← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015, gesloten in het Paritair Comité

In het kort

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend, die het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor de garagebedrijven wijzigt en coördineert. Het doel is om de pensioenbijdragen te verhogen en de regels voor dit pensioenstelsel vast te leggen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
14 DECEMBER 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 14 december 2016. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het garagebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 Wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 15 december 2015 onder het nummer 130668/CO/112) Uitvoering van artikel 33, § 2 van de statuten van het "Sociaal fonds voor het garagebedrijf", gecoördineerd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015. HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. § 2. Worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze overeenkomst, de buiten België gevestigde werkgevers waarvan de werknemers in België gedetacheerd worden in de zin van de bepalingen van titel II van de verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad. § 3. Onder "arbeiders" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders. HOOFDSTUK II. - Voorwerp Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel om vanaf 1 januari 2016, en dit in uitvoering van artikel 33, § 2 van de statuten van het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf", gecoördineerd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015, de pensioenbijdragen te verhogen die worden gestort in het kader van het sociaal sectoraal pensioenstelsel dat werd ingesteld in uitvoering van artikel 6 van het nationaal akkoord 2001-2002 afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf op 3 mei 2001 en dit conform artikel 10 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, editie 2, p. 26.407, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003) en diens uitvoeringsbesluiten. § 2. De begrippen die in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. § 3. De wet zal in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst "WAP" worden genoemd. HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de inrichter Art. 3.§ 1. Overeenkomstig artikel 3, § 1, 5° van de WAP, werd het fonds voor bestaanszekerheid via de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002 (63461/CO/112), algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 november 2004 (Belgisch Staatsblad van 24 januari 2005) door de representatieve organisaties van het voormelde paritair comité aangeduid als inrichter van onderhavig sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Deze aanduiding blijft uiteraard gelden in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsvoorwaarden Art. 4.§ 1. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2002 met de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van arbeidsovereenkomst), worden ambtshalve aangesloten bij onderhavig sociaal sectoraal pensioenplan. In de praktijk gaat het om de werklieden aangegeven onder de werknemerskengetallen 015, 024 en 027. § 2. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2008 verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van arbeidsovereenkomst) met de werkgever die overeenkomstig artikel 6 van het nationaal akkoord van 2001-2002 van 3 mei 2001, geregistreerd op 4 juli 2001 onder het nummer 57783/CO/112, gesloten in het paritair comité, er voor geopteerd had om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren en die hiertoe de toestemming had verkregen vanuit het desbetreffende paritair comité, worden ten vroegste vanaf 1 januari 2008 ambtshalve aangesloten bij onderhavig sociaal sectoraal pensioenplan. § 3. Worden echter niet aangesloten bij onderhavig pensioenplan : - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst van studentenarbeid; - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst voor uitzendarbeid, zoals geregeld door hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/1987 pub. 13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van de werknemers ten behoeve van gebruikers; - de leerlingen; - de personen tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een speciaal met steun van de overheid gevoerd opleidings-, arbeidsinspannings- en omscholingsprogramma. HOOFDSTUK V. - Voordeel Art. 5.§ 1. In het voordeel van de in artikel 4 bedoelde personen zullen er maandelijks door de inrichter één of meerdere bijdragen gestort worden ter financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel ter aanvulling van de wettelijke pensioenregeling. § 2. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel bedraagt sinds 1 januari 2016 1,80 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 3. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel wordt verminderd met 4,5 pct. beheerskosten, aangerekend door de inrichter, wat resulteert in een totale jaarlijkse netto bijdrage per aangeslotene van 1,72 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 4. Deze netto bijdrage wordt als volgt verdeeld : 1,64 pct. wordt aangewend ter financiering van individuele pensioenrechten in hoofde van de bij het sociaal sectoraal stelsel aangeslotenen en de overige 0,08 pct. wordt gebruikt ter financiering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in titel 2, hoofdstuk 9 van de WAP. HOOFDSTUK VI. - Pensioentoezegging : beheer en pensioeninstelling Art. 6.§ 1. Het financiële, boekhoudkundig, actuarieel en administratief beheer van de pensioentoezegging werd door de inrichter toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5 (hierna genoemd pensioeninstelling). De pensioeninstelling opteert ervoor om 50 pct. van haar risico te herverzekeren via K.B.C. Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 14, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2. Gezien binnen de juridische structuur van de pensioeninstelling het mogelijk is dat de inrichter er voor opteert om één of meerdere deelaspecten van het beheer uit te besteden aan derden, worden de werkzaamheden in het kader van het administratief beheer deels toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. § 2. De beheersregels van de pensioentoezegging zijn vastgelegd in een pensioenreglement dat wordt opgenomen als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt. Het pensioenreglement zal door de pensioeninstelling aan de aangeslotenen ter beschikking worden gesteld op hun eenvoudig verzoek. § 3. Er werd binnen de pensioeninstelling (in overeenstemming met artikel 41, § 2 van de WAP) een toezichtscomité opgericht dat voor de helft is samengesteld uit werknemersvertegenwoordigers (die het personeel vertegenwoordigen aan wie de onderhavige pensioentoezegging wordt gedaan) en voor de andere helft uit werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst. Dit toezichtscomité ziet toe op de goede uitvoering van het beheer van de pensioentoezegging door de pensioeninstelling en wordt door voormelde jaarlijks in het bezit gesteld van een zogenaamd "transparantieverslag" alvorens de pensioeninstelling dit ter beschikking stelt van de inrichter van het pensioenstelsel, evenals "The Statement of Investment Principles". § 4. Onder de naam "transparantieverslag" stelt de pensioeninstelling of, in voorkomend geval, de derde aan wie een deelaspect van het beheer werd uitbesteed, jaarlijks een verslag op over het door haar gevoerde (deelaspect van het) beheer van de pensioentoezegging. Na raadpleging van het toezichtscomité stelt de pensioeninstelling het transparantieverslag ter beschikking van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de WAP. § 5. De Raad voor aanvullende pensioenen kan de uitvoering van het pensioenstelsel onderzoeken op voorwaarde dat 10 pct. van de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst of van de aangeslotenen zulks vraagt. Indien het rendement ondermaats zou zijn, kan de raad aanbevelen van pensioeninstelling te veranderen of het beheer geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan andere beheerders. HOOFDSTUK VII. - Uitbetaling van de voordelen Art. 7.De procedure, de modaliteiten en de vorm van de uitbetaling van de voordelen worden beschreven in artikel 7 tot en met artikel 15 van het bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK VIII. - Solidariteitstoezegging Art. 8.§ 1. Vanaf 1 januari 2004 wordt een gedeelte van de in artikel 5 van deze overeenkomst bepaalde bijdrage (in overeenstemming met artikel 43 van de WAP) aangewend ter financiering van de solidariteitstoezegging die deel uitmaakt van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Het deel van de globale netto bijdrage dat hiertoe wordt aangewend, is vastgesteld op 0,08 pct. § 2. Deze bijdrage wordt aangewend ter financiering van de solidariteitsprestaties, waaronder in het bijzonder de financiering van de opbouw van de pensioentoezegging gedurende bepaalde periodes van inactiviteit en de vergoeding van inkomstenverlies in bepaalde gevallen. De exacte inhoud van deze solidariteitstoezegging alsook de financieringswijze ervan, werd uitgewerkt in een solidariteitsreglement (zie hierna in artikel 9). § 3. Het beheer van de solidariteitstoezegging wordt door de inrichter toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5 (hierna genoemd solidariteitsinstelling). De solidariteitsinstelling opteert ervoor om 50 pct. van haar risico te herverzekeren via K.B.C. Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 14, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2. Gezien binnen de juridische structuur van de solidariteitsinstelling het mogelijk is dat de inrichter er voor opteert om enig deelaspect van het beheer uit te besteden aan derden, worden de werkzaamheden in het kader van het administratief beheer deels toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. § 4. Ook op het gebied van de solidariteitstoezegging zal de solidariteitsinstelling een "transparantieverslag" opstellen betreffende het door haar gevoerde beheer van de solidariteitstoezegging. Na raadpleging van het toezichtscomité zal de solidariteitsinstelling dit transparantieverslag ter beschikking stellen van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de WAP. HOOFDSTUK IX. - Solidariteitsreglement Art. 9.§ 1. Het solidariteitsreglement expliciteert de modaliteiten van de solidariteitstoezegging en werd als bijlage opgenomen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt. § 2. Het solidariteitsreglement zal door de solidariteitsinstelling op hun eenvoudig verzoek ter beschikking worden gesteld aan de bij onderhavig pensioenstelsel aangesloten werknemers. HOOFDSTUK X. - Procedure ingeval van uittreding van een arbeider Art. 10.De procedure van uittreding uit het sectoraal pensioenstelsel wordt geregeld door artikel 19 van het hierna bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK XI. - Inningsmodaliteiten Art. 11.§ 1. Teneinde de bijdrage zoals voorzien in artikel 5, § 2 van deze overeenkomst in te vorderen, zal door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid een voorlopige bijdrage worden geïnd. Deze voorlopige bijdrage zal na de terbeschikkingstelling ervan aan de inrichter door laatstgenoemde worden doorgestort aan de pensioen- en de solidariteitsinstelling. § 2. Van zodra de pensioeninstelling over definitieve loongegevens beschikt, zal de voorlopige bijdrage worden vergeleken met de effectief verschuldigde bijdrage. Indien de voorlopige bijdrage groter is dan de effectief verschuldigde bijdrage, wordt de reserve die voortvloeit uit het verschil, in mindering gebracht van de eerstvolgende voorschotbijdrage. In het omgekeerde geval, zal het reservetekort ten laste gelegd worden van de inrichter. § 3. Vanaf 1 januari 2016 wordt er gebruik gemaakt van de gedifferentieerde R.S.Z. inningstechniek waardoor de pensioenbijdrage voor het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt afgescheiden van de basisbijdrage bestemd voor het fonds voor bestaanszekerheid. De bijzondere R.S.Z.-bijdrage van 8,86 pct. verschuldigd op de netto bijdrage van 1,64 pct. weergegeven in artikel 5, § 4, wordt voldaan ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid bij wijze van verhoging van de pensioenbijdrage met 0,15 pct. en wordt door de R.S.Z. afgehouden aan de bron. Bijgevolg dient de bijzondere bijdrage van 8,86 pct. niet apart te worden aangegeven daar de globale pensioenbijdrage van 1,95 pct. aangegeven moet worden onder bijdragecode 825 type "0". Art. 12.Ondertekenende partijen vragen dat onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief de bijlagen, zo vlug mogelijk bij koninklijk besluit algemeen verbindend wordt verklaard. HOOFDSTUK XII. - Inwerkingtreding en opzeggingsmogelijkheden Art. 13.§ 1. De collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014 (122116/CO/112) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 april 2015 (Belgisch Staatsblad van 17 juni 2015), wordt vervangen vanaf 1 januari 2016. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. § 3. Zij kan worden beëindigd mits een opzegging van zes maanden en wordt betekend per ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het voormelde paritair comité. Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair comité de beslissing nemen om het sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij wordt genomen in overeenstemming met de bepalingen in artikel 10, § 1, 3° van de WAP. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2016. De Minister van Werk, Kris PEETERS Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel Aanvullend pensioenplan ten gunste van de arbeiders van het Paritair Comité voor het garagebedrijf. Sectoraal pensioenreglement afgesloten in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015. HOOFDSTUK I. - Voorwerp Artikel 1.§ 1. Dit sectoraal pensioenreglement wordt opgemaakt in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Dit pensioenreglement beoogt het pensioenreglement dat als bijlage opgenomen was bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014 aan te passen enerzijds aan de verhoging van de bijdragen waartoe besloten werd in uitvoering van artikel 33, § 2 van de statuten van het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf", gecoördineerd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 en aan de wettelijke en reglementaire evoluties die sindsdien plaatsgrijpen anderzijds. § 3. Dit pensioenreglement bepaalt de rechten en de plichten van de inrichter, de pensioeninstelling, de werkgevers die behoren tot het ressort van het voormelde paritair comité, de aangeslotenen en hun rechtverkrijgenden. Tevens worden de aansluitingsvoorwaarden alsook de regels betreffende de uitvoering van de pensioentoezegging vastgelegd. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.1. Het aanvullend pensioen De kapitaalswaarde van het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene (vóór of na pensionering), of de omzetting van deze in een levenslange lijfrente, toegekend op basis van de in dit pensioenreglement bepaalde verplichte stortingen, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen. 2. De pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen gedaan door de inrichter aan de aangeslotenen en/of hun rechtverkrijgende(n) in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. De toezegging die de inrichter hier doet betreft een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder gewaarborgd rendement. De inrichter garandeert dus enkel de betaling van de vaste bijdrage maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De pensioeninstelling onderschrijft op haar beurt een resultaatsverbintenis dat de bijdragen gestort door de inrichter minimaal zullen worden gekapitaliseerd aan de interestvoet voorzien in artikel 24, § 2 van de WAP. De verdere modaliteiten van deze resultaatsverbintenis worden geregeld in een afzonderlijke beheersovereenkomst onderschreven door de inrichter en de pensioeninstelling. 3. Het pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging.4. WAP Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten (betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, aangevuld met haar uitvoeringsbesluiten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003).De begrippen die in het vervolg van dit reglement opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. De wet zal in het vervolg van dit pensioenreglement "WAP" worden genoemd. 5. De inrichter Conform artikel 3, § 1, 5° van de WAP werd door de representatieve organisaties vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor het garagebedrijf 112, het "Fonds voor bestaanszekerheid van het garagebedrijf" aangeduid als inrichter van het sectoraal aanvullende pensioenstelsel en dit via de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002.6. De werkgevers De werkgevers zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. 7. De arbeider De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst tot het hoofdzakelijk verrichten van handenarbeid is tewerkgesteld door een werkgever als bedoeld in artikel 2.6. 8. De aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van personeel waarvoor de inrichter onderhavig pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig dit pensioenreglement.In de praktijk gaat het meer bepaald om de werklieden aangegeven onder werknemerskengetallen 015, 024 en 027. 9. De uittreding De beëindiging van een arbeidsovereenkomst (anders dan door overlijden of pensionering) voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die eveneens behoort tot het ressort van het Paritair Comité voor het garagebedrijf (P.C. 112), het Paritair Subcomité voor het koetswerk (P.S.C. 149.02), het Paritair Subcomité voor de edele metalen (P.S.C. 149.03), het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.S.C. 142.01) of het Paritair Subcomité voor de metaalhandel (P.S.C. 149.04) en die daarenboven niet buiten het toepassingsveld van het sociaal sectoraal pensioenstelsel valt. 10. De pensioeninstelling Belfius Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5. 11. De verworven prestaties Wanneer de aangeslotene ingeval van uittreding ervoor kiest om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten, dan is de verworven prestatie de prestatie waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op zijn pensioenleeftijd.12. De verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig dit pensioenreglement.Deze reserves zijn het resultaat van de sommatie van : 1. de persoonlijke rekening (netto bijdragen gestort door de inrichter);2. de prestaties toegewezen in het kader van de solidariteitstoezegging;3. in voorkomend geval, de deelname in de winst. De hierboven vermelde bedragen worden opgerent aan het gewaarborgd minimumrendement, zoals bepaald in de WAP. 13. De jaarbezoldiging Het jaarlijkse brutoloon waarop de inhoudingen voor de sociale zekerheid worden gedaan (dus verhoogd met 8 pct.). 14. De pensioenleeftijd Met de pensioenleeftijd wordt de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld.1. Deze pensioenleeftijd bedraagt in principe 65 jaar.2. Voor specifieke beroepsgroepen (ex-mijnwerkers) zal de uitbetaling van het aanvullend pensioen kunnen gebeuren van zodra de aangeslotene de wettelijke pensionering kan aantonen en dit zonder enige beperking qua leeftijd.15. De vervroegde pensioenleeftijd Leeftijd waarop iemand met werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) gaat in overeenstemming met de wettelijke of conventionele bepalingen ter zake of de leeftijd ingeval van vervroegd pensioen (pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd).16. De einddatum De einddatum wordt vastgesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de 65ste verjaardag van de aangeslotene.17. De tarieven De door de pensioeninstelling gebruikte technische grondslagen neergelegd bij de Nationale Bank van België.18. Het verzekeringsjaar De vervaldag van dit pensioenreglement wordt vastgesteld op 1 januari. Een verzekeringsjaar valt dan ook steeds samen met de tijdsspanne gelegen tussen 1 januari en de daaropvolgende 31 december. 19. Het financieringsfonds Het collectieve tak 21-fonds dat bij de pensioeninstelling in het kader van onderhavig pensioenstelsel wordt gevormd.20. Het kind Elk wettig geboren of verwekt kind van de aangeslotene alsook elk erkend natuurlijk kind of elk geadopteerd kind van de aangeslotene evenals elk kind van de echtgeno(o)t(e) of partner van de gehuwde, respectievelijk wettelijk samenwonende aangeslotene dat gedomicilieerd is op het adres van de aangeslotene.21. Het premievrij contract Dit is de waarde van het verzekeringscontract waarvoor de aangeslotenen verzekerd blijven zonder enige verdere premiebetaling.22. Het afgezonderd fonds Dit zijn activa op de balans van de pensioeninstelling die van haar andere activa worden afgezonderd en aldus een afgescheiden fonds vormen.De winstdelingsresultaten in dit pensioenstelsel hangen af van de opbrengst van de contracten verbonden aan het afgezonderd fonds. 23. De wettelijk samenwonende De persoon die samen met zijn of haar samenwonende partner een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek. 24. De v.z.w. SEFOCAM Het administratief en logistiek coördinatiecentrum van de sociale sectorale pensioenstelsels voor de arbeiders uit het garagebedrijf, het koetswerk, de metaalhandel, de terugwinning van metalen en de edele metalen. De maatschappelijke zetel van de v.z.w. SEFOCAM is gevestigd op het Woluwedal 46/7 te 1200 Brussel. De v.z.w. SEFOCAM is telefonisch bereikbaar op het nummer 00.32.2.761.00.70. en per mail op het adres helpdesk@sefocam.be. De v.z.w. SEFOCAM beschikt evenzeer over een website met name : www.sefocam.be. 25. De v.z.w. SIGEDIS SIGEDIS (sociale individuele gegevens) is een dienstverlenende v.z.w. gecreëerd op basis van artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/06/2006 pub. 22/06/2006 numac 2006022555 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact type koninklijk besluit prom. 12/06/2006 pub. 04/07/2006 numac 2006022592 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 juli 2005 tot wijziging, wat de logopedische verstrekkingen betreft, van het koninklijk besluit van 29 december 1997 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd type koninklijk besluit prom. 12/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006002068 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot regeling van het verwerven door de militair van de hoedanigheid van Rijksambtenaar door overplaatsing type koninklijk besluit prom. 12/06/2006 pub. 04/07/2006 numac 2006022605 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 juli 2005 tot wijziging, wat de logopedische verstrekkingen betreft, van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen sluiten. De v.z.w. werd opgericht binnen de context van het Generatiepact en kreeg verschillende opdrachten toegewezen : - Opdracht in het kader van het verzamelen en controleren van multisectoriële loopbaangegevens; - Wettelijke opdracht in het kader van de 2de pensioenpijler; - Opdracht met betrekking tot de identificatie van werknemers in het kader van de R.S.Z.-aangiften; - Wettelijke opdracht tot het archiveren van elektronische arbeidsdocumenten. 26. De Databank 2de pijler De Databank "aanvullende pensioenen" (DB2P) heeft als doel het verzamelen van de gegevens van de werknemers, zelfstandigen en ambtenaren met betrekking tot alle voordelen die zij in België en in het buitenland hebben opgebouwd in het kader van het aanvullend pensioen. De databank is bedoeld voor het verbeteren van de controle op de toepassing van de sociale en fiscale wetgeving betreffende de 2de pensioenpijler. De belangrijkste doelstellingen zijn het in staat stellen : - van de fiscus om de toepassing van de 80 pct.-regel en het fiscaal plafond beter te controleren; - van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) om de conformiteit van de pensioenplannen met de sociale regels gemakkelijker te controleren; - van de R.S.Z. en de R.S.Z.P.P.O. om de bijzondere bijdrage van 8,86 pct. te controleren; - van de regering om te beschikken over betrouwbare statistieken betreffende de 2de pensioenpijler. De praktische uitbouwen de inhoud van deze databank is toevertrouwd aan een werkgroep opgericht in de schoot van het Algemeen Coördinatiecomité van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. De databank brengt verplichtingen met zich mee, zowel voor de inrichter als voor de pensioen- en solidariteitsinstelling. HOOFDSTUK III. - Aansluiting Art. 3.§ 1. Het pensioenreglement is verplicht van toepassing op alle arbeiders aangegeven onder werknemerskengetallen 015, 024 en 027, die op of na 1 januari 2002 met de werkgevers zoals vermeld in 2.6. verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst, ongeacht de aard van deze arbeidsovereenkomst. § 2. Onverminderd de toepassing van het 1ste lid, is het pensioenreglement pas vanaf 1 januari 2008 van toepassing op de arbeiders die tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die overeenkomstig artikel 6 van het nationaal akkoord 2001-2002 ervoor wist te opteren om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren en hiervoor de toestemming wist te verwerven vanuit het Paritair Comité voor het garagebedrijf. § 3. Voormelde personen worden onmiddellijk aangesloten bij onderhavige pensioentoezegging, dit wil zeggen vanaf de datum dat zij voldoen aan de hiervoor vermelde aansluitingsvoorwaarden. § 4. Mochten - in voorkomend geval - voormelde personen reeds beschikken over een aanvullende pensioenreserve vanuit een eerdere dienstbetrekking en zouden zij ervoor opteren om - overeenkomstig artikel 32, § 1, 1°, b) van de WAP - deze bewuste reserve over te dragen naar de pensioeninstelling, dan zal deze worden geïntegreerd in onderhavig pensioenstelsel. Onderhavig pensioenstelsel voorziet aldus niet in een zogenaamde "onthaalstructuur" zoals beschreven in artikel 32, § 2, 2de lid van de WAP. § 5. In afwijking van de eerste paragraaf van dit artikel, is het pensioenreglement niet van toepassing op de arbeiders vermeld onder artikel 4, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst ter wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel van 9 oktober 2015. HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de inrichter Art. 4.§ 1. De inrichter gaat tegenover alle aangeslotenen de verbintenis aan alles te doen wat voor de goede uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, vereist is. § 2. De bijdrage die de inrichter verschuldigd is ter financiering van de pensioentoezegging wordt door de inrichter zonder verwijl aan de pensioeninstelling overgemaakt. Dit geschiedt minimaal maandelijks. § 3. De inrichter zal via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM op regelmatige tijdstippen alle nodige gegevens overmaken aan de pensioeninstelling. § 4. De pensioeninstelling is slechts tot uitvoering van haar verplichtingen gehouden voor zover haar, tijdens de duur van dit pensioenreglement volgende gegevens meegedeeld werden : 1. de na(a)m(en), de voorna(a)m(en) en de geboortedatum van de aangeslotene alsook geslacht, taalstelsel, burgerlijke staat en identificatienummer in de sociale zekerheid;2. het adres van de aangeslotene; 3. de benaming, de maatschappelijke zetel en het K.B.O.-nummer van de werkgever waarmee de aangeslotene via een arbeidsovereenkomst verbonden is, bij de Kruispuntbank van Ondernemingen; 4. het bruto kwartaalloon van de aangeslotene;5. enige andere terzake doende gegevens zoals gevraagd door de pensioeninstelling. Naderhand : de wijzigingen welke, tijdens de duur van de aansluiting, in voormelde gegevens voorkomen. § 5. De inrichter wist ten voordele van de aangeslotenen een "helpdesk" te organiseren waarbij de coördinatie werd toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. Deze v.z.w. zal een vraag enkel doorspelen aan de pensioeninstelling indien zij de bewuste vraag niet zelf beantwoorden kan. In uitzonderlijke gevallen, wanneer dat het proces aanzienlijk kan versnellen en vergemakkelijken, heeft de helpdesk de mogelijkheid de aangeslotene rechtstreeks contact te laten opnemen met de pensioeninstelling. HOOFDSTUK V. - Rechten en plichten van de aangeslotenen Art. 5.§ 1. De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst ter invoering van het sectoraal pensioenstelsel afgesloten op 5 juli 2002 evenals van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en van dit pensioenreglement. Deze documenten maken één geheel uit. § 2. De aangeslotene machtigt de inrichter de nodige verzekeringen op zijn leven af te sluiten. § 3. De aangeslotene machtigt de inrichter om via de v.z.w. SEFOCAM aan de pensioeninstelling alle inlichtingen en bewijsstukken over te maken die nodig zijn zodat de pensioeninstelling zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover de rechtverkrijgende(n) kan nakomen zonder uitstel. § 4. De aangeslotene maakt in voorkomend geval de ontbrekende inlichtingen en bewijsstukken over via de v.z.w. SEFOCAM aan de pensioeninstelling zodat deze zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover zijn rechtverkrijgende(n) kan nakomen. § 5. Mocht de aangeslotene een hem door dit pensioenreglement of door de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, evenals van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, opgelegde voorwaarde niet nakomen, en mocht daardoor voor hem enig verlies van recht ontstaan, dan zullen de inrichter en de pensioeninstelling in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene in verband met het bij dit pensioenreglement geregeld aanvullend pensioen. HOOFDSTUK VI. - Gewaarborgde prestaties Art. 6.§ 1. De pensioentoezegging heeft, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen, tot doel : - een kapitaal (of een hiermee overeenstemmende rente) samen te stellen dat vanaf de pensioenleeftijd aan de "aangeslotene" wordt uitgekeerd indien hij in leven is; - een overlijdenskapitaal uit te keren aan de rechtverkrijgende(n) indien de "aangeslotene" overlijdt vóór of na de pensioenleeftijd, in dit laatste geval, zo het aanvullend pensioen nog niet werd opgevraagd door de aangeslotene zelf. § 2. De inrichter garandeert enkel de betaling van de vaste bijdrage maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De pensioeninstelling onderschrijft een resultaatsverbintenis dat de bijdragen gestort door de inrichter minimaal zullen worden gekapitaliseerd aan de intrestvoet voorzien in artikel 24, § 2 van de WAP en dit vanaf het ogenblik dat de bijdragen juridisch verschuldigd zijn. § 3. Deze oprenting loopt tot op de dag waarop de uitbetaling van het aanvullend pensioen gebeurt. § 4. Bovenvermelde kapitalen worden verhoogd met een winstdeling zoals beschreven in het hierna weergegeven winstdelingsreglement. Deze winstdeling wordt gekoppeld aan de resultaten van het afgezonderd fonds bij de pensioeninstelling. De winstdeling wordt jaarlijks toegekend in de vorm van een kapitaalsverhoging en is aldus definitief verworven door de aangeslotenen. Het percentage van jaarlijkse onmiddellijke toekenning wordt bepaald door het toezichtscomité. Enige winstdeling die niet onmiddellijk wordt toegekend aan de contracten, zal worden aangewend ter financiering van een collectief sectoraal winstdelingsfonds. Het winstdelingsreglement van het afgezonderd fonds "Sefocam-Pensioen" : De bijdragen worden geïnvesteerd in een afgezonderd fonds "Sefocam-Pensioen", dat hoofdzakelijk is samengesteld uit financiële activa die afkomstig zijn van de eurozone. Ieder jaar kan de pensioeninstelling aan de contracten een winstdeelneming toekennen die bepaald wordt in functie van de resultaten van dit afgezonderd fonds. Deze winstdeelneming wordt pas toegekend op voorwaarde dat de verrichtingen van het fonds rendabel zijn. De winstdeelneming is gelijk aan een bijkomend rendementspercentage dat toegekend wordt aan de contracten die op 31 december van het afgelopen boekjaar van kracht zijn. Het bijkomend rendementspercentage is gelijk aan het positieve verschil tussen het netto rendementspercentage van het afgezonderd fonds en de gewaarborgde rentevoet zoals bepaald in artikel 24, § 2, eerste lid van de WAP. Het netto rendementspercentage van het fonds is het in procent uitgedrukte resultaat ten opzichte van de gemiddelde waarde van het fonds in de loop van het afgelopen boekjaar, van 100 pct. van de financiële winsten die door het fonds gerealiseerd worden, vrij van financiële lasten, fiscale en parafiscale inhoudingen. De financiële winsten worden bepaald overeenkomstig de evaluatie- en waarderingsregels van de pensioeninstelling. Ten einde de financiële prestaties gerealiseerd door het afgezonderd fonds te stabiliseren, kan een quotiteit van de uitzonderlijke opbrengsten (zie hierna) elk jaar een reserve stijven waarop door de inrichter aanspraak kan gemaakt worden het jaar nadien. Een gedeelte van de uitzonderlijke opbrengsten kan dus van jaar tot jaar overgedragen worden. De uitzonderlijke opbrengsten zijn samengesteld uit de meer- en minwaarden van obligaties en aandelen, de eventuele monetaire aanpassingen op rentedragende activa, alsook de waardeverminderingen of terugnames van waardeverminderingen. De investeringspolitiek van het afgezonderd fonds heeft tot doel de veiligheid, het rendement en de liquiditeit van de beleggingen te waarborgen. Statement of Investment Principles : Het hoofddoel van het beleggingsbeleid bestaat erin om, binnen aanvaardbare risicogrenzen, een optimale bijdrage te leveren aan het veiligstellen van de pensioenaanspraken van de aangeslotenen. Door verschillende maatregelen wordt geprobeerd om risico's zo goed mogelijk te beheersen en voldoende rendement te behalen om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. Het beleggingskader zal volgende richtlijnen respecteren : Richtlijnen inzake asset allocatie Het beleggingskader voorziet in onderstaande asset allocatie : Min. Strategische asset allocatie/ Allocation d'actifs stratégique Max. Activaklasse obligaties/ Classe d'actifs en obligations 85 pct./p.c. 95 pct./p.c. 100 pct./p.c. - Staatsobligaties/ - Obligations d'Etat de la zone euro et assimilées 35 pct./p.c. 75 pct./p.c. - Euro bedrijfsobligaties (minimale rating : BBB-)/ - Obligations d'entreprise de la zone euro (rating minimal : BBB-) 25 pct./p.c. 65 pct./p.c. Activaklasse aandelen/ Classe d'actifs en actions 0 pct./p.c. 5 pct./p.c. 15 pct./p.c. EMU-aandelen/ Actions UEM 0 pct./p.c. 5 pct./p.c. 15 pct./p.c. Cash, liquiditeitsholdings en andere geldmarktinstrumenten/ Cash, positions de liquidités et autres instruments monétaires 0 pct./p.c. 0 pct./p.c. 20 pct./p.c. Richtlijnen inzake kwaliteit De obligatieportefeuille kan worden belegd in staatobligaties en bedrijfsobligaties. Het gedeelte staatsobligaties zal belegd worden in obligaties of andere effecten van schuldvorderingen of gelijkgestelde instrumenten, alle uitgegeven of gewaarborgd door een lidstaat van de eurozone, door zijn plaatselijke besturen of door internationale publiekrechtelijke instellingen waarin vermelde lidstaten deelnemen. De bedrijfsobligaties dienen te zijn uitgedrukt in euro en van hoge kwaliteit (Investment Grade) te zijn. In geval van een downgrade wordt een overgangsperiode van maximaal 6 maanden toegestaan om de posities aan te passen. Voor de aandelenportefeuille kan enkel worden belegd in EMU beursgenoteerde aandelen. Richtlijnen inzake afgeleide producten Het gebruik van afgeleide producten is niet toegestaan. Richtlijnen inzake concentratie De concentratielimiet is opgesplitst in een aparte limiet voor corporates en governments. Op basis van de rating wordt op het niveau van de emittent - dit is de som van de obligaties (notionele waarde) voor een overheid en de som van obligaties (notionele waarde) en aandelen (marktwaarde) voor een bedrijf - een maximale blootstelling toegestaan van x procent van de portefeuille. Volgende tabel geeft per rating de limiet weer in maximumpercentage : Concentratielimiet Government Corporate Limite de concentration Government Corporate AAA 20 pct. 10 pct. AAA 20 p.c. 10 p.c. AA 15 pct. 7,5 pct. AA 15 p.c. 7,5 p.c. België 30 pct. Belgique 30 p.c. A 10 pct. 5 pct. A 10 p.c. 5 p.c. BBB 5 pct. 2,5 pct. BBB 5 p.c. 2,5 p.c. Non IG 2,5 pct. 0 pct. Non IG 2,5 p.c. 0 p.c. NR 5 pct. 2,5 pct. NR 5 p.c. 2,5 p.c. Opmerking : voor het thuisland België is het dubbele van de concentratielimiet AA toegestaan. Richtlijnen inzake duration Het kader beoogt op termijn de duration van de obligatieportefeuille af te stemmen op de duration van de passiva (pensioenverplichtingen). De target duration wordt jaarlijks geëvalueerd en eventueel herzien. Richtlijnen inzake ethisch beleggen De portefeuille dient rekening te houden met het "Corporate Social Responsibility framework" door investeringen in bedrijven op de "weapons black list" niet toe te laten. Afwijkingen van de voormelde richtlijnen zijn binnen beperkte mate mogelijk teneinde de portefeuille beter af te stemmen op de concrete opportuniteiten van het moment of de portefeuille beter te beschermen in het licht van het marktrisico van het moment. Dit beleggingskader is een richtlijn. Het behoort tot de opdracht van de pensioeninstelling om, in het voordeel van de aangeslotenen het rendement te verhogen of te beveiligen. De pensioeninstelling engageert zich in elk geval om in het belang van de aangeslotenen te handelen en met de nodige waakzaamheid en zorg op te treden teneinde alle mogelijke verliezen te vermijden. Op elke vergadering van het toezichtscomité wordt het behaalde financiële rendement van de afgelopen periode beoordeeld in het licht van het behalen van het minimumrendement zoals voorzien in artikel 24, § 2 van de WAP. HOOFDSTUK VII. - Uitbetaling van de aanvullende pensioenen Art. 7.Al de in dit hoofdstuk vermelde formulieren kunnen bekomen worden via de helpdesk van de v.z.w. SEFOCAM, Woluwedal 46/7 te 1200 Brussel, telefoonnummer 00.32.2.761.00.70. of kunnen worden gedownload via de website www.sefocam.be. Afdeling 1. - Uitbetaling bij wettelijk pensioen Art. 8.§ 1. Elke aangeslotene kan zijn aanvullend pensioen opvragen vanaf dat hij het statuut van gepensioneerde geniet op voorwaarde dat hij geen prestaties meer weet te leveren bij een werkgever zoals vermeld onder artikel 2.6. gezien er op dat ogenblik nog voorzien wordt in een verdere premiebetaling voor de opbouw van het aanvullend pensioen. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform artikel 55 van de WAP, na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. Uiterlijk in de loop van de maand waarin men 65 jaar wordt ontvangt de aangeslotene via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM, een schrijven van de inrichter waarin deze wordt herinnerd aan het bedrag van zijn thans verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel en de te vervullen formaliteiten teneinde de uitbetaling van het aanvullend pensioen te concretiseren. § 4. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen in het kader van de wettelijke pensionering dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S1 A volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de kennisgeving van de beslissing betreffende het toekennen van de pensioendatum (uitgereikt door de pensioendienst : Rijksdienst voor Pensioenen - Pensioendienst voor de overheidssector); - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene; - één of meerdere attesten welke de activiteit weergeven die de aangeslotene kende tijdens een referteperiode van 3 jaar voorafgaand aan de wettelijke pensioenleeftijd : - ofwel één of meerdere tewerkstellingsattesten met vermelding van de begin- en einddatum van de tewerkstelling desgevallend aangevuld met de vermelding van verminderde prestaties als gevolg van de opname van tijdskrediet; - en/ofwel een werkloosheidsattest met vermelding dat het gaat om een onvrijwillige werkloze die geen werk en/of opleiding wist te weigeren en dat de werkloosheid niet valt binnen het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT); - en/ofwel een invaliditeitsattestering met vermelding van de begin- en einddatum van de arbeidsongeschiktheid en of deze het gevolg is van een (beroeps)ziekte of van een (arbeids)ongeval. Afdeling 2. - Uitbetaling bij vervroegd pensioen Art. 9.§ 1. Elke aangeslotene kan zijn aanvullend pensioen opvragen vanaf dat hij het statuut van gepensioneerde geniet op voorwaarde dat hij geen prestaties meer weet te leveren bij een werkgever zoals vermeld onder artikel 2.6. gezien er op dat ogenblik nog voorzien wordt in een verdere premiebetaling voor de opbouw van het aanvullend pensioen. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform artikel 55 van de WAP, na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. Wanneer de v.z.w. SEFOCAM via de K.S.Z.-gegevensstroom in kennis gesteld werd van de toekenning van een vervroegde pensioendatum ontvangt de aangeslotene via haar intermediair een schrijven van de inrichter waarin deze wordt herinnerd aan de mogelijkheid tot opvraging van zijn thans verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel en de te vervullen formaliteiten teneinde de uitbetaling van het aanvullend pensioen te concretiseren. Deze aanschrijving geschiedt ten vroegste op de toegekende pensioendatum. § 4. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen in het kader van de vervroegde pensionering dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S1 B volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de kennisgeving van de beslissing betreffende het toekennen van de pensioendatum (uitgereikt door de pensioendienst : Rijksdienst voor Pensioenen - Pensioendienst voor de overheidssector); - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene. § 5. Het voordeel bij leven dat wordt uitgekeerd vóór het bereiken van de einddatum is gelijk aan de theoretische afkoopwaarde van het contract, dit is de reserve die bij de pensioeninstelling gevormd werd door de kapitalisatie van de in het voordeel van de aangeslotene gestorte bijdragen en toegekende winstdeling, rekening houdend met de verbruikte sommen. Afdeling 3. - Uitbetaling bij stopzetting van elke vorm van toegelaten arbeid in de sector in aanvulling op het pensioen Art. 10.§ 1. Elke aangeslotene kan zijn aanvullend pensioen opvragen vanaf dat hij het statuut van gepensioneerde geniet op voorwaarde dat hij geen prestaties meer weet te leveren bij een werkgever zoals vermeld onder artikel 2.6. gezien er op dat ogenblik nog voorzien wordt in een verdere premiebetaling voor de opbouw van het aanvullend pensioen. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform artikel 55 van de WAP, na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen in het kader van de stopzetting van elke vorm van toegelaten arbeid in de sector in aanvulling op het pensioen dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S1 C volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de kennisgeving van de beslissing betreffende het toekennen van de pensioendatum (uitgereikt door de pensioendienst : Rijksdienst voor Pensioenen - Pensioendienst voor de overheidssector); - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene; - een tewerkstellingsattest met vermelding van de begin- en einddatum van de tewerkstelling in het kader van de toegelaten arbeid in aanvulling op het pensioen. Afdeling 4. - Uitbetaling bij werkloosheid met bedrijfstoeslag Art. 11.§ 1. Indien de aangeslotene op werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt gesteld, kan hij zijn aanvullend pensioen opvragen vanaf de leeftijd van 60 jaar. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform artikel 55 van de WAP, na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. De inrichter informeert maandelijks de v.z.w. SEFOCAM over de nieuwe dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag in haar sector. De v.z.w. SEFOCAM schrijft desgevallend de betrokken aangeslotenen aan met vermelding van de mogelijkheid tot opvraging van het aanvullend pensioen in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag. § 4. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen in het kader van werkloosheid met bedrijfstoeslag dient de aangeslotene - na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar - het aanmeldingsformulier S2 volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de C4-SWT (C4 voltijds brugpensioen) of de C4ASR-SWT (C4ASR - voltijds brugpensioen) uitgereikt door de werkgever; - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene. § 5. Het voordeel bij leven dat wordt uitgekeerd vóór het bereiken van de einddatum is gelijk aan de theoretische afkoopwaarde van het contract, dit is de reserve die bij de pensioeninstelling gevormd werd door de kapitalisatie van de in het voordeel van de aangeslotene gestorte bijdragen en toegekende winstdeling, rekening houdend met de verbruikte sommen. Afdeling 5. - Uitbetaling bij overlijden Art. 12.§ 1. Indien de aangeslotene overlijdt en mocht hij zijn aanvullend pensioen nog niet of onvolledig hebben uitgekeerd gekregen, wordt het aanvullend pensioen uitgekeerd aan zijn rechtverkrijgende(n), volgens onderstaande volgorde : 1. ten bate van zijn of haar echtgeno(o)t(e) op voorwaarde dat de betrokkenen : - niet uit de echt gescheiden zijn (alsook niet in aanleg tot echtscheiding); - niet gerechtelijk gescheiden van tafel en bed (alsook niet in aanleg tot gerechtelijke scheiding van tafel en bed); 2. bij ontstentenis, ten bate van de wettelijk samenwonende partner (in de zin van artikelen 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek);3. bij ontstentenis, ten bate van (een) andere natuurlijke perso(o)n(en) die door de aangeslotene door middel van een aangetekend schrijven kenbaar werd gemaakt aan de pensioeninstelling.Het bewuste aangetekend schrijven dient zowel voor de pensioeninstelling als voor de aangeslotene als bewijs van de aanduiding. De aangeslotene kan te allen tijde deze aanduiding herroepen door middel van een nieuw aangetekend schrijven. Indien de aangeslotene na deze aanduiding zou huwen of hij samen met zijn/haar partner een wettelijk samenlevingscontract zou onderschrijven, en er dus een persoon is zoals beschreven in punt 1) hiervoor, wordt deze aanduiding geacht definitief herroepen te zijn; 4. bij ontstentenis, ten bate van zijn kinderen of van hun rechtverkrijgenden, bij plaatsvervulling, voor gelijke delen;5. bij ontstentenis, ten bate van zijn ouders, voor gelijke delen;6. bij overlijden van één of beide ouders, treden zijn broers of zusters in de plaats van de vooroverleden ouder of ouders;7. bij ontstentenis, aan de andere wettelijke erfgena(a)m(en) en aldus niet aan de nalatenschap van de aangeslotene, met uitzondering van de Staat;8. bij ontstentenis van de hiervoor vermelde begunstigden wordt het voordeel aan het financieringsfonds gestort. § 2. Het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen vervalt, conform artikel 55 van de WAP, na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de begunstigde kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het bestaan van het aanvullend pensioen, zijn hoedanigheid van begunstigde en het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. § 3. De inrichter zal, nadat hij op de hoogte is van een overlijdensdatum, via het intermediair van de v.z.w. SEFOCAM een schrijven richten op het domicilie van de overleden aangeslotene waarbij hij de rechtverkrijgende(n) oproept tot het vervullen van de nodige formaliteiten met het oog op de uitbetaling van het aanvullend pensioen. § 4. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen dient de weduw(e)(naar) of de wettelijk samenwonende partner het aanmeldingsformulier S3 A volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de overlijdensakte van de aangeslotene; - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de rechtverkrijgende. § 5. Om een aanvullend pensioen te kunnen ontvangen dient/dienen de rechtverkijgende(n) - andere dan de weduw(e)(naar) of de wettelijk samenwonende partner - het aanmeldingsformulier S3 B volledig ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de overlijdensakte van de aangeslotene; - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de rechtverkrijgende; - een kopie van de akte van bekendheid of van de akte van erfopvolging opgesteld door de notaris of de Federale Overheidsdienst Financiën aangevuld met de schriftelijk bevestiging van de notaris dat er geen erfgenamen hebben verzaakt; - het bewijs van geblokkeerde bankrekening (enkel in het geval dat de rechtverkrijgende minderjarig is). § 6. Elke rechtverkrijgende dient een aanmeldingsformulier S3 B over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM. HOOFDSTUK VIII. - Modaliteiten van de uitbetaling Art. 13.§ 1. Opdat de pensioeninstelling tot de effectieve betaling van het aanvullend pensioen kan overgaan, dient ze te beschikken over de loongegevens van de ganse aansluitingsduur bij het sectoraal pensioenstelsel. § 2. De aangeslotene, respectievelijk de rechtverkrijgende, zal een voorschot ontvangen binnen de 5 werkdagen nadat de pensioeninstelling de nodige stukken en de keuzemodaliteit van opname, zoals bepaald in respectievelijk artikel 8 tot en met artikel 12 en artikel 14, heeft ontvangen en dit op basis van de beschikbare loongegevens op het ogenblik van de aanvraag. § 3. Het eventueel resterende saldo van het aanvullend pensioen zal uitbetaald worden in de maand september van het jaar volgend op de datum waarop de aanmelding wist te geschieden. HOOFDSTUK IX. - Uitbetalingsvorm Art. 14.De aangeslotene of in voorkomend geval diens rechtverkrijgende(n) kan/kunnen kiezen voor : - hetzij een éénmalige uitbetaling in kapitaal; - hetzij een omzetting in een jaarlijks levenslange rente. Art. 15.§ 1. Een omvorming is echter niet mogelijk wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan niet meer bedraagt dan 500 EUR bruto. Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, bijdragen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, evenals de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. § 2. De pensioeninstelling brengt de aangeslotene of, in voorkomend geval, diens rechtverkrijgende(n) van dit recht op de hoogte twee maanden vóór de pensionering of binnen de twee weken nadat hij van de vervroegde pensionering of de werkloosheid met bedrijfstoeslag of van het overlijden kennis wist te nemen. § 3. Indien binnen de maand te rekenen vanaf de hiervoor vermel …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.