📄 Wettekst
24 JANUARI 2024. - Koninklijk besluit tot opheffing van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit koninklijk besluit strekt tot de gedeeltelijke omzetting van de gedelegeerde Richtlijn (EU) 2022/2407 van de Commissie van 20 september 2020 tot aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Gelet op het groot aantal wijzigingen die de voornoemde richtlijn met zich meebrengt, is er omwille van de duidelijkheid en de leesbaarheid voor gekozen om het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, op te heffen en te vervangen door een nieuw koninklijk besluit.
Sommige bepalingen van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 zijn echter niet gewijzigd en zijn daarom ongewijzigd overgenomen in dit koninklijk besluit.
Aangezien deze laatste bepalingen niet zijn aangepast maar slechts zijn overgenomen, zullen daarover in dit verslag aan de Koning geen inhoudelijke opmerkingen worden gemaakt.
Alleen de artikelen van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 die in de bepalingen van dit besluit zijn overgenomen, zullen worden vermeld om de continuïteit van de bevattelijkheid tussen deze twee koninklijke besluiten te waarborgen.
Commentaar per artikel HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1 Dit artikel behoeft geen uitleg wat zijn inhoud betreft.
Toch is, ingevolge het advies nr. 74.665/4 van 13 november 2023 van de Raad van State, dit artikel opgenomen in een nieuw hoofdstuk met als opschrift "Inleidende bepaling".
Bijgevolg zijn alle hoofdstukken van dit besluit hernummerd en zijn de verwijzingen naar deze laatsten in de bepalingen eveneens aangepast. HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied Artikel 2 Dit artikel neemt artikel 2 van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 over.
Daarnaast is paragraaf 4 van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 dat de Minister van Mobiliteit de bevoegdheid geeft om specifieke reglementaire veiligheidsvoorschriften vast te stellen voor het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor op nationaal en internationaal niveau, verplaatst naar het nieuwe artikel 5 van dit besluit.
Het was niet nodig een dergelijke bevoegdheid in het toepassingsgebied vast te stellen. HOOFDSTUK 3. - Definities Artikel 3 Dit artikel neemt de definities van artikel 3 van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 over en voegt de definities van "ontlader", "erkende controle-instelling", "toegelaten controle-instelling", "Xb-instelling" en "interne inspectiedienst ("IS")" toe.
Sommige definities, zoals "Xa-instelling", "inspectiedienst beveiliging", ... zijn licht gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met bovengenoemde richtlijn (EU) 2022/2407. HOOFDSTUK 4. - Algemene voorschriften Artikel 4 Dit artikel neemt op identieke wijze artikel 4 van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 over. HOOFDSTUK 5. - Specifieke reglementaire veiligheidsvoorschriften en beperkingen Artikel 5 Dit artikel neemt paragraaf 4 van artikel 2 van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 over dat de Minister van Mobiliteit machtigt om specifieke reglementaire veiligheidsvoorschriften vast te stellen voor het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor op nationaal en internationaal vlak.
Artikelen 6, 7 en 8 Deze artikelen behoeven geen uitleg omdat zij respectievelijk de artikelen 5, 6 en 7 van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 overnemen. HOOFDSTUK 6. - Afwijkingen Artikelen 9 tot 16 Deze artikelen behoeven geen uitleg omdat zij respectievelijk de artikelen 8 tot 15 van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 overnemen. HOOFDSTUK 7. - Verplichtingen van de betrokkenen Artikelen 17, 18 en 19 Deze artikelen behoeven geen uitleg omdat zij respectievelijk de artikelen 16, 17 en 17/1 van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 overnemen. In vergelijking met artikel 16 van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, wordt in artikel 17 van het ontwerp de belader toegevoegd aan de lijst van personen die bij het vervoer van gevaarlijke goederen betrokken zijn, en voor wie het verboden is om gevaarlijke goederen te laden of te doen laden als het vervoer niet voldoet aan de bepalingen van het RID en van dit besluit. HOOFDSTUK 8. - Erkenning en toelating van controle-instellingen Afdeling 1. - Erkenning van controle-instellingen
Artikel 20 Dit artikel bepaalt voor welke activiteiten een controle-instelling door de Minister van Mobiliteit kan worden erkend.
Dit was ook voorzien in artikel 18 van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, maar er zijn verduidelijkingen aangebracht om alle activiteiten waarvoor een controle-instelling een erkenning kan aanvragen nauwkeuriger op te sommen.
Dit artikel legt ook op dat de erkenningen van de controle-instellingen een geldigheidsduur van tien jaar hebben, terwijl deze onder het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 zonder termijn werden afgegeven.
Het opleggen van deze geldigheidsduur houdt in dat erkende controle-instellingen naast de controle-activiteiten zoals uitgevoerd overeenkomstig hoofdstuk 8 van dit besluit, na tien jaar automatisch een nieuwe erkenning moeten aanvragen.
Zo kunnen de activiteiten waarvoor de controle-instellingen zijn erkend worden bijgewerkt, met inbegrip van activiteiten die zij niet langer verrichten of in de toekomst niet meer wensen te verrichten.
Naast de controles, waarvan de uitvoering wordt overgelaten aan het vrije oordeel van de in hoofdstuk 9 van dit besluit bedoelde personen, zal er bijgevolg voortaan om de tien jaar een verplicht onderzoek plaatsvinden voor de controle-instellingen die hun activiteiten wensen voort te zetten.
Artikel 21 Dit artikel bepaalt de voorwaarden waaraan een instelling moet voldoen om te worden erkend, wat in het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 was bepaald in artikel 19.
De eerste twee voorwaarden, namelijk het hebben van een accreditatiecertificaat en het voldoen aan de vereisten van dit besluit, met inbegrip van het RID, zijn enigszins aangepast om enerzijds de ISO-normen te specificeren volgens welke de instelling moet zijn geaccrediteerd en anderzijds het feit dat de instellingen moeten voldoen aan de vereisten die zijn opgenomen in het RID, maar ook aan die welke in dit besluit in het algemeen zijn opgenomen.
De derde voorwaarde is aangevuld in die zin dat de instelling niet langer alleen een rechtspersoon met een vestiging in België moet zijn, maar ook moet zijn opgericht naar Belgisch recht en dit, in overeenstemming met wat is vastgesteld in de nieuwe versie van het RID van 2023.
Deze voorwaarde geldt echter alleen voor Xa-instellingen.
Xb-instellingen mogen namelijk alleen deel uitmaken van een rechtspersoon die in België gas levert en uitsluitend werken voor de eigenaar of houder die verantwoordelijk is voor de drukrecipiënten.
Een instelling die als Xb-instelling wil worden erkend, hoeft dus niet noodzakelijkerwijs naar Belgisch recht te zijn opgericht en een vestiging in België te hebben.
Artikel 22 Dit artikel voorziet in de mogelijkheid voor een erkende controle-instelling om een tijdelijke erkenning te verkrijgen voor een nieuwe activiteit die zij wenst uit te oefenen. In het nieuwe RID is het beginsel van het tijdelijke erkenningsmechanisme ingevoerd en het is derhalve aan de lidstaten om de toepassingsvoorwaarden vast te stellen.
Om deze tijdelijke erkenning te verkrijgen, zal de aanvragende instelling aan verschillende voorwaarden moeten voldoen, afhankelijk van de vraag of de betrokken activiteit betrekking heeft op de in de hoofdstukken 6.2 en 6.8 van het RID genoemde activiteiten of op de in de andere hoofdstukken van deel 6 van het RID genoemde activiteiten.
Ingevolge advies nr. 74.665/4 van de Raad van State van 13 november 2023 moet worden gepreciseerd dat een controle-instelling die een tijdelijke erkenning wenst te verkrijgen om een nieuwe activiteit bedoeld in hoofdstuk 6 van het RID uit te voeren, reeds moet geaccrediteerd zijn volgens de norm EN ISO/IEC 17020:2012 (behalve artikel 8.1.3), type A of B of EN ISO/IEC 17025:2017 (behalve artikel 8.1.3) om andere activiteiten uit te voeren.
Met andere woorden, dit betekent dat de controle-instelling die geaccrediteerd is volgens voormelde normen EN ISO/IEC voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten (of deze nu al dan niet betrekking hebben op deel 6 van het RID), een tijdelijke erkenning kan aanvragen voor het uitvoeren van één of meerdere nieuwe activiteiten met betrekking tot deel 6 van het RID. Nochtans, zal de erkende instelling, om deze nieuwe activiteit gedekt door de tijdelijke erkenning te kunnen blijven uitoefenen, daarvoor moeten geaccrediteerd zijn tijdens het jaar waarin zij deze nieuwe activiteit uitoefent. Indien zij deze accreditatie niet verkrijgt, kan de betrokken instelling de activiteit waarvoor zij tijdelijk is erkend, niet meer uitoefenen.
Artikel 23 Dit artikel neemt gedeeltelijk dezelfde inhoud over als artikel 20 van voornoemd
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0.
Paragraaf 1 preciseert namelijk dat de instructies van de gemachtigde van de Minister waar erkende controle-instellingen zich moeten aan houden de vorm kunnen aannemen van omzendnota's. Dezelfde verplichting is ingevoerd voor controle-instellingen die een tijdelijke erkenning hebben gekregen.
Zoals reeds bepaald in het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, moeten de erkende controle-instellingen een jaarverslag opstellen over hun activiteiten, maar er wordt nu gespecificeerd dat dit verslag vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop het verslag betrekking heeft aan de gemachtigde van de Minister moet worden toegezonden en dat het ten minste een aantal van de in de punten 1 tot en met 6 van dit artikel opgesomde elementen moet bevatten. Dit is een formalisering van een reeds bestaande praktijk.
De paragraaf 3 voorziet in een bepaling ter bescherming van de persoonsgegevens waartoe de gemachtigde van de Minister toegang heeft in het kader van de jaarverslagen die hem door de erkende controle-instellingen worden meegedeeld overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel.
Deze persoonsgegevens zijn nodig met oog op het nastreven van de doelstelling van algemeen belang die erin bestaat de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor te waarborgen.
De erkende controle-instellingen moeten nog steeds ten minste om de drie maanden een kopie van de goedkeuringscertificaten van het type voor bepaalde tanks elektronisch verzenden. Dit artikel verduidelijkt dat die informatie aan de gemachtigde moet worden gezonden.
Ten slotte legt paragraaf 5 van dit artikel de erkende controle-instellingen een nieuwe informatieplicht op in die zin dat zij de gemachtigde van de Minister jaarlijks een kopie moeten toezenden van de auditrapporten die zij over bepaalde in de punten 1 tot en met 3 genoemde activiteiten hebben opgesteld. Dit is een formalisering van een reeds bestaande praktijk.
Artikel 24 Dit artikel, dat de inhoud van artikel 21 van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 overneemt, bepaalt de gevallen waarin een erkende controle-instelling bepaalde informatie rechtstreeks aan de gemachtigde van de Minister moet meedelen, zoals de intrekking, wijziging of verlenging van haar accreditatie.
Dit artikel legt een nieuwe verplichting op aan erkende instellingen om de gemachtigde van de Minister onverwijld in kennis te stellen van activiteiten betreffende drukrecipiënten van hoofdstuk 6.2 en tanks van hoofdstuk 6.8 van het RID. De gevallen waarin informatie moet worden verstrekt zijn limitatief opgesomd in de punten 1 tot en met 3 van paragraaf 2. Dit is een nieuwe verplichting die voortvloeit uit de uitvoering van de nieuwe versie van het RID van 2023.
Artikel 25 Dit artikel bepaalt de wijze waarop het verzoek om erkenning moet worden ingediend en de elementen die het moet bevatten om de gemachtigde van de Minister in staat te stellen het te beoordelen.
De elementen vermeld in de punten 1° en 2° van dit artikel zijn identiek aan deze vermeld in artikel 22 van voormeld
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0.
Punt 3° werd in het kader van dit besluit aangevuld opdat de aanvragende instelling voortaan bij haar aanvraag ook de volgende stukken moet voegen: haar organigram, de contactgegevens van haar dienst(en) belast met de uitvoering van de activiteiten, haar waarmerk of merkteken en een overzicht van de procedures die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor zij wenst te worden erkend.
Dit artikel voorziet ook in de mogelijkheid voor de gemachtigde van de Minister om de aanvragende instelling te verzoeken hem de informatie en procedures te verstrekken die hij nodig acht om de aanvraag te beoordelen.
Artikel 26 Dit artikel bepaalt in paragraaf 1, eerste lid, de procedure die van toepassing is wanneer een erkende instelling : a) niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 of 22, dat wil zeggen de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te worden erkend of tijdelijk te worden erkend ;b) niet voldoet aan artikel 23 of 24, namelijk de omstandigheden waarin de erkende instelling verslagen en informatie moet indienen bij de gemachtigde van de Minister;en c) niet voldoet aan de bepalingen van bijlage 3 bij dit besluit of aan de voorschriften van het RID. De procedure is herzien ten opzichte van die van artikel 23 van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0.
Wanneer een erkende controle-instelling zich in een van de bovengenoemde hypotheses bevindt, stelt de Minister haar via aangetekende zending in kennis van de geconstateerde tekortkomingen en wordt zij verzocht binnen een maand na ontvangst van deze brief hieraan te voldoen of ten minste haar standpunt kenbaar te maken.
Bij het uitblijven van een reactie of naleving en in geval van een onbevredigende reactie kan de Minister beslissen de erkenning van de betrokken controle-instelling op te schorten, te beperken of in te trekken.
Het tweede lid van paragraaf 1 van dit artikel bepaalt tevens dat de Minister, indien hij dit nodig acht, een erkenning kan beperken of intrekken indien de erkende controle-instelling binnen drie jaar na erkenning bepaalde activiteiten of alle activiteiten waarop de erkenning betrekking heeft niet meer verricht of deze verwaarloosbaar zijn geworden.
In die gevallen ligt de beslissingsbevoegdheid bij de Minister van Mobiliteit en wordt de beslissing genomen bij wijze van een ministerieel besluit.
Paragraaf 2 van dit artikel bepaalt in welke gevallen een opschorting of intrekking van de erkenning van rechtswege gebeurt zonder dat de Minister van Mobiliteit enige discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot de te nemen maatregel.
Zodra de accreditatie van een erkende controle-instelling namelijk wordt opgeschort of ingetrokken of niet wordt verlengd door de accreditatie-instelling, betekent dit de facto de opschorting of intrekking van haar erkenning.
De Minister kan de opschorting of intrekking van de erkenning dus alleen vaststellen in een ministerieel besluit.
Paragraaf 3 van dit artikel bepaalt dat alle beslissingen die de Minister overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 neemt, bij aangetekende zending ter kennis worden gebracht van de erkende controle-instelling.
Paragraaf 4 bepaalt hoe de continuïteit wordt gewaarborgd van de dossiers die worden behandeld door een controle-instelling waarvan de erkenning is opgeschort, beperkt of ingetrokken of die haar activiteiten heeft gestaakt, in die zin dat de gemachtigde van de Minister kan beslissen deze dossiers over te dragen aan een andere erkende controle-instelling of deze te zijner beschikking te houden. Afdeling 2. - Toelating van controle-instellingen
Artikel 27 Dit artikel introduceert in dit besluit en dus ook in het kader van de Belgische rechtsorde, het mechanisme voor de toelating van controle-instellingen waarvan het beginsel is opgenomen in de nieuwe versie van het RID. De invoering van dit nieuwe mechanisme heeft het noodzakelijk gemaakt specifieke afdelingen op te stellen met betrekking tot enerzijds de erkenning van controle-instellingen (afdeling 1 van hoofdstuk 8) en anderzijds de toelating van controle-instellingen (afdeling 2 van hoofdstuk 8).
Dit mechanisme bestaat uit de mogelijkheid voor de Minister om controle-instellingen die door een bevoegde overheid van een andere RID-Verdragsstaat zijn erkend, toe te laten zodat zij de in de hoofdstukken 6.2 en 6.8 van het RID bedoelde overeenstemmingsbeoordelingen en beproevingen in België kunnen uitvoeren.
Met andere woorden, de instelling is reeds erkend om voornoemde activiteiten uit te oefenen op het grondgebied van een andere RID-Verdragsluitende Staat en de door de Minister verleende toelating stelt haar in staat om diezelfde activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen.
Om te worden toegelaten, verzoekt de Minister de betrokken controle-instelling aan de gemachtigde van de Minister een dossier toe te sturen met de lijst van activiteiten die onder de toelating zullen vallen, het besluit van de bevoegde overheid waarbij de controle-instelling is erkend om de activiteiten uit te voeren die onder de toelating zullen vallen en een kopie van het accreditatiecertificaat waarin deze activiteiten zijn opgenomen.
Evenals bij een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 25 van dit besluit, moet het dossier bovendien een verklaring bevatten inzake de naleving van de artikelen 27, paragraaf 3, 28 en 29 van dit besluit, de contactgegevens van de dienst(en) die belast is (zijn) met de uitvoering van de activiteiten en het waarmerk of merkteken van de betrokken controle-instelling.
Paragraaf 3 voorziet in de mogelijkheid voor de gemachtigde van de Minister om de instelling te verzoeken hem de informatie te verstrekken die hij nodig acht om de aanvraag te beoordelen.
Paragraaf 4 stelt de maximale geldigheidsduur van de toelating vast op vijf jaar. De maximale geldigheidsduur van de erkenning is vijf jaar omdat de toegelaten controle-instellingen niet worden gecontroleerd door het personeel dat binnen de FOD Mobiliteit en Vervoer verantwoordelijk is voor het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, maar door de bevoegde instantie van de Staat die deze controle-instelling heeft erkend. Teneinde te voorkomen dat situaties van niet-naleving blijven voortduren wegens een gebrek aan controle door de bevoegde instantie van een andere Staat, dient de geldigheidsduur van de toelating derhalve te worden beperkt tot vijf jaar.
Artikel 28 Dit artikel bepaalt dat de toegelaten controle-instellingen zich moeten houden aan de instructies van de gemachtigde van de Minister, die de vorm kunnen aannemen van omzendnota's.
Deze verplichting geldt ook voor erkende en tijdelijk erkende controle-instellingen.
Artikel 29 Dit artikel bepaalt dat de toegelaten controle-instellingen een jaarverslag moeten opstellen over de activiteiten waarvoor zij toegelaten zijn.
Dit verslag moet vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop het verslag betrekking heeft aan de gemachtigde van de Minister worden toegezonden en moet de in de punten 1 en 2 van dit artikel genoemde elementen bevatten.
Deze verplichting gaat pas in vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de controle-instelling is toegelaten.
Dit artikel bepaalt in zijn tweede lid ook in welke gevallen de toegelaten controle-instellingen onverwijld informatie moeten verstrekken aan de gemachtigde van de Minister.
Deze gevallen worden in de punten 1 en 2 van dit lid limitatief opgesomd.
Artikel 30 Zoals bepaald in artikel 26 van dit besluit met betrekking tot de erkende controle-instellingen, bepaalt dit artikel de voorwaarden en de procedure voor opschorting, beperking en intrekking van de toelating.
Paragraaf 1 bepaalt dat de Minister overgaat tot de ambtshalve opschorting, beperking of intrekking van de toelating van een toegelaten controle-instelling wanneer: a) de accreditatie van die instelling is opgeschort, beperkt, beperkt of niet verlengd;of b) de erkenning van die instelling waarop de toelating is gebaseerd, door de bevoegde overheid is opgeschort, beperkt of ingetrokken. De Minister van Mobiliteit heeft in dit verband geen discretionaire bevoegdheid ten aanzien van de te nemen maatregel en kan dus alleen bij ministerieel besluit de opschorting, de beperking of intrekking van de toelating vaststellen.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop hetzij de accreditatie-instelling heeft beslist de accreditatie van de toegelaten controle-instelling op te schorten, te beperken, in te trekken of niet te verlengen, hetzij de bevoegde overheid van de RID-Verdragsluitende Staat heeft beslist de erkenning van de toegelaten controle-instelling op te schorten, te beperken of in te trekken.
Paragraaf 2 bepaalt dat in geval van tekortkomingen van de toegelaten controle-instelling bij de uitvoering van haar werkzaamheden, de gemachtigde van de Minister de bevoegde overheid die de erkenning heeft verleend, daarvan in kennis stelt.
Indien de toegelaten controle-instelling de door de bovengenoemde bevoegde overheid opgelegde maatregelen niet naleeft, kan de Minister bij ministerieel besluit beslissen de toelating in te trekken.
In dit verband ligt de beslissingsbevoegdheid bij de Minister van Mobiliteit.
Paragraaf 3 van dit artikel bepaalt dat alle beslissingen die de Minister overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 neemt, bij aangetekende zending ter kennis worden gebracht van de toegelaten controle-instelling.
Wat de erkende controle-instellingen betreft, bepaalt paragraaf 4 hoe de continuïteit wordt gewaarborgd van de dossiers die worden behandeld door een controle-instelling waarvan de toelating is opgeschort, beperkt of ingetrokken, of die haar activiteiten heeft gestaakt, in die zin dat de gemachtigde van de Minister kan besluiten deze dossiers over te dragen aan een andere erkende of toegelaten controle-instelling of deze ter zijner beschikking te houden. Afdeling 3. - Verwerking van persoonsgegevens
Artikel 31 Dit artikel voorziet in de bescherming van de persoonsgegevens waartoe de gemachtigde van de Minister toegang heeft in het kader van de aanvragen tot erkenning en toelating die hem worden voorgelegd door instellingen overeenkomstig de artikelen 25 en 27 van dit besluit.
Deze persoonsgegevens zijn nodig om de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor te waarborgen. HOOFDSTUK 9. - Controles Artikel 32 Dit artikel vermeldt de personen die bevoegd zijn om inbreuken op de bepalingen van het RID en dit besluit (met uitzondering van hoofdstuk 1.10 over beveiliging) enerzijds en op de bepalingen van hoofdstuk 1.10 van het RID over beveiliging door de in hoofdstuk 1.4 van het RID bedoelde betrokkenen anderzijds te registreren.
Artikel 24 van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 bepaalde ook de personen die bevoegd waren om inbreuken op het RID en dit besluit vast te stellen, maar voortaan wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de controlebevoegdheden die aan de verschillende bevoegde personen toekomen.
De controle door het gemachtigd personeel wordt uitgevoerd in overeenstemming met de eisen vastgesteld in afdeling 1.8.1. van het RID. In artikel 25 van het voornoemde
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 werden de details van deze controles vastgelegd, maar dat bleek niet meer nodig omdat deze al in afdeling 1.8.1 van het RID waren opgenomen.
Artikel 33 Dit artikel bepaalt welk personeel gemachtigd is om toezicht te houden op de erkende of toegelaten controle-instellingen, namelijk het personeel belast met het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor binnen de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
Artikel 34 Dit artikel bepaalt dat de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer die belast zijn met het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor hun controletaken op elke ogenblik en ter plaatse mogen uitoefenen.
Artikel 35 Dit artikel voorziet in een aantal verplichtingen voor erkende en toegelaten controle-instellingen, zoals het toegang verlenen tot de lokalen en installaties waar ze hun activiteiten uitvoeren en het ter beschikking stellen van documenten en gegevens opdat de met het toezicht belaste ambtenaren hun controletaken optimaal kunnen uitvoeren. HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingsbepalingen Artikel 36 Dit artikel strekt ertoe de verwijzing naar het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, in het
koninklijk besluit van 6 september 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
06/09/2013
pub.
01/10/2013
numac
2013014546
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot aanduiding van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen, van het bestuur belast met het spoorwegvervoer en van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal, die belast worden met de controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake spoorwegvervoer
sluiten tot aanduiding van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen en van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal, die belast worden met de controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake spoorwegvervoer, te vervangen door een verwijzing naar dit koninklijk besluit. HOOFDSTUK 1 1. - Overgangsbepalinen Artikel 37 Dit artikel bepaalt dat de geldigheid van de erkenningen die zijn afgegeven overeenkomstig het
koninklijk besluit van 28 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
28/06/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009014168
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke stoffen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen
sluiten betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg of per spoor, met uitzondering van explosieven en radioactieve stoffen, van rechtswege vervalt met ingang van 31 januari 2026.
De erkenningen die zijn afgegeven op basis van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, worden niet bedoeld omdat op deze basis geen enkele erkenning is afgegeven.
Met deze bepaling wordt beoogd dat alle reeds erkende controle-instellingen vóór 1 maart 2025 een nieuwe erkenningsaanvraag indienen bij de gemachtigde van de Minister overeenkomstig artikel 25 van dit besluit en dat bijgevolg alle in België erkende controle-instellingen dat zijn op basis van dezelfde rechtsgrond.
Dit zal ook tot gevolg hebben dat de rechtszekerheid wordt versterkt, aangezien niet langer zal worden verwezen naar de oude koninklijke besluiten betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, zodat in de toekomst geen interpretatieproblemen zullen rijzen over de toepassing van deze besluiten.
Het gevolg van deze overgangsbepaling is dus dat erkende controle-instellingen die vóór 1 maart 2025 geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen, hun erkenning automatisch verliezen op 31 januari 2026.
In paragraaf 2 van dit artikel is een uitzondering opgenomen op de van rechtswege beëindiging van de geldigheid op 31 januari 2026.
De op basis van het bovengenoemde
koninklijk besluit van 28 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
28/06/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009014168
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke stoffen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen
sluiten afgeleverde erkenningen van controle-instellingen vervallen van rechtswege op 1 juli 2023 voor de delen die betrekking hebben op de goedkeuring van het type van tankcontainers van vezelversterkte kunststof (FRP) op basis van de voorschriften van hoofdstuk 6.9 van het RID van toepassing tot en met 31 december 2022.
De Raad van State heeft in zijn advies nr. 74.665/4 van 13 november 2023 gewezen op de noodzaak om de terugwerkende kracht van de uitzondering op het automatische einde van de geldigheid op 31 januari 2026, vervat in artikel 37, lid 2, weg te laten.
Het advies van de Raad van State kan echter niet worden gevolgd, aangezien hoofdstuk 6.9 van het RID betreffende voorschriften voor het ontwerp, en de constructie van mobiele tanks met houders uit vezelversterkte kunststof (FRP) en voor controles en beproevingen die zij moeten ondergaan, met ingang van 1 januari 2023 is opgeheven en in zijn geheel is vervangen in de nieuwe versie van het RID die met ingang van 1 januari 2023 van toepassing is.
Hoofdstuk 1.6 van het RID voorziet echter in een overgangsperiode waarin "de stoffen en voorwerpen van het RID tot en met 30 juni 2023 vervoerd mogen worden volgens de voorschriften van het RID die er tot en met 31 december 2022 op van toepassing zijn".
Bijgevolg mogen de instellingen die voor deze activiteiten zijn erkend overeenkomstig de versie van hoofdstuk 6.9 zoals opgesteld vóór 1 januari 2023, hun activiteiten slechts voortzetten tot uiterlijk 30 juni 2023.
Na die datum, zullen die instellingen moeten voldoen aan de nieuwe versie van hoofdstuk 6.9 van het RID. Paragraaf 2 van artikel 37 voorziet dan ook dat de delen van de erkenningen van de controle-instellingen die betrekking hebben op deze activiteiten op 1 juli 2023 automatisch komen te vervallen om te voldoen aan de overgangsperiode bepaald in hoofdstuk 1.6 van het RID. Hieruit volgt dat deze bepaling een terugwerkende kracht heeft die niet kan worden vermeden.
Om deze redenen kan in deze bepaling geen rekening worden gehouden met voornoemd advies van de Raad van State. HOOFDSTUK 1 2. - Opheffingsbepalingen Artikel 38 Dit artikel voorziet in de opheffing van het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, met inbegrip van de daaraan gehechte versie van het RID, namelijk het RID van 2021.
Echter is gebleken dat het in bijlage 4 van dit besluit bedoelde RID in hoofdstuk 1.6 een lange lijst van overgangsbepalingen bevat, zodat eerdere versies van het RID nog steeds van toepassing zijn en worden toegepast, met name door erkende controle-instellingen.
Dit betekent dat in dit besluit moet worden bepaald dat de vorige versies van het RID worden gehandhaafd om de overgangsbepalingen van hoofdstuk 1.6 van het RID correct te kunnen uitvoeren, maar ook om ervoor te zorgen dat de personen die bevoegd zijn de controles en het toezicht op deze erkende controle-instellingen uit te voeren, dit kunnen doen met betrekking tot de juiste versie van het RID. Deze noodzaak om de vorige versies van het RID te handhaven, gelezen in samenhang met artikel 36 van dit besluit, dat bepaalt dat de overeenkomstig het bovengenoemde
koninklijk besluit van 28 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
28/06/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009014168
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke stoffen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen
sluiten afgegeven erkenningen op 31 januari 2026 automatisch vervallen, had ertoe moeten leiden dat de overeenkomstig de vorige versies van het RID erkende controle-instellingen hun erkenningen op die datum automatisch zouden zijn vervallen, zodat zij de activiteiten overeenkomstig de overgangsbepalingen van hoofdstuk 1.6 van het RID niet meer zouden kunnen uitoefenen.
Om die reden biedt het derde lid van dit artikel de Minister de mogelijkheid om instellingen met betrekking tot eerdere versies van het RID te erkennen, maar alleen om de toepassing van de overgangsbepalingen, bedoeld in hoofdstuk 1.6 van het RID, mogelijk te maken.
Met andere woorden, een op basis van het voornoemde
koninklijk besluit van 28 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
28/06/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009014168
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke stoffen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen
sluiten erkende controle-instelling die de in de overgangsbepalingen van hoofdstuk 1.6 van het RID bedoelde activiteiten mag uitoefenen, zal deze vanaf 31 januari 2026 niet meer kunnen uitoefenen op basis van deze erkenning, maar hij kan bij de Minister voor Mobiliteit een aanvraag indienen om opnieuw op basis van dit besluit erkend te worden om deze activiteiten uit te voeren in verband met een vorige versie van het RID, op voorwaarde dat de Minister bevoegd is om dergelijke erkenningen te verlenen overeenkomstig het derde lid van dit artikel.
De Minister kan ook instellingen erkennen met betrekking tot eerdere versies van het RID, ook als zij nooit zijn erkend met betrekking tot deze eerdere versies van het RID, mits deze erkenning tot doel heeft de werkzaamheden uit te voeren overeenkomstig de overgangsbepalingen van hoofdstuk 1.6 van het RID. HOOFDSTUK 1 3. - Slotbepalingen Artikelen 39 en 40 Deze artikelen behoeven geen uitleg.
Bijlagen Bijlage 1 - Bevoegde overheden De verwijzingen in deze bijlage zijn bijgewerkt om rekening te houden met de wijzigingen en toevoegingen in de nieuwe versie van het RID in bijlage 4 bij dit besluit.
Bijlage 2 - Jaarverslag Deze bijlage behoeft geen uitleg.
Bijlage 3 - Toevoegingen en voorschriften met betrekking tot de bepalingen van het RID Deze bijlage neemt, onder voorbehoud van bepaalde wijzigingen, bijlage 2 van voornoemd
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 over.
Er zijn formele wijzigingen aangebracht om rekening te houden met de nieuwe definities die in dit besluit zijn opgenomen, maar er zijn ook inhoudelijke wijzigingen aangebracht, namelijk: a) er is een punt 1.1 opgenomen dat voorschrijft dat verpakkingen, IBC's en grote verpakkingen worden vervaardigd, opnieuw in goede staat worden gebracht en worden beproefd volgens een kwaliteitsborgingsprogramma dat door een controle-instelling voldoende wordt geacht; b) punt 2 met betrekking tot de periodieke beproevingen en inspecties op IBC's is aangepast opdat de procedures die erin opgenomen zijn gelijkaardig zouden zijn als deze voorzien in punt 4 met betrekking tot de verlenging van het interval tussen periodieke controles en beproevingen van gasflessen en flessenbaterijen;c) de formulering van punt 3 is aangepast om te verwijzen naar de bouw van tanks op basis van Belgische goedkeuringscertificaten van het type;d) de in punt 3 bedoelde lijst van tanks is bijgewerkt;e) punt 3/1 is punt 4 geworden en de formulering ervan is aangepast om de beide taalversies beter op mekaar af te stemmen; f) er is een punt 4.7 toegevoegd om te bepalen dat eigenaars van gasflessen of flessenbatterijen de gemachtigde van de Minister in kennis moeten stellen van elke wijziging die van invloed kan zijn op de draagwijdte en de voorwaarden van de toelating om het interval tussen de periodieke controles en beproevingen te verlengen; en g) is een punt 4.8 toegevoegd dat voorziet in een procedure voor de gemachtigde van de Minister om in beperkte gevallen de toelating voor de verlenging van de periode tussen periodieke controles en beproevingen in te trekken.
Bijlage 4. - RID Deze bijlage behoeft geen uitleg.
Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Economie, P.-Y. DERMAGNE De Minister van Mobiliteit, G. GILKINET De Minister van Volksgezondheid, F. VANDENBROUCKE De Minister van Justitie, P. VAN TIGCHELT De Minister die het gezag uitoefent over de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen, P. DE SUTTER De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN 24 JANUARI 2024. - Koninklijk besluit betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de grondwet, artikel 108;
Gelet op de
wet van 18 februari 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/02/1969
pub.
25/04/2012
numac
2012000279
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake het vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg, artikel 1, gewijzigd bij de wetten van 21 juni 1985, 28 juli 1987, 15 mei 2006 en 8 mei 2019 en artikel 3, gewijzigd bij de wet van 3 mei 1999;
Gelet op de
wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/08/2013
pub.
20/12/2013
numac
2013014641
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Wet houdende de Spoorcodex
sluiten houdende de Spoorcodex, de artikelen 74, § 1, 14° en 213;
Gelet op het
koninklijk besluit van 6 september 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
06/09/2013
pub.
01/10/2013
numac
2013014546
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot aanduiding van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen, van het bestuur belast met het spoorwegvervoer en van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal, die belast worden met de controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake spoorwegvervoer
sluiten tot aanduiding van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen en van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal, die belast worden met de controle op de naleving van diverse wetten en reglementen inzake spoorwegvervoer;
Gelet op het
koninklijk besluit van 2 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de
wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/2013
pub.
31/12/2013
numac
2013021138
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging
sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 29 juni 2023;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 14 juli 2023;
Gelet op het standaardadvies nr. 65/2023 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 24 maart 2023;
Gelet op advies nr. 74.665/4 van de Raad van State, gegeven op 13 november 2023, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende het Boek VIII, Titel II, van het Wetboek van economisch recht;
Overwegende de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, artikel 6, lid 1, punt c);
Op de voordracht van de Minister van Economie, de Minister van Mobiliteit, de Minister van Volksgezondheid, de Minister van Justitie, de Minister die het gezag uitoefent over de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen en de Minister van Binnenlandse Zaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land voor wat betreft het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, zoals laatst gewijzigd bij gedelegeerde Richtlijn (EU) 2022/2407 van de Commissie van 20 september 2022 tot aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad. HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied Art. 2.§ 1. Tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, is dit besluit zowel van toepassing op nationaal vervoer als op internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met inbegrip van het laden en lossen, de overbrenging van of naar een andere vervoersmodaliteit en de noodzakelijke haltes tijdens het vervoer. § 2. Dit besluit is niet van toepassing op: 1° het vervoer per spoor van ontplofbare en radioactieve stoffen;2° het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor door wagons die eigendom zijn van of onder de verantwoordelijkheid vallen van de strijdkrachten;3° het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor dat volledig binnen een afgesloten gebied plaatsvindt. § 3. Bijlage 3 voorziet in voorschriften over: 1° het toezicht op de vervaardiging, reconstructie of reconditionering van verpakkingen, IBC's en grote verpakkingen;2° de periodieke beproevingen en inspecties op IBC's;3° de bouw van tanks op basis van Belgische goedkeuringscertificaten van het type;4° de verlenging van het interval tussen periodieke controles en beproevingen van gasflessen en flessenbatterijen;5° vervoersbeperkingen;6° preciseringen. HOOFDSTUK 3. - Definities Art. 3.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "Minister": de Minister bevoegd voor het spoorwegvervoer;2° "gemachtigde van de Minister": de Directeur-generaal van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer die bevoegd is voor het spoorwegvervoer";3° "veiligheidsinstantie": de instantie bedoeld in artikel 72 van de Spoorcodex en in het
koninklijk besluit van 22 juni 2011Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/06/2011
pub.
08/07/2011
numac
2011014165
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot aanwijzing van de veiligheidsinstantie van de spoorwegen
type
koninklijk besluit
prom.
22/06/2011
pub.
08/07/2011
numac
2011014164
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot aanwijzing van het onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor
sluiten tot aanwijzing van de veiligheidsinstantie van de spoorwegen;4° "onderzoeksorgaan": het orgaan bedoeld in artikel 110 van de Spoorcodex en in het
koninklijk besluit van 22 juni 2011Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/06/2011
pub.
08/07/2011
numac
2011014165
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot aanwijzing van de veiligheidsinstantie van de spoorwegen
type
koninklijk besluit
prom.
22/06/2011
pub.
08/07/2011
numac
2011014164
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot aanwijzing van het onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor
sluiten tot aanwijzing van het onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor;5° "RID": het Reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, opgenomen als bijlage aan aanhangsel C van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF), gesloten te Vilnius op 3 juni 1999, opgenomen in bijlage 4;6° "wagon": elk spoorvoertuig zonder eigen aandrijving dat op eigen wielen op rails rijdt en wordt gebruikt voor het vervoer van goederen; 7° "klassen": de klassen van gevaarlijke goederen opgesomd in onderafdeling 2.1.1.1 van het RID; 8° "UN-nummer": het UN-nummer zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1. van het RID; 9° "gevaarlijke goederen": de in afdeling 1.2.1 van het RID als dusdanig gedefinieerde goederen die behoren tot de klassen: - 2, 4.2, 4.3, 5.2, 6.1, 6.2, 8, - 3, behalve de UN-nummers die ingedeeld zijn bij de classificatiecode D, - 4.1, behalve de UN-nummers die ingedeeld zijn bij de classificatiecodes D of DT, - 5.1, behalve de UN-nummers 1942, 2067, 2426 en 3375, - 9, behalve het UN-nummer 3268; 10° "verpakking, drukrecipiënt, IBC (grote houder voor losgestort vervoer), grote verpakking, tank, tankwagon, vacuümtank voor afvalstoffen en mobiele tank" : verpakking, drukrecipiënt, IBC (grote houder voor losgestort vervoer), grote verpakking, tank, tankwagon, vacuümtank voor afvalstoffen en mobiele tank zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 11° "belader": de belader zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 12° "vuller": de vuller zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 13° "vervoerder": de vervoerder zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 14° "geadresseerde": de geadresseerde zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 15° "infrastructuurbeheerder": de beheerder van de spoorweginfrastructuur zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 16° "afzender": de afzender zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 17° "ontlader": de ontlader zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 18° "lossen": lossen zoals gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van het RID; 19° "veiligheidsadviseur": elke persoon die door de bedrijfsleider van een onderneming wordt aangewezen om de in onderafdeling 1.8.3.3 van het RID bedoelde taken uit te voeren en die in het bezit is van het in onderafdeling 1.8.3.7 van het RID bedoelde scholingscertificaat; 20° "onderneming" als bedoeld in punt 19°, in artikel 19 en in de bijlage 2: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon met of zonder winstoogmerk, een vereniging of groepering van personen zonder rechtspersoonlijkheid en met of zonder winstoogmerk, of een onder de overheid ressorterend lichaam, ongeacht of het een eigen rechtspersoonlijkheid bezit of afhankelijk is van een overheid met rechtspersoonlijkheid waarvan de activiteiten de verzending of het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, of de met dit vervoer samenhangende verpakkings-, laad-, vul- of loswerkzaamheden omvatten. Uit de definitie van onderneming zijn uitgesloten de ondernemingen waarvan de activiteiten zich beperken tot: a) activiteiten die betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke goederen uitgevoerd met vervoermiddelen die eigendom zijn of onder de verantwoordelijkheid vallen van de strijdkrachten; b) activiteiten die betrekking hebben op het vervoer van beperkte hoeveelheden per wagon, die niet groter zijn dan de in onderafdeling 1.1.3.6 en de hoofdstukken 3.3, 3.4 en 3.5 van het RID genoemde drempels; c) het vervoer van diagnostische monsters van UN-nummer 3373 die verpakt zijn overeenkomstig verpakkingsinstructie P650 van onderafdeling 4.1.4.1 van het RID; d) het lossen van gevaarlijke goederen op hun eindbestemming; e) het binnenlands vervoer, of met dat vervoer samenhangende verpakkings-, laad-, los- of vulwerkzaamheden van minder dan vijftig ton netto gevaarlijke goederen per kalenderjaar, wanneer enkel gevaarlijke goederen worden behandeld die ingedeeld zijn bij de letters A, O of F van de klasse 2 of bij de verpakkingsgroepen II of III van de klassen 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 6.1, 8 en 9; 21° "vervoercommissionair": een vervoercommissionair zoals gedefinieerd in artikel 1, 1° van de
wet van 26 juni 1967Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en die over een vergunning voor vervoercommissionair beschikt overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 juli 1975 tot instelling van de vergunning van vervoercommissionair;22° "commissionair-expediteur": een commissionair-expediteur zoals gedefinieerd in artikel 1, 3° van de
wet van 26 juni 1967Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer en die over een vergunning voor vervoercommissionair beschikt overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 juli 1975 tot instelling van de vergunning van vervoercommissionair;23° "inspectiedienst beveiliging": de inspectiedienst bedoeld in het
koninklijk besluit van 12 januari 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/1967
pub.
10/05/2013
numac
2013000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het statuut van de tussenpersonen op het gebied van het goederenvervoer. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 betreffende de controles op de regelgeving met betrekking tot de beveiliging in de deelsector spoorvervoer;24° "erkende controle-instelling": een controle-instelling die door de Minister is erkend voor het uitvoeren van één of meerdere in artikel 20 opgenomen activiteiten; 25° "toegelaten controle-instelling": een controle-instelling die door een bevoegde overheid van een andere Verdragsstaat aan het RID is erkend en door de Minister is toegelaten om in zijn naam op Belgisch grondgebied één of meerdere activiteiten uit te oefenen die betrekking hebben op de conformiteitsbeoordelingen en keuringen van de hoofdstukken 6.2 en 6.8 van het RID; 26°. "Xa-instelling": een erkende of toegelaten controle-instelling conform onderafdeling 1.8.6.3 van het RID en geaccrediteerd volgens de norm EN ISO/IEC 17020:2012 (behalve artikel 8.1.3), type A; 27°. "Xb-instelling": een erkende of toegelaten controle-instelling conform onderafdeling 1.8.6.3 van het RID en geaccrediteerd volgens de norm EN ISO/IEC 17020:2012 (behalve artikel 8.1.3), type B, die exclusief werkt voor de eigenaar of de houder die voor de drukrecipiënten verantwoordelijk is en waarvan de activiteiten zich beperken tot de periodieke keuringen van gasrecipiënten vermeld in hoofdstuk 6.2 van het RID; 28° "interne inspectiedienst ("IS")": een interne inspectiedienst van de fabrikant of van een testcentrum onder toezicht van een erkende of toegelaten controle-instelling conform onderafdeling 1.8.6.3 van het RID en geaccrediteerd volgens de norm EN ISO/IEC 17020: 2012 (behalve artikel 8.1.3), type A. De interne inspectiedienst is onafhankelijk van het ontwerpproces en van de fabricage-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden. HOOFDSTUK 4. - Algemene voorschriften Art. 4.Onverminderd de afwijkingen bedoeld in hoofdstuk 6, worden gevaarlijke goederen niet vervoerd wanneer dat door het RID verboden is.
Onverminderd de algemene regels inzake markttoegang of de algemeen toepasselijke regels op het vervoer van goederen, is het vervoer van gevaarlijke goederen toegelaten onder voorbehoud van de naleving van de voorwaarden van het RID en van de bepalingen van dit besluit.
De bevoegde overheden bedoeld in de afdeling 1.2.1 van het RID zijn aangeduid in bijlage 1. HOOFDSTUK 5. - Specifieke reglementaire veili …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.