← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de werking en het beheer van het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuur

Kort samengevat

Dit besluit regelt de werking en het beheer van het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector (FIVA) en bepaalt welke projecten in aanmerking komen voor financiële steun vanuit FIVA en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EFMZVA).

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
16 JUNI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de werking en het beheer van het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector (FIVA) en de verrichtingen die voor steun vanuit FIVA en EFMZVA in aanmerking komen Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; - het decreet van 13 mei 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/05/1997 pub. 17/06/1997 numac 1997035663 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector sluiten houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector, artikel 4, vervangen bij het decreet van 21 oktober 2005 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 9 juli 2010 en 28 juni 2013; - het decreet van 28 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/06/2013 pub. 12/09/2013 numac 2013204905 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het landbouw- en visserijbeleid type decreet prom. 28/06/2013 pub. 19/07/2013 numac 2013035646 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het Protocol dat op 20 oktober 2010 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden werd ondertekend tot wijziging van het Verdrag van 9 februari 1994 inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ter uitvoering van artikel 4, § 4, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten sluiten betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 9, eerste lid, 5°, artikel 23 en 24. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 8 maart 2023. - De Raad van State heeft advies 73.548/3 gegeven op 31 mei 2023, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: TITEL 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1°aanvrager: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of publiekrechtelijke instantie die steun aanvraagt; 2°actietype: een geheel aan subsidieerbare concrete acties met hetzelfde of een vergelijkbaar doel, vermeld in artikel 17 tot en met 30 van verordening (EU) 2021/1139 en in het programma goedgekeurd bij uitvoeringsbesluit C(2022) 9681 van de Europese Commissie van 19 december 2022; 3° aquacultuur: de kweek of teelt van aquatische organismen, vermeld in artikel 4, lid 1, 25), van verordening (EU) nr.1380/2013; 4° bedrijfsleider: de zaakvoerder, bestuurder of gedelegeerd bestuurder die ook de operationele leiding heeft in de vennootschap; 5°begunstigde: de aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, die steun ontvangt; 6°beheerautoriteit: de beheerautoriteit, vermeld in artikel 3; 7° Belgisch deel van de Noordzee: de Belgische territoriale zee zoals vastgelegd in de wet van 6 oktober 1987 tot bepaling van de breedte van de territoriale zee van België en de Belgische exclusieve economische zone in de Noordzee zoals vastgelegd in artikel 3 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;8° besluit van 16 december 2005: het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/12/2005 pub. 23/01/2006 numac 2006035027 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden sluiten tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden;9° besluit van 7 oktober 2022: besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tot erkenning van producenten- en brancheorganisaties in de sector visserij en aquacultuur en de uitbreiding van voorschriften en tot vaststelling van nadere regels voor het verlenen van opslagsteun door erkende producentenorganisaties;10° blokperiode: een periode waarin aanvragen voor steun in de Vlaamse visserij- en aquacultuursector ingediend kunnen worden;11° collectief project: een project waarbij verschillende begunstigden samen of afzonderlijk eenzelfde concrete actie of eenzelfde investering uitvoeren;12° decreet van 13 mei 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/05/1997 pub. 17/06/1997 numac 1997035663 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector sluiten: het decreet van 13 mei 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/05/1997 pub. 17/06/1997 numac 1997035663 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector sluiten houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector;13° Departement Landbouw en Visserij: het Departement Landbouw en Visserij, vermeld in artikel 26, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;14° economische band: de economische band, vermeld in artikel 12, § 2, van het besluit van 16 december 2005;15° EFMZVA: het financieringsinstrument, opgericht bij de verordening (EU) 2021/1139;16° EFMZVA-regelgeving: verordening (EU) 2021/1139 en de regelgeving die bepaald is ter uitvoering van de verordening (EU) 2021/1139;17° e-loket: het elektronisch loket om steun aan te vragen, dat ontwikkeld en beheerd wordt door de beheerautoriteit;18° FIVA: het financieringsinstrument, opgericht bij het decreet van 13 mei 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/05/1997 pub. 17/06/1997 numac 1997035663 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector sluiten;19° FIVA-regelgeving: de regelgeving die bepaald is ter uitvoering van het decreet van 13 mei 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/05/1997 pub. 17/06/1997 numac 1997035663 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector sluiten;20° gemeenschappelijk visserijbeleid: de Unieregelgeving met betrekking tot de instandhouding, het beheer en de exploitatie van levende aquatische rijkdommen, tot de aquacultuur en tot de verwerking, het vervoer en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten;21° jaarlijkse aanlanding: de hoeveelheid vis die vermarktbaar is voor directe menselijke consumptie, uitgedrukt in productgewicht conform artikel 23, lid 2, c), van verordening (EG) nr.1224/2009, gevangen door een vissersvaartuig in een kalenderjaar en aangeland als vermeld in artikel 4, punt 22, van de voormelde verordening; 22°kustvisserssegment: het kustvisserssegment, vermeld in artikel 1, 8°, van het besluit van 16 december 2005; 23° micro- en kleine onderneming: een onderneming waar minder dan vijftig personen werken en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal niet meer bedraagt dan 10 miljoen euro zoals vastgelegd in de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;24° middelgrote onderneming: een onderneming waar minder dan tweehonderdvijftig personen werken en waarvan de jaaromzet niet meer bedraagt dan 50 miljoen euro of waarvan het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt, en die niet onder de definitie van micro- of kleine onderneming valt, vermeld in artikel 2, lid 2 en 3, van de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;25° minister: de Vlaamse minister, vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 28 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/06/2013 pub. 12/09/2013 numac 2013204905 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het landbouw- en visserijbeleid type decreet prom. 28/06/2013 pub. 19/07/2013 numac 2013035646 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het Protocol dat op 20 oktober 2010 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden werd ondertekend tot wijziging van het Verdrag van 9 februari 1994 inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ter uitvoering van artikel 4, § 4, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten sluiten betreffende het landbouw- en visserijbeleid, bevoegd voor de zeevisserij;26° programmeringsperiode 2021-2027: de looptijd waarbinnen lidstaten middelen kunnen vastleggen voor hun programma in uitvoering van het EFMZVA, zoals bepaald in verordening (EU) 2021/1139;27° project: het geheel aan concrete acties en investeringen die in de steunaanvraag zijn omschreven die beantwoorden aan de voorwaarden en doelstellingen, vermeld in artikel 17 tot en met 30 van verordening (EU) 2021/1139, in het programma en in dit besluit;28° programma: het programma EFMZVA 2021 - 2027, opgesteld door België in het kader van de verordening (EU) 2021/1139 en goedgekeurd door de Europese Commissie bij uitvoeringsbesluit C(2022) 9681 van de Europese Commissie van 19 december 2022; 29°promotor: de indiener van een project voor eigen rekening en/of voor rekening van andere begunstigden; 30°steun: een financiële tegemoetkoming die wordt toegekend in het kader van dit besluit; 31° totale projectkosten: a) de werkelijke en bewezen kosten van het project die de beheerautoriteit heeft aanvaard;b) de kosten die worden bepaald op forfaitaire basis of op basis van eenheidskosten of een begroting als vermeld in artikel 38 van dit besluit;32° verordening (EG) nr.1224/2009: verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006; 33° verordening (EU) nr.1379/2013: verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad; 34° verordening (EU) nr.1380/2013: verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad; 35° verordening (EU) 2021/1060: verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid;36° verordening (EU) 2021/1139: verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004;37° vissersvaartuig: een vaartuig waarmee de beroepsmatige zeevisserij wordt beoefend en waarvoor de eigenaar een geldige visvergunning heeft die is uitgereikt conform het besluit van 16 december 2005, of een vaartuig waarmee de beroepsmatige visserij op de Westerschelde wordt beoefend en dat daarvoor een toelating of machtiging heeft die de bevoegde Belgische of Nederlandse autoriteiten hebben uitgereikt; 38° Vlaamse overheid: de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3., 1°, van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/12/2018 pub. 19/12/2018 numac 2018032457 bron vlaamse overheid Bestuursdecreet sluiten; 39° voldoende vakbekwaamheid: de vakbekwaamheid van de begunstigde of de persoon die hem bijstaat, die wordt aangetoond aan de hand van studiegetuigschriften of beroepservaring;40° wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 30/07/2015 numac 2015000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof type wet prom. 16/05/2003 pub. 06/11/2003 numac 2003015128 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Hongarije inzake luchtvervoer, en de Bijlage, ondertekend te Boedapest op 22 mei 2001 (2) sluiten: de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 30/07/2015 numac 2015000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof type wet prom. 16/05/2003 pub. 06/11/2003 numac 2003015128 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Hongarije inzake luchtvervoer, en de Bijlage, ondertekend te Boedapest op 22 mei 2001 (2) sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. Art. 2.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2021/1139. Art. 3.Het Departement Landbouw en Visserij oefent de taken van beheerautoriteit, vermeld in artikel 71, lid 1, van verordening (EU) 2021/1060, uit voor het EFMZVA-programma België 2021-2027, goedgekeurd bij uitvoeringsbesluit C(2022) 9681 van de Europese Commissie van 19 december 2022. Art. 4.§ 1. De volgende aanvragers komen in aanmerking voor steun: 1° de natuurlijke persoon, reder, die een of meer vissersvaartuigen exploiteert, de voortgebrachte vangst verhandelt en die aan minstens een van de volgende voorwaarden voldoet: a) beschikken over voldoende vakbekwaamheid;b) zich laten bijstaan door een of meer personen die over voldoende vakbekwaamheid beschikken en die verantwoordelijk zijn voor het goede verloop van de visserijactiviteiten;c) het vaartuig waarvoor steun aangevraagd wordt, verworven hebben in verwantschap tot en met de vierde graad. 2°de rechtspersoon, rederij, die een vennootschap is als vermeld in artikel 1:5, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met uitzondering van de Europese vennootschap en de Europese coöperatieve vennootschap, en die aan al de volgende voorwaarden voldoet: a) het maatschappelijk doel, zoals beschreven in de statuten, bestaat uit de uitbating van een vissersvaartuig, dat hoofdzakelijk de vangst verhandelt die het vaartuig heeft voortgebracht;b) de vennootschap is opgericht voor minstens twintig jaar of voor onbepaalde duur;c) de aandelen van de vennootschap zijn op naam;d) een van de bedrijfsleiders is een natuurlijke persoon die aan minstens een van de volgende voorwaarden voldoet: 1) beschikken over voldoende vakbekwaamheid;2) zich laten bijstaan door een of meer personen die over voldoende vakbekwaamheid beschikken en die verantwoordelijk zijn voor het goede verloop van de visserijactiviteiten;3) de aandelen waarover hij conform punt e) beschikt, verworven hebben in verwantschap tot en met de vierde graad;e) de bedrijfsleider heeft minstens 10% van de aandelen in de vennootschap in volle eigendom, naakte eigendom of vruchtgebruik;3° de coöperatieve vennootschap, vermeld in artikel 1:5, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarvan minstens 51% van de vennoten voldoen aan de criteria, vermeld in punt 1° of 2°, en minstens 51% van het kapitaal in handen is van vennoten die voldoen aan de criteria, vermeld in punt 1° of 2° ;4° de natuurlijke persoon, aquacultuurproducent, die een aquacultuurbedrijf exploiteert, de voortgebrachte producten verhandelt voor humane consumptie en beschikt over voldoende vakbekwaamheid;5° de rechtspersoon, aquacultuurproducent, die een vennootschap is als vermeld in artikel 1:5, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met uitzondering van de Europese vennootschap en de Europese coöperatieve vennootschap, en die aan al de volgende voorwaarden voldoet: a) het maatschappelijk doel, vermeld in de statuten, is de uitbating van een aquacultuurbedrijf dat hoofdzakelijk de producten die het bedrijf voortbrengt, verhandelt voor humane consumptie;b) de vennootschap is opgericht voor minstens twintig jaar of voor onbepaalde duur;c) de aandelen van de vennootschap zijn op naam;d) een van de bedrijfsleiders is een natuurlijke persoon die aan minstens een van de volgende voorwaarden voldoet: 1) beschikken over voldoende vakbekwaamheid;2) zich laten bijstaan door een of meer personen die over voldoende vakbekwaamheid beschikken en die verantwoordelijk zijn voor het goede verloop van het productieproces;6° niet-gouvernementele organisaties met activiteiten in de visserij- en aquacultuursector;7° onderzoeksinstellingen;8° opleidingscentra;9° advies- of auditbureaus;10° erkende producentenorganisaties in de visserij en in de aquacultuur als vermeld in artikel 2 en 3 van het besluit van 7 oktober 2022;11° erkende brancheorganisaties in de visserij of in de aquacultuur als vermeld in artikel 5 en 6 van het besluit van 7 oktober 2022;12° verenigingen of organisaties die actief zijn in de visserij- of aquacultuursector met inbegrip van de afzet van visserij en aquacultuurproductenproducten;13° vissers, namelijk bemanningsleden van een vissersvaartuig;14° rechtspersonen die een of meer visveilingen uitbaten en de operationele werking van die visveilingen effectief verzekeren;15° visverwerkingsbedrijven;16° regionale, lokale en andere overheden en hun verzelfstandigde agentschappen. De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 4°, zijn niet van toepassing op een natuurlijke persoon die begunstigde is bij een collectief project waarvan een erkende producentenorganisatie promotor is. De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2° en 5°, zijn niet van toepassing op een rechtspersoon die begunstigde is bij een collectief project waarvan een erkende producentenorganisatie promotor is. § 2. De activiteiten waarvoor steun wordt verleend, worden op een Belgisch vissersvaartuig, in het Vlaamse Gewest of in het Belgische deel van de Noordzee uitgeoefend. Het vissersvaartuig vermeld in het eerste lid, behoort tot het groot vlootsegment, het kleinvlootsegment of het kustvisserssegment zoals bepaald in artikel 1, 6°, 7° en 8° van het besluit van 16 december 2005 of is een vaartuig waarmee de beroepsmatige visserij op de Westerschelde wordt beoefend en dat daarvoor een toelating of machtiging heeft die de bevoegde Belgische of Nederlandse autoriteiten hebben uitgereikt. Art. 5.De minister krijgt delegatie om alle beslissingen te nemen in het kader van de steunverlening ter uitvoering van de FIVA-regelgeving en de EFMZVA-regelgeving. De minister kan voor de uitvoering van dit besluit: 1° verdere toepassingsmodaliteiten vaststellen over: a) de manier waarop aangetoond wordt dat de bedrijfsleider het dagelijks bestuur in de vennootschap uitoefent;b) de manier waarop aangetoond wordt dat de begunstigde beschikt over voldoende vakbekwaamheid;c) het in aanmerking nemen van andere financieringsbronnen dan FIVA als cofinanciering bij de EFMZVA-steun;d) het aanvragen en het terugvorderen van steun;2° per actietype en binnen de grenzen, vermeld in artikel 7 tot en met 35 van dit besluit, het percentage en het bedrag bepalen van de steun die het FIVA en het EFMZVA toekent;3° de begin- en einddatum van een project bepalen;4° de vorm en de inhoud van de aanvraagformulieren bepalen;5° de voorwaarden over de milieu-impact en de duurzaamheid bepalen voor het verkrijgen van steun;6° de subsidiabele investerings- en uitvoeringskosten, de betalingsmodaliteiten en de voor te leggen bewijsstukken nader bepalen;7° de onderlinge relaties regelen als er bij een project verschillende betrokkenen zijn. Art. 6.Het Departement Landbouw en Visserij stelt personeel, uitrusting en installaties ter beschikking van het FIVA en het EFMZVA. TITEL 2. - Verrichtingen waarvoor het FIVA en het EFMZVA steun kunnen verlenen HOOFDSTUK 1. - Bevordering van duurzame visserij en het herstel en de instandhouding van aquatische biologische rijkdommen Afdeling 1. - Het versterken van economisch, sociaal en ecologisch duurzame visserijactiviteiten Onderafdeling 1. - Eco-investeringen aan boord om de visserijactiviteiten en vistechnieken te innoveren en te verduurzamen Art. 7.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, of 10°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13 en 14, lid 1, a), van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om de visserijactiviteit van vissersvaartuigen economisch, sociaal en ecologisch te verduurzamen door gerichte investeringen aan boord. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, hebben de volgende doelstellingen: 1° de kwaliteit van de aquatische producten verhogen door de vangstmethodes of de verwerking en opslag aan boord te verbeteren;2° adaptatie aan de klimaatverandering door materialen en vistuig aan te passen om in te spelen op uitdagingen en opportuniteiten die worden veroorzaakt door de klimaatverandering, voor zover de effecten van de klimaatverandering voldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn;3° de energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie verhogen door hydrodynamische aanpassingen aan het vaartuig en vistuig, de implementatie van digitale toepassingen om energie-efficiëntere visplanningen op te maken, investeringen om het energieverbruik te verminderen of de installatie van hernieuwbare energiebronnen;4° de selectiviteit verhogen als die selectiviteit bijdraagt aan de uitvoering van de aanlandingsverplichting, vermeld in artikel 15 van verordening (EU) nr.1380/2013, of bijdraagt aan het vermijden van beschermde en bedreigde soorten en aan de verhoging van de overlevingskansen bij toegestane teruggooi in het kader van de aanlandingsverplichting, namelijk door investeringen in aangepast vistuig, materiële innovaties aan boord en digitalisatie; 5° materialen aanpassen om de impact op het mariene ecosysteem te verlagen met specifieke aandacht voor het minimaliseren van de bodemimpact of de omschakeling naar visserijpraktijken met lagere milieu-impact. § 2. De steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° en 2°, is vermeld in artikel 35, § 3. De steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°, 4° en 5°, is vermeld in artikel 35, § 2. In afwijking van het tweede lid is de steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3° tot en met 5°, die wordt uitgevoerd door een aanvrager als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 10°, vastgelegd in artikel 35, § 4, 2°. § 3. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1 zijn elk begrensd op 300.000 euro. § 4. Investeringen voor een motorvervanging of een motorvernieuwing en voor de afvalverzameling zijn uitgesloten van de steun, vermeld in dit artikel. § 5. De steun, vermeld in dit artikel, wordt alleen toegekend als de voorwaarden, vermeld in artikel 19, zijn vervuld. Onderafdeling 2. - Investeringen aan boord om de sociale duurzaamheid te bevorderen Art. 8.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, of 10°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13 en 14, lid 1, a), van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om een economisch, sociaal en ecologisch duurzame visserijactiviteit te versterken door gerichte investeringen om de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de bemanning te bevorderen en om het dierenwelzijn aan boord van vissersvaartuigen te bevorderen. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, hebben de volgende doelstellingen: 1° de hygiëne, gezondheid, veiligheid en arbeidsomstandigheden aan boord voor de bemanning verbeteren door de infrastructuur aan boord te verbeteren en door de individuele uitrusting van de bemanning te verbeteren, met inbegrip van specifieke investeringen om jongeren en vrouwen te integreren;2° het dierenwelzijn verhogen tijdens het vangstproces en de verwerking aan boord van het schip. § 2. De steunintensiteit ten opzichte van de totale projectkosten voor een project als vermeld in paragraaf 1, is vermeld in artikel 35, § 3. In afwijking van het eerste lid is de steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1, dat wordt uitgevoerd door een aanvrager als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 10°, vastgelegd in artikel 35, § 4, 2°. § 3. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1, zijn elk begrensd op 300.000 euro. § 4. De steun, vermeld in dit artikel, wordt alleen toegekend als de voorwaarden, vermeld in artikel 19, zijn vervuld. Onderafdeling 3. - Verhoging van het brutotonnage van een vissersvaartuig Art. 9.De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2° of 3°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13 en 14, lid 1, a), en artikel 19 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om de brutotonnenmaat van een vissersvaartuig te verhogen als vermeld in artikel 19, lid 3, van verordening (EU) 2021/1139. De steun, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend als de verhoging van de brutotonnenmaat noodzakelijk is om een van de volgende doelstellingen te realiseren: 1°de energie-efficiëntie verhogen en het brandstofverbruik verlagen als vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, 3° ; 2° de sociale duurzaamheid verhogen als vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, 1° ;3° de motor vervangen of vernieuwen om de energie-efficiëntie te verbeteren of om de CO2-uitstoot te verminderen als vermeld in artikel 13. De steunintensiteit ten opzichte van de totale projectkosten voor een project als vermeld in het eerste lid, is vastgelegd in artikel 35, § 3. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in het eerste lid, zijn elk begrensd op 200.000 euro. De steun, vermeld in dit artikel, wordt alleen toegekend als de voorwaarden, vermeld in artikel 19, zijn vervuld. Onderafdeling 4. - Opstartsteun voor jonge reders Art. 10.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2° of 3°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, a), en artikel 17 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen voor de eerste verwerving van een vissersvaartuig van maximum 24 meter lang, voor een deel van minstens 33% van dit vaartuig. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° jonger zijn dan 40 jaar op de datum van indiening van de aanvraag, vermeld in het eerste lid;2° minstens vijf jaar als visser gewerkt hebben of beschikken over voldoende vakbekwaamheid. Als de steun wordt aangevraagd door een aanvrager als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2° en 3°, voldoet elke aandeelhouder aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid. § 2. Een groepering van aanvragers waarvan de leden allemaal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, tweede of derde lid, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, a), en artikel 17 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen voor de eerste verwerving van een vissersvaartuig van maximum 24 meter lang, voor een deel van minstens 33% van dit vaartuig. § 3. De steun, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt toegekend als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° de aanvrager, vermeld in paragraaf 1, of een lid van een groepering van aanvragers, is nooit rechtstreeks of onrechtstreeks eigenaar geweest van een vissersvaartuig dat over een visvergunning beschikt of van een deel ervan;2° de aanvrager, vermeld in paragraaf 1, of een groepering van aanvragers beschikt over al de volgende elementen: a) een ondernemingsnummer;b) een bedrijfsplan en een financieel plan dat de leefbaarheid van de uitbating van het vissersvaartuig aantoont, en dat aan de beheerautoriteit wordt voorgelegd;3° de aanvrager of alle aanvragers in geval van een groepering, voldoen aan de duurzaamheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 37, § 1, van dit besluit, binnen drie jaar nadat de steun is verkregen;4° het vissersvaartuig voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 17, lid 6, van verordening (EU) 2021/1139;5° de aanvrager dient de steunaanvraag in binnen twee jaar nadat hij zich gevestigd heeft als reder. § 4. De steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1 en 2, is vermeld in artikel 35, § 3. § 5. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1 en 2, zijn elk begrensd op 150.000 euro. § 6. Een vissersvaartuig dat steun ontvangt conform dit artikel, voldoet gedurende het jaar van de indiening en vier jaar na het jaar van de indiening van de steunaanvraag aan de voorwaarden van de economische band. De begunstigde, met uitzondering van de vaartuigen die behoren tot het kustvisserssegment, en met uitzondering van de vaartuigen waarvan op jaarbasis minstens 75% van de visserijactiviteiten plaatsvinden in de Schelde of in het Schelde-estuarium, biedt gedurende het jaar van de indiening en de vier kalenderjaren na het jaar van de indiening van de aanvaarde steunaanvraag, 50% van de jaarlijkse aanlanding van zijn gesubsidieerde vissersvaartuig in een veiling in het Vlaamse Gewest aan. Per jaar dat de voorwaarde, vermeld in het eerste of tweede lid, niet wordt nageleefd, wordt een vijfde van de FIVA-steun en de eraan gekoppelde EFMZVA-steun teruggevorderd. § 7. De steun wordt pro rata temporis terugbetaald of verminderd, als het vaartuig dat de begunstigde verworven heeft, binnen vijf jaar na de betaling van de steun overgedragen wordt of als het vaartuig binnen vijf jaar na de betaling van de steun definitief uit de vaart genomen wordt. Onderafdeling 5. - Bevorderen van kennis en samenwerking in de visserijsector Art. 11.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 6°, 7°, 8°, 10°, 11°, 12° of 16°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, a), van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om een economisch, sociaal en ecologisch duurzame visserij te versterken door kennis, kunde en samenwerking in de visserijsector te bevorderen. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, bevorderen de algemene doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid door training, adviesverlening en begeleiding aan vissers en reders te verstrekken en door fysieke en digitale kennisdeling tussen vissers en gerelateerde stakeholders te versterken. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, omvatten het bevorderen van kennis en vaardigheden op het vlak van: 1° het duurzaam visserijbeheer op basis van het gemeenschappelijk visserijbeleid en het beheer van het mariene milieu en het marien ecosysteem en de bijdrage aan de Belgische mariene milieudoelstellingen;2° de toepassing van alternatieve en innovatieve visserijpraktijken of visserijbeheer dat gericht is op duurzamere visserij die selectiever is, een lagere milieu-impact heeft en veiliger is. § 2. De steun, vermeld in paragraaf 1, wordt toegekend als de acties van algemeen belang zijn en in samenwerkingsverband uitgevoerd worden met of opgezet worden door een van de volgende organisaties of verenigingen: 1° een erkende producentenorganisatie;2° een erkende brancheorganisatie;3° een vereniging in de visserijsector;4° een niet-gouvernementele organisatie. § 3. Acties die gericht zijn op wetenschappelijk of toegepast onderzoek, zijn uitgesloten van de steun, vermeld in paragraaf 1. § 4. De steunintensiteit voor een project als vermeld in vermeld in paragraaf 1, wordt bepaald conform artikel 35, § 2 en § 4, 1°, 2° en 3°. § 5. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1, zijn elk begrensd op 100.000 euro. Onderafdeling 6. - Onderzoek en innovatie in de visserijsector Art. 12.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 7°, 10°, 11°, 12°, 13°, 14° of 16°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, a) en d), en voor onderzoeks- en innovatieprogramma's op het gebied van visserij en aquacultuur als vermeld in artikel 27 van verordening (EU) nr. 1380/2013, conform artikel 23, lid 1, van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties op het vlak van onderzoek en innovatie voor producten, materialen en processen uit te voeren om de ontwikkeling van een ecologisch duurzamere, economisch weerbare en sociaal verantwoorde zeevisserij te bevorderen volgens de doelstellingen, vermeld in het programma. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, bestaan uit: 1° studies en onderzoek over desk-based en toegepast onderzoek;2° pilootprojecten om de haalbaarheid van specifieke componenten in de praktijk te testen en om nieuwe elementen in het productieproces te integreren in een pre-commerciële fase. § 2. Projecten als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° en 2°, worden op de volgende wijze uitgevoerd: 1° in samenwerking met of door een openbare of door de Vlaamse overheid erkende wetenschappelijke of technische instantie, die de resultaten ervan valideert en publiceert;2° onder leiding van een projectgroep die minstens samengesteld is uit de promotor, vertegenwoordigers van de sector, vertegenwoordigers van het wetenschappelijk onderzoek en van het Departement Landbouw en Visserij. De minister kan voor het verkrijgen van de steun, vermeld in dit artikel, bepalen: 1° welke projectkosten als subsidiabel in aanmerking komen;2° welke opbrengsten van innovatieve projecten in mindering van het steunbedrag moeten worden gebracht;3° welke resultaten van de innovatieve projecten bekendgemaakt moeten worden en op welk tijdstip;4° onder welke voorwaarden een wetenschappelijke of technische instantie erkend kan worden om onderzoek en innovatie in de visserijsector uit te voeren. § 3. De steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1, wordt bepaald conform artikel 35, § 3 en § 4. § 4. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1, zijn elk begrensd op 250.000 euro. Afdeling 2. - Het verbeteren van de energie-efficiëntie en het verminderen van de CO2-uitstoot door vervanging of modernisering van de motoren van vissersvaartuigen Art. 13.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2° of 3°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, b), en artikel 18 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om de energie-efficiëntie en reductie van de CO2-uitstoot in de visserijsector te bevorderen door motoren op een vissersvaartuig te vervangen of te moderniseren. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, hebben als doelstelling om de hoofd- of hulpmotor aan boord van vaartuigen met een lengte over alles van maximaal 24 meter te vervangen of te moderniseren. § 2. De steun, vermeld in paragraaf 1, wordt toegekend onder de voorwaarden, vermeld in artikel 18, lid 2 tot en met lid 5, van verordening (EU) 2021/1139. § 3. De steunintensiteit voor de totale projectkosten voor een project als vermeld in paragraaf 1, wordt bepaald conform artikel 35, § 3. § 4. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1, zijn elk begrensd op 160.000 euro. § 5. De steun, vermeld in paragraaf 1, wordt alleen toegekend als de voorwaarden, vermeld in artikel 19, zijn vervuld. Afdeling 3. - Het bevorderen van de aanpassing van de vangstcapaciteit aan de vangstmogelijkheden in geval van definitieve stopzetting van visserijactiviteiten en het bijdragen tot een billijke levensstandaard in geval van tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten Art. 14.De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3° of 13°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, c), en artikel 21 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten in de gevallen, vermeld in artikel 21, lid 2, e), van de voormelde verordening. De minister bepaalt voor de uitvoering van het eerste lid: 1° de periode waarin de tijdelijke stopzetting van de visserijactiviteiten plaatsvindt;2° het bedrag van de stilligvergoeding per tijdsperiode van stillegging;3° de modaliteiten waaronder de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten plaatsvindt en de manier waarop die gecontroleerd worden;4° de modaliteiten van de aanvraag tot steun en van de uitbetaling van de steun. De steunintensiteit voor een project als vermeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten vanuit FIVA en maximaal 50% van de subsidiabele kosten vanuit EFMZVA. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten zijn elk begrensd op 100.000 euro per vaartuig. Afdeling 4. - Het bevorderen van efficiënte controle en handhaving in de visserij, waaronder de bestrijding van IOO-visserij, en het bevorderen van betrouwbare gegevens voor besluitvorming met kennis van zaken Onderafdeling 1. - Controle en handhaving Art. 15.De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3° of 14°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, d), en artikel 22 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties of investeringen uit te voeren om de uitbouw en implementatie van een efficiënt en effectief systeem voor controle, inspectie en handhaving in de visserijsector te bevorderen. De steunintensiteit ten opzichte van de totale projectkosten voor een project als vermeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 35,7% FIVA-steun en maximaal 49,3% EFMZVA-steun. De financiële bijdrage vanuit FIVA voor een project als vermeld in het eerste lid, is begrensd op 15.000 euro. De financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in het eerste lid, is begrensd op 35.000 euro. Art. 16.De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 16°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, d), en artikel 22 van verordening (EU) 2021/1139, steun krijgen om een visserijcontrolesysteem als vermeld in artikel 22, lid 1, van de voormelde verordening, te ontwikkelen en uit te voeren en om bij te dragen tot de maritieme bewaking en kustwachttaken, vermeld in artikel 22, lid 3, van de voormelde verordening. De steunintensiteit ten opzichte van de totale projectkosten voor een project als vermeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 42% FIVA-steun en maximaal 58% EFMZVA-steun. Onderafdeling 2. - Verzameling, beheer en verwerking van gegevens in het kader van de nationale werkprogramma's Art. 17.De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 16°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, d), en artikel 23 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om bij te dragen aan de uitbouw en implementatie van een effectief en efficiënt systeem om gegevens over de visserij en de aquacultuur te verzamelen, te beheren, te gebruiken en om de voormelde gegevens te verwerken. De financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor projecten als vermeld in het eerste lid, bedraagt 70% van de projectkosten. De cofinanciering vanuit de overheid bedraagt 30% nationale steun afkomstig uit FIVA of uit andere overheidsmiddelen. De concrete actie waarvoor steun wordt aangevraagd, strookt met de doelstellingen in het nationale werkprogramma voor datacollectie, zoals goedgekeurd door de Europese Commissie. Afdeling 5. - Het bijdragen aan de bescherming en het herstel van de aquatische biodiversiteit en ecosystemen Art. 18.§ 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder Natura 2000-gebied: de speciale beschermingszones vastgelegd in toepassing van artikel 3 van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna en artikel 3, paragraaf 2, a) van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6°, 10°, 11°, 12°, 13° of 16°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 14, lid 1, f), en artikel 25 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om marien afval op zee te verzamelen, om het milieu en de biodiversiteit op zee te behouden en te verbeteren en om de Natura 2000-gebieden te herstellen. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, hebben de volgende doelstellingen: 1° marien afval op zee passief verzamelen door vissersvaartuigen en gebruikt vistuig verzamelen, en bewustwordingsacties voeren daarover, alsook over de verwerking van het verzamelde mariene zwerfvuil;2° de nodige faciliteiten uitbouwen om verzameld marien afval optimaal te registreren, te verzamelen en te verwerken, op zee en op land, met inbegrip van faciliteiten in de haven;3° operationele activiteiten uitvoeren, met inbegrip van pilootprojecten, en een beter beheer voeren om bij te dragen tot de bescherming en het herstel van gebieden en soorten die van belang zijn voor het mariene milieu en de mariene biodiversiteit, met specifieke aandacht voor de Mariene Beschermde Gebieden (MPA's) en Natura 2000-gebieden vastgesteld op basis van het koninklijk besluit van 27 oktober 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/10/2016 pub. 21/11/2016 numac 2016024257 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de procedure tot aanduiding en beheer van de mariene beschermde gebieden sluiten betreffende de procedure tot aanduiding en beheer van de mariene beschermde gebieden.Onder de voormelde acties hoort ook het noodzakelijke voorbereidende onderzoek, de dataverzameling en de monitoring. De voormelde acties leveren een actieve bijdrage aan de milieudoelen en de bijbehorende descriptoren van de Belgische Mariene Strategie, vermeld in het koninklijk besluit van 23 juni 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/06/2010 pub. 13/07/2010 numac 2010024227 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de mariene strategie voor de Belgische zeegebieden sluiten betreffende de mariene strategie voor de Belgische zeegebieden, met specifieke aandacht voor de descriptoren, vermeld in het programma. § 2. De steunintensiteit voor de totale projectkosten voor een project als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1° en 2°, bedraagt maximaal 60% EFMZVA-steun en maximaal 40% nationale steun afkomstig uit FIVA of uit andere overheidsmiddelen. § 3. De financiële bijdrage voor een project als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1° en 2°, is begrensd op 100.000 euro EFMZVA-steun. § 4. De steunintensiteit ten opzichte van de totale projectkosten voor een project als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 3°, bedraagt maximaal 60% EFMZVA-steun. De nationale cofinanciering bedraagt minimaal 40% en komt uit andere overheidsmiddelen dan FIVA. § 5. De financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 3°, is begrensd op 300.000 euro. § 6. Steun aan een project als vermeld in paragraaf 1, wordt alleen toegekend aan een collectief project of aan een project van algemeen belang. Steun aan een project als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 3°, wordt alleen toegekend aan een aanvrager als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 16°. Afdeling 6. - Algemene voorwaarden voor steun voor investeringen in de visserij Art. 19.§ 1. De steun voor investeringen op een vissersvaartuig, vermeld in artikel 7, 8, 9 en 13, wordt alleen toegekend als het vissersvaartuig waarin geïnvesteerd wordt, aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° het vissersvaartuig heeft gedurende elk van de twee kalenderjaren vóór het jaar van de indiening van de steunaanvraag een visserijactiviteit uitgeoefend van ten minste zestig dagen op zee;2° het vissersvaartuig, met uitzondering van vaartuigen die behoren tot het kustvisserssegment of vaartuigen waarvan op jaarbasis minstens 75% van de visserijactiviteiten in de Schelde of in het Schelde estuarium plaatsvinden, heeft gedurende twee kalenderjaren vóór het jaar van indiening van de steunaanvraag minstens 50% van de jaarlijkse aanlanding van zijn gesubsidieerde vissersvaartuig in een veiling in het Vlaamse Gewest aangeboden;3° het vissersvaartuig is minimaal vijf jaar oud. De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, is niet van toepassing als de steun wordt toegekend in het kader van een collectief project waarvan een erkende producentenorganisatie promotor is. § 2. Als het vissersvaartuig met toepassing van artikel 7 van het besluit van 16 december 2005 een visvergunning gekregen heeft als vervangend vissersvaartuig, wordt het vissersvaartuig geacht te voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1° de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, als het vervangende of het vervangen vissersvaartuig in de twee kalenderjaren vóór het jaar van de indiening van de steunaanvraag een minimale visserijactiviteit van jaarlijks ten minste zestig dagen op zee uitgeoefend heeft;2° de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, als het vervangende of het vervangen vissersvaartuig in twee kalenderjaren vóór het jaar van indiening van de steunaanvraag minstens 50% van de jaarlijkse aanlanding van zijn gesubsidieerde vissersvaartuig in een Belgische veiling aangeboden heeft. § 3. Als een vissersvaartuig door overmacht wordt vervangen, kan de minister de aanvrager vrijstellen van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2. Overmacht kan slechts aanvaard worden indien buiten de wil van de begunstigde definitief niet kan voldaan worden aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 2. § 4. De steun voor investeringen op een vissersvaartuig, vermeld in artikel 7, 8, 9 en 13 van dit besluit, is pas definitief verworven als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° het vissersvaartuig voldoet aan de voorwaarde van de economische band gedurende het jaar van de indiening en twee jaar na het jaar van de indiening van de steunaanvraag;2° de begunstigde, met uitzondering van de vaartuigen die behoren tot het kustvisserssegment, vermeld in artikel 1, 8°, van het besluit van 16 december 2005, of vaartuigen waarvan op jaarbasis minstens 75% van de visserijactiviteiten in de Schelde of in het Schelde estuarium plaatsvinden, biedt gedurende het jaar van de indiening van de steunaanvraag en de twee kalenderjaren die volgen op het jaar van de indiening van de steunaanvraag, minstens 50% van de jaarlijkse aanlanding van zijn gesubsidieerde vissersvaartuig in een Belgische veiling aan. Een derde van de FIVA-steun die met toepassing van artikel 7, 8, 9 en 13 is verleend en de EFMZVA-steun die eraan is gekoppeld, wordt teruggevorderd per jaar dat niet voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. § 5. Aan een vissersvaartuig dat bij het indienen van een steunaanvraag in 2023 of in 2024 niet voldoet aan de voorwaarde van twee kalenderjaren, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, of in paragraaf 2, eerste lid, 2°, kan alsnog steun toegekend worden op voorwaarde dat het vissersvaartuig twee aansluitende jaren langer al de voorwaarden vermeld in § 4, vervult. Indien toepassing wordt gemaakt van het eerste lid, wordt een vijfde van de FIVA-steun die met toepassing van artikel 7, 8, 9 en 13 is verleend en de EFMZVA-steun die eraan is gekoppeld, teruggevorderd per jaar dat niet voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. § 6. De totale financiële bijdrage voor projecten als vermeld in artikel 7, 8 en 9, is beperkt tot 400.000 euro per vaartuig vanuit EFMZVA en tot 400.000 euro per vaartuig vanuit FIVA gedurende de hele programmeringsperiode 2021-2027. § 7. De minister kan aanvullende voorwaarden bepalen voor de terugvordering van de steun, vermeld in artikel 7, 8, 9 en 13, als de begunstigde binnen vijf jaar na de betaling van de steun het vaartuig overdraagt of definitief uit de vaart neemt. HOOFDSTUK 2. - Bevordering van duurzame aquacultuuractiviteiten en van de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten als bijdrage tot de voedselzekerheid in de Unie Afdeling 1. - Bevordering van duurzame aquacultuuractiviteiten, namelijk versterking van het concurrentievermogen van de aquacultuurproductie, waarbij wordt toegezien op de ecologische duurzaamheid van de activiteiten op lange termijn Onderafdeling 1. - Investeringen in duurzame aquacultuur Art. 20.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 4° of 5°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 26, lid 1, a), en artikel 27 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren om duurzame aquacultuurproductie te bevorderen. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, zijn gericht op de volgende investeringen: 1° productieve investeringen in geïntegreerde en duurzame aquacultuur die zorgen voor een verhoging van de productie, kwaliteit of waarde van de producten;2° investeringen in de verbreding van de activiteiten om bij te dragen tot de maatschappelijke gedragenheid en rendabiliteit van het bedrijfsmodel, voor zover aquacultuur de hoofdactiviteit van de onderneming blijft en de investeringen rechtstreeks aan de hoofdactiviteit verbonden zijn;3° investeringen die bijdragen aan de ecologische duurzaamheid van aquacultuuractiviteiten of inspelen op klimaatadaptatie, de verbetering van de energie-efficiëntie, de inzet op hernieuwbare energie, de verlaging van waterverbruik, de verbetering van waterkwaliteit en de preventie van milieuvervuiling- en verontreiniging;4° wetenschappelijk gefundeerde investeringen die bijdragen aan de verbetering van het dierenwelzijn en de dierengezondheid tijdens het kweek- en verwerkingsproces;5° investeringen voor het verbeteren van de gezondheid, veiligheid, hygiëne en arbeidsomstandigheden van de werknemers in aquacultuurbedrijven. § 2. De steun, vermeld in paragraaf 1, wordt toegekend als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° de investeringen, vermeld in paragraaf 1, worden door aquacultuurproducenten in het Vlaamse Gewest of in het Belgische deel van de Noordzee uitgevoerd;2° de aquacultuur in het Belgische deel van de Noordzee is gericht op de productie van extractieve soorten;3° de investeringen die uitgevoerd worden in het Europese ecologisch netwerk dat gevormd wordt door speciale beschermingszones als vermeld in artikel 3 van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna en artikel 3, paragraaf 2, a), van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, kunnen een gunstige passende beoordeling voorleggen;4° onderzoeks-, studie- en begeleidingskosten en resultatenmeting voor concrete acties als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° en 2°, bedragen niet meer dan 20% van de totale projectkosten. § 3. De minister kan: het verkrijgen van de steun, vermeld in paragraaf 1, afhankelijk maken van het voorleggen van een bedrijfsplan, een haalbaarheidsstudie, een gunstige milieubeoordeling met in voorkomend geval een gunstig project-MER en een marktstudie; de voorwaarden bepalen om vast te stellen of aquacultuur de hoofdactiviteit van de onderneming is. § 4. Investeringen in aquaponics en overige vormen van geïntegreerde aquacultuur krijgen alleen steun in verhouding tot de verwachte verhouding van de omzet van de aquacultuurproducten ten opzichte van de totale omzet. In het eerste lid wordt verstaan onder aquaponics: een methode om voedsel te verbouwen, waarbij het kweken van waterdieren op een symbiotische manier gecombineerd wordt met het kweken van planten in water. § 5. De steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1, wordt bepaald conform artikel 35, § 3. § 6. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in paragraaf 1, zijn elk begrensd op 400.000 euro. In afwijking van het eerste lid is de totale financiële bijdrage vanuit FIVA en de totale financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor investeringen in concrete acties als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, elk beperkt tot maximaal 20.000 euro per project en per aanvrager. De totale financiële bijdrage vanuit FIVA en de totale financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor projecten, vermeld in paragraaf 1, zijn elk beperkt tot 400.000 euro per aanvrager gedurende de hele programmeringsperiode 2021-2027. Onderafdeling 2. - Economische ondersteuning van de aquacultuursector Art. 21.De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 4°, 5°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12° of 16°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 26, lid 1, a), en artikel 27 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren voor economische haalbaarheidsstudies voor innovatieve aquatische producten, processen of toepassingen, met inbegrip van marktstudies. De steun, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend als de begunstigde ten opzichte van de beheerautoriteit aantoont dat het project, vermeld in het eerste lid, significante aspecten van algemeen belang omvat. De minister kan voor het verkrijgen van de steun, vermeld in het eerste lid, bepalen op welke manier en wanneer de resultaten van de economische haalbaarheidsstudies bekendgemaakt moeten worden. De steunintensiteit voor een project als vermeld in het eerste lid, wordt bepaald conform artikel 35, § 2 en § 4, 1°, 2° en 3°. De financiële bijdrage vanuit FIVA en de financiële bijdrage vanuit EFMZVA voor een project als vermeld in het eerste lid, zijn elk begrensd op 40.000 euro. Onderafdeling 3. - Toegepast onderzoek en innovatie in de aquacultuursector Art. 22.§ 1. De aanvrager, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 4°, 5°, 7°, 8°, 10°, 11°, 12° of 16°, van dit besluit, kan binnen de voorwaarden, vermeld in artikel 11, 12, 13, 26, lid 1, a), en artikel 27 van verordening (EU) 2021/1139, steun aanvragen om concrete acties uit te voeren op het vlak van toegepast onderzoek en innovatie in de aquacultuur. De concrete acties, vermeld in het eerste lid, zijn gericht op praktijkgerichte, innovatieve onderzoeksprojecten, met inbegrip van pilootprojecten, over producten, processen en toepassingen die gericht zijn op: 1° de actuele uitdagingen waarmee de Vlaamse aquacultuursector geconfronteerd wordt;2° het verkennen van het potentieel voor de kweek van nieuwe soorten met hoog potentieel in lokale en duurzame kweeksystemen. § 2. De steun, vermeld in paragraaf 1, wordt toegekend als de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° de acties dragen bij aan de doelstellingen van het nationaal strategisch meerjarenplan voor de ontwikkeling van de aquacultuur, vermeld in artikel 34, lid 2, van verordening (EU) nr.1380/2013; 2° de pilootprojecten voldoen aan de bepalingen over milieueffectenrapportering, vermeld in de regelgeving in uitvoering van Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;3° van de aquatische soort in kwestie kunnen er goede marktvooruitzichten aangetoond worden of de marktvooruitzichten worden onderzocht als onderdeel van het onderzoek in kwestie. § 3. De steunintensiteit voor een project als vermeld in paragraaf 1, wordt bepaald conform …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.