← België

Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 23 juni 2022 tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdst

Kort samengevat

Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wijzigt een eerder besluit uit 2016 over afvalstoffenbeheer. Het actualiseert definities en voegt nieuwe begrippen toe met betrekking tot afvalstoffen en hun beheer.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 JUNI 2022. - Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 23 juni 2022 tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen en gelinkte bepalingen De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; Gelet op de Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen; Gelet op de Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten); Gelet op de Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn; Gelet op de richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, de artikelen 4 en 8; Gelet op de richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, artikel 16.2, lid 2, c; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, de artikelen 20 en 87; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, de artikelen 8 en 40; Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/03/1989 pub. 07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten tot oprichting van Leefmilieu Brussel, zoals dat werd bekrachtigd bij de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen, artikel 3; Gelet op de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de artikelen 4, 6, 10, 13, 70, 71, 78/1, 78/1bis, 78/2, 78/4 en 86; Gelet op de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, artikel 3,3° ; Gelet op de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen, de artikelen 3.13, 6, 9, 10, 16, 19, 22, 23, 26, 26/1, 27, 32, 33, 34, 35, 40, 41, 45, 46 en 56; Gelet op de ordonnantie van 6 mei 2021 houdende wijziging van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen, van het Wetboek van 25 maart 1999 van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, van het koninklijk besluit van 8 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/11/2007 pub. 09/11/2007 numac 2007014330 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de preventie en het herstel van milieuschade tengevolge van het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren of in de lucht van : uitheemse plantensoorten evenals van uitheemse diersoorten en hun krengen, naar aanleiding van de in-, de uit- en de doorvoer ervan, alsook van afvalstoffen bij hun doorvoer type koninklijk besluit prom. 08/11/2007 pub. 13/11/2018 numac 2018014534 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de preventie en het herstel van milieuschade tengevolge van het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren of in de lucht van : uitheemse plantensoorten evenals van uitheemse diersoorten en hun krengen, naar aanleiding van de in-, de uit- en de doorvoer ervan; alsook van afvalstoffen bij hun doorvoer. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de preventie en het herstel van milieuschade ten gevolge van het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren of in de lucht van: uitheemse plantensoorten evenals uitheemse diersoorten en hun krengen, naar aanleiding van de in-, de uit- en de doorvoer ervan; alsook van afvalstoffen bij hun doorvoer en van de ordonnantie van 22 april 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IA bedoeld in artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, artikel 41, § 2; Gelet op het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 november 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 28/11/2002 pub. 19/12/2002 numac 2002031605 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de verwijdering van dierlijk afval en betreffende de inrichtingen voor de verwerking van dierlijk afval sluiten betreffende de verwijdering van dierlijk afval en betreffende de inrichtingen voor de verwerking van dierlijk afval; Gelet op de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 04/03/1999 pub. 07/08/1999 numac 1999031224 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen sluiten tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 april 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 04/04/2019 pub. 16/04/2019 numac 2019011691 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen sluiten tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen; Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 17/12/2009 pub. 08/01/2010 numac 2010031002 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten sluiten tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 maart 1994 betreffende het beheer van afvalstoffen afkomstig van activiteiten in de gezondheidszorg; Gelet op de "gelijkekansentest" van 2 februari 2021, zoals vereist door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 22/11/2018 pub. 04/12/2018 numac 2018032248 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot invoering van de gelijke kansentest sluiten tot uitvoering van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot invoering van de gelijkekansentest; Gelet op de aanmeldingen in de kader van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij; Gelet op het advies nr. A-2021-045-BRUPARTNERS van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 17 juni 2021; Gelet op het advies nr. A-2021-023-CERBC van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 18 juni 2021 ; Gelet op het advies nr. 12/2022 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 21 januari 2022; Gelet op advies nr. 70.717/1 van de Raad van State, gegeven op 21 februari 2022, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Minister belast met Leefmilieu; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen, hierna "Brudalex" Art. 1.1. In artikel 1.1. § 1 van Brudalex, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) punt 10° wordt vervangen als volgt: " 10° "producent": onder de producenten van producten in de zin van artikel 3, 13° van de ordonnantie afval, iedere natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, inclusief de verkoop op afstand: a) in België gevestigd is en onder zijn eigen naam of merknaam een product vervaardigt, of laat ontwerpen of vervaardigen en het onder zijn eigen naam of merknaam op de markt brengt op het Belgisch grondgebied;b) in België gevestigd is en in België onder zijn eigen naam of handelsmerk een product wederverkoopt die door andere leveranciers is geproduceerd, hierbij wordt de wederverkoper niet als producent aangemerkt wanneer het merkteken zoals bepaald in punt a) op het product zichtbaar is;c) in België gevestigd is en die beroepsmatig een product uit een derde land of een andere lidstaat van de Europese Unie op het Belgische grondgebied in de handel brengt;d) in België gevestigd is en een product vervaardigt of invoert en het beroepsmatig voor eigen gebruik toewijst; e) buiten België gevestigd is en via communicatie op afstand een product, in de zin van artikel I.8. 15° van het Wetboek van economisch recht, rechtstreeks verkoopt aan huishoudens of aan andere gebruikers dan huishoudens in België. Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst wordt niet als "producent" aangemerkt, tenzij hij tevens optreedt als producent in de zin van het bepaalde onder de punten a) tot en met e); "; b) de volgende punten worden toegevoegd : " 28° "Verordening (EG) nr.1013/2006": Verordening (EG) Nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; 29° "Verordening (EG) nr.1069/2009": Verordening (EG) Nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002; 30° "Verordening (EU) nr.142/2011": Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn; 31° "compostering": een aerobe gecontroleerde afbraak van biodegradeerbare materie, die door het vrijkomen van biologische warmte toelaat om geschikte temperaturen te bekomen voor het ontwikkelen van thermofiele bacteriën;32° "bijkomend inzamelpunt": inrichting voor het inzamelen van afvalstoffen zoals bedoeld in punt 14 toegevoegd na de tabel van de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 4 maart 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 04/03/1999 pub. 07/08/1999 numac 1999031224 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen sluiten tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;33° "matras": product bestemd om op te slapen en te rusten, geschikt voor het gebruik door elk persoon voor een lange periode, bestaand uit een sterke hoes, gevuld met kernmaterialen, en dat kan worden geplaatst op een bestaande ondersteunende bedstructuur, inclusief toppers die bovenop de matras worden gelegd;34° "afgedankte matras": elke matras die onder de definitie van "afvalstof" valt zoals beoogd in artikel 3, 1°, van de ordonnantie afvalstoffen, ongeacht het gewicht, de vorm, het volume, de samenstelling of het gebruik;35° "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, punt 5, van Verordening (EG) nr.1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch zijn gewijzigd; 36° "product voor eenmalig gebruik": een product dat niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;37° "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststof is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was;38° "vistuig": elk voorwerp of onderdeel van een werktuig dat wordt gebruikt in de visserij of de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of te kweken;39° "vistuigafval": elk vistuig dat valt onder de definitie van "afvalstoffen" in artikel 3, 1°, van de ordonnantie afvalstoffen, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd afgedankt, werd achtergelaten of verloren raakte;40° "vochtige doekjes": alle vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en huishoudelijk gebruik;41° "ballonnen": alle ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen en die niet op particuliere basis aan consumenten worden verstrekt;42° "tabaksproducten": producten die geconsumeerd kunnen worden en die, al is het slechts ten dele, bestaan uit tabak, ook indien genetisch gemodificeerd;43° "peuken": alle afval van tabaksproducten met plastic filters voor eenmalig gebruik en alle afval van plastic filters voor eenmalig gebruik dat op de markt is gebracht als producten die in combinatie met tabaksproducten moeten worden gebruikt;44° "cateringmateriaal": alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren en drank, met uitsluiting van voorverpakte dranken of etenswaren;45° "cateringmateriaal voor eenmalig gebruik": cateringmateriaal dat een product voor eenmalig gebruik is;46° "bereide voedingsmiddelen": voedingsmiddelen die ter plaatse worden klaargemaakt, samengesteld, geschikt, opgewarmd, geregenereerd of ontdooid; 47° "openbare entiteit": elke rechtspersoon die behoort tot één van de categorieën bedoeld in artikel 1.3.1, 4°, van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, met uitzondering van federale en gemeenschapsoverheden en van Europese en internationale instellingen.". Art. 1.2. In artikel 1.1. van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door: " § 2. Onverminderd de definities in dit artikel zijn de definities van - de ordonnantie milieuvergunningen, - de ordonnantie afvalstoffen, - de ordonnantie bodem, - de Europese verordeningen bedoeld in paragraaf 1 van toepassing op het huidig besluit.". Art. 1.3. In artikel 1.2, § 2, van hetzelfde besluit worden een punt 5 en 6 toegevoegd: "5. artikelen 4 en 8 van de richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu. 6. artikel 16.2, lid 2, c) van de richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.". Art. 1.4. In artikel 1.4. van hetzelfde besluit wordt een 5de paragraaf toegevoegd die als volgt luidt: " § 5. 1. In het geval van een grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen zoals bedoeld in de Verordening (EG) nr. 1013/2006 gelden de door deze verordening opgelegde documenten als traceerbaarheidsdocument in de zin van dit besluit. 2. In het geval van een overbrenging van dierlijke bijproducten, met uitzondering van keukenafval en etensresten van categorie 3, geldt het handelsdocument zoals bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 6 van de Verordening (EU) nr.142/2011 als traceerbaarheidsdocument in de zin van dit besluit.". Art. 1.5. In artikel 1.5. van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in paragraaf 2, wordt punt 1 vervangen door: "1.de inzameling in één ophaalronde bij de eerste producenten op voorwaarde dat de lijst van ophaalpunten beschikbaar is in het voertuig: - van niet gevaarlijke afvalstoffen, of - van keukenafval en etensresten van categorie 3;"; b) in paragraaf 2, wordt het eerste streepje van punt 4 vervangen door: "- een inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen voor zover de vervoerde hoeveelheid afvalstoffen niet groter is dan 500 kg en de afvalstoffen geen dierlijke bijproducten of afgeleide producten zijn bedoeld in Verordening (EG) nr.1069/2009, of"; c) in paragraaf 2, wordt punt 5 toegevoegd: "5.het vervoer van mest tussen twee plaatsen op hetzelfde agrarische bedrijf."; d) paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 1.6. In artikel 1.6. van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht: a) paragraaf 2 wordt vervangen door: " § 2.De afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in artikel 3.5.15, 1° door de afvalstoffenhouder kan gebeuren zonder een traceerbaarheidsdocument."; b) paragraaf 3 wordt vervangen door: " § 3.In volgende gevallen kan de afgifte van afvalstoffen gebeuren door, minstens jaarlijks een traceerbaarheidsdocument te bezorgen aan de afvalstoffenhouder: 1. de afgifte van niet gevaarlijke niet huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van dierlijke bijproducten bedoeld door de Verordening (EG) nr.1069/2009, ingezameld bij de eerste afvalproducent; 2. de afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in punt 3° van artikel 3.5.15; 3. in afwijking van punt 1, de afgifte van keukenafval en etensresten van categorie 3 ingezameld bij de eerste afvalproducent.". Art. 1.7. In artikel 1.7. van hetzelfde besluit wordt paragraaf 6 opgesteld als volgt toegevoegd: " § 6. De beheerder van de afvalstoffen controleert de gegevens op de traceerbaarheidsdocumenten. In geval van dierlijke bijproducten bedoeld door de Verordening (EG) nr. 1069/2009 brengt de afvalstoffenhouder Leefmilieu Brussel schriftelijk op de hoogte als op de traceerbaarheidsdocumenten de vermeldingen ontbreken die de afvalstoffen beschrijven en die bewijzen dat de afvalstoffen gehanteerd, verzameld, verwerkt of gebruikt zijn.". Art. 1.8. In artikel 1.8. van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in paragraaf 1, punt 3 worden de woorden "afvalstoffen andere dan huishoudelijke" vervangen door "huishoudelijke afvalstoffen";b) in paragraaf 5, worden de woorden "per post of" opgeheven. Art. 1.9. Titel I van hetzelfde besluit, getiteld "Algemene bepalingen", wordt aangevuld met een hoofdstuk 4 getiteld "Verwerking van persoonsgegevens" dat luidt als volgt: "HOOFDSTUK 4. - Verwerking van persoonsgegevens Afdeling 1. - Gebruik van de gegevens Art. 1.10.1. De in artikel 2.2.9, 1° bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de beoordeling van het preventie- en beheersplan van de afvalstoffen om de producent die het plan heeft ingediend te identificeren. Art. 1.10.2. De gegevens bedoeld in artikel 2.3.1, § 2, 2° worden gebruikt na de afgifte van de erkenning met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden. Art. 1.10.3. De in artikelen 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2 en 4.7.5, § 3 bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de aanvraag van registratie, erkenning of milieuvergunning, om te controleren of de aanvrager van de registratie, de erkenning of de milieuvergunning bekwaam is of beschikt over personeel dat bekwaam is op het vlak van afvalstoffenbeheer. Deze gegevens worden ook gebruikt na de afgifte van de registratie, de erkenning of de milieuvergunning met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden. Art. 1.10.4. § 1. De in artikel 3.9.9 § 2 bedoelde gegevens worden gebruikt om te controleren of de uitbater van een wijkcomposteersite of de door hem aangestelde persoon bekwaam is op het vlak van compostering. Deze gegevens worden gebruikt met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden. De in artikel 3.9.9, § 3 bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de controle van de toegang tot de wijkcomposteersite door de beheerder van de composteersite, om de herkomst van de afvalstoffen te controleren. Deze gegevens worden ook gebruikt met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden. § 2. De in artikel 3.9.10, § 2 tot § 4 bedoelde gegevens worden gebruikt met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden om te controleren of de uitbater van een bedrijfscomposteersite of de door hem aangestelde persoon bekwaam is op het vlak van compostering, evenals in het kader van de controle van de toegang tot de bedrijfscomposteersite door de beheerder van de composteersite, om de herkomst van de afvalstoffen te controleren. Art. 1.10.5. De in artikel 4.7.5, § 2 bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de milieuvergunningsaanvraag om te controleren of de aanvrager van de milieuvergunning beschikt over personeel dat is opgeleid in het domein van het beheer van afvalstoffen van de zorg. Deze gegevens worden ook gebruikt na de afgifte van de milieuvergunning met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden. Afdeling 2. - Verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens en bewaartermijn Art. 1.11.1. De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikel 2.2.9, 1° bedoelde gegevens is Leefmilieu Brussel. Deze gegevens worden bewaard gedurende de geldigheidsperiode van het preventie- en beheersplan van de afvalstoffen. Art. 1.11.2. De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikel 2.3.1, § 2, 2° en 3° bedoelde gegevens is Leefmilieu Brussel. Deze gegevens worden bewaard gedurende de geldigheidsperiode van de erkenning. Art. 1.11.3. De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikel 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2 en 4.7.5, § 3 bedoelde gegevens is Leefmilieu Brussel. Deze gegevens worden bewaard gedurende de geldigheidsperiode van de registratie, de erkenning of de milieuvergunning. Art. 1.11.4. § 1. De verwerkingsverantwoordelijken voor de in artikelen 3.9.9, § 2 en 3.9.9, § 3 bedoelde gegevens zijn de beheerder van de wijkcomposteersite en Leefmilieu Brussel. Deze gegevens worden bewaard gedurende een jaar na het einde van de deelname aan de wijkcompostering. § 2. De verwerkingsverantwoordelijken voor de in artikel 3.9.10, § 2 tot § 4 bedoelde gegevens zijn de beheerder van de bedrijfscomposteersite en Leefmilieu Brussel. Deze gegevens worden vijf jaar bewaard na het einde van de deelname aan de bedrijfscomposteersite. Art. 1.11.5. De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikel 4.7.5, § 2 bedoelde gegevens zijn de titularis van de milieuvergunning en Leefmilieu Brussel. Deze gegevens worden bewaard gedurende een jaar na het einde van de samenwerking met het personeelslid dat de opleiding heeft gevolgd. Afdeling 3. - Transparantie Art. 1.12.1. Leefmilieu Brussel neemt de passende maatregelen om aan de betrokken persoon de in artikelen 13 en 14 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europese Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) bedoelde informatie en de in artikelen 15 tot en met 22 en in artikel 34 van dezelfde verordening bedoelde communicatie in verband met de verwerking van zijn persoonsgegevens, voor het in artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.5 van het huidig besluit bedoelde doel, te verstrekken in een duidelijke en eenvoudige taal en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm.". Art. 1.10 Onderhavig artikel zet de richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu om, artikel 8. In artikel 2.1.1. van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) paragraaf 2 wordt aangevuld met een punt 8 als volgt geformuleerd: "8.een verplichting gelinkt aan openbare netheid."; b) paragraaf 3 wordt aangevuld met 6° tot 10°, luidende: "6.afgedankte matrassen; 7. afval van vochtige doekjes;8. afval van ballonnen;9. afval van kunststofhoudend vistuig; 10. peuken."; c) er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die als volgt luidt: " § 4.De regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die zijn vastgesteld voor de in punten 7° tot en met 10° van paragraaf 3 bedoelde stromen, worden weerspiegeld in de volgende verplichtingen: 1. de in paragraaf 2, 5° bedoelde verplichting, overeenkomstig de artikelen 2.2.12. en 2.2.13.; 2. de in paragraaf 2, 6° bedoelde verplichting, overeenkomstig de artikelen 2.2.9. tot en met 2.2.11.; 3. de in paragraaf 2, 7° bedoelde verplichting, overeenkomstig artikel 2.2.14.; 4. de in paragraaf 2, 8° bedoelde verplichting;5. het instaan voor de kosten van de onder 1.tot en met 4. bedoelde verplichtingen, alsmede de kosten bedoeld in artikel 26/1, § 4, 1°, d) en e), van de ordonnantie afvalstoffen.". Art. 1.11. In artikel 2.2.2. van hetzelfde besluit worden de woorden "in artikel 2.1.1, § 3" vervangen door de woorden "in artikel 2.1.1., § 3, 1° tot en met 6° ". Art. 1.12. Artikel 2.2.14. van hetzelfde besluit wordt aangevuld met paragraaf 4, die als volgt luidt: " § 4. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing op de afvalstoffen bedoeld in artikel 2.1.1., § 3, 7° tot en met 10°. ". Art. 1.13. In artikel 2.3.1 paragraaf 2 van hetzelfde besluit wordt het punt 3 vervangen door: "3° een verklaring op eer dat de bestuurders en de personen die de vereniging kunnen verbinden voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in § 1, 3° en 4° van dit artikel;". Art. 1.14 In artikel 2.4.46 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4.Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is niet van toepassing op de volgende EEA: 1. apparatuur die noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van België, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal voor specifieke militaire doeleinden;2. apparatuur die specifiek is ontworpen en geïnstalleerd om deel uit te maken van andere apparatuur welke is uitgesloten van of niet onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt, die haar functie alleen kan vervullen als zij deel uitmaakt van laatstbedoelde apparatuur;3. gloeilampen;4. apparatuur die ontworpen is om de ruimte ingestuurd te worden;5. grote, niet verplaatsbare industriële werktuigen;6. grote, vaste installaties met uitzondering van apparatuur die niet specifiek is ontworpen en geïnstalleerd wordt als onderdeel van zulke installaties, zoals bijvoorbeeld verlichtingsmateriaal of fotovoltaïsche zonnepanelen;7. vervoermiddelen voor personen of goederen, met uitzondering van elektrische tweewielers zonder typegoedkeuring;8. niet voor de weg bestemde mobiele machines die uitsluitend beroepsmatig ter beschikking zijn gesteld;9. apparatuur die speciaal is ontworpen uitsluitend voor doeleinden van onderzoek en ontwikkeling en die alleen door een bedrijf aan een ander bedrijf ter beschikking wordt gesteld; 10. medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, wanneer deze hulpmiddelen naar verwachting vóór het einde van hun levensduur infectieus zijn, en actieve implanteerbare medische hulpmiddelen."; b) paragraaf 5 wordt opgeheven. Art. 1.15. In titel II van hetzelfde besluit getiteld "Bepalingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten" wordt hoofdstuk 4 getiteld "Verplichtingen per afvalstroom" aangevuld met een afdeling 6 getiteld "Afgedankte matrassen", die luidt als volgt: "Afdeling 6. - Afgedankte matrassen Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied Art. 2.4.68. In de zin van deze afdeling wordt verstaan onder: 1° "inzamelingspercentage": het percentage dat wordt verkregen door het totale gewicht van de ingezamelde afgedankte matrassen te delen door het totale gewicht van de nieuwe matrassen die op de markt worden gebracht gedurende het betrokken kalenderjaar;2° "recyclagepercentage": het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van de gerecycleerde afgedankte matrassen te delen door het totale gewicht van de gedurende het betrokken kalenderjaar ingezamelde afgedankte matrassen. Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Art. 2.4.69. § 1. De producent neemt gratis de afgedankte matrassen terug die aan de distributeurs en de kleinhandelaars werden teruggegeven. Hij bouwt een gratis inzamelnetwerk uit met een voldoende groot aantal inzamelpunten die evenwichtig geografisch verspreid zijn over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 2. In afwijking van artikel 2.2.3, zijn de kleinhandelaars in nieuwe matrassen die de consumenten op een zichtbare plaats in al hun verkooppunten duidelijk leesbare informatie verstrekken over de door de producenten ingerichte inzamelpunten, niet verplicht om de huishoudelijke afgedankte matrassen te aanvaarden. § 3. De producent neemt de huishoudelijke afgedankte matrassen die ingezameld worden door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, gratis terug en laat ze in een hiertoe vergunde inrichting verwerken. Art. 2.4.70. Uiterlijk vanaf 1 januari 2023 organiseren de publiekrechtelijke rechtspersonen de selectieve inzameling en de opslag van de afgedankte matrassen in aangepaste containers of andere middelen die geschikt zijn om ze te beschermen tegen slechte weersomstandigheden of om gezondheidsrisico's te vermijden. De matrassen worden droog ingezameld, opgeslagen en vervoerd. Art. 2.4.71. Een onderneming met sociaal oogmerk kan vrijwillig, gratis en op eigen kosten de afgedankte matrassen aannemen die door de huishoudens worden aangeboden. Art. 2.4.72. De inzameling van de afgedankte matrassen andere dan huishoudelijke gebeurt door de indiening ervan bij een inzamelaar, handelaar of makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen, of bij een inzamel- of verwerkingsinrichting. Voor de vrijwillige inzameling van huishoudelijke afgedankte matrassen en afgedankte matrassen andere dan huishoudelijke werkt de producent stimulerende maatregelen uit. Onderafdeling 3. - Verwerking Art. 2.4.73. De ingezamelde afgedankte matrassen worden verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. De producent waarborgt de recyclage of het hergebruik van de matrassen met het oog op het behalen van de doelstellingen beoogd in onderafdeling 5. Een verwijderingshandeling zoals bepaald in bijlage 1 van de ordonnantie afvalstoffen is niet toegestaan voor afgedankte matrassen. Onderafdeling 4. - Financiering Art. 2.4.74. De producent is verantwoordelijk voor de financiering van de preventie, de inzameling en de verwerking van de ingezamelde afgedankte matrassen overeenkomstig deze titel. Hij draagt de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling en de verwerking van de afgedankte matrassen. De producent betaalt de kosten voor het verstrekken van de voor het rapport zoals voorzien in artikel 2.4.80. noodzakelijke gegevens terug aan de inzamelaars, handelaars en makelaars. Art. 2.4.75. Wanneer de huishoudelijke afgedankte matrassen die selectief worden ingezameld via het netwerk van overheidsinfrastructuren, worden verwerkt in het kader van een openbare aanbesteding gegund door de voor het beheer van het huishoudelijke afval verantwoordelijke publiekrechtelijke rechtspersonen, betaalt de producent de reële en volledige kosten van het afvalbeheer die voortvloeien uit deze aanbesteding terug, met inbegrip van de kosten van het administratief beheer, volgens de procedures die met deze publiekrechtelijke rechtspersonen zijn overeengekomen. Te dien einde sluit de producent een overeenkomst met de bovenvermelde publiekrechtelijke rechtspersonen binnen de 3 maanden na inwerkingtreding van huidige artikel. De overeenkomst regelt minstens de voorwaarden van inzameling en verwerking van de huishoudelijke afgedankte matrassen en het bedrag van de vergoedingen. Art. 2.4.76. De producent sluit, met de vertegenwoordiger(s) van de vennootschappen met sociaal oogmerk, een overeenkomst over de huishoudelijke matrassen die minstens de volgende punten regelt: 1. de financiële compensatie die de producent toekent per teruggenomen matras.Deze compensatie bedraagt minstens evenveel als de compensatie die wordt toegekend aan de kleinhandelaars. 2. de organisatie en de financiering van een jaarlijkse informatiecampagne voor de verschillende doelgroepen, met name de huishoudens, de kleinhandelaars en de professionele gebruikers ter bevordering van het hergebruik van de matrassen via de vennootschappen met sociaal oogmerk voor hergebruik.3. de organisatie van een jaarlijkse vergadering voor beoordeling, coördinatie en aanpassing van het systeem en van de maatregelen die werden getroffen ter voorbereiding van hergebruik.4. de organisatie en de financiering van de rapportering van de jaarlijkse prestaties van de vennootschappen met sociaal oogmerk voor de voorbereiding voor hergebruik.5. het ter beschikking stellen, op kosten van de producent, voor alle aanvoerpunten van de vennootschappen met sociaal oogmerk voor de voorbereiding voor hergebruik, van een voldoende grote container voor de opslag van niet-herbruikbare matrassen met het doel de inzameling mogelijk te maken door een inzamelaar, handelaar of makelaar die een overeenkomst heeft gesloten met de producent. Art. 2.4.77. De producent legt de in artikelen 2.4.75 en 2.4.76 bedoelde overeenkomsten, evenals alle wijzigingen ervan, vooraf ter goedkeuring voor aan Leefmilieu Brussel. Onderafdeling 5. - Doelstellingen Art. 2.4.78. § 1. De producent behaalt een gecumuleerd inzamelingspercentage van minimaal: 1° 50 % op 1 januari 2023, 2° 65 % op 1 januari 2025, 3° 80 % op 1 januari 2030. § 2. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden eveneens de volgende doelstellingen behaald: 1° een gewicht van 0,60 kg/inwoner op 1 januari 2023, 2° een gewicht van 0,70 kg/inwoner op 1 januari 2025, 3° een gewicht van 0,80 kg/inwoner op 1 januari 2030. Art. 2.4.79. § 1. Voor de verwerking worden de volgende hergebruiks- en recyclagedoelstellingen behaald voor de ingezamelde hoeveelheden: 1° 35 % op 1 januari 2023, 2° 50 % op 1 januari 2025, 3° 75 % op 1 januari 2030. § 2. Voor hergebruik worden de volgende doelstellingen behaald voor de ingezamelde hoeveelheden na voorbereiding voor hergebruik door de vennootschappen met sociaal oogmerk: 1° 200 matrassen op 1 januari 2023, 2° 300 matrassen op 1 januari 2025, 3° 500 matrassen op 1 januari 2030. Onderafdeling 6. - Rapportage Art. 2.4.80. Vóór 31 mei van ieder jaar bezorgt de producent Leefmilieu Brussel, overeenkomstig artikel 2.2.12 en voor het verstreken kalenderjaar, de volgende informatie: 1° de in kilogram en in eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid matrassen die in de handel werden gebracht;2° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte matrassen, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in België, per inzamelkanaal, met onderscheid tussen huishoudelijke en andere dan huishoudelijke matrassen;3° de inrichtingen waar de ingezamelde afgedankte matrassen zijn verwerkt, de omschrijving van de verwerkingswijze en het percentage afvalstoffen dat verwijderd wordt na die verwerkingen;4° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte matrassen die: a.werden voorbereid met het oog op hergebruik; b. gerecycleerd werden;c. energetisch gevaloriseerd werden;5° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid materialen afkomstig van de verwerking afgedankte matrassen die: a.gerecycleerd werden; b. energetisch gevaloriseerd werden;c. verwijderd werden;6° de nodige gegevens voor de beoordeling van de preventieacties en de berekening van de resultatenindicatoren;7° indien een beroep wordt gedaan op een erkend organisme of een beheersorganisme, de aan dit organisme betaalde bijdragen, met de berekeningsmodaliteiten en de ledenlijst van het organisme;8° de lijst van studies, pilootprojecten en andere initiatieven die werden genomen, evenals de lijst van belanghebbenden en de bedragen. Onderafdeling 7. - Preventie Art. 2.4.81. § 1. De producent stelt een preventieplan op, dat hij uitvoert, dat erop gericht is de hoeveelheid afval te verminderen en de recyclage van afgedankte matrassen te vergemakkelijken via, in het bijzonder, het principe van de eco-modulatie, om de producenten van matrassen aan te moedigen om alternatieven te zoeken voor de assemblage en de samenstelling van de matrassen, met het doel matrassen op de markt te brengen die gemakkelijker te ontmantelen en te recycleren zijn. § 2. De producent informeert de huishoudens en de professionele gebruikers van de voordelen en de mogelijkheden om dergelijke matrassen aan te schaffen. § 3. De producent beoordeelt zijn acties elk jaar en informeert Leefmilieu Brussel hierover samen met de rapportage zoals bedoeld in artikel 2.4.80. Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de gebruikers en de operatoren Art. 2.4.82. § 1. Vanaf uiterlijk 1 januari 2023 verzekert de producent dat de consumenten en de professionele gebruikers, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, volledig ingelicht worden: 1° over de inzameling- en recyclagesystemen die hen ter beschikking gesteld worden;2° over hun rol bij de inzameling en de verwerking van afgedankte matrassen. § 2. De producent ziet toe op de doeltreffendheid en de veiligheid van de inzameling en verwerking van afgedankte matrassen, met name via sensibiliseringsacties ten behoeve van de inzameling- en verwerkingsoperatoren.". Art. 1.16. Artikel 3.1.1. van hetzelfde besluit wordt vervangen door: "Art. 3.1.1. Registratie § 1. Laat zich registreren volgens de voorwaarden van de ordonnantie milieuvergunningen en de voorwaarden van de huidige titel, de persoon die activiteiten uitoefent als: 1° vervoerder van afvalstoffen, met uitzondering van: a) de afvalstoffenproducent die zijn eigen afvalstoffen vervoert naar een inzamelinrichting zoals omschreven in artikel 3.5.15. of; b) de afvalstoffenproducent die zijn eigen afvalstoffen vervoert voor zover de hoeveelheid niet groter is dan 500 kg;2° inzamelaar, handelaar of makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen. § 2. Is niet onderworpen aan de registratie voor de inzamelactiviteit die plaats vindt op zijn site: 1° de houder van een milieuvergunning voor een inzamel- en/of een verwerkingsinrichting van niet gevaarlijke afvalstoffen; 2° de uitbater van een inzamelinrichting vallend onder artikel 3.5.15.". Art. 1.17. Artikel 3.1.2. van hetzelfde besluit wordt vervangen door: "Art. 3.1.2. Erkenning § 1. Laat zich erkennen volgens de voorwaarden van de ordonnantie milieuvergunningen en de voorwaarden van de huidige titel, de natuurlijke of rechtspersoon die activiteiten uitoefent als inzamelaar, handelaar of makelaar van gevaarlijke afvalstoffen. § 2. Is niet onderworpen aan de erkenning voor de inzamelactiviteit die plaats vindt op zijn site: 1° de houder van een milieuvergunning voor een inzamel- en/of een verwerkingsinrichting van gevaarlijke afvalstoffen; 2° de uitbater van een inzamelinrichting vallend onder artikel 3.5.15.". Art. 1.18. Aan artikel 3.1.3. 1° van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht: a) bij het 3de streepje worden de woorden "of personen die de vennootschap kunnen verbinden" vervangen door ", personen die de vennootschap kunnen verbinden of verantwoordelijken voor het afvalstoffenbeheer";b) bij het 4de streepje worden de woorden "of personen die de vennootschap kunnen verbinden" vervangen door ", personen die de vennootschap kunnen verbinden of verantwoordelijken voor het afvalstoffenbeheer". Art. 1.19. Artikel 3.1.4. van hetzelfde besluit wordt vervangen door: "Art. 3.1.4. § 1. De registratie- en de erkenningsaanvraag gebeurt met behulp van het formulier dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van het formulier is vastgelegd in bijlage 6, 7 en 8 van dit besluit. § 2. De aanvrager van een milieuvergunning voor een inzamel- en/of verwerkingsinrichting of de verlenging ervan, voegt aan de aanvraag het bijkomend formulier toe dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van het formulier is vastgelegd in bijlage 9 van dit besluit. § 3. Leefmilieu Brussel heeft het recht om tijdens het onderzoek van de aanvraag aanvullende informatie met betrekking tot het project te vragen. § 4. Leefmilieu Brussel kan deze formulieren aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in de Europese regelgeving.". Art. 1.20. In artikel 3.1.5. § 2. van hetzelfde besluit worden twee bijkomende streepjes opgesteld als volgt, toegevoegd: "- een lijst met vergunde inzamel- en verwerkingsinrichtingen van afvalstoffen; - een lijst met bedrijven erkend volgens artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1069/2009.". Art. 1.21. Artikel 3.2.1. § 1. van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt: "De vervoerder die in één van de Belgische gewesten of in een ander land dat een lidstaat is van de Economische Europese Ruimte, erkend of geregistreerd is krachtens artikel 26 van de richtlijn 2008/98/EG of artikel 23 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 wordt van rechtswege geregistreerd als vervoerder voor de afvalstoffen die in de oorspronkelijke erkenning of registratie voorkomen.". Art. 1.22. In artikel 3.3.3. van hetzelfde besluit wordt de tweede paragraaf 2 hernummerd tot paragraaf 4. Art. 1.23. In artikel 3.4.2. § 3, tweede alinea van hetzelfde besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht: a) de woorden "onder meer" worden opgeheven;b) de woorden "en enkel" worden vervangen door "of". Art. 1.24. In titel III met als titel "Bepalingen betreffende afvalbeheeroperaties en -operatoren", van hetzelfde besluit, wordt de titel van hoofdstuk 5 met "en bijkomende inzamelpunten" aangevuld. Art. 1.25. In artikel 3.5.4. van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht: a) de eerste paragraaf wordt vervangen door: " § 1.Een kwaliteitsbeheersysteem conform aan paragrafen 1 en 2 van het artikel 3.3.3. is aanwezig in elke inrichting voor inzameling of verwerking van afval."; b) een paragraaf 3 opgesteld als volgt wordt toegevoegd: " § 3.Naast de elementen opgenomen in paragrafen 1 en 2, neemt de titularis van de milieuvergunning, die geldt als erkenning volgens artikel 24 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009, in zijn kwaliteitsbeheersysteem de controlepunten en de maatregelen vermeld in de artikelen 28 en 29 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 op.". Art. 1.26. In artikel 3.5.9. § 4 van hetzelfde besluit, worden de woorden "aflopend naar de riolering" opgeheven. Art. 1.27. Artikel 3.5.15. van hetzelfde besluit wordt vervangen door: "Art. 3.5.15. De bepalingen van huidige afdeling zijn enkel van toepassing op de hieronder vermelde inrichtingen gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het inzamelen van afvalstoffen als nevenactiviteit uitoefenen: 1° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van verschillende uitbatingszetels van eenzelfde natuurlijke of rechtspersoon, onder de volgende voorwaarden: 1.de inrichting en de verschillende uitbatingszetels beschikken over één en hetzelfde ondernemingsnummer; 2. een lijst wordt bijgehouden van de uitbatingszetels waarvan afvalstoffen ingezameld worden. 2° [...] 3° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van verschillende natuurlijke en rechtspersonen die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein, onder de volgende voorwaarden: 1.de afvalstoffen zijn geen gevaarlijke afvalstoffen of zijn dierlijke bijproducten bepaald in artikel 4.5.1. § 3; 2. een lijst wordt bijgehouden van de natuurlijke of rechtspersonen waarvan afvalstoffen ingezameld worden.4° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van andere afvalstoffenhouders, onder de volgende voorwaarden: 1.de ingezamelde afvalstoffen zijn van dezelfde soort en afkomstig van eenzelfde sector als degene van de inrichting of de ingezamelde afvalstoffen zijn de dierenkadavers bepaald in artikel 4.5.1. § 3; 2. de hoeveelheid ingezamelde afvalstoffen bedraagt per afgifte maximaal 500 kg;3. een lijst wordt bijgehouden van de natuurlijke of rechtspersonen waarvan afvalstoffen ingezameld worden.5° De exploitatiezetel van de kleinhandelaar waar afvalstoffen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, volgens titel II worden teruggenomen.De afvalstoffen worden rechtstreeks aangebracht door de consument. 6° De exploitatiezetel van de kleinhandelaar waar afvalstoffen worden teruggenomen buiten het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.De afvalstoffen zijn van gelijke aard als de verkochte producten en worden rechtstreeks aangebracht door de consument.". Art. 1.28. In titel III, hoofdstuk 5 van hetzelfde besluit, wordt een vierde afdeling met als titel "Bepalingen betreffende de bijkomende inzamelpunten" toegevoegd, die als volgt luidt: " Afdeling 4. - Bepalingen betreffende bijkomende inzamelpunten Art. 3.5.18. Toepassingsgebied § 1. De afdeling is van toepassing op inzamelpunten. § 2. De afdelingen 1, 2 en 3 van huidig hoofdstuk zijn niet van toepassing op inzamelpunten. Art. 3.5.19. Uitbating § 1. Het bijkomende inzamelpunt voldoet aan volgende voorwaarden: 1. de afvalstoffen worden opgehaald door een vergunde inzamelaar, handelaar of makelaar, 2.de inzameling gebeurt op regelmatige en georganiseerde wijze. § 2. Het bijkomende inzamelpunt vermeldt: 1. de naam van de inzamelaar, handelaar of makelaar en/of de beheerder van de site en/of het beheersorganisme;2. het type van de aanvaardde afvalstoffen;3. dat enkel afvalstoffen van huishoudens worden aanvaard. § 3. De recipiënten van een bijkomend inzamelpunt zijn zo ontworpen om overvulling te vermijden en om de veiligheid van de opslag, de inperking van de gevaarlijke stoffen, de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te optimaliseren. De inrichting en de omgeving wordt proper gehouden. § 4. De inzameling via bijkomende inzamelpunten van grofvuil en van gevaarlijke afvalstoffen, andere dan heel klein AEEA en afgedankte batterijen en accu's, is verboden. § 5. De inzameling via bijkomende inzamelpunten van afgedankte batterijen en accu's is verboden in kleuter- en lagere scholen, behalve indien zij beschikken over een metalen inzamelrecipiënt met deksel en met een opening die batterijen met een diameter groter dan 47 mm niet doorlaat. § 6. De inzamelpunten van heel klein AEEA bedoeld onder artikel 4.1.4. zijn niet onderworpen aan huidig artikel. § 7. De inzamelpunten van afgewerkte voedingsolie en -vetten zoals bedoeld in artikel 4.5.14. zijn niet onderworpen aan huidig artikel.". Art. 1.29. In artikel 3.7.1. van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen door: " § 1. Conform artikel 19 van de ordonnantie afvalstoffen sorteert de afvalstoffenhouder van andere dan huishoudelijke afvalstoffen de volgende stromen: 1. afvalstoffen van PMD-verpakkingen zonder inhoud met een maximumvolume van 8 liter: plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons;2. afvalstoffen van papier en karton, droog en proper;3. afvalstoffen van kleurloos en gekleurd verpakkingsglas;4. bioafval bestaande uit volgende fracties: a) biologisch afbreekbaar tuin- en parkafval;b) levensmiddelen- en keukenafval van kantoren, restaurants, groothandel, kantines, cateringfaciliteiten en winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie;5. gevaarlijke afvalstoffen;6. afvalstoffen die selectief ingezameld moeten worden in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid conform titel II van dit besluit en de afgewerkte voedingsolie en -vetten;7. textielafvalstoffen;8. metaalafvalstoffen;9. houtafvalstoffen;10. afvalstoffen van harde kunststoffen;11. afvalstoffen van geëxpandeerd polystyreen;12. afvalstoffen van plasticfolie andere dan de afvalstoffen bedoeld in punt 1;13. afvalstoffen van plastic spanbanden;14. dierlijke bijproducten, andere dan de afvalstoffen bedoeld in punten 4 en 6, volgens de bepalingen van hoofdstuk 5 van titel IV;15. risicohoudende afvalstoffen van de zorg, volgens de bepalingen van hoofdstuk 7 van titel IV; 16. puin.". Art. 1.30. In artikel 3.8.2. van hetzelfde besluit, wordt 4° vervangen door: "4° afvalstoffen uit de gezondheidszorg: afvalstoffen afkomstig van activiteiten in de gezondheidszorg in de zin van artikel 4.7.2., 2°. " Art. 2.Composteren In titel III van hetzelfde besluit wordt er een hoofdstuk 9 toegevoegd, getiteld " Composteren ", dat als volgt luidt: « HOOFDSTUK 9. - Composteren Afdeling 1. - Wijkcompostering en bedrijfscompostering Onderafdeling 1. - Toepassingsgebied en afwijkingen Art. 3.9.1. Toepassingsgebied en afwijkingen § 1. In de zin van onderhavige afdeling wordt verstaan onder: - "wijkcompostering": de compostering uitgevoerd door een groep huishoudens; - "bedrijfscompostering": de compostering uitgevoerd door een onderneming of een groep ondernemingen; - "beheerder van de composteersite": een natuurlijke of rechtspersoon die is aangesteld als verantwoordelijke voor het goede beheer van de composteersite; - "groep ondernemingen": de ondernemingen van eenzelfde bedrijventerrein die gebonden zijn door een contract voor het beheer van de composteersite op hun bedrijventerrein. § 2. Deze afdeling is van toepassing op de wijkcompostering en de bedrijfscompostering. Deze afdeling is niet van toepassing op de individuele inrichtingen voor thuiscomposteren bij gezinnen en waarvan de compost door hen voor eigen rekening gebruikt wordt. Behoudens andersluidende bepalingen zijn titel I, hoofdstukken 1 tot 8 van deze titel en hoofdstuk 5 van titel IV niet van toepassing op de wijkcompostering en de bedrijfscompostering. § 3. De wijkcompostering en de bedrijfscompostering zijn niet onderworpen aan een milieuvergunning. Onderafdeling 2. - Algemeen Art. 3.9.2. Aanvoer § 1. Alleen keukenafval en etensresten van categorie 3 en tuin- en parkafval, kan worden gecomposteerd. § 2. Alleen keukenafval en etensresten geproduceerd door de groep van huishoudens, door de onderneming of de groep ondernemingen mag worden aangebracht op hun eigen composteersite. Een huishouden brengt deze afvalstoffen niet aan op een site voor bedrijfscompostering en een bedrijf brengt deze niet aan op een site voor wijkcompostering. § 3. Tuin- en parkafval kan worden aangevoerd door de volgende derden: 1° de publiekrechtelijke rechtspersoon die beheerder is van de groene ruimten en;2° professionele landschapsverzorgers. § 4. Het composteer en opslagvolume mag de 25 m3 niet overschrijden. § 5. Wanneer de composteersite zijn maximale verwerkingscapaciteit bereikt heeft, is de aanvoer van afvalstoffen niet meer toegelaten. In dit geval brengt de beheerder van de composteersite de in artikel 3.9.5. § 1 bedoelde personen die toegang hebben tot de site hiervan op de hoogte, verbiedt hij bijkomende aanvoer van afvalstoffen tot nader order en verstrekt hij informatie over alternatieve manieren van afvalverwijdering. Art. 3.9.3. Locatie § 1. De locatie van de composteersite voldoet aan de volgende criteria: 1. ze situeert zich zodanig dat de risico's op hinder voor het leefmilieu en de buurt beperkt zijn;2. ze is ingeplant op minstens 4 meter afstand van oevers van geklasseerde onbevaarbare waterlopen en vijvers in de zin van de ordonnantie van 16 mei 2019 houdende het beheer en de bescherming van onbevaarbare waterlopen en vijvers;3. ze is niet ingeplant in de waterwinningsgebieden en beschermingszones van grondwaterwinningen. § 2. Er wordt geen afval opgeslagen buiten de in artikel 3.9.4. genoemde zones voor compostering. § 3. Artikel 3.5.5. § 1 en 3 is van toepassing. Art. 3.9.4. Infrastructuur § 1. Op elk moment beschikt de composteersite minstens over: 1. een verwerkingszone waar aerobe ontbinding en rijping plaatsvinden;2. een opslagzone voor structuurmateriaal;3. een opslagzone voor compost. § 2. De zones zijn duidelijk ruimtelijk afgebakend. § 3. Een technische uitrusting die de compostering versnelt of die geen installatie voor aerobe biologische omzetting is, is verboden op de site voor wijk- of bedrijfscompostering. Art. 3.9.5. Controle van de toegang tot de composteersite § 1. Alleen personen die vooraf toestemming hebben gekregen van de beheerder van de composteersite, hebben toegang tot de composteersite. § 2. Bij de ingang van de composteersite wordt een informatiebord geplaatst op een plek die van buitenaf zichtbaar is. Dit informatiebord bevat: 1. informatie die de identificatie van en het contact met de beheerder van de composteersite mogelijk maakt;2. openingstijden van de composteersite;3. instructies betreffende de voorwaarden voor het afgeven van afvalstoffen;4. de lijst van aanvaarde afvalstoffen. Art. 3.9.6. Controle en opvolging van het composteren Al de aangevoerde afvalstoffen worden gecomposteerd. De correcte ontbinding en hygiënisering van de afvalstoffen wordt verzekerd door een permanente toevoer van koolstofhoudend structuurmateriaal in een toereikende hoeveelheid en door het regelmatig draaien en verplaatsen van de afvalstoffen om deze te homogeniseren. De hopen afvalstoffen die aan het composteren zijn, zijn niet hoger dan 2 meter en hebben een minimaal volume van 1 m3. Artikel 3.5.6. § 3 is van toepassing. Art. 3.9.7. Voorkomen van hinder Artikel 3.5.12. is van toepassing. Art. 3.9.8. Gebruik van de compost § 1. Alleen de huishoudens, de onderneming of de ondernemingen van de groep ondernemingen die keukenafval en etensresten aanvoeren, mogen de compost gebruiken afkomstig van hun eigen composteersite. Bij de verdeling van de compost ziet de beheerder van de composteersite erop toe dat de gezondheidsrisico's in verband met het gebruik van de compost en de goede hygiënische praktijken voor de hantering ervan in herinnering worden gebracht. De compost mag enkel voor eigen gebruik aangewend worden en onder eigen verantwoordelijkheid. De compost mag niet weggegeven of verkocht worden. § 2. In afwijking van paragraaf 1 mag de compost worden gebruikt door de publiekrechtelijke rechtspersoon die de groene ruimten beheert en die toegang heeft tot een composteersite conform artikel 3.9.5. § 1, in de eigen groene ruimten. In dit geval is het gebruik van de compost op grond bestemd voor fruit- en groententeelt, op weiden of op akkers bestemd voor de teelt van voedergewassen voor diervoeders verboden. § 3. De overtollige hoeveelheden compost worden vervoerd naar een vergunde inzamel- of verwerkingsinrichting. Deze overtollige hoeveelheden kunnen niet worden overgebracht tussen verschillende wijkcomposteersites en/of bedrijfscomposteersites. Onderafdeling 3. - Exploitatie Art. 3.9.9. Beheerder van de wijkcomposteersite § 1. Een natuurlijke persoon, de beheerder van de composteersite, wordt aangewezen als verantwoordelijke voor het goede beheer van de composteersite. § 2. De beheerder van de composteersite of een door hem aangeduide persoon, volgt een opleiding over de reglementering en de richtlijnen van de gids van goede praktijken op het vlak van composteren. § 3. De beheerder van de composteersite geeft zijn voorafgaande goedkeuring aan de huishoudens die toegang hebben tot de site en houdt de lijst van de huishoudens met hun adressen bij. Hij geeft zijn voorafgaande schriftelijke en gedateerde toestemming aan de publiekrechtelijke rechtspersoon die de groene ruimten beheert en/of de professionele landschapsverzorger die tuin- en parkafval aanvoert, en werkt de lijst met hun gegevens minstens een keer per jaar bij. De lijsten worden op eenvoudig verzoek voorgelegd aan de personeelsleden belast met het toezicht volgens de bepalingen van artikel 5 van het wetboek van inspectie. § 4. De beheerder van de composteersite en de in de paragraaf 3 bedoelde personen organiseren zich om een goed beheer van de composteersite te verzekeren. § 5. Leefmilieu Brussel stelt een gids van goede praktijken inzake composteren op en publiceert deze op zijn website. Art. 3.9.10. Beheerder van de bedrijfscomposteersite § 1. Een natuurlijke of rechtspersoon wordt aangesteld als beheerder van de composteersite en is verantwoordelijk voor het goede beheer van de composteersite. § 2. De beheerder van de composteersite, of een door hem aangeduide persoon, volgt een opleiding over de reglementering en de richtlijnen van de gids van goede praktijken op het vlak van composteren. § 3. De onderneming legt minimum de volgende informatie vast in een intern register van de onderneming: - de gegevens van de persoon die is aangesteld als beheerder van de composteersite; - het bewijs dat de beheerder van de composteersite of een door hem aangesteld persoon de onder paragraaf 2 bedoelde opleiding heeft gevolgd; - de lijst van medewerkers van de onderneming die toegang hebben tot de composteersite; - alle voorafgaande schriftelijke en gedateerde akkoorden met de publiekrechtelijke rechtspersoon die de beheerder is van de groene ruimten en/of met de professionele landschapsverzorgers die toegang hebben tot de site en die tuin- en parkafval aanvoeren, en een lijst met hun gegevens. § 4. In het geval van een groep van ondernemingen bepalen de ondernemingen op het terrein van wel …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.