📄 Wettekst
6 MEI 2010. - Besluit van de Waalse Regering tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan Marche-La Roche met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf, een woongebied met een landelijk karakter en de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux (Chéoux en Jupille-sur-Ourthe)
De Waalse Regering, Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 17 juli 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
17/07/2009
pub.
05/08/2009
numac
2009027145
bron
waalse overheidsdienst
Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten
type
besluit van de waalse regering
prom.
17/07/2009
pub.
05/08/2009
numac
2009027144
bron
waalse overheidsdienst
Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de werking van de Regering
sluiten tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten;
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 17 juli 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
17/07/2009
pub.
05/08/2009
numac
2009027145
bron
waalse overheidsdienst
Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten
type
besluit van de waalse regering
prom.
17/07/2009
pub.
05/08/2009
numac
2009027144
bron
waalse overheidsdienst
Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de werking van de Regering
sluiten tot regeling van de werking van de Regering;
Gelet op het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, inzonderheid op de artikelen 22, 27, 30, 35 en 41 tot 46;
Gelet op het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan (SDER), aangenomen door de Waalse Regering op 27 mei 1999;
Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 26 maart 1987 tot opstelling van het gewestplan Marche-La Roche;
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 16 maart 2006Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
16/03/2006
pub.
10/04/2006
numac
2006201248
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering waarbij beslist wordt om het gewestplan Marche-La Roche aan een herziening te onderwerpen en waarbij het voorontwerp van herziening met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de bouw van een zuivelfabriek en op de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux goedgekeurd wordt
sluiten tot beslissing tot herziening van het gewestplan Marche-La Roche en tot goedkeuring van het voorontwerp van herziening van het gewestplan met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf en de onttrekking aan hun bestemming van 2 gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux (Chéoux en Jupille-sur-Ourthe);
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 19 oktober 2006Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
19/10/2006
pub.
08/11/2006
numac
2006203663
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot beslissing tot uitvoering van een effectonderzoek over het voorontwerp van herziening van het gewestplan van Marche-La Roche met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf en de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux
sluiten tot beslissing tot uitvoering van een effectonderzoek over het voorontwerp van herziening van het gewestplan Marche-La Roche met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf en de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux (Chéoux en Jupille-sur-Ourthe);
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 14 november 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
14/11/2007
pub.
19/12/2007
numac
2007203547
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot aanneming van het voorontwerp van herziening van het gewestplan Marche - La Roche met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf, een woongebied met een landelijk karakter en de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux
sluiten tot aanneming van het voorontwerp van herziening van het gewestplan Marche-La Roche met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf, een woongebied met een landelijk karakter en de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux (Chéoux en Jupille-sur-Ourthe).
Gelet op het openbaar onderzoek over het ontwerp van gewestplanherziening dat tussen 16 januari en 29 februari 2008 heeft plaatsgevonden en de bezwaarschriften en opmerkingen die particulieren, verenigingen van personen alsook openbare instellingen en instellingen van openbaar nut ingediend hebben, namelijk :
1
DE WAGTER, Françoise
Rue de la Fontaine 8, 6987 Chéoux
2
LEEMPOELS, Paulette
Rue de Hotton 1, 6987 Rendeux
3
DE WAGTER, Xavier en Bénédicte
Rue de la Fontaine, 6987 Chéoux
4
DESSY, Pascal + 2 andere ondertekenaars
Rue Lavaux 11, 6987 Rendeux
5
MONSEUR, Jean-Marc
Rue des Vallées 9, 1315 Glimes-Incourt
6
VERMEERSCH-BORMANS
Rue Lavaux 23, 6987 Rendeux
7
THERER, Geneviève
niet medegedeeld
8
WIDART, Marie-Claire
Rue Lavaux 9, 6987 Rendeux
9
COURTIN, Philippe
Tier de Marche 1, 6987 Rendeux
10
MONSEUR, A. - WIDART, S. + 4 andere ondertekenaars
Rue du Moulin 22, 6987 Rendeux
11
Cabinet d'Avocats Gui BOTTIN - Georges RIGO (raadtman van DETHIER Yves)
Rue Beeckman 14, 4000 Liège
12
GRONSFELD, Marc
Rue de la Noblesse 2, 6987 Rendeux
13
VERMEIREN, C. - DE BACKER, A. Lavaux 21, 9300 Aalst
14
Société de Pêche La Rousse - GEORGES, Alain
La Golette 1, 6987 Rendeux
15
PIERRET, Esther
Rue de la Colline 3, 6044 Roux
Gelet op het gunstig advies uitgebracht op 3 maart 2008 door de gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke ordening en mobiliteit van de gemeente Rendeux;
Gelet op de notulen van de overlegvergadering die op 5 maart 2008 in het gemeentehuis van Rendeux heeft plaatsgevonden;
Gelet op het gunstig advies uitgebracht op 9 april 2008 door de gemeenteraad van Rendeux en waarin verzocht wordt om : 1. de uitvoering van een diepgaand effectonderzoek bij de indiening van de aanvraag tot milieuvergunning of eenmalige vergunning door de « SCRL Laiterie coopérative van Chéoux » na de definitieve aanneming van het gewestplan Marche-La Roche;2. de prioritaire analyse in dat effectonderzoek van de effecten van het bedrijf inzake geluid, landschappelijke integratie en aquatisch milieu in de omgeving, alsook alle nuttige aanbevelingen voor de optimale integratie ervan in het dorp Chéoux; 3. de afschaffing, als alternatieve compensatie, in de zin van artikel 46, § 1, 3°, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, van de vorming van een zakelijk recht ten bate van de gemeente Rendeux met betrekking tot het oude gebouw van het zuivelbedrijf in natuursteen, afgedankt met vaststelling bij het
ministerieel besluit van 27 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
27/07/2005
pub.
29/07/2005
numac
2005022623
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Ministerieel besluit tot wijziging van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten
sluiten.De « SCRL Laiterie coopérative van Chéoux » heeft immers op 27 december 2007 een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning bij het gemeentebestuur ingediend met het oog op de verbouwing van gebouwen, o.a. het oude gebouw van het zuivelbedrijf, in een geheel van woningen. Daar de gemeente Rendeux zich niet in de plaats wenst te stellen van een privé initiatief tot sanering van de site zonder een beroep op overheidsgeld te doen, verkiest ze dat de « SCRL Laiterie coopérative van Chéoux » haar project uitvoert;
Gelet op het gunstig advies uitgebracht op 18 juli 2008 door de « Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable » (Waalse milieuraad voor de duurzame ontwikkeling);
Gelet op het gunstig advies uitgebracht op 9 september 2008 door de « Commission régionale de l'aménagement du territoire »(Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening;) Gelet op het besluit van 3 juni 2009 tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan van Marche- La Roche (blad 55/5) met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf te Chéoux, een woongebied met een landelijk karakter en twee gemengde bedrijfsruimten te Chéoux en Jupille-sur-Ourthe op het grondgebied van de gemeente Rendeux;
Overwegende dat de Regering instemt met de argumenten die de « Commission régionale d'aménagement du territoire » als antwoord op de bezwaarschriften naar voren heeft gebracht en dat ze die antwoorden met de volgende elementen aanvult : Doelstellingen van de herziening van het gewestplan - Gewestelijk belang Regularisatie Overwegende dat reclamanten achten dat de herziening van het gewestplan de regularisatie beoogt van de onregelmatigheden die begaan werden door het zuivelbedrijf, dat overigens altijd gekozen heeft voor het beleid van het voldongen feit;
Overwegende dat de herziening van het gewestplan van Marche-La Roche de opneming beoogt van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf, een woongebied met een landelijk karakter, alsook van de verandering van bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux (Chéoux en Jupille-sur-Ourthe);
Overwegende dat de vestiging van een gemengde bedrijfsruimte op die plek immers de wens van de Regering was bij de aanneming van het gewestplan in 1987; overwegende dat de Raad van State in zijn arrest nr. 149.576 van 28 september 2005 gesteld heeft dat de wijziging in het ontwerp van gewestplan betreffende het gebied, dat aanvankelijk in een landbouwgebied en een gebied voor ambachten en K.M.O.'s voorzien was, aanzienlijk is en niet resulteert uit het openbaar onderzoek betreffende dat ontwerp maar uit een voorstel dat de CRAT na het openbaar onderzoek heeft gedaan; dat die wijziging derhalve aan een nieuw openbaar onderzoek onderworpen had moeten worden; dat het gewestplan op dat punt onwettelijk is;
Overwegende dat de vernieuwing van de akte met het oog op de rechtzetting van die onregelmatigheid van goed bestuur is en dat ze nodig is om de rechtszekerheid te waarborgen;
Overwegende dat de vestiging van de « Laiterie » op de site voorafgaat aan de aanneming van het gewestplan Marche-La Roche van 26 maart 1987;
Overwegende dat het bedrijf, met uitzondering van het kantoorgebouw, over de verschillende vereiste vergunningen beschikt;
Overwegende dat het hoofddoel van de herziening van het gewestplan niet de regularisatie van de door de « Laiterie » van Chéoux begane overtredingen is maar wel de rechtzetting van een onregelmatigheid van een administratieve akte die de rechtzekerheid schaadt en bijgevolg het voortbestaan van een bedrijf waarvan de verdwijning nadelige gevolgen zou hebben op de levensvatbaarheid van de Waalse zuivelsector;
Overwegende dat de regularisatie van de onwettelijk opgetrokken gebouwen t.o.v. dat hoofddoel een buitengewoon en bijkomend karakter heeft dat gerechtvaardigd is door het feit dat die uitrustingen noodzakelijk zijn voor de goede werking van het zuivelbedrijf;
Overwegende dat de herziening van het gewestplan een ruimere draagwijdte inzake planning heeft dan de regularisatie van de in landbouwgebied gelegen gebouwen daar ze slaat op : ? de terreinen waarvan de bestemming onwettelijk is geacht door de Raad van State - maar niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een vernietiging als dusdanig - alsook de terreinen, nu bestemd voor landbouwgebied en gelegen aan de zuidrand van de gemengde bedrijfsruimte, waarin de isoleringsomtrek of - voorzieningen opgenomen moeten worden; ? een verkleining van de oppervlakte van de gemengde bedrijfsruimte in het noordoosten ten einde een boomgaard voor alle bebouwing te behoeden; ? de opneming, niet meer van een gemengde bedrijfsruimte met een algemeen karakter zoals voorzien op het van kracht zijnde gewestplan, maar van een specifieke gemengde bedrijfsruimte met een aanvullend voorschrift waarbij het gebruik van de terreinen in geval van stopzetting van de activiteiten van het zuivelbedrijf beperkt kan worden tot de economische activiteiten i.v.m. de uitbating van een zuivelbedrijf en bijkomende activiteiten of tot andere agro-economische activiteiten;
Overwegende dat de opneming in een bedrijfsruimte van de thans in landbouwgebied gelegen terreinen waarop kantoren en het saneringsstation gevestigd zijn het mogelijk zal maken dat die gebouwen en uitrustingen gehandhaafd worden daar waar ze het best voldoen aan de goede inrichting van de plaats omdat ze betrekkelijk verwijderd zijn van de bewoonde buurt;
Algemeen belang Overwegende dat sommige reclamanten achten dat de herziening van het gewestplan het privé belang van het zuivelbedrijf bevoorrecht ten nadele van het algemeen belang en dat het geen rekening houdt met het feit dat de omwonenden van een aangenaam levenskader moeten kunnen genieten; dat sommigen de broosheid van de zuivelsector betwisten en van mening zijn dat een buiten het Waalse grondgebied gevestigd zuivelbedrijf de activiteiten van de « Laiterie de Chéoux » zou kunnen uitoefenen;
Overwegende dat het effectonderzoek voor een gewestplan de sociaal-economische verantwoording van het voorontwerp van herziening van het gewestplan Marche-La Roche heeft bevestigd wegens het belang van de zuivelcoöperatieve « Laiterie coopérative de Chéoux » voor de levensvatbaarheid van de zuivelketen in Wallonië en de werkgelegenheid in landelijke gebieden; dat de CRAT op basis van cijfers van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie de broosheid van de Waalse zuivelsector bevestigt; dat de herziening van het gewestplan wel degelijk het algemeen beoogt, gezien de negatieve economische, sociale en milieugevolgen die de verdwijning van de « Laiterie de Chéoux » met zich mee zou brengen voor een aanzienlijk gedeelte van Wallonië;
Overwegende dat, gezien het gaat om een basisconsumptieproduct, de zelfvoorzienings- en nabijheidsbeginselen zowel inzake milieu als inzake voedingsproductie rechtvaardigen dat het voedingsmiddel verwerkt wordt in de streek waar het geproduceerd en verbruikt wordt, zonder het voor verwerking te moeten uitvoeren naar een andere regio of naar een ander land alvorens het weer in te voeren voor de verbruikers; dat de zuivelproducenten bovendien hun hulpmiddelen hebben kunnen verenigen om zich met dat doel als een coöperatieve vennootschap te organiseren en zodoende talrijke diensten aan de landbouwers te verlenen (centrale voor de aankoop van landbouwuitrustingen, toekenning van een deel van de winsten van de coöperatieve vennootschap, enz.);
Overwegende dat het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan (SDER) kiest voor de consolidering van de Waalse landbouw en voor de ontwikkeling van de agrovoedingsfilières en in dat opzicht bepaalt dat « de fundamentele rol van de familiale landbouw als acteur van de landelijke ontwikkeling bevestigd moet worden » en dat, anderzijds, « het Waalse Gewest de investeringen in de agrovoedingsverwerking en -commercialisering zal blijven promoten. Het zal zijn beleid inzake binnenlandse en buitenlandse promotie voor het geheel van de regionale producties kracht bijzetten, met specifieke acties voor speciaal geankerde producten » (blz. 194);
Overwegende dat het overeenkomstig artikel 42 van het Waals wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium voorgeschreven effectonderzoek, wat de gekozen plaatsligging betreft, niet geleid heeft tot de conclusie dat de opneming op die plaats van een specifieke bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf of van andere agro-economische activiteiten onverenigbaar was met het woongebied met een landelijk karakter en dat de balans van de verschillende belangen niet opgemaakt kon worden; dat het effectonderzoek van het voorontwerp van herziening heeft besloten dat een alternatieve plaatsligging slechts gegrond zou zijn in geval van uitbreiding of van wijziging van de activiteiten van het zuivelbedrijf; dat de auteur van het planeffectonderzoek niet voorziet dat de hoeveelheid van de te verwerken melk in het zuivelbedrijf nog zal toenemen, dat die ontwikkelingsvooruitzichten meer gezien moeten worden op het vlak van de kwalitatieve verbetering van de producten of van de productie van nieuwe producten met een toegevoegde waarde;
Keuze van de bestemming Overwegende dat sommige reclamanten vrezen dat de herziening van het gewestplan, via een regularisatie in gemengde bedrijfsruimte, een verslechtering van het levenskader van de omwonenden tot gevolg zal hebben en automatisch 5dB(A) decibelverhoging zal toelaten als wettelijke activiteitsnorm;
Overwegende dat, wat de verhoging van het aantal toegelaten decibel betreft, de locatie op het gewestplan al opgenomen is in een gemengde berijfsruimte, voorheen gebied voor ambachten of middelgrote en kleine ondernemingen genoemd; dat er dus geen verhoging komt van het toegelaten aantal decibel i.v.m. de bestemming van het terrein; overwegende dat de beslissing genomen krachtens de uitbatingsvergunning afgegeven door de Minister van Leefmilieu op 3 november 2005 om de strengste geluidsnormen vast te leggen het gevolg is van het arrest van de Raad van State waarbij het gewestplan onwettelijk verklaard wordt voor dat gebied en waarbij het gebied beschouwd wordt als vrij van elke bestemming op het gewestplan;
Overwegende dat de bestemming van het gebied tot een gemengde bedrijfsruimte niet automatisch een decibelverhoging van 5 dB(A) zal toelaten als wettelijke activiteitsnorm;
Overwegende dat de auteur van het effectonderzoek voor de latere afgifte van een milieuvergunning overigens specifieke geluidswaarden tussen 40 en 45 dB(A) aanbeveelt;
Overwegende dat de uitbater houder is van een exploitatievergunning waarvan de bijzondere voorwaarden voorzien in een niet te overschrijden geluidsniveau; dat die vergunning van kracht zal blijven na de herziening van het gewestplan; overwegende dat de overheid die zulks nodig acht later in het kader van een nieuwe vergunningsaanvraag of van een herziening van de uitbatingsvoorwaarden, geluidsdrempels in de milieuvergunning mag vastleggen die toepasselijk zullen zijn in afwijking van de algemene uitbatingsvoorwaarden; dat geluidsdrempels onder de doorgaans aanbevolen richtwaarden opgelegd kunnen worden indien de feitelijke situatie zulks eist; dat dergelijke aanbevelingen niet gelijk staan met inrichtingsmaatregelen, noch deel uitmaken van de inhoud van het gewestplan in de zin van artikel 23 van het Waals wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium maar in het kader van de vergunning in overweging genomen moeten worden;
Overwegende dat sommige reclamanten achten dat het zuivelbedrijf naar een industriegebied zoals dat van Marche-en-Famenne verplaatst zou moeten worden wegens het industriële karakter dat het geleidelijk verworven heeft en de hinder dat het in het centrum van het dorp Chéoux veroorzaakt;
Overwegende dat er aan herinnerd dient te worden dat het coöperatief zuivelbedrijf van Chéoux voor het gewestplan Marche-La Roche bestond en dat de Regering het gebied aanvankelijk tot gebied voor ambachten en kleine industrie wilde bestemmen in het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 26 maart 1987 tot opmaking van het gewestplan Marche-La Roche;
Overwegende dat uit het effectonderzoek van het voorontwerp niet afgeleid kon worden dat de hinder i.v.m. de huidige situatie van een dergelijk niveau is dat hij de aanwezigheid van het zuivelbedrijf op die plek onverenigbaar maakte en de verplaatsing ervan naar een ander locatie gerechtvaardigd was; dat geconcludeerd moet worden dat de activiteit van het zuivelbedrijf er niet één is die wegens afzondering in een industriële bedrijfsruimte gevestigd moet worden; dat ze dus wel degelijk als kleine industrie beschouwd dient te worden; dat de auteur van het onderzoek overigens : ? de doelstelling van het voorontwerp valideert, met name de bevestiging van de opneming van een bedrijfsruimte opdat de activiteiten van het zuivelbedrijf van Chéoux op de huidige lokatie ervan kunnen voortgezet worden; ? acht dat de verplaatsing van het zuivelbedrijf slechts in geval van uitbreiding of wijziging van zijn activiteiten gegrond zou zijn; dat hij in dat opzicht doet opmerken dat het nauwelijks denkbaar is dat het coöperatief zuivelbedrijf van Chéoux wenst uit te breiden, daar zijn verwerkingsvermogen maximaal is en daar een verhoging van het te verwerken melkvolume weinig waarschijnlijk lijkt gezien de huidige toestand van de melksector; ? erop wijst dat de ontwikkelingsvooruitzichten van het bedrijf meer verband houden met de kwalitatieve verbetering van de producten of met de productie van nieuwe producten met hoge toegevoegde waarde dan met een verhoging van het verwerkte volume; dat in dat geval de verplaatsing van het kaasfabriek - thans buiten bedrijf - overwogen zou kunnen worden om de geluidshinder te beperken die de eventuele inbedrijfstelling ervan in de buurt zou kunnen veroorzaken; dat die verplaatsing evenwel binnen dezelfde gemengde bedrijfsruimte kan plaatsvinden zonder er de grenzen van te wijzigen en dus ook niet de delocalisering van het bedrijf tot gevolg heeft; ? daaruit afleidt dat het voorontwerp van herziening de huidige fysische toestand niet kan wijzigen, o.a. wat betreft de belangrijkste geluidshinder van de uitbating van het zuivelbedrijf; dat de herziening van het gewestplan dus geen verslechtering van het levenskader van de omwonenden met zich mee brengt; ? via een reeks aanbevelingen die in het kader van de vergunning gezien moeten worden, erop wijst dat maatregelen i.v.m. waterlozing en landschappelijke integratie, inzonderheid op akoestisch vlak, vastgelegd kunnen worden ter verbetering van een toestand die hij niet onverenigbaar acht met een bewoonde omgeving;
Overwegende dat sommige reclamanten betreuren dat het effectonderzoek is uitgevoerd op basis van economische elementen en niet op basis van de geluidshinder teweeggebracht voor de omwonenden, wat geleid zou hebben tot de rechtvaardiging van de verplaatsing van het zuivelbedrijf naar een industriegebied;
Overwegende, behalve wat voorafgaat, dat de inhoud van het planeffectonderzoek voldoet aan de voorschriften van artikel 42, tweede lid van het Wetboek; dat het onderzoek rekening heeft gehouden met de milieueffecten van de herziening van het gewestplan en niet alleen met economische belangen; dat het vervoer, het geluid, de effecten op het water en de lucht werden geanalyseerd zoals het hoort bij een effectonderzoek van het gewestplan; dat de auteur van het onderzoek heeft besloten tot de verenigbaarheid van de opneming van een gemengde bedrijfsruimte op die plaats;
Overwegende dat de reclamanten achten dat de geografische context van Chéoux en de wijze waarop het zuivelbedrijf zich in de loop der jaren ontwikkeld heeft de oprichting van een afzonderingsvoorziening of -omtrek, voorgeschreven bij artikel 30 van het « CWATUP » in alle gemengde bedrijfsruimten, verhinderen;
Overwegende dat artikel 30 van het Waals wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium bepaalt dat de gemengde bedrijfsruimte een afzonderingsomtrek bevat, wat een ruimtelijk begrip is, of een afzonderingsvoorziening, wat geen ruimtelijk begrip is, en bijgevolg de vorm kan aannemen van verticale inrichtingen, zoals een anti-geluidsmuur; dat, indien de aanleg van een dergelijke omtrek of voorziening dwingend is ongeacht de omstandigheden van de plaats, de milieuvergunning moet voorzien in de definitie van de configuratie en van de modaliteiten voor de tenuitvoerlegging van die omtrekken of voorzieningen al naar gelang van de omstandigheden;
Milieueffecten Overwegende dat sommige reclamanten achten dat het bedrijf milieuhinder veroorzaakt : lawaai, stof, geuren, waterverontreiniging waardoor de opneming van een gemengde bedrijfsruimte door de herziening van het gewestplan onmogelijk gemaakt wordt;
Overwegende dat uit de milieubeoordeling van het voorontwerp van herziening van het gewestplan blijkt dat de gevolgen voor de lucht gering zijn en dat de maatregelen gericht zowel op de zich eventueel verspreidende geur als op de nog sterkere vermindering van koolstofdioxideproductie dan die welke verkregen wordt dankzij het gebruik van lichte stookolie niet onder deze procedure vallen;
Overwegende dat uit de milieubeoordeling van het voorontwerp van herziening van het gewestplan blijkt dat de effecten van het voorontwerp op de oppervlakte- en grondwateren eveneens gering zijn : de waterdichtheid van het opslagmaterieel voor natrium en zuur alsook van de opslagtanks voor lichte stookolie wordt doeltreffend geacht; het voorhanden zijn van een zuiveringsstation beperkt de lozing van afvalwater en een poel zorgt voor het vergaren van het afstromend oppervlaktewater. De ontwikkelaar is de mening toegedaan dat het voornemen van het zuivelbedrijf om de poel om te vormen tot een bezinkvijver voor een nog sterkere vermindering zal zorgen van de organische vracht van het uit het zuiveringsstation afkomstige water voor lozing ervan in de rivier en beveelt verder aan dat er monsters worden genomen van het geloosde afvalwater in het kader van het effectonderzoek voor een toekomstige vergunningsaanvraag zodat gewaarborgd wordt dat de terzake geldende normen nageleefd worden en dat de aquatische fauna en flora niet zullen lijden onder de bedrijvigheid van de zuivelfabriek;
Overwegende dat de eisers zich zorgen maken om de verontreiniging die zich onlangs (26 december 2007) in de beek stroomafwaarts het coöperatief zuivelbedrijf van Chéoux heeft voorgedaan; dat die beek de meest verontreinigde van de gemeente Rendeux is en dat het gaat om een voortdurende verontreiniging, alhoewel zich ook terugkerende, zelfs hevige en plotse verontreinigingen voordoen; dat sommige eisers zich zorgen maken om de risico's van die verontreinigingen voor de volksgezondheid, te meer omdat die beek 3 km verder in de Ourthe uitmondt op een plek die als « zwemgebied » erkend is;
Overwegende dat de plaatselijke vissersvereniging « La Rousse » wijst op het feit dat normaal alleen het door het zuiveringsstation behandelde water in de beek geloosd mag worden, wat niet het geval is vermits het water dat voor de reiniging van de vrachtwagens gediend heeft er rechtstreeks in geloosd wordt; dat ze bovendien laat opmerken dat de poel die naast het zuiveringsstation ligt nog steeds niet als een doeltreffende bezinkvijver is ingericht;
Overwegende dat de door het coöperatief zuivelbedrijf van Chéoux geloosde wateren van nature uit rijk aan organische stoffen zijn en dat de kwaliteit van de behandeling ervan bijzonder belangrijk is;
Overwegende dat de CRAT betreurt dat het effectonderzoek geen gegevens bevat over de belastingen inzake organische stoffen in de lozingen van het zuivelbedrijf; dat ze acht dat het project tot inrichting van de poel in een bezinkvijver waarin het water van het zuiveringsstation vergaard zou kunnen worden voor de lozing ervan in de rivier waarnaar verwezen wordt in het planeffectonderzoek, de kwaliteit van het lozingswater van het zuivelbedrijf alleen maar zou kunnen verbeteren;
Overwegende dat de CRAT evenwel vraagt dat het milieueffectonderzoek dat bij de aanvraag tot milieuvergunning gevoegd zal worden nagaat of voorzien kan worden in een zuiveringsstation met een groter opvangvermogen en dat dat onderzoek bijzonder gericht is op de lozingen van water voor de reiniging van de vrachtwagens;
Overwegende dat sommige eisers erop wijzen dat de bouw van het zuiveringsstation van het zuivelbedrijf onderworpen is aan de voorwaarde dat de afvoer van een gedeelte van de openbare riolering erop aangesloten kan worden en dat dat idee opgegeven moet worden daar het dorp Chéoux in een individuele zuiveringszone gelegen is;
Overwegende dat de CRAT met verwijzing naar het effectonderzoek laat opmerken dat 63 van de 76 huizen van het dorp niet beschikken over een individueel zuiveringssysteem en dat de lozingen ervan dus ook een bron van verontreiniging van de beek kunnen zijn; dat ze acht dat het interessant zou zijn om na te gaan of alle wateren van het dorp door het zuiveringsstation van het cooperatief zuivelbedrijf van Chéoux behandeld kunnen worden;
Overwegende immers dat het feit dat het dorp Chéoux op het saneringsplan per onderstroomgebied (PASH) van de Ourthe onder het autonome saneringsstelsel valt geen beletsel vormt voor gegroepeerde autonome saneringsoplossingen zoals bepaald bij artikel R.279 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt;
Overwegende dat, wat het lawaai betreft, de akoestische waarden die gedurende een volle week in het kader van het planeffectonderzoek geregistreerd werden op vier punten waarvan de Lambert-coördinaten overeenstemmen met de meetpunten van het CEDIA van de Universiteit van Luik, die geplaatst werden in het kader van de uitvoering van de exploitatievergunning, de resultaten bevestigen van de akoestische simulaties en metingen die door die instelling uitgevoerd werden : het geluidsniveau van het achtergrondlawaai is lager dan 40 dB(A) gedurende het geheel van de zeven nachten die in aanmerking genomen werden, met uitzondering van het punt gelegen tegenover de woning Dethier, waar het gemiddelde niveau L95 41,4 dB(A) bereikt;
Overwegende dat uit het onderzoek blijkt dat de herziening van het gewestplan door de opneming van een gemengde bedrijfsruimte de geluidsnorm wijzigt en o.a. de bij nacht in acht te nemen grenswaarde, die op 45 dB(A) vastligt in tabel 1 van het
besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
04/07/2002
pub.
21/09/2002
numac
2002027815
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
sluiten tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, en dat in dat opzicht aanbevolen wordt dat de overheid die met de afgifte van vergunningen belast zal worden zich niet strikt aan die grenswaarde houdt maar eerder geluidsdrempels voorschrijft die bij nacht overeenstemmen met tussenniveaus tussen 45 en 40 dB(A);
Overwegende dat de CRAT in het antwoord dat ze in haar advies van 9 september 2008 geeft op de opmerkingen uit het openbaar onderzoek betreffende dat aspect van het dossier, laat opmerken dat de regularisatie van het gewestplan geen al te grote wijzigingen van het werkelijk waargenomen geluidsniveau teweeg zou moeten brengen daar de activiteit van het zuivelbedrijf onder dezelfde omstandigheden als nu voortgezet moet worden; dat ze, gezien de nabijheid van het woongebied, o.a. vraagt dat de vergunning voorziet in de maatregelen die getroffen moeten worden om het geluidsniveau bij nacht op alle meetpunten te verminderen tot of te handhaven op 40 dB(A);
Overwegende dat de Regering instemt met het advies van de CRAT waarin ze het door de activiteit van het zuivelbedrijf gegenereerde geluidsniveau tot een minimum wil beperken; dat, zoals eerder vermeld, de overheid die zulks nodig acht in het kader van een nieuwe vergunningsaanvraag of van een herziening van de uitbatingsvoorwaarden, geluidsdrempels in de milieuvergunning mag vastleggen die toepasselijk zullen zijn in afwijking van de algemene uitbatingsvoorwaarden; dat geluidsdrempels onder de doorgaans aanbevolen richtwaarden opgelegd kunnen worden indien de feitelijke situatie zulks eist; dat dergelijke aanbevelingen niet gelijk staan met inrichtingsmaatregelen, noch deel uitmaken van de inhoud van het gewestplan in de zin van artikel 23 van het Waals wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium maar in het kader van de vergunning in overweging genomen moeten worden, wat de Commissie wel degelijk bevestigt;
Overwegende dat het effectonderzoek, in tegenstelling tot hetgeen sommige eisers beweren, geen kopie is van het onderzoek verricht door CEDIA in het kader van de exploitatievergunning maar, integendeel, dat het na investigatie geconcludeerd heeft dat de resultaten van het CEDIA onderzoek gevalideerd konden worden;
Overwegende dat sommige eisers beweren dat de keuze van de meetpunten niet toelaat om de geluidshinder te schatten die de naaste omwonenden van het zuivelbedrijf werkelijk verduren omdat één van de meetpunten zich niet binnen de eigendom van een omwonende bevond; dat ze betwisten dat de akoestische metingen niet binnen de eigendom Dethier zijn uitgevoerd maar wel ertegenover, om de reden dat de gemeentelijke overheid de onderzoeksgelastigde erom verzocht heeft de door CEDIA gekozen meetpunten te behouden, terwijl CEDIA op verzoek van het Coöperatief zuivelbedrijf van Chéoux gehandeld zou hebben;
Overwegende dat de overheid in het kader van de exploitatievergunning waarvan het zuivelbedrijf houder is, vier meetpunten heeft vastgelegd binnen de eigendom van de naaste omwonenden van het zuivelbedrijf, met uitzondering van de omwonende Dethier, die het studiebureau en het begeleidingscomité geen toelating gegeven heeft om metingen vanop zijn eigendom uit te voeren, waardoor de overheid ertoe gedwongen werd ter hoogte van die eigendom een punt van het openbaar domein te kiezen dat het meest representatief is voor de door het zuivelbedrijf gegenereerde geluidsemissies;
Overwegende dat de eiser niet gunstig geantwoord heeft op het verzoek van de onderzoeksgelastigde om metingen vanop zijn eigendom uit te voeren; dat genoemde eiser pas na de vastlegging van de meetpunten van de auteur van het onderzoek geëist heeft dat hij die metingen binnen zijn eigendom zou uitvoeren in het kader van een « expertise op tegenspraak », wat niet de opdracht van de onderzoeksgelastigde was;
Overwegende dat, zoals de « Commission régionale » erop wijst, het logisch is dat de bijkomende akoestische metingen op dezelfde plekken als de eerste metingen uitgevoerd worden zodat een vergelijking mogelijk is;
Overwegende dat sommige eisers vaststellen dat het effectonderzoek niet meer wijst op de aanwezigheid van de lage frequenties die door CEDIA vastgesteld werden, terwijl ze waarschijnlijk nog steeds aanwezig zijn en de nadeligste voor de gezondheid van de omwonenden zijn;
Overwegende dat, zoals de CRAT laat opmerken, uit de vorige akoestische onderzoeken blijkt dat lage frequentiegeluiden slechts in één enkele nabijgelegen woning en enkel op bepaalde tijdstippen opgespoord werden en dat die lage frequentiegeluiden van een laag niveau zijn en duidelijk onder de geldende reglementaire drempels liggen; dat, anderzijds, het verband tussen die geluiden en de activiteit van het zuivelbedrijf niet vaststaat;
Overwegende dat, wat de geuren betreft, het effectonderzoek drie mogelijke geurbronnen identificeert : - de melkverwerkingsinstallaties die binnen de gebouwen gevestigd zijn; de auteur van het onderzoek preciseert dat de typische geur die ze verspreiden alleen in die gebouwen ruikbaar is; die opmerking is terug te vinden in verschillende adviezen uitgebracht door de ambtenaren van het Waalse Gewest; - het zuiveringsstation verspreidt soms bepaalde geuren bij hoge buitentemperaturen gecumuleerd met zware verontreinigende belastingen in de STEP; in dat opzicht dient evenwel te worden opgemerkt dat het zuiveringsstation opzettelijk geplaatst werd in een achterzone, verwijderd van het woongebied met een landelijk karakter en van de doortochtplaatsen, en dat het te dien einde beschikt over een stedenbouwkundige vergunning die van het gewestplan afwijkt; - er werden klachten door omwonenden geformuleerd over geuren te wijten aan bezinksels in de tanks en aan de stagnatie van de wateren van de beek tijdens de zomer;
Overwegende dat uit het planeffectonderzoek blijkt dat de vestiging van het zuivelbedrijf op het laagste punt van de vallei en in het centrum van de landschappelijke eenheid de integratie ervan in het landschap bevordert, hoewel het daardoor ook, bekeken vanuit hoger gelegen gezichtspunten, een brandpunt vormt in een open landschap; al dragen de onbebouwde ruimtes in de locatie ertoe bij dat de gebouwde volumes als gespreid liggend overkomen en in het dorpsgezicht zijn opgenomen, ontstaat een negatief visueel effect door hun omvang en hun huidige inrichting; de omvorming van de boomgaard, gelegen in het noordoosten van het zuivelbedrijf, tot landbouwgebied strekt tot de bescherming van die aangeplante oppervlakte die het dorpskarakter mee bepaalt en het zuivelbedrijf in het dorpsgezicht en in het landschapsgeheel opneemt; om te waarborgen dat nieuwbouw of verbouwingen in het landschap en de bebouwing opgaan, dienen de stedenbouwkundige vergunningen met betrekking daarop tegemoet te komen aan strikte vereisten inzake vestiging, omvang, volumetrie en materialen; het beste zou zijn dat de bestaande gebouwen die het minst in het landschap passen op korte termijn een begroeiing krijgen en dat het in 2004 opgevatte project om enkel rondom het eigendom een groene strook aan te leggen wordt aangevuld met de aanplanting van, de landschapsperceptie bevorderende, hoge bomengroepen en dat uitheemse soorten worden uitgesloten;
Overwegende dat uit het planeffectonderzoek blijkt dat het verkeer van en naar het zuivelbedrijf van 16 tot 24 vrachtwagens overdag en 2 tot 3 's nachts telt afhankelijk van de periodes van het jaar en uiterst gering wordt geacht tegenover het totale verkeer en lichtjes lager ten opzichte van het vrachtverkeer, zuivelbedrijf niet meegerekend; de alternatieve route waarin het voorontwerp van herziening van het gewestplan voorziet als alternatieve compensatie ongeacht het tracé veroorzaakt een negatieve impact op de fauna, geluidshinder dat meer bepaald resulteert in geluidsemissies naar tot nu onaangetaste richtingen en zal een negatieve uitwerking op het valleilandschap hebben;
Overwegende dat sommige eisers achten dat de schatting van het vrachtwagenverkeer verdraaid zou zijn omdat de onderzoeksgelastigde het aantal vrachtwagens enkel op het kruispunt van het centrum van het dorp en niet vanaf en naar het dorp Nohaipré heeft geteld, hetgeen zou wijzen op een partijdige houding van de auteur van het effectonderzoek, met als gevolg een minimalisering van de werkelijke weerslag van het zuivelbedrijf van Chéoux op de omgeving ervan;
Overwegende dat de door de onderzoeksgelastigde uitgevoerde telling dient om de gecijferde gegevens over de frequentatie van het zuivelbedrijf te bevestigen of te ontkrachten; dat de zonder medeweten van de uitbater uitgevoerde tellingen stroken met de cijfers waarvan de mededeling vervolgens aan de uitbater werd gevraagd; dat de meegedeelde cijfers wijzen op een normale frequentatie van het zuivelbedrijf tijdens verschillende onderscheiden periodes voorafgaand aan het onderzoek en toevallig gekozen door de onderzoeksgelastigde; dat het aantal voertuigen die het zuivelbedrijf al dan niet via het centrum van het dorp bedienen dus gekend is; dat het gaat om beproefde onderzoekstechnieken;
Overwegende dat, in tegenstelling tot wat de eisers aanvoeren, dus niets erop wijst dat de genoteerde cijfers verdraaid zouden zijn;
Overwegende dat, wat het stof betreft, de onderzoeksgelastigde tijdens zijn verschillende bezoeken geen stofuitstoot heeft vastgesteld. Hij heeft ook geen potentiële bronnen van voortdurende uitstoten gevisualiseerd. Gezien het geheel van de bedieningszone van de vrachtwagens uit beton is, verspreiden de bewegingen dus geen stof.
Het uiteinde van de parkeerplaats is met steenslag verhard en is bij voorrang bestemd voor voertuigen die in afwachting van activiteit zijn of die te koop staan. De bewegingen op die plek zijn sporadisch en van korte duur. De eventuele stofuitstoten zijn bijgevolg zwak; anderzijds, heeft de DPE in haar verschillende rapporten niet gewezen op abnormale verontreinigingen van dat type;
Overwegende dat de doelstelling van het effectonderzoek in het kader van de wijziging van het gewestplan erin bestaat na te gaan of het haalbaar is een bestemming aan een gebied toe te kennen en niet de exacte modaliteiten te bepalen voor de werking van een bedrijf binnen dat gebied; dat een dergelijk projectonderzoek, noodzakelijkerwijs omstandiger, zal plaatsvinden in het kader van een door de uitbater in te dienen aanvraag tot milieuvergunningshernieuwing;
Overwegende bijgevolg dat de diepgaande analyse van de potentiële effecten die aan de activiteiten van het coöperatief zuivelbedrijf van Chéoux te wijten zijn het voorwerp moet uitmaken van het milieueffectonderzoek dat bij de aanvraag tot milieuvergunning gevoegd is en niet van het effectonderzoek van het gewestplan Marche-La Roche; dat hetzelfde geldt voor het stroomverbruik van het bedrijf of het lichteffect ervan, de waardevermindering van de onroerende goederen, de rol van het technisch begeleidingscomité; dat, zoals de CRAT in haar advies laat opmerken, de vergunning moet voorzien in de normen die het zuivelbedrijf zal moeten naleven inzake lozingen, lawaai, geuren en verkeer alsook in de maatregelen die getroffen moeten worden opdat die normen nageleefd zouden worden;
Overwegende dat de CWEDD in haar advies van 18 juli 2008 geacht heeft dat het effectonderzoek van goede kwaliteit is en dat de bevoegde overheid er de elementen in zal vinden om haar beslissing te nemen;
Overwegende dat de verklaringen waarin sommige eisers aanvoeren dat het effectonderzoek op willekeurige wijze, zonder objectiviteit en werkelijke onafhankelijkheid t.o.v. de met de herziening van het gewestplan belaste overheid zou zijn uitgevoerd, niet gegrond zijn; dat de auteur van het effectonderzoek een bureau is dat voor dat type opdracht erkend is en gekozen werd krachtens de regelgeving betreffende de overheidsopdrachten, dat de gunstige conclusies van een effectonderzoek niet met zich meebrengen dat de auteur afhankelijk is van de opdrachtgever;
Overwegende dat de auteur van het effectonderzoek als samenvatting van de milieubeoordeling heeft geconcludeerd dat het voorontwerp van herziening niet in staat was om de huidige fysische toestand te veranderen, behalve door de verwezenlijking van de ontlastingsweg voorzien als alternatieve compensering en de toepassing zonder beperking die gemaakt zou kunnen worden van de geluidsnormen voorzien in de gemengde bedrijfsruimte, zoals opgenomen in tabel 1 van het
besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
04/07/2002
pub.
21/09/2002
numac
2002027815
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
sluiten tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning; dat het laatste punt het voorwerp van de vergunning en niet van het plan uitmaakt;
Overwegende dat het bureau Aménagement, na afloop van de evaluatie, het voorontwerp van herziening van het gewestplan Marche-La Roche niet in vraag heeft gesteld, voor zover afgezien wordt van de aanleg van de ontlastingsweg, waarvan de financiële en milieukostprijs buiten verhouding wordt geacht t.o.v. het gedeelte van het verkeer dat van de openbare weg wordt omgeleid, en voor zover de afgedankte bedrijfsruimte van het vroegere zuivelbedrijf opgenomen wordt in een woongebeid met een landelijk karakter;
Herbestemming van het vroegere zuivelbedrijf in een woongebied met landelijk karakter : Overwegende dat sommige reclamanten zich zorgen maken om de toekomstige herbestemming van het vroegere zuivelbedrijf, dat door hen beschouwd wordt als een krot in het centrum van het dorp;
Overwegende dat het
besluit van de Waalse Regering van 14 november 2007Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
14/11/2007
pub.
19/12/2007
numac
2007203547
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot aanneming van het voorontwerp van herziening van het gewestplan Marche - La Roche met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf, een woongebied met een landelijk karakter en de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux
sluiten tot aanneming van het ontwerp van herziening van het gewestplan rekening houdt met de aanbeveling van het planeffectonderzoek om de afgedankte bedrijfsruimte van het vroegere zuivelbedrijf, erkend bij
ministerieel besluit van 27 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
27/07/2005
pub.
29/07/2005
numac
2005022623
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Ministerieel besluit tot wijziging van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten
sluiten en thans op het gewestplan opgenomen in een gemengde bedrijfsruimte, in een woongebied met landelijk karakter te bestemmen opdat na verloop van tijd geen rechtsbepaling zou kunnen beletten dat een huisvestingsprogramma uitgevoerd kan worden en om te voorkomen dat een economische activiteit die niet noodzakelijk voldoet aan de voorwaarde inzake verenigbaarheid met de buurt, opgelegd bij artikel 26 van het Wetboek betreffende de activiteiten toegelaten in een woongebied, in de vroegere gebouwen van het zuivelbedrijf uitgeoefend worden;
Overwegende dat de CWEDD op 18 juli 2008 een gunstig advies heeft uitgebracht over de opneming van een woongebied met landelijk karakter in plaats van een gemengde bedrijfsruimte op de site van het vroegere zuivelbedrijf;
Overwegende dat de « Commission régionale » instemt met het voorstel van de auteur van het onderzoek wat betreft de opneming van de site van het vroegere zuivelbedrijf in een woongebied met landelijk karakter;
Overwegende dat met die verschillende adviezen ingestemd moet worden om de vroegere gebouwen als woningen her in te richten zodat het levenskader in het centrum van het dorp verbeterd zal worden en, eventueel, bij te dragen tot een onroerende meerwaarde op lange termijn, zoals de CRAT en het effectonderzoek laten opmerken;
Compensaties : Overwegende dat, wat betreft de compensatie bedoeld in artikel 46, § 1, 3°, van het Waals wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium, de Regering in haar beslissing van 16 maart 2009 de omschakeling van de gemengde bedrijfsruimte van Jupille-sur-Ourthe in een landbouwgebied heeft voorgesteld als planologische compensatie;
Overwegende dat die gemengde bedrijfsruimte, om operationeel te zijn, de aanleg van een uitgeruste weg vordert die weinig gegrond is t.o.v. haar kleine oppervlakte en haar ingesloten ligging in het midden van landbouwterreinen langs de Ourthe : moeilijke toegang vanwege het niveauverschil, overbrugging van een beek, verwijderd van de weg en gelegen aan de uitgang van een bocht, terreinen gedeeltelijk gelegen in een gebied waar gevaar voor overstroming bestaat, en aantasting van het landschappelijk en natuurlijk erfgoed daar ze gelegen is op een waardevol uitzichtspunt vanaf de beschermde site van de ermitage van Saint-Thibaut en het kasteel van Montaigu;
Overwegende dat die bedrijfsruimte bij deze stand van zaken slechts met moeite uitgevoerd kan worden tegen een prijs en zonder aantastingen van het landschappelijk en natuurlijk erfgoed die buiten verhouding staan tot het economische belang van de bezetting van een gebied met een zo kleine oppervlakte; dat die bedrijfsruimte bovendien meer dan 20 jaar geleden op het gewestplan was opgenomen met het oog op de uitvoering van een welbepaald project (pekelbedrijf) dat nooit geslaagd is;
Overwegende dat artikel 70 van het Waals wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium voorziet in een stelsel tot vergoeding van de eigenaars wegens minderwaarden inzake stedenbouw;
Overwegende dat zowel de CWEDD als de CRAT, respectievelijk op 18 juli en 9 september 2008, een gunstig advies hebben uitgebracht i.v.m. de planologische compensatie voorgesteld voor het dorp van Jupille-sur-Ourthe;
Overwegende dat de Regering, alhoewel de overwogen planologische compensatie op zich volstaat om te voldoen aan het voorschrift van artikel 46, § 1, 3°, van het Wetboek, twee alternatieve compensaties had voorgesteld, met name de aanleg van een ontlastingsweg voor de vrachtwagens van het zuivelbedrijf en de overdracht voor een symbolische euro van de gebouwen van het vroegere stenen zuivelbedrijf aan de gemeente Rendeux;
Overwegende dat zowel het voorontwerp van herziening van het gewestplan, goedgekeurd door de Regering op 16 maart 2006, als het ontwerp van herziening van het gewestplan, goedgekeurd door de Regering op 14 november 2007, als alternatieve compensatie bovendien de aanleg van een weg voor de bediening van het zuivelbedrijf voorstelden om de exploitatiesite met de nationale weg te verbinden langs het Westen, dwars door het landbouwgebied, zodat het vrachtwagenverkeer naar en van het zuivelbedrijf het dorp Chéoux zou kunnen vermijden;
Overwegende dat het effectonderzoek bepaalt dat de milieueffecten van die weg onverenigbaar zouden zijn met de beschermde natuurlijke context van het dorp Chéoux en slechts een klein deel van het verkeer van de vrachtwagens die door het dorp rijden zou betreffen; dat de financiële en milieukostprijs van die ontlastingsweg buiten verhouding wordt geacht t.o.v. het deel van het verkeer dat van de openbare weg afgeleid wordt;
Overwegende dat de CWEDD op 18 juli 2008 een gunstig advies heeft uitgebracht i.v.m. het opgeven van het project van de ontlastingsweg;
Overwegende dat de « Commission régionale d'aménagement du territoire » in haar adviezen van 29 juni 2007 en 9 september 2008 het opgeven van de ontlastingsweg gunstig gezind is;
Overwegende dat, wat betreft de overwegingen volgens welke de milieueffecten van die oplossing niet gunstig zijn en dat het verwachte voordeel inzake vrachtwagenverkeer bijna onbestaand is, het voorstel tot aanleg van een ontlastingsweg niet weerhouden dient te worden;
Overwegende dat één van de eisers aanvoert dat het gewestplan niet herzien zou kunnen worden aangezien die alternatieve compensatie niet weerhouden wordt; dat die bewering niet relevant is, enerzijds, omdat de weerhouden planologische compensatie volstaat om te voldoen aan de voorschriften van artikel 46, § 1, 3°, van het Wetboek en, anderzijds, omdat het effectonderzoek alsook de raadpleging van de adviesinstanties en het publiek over de compensatiemaatregelen juist de analyse ervan beogen om af te zien van die welke niet wenselijk zijn op het vlak van het leefmilieu en van het belang van de gemeenschap; wat wel degelijk het geval is;
Overwegende dat de Regering in haar besluit van 14 november 2008 als alternatieve compensatie ook de vestiging van een zakelijk recht ten gunste van de gemeente Rendeux voorschreef op het oude stenen gebouw van het zuivelbedrijf, waarvan de verandering van bestemming bij
ministerieel besluit van 27 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
27/07/2005
pub.
29/07/2005
numac
2005022623
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Ministerieel besluit tot wijziging van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten
sluiten is vastgesteld;
Overwegende dat de gemeenteraad van Rendeux in zijn advies van 9 april 2008 verzocht heeft om de afschaffing van die maatregel als alternatieve compensatie, in de zin van artikel 46, § 1, 3°, van het Wetboek, voor zover de « SCRL Laiterie coopérative de Chéoux » op 27 december 2007 een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning bij het gemeentebestuur heeft ingediend met het oog op de verbouwing van gebouwen, o.a. het oude gebouw van het zuivelbedrijf, in een geheel van woningen en dat de gemeente niet wenst zich in de plaats te stellen van een privé initiatief dat de sanering van de site beoogt zonder een beroep te doen op overheidsgeld; dat ze er bijgevolg voor kiest dat de « SCRL Laiterie coopérative de Chéoux » haar project uitvoert;
Overwegende bovendien dat, daar de site als afgedankte bedrijfsruimte opgenomen is, er reglementaire middelen bestaan om zich ervan te vergewissen dat de privé eigenaar het opnieuw inricht; dat de Regering dus instemt met het verzoek van de gemeente om daartoe geen beroep te doen op overheidsgeld en ervan afziet als alternatieve compensatie de vestiging van een zakelijk recht ten gunste van de gemeente Rendeux voor te schrijven op het oude stenen gebouw van het zuivelbedrijf, waarvan de verandering van bestemming bij
ministerieel besluit van 27 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
27/07/2005
pub.
29/07/2005
numac
2005022623
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Ministerieel besluit tot wijziging van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten
sluiten is vastgesteld;
Milieumonitoring : Overwegende dat de Waalse Regering, wat betreft de monitoring van de noemenswaardige milieueffecten van de tenuitvoerlegging van deze herziening van het gewestplan, bedoeld in artikel 2 van het Waals wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium, instemt met de maatregelen overwogen door de auteur van het planeffectonderzoek inzake akoestiek, waterlozing en verkeer, die aan de basis liggen van de noemenswaardige milieueffecten die door deze herziening van het gewestplan veroorzaakt zouden kunnen worden;
Overwegende bovendien dat de Regering het nodig acht om de maatregelen te nemen met het oog op de effectieve tenuitvoerlegging van het landschappelijk plan voorzien in het ontwerp van herziening van het gewestplan en bekrachtigd bij dit besluit ten einde de impact van het zuivelbedrijf op het landschap te beperken;
Overwegende dat de vergunningen die afgegeven zullen worden zullen voorzien in de na te leven uitbatingsvoorwaarden ten einde de activiteit van het zuivelbedrijf verenigbaar te maken met de omgeving en het leefmilieu; dat het aan de Directie controles van de DGO3 toekomt om na te gaan of die voorwaarden in acht genomen worden en, bijgevolg, te zorgen voor de milieumonitoring van de noemenswaardige milieueffecten van de tenuitvoerlegging van deze herziening van het gewestplan;
Overwegende dat het aan de afgevaardigd ambtenaar toekomt om na te gaan of het beplantingsplan dat hij vooraf zal hebben goedgekeurd, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit is uitgevoerd;
Overwegende, tot slot, dat de Waalse Regering, op basis van de adviezen uitgebracht door de CRAT, de CWEDD en de gemeenteraad van Rendeux en rekening houdend met de antwoorden die zowel de CRAT als dit besluit op de bezwaarschriften hebben gegeven, beslist tot de definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan Marche-La Roche na bekrachtiging van het ontwerp van herziening van 14 november 2007 dat aan een openbaar onderzoek is onderworpen, met uitzondering van de vestiging van een zakelijk recht op het oude gebouw van het zuivelbedrijf ten gunste van de gemeente Rendeux;
Overwegende dat de milieuverklaring waarin artikel 44 van het Wetboek voorziet bij dit besluit gevoegd is;
Overwegende dat artikel 4 van dit besluit wordt gerechtvaardigd door de onmogelijkheid om de ondertekende bijlage bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2009 die de milieuverklaring vormt, terug te vinden;
Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Besluit : Artikel 1.De herziening van het gewestplan Marche-La Roche (blad 55/5) met het oog op de opneming, op het grondgebied van de gemeente Rendeux, van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf in Chéoux, van een woongebied met landelijk karakter en van twee landbouwgebieden in Chéoux en Jupille-sur-Ourthe is definitief aangenomen overeenkomstig het plan en de milieuverklaring die bij dit besluit gaan. Art. 2.Het volgende bijkomend voorschrift, gemerkt *S13, is van toepassing in de gemengde bedrijfsruimte die bij dit besluit op het plan opgenomen is : « De gemengde bedrijfsruimte die *S13 gemerkt is, is bestemd voor de vestiging van een zuivelbedrijf en de bijhorende activiteiten of voor andere agro-economische activiteiten. » Art. 3.Als inrichtingsmaatregelen in de zin van artikel 23, tweede lid, 3°, van het Wetboek, zal de gemengde bedrijfsruimte die bij dit besluit op het plan opgenomen is, het voorwerp uitmaken van een landschappelijk plan dat voorziet in de exclusieve beplanting van plaatselijke en inheemse soorten en in de aanplanting van enkele omvangrijke massieven op de site ten einde te grote ruimtes uit één stuk te voorkomen en de landschappelijke perceptie van de site op grote afstand te bevorderen. Art. 4.Het besluit van 3 juni 2009 tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan Marche-La Roche (blad 55/5) met het oog op de opneming, op het grondgebied van de gemeente Rendeux, van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf in Chéoux, van een woongebied met landelijk karakter en van twee landbouwgebieden in Chéoux en Jupille-sur-Ourthe wordt ingetrokken. Art. 5.De Minister van Ruimtelijke Ordening is belast met de uitvoering van deze beslissing.
Namen, 6 mei 2010.
De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY
Milieuverklaring betreffende de definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan Marche-La Roche met het oog op de opneming van een gemengde bedrijfsruimte voor de vestiging van een zuivelbedrijf, een woongebied met een landelijk karakter en de onttrekking aan hun bestemming van twee gemengde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Rendeux (Chéoux en Jupille-sur-Ourthe) Bij een
arrest van 28 september 2005Relevante gevonden documenten
type
arrest
prom.
28/09/2005
pub.
18/10/2005
numac
2005003724
bron
commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen
Besluit van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen tot wijziging van de lijst van de in België geregistreerde bijkantoren van kredietinstellingen die onder een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap ressorteren
type
arrest
prom.
28/09/ …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.