📄 Wettekst
27 FEBRUARI 2003. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen
De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het Internationaal Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind;
Gelet op het
decreet van 17 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2002
pub.
02/08/2002
numac
2002029383
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende hervorming van de « Office de la Naissance et de l'Enfance », afgekort « O.N.E. »
sluiten houdende hervorming van de « Office de la Naissance et de l'Enfance », afgekort « O.N.E. », inzonderheid op artikel 3;
Gelet op het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 29 maart 1993, gewijzigd bij de besluiten van 11 juli 1996 en 26 januari 1998, houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen gesubsidieerd door de "Office de la Naissance et de l'Enfance" (Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn);
Gelet op het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 29 maart 1993 houdende vaststelling van de bijdrage van de ouders of van derden in de verblijfkosten van de kinderen in de crèches, peutertuinen, gemeentelijke huizen voor opvang van kinderen en in door de "Office de la Naissance et de l'Enfance" gesubsidieerde diensten voor begeleide onthaalvaders en onthaalmoeders thuis;
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 september 1994 houdende vaststelling van de voorwaarden waaraan de onthaalvaders en onthaalmoeders ten huize en de directeurs (directrices) van kindertehuizen moeten voldoen alsook de nadere regels van het medisch toezicht;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 11 juni 1999Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
11/06/1999
pub.
27/11/1999
numac
1999029533
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot toekenning van een toelage voor het schooljaar 1999-2000 aan de inrichtende macht van de gesubsidieerde niet-confessionele vrije school « Plein-Air », met toepassing van artikel 8 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
11/06/1999
pub.
27/11/1999
numac
1999029534
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot toekenning van een toelage voor het schooljaar 1999-2000 aan het onderwijsnet georganiseerd door de Franse Gemeenschap, met toepassing van artikel 9 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
11/06/1999
pub.
26/10/1999
numac
1999029557
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot toekenning van een toelage voor het schooljaar 1999-2000 aan de inrichtende macht van de gesubsidieerde niet-confessionele vrije school « Plein-Air », met toepassing van artikel 9 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
11/06/1999
pub.
26/10/1999
numac
1999029556
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot toekenning van een toelage voor het schooljaar 1999-2000 aan de inrichtende macht van de gesubsidieerde confessionele vrije school « Al Ghazali », met toepassing van artikel 9 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
11/06/1999
pub.
28/10/1999
numac
1999029550
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van het besluit van 20 november 1995 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van het inschrijvingsrecht in het kunstonderwijs met beperkt leerplan
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
11/06/1999
pub.
26/10/1999
numac
1999029558
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot toekenning van een toelage voor het schooljaar 1999-2000 aan het gesubsidieerd officieel onderwijsnet, in toepassing van artikel 8 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
11/06/1999
pub.
27/11/1999
numac
1999029555
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot toekenning van een toelage voor het eerste trimester van het schooljaar 1999-2000 aan het onderwijsnet van het gesubsidieerd officieel onderwijs, bestemd om de personeelskosten te dekken, met toepassing van artikel 9 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie
sluiten houdende verschillende maatregelen inzake kinderwelzijn;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 juni 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
15/06/2000
pub.
10/10/2000
numac
2000029297
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot goedkeuring van de criteria bepaald door de « Office de la Naissance et de l'Enfance » inzake weigering of intrekking van de toelating om kinderen van minder dan 6 jaar onder bewaking te hebben
sluiten houdende goedkeuring van de criteria bepaald door de « Office de la Naissance et de l'Enfance » inzake weigering of intrekking van de toelating om kinderen van minder dan 6 jaar onder bewaring te hebben;
Gelet op het advies van de Raad van Bestuur van de « Office de la Naissance et de l'Enfance »;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 december 2002;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 19 december 2002;
Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 december 2002 betreffende de vraag om advies te geven door de Raad van State binnen een termijn van maximum één maand;
Gelet op het advies 34.648/4 van de Raad van State, gegeven op 7 februari 2003, in toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Overwegende dat het past dat de opvangvoorzieningen georganiseerd worden in een geest van verdraagzaamheid en bereidwilligheid onder meer bekrachtigd door de basisprincipes van gelijkheid en niet-discriminatie, gelet op het feit dat de
wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/1981
pub.
20/05/2009
numac
2009000343
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten ertoe strekt sommige door racisme en xenofobie ingegeven daden in te tomen en door de aanbeveling van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 31 maart 1992 betreffende de kinderbewaking;
Overwegende dat de toegang tot een kwaliteitsvolle opvangvoorziening een recht voor het kind is en dat de opvangvoorziening het kind de mogelijkheid moet bieden zich te ontplooien op lichamelijk, psychologisch en sociaal vlak, in een omgeving en een pedagogisch project aangepast aan zijn leeftijd;
Overwegende dat de opvangvoorzieningen de ouders de mogelijkheid moet bieden hun verantwoordelijkheden op beroepsvlak op te nemen, d.w.z. tegelijkertijd het werk, de beroepsopleiding en het zoeken naar werkgelegenheid, hun sociale inzet en hun verantwoordelijkheden als ouders;
Overwegende dat het past de taak inzake sociale voorzorg van de opvangvoorzieningen te erkennen;
Overwegende dat de taak van de opvangvoorzieningen deze van het gezin aanvult en dat zij de bereidwilligheid en het luisteren naar de ouders moeten bevorderen;
Overwegende dat de opvangvoorzieningen de culturele eigenheden van de kinderen in acht moeten nemen en dat zij moeten zorgen voor hun specifieke behoeften, inzonderheid voor gehandicapte kinderen;
Overwegende dat het past de coherentie van wat voorafgaat op te drijven door fundamentele principes te bepalen die de gemeenschappelijke basis vormen voor de verschillende praktijken, in de trend van de doelstellingen beoogd door het besluit van 31 mei 1999 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang;
Overwegende dat de huidige reglementering betreffende de opvangvoorzieningen in de Franse Gemeenschap uiteenlopend is en dat het past, met het oog op rechtszekerheid, die reglementering in een enkele tekst op te nemen;
Overwegende dat de besluittrekkingen onder het Spaans voorzitterschap, zoals verwoord op de Europese Raad te Barcelona op 15 en 16 maart 2002 in het raam van het objectief « gelijke kansen » inzake werkgelegenheid van nu tot eind 2010 een doelstelling inzake opvangstructuren bepalen voor ten minste 33 % van de kinderen onder de drie jaar;
Overwegende dat het huidig opvangaanbod niet toelaat te beantwoorden aan de vraag terzake, is de dringende prioriteit het aantal opvangplaatsen te verhogen;
Op de voordracht van de Minister van Kinderwelzijn, Opvang en Opdrachten toegewezen aan de « Office de la Naissance et de l'Enfance »;
Na beraadslaging, Besluit : BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN TITEL I. - Bepalingen, toepassingsgebied en rechtstoestand van de opvangvoorzieningen Artikel 1.In de zin van dit besluit moet worden verstaan onder : 1° « het decreet » : het
decreet van 17 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2002
pub.
02/08/2002
numac
2002029383
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende hervorming van de « Office de la Naissance et de l'Enfance », afgekort « O.N.E. »
sluiten houdende hervorming van de « Office de la Naissance et de l'Enfance », afgekort « O.N.E. »; 2° « de Dienst » : « l'Office de la Naissance et de l'Enfance »;3° « Subregionaal Comité » : het subregionaal comité van de dienst zoals bedoeld bij artikel 18 van het decreet;4° « opvangvoorziening » : iedere natuurlijke of rechtspersoon buiten verband met het familiaal levensmilieu van het kind en die kinderen onder de zes jaar in externaat regelmatig opvangt;5° « gesubsidieerde opvangvoorziening » : opvangvoorziening die subsidies van de Dienst ontvangt;6° « ouder(s) » : de persoon(personen) die het kind aan de opvangvoorziening toevertrouwt (vertrouwen);7° « voorschriften voor een degelijke opvang » : de voorschriften bedoeld bij het besluit van 31 mei 1999 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang;8° « opvangproject » : het opvangproject opgesteld in uitvoering van artikel 19 van het besluit van 31 mei 1999 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang;9° « getuigschrift van degelijkheid » : getuigschrift uitgereikt in uitvoering van artikel 23 van het besluit van 31 mei 1999 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang;10° « toelating » : de beslissing van de Dienst voorafgaand aan de werking van elke opvangvoorziening die onder artikel 6, § 2 van het decreet valt en waaruit de naleving van de voorwaarden bedoeld bij het Eerste Boek, Titel II, van dit besluit blijkt;11° « erkenning » : de beslissing van de Dienst waaruit de naleving door de opvangvoorziening van de voorwaarden bepaald bij Boek een, Titel III, van dit besluit blijkt en die haar toelaat een toelage aan te vragen; 12° « bezettingspercentage » : het cijfer van de werkelijke bezetting van een opvangvoorziening t.o.v. het aantal kinderen die zij kan opvangen; 13° « inrichtende macht » : de natuurlijke persoon die geen overeenkomst heeft gesloten met een rechtspersoon die een opvangvoorziening organiseert;14° « directeur(-trice) » : de persoon belast met het dagelijks beheer van de opvangvoorziening;15° « financiële bijdrage van de ouders » : de financiële tegemoetkoming vereist van de ouders of van derden in de verblijfkosten in de opvangvoorziening;16° « de maatschappelijke werker » : een maatschappelijke werker(-ster) of gespecialiseerde werker(-ster) inzake communautaire gezondheid of een maatschappelijk assistent(e) inzonderheid belast met de sociale prestaties in de opvangvoorziening;17° « inkomsten van het gezin » : de geglobaliseerde netto-inkomsten van de personen die instaan voor de onderhoudskosten van het kind;18° « te verantwoorden inkomsten » : al de financiële middelen van het gezin, met uitzondering van de kindertoeslagen en de tussenkomsten van de openbare besturen in de onderhoudskosten van een kind in een opvanggezin geplaatst;19° « programmering van de opvangvoorzieningen » : bepaling door de Dienst van het aantal nieuwe subsidieerbare plaatsen per type van opvangvoorziening en per geografische zone, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten;20° « samenwerkingsovereenkomst » : elke overeenkomst bedoeld bij de artikelen 116 tot 119;21° « het Fonds » : het Fonds voor Solidariteit en Ontwikkeling voor Kinderopvang;22° « de Minister » : de Minister tot wiens bevoegdheid de Kinderopvang en de Opdrachten toegewezen aan de Dienst behoren;23° « de Regering » : de Regering van de Franse Gemeenschap. Art. 2.De opvangvoorzieningen zijn de volgende : 1° « de crèche » : opvangvoorziening ingericht om kinderen tussen nul en zesendertig maanden collectief en in externaat op te vangen met geschoold personeel en waartoe de toegang niet mag beperkt worden tot een lagere leeftijdscategorie;2° « de peutertuin » : opvangvoorziening ingericht om kinderen tussen achttien en zesendertig maanden collectief en in externaat op te vangen met geschoold personeel en waartoe de toegang niet mag beperkt worden tot een lagere leeftijdscategorie;3° « het gemeentelijk huis voor kinderopvang » : opvangvoorziening ingericht om kinderen tussen nul en zes jaar collectief en in externaat op te vangen met geschoold personeel;4° « het kinderhuis » : opvangvoorziening ingericht om kinderen tussen nul en zes jaar collectief en vooral in externaat op te vangen;5° « ouderscrèche » : opvangvoorziening ingericht om kinderen tussen nul en zesendertig maanden collectief en in externaat op te vangen gedeeltelijk met geschoold personeel en gedeeltelijk door ouders;6° « de dienst voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst » : dienst belast met de organisatie van de opvang van kinderen tussen nul en zes jaar door kinderopvangers (-sters) die een overeenkomst hebben gesloten met bedoelde dienst.Deze dienst kan een crèche zijn of een gemeentelijk huis voor kinderopvang; 7° « de kinderopvanger(-ster) » : de persoon die in de loop van de dag of 's nachts de opvang van kinderen tussen nul en zes jaar verzekert op de plaats waar hij (zij) gewoonlijk verblijft;de kinderopvanger(-ster) is ofwel onder overeenkomst bij een dienst zoals bedoeld bij 6°, ofwel zelfstandig; 8° elke andere opvangvoorziening die de opvang van kinderen tussen nul en zes jaar regelmatig organiseert op een andere dan de hierboven bedoelde manieren, voor zover deze opvang niet uitgesloten is door artikel 6, § 3, van het decreet. Art. 3.De opvangvoorziening wordt georganiseerd en beheerd door één of meer natuurlijke privaat- of publiekrechtelijke personen of rechtspersonen, inrichtende macht genoemd.
De statuten van de andere inrichtende macht van de opvangvoorziening dan een natuurlijke persoon, alsook elke wijziging aan die statuten, worden ter kennis van de dienst gebracht. Art. 4.Indien de opvangvoorziening in een sociaal, educatief, school-, ziekenhuis-, administratief, nijverheids- of handelscomplex ingewerkt is, wordt zij beheerd als een afzonderlijke entiteit en houdt zij een afzonderlijke boekhouding bij.
In deze veronderstelling, beschikt de opvangvoorziening over een eigen en geografisch afgezonderde ruimte. Art. 5.De crèche, de peutertuin en de ouderscrèche mogen geen winstoogmerk nastreven en worden beheerd en georganiseerd door een publiekrechtelijke persoon, door een inrichting van openbaar nut of door een vereniging zonder winstoogmerk.
Het gemeentelijk huis voor kinderopvang wordt beheerd door één of meer openbare besturen, door een structuur waarin de openbare besturen de meerderheid hebben of door een vereniging zonder winstoogmerk die een overeenkomst heeft gesloten met de gemeente, overeenkomstig het door de Dienst opgesteld model.
De dienst voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst is een dienst zonder winstoogmerk die ofwel een dienst is, georganiseerd door een crèche of een gemeentelijk huis voor kinderopvang erkend door de Dienst, ofwel een zelfstandige dienst erkend door de Dienst en georganiseerd door een ondergeschikt openbaar bestuur, door een vereniging van dergelijke besturen, door een inrichting van openbaar nut of door een vereniging zonder winstoogmerk.
TITEL II. - De machtiging Art. 6.De voorafgaande nominale machtiging bedoeld bij artikel 6, § 2, van het decreet wordt toegekend door de Dienst onder de hierna vermelde voorwaarden en geeft inzonderheid de lokalen en de opvangcapaciteit op. Zij is onvervreemdbaar en de aard ervan is intuitu personae. HOOFDSTUK I. - Algemene voorwaarden Afdeling I. - Opvang- of werkingscapaciteit
Art. 7.De crèche en de peutertuin hebben een opvangcapaciteit van ten minste achttien en ten hoogste achtenveertig plaatsen. Art. 8.Het gemeentelijk huis voor kinderopvang heeft een opvangcapaciteit van ten minste twaalf en ten hoogste vierentwintig plaatsen. Art. 9.Het kinderhuis heeft een opvangcapaciteit van ten minste negen en ten hoogste vierentwintig plaatsen. Art. 10.De ouderscrèche heeft een opvangcapaciteit van veertien plaatsen. Art. 11.De dienst voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst verbonden aan een crèche of een gemeentelijk huis voor kinderopvang bestaat uit ten minste vijf kinderopvangers(-sters). De overige diensten voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst hebben een capaciteit die niet lager dan tien kinderopvangers(-sters) mag zijn. Art. 12.De kinderopvanger (-ster) heeft een opvangcapaciteit voor een tot vier kinderen wat overeenstemt met een voltijdse dagtaak. Deze opvangcapaciteit wordt bepaald met, onder andere, inachtneming van de kinderen van de kinderopvanger(-ster) onder de drie jaar.
Het aantal kinderen ingeschreven bij eenzelfde kinderopvanger(-ster) mag in geen geval hoger zijn dan het dubbel van de toegelaten opvangcapaciteit.
Men mag ten hoogste vijf kinderen tegelijkertijd opvangen.
Bij afwijking van lid 3 kan dit aantal verhoogd worden tot zes indien de kinderopvanger(-ster) erkend is voor vier kinderen wat overeenstemt met een voltijdse dagtaak en indien het zesde kind tussen twee jaar en half en 6 jaar oud is, indien er een verwantschapsverband bestaat met een van de andere ingeschreven kinderen en indien het uitsluitend wordt opgevangen vóór en/of na de schooltijd. Art. 13.Bij uitzondering en op uitdrukkelijk gemotiveerd verzoek van de opvangvoorziening kan de Dienst een afwijking toestaan van de hierboven bepaalde grenzen van de opvangcapaciteit. Deze afwijking kan geen nadeel betekenen voor de degelijkheid van de opvang en is onderworpen aan de naleving van de door de Dienst bepaalde voorwaarden.
Een afwijking wordt toegestaan voor de voorbehouden plaatsen in een kinderhuis in het kader van een samenwerkingsovereenkomst die een overschrijding van de bij artikel 9 bepaalde capaciteitsgrens tot gevolg heeft. Het kinderhuis is ertoe verplicht in een begeleiding voor deze plaatsen te voorzien met personeel dat een opleiding van kinderverzorgster heeft. Afdeling II. - Werking van de opvangvoorziening
Art. 14.De Dienst oefent toezicht uit op de opvangvoorziening. Om dit toezicht evenals de opdrachten uit te voeren inzake begeleiding, raadgeving en toezicht, hebben de ambtenaren van de Dienst tijdens de openingsuren toegang tot de lokalen waarin de opvang van de kinderen verloopt. Zij mogen al de in deze afdeling bedoelde bescheiden inzien. Art. 15.De opvangvoorziening houdt een register van de inschrijvingen en de aanwezigheden bij. Art. 16.De opvangvoorziening houdt een dossier bij met de bescheiden die vereist of afgeleverd werden krachtens dit besluit en het besluit van 31 mei 1999 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang. Art. 17.De opvangvoorziening stelt een huishoudelijk reglement op volgens het type-model aangeraden door de Dienst, met nadere bepaling van de wederzijdse rechten en de plichten van de ouders en de opvangvoorziening.
Dit huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring aan de Dienst voorgelegd die de overeenstemming met de reglementering naziet. Het wordt voor akkoord door de ouders ondertekend wanneer het kind wordt ingeschreven. Art. 18.De opvangvoorziening zorgt er voor dat er in veiligheid, zindelijkheid, hygiëne en ruimte is voorbehouden voor de kinderen in haar infrastructuren en uitrustingen en dat zij hun welzijn en hun ontwikkeling in de hand werken, volgens de door de Dienst bepaalde nadere regels krachtens de voorschriften voor een degelijke opvang en goedgekeurd door de Regering. Art. 19.De opvangvoorziening verzekert zich om haar wettelijke aansprakelijkheid te dekken voor de goederen of de personen waarvoor zij verantwoordelijk is krachtens de artikelen 1382 tot 1385 van het Burgerlijk Wetboek. Art. 20.De opvangvoorziening verwittigt schriftelijk de Dienst vooraleer gelijk welke verandering te doen die een relevant gevolg kan hebben voor de opvangvoorwaarden. Art. 21.De opvangvoorziening brengt de Dienst op de hoogte van elke tijdelijke of definitieve stopzetting van haar activiteiten, behoudens voor het jaarlijks verlof.
Er bestaat een afspraak tussen de inrichtende macht en de Dienst over de nadere regels en de termijn van de stopzetting van de activiteiten van een gesubsidieerde opvangvoorziening, evenals over de verandering van inrichtende macht of van vestigingsplaats. Afdeling III. - Personeel van de opvangvoorziening
Art. 22.De opvangvoorziening, behoudens de kinderopvanger(-ster), stelt een natuurlijke persoon aan, « Directeur(-trice ») genoemd, die ter plaatse voor het dagelijks beheer zorgt. De Dienst wordt van deze aanstelling verwittigd.
De Directeur(-trice) heeft onder meer als taak te zorgen voor de goede werking van de opvangvoorziening en voor het ontwerpen en de werkelijke toepassing van het opvangproject. Art. 23.De Directeur(-trice) is ten minste eenentwintig jaar oud en het begeleidingspersoneel ten minste achttien jaar.
De maximum leeftijd is voor iedereen vastgesteld op vijfenzestig jaar.
Bij uitzondering kan de Dienst een afwijking toestaan voor de maximum leeftijd bedoeld bij lid 2 volgens de voorwaarden die hij bepaalt. Art. 24.De Directeur(-trice) en het begeleidingspersoneel alsook de kinderopvanger(-ster) moeten een opleiding of een nuttige ervaring inzake kinderopvang hebben opgedaan overeenkomstig artikel 42. Zij mogen geen activiteit uitvoeren die onverzoenbaar is met kinderopvang of die hen zou verhinderen de begeleiding van de kinderen te verzekeren tijdens hun prestatie-uren. Art. 25.De opvangvoorziening, behoudens de diensten voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst voor hun kinderopvangers(-sters), sluit met ieder personeelslid een overeenkomt af waarin ten minste de aard en de duur ervan, de aard en de prestatietijd en de duur van de vooropzeg worden voorzien.
De dienst voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst sluit een overeenkomst af met de kinderopvanger onder overeenkomst (-ster). Deze overeenkomst is opgesteld volgens een model bezorgd door de Dienst en ter goedkeuring aan de Dienst voorgelegd. Afdeling IV. - Medische bepalingen
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Art. 26.In naleving van de door de Dienst bepaalde nadere regels : 1° onderwerpt de opvangvoorziening de kinderen of de persoon (personen) die hen begeleiden aan een gezondheidscontrole, overeenkomstig de vigerende reglementering;2° zorgen bovendien de structuren die kinderen tussen nul en drie jaar opvangen ervoor dat er een preventief medisch toezicht op de kinderen wordt uitgevoerd;3° behoudens wanneer een medische consultatie in eigen huis wordt georganiseerd, onderhoudt de opvangvoorziening een functionele relatie met een door de Dienst opgerichte of erkende consultatie. Art. 27.Aan ieder personeelslid, alsook aan iedere kinderopvanger(-ster) en aan de personen van meer dan vijftien jaar die deel uitmaken van zijn (haar) gezin, evenals aan al de personen die veelvuldige contacten met de opgevangen kinderen moeten hebben, bezorgt de opvangvoorziening het volgende, behoudens aan de kinderopvanger(-ster) onder overeenkomst, op de hierna bepaalde vervaltermijnen en ook op elk ogenblik dat de Dienst erom verzoekt en volgens de door hem bepaalde nadere regels : 1° het bewijs bij hun indiensttreding van hun immuniteitstoestand t.o.v. de rode hond; 2° jaarlijks een medisch getuigschrift waaruit blijkt dat op het ogenblik van het onderzoek, er geen teken van lichamelijke of psychische aandoening bestaat die gevaar zou kunnen meebrengen voor de opgevangen kinderen, met dien verstande dat de Dienst kan eisen dat een bijkomend getuigschrift van lichamelijke of psychische gezondheidstoestand door een gespecialiseerde geneesheer wordt opgemaakt. Elke belangrijke wijziging van de gezondheidstoestand moet spontaan aan de Dienst worden medegedeeld. Art. 28.De dienst voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst legt voor iedere kinderopvanger(-ster) en de zelfstandige kinderopvanger(-ster) wat hem (haar) betreft, het bewijs voor dat zijn (haar) kinderen onder de zes jaar gevaccineerd zijn volgens het schema opgesteld door de Franse Gemeenschap en aanbevolen door de Dienst.
Onderafdeling II. - Specifieke bepalingen voor de kinderen Art. 29.In het kader van het preventief medisch toezicht, wordt het medisch boekje van het kind als een document gebruikt dat als band tussen de verschillende tussenkomende personen en de ouders dient.
Daartoe zorgen de ouders ervoor dat het boekje altijd ter beschikking van het kind blijft. Art. 30.Wanneer een kind aan een opvangvoorziening wordt toevertrouwd, bezorgen de ouders aan de structuurgeneesheer een medisch getuigschrift waarin de gezondheidstoestand van het kind wordt toegelicht en desgevallend de gebeurlijke implicaties i.v.m. de collectieve gezondheidsaspecten. Het medisch getuigschrift vermeldt eveneens de reeds uitgevoerde vaccinaties. Art. 31.Behoudens medische beslissing, welke op het verzoek van de opvangvoorziening bevestigd wordt door de medisch adviseur van de subregio, wordt ieder kind gevaccineerd volgens de door de Dienst bepaalde nadere regels in het kader van het schema opgemaakt door de Franse Gemeenschap. De vaccinaties worden door de geneesheer van de consultatie voor zuigelingen gedaan of door een door de ouders gekozen geneesheer. In dat geval bezorgen de ouders aan de opvangvoorziening het bewijs van de vaccinaties. Art. 32.De opvangvoorziening mag slechts een ziek kind in eigen milieu aanvaarden volgens de nadere regels en aanbevelingen bepaald door de Dienst en op voorwaarde dat een medisch getuigschrift getuigt dat op het ogenblik van het onderzoek, de aandoening waaraan het kind lijdt zijn verblijf in de opvangvoorziening niet belet. Art. 33.In naleving van de door de Dienst bepaalde voorwaarden, wordt de opvang van een gehandicapt kind aangemoedigd om zijn integratie te bevoordelen met inachtneming van zijn verschillen, voorzover dat de opvangvoorziening aan voldoende voorwaarden beantwoordt om de veiligheid van het kind te waarborgen. Afdeling V. - Begeleidingsnormen.
Art. 34.De begeleiding van de kinderen binnen de crèche wordt door het volgende minimumpersoneel verzekerd : 1° een kinderverzorger(-ster) wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor zeven kinderen;de hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan evenwel voor de kinderen van boven de achttien maanden vervangen worden door die van aspirant-nursing of onderwijzer(-es) van het keuteronderwijs of door een andere door de Regering erkende hoedanigheid, na advies van de Dienst, zonder dat het percentage kinderverzorger(-ster) daarom lager mag zijn dan de helft van het personeel aangewezen voor de begeleiding van de kinderen van die leeftijd; 2° een gegradueerd verpleger (-ster) of een gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van achtenveertig plaatsen of deeltijds tewerkgesteld volgens een uurrooster berekend per volledige schijven van twaalf plaatsen om toezichts- en verzorgingsprestaties uit te voeren;3° een gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg of een maatschappelijk assistent(e) deeltijds tewerkgesteld voor een capaciteit van achtenveertig plaatsen of tewerkgesteld met verminderde dagtaak volgens een uurrooster berekend per volledige schijven van vierentwintig plaatsen om prestaties van sociale aard uit te voeren. Mits akkoord van de Dienst, kunnen de bij lid 1, 2° en 3°, bedoelde prestaties anders verdeeld worden volgens de dienstnoodwendigheden om een beter evenwicht van de ambten te verzekeren, op voorwaarde dat een dergelijke verdeling niet een verhoging van de gesubsidieerde prestaties tot gevolg heeft en dat de medische en sociale opvolging verzekerd blijft.
Om een multidisciplinariteit van de begeleiding te bevorderen wanneer een structuur over een medisch-sociale begeleiding beschikt die meer dan een volledige dagtaak omvat, mag de opvangvoorziening ten hoogste voor de helft de medisch-sociale prestaties door personeel vervangen titularis van een opleiding van hoger niveau met psychopedagogische finaliteit, voor zover de medisch-sociale opvolging verzekerd blijft door geschoold personeel. Art. 35.De begeleiding van de kinderen in de peutertuin wordt verzekerd door ten minste het volgend personeel : 1° een kinderverzorger(-ster) wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor negen kinderen;de hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan vervangen worden door die van aspirant-nursing of onderwijzer(-es) van het kleuteronderwijs of door een andere door de Regering erkende hoedanigheid, na advies van de Dienst, zonder evenwel de helft van het personeel te overschrijden; 2° een gegradueerd verpleger(-ster) of een gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg wiens (wier) prestaties overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van achtenveertig plaatsen of deeltijds tewerkgesteld volgens een uurrooster berekend per volledige schijven van twaalf plaatsen om toezichts- en verzorgingsprestaties uit te voeren;3° een gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg of een maatschappelijk assistent(e) halftijds tewerkgesteld voor een capaciteit van achtenveertig plaatsen of tewerkgesteld met verminderde dagtaak volgens een uurrooster berekend per volledige schijven van vierentwintig plaatsen om prestaties van sociale aard uit te voeren. Mits akkoord van de Dienst, kunnen de bij lid 1, 2° en 3°, bedoelde prestaties anders verdeeld worden volgens de dienstnoodwendigheden om een beter evenwicht van de ambten te verzekeren, op voorwaarde dat een dergelijke verdeling niet een verhoging van de gesubsidieerde prestaties tot gevolg heeft en dat de medische en sociale opvolging verzekerd blijft.
Om een multidisciplinariteit van de begeleiding te bevorderen wanneer een structuur over een medisch-sociale begeleiding beschikt die meer dan een volledige dagtaak omvat, mag de opvangvoorziening ten hoogste voor de helft de medisch-sociale prestaties door personeel vervangen, titularis van een opleiding van hoger niveau met psychopedagogische finaliteit, voor zover de medisch-sociale opvolging verzekerd blijft door geschoold personeel. Art. 36.De begeleiding van de kinderen in het gemeentelijk huis voor kinderopvang wordt verzekerd door ten minste het volgend personeel : 1° 2,5 betrekkingen die overeenstemmen met een volledige dagtaak kinderverzorgers(-sters) voor twaalf kinderen;2° 0,5 betrekking die overeenstemt met een volledige dagtaak kinderverzorger(-sters) per groep van drie bijkomende plaatsen voor de huizen met een capaciteit die groter is dan twaalf plaatsen;de hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan vervangen worden door die van aspirant-nursing of onderwijzer(-es) van het kleuteronderwijs, zonder dat het percentage kinderverzorgers(-sters) daarom lager mag zijn dan de helft van het personeel aangewezen voor de begeleiding van de kinderen; 3° 0,25 betrekking die overeenstemt met een volledige dagtaak gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg, of van maatschappelijk assistent(e) per schijf van twaalf plaatsen. Art. 37.De begeleiding van de kinderen in een ouderscrèche wordt verzekerd door personeel dat overeenstemt met ten minste 3,5 volledige dagtaken. In het kader van die minimale prestaties die overeenstemmen met 3,5 voltijdse dagtaken, zijn er prestaties bepaald die overeenstemmen met ten minste 1,75 tijden kinderverzorgers(-sters) en een prestatie die overeenstemt met 0,25 voltijdse dagtaak gegradueerde sociale verpleger(-ster) gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg of maatschappelijk assistent(e) en ten hoogste door de ouders verzekerde prestaties van 1,5 voltijdse dagtaak.
De inrichtende macht van een ouderscrèche zorgt ervoor dat een lid van het geschoold personeel aanwezig is gedurende al de openingsuren van de opvangvoorziening.
De ouders die deelnemen aan de begeleiding van een ouderscrèche zorgen ten minste een halve dag en ten hoogste vijf halve dagen per week voor de opvang, naar rata van maximum twaalf ouders. Art. 38.De begeleiding van de kinderen in het kinderhuis wordt verzekerd door tenminste het volgend personeel : 1° 1,5 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van zes tot negen kinderen indien een derde van de kinderen ouder is dan achttien maanden, ingeval van afwijking van de minimale capaciteit, toegekend overeenkomstig artikel 13;2° 2 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van zes tot negen kinderen indien meer dan twee derde van de kinderen minder dan achttien maanden oud is, ingeval van afwijking van de minimale capaciteit, toegekend overeenkomstig artikel 13;3° 2 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van negen kinderen;4° 2,5 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van twaalf kinderen;5° 3 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van vijftien kinderen;6° 3,5 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van achttien kinderen;7° 4 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van eenentwintig kinderen;8° 4,5 prestaties die overeenstemmen met een voltijdse dagtaak voor een capaciteit van vierentwintig kinderen. Boven de vierentwintig kinderen, wordt de begeleiding verhoogd met 0,5 prestatie die overeenstemt met een volledige dagtaak per schijf van 3 kinderen.
Er dient in een kwarttijdse betrekking directie voorzien te worden per schijf van twaalf plaatsen. Art. 39.Om de begeleiding van de kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst te verzekeren, beschikt de dienst voor kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst over ten minste het volgend personeel : 1° een gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg of een maatschappelijk assistent(e) met voltijdse dagtaak voor een capaciteit van twintig kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst of deeltijds tewerkgesteld volgens een uurrooster berekend per schijven van vijf kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst 2° een gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg of een maatschappelijk assistent(e) voor een vierde tijd tewerkgesteld per groep van vijf bijkomende kinderopvangers(-sters) onder overeenkomst. Art. 40.Voor de toepassing van de artikelen 34, 1° en 35, 1°, wordt, in geval van een aangevatte schijf, het voor de begeleiding van de kinderen vereiste personeel verhoogd met een halftijdse betrekking wanneer de erkende capaciteit de helft van de schijf overtreft. Art. 41.De begeleiding van de kinderen bij de kinderopvanger(-ster) wordt verzekerd door hem (haar) alleen. Er kan geen sprake zijn van delegatie van de opvang van de kinderen aan een andere persoon dan de kinderopvanger(-ster). Hij (zij) kan evenwel geholpen worden door een hulpkracht. Afdeling VI. - Aanvankelijke opleiding
Art. 42.Voor de crèches, peutertuinen en gemeentelijke opvangvoorzieningen voor kinderen, moeten de Directeur(-trice) en de personen die de kinderen begeleiden, een opleiding van verpleger(-ster), gegradueerd maatschappelijk verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg, maatschappelijk assistent(e) of kinderverzorger(-ster) hebben gevolgd of een hogere opleiding dan de psychopedagogische finaliteit. De hoedanigheid van kinderverzorger(-ster) kan vervangen worden door die van aspirant-nursing of onderwijzer(-es) van het kleuteronderwijs, zonder dat het percentage kinderverzorgers(-sters) daarom lager mag zijn dan de helft van het personeel aangewezen voor de begeleiding van de kinderen.
Voor de ouderscrèches, moeten de Directeur(-trice) en de andere personen dan de ouders die de kinderen begeleiden een opleiding van verpleger(-ster), gegradueerde maatschappelijke verpleger(-ster) of gespecialiseerd in communautaire gezondheidszorg, maatschappelijk assistent(e) of kinderverzorger(-ster) hebben gevolgd of een hogere opleiding dan de psychopedagogische finaliteit. De ouders die de kinderen begeleiden doen een opleiding gelden erkend door de Regering of verbinden zich tijdens het jaar een versnelde opleidingscursus te volgen erkend door de Regering.
Voor de kinderhuizen, doet de Directeur(-trice) een psycho-medische sociale opleiding in het directieambt gelden erkend door de Regering of, bij ontstentenis, een nuttige ervaring van vijf jaar op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit. In dat geval verbindt de Directeur(-trice) er zich toe binnen de drie jaar een versnelde opleidingscursus te volgen erkend door de Regering. Het begeleidingspersoneel van de kinderen doet een opleiding gelden erkend door de Regering of, bij ontstentenis, een nuttige ervaring van vijf jaar in het begeleidingsambt op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit. In dat geval verbindt het personeelslid er zich toe binnen het jaar een versnelde opleidingscursus te volgen erkend door de Regering.
De kinderopvanger(-ster) doet een opleiding gelden erkend door de Regering of, bij ontstentenis, verbindt het personeelslid er zich toe binnen de drie jaar een versnelde opleidingscursus te volgen van ten hoogste 50 uren, erkend door de Regering.
De lijst van de opleidingen erkend door de Regering wordt elk jaar herzien. Afdeling VI. - Doorgezette opleiding
Art. 43.Elke opvangvoorziening zorgt voor de voortgezette opleiding van haar personeel inzonderheid door de inschrijving van dit personeel voor opleidingscursussen vervat in een programma van voortgezette opleiding, dat ten minste om de drie jaar door de Regering op de voordracht van de Dienst wordt bepaald.
Dit programma is opgesteld door de Dienst, in partnerschap met de onderwijsinrichtingen met volledig leerplan en/of sociale promotie en met de opleidingsoperators erkend door het Ministerie van Kinderwelzijn. HOOFDSTUK II. - Machtigingsprocedure Art. 44.§ 1.De aanvraag tot machtiging van de opvangvoorziening wordt naar de Dienst gestuurd.
Bij de aanvraag worden de volgende stukken gevoegd : 1° voor de opvangvoorziening als dusdanig : a) de opvangcapaciteit;b) een verzekeringspolis waarbij de wettelijke en professionele aansprakelijkheid van de opvangvoorziening en van de personen voor wie zij instaat wordt verzekerd;c) een voorstel waarin de hoofdlijnen van het opvangproject worden vermeld, conform de voorschriften voor een degelijke opvang;d) een ontwerp van huishoudelijk reglement;e) desgevallend, de aanstelling van de Directeur(-trice) door hem (haar) voor akkoord ondertekend;f) indien zij zich privaatrechtelijk rechtspersoon heeft gesteld, de statuten ervan en haar eventuele wijzigingen;g) een beschrijving et een plan van de infrastructuren;h) de verbinding ten minste eenmaal per jaar vergaderingen te houden met de ouders of elk andere vorm van participatie van de ouders; i) indien zij opgericht is op basis van artikel 119, § 2, de projecten over een overeenkomst van samenwerking, 2° voor ieder personeelslid, iedere opvanger(-ster), alsook voor iedere persoon die regelmatig contact met de opgevangen kinderen moeten hebben, volgens de door de Dienst bepaalde nadere regels : a) een getuigschrift van goed zedelijk gedrag zonder de minste veroordeling of interneringsmaatregel voor zedenfeiten of gewelddaden t.o.v. minderjarigen en die zich in een tijdsspanne van minder dan zes maanden hebben voorgedaan op het ogenblik van de indiening van de aanvraag; dit getuigschrift moet om de vijf jaar hernieuwd worden, evenals op gewoon verzoek van de Dienst; b) het bewijs van de immuniteitstoestand tegen de rode hond;c) voor iedere kinderopvanger(-ster), het bewijs dat zijn (haar) kinderen gevaccineerd zijn volgens de door de Dienst bepaalde nadere regels in het kader van het schema ontworpen door de Franse Gemeenschap, behoudens medische beslissing, welke op het verzoek van de Dienst, bevestigd wordt door de medisch adviseur van de subregio;3° voor iedere kinderopvanger(-ster) onder overeenkomst : a) een volledig sociaal verslag van de sociale werker van de dienst voor kinderopvanger(-ster), na onderzoek ten huize van de kandidaat(-ate) kinderopvanger(-ster);b) de overeenkomst gesloten tussen de dienst en de kinderopvanger(-ster), bedoeld bij artikel 25, lid 2; § 2. Voor elke opvangvoorziening, wordt een onderzoekverslag opgesteld door de bevoegde ambtenaren van de Dienst. Art. 45.Binnen de veertien dagen te rekenen vanaf de aanvraag, bericht de Dienst ontvangst van het volledig dossier bij de opvangvoorziening. Desgevallend, deelt hij haar mede dat het dossier onvolledig is en beschrijft het (de) ontbrekend(e) document(en).
Binnen de veertien dagen van de ontvangst van de ontbrekende documenten, bericht de Dienst er ontvangst van aan de opvangvoorziening. Art. 46.Gelijktijdig met de verzending van het bewijs van ontvangst van het volledig dossier, verzoekt de Dienst om het advies van het bevoegd college van burgemeester en schepenen en van de personen aangesteld door de Dienst.
Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de opvang plaatsgrijpt, heeft dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek, om zijn advies aan de Dienst door te zenden. Bij ontstentenis van een antwoord binnen deze termijn, wordt het advies als gunstig beschouwd. Art. 47.De Dienst beslist over het verzoek om machtiging binnen de zestig dagen die volgen de indiening van het volledig dossier et deelt onmiddellijk haar beslissing mede aan de opvangvoorziening en aan het betrokken college van burgemeester en schepenen. HOOFDSTUK III. - Nadere regels voor de inschrijving van het kind Art. 48.Vanaf de volle zesde maand van het zwangerschap, dienen de ouders schriftelijk of mondeling een aanvraag van inschrijving van hun kind in de opvangvoorziening in. Zij preciseren het aantal halve dagen per maand waarop hun kind waarschijnlijk aanwezig zal zijn en de dag waarop de opvang waarschijnlijk zal aanvangen.
Elke aanvraag van inschrijving wordt onmiddellijk geboekt in de vorm van een inschrijving op wachtlijst in het bij artikel 15 bedoeld inschrijvingsregister, in de chronologische volgorde van haar indiening. De opvangvoorziening bezorgt er een bewijs van ontvangst voor.
In afwijking van de leden 2 en 3, wanneer de aanvraag van de ouders wordt gedaan in het kader van een overeenkomst voor samenwerking, wordt die aanvraag onmiddellijk ingeschreven in de vorm van een definitieve inschrijving, in het inschrijvingsregister op de vermoedelijke datum waarop de opvang begint. Art. 49.Het is de Dienst toegelaten elke schikking of elke technische nadere regel te treffen om de informaties die in de bij artikel 48 bedoelde inschrijvingsregisters staan te informatiseren en te centraliseren. Art. 50.§ 1. De opvangvoorziening geeft schriftelijk kennis aan de ouders van de aanvaarding of de gemotiveerde weigering van de inschrijving binnen een termijn die de twee maanden niet mag overschrijden te rekenen vanaf de aanvraag van de inschrijving, die bepaald wordt door de Dienst en, in geval van aanvaarding, neemt zij kennis van hun verzoek om zich te laten afschrijven in de opvangvoorzieningen waar een verzoek op wachtlijst van de ouders hangend zou zijn. Indien de eerste aanvraag tot inschrijving gewijzigd wordt ten gevolge een kennisgeving van de aanvaarding of de weigering door de opvangvoorziening, geeft deze voorziening binnen de tien volgende werkdagen kennis van de aanvaarding of de weigering van die gewijzigde aanvraag.
De inschrijving wordt onmiddellijk ingeschreven in de vorm van een definitieve inschrijving, in het inschrijvingsregister op de vermoedelijke datum waarop de opvang begint.
De opvangvoorziening bezorgt aan de ouders het huishoudelijk reglement en het opvangproject, dat zij voor akkoord moeten ondertekenen na ervan kennis te hebben genomen. § 2. De inschrijving van het kind kan niet geweigerd worden op basis van sociale, seksuele of racistische discriminaties, voor zover de ouders aanvaarden het opvangproject en het huishoudelijk reglement van de opvangvoorziening te onderschrijven.
Onverminderd lid een, moet de inschrijving van het kind gedaan worden in naleving van de orde van de inschrijvingsaanvraag in het register overeenkomstig artikel 48, lid 3, voorzover dit overeenstemt met het opvangaanbod. § 3. Elke beslissing de inschrijving te weigeren, medegedeeld aan de ouders op een type-formulair waarvan het model door de Dienst wordt bezorgd, preciseert de reden van de weigering, te weten ofwel omdat er geen plaatsen beschikbaar zijn op de vermoedelijke datum waarop de opvang begint, ofwel een reden in verband met de onverzoenbaarheid van de aanvraag met het opvangproject of het huishoudelijk reglement van de opvangvoorziening, die niet mogen stellen dat een aanvraag tot inschrijving wordt geweigerd omdat het aantal dagen onvoldoende zou zijn indien dit aantal op maandelijks gemiddelde hoger is dan 16 halve dagen, buiten de maanden juli en augustus. De opvangvoorziening informeert daarenboven de ouders van de andere opvangvoorzieningen die hun aanvraag zouden kunnen inwilligen erover, overeenkomstig artikel 20 van de voorschriften voor een degelijke opvang evenals over het feit dat zij hun aanvraag doorzendt naar het subregionaal comité om in een inschrijvingregister op wachtlijst te worden ingeschreven. Art. 51.§ 1. In geval van gemotiveerde weigering van de inschrijving, overeenkomstig artikel 50, geeft de opvangvoorziening het subregionaal comité van haar gewest kennis van de beslissing van de weigering.
Elk subregionaal comité centraliseert, wat dit comité betreft, de weigeringen van de inschrijving in een inschrijvingsregister en houdt het bij volgens de door de Dienst bepaalde nadere regels. § 2. Indien een opvangvoorziening een niet bezette opvangcapaciteit heeft, neemt zij vooreerst contact op met het subregionaal comité van haar gewest om te zien of er geen inschrijvingsaanvragen op wachtlijst overblijven van ouders die zich tot haar hadden gewend en aan wie de inschrijving werd geweigerd.
Zo ja, na bevestiging van de aanvraag van de ouders, schrijft de voorziening die inschrijving, uitgevoerd overeenkomstig dit hoofdstuk, in het inschrijvingsregister in de vorm van een definitieve inschrijving, bedoeld bij artikel 50, lid 2, en vraagt aan de ouders zich af te schrijven in de opvangvoorzieningen waar hun aanvraag op wachtlijst zou opgenomen zijn.
Zo niet schenkt de opvangvoorziening aandacht aan de inschrijvingsaanvragen die in haar register zijn opgenomen in de vorm van een aanvraag op wachtlijst.
Tenslotte, indien de inschrijvingen in haar register in de vorm van inschrijvingen op wachtlijst haar niet toelaten te beantwoorden aan deze niet bezette opvangcapaciteit, neemt de opvangvoorziening contact op met het subregionaal comité van de plaats waar zij gevestigd is en/of die zich in de buurt van haar vestigingsplaats bevindt. Deze comités geven kennis van het inschrijvingsregister op wachtlijst aan de opvangvoorziening.
Na bevestiging van de aanvraag van de ouders, schrijft de opvangvoorziening die inschrijving, uitgevoerd overeenkomstig dit hoofdstuk, in het inschrijvingsregister in de vorm van een definitieve inschrijving, bedoeld bij artikel 50, lid 2, en vraagt aan de ouders zich af te schrijven in de opvangvoorzieningen waar hun aanvraag op wachtlijst zou opgenomen zijn. § 3. De Dienst bepaalt de procedures om de inschrijvingsregisters op wachtlijst te actualiseren, zowel t.o.v. de opvangvoorzieningen als van de ouders. Art. 52.De ouders bevestigen de geboorte van het kind bij de opvangvoorziening binnen de maand van de geboorte.
Na de maand die volgt op de vermoedelijke geboortedatum en indien de ouders de geboorten niet hebben gemeld, stuurt de opvangvoorziening een herinneringsschrijven aan de ouders met het verzoek de inschrijving binnen de veertien dagen te bevestigen. Krijgt men geen antwoord op dit schrijven, dan wordt de definitieve inschrijving geschrapt. Art. 53.Op het ogenblik van de bij artikel 52, lid 1 bedoelde bevestiging, vraagt de opvangvoorziening aan de ouders een forfaitair voorschot om de reservatie van de plaats van het kind te verzekeren in de opvangvoorziening en om de goede uitvoering van de financiële verplichtingen van de ouders gedurende de hele duur van de opvang van het kind te waarborgen. Dit voorschot stemt overeen met ten hoogste een maand opvang, berekend op basis van het gevraagde aanwezigheidscijfer en de financiële bijdrage van de ouders die wordt vastgesteld op basis van de inkomens van het gezin. Het moet terugbetaald worden op het einde van de opvang van het kind indien alle verplichtingen werden nageleefd of indien de opvang niet mogelijk was door een geval van overmacht en dit binnen een termijn van minder dan een maand.
De inschrijving van het kind is definitief vanaf het ogenblik dat de ouders het bij lid 1 bedoeld forfaitair voorschot hebben gestort. Art. 54.De opvangvoorziening stuurt jaarlijks een verslag naar de Dienst over de uitgevoerde en bevestigde inschrijvingen en over deze die zij heeft afgewezen alsook over de redenen van deze weigeringen.
Indien bij de Dienst een klacht wordt neergelegd of indien hij vaststelt dat de weigering van de inschrijving niet of onvoldoende gemotiveerd of ongegrond is, mag hij alle gepaste maatregelen nemen en naargelang van het geval of de ernst van de tekortkoming, de toelating opschorten of intrekken, volgens de in dit besluit bepaalde nadere regels. Art. 55.In afwijking van de artikelen 48 tot 51, voorzien de opvangvoorzieningen bedoeld bij artikel 2, 1° tot 4° en 8° erin ten minste 10 % van hun totale capaciteit in reserve te houden om te beantwoorden aan de opvangbehoeften die voortvloeien uit bijzondere situaties en meer bepaald voor de opvang van kinderen die enig verwantschap met een ander ingeschreven kind hebben. Voor deze situaties zijn er voor de inschrijving en de reservatie andere nadere regels bepaald dan deze die in bedoelde artikelen zijn bepaald.
Het voorbehouden percentage, de bijzondere toestanden en de nadere regels voor de inschrijving en de reservatie bedoeld bij lid 1 worden nader bepaald in het huishoudelijk reglement van de opvangvoorziening.
Indien er voor de plaatsen, voorbehouden krachtens lid een of in het kader van een samenwerkingsovereenkomst, geen inschrijvingsaanvraag binnen de veertien dagen vóór de aanvang van een maand wordt ingediend, blijven die plaatsen niet meer verplichtend voorbehouden voor opvangbehoeften die respectievelijk voortvloeien uit buitengewone toestanden of uit een samenwerkingsovereenkomst in het vooruitzicht van de volgende maand en worden toegewezen volgens het in artikel 15 bedoeld inschrijvingsregister. HOOFDSTUK IV. - Weigering, opschorting en intrekking van de machtiging Art. 56.De Dienst weigert de machtiging indien hij vaststelt dat een van de bij deze Titel bedoelde voorwaarden niet wordt nageleefd.
Hij geeft er kennis van aan de opvangvoorziening bij een ter post aangetekende brief. In de brief worden de redenen van de weigering van de machtiging vermeld en worden de bepalingen van dit artikel en van artikel 57 aangehaald.
De opvangvoorziening heeft dertig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de weigering van de machtiging om de in de brief bedoelde elementen te verhelpen.
Indien op het verstrijken van deze termijn de opvangvoorziening zich niet heeft geschikt naar al de toekenningvoorwaarden, bevestigt de Dienst zijn beslissing tot weigering.
De gemotiveerde beslissing ter bevestiging wordt ter kennis gebracht van de opvangvoorziening bij een ter post aangetekende brief. Art. 57.Administratief verhaal kan aangetekend worden bij de Raad van Bestuur van de Dienst tegen de beslissing tot weigering van de machtiging.
Dit verhaal wordt ingediend bij een ter post aangetekende brief binnen de dertig dagen die volgen op de ontvangst van de beslissing tot weigering.
Na kennis te hebben genomen van de schriftelijke of mondelinge argumenten, aangevoerd op eigen verzoek door de vertegenwoordiger van de inrichtende macht, bevestigt de Raad van Bestuur van de Dienst de weigering van de machtiging of kent, desgevallend, de machtiging toe. Art. 58.Wanneer de Dienst vaststelt nadat de machtiging werd toegekend, dat een van de voorwaarden voor de toekenning ervan niet meer wordt nageleefd, stuurt hij aan de opvangvoorziening een aanmaning om haar verplichtingen na te leven. Art. 59.De opvangvoorziening heeft dertig dagen tijd om zich te schikken naar de aanmaningen van de Dienst.
In spoedgeval, kan de aanmaning de opvangvoorziening ertoe verplichten zich onmiddellijk naar de geformuleerde aanmaningen te schikken. Art. 60.Indien de opvangvoorziening zich bij het verstrijken van de bij artikel 59 bedoelde termijnen niet heeft geschikt naar de bepalingen van de aanmaning, schort of trekt de Dienst de aan de opvangvoorziening toegekende machtiging in.
De beslissing tot opschorting of intrekking wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht van de opvangvoorziening bij een ter post aangetekende brief. Zij heeft de sluiting van de opvangvoorziening tot gevolg binnen de dertig dagen die volgen op de kennisgeving ervan, onverminderd de bij artikel 63 bedoelde bepalingen.
In geval van opschorting van de machtiging, wordt in de beslissing de duur van de opschorting onder de zes maanden vermeld. Art. 61.§ 1. Administratief verhaal kan aangetekend worden bij de Raad van Bestuur van de Dienst tegen de beslissing tot opschorting of weigering van de machtiging.
Dit verhaal moet worden ingediend bij een ter post aangetekende brief binnen de dertig dagen die volgen op de ontvangst van de beslissing tot opschorting of weigering.
De indiening van het verhaal schort de gevolgen van de beslissing op. § 2. Binnen de maand van de ontvangst van het verhaal, roept de Raad van Bestuur van de Dienst een lid van de inrichtende macht en/of de Directeur(-trice) van de opvangvoorziening op om hem (haar) toe te laten zijn (haar) opmerkingen te laten gelden.
De oproeping gebeurt bij een ter post aangetekend schrijven.
De opgeroepen personen mogen zich laten bijstaan door iemand naar vrije keuze.
Er moeten ten minste tien dagen verlopen zijn tussen de oproeping en het gehoor van de betrokkene(n).
Het gehoor wordt door de Raad van Bestuur van de Dienst of door personen aangeduid uit eigen midden verzekerd. Na afloop ervan, worden notulen opgesteld en ondertekend door de aanwezigen. § 3.Na de opgeroepen personen te hebben gehoord, kan de Raad van Bestuur van de Dienst nog een allerlaatst uitstel toestaan om de opvangvoorziening toe te laten zich te schikken naar zijn aanmaningen.
In deze veronderstelling kan hij ofwel de opvangvoorziening gelasten de ouders van de opgevangen kinderen in te lichten over het bestaan van de ingezette procedure, geformuleerd en volgens de nadere regels die hij in dit speciaal geval bepaalt, ofwel zelf deze informatie mededelen. § 4. Op het einde van de procedure, bevestigt of vernietigt de Raad van Bestuur de beslissing de aan de opvangvoorziening toegekende machtiging op te schorten of in te trekken. Deze beslissing wordt met redenen omkleed en bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de opvangvoorziening. Art. 62.De opschorting of de intrekking van de machtiging heeft de opschorting of de intrekking van de erkenning en de eventueel aan de opvangvoorziening toegekende toelagen tot gevolg. Art. 63.In geval van bijzondere hoogdringendheid, ten gevolge van een dwingende en onvoorzienbare gebeurtenis of omstandigheden die de veiligheid of de gezondheid van de kinderen ernstig in gevaar brengen, kan de Dienst de opvang preventief opschorten.
Hetzelfde gebeurt indien ten gevolge van de bij artikel 59, lid 2, bedoelde aanmaning, de opvangvoorziening zich niet onmiddellijk schikt naar de opgelegde maatregelen.
De beslissing van de Dienst wordt met redenen omkleed.
Indien de buitengewone omstandigheden, bedoeld bij lid een, voortvloeien uit het handelen van de opvangvoorziening of van een van haar personeelsleden, kan de opschorting van de opvang beslist worden zelfs vóór de bij artikel 59 bedoelde aanmaning.
De preventieve schorsing mag niet langer dan twee maanden duren.
Zij heeft uitwerking vanaf haar kennisgeving aan de opvangvoorziening die dan onmiddellijk haar activiteiten moet opschorten. Wanneer de kennisgeving gedaan wordt bij gewone brief, telecopie, elektronische briefwisseling of ander gelijkgesteld middel, wordt zij binnen de vijf dagen bij een ter post aangetekende brief bevestigd. Art. 64.Dringend verhaal wordt aangetekend bij de Raad van Bestuur van de Dienst tegen de beslissing van voorlopige opschorting, om en einde te stellen aan de opschortingmaatregel.
Het dringend beroep wordt ingediend binnen de vijf dagen die volgen op de kennisgeving van de opschortingmaatregel.
Binnen de veertien dagen die volgen op de datum van de kennisgeving van het dringend beroep, bevestigt of desgevallend schort de Raad van Bestuur de aangevochten maatregel op.
De beslissing van de Raad van Bestuur wordt met redenen omkleed en onmiddellijk ter kennis gebracht van de opvangvoorziening. Art. 65.In geval van opschorting of intrekking van de machtiging stelt de Dienst alles in het werk om de opvang van de kinderen in een andere opvangvoorziening te verzekeren.
TITEL III. - De erkenning HOOFDSTUK I. - Voorw …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.