recht van wederinkoop, hebben ze, onder de voorwaarden die de Vlaamse regering vaststelt, het recht om van de kopers van een sociale woning die deze woning wederverkopen of verhuren binnen een termijn van twintig jaar volgend op de aankoop, een vergoeding te vorderen waarvan de Vlaamse regering het minimum en het maximum bepaalt. HOOFDSTUK VI. Andere instrumenten Afdeling
- Recht van voorkoop Art. 85.
- De VHM, de sociale huisvestingsmaatschappijen, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beschikken over een recht van voorkoop op de woningen waaraan ze renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden hebben uitgevoerd met toepassing van artikel 18, 2, en
- Onverminderd het eerste lid, krijgen de VHM, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, een recht van voorkoop op : 1° een woning die is opgenomen op een van de lijsten van de inventaris, bedoeld in artikel 28, 1, van het decreet op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting;2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.
- Het recht van voorkoop, vermeld in 1, tweede lid, 3°, geldt niet als het goed wordt verkocht aan een descendent of aan de echtgenoot van de eigenaar, aan een van de mede-eigenaars of aan een descendent van een van hen.
- Het goed kan slechts verkocht worden nadat de verkoper aan de begunstigden van het recht van voorkoop de gelegenheid heeft gegeven om hun recht uit te oefenen.Naargelang het gaat om een openbare verkoop of om een onderhandse verkoop wordt gehandeld overeenkomstig artikel 86 of artikel
- Art. 86.
- Bij een openbare verkoop geeft de instrumenterende ambtenaar ten minste dertig dagen vooraf kennis van plaats, dag en uur van de verkoop : 1° in het geval, bedoeld in artikel 85, 1, eerste lid, aan de begunstigde van het recht van voorkoop;2° in de andere gevallen aan de gemeente en aan de VHM, die op haar beurt de voorgenomen verkoop ter kennis brengt aan elke sociale huisvestingsmaatschappij met een werkgebied waarin het goed gelegen is.
- Als de verkoop wordt gehouden zonder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, vraagt de instrumenterende ambtenaar bij het einde van de opbieding en vóór de toewijzing, in het openbaar aan de aanwezige gevolmachtigden van de begunstigden van het recht van voorkoop, of zij dat recht wensen uit te oefenen tegen de laatst geboden prijs. Willen twee of meer begunstigden hun recht uitoefenen, dan wordt het goed in de hierna vermelde volgorde toegewezen : 1° de sociale huisvestingsmaatschappijen in de volgorde bepaald in het derde lid;2° de gemeente;3° de VHM. Wanneer het goed gelegen is in het werkgebied van meerdere sociale huisvestingsmaatschappijen bepaalt de VHM, volgens de regels die door de Vlaamse regering worden vastgesteld, in welke volgorde die sociale huisvestingsmaatschappijen hun recht van voorkoop kunnen uitoefenen. De volgorde wordt samen met de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, 2°, van 1, meegedeeld aan de sociale huisvestingsmaatschappijen. In geval van weigering, afwezigheid of stilzwijgen van de begunstigden van het recht van voorkoop, wordt de verkoop voortgezet.
- Als de verkoop wordt gehouden onder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, beperkt de instrumenterende ambtenaar zich ertoe het hoger bod of, als er geen hoger bod gedaan wordt of als het niet wordt aanvaard, het laatste bod ter kennis te brengen van de begunstigde of de begunstigden, zoals bepaald in
- Als geen van de begunstigden van het recht van voorkoop de aanvaarding van het hoger bod binnen één maand aan de instrumenterende ambtenaar heeft laten betekenen dan is de toewijzing definitief. Hebben twee of meer begunstigden de aanvaarding laten betekenen dan geldt de bepaling van 2, tweede lid. Art. 87.
- Bij een onderhandse verkoop geeft de instrumenterende ambtenaar, naar gelang van het geval, aan de begunstigde vermeld in artikel 86, 1, 1°, of aan de begunstigden vermeld in artikel 86, 2, 2°, kennis van de inhoud van de akte die wordt opgesteld onder opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van het recht van voorkoop.
- Het recht van voorkoop wordt via een aangetekende brief uitgeoefend binnen twee maanden na de kennisgeving.Als twee of meer begunstigden hun recht willen uitoefenen dan geldt de bepaling van artikel 86, 2, tweede lid. De verkoop is voltrokken zodra de aanvaarding door middel van een deurwaardersexploot aan de begunstigde is betekend.
- Wordt het voorkooprecht niet uitgeoefend binnen die termijn, dan mag de eigenaar het goed niet ondershands verkopen tegen een lagere prijs of tegen gunstigere voorwaarden zonder nieuwe kennisgeving aan de begunstigden, bedoeld in
- Na verloop van één jaar na het aanbod mag het goed niet ondershands worden verkocht, zelfs niet tegen de oorspronkelijke voorwaarden, zonder een nieuwe kennisgeving aan dezelfde begunstigden.
- De instrumenterende ambtenaar voor wie een akte van verkoop uit de hand wordt verleden met betrekking tot een woning waarop een recht van voorkoop rust, moet binnen één maand na de registratie, aan de begunstigden bedoeld in 1, kennis geven van de prijs en van de voorwaarden van de verkoop. Art. 88.
- In geval van miskenning van het recht van voorkoop, heeft elke begunstigde het recht om in de plaats van de koper te worden gesteld. De vordering moet gelijktijdig tegen de verkoper en de eerste koper worden ingesteld. De bepaling van artikel 86, 2, tweede lid, geldt wanneer meerdere begunstigden een vordering instellen. De vordering is eerst ontvankelijk na inschrijving op de kant van de overschrijving van de betwiste akte en, eventueel, op de kant van de overschrijving van de laatst overgeschreven titel. De indeplaatsgestelde betaalt aan de koper de prijs terug die deze heeft betaald. De verkoper is gehouden aan de koper de kosten van de akte te vergoeden. De indeplaatsgestelde is slechts gebonden aan de verplichtingen die voor de koper voortvloeien uit de authentieke akte van verkoop en aan de lasten waarin de koper heeft toegestemd, voor zover die lasten zijn ingeschreven of overgeschreven vóór de inschrijving van zijn eis. De vordering tot indeplaatsstelling verjaart, bij openbare verkoop, na drie maanden vanaf de definitieve toewijzing en, bij onderhandse uit de hand, na drie maanden vanaf de kennisgeving, vermeld in artikel 87,
- Bij gebrek aan deze kennisgeving verjaart de vordering na twee jaar vanaf de overschrijving van de akte. Als de rechter de vordering tot indeplaatsstelling inwilligt, geldt het vonnis als titel. Elke uitspraak op een eis tot indeplaatsstelling wordt ingeschreven achter de inschrijving van de eis.
- De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen voor de toepassing van deze afdeling. Art. 89.Wanneer een begunstigde van een recht op voorkoop, bedoeld in artikel 85, 1, eerste lid gebruik maakt van dit recht, wordt de verkoopprijs, bedoeld in de artikelen 86 en 87, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het resultaat van de volgende formule : sb - (a x sb/27), waarbij sb staat voor het subsidiabele bedrag van de kosten voor de renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerken, en a voor het aantal volledige jaren gedurende de welke de begunstigde van het recht op voorkoop de beschikking had over de woning. Afdeling
- Sociaal beheer van woningen Art. 90.
- De gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een sociale woonorganisatie, met uitzondering van een huurdersorganisatie, verkrijgen onder de voorwaarden, vermeld in dit artikel, van rechtswege een sociaal beheersrecht over de volgende woningen : 1° de woningen die opgenomen zijn op de lijst van de leegstaande gebouwen en/of woningen, bedoeld in arti-kel 28, 1 van het decreet op de heffing ter bestrijding van de leegstand en verkrotting, en die beantwoorden aan de normen, bedoeld in artikel 5;2° de woningen, bedoeld in artikel 18, 1, die niet werden gerenoveerd, verbeterd of aangepast binnen de termijn die door de Vlaamse regering werd vastgesteld. Het verkrijgen van het sociale beheersrecht over een woning, vermeld in 1, eerste lid, 1° is afhankelijk van de volgende voorwaarden : 1° de volle eigenaar, de houder van het recht van opstal of erfpacht, of de vruchtgebruiker, naar gelang van het geval, heeft het schriftelijk aanbod van de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of de sociale woonorganisatie om de leegstaande woning te huren tegen een huurprijs, berekend volgens door de Vlaamse regering bepaalde objectieve criteria, niet aanvaard binnen een termijn van 1 maand volgend op de datum van het aanbod.Bij de vaststelling van de huurprijs wordt rekening gehouden met de heffing die op het ogenblik van het aanbod op de woning verschuldigd is overeenkomstig het decreet op de heffing ter bestrijding van de leegstand en verkrotting; 2° binnen een maand volgend op de verwerping van het aanbod of, in voorkomend geval, het verstrijken van de termijn, vermeld in 1°, werd, naar gelang van het geval, de volle eigenaar, de houder van het recht van opstal of erfpacht, of de vruchtgebruiker schriftelijk verwittigd van het voornemen om het sociale beheersrecht uit te oefenen bij het verstrijken van een termijn van drie maanden volgend op deze kennisgeving;3° de woning staat leeg bij het verstrijken van de termijn van drie maanden volgend op de kennisgeving, bedoeld in 2°. Het verkrijgen van het sociale beheersrecht over een woning, vermeld in 1, eerste lid, 2° is afhankelijk van de volgende voorwaarden : 1° de volle eigenaar, de houder van het recht van opstal of erfpacht, of de vruchtgebruiker, naar gelang van het geval, heeft het schriftelijk aanbod van de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of de sociale woonorganisatie, om de vereiste werken uit te voeren onder de voorwaarden, vermeld in artikel 18, 2, niet aanvaard binnen een termijn van 1 maand volgend op de datum van het aanbod;2° binnen een maand volgend op de verwerping van het aanbod of, in voorkomend geval, het verstrijken van de termijn, vermeld in 1°, werd, naar gelang van het geval, de volle eigenaar, de houder van het recht van opstal of erfpacht, of de vruchtgebruiker schriftelijk verwittigd van het voornemen om het sociale beheersrecht uit te oefenen bij het verstrijken van een termijn van drie maanden volgend op deze kennisgeving;3° de vereiste renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden zijn niet uitgevoerd bij het verstrijken van de termijn van drie maanden, bedoeld in 2°. De volle eigenaar, de houder van het recht van opstal of erfpacht, de vruchtgebruiker en hun bloed- of aanverwanten tot de tweede graad hebben, voor zover ze de betrokken woning zelf bewoonden en voldoen aan de voorwaarden die door de Vlaamse regering worden bepaald, een absolute prioriteit bij de toewijzing van deze woning.
- De gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of de sociale woonorganisatie brengt, naar gelang van het geval, de volle eigenaar, de houder van het recht van opstal of erfpacht, of de vruchtgebruiker schriftelijk in kennis van de verwerving van het sociale beheersrecht. Vanaf de datum van de kennisgeving beschikt de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of de woonorganisatie, onverminderd de toepassing van de bepaling van het derde lid, gedurende negen jaar over de bevoegdheid om de woning voorlopig te beheren, met inbegrip van de bevoegdheid om de woning te verhuren als sociale huurwoning overeenkomstig de bepalingen van titel VII en alle werkzaamheden uit te voeren met het oog op deze verhuring. Wanneer in of aan de woning werkzaamheden worden uitgevoerd met het oog op de verhuring, wordt de termijn van negen jaar verlengd met het aantal maanden dat nodig is om bij een betaling van de basishuurprijs, berekend overeenkomstig artikel 99, de kosten van die werkzaamheden te recupereren. De eigenaar, houder van het recht van opstal of erfpacht en de vruchtgebruiker, evenals de verkrijger om niet of onder bezwarende titel van deze rechten, zijn verplicht de huurovereenkomsten die door de houder van het sociaal beheersrecht werden afgesloten na te leven. Wanneer de woning na het beëindigen van het sociale beheersrecht opnieuw te huur wordt gesteld, wordt deze bij voorrang aangeboden aan de zittende huurder tegen een huurprijs die de laatst betaalde huurprijs, berekend overeenkomstig artikel 99, met niet meer dan de helft ervan mag overschrijden. Wanneer de zittende huurder het aanbod weigert, kan de woning vrij te huur worden aangeboden.
- De volle eigenaar, houder van het recht van opstal of erfpacht of de vruchtgebruiker ontvangt vanaf het ogenblik van het afsluiten van de huurovereenkomst, bedoeld in 2, een vergoeding die overeenkomt met het kadastraal inkomen van de woning, aangepast aan het in artikel 518 van het wetboek van de inkomstenbelasting bedoelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk dat van toepassing is op het ogenblik van de kennisgeving van de verkrijging van het sociale beheersrecht, bedoeld in 2.De aldus berekende vergoeding wordt jaarlijks aangepast aan het in artikel 518 van het wetboek van de inkomstenbelasting bedoelde indexcijfer. De vergoeding, berekend overeenkomstig het eerste lid, mag nooit hoger zijn dan de huurprijs die de zittende huurder aan de houder van het sociaal beheersrecht verschuldigd is.
- De volle eigenaar, houder van het recht van opstal of erfpacht, of de vruchtgebruiker kan tegen de verkrijging en uitoefening van het sociaal beheersrecht beroep instellen bij de Vlaamse regering.De betwisting schort de uitoefening van het sociaal beheersrecht niet op. De Vlaamse regering regelt de procedure voor het instellen en het behandelen van het beroep. TITEL VII. De verhuring van woningen in de sociale sector HOOFDSTUK I. Gemeenschappelijke bepalingen inzake de sociale huurwoningen Art. 91.
- De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de woningen die worden verhuurd of onderverhuurd door de VHM en de sociale huisvestingsmaatschappijen en op de krachtens artikel 60 tot 75 gesubsidieerde woningen die worden verhuurd of onderverhuurd door het VWF, de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de sociale verhuurkantoren. Ze zijn niet van toepassing op woningen die als serviceflats beschikbaar worden gesteld in het kader van het Vlaamse Welzijnsbeleid. Met toepassing van artikel 1717, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek kunnen de instanties, vermeld in het eerste lid, de woningen die ze zelf hebben gehuurd, onderverhuren als sociale huurwoningen, met toepassing van de bepalingen van deze titel.
- De Vlaamse regering stelt de voorwaarden vast voor de verhuring van sociale huurwoningen, met inachtneming van de bepalingen van deze titel.De Vlaamse regering kan specifieke voorwaarden vaststellen voor de woningen die worden verhuurd door : 1° de VHM en de sociale huisvestingsmaatschappijen, na advies van de VHM;2° het VWF, na advies van het VWF;3° de gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de sociale verhuurkantoren. De Vlaamse regering bepaalt welke sancties worden opgelegd aan de verhuurder en de huurder die de voorwaarden, gesteld in of overeenkomstig deze titel, niet naleven of die hun verplichtingen niet nakomen.
- Voor de aspecten die niet geregeld zijn in deze titel of in de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van deze titel, gelden de bepalingen van afdeling 1 en 2 van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover ze niet afwijken van voormelde regelingen, noch in strijd zijn met de geest ervan. Art. 92.Een sociale huurwoning wordt verhuurd op grond van een schriftelijke huurovereenkomst, die ten minste de hierna vermelde gegevens en regelingen bevat : 1° de datum waarop de woning beschikbaar wordt gesteld en waarop de huurovereenkomst ingaat;2° de verplichtingen van de huurder, onder meer in verband met de betaling van de huur en het onderhoud van de woning;3° de elementen voor de berekening van de bedragen die de huurder moet betalen en de manier waarop die betaling plaatsvindt;4° de territoriaal bevoegde rechtbank bij geschil. Wanneer de huurovereenkomst betrekking heeft op een woning waarover de verhuurder slechts voor een beperkte termijn beschikt, vermeldt ze tevens de duur. Die mag niet minder bedragen dan 9 jaar, tenzij de verhuurder zelf maar voor een kortere periode over de woning kan beschikken. De Vlaamse regering kan uitzonderingen toestaan op voormelde minimumtermijn, onder meer voor de tijdelijke opvang van gezinnen die in een noodsituatie verkeren of wachten op een aangepaste woning. Art. 93.
- De verhuurder houdt een kandidatenregister bij dat de identiteit vermeldt van alle kandidaat-huurders, alsook van de huurders aan wie in de loop van het lopende en het vorige kalenderjaar een sociale huurwoning werd toegewezen. De inschrijving gebeurt in volgorde van de indiening van de aanvragen. Het register maakt verder melding van het bestaan van eventuele prioriteiten, zoals bedoeld in artikel
- Behalve wanneer de kandidaat-huurder uitdrukkelijk en schriftelijk te kennen geeft dat zijn kandidatuur enkel betrekking heeft op sociale huurwoningen in een welbepaald gebied of op sociale huurwoningen die voldoen aan specifieke kenmerken, geldt de inschrijving voor alle sociale huurwoningen van de verhuurder, dat wil zeggen voor zover deze sociale huurwoningen overeenstemmen met het door de kandidaat-huurder gewenste type van woning.
- De verhuurder houdt een woningregister bij waarin al zijn sociale huurwoningen zijn opgenomen, met vermelding van de specifieke kenmerken ervan.Voor de woningen waarover de verhuurder slechts voor een beperkte termijn beschikt, wordt eveneens de vervaldatum vermeld van de rechten die hij erop heeft.
- De Vlaamse regering kan de invoering regelen van een centraal woningregister met betrekking tot de sociale huurwoningen, hetzij op het niveau van het Vlaamse Gewest, hetzij op het niveau van gebieden die ze omschrijft. In dat geval bezorgen de sociale woonorganisaties, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn alle daartoe noodzakelijke gegevens aan de administratie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die door de Vlaamse regering me