📄 Wettekst
23 DECEMBER 2010. - Ministeriële omzendbrief PLP 47 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2011 ten behoeve van de politiezones
Aan de Dames en Heren Provinciegouverneur, Aan de Heer Gouverneur van het Administratief Arrondissement Brussel-Hoofdstad, Ter informatie : Aan de Dames en Heren Burgemeesters, Aan de Heer Commissaris-generaal van de federale politie, Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie van de Lokale Politie, Aan de Dames en Heren Bijzondere Rekenplichtigen.
INLEIDING 1. ONDERRICHTINGEN VAN ALGEMENE AARD 1.1. SPECIFIEK TOEZICHT EN GOEDKEURINGSTOEZICHT 1.1.1. SPECIFIEK TOEZICHT OP DE BEGROTING en begrotingswijzigingen en op de financiële bijdrage van de gemeenten tot de meergemeentezone 1.1.1.1. Goedkeuringstoezicht op de begroting en de begrotingswijzigingen 1.1.1.2. Goedkeuringstoezicht in meergemeentezone op de besluiten van de gemeenteraad houdende stemming van de financiële bijdrage tot de meergemeentezone en de erin aangebrachte wijzigingen 1.2. TOTSTANDKOMING VAN DE BEGROTING 1.2.1. ALGEMENE BEPALINGEN 1.2.2. Financiële MEERJARENPLANNING 1.2.3. BEREKENING VAN HET STEMGEWICHT IN HET POLITIECOLLEGE EN DE POLITIERAAD 1.3. Het gebruik van voorlopige kredieten' in afwachting van de goedkeuring van de begroting door de toezichthoudende overheid 1.4. Doorzending van de begroting en de bijlagen 1.5. Model van de begroting 1.6. Begrotingswijzigingen 2. ONDERRICHTINGEN BETREFFENDE DE GEWONE DIENST 2.1. DE GEWONE UITGAVEN - PERSONEEL (70) 2.1.1. Het minimaal effectief 2.1.2. Raming van de personeelsuitgaven 2.1.2.1. Algemeen 2.1.2.2. Berekeningsmodule personeelskosten 2011 2.1.2.3. Mogelijke subfuncties inzake personeelsuitgaven 2.1.2.4. De economische codes inzake personeelsuitgaven 2.1.3. Verantwoordelijkheden CDVU - SSGPI - Politiezone 2.1.3.1. Opdrachten CDVU 2.1.3.2. Oprichting van een secretariaat van de geïntegreerde politie, gestructureerd op 2 niveaus 25 2.2. De gewone uitgaven - werkingskosten (71) 2.2.1. Vergoedingen 2.2.2. Aankopen individuele basis- en functieuitrusting 2.2.3. Huur federale gebouwen 2.3. De gewone uitgaven - overdrachten (72) 2.4. 2.4. De gewone uitgaven - schuld (7X) 2.4.1. Intrest- en aflossingslasten 2.4.2. Correctiemechanisme inzake overdracht federale gebouwen naar de politiezones 2.5. 2.5. De gewone uitgaven - vorige dienstjaren : 2001 en vroeger (76) 2.6. De gewone uitgaven - overboekingen (78) 2.7. De gewone ontvangsten - prestaties (60) 2.8. De gewone ontvangsten - overdrachten (61) 2.8.1. Federale toelagen voorgaande dienstjaren aan de politiezones (66) - Indexatie federale basistoelage 2010 - 330/465-48/2009 2.8.2. Federale toelagen eigen dienstjaar 2011 aan de politiezones (61) 2.8.2.1. Federale Basistoelage voor het jaar 2011 - 330/465-48 2.8.2.2. Bijkomende Federale Toelage 2011 - 33004/465-48 2.8.2.3. Federale Sociale Toelage I 2011 - 330/465-02 2.8.2.4. Federale Sociale Toelage II 2011 - 33001/465-02 2.8.2.5. Federale Toelage aan Boventallige Politiezones - 33002/465-48 Federale Toelage 2011 Uitrusting Handhaving Openbare Orde - 33003/465-48 2.8.2.7. federale toelage inzake federaal overgedragen huurovereenkomsten aan sommige politiezone 2.8.2.8. bijkomende federale toelage gefinancierd via de verkeersveiligheidsplannen 2.8.2.9. De federale dotatie om het aanwervingsbeleid te stimuleren 2.8.3. De gemeentelijke dotatie(s) (61) 2.9. De gewone ontvangsten - schuld (62) 3. ONDERRICHTINGEN BETREFFENDE DE BUITENGEWONE DIENST 3.1. Buitengewone UITGAVEN 3.2. Buitengewone ontvangsten 4. DE FEDERALE TOELAGEN AAN GEMEENTEN MET EEN SAMENLEVINGS- EN VEILIGHEIDSCONTRACT CONCLUSIE BIJLAGE 1 LINK ECONOMISCHE CODES - LOONCOMPONENTEN AAN DE HAND VAN SUFFIXEN BIJLAGE 2 FUNCTIONEEL ECONOMISCHE CODES FEDERALE EN GEMEENTELIJKE DOTATIES BIJLAGE 3 : TOEZICHT 1 : DE BEGROTINGSKREDIETEN PER BEGROTINGSARTIKEL MET DE BEREKENING VAN DE SOCIALE TOELAGE I EN DE CONTROLE OP DE PATRONALE BIJDRAGEN BIJLAGE 4 : TOEZICHT 2 : BEGROTINGSKREDIETEN GETOTALISEERD PER BEGROTINGSARTIKEL VOOR DE OPERATIONELEN, DE CALOG-PERSONEELSLEDEN, DE SECRETARIS EN DE BIJZONDERE REKENPLICHTIGE BIJLAGE 5 : FEDERALE DOTATIES 2011 (onder voorbehoud) BIJLAGE 6 : FEDERALE DOTATIES 2010 - correcties en DOTATIE AANWERVING INLEIDING Naar analogie met vorig jaar kunnen lezers die vooral geïnteresseerd zijn in de nieuwe richtlijnen terecht op de website van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie;www.besafe.be; met link vanaf www.infozone.be. De nieuwe passages zullen hier worden weergegeven in een blauwe kleur, zodat de wijzigingen ten opzichte van vorig jaar direct zichtbaar zijn.
Conform de werking van de nieuwe loonmotor wordt er naar gestreefd om de registratie van personeelsuitgaven zoveel mogelijk automatisch te laten lopen, zodat cijfers vanuit de loonmotor kunnen gegenereerd worden in de begrotingsmodule (SSGPI) en in de zonale boekhouding. Dit moet toelaten eenvormiger en transparanter te boeken, zonder beroep te moeten doen op extra mankracht. Uit de infosessies die werden gegeven in juni van dit jaar, in elke provincie, is gebleken dat er zich nog problemen hierbij voordoen. Deze problemen werden reeds ten dele opgelost. De overige zullen volgen.
De concrete cijfers m.b.t. de federale dotaties 2011 worden als bijlage 5 toegevoegd aan deze omzendbrief. Ze zijn ook te consulteren op de website van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie. Deze cijfers worden meegedeeld in afwachting van de publicatie van de koninklijke besluiten houdende de toekenning van de federale toelagen en zijn dus nog onder voorbehoud Bijlage 6 In de bijlage van omzendbrief PLP 46 (BS. 21.08.2009) werden de bedragen opgenomen m.b.t. de basisdotatie voor het jaar 2010. Deze bedragen werden meegedeeld onder voorbehoud tot ze werden bevestigd bij koninklijk besluit.
De recente financiële crisis heeft er voor gezorgd dat de reële cijfers van de gezondheidsindex lager liggen dan deze die werden vooropgesteld voor de berekening van de basisdotatie 2009. Dit had voor gevolg dat de bedragen m.b.t. de basisdotatie 2009 die effectief werden uitgekeerd aan de zones te hoog waren. Er dient dus - en dit is voor het eerst - een correctie van de index naar beneden toe te gebeuren, dit in tegenstelling tot de voorgaande jaren waar de indexcorrectie steeds aanleiding gaf tot een bijkomende uitkering.
Tijdens het begrotingsconclaaf werd beslist om de bedragen n.a.v. de correcties van de basisdotatie 2009, in mindering te brengen van het bedrag berekend voor 2010, zoals meegedeeld in de bijlagen van PLP 46.
Het principe wil dat, in afwachting van de publicatie van de desbetreffende Koninklijke besluiten, de uitbetalingen aan de zones worden berekend op basis van 1/12de van de basisdotatie van het voorgaande jaar, zoals vastgesteld bij koninklijk besluit. De initiële bedragen van de basisdotatie 2010 - zonder de correctie van de indexering - waren reeds lager dan deze van de basisdotatie 2009. Om te anticiperen op dit verschil werden de betalingen op basis van de twaalfden van de basisdotatie 2009 verminderd tot 98 % van het normaal te betalen bedrag en dit tot oktober 2010. Voor wat betreft de correctie van de indexering, zoals hierboven beschreven, deze werd toegepast op de laatste betaling (november).
Inzake de federale bijkomende dotatie werden de bedragen voor 2010 in overeenstemming gebracht met de rechtspraak van de Raad van State (arresten 198.868, 198.867, 198.868 van 14 december 2009 en 196.373 van 24 september 2009) waarbij de Raad van State heeft geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, door de beperking voor twee van de zes weerhouden parameters, van de bijkomende toelage voor de zones die geen dossier hadden ingediend in het kader van de zogenaamde aanvaardbare meerkost.
Nieuw : tenslotte is er ook nog de federale dotatie voor het jaar 2010 om het aanwervingsbeleid in politiezones te stimuleren. De bedragen van deze dotatie werden opgenomen in bijlage 6. Voor de functioneel-economische code : zie bijlage 2. Het ARPC zal - om een artikelnummer voor deze nieuwe dotatie in te voegen - worden aangepast.
Terminologie : - WGP :
wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus; - ARPC :
Koninklijk besluit van 5 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/05/2002
pub.
30/05/2002
numac
2002022418
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid
type
wet
prom.
06/05/2002
pub.
21/10/2016
numac
2016000637
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het fonds voor de pensioenen van de federale politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 tot aanpassing van het
Koninklijk besluit van 5 september 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
05/09/2001
pub.
26/09/2001
numac
2001000961
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie
type
koninklijk besluit
prom.
05/09/2001
pub.
28/11/2001
numac
2001012796
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 november 2000, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, gesloten ter uitvoering van het protocolakkoord van 29 september 2000 betreffende de begeleiding van de invoeginterim
sluiten houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de Lokale Politie; - NGW : Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988; - RAAD : gemeenteraad in de ééngemeentezones - politieraad in de meergemeentezones; - COLLEGE : college van burgemeester en schepenen in de ééngemeentezones - politiecollege in de meergemeentezones; - DIENSTJAAR N : het jaar waarop de begroting slaat; - DIENSTJAAR N-1 : het jaar voorafgaand; 1. ONDERRICHTINGEN VAN ALGEMENE AARD 1.1. SPECIFIEK TOEZICHT EN GOEDKEURINGSTOEZICHT 1.1.1. SPECIFIEK TOEZICHT OP DE BEGROTING en begrotingswijzigingen en op de financiële bijdrage van de gemeenten tot de meergemeentezone Voor een overzicht in verband met de toezichtprocedures en de desbetreffende termijnen verwijs ik naar mijn omzendbrief PLP 12 van 8 oktober 2001. Het specifiek toezicht op de begroting en begrotingswijzigingen en op de financiële bijdrage van de gemeenten tot de meergemeentezone wordt geregeld in de artikelen 71 tot en met 76 van de WGP. 1.1.1.1. GOEDKEURINGSTOEZICHT OP DE BEGROTING EN DE BEGROTINGSWIJZIGINGEN Krachtens artikel 66 van de WGP kan de goedkeuring slechts worden geweigerd omwille van de schending van de bepalingen vervat in de WGP of genomen krachtens de WGP. De gouverneur als commissaris van de federale regering is in eerste aanleg de bevoegde instantie om de begroting te toetsen aan de door de federale overheid uitgevaardigde normen.
Krachtens artikel 71 van de WGP dienen de besluiten van de raad betreffende de begroting en de begrotingswijzigingen binnen de twintig dagen voor goedkeuring naar de gouverneur te worden verstuurd.
Krachtens artikel 72 van de WGP spreekt de gouverneur zich uit over de goedkeuring binnen een termijn die wordt berekend door de termijn die is vastgesteld voor het toezicht op de begroting van de gemeenten van de zone te verminderen met vijf dagen.
Indien de raad ontvangsten of verplichte uitgaven, die krachtens de WGP dienen te worden voorzien, geheel of gedeeltelijk weigert op de begroting te brengen, schrijft de gouverneur de vereiste bedragen ambtshalve in.
Indien de raad ontvangsten voorziet die krachtens de wet geheel of gedeeltelijk niet aan de zone toekomen gaat de gouverneur naargelang het geval over tot de schrapping van het bedrag of tot de ambtshalve inschrijving van het juiste bedrag.
In het geval van een meergemeentezone wijzigt de gouverneur gelijktijdig met de ambtshalve inschrijving of schrapping het bedrag van de financiële bijdrage van elke gemeente die deel uitmaakt van de betrokken meergemeentezone.
De gouverneur brengt zijn besluit ter kennis van de gemeente of de overheid van de meergemeentezone uiterlijk de laatste dag van de voormelde goedkeuringstermijn. Wanneer die termijn is verstreken, wordt de gouverneur geacht zijn goedkeuring aan de begroting te hebben verleend.
Het besluit van de gouverneur wordt aan de raad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
De artikelen 73 en 74 van de WGP regelen het beroep bij de minister van Binnenlandse Zaken tegen de niet-goedkeuring of tegen de ambtshalve aanpassing van een begrotingsbeslissing door de gouverneur.
Krachtens artikel 73 van de WGP kan de raad bij de minister van Binnenlandse Zaken hoger beroep instellen tegen het besluit van de gouverneur houdende niet-goedkeuring of ambtshalve aanpassing van de politiebegroting binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het versturen door de gouverneur van zijn besluit naar de gemeenteoverheid of de overheid van de lokale politie.
Krachtens artikel 74 van de WGP spreekt de minister van Binnenlandse Zaken zich uit over het ingesteld beroep binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het inkomen ervan. Hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn naar de gouverneur en naar de raad. Wanneer die termijn is verstreken, is het beroep ingewilligd.
Het besluit van de minister wordt aan de raad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
Krachtens artikel 75 zijn de begrotingswijzigingen eveneens onderworpen aan het goedkeuringstoezicht zoals hierboven beschreven.
De termijn wordt berekend door de termijn die vastgesteld is voor het toezicht op de begrotingswijzigingen van de gemeenten van de zone, te verminderen met vijf dagen.
Alle door de toezichthoudende overheid getroffen beslissingen in verband met de begroting en de begrotingswijzigingen worden door het college aan de raad meegedeeld (artikelen 7 en 14 van het ARPC). 1.1.1.2. GOEDKEURINGSTOEZICHT IN MEERGEMEENTEZONE OP DE BESLUITEN VAN DE GEMEENTERAAD HOUDENDE STEMMING VAN DE FINANCI"LE BIJDRAGE TOT DE MEERGEMEENTEZONE EN DE ERIN AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN Krachtens artikel 40 van de WGP komt de begroting van een meergemeentezone ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en de Federale Staat. Wanneer de meergemeentezone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken.
Elke gemeenteraad van de zone stemt de toelage die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort. De toelage wordt in de uitgaven van elke gemeentebegroting ingeschreven. De toelage vermeld in het besluit van de gemeenteraad, de toelage ingeschreven in de uitgaven van de gemeentebegroting en de toelage ingeschreven in de ontvangsten van de politiebegroting, dienen overeen te stemmen.
Krachtens artikel 71 van de WGP worden de gemeenteraadsbesluiten betreffende de bijdrage aan de politiezone en de gemeenteraadsbesluiten betreffende de wijzigingen van de toelage voor goedkeuring naar de gouverneur gestuurd.
Krachtens artikel 76 van de WGP spreekt de gouverneur zich uit binnen een termijn van vijfentwintig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van deze beslissing bij de gouverneur.
Krachtens artikel 72 van de WGP wijzigt de gouverneur gelijktijdig met de ambtshalve inschrijving of schrapping in de politiebegroting het bedrag van de bijdrage van elk van de gemeenten die deel uitmaken van de betrokken meergemeentezone.
De gouverneur brengt zijn besluit ter kennis van de gemeenteoverheid uiterlijk de laatste dag van de voormelde goedkeuringstermijn. Wanneer die termijn is verstreken, wordt de gouverneur geacht zijn goedkeuring aan de beslissing te hebben verleend.
Het besluit van de gouverneur wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
De artikelen 73 en 74 van de WGP regelen eveneens het beroep bij de minister van Binnenlandse Zaken tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of niet-goedkeuring. Krachtens artikel 73 van de WGP kan de gemeenteraad tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of tegen zijn besluit houdende niet-goedkeuring hoger beroep instellen bij de minister van Binnenlandse Zaken binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het versturen van het besluit naar de gemeenteoverheid.
Krachtens artikel 74 van de WGP spreekt de minister van Binnenlandse Zaken zich uit over het ingesteld beroep binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het inkomen ervan. Hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn naar de gemeenteraad. Wanneer die termijn is verstreken, is het beroep ingewilligd. Het besluit van de minister wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
Krachtens artikel 75 zijn de artikelen 72 tot 74 eveneens van toepassing op de besluiten van de gemeenteraad houdende wijziging van de gemeentelijke bijdrage aan de politiezone.
De goedkeuringstermijn ingeval van wijziging is echter, conform artikel 75, tweede lid, gelijk aan de termijn die is vastgesteld voor het toezicht op de begrotingswijzigingen van de gemeenten van de zone, te verminderen met vijf dagen. 1.2. TOTSTANDKOMING VAN DE BEGROTING 1.2.1. ALGEMENE BEPALINGEN. In de kolom "Rekening 'dienstjaar N-2' - Vastleggingen" worden de cijfers van de door de raad vastgestelde rekening 'dienstjaar N-2' vermeld. Indien de rekening 'dienstjaar N-2', ongeacht om wat voor reden, nog niet werd vastgesteld, kunnen de door de raad laatst goedgekeurde begrotingskredieten ter informatie worden vermeld.
In de kolom "Begroting 'dienstjaar N-1'" worden de begrotingskredieten vermeld conform de politiebegroting 'dienstjaar N-1' rekening houdend met de op dat ogenblik laatst goedgekeurde begrotingswijziging van het 'dienstjaar N-1' en rekening houdend met de laatste interne herschikking of aanwending binnen elke economische groep.
Vooraleer de raad beraadslaagt, geeft het college een toelichting bij de inhoud van het verslag. Van de regel dat elk lid van de politieraad over één stem beschikt (artikel 25 WGP) wordt afgeweken bij de stemmingen over de vaststelling van de begroting, de begrotingswijzigingen en de jaarrekeningen (artikel 26 WGP). In die gevallen bekomt elke groep van vertegenwoordigers van één gemeente uit de politiezone evenveel stemmen als waarover de burgemeester van diezelfde gemeente beschikt in het politiecollege, zoals bepaald in artikel 24 van de WGP. Het aantal stemmen waarover de burgemeester in het politiecollege beschikt wordt bij de stemming over de vaststelling van de begroting/begrotingswijzigingen gelijk verdeeld over de groep vertegenwoordigers van een gemeente.
Ieder politieraadslid beschikt het hele jaar over een identiek aantal stemmen, wat ook het aantal vertegenwoordigers van zijn gemeente is tijdens de zitting(en) van de raad waar een beslissing wordt genomen inzake begroting(s)(wijziging) of jaarrekening. Bijgevolg is de stem van een afwezig raadslid onherroepelijk verloren en kan deze niet, tussen de aanwezige vertegenwoordigers van de gemeente waartoe hij behoort, worden herverdeeld. Zie ter zake eveneens punt V van mijn omzendbrief PLP 32 van 15 oktober 2003 betreffende de werking van de politieraad en het politiecollege (B.S. 27 oktober 2003) en infra punt 1.2.3..
Het
koninklijk besluit van 5 september 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
05/09/2001
pub.
26/09/2001
numac
2001000961
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie
type
koninklijk besluit
prom.
05/09/2001
pub.
28/11/2001
numac
2001012796
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 november 2000, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, gesloten ter uitvoering van het protocolakkoord van 29 september 2000 betreffende de begeleiding van de invoeginterim
sluiten houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale politie (ARPC) bepaalt de begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige voorschriften van de politiezones, evenals de nadere regels voor de uitoefening van de taken van de bijzondere rekenplichtige, dit in uitvoering van artikel 34 van de WGP waarbij ondermeer artikel 239 van de nieuwe gemeentewet van toepassing wordt verklaard op de lokale politie.
Conform artikel 11 van het ARPC maakt het college het begrotingsontwerp op na het advies te hebben ingewonnen van een commissie waarin tenminste één daartoe aangeduid lid van het college, de korpschef van de lokale politie en de bijzondere rekenplichtige zetelen. Het advies van de commissie slaat uitsluitend op de wettelijkheid en de te verwachten financiële weerslag.
Het advies van de begrotingscommissie is niet noodzakelijk éénparig en is een beheersinstrument dat kan leiden tot de opstelling van een betere begroting. Het is meer dan aanbevolen dat de bijzondere rekenplichtige actief betrokken wordt bij de voorbereiding van de begroting van de politiezone.
Krachtens artikel 5 van het ARPC omvat de begroting de precieze raming van alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan, met uitzondering van de geldverrichtingen voor rekening van derden of die slechts de thesaurie treffen. Elk begrotingsartikel dient in uitvoering van artikel 5 van het ARPC te worden getoetst aan de realiteit en precies te worden geraamd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een mogelijke vermindering van bepaalde kosten ingevolge een ontegensprekelijk schaalvoordeel dat leidt tot een mogelijk rationelere organisatie.
Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en de buitengewone dienst en, binnen elk van die diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren.
Het financieel dienstjaar van de politiezone komt overeen met het burgerlijk jaar krachtens artikel 34 van de WGP, waarbij artikel 238 van de NGW van toepassing werd verklaard.
Conform artikel 10 van het ARPC mogen de uitgavenkredieten slechts worden gebruikt voor het door de begroting vooropgestelde doel en zijn ze beperkt.
Voor de uitgaven van de gewone dienst geldt die beperking echter voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele code dragen (beperkt tot de eerste drie cijfers) én die behoren tot dezelfde economische groep De economische groepen van de uitgaven van de gewone dienst zijn : personeel : 70; werkingskosten : 71; overdrachten : 72; schuld : 7X; vorige dienstjaren : 76; overboekingen : 78. M.a.w., binnen elke economische groep kunnen de begrotingskredieten zonder begrotingswijziging worden herschikt over de begrotingsartikelen die eerder werden opgenomen in de begroting (of begrotingswijziging) en dit binnen het totaal goedgekeurde krediet per economische groep.
We vestigen hierbij nogmaals de aandacht op het beduidend verschil tussen enerzijds artikel 10 van het ARPC en anderzijds artikel 10 van het Algemeen Reglement op de Gemeentelijke Comptabiliteit (ARGC), dat voorziet in een beperking voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele en economische code dragen, elk beperkt tot de eerste drie cijfers.
Deze ruimere uitzondering (nl. niveau economische groep) op het algemeen principe van de beperktheid van de kredieten voor de uitgaven van de gewone dienst laat toe de begrotingskredieten in de politiebegroting scherper te ramen. Er dient alleen nog een reserve te worden voorzien op niveau van de economische groep hetgeen normaal zou moeten leiden tot scherpere begrotingsramingen en tot minder ongebruikte begrotingskredieten op niveau van de rekening.
Het ARPC voorziet de mogelijkheid om zonder begrotingswijziging - binnen het totaal goedgekeurde krediet per economische groep - de begrotingskredieten te herschikken. In voorkomend geval dient de bijzondere rekenplichtige en/of de korpschef tijdig het (politie)college er op te attenderen dat er zich een herschikking binnen een economische groep opdringt. Het college neemt de finale beslissing en definieert de herschikking. Deze beslissing wordt ingeschreven in de notulen en moet worden meegedeeld aan : 1. de korpschef, zodat hij de nodige interne schikkingen kan treffen en de betrokken diensten kan instrueren;2. de bijzondere rekenplichtige, zodat hij rekening kan houden met de gewijzigde situatie.Bij de voorbereiding van de begroting voor het volgende jaar zal hij de raming van de begrotingsartikelen overeenkomstig kunnen bijstellen.
Deze specifieke bevoegdheid tot herschikking kan niet worden gedelegeerd (bv. aan de bijzondere rekenplichtige of de korpschef), omdat dit in strijd is met het algemeen rechtsbeginsel dat bepaalt dat een delegatie van de bevoegdheid van de gemeentelijke organen alleen mogelijk is, mits dit uitdrukkelijk is voorzien door de wetgever. In onderhavig geval heeft de wetgever geen delegatiemogelijkheid voorzien.
Conform artikel 34 van de WGP, waarbij onder andere artikel 241 van de NGW van toepassing wordt verklaard, vergadert de raad normaal ieder jaar in de maand oktober om te beraadslagen en te besluiten over de politiebegroting voor het volgende dienstjaar.
We vestigen hierbij bijkomend de aandacht op artikel 27 van de WGP houdende de bepaling dat de artikelen 84, 86, 87, 87bis, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95 tweede lid, 96, 97, 98, 99, 100 en 101 van de NGW van overeenkomstige toepassing zijn op de politieraad.
Conform voormeld artikel 96 van de NGW doet het college aan elk raadslid een exemplaar toekomen van het ontwerp van begroting/begrotingswijziging uiterlijk zeven vrije dagen vóór de vergadering gedurende dewelke de raad dient te beraadslagen over de begroting/begrotingswijziging. Het ontwerp wordt overgemaakt zoals het zal onderworpen worden aan de beraadslagingen van de raad, in de voorgeschreven vorm en vergezeld van de bijlagen die vereist zijn voor de definitieve vaststelling. Het ontwerp van begroting is vergezeld van een verslag.
Het verslag bevat een synthese van het ontwerp van begroting.
Bovendien geeft het verslag het algemeen en financieel beleid van de politiezone aan en een overzicht van de toestand van het bestuur en de politiezaken, alsook alle nuttige informatiegegevens.
De vergadering van de raad is openbaar.
In uitvoering van artikel 34 van de WGP, waarbij onder andere artikel 242 van de NGW van toepassing wordt verklaard, wordt de politiebegroting neergelegd op de zetel van de politiezone waar eenieder er altijd ter plaatse kennis van kan nemen. Op die mogelijkheid van inzage wordt gewezen door middel van aanplakbiljetten die door de zorg van het college worden aangebracht binnen een maand nadat de politiebegroting door de raad is aangenomen. Het bericht blijft tenminste tien dagen aangeplakt. 1.2.2. FINANCIELE MEERJARENPLANNING De opstelling van een meerjarenplanning werd de voorgaande jaren reeds geadviseerd, maar nog niet opgelegd. Dergelijke planning is echter meer dan wenselijk gelet op de weerslag op de meerjarenplanning en de begroting van de gemeenten. Laatstgenoemden dragen immers in belangrijke mate bij aan de politiebegroting. Zo'n meerjarenplan is duidelijk gerelateerd aan het zonale veiligheidsplan en zal rekening dienen te houden met de programmatie die hierin wordt voorzien.
Het feit dat de begrotingscycli van de zones en deze van de federale staat niet gelijklopend zijn, vergemakkelijkt zo'n planning niet. Er mag echter worden van uitgegaan dat de huidige federale dotaties, met jaarlijkse indexering, als realistische basis kunnen dienen voor de raming van de inkomsten.
Wat moet worden verstaan onder zo'n meerjarenplanning ? Het plan zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit het zonaal veiligheidsplan, waarin de objectieven worden vastgelegd over de verschillende jaren heen en uit een begeleidende, financiële nota.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 1.2.3. BEREKENING VAN HET STEMGEWICHT IN HET POLITIECOLLEGE EN DE POLITIERAAD In het K.B. van 20 december 2000 (B.S. 29 december 2000) wordt meer informatie verstrekt over de precieze berekeningswijze van het aantal stemmen waarover een burgemeester beschikt in het politiecollege, verder verduidelijkt door de ministeriële omzendbrief PLP 6 van 19 maart 2001 (B.S. 13 april 2001) en PLP 43 van 12 oktober 2007 (B.S. 29 oktober 2007).
In het politiecollege beschikt elke burgemeester over een aantal stemmen naar evenredigheid van de minimum politiedotatie die zijn gemeente in de meergemeentezone inbrengt (art. 24 WGP). In de politieraad volgt de stemmenverdeling bij de stemmingen over de vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen en de jaarrekening eveneens hetzelfde principe (art. 26 WGP).
Het begrip « minimum politiedotatie » verwijst naar de bijdrage die elke gemeente stort aan de meergemeentepolitiezone voor de verwezenlijking door de lokale politie van de basispolitiezorg samen met de minimale dienstverlening die wordt gewaarborgd aan de overheden en de burgers (art. 3 WGP). Door te verwijzen naar de minimum politiedotatie heeft de wetgever duidelijk gewenst dat een eventuele verhoging van de bijdrage van een gemeente aan de begroting van het ZVP met het oog op de uitvoering van de opdrachten en doelstellingen die eigen zijn aan de gemeente (art. 36, 4° en 40, derde lid WGP), geenszins de verdeling van de stemmen binnen het politiecollege mag beïnvloeden en bij extensie : de politieraad (1).
Een gemeente die dergelijke bijzondere doelstellingen nastreeft (bijvoorbeeld : een verscherpt toezicht in de omgeving van de scholen in sommige wijken van de gemeente; oprichten van een hondenbrigade, zelfs indien de andere gemeenten er geen wensen) mag zich hier dus niet op beroepen om een groter stemmenaantal te verkrijgen.
Sinds 1 januari 2005 (2), moet de verdeling van de stemmen binnen het politiecollege worden herzien tijdens de eerste politieraad van elk jaar en moet deze zich baseren op de bijdrage van elk van de gemeenten zoals bepaald in de zonale rekeningen die werden goedgekeurd door de toezichthoudende overheid. De stemmenverdeling dient immers een weerspiegeling te zijn van de financiële bijdrage die elke gemeente reëel investeert ten gunste van de politiezone, vandaar de verwijzing naar de zonale rekeningen. Bovendien moet het stemmenaantal jaarlijks worden aangepast om rekening te houden met een eventuele wijziging in de financiële bijdrage van de verschillende gemeenten van een meergemeentepolitiezone.
Tot op heden hebben bijna alle zones hun rekeningen afgesloten tot 2008 of 2009, of zijn daar volop mee bezig. Intussen heeft de RSZPPO alle regularisaties vóór 2005 afgewerkt. De navolgende jaren werden intussen ook aangevat. Vanaf het jaar 2010 worden alle benodigde berekeningen en stukken aangeleverd door de nieuwe loonmotor « Themis ». De voorgaande jaren blijven ten laste van CDVU. Opdat de stemmenverdeling niet gebaseerd zou zijn op te oude gegevens en dus zo goed mogelijk de reële bijdrage zou weergeven van elke gemeente, is het noodzakelijk om een alternatieve oplossing te vinden voor de zones die geen recente rekening hebben afgesloten.
Bij ontstentenis van het afsluiten van de rekening 2009, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid, zal de stemmenverdeling tijdens de eerste politieraad van 2011 worden herzien en gebaseerd zijn op de financiële bijdrage van elk van de gemeenten van de meergemeentezone, zoals bepaald in de laatste gemeentelijke rekening, goedgekeurd door de toezichthoudende overheid.
Ik maak er u attent op dat zodra de jaarrekening is goedgekeurd door de raad, er een exemplaar moet worden toegestuurd aan CGL - Directie van de Relaties met de Lokale Politie, Fritz Toussaintstraat 8, 1050 Brussel. 1.3. HET GEBRUIK VAN VOORLOPIGE KREDIETEN' IN AFWACHTING VAN DE GOEDKEURING VAN DE BEGROTING DOOR DE TOEZICHTHOUDENDE OVERHEID Zolang de begroting dienstjaar N' nog niet is goedgekeurd door de gouverneur, kunnen, conform artikel 13 van het ARPC, via, voorlopige kredieten' of voorlopige twaalfden', uitgaven worden verricht in dienstjaar N', echter alleen op de gewone dienst.
Er kunnen zich hierbij twee mogelijkheden voordoen : - De begroting dienstjaar N' werd door de raad NIET goedgekeurd vóór 1 januari dienstjaar N' : - de raad dient in dit geval in dienstjaar N-1' de voorlopige kredieten dienstjaar N' uitdrukkelijk vast te stellen via een afzonderlijk raadsbesluit; het is mogelijk om één of meerdere, voorlopige twaalfden' goed te keuren; - de aanwendig van voorlopige kredieten op de gewone dienst mag per verlopen of begonnen maand niet meer bedragen dan één twaalfde van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar (dienstjaar N-1'); deze beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor de bezoldiging van het personeel, voor de betaling van verzekeringspremies, voor de betaling van belastingen en voor de betaling van aflossingen en interesten op leningen. - De begroting dienstjaar N' werd door de raad goedgekeurd vóór 1 januari dienstjaar N', maar werd nog niet door de gouverneur goedgekeurd vóór 1 januari dienstjaar N' : - de raad dient GEEN afzonderlijk raadsbesluit te treffen; - de aanwendig van voorlopige kredieten op de gewone dienst mag per verlopen of begonnen maand niet meer bedragen dan één twaalfde van het begrotingskrediet van het lopende dienstjaar(dienstjaar N') of van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar (dienstjaar N-1') als dit kleiner is dan het krediet van het lopende dienstjaar (dienstjaar N'); deze beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor de bezoldiging van het personeel, voor de betaling van verzekeringspremies, voor de betaling van belastingen en voor de betaling van aflossingen en interesten op leningen.
We vestigen bijkomend de aandacht op het feit dat de begrippen "verplichte/niet-verplichte uitgaven" en "uitgaven welke ambtshalve worden opgenomen" momenteel niet voorkomen in het ARPC. Artikel 13, § 2 van het ARPC bepaalt dat de beperkingen m.b.t. voorlopige kredieten niet gelden voor volgende uitgaven : bezoldiging van het personeel; betaling van de verzekeringspremies; betaling van de belastingen en betaling van aflossingen en intresten op leningen. 1.4. DOORZENDING VAN DE BEGROTING EN DE BIJLAGEN Wanneer de begroting krachtens de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, haar uitvoeringsbesluiten of andere regelgevende teksten, in twee talen moet worden opgesteld, wordt ze in de twee talen voorgelegd. Hetzelfde geldt voor de stukken die aan de begroting zijn gevoegd en die in twee talen zijn opgesteld.
De begroting en de bijlagen worden in drie papieren exemplaren naar de gouverneur verstuurd. Daarnaast dient aan de gouverneur een elektronisch bestand te worden overgemaakt, hetwelk kan gedownload worden vanaf de website van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie www.besafe.be (doorklikken via politiebeheer / budget en financieel beheer / opstellen politiebegroting 2011) of via de link vanaf de website van de Directie van de Relaties met de Lokale Politie, www.infozone.be (doorklikken naar documentatie > financieel beheer > publicaties - politiebegroting - specifiek - begrotingsjaar 2011).
Het elektronisch bestand wordt aan de gouverneur overgemaakt via e-mail of, indien toegestaan, via cd-rom : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De gouverneur ziet er op toe dat het elektronisch bestand en de papieren versie van de goedgekeurde begroting, uitsluitend de door hem goedgekeurde en gecontroleerde cijfers bevat, eventueel aangevuld met de gemaakte opmerkingen en stuurt dit door naar CGL. Er dienen bij de verzending van de begroting aan de toezichthoudende overheid diverse stukken te worden toegevoegd ter controle. Deze documenten moeten gelijktijdig aan de toezichthoudende overheid worden gestuurd, met uitzondering van het bewijs van aanplakking en van bepaalde bewijsstukken waarover de zone nog niet beschikt bij het overmaken van de begroting (cfr. PLP 42bis) : 1. Besluit in extenso van de gemeente- of politieraad met de samenvatting van de totalen van de economische groepen;2. Verslag met een synthese van de begroting, het algemeen en financieel beleid van de politiezone (met name wat het aanwervingsplan betreft) en een overzicht van alle gegevens die van invloed kunnen zijn op de organisatie en de werking van de politiezone;3. Gedetailleerd advies van de begrotingscommissie (artikel 11 van het ARPC);4. Bewijs van aanplakking;5. Tabellen van het personeel met minimale vermelding van de loonschaal, de geldelijke anciënniteit, de bedragen van de vaste vergoedingen en toelagen, de berekening van de onregelmatige prestaties en/of de berekeningsmodule van de personeelskosten door de federale overheid ter beschikking gesteld van de politiezones;6. Banktabellen van de leningen en de evolutie van de schuld en wijze van berekening van de interesten voor de nieuwe leningen;7. Financieringstabel van de buitengewone dienst (financieringswijze en middelen);8. Tabel met de bewegingen van de voorzieningen en reservefondsen;9. Projectie van de evolutie van de kredieten op 3 jaar (meerjarenplan);10. Lijst van de aan derden door de politiezone toegekende subsidies;11. Elektronische versie bevattende de pagina met algemene gegevens over de politiezone en met name het minimale en reële effectief.(Deze bijlage kan eveneens gedownload worden vanaf de website van de Algemene Directie Veiligheid en Perventie : www.besafe.be of via de link van de website van de directie van de Relaties met de Lokale Politie : www.infozone.be); 12. Overzicht van de begrotingskredieten per begrotingsartikel met de berekening van de sociale toelage II en de controle op de patronale bijdragen (Bijlage 3 : Toezicht 1) 13.Overzicht van de begrotingskredieten getotaliseerd per begrotingsartikel voor de operationelen, de CaLog-personeelsleden, de secretaris en de bijzondere rekenplichtige (bijlage 4 : toezicht 2); 14. Elk nuttig bewijsstuk : enkele voorbeelden (dit is geen beperkende lijst) : - overeenkomst inzake verkeersveiligheid en/of tabel van de toekenning van kredieten (3) - document ter rechtvaardiging van het bedrag in het kader van de procedure inzake transfer van gebouwen - berekening van de sociale toelage II (met name voor het plafond dat afgetrokken moet worden van de sociale bijdragen op de toelagen) - documenten opgestuurd door andere instanties (bijvoorbeeld het Gewest) waarbij de inschrijving van de ontvangsten wordt gemotiveerd AAN TE LEVEREN STUKKEN : TOEZICHT 1 - TOEZICHT 2 In de module voor het budgetteren van de personeelsuitgaven voor de begroting 2011 (begrotings-/personeelsmodule) zijn er 2 werkbladen voorzien, m.n. : « Toezicht 1 » en « Toezicht 2 ». Deze werkbladen vormen verantwoordingsstukken die dienen overgemaakt te worden aan de toezichthoudende overheid op het niveau van de provincie.
Het werkblad Toezicht 1 laat zowel aan de politiezones als aan de toezichthoudende overheid toe de sociale toelage II en de berekening van de patronale bijdragen te verifiëren. (cf. bijlage) Het werkblad Toezicht 2 geeft per begrotingsartikel de begrotingskredieten weer voor de personeelsuitgaven en vergoedingen van zowel het operationeel als het administratief en logistiek personeel. Daarnaast wordt voor de vergoeding of bezoldiging van de secretaris en de bijzondere rekenplichtige en de bijhorende patronale bijdragen het begrotingskrediet samengesteld. (cf. bijlage) De politiezones die geen gebruik maken van deze begrotingsmodule dienen een gelijkwaardig controledocument aan de gouverneur over te maken dat als verantwoording dient voor de samenstelling van de begrotingskredieten, de sociale toelage II en de patronale bijdragen.
In bijlage vindt u bedoelde tabbladen weer. Ik wens de politiezones er op te wijzen dat gelijkaardige toelagen en/of vergoedingen die dezelfde lading dekken als een bepaalde suffix, ook onder dezelfde suffix moeten worden geboekt, ik denk hier bijvoorbeeld aan de nachturen in het oud statuut.
LINK ECONOMISCHE CODES EN LOONELEMENTEN AAN DE HAND VAN DE SUFFIXEN Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de nieuwe loonmotor « Themis » werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om aan elke looncomponent een suffix toe te voegen. Deze suffixen werden opgenomen in de nieuwe loonmotor. Aan de hand van deze suffixen zal bepaald worden welke loonelementen op een welbepaalde economische code moeten worden geboekt. Het uniform vastleggen van de loonelementen die op bepaalde economische codes met betrekking tot de personeelsuitgaven, de terugbetaling van kosten en dienstvergoedingen of de erelonen en vergoedingen van niet-politiepersoneel moeten worden geboekt, zal ertoe leiden dat de boekhouding op een transparante en eenduidige manier wordt gevoerd en de zones een beter inzicht verwerven in de personeelsuitgaven, wat een meerwaarde betekent voor het voeren van het operationeel en financieel beleid van de politiezone. (cfr. bijlage).
Ik verzoek de gouverneurs dan ook toezicht te willen houden op de correcte samenstelling van elk begrotingsartikel afzonderlijk.
Overeenkomstig art. 72 WGP schrapt, wijzigt of schrijft de gouverneur de vereiste bedragen ambtshalve in. 1.5. MODEL VAN DE BEGROTING Het model van de politiebegroting is deze van de gemeentebegroting. Ik verzoek u dit model en de navolgende wijzigingen ervan strikt te willen respecteren.
Het titelblad en de eerste bladzijde van de politiebegroting staan ter beschikking op de website van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie www.besafe.be (doorklikken via politiebeheer / budget en financieel beheer / opstellen politiebegroting 2011 of via de link vanaf de website van de Directie van de Relaties met de Lokale Politie, CGL (www.infozone.be).
Krachtens artikel 41 van het ARPC zijn de functionele en de economische classificatie welke van toepassing zijn op de politiebegroting deze die vastgelegd zijn in de bijlage bij het ministerieel besluit van 30 oktober 1990 tot uitvoering van het artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit (ARGC), zoals gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 maart 1994. De samenstelling van begrotingskredieten op de economische codes met betrekking tot de personeelsuitgaven, de terugbetaling van kosten en dienstvergoedingen of de erelonen en vergoedingen van niet-politiepersoneel werden in het ARPC in die zin aangepast.
De uitgaven en de ontvangsten van de lokale politie worden bij voorkeur ingeschreven onder de functionele code 330xx te lezen als "Lokale Politie".
De inhoud/betekenis van de economische codes dient strikt te worden gerespecteerd, enkel de omschrijving mag vervangen worden door een duidelijkere omschrijving aangepast aan de lokale politiezone.
Uitgezonderd met betrekking tot de federale toelagen dienen in deze omzendbrief vermelde begrotingsartikels en hun omschrijving ongewijzigd te worden toegepast. 1.6. BEGROTINGSWIJZIGINGEN Het verdient aanbeveling om de begrotingswijzigingen tijdig op te maken zodat een regelmatige vastlegging van de uitgaven niet in het gedrang komt. Naar analogie met de gemeenten wordt een uiterste datum vastgelegd voor het versturen van een begrotingswijziging dienstjaar N' naar de gouverneur, namelijk 15 november dienstjaar N'.
Conform artikel 15 van het ARPC moeten op de begrotingswijzigingen zonder verwijl de begrotingskredieten worden uitgetrokken die nodig zijn om de uitgaven die door dwingende en onvoorziene omstandigheden worden vereist te dekken. In toepassing van artikel 86, 2° van de WGP dient een voor eensluidend verklaard afschrift van de betreffende besluiten van de raad, alsook desgevallend van het college, naar de gouverneur te worden gestuurd, onverminderd de bepalingen van artikel 85 van de WGP houdende de verzending aan de gouverneur van een lijst van de beslissingen van de raad met een beknopte omschrijving van de geregelde aangelegenheden.
Conform artikel 15 van het ARPC dienen eveneens de begrotingskredieten die betrekking hebben op niet-geraamde ontvangsten zonder verwijl via een begrotingswijziging te worden voorzien.
De politiezones hebben er alle belang bij de laatste begrotingswijziging zeer nauwkeurig te ramen zodat de laatste begrotingscijfers zo dicht mogelijk de begrotingsrekening benaderen.
Dit laat toe de volgende begroting realistischer op te stellen. Immers conform artikel 9, eerste lid, van het ARPC, wordt het resultaat van de begroting van het voorgaande dienstjaar, inclusief eventuele begrotingswijzigingen, als geraamd overschot of tekort van de vorige dienstjaren op de volgende begroting gebracht.
Ik vestig uw aandacht op het feit dat conform artikel 9, tweede lid, van het ARPC er GEEN begrotingswijziging vereist is om het vermoedelijk resultaat van het voorgaand dienstjaar dat in de volgende begroting werd gebracht te vervangen door het werkelijk resultaat van de afgesloten begrotingsrekening. Wanneer echter het inbrengen van het werkelijk resultaat van de afgesloten begrotingsrekening een tekort veroorzaakt of vergroot, neemt de raad wel de passende maatregelen om het begrotingsevenwicht te herstellen. In de meergemeentezone kan dit slechts gebeuren na overleg met en akkoord van de afzonderlijke gemeenteraden. Zie ter zake artikel 9, derde en vierde lid, van het ARPC. De begrotingswijzingen zijn onderworpen aan dezelfde procedures als deze die toepasbaar zijn op de begroting.
Zo is het specifiek toezicht dat van toepassing is op de begrotingen van de politiezone onverkort van toepassing op de wijzigingen die de politiezone aan de politiebegroting aanbrengt. Het specifiek toezicht kwam reeds aan bod in punt 1.1.1. van huidige omzendbrief.
Inzake doorzending van de begrotingswijziging(en) dient de begrotingswijziging vergezeld te zijn van, naargelang het geval, volgende documenten : 1. een verslag bevattende een synthese van de begrotingswijziging;het verslag bevat conform artikel 14 van het ARPC een behoorlijke rechtvaardiging voor elk krediet en bevat eventueel de wijzigingen inzake het algemeen en financieel beleid van de politiezone; 2. het advies van de begrotingscommissie zoals bedoeld in artikel 11 van het ARPC;3. ingeval van wijziging van de personeelskosten, een gewijzigde tabel bevattende alle personeelsgegevens die de nieuwe begrotingscijfers verantwoorden;zij bevat minstens de vermelding van de loonschaal, de geldelijke anciënniteit en de vergoedingen en toelagen van elk personeelslid (desgevallend volgens stamnummer, intern nummer...); hierbij kan de berekeningsmodule voor de raming van de personeelskosten, welke federaal ter beschikking wordt gesteld als basis dienen; 4. ingeval van wijziging van de leningen of leninglast, een gewijzigde tabel van de leningen en de evolutie van de schuld;5. ingeval van wijziging van de buitengewone uitgaven of van de voorziene financiering, een aangepaste financieringstabel;6. ingeval van wijziging van de voorschotten en/of reservefondsen, een aangepaste tabel met de bewegingen; 7. ingeval van wijziging van de begrotingskredieten inzake personeelskosten : een overzicht van de begrotingskredieten per begrotingsartikel met de berekening van de sociale toelage II en de controle op de patronale bijdragen (Toezicht 1;) 8. ingeval van wijziging van de begrotingskredieten inzake personeelskosten : een ovezicht van de begrotingskredieten voor de operationelen, de CaLog-personeelsleden, de secretaris en de bijzondere rekenplichtige, een aangepast overzicht (Toezicht 2);9. het bewijs dat de aanplakking waarbij inzagemogelijkheid van eenieder in de begrotingswijziging aan het publiek kenbaar werd gemaakt, werd uitgevoerd zoals bepaald in de WGP - artikel 34 (mag afzonderlijk worden verzonden, maar in elk geval vóór het verstrijken van de toezichttermijn). Inzake verzending en doorzending van de papieren exemplaren en het elektronisch bestand zijn de bepalingen vermeld onder punt 1.4. onverkort van toepassing op de begrotingswijzigingen. 2. ONDERRICHTINGEN BETREFFENDE DE GEWONE DIENST Wat de minimale begrotingsnormen betreft, verzoek ik u om in de gewone uitgaven-begroting dienstjaar N' minimaal de begrotingskredieten in te schrijven die noodzakelijk zijn voor de correcte bezoldiging van het personeel en voor een goede werking van de politiezone. 2.1. DE GEWONE UITGAVEN - PERSONEEL (70) 2.1.1. HET MINIMAAL EFFECTIEF Het K.B. van 5 september 2001 houdende de bepaling voor elke politiezone van het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie, rekening houdend met de specifieke kenmerken van die zone, blijft onverkort van toepassing.
Ik vestig uw aandacht op het feit dat er voldoende inspanningen moeten worden geleverd om het minimale effectief te halen. De nodige kredieten hiertoe moeten dus worden voorzien. 2.1.2. RAMING VAN DE PERSONEELSUITGAVEN 2.1.2.1. ALGEMEEN De personeelsuitgaven dienen realistisch te worden geraamd rekening houdend met volgende factoren : - Inachtneming van het K.B. van 5 september 2001; - Toekenning van periodieke verhogingen en het tijdstip ervan; - De reële of de waarschijnlijke stijging of daling van het aantal personeelsleden; - De maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex : voor de meest actuele informatie hierover kan u terecht op de site van het Federaal Planbureau (http://www.plan.be); - Inzake wedden en niet-prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies, bevat de begroting dienstjaar N' de nodige begrotingskredieten voor de volgende maanden, teneinde te voldoen aan de verplichtingen/uitgaven in de loop van het dienstjaar dienstjaar N' : O december dienstjaar N-1' tot en met november dienstjaar N' voor wat betreft : - de gewezen personeelsleden van de federale politie; - de gewezen gemeentelijke personeelsleden die niet het statuut hadden van personeelslid van het operationeel korps van de gemeentepolitie op 31 maart 2001; - alle nieuwe, sinds 1 april 2001, aangeworven personeelsleden (zij hebben immers het recht van voorafbetaling niet verworven vóór 1 april 2001);
O bij overgangsregeling, januari dienstjaar N' tot en met december dienstjaar N' voor wat betreft de gewezen leden van het operationeel korps van de gemeentepolitie die het recht op voorafbetaling verworven hadden vóór 1 april 2001.
Dit in uitvoering van artikel XII.XI.59. van het K.B. van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol). (4) Op termijn zullen alle personeelsleden van de geïntegreerde politie, in uitvoering van artikel XI.II.13.§ 1. RPPol, betaald worden na vervallen termijn en volgens hetzelfde tijdschema als de ambtenaren van de federale ministeries.
De kredieten voor de wedden december dienstjaar N-1' en de niet-prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies december dienstjaar N-1 'mogen niet langer begroot worden binnen het eigenlijk financieel dienstjaar « dienstjaar N'. De kredieten voor de wedden « dienstjaar N-1 » dienen begroot te worden binnen het eigenlijk financieel dienstjaar « vorige dienstjaren », gezien de wedden hun oorsprong vinden in het vorige dienstjaar. De nieuwe loonmotor « Themis » houdt bij de aanlevering van haar boekhoud- en controlebestand eveneens rekening met deze wijziging ten opzichte van voorgaande jaren;
Afgelopen jaar is m.b.t. het voorgaande duidelijk geworden dat een aantal zones vasthoudt aan de vroegere gemeentelijke situatie, waarbij alle wedden in één burgerlijk jaar worden begroot. Met de geïntegreerde politie werd in 2002 echter het principe van de federale begrotings- en betalingscyclus geïntroduceerd in de zonale boekhouding. Dit wil zeggen dat de wedde van de ex-rijkswachters, betaald wordt op de laatste dag van de maand waarin de prestaties worden geleverd. Bovendien wordt de wedde van de maand december pas betaald in januari van het volgende boekjaar (koninklijk besluit nr. 279 van 30 maart 1984 betreffende de betaling na vervallen termijn van de wedden van sommige personeelsleden van de openbare sector; art. 2 en RpPol, art. XI.II.13, § 1 en art. XII.XI.59). De gemeentepolitie daarentegen werd vooraf betaald, bij het begin van de maand, vóór er prestaties voor werden verricht.
Principiële tegenstanders menen een rechtsbasis te vinden in artikel 34 van de
wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten (WGP) dat o.a. art. 238 van de Nieuwe Gemeentewet (NGW) van toepassing stelt : « Het financiële dienstjaar van de gemeente/meergemeentezone komt overeen met het burgerlijk jaar. Behoren tot een dienstjaar alleen de rechten verkregen door de gemeente/meergemeentezone en de verplichtingen aangegaan ten opzichte van de schuldeisers tijdens dit dienstjaar, ongeacht het dienstjaar waarin zij worden vereffend. " Dit artikel moet er voor zorgen dat er steeds voldoende kredieten zijn voorzien. Het is immers moeilijk te voorzien wanneer de bestelde werken of leveringen zullen gebeuren/eindigen en wanneer de desbetreffende factuur wordt ontvangen. Om verrassingen te vermijden, eist de NGW daarom dat het krediet voorzien is in het geval de factuur sneller zou worden aangeboden.
De logica voor de nabetaalden ligt helemaal anders. Omdat het recht op de wedde van de maand december, conform artikel XI.II.13.§ 1. en XII.XI.59. van de RPPol, pas ontstaat begin januari van het daarop volgend jaar en pas dan (nooit vroeger) een uitgave kan worden, behoren de wedden van de maand december tot het daarop volgend jaar en dienen zij te worden geraamd in de begroting van dat jaar, op de post « vorige dienstjaren ». Deze redenering wordt reeds sinds 2002 herhaald in de PLP's betreffende de begrotingsonderrichtingen. Ze stemt overeen met het feit dat de overgedragen kredieten in 2002 voor de ex-rijkswachters geen 12, maar slechts 11 maanden besloegen (dec 2001 t/m nov 2002). Alle personeelsleden aangeworven onder het nieuwe statuut volgen deze richtlijn. Ook de federale dotaties volgen deze logica. Daarom is het ook logisch dat alle zones zich hier aan conformeren.
Momenteel is er een tweespalt te zien, sommige volgen de richtlijnen en anderen houden vast aan de vroegere regeling. Bedoeling is de harmonie te herstellen in functie van wat hoger is bepaald. De rekenplichtige die de lonen van de nabetaalden voor december 2009 voorzien heeft in de begroting 2009 i.p.v. op de begroting 2010, verliest die kredieten niet. Hij/zij kan een overdracht doen via het formulier T-3. Dit is toegelaten, omdat het over uitgaven gaat die werden vastgelegd, maar nog niet uitvoerbaar waren. Alleszins is deze ingreep gunstiger dan een maand extra te moeten voorzien. - Inzake de prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies (die NIET maandelijks samen met de wedde worden uitbetaald) bevat de begroting dienstjaar N' de nodige begrotingskredieten voor de laatste referentieperiode dienstjaar N-1' tot en met de voorlaatste referentieperiode dienstjaar N'.
In uitvoering van de RPPol situeert de verplichting tot uitbetaling van prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies zich in de tweede maand volgend op de referentieperiode waarin de prestaties werden verricht.
Naar analogie met de wedden december « dienstjaar N-1 » dienen de prestatiegebonden toelagen, vergoedingen en premies met betrekking tot prestaties verricht in de laatste referentieperiode dienstjaar N-1' begroot te worden binnen het eigenlijk financieel dienstjaar, « vorige dienstjaren ». Deze wijziging ten opzichte van voorgaande jaren werd eveneens in de « Themis » loonmotor opgenomen; - De personeelsuitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel werkzaam in het kader van de samenlevings- en veiligheidscontracten worden niet gebudgetteerd in de politiebegroting maar in de desbetreffende gemeentebegroting. De specifieke toelage dienstjaar N', waarmede de overheid haar engagement tegenover de gemeenten met een samenlevings- en veiligheidscontract nakomt, wordt toegekend aan de gemeente en niet aan de zone. Niets belet echter dat dit burgerpersoneel kan werken ten behoeve van de zone. In dit geval kan dit verrekend worden in de intrazonale verdeling; - De personeelsuitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel dat belast wordt met taken die niet behoren tot de politionele opdrachten (vb. Strafregister) mogen evenmin in de politiebegroting worden gebudgetteerd; - De "Mededelingen van R.S.Z.P.P.O. betreffende de politiehervorming", waarin de onderwerping van de verschillende bezoldigingselementen aan sociale zekerheids- en pensioenbijdragen wordt behandeld; deze mededelingen kunnen worden geraadpleegd op de site van R.S.Z.P.P.O. (http://www.rszppo.fgov.be).
De percentages sociale zekerheids- en pensioenbijdragen die van toepassing zijn in 'dienstjaar N' op respectievelijk de vastbenoemden, de contractuelen en de Gesco's : De percentages sociale zekerheids- en pensioenbijdragen die van toepassing zijn in 2011 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex van het Planbureau (december 2010) zou de volgende overschrijding van de spilindex (momenteel 114,97) plaatsvinden in juli 2011. Als gevolg daarvan zouden de sociale uitkeringen in augustus2011 en de wedden van het overheidspersoneel in september 2011 met 2 % aangepast worden aan de gestegen levensduurte.
Voor de meest actuele informatie hierover kan u terecht op de site van het Federaal Planbureau [http://www.plan.be].
Vanaf het jaar 2011 zal het percentage van 92 % van de maandwedde, van toepassing zijn op het vakantiegeld van alle personeelsleden van de politiediensten. (
Koninklijk besluit van 29 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/05/2002
pub.
30/05/2002
numac
2002022418
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid
type
wet
prom.
06/05/2002
pub.
21/10/2016
numac
2016000637
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het fonds voor de pensioenen van de federale politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten1 houdende vaststelling van het vakantiegeld van het personeel van de politiediensten). 2.1.2.2. BEREKENINGSMODULE PERSONEELSKOSTEN 2011 Om de politiezones te helpen bij het realistisch ramen van de personeelsuitgaven 2011 wordt u de berekeningsmodule « BudgPersPZAutom-n » ter beschikking gesteld via de website www.ssgpi.be (zie rubriek « Handleidingen »).
Eventueel bijkomende ondersteuning kan aangevraagd worden via het Contactcenter van het SSGPI op het nummer 02/554.43.16 of via e-mail : ssgpi.helpdesk@police.be.
De gegevens, nodig om de berekeningsmodule in te vullen, worden eveneens via de website in de beschermde omgeving « VERA » door SSGPI/CDVU/THEMIS aangeleverd aan de bijzondere rekenplichtigen en eventuele andere gemachtigden. De berekeningsmodule en de in te lezen bestanden worden aangeleverd onder de vorm van een zip-bestand en dienen « uitgepakt« te worden.
Sedert september 2006 is het mogelijk deze aangeleverde gegevens automatisch in te lezen. De tweede ingebouwde procedure (« verwerking van de gegevens« ) berekent, ventileert en totaliseert per economische code in de voorziene tabbladen, zoals beschreven in de handle …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.