📄 Wettekst
11 AUGUSTUS 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 11 augustus 2017.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het garagebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2016 Wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 17 januari 2017 onder het nummer 137218/CO/112) Uitvoering van artikel 33, § 2 van de statuten van het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf", ge-coördineerd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015. HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. § 2. Worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze overeenkomst, de buiten België gevestigde werkgevers waarvan de werknemers in België gedetacheerd worden in de zin van de bepalingen van titel II van de verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad. § 3. Onder "arbeiders" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders. HOOFDSTUK II. - Voorwerp Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel om vanaf 1 januari 2017 de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en haar bijlagen, geregistreerd onder het nummer 130668/CO/112, aan te passen aan enerzijds de wettelijke wijzigingen die werden ingevoerd door de
wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
27/06/2019
numac
2019012284
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr 167 betreffende de veiligheid en de gezondheid in de bouwnijverheid, aangenomen te Genève op 20 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
27/06/2019
numac
2019013129
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 175 betreffende de deeltijdse arbeid, aangenomen te Genève op 24 juni 1994 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar eenentachtigste zitting (2)(3)
sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen (hierna "de
wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
27/06/2019
numac
2019012284
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr 167 betreffende de veiligheid en de gezondheid in de bouwnijverheid, aangenomen te Genève op 20 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
27/06/2019
numac
2019013129
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 175 betreffende de deeltijdse arbeid, aangenomen te Genève op 24 juni 1994 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar eenentachtigste zitting (2)(3)
sluiten") en aan de reglementaire wijzigingen anderzijds. § 2. De begrippen die in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals bepaald in de
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, ed. 2, p. 26.407, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003), zoals aangepast door de
wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
27/06/2019
numac
2019012284
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr 167 betreffende de veiligheid en de gezondheid in de bouwnijverheid, aangenomen te Genève op 20 juni 1988 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting (2)
type
wet
prom.
18/12/2015
pub.
27/06/2019
numac
2019013129
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 175 betreffende de deeltijdse arbeid, aangenomen te Genève op 24 juni 1994 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar eenentachtigste zitting (2)(3)
sluiten en haar uitvoeringsbesluiten.
Deze wet zal in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst "W.A.P." worden genoemd. HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de inrichter Art. 3.§ 1. Overeenkomstig artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P., werd het fonds voor bestaanszekerheid via de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002 (63461/CO/112), algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 november 2004 (Belgisch Staatsblad van 24 januari 2005), door de representatieve organisaties van het voormelde paritair comité aangeduid als inrichter van onderhavig sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Deze aanduiding blijft uiteraard gelden in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2016 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsvoorwaarden Art. 4.§ 1. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2002 met de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van arbeidsovereenkomst), worden ambtshalve aangesloten bij onderhavig sociaal sectoraal pensioenplan. In de praktijk gaat het om de werklieden aangegeven onder de werknemerskengetallen 015, 024 en 027. § 2. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2008 verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van arbeidsovereenkomst) met de werkgever die overeenkomstig artikel 6 van het nationaal akkoord van 2001-2002 van 3 mei 2001, geregistreerd op 4 juli 2001 onder het nummer 57783/CO/112, gesloten in het paritair comité, er voor geopteerd had om de uitvoering van het pensioenstelsels zelf te organiseren en die hiertoe de toestemming hadden verkregen vanuit het desbetreffende paritair comité, worden ten vroegste vanaf 1 januari 2008 ambtshalve aangesloten bij onderhavig sociaal sectoraal pensioenplan. § 3. Worden echter niet aangesloten bij onderhavig pensioenplan : - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst van studentenarbeid; - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst voor uitzendarbeid, zoals geregeld door hoofdstuk II van de
wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/07/1987
pub.
13/02/2007
numac
2007000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van de werknemers ten behoeve van gebruikers; - de leerlingen; - de personen tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een speciaal met steun van de overheid gevoerd opleidings-, arbeidsinspannings- en omscholingsprogramma; - de personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vanaf 1 januari 2016, maar vervolgens als gepensioneerde verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met hun werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst. HOOFDSTUK V. - Voordeel Art. 5.§ 1. In het voordeel van de in artikel 4 bedoelde personen zullen er maandelijks door de inrichter één of meerdere bijdragen gestort worden ter financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel ter aanvulling van de wettelijke pensioenregeling. § 2. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel bedraagt sinds 1 januari 2016 1,80 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 3. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel wordt verminderd met 4,5 pct. beheerskosten, aangerekend door de inrichter, wat resulteert in een totale jaarlijkse netto bijdrage per aangeslotene van 1,72 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 4. Deze netto bijdrage wordt als volgt verdeeld : 1,64 pct. wordt aangewend ter financiering van individuele pensioenrechten in hoofde van de bij het sociaal sectoraal stelsel aangeslotenen en de overige 0,08 pct. wordt gebruikt ter financiering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in titel 2, hoofdstuk 9 van de W.A.P. HOOFDSTUK VI. - Pensioentoezegging : beheer en pensioeninstelling Art. 6.§ 1. Het financiële, boekhoudkundig, actuarieel en administratief beheer van de pensioentoezegging werd door de inrichter toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen n.v., afgekort "Belins n.v.", erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5 (hierna genoemd "de pensioeninstelling"), met Sepia als merk- en handelsnaam.
De pensioeninstelling opteert ervoor om 50 pct. van haar risico te herverzekeren via K.B.C. Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 14, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2. Gezien binnen de juridische structuur van de pensioeninstelling het mogelijk is dat de inrichter er voor opteert om één of meerdere deelaspecten van het beheer uit te besteden aan derden, worden de werkzaamheden in het kader van het administratief beheer deels toevertrouwd aan de v.z.w.
SEFOCAM. § 2. De beheersregels van de pensioentoezegging zijn vastgelegd in een pensioenreglement dat wordt opgenomen als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt. Het pensioenreglement zal door de pensioeninstelling aan de aangeslotenen ter beschikking worden gesteld op hun eenvoudig verzoek. § 3. Er werd binnen de pensioeninstelling (in overeenstemming met artikel 41, § 2 van de W.A.P.) een toezichtscomité opgericht dat voor de helft is samengesteld uit werknemersvertegenwoordigers (die het personeel vertegenwoordigen aan wie de onderhavige pensioentoezegging wordt gedaan) en voor de andere helft uit werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst. Dit toezichtscomité ziet toe op de goede uitvoering van het beheer van de pensioentoezegging door de pensioeninstelling en wordt door voormelde jaarlijks in het bezit gesteld van een zogenaamd "transparantieverslag" alvorens de pensioeninstelling dit ter beschikking stelt van de inrichter van het pensioenstelsel, evenals de verklaring inzake de beleggingsbeginselen (ook genoemd "Statement of Investment Principles"). § 4. Onder de naam "transparantieverslag" stelt de pensioeninstelling of, in voorkomend geval, de derde aan wie een deelaspect van het beheer werd uitbesteed, jaarlijks een verslag op over het door haar gevoerde (deelaspect van het) beheer van de pensioentoezegging. Na raadpleging van het toezichtscomité stelt de pensioeninstelling het transparantieverslag ter beschikking van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de W.A.P. § 5. De Raad voor aanvullende pensioenen kan de uitvoering van het pensioenstelsel onderzoeken op voorwaarde dat 10 pct. van de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst of van de aangeslotenen zulks vraagt. Indien het rendement ondermaats zou zijn, kan de raad aanbevelen van pensioeninstelling te veranderen of het beheer geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan andere beheerders. HOOFDSTUK VII. - Uitbetaling van de voordelen Art. 7.De procedure, de modaliteiten en de vorm van de uitbetaling van de voordelen worden beschreven in artikel 7 tot en met artikel 14 van het bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen Art. 8.§ 1. Vanaf 1 januari 2004 wordt een gedeelte van de in artikel 5 van deze overeenkomst bepaalde bijdrage (in overeenstemming met artikel 43 van de W.A.P.) aangewend ter financiering van de solidariteitstoezegging die deel uitmaakt van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Het deel van de globale netto bijdrage dat hiertoe wordt aangewend, is vastgesteld op 0,08 pct. § 2. Deze bijdrage wordt aangewend ter financiering van de solidariteitsprestaties, waaronder in het bijzonder de financiering van de opbouw van de pensioentoezegging gedurende bepaalde periodes van inactiviteit en de vergoeding van inkomstenverlies in bepaalde gevallen. De exacte inhoud van deze solidariteitstoezegging alsook de financieringswijze ervan, werd uitgewerkt in een solidariteitsreglement (zie hierna in artikel 9). § 3. Het beheer van de solidariteitstoezegging wordt door de inrichter toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen n.v., afgekort "Belins n.v.", erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5 (hierna genoemd "de solidariteitsinstelling"). De solidariteitsinstelling opteert ervoor om 50 pct. van haar risico te herverzekeren via K.B.C. Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 14, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2.
Gezien binnen de juridische structuur van de solidariteitsinstelling het mogelijk is dat de inrichter er voor opteert om enig deelaspect van het beheer uit te besteden aan derden, worden de werkzaamheden in het kader van het administratief beheer deels toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. § 4. Ook op het gebied van de solidariteitstoezegging zal de solidariteitsinstelling een "transparantieverslag" opstellen betreffende het door haar gevoerde beheer van de solidariteitstoezegging. Na raadpleging van het toezichtscomité zal de solidariteitsinstelling dit transparantieverslag ter beschikking stellen van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de W.A.P. HOOFDSTUK IX. - Solidariteitsreglement Art. 9.§ 1. Het solidariteitsreglement expliciteert de modaliteiten van de solidariteitstoezegging en werd als bijlage opgenomen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt. § 2. Het solidariteitsreglement zal door de solidariteitsinstelling op hun eenvoudig verzoek ter beschikking worden gesteld aan de bij onderhavig pensioenstelsel aangesloten werknemers. HOOFDSTUK X. - Procedure ingeval van uittreding van een arbeider Art. 10.De procedure van uittreding uit het sectoraal pensioenstelsel wordt geregeld door artikel 18 van het hierna bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK XI. - Inningsmodaliteiten Art. 11.§ 1. Teneinde de bijdrage zoals voorzien in artikel 5, § 2 van deze overeenkomst in te vorderen, zal door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, overeenkomstig artikel 7 van de
wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/01/1958
pub.
31/03/2011
numac
2011000170
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid een voorlopige bijdrage worden geïnd. Deze voorlopige bijdrage zal na de terbeschikkingstelling ervan aan de inrichter door laatstgenoemde worden doorgestort aan de pensioen- en de solidariteitsinstelling. § 2. Van zodra de pensioeninstelling over definitieve loongegevens beschikt, zal de voorlopige bijdrage worden vergeleken met de effectief verschuldigde bijdrage. Indien de voorlopige bijdrage groter is dan de effectief verschuldigde bijdrage, wordt de reserve die voortvloeit uit het verschil in mindering gebracht van de eerstvolgende voorschotbijdrage. In het omgekeerde geval, zal het reservetekort ten laste gelegd worden van de inrichter. § 3. Vanaf 1 januari 2016 wordt er gebruik gemaakt van de gedifferentieerde R.S.Z. inningstechniek waardoor de pensioenbijdrage voor het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt afgescheiden van de basisbijdrage bestemd voor het fonds voor bestaanszekerheid. De bijzondere R.S.Z.-bijdrage van 8,86 pct. verschuldigd op de netto bijdrage van 1,64 pct. weergegeven in artikel 5, § 4, wordt voldaan ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid bij wijze van verhoging van de pensioenbijdrage met 0,15 pct. en wordt door de R.S.Z. afgehouden aan de bron. Bijgevolg dient de bijzondere bijdrage van 8,86 pct. niet apart te worden aangegeven daar de globale pensioenbijdrage van 1,95 pct. aangegeven moet worden onder bijdragecode 825 type "0". Art. 12.Ondertekenende partijen vragen dat onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief de bijlagen, zo vlug mogelijk bij koninklijk besluit algemeen verbindend wordt verklaard. HOOFDSTUK XII. - Inwerkingtreding en opzeggingsmodaliteiten Art. 13.§ 1. De collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 (130668/CO/112) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel in het Paritair Comité voor het garagebedrijf wordt vervangen vanaf 1 januari 2017. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. § 3. Zij kan worden beëindigd mits een opzegging van zes maanden en wordt betekend per ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het voormelde paritair comité. Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair comité de beslissing nemen om het sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij wordt genomen in overeenstemming met de bepalingen in artikel 10, § 1, 3° van de W.A.P. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 2017.
De Minister van Werk, K. PEETERS
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel Aanvullend pensioenplan ten gunste van de arbeiders van het Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Sectoraal pensioenreglement afgesloten in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2016. HOOFDSTUK I. - Voorwerp Artikel 1.§ 1. Dit sectoraal pensioenreglement wordt opgemaakt in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2016 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Dit pensioenreglement beoogt het pensioenreglement dat als bijlage opgenomen was bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 aan te passen aan de wettelijke en reglementaire evoluties die sindsdien plaatsgrepen. § 3. Dit pensioenreglement bepaalt de rechten en de plichten van de inrichter, de pensioeninstelling, de werkgevers die behoren tot het ressort van het voormelde paritair comité, de aangeslotenen en hun rechtverkrijgenden. Tevens worden de aansluitingsvoorwaarden alsook de regels betreffende de uitvoering van de pensioentoezegging vastgelegd.
De rechten van de aangeslotenen die gewezen werknemers zijn die na hun uittreding nog steeds actuele of uitgestelde rechten genieten, worden in de regel bepaald door het pensioenreglement zoals van toepassing op het ogenblik van hun uittreding, behoudens ingeval van andersluidende wettelijke bepalingen. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.1. Het aanvullend pensioen De kapitaalswaarde van het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene (vóór of na pensionering), of de omzetting van deze in een levenslange lijfrente, toegekend op basis van de in dit pensioenreglement bepaalde verplichte stortingen, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen. 2. De pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen gedaan door de inrichter aan de aangeslotenen en/of hun rechtverkrijgende(n) in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. De toezegging die de inrichter hier doet betreft een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder gewaarborgd rendement. De inrichter garandeert dus enkel de betaling van de vaste bijdrage maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De inrichter zal weliswaar voldoen aan de verplichtingen inzake de minimum rendementsgarantie conform de bepalingen van artikel 24 van de W.A.P. De pensioeninstelling onderschrijft op haar beurt een resultaatsverbintenis dat de bijdragen gestort door de inrichter minimaal zullen worden gekapitaliseerd aan de contractuele interestvoet die voor de bijdragen die worden gestort door de inrichter vanaf 1 januari 2017 gelijk is aan 0,75 pct. De verdere modaliteiten van deze resultaatsverbintenis worden geregeld in een afzonderlijke beheersovereenkomst onderschreven door de inrichter en de pensioeninstelling. 3. Het pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging. 4. W.A.P.
Wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten (betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, aangevuld met haar uitvoeringsbesluiten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003). De begrippen die in het vervolg van dit reglement opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. De wet zal in het vervolg van dit pensioenreglement "W.A.P." worden genoemd. 5. De inrichter Conform artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. werd door de representatieve organisaties vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor het garagebedrijf 112, het "Fonds voor bestaanszekerheid van het garagebedrijf" aangeduid als inrichter van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel en dit via de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002. 6. De werkgevers De werkgevers zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. 7. De arbeider De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst tot het hoofdzakelijk verrichten van handenarbeid is tewerkgesteld door een werkgever als bedoeld in artikel 2.6. 8. De aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van personeel waarvoor de inrichter onderhavig pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig dit pensioenreglement.In de praktijk gaat het meer bepaald om de werklieden aangegeven onder werknemerskengetallen 015, 024 en 027. 9. De uittreding Onder "uittreding" moet worden begrepen : - hetzij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst (anders dan door overlijden of pensionering), voor zover die niet wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die eveneens behoort tot het ressort van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, ingeval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het ressort van het Paritair Comité voor het garagebedrijf. 10. De pensioeninstelling Belfius Verzekeringen n.v., afgekort "Belins n.v.", erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5 en met Sepia als merk- en handelsnaam. 11. De verworven prestaties Wanneer de aangeslotene ingeval van uittreding ervoor kiest om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten, dan is de verworven prestatie de prestatie waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op het moment van pensionering.12. De verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig dit pensioenreglement. Deze reserves zijn gelijk aan : 1. de persoonlijke rekening (netto bijdragen gestort door de inrichter);plus 2. de prestaties inzake de financiering van het pensioenluik toegewezen in het kader van de solidariteitstoezegging;3. beiden gekapitaliseerd aan de contractuele intrestvoet onderschreven door de pensioen- en solidariteitsinstelling;plus 4. in voorkomend geval, de deelname in de winst. De verworven reserves worden desgevallend verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, zoals bepaald in artikel 24 van de W.A.P. In geval van een wijziging van de rentevoet voor de berekening van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. wordt de verticale methode toegepast. Dit betekent dat de oude rentevoet(en) van toepassing was (waren) tot op het moment van de wijziging, op de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement vóór de wijziging, en de nieuwe rentevoet wordt toegepast op de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement vanaf de wijziging en op het bedrag resulterend uit de kapitalisatie tegen de oude rentevoet(en) van de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement tot op het moment van de wijziging. 13. De jaarbezoldiging Het jaarlijkse brutoloon waarop de inhoudingen voor de sociale zekerheid worden gedaan (dus verhoogd met 8 pct.). 14. De pensioenleeftijd Met de pensioenleeftijd wordt de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld, volgens artikel 2, § 1 van het
koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/07/1987
pub.
13/02/2007
numac
2007000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling
sluiten1 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de
wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/07/1996
pub.
05/10/2012
numac
2012205395
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits
sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenen.Deze pensioenleeftijd bedraagt in principe 65 jaar tot 31 januari 2025, 66 jaar vanaf 1 februari 2025 tot 31 januari 2030 en 67 jaar vanaf 1 februari 2030. 15. Pensionering De effectieve ingang van het vervroegd rustpensioen of van het rustpensioen op de wettelijke pensioenleeftijd met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van de prestaties, zijnde in dit geval het wettelijk rustpensioen als werknemer. Voor de doeleinden van dit pensioenreglement, wordt de opname van het aanvullend pensioen onder de volgende wettelijke overgangsmaatregelen gelijkgesteld met pensionering : - De aangeslotenen die op werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zijn gesteld, kunnen overeenkomstig de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P., het aanvullend pensioen opnemen vanaf de leeftijd van 60 jaar indien hun arbeidsovereenkomst ten vroegste op de leeftijd van 55 jaar werd beëindigd met het oog op de aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) in het kader van een herstructureringsplan opgemaakt en gecommuniceerd aan de regionale en federale minister van Werk vóór 1 oktober 2015; - Indien de aangeslotenen die op werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zijn gesteld, niet voldoen aan de voorwaarden van de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P. zoals hierboven omschreven, kunnen zij overeenkomstig de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/2 van de W.A.P., het aanvullend pensioen opnemen : - vanaf de leeftijd van 60 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1959; - vanaf de leeftijd van 61 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1960; - vanaf de leeftijd van 62 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1961; - vanaf de leeftijd van 63 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1962. 16. De tarieven De door de pensioeninstelling gebruikte technische grondslagen neergelegd bij de Nationale Bank van België.17. De herberekeningsdatum De herberekeningsdatum voor dit pensioenreglement wordt vastgesteld op 1 januari.18. Het financieringsfonds Het collectieve tak 21-fonds dat bij de pensioeninstelling in het kader van onderhavig pensioenstelsel wordt gevormd.19. Het kind Elk wettig geboren of verwekt kind van de aangeslotene, alsook elk erkend natuurlijk kind of elk geadopteerd kind van de aangeslotene evenals elk kind van de echtgeno(o)t(e) of partner van de gehuwde, respectievelijk wettelijk samenwonende aangeslotene dat gedomicilieerd is op het adres van de aangeslotene.20. Het premievrij contract Dit is de waarde van het verzekeringscontract waarvoor de aangeslotenen verzekerd blijven zonder enige verdere premiebetaling.21. Het fonds met aangewezen activa Dit zijn activa op de balans van de pensioeninstelling die van haar andere activa worden afgezonderd en aldus een fonds met aangewezen activa vormen.De winstdelingsresultaten in dit pensioenstelsel hangen af van de opbrengst van de contracten verbonden aan het fonds met aangewezen activa. 22. De wettelijk samenwonende De persoon die samen met zijn of haar samenwonende partner een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek. 23. De v.z.w. SEFOCAM Het administratief en logistiek coördinatiecentrum van de sociale sectorale pensioenstelsels voor de arbeiders uit het garagebedrijf, het koetswerk, de metaalhandel, de terugwinning van metalen en de edele metalen.
De maatschappelijke zetel van de v.z.w. SEFOCAM is gevestigd op het Woluwedal 46/7 te 1200 Brussel.
De v.z.w. SEFOCAM is telefonisch bereikbaar op het nummer 00.32.2.761.00.70. en per mail op het adres helpdesk@sefocam.be.
De v.z.w. SEFOCAM beschikt evenzeer over een website, met name : www.sefocam.be. 24. De v.z.w. SIGEDIS SIGEDIS (sociale individuele gegevens) is een dienstverlenende v.z.w. gecreëerd op basis van artikel 12 van het
koninklijk besluit van 12 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/07/1987
pub.
13/02/2007
numac
2007000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling
sluiten0.
De v.z.w. werd opgericht binnen de context van het Generatiepact en kreeg verschillende opdrachten toegewezen : - Opdracht in het kader van het verzamelen en controleren van multisectoriële loopbaangegevens; - Wettelijke opdracht in het kader van de 2de pensioenpijler; - Opdracht met betrekking tot de identificatie van werknemers in het kader van de R.S.Z.-aangiften; - Wettelijke opdracht tot het archiveren van elektronische arbeidsdocumenten. 25. De Databank 2de pijler De databank "aanvullende pensioenen" (DB2P) heeft als doel het verzamelen van de gegevens van de werknemers, zelfstandigen en ambtenaren met betrekking tot alle voordelen die zij in België en in het buitenland hebben opgebouwd in het kader van het aanvullend pensioen. De belangrijkste doelstellingen zijn het in staat stellen : - van de fiscus om de toepassing van de 80 pct.-regel en het fiscaal plafond beter te controleren; - van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (F.S.M.A.) om de conformiteit van de pensioenplannen met de sociale regels gemakkelijker te controleren; - van de R.S.Z. en de R.S.Z.P.P.O. om de bijzondere sociale bijdrage van 8,86 pct. en, indien toepasselijk, de bijzonder sociale bijdrage van 1,50 pct. (de zogenaamde "Wijninckx-bijdrage") te controleren; - van de regering om te beschikken over betrouwbare statistieken betreffende de 2de pensioenpijler; - van SIGEDIS om de pensioenfiche te kunnen verzenden als een inrichter of een pensioeninstelling dat vragen en hiertoe een overeenkomst sluiten met SIGEDIS conform artikel 26 van de W.A.P.; - van aangeslotenen om eventuele "slapende" pensioenrechten op te sporen.
De databank brengt verplichtingen met zich mee, zowel voor de inrichter als voor de pensioen- en solidariteitsinstelling. HOOFDSTUK III. - Aansluiting Art. 3.§ 1. Het pensioenreglement is verplicht van toepassing op alle arbeiders aangegeven onder de werknemerskengetallen 015, 024 en 027, die op of na 1 januari 2002 met de werkgevers, zoals bepaald in artikel 2.6, verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst, ongeacht de aard van deze arbeidsovereenkomst en met uitzondering van deze vermeld onder artikel 4, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst ter wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel van 20 december 2016. § 2. Onverminderd de toepassing van het 1ste lid, is het pensioenreglement pas vanaf 1 januari 2008 van toepassing op de arbeiders die tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die overeenkomstig artikel 6 van het nationaal akkoord 2001-2002 ervoor wist te opteren om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren en hiervoor de toestemming wist te verwerven vanuit het Paritair Comité voor het garagebedrijf, maar die op datum van stopzetting van hun goedgekeurd ondernemingspensioenplan verplicht werden om vanaf 1 januari 2008 aan te sluiten bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor het garagebedrijf. § 3. Voormelde personen worden onmiddellijk aangesloten bij onderhavige pensioentoezegging, dit wil zeggen vanaf de datum dat zij voldoen aan de hiervoor vermelde aansluitingsvoorwaarden. Zij blijven aangesloten zolang zij in dienst zijn. Hierop bestaat evenwel een uitzondering : de personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vanaf 1 januari 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.6, blijven of worden niet aangesloten bij de onderhavige pensioentoezegging.
De personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vóór 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.6, blijven aangesloten bij onderhavige toezegging zo deze beroepsactiviteit aanvang nam vóór 1 januari 2016 en ononderbroken voortduurt. § 4. Mochten - in voorkomend geval - voormelde personen reeds beschikken over een aanvullende pensioenreserve vanuit een eerdere dienstbetrekking en zouden zij ervoor opteren om - overeenkomstig artikel 32, § 1, 1°, b) van de W.A.P. - deze bewuste reserve over te dragen naar de pensioeninstelling, dan zal deze worden geïntegreerd in onderhavig pensioenstelsel. Onderhavig pensioenstelsel voorziet aldus niet in een zogenaamde "onthaalstructuur" zoals beschreven in artikel 32, § 2, 2de lid van de W.A.P. HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de inrichter Art. 4.§ 1. De inrichter gaat tegenover alle aangeslotenen de verbintenis aan alles te doen wat voor de goede uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, vereist is. § 2. De bijdrage die de inrichter verschuldigd is ter financiering van de pensioentoezegging wordt door de inrichter zonder verwijl aan de pensioeninstelling overgemaakt. Dit geschiedt minimaal maandelijks. § 3. De inrichter zal via de v.z.w. SEFOCAM op regelmatige tijdstippen alle nodige gegevens overmaken aan de pensioeninstelling. § 4. De pensioeninstelling is slechts tot uitvoering van haar verplichtingen gehouden voor zover haar, tijdens de duur van dit pensioenreglement, volgende gegevens meegedeeld werden : 1. de na(a)m(en), de voorna(a)m(en) en de geboortedatum van de aangeslotene alsook geslacht, taalstelsel, burgerlijke staat en identificatienummer in de sociale zekerheid;2. het adres van de aangeslotene; 3. de benaming, de maatschappelijke zetel en het K.B.O.-nummer van de werkgever waarmee de aangeslotene via een arbeidsovereenkomst verbonden is, bij de Kruispuntbank van Ondernemingen; 4. het bruto kwartaalloon van de aangeslotene;5. enige andere terzake doende gegevens zoals gevraagd door de pensioeninstelling. Naderhand : de wijzigingen welke, tijdens de duur van de aansluiting, in voormelde gegevens voorkomen. § 5. De inrichter wist ten voordele van de aangeslotenen een "helpdesk" te organiseren waarbij de coördinatie werd toevertrouwd aan de v.z.w. SEFOCAM. Deze v.z.w. zal een vraag enkel doorspelen aan de pensioeninstelling indien zij de bewuste vraag niet zelf beantwoorden kan. In uitzonderlijke gevallen, wanneer dat het proces aanzienlijk kan versnellen en vergemakkelijken, heeft de helpdesk de mogelijkheid de aangeslotene rechtstreeks contact te laten opnemen met de pensioen-instelling. HOOFDSTUK V. - Rechten en plichten van de aangeslotenen Art. 5.§ 1. De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst ter invoering van het sectoraal pensioenstelsel afgesloten op 5 juli 2002, evenals van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en van dit pensioenreglement. Deze documenten maken één geheel uit. § 2. De aangeslotene machtigt de inrichter de nodige verzekeringen op zijn leven af te sluiten. § 3. De aangeslotene machtigt de inrichter om via de v.z.w. SEFOCAM aan de pensioeninstelling alle inlichtingen en bewijsstukken over te maken die nodig zijn zodat de pensioeninstelling zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover de rechtverkrijgende(n) kan nakomen zonder uitstel. § 4. De aangeslotene maakt in voorkomend geval de ontbrekende inlichtingen en bewijsstukken over via de v.z.w. SEFOCAM aan de pensioeninstelling zodat deze zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover zijn rechtverkrijgende(n) kan nakomen. § 5. Mocht de aangeslotene een hem door dit pensioenreglement of door de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, evenals van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, opgelegde voorwaarde niet nakomen, en mocht daardoor voor hem enig verlies van recht ontstaan, dan zullen de inrichter en de pensioeninstelling in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene in verband met het bij dit pensioenreglement geregeld aanvullend pensioen. HOOFDSTUK VI. - Gewaarborgde prestaties Art. 6.§ 1. De pensioentoezegging heeft, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen, tot doel : - een kapitaal (of een hiermee overeenstemmende rente) samen te stellen dat op het moment van pensionering aan de "aangeslotene" wordt uitgekeerd indien hij in leven is; - een overlijdenskapitaal uit te keren aan de rechtverkrijgende(n) indien de "aangeslotene" overlijdt vóór of na pensionering, in dit laatste geval zo het aanvullend pensioen nog niet werd uitbetaald aan de aangeslotene zelf. § 2. De inrichter garandeert enkel de betaling van de vaste bijdrage maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De inrichter zal weliswaar voldoen aan de verplichtingen inzake de minimum rendementsgarantie conform de bepalingen van artikel 24 van de W.A.P. De pensioeninstelling onderschrijft een resultaatsverbintenis dat de bijdragen gestort door de inrichter minimaal zullen worden gekapitaliseerd aan de contractuele intrestvoet voorzien in de beheersovereenkomst tussen de inrichter en de pensioeninstelling, die voor de bijdragen die worden gestort door de inrichter vanaf 1 januari 2017 gelijk is aan 0,75 pct. § 3. Deze kapitalisatie loopt tot op de dag waarop de uitbetaling van het aanvullend pensioen gebeurt. § 4. Bovenvermelde kapitalen worden verhoogd met een winstdeling zoals beschreven in het hierna weergegeven winstdelingsreglement. Deze winstdeling wordt gekoppeld aan de resultaten van het fonds met aangewezen activa bij de pensioeninstelling. De winstdeling wordt jaarlijks toegekend in de vorm van een kapitaalsverhoging en is aldus definitief verworven door de aangeslotenen. Het percentage van jaarlijkse onmiddellijke toekenning wordt bepaald door het toezichtscomité. Enige winstdeling die niet onmiddellijk wordt toegekend aan de contracten, zal worden aangewend ter financiering van een collectief sectoraal winstdelingsfonds.
Het winstdelingsreglement van het fonds met aangewezen activa "Sefocam-Pensioen": De bijdragen worden geïnvesteerd in een fonds met aangewezen activa "Sefocam-Pensioen", dat hoofdzakelijk is samengesteld uit financiële activa die afkomstig zijn van de eurozone. Ieder jaar kan de pensioeninstelling aan de contracten een winstdeelneming toekennen die bepaald wordt in functie van de resultaten van dit fonds met aangewezen activa. Deze winstdeelneming wordt pas toegekend op voorwaarde dat de verrichtingen van het fonds rendabel zijn. De winstdeelneming is gelijk aan een bijkomend rendementspercentage dat toegekend wordt aan de contracten die op 31 december van het afgelopen boekjaar van kracht zijn. Het bijkomend rendementspercentage is gelijk aan het positieve verschil tussen het netto rendementspercentage van het fonds met aangewezen activa en de gewaarborgde rentevoet zoals bepaald in artikel 24 van de W.A.P. Het netto rendementspercentage van het fonds is het in procent uitgedrukte resultaat ten opzichte van de gemiddelde waarde van het fonds in de loop van het afgelopen boekjaar, van 100 pct. van de financiële winsten die door het fonds gerealiseerd worden, vrij van financiële lasten, fiscale en parafiscale inhoudingen.
De financiële winsten worden bepaald overeenkomstig de evaluatie- en waarderingsregels van de pensioeninstelling. Ten einde de financiële prestaties gerealiseerd door het fonds met aangewezen activa te stabiliseren, kan een quotiteit van de uitzonderlijke opbrengsten (zie hierna) elk jaar een reserve stijven waarop door de inrichter aanspraak kan gemaakt worden het jaar nadien. Een gedeelte van de uitzonderlijke opbrengsten kan dus van jaar tot jaar overgedragen worden.
De uitzonderlijke opbrengsten zijn samengesteld uit de meer- en minwaarden van obligaties en aandelen, de eventuele monetaire aanpassingen op rentedragende activa, alsook de waardeverminderingen of terugnames van waardeverminderingen.
De investeringspolitiek van het fonds met aangewezen activa heeft tot doel de veiligheid, het rendement en de liquiditeit van de beleggingen te waarborgen.
Statement of Investment Principles : Het hoofddoel van het beleggingsbeleid bestaat erin om, binnen aanvaardbare risicogrenzen, een optimale bijdrage te leveren aan het veiligstellen van de pensioenaanspraken van de aangeslotenen. Door verschillende maatregelen wordt geprobeerd om risico's zo goed mogelijk te beheersen en voldoende rendement te behalen om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen.
Het beleggingskader zal volgende richtlijnen respecteren : Richtlijnen inzake asset allocatie Het beleggingskader voorziet in onderstaande asset allocatie :
Minimum
Strategische asset allocatie/ Allocation d'actifs stratégique
Maximum
Activaklasse obligaties/ Classe d'actifs en obligations
85 pct./p.c.
95 pct./p.c.
100 pct./p.c.
Staatsobligaties eurozone en gelijkwaardig/ Obligations d'état de la zone euro et assimilées
35 pct./p.c.
-
75 pct./p.c.
Euro bedrijfsobligaties (minimale rating : BBB-)/ Obligations d'entreprise de la zone euro et assimilées (rating minimal : BBB-)
25 pct./p.c.
-
65 pct./p.c.
Activaklasse aandelen/ Classe d'actifs en actions
0 pct./p.c.
5 pct./p.c.
15 pct./p.c.
EMU-aandelen/ Action UEM
0 pct./p.c.
5 pct./p.c.
15 pct./p.c.
Cash, liquiditeitsholdings en andere geldmarktinstrumenten/ Cash, positions de liquidités et autres instruments monétaires
0 pct./p.c.
0 pct./p.c.
20 pct./p.c.
Richtlijnen inzake kwaliteit De obligatieportefeuille kan worden belegd in staatobligaties en bedrijfsobligaties. Het gedeelte staatsobligaties zal belegd worden in obligaties of andere effecten van schuldvorderingen of gelijkgestelde instrumenten, alle uitgegeven of gewaarborgd door een lidstaat van de eurozone, door zijn plaatselijke besturen of door internationale publiekrechtelijke instellingen waarin vermelde lidstaten deelnemen.
De bedrijfsobligaties dienen te zijn uitgedrukt in euro en van hoge kwaliteit (Investment Grade) te zijn. In geval van een downgrade wordt een overgangsperiode van maximaal 6 maanden toegestaan om de posities aan te passen. Voor de aandelenportefeuille kan enkel worden belegd in EMU beursgenoteerde aandelen.
Richtlijnen inzake afgeleide producten Het gebruik van afgeleide producten is niet toegestaan.
Richtlijnen inzake concentratie De concentratielimiet is opgesplitst in een aparte limiet voor corporates en governments. Op basis van de rating wordt op het niveau van de emittent - dit is de som van de obligaties (notionele waarde) voor een overheid en de som van obligaties (notionele waarde) en aandelen (marktwaarde) voor een bedrijf - een maximale blootstelling toegestaan van X procent van de portefeuille. Volgende tabel geeft per rating de limiet weer in maximumpercentage :
Concentratielimiet/ Limite de concertration
Government
Corporate
AAA
20 pct./p.c.
10 pct./p.c.
AA
20 pct./p.c.
7,5 pct./p.c.
België/Belgique
40 pct./p.c.
A
10 pct./p.c.
5 pct./p.c.
BBB
5 pct./p.c.
2,5 pct./p.c.
Non IG
2,5 pct./p.c.
0 pct./p.c.
NR
5 pct./p.c.
2,5 pct./p.c.
Opmerking : voor het thuisland België is het dubbele van de concentratielimiet AA toegestaan.
Richtlijnen inzake duration Het kader beoogt op termijn de duration van de obligatieportefeuille af te stemmen op de duration van de passiva (pensioenverplichtingen), weliswaar rekening houdende met de op dat moment geldende omstandigheden op de financiële markten. De target duration wordt jaarlijks geëvalueerd en eventueel herzien.
Richtlijnen inzake ethisch beleggen De portefeuille dient rekening te houden met het "Corporate Social Responsibility framework" door investeringen in bedrijven op de "weapons black list" niet toe te laten.
Afwijkingen Afwijkingen van de voormelde richtlijnen zijn mogelijk teneinde de portefeuille beter af te stemmen op de concrete opportuniteiten van het moment of de portefeuille beter te beschermen in het licht van het marktrisico van het moment. Dit beleggingskader is een richtlijn. Het behoort tot de opdracht van de pensioeninstelling om in het voordeel van de inrichters en de aangeslotenen het rendement te verhogen of te beveiligen.
De pensioeninstelling engageert zich in elk geval om in het belang van de inrichters en de aangeslotenen te handelen en met de nodige waakzaamheid en zorg op te treden teneinde alle mogelijke verliezen te vermijden. Beslissingen inzake afwijkingen zullen door de pensioeninstelling steeds voorafgaandelijk ter advies worden voorgelegd aan het toezichtscomité.
Op elke vergadering van het toezichtscomité wordt het behaalde financiële rendement van de afgelopen periode beoordeeld in het licht van de verplichting van de inrichter tot het garanderen van de minimum rendementsgarantie zoals voorzien in artikel 24 van de W.A.P. HOOFDSTUK VII. - Uitbetaling van de aanvullende pensioenen Art. 7.Al de in dit hoofdstuk vermelde formulieren kunnen bekomen worden via de helpdesk van de v.z.w. SEFOCAM, Woluwedal 46/7 te 1200 Brussel, telefoonnummer 00.32.2.761.00.70. of kunnen worden gedownload via de website www.sefocam.be. Afdeling 1. - Uitbetaling bij pensionering op de wettelijke
(vervroegde) pensioenleeftijd Art. 8.§ 1. Het kapitaal (of de hiermee overeenstemmende rente) wordt uitbetaald naar aanleiding van de effectieve opname door de aangeslotene van zijn (vervroegd) wettelijk rustpensioen conform de wettelijke bepalingen ter zake, of zijn wettelijk rustpensioen ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd. § 2. Het kapitaal bij pensionering is gelijk aan het bedrag op de individuele rekening van de aangeslotene bij de pensioeninstelling op dat moment, gevormd door de kapitalisatie van de in het voordeel van de aangeslotene gestorte bijdragen en de toegekende winstdeling, rekening houdend met de verbruikte sommen. Desgevallend wordt dit bedrag verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, conform artikel 24 van de W.A.P. § 3. Uiterlijk drie maanden vóór het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd of wanneer de v.z.w. SEFOCAM in kennis gesteld wordt van de datum van het vervroegd wettelijk rustpensioen, ontvangt de aangeslotene via de v.z.w. SEFOCAM, een schrijven van de inrichter waarin het bedrag van zijn thans verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel worden meegedeeld en de te vervullen formaliteiten in het kader van de uitbetaling van het aanvullend pensioen. § 4. Om tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen over te gaan, dient de aangeslotene : - in geval van opname van het wettelijk rustpensioen ten vroegste op de wettelijke pensioenleeftijd het aanmeldingsformulier S1 A (wettelijk pensioen); of - in geval van opname van het vervroegd wettelijk pensioen het aanmeldingsformulier S1 B (vervroegd pensioen), volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de kennisgeving van de beslissing inzake het toekennen van de pensioendatum (uitgereikt door de uitgereikt door de Federale Pensioendienst); - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene.
Het aanmeldingsformulier S1 A (wettelijk pensioen) dient daarenboven vergezeld te zijn van de hierna vermelde bijlagen : - één of meerdere attesten welke de activiteit weergeven die de aangeslotene kende tijdens een referteperiode van 3 jaar voorafgaand aan de wettelijke pensioendatum : - ofwel één of meerdere tewerkstellingsattesten met vermelding van de begin- en einddatum van de tewerkstelling, desgevallend aangevuld met de vermelding van verminderde prestaties als gevolg van de opname van tijdskrediet; - en/ofwel een werkloosheidsattest met vermelding dat het gaat om een onvrijwillige werkloze die geen werk en/of opleiding wist te weigeren en dat de werkloosheid niet valt binnen het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT); - en/ofwel een attest uitgaande van de RVA, de werkloosheidsdienst, de VDAB, Actiris of Forem met vermelding dat het een regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) betreft waarbij de aangeslotene gedurende de laatste drie jaren voorafgaand aan de wettelijke pensionering ononderbroken aangepast beschikbaar bleef voor de arbeidsmarkt overeenkomstig artikel 56, § 3 van het
koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/07/1987
pub.
13/02/2007
numac
2007000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling
sluiten2 houdende de werkloosheidsreglementering; - en/ofwel een invaliditeitsattestering met vermelding van de begin- en einddatum van de arbeidsongeschiktheid en of deze het gevolg is van (beroeps)ziekte of van een (arbeids)ongeval. § 5. Desgevallend vervalt het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen, conform artikel 55 van de W.A.P., na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn, wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds.
Ook in geval het aanvullend pensioen niet kan worden uitbetaald binnen de voormelde termijn om redenen die vreemd zijn aan de pensioeninstelling, de inrichter en de v.z.w. SEFOCAM, wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. Afdeling 2. - Uitbetaling bij stopzetting van elke vorm van toegelaten
arbeid in de sector in aanvulling op het pensioen Art. 9.§ 1. Deze procedure is, conform de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/6 van de W.A.P., enkel nog van toepassing op de aangeslotene die vóór 2016 met (vervroegd) wettelijk rustpensioen ging en sedertdien ononderbroken arbeidsprestaties weet te leveren bij een werkgever zoals bepaald in artikel 2.6. Deze toegelaten arbeidsprestaties in aanvulling op het (vervroegd) wettelijk rustpensioen moeten een aanvang kennen van vóór 2016. Het aanvullend pensioen wordt in dit geval pas uitbetaald op het moment van stopzetting van deze toegelaten arbeid. § 2. Vanaf het ogenblik dat de stopzetting van toegelaten arbeid wordt vastgesteld via de DMFA-stromen, ontvangt de aangeslotene via de v.z.w. SEFOCAM, een schrijven waarin het bedrag van zijn thans verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel worden meegedeeld en de te vervullen formaliteiten in het kader van de uitbetaling van het aanvullend pensioen. § 3. Het kapitaal bij de stopzetting van de toegelaten arbeid zoals hiervoor gemeld is gelijk aan het bedrag op de individuele rekening van de aangeslotene bij de pensioeninstelling op dat moment, gevormd door de kapitalisatie van de in het voordeel van de aangeslotene gestorte bijdragen en de toegekende winstdeling, rekening houdend met de verbruikte sommen. Desgevallend wordt dit bedrag verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, conform artikel 24 van de W.A.P. § 4. Om tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen over te gaan, dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S1 C volledig en correct ingevuld en voorzien van de hierna vermelde bijlagen over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM : - een kopie van de kennisgeving van de beslissing betreffende het toekennen van de pensioendatum (uitgereikt door de Federale Pensioendienst); - een kopie recto/verso van de identiteitskaart van de aangeslotene; - een tewerkstellingsattest met vermelding van de begin- en einddatum van de tewerkstelling in het kader van de toegelaten arbeid in aanvulling op het pensioen. § 5. Desgevallend vervalt het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen, conform artikel 55 van de W.A.P., na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn, wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds.
Ook in geval het aanvullend pensioen niet kan worden uitbetaald binnen de voormelde termijn om redenen die vreemd zijn aan de pensioeninstelling, de inrichter en de v.z.w. SEFOCAM, wordt het voordeel overgemaakt aan het financieringsfonds. Afdeling 3. - Uitbetaling bij werkloosheid met bedrijfstoeslag
Art. 10.§ 1. Indien de aangeslotene op werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt gesteld, kan hij (in voorkomend geval na verloop van de periode gedekt door de ontslagcompensatievergoeding) zijn aanvullend pensioen nog vervroegd opvragen (namelijk vóór het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd) indien hij voldoet aan de overgangsmaatregelen voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P. of artikel 63/2 van de W.A.P., zoals omschreven in artikel 2.15 van dit pensioenreglement : - vanaf de leeftijd van 60 jaar : - indien zijn arbeidsovereenkomst ten vroegste op de leeftijd van 55 jaar werd beëindigd met het oog op de aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) in het kader van een herstructureringsplan opgemaakt en gecommuniceerd aan de regionale en federale minister van Werk vóór 1 oktober 2015; of - indien hij geboren is vóór 1 januari 1959; - vanaf de leeftijd van 61 jaar indien hij geboren is vóór 1 januari 1960; - vanaf de leeftijd van 62 jaar indien hij geboren is vóór 1 januari 1961; - vanaf de leeftijd van 63 jaar indien hij geboren is vóór 1 januari 1962. § 2. Indien de aangeslotene dewelke op werkloosheid met bedrijfstoeslag werd gesteld, zijn aanvullend pensioen niet vervroegd opvraagt volgens bovengaande § 1, dan wordt zijn aanvullend pensioen uitbetaald op het moment van de effectieve opname van zijn wettelijk pensioen vanaf de wettelijke pensioen leeftijd. § 3. Het kapitaal bij de vervroegde opname conform § 1 van dit artikel is gelijk aan het bedrag op de individuele rekening van de aangeslotene bij de pensioeninstelling op dat moment, gevormd door de kapitalisatie van de in het voordeel van de aangeslotene gestorte bijdragen en de toegekende winstdeling, rekening houdend met de verbruikte sommen. Desgevallend wordt dit bedrag verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, conform artikel 24 van de W.A.P. § 4. De inrichter informeert maandelijks de v.z.w. SEFOCAM over de nieuwe dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag in haar sector. De v.z.w …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.