📄 Wettekst
15 JULI 2021. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het
koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
10/05/2007
numac
2007014142
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
23/10/2008
numac
2008000851
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C + E, D, D + E en de subcategorieën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
14/07/2014
numac
2014000539
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categoriën C, C + E, D, D + E en de subcategoriën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling van wijzigings-bepalingen
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007000390
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 8 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1995 getroffen ter uitvoering van artikel 5, § 3, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
31/10/2011
numac
2011000680
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. - Duitse vertaling van uittreksels
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
22/06/2007
numac
2007000438
bron
federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen
sluiten betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
De minister belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, Gelet op artikelen 23 en 27 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, die voorzien in verschillende machtigingen inzake rijopleiding en retributies;
Gelet op artikel 1, eerste lid van de
wet van 18 februari 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/02/1969
pub.
25/04/2012
numac
2012000279
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg, voor de bepalingen van het ontwerp die onder de bevoegdheid van de gewesten inzake de toegang tot het beroep vallen;
Gelet op het
koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
10/05/2007
numac
2007014142
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
23/10/2008
numac
2008000851
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C + E, D, D + E en de subcategorieën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
14/07/2014
numac
2014000539
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categoriën C, C + E, D, D + E en de subcategoriën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling van wijzigings-bepalingen
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007000390
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 8 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1995 getroffen ter uitvoering van artikel 5, § 3, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
31/10/2011
numac
2011000680
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. - Duitse vertaling van uittreksels
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
22/06/2007
numac
2007000438
bron
federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen
sluiten betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, dat op 18 februari 2021 werd gegeven;
Gelet op het akkoord van de minister van Begroting, dat op 5/07/2021 werd gegeven;
Gezien het evaluatieverslag over de gelijke kansen, 'gelijkekansentest' genoemd, zoals vereist door artikel 2, § 1 van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot invoering van de gelijkekansentest en door artikel 1, § 1 van het besluit van 22 november 2018 tot uitvoering van deze ordonnantie, waarvan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 5 november 2020 kennis heeft genomen;
Gelet op advies nr. 68.647/4 van de Raad van State, dat op 8 februari 2021 werd uitgebracht, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973; Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, dat op 29 maart 2021 werd uitgebracht;
Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, dat op 21 mei 2001 werd uitgebracht;
Overwegende dat Richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van de bijlagen van Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs deel uitmaakt van deze materie en bijgevolg in het Brussels recht dient te worden omgezet;
Overwegende dat deze Richtlijn op 23 mei 2020 moest zijn omgezet, en dat een gelijktijdige omzetting op het grondgebied van de drie Gewesten wenselijk is;
Overwegende dat, als gevolg van de overdracht van bevoegdheden in het kader van de zesde staatshervorming, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest krachtens artikel 6, § 1, XII, 6° van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen bevoegd is voor de regelgeving inzake opleiding en examens betreffende de kennis en de bekwaamheid die nodig zijn om voertuigen van elke categorie te besturen, met inbegrip van de organisatie en de erkenningsvoorwaarden van de rijscholen en de examencentra, alsook met inbegrip van de controle van de rijvaardigheid van de bestuurders en kandidaat-bestuurders die lijden onder een vermindering van de functionele vaardigheden, met uitzondering van de federale bevoegdheid betreffende de vaststelling van de kennis en de vaardigheden die nodig zijn om voertuigen te besturen;
Overwegende dat, in toepassing van artikel 94, § 1 van de voornoemde bijzondere wet, de koninklijke besluiten die van kracht zijn op de dag van de bevoegdheidsoverdracht toepasselijk blijven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zolang ze niet door de Regering worden opgeheven of vervangen;
Overwegende dat dezelfde bepaling inhoudt dat, zolang de voornoemde koninklijke besluiten van toepassing blijven, de door deze besluiten aangewezen autoriteiten bevoegd blijven om ze ten uitvoer te leggen;
Overwegende dat het dus aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toekomt om in dat verband een eigen regelgeving aan te nemen;
Op voorstel van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, Na beraadslaging, Besluit : TITEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.In dit besluit wordt overgegaan tot de omzetting naar Brussels recht van Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad, zoals gewijzigd door Richtlijn 2004/66/EG van de Raad van 26 april 2004 tot aanpassing van de Richtlijnen 1999/45/EG, 2002/83/EG, 2003/37/EG en 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 77/388/EEG, 91/414/EEG, 96/26/EG, 2003/48/EG en 2003/49/EG, op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrijheid van dienstverlening, landbouw, vervoer en belastingen, in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, Richtlijn 2006/103/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal Richtlijnen op het gebied van het vervoersbeleid, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, Verordening (EG) nr. 1137/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 tot aanpassing aan besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft - Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing - deel een, Richtlijn 2013/22/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal Richtlijnen op het gebied van het vervoersbeleid in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië, Richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs (voor de EER relevante tekst) en Verordening (EU) 2019/1243 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die voorzien in het gebruik van de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en zet Richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs gedeeltelijk om. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° 'vakbekwaamheid': de bekwaamheid van een bestuurder om een voertuig van groep C of groep D te besturen na het volgen van een opleiding die wordt gegeven volgens de voorschriften van dit besluit;2° 'KB betreffende het rijbewijs': het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
sluiten betreffende het rijbewijs;3° 'bestuurdersattest': het attest bedoeld in Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg; 4° 'Brussel Mobiliteit': administratie van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel belast met de voorzieningen, infrastructuren en verplaatsingen;5° 'getuigschrift van vakbekwaamheid': het getuigschrift van vakbekwaamheid waarmee wordt aangetoond dat de houder ervan over de vereiste vaardigheden beschikt om de categorieën van voertuigen van groep C of groep D te besturen.Het gaat om het getuigschrift van vakbekwaamheid ten bew[00c4][00b3]ze van het behalen van een basiskwalificatie dat wordt vervangen door opeenvolgende getuigschriften van nascholing; 6° 'getuigschrift van categorie C': het vereiste getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een voertuig van groep C;7° 'getuigschrift van categorie D': het vereiste getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een voertuig van groep D;8° 'examencentrum': het centrum dat het rijbewijsexamen, het examen basiskwalificatie, het gecombineerd examen of het aanvullend examen voor het besturen van voertuigen van groepen C en D organiseert, in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk 3 van titel 3;9° 'opleidingscentrum': het erkend centrum dat de cursussen voor het examen basiskwalificatie, het gecombineerd examen of het aanvullend examen voor het besturen van voertuigen van groepen C en D organiseert en dat de nascholingscursussen aanbiedt;10° 'getuigschrift van nascholing': getuigschrift van vakbekwaamheid dat na het volgen van een nascholing wordt afgeleverd;11° 'getuigschrift van basiskwalificatie': getuigschrift afgeleverd als bewijs voor het slagen voor een examen basiskwalificatie, een gecombineerd examen of een aanvullend examen;12° 'getuigschrift van aanvullende basiskwalificatie': getuigschrift van basiskwalificatie uitgereikt aan een houder van een getuigschrift van basiskwalificatie C of D na het slagen voor een examen basiskwalificatie van de andere categorie;13° 'getuigschrift van basiskwalificatie C': getuigschrift van basiskwalificatie voor het besturen van een voertuig van categorie C;14° 'getuigschrift van basiskwalificatie D': getuigschrift van basiskwalificatie voor het besturen van een voertuig van categorie D;15° 'code 95': de geharmoniseerde code die door elke lidstaat van de Europese Unie wordt aangebracht op het rijbewijs dat of op de bestuurderskwalificatiekaart die als bewijs dient voor het behalen van een getuigschrift van vakbekwaamheid ten bew[00c4][00b3]ze van het behalen van een basiskwalificatie of van een getuigschrift van nascholing, zoals bedoeld in bijlage 7 van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
sluiten betreffende het rijbewijs dat overeenstemt met het getuigschrift van vakbekwaamheid;16° 'rijbewijsaanvraag': het document zoals bedoeld in artikel 17 van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
sluiten betreffende het rijbewijs;17° 'onderwijsinstellingen': de overeenkomstig de toepasselijke wetgeving en de geldende kwaliteitsnormen van de gemeenschappen georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen;18° 'gecombineerd examen': examen waarbij het examen om het rijbewijs en het getuigschrift van basiskwalificatie te behalen gelijktijdig worden afgelegd;19° 'nascholing': opleiding waarmee de houders van een getuigschrift van vakbekwaamheid de essentiële kennis voor hun functie kunnen bijschaven, door in het bijzonder de nadruk te leggen op verkeersveiligheid, gezondheid en veiligheid op het werk en op de vermindering van de door het besturen van voertuigen veroorzaakte milieu-impact;20° 'minister': de minister die bevoegd is voor verkeersveiligheid;21° 'Europees rijbewijs': elk rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de
wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1968
pub.
21/10/1998
numac
1998000446
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart
1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967
houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...)
sluiten betreffende de politie over het wegverkeer, afgegeven door een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;22° 'voorlopig rijbewijs': het voorlopig rijbewijs model 3, zoals bedoeld in artikelen 6 tot 9 van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
sluiten betreffende het rijbewijs, gevalideerd voor een voertuig van groep C of D;23° 'Gewest': het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;24° 'AVG': Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); 25° 'normale verblijfplaats': de plaats waar een persoon gewoonlijk verblijft, d.w.z. gedurende minstens 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsbindingen, of, in het geval van een persoon zonder beroepsbindingen, wegens persoonlijke bindingen, die wijzen op nauwe banden tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.
De normale verblijfplaats van iemand die zijn beroepsbindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een andere Staat verblijft. Het feit dat college wordt gelopen of een school wordt bezocht, houdt niet in dat de normale verblijfplaats wordt verplaatst; 26° 'diensten voor geregeld vervoer': a) diensten voor geregeld vervoer: diensten die personen met een bepaalde regelmaat en langs een bepaalde reisweg vervoeren, waarbij op vooraf vastgestelde stopplaatsen reizigers mogen worden opgepikt of mogen worden afgezet.De geregelde diensten zijn voor iedereen toegankelijk, ongeacht, in voorkomend geval, de verplichting om de reis te boeken. Aan het geregelde karakter van het vervoer wordt geen afbreuk gedaan door eventuele aanpassingen van de exploitatievoorwaarden; b) 'bijzondere vormen van geregeld vervoer': diensten, ongeacht door wie ze worden georganiseerd, voor vervoer van bepaalde categorieën van reizigers, met uitsluiting van andere reizigers, voor zover dat vervoer op de in punt a) bepaalde wijze geschiedt.De aanpassing van de organisatie van het vervoer aan de wisselende behoeften van de gebruikers doet aan het geregelde karakter van deze dienst geen afbreuk; 27° 'voertuig': elk middel voor het vervoer over de weg, bedoeld in artikel 2, punt 2.14 van het
koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
01/12/1975
pub.
14/07/2014
numac
2014000537
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (verkeersreglement); 28° 'motorvoertuig': elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor. Worden niet beschouwd als motorvoertuig, rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen; 29° 'voertuigen van groep C': de motorvoertuigen van categorieën C1, C1+E, C en C+E, bedoeld in artikel 2 van het KB betreffende het rijbewijs;30° 'voertuigen van groep C': de motorvoertuigen van categorieën D1, D1+E, D et D+E, bedoeld in artikel 2 van het KB betreffende het rijbewijs. Art. 3.Dit besluit is van toepassing op het besturen van voertuigen van groep C of groep D op het grondgebied van het Gewest, waarvoor een rijbewijs of een als gel[00c4][00b3]kwaardig erkend rijbewijs is vereist, voor: 1° onderdanen van de Europese Unie;2° onderdanen van een derde land, die in dienst zijn van of werken voor een onderneming die in een van de lidstaten van de Europese Unie is gevestigd. Art. 4.§ 1. Dit besluit is niet van toepassing op bestuurders van voertuigen: 1° waarvan de toegestane maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt;2° die in gebruik bij of onder controle staan van de strijdkrachten, de burgerbescherming, de brandweer en diensten verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en diensten van dringend ziekenvervoer of die onder hun gezag zijn geplaatst, wanneer het vervoer wordt verricht met het oog op de uitvoering van de aan deze diensten toegewezen taken;3° die op de weg worden getest in verband met technische verbeteringen, reparatie, onderhoud, en nieuwe of omgebouwde voertuigen die nog niet in het verkeer zijn gebracht;4° waarvoor een rijbewijs van categorie D of D1 is vereist, die worden bestuurd, zonder passagiers, door een onderhoudsmedewerker naar of van een onderhoudscentrum in de buurt van de dichtstbij gelegen onderhoudsbasis waarvan de vervoerder gebruikmaakt, op voorwaarde dat het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is;5° die worden gebruikt in noodsituaties of voor reddingsoperaties, met inbegrip van voertuigen die worden gebruikt bij niet-commerciële vervoersoperaties met betrekking tot humanitaire hulp;6° die worden gebruikt voor het niet-commercieel vervoer van reizigers of goederen;7° die materieel, uitrusting of machines vervoeren die bestemd zijn om door de bestuurders te worden gebruikt in de uitoefening van hun functies, op voorwaarde dat het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit van de bestuurders is;8° die worden gebruikt, of zonder bestuurder worden gehuurd, door landbouw-, tuinbouw-, bosbouw-, veeteelt- of visserijbedrijven voor het vervoer van goederen in het kader van hun specifieke beroepsactiviteit, tenzij het rijden behoort tot de hoofdactiviteit van de bestuurder of tenzij het voertuig wordt bestuurd over een afstand van meer dan 5 km vanaf de vestigingsplaats van de onderneming die eigenaar is van het voertuig, het huurt of koopt via leasing. § 2. Indien het besturen van het voertuig minder dan 30% van de maandelijkse werktijd in beslag neemt, wordt het niet beschouwd als de hoofdactiviteit van de bestuurder, in de zin van punten 4°, 7° en 8° van § 1. De bestuurders die het percentage van 30% van de maandelijkse werktijd overschrijden, moeten aantonen waarom het besturen van hun voertuig niet als hun hoofdactiviteit kan worden beschouwd. Art. 5.Dit besluit is niet van toepassing wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan: 1° er wordt met de voertuigen gereden in landbouwgebieden met het oog op de bevoorrading van de eigen onderneming van de bestuurder;2° de bestuurder biedt geen vervoerdiensten aan;3° en het vervoer is occasioneel en heeft geen gevolgen voor de verkeersveiligheid.De minister bepaalt wat moet worden verstaan onder occasioneel vervoer zonder gevolgen voor de verkeersveiligheid.
TITEL 2. - VAKBEKWAAMHEID HOOFDSTUK 1. - Het getuigschrift van vakbekwaamheid Afdeling 1. - Principes
Art. 6.§ 1. De bestuurders bedoeld in artikel 3 moeten, onder voorbehoud van de in artikel 4 en de volgende paragrafen van dit artikel vermelde vrijstellingen, over een geldig door een van de lidstaten van de Europese Unie afgeleverd getuigschrift van categorie C of van categorie D beschikken. § 2. Worden vrijgesteld van de verplichting om over een getuigschrift van vakbekwaamheid te beschikken: 1° de bestuurders die in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit het praktische examen afleggen of met het oog daarop een scholing volgen;2° de bestuurders van een voertuig dat bestemd is voor het rijonderricht met bijstand van een instructeur;3° de bestuurders bedoeld in artikel 4, 4° en 8° van het KB betreffende het rijbewijs;4° de kandidaten bedoeld in artikel 4, 5°, 6°, 7°, 9° en 15° van het KB betreffende het rijbewijs. § 3. Wordt vrijgesteld van de verplichting om over een getuigschrift van vakbekwaamheid te beschikken, de bestuurder die in het bezit is van een geldig document, zoals bedoeld in artikel 9, § 1, afgeleverd door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland, met vermelding van code 95.De vermelding van code 95 op het document, bedoeld in artikel 9, § 1 is niet verplicht wanneer het document vóór 23 mei 2020 is afgeleverd. Art. 7.§ 1. Het besturen van een voertuig dat onder het toepassingsgebied van dit artikel valt, is onderworpen aan een verplichting om een basiskwalificatie te verkr[00c4][00b3]gen en een nascholing te volgen.
De examens die worden afgelegd voor een basiskwalificatie, geven aanleiding tot een getuigschrift van vakbekwaamheid ten bewijze van het behalen van de basiskwalificatie. De gevolgde opleiding voor de nascholing geeft aanleiding tot een getuigschrift van nascholing. § 2. Het getuigschrift van vakbekwaamheid dat als bewijs dient voor het behalen van de basiskwalificatie bestaat uit: 1° een getuigschrift van basiskwalificatie dat werd behaald na het afleggen van een examen basiskwalificatie, zoals voorzien in hoofdstuk 2 van titel 4;2° een getuigschrift van basiskwalificatie dat werd behaald na het afleggen van een gecombineerd examen, zoals voorzien in hoofdstuk 3 van titel 4;3° een getuigschrift van aanvullende basiskwalificatie dat werd behaald na het afleggen van een aanvullend examen, zoals voorzien in hoofdstuk 4 van titel 4. § 3. Het getuigschrift van vakbekwaamheid ten bewijze van het behalen van een basiskwalificatie dat wordt verkregen door een onderdaan van de Europese Unie in een lidstaat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, is geldig op het grondgebied van het Gewest.
Het getuigschrift van vakbekwaamheid ten bewijze van het behalen van een basiskwalificatie dat wordt verkregen door een onderdaan van een derde land van de Europese Unie die in dienst is of werkt voor een in een lidstaat gevestigde onderneming of in de lidstaat die hem een werkvergunning heeft afgegeven, is geldig op het grondgebied van het Gewest. § 4. Het getuigschrift van vakbekwaamheid ten bewijze van het behalen van een basiskwalificatie heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, te rekenen vanaf het moment van de afgifte van het getuigschrift. § 5. De minister levert een getuigschrift van nascholing met een geldigheidsduur van vijf jaar af, ter vervanging van het getuigschrift van basiskwalificatie op basis van het afronden van een nascholing in overeenstemming met titel 5 van dit besluit. § 6. Indien een bestuurder een getuigschrift van aanvullende basiskwalificatie behaalt, wordt de geldigheidsduur van zijn getuigschrift van vakbekwaamheid ten bewijze van het behalen van een basiskwalificatie verlengd tot de vervaldag van zijn getuigschrift van basiskwalificatie dat in het kader van het aanvullend examen werd behaald, met een duur van 5 jaar.
Het model van het formulier voor de aanvraag van de verlenging wordt door Brussel Mobiliteit vastgesteld. Art. 8.§ 1. De minimumleeftijd voor het behalen van een getuigschrift van categorie C is 18 jaar. § 2. De minimumleeftijd voor het behalen van een getuigschrift van categorie D is 21 jaar voor: 1° het regelmatig vervoer van reizigers met een voertuig waarvan het traject ten hoogste 50 km bedraagt en waarvoor een rijbewijs D of D+E is vereist;2° de bestuurders die al in het bezit zijn van een getuigschrift van nascholing voor het besturen van een voertuig waarvoor een rijbewijs D1 of D1+E is vereist. In afwijking van het eerste lid wordt deze leeftijd vastgelegd op: 1° 23 jaar voor de kandidaat-bestuurder van een voertuig dat is bestemd voor het vervoer van reizigers van de rijbewijscategorieën D en D+E, op voorwaarde dat hij houder is van een getuigschrift van vakbekwaamheid;2° 18 jaar voor het behalen van een getuigschrift van categorie D dat enkel geldig is voor het besturen van een voertuig zonder passagiers en op het Belgisch grondgebied in het kader van de gevallen bedoeld in punten 1° en 2° van het tweede lid;3° 20 jaar voor het behalen van een getuigschrift van categorie D dat enkel geldig is op het grondgebied van België voor het vervoeren van reizigers. Afdeling 2. - Afgifte van het getuigschrift van vakbekwaamheid
Art. 9.§ 1. Code 95, evenals de vervaldatum van het getuigschrift van vakbekwaamheid, wordt op vertoon van een getuigschrift van basiskwalificatie C of van een getuigschrift van basiskwalificatie D, zoals bedoeld in artikel 7, § 1, door de minister aangebracht op: 1° het bestuurdersattest voor personen die goederen vervoeren en geen houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs;2° de bestuurderskwalificatiekaart, zoals bedoeld in artikel 46. § 2. In het geval van getuigschriften van nascholing staat code 95 op het bestuurdersattest en op de bestuurderskwalificatiekaart, zoals bedoeld in artikel 46. § 3. De vermelding van code 95 op een van de documenten, bedoeld in § 1 of § 2 is niet verplicht wanneer het document vóór 23 mei 2020 werd afgeleverd. HOOFDSTUK 2. - De bestuurderskwalificatiekaart Art. 10.§ 1. De bestuurders die een getuigschrift van basiskwalificatie in België hebben verworven en niet aan de voorwaarden voldoen om een Belgisch rijbewijs te verkrijgen, zoals bedoeld in artikel 3, § 1 van het KB betreffende het rijbewijs, kunnen een bestuurderskwalificatiekaart verkrijgen, waarvan het model als bijlage bij dit besluit is gevoegd, als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen: 1° ze zijn in dienst van of werken voor een onderneming die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is gevestigd;2° ze zijn houder van een door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest afgeleverde werkvergunning. § 2. Het buitenlands rijbewijs voor de desbetreffende voertuigcategorie waarvan deze bestuurders houder zijn, moet nog geldig zijn. § 3. Deze bestuurders vragen via elektronische weg de bestuurderskwalificatiekaart bij Brussel Mobiliteit aan. Het model van het aanvraagformulier wordt door de minister opgesteld.
TITEL 3. - DE OPLEIDINGSCENTRA EN DE EXAMENCENTRA HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 11.Elke kandidaat legt de examens af en volgt de nascholing in het examen- of opleidingscentrum van zijn keuze. HOOFDSTUK 2. - De opleidingscentra Art. 12.§ 1. De minister erkent de opleidingscentra of levert de verlenging van de erkenning af binnen drie maanden na de datum waarop de aanvrager in kennis is gesteld van de volledigheid van zijn aanvraag. § 2. De aanvraag tot erkenning of tot verlenging van de erkenning wordt schriftelijk bij Brussel Mobiliteit ingediend. § 3. De minister kan een gedeeltelijke erkenning toekennen aan de opleidingscentra die het aspect van de nascholing beperkt tot het vervoer van goederen of reizigers. § 4. De erkenning wordt toegekend voor een periode van vijf jaar. Deze erkenning kan worden verlengd voor een periode van vijf jaar na de indiening van een nieuwe erkenningsaanvraag van het opleidingscentrum. § 5. De aanvraag tot verlenging van de erkenning moet ten laatste zes maanden vóór de vervaldatum van de geldigheidsduur van de erkenning worden ingediend. § 6. De minister kent aan elk erkend opleidingscentrum een erkenningsnummer toe. § 7. De toekenning van de erkenning en van de verlenging van de erkenning worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Art. 13.De aanvraag tot erkenning of tot verlenging van de erkenning moet van de volgende informatie worden vergezeld: 1° de maatregelen die het opleidingscentrum heeft genomen op het ogenblik van de aanvraag of de maatregelen die het nog zal nemen om binnen de drie jaar te bewijzen dat het een certificaat Q*for, ISO, CEDEO, EFQM of een ander certificaat of andere erkenning heeft verkregen zoals toegelaten door de minister.Deze vereiste geldt niet voor de onderwijsinstellingen; 2° de lijst van de instructeurs die belast zijn met de nascholing met hun kwalificatie en hun activiteitendomein, alsook de identiteit van de directeur;3° de informatie over de lokalen waar de lessen plaatsvinden en over het lesmateriaal.Deze informatie omvat ook, met betrekking tot de opleiding 'rationeel rijden', de informatie over de middelen die beschikbaar worden gesteld voor het praktische werk en het gebruikte wagenpark; 4° de voorwaarden voor deelname aan de lessen, met inbegrip van het vereiste aantal deelnemers;5° de gegevens waaruit blijkt dat aan elk van de in artikel 15 bedoelde voorwaarden is voldaan. Art. 14.§ 1. Om erkend te worden, moet het opleidingscentrum aan de onderstaande voorwaarden voldoen: 1° het moet beschikken over minstens één computer die is uitgerust met een internetverbinding voor de elektronische communicatie van de gegevens betreffende de georganiseerde nascholing en de deelnemers aan de lessen via een webservice van Brussel Mobiliteit;2° het verkrijgt, binnen een termijn van drie jaar vanaf de erkenning, een certificaat Q*for, ISO of CEDEO, een erkenning EFQM of andere certificaten of erkenningen die bij ministerieel besluit zijn bepaald;3° de lesgevers van het opleidingscentrum beschikken over voldoende beroepservaring in de onderwezen vakken, zijn op de hoogte van en houden rekening met de recentste ontwikkelingen op het gebied van beroepsopleidingsvereisten en hebben een opleiding didactiek en pedagogie gevolgd;4° de lesgevers van het praktijkgedeelte van de opleiding beschikken sinds minstens zeven jaar over een rijbewijs voor de betrokken categorie;de lesgevers moeten aantonen dat ze ervaring hebben als professioneel bestuurder of een analoge rij-ervaring, zoals die van opleiders in het besturen van zware voertuigen; 5° het moet een directeur hebben die het opleidingscentrum vertegenwoordigt bij de overheid en die verantwoordelijk is voor de organisatie van de opleidingen en de pedagogische en administratieve taken;6° het organiseert de nascholing binnen twee maanden na de inschrijvingen, ongeacht het aantal inschrijvingen;7° wat de nascholing betreft, biedt het een modulair opleidingsprogramma aan, in overeenstemming met de documenten die bij de aanvraag zijn gevoegd en met de bepalingen van dit besluit, waarin de onderwerpen van bijlage 1 van het
koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
10/05/2007
numac
2007014142
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
23/10/2008
numac
2008000851
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C + E, D, D + E en de subcategorieën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
14/07/2014
numac
2014000539
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categoriën C, C + E, D, D + E en de subcategoriën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling van wijzigings-bepalingen
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007000390
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 8 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1995 getroffen ter uitvoering van artikel 5, § 3, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
31/10/2011
numac
2011000680
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. - Duitse vertaling van uittreksels
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
22/06/2007
numac
2007000438
bron
federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen
sluiten betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E worden behandeld en die relevant zijn voor de erkenning of voor de gedeeltelijke gevraagde erkenning.Het programma moet eerst door Brussel Mobiliteit worden goedgekeurd. Bij gebrek aan een beslissing over de goedkeuring van het opleidingsprogramma binnen zestig dagen na ontvangst ervan, wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend.
Indien het gaat om een gedeeltelijke erkenning die wordt verleend in toepassing van artikel 12, § 3, blijkt uit het opleidingsprogramma dat wel degelijk een opleiding werd gegeven over de onderwerpen van bijlage 1 van dit besluit betreffende het vervoer van goederen of het vervoer van reizigers; 8° het moet, volgens de door de minister vastgelegde modaliteiten, elke programmawijziging voor goedkeuring overleggen aan Brussel Mobiliteit, dat de wijzigingen goedkeurt of afwijst binnen een termijn van zestig dagen;9° het neemt deel aan de vergaderingen die door de minister worden georganiseerd.Deze deelname is mogelijk in de vorm van de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van een groep waarbij de opleidingscentra zijn aangesloten; 10° het volgt alle instructies van de minister op en levert aan de minister alle informatie over de uitoefening van zijn opdracht;11° het stelt een jaarlijks activiteitenverslag op, waarvan de inhoud door de minister wordt bepaald, en stuurt dit uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar naar Brussel Mobiliteit. § 2. De minister kan preciezere voorwaarden vaststellen waaraan de aanvraag tot erkenning of de aanvraag tot verlenging van de erkenning moet voldoen. HOOFDSTUK 3. - De examencentra Art. 15.De volgende examencentra mogen de examens bedoeld in titel 4 organiseren: 1° de centra bedoeld in artikel 25, § 1, eerste zin van het KB betreffende het rijbewijs;1° de instellingen bedoeld in artikel 4, 4° en 8° van het KB betreffende het rijbewijs indien het gaat om kandidaten die er de opleiding hebben gevolgd;2° de instellingen bedoeld in artikel 4, 5°, van het KB betreffende het rijbewijs indien het gaat om kandidaten die een opleiding hebben gevolgd in de instellingen bedoeld in artikel 4, 7° en 15° van hetzelfde besluit. Art. 16.§ 1. De examencentra voldoen aan de onderstaande voorwaarden: 1° het moet beschikken over een gepaste infrastructuur, meer bepaald over lokalen en terreinen buiten het verkeer, en over de nodige uitrusting voor het afnemen van de theoretische en praktische examens, evenals over pedagogisch materiaal, zoals bedoeld in bijlage II van het
koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
10/05/2007
numac
2007014142
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
23/10/2008
numac
2008000851
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C + E, D, D + E en de subcategorieën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
14/07/2014
numac
2014000539
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categoriën C, C + E, D, D + E en de subcategoriën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling van wijzigings-bepalingen
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007000390
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 8 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1995 getroffen ter uitvoering van artikel 5, § 3, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
31/10/2011
numac
2011000680
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. - Duitse vertaling van uittreksels
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
22/06/2007
numac
2007000438
bron
federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen
sluiten betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, zoals gewijzigd;2° het maakt uitsluitend gebruik van de examenvragen en de computertoepassing die Brussel Mobiliteit ter beschikking stelt, op de door de minister bepaalde wijze;3° het verkrijgt, binnen een termijn van drie jaar vanaf de erkenning, een certificaat Q*for, ISO of CEDEO, een erkenning EFQM of andere certificaten of erkenningen die bij ministerieel besluit zijn bepaald;4° het organiseert alle examens die onder deze titel worden bedoeld;5° het organiseert het examen binnen twee maanden na de inschrijvingen, ongeacht het aantal inschrijvingen;6° het laat de examens afnemen door erkende examinatoren, met uitzondering van de examens op computer;7° het neemt deel aan de vergaderingen die door de minister worden georganiseerd.Deze deelname is mogelijk in de vorm van de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van een groep waarbij de examencentra zijn aangesloten; 8° het volgt alle instructies van de minister op, met inbegrip van de instructies die in de vorm van een examenvademecum worden gegeven en levert aan de minister alle informatie over de uitoefening van zijn opdracht;9° het stelt een jaarlijks activiteitenverslag op, waarvan de inhoud door de minister wordt bepaald, en stuurt dit uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar naar Brussel Mobiliteit. § 2. Op eenvoudig verzoek van de ambtenaren die belast zijn met de controle met het oog op artikel 49, dient het examencentrum de plaats, de datum en het tijdstip van de geplande examens te verstrekken. Art. 17.§ 1. De examinatoren die belast zijn met de vermelde examens, worden aangeworven en betaald door de in dit hoofdstuk bedoelde examencentra. Ze worden erkend door de minister en voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 26, § 2 en § 3 van het KB betreffende het rijbewijs. § 2. Indien de bepalingen van dit besluit niet worden nageleefd, kan de minister, na de betrokkene en desgevallend de directeur van het examencentrum te hebben gehoord, de erkenning van de examinator opschorten of intrekken voor een termijn van acht dagen tot een jaar. Art. 18.Het examencentrum stuurt de gegevens in verband met de resultaten van de examens, via een elektronische beveiligde weg, door naar Brussel Mobiliteit, in overeenstemming met de door de minister vastgelegde modaliteiten.
TITEL 4. - EXAMENS HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 19.§ 1. De kandidaat voor een examen moet voldoen aan zowel de voorwaarden van het KB betreffende het rijbewijs als de voorwaarden van dit besluit, naargelang het type van examen dat hij wenst af te leggen. § 2. De inschrijving voor een examen vindt plaats volgens de regels en op de wijze die door de minister is goedgekeurd. § 3. De beoordeling en de correctie van een theoretisch of praktisch examen gebeuren volgens de door een ministerieel besluit vastgelegde criteria. Art. 20.De in deze titel bedoelde examens zijn: 1° het examen basiskwalificatie, bedoeld in hoofdstuk 2;2° het aanvullend examen basiskwalificatie, bedoeld in hoofdstuk 4;3° het gecombineerde examen, bedoeld in hoofdstuk 3. Art. 21.Elke kandidaat voor het examen basiskwalificatie, het gecombineerde examen of het in dit hoofdstuk bedoelde aanvullend examen basiskwalificatie moet aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° de kandidaat moet een rijbewijs voorleggen dat geldig is voor: - categorie B indien het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs van categorie C1, C, D1 of D;deze bepaling is niet van toepassing op de kandidaat bedoeld in artikel 4, 7° van het KB betreffende het rijbewijs; - het besturen van de overeenstemmende trekker indien het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor categorieën C1+E, C+E, D1+E of D+E; deze bepaling is niet van toepassing op de kandidaat bedoeld in artikel 4, 7° en 15° van het KB betreffende het rijbewijs.
Het rijbewijs mag evenwel worden vervangen door een attest dat is afgeleverd door de griffier van de rechtbank waar het rijbewijs wordt bewaard, in toepassing van artikel 69 van het KB betreffende het rijbewijs; 2° de kandidaat mag niet ontzet zijn uit het recht om een motorvoertuig van groep 2 te besturen en dient te zijn geslaagd voor de eventueel krachtens artikel 38 van de
wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1968
pub.
21/10/1998
numac
1998000446
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart
1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967
houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...)
sluiten betreffende de politie over het wegverkeer opgelegde examens;3° de kandidaat moet voldoen aan de bepalingen van artikel 42 van het KB betreffende het rijbewijs. Art. 22.De volgende bepalingen zijn van toepassing voor de examens bedoeld in artikel 21: 1° de kandidaat die noch het Nederlands, noch het Frans machtig is, mag het theoretische examen afleggen bijgestaan door een tolk die onder de beëdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum en door de kandidaat wordt vergoed; 2° de kandidaten met een gehoorstoornis, i.e. dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich zowel tijdens het theoretische examen als het praktische examen laten bijstaan door een door het examencentrum aangewezen beëdigde gebarentolk. De tolk wordt door de kandidaat vergoed. De tolk mag niet in een erkende rijschool zijn tewerkgesteld en mag evenmin professionele rijopleidingen geven op welke wijze ook; 3° de kandidaten van wie het mentale of intellectuele vermogen of de graad van alfabetisme ontoereikend is, kunnen, op hun verzoek, de theoretische examens afleggen in een speciale zitting waarvan de modaliteiten door de minister zijn goedgekeurd. Deze examens mogen zodanig worden georganiseerd dat meerdere kandidaten die eenzelfde taal of idioom spreken dan wel verstaan, kunnen worden samengebracht.
De betrokkene levert het bewijs dat hij zich in een van deze gevallen bevindt door het overleggen van een getuigschrift of een attest van een psychisch-medisch-sociaal centrum, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een instituut voor buitengewoon onderwijs, een centrum voor observatie of begeleiding of een centrum voor beroepsoriëntering; 4° de kandidaten die minstens vijfmaal niet slaagden voor een van de hierna genoemde theoretische examens kunnen eveneens, op hun verzoek, dit examen in een speciale zitting afleggen. Het examen mag niet meer dan twee maanden na de inschrijving plaatsvinden. De minister mag van deze bepaling afwijken voor de examencentra die hem een werkverdeling per taalrol voorstellen die hij goedkeurt. Art. 23.Elk praktisch examen moet aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° onverminderd artikel 39 wordt het examen afgelegd met een voertuig van de categorie waarvoor het rijbewijs of het getuigschrift van vakbekwaamheid wordt aangevraagd;2° tijdens de proef op de openbare weg moet de examinator plaatsnemen in het voertuig. Als de bestuurder nog geen houder is van een rijbewijs, moet naast de examinator ook de instructeur van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen.
Indien het voertuig voor het vervoer van niet meer dan twee personen is bestemd, met inbegrip van de bestuurder, rijdt enkel de examinator mee in het voertuig.
Behalve de personen bedoeld in dit artikel en de tolk bedoeld in artikel 22, eerste lid, 1° en 2°, mogen enkel de door de minister aangewezen personen in het voertuig plaatsnemen; 3° de examinator stopt het examen wanneer de kandidaat niet in staat is om te rijden of op een gevaarlijke manier rijdt of in geval van tussenkomst van de instructeur of begeleider;4° de examinator vermeldt op de beoordelingsdocumenten voor elk van de bovengenoemde examens de beoordeling die hij toekent en de beslissing of de kandidaat is geslaagd of later moet terugkomen. HOOFDSTUK 2. - Het examen basiskwalificatie Art. 24.Naast het behalen van een rijbewijs houdt het besturen van de voertuigen van groepen C en D ook in dat men voor een theoretisch examen en een praktisch examen basiskwalificatie moet slagen. Afdeling 1. - Theoretisch examen basiskwalificatie
Art. 25.Het theoretische examen basiskwalificatie voor het besturen van een voertuig van groepen C en D omvat de stof, zoals bedoeld in artikel 29 van het
koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
10/05/2007
numac
2007014142
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
23/10/2008
numac
2008000851
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C + E, D, D + E en de subcategorieën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
14/07/2014
numac
2014000539
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categoriën C, C + E, D, D + E en de subcategoriën C1, C1 + E, D1, D1 + E. - Duitse vertaling van wijzigings-bepalingen
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007000390
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 8 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1995 getroffen ter uitvoering van artikel 5, § 3, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
31/10/2011
numac
2011000680
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. - Duitse vertaling van uittreksels
type
koninklijk besluit
prom.
04/05/2007
pub.
22/06/2007
numac
2007000438
bron
federale overheidsdienst justitie …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.