← België

Gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal betreffende het federaal parket

Kort samengevat

Deze wet regelt de oprichting en werking van het federaal parket, een nieuwe entiteit binnen het Openbaar Ministerie, om de coördinatie van gerechtelijk optreden en de behandeling van complexe strafzaken te verbeteren. Het federaal parket vervangt de nationaal magistraten en heeft uitgebreidere taken en bevoegdheden.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
MINISTERIE VAN JUSTITIE 16 MEI 2002. - Gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal betreffende het federaal parket Inhoudstafel Inleiding HOOFDSTUK I. - De opdrachten van het federaal parket. 1. De uitoefening van de strafvordering.2. De coördinatie van de strafvordering.3. Het vergemakkelijken van de internationale samenwerking. 3.1. Internationale gerechtelijke samenwerking. 3.2. Specifieke opdrachten inzake internationale samenwerking. 4. Het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie.5. Bijzondere opdrachten. HOOFDSTUK II. - De werking van het federaal parket in het kader van de uitoefening van de strafvordering. 1. Ten aanzien van de procureurs des Konings, de arbeidsauditeurs en de procureurs-generaal. 1.1. De wederzijdse informatieplicht. 1.2. De delegatie en de detachering. 2. Ten aanzien van de onderzoeksrechters, de onderzoeksgerechten en de vonnisgerechten.3. Ten aanzien van de politiediensten. HOOFDSTUK III. - De positie van het federaal parket binnen het Openbaar Ministerie. 1. Ten aanzien van de Minister van Justitie.2. Ten aanzien van het College van procureurs- generaal. HOOFDSTUK IV. - De samenstelling van het federaal parket. Gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het college van procureurs-generaal betreffende het federaal parket Inleiding 1. Het Octopusakkoord van 24 mei 1998 en de daaruit voortvloeiende wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten « betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van procureurs des Konings » (1), zetten de krijtlijnen uit voor een grondige hervorming van het Openbaar Ministerie. De wet van 21 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/2001 pub. 20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket sluiten « tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket » (2) vormt een eerste belangrijke stap in deze hervorming van het Openbaar Ministerie. De bepalingen van deze wet treden uiterlijk op 21 mei 2002 in werking (3). Beide voormelde wetten beogen, door de oprichting van het federaal parket onder leiding van de federale procureur, een antwoord te bieden op de tijdens de opeenvolgende parlementaire onderzoekscommissies vastgestelde gebreken inzake, enerzijds, de coördinatie van het gerechtelijk optreden in strafdossiers die de grenzen van een gerechtelijk arrondissement, van een rechtsgebied of van het land overschrijden en, anderzijds, de behandeling van complexe, gespecialiseerde strafdossiers. Onderhavige omzendbrief verschaft, onder verwijzing naar deze wettelijke bepalingen en met inachtneming van de bestaande richtlijnen van de Minister van Justitie en van het College van procureurs-generaal, meer toelichting bij de opdrachten, de werkingsmodaliteiten, de samenstelling van het federaal parket en de positie ervan binnen het Openbaar Ministerie. In deze context kan thans overigens reeds worden onderstreept dat de beoogde reorganisatie van het Openbaar Ministerie enkel zal kunnen slagen met de actieve medewerking van alle leden van het Openbaar Ministerie en de andere gerechtelijke overheden aan de verwezenlijking ervan. Het tot stand brengen van een nauwe symbiose tussen alle bij deze hervorming betrokken partijen is ontegensprekelijk de kritieke succesfactor voor het welslagen ervan. 2. Het ambt van nationaal magistraat houdt op te bestaan. Het federaal parket komt in de plaats van de huidige nationaal magistraten, met dien verstande dat de opdrachten en de bevoegdheden van het federaal parket veel omvattender zijn dan die van de nationaal magistraten. Er kan dus niet louter van een vervanging van de nationaal magistraten worden gewaagd. Overeenkomstig artikel 102, § 4 van de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten « tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem » (4), blijven de nationaal magistraten wel nog in functie tot de aanwijzing van de federale magistraten. 3. Aangezien de federale politie op 1 januari 2001 van start ging, het federaal parket op dat moment nog niet was ingesteld en er derhalve nog geen federale procureur en federale magistraten waren aangesteld, werden vier magistraten tijdelijk belast met het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie (5).Deze opdracht wordt voortaan door de federale procureur en de federale magistraten waargenomen. De tijdelijke opdracht van deze « toezichtsmagistraten » neemt thans een einde. 4. Alle in onderhavige omzendbrief vermelde principes gelden niet alleen ten aanzien van de procureur des Konings, respectievelijk de procureur-generaal (in geval van voorrecht van rechtsmacht), doch evenzeer ten aanzien van de arbeidsauditeur in de gevallen waar artikel 155 Ger.Wb. hem de bevoegdheid toekent de strafvordering uit te oefenen. In dit verband kan bijvoorbeeld worden gewezen op de verplichtingen, vervat in artikel 144ter, §§ 2, 3, 4 en 5 Ger.Wb., die geacht worden eveneens van toepassing te zijn ten aanzien van de arbeidsauditeur (zie infra nrs. 47-54). HOOFDSTUK I. - De opdrachten van het federaal parket 5. De federale procureur is bevoegd voor het gehele grondgebied van het Rijk (6). Hij voert, in de gevallen en op de wijze bepaald door de wet, onder het gezag van de Minister van Justitie, alle opdrachten van het Openbaar Ministerie in strafzaken uit bij de hoven van beroep, de hoven van assisen, de rechtbanken van eerste aanleg en de politierechtbanken (7). 6. De federale procureur beschikt, bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, over alle wettelijke bevoegdheden van de procureur des Konings. Hij kan in het kader daarvan over het gehele grondgebied van het Rijk alle opsporingshandelingen of handelingen van gerechtelijk onderzoek verrichten of gelasten die tot zijn bevoegdheden behoren en de strafvordering uitoefenen (8). De federale procureur en de federale magistraten zijn officier van gerechtelijke politie (9). 7. De wet kent de federale procureur vier essentiële taken toe (10) : de uitoefening van de strafvordering voor welbepaalde misdrijven, de zorg voor de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering, het vergemakkelijken van de internationale samenwerking en het uitoefenen van het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie. Daarnaast worden aan de federale procureur ook een aantal bijzondere opdrachten toevertrouwd, de lege ferenda of die hun rechtsgrond vinden in ministeriële richtlijnen of richtlijnen van het College van procureurs-generaal. 1. De uitoefening van de strafvordering. 8. Artikel 144ter § 1 Ger.Wb. bepaalt : « Indien een goede rechtsbedeling het vereist wordt, behoudens in de gevallen bepaald in de bijzondere wet van 25 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/06/1998 pub. 27/06/1998 numac 1998021266 bron diensten van de eerste minister en ministerie van justitie Bijzondere wet tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering sluiten tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering en de wet van 25 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/06/1998 pub. 27/06/1998 numac 1998021266 bron diensten van de eerste minister en ministerie van justitie Bijzondere wet tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering sluiten tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers, de strafvordering uitgeoefend door de federale procureur voor : 1° de misdrijven welke bedoeld zijn in : - de artikelen 101 tot 136 van het strafwetboek; - de artikelen 331bis, 477 tot 477 sexies en 488bis van het strafwetboek; - artikel 77bis, §§ 2 en 3 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; - de artikelen 1 en 2 van de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het humanitair recht; 2° de misdrijven gepleegd met gebruik van geweld tegen personen of materiële belangen om ideologische of politieke redenen met het doel zijn doelstellingen door middel van terreur, intimidatie of bedreigingen te bereiken;3° de misdrijven die in belangrijke mate verschillende rechtsgebieden betreffen of een internationale dimensie hebben, in het bijzonder die van de georganiseerde criminaliteit;4° de misdrijven gepleegd in het kader van de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materiaal en daaraan verbonden technologie in de gevallen waarin de strafvordering wordt uitgeoefend door het Openbaar Ministerie;5° de misdrijven bedoeld in hoofdstuk I van titel VI van boek II van het strafwetboek;6° de misdrijven die samenhangend zijn met die bedoeld in 1°, 2°, 3°, 4° en 5°.» 9. De bevoegdheid van de federale procureur om zelf de strafvordering uit te oefenen, berust met andere woorden op, enerzijds, een limitatieve lijst van misdrijven en, anderzijds en complementair aan deze lijst, twee kwalitatieve criteria (een veiligheids- en een geografisch criterium), én ten slotte ook op alle ermee samenhangende misdrijven. Elk van deze bevoegdheidsgronden wordt hieronder kort besproken. 10. De limitatieve lijst (artikel 144ter, § 1, 1°, 4° en 5° Ger.Wb.) betreft de volgende misdrijven :  misdaden en wanbedrijven tegen de veiligheid van de Staat (11);  bedreiging met een aanslag of diefstal van kernmateriaal, de diefstal of afpersing van kernmateriaal en de strafbare inbreuken inzake de externe beveiliging van kernmateriaal;  georganiseerde mensenhandel en mensensmokkel (12);  illegale wapenhandel (13);  ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (14);  bendevorming en criminele organisatie. De federale procureur is bevoegd om in die gevallen de strafvordering uit te oefenen. 11. De federale procureur kan ook, op basis van het veiligheidscriterium (artikel 144ter, § 1, 2°, Ger.Wb.), de strafvordering uitoefenen ten aanzien van misdrijven gepleegd met gebruik van geweld tegen personen of materiële belangen om ideologische of politieke redenen met het doel zijn doelstellingen door middel van terreur, intimidatie of bedreigingen te bereiken. Het veiligheidscriterium moet onderscheiden worden van de specifieke misdrijven in het strafwetboek tegen de veiligheid van de Staat. Bepaalde terroristische strafbare activiteiten of misdrijven met een politieke inslag kunnen immers niet steeds bij deze kwalificaties worden ondergebracht of ressorteren eerder onder gemeenrechtelijke kwalificaties - bijvoorbeeld eco-terrorisme. Daarom greep de wetgever terug naar de brede definitie van « terrorisme » van artikel 8, 1° b) van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst sluiten houdende regeling van de inlichtingen B en veiligheidsdienst (15). 12. Ten slotte kan de federale procureur, krachtens het geografisch criterium (artikel 144ter, § 1, 3°, Ger.Wb.) de strafvordering uitoefenen ten aanzien van misdrijven die in belangrijke mate verschillende rechtsgebieden betreffen of een internationale dimensie hebben, in het bijzonder die van de georganiseerde criminaliteit. Dit zal voornamelijk het geval zijn wanneer blijkt dat een louter coördinerend optreden niet volstaat of wanneer het gaat om feiten van georganiseerde criminaliteit (16). Het geografisch criterium veronderstelt de aanwezigheid, in belangrijke mate, van een internationaal of ressortoverschrijdend aspect in een strafdossier. In de mate dat een strafdossier enkel aanknopingspunten heeft in meerdere arrondissementen van hetzelfde rechtsgebied, is de federale procureur niet bevoegd de strafvordering uit te oefenen voor deze misdrijven, vooropgesteld uiteraard dat zij niet behoren tot de limitatieve lijst, noch ressorteren onder het veiligheidscriterium. In dat geval wordt er vanuit gegaan dat de betrokken procureurs des Konings of de arbeidsauditeurs, al dan niet met bijstand van de procureur-generaal, onderling een voor de strafvordering bevredigende oplossing uitwerken (17). De federale procureur kan uiteraard wel steeds instaan voor de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering. De invulling van het begrip « in belangrijke mate » is een casuïstisch gegeven. De uitoefening van de strafvordering door de federale procureur op basis van het geografisch criterium is bijvoorbeeld niet gerechtvaardigd, wanneer in één zaak verschillende feiten zich in één arrondissement voordoen en één enkel feit zich in een ander rechtsgebied situeert of een internationale dimensie vertoont (18). Er is op dat moment niet voldaan aan de voorwaarde « in belangrijke mate ». 13. De federale procureur is eveneens bevoegd de strafvordering uit te oefenen voor alle misdrijven die samenhangend zijn met die welke ressorteren onder de limitatieve lijst of het veiligheids- of geografisch criterium (artikel 144ter, § 1, 6°, Ger.Wb.). De brede invulling door de rechtspraak van het begrip « samenhang » - « hetzij wanneer de band die bestaat tussen twee of meer misdrijven van zodanige aard is dat hij, met het oog op een goede rechtsbedeling en onder voorbehoud van de eerbiediging van het recht van verdediging, vereist dat die misdrijven samen aan de strafrechtbank ter beoordeling worden voorgelegd » - wordt thans wettelijk verankerd (19). 14. De bevoegdheid van de federale procureur om zelf de strafvordering uit te oefenen is nog aan twee bijkomende voorwaarden onderworpen.15. Enerzijds, kan de federale procureur slechts de strafvordering uitoefenen « indien dit met het oog op een goede rechtsbedeling is vereist ». Deze notie is belangrijk en dient te worden toegelicht. Het uitgangspunt is dat de bevoegdheid van de federale procureur om de strafvordering uit te oefenen subsidiair is ten aanzien van de bevoegdheid van de parketten van eerste aanleg. Het is slechts wanneer er een meerwaarde is in het licht van de goede rechtsbedeling dat de federaal procureur de strafvordering kan uitoefenen (20). De federale procureur beslist weliswaar autonoom (zijn beslissing is trouwens niet vatbaar voor enig rechtsmiddel en kan geen aanleiding geven tot nietigheid van de rechtspleging) of, hetzij de procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de procureur-generaal, hetzij hijzelf, de strafvordering uitoefent, maar deze beslissing dient steeds, behoudens dringende en noodzakelijke omstandigheden, te worden genomen in overleg met de betrokken procureur des Konings, arbeidsauditeur of procureur-generaal (21). Op de vraag of het inderdaad vereist is « met het oog op een goede rechtsbedeling » dat de federale procureur de strafvordering uitoefent, zal dus in eerste instantie het overleg tussen, naar gelang van het geval, de federale procureur, de procureur-generaal, de procureur des Konings en de arbeidsauditeur, een antwoord moeten bieden. Bij dit overleg kunnen de volgende criteria de federale procureur als leidraad dienen bij zijn beslissing zelf de strafvordering uit te oefenen :  de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering of het vergemakkelijken van de internationale samenwerking lijkt niet te volstaan of vergt dermate veel inspanningen dat het efficiënter is zelf de strafvordering uit te oefenen;  in hoofde van het federaal parket bestaat een bijzondere expertise die op het lokale vlak niet in gelijke mate voorhanden is, om reden van bijvoorbeeld de aard van het misdrijf (bijvoorbeeld terrorisme, internationale wapenhandel of ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht);  de federale procureur behandelt reeds strafdossiers inzake soortgelijke feiten, dadergroeperingen of criminele fenomenen. Hij kan deze onderlinge verknochtheid sneller en efficiënter detecteren vanuit zijn centrale informatiepositie (panoptisch effect). Dit panoptisch overzicht kan bijvoorbeeld voortvloeien uit de informatiehuishouding, de strategische en operationele analyses en de programmawerking van de federale politie, uit de informatie-uitwisseling met de parketten van eerste aanleg, uit zijn internationale contacten en samenwerking en uit zijn coördinatieopdrachten. 16. Anderzijds, kan de federale procureur de strafvordering niet uitoefenen in de gevallen bepaald in de bijzondere wet van 25 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/06/1998 pub. 27/06/1998 numac 1998021266 bron diensten van de eerste minister en ministerie van justitie Bijzondere wet tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering sluiten tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering en de gevallen bepaald in de wet van 25 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/06/1998 pub. 27/06/1998 numac 1998021266 bron diensten van de eerste minister en ministerie van justitie Bijzondere wet tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering sluiten tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers. In die gevallen blijft de bevoegdheid van de procureur-generaal onverkort gelden, zelfs indien de misdrijven zouden kaderen in de voor het federaal parket prioritair voorbehouden materies. 17. De federale procureur is ook gehouden alle dringende maatregelen te nemen die met het oog op de uitoefening van de strafvordering noodzakelijk zijn en dit zolang een procureur des Konings of een arbeidsauditeur zijn wettelijk bepaalde bevoegdheid niet heeft uitgeoefend.Deze maatregelen zijn bindend voor de procureur des Konings en de arbeidsauditeur (22). De nationaal magistraten hadden een identieke bevoegdheid (23). Deze bepaling beoogt voornamelijk de situatie te regelen waarbij een zaak die door een buitenlandse overheid wordt behandeld nog niet in België lokaliseerbaar is en geen enkel parket van eerste aanleg derhalve reeds een informatieonderzoek opstartte. De federale procureur moet dan alle noodzakelijke dringende maatregelen kunnen nemen (24). Bijvoorbeeld kan gedacht worden aan ontvoeringen in het buitenland die zich verplaatsen naar België, aan terroristische dreigingen, aan internationale bewaakte of gecontroleerde leveringen met onbekende bestemming in België, enz. Zodra de zaak lokaliseerbaar wordt (waardoor een procureur des Konings of arbeidsauditeur zijn wettelijk bepaalde bevoegdheid kan uitoefenen), maakt de federale procureur het strafdossier aan de bevoegde procureur des Konings of arbeidsauditeur tot beschikking over, tenzij hij alsnog beslist, indien de zaak tot zijn bevoegdheidsdomein behoort (wat op basis van het geografisch criterium doorgaans het geval zal zijn), de strafvordering zelf verder uit te oefenen. In dat geval wordt gehandeld overeenkomstig de punten nrs. 47-49. De bevoegdheid van de federale procureur in deze geldt ten aanzien van alle misdrijven, dus niet louter voor de misdrijven waarvoor hij de strafvordering kan uitoefenen. 18. Inzake de bevoegdheidsverdeling tussen, enerzijds, de federale procureur en, anderzijds, de procureur des Konings of arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, betreffende de uitoefening van de strafvordering kunnen geen nietigheden worden opgeworpen (25). Het uitgangspunt is dat de bevoegdheid tot uitoefening van de strafvordering niet volledig concurrerend is tussen het federaal parket en de parketten van eerste aanleg. De wetgever is van oordeel dat voormelde bevoegdheidsverdeling geen effect kan hebben op de regelmatigheid van de strafprocedure. Het betreft louter een wettelijke taakverdeling tussen de verschillende entiteiten van het Openbaar Ministerie die, ingeval van niet-nakoming, het voorwerp kan uitmaken van een negatieve evaluatie of een tuchtrechtelijk optreden (26). Dit betekent dat wanneer de federale procureur beslist de strafvordering uit te oefenen en naderhand blijkt dat hij zijn bevoegdheid te buiten ging - bijvoorbeeld omdat het misdrijf noch ressorteert onder de limitatieve lijst, noch onder het veiligheids - of geografisch criterium - zulks niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering. 2. De coördinatie van de strafvordering. 19. Artikel 144quater Ger.Wb. bepaalt : « De coördinatie van de uitoefening van de strafvordering en het vergemakkelijken van de internationale samenwerking gebeuren in overleg met één of meer procureurs des Konings of arbeidsauditeurs. Indien dit noodzakelijk is, kan de federale procureur daartoe, na de territoriaal bevoegde procureur-generaal te hebben ingelicht en behoudens diens andersluidende beslissing, dwingende onderrichtingen geven aan één of meer procureurs des Konings of arbeidsauditeurs. » 20. De federale procureur is belast met de zorg voor de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering. Dit zal, zeker bij het opstarten van de werkzaamheden van het federaal parket, onmiskenbaar één van de belangrijkste opdrachten van de federale procureur zijn, aangezien het een taak is die voorheen door de nationale magistraten werd uitgeoefend (27) en waarvoor dus de continuïteit dient te worden verzekerd. Nadien zullen, geleidelijk aan, ook de andere bevoegdheden van de federale procureur, en met name de uitoefening van de strafvordering, aan belangrijkheid winnen. De coördinatieopdracht van de federale procureur sluit aan bij de taak die de nationaal magistraten tot op heden op dat vlak op zich namen. Het coördinerend optreden van de nationaal magistraten was ingegeven door conflictoplossing en/of -voorkoming en hun tussenkomst was uitsluitend gericht op het zorgen voor de centralisatie van strafdossiers in één parket of bij één onderzoeksrechter en op een betere informatiedoorstroming en -uitwisseling. De federale procureur beschikt evenwel, in tegenstelling tot de nationaal magistraten, over de mogelijkheid de zaak tot zich te trekken en zelf de strafvordering uit te oefenen - voorzover althans de materie binnen zijn bevoegdheidspakket valt - indien de coördinatie mislukt, niet volstaat of niet het verhoopte resultaat oplevert. 21. Het coördinerend optreden door de federale procureur gebeurt steeds in overleg met één of meer procureurs des Konings of arbeidsauditeurs.Indien evenwel het overleg niet zou volstaan, is de federale procureur gemachtigd dwingende onderrichtingen te geven aan de procureurs des Konings of arbeidsauditeurs, in zoverre de territoriaal bevoegde procureur-generaal zich hiertegen niet verzet. Het overleg blijft echter centraal staan. 22. De vraag tot coördinatie aan de federale procureur kan uitgaan van de procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de onderzoeksrechter, de procureur-generaal of de algemene directie van de gerechtelijke politie van de federale politie (DGJ).De federale procureur kan uiteraard ook steeds ambtshalve een initiatief om te coördineren nemen. De vraag kan bijvoorbeeld ingegeven zijn door de vaststelling dat eenzelfde dadergroepering of criminele organisatie actief is in verschillende arrondissementen, rechtsgebieden of het ganse land of nog dat deze groepering of organisatie zijn activiteiten verplaatst in tijd en ruimte, waarbij, na overleg tussen de verschillende procureurs des Konings of arbeidsauditeurs, blijkt dat er, met het oog op de goede uitoefening van de strafvordering, nood is aan coördinatie door de federale procureur. De coördinatieopdracht kan uiteraard ook gelinkt zijn aan het vergemakkelijken van de internationale samenwerking, waarbij de federale procureur dan vooral ten aanzien van de buitenlandse gerechtelijke overheden coördinerend optreedt. Het doel van de tussenkomst van de federale procureur is te zorgen voor een centralisatie van strafdossiers in één enkel parket van eerste aanleg of in de handen van één onderzoeksrechter of te waken over de in plaatsstelling van een systeem van snelle en efficiënte informatie-uitwisseling tussen de verschillende betrokken politionele en gerechtelijke autoriteiten in België en, in voorkomend geval, in het buitenland. Mogelijke criteria die ten grondslag kunnen liggen aan de beslissing van de federale procureur om een strafdossier te centraliseren bij een bepaalde onderzoeksrechter of parket van eerste aanleg zijn, naast in eerste instantie de wettelijke criteria zoals vervat in de artikelen 23 en 62bis Wb.Sv. : aantal feiten, aantal verdachten, hechtenistoestand, dossiers in gerechtelijk onderzoek, reeds openstaande strafdossiers, de taal van de rechtspleging, criteria vervat in specifieke richtlijnen, aanwezigheid van expertise, enz. 23. De federale procureur oefent zijn coördinatieopdracht uit ten aanzien van alle misdrijven. Hij kan met andere woorden gevolg geven aan elke vraag tot coördinatie en dit in tegenstelling tot zijn bevoegdheid de strafvordering uit te oefenen, die beperkt is tot een limitatieve lijst van misdrijven en het veiligheids- of geografisch criterium. De federale procureur kan ook coördinerend optreden tussen verschillende procureurs des Konings of arbeidsauditeurs van hetzelfde rechtsgebied. 3. Het vergemakkelijken van de internationale samenwerking. 24. Artikel 144quater Ger.Wb. bepaalt : « De coördinatie van de uitoefening van de strafvordering en het vergemakkelijken van de internationale samenwerking gebeuren in overleg met één of meer procureurs des Konings of arbeidsauditeurs. Indien dit noodzakelijk is, kan de federale procureur daartoe, na de territoriaal bevoegde procureur-generaal te hebben ingelicht en behoudens diens andersluidende beslissing, dwingende onderrichtingen geven aan één of meer procureurs des Konings of arbeidsauditeurs. » 25. De federale procureur is belast met het vergemakkelijken van de internationale samenwerking. Net zoals het coördineren van de uitoefening van de strafvordering, zal dit één van de belangrijkste opdrachten van de federale procureur zijn, aangezien het de voortzetting van de taken van de nationaal magistraten is (28) en de continuïteit van deze dienstverlening dient verzekerd te blijven. Ook hier kan de federale procureur, in tegenstelling tot de nationaal magistraten, de zaak tot zich trekken en zelf de strafvordering uitoefenen - voor zover althans de materie binnen zijn bevoegdheidspakket valt - indien dit de internationale samenwerking vlotter en efficiënter kan doen verlopen. 26. Ook bij het vergemakkelijken van de internationale samenwerking door de federale procureur is overleg tussen de federale procureur en één of meer procureurs des Konings of arbeidsauditeurs het centrale gegeven.Indien het overleg niet zou volstaan, is de federale procureur gemachtigd dwingende onderrichtingen te geven aan de procureurs des Konings of arbeidsauditeurs, in zoverre de territoriaal bevoegde procureur-generaal zich hiertegen niet verzet. 27. De procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de onderzoeksrechter en de procureur-generaal, kunnen de vraag richten tot de federale procureur om in een bepaald strafdossier de internationale samenwerking te vergemakkelijken. De federale procureur vormt, in het kader van de internationale samenwerking, ook het centraal gerechtelijk aanspreekpunt voor de buitenlandse gerechtelijke overheden en de internationale instellingen, met name het Internationaal Strafhof (in wording) en de Internationale Strafrechtstribunalen Ex-Joegoslavië en Rwanda, het Europees Justitieel Netwerk, EUROJUST, OLAF en, via de geëigende kanalen, EUROPOL en INTERPOL. Hij pleegt geregeld operationeel overleg met de buurlanden in het domein van de internationale rechtshulp en onderhoudt bevoorrechte contacten met de nationale en gespecialiseerde parketten van de andere Europese landen. De opdracht van de federale procureur is er vooral op gericht de internationale samenwerking aan te moedigen, expertise aan te reiken en een centraal aanspreekpunt te realiseren. Hij onderhoudt ten slotte regelmatige contacten met de directie van de operationele politiesamenwerking van de federale politie (DGS/DSO). 28. Het vergemakkelijken van de internationale samenwerking geldt ten aanzien van alle misdrijven.29. De federale procureur staat uiteraard in voor de redactie en doorzending van zijn eigen internationale rechtshulpverzoeken in de strafdossiers waarin hij zelf de strafvordering uitoefent.30. De tussenkomst van de federale procureur in het domein van de internationale samenwerking behelst, enerzijds, de internationale gerechtelijke samenwerking en, anderzijds, een aantal specifieke opdrachten inzake internationale samenwerking. Zij worden hieronder verder besproken. 3.1. Internationale gerechtelijke samenwerking. Op vraag van Belgische gerechtelijke overheden : 31. De procureur des Koning, de arbeidsauditeur, de onderzoeksrechter en de procureur-generaal kunnen in het domein van de internationale samenwerking worden geconfronteerd met een gebrek aan bijzondere expertise, met een probleem om de bevoegde buitenlandse gerechtelijke overheid aan te wijzen of met een belangrijk oponthoud bij de uitvoering van hun rechtshulpverzoeken.In die context kan de federale procureur hen een daadwerkelijke operationele ondersteuning bieden door :  het aanleveren van de noodzakelijke (juridische en praktische) informatie voor de redactie van internationale rechtshulpverzoeken en de identificatie van de bevoegde buitenlandse gerechtelijke overheden;  het bespoedigen van de doorzending van de internationale rechtshulpverzoeken naar buitenlandse gerechtelijke overheden;  het ondersteunen van de uitvoering ervan door een beroep te doen op de contactpunten van het Europees Justitieel Netwerk, op de verbindingsofficieren of door persoonlijk bijstand te verlenen aan de uitvoering ervan. Op vraag van buitenlandse gerechtelijke overheden of internationale instellingen : 32. Er kunnen drie specifieke gevallen worden onderscheiden :  in dringende gevallen, het identificeren van en desgevallend doorsturen voor uitvoering aan de bevoegde Belgische gerechtelijke overheden van buitenlandse rechtshulpverzoeken;  het coördineren van de uitvoering van buitenlandse rechtshulpverzoeken waarbij verschillende Belgische gerechtelijke overheden betrokken zijn;  het zelf uitvoeren van buitenlandse rechtshulpverzoeken (zie infra nr. 33). 33. De federale procureur kan zelf rechtshulpverzoeken, uitgaande van buitenlandse gerechtelijke autoriteiten, uitvoeren :  ingeval van in België niet-lokaliseerbare internationale rechtshulpverzoeken.Bijvoorbeeld bewaakte of gecontroleerde leveringen, vergelijkende ballistische analyses door het NIC, identificaties van telefoonnummers of het verspreiden van internationale opsporingsberichten via de media;  ingeval van hoogdringendheid, en mits voorafgaande kennisgeving aan de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, wanneer elke vertraging in de uitvoering van de internationale rechtshulpverzoeken de goede afloop van het onderzoek in gevaar kan brengen. Bijvoorbeeld wanneer binnen een zeer korte tijdspanne een aantal getuigen in België dient te worden gehoord in het kader van een buitenlands proces. 3.2. Specifieke opdrachten inzake internationale samenwerking. 34. In de hieronder vermelde omzendbrieven krijgen de nationaal magistraten specifieke opdrachten inzake internationale samenwerking toegewezen.Aangezien het ambt van de nationaal magistraten ophoudt te bestaan en de federale procureur gehouden is de taken ervan over te nemen, is hij voortaan voor deze opdrachten de bevoegde gerechtelijke instantie. Het gaat meer bepaald, doch niet exhaustief, om opdrachten in het kader van(29) :  de interministeriële omzendbrief van 4 oktober 1993 met betrekking tot het statuut en de werkingsregels van de verbindingsofficieren van de Belgische politiediensten in het buitenland en de interministeriële omzendbrief van 20 september 1993 met betrekking tot de functioneringsregels die van toepassing zijn op de ambtenaren van de buitenlandse politie die in België in de hoedanigheid van verbindingsofficier zijn opgenomen. De federale procureur heeft een controleopdracht ten aanzien van de Belgische verbindingsofficieren in het buitenland en de buitenlandse verbindingsofficieren geaccrediteerd in België. Hij rapporteert hierover aan de bevoegde Ministers en het College van procureurs-generaal.  de interministeriële omzendbrief van 10 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst sluiten1 over de gevolgen van de Schengen-overeenkomst in het domein van de grenscontrole en de politiële en gerechtelijke samenwerking. De federale procureur is op gerechtelijk vlak de autoriteit belast met de internationale politionele samenwerking en wederzijdse rechtshulp in alle zaken waar een dringende gerechtelijke tussenkomst zich opdringt, in het bijzonder in het kader van de grensoverschrijdende observaties en achtervolgingen op basis van de Schengenuitvoeringsovereenkomst van 19 juni 1990.  de gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal (COL 2/2000) betreffende de internationale politiesamenwerking met een gerechtelijke finaliteit. De federale procureur vervult een centrale rol in het kader van de controle op de internationale informatie-uitwisseling. De deelname van de federale politie aan strategische analyses in het gerechtelijk domein, aan grensoverschrijdende proactieve onderzoeken en aan zaakgebonden operationele criminaliteitsanalyses is aan de toestemming van de federale procureur onderworpen (bijvoorbeeld AWF-Europol). In het kader van lopende onderzoeken verleent de federale procureur zijn akkoord aan de tussenkomst van Europol bij zaakgebonden grensoverschrijdende operaties en aan het optreden van vertegenwoordigers van Europol ter ondersteuning van specifieke onderzoeksacties.  de gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal (COL 15/1999) met betrekking tot de goede praktijken inzake internationale rechtshulp in strafzaken tussen de Lid-Staten van de Europese Unie, en de omzendbrief van het College van procureurs-generaal inzake internationale rechtshulp in strafzaken - Europees Justitieel Netwerk- Website (COL 3/2002). Bij gemeenschappelijk optreden van 29 juni 1998 aangenomen door de Raad van de Europese Unie, werd tussen de lidstaten een netwerk van justitiële contactpunten opgericht, het « Europees Justitieel Netwerk » (EJN). Het EJN heeft onder meer tot taak het vergemakkelijken van de justitiële samenwerking. De contactpunten staan ter beschikking van de plaatselijke justitiële overheden opdat deze de meest geschikte rechtstreekse contacten zouden kunnen leggen en zij verstrekken aan de plaatselijke justitiële overheden de juridische en praktische gegevens noodzakelijk om de verzoeken tot rechtshulp doeltreffend op te stellen. Voor de Belgische gerechtelijke overheden fungeert de federale procureur als contactpunt (30). 4. Het toezicht op de algemene en bijzondere werking van de federale politie.35. De federale procureur oefent het toezicht uit op de algemene en bijzondere werking van de federale politie zoals bepaald in de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.36. Hij oefent ook toezicht uit op de officieren van gerechtelijke politie, wanneer zij opdrachten uitvoeren voor het federaal parket (31).37. De wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten kent de federale procureur verschillende verantwoordelijkheden toe(32) :  de federale procureur is lid van de federale politieraad (33);  hij verleent advies in geval van conflicten tussen de commissaris-generaal en de directeurs-generaal van de federale politie, die een weerslag hebben op opsporings- en gerechtelijke onderzoeken, en die bij de bevoegde Ministers voor beslissing zijn aangebracht (34);  hij kan het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten en de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie met een onderzoek belasten (35);  de commissaris-generaal en de directeurs-generaal van de federale politie onderhouden, voor het vervullen van opdrachten van gerechtelijke politie, geregelde dienstbetrekkingen met de federale procureur (36);  hij beslist welke vorderingen van procureurs des Konings, arbeidsauditeurs en onderzoeksrechters, inzake personele en materiële middelen van de DGJ, bij voorrang boven andere worden uitgevoerd (capaciteitsvraagstuk) (37);  hij kan de Minister van Justitie verzoeken aan de federale politie het bevel te geven zich te schikken naar de aanbevelingen en de precieze aanwijzingen van een vorderende gerechtelijke overheid(38);  de procureur des Konings, de arbeidsauditeur of de onderzoeksrechter behoeven zijn akkoord om de toezending van gegevens en inlichtingen aan de algemene nationale gegevensbank uit te stellen (embargoprocedure) (39). 38. Dezelfde wet bepaalt bovendien dat drie federale magistraten specifieke toezichtstaken uitvoeren. Een eerste federale magistraat is uitdrukkelijk belast met het toezicht op de werking van de DGJ (40). Deze magistraat waakt er in het bijzonder over dat de gespecialiseerde gerechtelijke opdrachten door de algemene directie van de gerechtelijke politie worden uitgevoerd overeenkomstig de vorderingen en de richtlijnen van de gerechtelijke overheden. 39. Een tweede federale magistraat is belast met het specifiek toezicht op de werking van de « dienst ter bestrijding van de corruptie » binnen de DGJ (41). De wetgever heeft de anti-corruptiedienst onder het toezicht van een federaal magistraat willen plaatsen wegens het specifiek karakter van deze dienst en van de materie die hij behandelt (42). Deze magistraat brengt jaarlijks verslag uit aan de Minister van Justitie, die dit verslag aan het parlement mededeelt. De federale magistraat kan desgevallend door het Parlement worden gehoord over de algemene werking van de dienst ter bestrijding van de corruptie. 40. Ten slotte wordt een derde federale magistraat voorzitter van het controleorgaan inzake het informatiebeheer (43). Het controleorgaan is belast met de controle op de verwerking van de inlichtingen en gegevens die door de politiediensten worden verzameld bij de uitoefening van hun opdrachten van gerechtelijke en bestuurlijke politie (44). Zijn belangrijkste taak bestaat erin toe te zien op de naleving van de regels inzake de toegankelijkheid van de algemene nationale gegevensbank en de toezending aan deze gegevensbank van de inlichtingen en gegevens (45). Deze federale magistraat handelt, voor de duur van zijn mandaat, onafhankelijk ten aanzien van het federaal parket. 5. Bijzondere opdrachten.41. In het verleden werden, voornamelijk in richtlijnen van de Minister van Justitie en/of het College van procureurs-generaal, talrijke bijzondere opdrachten aan de nationaal magistraten toevertrouwd.Aangezien het ambt van nationaal magistraat ophoudt te bestaan, is de federale procureur gehouden deze taken voortaan waar te nemen. De federale procureur zal in de toekomst ook, de lege ferenda, een aantal bijzondere opdrachten dienen uit te oefenen, bijvoorbeeld inzake de bescherming van bedreigde getuigen (46), inzake bijzondere opsporingsmethoden (47) en inzake de medewerkers met het gerecht (48). Hierop wordt thans niet verder ingegaan. 42. Het gaat meer bepaald, doch niet exhaustief, om opdrachten in het kader van (49) :  de ministeriële omzendbrieven van 24 april 1990, aangepast op 5 maart 1992, betreffende de bijzondere opsporingstechnieken om de zware of georganiseerde criminaliteit te bestrijden. Deze omzendbrieven regelen de toepassing in België van bijzondere opsporingsmethoden, zoals de informantenwerking, de observatie en de infiltratie. De federale procureur heeft in dat kader zowel een coördinatie- als een toezichtsopdracht.  de ministeriële omzendbrief van 6 oktober 1995 betreffende de aanwending van de fondsen ter beschikking gesteld van de politiediensten door de Minister van Justitie. Het betreft de fondsen die de Minister van Justitie ter beschikking stelt van de politiediensten, enerzijds, in het kader van de informantenwerking en voor opsporingen en onderzoeken in het misdaadmilieu of in verband met de zware of georganiseerde misdaad en, anderzijds, als toongeld. De federale procureur heeft in deze een controle- en beheersopdracht.  de omzendbrief van het College van procureurs-generaal (COL 2/1997) betreffende de gijzeling. De federale procureur neemt als technische raadgever en als lid van de beleidsstaf, deel aan de crisisbeheersing bij criminele en terroristische (politieke) gijzelingen, en zulks voornamelijk in het kader van zijn nationale en internationale coördinatieopdracht.  de gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal (COL 9/1998) betreffende de criminele motorbendes. De federale procureur vervult een coördinerende rol bij de bestrijding van het fenomeen van de criminele motorbendes, wanneer het verschillende arrondissementen betreft. Hij staat eveneens in voor de internationale gerechtelijke samenwerking in dit domein.  het Koninklijk besluit van 9 februari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst sluiten0 tot oprichting van het interdepartementaal coördinatiecomité ter bestrijding van illegale wapentransfers. Dit comité heeft als taak te zorgen voor een betere coördinatie en informatieuitwisseling in de strijd tegen illegale wapentransfers. De federale procureur is lid van dit comité.  de omzendbrief van het College van procureurs-generaal (COL 13/1999) betreffende de samenwerking tussen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het Openbaar Ministerie en de onderzoeksrechters. De uitwisseling van informatie of het sturen van vragen om inlichtingen tussen de Veiligheid van de Staat en het Openbaar Ministerie gebeurt door tussenkomst van de federale procureur. Hij heeft ook een bijzondere toezichtfunctie op het gebruik van geclassificeerde inlichtingen en documenten in strafprocedures.  de gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal (COL 4/2000) betreffende de proactieve recherche. De federale procureur is verantwoordelijk voor de goedkeuring, de controle en de opvolging van de nationale en internationale (waar België bij betrokken is) proactieve onderzoeken.  de omzendbrief van het College van procureurs-generaal (COL 6/2001) betreffende de gerechtelijke aanpak van feiten van home- en carjacking en garagediefstal. De federale procureur zorgt voor de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering in de dossiers, houdende feiten van home- en carjacking en garagediefstal, op verzoek van de referentiemagistraten en op aangifte van de dienst voertuigenzwendel van de federale politie. Hij houdt telkens als dit geboden lijkt en minstens zesmaandelijks een coördinatievergadering met alle referentiemagistraten van het land en de dienst voertuigenzwendel van de federale politie. Hij staat tevens in voor de internationale gerechtelijke samenwerking in dit domein.  de ressortelijke richtlijnen van 16 oktober 2001 van de procureurs-generaal met betrekking tot de gerechtelijke informatie-uitwisseling inzake terrorisme. De federale procureur vormt binnen het Openbaar Ministerie de draaischijf en het centraal aanspreekpunt voor de informatie-uitwisseling inzake terrorisme en staat in voor de coördinatie en de internationale samenwerking in terrorismedossiers. Zo ontvangt hij alle verzoeken tot het verstrekken van inlichtingen of tot inzage en/of kopiename, uitgaande van het ministerie van Justitie (op eigen initiatief of op verzoek van andere ministeriële departementen betrokken bij de strijd tegen het terrorisme zoals Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, enz.), de antiterroristische gemengde groep (AGG), Eurojust, Europol (via de geëigende kanalen), de buitenlandse politiediensten en de buitenlandse burgerlijke en militaire inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De antwoorden van de parketten van eerste aanleg en de parketten-generaal worden ook via zijn kanaal aan de verzoekende overheid overgemaakt. Hij ontvangt ook stelselmatig kopie van de internationale rechtshulpverzoeken in dossiers inzake terrorisme. Dit stelt hem in staat het overzicht te behouden van alle behandelde dossiers en de uitgewisselde informatie, zijn wettelijke opdracht inzake coördinatie van de uitoefening van de strafvordering en inzake internationale samenwerking ten volle uit te oefenen en de Minister van Justitie in kennis te stellen van internationale strafzaken en internationale strafrechtshulp met een politiek aspect. (gemeenschappelijke omzendbrief van het College van procureurs-generaal van 3 juli 2001; de COL 7/2001).  de ressortelijke richtlijnen van 19 oktober 2001 van de procureurs-generaal inzake de gerechtelijke reactie bij aantreffen van verdachte voorwerpen in het kader van een mogelijke bio-terroristische dreiging. De federale procureur staat in voor de mededeling van het resultaat van het laboratoriumonderzoek op verdachte voorwerpen aan de betrokken procureurs des Konings. Op die manier behoudt hij zelf een overkoepelend zicht. 43. In al deze materies staat de federale procureur onder meer in voor :  het ontwikkelen van de noodzakelijke expertise om al deze opdrachten binnen het federaal parket te kunnen verwezenlijken;  de ondersteuning van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal bij het vastleggen van de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid en de coördinatie en de coherente uitwerking ervan, onder meer door middel van bijstand bij de redactie en de aanpassing van de bestaande richtlijnen en regelgeving; 44. De federale procureur neemt actief deel aan de verschillende expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal, inzonderheid de expertisenetwerken « groot-banditisme en terrorisme », « politie » en « mensenhandel », « economisch, financieel en fiscale delinquentie », en aan de overleggroep internationale samenwerking in strafzaken (50).45. De federale procureur heeft ook een bijzondere ondersteuningsopdracht wat de analyse (operationele misdrijfanalyse en strategische analyse) en de bestrijding en opvolging van specifieke criminele fenomenen op nationaal vlak betreft, oa.via de pro-actieve recherche. Hij wordt daartoe op zijn beurt ondersteund door de DGJ. Hij stelt de resultaten hiervan ter beschikking van, enerzijds, de procureurs des Konings, de arbeidsauditeurs, de onderzoeksrechters en de procureurs-generaal en, anderzijds en vanuit beleidsmatig oogpunt, aan de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal. Hij kan uiteraard ook steeds beslissen de strafvordering zelf uit te oefenen indien dit kadert binnen zijn bevoegdheidsdomein. HOOFDSTUK II. - De werking van het federaal parket in het kader van de uitoefening van de strafvordering 46. De federale procureur oefent vier opdrachten uit.De opdrachten te zorgen voor de coördinatie van de uitoefening van de strafvordering en de internationale samenwerking te vergemakkelijken zijn niet nieuw. Zij zijn de voortzetting van de vroegere taken van de nationaal magistraten. Zij behoeven in dit hoofdstuk dan ook geen bijkomende uitleg. Hetzelfde geldt voor de opdracht toezicht uit te oefenen op de algemene en bijzondere werking van de politiediensten. Deze opdracht werd immers tot op heden uitgeoefend door de toezichtmagistraten. Anders is het evenwel gesteld met de opdracht de strafvordering uit te oefenen. Deze opdracht is nieuw. Om die reden wordt in onderhavig hoofdstuk in het bijzonder stilgestaan bij de verhoudingen tussen de federale procureur en de andere gerechtelijke en politionele overheden in het kader van de uitoefening van de strafvordering. De informatieplicht van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, zoals bepaald in artikel 144 ter, § 2 Ger.Wb., geldt uitsluitend voor de nieuwe misdrijven waarvan hij met ingang van de inwerkingtreding van het federaal parket (21 mei 2002) kennis krijgt. Dit sluit echter niet uit dat de federale procureur steeds kan beslissen de strafvordering zelf uit te oefenen in hangende onderzoeken die tot zijn bevoegdheidsdomein behoren. 1. Ten aanzien van de procureurs des Konings, de arbeidsauditeurs en de procureurs-generaal. 1.1. De wederzijdse informatieplicht. 47. Artikel 144 ter, §§ 2 en 4, Ger.Wb. luidt als volgt : « § 2. De procureur des Konings, of in de gevallen bepaald in de artikelen 479 en volgende van het Wetboek van strafvordering, de procureur-generaal, licht ambtshalve de federale procureur in wanneer hij kennis neemt van een misdrijf bedoeld in § 1. Hij licht bovendien de federale procureur in, telkens als dit voor de uitoefening van de strafvordering door de federale procureur van belang is. § 4. De federale procureur licht de procureur des Konings, respectievelijk de procureur-generaal in, telkens dit voor de uitoefening van de strafvordering door de procureur des Konings, respectievelijk de procureur-generaal, van belang is. » 48. Enerzijds, is er de informatieplicht van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur en, in geval van voorrecht van rechtsmacht, de procureur-generaal, ten aanzien van de federale procureur.Zij zijn gehouden de federale procureur zonder verwijl ambtshalve in te lichten :  wanneer zij kennis krijgen van een misdrijf dat, overeenkomstig de limitatieve lijst van misdrijven, het veiligheids- of geografisch criterium, tot de bevoegdheid van de federale procureur behoort;  telkens als dit voor de uitoefening van de strafvordering door de federale procureur van belang is. Dit betekent nog niet dat de federale procureur automatisch de strafvordering in het hem aangemelde strafdossier zal uitoefenen. Hij neemt deze beslissing afhankelijk van de analyse van de inhoud van het strafdossier- uitgevoerd in samenwerking met de DGJ- en, behoudens dringende en noodzakelijke omstandigheden, steeds na overleg met de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal (zie supra nr. 15). 49. De informatieplicht raakt de wijze van aanhangigmaking (saisine) van een zaak bij de federale procureur. Een zaak kan op verschillende manieren bij de federale procureur worden aangebracht. Dat kan bijvoorbeeld ingevolge de informatieplicht van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, ingevolge de eigen vaststellingen op heterdaad van de federale procureur, ingevolge een rechtstreekse klacht of aangifte door internationale instellingen of door buitenlandse gerechtelijke overheden. Hieronder wordt in het bijzonder stilgestaan bij de procedure van aanhangigmaking (saisine) van een zaak bij de federale procureur via de informatieplicht van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal. Er wordt gehandeld in drie fasen : fase 1 : de meldingsfase. De procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, die kennis krijgt van een misdrijf waarvan er aanwijzingen zijn dat het tot het bevoegdheidsdomein van de federale procureur behoort of die over gegevens en inlichtingen beschikken die van belang kunnen zijn voor strafdossiers waarin de federale procureur de strafvordering uitoefent, meldt dit aan de federale procureur. De melding gebeurt aan de hand van standaardformulieren die aan de procureurs des Konings, de arbeidsauditeurs en de procureurs-generaal zullen worden ter beschikking gesteld. De verzonden standaardformulieren worden niet bij het strafdossier gevoegd. De procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, zendt tegelijkertijd een kopie van het meldingsformulier aan het arrondissementeel informatiekruispunt (AIK), dat verder handelt overeenkomstig de vigerende regelgeving inzake informatiedoorstroming. fase 2 : de overlegfase. Indien de federale procureur, op basis van deze meldingsformulieren, van oordeel is dat de zaak mogelijkerwijze voor federale behandeling in aanmerking komt, pleegt hij hierover verder overleg met de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal. Dit overleg kan mondeling of in het kader van een overlegvergadering of via vertrouwelijke briefwisseling gebeuren. De federale procureur kan ook het strafdossier op officieuze wijze voor inzage opvragen. Er wordt in deze fase geen schriftelijke neerslag van dit overleg bij het strafdossier gevoegd. fase 3 : de beslissingsfase. Eerste hypothese : de federale procureur gelast zich niet. Indien, op basis van de meldingsformulieren en desgevallend na verder overleg, de federale procureur beslist zich niet te gelasten, meldt hij dit schriftelijk aan de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal. Tweede hypothese : de federale procureur gelast zich.  indien, op basis van de resultaten van dit overleg, de federale procureur daarentegen beslist zich wel te gelasten, stuurt de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, het strafdossier, vergezeld van een kantschrift waarin wordt verwezen naar het voorafgaand overleg, tot beschikking aan de federale procureur;  de federale procureur voegt op dat ogenblik een proces-verbaal bij het strafdossier, waarin hij op beknopte en gemotiveerde wijze attesteert zich te gelasten met het strafdossier, melding maakt van het voorafgaand overleg en de bevoegdheidsgronden aangeeft waarop hij zulks doet (zie supra nrs.10-16). Hij bezorgt een kopie van dit proces-verbaal ter informatie aan de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal;  ingeval van « dringende en noodzakelijke omstandigheden » (51), kan de federale procureur zijn beslissing nemen zonder voorafgaand overleg met de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal. Op dat ogenblik maakt de federale procureur in voormeld proces-verbaal bovendien ook van deze dringende en noodzakelijke omstandigheden gewag. Ook in dit geval bezorgt hij een kopie van dit proces-verbaal ter informatie aan de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal; Er weze herhaald dat inzake de bevoegdheidsverdeling tussen, enerzijds, de federale procureur en, anderzijds, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, betreffende de uitoefening van de strafvordering, geen nietigheden kunnen worden opgeworpen (zie supra nr. 18). Onverminderd de toepassing van voormelde informatieplicht en in afwachting van de beslissing van de federale procureur, is de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, die in kennis wordt gesteld van een misdrijf, gehouden alle zich opdringende onderzoeksmaatregelen te nemen. De federale procureur neemt binnen het federaal parket de nodige interne organisatorische maatregelen om de meldingsprocedure, waarvan hoger sprake, op een vlotte en efficiënte wijze te kunnen laten verlopen, ook ingeval van hoogdringendheid. Hij stelt de DGJ in kennis van zijn beslissing. 50. De procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-generaal, licht de federale procureur eveneens ambtshalve in telkens dit voor de uitoefening van de strafvordering door de federale procureur van belang is.Indien derhalve de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, respectievelijk de procureur-genera …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.