← België

Decreet betreffende de sanering van verontreinigde bodems en te herontwikkelen bedrijfsruimten

Kort samengevat

Dit decreet regelt de sanering van verontreinigde bodems en de herontwikkeling van bedrijfsterreinen in het Waalse Gewest. Het wijzigt bestaande wetgeving om de aanpak van vervuilde sites en de herbestemming van verlaten bedrijfsruimten te verbeteren.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
1 APRIL 2004. - Decreet betreffende de sanering van verontreinigde bodems en te herontwikkelen bedrijfsruimten (1) De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Dit decreet wijzigt het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning en houdt het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems. TITEL II. - Bepalingen tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium Art. 2.Het eerste lid van artikel 25 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium wordt vervangen door volgende tekst : « Het gewestplan bestaat uit gebieden die voor bebouwing bestemd zijn, uit gebieden die niet voor bebouwing bestemd zijn en, in voorkomend geval, uit herontwikkelingsgebieden. » Art. 3.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 34bis, luidend als volgt, ingevoegd : « Art. 34bis.- Herontwikkelingsgebied Het herontwikkelingsgebied dekt een omtrek van te herontwikkelen bedrijfsruimten en dient elke bestemming te krijgen bedoeld in artikel 25, landbouw-, bos- en natuurgebied uitgezonderd. De ontsluiting van herontwikkelingsgebieden waarvan de oppervlakte kleiner is dan 0,5 hectare wordt voor elke bestemming bedoeld in artikel 25, tweede lid, ondergeschikt gemaakt aan het voorhandenzijn van een gemeentelijk plan van aanleg dat het gehele gebied dekt. » Art. 4.In artikel 49, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden « of de ontsluiting van een herontwikkelingsgebied met het oog op de bestemming ervan als gemengde of industriële bedrijfsruimte » ingevoegd tussen de woorden « van een gebied met industrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat » en « niet meer te bevatten dan ». Art. 5.Artikel 85, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een 3° luidend als volgt : « 3° de gegevens betreffende het goed die ingevoerd zijn in de gegevensbank bodemtoestand bedoeld in artikel 14 van het decreet betreffende de sanering van verontreinigde bodems. » Art. 6.Artikel 127, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een 4° luidend als volgt : « 4° wanneer ze betrekking heeft op handelingen en werken die verricht worden in een herontwikkelingsgebied dat niet gedekt is door een in werking zijnd gemeentelijk plan van aanleg. » Art. 7.Artikel 150bis, § 1, tweede lid, van het Wetboek wordt aangevuld met een 8° luidend als volgt : « 8° de gegevens betreffende het goed die ingevoerd zijn in de gegevensbank bodemtoestand bedoeld in artikel 14 van het decreet betreffende de sanering van verontreinigde bodems. » Art. 8.Artikel 153, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : « of die, niettegenstaande een ingebrekestelling door de regering overeenkomstig artikel 169/9, de verplichtingen bedoeld in artikel 169 niet uitvoeren ». Art. 9.In artikel 155 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. Paragraaf 1 wordt aangevuld als volgt : « De technisch ambtenaar bedoeld in artikel 1, 16°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning kan onder dezelfde voorwaarden de herstelling bedoeld in paragraaf 2, 4°, voortzetten indien een grondsanering in de zin van artikel 167 vereist is.» 2. Paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met een 4° luidend als volgt : « 4° ofwel de herontwikkeling van de site volgens de procedure bedoeld in de artikelen 169 en volgende indien het goed opgenomen is op de lijst der bedrijfsruimten die herontwikkeld dienen te worden.» 3. In paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden « hetzij de herontwikkeling van de site volgens de procedure bedoeld in de artikelen 169 en volgende indien het goed opgenomen is op de lijst der bedrijfsruimten die herontwikkeld dienen te worden » ingevoegd tussen de woorden « inrichtingswerken » en « , worden ». Art. 10.Artikel 157, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld met een 4° luidend als volgt : « 4° ofwel de herontwikkeling van de site volgens de procedure bedoeld in de artikelen 169 en volgende indien het goed opgenomen is op de lijst der bedrijfsruimten die herontwikkeld dienen te worden. De technisch ambtenaar bedoeld in artikel 1, 16°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning kan onder dezelfde voorwaarden de herstelling bedoeld in paragraaf 2 voortzetten indien een grondsanering in de zin van artikel 167 vereist is. » Art. 11.De artikelen 167 tot en met 169 van hoofdstuk I van titel I van boek II van hetzelfde Wetboek worden vervangen door volgende tekst : « HOOFDSTUK I. - Te herontwikkelen bedrijfsruimten Afdeling I. - Algemeen Art. 167.- Voor de toepassing van dit hoofdstuk dient te worden verstaan onder : 1° « te herontwikkelen site » : een goed of een geheel van goeden waar een bedrijfsactiviteit plaatsgevonden heeft en waarvan het in stand houden in de huidige toestand strijdig is met de zorgvuldige inrichting van de site en dat, indien men het opnieuw in gebruik wil nemen, eerst herontwikkeld dient te worden. In aanmerking genomen wordt elke industriële, ambachtelijke, handels- of dienstverleningsactiviteit of andere voorzover ze van economische aard is. De site wordt afgebakend door een omtrek waarin alle hierboven omschreven goeden gelegen zijn. Indien de bedrijvigheid op de site ontginning betreft of voorheen betrof of indien de site een steenberg uitmaakt of voorheen uitmaakte, worden de niet-bebouwde oppervlakten met betrekking tot de ontginningsomtrek of de steenbergomtrek evenwel van de omtrek van de site uitgesloten. In die omtrek kunnen eveneens gelegen zijn : a. onroerende goederen of delen van onroerende goederen die nog bestemd zijn voor een economische activiteit, op voorwaarde dat een herontwikkeling de voortzetting ervan toelaat;b. onroerende goederen of delen van onroerende goederen gebruikt als zetel van een economische activiteit, maar waarvan de bestemming herroepbaar is;c. onroerende goederen of delen van onroerende goederen met een niet-economische bestemming, maar waarvan de terbeschikkingstelling noodzakelijk is voor de zorgvuldige inrichting van de bedrijfsruimte;2° « herontwikkeling » : het geheel van handelingen en werken voor de sanering van de grond en de vernieuwing van de site, waarbij de hinder voortvloeiend uit het in stand houden ervan in zijn huidige staat weggewerkt wordt, noodzakelijk voor het hergebruik ervan bevattende : a.wat betreft de sanering van de grond, de saneringshandelingen en -werken bedoeld bij het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems, met in begrip van het oriëntatie- en indelingsonderzoek; b. wat betreft de vernieuwing van de site, het geheel van de verstevigingswerkzaamheden aan de draagstructuur, evenals de vochtwerende werken in de gebouwen en erbuiten, de ontsmetting ervan, de afbraak van het geheel of een gedeelte van de vaste bouwwerken en installaties, met inbegrip van de bouwwerken en installaties in de ondergrond, de grondverplaatsingen die door de verrichting noodzakelijk worden gemaakt, met inbegrip van de grondaanvoer of -afvoer, de afvoer van achtergelaten producten, bouwmaterialen, materiaal en afvalstoffen of afkomstig van afbraakwerken, de zaaibedden, aanplantingen en bebossingen;3° « de maatschappij » : de « Société publique d'aide à la qualité de l'environnement » (Openbare maatschappij voor hulpverlening inzake de verbetering van het leefmilieu) bedoeld in artikel 39 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen. Afdeling II. - Identificatie van de te herontwikkelen bedrijfsruimten Art. 168.- § 1. Op voorstel van een gemeente, een vereniging van gemeenten, van één of meerdere eigenaars, erfpachters, dragers van een recht van opstal of vruchtgebruikers, of op eigen initiatief kan de regering op voorlopige wijze vaststellen dat een site waarvan hij de omtrek vastlegt, afgedankt is en herontwikkeld moet worden. Het besluit wordt ingeschreven in de hypotheekbewaring. De regering laat een milieueffectenverslag opstellen waarvan hij de omvang en de graad van nauwkeurigheid van de gegevens vaststelt, bevattende : 1° een samenvatting van de inhoud, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van omtrek van de te herontwikkelen bedrijfsruimte, evenals de de banden ervan met andere relevante plannen en programma's;2° de relevante aspecten van de toestand van het leefmilieu, met inbegrip van het bestaan van een risico voor de menselijke gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving, evenals de vermoedelijke evolutie ervan indien de omtrek van de te herontwikkelen bedrijfsruimte niet ontsloten wordt;3° de leefmilieukenmerken van de gebieden die op niet-verwaarloosbare wijze getroffen zouden kunnen worden;4° de leefmilieuproblemen verbonden met het voorontwerp die de op leefmilieuvlak bijzonder waardevolle gebieden betreffen zoals de gebieden aangewezen overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;5° de leefmilieuproblemen die de gebieden betreffen waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, goeden of het leefmilieu in de zin van richtlijn 96/82/EG of indien het voorontwerp voorziet in de opneming van woongebieden en van in de nabijheid van dergelijke bedrijven gelegen gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht;6° de relevante doelstellingen inzake leefmilieubescherming en de wijze waarop die doelstellingen in rekening genomen worden in het kader van de uitwerking van de omtrek van de te herontwikkelen bedrijfsruimte;7° de vermoedelijke niet-verwaarloosbare impact, namelijk de secundaire, gecumuleerde, synergetische effecten op korte, middellange en lange termijn, van permanente en tijdelijke aard die zowel positief als negatief zijn voor het leefmilieu, met inbegrip van de biodiversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodems, het water, de lucht, de klimatologische factoren, de materiële goeden, het culturele patrimonium met inbegrip van het architectonisch en archeologisch patrimonium, de landschappen en de interacties tussen die factoren;8° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;9° de maatregelen die uitgevoerd dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of te compenseren;10° de presentatie van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan;11° een omschrijving van de uitgekozen evaluatiemethode en de ontstane moeilijkheden;12° de maatregelen die in het vooruitzicht worden gesteld om in de opvolging van de ontsluiting van de omtrek van de afgedankte bedrijfsruimte te voorzien;13° een omschrijving van de rol van de site in de structuur van het grondgebied en de werkelijke hergebruiksmogelijkheden;14° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde gegevens. De regering onderwerpt het ontwerp van inhoud van het milieueffectenverslag, evenals het voorontwerp van omtrek aan het advies van de gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » (Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling), aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals, indien het voorontwerp gebieden betreft waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het leefmilieu in de zin van richtlijn 96/82/EG of of indien het voorontwerp voorziet in de opneming van woongebieden en van in de nabijheid van dergelijke bedrijven gelegen gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht, het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de gegevens die in het verslag opgenomen dienen te worden. De adviezen worden overgemaakt binnen de dertig dagen na het verzoek van de regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. De gewestelijke commissie wordt ingelicht over de voorafgaandelijke onderzoeken en kan te allen tijde de suggesties die ze nuttig acht, uitdrukken. Het milieueffectenverslag kan inzonderheid gegrond worden op de nuttige inlichtingen die ingewonnen zijn tijdens andere, voorheen verrichte milieueffectenbeoordelingen, op het resultaat van de onderzoeken bedoeld in artikel 170 evenals op de nuttige informaties waaruit de historiek kan worden geschetst. Indien rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of activiteiten waarvan het herontwikkelingsbesluit het kader vormt, en rekening houdend met de impact en de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, vastgesteld wordt dat het in het vooruitzicht gestelde herontwikkelingbesluit en, in voorkomend geval, de herziening van het gewestplan geen niet-verwaarloosbare effecten zouden kunnen hebben op het leefmilieu, beslist de regering, op de wijze vastgesteld in artikel 46, § 2, dat noch over het herontwikkelingsbesluit noch, in voorkomend geval, over de herziening van het gewestplan een milieueffectenverslag opgesteld dient te worden. In dat geval worden de beslissing bedoeld in vorig lid en de motivering ervan in de milieuverklaring bedoeld in paragraaf 4 opgenomen. § 2. Het voorontwerp van besluit bedoeld in paragraaf 1 wordt voorgelegd aan de betrokken eigenaars, erfpachters, dragers van een recht van opstal of vruchtgebruikers volgens de kadastrale aanwijzingen. Laatstgenoemden maken hun opmerkingen aan de regering over, bij ter post aangetekend schrijven binnen de dertig dagen na ontvangst van het voorontwerp van besluit. Bij ontstentenis wordt ervan uitgegaan dat zij geen enkele opmerking te maken hadden. § 3. De regering keurt voorlopig het ontwerp-besluit goed dat, in voorkomend geval, melding maakt van het ontwerp tot herziening van het gewestplan om de site op te nemen in één of meer gebieden bedoeld in artikel 25. Het ontwerp-besluit met, in voorkomend geval, als bijlage het milieu-effectenverslag, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek. Dat openbaar onderzoek wordt zowel bij aanplakking als door een bericht in de bladzijden voor plaatselijk nieuws in drie Frans- dan wel Duitstalige dagbladen aangekondigd in elke gemeente die bij het ontwerp betrokken is. Indien er een gemeentelijke nieuwsbrief bestaat of een reclamekrant die kosteloos verdeeld wordt aan de bevolking, wordt het bericht daarin opgenomen. Zodra het openbaar onderzoek aangekondigd is, liggen het ontwerp-besluit en het eventuele milieu-effectenverslag ter inzage op het gemeentehuis van elke gemeente die bij het ontwerp betrokken is. Aanvang en einde van de termijn worden in het bericht aangegeven. zwaren en opmerkingen worden schriftelijk gericht aan het college van burgemeester en schepenen vóór het einde van de termijn van het openbaar onderzoek; zij worden bij het proces-verbaal ter afsluiting van het openbaar onderzoek dat door het college van burgemeester en schepenen opgemaakt wordt binnen de acht dagen na afsluiten van het openbaar onderzoek, gevoegd. Binnen de vijftien dagen na afsluiten van het openbaar onderzoek worden de bezwaren, opmerkingen en processen-verbaal door het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente die bij het ontwerp betrokken is, aan de regering gericht, en de gemeenteraad van elke gemeente die bij het ontwerp betrokken is, maakt zijn advies over; bij ontstentenis wordt dat advies geacht gunstig te zijn. Indien de inrichting van de ruimte die in het ontwerp wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lid-Staat van de Europese Unie of van een andere Staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband, geldt artikel 43, § 2bis . Indien er een milieu-effectenverslag bij het ontwerp van besluit gevoegd is, wordt het dossier dat het ontwerp bevat met als bijlage het milieu-effectenverslag vóór aanvang van het openbaar onderzoek door de regering ter advies voorgelegd aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu indien geraadpleegd overeenkomstig paragraaf 1, derde lid, waarbij het dossier het ontwerp en het milieueeffectenverslag bevat. De adviezen worden binnen de dertig dagen na het verzoek van de regering overgemaakt. Indien er geen advies is uitgebracht binnen die termijn, wordt het geacht gunstig te zijn. Binnen de dertig dagen na afsluiten van het openbaar onderzoek wordt het dossier dat het ontwerp-besluit bevat met als bijlage de bezwaarschriften, opmerkingen, processen-verbaal en adviezen door de regering ter advies voorgelegd aan de gewestelijke commissie. Het advies van de gewestelijke commissie wordt binnen de dertig dagen na het verzoek van de regering overgemaakt. Bij ontstentenis wordt het geacht gunstig te zijn. In afwijking van het derde lid bedraagt de duur van het openbaar onderzoek vijftien dagen indien er bij het ontwerp-besluit niet voorzien is in de herziening van het gewestplan. § 4. Binnen de dertig dagen te rekenen van het advies van de gewestelijke commissie stelt de regering de omtrek van de afgedankte site en de herontwikkeling ervan, evenals de bestemming ervan en, in voorkomend geval, de herziening van het gewestplan definitief vast. Daarnaast legt de regering een milieuverklaring af waarin de wijze samengevat wordt waarop de leefmilieu-overwegingen in het besluit zijn opgenomen en waarop het milieu-effectenverslag, de adviezen, bezwaren en opmerkingen uitgebracht of uitgedrukt overeenkomstig de paragrafen 2 en 3 in overweging zijn genomen, evenals de redenen voor de keuzes van het besluit, rekening houdend met de andere in het vooruitzicht gestelde redelijke oplossingen. Het besluit en de milieuverklaring worden aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en, in voorkomend geval, aan de andere personen en instanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu overgemaakt. § 5. Het besluit bedoeld in paragraaf 4 maakt melding van het prioritaire karakter van de site indien die site aan één der volgende criteria beantwoordt : 1° zijn rol als wegens zijn ligging structurerend element van het grondgebied die zijn hergebruik op korte termijn verantwoordt;2° de werkelijke hergebruiksmogelijkheden voor de site;3° het bestaan van een risico voor de menselijke gezondheid en de leefmilieukwaliteit. § 6. De regering maakt de lijst bekend van de definitieve besluiten betreffende : 1° de te herontwikkelen bedrijfsruimten;2° de bij voorrang te herontwikkelen bedrijfsruimten. § 7. De regering kan tegelijk een herontwikkelingsomtrek en een stadsheroplevingsomtrek bedoeld in artikel 172 of een stadsvernieuwingsomtrek in de zin van artikel 173 vaststellen. Art. 169.Het besluit bedoeld in artikel 168, § 4, houdt voor de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker de verplichting in om de site tegen de hierna vastgestelde voorwaarden te herontwikkelen. Art. 169/1.- Het besluit bedoeld in artikel 168, § 4, wordt overgeschreven in de hypotheekbewaring. Die overschrijving neemt de plaats in van die bedoeld in artikel 168, § 1. Van het besluit wordt daarnaast bij ter post aangetekend schrijven kennis gegeven aan de betrokken eigenaars, evenals aan de betrokken erfpachters, dragers van een recht van opstal en vruchtgebruikers. In die kennisgeving wordt melding gemaakt van de verplichting bedoeld in artikel 169. Bij de kennisgeving van het besluit worden in voorkomend geval de inlichtingen gevoegd die betrekking hebben op de goeden opgenomen in de gegevensbank bedoeld in artikel 14 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems die de kadastrale percelen gelegen binnen de omtrek van de site betreffen. Afdeling III. - Regeling voor de bij voorrang te herontwikkelen bedrijfsruimten Art. 169/2.- Binnen de zestig dagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 169/1, tweede lid, richt de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal dan wel de vruchtgebruiker bij ter post aangetekend schrijven het bericht aan de regering dat hij zich ertoe verbindt om de herontwikkeling van de site door te voeren of dat hij ervan afziet zijn verplichting na te komen. Bij ontstentenis wordt hij geacht daarvan af te zien. Het uitdrukkelijke of stilzwijgende voornemen bedoeld in het eerste lid om daarvan af te zien houdt voor de regering of de maatschappij de machtiging in om toegang te hebben tot de site en alle noodzakelijke onderzoekingen te verrichten. De regering stelt het formulier vast dat daartoe bij de kennisgeving bedoeld in artikel 169/1, tweede lid, gevoegd wordt en dat door de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal dan wel de vruchtgebruiker teruggestuurd dient te worden. Onderafdeling 1 - Regeling geldend in het geval waarin de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker van de herontwikkeling afzien Art. 169/3.- § 1. Zodra het uitdrukkelijk of stilzwijgend voornemen vanwege de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker om van de herontwikkeling af te zien bekend is, voert de maatschappij het evaluatieonderzoek betreffende de kostprijs van de herontwikkeling uit, of laat ze uitvoeren. § 2. Op grond van een verantwoordend verslag wordt er door de maatschappij een ontwerp-aanbod van minnelijke of gerechtelijke aankoop van de site opgesteld. De voor de aankoop in overweging genomen waarde wordt geraamd, meer bepaald rekening houdend met de kostprijs van de door te voeren herontwikkelingswerkzaamheden bedoeld in artikel 167, 2°, en met de bestemming van het goed in het de dag vóór de inwerkintreding van het besluit bedoeld in artikel 168, § 4, vigerend plan van aanleg. Dat ontwerp-aanbod, waarbij het verantwoordend verslag wordt gevoegd, wordt door de maatschappij onderworpen aan het visum van het bij het Ministerie van Financiën ingesteld aankoopcomité van onroerende goeden. Het aankoopcomité geeft kennis van zijn visum of van zijn visumsweigering binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het ontwerp-aanbod en het verantwoordend verslag. Desnoods kan de termijn op verzoek van het comité met één maand worden verlengd. Bij visumsweigering bepaalt het comité op gemotiveerde wijze het maximumbedrag van het aanbod. Bij stilzwijgen van het comité binnen de hem opgelegde termijn wordt het visum geacht toegekend te zijn. § 3. Indien het minnelijk aanbod van de maatschappij niet binnen de dertig dagen na kennisgeving ervan door de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker wordt aangenomen, machtigt de regering de maatschappij om de goeden die in de omtrek van de site gelegen zijn, te onteigenen ten algemenen nutte. Hiervoor geldt artikel 181, tweede lid. § 4. Binnen de negentig dagen na aanvaarding van het minnelijk aanbod bedoeld in paragraaf 3 of van het besluit waarbij de maatschappij gemachtigd wordt te onteigenen, of binnen de termijn door de regering vastgesteld in geval van verzoek om termijnverlenging, dient de maatschappij bij de regering een herontwikkelingsproject in dat volgende bestanddelen bevat : 1° indien nodig, een saneringsproject dat het volgende bevat : a.de identificatie van de aangetroffen stoffen waarvan de concentraties beantwoorden aan de criteria vastgesteld in de artikelen 41 en 42 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems, de daarmee in overeenstemming zijnde volumes en de dringendheid waarmee de sanering doorgevoerd dient te worden; b. een omschrijving van de verschillende technisch relevante saneringsprocédés samen met voor elk procédé de raming van de verwachte resultaten onder verwijzing naar de artikelen 44 tot en met 46 van voornoemd decreet en een kostprijsraming, met inbegrip van de kostprijs van de eventuele opvolgingsmaatregelen;c. een omschrijving van de restrisico's of eventuele restricties, met inbegrip van de opvolgingsmaatregelen, voor het toekomstig gebruik van de grond waarop de handelingen en werken betrekking hebben;d. een verantwoording van het saneringsprocédé of, in voorkomend geval, van verschillende procédés en hun eventuele varianten in onderlinge combinaties;e. een omschrijving van de werken, hun eventuele fasering, de termijnen waarin ze uitgevoerd dienen te worden, met inbegrip van de wijze waarop de substanties of grond- of gebouwgedeelten die tijdelijk of definitief verwijderd dienen te worden, behandeld dan wel verwerkt dienen te worden;f. de omschrijving van de getroffen veiligheidsmaatregelen bij uitvoering van de werken;g. de impact van de handelingen en werken betreffende de bodemsanering op de naburige percelen;h. de saneringsmaatregelen die getroffen dienen te worden, de termijn waarin ze in stand dienen te worden gehouden en een raming van de kostprijs;i. in voorkomend geval, de restricties waaraan de gronden onderworpen worden na sanering ervan;2° in voorkomend geval, een omschrijving van de renovatiehandelingen werken, die naar gelang het geval het volgende bevatten : a.een omschrijving van de vaste bouwwerken en installaties, met inbegrip van bouwwerken en installaties in de ondergrond die afgebroken of gedemonteerd dienen te worden; b. een omschrijving van de herstel-, onderhouds- of bewaringswerkzaamheden, evenals de verbouwing van de in stand gehouden onroerende goeden;c. een omschrijving van de grondverplaatsingen die door het project noodzakelijk worden gemaakt, met inbegrip van alle grondaan- en -afvoer en de oorsprong van de eventuele aangebrachte aarde;d. de afvoer van achtergelaten of van de afbraakwerken afkomstige producten, bouwmaterialen, materiaal en afvalstoffen;e. de inrichting van de buitenomgeving, en meer bepaald de zaaibedden, aanplantingen en bebossingen;f. een kostenraming;3° de termijnen waarin de werken uitgevoerd zullen worden;4° de omschrijving van de te treffen veiligheidsmaatregelen bij uitvoering van de werken;5° een korte uiteenzetting van de milieu-effectenbeoordeling;6° een niet-technische samenvatting van voormelde gegevens. § 5. De regering meldt ontvangst van het volledige dossier binnen de vijftien dagen na indiening ervan. In voorkomend geval worden gespecialiseerde organen geraadpleegd. De goedkeuring door de regering van het herontwikkelingsproject heeft de waarde van een milieuvergunning, een milieuverklaring, een registratie in de zin van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, een stedenbouwkundige vergunning of van een enige vergunning; die goedkeuring vindt plaats binnen de drie maanden na het bericht van ontvangst. In afwijking van artikel 87 van dit Wetboek en van artikel 53 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning vervalt de goedkeuring van het herontwikkelingsproject enkel voor het overblijvende gedeelte van de herontwikkelingshandelingen en -werken die niet zijn uitgevoerd indien zij niet zijn uitgevoerd binnen de twee jaar volgend op de datum waarop zij uitgevoerd dienden te worden. § 6. Na afloop van de saneringshandelingen en -werken voert de maatschappij de slotevaluatie door. In die evaluatie zijn inbegrepen : 1° de doelstellingen van de sanering;2° de bereikte resultaten, met inbegrip van de bekomen waarden, met, in de gevallen waarin de saneringsdoelstellingen niet gehaald konden worden, een analyse van de restrisico's;3° de problemen die bij de werkzaamheden gerezen zijn;4° de eventuele voorstellen tot restrictie in het gebruik en de opvolgingsmaatregelen. Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van de slotevaluatie geeft de regering een attest uit : 1° waarbij vastgesteld wordt dat de sanering al dan niet overeenkomstig de beslissing tot goedkeuring van het saneringsproject is verwezenlijkt;2° waarbij de bijzondere waarden worden bepaald;3° waarbij, in voorkomend geval, restricties in het gebruik of opvolgingsmaatregelen worden opgelegd. Binnen dezelfde termijn legt de regering, in voorkomend geval, bijkomende werkzaamheden op, die uitgevoerd dienen te worden binnen de door hem bepaalde termijn en, in die veronderstelling, de eventuele veiligheidsmaatregelen. In dat geval wordt het attest bedoeld in het tweede lid afgegeven na een termijn van zestig dagen te rekenen van een nieuwe slotevaluatie. Onderafdeling 2. - Regeling bij aanvaarding van de herontwikkeling door de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker Art. 169/4.- Deze onderafdeling geldt indien de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker de regering ervan kennis heeft gegeven dat hij zich ertoe verbindt de herontwikkeling van de site door te voeren overeenkomstig artikel 169/2, eerste lid. Art. 169/5.- De eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker dient overeenkomstig artikel 169/10 een herontwikkelingsproject in binnen de honderdtwintig dagen na de kennisgeving van zijn verbintenis om de herontwikkeling door te voeren. Indien het oriëntatieonderzoek gevolgd wordt door een indelingsonderzoek of een saneringsproject, kan de termijn op verzoek verlengd worden door de regering met een maximumduur van twee maal zestig dagen. Art. 169/6.- De eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker wordt geacht van zijn de herontwikkeling van de site af te zien indien : 1° hij het herontwikkelingsproject niet heeft ingediend binnen de termijn bedoeld in artikel 169/5;2° hij de herontwikkelingswerken niet op significante wijze heeft aangevat binnen de termijn vastgesteld bij de beslissing tot goedkeuring van het herontwikkelingsproject;3° hij de herontwikkelingswerkzaamheden niet heeft voltooid binnen de termijn vastgesteld bij de beslissing tot goedkeuring van het herontwikkelingsproject. In dat geval geldt artikel 169/3. De waarde bedoeld in artikel 169/3, § 2, in aanmerking genomen voor de aankoop wordt evenwel geraamd rekening houdend met de kostprijs van de herontwikkelingswerkzaamheden bedoeld in artikel 167, 2°, na aftrek van de reeds verrichte onderzoeken en werken. Afdeling IV. - Regeling geldend voor de bedrijfsruimten die niet bij voorrang herontwikkeld dienen te worden Art. 169/7.- De eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker dient het herontwikkelingsproject in binnen de honderd vijftig dagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 169/1, tweede lid. Indien het oriëntatieonderzoek gevolgd wordt door een indelingsonderzoek of een saneringsproject, kan de termijn op verzoek door de regering worden verlengd. Art. 169/8.- De eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker is ertoe verplicht de herontwikkelingswerkzaamheden op significante wijze aan te vatten binnen de termijn vastgesteld bij de beslissing tot goedkeuring van het herontwikkelingsproject. Art. 169/9.- In geval van nalatigheid wordt de eigenaar, de erfpachter, de drager van een recht van opstal of de vruchtgebruiker door de regering in gebreke gesteld om zijn verplichtingen in een allerlaatste door de regering vastgestelde termijn na te leven. Afdeling V. - Procedure tot goedkeuring van het herontwikkelingsproject Art. 169/10.- Er wordt een herontwikkelingsproject in zeven exemplaren aan de regering gericht, bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst of tegen overhandiging van een ontvangstbewijs. Dat project bevat in ieder geval : 1° een oriëntatieonderzoek en, in voorkomend geval, een indelingsonderzoek of een saneringsproject overeenkomstig de artikelen 31 en volgende betreffende de sanering van de verontreinigde bodems;2° een omschrijving van de renovatiehandelingen en werken die al naar gelang het geval bevatten : a.een omschrijving van de vaste bouwwerken en installaties, met inbegrip van bouwwerken en installaties in de ondergrond die afgebroken of gedemonteerd dienen te worden; b. een omschrijving van de herstel-, onderhouds- of bewaringswerkzaamheden, evenals de verbouwing van de in stand gehouden onroerende goeden;c. een omschrijving van de grondverplaatsingen die door het project noodzakelijk worden gemaakt, met inbegrip van alle grondaan- en -afvoer en de oorsprong van de eventuele aangebrachte aarde;d. de afvoer van achtergelaten of van de afbraakwerken afkomstige producten, bouwmaterialen, materiaal en afvalstoffen;e. de inrichting van de buitenomgeving, en meer bepaald de zaaibedden, aanplantingen en bebossingen;f. een kostenraming;3° de termijnen waarin de werken uitgevoerd zullen worden;4° de omschrijving van de te treffen veiligheidsmaatregelen bij uitvoering van de werken;5° een korte uiteenzetting van de milieueffectenbeoordeling;6° een niet-technische samenvatting van voormelde gegevens. Art. 169/11.- De regering verstuurt bij ter post aangetekend schrijven zijn beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van het herontwikkelingsproject binnen de dertig dagen te rekenen van de dag waarop hij het saneringsproject ontvangt. Indien het verzoek onvolledig is, richt hij op dezelfde wijze een lijst van de ontbrekende stukken en gegevens aan de verzoeker en geeft hij aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. Art. 169/12.- In de beslissing waarbij hij het herontwikkelingsproject volledig en ontvankelijk verklaart, wordt door de regering : 1° overeenkomstig artikel 9bis van het decreet van 11 september 1985 tot organisatie van de milieueffectenbeoordeling in het Waalse Gewest aangegeven of het project een significante impact zou kunnen hebben op het leefmilieu;2° de instanties aangewezen die geraadpleegd dienen te worden. Art. 169/13.- De dag waarop hij zijn beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van het herontwikkelingsproject aan herontwikkelingsplichtige zendt overeenkomstig artikel 169/11, maakt de regering die beslissing voor advies over aan de verschillende instanties die hij aanwijst. Die instanties versturen hun advies binnen een termijn van vijftig dagen te rekenen van de dag waarop de zaak bij hen aanhangig is gemaakt. Indien er geen advies wordt opgestuurd of indien er geen ontvangstbewijs wordt overhandigd, wordt het advies geacht gunstig te zijn. Art. 169/14.- De regering stuurt zijn beslissing bij ter post aangetekend schrijven aan de verzoeker binnen een termijn van honderd twintig dagen te rekenen van de dag waarop hij zijn beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van het project heeft verstuurd. Indien de regering het herontwikkelingsproject goedkeurt, 1° stelt hij de termijn vast waarin de herontwikkelingshandelingen en -werken op significante wijze dienen te zijn aangevat, evenals de termijn waarin ze beëindigd dienen te worden;2° kan hij de verzoeker opleggen : a.elke voorwaarde die hij nuttig acht om te voorkomen dat het herontwikkelingsproject tijdens of na verwezenlijking ervan gevaren, hinder of nadelen veroorzaakt aan mens en leefmilieu; b. het neerleggen van een zekerheid volgens de modaliteiten bepaald bij artikel 55 van het decreet betreffende de milieuvergunning of artikel 86 van dit Wetboek en waarvan het bedrag overeenstemt met de kosten die de overheid zou moeten dragen indien hij zelf de herontwikkeling zou moeten doorvoeren. Indien de regering zich niet uitgesproken heeft binnen de hem opgelegde termijn, wordt het herontwikkelingsproject geacht geweigerd te zijn. Het uitblijven van een beslissing binnen een termijn van honderd twintig dagen geeft de verzoeker het recht op een forfaitaire vergoeding van 2.500 euro. De vergoedingseisen vallen onder de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. Art. 169/15.- Indien de regering weigert om het herontwikkelingsproject goed te keuren, geeft hij de wijzigingen aan die in het project dienen te worden aangebracht met het oog op een nieuwe indiening overeenkomstig artikel 169/10. Art. 169/16.- De goedkeuring van het herontwikkelingsproject heeft de waarde van een milieuvergunning, een milieuverklaring, een registratie in de zin van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, een stedenbouwkundige vergunning of van een enige vergunning. In afwijking van artikel 87 van dit Wetboek en van artikel 53 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning vervalt de goedkeuring van het herontwikkelingsproject enkel voor het overblijvende gedeelte van de herontwikkelingshandelingen en -werken die niet zijn uitgevoerd indien zij niet zijn uitgevoerd binnen de twee jaar volgend op de datum waarop zij uitgevoerd dienden te worden. Art. 169/17.- Indien het herontwikkelingsproject een saneringsproject bevat, worden de saneringshandelingen en -werken verricht onder toezicht van een deskundige overeenkomstig artikel 57 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems. Art. 169/18.- Degene die verplicht is om twee of meerdere sites te herontwikkelen kan de regering verzoeken om zijn verplichtingen in de tijd te kunnen spreiden en dient daartoe een voorstel in waarbij meer bepaald rekening gehouden wordt met het eventuele prioritaire karakter van één of meerdere sites. De regering keurt het voorstel goed. Hij bepaalt de wijze waarop deze bepaling toegepast wordt. Afdeling VI. - Verplichting tot herontwikkeling van eenzelfde site geldend voor meerdere personen Art. 169/19.- Indien verscheidene personen verplicht zijn eenzelfde site te herontwikkelen, belegt de regering op de door hem bepaalde wijze een overlegvergadering tussen de verschillende betrokken dragers van een zakelijk recht. Die overlegvergadering vindt plaats binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving bepaald in artikel 169/1. Indien verschillende personen die verplicht zijn om een site te herontwikkelen een herontwikkelingsproject indienen overeenkomstig de artikelen 169/5 of 169/7, wijzen ze een zaakgelastigde aan die belast is met de betrekkingen met het Waalse Gewest. » Art. 12.In artikel 171 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht. 1. In paragraaf 1 worden de woorden « artikel 169, § 1 » vervangen door de woorden « artikel 169/1, tweede lid ».2. In paragraaf 4 worden de woorden « artikel 168, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 169/1, tweede lid ». Art. 13.In artikel 175, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « afgedankte bedrijfsruimte » vervangen door de woorden « te herontwikkelen bedrijfsruimte ». Art. 14.In artikel 181, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden « afgedankte bedrijfsruimte » vervangen door de woorden « te herontwikkelen bedrijfsruimte ». Art. 15.Artikel 182 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 16.In artikel 183, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. Onder 3° worden de woorden « de sanering of de renovatie » vervangen door de woorden « of de herontwikkeling ».2. Onder 4° worden de woorden « de sanering of de renovatie » vervangen door de woorden « of de herontwikkeling ». Art. 17.In artikel 184, 2°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden « ofwel de sanering en de renovatie van onroerende goeden » vervangen door de woorden « ofwel de herontwikkeling van onroerende goeden ». TITEL III. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning Art. 18.Artikel 1, 13°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning wordt aangevuld als volgt : « wat betreft de installaties en activiteiten opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 3, vijfde en zesde lid, is voor de bodem het herstellen in oorspronkelijke staat de verrichting die voortvloeit uit de verplichtingen bedoeld in artikel 16 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems ». Art. 19.Artikel 3 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning wordt aangevuld door volgende leden : « De regering stelt onder de installaties of activiteiten waarvan de uitbating onderworpen is aan een milieuvergunning, de lijst vast van de installaties of activiteiten die het grootste risico op bodemverontreiniging vormen. In de lijst kan voor de installaties of activiteiten die een hoger risico op bodemverontreiniging vormen, de termijn worden vermeld waarin voor het eerst een oriëntatieonderzoek dient te worden uitgevoerd, of de periodiciteit waarmee de verplichting tot uitvoering van een dergelijk onderzoek geldt. » Art. 20.Artikel 13, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de woorden « of in een herontwikkelingsgebied bedoeld in artikel 34bis van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium dat niet gedekt is door een gemeentelijk plan van aanleg ». Art. 21.In hetzelfde decreet wordt er een artikel 59ter luidend als volgt ingevoerd : « Art. 59ter.- § 1. Onverminderd diens verplichtingen wat betreft het herstellen in de oorspronkelijke staat en het nabeheer gelden de verplichtingen bedoeld in artikel 16 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems voor : 1° de uitbater van een installatie of een activiteit bedoeld in artikel 3, vijfde lid, telkens als een uitbating stopgezet wordt;2° de uitbater van een installatie of een activiteit bedoeld in artikel 3, zesde lid, en die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald bij het besluit genomen krachtens die bepaling. Bij het uitvoeren van hun verplichtingen schikken zij zich naar het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems. In de zin van 1° van het eerste lid van deze paragraaf wordt onder het stopzetten van een uitbating verstaan, het stopzetten ervan voortvloeiende uit ofwel : 1° het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning indien er ondertussen geen nieuwe vergunning is afgeleverd voor dezelfde installatie of activiteit;2° de intrekking van de milieuvergunning volgens de artikelen 65, § 2, of 72, § 1;3° het feit dat de uitbater uitdrukkelijk afziet van het steunen op de gevolgen van de vergunning;4° het uitblijven van enige uitbating van de installatie of van de activiteit in totaal of voor een aanzienlijk deel ervan gedurende een termijn van twee jaar. § 2. De uitbater is vrijgesteld van de verplichting bepaald in vorig lid volgens de modaliteiten bepaald in artikel 23 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems indien hij bewijst dat hij zich in één der volgende gevallen bevindt : 1° de verontreiniging of het achterlaten van afvalstoffen zijn niet toe te schrijven aan zijn activiteiten;2° hij heeft van de bevoegde overheid een document gekregen waaruit blijkt dat de sanering zorgvuldig is uitgevoerd overeenkomstig een herontwikkelingsplan, een plan voor het herstellen van de plaats in oorspronkelijke staat of een saneringsplan in de zin van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, de wetgeving inzake de milieuvergunning, afvalstoffen, grondwater, steengroeven of steenbergen;3° een sanering overeenkomstig een herontwikkelingsplan, een herstellen van de plaats in oorspronkelijke staat of een saneringsplan in de zin van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, de wetgeving inzake de milieuvergunning, afvalstoffen, grondwater, steengroeven of steenbergen is aan de gang;4° een derde heeft zijn plaats ingenomen in de uitvoering van diens verplichtingen, overeenkomstig artikel 20, eerste lid, van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems;5° het overschrijden of het risico op het overschrijden van de grenswaarde die hem ertoe verplichten de herontwikkeling door te voeren, zijn enkel toe te schrijven aan een wijziging van de voorschriften van het gewestplan of van een gemeentelijk plan van aanleg die op een later tijdstip dan de verontreiniging plaatsvond;6° de bodemverontreiniging was, in de huidige wetenschappelijke en technische kennisstand, niet beschouwd als beschadigend voor de menselijke gezondheid en de kwaliteit van het leefmilieu, niet enkel op het ogenblik waarop de verontreiging tot stand kwam, maar eveneens tijdens de gehele periode die voorafgaat aan de datum van bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad .» Art. 22.Artikel 71, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een 4° luidend als volgt : 4° « de regering of diens gemachtigde in de zin van artikel 2, 14°, van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems inlichten.» Art. 23.Artikel 74, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een 4° luidend als volgt : 4° « de regering of diens gemachtigde in de zin van artikel 2, 14°, van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems inlichten.» Art. 24.In artikel 79 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. Paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met een 4° luidend als volgt : « 4° de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems na te leven.». 2. Paragraaf 2 wordt aangevuld met een derde lid luidend als volgt : « Hij legt in voorkomend geval de naleving van de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems op.» Art. 25.Artikel 81, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de woorden « of in een herontwikkelingsgebied bedoeld in artikel 34bis van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium dat niet gedekt is door een gemeentelijk plan van aanleg ». TITEL IV. - Decreet betreffende de sanering van verontreinigde bodems Art. 26.Dit artikel houdt de bepalingen betreffende het decreet tot sanering van verontreinigde bodems. « HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Doelstellingen Artikel 1.- Dit artikel beoogt bodemverontreiniging te voorkomen, de potentiële verontreinigingsbronnen te onderkennen, het onderzoek naar het bestaan van verontreiniging te regelen en de wijze van sanering van verontreinigde bodems te bepalen. Afdeling II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.- Voor de toepassing van dit decreet wordt, verstaan onder : 1° « bodem » : de oppervlaktelaag van de aardkorst, met inbegrip van het grondwater in de zin van het decreet van 30 april 1990 over de bescherming en de uitbating van ondergronds en tot drinkwater verwerkbaar water, en de andere bestanddelen en organismen die er aanwezig in zijn;2° « bodemverontreiniging » : de aanwezigheid op of in de bodem van producten, stoffen, afvalstoffen, chemische bestanddelen of organismen afkomstig van de menselijke activiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks nadelig zijn of kunnen zijn voor de bodemkwaliteit;3° « verontreinigende stof » : product, stof, afvalstof, chemische verbinding of organisme die een verontreiniging veroorzaken;4° « nieuwe bodemverontreiniging » : verontreiniging ontstaan vanaf 1 januari 2003;5° « historische bodemverontreiniging » : verontreiniging ontstaan vóór 1 januari 2003;6° « gemengde bodemverontreiniging » : verontreiniging ontstaan deels vóór en deels vanaf 1 januari 2003;7° « bodemverontreiniging die een ernstig risico uitmaakt » : a.bodemverontreiniging die, gezien de bodemkenmerken en de functies ervan, gezien de aard, de concentratie en het verspreidingsrisico van de aanwezige stoffen of organismen, een contact tussen die verontreinigende stoffen of organismen en de mensen, de dieren en de planten kan of zou kunnen teweegbrengen waarvan vermoed dan wel met zekerheid gesteld kan worden dat het schadelijk is voor de menselijke gezondheid en de kwaliteit van het leefmilieu; b. bodemverontreiniging die schade zou kunnen teweegbrengen aan de reserves tot drinkwater verwerkbaar water;8° « grond » : de bodem, met inbegrip van de in de grond en op de bodem opgetrokken bouwwerken en installaties;9° « verontreinigde grond » : de grond waar de bodemverontreiniging ontstaan is en de grond waarin ze verspreid is geraakt;10° « grondsanering » : het wegwerken, neutraliseren, stoppen, ter plaatse beperken van de bodemverontreiniging of het beschermen tegen de bodemverontreiniging;11° « veiligheidsmaatregelen » : in plaats en tijd beperkte maatregelen, met inbegrip van gebruiksrestricties met uitzondering van de saneringshandelingen en -werken die de beheersing van de gevolgen van een bodemverontreiniging of het voorkomen van het ontstaan ervan beogen;12° « opvolgingsmaatregelen » : maatregelen waarmee men zich van de risicobeheersing en de doeltreffendheid van de veiligheidsmaatregelen of van de bodemsaneringshandelingen en -werken vergewist;13° « best mogelijke beschikbare technieken » : het doeltreffendste en meest geavanceerde ontwikkelingsstadium van de installaties en activiteiten en van hun wijze van concipiëring, opbouw, uitbating en onderhoud op het vlak van bodemsanering, waarmee in de praktijk aangetoond wordt dat bijzondere technieken geschikt zijn om in beginsel de basis uit te maken voor de waarden vastgesteld ter uitvoering van dit decreet en waarmee beoogd wordt de schade aan de menselijke gezondheid en aan de kwaliteit van het leefmilieu te voorkomen en, indien de voorkoming onmogelijk blijkt, op algemene wijze te verminderen, op voorwaarde dat die technieken op een dergelijke schaal uitgewerkt worden dat ze in de betrokken sector toegepast kunnen worden in economisch en technisch leefbare voorwaarden en toegankelijk kunnen zijn in redelijke voorwaarden;14° « bevoegde overheid » : de regering of diens gemachtigde;15° « deskundige » : deskundige erkend door de regering voor de uitvoering van de opdrachten bepaald bij dit decreet;16° « achtergrondconcentratie » : omgevende concentratie van een verontreinigde stof in de bodem of het grondwater;de omgevende concentraties kunnen wijzen op natuurlijke geologische variaties of op de invloed van een in de streek veralgemeende landbouw-, industrie- of stedelijke bedrijvigheid; 17° « referentiewaarde » : indicatieve waarde vastgesteld door de regering voor de achtergrondconcentraties aan verontreinigende stoffen die naar verwachting in de bodem of het grondwater aangetroffen kunnen worden in afwezigheid van van nature rijke geochemische achtergrondconcentraties en in afwezigheid van een landbouw-, industrie- of stedelijke bedrijvigheid, die in beginsel beantwoordt aan de doelstelling die met de sanering bereikt dient te worden;18° « grenswaarde » : concentratie vastgesteld door de regering aan verontreinigende stoffen in de bodem of het grondwater die beantwoordt aan een niveau dat, indien overschreden, een indelingsonderzoek noodzakelijk maakt;19° « interventiewaarde » : concentratie vastgesteld door de regering aan verontreinigende stoffen in de bodem of het grondwater die beantwoordt aan een niveau dat, indien overschreden, een indelingsonderzoek noodzakelijk maakt en die meer bepaald en in voorkomend geval tegelijk de vorm aan kan nemen van : a.een sanering; b. veiligheidsmaatregelen;c. opvolgingsmaatregelen;20° « bijzondere waarde » : waarde vastgesteld ten gevolge van een eerste indelingsonderzoek of bereikt ten gevolge van een eerste sanering en bepaald in het attest bedoeld in de artikelen 39 en 59;21° « maatschappij » : « Société publique d'aide à la qualité de l'environnement » (Openbare maatschappij voor hulpverlening inzake de verbetering van het leefmilieu) bedoeld in artikel 39 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen. Afdeling III. - Informatie en toezicht Art. 3.- Degene die het toezicht heeft over een grond waarin zich ofwel verontreinigende stoffen bevinden met een concentratie die de criteria vastgesteld in de artikelen 41 tot en met 43 overschrijdt ofwel achtergelaten afvalstoffen bevinden, is ertoe verplicht, indien hij weet dat die afval- of verontreinigende stoffen aanwezig zijn, er de bevoegde overheid onmiddellijk van te verwittigen. Hij is er eveneens toe verplicht de bevoegde overheid en de eigenaar, zodra hij erover ingelicht is, kennis te geven van elk ernstig risico op de verspreiding van de verontreiniging naar een ander dan de betrokken grond. Art. 4.- § 1. De regering kan de procedureregels betreffende de onderzoekingen die nodig zijn om de bevoegde overheid bedoeld in de artikelen 18 en 19 zijn beslissing te laten treffen, bepalen. Hij wijst de personeelsleden aan die bevoegd zijn om die onderzoekingen te verrichten. Die personeelsleden kunnen meer bepaald : 1° ter plaatse en bij hun eerste verzoek alle documenten, stukken of boeken die nuttig zijn voor de voltooiing van hun opdracht laten voorleggen of opsporen, er een fotografisch of ander afschrift van nemen of ze tegen ontvangstbewijs medenemen;2° de grond betreden waarvoor er ernstige aanwijzingen op een bodemverontreiniging of een achterlaten van afvalstoffen bestaan met het oog op het verrichten van boringen, het nemen van bodemmonsters of het verrichten van de analyses overeenkomstig de door de regering vastgestelde regels. Zonder voorafgaandelijke machtiging van de onderzoeksrechter mogen die personeelsleden geen enkele plaats betreden die een woonplaats uitmaakt in de zin van artikel 15 van de Grondwet. De in dit artikel bedoelde personeelsleden mogen agenten van de openbare macht vorderen die verplicht zijn hen in de uitoefening van hun opdracht bij te staan. § 2. Wat betreft de maatschappij, gelden de bepalingen van de paragrafen 3 en 4 van artikel 39 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen. Art. 5.- Onverminderd de artikelen 58 en 59 en elke bepaling ter zake van het opsporen en vaststellen van overtredingen, verstrekken zij die daartoe verplicht zijn, alsook de deskundigen, op haar eerste verzoek de bevoegde overheid elke inlichting betreffende de verplichten bedoeld in artikel 16, hun wijze van uitvoering en de vordering ervan. Daartoe geniet de bevoegde overheid de prerogatieven bedoeld in artikel 4. Afdeling IV. - Onteigening Art. 6.- Op eigen initiatief of op verzoek van degene die verplichting bedoeld in artikel 16 heeft, kan de regering onroerende goeden ten algemenen nutte onteigenen voor de uitvoering van de grondsaneringshandelingen en -werken. In voorkomend geval wordt de onteigening op naam en in opdracht van degene die de verplichting heeft verricht. De regering kan de maatschappij ertoe machtigen de onroerende goeden voor de uitvoering van de handelingen en werken voor de sanering van de grond waarvoor ze belast is overeenkomstig artikel 65 ten algemenen nutte te onteigenen. Afdeling V. - Lasten Art. 7.- De gronden die aan onderzoeks-, veiligheidsmaatregelen of een sanering zijn onderworpen, alsmede de naburige goeden, ondergaan de lasten die noodzakelijk zijn voor de gunstige afwikkeling van de verrichtingen, met inbegrip van de toegang, de gebruiksrestricties, de uitvoering of het behoud van bouwwerken, handelingen en werken. De houders van zakelijke of persoonlijke rechten op die goeden is, behoudens hun beroep tegen de verantwoordelijke, geen enkele vergoeding verschuldigd. HOOFDSTUK II. - Waarden, register van de natuurlijke gehaltes, inventarissen en gegevensbanken Afdeling I. - Waarden Art. 8.- Onverminderd de te bereiken bijzondere waarden vastgesteld in het attest bedoeld in artikelen 39 en 59, kan de regering de grens- en interventiewaarden wat betreft de bodem afstemmen op de types natuurlijk, landbouw-, residentieel of gemengd, recreatief en industrieel gebruik van de grond. De regering bepaalt het toepassingsgebied van elk type gebruik in functie van de voorschriften van het gewestplan en het gemeentelijk plan van aanleg, enerzijds, en het daadwerkelijk gebruik van de grond, anderzijds. Afdeling II. - Register van de natuurlijke gehaltes Art. 9.- De regering stelt de kaart van de geologische variaties van de natuurlijke gehaltes van de bodem en het grondwater op het gewestelijk grondgebied vast. Hij bepaalt daarnaast de concentraties aan verontreigende stoffen in de bodem en het grondwater die voortspruiten uit een veralgemeende landbouw-, industrie- of stedelijke bedrijvigheid en lokaliseert ze. Hij zorgt voor de bekendmaking ervan. Afdeling III. - Inventaris van de verontreinigde gronden en gronden met verontreinigingsrisico Onderafdeling 1 Identificatie van de installaties en activiteiten die het grootste bodemverontreinigingsrisico inhouden Art. 10.- De lijsten van de installaties of activiteiten waarvan de uitbating onderworpen is aan een milieuvergunning die het grootste bodemverontreinigingsrisico inhouden, bedoeld in artikel 9, vijfde en zesde lid van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, kunnen door de regering uitgebreid worden naar de activiteiten die onderworpen zijn aan een bestuurlijke machtiging overeenkomstig een voormalige wetgeving. Onderafdeling 2. - Inventarissen Art. 11.- In het jaar van inwerkingtreding van het regeringsbesluit bedoeld in artikel 10, wordt door de maatschappij opgemaakt : 1° een inventaris van de gronden die ingenomen zijn of waren door een bedrijf dat één of verschillende installaties of activiteiten bedoeld in artikel 3, vijfde en zesde lid, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning en artikel 10 van dit decreet voert;2° een inventaris van de andere verontreinigde gronden of gronden met een verontreinigingsrisico of waarop afvalstoffen zijn achtergelaten. Art. 12.- De overheden of bestuurlijke diensten die onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest vallen, maken de maatschappij op diens eerste verzoek de inlichtingen over die zij bezitten en die van nut kunnen zijn bij het opmaken van de inventarissen. Art. 13.- Binnen de zestig dagen na de opneming van een grond in de inventarissen bedoeld in artikel 11, geeft de maatschappij bij ter post aangetekend schrijven kennis van de gegevens die op hen betrekking hebben en die in de ontwerpen van inventarissen zijn opgenomen : 1° aan de eigenaars, aan de dragers van een recht van opstal, aan de erfpachters en de vruchtgebruikers;2° aan de uitbaters van de de bedrijven waarvan installaties of activiteiten op de lijst voorkomen;3° aan de gemeente. De personen bedoeld in het eerste lid maken hun opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan de maatsch …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.