Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020
Kort samengevat
Dit decreet regelt maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI, met ingang van het schooljaar 2019-2020, en wijzigt bestaande decreten over de rechtspositie van onderwijspersoneel. Het introduceert en verduidelijkt regels rond aanvangsbegeleiding en tijdelijke aanstellingen voor onderwijspersoneel.
Wat het regelt
- De definitie van "aanvangsbegeleiding" voor tijdelijk personeel.
- De voorwaarden voor tijdelijke aanstellingen van bepaalde en doorlopende duur.
- Het recht op aanvangsbegeleiding voor tijdelijk personeel en de uitzonderingen hierop.
- De criteria voor het verkrijgen van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.
Wie het aanbelangt
- Tijdelijke personeelsleden in het gemeenschapsonderwijs.
- Vastbenoemde personeelsleden die tijdelijk worden aangesteld.
Kernpunten
- Aanvangsbegeleiding is structureel verankerde ondersteuning voor tijdelijke personeelsleden die voor bepaalde duur zijn aangesteld.
- Een tijdelijk personeelslid heeft recht op aanvangsbegeleiding, tenzij het een vastbenoemd personeelslid is dat tijdelijk wordt aangesteld.
- Om recht te hebben op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, moet een personeelslid gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit van ten minste 580 dagen hebben, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd.
- Personeelsleden die niet akkoord gaan met een beoordeling met werkpunten kunnen verhaal halen bij de raad van bestuur.
Wettekst
15 MAART 2019. - Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen het
leidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 Art. 2.Aan artikel 3 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een punt 44° toegevoegd, dat luidt als volgt: "44° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid
het leren beheersen van zijn kerntaken,
het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en
het leren vinden van zijn weg
zijn
stelling als werkplek en lerende organisatie.". Art. 3.
artikel 4, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt het getal "720" vervangen door het getal "580". Art. 4.Aan artikel 20 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 4. Een tijdelijke aanstelling gebeurt
een vacante betrekking of
een niet-vacante betrekking voor een bepaalde duur of voor een doorlopende duur.". Art. 5.
hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een artikel 20bis
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 20bis.§ 1. Een tijdelijk personeelslid wordt altijd aangesteld voor bepaalde duur, tenzij het personeelslid voldoet aan artikel 21, 21bis, 100quater decies of 100quinquies decies. Tijdens de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft een tijdelijk personeelslid recht op aanvangsbegeleiding. Het tijdelijke personeelslid wordt tijdens de periode van aanvangsbegeleiding gecoacht en ondersteund. De duur en
tensiteit van de aanvangsbegeleiding worden bepaald
onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator en opgenomen
een schriftelijke overeenkomst of
voorkomend geval
de functiebeschrijving van het personeelslid. De schriftelijke overeenkomst wordt
onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator tijdens de periode van de aanvangsbegeleiding aangepast als gevolg van nieuwe afspraken. Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt
het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de raad van bestuur, door de afgevaardigd bestuurder
het geval van het vormingscentrum, of door de scholengemeenschap, als de
stelling tot een scholengemeenschap behoort. § 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 55bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld
paragraaf 1, niet.". Art. 6.
artikel 21 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
paragraaf 2 wordt de zin "Een tijdelijke aanstelling
een
stelling kan gebeuren
een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur." vervangen door de zin "Een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur kan gebeuren
een vacante betrekking of
een niet-vacante betrekking."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
paragraaf 5, als hij
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld
punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort
dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dat deel van de beoordeling
kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 3°
paragraaf 4 wordt de zinsnede "
§ 3
" telkens vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 100quater decies";4°
paragraaf 5 wordt de zinsnede "
§ 3
" telkens vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 100quater decies"; 5°
paragraaf 5, vierde lid, wordt de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit." vervangen door de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, derde lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 490 dagen dienstanciënniteit.". 6°
paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quater decies" en wordt de zinsnede "
§ 3
van dit artikel" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 van dit artikel of artikel 100quater decies";7°
paragraaf 7bis wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quater decies";8°
paragraaf 7ter wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quater decies";9°
paragraaf 7quater wordt de zinsnede "
§ 3
" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 100quater decies". Art. 7.
artikel 21bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
paragraaf 2 wordt de zin "Een tijdelijke aanstelling
een
stelling kan gebeuren
een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur." vervangen door de zin "Een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur kan gebeuren
een vacante betrekking of
een niet-vacante betrekking."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
paragraaf 5, als hij
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld
punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding werd afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens deze bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort
dat geval beide partijen voordat het een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dit akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de betrokken beoordeling door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2°
de
stellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 3°
paragraaf 4 wordt de zinsnede "
§ 3
" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 100quinquies decies";4°
paragraaf 5 wordt de zinsnede "
§ 3
" telkens vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 100quinquies decies";5°
paragraaf 5 wordt het getal "600" vervangen door het getal "490";6°
paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quinquies decies" en wordt de zinsnede "
§ 3
van dit artikel" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 van dit artikel of artikel 100quinquies decies";7°
paragraaf 7bis wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quinquies decies";8°
paragraaf 7ter wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 100quinquies decies";9°
paragraaf 7quater wordt de zinsnede "
§ 3
" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 100quinquies decies". Art. 8.
artikel 36 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt
punt 1° de zinsnede "op 30 juni voorafgaand aan de datum waarop de benoeming
gaat ten minste 720 dagen dienstanciënniteit telt" vervangen door de zinsnede "op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de benoeming
gaat ten minste 690 dagen dienstanciënniteit telt" en wordt de zinsnede "van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd" vervangen door de zinsnede "van de 690 dagen er 360 zijn gepresteerd". Art. 9.
artikel 55vicies/8, § 5, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 19 juni 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten1, wordt de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 21, § 3, of 21bis, § 3," vervangen door de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 21, § 3, artikel 100quater decies, artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies,". Art. 10.
artikel 56, § 5, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten, wordt de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 21, § 3, of 21bis, § 3, van dit decreet, of
artikelen 23, § 3, of 23bis, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs" vervangen door de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 21, § 3, of artikel 100quater decies, en artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies, van dit decreet of
artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs,". Art. 11.
artikel 56/1, § 3, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 21, § 3, en artikel 21bis, § 3, van dit decreet of
artikel 23, § 3, en artikel 23bis, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs," vervangen door de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 21, § 3, of artikel 100quater decies en artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies van dit decreet of
artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs,". Art. 12.
artikel 73ter, § 7, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten, worden de woorden "permanente vorming en nascholing" vervangen door de woorden "aanvangsbegeleiding, permanente vorming en nascholing". Art. 13.
artikel 91, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 10 juli 2003, wordt de zinsnede "van de artikelen 21, § 3, en 21bis, § 3" vervangen door de zinsnede "van de artikelen 21, § 3, of 100quater decies en 21bis, § 3, of 100 quinquies decies". Art. 14.
hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een artikel 100quater decies
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 100quater decies. § 1.
afwijking van artikel 21, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2019 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 21, § 5, als het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2019
dat ambt
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep gespreid over ten minste drie schooljaren
dat ambt een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 2.
afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 21, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2020 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 21, § 5, als het personeelslid: 1° tijdens het schooljaar 2019-2020
het betrokken ambt aangesteld is
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2020
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep
het betrokken ambt gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 3.
afwijking van paragraaf 1 en 2 en van artikel 21, § 3, heeft een personeelslid op 1 september recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 21, § 5, als hij
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° na 31 augustus 2019 tijdelijk aangesteld worden
het betrokken ambt
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2019
het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen en ten hoogste 719 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 3° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij tijdelijk is aangesteld geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding werd afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens deze bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort
dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dit akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de betrokken beoordeling door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité van de scholengroep worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.". Art. 15.
hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een artikel 100quinquies decies
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 100quinquies decies. § 1.
afwijking van artikel 21bis, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2019 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 21, § 5, als het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2019
dat ambt
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep gespreid over ten minste drie schooljaren
dat ambt een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2°
de
stellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 2.
afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 21bis, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2020 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 21, § 5, als het personeelslid: 1° tijdens het schooljaar 2019-2020
het betrokken ambt aangesteld is
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2020
het betrokken ambt
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2°
de
stellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 3.
afwijking van paragraaf 1 en 2 en van artikel 21bis, § 3, heeft een personeelslid recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 21bis, § 5, als hij
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° na 31 augustus 2019 tijdelijk aangesteld worden
het betrokken ambt
een of meer
stellingen van dezelfde scholengroep;2° uiterlijk op 30 juni 2019
het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen en ten hoogste 719 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 3° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij tijdelijk is aangesteld geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIIIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding werd afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIIIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens deze bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de raad van bestuur. De raad van bestuur gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De raad van bestuur bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de raad van bestuur vragen om gehoord te worden. De raad van bestuur hoort
dat geval beide partijen voordat het een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dit akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de betrokken beoordeling door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt
de volgende volgorde voor de betrekkingen: 1°
de
stellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2°
de
stellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengroep een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk Vbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 Art. 16.Aan artikel 5 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een punt 33° toegevoegd, dat luidt als volgt: "33° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid
het leren beheersen van zijn kerntaken,
het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en
het leren vinden van zijn weg
zijn
stelling als werkplek en lerende organisatie.". Art. 17.
artikel 6, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt het getal "720" vervangen door het getal "580". Art. 18.Aan artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 15 juni 2007, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 4. Een tijdelijke aanstelling gebeurt
een vacante betrekking of
een niet-vacante betrekking voor een bepaalde duur of voor een doorlopende duur.". Art. 19.
titel II, hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een artikel 20bis
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 20bis.Een tijdelijk personeelslid wordt altijd aangesteld voor bepaalde duur, tenzij het personeelslid voldoet aan artikel 23, 23bis, 77bis of 77ter. Tijdens de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft een tijdelijk personeelslid recht op aanvangsbegeleiding. Het tijdelijke personeelslid wordt tijdens de periode van aanvangsbegeleiding gecoacht en ondersteund. De duur en
tensiteit van de aanvangsbegeleiding worden bepaald
onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator en opgenomen
een schriftelijke overeenkomst of
voorkomend geval
de functiebeschrijving van het personeelslid. De schriftelijke overeenkomst wordt
onderling overleg tussen het personeelslid en de eerste evaluator tijdens de periode van de aanvangsbegeleiding aangepast als gevolg van nieuwe afspraken. Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt
het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de
richtende macht of door de scholengemeenschap, als de
stelling tot een scholengemeenschap behoort. § 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 44bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld
paragraaf 1, niet.". Art. 20.
artikel 23 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
paragraaf 2 wordt de zin "Een tijdelijke aanstelling
een
stelling of CLB kan gebeuren
een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur." vervangen door de zin "Een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur kan gebeuren
een vacante betrekking of
een niet-vacante betrekking."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
paragraaf 5, als hij
een of meer
stellingen of CLB's van dezelfde
richtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld
punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt die voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de
richtende macht. De
richtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De
richtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de
richtende macht vragen om gehoord te worden. De
richtende macht hoort
dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling
kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen
alle
stellingen of CLB's van de
richtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij die
richtende macht met een ter post aangetekende brief. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen of CLB's van de
richtende macht een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 3°
paragraaf 4 wordt de zinsnede "
§ 3
" telkens vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 77bis";4°
paragraaf 5 wordt de zinsnede "
§ 3
" telkens vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 77bis"; 5°
paragraaf 5, vierde lid, wordt de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit." vervangen door de zin "Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, derde lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 490 dagen dienstanciënniteit."; 6°
paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77bis" en wordt de zinsnede " § 3 van dit artikel" vervangen door "paragraaf 3 van dit artikel of artikel 77bis";7°
paragraaf 7bis wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77bis";8°
paragraaf 7ter wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77bis";9°
paragraaf 7quater wordt de zinsnede "
§ 3
" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 77bis". Art. 21.
artikel 23bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
paragraaf 2 worden de woorden "voor een bepaalde of voor een doorlopende duur
een vacante en/of niet-vacante betrekking" vervangen door de woorden "voor een doorlopende duur
een vacante betrekking of
een niet-vacante betrekking";2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
paragraaf 5, als hij
een of meer
stellingen van dezelfde scholengemeenschap voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de voorwaarden, vermeld
punt 1°, bereikt geen beoordeling heeft gekregen, wordt die voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de
richtende macht. De
richtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De
richtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de
richtende macht vragen om gehoord te worden. De
richtende macht hoort
dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling
kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Als het personeelslid het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven
een of meer
stellingen van een scholengemeenschap, dan geldt dat recht voor betrekkingen
alle
stellingen van die scholengemeenschap. Om een beroep te doen op dat recht moet het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat stellen met een ter post aangetekende brief bij een
richtende macht van een van de
stellingen van de scholengemeenschap. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle
stellingen van de scholengemeenschap
kwestie. Als het personeelslid diensten heeft gepresteerd bij een andere
richtende macht dan die waarbij hij zijn kandidatuur stelt, voegt hij bij zijn kandidaatstelling een lijst met de gepresteerde diensten om zijn aanspraak op het recht op een aanstelling van doorlopende duur te staven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengemeenschap een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 3°
paragraaf 4 wordt de zinsnede "
§ 3
" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 77ter";4°
paragraaf 5 wordt de zinsnede "
§ 3
" telkens vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 77ter";5°
paragraaf 5, vierde lid, wordt het getal "600" vervangen door het getal "490";6°
paragraaf 7 wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77ter" en wordt de zinsnede " § 3 van dit artikel" vervangen door "paragraaf 3 van dit artikel of artikel 77ter";7°
paragraaf 7bis wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77ter";8°
paragraaf 7ter wordt de zinsnede " § 3 en § 4 van dit artikel" telkens vervangen door de zinsnede "paragraaf 3 en 4 van dit artikel of artikel 77ter";9°
paragraaf 7quater wordt de zinsnede "
§ 3
" vervangen door de zinsnede "
paragraaf 3 of artikel 77ter". Art. 22.
artikel 31, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt
punt 1° de zinsnede "op 30 juni voorafgaand aan de datum waarop de benoeming
gaat ten minste 720 dagen dienstanciënniteit heeft" vervangen door de zinsnede "op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de benoeming
gaat ten minste 690 dagen dienstanciënniteit heeft" en wordt de zinsnede "kan de
richtende macht eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd" vervangen door de zinsnede "kan de
richtende macht eisen dat van de 690 dagen er 360 zijn gepresteerd". Art. 23.
artikel 47ter, § 8, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008 en 8 mei 2009, worden de woorden "permanente vorming en nascholing" vervangen door de woorden "aanvangsbegeleiding, permanente vorming en nascholing". Art. 24.
artikel 65, § 5, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/06/2007 pub. 21/08/2007 numac 2007036415 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVII sluiten, wordt de zinsnede "naargelang het geval artikel 23, § 3, of artikel 23bis, § 3," vervangen door de zinsnede "naargelang het geval artikel 23, § 3, artikel 77bis, artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter,". Art. 25.
artikel 74bis1, § 3, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 23, § 3, en artikel 23bis, § 3, van dit decreet of
artikel 21, § 3, en artikel 21bis, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs," vervangen door de zinsnede "zoals bedoeld
artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter van dit decreet of
artikel 21, § 3, of artikel 100quater decies en artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs,". Art. 26.
artikel 77 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 14 februari 2003 en 10 juli 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
paragraaf 2 wordt de zinsnede "voor de toepassing van artikel 23, § 3, en 23bis, § 3," vervangen door de zinsnede "voor de toepassing van artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter,";2°
paragraaf 8 wordt de zinsnede "voor de toepassing van artikel 23, § 3, en artikel 23bis, § 3," vervangen door de zinsnede "voor de toepassing van artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter,". Art. 27.
titel 2, hoofdstuk XI, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een artikel 77bis
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 77bis.§ 1.
afwijking van artikel 23, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2019 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 23, § 5, als het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2019
dat ambt
een of meer
stellingen of CLB's van dezelfde
richtende macht gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen
alle
stellingen of CLB's van de
richtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij die
richtende macht met een ter post aangetekende brief. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen of CLB's van de
richtende macht een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 2.
afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 23, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2020 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 23, § 5, als het personeelslid: 1° tijdens het schooljaar 2019-2020
het betrokken ambt aangesteld is
een of meer
stellingen of CLB's van dezelfde
richtende macht;2° uiterlijk op 30 juni 2020
een of meer
stellingen of CLB's van dezelfde
richtende macht
het betrokken ambt gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen
alle
stellingen of CLB's van de
richtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij die
richtende macht met een ter post aangetekende brief. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen of CLB's van de
richtende macht een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 3.
afwijking van paragraaf 1 en 2 en van artikel 23, § 3, heeft een personeelslid op 1 september recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 23, § 5, als hij
een of meer
stellingen of CLB's van dezelfde
richtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° na 31 augustus 2019 tijdelijk aangesteld worden
het betrokken ambt
een of meer
stellingen of CLB's van dezelfde
richtende macht;2° uiterlijk op 30 juni 2019
het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen en ten hoogste 719 dagen, waarvan 400 effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 3° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij tijdelijk is aangesteld geen beoordeling heeft gekregen, wordt die voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de
richtende macht. De
richtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De
richtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de
richtende macht vragen om gehoord te worden. De
richtende macht hoort
dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling
kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen
alle
stellingen of CLB's van de
richtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij die
richtende macht met een ter post aangetekende brief. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen of CLB's van de
richtende macht een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.". Art. 28.
titel 2, hoofdstuk XI, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt een artikel 77ter
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 77ter.§ 1.
afwijking van artikel 23bis, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2019 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 23bis, § 5, als het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2019
dat ambt
een of meer
stellingen van dezelfde scholengemeenschap gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Als het personeelslid het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven
een of meer
stellingen van een scholengemeenschap, dan geldt dat recht voor betrekkingen
alle
stellingen van die scholengemeenschap. Om een beroep te doen op dat recht moet het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat stellen met een ter post aangetekende brief bij een
richtende macht van een van de
stellingen van de scholengemeenschap. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle
stellingen van de scholengemeenschap
kwestie. Als het personeelslid diensten heeft gepresteerd bij een andere
richtende macht dan die waarbij hij zijn kandidatuur stelt, voegt hij bij zijn kandidaatstelling een lijst met de gepresteerde diensten om zijn aanspraak op het recht op een aanstelling van doorlopende duur te staven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengemeenschap een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 2.
afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 23bis, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2020 het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 23bis, § 5, als het personeelslid: 1° tijdens het schooljaar 2019-2020
het betrokken ambt aangesteld is
een of meer
stellingen van dezelfde scholengemeenschap;2° uiterlijk op 30 juni 2020
een of meer
stellingen van dezelfde scholengemeenschap gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft verworven van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voorzover deze binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 210 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Als het personeelslid het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven
een of meer
stellingen van een scholengemeenschap, dan geldt dat recht voor betrekkingen
alle
stellingen van die scholengemeenschap. Om een beroep te doen op dat recht moet het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat stellen met een ter post aangetekende brief bij een
richtende macht van een van de
stellingen van de scholengemeenschap. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle
stellingen van de scholengemeenschap
kwestie. Als het personeelslid diensten heeft gepresteerd bij een andere
richtende macht dan die waarbij hij zijn kandidatuur stelt, voegt hij bij zijn kandidaatstelling een lijst met de gepresteerde diensten om zijn aanspraak op het recht op een aanstelling van doorlopende duur te staven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengemeenschap een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 3.
afwijking van paragraaf 1 en 2 en van artikel 23bis, § 3, heeft een personeelslid recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld
artikel 23bis, § 5, als hij
een of meer
stellingen van dezelfde scholengemeenschap voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° na 31 augustus 2019 tijdelijk aangesteld worden
het betrokken ambt
een of meer
stellingen van dezelfde scholengemeenschap;2° uiterlijk op 30 juni 2019
het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen of ten hoogste 719 dagen, waarvan 400 effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 3° voor het betrokken ambt geen beoordeling met werkpunten als vermeld
het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij tijdelijk is aangesteld geen beoordeling heeft gekregen, wordt die voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd.
dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid
toepassing van hoofdstuk VIter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico
het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid
het betrokken ambt wordt conform de werkpunten
de beoordeling een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld
het tweede lid, kan verhaal halen bij de
richtende macht. De
richtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt. De
richtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de
richtende macht vragen om gehoord te worden. De
richtende macht hoort
dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling
kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde
stantie.
het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Als het personeelslid het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven
een of meer
stellingen van een scholengemeenschap, dan geldt dat recht voor betrekkingen
alle
stellingen van die scholengemeenschap. Om een beroep te doen op dat recht moet het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat stellen met een ter post aangetekende brief bij een
richtende macht van een van de
stellingen van de scholengemeenschap. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle
stellingen van de scholengemeenschap
kwestie. Als het personeelslid diensten heeft gepresteerd bij een andere
richtende macht dan die waarbij hij zijn kandidatuur stelt, voegt hij bij zijn kandidaatstelling een lijst met de gepresteerde diensten om zijn aanspraak op het recht op een aanstelling van doorlopende duur te staven. Als het personeelslid
een of meer
stellingen van de scholengemeenschap een eerste maal effectief wordt aangesteld voor doorlopende duur
het ambt waarvoor hij het recht heeft verworven, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld
hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.". HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités
het vrij gesubsidieerd onderwijs Art. 29.Aan artikel 27, tweede lid, van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités
het vrij gesubsidieerd onderwijs wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4° het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling heeft gekregen en het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten krijgt, met binnen die laatste groep een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en de personeelsleden die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen. Die gegevens worden verstrekt per school.". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 Art. 30.
artikel 125novies, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997,
gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2003 pub. 24/10/2003 numac 2003201478 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het landschap basisonderwijs sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2011, wordt aan punt 8° de zinsnede "en over de aanvangsbegeleiding van personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor bepaalde duur;" toegevoegd. Art. 31.Aan artikel 125vicies, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/07/2008 pub. 01/09/2008 numac 2008036032 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVIII sluiten, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4°
lichtingen over het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat
de scholen van de scholengemeenschap het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling heeft gekregen en het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten krijgt, met binnen die laatste groep een opsplitsing van diegenen die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en van diegenen die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen.". Art. 32.Aan artikel 125tricies bis, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/07/2008 pub. 01/09/2008 numac 2008036032 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVIII sluiten, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4°
lichtingen over het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat
de scholen van de scholengemeenschap het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling heeft gekregen en het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten krijgt, met binnen die laatste groep een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en de personeelsleden die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen.". Art. 33.Artikel 138, § 1, eerste lid, 8°, van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 6 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten0, wordt opnieuw opgenomen
de volgende lezing: "8° lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering.". Art. 34.Aan hoofdstuk IX, afdeling 2, onderafdeling B, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten2, wordt een sectie 4 toegevoegd, die luidt als volgt: "Sectie 4. Aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering". Art. 35.
hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt
sectie 4, toegevoegd bij artikel 34, een artikel 139septies decies
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 139septies decies. § 1. Het totale aantal aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering bedraagt, voor het schooljaar 2019-2020,
het gewoon basisonderwijs 7766 lestijden en
het buitengewoon basisonderwijs 1156 lestijden. Voor het schooljaar X-X+1, startend
schooljaar 2020-2021, worden de 7766 lestijden, vermeld
het eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A1 = X/Y, waarbij: 1° X: het totale aantal leerlingen
het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari X;2° Y: het totale aantal leerlingen
het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari 2019. Voor het schooljaar X-X+1, startend
schooljaar 2020-2021, worden de 1156 lestijden, vermeld
het eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A2 = R/S, waarbij: 1° R: het totale aantal leerlingen
het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari X;2° S: het totale aantal leerlingen
het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari
- §
- Het aantal aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering waarop de school voor gewoon basisonderwijs recht heeft, is A*B, waarbij: 1° A: de beschikbare lestijden voor het gewoon basisonderwijs, vermeld
paragraaf 1, gedeeld door het totale aantal lestijden
het gewoon basisonderwijs van het vorige schooljaar van alle scholen samen, waarbij onder het totale aantal lestijden
het gewoon basisonderwijs wordt verstaan de som van het totale aantal:
- a)lestijden volgens de schalen;
- b)SES-lestijden;
- c)additionele lestijden volgens de schalen die gebaseerd zijn op de leerlingleerkrachtratio;
- d)aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing;2° B: het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden van de school wordt verstaan de som van de:
- a)lestijden volgens de schalen;
- b)SES-lestijden;
- c)additionele lestijden volgens de schalen die gebaseerd zijn op de leerlingleerkrachtratio;
- d)aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing. De lestijden, vermeld
het eerste lid, worden binnen een school als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal. § 3. Het aantal aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering waarop de school voor buitengewoon basisonderwijs recht heeft, is C*D, waarbij: 1° C: de beschikbare lestijden voor het buitengewoon basisonderwijs, vermeld
paragraaf 1, gedeeld door het totale aantal lestijden
het buitengewoon basisonderwijs van het vorige schooljaar van alle scholen samen, waarbij onder het totale aantal lestijden
het buitengewoon basisonderwijs wordt verstaan de som van het totale aantal:
- a)lestijden volgens de schalen;
- b)aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid
het buitengewoon basisonderwijs;
- c)aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing;2° D: het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar waarbij onder het totale aantal lestijden van de school wordt verstaan de som van de:
- a)lestijden volgens de schalen;
- b)aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid
het buitengewoon basisonderwijs;c) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing. De lestijden, vermeld
het eerste lid, worden binnen een school als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal. § 4. Uit de lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen,
het gewoon kleuteronderwijs, betrekkingen worden
gericht: 1°
het ambt van kleuteronderwijzer;2°
het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, worden als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer of leermeester lichamelijke opvoeding: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer of leermeester lichamelijke opvoeding. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen. § 5. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen,
het gewoon kleuteronderwijs, worden
gericht
het ambt van kinderverzorger, na omzetting volgens de onderstaande tabel: lestijden uren kinderverzorger 1 2 2 3 3 5 4 6 5 8 6 10 7 11 8 13 9 14 10 16 11 17 12 19 13 21 14 22 15 24 16 25 17 27 18 29 19 30 20 32 De omrekening van de uren naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen kinderverzorger gebeurt door de som van de uren verkregen overeenkomstig het eerste lid te delen door 32 tot op de eenheid; het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen. § 6. Uit de lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen,
het gewoon lager onderwijs, betrekkingen worden
gericht: 1°
het ambt van onderwijzer;2°
het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding;3°
het ambt van leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, worden als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen. § 7. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen,
het gewoon basisonderwijs, worden omgezet
punten, na omzetting volgens de onderstaande tabel: lestijden punten 1 4 2 7 3 11 4 14 5 18 6 21 7 25 8 28 9 32 10 35 11 39 12 43 13 46 14 50 15 53 16 57 17 60 18 64 19 67 20 71 21 74 22 78 23 81 24 85 Uit de punten, verkregen volgens het eerste lid, kunnen de volgende ambten worden
gericht: 1° het ambt van zorgcoördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;2° het ambt van ICT-coördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;3° het ambt van administratief medewerker uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen van het beleids- en ondersteund personeel gebeurt volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten7 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs. § 8. Uit de lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, kunnen,
het buitengewoon onderwijs, betrekkingen worden
gericht
: 1° het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;2° het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming;3° het ambt van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding;4° het ambt van leermeester algemene en sociale vorming, compensatietechnieken braille, type 6;5° het ambt van leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, worden als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen: de lestijden worden gedeeld door 22 tot op de eenheid. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen. § 9. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, kunnen,
het buitengewoon basisonderwijs, worden omgezet
uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, na omzetting volgens de onderstaande tabel: lestijden uren 1 1 2 3 3 4 4 6 5 7 6 9 7 10 8 12 9 13 10 15 11 16 12 18 13 19 14 21 15 22 16 24 17 25 18 27 19 28 20 29 21 31 22 32 23 34 24 35 25 37 26 38 27 40 De omrekening van uren naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel gebeurt volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten6 betreffende de personeelsformatie
het buitengewoon basisonderwijs. § 10. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, kunnen,
het buitengewoon basisonderwijs, worden omgezet
punten, na omzetting volgens de onderstaande tabel: lestijden punten 1 4 2 8 3 12 4 15 5 19 6 23 7 27 8 31 9 35 10 39 11 43 12 46 13 50 14 54 15 58 16 62 17 66 18 70 19 73 20 77 21 81 22 85 Uit de punten, verkregen volgens het eerste lid, kunnen de volgende ambten worden
gericht: 1° het ambt van zorgcoördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;2° het ambt van ICT-coördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;3° het ambt van administratief medewerker uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen van het beleids- en ondersteund personeel gebeurt volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten7 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs. § 11. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de omzettingstabellen vervat
dit artikel te wijzigen.". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2007 pub. 31/08/2007 numac 2007036482 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het volwassenenonderwijs sluiten betreffende het volwassenenonderwijs Art. 36.
artikel 98 van het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2007 pub. 31/08/2007 numac 2007036482 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het volwassenenonderwijs sluiten betreffende het volwassenenonderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 maart 2018, wordt een paragraaf 4bis
gevoegd, die luidt als volgt: " § 4bis. Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden jaarlijks 15.111 aanvullende leraarsuren aan de centra voor volwassenenonderwijs toegekend voor de oprichting van betrekkingen
het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs
het kader van de organisatie van aanvangsbegeleiding. De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen
een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende leraarsuren, vermeld
het eerste lid. Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft vanaf 1 september 2019 recht op hetzelfde aandeel aan aanvullende leraarsuren voor aanvangsbegeleiding als het aandeel aan leraarsuren waarop het centrum volgens de berekening van paragraaf 1 recht heeft. Een centrumbestuur kan de aanvullende leraarsuren voor aanvangsbegeleiding omzetten
aanvullende punten voor aanvangsbegeleiding volgens de onderstaande tabel: leraarsuren punten 40 5 80 9 120 14 160 19 200 24 240 28 280 33 320 38 360 43 400 47 440 52 480 57 520 63 560 66 600 71 640 76 680 82 720 85 760 90 800 95 840 100 880 104 920 110 960 114 1000 120 Deze aanvullende leraarsuren kunnen worden samengelegd. Centra voor volwassenenonderwijs die kiezen om de aanvullende leraarsuren samen te leggen, richten daartoe een samenwerkingsverband `aanvangsbegeleiding' op dat bestaat uit twee of meer centra. Het samenwerkingsverband maakt afspraken over de aanwending van de aanvullende lesuren. De Vlaamse Regering kan met betrekking tot dit samenwerkingsverband volgende maatregelen vastleggen: - de duur van de samenwerking; - de vorm van overeenkomst waarmee het samenwerkingsverband wordt opgericht; - de wijze en het tijdstip van mededeling van het samenwerkingsverband aan de overheid.". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs Art. 37.
artikel 8 van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX type decreet prom. 08/05/2009 pub. 28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom. 08/05/2009 pub. 07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het eerste en tweede lid wordt het woord "nascholingsplan" telkens vervangen door het woord "professionaliseringsplan"; 2° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid
gevoegd, dat luidt als volgt: "
het professionaliseringsplan worden ook de aanpak en uitwerking opgenomen van de aanvangsbegeleiding voor de personeelsleden die aangesteld zijn voor bepaalde duur als vermeld
artikel 20bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 20bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 Art. 38.
de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/05/2011 pub. 17/06/2011 numac 2011202856 bron vlaamse overheid Decreet aangaande de bekrachtiging van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs, gecodificeerd op 17 december 2010 sluiten, wordt
deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, een onderafdeling 2/3 toegevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling 2/3. Aanvangsbegeleiding". Art. 39.
dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt
deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, onderafdeling 2/3, toegevoegd bij artikel 38, een artikel 22/18
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 22/18.Aan scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden vanaf het schooljaar 2019-2020 een aantal organieke uren-leraar aanvangsbegeleiding toegekend. Aan scholen voor buitengewoon secundair onderwijs worden vanaf het schooljaar 2019-2020 een aantal organieke lesuren aanvangsbegeleiding toegekend. Ook
het geval van overdracht of herverdeling kunnen die uren-leraar en lesuren alleen voor aanvangsbegeleiding worden aangewend. De uren-leraar aanvangsbegeleiding worden aangewend
wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van het ondersteunend personeel. Voor de aanwending
het ondersteunend personeel worden uren-leraar omgezet naar punten als vermeld
artikel 22/20. De lesuren aanvangsbegeleiding worden aangewend
wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel of het psychologisch personeel. Voor de aanwending
het ondersteunend personeel worden lesuren omgezet naar punten als vermeld
artikel 22/20. Voor de aanwending
het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel of het psychologisch personeel worden lesuren omgezet naar uren als vermeld
artikel 22/20. Voor de toepassing van de personeelsregelgeving wordt, voor wat het bestuurs- en onderwijzend personeel betreft, aanvangsbegeleiding beschouwd als uren die geen lesuren zijn maar ermee gelijkgesteld worden.". Art. 40.
dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt
deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, onderafdeling 2/3, toegevoegd bij artikel 38, een artikel 22/19
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 22/19.Het globaal beschikbaar aantal uren aanvangsbegeleiding voor het schooljaar 2019-2020 bedraagt 3649 uren en wordt als volgt verdeeld: 1° voltijds gewoon secundair onderwijs: 3086 uren-leraar;2° buitengewoon secundair onderwijs: 491 lesuren;3° deeltijds beroepssecundair onderwijs: 72 uren-leraar. Vanaf het schooljaar 2020-2021 wordt het globaal beschikbaar aantal uren en de verdeling over punt 1° tot en met punt 3° evenredig aangepast aan eventuele leerlingenfluctuaties ten opzichte van het voorafgaande schooljaar, waarbij altijd de eerste lesdag van februari als teldatum wordt genomen. Die uren worden over de scholen en centra als volgt verdeeld: 1° voltijds gewoon secundair onderwijs:
verhouding tot het pakket uren-leraar van de school en het schooljaar
kwestie
de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle scholen.Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar: a) de uren-leraar voor de levensbeschouwelijke vakken als vermeld
artikel 209;b) de uren-leraar voor de niet-levensbeschouwelijke vakken als vermeld
artikel 209;c) de uren-leraar geïntegreerd ondersteuningsaanbod als vermeld
artikel 226, 227, 234 en 235;2° buitengewoon secundair onderwijs:
verhouding tot het pakket lesuren van de school en het schooljaar
kwestie
de totaliteit van de pakketten lesuren van alle scholen.Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket lesuren: a) de lesuren voor de levensbeschouwelijke vakken als vermeld
artikel 300;b) de lesuren niet-levensbeschouwing als vermeld
artikel 298, 299, 301, 302 en 303;c) de lesuren geïntegreerd ondersteuningsaanbod als vermeld
artikel 318 en 319;3° deeltijds beroepssecundair onderwijs:
verhouding tot het pakket uren-leraar van het centrum en het schooljaar
kwestie
de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle centra.Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar de uren-leraar als vermeld
artikel 89 van het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2008 pub. 03/10/2008 numac 2008203342 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het stelsel van leren en werken
de Vlaamse Gemeenschap sluiten betreffende het stelsel van leren en werken
de Vlaamse Gemeenschap.". Art. 41.
dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X sluiten5, wordt
deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, onderafdeling 2/3, toegevoegd bij artikel 38, een artikel 22/20
gevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 22/20.De aanwending van de uren-leraar of lesuren aanvangsbegeleiding
wervingsambten van het ondersteunend personeel gebeurt op basis van de volgende omzettingstabel: 1° voltijds gewoon secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs: a) 11 uren-leraar = 31,5 punten
het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;b) 22 uren-leraar = 63 punten
het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;c) 11 uren-leraar = 41 punten
het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;d) 22 uren-leraar = 82 punten
het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;e) 10 uren-leraar = 60 punten
het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;f) 20 uren-leraar = 120 punten
het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;2° buitengewoon secundair onderwijs: a) 11 lesuren = 31,5 punten
het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;b) 22 lesuren = 63 punten
het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;c) 11 lesuren = 41 punten
het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;d) 22 lesuren = 82 punten
het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;e) 11 lesuren = 60 punten
het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master
een wervingsambt van het ondersteunend personeel;f) 22 lesuren = 120 punten
het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master
een wervingsambt van het ondersteunend personeel. De aanwending van de lesuren aanvangsbegeleiding
wervingsambten van het medisch, paramedisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel gebeurt op basis van de volgende omzettingstabellen: 1° arts, orthopedagoog en psycholoog: lesuren uren 1 1 2 3 3 4 4 6 5 7 6 9 7 10 8 12 9 13 10 15 11 16 12 18 13 19 14 21 15 22 16 24 17 25 18 27 19 28 20 29 21 31 22 32 23 34 24 35 25 37 26 38 27 40 2° ergotherapeut, kinderverzorger, kinesitherapeut, maatschappelijk werker en verpleger: lesuren uren 1 1 2 3 3 4 4 6 5 7 6 9 7 10 8 12 9 13 10 15 11 16 12 18 13 19 14 21 15 22 16 24 17 25 18 27 19 28 20 29 21 31 22 32 3° logopedist: lesuren uren 1 1 2 3 3 4 4 6 5 7 6 9 7 10 8 12 9 13 10 15 11 16 12 18 13 19 14 21 15 22 16 24 17 25 18 27 19 28 20 30 De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de hiervoor vermelde omzettingstabellen te wijzigen.". Art. 42.
artikel 57 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 17 juni 2011 en 25 april 2014, wordt aan punt 3° de zinsnede "en over de aanvangsbegeleiding van personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor bepaalde duur;" toegevoegd. Art. 43.Aan artikel 76, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4° het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat
de scholen van de scholengemeenschap het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling en het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten krijgt, met binnen die laatste groep een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en de personeelsleden die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen.". Art. 44.Aan artikel 88, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4° het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat
de scholen van de scholengemeenschap het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling en het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten krijgt, met binnen die laatste groep een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en de personeelsleden die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen.". Art. 45.
artikel 211, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt
punt 1° tussen de zinsnede "nascholing," en het woord "
haallessen" het woord "aanvangsbegeleiding"
gevoegd. HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van 9 maart 2018Relevan