📄 Wettekst
6 JUNI 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 6 juni 2019.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018 Sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden (Overeenkomst geregistreerd op 11 december 2018 onder het nummer 149433/CO/140) Preambule De collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek (140) op 15 september 2011 heeft met ingang van 1 juli 2011 een sectoraal pensioenstelsel ingericht voor de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de goederenbehandeling voor rekening van derden. De werkgevers die behoren tot deze subsectoren vallen onder het toepassingsgebied van het Paritair Subcomité 140.03, zoals bepaald in het
koninklijk besluit van 22 januari 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/01/2010
pub.
17/03/2010
numac
2010012005
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant, betreffende de sociale programmatie 2009-2010 voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, met uitzondering van de provincie Luik en de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant
type
koninklijk besluit
prom.
22/01/2010
pub.
11/02/2010
numac
2010011032
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende vervanging van de voorzitter van de Franse taalrol van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen voor de zittijd 2005-2010
sluiten (Belgisch Staatsblad van 9 februari 2010).
Het sectoraal pensioenstelsel is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité 140.03 voor zover de werkgever geen gebruik gemaakt heeft van de voorziene opting-out en behoren tot de RSZ-categorie 083 en voor zover hun werknemers voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement van het sectoraal pensioenstelsel.
In 2015 kwamen de bevoegde representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties overeen om de bijdrage tot het aanvullend sectoraal pensioenstelsel vanaf 1 januari 2016 te verhogen in het kader van een toenadering tussen de arbeiders-bedienden die actief zijn binnen dezelfde beroepscategorie en binnen dezelfde ondernemingsactiviteiten, waarmee bedoeld worden : de werkgevers (en hun werknemers) die vallen onder het ressort van het Paritair Subcomité 140.03 (voor wat de arbeiders betreft) en onder het ressort van het Paritair Comité 226 (voor wat de bedienden betreft). Hiermee werd een eerste stap gezet in de uitvoering van artikel 14 van de WAP (wet betreffende de aanvullende pensioenen van 28 april 2003) dat beoogt het verschil in behandeling dat berust op het onderscheid tussen arbeiders en bedienden inzake aanvullende pensioenen geleidelijk weg te werken.
Op basis van een analyse die werd uitgevoerd conform de gangbare richtlijnen ter zake, was gebleken dat het sectoraal pensioenstelsel dat van toepassing is op de bedienden van werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité 226 (actief in dezelfde subsectoren als deze die bedoeld zijn in Paritair Subcomité 140.03 voor wat betreft de arbeiders) en waarbij de vergelijking gemaakt wordt voor dezelfde ondernemingsactiviteit (aan de hand van hetzelfde nummer van de RSZ-categorie), niet alleen verschilt van het sectoraal pensioenstelsel dat van toepassing is op hun arbeiders maar in de praktijk globaal ook gunstiger is voor de bedienden.
Daar het sectoraal pensioenstelsel dat van toepassing is op de bedienden actief in dezelfde ondernemingsactiviteit uitgedrukt wordt als een percentage van het loon, zijn de voor het Paritair Subcomité 140.03 bevoegde representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties overeengekomen om in het kader van het protocolakkoord 2017-2018 een verdere stap te zetten in de toenadering tussen arbeiders en bedienden en om de bijdrage tot hun sectoraal pensioenstelsel om te vormen tot een procentuele bijdrage.
Bij deze omvorming werd bij wijze van overgangsmaatregel overeengekomen dat erop toegezien zou worden dat het resultaat van de procentuele berekening voor de bepaling van de bijdrage, niet lager zou zijn dan de overeengekomen forfaitaire bijdrage, van respectievelijk 75 EUR tussen 1 juli 2018 en 1 januari 2019 en vanaf dan van 80 EUR, telkens aangepast aan de toepasselijke globale prestatiefactor van de betrokken aangeslotene.
Huidige collectieve arbeidsovereenkomst werkt deze afspraken verder uit om deze bijkomende stap in de toenadering tussen arbeiders en bedienden werkzaam in dezelfde ondernemingsactiviteit, te realiseren.
Bijgevolg onderschrijven partijen bij onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst de volgende bijlagen : - Bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst bevat de gecoördineerde versie van het reglement van het sectoraal pensioenstelsel, zoals van toepassing met ingang van 1 januari 2019; - Bijlage 2 preciseert de bijdrage tot het sectoraal pensioenstelsel met ingang van 1 januari 2019; - Bijlage 3 bevat de zogenaamde opting-out modaliteiten. Artikel 1.Toepassingsgebied en begrippen § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die vallen onder het ressort van het Paritair Subcomité 140.03 voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden. § 2. Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en arbeidsters, aangegeven in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is evenwel niet van toepassing op: a) de leerlingen aangegeven in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 035;b) de leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, aangegeven worden met werknemerskengetal 015, maar werken onder leercontract zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract". § 3. Het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek" (afgekort SFTL) is de inrichter van het sectoraal pensioenstelsel.
Onder "SFTL" wordt verstaan : het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek", opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juli 1973 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 december 1973, zoals vervolgens gewijzigd en aangeduid bij collectieve arbeidsovereenkomst als inrichter van het sectoraal pensioenstelsel. § 4. Het OFP Pensio TL is de pensioeninstelling die het sectoraal pensioenstelsel beheert en uitvoert.
Onder "Pensio TL" wordt verstaan: de pensioeninstelling - organisme voor de financiering van pensioenen (OFP Pensio TL) - aan wie het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel, zoals uitgewerkt in het pensioenreglement dat bijlage 1 vormt bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, toevertrouwd is en die eveneens instaat voor de informatie- en transparantieverplichtingen overeenkomstig de toepasselijke wetgeving. Art. 2.Doel en voorwerp van de overeenkomst § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten met het oog op de geleidelijke wegwerking van het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden in het kader van de bestaande sectorale pensioenstelsels die van toepassing zijn op de werkgevers en hun werknemers die respectievelijk ressorteren onder het Paritair Subcomité 140.03 (voor wat de arbeiders betreft) en het Paritair Comité 226 (voor wat de bedienden betreft) in de RSZ-categorie 083 gelet op hun ondernemingsactiviteiten.
Met ingang van 1 juli 2018 werd de patronale bijdrage aan het sectoraal pensioenstelsel ingericht door het SFTL en beheerd door Pensio TL, omgevormd tot een procentuele bijdrage. Om te vermijden dat de toepassing van deze nieuwe procentuele bijdrage ingevolge de omvorming zou leiden tot een (tijdelijke) daling van de bijdrage voor sommige werknemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden van het sectoraal pensioenstelsel, werd bij wijze van overgangsmaatregel overeengekomen dat het bedrag van de procentuele bijdrage gedurende een overgangsperiode niet lager mag zijn dan het bedrag van de forfaitaire bijdrage (aangepast aan de globale prestatiefactor wanneer de tewerkstelling niet voltijds is en/of het kwartaal onvolledig is) en die tot 31 december 2018 vastgesteld werd op 75 EUR (voor een volledig in aanmerking te nemen kwartaal en voltijdse tewerkstelling) en vanaf 1 januari 2019 op 80 EUR (voor een volledig in aanmerking te nemen kwartaal en voltijdse tewerkstelling), telkens aan te passen aan de globale prestatiefactor, zoals bepaald in de bijlagen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Met het oog op een transparante en een duidelijke communicatie herneemt bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst de toezegging en het reglement van het sectoraal pensioenstelsel in zijn totaliteit, met inbegrip van de door deze collectieve arbeidsovereenkomst aangebrachte wijzigingen, zoals hierboven uiteengezet.
Partijen benadrukken in dit verband dat het sectoraal pensioenstelsel ononderbroken wordt voortgezet sinds 1 juli 2011 voor de duur van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, en dat de wijziging van de bijdrage tot het sectoraal pensioenstelsel zoals bepaald in huidige collectieve arbeidsovereenkomst slechts betrekking heeft op de periode gesitueerd na 31 december 2018. Art. 3.Bijlagen § 1. Alle bijlagen maken integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst bevat een gecoördineerde versie van het reglement van het sectoraal pensioenstelsel. Het reglement beschrijft de aansluitingsvoorwaarden, de voordelen en de procedure bij uitreding.
Bijlage 1 bepaalt ook de regels inzake het beheer van het sectoraal pensioenstelsel. De andere regels inzake het beheer zijn vastgelegd in de statuten van Pensio TL en de overige werkingsdocumenten van Pensio TL die beschikbaar zijn op de websites van SFTL en Pensio TL. SFTL en Pensio TL kunnen in het kader van het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel samenwerken met andere sectorale inrichters en pensioeninstellingen.
Te dien einde en met het oog op een deugdelijk en prudent beheer en een vlotte uitvoering van de operationele taken betreffende het sectoraal pensioenstelsel, kunnen zij toetreden tot en meewerken aan samenwerkingsverbanden waarvan het doel in overeenstemming is met het doel van Pensio TL en die de activiteiten van beheer en uitvoering met betrekking tot het sectoraal pensioenstelsel kunnen ondersteunen en vergemakkelijken. § 3. Bijlage 2 betreft de bijdragen bestemd voor het sectoraal pensioenstelsel. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid int en vordert de bijdragen betreffende het sectoraal pensioenstelsel in bij alle werkgevers die behoren tot de RSZ-categorie 083 waarop deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, voor zover ze niet beoogd worden door de opting-out bepaald hieronder (en in bijlage 3), voor al hun werknemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden zoals bepaald in het pensioenreglement (bijlage 1).
De RSZ stort de geïnde en ingevorderde bedragen aan SFTL, die het sectoraal pensioenstelsel inricht, met het oog op de financiering, het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel. SFTL stort de nodige bijdragen aan Pensio TL, die optreedt als pensioeninstelling voor het beheer en de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel. § 4. Bijlage 3 betreft de opting-out modaliteiten voor het sectoraal pensioenstelsel. Volgens de voorwaarden bepaald in bijlage 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst en met inachtneming van de toepasselijke bepalingen van de WAP, mogen werkgevers die onder het toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel vallen, de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel zelf organiseren voor hun werknemers in één of meerdere ondernemingspensioenstelsels op het niveau van de onderneming. Art. 4.Duur § 1. Het sectoraal pensioenstelsel is van toepassing sinds 1 juli 2011 en bestaat voor onbepaalde duur. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wijzigt de eerdere collectieve arbeidsovereenkomsten die inzake het aanvullend sectoraal pensioenstelsel gesloten werden (collectieve arbeidsovereenkomsten van 15 september 2011, 15 december 2016 en 17 mei 2018, gesloten binnen het Paritair Comité 140 en gekend onder de nummers 106705/CO/140.04.09, 137207/CO/140 en 146632/CO/140 (koninklijk besluit van 7 oktober 2018, Belgisch Staatsblad van 23 oktober 2018)). § 3. Ze kan opgezegd worden door elk van de ondertekenende partijen.
Deze opzegging moet schriftelijk gebeuren, met inachtneming van alle wettelijke bepalingen en per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité, die zonder verwijl alle ondertekenende partijen hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis stelt.
Een opzeg van zes maanden moet in acht genomen worden. De termijn neemt een aanvang op de eerste dag van het kwartaal volgend op de datum waarop het aangetekend schrijven verstuurd werd. Art. 5.Algemene bepalingen § 1. Indien één of meerdere bepalingen nietig zouden zijn of ongeldig of zonder uitwerking verklaard zou(den) worden, blijven, onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen, alle andere bepalingen onverminderd van toepassing en uitwerking behouden. § 2. In zulk geval alsook in de gevallen waar de geldigheid of uitwerking van de volledige overeenkomst in gevaar komt, verbinden de ondertekenende organisaties zich ertoe om zonder verwijl onderhandelingen op te starten met het oog op een regeling of, bij gebreke ervan binnen zes maanden, om de situatie en de gevolgen van dergelijke ongeldigverklaringen vast te stellen.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juni 2019.
De Minister van Werk, K. PEETERS
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal pensioenstelsel ingericht in de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en/of de goederenbehandeling voor rekening van derden Pensioenreglement HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Voorwerp 1.1. Dit Pensioenreglement is de gecoördineerde versie van het reglement van het Sectoraal Pensioenstelsel dat met ingang van 1 juli 2011 werd ingericht bij collectieve arbeidsovereenkomst - CAO in het Paritair Comité 140 voor het vervoer en de logistiek op 15 september 2011 in uitvoering van het sectorakkoord 2007-2008 van 5 juni 2007 en van het protocolakkoord van 16 juli 2009 en vervolgens gewijzigd werd CAO's gesloten op 23 augustus 2012, 22 november 2012, 15 december 2016, 17 mei 2018 en 22 november 2018 in het Paritair Comité 140.
Op 24 juni 2015 werd overeengekomen om in het kader van de toenadering arbeiders naar bedienden, met ingang van 1 januari 2016 in een verhoging te voorzien van de bijdrage tot het Sectoraal Pensioenstelsel.
In het protocolakkoord 2017-2018 kwamen de sociale partners overeen om deze toenadering voort te zetten en het verschil in behandeling dat berust op het onderscheid tussen arbeiders en bedienden inzake aanvullende pensioenen verder weg te werken. Op 15 februari 2018 werd aldus overeengekomen om de bijdrage tot het Sectoraal Pensioenstelsel voortaan uit te drukken als een percentage van het loon, zoals dit ook het geval is in het sectoraal pensioenstelsel van de bedienden die actief zijn in dezelfde ondernemingsactiviteit.
Deze verdere toenadering werd vastgelegd in de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2018 en nader uitgewerkt in de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018 waaraan dit reglement een bijlage vormt. De bijlagen bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018 bepalen de nieuwe voorwaarden en modaliteiten van het Sectoraal Pensioenstelsel die van toepassing worden vanaf 1 januari 2019.
Gelet op de noodzaak aan transparantie en een duidelijke communicatie werd besloten om het pensioenreglement als rechtsbron ter zake volledig te hernemen en als bijlage te hechten aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018 zodat gecoördineerde herwerkte teksten beschikbaar worden voor alle betrokkenen.
Als bijlagen bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2018 werden aldus gehecht : - dit Pensioenreglement (bijlage 1); - een bijlage 2 die betrekking heeft op de bijdragen tot het Sectoraal Pensioenstelsel; en - de bijlage 3, die betrekking heeft op de Opting-out modaliteiten die qua inhoudelijke principes gelijk blijven aan wat initieel van toepassing was.
Dit Pensioenreglement legt de rechten en verplichtingen vast van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en Rechthebbenden en bepaalt de aansluitingsvoorwaarden bij het Sectoraal Pensioenstelsel alsook de regels inzake de uitvoering ervan. Dit Pensioenreglement wordt vastgesteld in uitvoering van de toepasselijke CAO's en bijhorende bijlagen.
Voor de goede orde wordt hier benadrukt dat de herneming van bepaalde teksten geen enkele afbreuk doet aan de continuïteit van het Sectoraal Pensioenstelsel, dat van toepassing is sinds 1 juli 2011. 1.2. Dit Pensioenreglement houdt een pensioentoezegging in van het type Vaste Bijdragen zonder gewaarborgd rendement. 1.3. Het Sectoraal Pensioenstelsel wordt ingericht door de Inrichter, SFTL. Het beheer en de uitvoering ervan worden toevertrouwd aan Pensio TL, organisme voor de financiering van pensioenen, afgekort OFP, op 22 mei 2012 toegelaten als instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, afgekort IBP, door de FSMA, nummer 50.603. Pensio TL werd aangeduid krachtens de toepasselijke CAO's als Pensioeninstelling belast met het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel, omschreven in dit Pensioenreglement.
Pensio TL heeft een middelenverbintenis. Dit wil zeggen dat Pensio TL de haar toevertrouwde gelden zo goed mogelijk zal beheren overeenkomstig het principe van de prudente persoon. Pensio TL waarborgt geen resultaat en gaat dus geen resultaatsverbintenis aan.
Voor de goede orde wordt gepreciseerd dat overeenkomstig artikel 24 van de WAP de verticale berekeningsmethode van toepassing is bij een wijziging van de interestvoet bedoeld in artikel 24 van de WAP. Deze methode wordt in het kader van dit Pensioenreglement toegepast sinds de invoering ervan. Art. 2.Definities Voor de toepassing van het Pensioenreglement hebben de begrippen met een hoofdletter de betekenis die eraan gegeven wordt in dit artikel.
Aangeslotene Een Aangeslotene bij het Pensioenreglement kan een Actieve Aangeslotene zijn of een Passieve Aangeslotene. Het begrip Aangeslotene omvat zowel de Actieve als de Passieve Aangeslotene.
Een Actieve Aangeslotene is een Werknemer die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het Pensioenreglement zolang hij tewerkgesteld is of niet uitgetreden is bij een Werkgever en aan de aansluitingsvoorwaarden blijft voldoen.
Een Passieve Aangeslotene is een gewezen Actieve Aangeslotene die bij Uittreding Verworven Reserves heeft en zijn Verworven Reserves in Pensio TL gelaten heeft na Uittreding. Een Passieve Aangeslotene wordt in de praktijk ook een "slaper" genoemd.
Aanvullend Pensioenkapitaal De prestatie bepaald in hoofdstuk III van het Pensioenreglement.
Actuaris De persoon belast door Pensio TL met de actua-riële functie.
Begunstigde De persoon die ingevolge het overlijden van een Actieve of, naargelang van het geval, Passieve Aangeslotene gerechtigd wordt overeenkomstig dit Pensioenreglement op (een deel van) het Overlijdenskapitaal bepaald in hoofdstuk IV van het Pensioenreglement.
Buffer De vrije reserve, zoals bedoeld in het uitvoeringsbesluit van de WAP, in het OFP Pensio TL. De activa van Pensio TL vormen één globaal vermogen maar zijn intern opgedeeld in drie luiken waarvan de Buffer één luik is. De Buffer is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving.
De Buffer bestaat uit de activa van het OFP die niet toebedeeld zijn aan het Pensioenluik of aan het Kostenluik.
De activa in de Buffer komen voort uit een jaarlijkse toebedeling van : (i) het positieve verschil tussen het Netto Rendement van het OFP en het Gecorrigeerd Netto Rendement van het OFP; en (ii) het resultaat van de formule "Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in de Buffer/totale activa van het OFP)"; en (iii) het verschil tussen het Gecorrigeerd Netto Rendement en het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement; alsook (iv) wanneer van toepassing, van de eventuele vermindering van de toebedeling aan het Kostenluik bedoeld in artikel 12 (ii).
De Buffer kan aangewend worden voor : (i) de aanzuivering van de Individuele Rekeningen bij Uittreding, Pensionering, overlijden, opheffing van het Sectoraal Pensioenstelsel en/of bij overdrachten van Verworven Reserves (desgevallend aangevuld voor zover wettelijk vereist); en/of voor (ii) prudentiële aanzuiveringen in het Pensioenluik en/of Kostenluik in het kader van het prudentieel beleid, het financieringsplan, interne of officiële herstel- of saneringsplannen en/of ingevolge eventuele discrepanties in de cashflows betreffende de geïnde RSZ-ontvangsten, de via de RSZ ingevorderde Kwartaalbijdragen en de krachtens de CAO verschuldigde Kwartaalbijdragen.
CAO De collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende het Sectoraal Pensioenstelsel dat van toepassing is op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden en die voorheen behoorden tot de subsectoren voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en voor goederenbehandeling voor rekening van derden van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek. De bijlagen bij deze collectieve arbeidsovereenkomsten alsook latere wijzigingen ervan, worden eveneens beoogd met dit begrip "CAO".
Forfaitaire Bijdrage De alomvattende bijdrage die per kwartaal en voor elke Werknemer, die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het Pensioenreglement, geïnd wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor zover het bedrag van de Forfaitaire Bijdrage, zoals bepaald in de CAO, hoger is dan de Procentuele Bijdrage. Het bedrag van de Forfaitaire Bijdrage wordt bepaald in de bijlage 2 bij de CAO. Om rekening te houden met de individuele tewerkstellingssituatie van elke Werknemer, aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel, wordt het bedrag van de Forfaitaire Bijdrage aangepast aan zijn Globale Prestatiefactor, zoals bepaald in de CAO. Bij niet-voltijdse tewerkstelling en/of bij onvolledige kwartalen, is aldus sprake van de "Forfaitaire Bijdrage aangepast aan de Globale Prestatiefactor".
FSMA De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten die de toezichthoudende autoriteit is op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. De FSMA ziet in het bijzonder toe op de naleving van de sociale wetgeving inzake aanvullende pensioenen (waaronder de WAP) en op het beheer en de werking van instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in overeenstemming met de prudentiële regelgeving ter zake.
Gecorrigeerd Netto Rendement Het Netto Rendement van het OFP van het betreffende boekjaar (i) verminderd met een bedrag gelijk aan het positieve verschil tussen het reële bedrag van de beheers- en werkingskosten van het OFP van het betreffende boekjaar enerzijds en de ontvangen Kostenbijdragen in het Kostenluik van het OFP anderzijds, indien deze laatste lager zijn; en (ii) verminderd met het verschil tussen de overeenkomstig de CAO verschuldigde KwartaalPensioenBijdragen enerzijds en de dienovereenkomstige RSZ-ontvangsten, indien deze laatste lager zijn, anderzijds; of (iii) naargelang van het geval, vermeerderd met het verschil tussen deze RSZ-ontvangsten enerzijds en de overeenkomstig de CAO verschuldigde KwartaalPensioenBijdragen anderzijds indien deze laatsten lager zijn.
Het Gecorrigeerd Netto Rendement wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur op basis van de jaarrekeningen en de onderliggende boekhoudingsstukken van het OFP. De correcties conform (i), (ii) en/of (iii) worden evenwel niet toegepast wanneer ze onbeduidend zijn en/of niet nodig zijn gelet op de reeds voldoende aanwezige activa in het Kostenluik, rekening houdend met eventueel bestaande cumulatieve saldi van vorige boekjaren.
De Raad van Bestuur stelt dit jaarlijks vast op grond van de boekhouding van het OFP. Individuele Rekening De rekening die binnen het OFP aangehouden wordt voor en op naam van elke Actieve en Passieve Aangeslotene waaraan de KwartaalPensioenBijdrage toegekend wordt. De oprenting ervan gebeurt a rato van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement. Dit wil zeggen dat het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement toegepast wordt op de Individuele Rekeningen volgens de voorwaarden bepaald in dit Pensioenreglement.
Inrichter Het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek", afgekort SFTL, fonds voor bestaanszekerheid. De Inrichter van het Sectoraal Pensioenstelsel is aangeduid in de CAO overeenkomstig de WAP en is lid van het OFP. IBP Een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Het OFP Pensio TL is de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die belast wordt met het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel.
Kind Een kind waarvan de afstamming ten aanzien van de Aangeslotene vaststaat, alsook een kind erkend of geadopteerd door de Aangeslotene.
Kwartaalbijdrage De Forfaitaire Bijdrage aangepast aan de Globale Prestatiefactor werd in de CAO, zoals van toepassing tot 30 juni 2018, ook de Kwartaalbijdrage genoemd.
KwartaalPensioenBijdrage Het bedrag dat dient voor de opbouw van de voordelen en prestaties voorzien in het Sectoraal Pensioenstelsel overeenkomstig het Pensioenreglement en bepaald in de CAO (met inbegrip van haar bijlagen, in het bijzonder in bijlage 2, en haar latere wijzigingen).
Vanaf 1 juli 2018 wordt het bedrag van de KwartaalPensioenBijdrage vastgesteld als een deel van de Procentuele Bijdrage (of waar van toepassing, bij wijze van overgangsmaatregel, als een deel van de Forfaitaire Bijdrage aangepast aan de Globale Prestatiefactor) waarbij voor de bepaling ervan eerst uitgegaan wordt van een door de partijen bij de CAO vast te stellen aandeel ten titel van de Kostenbijdrage en vervolgens eveneens rekening gehouden wordt met de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage verschuldigd op de KwartaalPensioenBijdrage.
Kostenbijdrage Het bedrag dat dient voor de dekking van de kosten betreffende het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel. Het bedrag van de Kostenbijdrage is bepaald in de CAO (in het bijzonder in bijlage 2).
De Kostenbijdrage is in de regel gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de Procentuele Bijdrage, enerzijds, en de KwartaalPensioenBijdrage verhoogd met de daarop verschuldigde bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, anderzijds. Echter, in situaties waarin de Procentuele Bijdrage lager is dan de Forfaitaire Bijdrage aangepast aan de Globale Prestatiefactor, is de Kostenbijdrage gelijk aan het verschil tussen de Forfaitaire Bijdrage aangepast aan de Globale Prestatiefactor, enerzijds, en de KwartaalPensioenBijdrage verhoogd met de daarop verschuldigde bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, anderzijds.
De partijen bij de CAO bepalen de hoegrootheid van de Kostenbijdrage in functie van de kosten, rekening houdend met de kosten van de vorige jaren en met geraamde kosten en met de eventueel bestaande saldi in het Kostenluik, waarbij het advies van de Actuaris kan gevraagd worden.
Er wordt voor de goede orde gepreciseerd dat de Kostenbijdrage tussen 1 juli 2011 en 1 januari 2016 gelijk was aan 3,19 EUR en in de periode van 1 januari 2016 tot 30 juni 2018 2,61 EUR bedroeg. Vanaf 1 juli 2018 wordt de Kostenbijdrage berekend volgens voormelde formule.
Na de opstartfase van het Sectoraal Pensioenstelsel zijn partijen bij de CAO overeengekomen om het aandeel van de Kostenbijdrage in de Procentuele Bijdrage, of naargelang van het geval waar van toepassing in de Forfaitaire Bijdrage (aangepast aan de Globale Prestatiefactor) wanneer nodig te verhogen waardoor het bedrag van de KwartaalPensioenBijdrage dienovereenkomstig moet aangepast (lees verminderd) worden (binnen het overeengekomen bedrag van respectievelijk de Procentuele Bijdrage of de Forfaitaire Bijdrage (aangepast aan de Globale Prestatiefactor)), tenzij partijen op zulk ogenblik een nieuwe overeenkomst bereiken om de alomvattende bijdrage tot het Sectoraal Pensioenstelsel te verhogen in het kader van een nieuwe CAO-onderhandeling binnen de wettelijke voorwaarden.
Partijen bij de CAO zullen onderhandelingen opstarten met het oog op het sluiten van een aangepaste bijlage 2 van zodra zou blijken dat het bedrag van de Kostenbijdrage onvoldoende zou zijn om de kosten en de geraamde kosten van het lopende en/of van het volgende jaar te dekken, rekening houdend met de saldi van het Kostenluik die eerst kunnen aangewend worden voor zover steeds een redelijk saldo beschikbaar blijft in het Kostenluik. Het OFP en de Actuaris zullen de situatie en evoluties van het Kostenluik nauw opvolgen.
Kostenluik Het deel van de activa van het OFP toebedeeld aan het Kostenluik. De activa in het Kostenluik zijn afkomstig van de stortingen van de Kostenbijdragen en van de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement aan het Kostenluik overeenkomstig artikel 12 van dit Pensioenreglement. De activa van het Kostenluik kunnen alleen aangewend worden voor de dekking van de kosten betreffende het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel.
Het Kostenluik is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving.
Luik Individuele Rekeningen Het Pensioenluik binnen het OFP. Netto Rendement Het financieel resultaat van het OFP, zoals jaarlijks vastgesteld in rubriek II van de resultatenrekening van het betreffende boekjaar.
Normale Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Normale Pensioenleeftijd bereikt wordt.
Normale Pensioenleeftijd De normale wettelijke pensioenleeftijd voor Pensionering van de Aangeslotene, doch ten vroegste 65 jaar.
Onthaalstructuur De verzekeringsovereenkomst gesloten door de Inrichter met een instelling die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 32, § 1, 2° van de WAP (die de totale winst verdeelt onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves en de kosten beperkt volgens de geldende reglementering) voor het beheer van : (i) de door Actieve Aangeslotenen bij hun vroegere Werkgever verworven pensioenrechten die op hun vraag overgedragen worden naar de Pensioeninstelling van de Inrichter; en (ii) voor het beheer van de Verworven Reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd bij Uittreding ingevolge de WAP, van gewezen Actieve Aangeslotenen die naar aanleiding van hun Uittreding of achteraf de overdracht vragen naar de Onthaalstructuur; en (iii) voor het beheer van de individuele voortzetting van Passieve Aangeslotenen zoals bepaald in artikel 33 van de WAP (voor zover van toepassing).
De overeenkomst van de Onthaalstructuur is (mede)onderschreven door het OFP voor de uitvoering van de omzetting van kapitalen in renten op vraag van de Aangeslotene of Begunstigde overeenkomstig artikel 25 van het Pensioenreglement.
Opting-out De mogelijkheid waarin voorzien wordt door de CAO voor een werkgever die onder het toepassingsgebied van de CAO valt om de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel zelf te organiseren op het niveau van zijn onderneming(en) overeenkomstig de voorwaarden van de CAO (nader bepaald in bijlage 3 in het bijzonder).
OFP Pensio TL. Het organisme voor de financiering van pensioenen Pensio TL dat optreedt als de Pensioeninstelling voor het beheer en de uitvoering van het Sectoraal Pensioenstelsel.
Overlijdenskapitaal De prestatie bepaald in hoofdstuk IV van het Pensioenreglement.
Partner De echtgeno(o)t(e) van de Actieve of Passieve Aangeslotene op het ogenblik van het overlijden van de Actieve of Passieve Aangeslotene die niet uit de echt gescheiden is, noch wettelijk van tafel en bed gescheiden is; of De persoon van hetzelfde of andere geslacht, niet verwant met de Actieve of Passieve Aangeslotene in de eerste, tweede of derde graad met wie de Actieve of Passieve Aangeslotene wettelijk samenwoont op basis van een verklaring van wettelijke samenwoning zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek op het ogenblik van het overlijden van de Actieve of Passieve Aangeslotene.
De persoon met wie de Aangeslotene op het ogenblik van zijn overlijden samenwoont op grond van een regeling, volgens het eventueel toepasselijke buitenlandse recht, die gelijkaardig is aan de wettelijke samenwoning bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, wordt in overeenstemming met de bepalingen van het internationaal privaatrecht gelijkgesteld met de wettelijk samenwonende Partner van de Aangeslotene voor de toepassing van dit Pensioenreglement.
Behoudens situaties waarin het eventueel toepasselijke buitenlandse recht meerdere echtgenoten erkent en de gevolgen ervan in België erkend worden, zal de Aangeslotene slechts één Partner hebben voor de toepassing van dit Pensioenreglement. Er wordt nooit meer dan één Overlijdenskapitaal toegekend. Desgevallend wordt het verdeeld in gelijke delen onder de wettelijk erkende Partners indien er meerdere zijn, dit om te voorzien in een gelijke opbouw van voordelen voor elke Aangeslotene op zijn Individuele Rekening, proportioneel aan zijn tewerkstellingssituatie.
De Aangeslotenen en/of hun Partners zijn verplicht om op eenvoudig verzoek van of namens het OFP het bewijs te leveren van het huwelijk of de (regeling van) wettelijke samenwoning, aan de hand van officiële stukken afgeleverd of bekrachtigd door officiële bevoegde instanties.
Pensioendatum Naargelang van het geval de Normale Pensioendatum, de Vervroegde Pensioendatum of de Verdaagde Pensioendatum.
Pensioeninstelling Een instelling die een aanvullend pensioenstelsel beheert en uitvoert en onder het toezicht staat van de bevoegde autoriteiten.
Pensioenluik Het deel van de activa van het OFP dat verbonden en toebedeeld is aan de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen.
Het Pensioenluik is geen afzonderlijk vermogen in de zin van de wetgeving. De activa van het Pensioenluik maken deel uit van het globale vermogen van het OFP. Voor de toepassing van het Pensioenreglement en voor het beheer van het OFP wordt evenwel gebruik gemaakt van een opdeling in interne luiken binnen het OFP. De activa van het Pensioenluik zijn gelijk aan de som van alle activa op de Individuele Rekeningen van de Aangeslotenen.
Pensioenreglement De bijlage 1 van de CAO waarin de rechten en verplichtingen van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en Rechthebbenden bepaald zijn overeenkomstig de WAP. Pensioneerbaar Loon Het loon van de Werknemer die aangesloten is bij het Sectoraal Pensioenstelsel, dat beantwoordt aan het sociale zekerheidsrechtelijke loonbegrip en dat de basis vormt voor de berekening van de gewone sociale zekerheidsbijdragen.
Pensionering De effectieve ingang van het wettelijk pensioen met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van het Aanvullend Pensioenkapitaal (voor Werknemers onderworpen aan de Belgische sociale zekerheidswetgeving, betekent dit het wettelijk pensioen van het stelsel der loontrekkenden), voor zover de Aangeslotene alsdan niet (meer) actief is in de sector en zijn professionele activiteiten in de sector heeft stopgezet.
Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen en voor zover de Aangeslotene zijn professionele activiteiten in de sector heeft stopgezet, kan het Aanvullend Pensioenkapitaal ook uitbetaald worden op de datum waarop de Aangeslotene de wettelijke pensioenleeftijd bereikt of op de datum waarop hij voldoet aan de voorwaarden om het vervroegd wettelijk pensioen als werknemer te verkrijgen, zelfs wanneer de Pensionering zelf later zou plaats vinden.
Uitbetaling van het Aanvullend Pensioenkapitaal is ook mogelijk, voor zover toegelaten door de wet en binnen de door de wet vastgestelde voorwaarden, vanaf de Vervroegde Pensioendatum (zoals hierna gedefinieerd) zonder de vereiste van Pensionering, doch steeds mits stopzetting door de Aangeslotene van zijn professionele activiteiten in de sector.
Raad van Bestuur De Raad van Bestuur van het OFP Pensio TL, paritair samengesteld, overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.
Rechthebbende Een persoon die rechtens aanspraak kan maken op een voordeel voorzien in het Pensioenreglement op basis van een wettelijke grondslag of een definitieve in kracht van gewijsde gegaan gerechtelijke beslissing.
RSZ De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Sectoraal Pensioenstelsel De collectieve pensioentoezegging ingericht op grond van de CAO en bepaald in de CAO. De rechten en verplichtingen van de Inrichter, de Werkgevers, de Aangeslotenen en hun Begunstigden en Rechthebbenden onder deze collectieve pensioentoezegging zijn bepaald in het Pensioenreglement, overeenkomstig de WAP. Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement Het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement is dat deel van het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toegewezen wordt aan de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen volgens de bepalingen van het Pensioenreglement en de werkingsdocumenten van het OFP. Het deel van het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toebedeeld wordt aan het Pensioenluik wordt vastgesteld op basis van de toebedelingsleutel bepaald in artikel 12 van het Pensioenreglement.
Het aldus bepaald aan het Pensioenluik toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement wordt vervolgens toegewezen aan de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen, volgens de bepalingen van het Pensioenreglement, rekening houdend met respectievelijk de Verworven Reserves van elke betrokken Aangeslotene bij het begin van het betreffende boekjaar en de KwartaalPensioenBijdragen voor de betrokken Actieve Aangeslotene, in het betreffende boekjaar, vanaf de respectievelijke valutadata van de KwartaalPensioenBijdragen. Dit is het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Uittreding De beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of Pensionering, van een Actieve Aangeslotene, voor zover betrokkene geen nieuwe arbeidsovereenkomst sluit/gesloten heeft met een Werkgever, alsook de andere situaties bedoeld in de WAP. De Uittreding wordt : (i) ofwel schriftelijk door de Aangeslotene aan het OFP meegedeeld; (ii) ofwel vastgesteld op basis van de afwezigheid gedurende twee opeenvolgende kwartalen van DmfA's betreffende de betrokken Passieve Aangeslotene door een Werkgever.
In het laatste geval wordt de Passieve Aangeslotene zo snel mogelijk gecontacteerd door of namens het OFP om bevestiging van zijn Uittreding te vragen. Bij ontstentenis van dergelijke bevestiging, om welke reden dan ook, wordt de Aangeslotene geacht te zijn uitgetreden en een passief Aangeslotene te zijn geworden.
Valutadatum De dag vanaf wanneer de oprenting toegepast wordt. Voor de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage is dit de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarop de KwartaalPensioenBijdrage betrekking heeft. Voor de oprenting van de KwartaalPensioenBijdrage die betrekking heeft op de verbrekingsvergoeding, is de Valutadatum de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de verbrekingsvergoeding aangegeven en betaald wordt.
Vaste Bijdragen Een pensioentoezegging van het type Vaste Bijdragen is een pensioentoezegging waarin de verbintenis slaat op de betaling van een vooraf vastgestelde bijdrage.
Verdaagde Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Verdaagde Pensioenleeftijd valt.
Verdaagde Pensioenleeftijd Een leeftijd na de Normale Pensioenleeftijd waarop de Actieve Aangeslotene met pensioen gaat (Pensionering) en zijn professionele activiteiten in de sector definitief stopzet. De Actieve Aangeslotene moet het OFP schriftelijk meedelen vanaf wanneer hij, na de Normale Pensioenleeftijd, verdaagd zijn Aanvullend Pensioenkapitaal wenst op te nemen.
Vervroegde Pensioendatum De eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de Vervroegde Pensioenleeftijd valt.
Vervroegde Pensioenleeftijd Een leeftijd gesitueerd vóór de Normale Pensioenleeftijd, ten vroegste vanaf wanneer een opname van het Aanvullend Pensioenkapitaal wettelijk mogelijk is. krachtens het Pensioenreglement zoals reeds van toepassing vóór de wijziging van artikel 27 van de WAP per 1 januari 2016, was de Vervroegde Pensioenleeftijd ook gedefinieerd als een leeftijd gesitueerd vóór de Normale Pensioenleeftijd ten vroegste vanaf wanneer de Actieve of Passieve Aangeslotene een wettelijk pensioen kan opnemen, of naargelang van het geval kan genieten van het conventioneel brugpensioenstelsel, thans genoemd SWT-stelsel (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag), doch niet vroeger dan 60 jaar.
Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen, is vanaf 1 januari 2016 de Vervroegde Pensioenleeftijd aldus gelijk aan een leeftijd die gesitueerd is tussen 60 jaar en de Normale Pensioenleeftijd, voor zover de Actieve of Passieve Aangeslotene op dat ogenblik een wettelijk pensioen kan opnemen of kan genieten van het SWT-stelsel en voor zover de wet toelaat dat men op of vanaf die Vervroegde Pensioenleeftijd het Aanvullend Pensioenkapitaal kan uitbetaald krijgen.
Verworven Prestatie De Verworven Prestatie waarop de Aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het Pensioenreglement bij in leven zijn op de Normale, Verdaagde of, naargelang van het geval, Vervroegde Pensioenleeftijd voor zover hij na zijn Uittreding zijn Verworven Reserves in het OFP gelaten heeft.
Verworven Reserves Het bedrag op de Individuele Rekening van de Aangeslotene.
Werkgever Een werkgever die onder het toepassingsgebied valt van de CAO en geen gebruik maakt van de Opting-out mogelijkheid. Een Werkgever neemt deel aan het Sectoraal Pensioenstelsel.
Werknemer Een werknemer van een Werkgever die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het Pensioenreglement van het Sectoraal Pensioenstelsel. Tenzij de wet op een dwingende wijze anders bepaalt, is een werknemer die gepensioneerd is en werkzaam is als gepensioneerde (dit wil zeggen als wettelijk pensioenrentegenieter) bij een Werkgever en die voldoet aan de overige voorwaarden voor aansluiting bij het Sectoraal Pensioenstelsel ook een Werknemer.
WAP De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
16/11/2010
numac
2010000643
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. Art. 3.Algemeen Waar in het Pensioenreglement het meervoud, respectievelijk het enkelvoud en/of het mannelijke, respectievelijk het vrouwelijke geslacht gebruikt worden, moet dit, behoudens uitdrukkelijk andersluidende bepaling, ook gelezen worden als het enkelvoud, respectievelijk het meervoud en/of het vrouwelijke, respectievelijk het mannelijke geslacht. HOOFDSTUK II. - Aansluitingsvoorwaarden Art. 4.Werknemers op 1 juli 2011 Alle Werknemers die op 1 juli 2011 verbonden waren met één of meerdere Werkgever(s) zijn verplicht aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel sinds 1 juli 2011: (i) voor zover zij bij de RSZ aangegeven zijn in RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027; en (ii) anders dan onder een leercontract tewerkgesteld worden krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur. Art. 5.Werknemers na 1 juli 2011 Alle Werknemers die vanaf 1 juli 2011 tewerkgesteld worden bij één of meerdere Werkgevers, anders dan onder een leercontract, krachtens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur en aangegeven worden in de RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 015 of 027, worden onmiddellijk bij de aanvang van hun arbeidsovereenkomst aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel. Hun aansluiting wordt geacteerd op de eerste dag van het kwartaal waarvoor de DmfA(-aangifte) betreffende betrokkene, gedaan wordt. Art. 6.Leerlingen In afwijking van artikelen 4 en 5 hiervoor worden leerlingen die aangegeven worden in RSZ-categorie 083 met werknemerskengetal 035 niet aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel.
Leerlingen die vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, die aangegeven worden in RSZcategorie 083 met werknemerskengetal 015 maar werken onder een leercontract, zoals aangegeven aan de RSZ met vermelding type leerling in de zone "type leercontract", worden ook niet aangesloten aan het Sectoraal Pensioenstelsel. Art. 7.Leeftijd Er geldt geen leeftijdsvoorwaarde als aansluitingsvoorwaarde. De Werknemer die voldoet aan voormelde aansluitingsvoorwaarden, wordt aangesloten bij het Sectoraal Pensioenstelsel, ongeacht zijn leeftijd. Art. 8.DmfA De aansluiting wordt vastgesteld op basis van de DmfA's. Verificaties gebeuren aan de hand van RSZ-aangiften en/of op basis van de beschikbare gegevens in databanken waartoe de Inrichter en/of het OFP toegang hebben. HOOFDSTUK III. - Aanvullend Pensioenkapitaal Art. 9.Bedrag van het Aanvullend Pensioenkapitaal Het Aanvullend Pensioenkapitaal bij Pensionering van de Aangeslotene of bij opname op de Vervroegde Pensioendatum is gelijk aan het bedrag op zijn Individuele Rekening, dat voor zover nodig en wettelijk vereist, aangevuld wordt tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd is.
Een Actieve Aangeslotene heeft op de Normale of naargelang van het geval, op de Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum, recht op een Aanvullend Pensioenkapitaal gelijk aan het bedrag dat op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd is op die datum (dit wil zeggen op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn, naargelang van het geval, Normale, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum).
Een Passieve Aangeslotene heeft op de Normale of, naargelang van het geval, op de Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum recht op een Aanvullend Pensioenkapitaal gelijk aan het bedrag dat op de laatste dag van de maand voorafgaand aan zijn Normale of, naargelang van het geval, Vervroegde of Verdaagde Pensioendatum op zijn Individuele Rekening staat, desgevallend aangevuld tot het bedrag dat in toepassing van de WAP gewaarborgd was op de datum van zijn Uittreding. Art. 10.Individuele Rekeningen in het OFP Elke Actieve en Passieve Aangeslotene heeft een Individuele Rekening die beheerd wordt door het OFP en waarop hij Aanvullend Pensioenkapitaalaanspraken kan laten gelden bij in leven zijn op de Normale Pensioenleeftijd of, naargelang van het geval, bij in leven zijn op de Vervroegde of Verdaagde Pensioenleeftijd, voor zover hij tot die respectievelijke datum, zijn Verworven Reserves in het OFP gelaten heeft. Art. 11.Oprenting Het bedrag op de Individuele Rekening is gelijk aan de oprenting van de KwartaalPensioenBijdragen aan het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Het Aanvullend Pensioenkapitaal wordt opgebouwd op basis van de KwartaalPensioenBijdragen bepaald in de CAO. De KwartaalPensioenBijdragen worden gestort in het OFP en toegekend aan het Pensioenluik op de Individuele Rekening van elke Actieve Aangeslotene.
Indien de Passieve Aangeslotene bij of na Uittreding zijn Verworven Reserves in het OFP laat, beheert het OFP zijn Individuele Rekening verder volgens de voorwaarden van het Pensioenreglement.
Het bedrag van de Individuele Rekening van elke Actieve of Passieve Aangeslotene evolueert in functie van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Het aan de Individuele Rekening van elke Actieve en Passieve Aangeslotene Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement is gelijk aan het Gecorrigeerd Netto Rendement dat toebedeeld wordt aan het Pensioenluik volgens artikel 12, (i) hieronder en dat vervolgens proportioneel toegewezen wordt aan zijn Individuele Rekening a rato van zijn Verworven Reserves en de KwartaalPensioenBijdragen wanneer van toepassing, volgens de regels bepaald in artikel 13 hierna. Art. 12.Toebedelingen aan het Pensioenluik, het Kostenluik en de Buffer Er zijn drie interne luiken binnen het OFP: - (i) het Pensioenluik; - (ii) het Kostenluik; en - (iii) de Buffer.
Samen vormen zij één globaal vermogen dat globaal beheerd en belegd wordt door het OFP. Het Netto Rendement en het Gecorrigeerd Netto Rendement van het OFP worden dus globaal voor het totale vermogen van het OFP vastgesteld.
De KwartaalPensioenBijdragen worden toebedeeld aan het Pensioenluik.
De Kostenbijdragen worden toebedeeld aan het Kostenluik.
De volgende toebedelingen gebeuren ook nog als volgt: (i) toebedeling aan het Pensioenluik (het Pensioenluik omvat alle Individuele Rekeningen) Principe:
Rendement Net Corrigé x (avoirs dans le Volet de Pension/totalité des avoirs de l'OFP)
Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Pensioenluik/totale activa van OFP)
Beperking: Voor zover het resultaat van deze formule voor de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement aan het Pensioenluik hoger is dan het bedrag dat zou nodig zijn om de bedragen van de Individuele Rekeningen aan te passen overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van het Pensioenreglement (dit wil zeggen : aan te vullen tot de bedragen die zouden gewaarborgd moeten zijn in de veronderstelling dat de Actieve Aangeslotenen zouden uittreden of pensioneren op 31 december van het betrokken jaar, en in de veronderstelling dat de Passieve Aangeslotenen op 31 december van het betrokken jaar een overdracht zouden vragen), zal het aan het Pensioenluik toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement verminderd worden tot het bedrag dat nodig is om de bedragen van de Individuele Rekeningen te verhogen tot de bedragen die aldus hypothetisch zouden moeten gewaarborgd zijn. Het bedrag van de vermindering wordt toebedeeld aan de Buffer. (ii) toebedeling aan het Kostenluik Principe:
Rendement Net Corrigé x (avoirs dans le Volet de Frais/totalité des avoirs dans l'OFP)
Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Kostenluik/totale activa in OFP)
Afwijking: Het resultaat van deze formule kan op beslissing van de Raad van Bestuur van het OFP verminderd worden tot het niveau vereist volgens de raming van de kosten voorzien in het budget van het OFP. Het bedrag van de vermindering wordt toebedeeld aan de Buffer. (iii) toebedeling aan de Buffer Principe 1:
La différence entre le Rendement Net et le Rendement Net corrigé
Het verschil tussen het Netto Rendement en het Gecorrigeerd Netto Rendement
Principe 2:
Rendement Net Corrigé x (avoirs dans le Buffer/totalité des avoirs de l'OFP)
Gecorrigeerd Netto Rendement x (activa in Buffer/totale activa van OFP)
Principe 3:
Les montants de diminutions mentionnées ci-dessus en (i) et (ii)
De bedragen van de verminderingen vermeld in (i) en (ii) hiervoor
Bij de toepassing van de principes vermeld in (i) en (ii) en van principe 2 vermeld in (iii) hiervoor, gebeurt de toebedeling van het Gecorrigeerd Netto Rendement proportioneel met de activa bij het begin van het betreffende boekjaar en met de inkomende en uitgaande cash flows van het betreffende boekjaar, rekening houdend met de respectievelijke valutadata van deze cash flows.
Voor de toepassing van principe 1 vermeld in (iii) hiervoor alsook van de beperking onder (i) en afwijking onder (ii), wordt als Valutadatum genomen de laatste dag van het betreffende boekjaar. Art. 13.Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement aan de Individuele Rekeningen Om het bedrag van de Individuele Rekening van een Actieve of Passieve Aangeslotene te bepalen, wordt het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement toegepast op zijn Individuele Rekening.
Het Gecorrigeerd Netto Rendement dat ingevolge artikel 12 hiervoor aan het Pensioenluik wordt toebedeeld, wordt vervolgens toegewezen op de Individuele Rekeningen van de Actieve en Passieve Aangeslotenen, volgens de bepalingen hieronder, rekening houdend met respectievelijk de Verworven Reserves van alle Actieve en Passieve Aangeslotenen op de begindatum van het betreffende boekjaar, enerzijds, en met de KwartaalPensioenBijdragen van het betreffende boekjaar ten gunste van de Actieve Aangeslotenen, anderzijds. Het deel van het aan het Pensioenluik toebedeelde Gecorrigeerd Netto Rendement dat aldus wordt toegewezen aan de Individuele Rekeningen, is het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Voor de toewijzing van het deel van het Gecorrigeerd Netto Rendement aan de Individuele Rekeningen wordt de volgende werkwijze toegepast: (i) wanneer het Gecorrigeerd Netto Rendement, uitgedrukt als een percentage, lager is dan het percentage van de rendementsgarantie van de WAP (lager is dan de interestvoet bepaald overeenkomstig artikel 24 van de WAP) zoals van toepassing op 31 december van het betrokken jaar waarop het Gecorrigeerd Netto Rendement betrekking heeft, worden alle Individuele Rekeningen dienovereenkomstig aangepast.Met andere woorden, de bedragen op de Individuele Rekeningen van alle Actieve en Passieve Aangeslotenen worden aangepast in functie van het vastgestelde percentage van het Gecorrigeerd Netto Rendement (in plus of in min); (ii) wanneer het Gecorrigeerd Netto Rendement, uitgedrukt als een percentage, gelijk is aan het percentage van de rendementsgarantie van de WAP (gelijk is aan de interestvoet bepaald overeenkomstig artikel 24 van de WAP) zoals van toepassing op 31 december van het betrokken jaar waarop het Gecorrigeerd Netto Rendement betrekking heeft, worden alle Individuele Rekeningen dienovereenkomstig aangepast.
Met andere woorden, de bedragen op de Individuele Rekeningen van alle Actieve en Passieve Aangeslotenen worden aangepast in functie van het vastgestelde percentage van het Gecorrigeerd Netto Rendement; (iii) wanneer het Gecorrigeerd Netto Rendement, uitgedrukt als een percentage, hoger is dan het percentage van de rendementsgarantie van de WAP (interestvoet bepaald overeenkomstig artikel 24 van de WAP) zoals van toepassing op 31 december van het betrokken jaar waarop het Gecorrigeerd Netto Rendement betrekking heeft: - worden in eerste instantie de bedragen op de Individuele Rekeningen van alle Actieve en Passieve Aangeslotenen verhoogd ten belope van een percentage gelijk aan het percentage van de rendementsgarantie van de WAP zoals van toepassing op 31 december van het betrokken jaar; dit wordt de zogenaamde "WAP toewijzing" genoemd; en - vervolgens wordt de volgende bestemming gegeven aan de activa die overeenstemmen met het positieve verschil tussen het Gecorrigeerd Netto Rendement zoals toebedeeld aan het Pensioenluik (uitgedrukt als een percentage) en het percentage van de rendementsgarantie van de WAP (van toepassing op 31 december van het jaar waarop het Gecorrigeerd Netto Rendement betrekking heeft), hierna genoemd "extra WAP activa": - indien op datum van 31 december van het betrokken jaar (waarop het Gecorrigeerd Netto Rendement betrekking heeft) bepaalde Individuele Rekeningen een hypothetisch tekort zouden vertonen ten opzichte van het bedrag dat door de WAP gewaarborgd werd op de eerdere Uittreding van de Passieve Aangeslotenen, of ten opzichte van het bedrag dat door de WAP gewaarborgd zou zijn in de veronderstelling dat de Actieve Aangeslotenen zouden uittreden of pensioneren op 31 december van het betrokken jaar (gezamenlijk genoemd het "WAP tekort"), worden de "extra WAP activa" die deel uitmaken van het aan het Pensioenluik toebedeelde Gecorrigeerd Netto Rendement, toegewezen aan de Individuele Rekeningen die een "WAP tekort", zoals hiervoor bedoeld, vertonen en zulks ten belope van zulk "WAP tekort"; dit is de zogenaamde "WAP tekort toewijzing" ten belope van de beschikbare "extra WAP activa"; - indien de "extra WAP activa" niet volstaan om bedoeld "WAP tekort" aan te zuiveren, worden de "extra WAP active" toegewezen aan de Individuele Rekeningen van alle Aangeslotenen waarop een "WAP tekort" wordt geïdentificeerd, pro rata het bedrag van de Verworven Reserves op 31 december van het betrokken jaar van elke betrokken Aangeslotene; - indien daarentegen zou blijken, niettegenstaande artikel 12, dat meer "extra WAP active" beschikbaar zouden zijn dan nodig voor de aanzuivering van bedoelde "WAP tekorten" op de Individuele Rekeningen, wordt voor de goede orde gepreciseerd dat deze overblijvende "extra WAP activa" toebedeeld worden aan de Buffer, zoals voorzien in artikel 12 waar de beperking bepaald wordt van het aan het Pensioenluik toe te bedelen Gecorrigeerd Netto Rendement.
Voor de toepassing van het Toegewezen Gecorrigeerd Netto Rendement ten aanzien van KwartaalPensioenBijdragen is de Valutadatum telkens de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarop de KwartaalPensioenBijdrage betrekking heeft. Voor de KwartaalPensioenBijdrage die betrekking heeft op de verbrekingsvergoeding geldt als Valutadatum de eerste dag van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin de verbrekingsvergoeding wordt aangegeven.
De oprenting van de Individuele Rekeningen …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.