📄 Wettekst
15 MAART 2019. - Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 Art. 2.Aan artikel 3 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt een punt 44° toegevoegd, dat luidt als volgt: "44° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en in het leren vinden van zijn weg in zijn instelling als werkplek en lerende organisatie.". Art. 3.In artikel 4, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt het getal "720" vervangen door het getal "580". Art. 4.Aan artikel 20 van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 4. Een tijdelijke aanstelling gebeurt in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking voor een bepaalde duur of voor een doorlopende duur.". Art. 5.In hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt een artikel 20bis ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 20bis.§ 1. Een tijdelijk personeelslid wordt altijd aangesteld voor bepaalde duur, tenzij het personeelslid voldoet aan artikel 21, 21bis, 100quater decies of 100quinquies decies.
Tijdens de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft een tijdelijk personeelslid recht op aanvangsbegeleiding. Het tijdelijke personeelslid wordt tijdens de periode van aanvangsbegeleiding gecoacht en ondersteund. De duur en intensiteit van de aanvangsbegeleiding worden bepaald in onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator en opgenomen in een schriftelijke overeenkomst of in voorkomend geval in de functiebeschrijving van het personeelslid. De schriftelijke overeenkomst wordt in onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator tijdens de periode van de aanvangsbegeleiding aangepast als gevolg van nieuwe afspraken.
Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt in het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de raad van bestuur, door de afgevaardigd bestuurder in het geval van het vormingscentrum, of door de scholengemeenschap, als de instelling tot een scholengemeenschap behoort. § 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 55bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, niet.". Art. 6.In artikel 21 van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/02/2003
pub.
01/07/2003
numac
2003035650
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XIV
sluiten en het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt de zin "Een tijdelijke aanstelling in een instelling kan gebeuren in een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur." vervangen door de zin "Een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur kan gebeuren in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld in punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. In dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid in toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt conform de werkpunten in de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen.
Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld in het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort in dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt.
De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dat deel van de beoordeling in kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde instantie.
In het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2° in de instellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "in § 3" telkens vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 100quater decies";4° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "in § 3" telkens vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 100quater decies"; 5° in paragraaf 5, vierde lid, wordt de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit." vervangen door de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, derde lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 490 dagen dienstanciënniteit.". 6° in paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quater decies" en wordt de zinsnede "in § 3 van dit artikel" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 van dit artikel of artikel 100quater decies";7° in paragraaf 7bis wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quater decies";8° in paragraaf 7ter wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quater decies";9° in paragraaf 7quater wordt de zinsnede "in § 3" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 100quater decies". Art. 7.In artikel 21bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, vervangen bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/02/2003
pub.
01/07/2003
numac
2003035650
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XIV
sluiten en het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt de zin "Een tijdelijke aanstelling in een instelling kan gebeuren in een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur." vervangen door de zin "Een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur kan gebeuren in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld in punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding werd afgelegd. In dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid in toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt conform de werkpunten in de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens deze bijkomende periode moet volgen.
Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld in het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort in dat geval beide partijen voordat het een beslissing neemt.
De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dit akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de betrokken beoordeling door een afgevaardigde van de bevoegde instantie.
In het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2° in de instellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "in § 3" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 100quinquies decies";4° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "in § 3" telkens vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 100quinquies decies";5° in paragraaf 5 wordt het getal "600" vervangen door het getal "490";6° in paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quinquies decies" en wordt de zinsnede "in § 3 van dit artikel" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 van dit artikel of artikel 100quinquies decies";7° in paragraaf 7bis wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quinquies decies";8° in paragraaf 7ter wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quinquies decies";9° in paragraaf 7quater wordt de zinsnede "in § 3" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 100quinquies decies". Art. 8.In artikel 36 van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt in punt 1° de zinsnede "op 30 juni voorafgaand aan de datum waarop de benoeming ingaat ten minste 720 dagen dienstanciënniteit telt" vervangen door de zinsnede "op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de benoeming ingaat ten minste 690 dagen dienstanciënniteit telt" en wordt de zinsnede "van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd" vervangen door de zinsnede "van de 690 dagen er 360 zijn gepresteerd". Art. 9.In artikel 55vicies/8, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 19 juni 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten1, wordt de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 21, § 3, of 21bis, § 3," vervangen door de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 21, § 3, artikel 100quater decies, artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies,". Art. 10.In artikel 56, § 5, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035809
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het onderwijs XIX
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035790
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
07/07/2009
numac
2009035580
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid
sluiten, wordt de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 21, § 3, of 21bis, § 3, van dit decreet, of in artikelen 23, § 3, of 23bis, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs" vervangen door de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 21, § 3, of artikel 100quater decies, en artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies, van dit decreet of in artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs,". Art. 11.In artikel 56/1, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035809
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het onderwijs XIX
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035790
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
07/07/2009
numac
2009035580
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid
sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 21, § 3, en artikel 21bis, § 3, van dit decreet of in artikel 23, § 3, en artikel 23bis, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs," vervangen door de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 21, § 3, of artikel 100quater decies en artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies van dit decreet of in artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs,". Art. 12.In artikel 73ter, § 7, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het
decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035809
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het onderwijs XIX
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035790
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
07/07/2009
numac
2009035580
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid
sluiten, worden de woorden "permanente vorming en nascholing" vervangen door de woorden "aanvangsbegeleiding, permanente vorming en nascholing". Art. 13.In artikel 91, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 10 juli 2003, wordt de zinsnede "van de artikelen 21, § 3, en 21bis, § 3" vervangen door de zinsnede "van de artikelen 21, § 3, of 100quater decies en 21bis, § 3, of 100 quinquies decies". Art. 14.In hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt een artikel 100quater decies ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 100quater decies. § 1. In afwijking van artikel 21, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2019 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 21, § 5, als het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2019 in dat ambt in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep gespreid over ten minste drie schooljaren in dat ambt een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2° in de instellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 2. In afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 21, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2020 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 21, § 5, als het personeelslid: 1° tijdens het schooljaar 2019-2020 in het betrokken ambt aangesteld is in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2020 in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep in het betrokken ambt gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2° in de instellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 en van artikel 21, § 3, heeft een personeelslid op 1 september recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 21, § 5, als hij in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° na 31 augustus 2019 tijdelijk aangesteld worden in het betrokken ambt in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2019 in het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen en ten hoogste 719 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 3° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij tijdelijk is aangesteld geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding werd afgelegd. In dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid in toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt conform de werkpunten in de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens deze bijkomende periode moet volgen.
Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld in het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort in dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt.
De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dit akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de betrokken beoordeling door een afgevaardigde van de bevoegde instantie.
In het bevoegde lokaal comité van de scholengroep worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2° in de instellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.". Art. 15.In hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt een artikel 100quinquies decies ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 100quinquies decies. § 1. In afwijking van artikel 21bis, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2019 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 21, § 5, als het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2019 in dat ambt in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep gespreid over ten minste drie schooljaren in dat ambt een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2° in de instellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 2. In afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 21bis, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2020 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 21, § 5, als het personeelslid: 1° tijdens het schooljaar 2019-2020 in het betrokken ambt aangesteld is in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2020 in het betrokken ambt in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2° in de instellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 en van artikel 21bis, § 3, heeft een personeelslid recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 21bis, § 5, als hij in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° na 31 augustus 2019 tijdelijk aangesteld worden in het betrokken ambt in een of meer instellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2019 in het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen en ten hoogste 719 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 3° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij tijdelijk is aangesteld geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding werd afgelegd. In dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid in toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt conform de werkpunten in de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens deze bijkomende periode moet volgen.
Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld in het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort in dat geval beide partijen voordat het een beslissing neemt.
De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dit akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de betrokken beoordeling door een afgevaardigde van de bevoegde instantie.
In het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt in de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1° in de instellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2° in de instellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid in een of meer instellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 Art. 16.Aan artikel 5 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt een punt 33° toegevoegd, dat luidt als volgt: "33° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en in het leren vinden van zijn weg in zijn instelling als werkplek en lerende organisatie.". Art. 17.In artikel 6, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt het getal "720" vervangen door het getal "580". Art. 18.Aan artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 15 juni 2007, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 4. Een tijdelijke aanstelling gebeurt in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking voor een bepaalde duur of voor een doorlopende duur.". Art. 19.In titel II, hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, wordt een artikel 20bis ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 20bis.Een tijdelijk personeelslid wordt altijd aangesteld voor bepaalde duur, tenzij het personeelslid voldoet aan artikel 23, 23bis, 77bis of 77ter.
Tijdens de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft een tijdelijk personeelslid recht op aanvangsbegeleiding. Het tijdelijke personeelslid wordt tijdens de periode van aanvangsbegeleiding gecoacht en ondersteund. De duur en intensiteit van de aanvangsbegeleiding worden bepaald in onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator en opgenomen in een schriftelijke overeenkomst of in voorkomend geval in de functiebeschrijving van het personeelslid. De schriftelijke overeenkomst wordt in onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator tijdens de periode van de aanvangsbegeleiding aangepast als gevolg van nieuwe afspraken.
Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt in het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de inrichtende macht of door de scholengemeenschap, als de instelling tot een scholengemeenschap behoort. § 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 44bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, niet.". Art. 20.In artikel 23 van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/02/2003
pub.
01/07/2003
numac
2003035650
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XIV
sluiten en het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt de zin "Een tijdelijke aanstelling in een instelling of CLB kan gebeuren in een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur." vervangen door de zin "Een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur kan gebeuren in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld in punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt die voorwaarde geacht vervuld te zijn.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. In dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid in toepassing van hoofdstuk VIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt conform de werkpunten in de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen.
Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld in het tweede lid, kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden.
De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt.
De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling in kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde instantie.
In het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen in alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht waarbij het recht is verworven.
Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij die inrichtende macht met een ter post aangetekende brief. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als het personeelslid in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "in § 3" telkens vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 77bis";4° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "in § 3" telkens vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 77bis"; 5° in paragraaf 5, vierde lid, wordt de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit." vervangen door de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, derde lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 490 dagen dienstanciënniteit."; 6° in paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77bis" en wordt de zinsnede " § 3 van dit artikel" vervangen door "paragraaf 3 van dit artikel of artikel 77bis";7° in paragraaf 7bis wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77bis";8° in paragraaf 7ter wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77bis";9° in paragraaf 7quater wordt de zinsnede "in § 3" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 3 of artikel 77bis". Art. 21.In artikel 23bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, vervangen bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/02/2003
pub.
01/07/2003
numac
2003035650
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XIV
sluiten en het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
31/08/1999
numac
1999036093
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XI
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
20/07/1999
numac
1999035897
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs X
sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 worden de woorden "voor een bepaalde of voor een doorlopende duur in een vacante en/of niet-vacante betrekking" vervangen door de woorden "voor een doorlopende duur in een vacante betrekking of in een niet-vacante betrekking";2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen van dezelfde scholengemeenschap voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld in punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt die voorwaarde geacht vervuld te zijn.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. In dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid in toepassing van hoofdstuk VIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt conform de werkpunten in de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen.
Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld in het tweede lid, kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.