← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Wapenhandelbesluit van 20 juli 2012 en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014 tot

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering optimaliseert de regelgeving rond de handel in wapens en strategische goederen, door aanpassingen te doen aan bestaande besluiten en decreten. Het stroomlijnt procedures en voorwaarden voor vergunningen en technische bijstand.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
9 MAART 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Wapenhandelbesluit van 20 juli 2012 en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/03/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014035413 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand sluiten tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand VERSLAG AAN DE VLAAMSE REGERING 1. ALGEMENE TOELICHTING Dit ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering kadert binnen de optimalisatie van het Wapenhandel decreet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2012 pub. 04/07/2012 numac 2012035751 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie sluiten en het Wapenhandelbesluit van 20 juli 2012. Het ontwerp bevat die in die zin drie categorieën van "optimaliseringsbepalingen": 1. bepalingen die de uitvoering vormen van het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandel decreet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2012 pub. 04/07/2012 numac 2012035751 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie sluiten (hierna: "optimalisatiedecreet"); o In dat opzicht geeft het optimalisatiedecreet in zes bepalingen de opdracht aan de Vlaamse Regering om een decretale regeling (verder) uit te voeren (artikel 7, 11, 15, 24, 25, 28) en geeft het in vier bepalingen de mogelijkheid om dit te doen (artikel 3, 6, 20, 30). 2. bepalingen die de rechtstreekse uitvoering vormen van de conceptnota van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de optimalisatie van het Wapenhandeldecreet en het Wapenhandelbesluit;en 3. bepalingen die verder uitvoering geven aan het oorspronkelijke Wapenhandeldecreet. Een overzicht van welke bepalingen uitvoering geven aan het optimalisatiedecreet en/of de conceptnota en welke bepalingen verdere uitvoering geven aan het oorspronkelijke Wapenhandeldecreet zit in de bijgevoegde rechtsgrondtabel. De inhoudelijk belangrijkste elementen die uitvoering geven aan het optimalisatiedecreet zijn de volgende: - het vastleggen van de NAVO- en Wassenaar-lidstaten waarnaar - bijkomend aan EER-lidstaten - doorvoer met overlading wordt vrijgesteld van vergunning (artikel 9 en 23); - het vastleggen van de nadere regels van de eindgebruikersverklaring (artikel 11 en 26); en - het vastleggen van de procedure voor het opleggen van algemene beperkende maatregelen door de Vlaamse Regering en de nadere regels ervan (artikel 36). De belangrijkste elementen die rechtstreeks uitvoering geven aan de conceptnota zijn de volgende: - het in overeenstemming brengen van de procedures en nadere regels omtrent vergunningen en van de rapporteringsregels met de eigenheid van globale vergunningen (artikel 10, 12 en 46); - het verlengen van de geldigheidstermijn van schriftelijke bevestigingen van één naar drie jaar (artikel 15); en - het aanpassen van de nadere regels van het certificaat van gecertificeerde persoon (artikel 19, 20, 21 en 22). De belangrijkste optimaliseringen die verder uitvoering geven aan het oorspronkelijke Wapenhandeldecreet zijn de volgende: - de optimalisering van de voorwaarden en nadere regels van algemene vergunningen (artikel 6, 7, 8, 50, 51 en 52); - de optimalisering van de vereiste gegevens en documenten bij vergunningsaanvragen (artikel 10); en - de optimalisering van de nadere regels van de voorafgaande machtiging (artikel 16, 17 en 18). Tot slot bevat het ontwerp ook twee bepalingen - artikel 53 en 54 - die wijzigingen aanbrengen in het "zusterbesluit" van het Wapenhandelbesluit betreffende strategische goederen, i.e. het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/03/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014035413 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand sluiten tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand. Het gaat over formele wijzigingen omtrent enerzijds de naamsverandering van het bevoegde departement en anderzijds de problematiek van de beslissingsbevoegdheid over vergunningsaanvragen. 2. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Dit artikel past in artikel 3, punt 1°, van het Wapenhandelbesluit de naam van het relevante departement aan aan de nieuwe benaming Departement Buitenlandse Zaken. Artikel 2 Dit artikel wijzigt artikel 4 van het Wapenhandelbesluit dat onder meer de beslissingsbevoegdheid regelt. De vervanging in punt 1° kadert binnen de vervanging van de vergunningsverplichtingen in artikel 36, § 2, en 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet door een kennisgevingsverplichting (cf. artikel 22 en 23 van het optimalisatiedecreet). De wijziging in punt 2° kadert volledig binnen de aanpassing van de beslissingsbevoegdheid over de schorsing, beperking en intrekking van bepaalde documenten bij wijze van algemene maatregel. Zie daaromtrent de toelichting bij artikel 32 t/m 35. Artikel 3 Dit artikel wijzigt artikel 5, § 1, van het Wapenhandelbesluit en hangt samen met artikel 22, punt 2°, van het optimalisatiedecreet, dat in artikel 36 van het Wapenhandeldecreet inschrijft dat de Vlaamse Regering de nadere regels van de open vergunning vaststelt. Zowel in de memorie bij artikel 22 van het optimalisatiedecreet als eerder in de conceptnota werd duidelijk gemaakt dat het de bedoeling was om hieromtrent een flexibele regeling te voorzien die aansluit bij de praktijk. De conceptnota verwijst in die zin naar "een aanvraag zonder vastgelegd formulier, die zelfs gewoon per e-mail kan, maar wel een aantal gegevens en documenten moet bevatten". In uitvoering daarvan wordt met het onderhavige artikel vastgelegd dat de aanvraag van een open vergunning elektronisch kan gebeuren. Artikel 4 Dit artikel voegt een nieuw artikel 6/1 in het Wapenhandelbesluit in en hangt samen met artikel 3 van het optimalisatiedecreet, dat aan artikel 3 van het Wapenhandeldecreet een paragraaf 5 toevoegde. In die nieuwe paragraaf 5 worden een aantal EER-en EVA-lidstaten voor bepaalde verplichtingen gelijkgesteld met EU-lidstaten, in verwijzing naar de relevante Europese instrumenten. Daarbij wordt voorzien dat de Vlaamse Regering de bepaling in kwestie kan wijzigen in geval een wijziging van de vermelde instrumenten of van het lidmaatschap van de EER of de EVA dat zou vereisen. Dit zorgt er voor dat een dergelijke wijziging niet moet leiden tot een aanpassing van het Wapenhandeldecreet, maar door de Vlaamse Regering kan afgehandeld worden. Dergelijke delegatie werd geoorloofd geacht omdat het louter gaat over de Vlaamse vertaling of uitvoering van een Europese beslissing zonder enige beleidsruimte. In de toelichting werd daarbij al de opmerking gemaakt dat deze bevoegdheid eventueel bij besluit van de Vlaamse Regering ook aan de bevoegde minister zou kunnen toevertrouwd worden. Dit artikel gaat daar op in. Artikel 5 Dit artikel wijzigt artikel 7 van het Wapenhandelbesluit en is nodig nadat artikel 6 van het optimalisatiedecreet in artikel 8 van het Wapenhandeldecreet de vergunningsverplichting bij doorvoer afsplitste van deze bij uitvoer en "verhuisde" naar een nieuwe paragraaf 2/1. Zonder deze wijziging zou artikel 7 niet langer van toepassing zijn op doorvoer. Artikel 6, 7 en 8 Deze artikelen wijzigen artikel 9, 10 en 12 van het Wapenhandelbesluit, die de voorwaarden en nadere regels van algemene vergunningen bepalen in uitvoering van artikel 8, § 4, 12 en 14 van het Wapenhandeldecreet. De wijzigingen geven verder uitvoering aan deze bepalingen. Artikel 6, punt 1°, maakt het mogelijk dat algemene vergunningen ook gebruikt zullen kunnen worden voor definitieve overbrenging van niet-essentiële onderdelen van gevoelige goederen, ook als het op het moment van de voorgenomen overbrenging vaststaat dat het eindgebruik van de defensiegerelateerde producten zich zal afspelen buiten de EU en de eindgebruiker buiten de EU op dat moment bekend is. Momenteel kan dat enkel bij definitieve overbrenging van niet-essentiële onderdelen van defensiegerelateerde producten die géén gevoelige goederen in de zin van artikel 2, punt 9°, van het Wapenhandeldecreet zijn. Deze aanpassing streeft ernaar om de regeling meer in lijn te brengen met de bedoeling van richtlijn 2009/43 om de overbrenging binnen de EU van defensiegerelateerde producten te vergemakkelijken, in het bijzonder met algemene vergunningen en in het bijzonder voor onderdelen, getuige artikel 4, lid 7 en 8. van de richtlijn (dat ook de basis vormt voor artikel 20 van het Wapenhandelbesluit; zie verder artikel 13). Het moet hier in die zin sowieso al gaan over niet-essentiële onderdelen (voor integratie), waardoor het in het licht van richtlijn 2009/43 proportioneel is om deze volledig onder de algemene vergunningen te brengen, ook al zijn ze bestemd voor integratie in gevoelige goederen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het feit dat hetzelfde niet-essentiële onderdeel zowel bestemd kan zijn voor gevoelige goederen als voor defensiegerelateerde producten die geen gevoelige goederen zijn. Artikel 6, punt 2°, vertaalt de regel die op basis van artikel 19, § 4, van het Wapenhandeldecreet geldt voor houders van individuele en globale vergunningen naar gebruikers van algemene vergunningen. Omdat gebruikers van algemene vergunningen na hun registratie - mits voldoening aan de voorwaarden en beperkingen - onbeperkt kunnen gebruik maken van de algemene vergunningen waarvoor ze zich geregistreerd hebben, kan hier niet verwezen worden naar de geldigheidsduur van de vergunning, zoals dat in het voormelde artikel 19, § 4, wel het geval is voor individuele en globale vergunningen. De periode van drie jaar is echter analoog aan de geldigheidsduur van individuele en globale vergunningen. Het moet wel duidelijk zijn - vooral bij wederuitvoer - dat deze regel in feite pas relevant wordt als de gebruiker van de algemene vergunning de informatie in kwestie pas ontvangt na afloop van de rapporteringsperiode waarin hij de goederen in kwestie heeft overgebracht. Als hij binnen de rapporteringsperiode bijvoorbeeld informatie krijgt over eerder niet gekend eindgebruik of een eerder niet gekende eindgebruiker, moet hij die informatie sowieso rapporteren volgens de standaardregels van artikel 57 en 58 van het Wapenhandelbesluit. Artikel 7 en 8 moeten gewoonweg verzekeren dat de algemene vergunning voor overbrengingen in het kader van een intergouvernementeel samenwerkingsprogramma enkel daarvoor gebruikt worden. Artikelen 50, 51 en 52 verwerken deze wijzigingen in de relevante algemene vergunningen in bijlage 5, 6 en 9 van het Wapenhandeldecreet. Artikel 9 Dit artikel voegt in Deel 1, Titel 1, van het Wapenhandelbesluit een nieuw hoofdstuk 3 en een nieuw artikel 13/1 in. Het vormt mee de uitvoering van artikel 6 van het optimalisatiedecreet dat de doorvoercontrole in artikel 8 van het Wapenhandeldecreet hervormt. Het vierde lid van de nieuwe paragraaf 2/1 van artikel 8 voorziet dat de Vlaamse Regering kan bepalen dat de vergunningsvrijstellingen voor EER-lidstaten bij doorvoer met overlading ook gelden voor een of meer lidstaten van de NAVO of van het Wassenaar Arrangement. Het nieuwe artikel 13/1 voorziet de vrijstelling nu voor de meeste NAVO- en Wassenaar-lidstaten, waarbij de volgende landen momenteel te gevoelig werden geacht in het licht van de criteria in artikel 26 en 28 van het Wapenhandeldecreet om systematisch vrij te stellen: Albanië, Mexico, Oekraïne, Rusland, Turkije en Zuid-Afrika. Daarbij werd onder meer rekening gehouden met geldende beperkende maatregelen, de algemene toepassing van de uit- en doorvoercriteria van het van Wapenhandeldecreet, het exportcontrolebeleid van de betreffende landen en met de behandeling van vergunningsaanvragen voor de betreffende landen in de afgelopen jaren, zowel op Vlaams als op Europees niveau. Voor die landen blijft bij doorvoer met overlading dus momenteel systematisch een vergunning nodig, wat uiteraard niet systematisch hoeft te leiden tot vergunningsweigering. Het maakt enkel een beoordeling geval-per-geval. Het artikel voorziet wel een delegatie aan de minister die hem toelaat om de niet-toepassing van de afwijking op de voornoemde landen te herevalueren in het licht van de omstandigheden omtrent de toets, vermeld in artikel 26 en 28, van het Wapenhandeldecreet en het exportcontrolebeleid in de landen in kwestie. De minister kan de afwijking voor die landen alsnog toestaan als hij op een bepaald moment oordeelt dat het exportcontrolebeleid van een dergelijk land en de omstandigheden die het voorwerp zijn van de toets aan de uitvoercriteria van het Wapenhandeldecreet van eenzelfde niveau zijn als het beleid en de omstandigheden in de NAVO- en Wassenaar-lidstaten waarvoor de Vlaamse Regering de afwijking al voorzien heeft. Op dezelfde manier kan hij bij de toetreding van een nieuwe lidstaat tot de NAVO of het Wassenaar Arrangement evalueren of de afwijking op de nieuwe lidstaat kan toegepast worden of niet. Omgekeerd kan hij de toepassing van de afwijking op de wel genoemde landen ook herevalueren, mocht daar aanleiding toe bestaan. In die zin kan hij bestaande vergunningsvrijstellingen voor een NAVO- of Wassenaar-lidstaat opheffen, als hij oordeelt dat er gewijzigde omstandigheden hebben plaatsgevonden die een dermate belangrijk negatief effect kunnen hebben op het exportbeleid van het land in kwestie of op de toets aan de uitvoercriteria van het Wapenhandeldecreet dat deze niet langer van eenzelfde niveau zijn als het beleid en de omstandigheden in de andere NAVO- en Wassenaar-lidstaten waarvoor een afwijking geldt. De Vlaamse Regering kan deze bevoegdheid overigens aan de minister delegeren omdat het niet over een reglementaire bevoegdheid gaat; de minister kan immers enkel beslissen over de al dan niet toepassing van de afwijking met betrekking tot de landen het Wapenhandeldecreet die zelf heeft vastgelegd, namelijk de lidstaten van de NAVO en het Wassenaar Arrangement. Voor de duidelijkheid, NAVO- en WA-lidstaten die ook EER-lidstaten zijn hoeven niet in dit artikel 13/1 vermeld te worden, voor deze landen geldt de vrijstelling rechtstreeks op basis van het derde lid van de nieuwe paragraaf 2/1 van artikel 8 van het Wapenhandeldecreet. Artikel 10 Dit artikel wijzigt artikel 14 van het Wapenhandelbesluit, dat bepaalt welke gegevens en documenten een vergunningsaanvraag betreffende defensiegerelateerde producten minimaal moet bevatten. Het vormt gedeeltelijk de uitvoering van artikel 11 en 14 van het optimalisatiedecreet en van de conceptnota, maar geeft ook gewoon verdere uitvoering aan de ongewijzigde bepalingen in artikel 7, § 3, en artikel 8, § 4, die algemeen stellen dat de Vlaamse Regering de procedure voor de aanvraag en toekenning van die vergunningen en de nadere regels ervan vaststelt. De toevoeging van een tweede lid aan paragraaf 1 in punt 1° geeft rechtstreeks uitvoering aan de conceptnota waarin vooropgesteld werd om de relevante bepalingen betreffende globale vergunningen in het Wapenhandelbesluit "in overeenstemming te brengen met de eigenheid van globale vergunningen als vergunningen die worden toegekend voor een onbepaalde hoeveelheid van bepaalde defensiegerelateerde producten of productcategorieën" (zie ook artikel 12 en artikel 46). De toevoeging van een derde lid aan paragraaf 1 in punt 1° betreft enerzijds louter verdere uitvoering en anderzijds uitvoering van het optimalisatiedecreet. Punten 1° en 2° in het toegevoegde derde lid verankeren een administratieve praktijk uit het huidige aanvraagformulier waarin al naar deze gegevens gevraagd wordt. De vraag naar de gegevens van andere betrokken partijen moet zorgen voor meer transparantie over de transactie en een betere inschatting van het afwendingscriterium als vermeld in artikel 26, § 8, van het Wapenhandeldecreet. In de huidige toelichting bij het aanvraagformulier worden de vermelde andere betrokken partijen als volgt gedefinieerd: - een "nakomende bestemmeling" is een partij waaraan de bestemmeling de goederen levert en die op zijn beurt de goederen aan de eindgebruiker levert, al dan niet na integratie; - een "tussenpersoon" of "broker" is een derde partij die betrokken was bij het creëren van de voorwaarden voor het sluiten van de overeenkomst met als voorwerp de beoogde overbrenging of uitvoer; - een "uitvoerder" is een partij die de overbrenging of uitvoer regelt of uitvoert voor de aanvrager; - een "expediteur" is een persoon of onderneming die instaat voor de organisatie van de verzending en/of het vervoer van de goederen; - een "douane-agent" is een persoon of onderneming die instaat voor de afhandeling van de douaneformaliteiten betreffende de beoogde uit- of doorvoer; - een "vervoerder" is de persoon of onderneming die instaat voor het vervoer van de betreffende goederen. Van "vervoerder" werd met artikel 2, punt 7°, van het optimalisatiedecreet nu een definitie in artikel 2, punt 17° /1, van het Wapenhandeldecreet ingeschreven: "als die verschillend is van de exporteur of de importeur, de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, al dan niet vertegenwoordigd door een derde, die het transport van de in-, uit-, doorvoer of overbrenging uitvoert". De wijze van vervoer en het uitklaringskantoor worden gevraagd in het licht van de mogelijkheid in artikel 12 van het Wapenhandeldecreet om aan de toekenning en het gebruik van vergunning voorwaarden en beperkingen op te leggen die er op gericht zijn bij te dragen tot de naleving van het Wapenhandeldecreet en het Wapenhandelbesluit. Punt 3° in het toegevoegde derde lid, tot slot, hangt samen met artikel 15 van het optimalisatiedecreet dat de verplichting hieromtrent in artikel 25 van het Wapenhandeldecreet aanpast. Hetzelfde geldt voor de vooropgestelde vervanging van punt 4° in punt 3°. De vooropgestelde vervanging van punt 2° en 3° in punt 3° hangt dan weer samen met de "verankering van de eindgebruikersverklaring", door artikel 11 en 14 van het optimalisatiedecreet in artikel 19 en 24 van het Wapenhandeldecreet (zie ook hieronder artikel 11). De vervanging van punt 4° betreft louter verdere uitvoering. Het gaat hier over gevallen waarin ten laatste op het moment van de beslissing over de vergunningsaanvraag bekend is dat de goederen vanuit het land van bestemming - eventueel na integratie in een groter geheel - verder zullen uitgevoerd of overgebracht worden naar een ander land en de eindgebruiker in dat land op dat moment bekend is. Als het land van bestemming voor die verdere uitvoer of overbrenging ten laatste op het moment van de beslissing over de Vlaamse vergunningsaanvraag al een vergunning heeft toegekend, moet de Vlaamse aanvrager een kopie daarvan aan de dienst Controle Strategische Goederen bezorgen. De toegekende vergunning kan dan een element zijn in de beoordeling van de Vlaamse vergunningsaanvraag. Punt 4° betreft louter verdere uitvoering. Punt 5° geeft uitvoering aan artikel 5 van het optimalisatiedecreet, dat aan artikel 6 van het Wapenhandeldecreet een derde lid toevoegt, waarin de voorlegging van het betreffende document wordt vereist. Artikel 11 Dit artikel voegt een nieuw artikel 14/1 in het Wapenhandelbesluit in en voert punt 1° van respectievelijk artikel 11 en 14 van het optimalisatiedecreet uit. Dat punt schrijft in de vervangen paragraaf 2 van artikel 19 en 24 van het Wapenhandeldecreet telkens in dat een vergunningsaanvrager bij zijn aanvraag een verklaring van de eindgebruiker moet voegen en dat de Vlaamse Regering de nadere regels van die verklaring van de eindgebruiker vaststelt. De inhoud van het artikel bouwt grotendeels voort op het bestaande sjabloon van eindgebruikersverklaring dat de dienst Controle Strategische Goederen sinds 2015 hanteert. Dat sjabloon is zelf gedeeltelijk gebaseerd op het Europese model van eindgebruikerscertificaat voor uitvoer van producten tweeërlei gebruik en houdt rekening met aanbevelingen van het relevante internationale fora ter zake, in het bijzonder de zogenaamde "End-User Assurances Commonly Used Consolidated Indicative List" van het Wassenaar Arrangement. Wat betreft de verbintenissen die de eindgebruiker moet aangaan wordt gewerkt met een aantal algemene verbintenissen en een aantal specifieke verbintenissen voor specifieke gevallen van aanwending van de goederen, i.e. operationeel gebruik (bijvoorbeeld door een krijgsmacht of een politiedienst) en integratie. Bij dat laatste moet het duidelijk zijn dat in de context van het Wapenhandeldecreet en het Wapenhandelbesluit integratie van goederen in een groter geheel als eindgebruik kan beschouwd worden en een systeemintegrator dus als eindgebruiker. Dit vloeit voort uit de definitie van "eindgebruiker" in artikel 2, 7°, van het Wapenhandeldecreet, namelijk "de op het moment van de beslissing over de vergunningsaanvraag laatst bekende natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan het gebruik van de over te brengen of uit of door te voeren goederen zal toevallen". Het artikel verwijst ook naar zowel andere gegevens als andere verbintenissen die kunnen vereist worden, met vermelding van artikel 19, § 3, en 24, § 3, van het Wapenhandeldecreet. In die artikelen is deze mogelijkheid uitdrukkelijk voorzien en is het opleggen van een zogenaamde "wederuitvoerverbintenis" in sommige gevallen zelfs verplicht. Met uitzondering van overbrenging/uitvoer met eindgebruik in EU-, NAVO- en bepaalde Wassenaar-lidstaten is dat het geval als het gaat over "gevoelige goederen" (cf. artikel 2, 9°, van het Wapenhandeldecreet) of als de dienst Controle Strategische Goederen oordeelt dat: 1) het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste wederuitvoer; of 2) het exportcontrolebeleid en de effectiviteit van het exportcontrolesysteem van het opgegeven land van eindgebruik buiten de EU aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven. Artikel 12 Dit artikel wijzigt artikel 17 van het Wapenhandelbesluit, dat bepaalt welke gegevens een vergunning betreffende defensiegerelateerde producten minimaal moet bevatten (in uitvoering van artikel 7, § 3, en artikel 8, § 4, van het Wapenhandeldecreet). Het geeft rechtstreeks uitvoering aan de conceptnota waarin vooropgesteld werd om de relevante bepalingen betreffende globale vergunningen in het Wapenhandelbesluit "in overeenstemming te brengen met de eigenheid van globale vergunningen als vergunningen die worden toegekend voor een onbepaalde hoeveelheid van bepaalde defensiegerelateerde producten of productcategorieën" (zie ook artikel 10 en artikel 46). Artikel 13 Dit artikel wijzigt artikel 20 van het Wapenhandelbesluit, dat de toepassing artikel 12 van het Wapenhandeldecreet kadert en de omzetting vormt van artikel 4, lid 7 en 8, van richtlijn 2009/43 over de overbrenging van onderdelen. De aanpassing in punt 1° en de identieke aanpassing in punt 2° verduidelijken dat het niet opleggen van uitvoerbeperkingen hier ook inhoudt dat de vergunning niet geweigerd wordt. Let wel, het gaat hier enkel in gevallen waarin de dienst Controle Strategische Goederen oordeelt dat de overbrenging in kwestie niet gevoelig is (op basis van de parameters in paragraaf 1, tweede lid, van artikel 20 van het Wapenhandelbesluit). De andere aanpassing in punt 2° vormt de tegenhanger betreffende individuele en globale vergunningen van artikel 6, dat de behandeling van overbrenging van niet-essentiële onderdelen op basis van algemene vergunningen in artikel 9 van het Wapenhandelbesluit wijzigt. Artikel 14 Dit artikel wijzigt artikel 22 van het Wapenhandelbesluit, dat de aanvraag van een voorlopig advies regelt (in uitvoering van artikel 9, § 3, van het Wapenhandeldecreet). Het artikel past de relevante wijzigingen betreffende de aanvraag van een vergunning - zie artikel 10 - toe op de aanvraag van een voorlopig advies. Artikel 15 Dit artikel wijzigt artikel 27 van het Wapenhandelbesluit en verlengt de geldigheidsduur van de schriftelijke bevestiging van één naar drie jaar. De geldigheidsduur wordt daarmee gelijkgeschakeld met deze van vergunningen. De bepaling geeft rechtstreeks uitvoering aan de conceptnota waarin deze verlenging vooropgesteld werd. Formeel geeft dit artikel verdere uitvoering aan de ongewijzigde bepaling in artikel 9, § 3, van het Wapenhandeldecreet die stelt dat de Vlaamse Regering de nadere regels van de schriftelijke bevestiging vastlegt. Artikel 16, 17 en 18 Deze artikelen wijzigen respectievelijk artikelen 29, 30 en 31 van het Wapenhandelbesluit, die de aanvraagprocedure en de nadere regels van de voorafgaande machtiging vastleggen (in uitvoering van artikel 10, § 2, laatste lid van het Wapenhandeldecreet). Ze vormen gedeeltelijk de uitvoering van artikel 7 van het optimalisatiedecreet en van de conceptnota, maar geven ook gewoon verdere uitvoering aan het voormelde artikel 10 van het Wapenhandeldecreet. De drie punten van artikel 16 vloeien voort uit artikel 7 van het optimalisatiedecreet, waarmee de vereiste van betrouwbaarheid van de aanvrager van een voorafgaande machtiging uitdrukkelijk werd ingeschreven in artikel 10 van het Wapenhandeldecreet. Daarbij wordt uitdrukkelijk gesteld dat rekening gehouden wordt met het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssysteem van de aanvrager en met de benoeming van een verantwoordelijk directielid. Het is dan ook logisch dat daarover verplicht gegevens en documenten moeten voorgelegd worden, zoals voorzien in punten 1° en 2°. Het is evenzeer logisch dat de evaluatie van die elementen moet kunnen leiden tot voorwaarden daaromtrent, zoals voorzien in punt 3°. De bestaande paragraaf 2 wordt daarin herwerkt, ook met het oog op duidelijkheid en analogie met artikel 33 over het certificaat van gecertificeerde persoon (zie daaromtrent ook artikel 20). Punt 1° van artikel 17 hangt samen met de voormelde kwestie en voorziet de vermelding van het directielid in kwestie op de voorafgaande machtiging. Dit is nuttig omdat het ook aangeeft wie bevoegd is om vergunningsaanvragen voor de rechtspersoon te ondertekenen. Punt 2° van artikel 17 en punt 2° van artikel 18 vormen louter verdere uitvoering van artikel 10, § 2, laatste lid van het Wapenhandeldecreet en hebben betrekking op de herevaluatie van toegekende voorafgaande machtigingen. Het gaat daarbij weliswaar ook op het rechtzetten van lacunes; de toegevoegde bepalingen waren al voorzien in de sectie over het (gelijkaardige) certificaat van gecertificeerde persoon. De toevoeging in punt 1° van artikel 18 heeft evenzeer te maken met herevaluatie, maar werd al wel vooropgesteld in de conceptnota. Net als in artikel 10 van het Wapenhandeldecreet ontbreekt in artikel 31 de Administratie der Douane en Accijnzen als instantie waaraan advies kan gevraagd worden. Artikel 19 t/m 22 Deze artikelen wijzigen respectievelijk artikelen 32, 33, 34 en 35 van het Wapenhandelbesluit, die de aanvraagprocedure en de nadere regels van het certificaat van gecertificeerde persoon vastleggen (in uitvoering van artikel 14, § 3, laatste lid, van het Wapenhandeldecreet). Ze geven rechtstreeks uitvoering aan de conceptnota. De toevoegingen in artikel 19, punt 1°, en artikel 21 betreffen de vermelding van de persoonlijk verantwoordelijke personen bij de aanvraag en afhandeling van een certificaat van gecertificeerde persoon. De toevoeging in artikel 20 zet de lacune recht dat in het artikel over het opleggen van voorwaarden en beperkingen niet uitdrukkelijk verwezen werd naar het zogenaamde "internal compliance programma" ("ICP") van de aanvrager en de daaraan verbonden elementen uit in artikel 14, § 3, het Wapenhandeldecreet. Ook daaromtrent moeten logischerwijze voorwaarden opgelegd kunnen worden. Strikt juridisch was dit geen probleem. De voormelde elementen maken immers deel uit van de beoordeling van een aanvraag van een certificaat en zouden dus een weigeringsgrond kunnen zijn, waardoor het logischerwijze mogelijk moet zijn om in plaats van een weigering uit te spreken voorwaarden op te leggen die alsnog de toekenning van een certificaat toelaten (vanuit het principe "cui licet quod maius, non debet quod minus est non licere" of nog "qui peut le plus, peut le moins"). Omwille van de duidelijkheid en rechtszekerheid is het echter aangewezen om in het reeds bestaande artikel over beperkingen en voorwaarden ook uitdrukkelijk te verwijzen naar eventuele voorwaarden omtrent de voormelde elementen (zie in die zin ook artikel 16 over de voorafgaande machtiging). De toevoegingen in artikel 19, punt 2°, en artikel 22 zetten net als bij de voorafgaande machtiging de lacune recht dat de Administratie der Douane en Accijnzen niet vermeld wordt als instantie waaraan advies kan gevraagd worden. Artikel 23 Dit artikel voegt in Deel 3, Titel 1, van het Wapenhandelbesluit een nieuw hoofdstuk 2 en een nieuw artikel 37/1 in. Het is de tegenhanger betreffende civiele vuurwapens van artikel 9 betreffende defensiegerelateerde producten. Het vormt in die zin mee de uitvoering van artikel 19 van het optimalisatiedecreet, dat de doorvoercontrole in artikel 30 van het Wapenhandeldecreet hervormt. Artikel 24 Dit artikel wijzigt de titel van Deel 3, Titel 2, Hoofdstuk 1, van het Wapenhandelbesluit. De vervanging kadert binnen de vervanging van de vergunningsverplichtingen in artikel 36, § 2, en 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet door een kennisgevingsverplichting (cf. artikel 22 en 23 van het optimalisatiedecreet). Artikel 25 Dit artikel wijzigt artikel 38 van het Wapenhandelbesluit, dat bepaalt welke gegevens en documenten een vergunningsaanvraag betreffende civiele vuurwapens minimaal moet bevatten. De vervanging in punt 1° en de opheffing in punt 2° kaderen binnen de vervanging van de vergunningsverplichtingen in artikel 36, § 2, en 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet door een kennisgevingsverplichting (cf. artikel 22 en 23 van het optimalisatiedecreet). De vervanging in punt 4° vloeit voort uit artikel 20 van het optimalisatiedecreet, dat de regeling in artikel 31, § 2, derde lid, van het Wapenhandeldecreet over de opgave van serienummers aanpast (zie ook artikel 46). Punten 5° en 6° vormen de tegenhanger betreffende civiele vuurwapens van artikel 10, punt 3°, betreffende defensiegerelateerde producten. De vooropgestelde wijzigingen in punt 4°, 5° en 6° hangen in die zin samen met de "verankering van de eindgebruikersverklaring", door artikel 24 van het optimalisatiedecreet in artikel 40 van het Wapenhandeldecreet (zie ook hieronder artikel 26). Artikel 26 Dit artikel voegt een nieuw artikel 38/1 in het Wapenhandelbesluit in en vormt de tegenhanger betreffende civiele vuurwapens van artikel 11 betreffende defensiegerelateerde producten. Het voert in die zin punt 2° van artikel 24 van het optimalisatiedecreet uit, dat in een nieuw derde lid van artikel 40, § 2, van het Wapenhandeldecreet inschrijft dat de Vlaamse Regering de nadere regels van de verklaring van de eindgebruiker vaststelt. Artikel 27 en 28 Deze artikelen wijzigen artikel 41 en 42 van het Wapenhandelbesluit. De vervangingen en opheffing kaderen binnen de vervanging van de vergunningsverplichtingen in artikel 36, § 2, en 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet door een kennisgevingsverplichting (cf. artikel 22 en 23 van het optimalisatiedecreet). Artikel 29, 30 en 31 Artikel 29 wijzigt het opschrift van Deel 3, Titel 2, Hoofdstuk 3, van het Wapenhandelbesluit, artikel 30 voegt daaronder een nieuw artikel 44/1 in en artikel 31 wijzigt artikel 45. Momenteel bepaalt dit hoofdstuk enkel welke gegevens en documenten een kennisgeving van een overbrenging van civiele vuurwapens door een wapenhandelaar met open vergunning naar een wapenhandelaar in een andere EU-lidstaat minimaal moet bevatten (in uitvoering van artikel 36, § 1, eerste lid, van het Wapenhandeldecreet). Daaromtrent vormt de toevoeging van een punt 3° in artikel 45, § 1, tweede lid, met artikel 31, punt 3°, de rechtstreekse uitvoering van de conceptnota, waarin werd vooropgesteld om de ambiguïteit op te lossen dat "[artikel 45, § 1, tweede lid] niet duidelijk maakt of de verplichte toevoeging van een "afschrift van de open vergunning" betrekking heeft op de open vergunning van de wapenhandelaar in het Vlaamse Gewest die de wapens gaat overbrengen, dan wel op de wapenhandelaar in de ontvangende EU-lidstaat". Artikel 29 maakt in de titel van het hoofdstuk duidelijk dat het hoofdstuk nu ook de open vergunning op zich regelt en de nieuwe kennisgevingsprocedure voor erkende wapenhandelaars - identiek aan deze voor particulieren - bij tijdelijke overbrenging, in- en uitvoer voor bepaalde doeleinden. Daarmee voert artikel 29 artikel 22 en 23 van het optimalisatiedecreet uit, die artikel 36, en 39 van het Wapenhandeldecreet in die zin wijzigen. Artikel 30 bevat in die zin de nadere regels van de open vergunning; artikel 31 maakt de bestaande kennisgevingsregels ook toepasselijk op de voormelde tijdelijke overbrengingen. De vervanging van de vergunningsverplichtingen in artikel 36, § 2, en 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet door een kennisgevingsverplichting leidde ook tot aanpassingen in artikel 4, 38, 41, 42, 57, 59, 60, 61 en 62 van het Wapenhandelbesluit en de opschriften van Deel 3, Titel 2, Hoofdstuk 1 en Deel 8, Titel 1 en 2 (zie artikel 2, 24, 25, 27, 28, 43, 44, 45, 46, 48 en 49). Artikel 32 t/m 35 Deze artikelen wijzigen respectievelijk artikelen 46, 47 en 49 van het Wapenhandelbesluit, die de schorsing, intrekking en beperking van vergunningen, machtigingen, certificaten, voorlopige adviezen en schriftelijke bevestigingen regelen (in uitvoering van artikel 43, § 1). De wijziging vloeit voort uit de introductie van de mogelijkheid voor de Vlaamse Regering om algemene beperkende maatregelen te nemen, waarbij de beslissingsbevoegdheid uitdrukkelijk bij de Vlaamse Regering, die als college ligt (zie hieronder de toelichting bij artikel 36). Omdat een schorsing, intrekking en beperking van bestaande vergunningen bij wijze van algemene maatregel inhoudelijk op identieke gronden beslist als algemene beperkende maatregelen, is het opportuun om ook de procedure en de beslissingsbevoegdheid gelijk te schakelen. De regeling voor de schorsing, intrekking of beperking bij wijze van individuele maatregel - i.e. wanneer de aanleiding tot de schorsing, intrekking of beperking betrekking heeft op de specifieke situatie van een of meerdere specifieke personen - kan behouden blijven; artikelen 47 en 49 van het Wapenhandelbesluit voorzien immers een specifieke procedure met een recht op verweer voor de specifiek betrokken personen. Om het onderscheid in procedure duidelijk te maken voorziet artikel 33 wel de toevoeging van een zin in artikel 47, die de bevoegdheid voor schorsingen, intrekkingen en beperkingen bij wijze van individuele maatregel uitdrukkelijk bij de minister legt (zie ook de toelichting bij artikel 37). Voor alle duidelijkheid, het onderscheid tussen schorsing, intrekking en beperking van vergunningen (en voorlopige adviezen) bij wijze van algemene maatregel ten opzichte van individuele maatregel werd al in het verslag bij het oorspronkelijke Wapenhandelbesluit geduid. Er is sprake van een individuele maatregel als de situatie waarop het voornemen van de schorsing, intrekking of beperking gebaseerd is - één van de situaties vermeld in punten 1° tot en met 3° van artikel 43, § 1, van het Wapenhandeldecreet - verbonden is aan een of meerdere specifieke personen en de vergunning of vergunningen die aan deze persoon of personen is of zijn toegekend. De oorzaak van een schorsing, intrekking of beperking bij wijze van algemene maatregel houdt daarentegen geen verband met specifieke aanvragers of gebruikers van vergunningen. De oorzaak ligt anders gezegd niet in laakbaar gedrag van specifieke aanvragers of gebruikers van vergunningen. Het gaat integendeel over externe feiten, zoals bijvoorbeeld het uitbreken van een gewapend conflict in een land waarvoor eerder uitvoervergunningen werden toegekend. Aangezien de oorzaak van een algemene maatregel dus geen betrekking heeft op het gedrag van specifieke personen, en gelet op het eventuele hoge aantal van betrokken personen, zijn de procedure en de daaraan verbonden waarborgen anders. Artikel 36 Dit artikel voegt een nieuw artikel 49/1 in het Wapenhandelbesluit in en voert artikel 27 van het optimalisatiedecreet uit dat in het nieuwe artikel 43/1 van het Wapenhandeldecreet de mogelijkheid voor de Vlaamse Regering introduceert om algemene beperkende maatregelen te nemen en voor een bepaalde periode de uitvoer van defensiegerelateerde producten naar een bepaald land of een bepaalde gebruiker te verbieden. Paragraaf 3 van het nieuwe artikel 43/1 voorziet daarbij dat de Vlaamse Regering de procedure voor het opleggen, verlengen en aanpassen van de maatregel en de nadere regels ervan vastlegt. In de tekst van het nieuwe artikel 43/1 en de memorie van toelichting daarbij wordt in die zin al uitdrukkelijk gesteld dat het de Vlaamse Regering is, die als college een beslissing zal moet nemen, op voorstel van de bevoegde minister. Dit is hier overgenomen. Er is daarbij wel voorzien dat die beslissing gebeurt na advies van de dienst Controle Strategische Goederen. Met het oog op dit advies werden een aantal elementen opgelijst die minimaal in dergelijk advies behandeld moeten worden. Deze elementen houden rekening met de richtsnoeren die de memorie van toelichting bij het nieuwe artikel 43/1 voorziet voor de eventuele overweging van een algemene beperkende maatregel. Artikel 37 Dit artikel wijzigt artikel 50 van het Wapenhandelbesluit, dat de tijdelijke uitsluiting van aanvragers regelt (in uitvoering van artikel 44, § 1, van het Wapenhandeldecreet). De beslissingsbevoegdheid daaromtrent ligt bij de minister. In lijn met artikel 33, dat over de ministeriële bevoegdheid voor schorsingen, intrekkingen en beperkingen bij wijze van individuele maatregel een uitdrukkelijke zin toevoegt in het relevante artikel 47 van het Wapenhandelbesluit, wordt met dit artikel in artikel 50 van het Wapenhandelbesluit een identieke zin toegevoegd over de ministeriële bevoegdheid voor tijdelijke uitsluitingen (die per definitie individuele maatregelen zijn). Artikel 38 Dit artikel wijzigt artikel 52 van het Wapenhandelbesluit, dat de uitoefening van het hoorrecht bij weigering regelt (in uitvoering van artikel 45 van het Wapenhandeldecreet). Het artikel maakt de opgenomen procedure bijkomend van toepassing op de weigering van een schriftelijke bevestiging. Dit betreft de uitvoering van artikel 28 van het optimalisatiedecreet dat de betreffende anomalie in artikel 45 van het Wapenhandeldecreet rechtzet. Artikel 39 Dit artikel voegt een paragraaf toe aan artikel 53 van het Wapenhandelbesluit, dat handelt over de aanwijzing van toezichthouders. In uitvoering van artikel 29 van het optimalisatiedecreet dat in artikel 46 van het Wapenhandeldecreet de mogelijkheid inschrijft om aan bepaalde toezichthouders de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toe te kennen, wordt deze bevoegdheid gedelegeerd aan de secretaris-generaal van het Departement Buitenlandse Zaken. Het gaat hier voor de secretaris-generaal uiteraard over de individuele toepassing van de mogelijkheid om de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toe te kennen. De secretaris-generaal heeft in dat opzicht in artikel 53 al de bevoegdheid om toezichthouders aan te wijzen. Verder wordt ook de naam van het relevante departement aangepast aan de nieuwe benaming Departement Buitenlandse Zaken. Artikel 40 Dit artikel past in artikel 54 van het Wapenhandelbesluit de naam van het relevante departement aan aan de nieuwe benaming Departement Buitenlandse Zaken. Artikel 41 Dit artikel wijzigt artikel 55 van het Wapenhandelbesluit, dat de procedure van administratieve sanctionering regelt (in uitvoering van artikel 48 - sinds artikel 31, punt 5°, van het optimalisatiedecreet paragraaf 2 - van het Wapenhandeldecreet.) De wijzigingen in punt 1° en 2° hangen samen met de introductie door artikel 31, punt 4°, van het optimalisatiedecreet van exclusieve administratieve sancties voor bepaalde inbreuken in het nieuwe paragraaf 1, tweede lid van artikel 48 van het Wapenhandeldecreet: - punt 1° : Zoals voorzien in de nieuwe paragraaf 4 van artikel 46 van het Wapenhandeldecreet worden inbreuken die exclusief sanctioneerbaar zijn met administratieve sancties niet vastgesteld in een proces-verbaal, maar in een verslag van vaststelling. - punt 2° : Inbreuken die exclusief sanctioneerbaar zijn met administratieve sancties zijn niet strafrechtelijk vervolgbaar en daarom is punt 2° van artikel 55, § 1 van het Wapenhandelbesluit enkel nog relevant voor misdrijven en pogingen tot misdrijf (waarvoor het systeem van alternatieve administratieve sancties geldt). De wijziging in punt 3° werd vooropgesteld in de conceptnota. Het gaat hier louter over het rechtzetten van een materiële fout. Er wordt in deze bepaling gesproken over het meedelen van verweermiddelen aan de minister terwijl dit aan de secretaris-generaal moet zijn; het is immers de secretaris-generaal die op basis van artikel 54 van het Wapenhandelbesluit bevoegd is om administratieve sancties op te leggen, niet de minister. Artikel 42 Dit artikel zet een grammaticale fout recht in de laatste zin van artikel 56, § 2, van het Wapenhandelbesluit. Artikel 43 t/m 49 Deze artikelen wijzigen de opschriften en de bepalingen van deel 8 van het Wapenhandelbesluit, dat de rapportering over het gebruik van vergunningen regelt (artikel 57 t/m 62; in uitvoering van bepaling in artikel 49, § 4, van het Wapenhandeldecreet). Ze geven allemaal uitvoering aan het optimalisatiedecreet en/of de conceptnota. De wijzigingen in artikel 43 (opschrift titel 1), artikel 44 (artikel 57), artikel 45, punt 1° en 2° (artikel 59), artikel 46, punt 2° (artikel 60), artikel 46 (opschrift titel 2), artikel 48, punt 1° (artikel 61), en artikel 49, punt 1° (artikel 62) kaderen allemaal binnen de vervanging van de vergunningsverplichtingen in artikel 36, § 2, en 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet door een kennisgevingsverplichting (cf. artikel 22 en 23 van het optimalisatiedecreet). De opheffing in artikel 45, punt 3° vloeit voort uit artikel 20 van het optimalisatiedecreet, dat de regeling in artikel 31, § 2, derde lid, van het Wapenhandeldecreet over de opgave van serienummers aanpast (zie ook artikel 25). De vervanging in artikel 46, punt 1°, geeft uitvoering aan de doelstelling in de conceptnota om de relevante bepalingen betreffende globale vergunningen in het Wapenhandelbesluit "in overeenstemming te brengen met de eigenheid van globale vergunningen als vergunningen die worden toegekend voor een onbepaalde hoeveelheid van bepaalde defensiegerelateerde producten of productcategorieën" (zie ook artikel 10, punt 1°, en artikel 12). De toevoeging in artikel 46, punt 3°, en de toevoegingen in artikel 48, punt 2°, en artikel 49, punt 2°, tot slot, geven uitvoering aan de doelstelling in de conceptnota om de houders van vergunningen die tijdens een bepaalde rapporteringsperiode niet gebruikt werden te verplichten tot een zogenaamde "nulrapportering". Dit moet de opvolging van de rapportering door de dienst Controle Strategische Goederen optimaliseren. Artikel 50, 51 en 52 Deze artikelen verwerken de wijzigingen die artikel 6, 7 en 8 aanbrengen in artikel 9, 10 en 12 van het Wapenhandelbesluit betreffende voorwaarden en nadere regels van algemene vergunningen in de relevante algemene vergunningen in bijlage 5, 6 en 9. Artikel 53 en 54 De aanpassing van het Wapenhandelbesluit wordt aangegrepen om ook twee formele elementen te corrigeren in het ander besluit van de Vlaamse Regering dat de handel in strategische goederen aanbelangt, in dat geval de handel in producten voor tweeërlei gebruik - i.e. het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/03/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014035413 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand sluiten tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruiken het verlenen van technische bijstand. Artikel 53 past in artikel 2 van dat besluit de naam van het relevante departement aan aan de nieuwe benaming Departement Buitenlandse Zaken. Artikel 54 kadert binnen de problematiek van de beslissingsbevoegdheid over vergunningsaanvragen. Voor vergunningsaanvragen betreffende strategische goederen is er daaromtrent - gelet op de politieke gevoeligheid van de materie - een specifieke regeling. Algemeen is er artikel 3 van het ministerieel besluit van 3 april 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 03/04/2014 pub. 23/04/2014 numac 2014202419 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot delegatie van bepaalde bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van het Departement internationaal Vlaanderen sluiten tot delegatie van bepaalde bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van het Departement internationaal Vlaanderen. Daarin wordt aan de leidend ambtenaar van het Departement Buitenlandse Zaken delegatie verleend om de vergunningen toe te kennen of te weigeren voor een aantal types van aanvragen betreffende zowel defensiegerelateerde producten en civiele vuurwapens als voor producten voor tweeërlei gebruik. Specifiek over aanvragen betreffende defensiegerelateerde producten en civiele vuurwapens voorziet artikel 4 van het Wapenhandelbesluit verder uitdrukkelijk de basisregel dat principieel de minister over aanvragen beslist. Het voormelde besluit betreffende producten voor tweeërlei gebruik bevat dergelijke basisregel niet. Dit laatste riep vragen op in het licht van de algemene delegatieregeling in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen. Dat besluit geeft in artikel 17, punt 4°, departementshoofden immers heel algemeen de beslissingsbevoegdheid over alle vergunningsaanvragen - los van de materie - en bepaalt in artikel 18 dat beperkingen daarop voor "beslissingen waarvoor het aangewezen is dat ze, gelet op de omvang, draagwijdte en weerslag ervan, genomen worden door de minister, de Vlaamse Regering of een ander orgaan" moeten gespecificeerd worden in "het besluit van de Vlaamse Regering over de betrokken beleidsmaterie". Gelet op de gevoeligheid van de materie werd in het licht daarvan beslist om in het voormelde besluit betreffende producten voor tweeërlei gebruik een identieke regel in te schrijven als in artikel 4 van het Wapenhandelbesluit, die de beslissingsbevoegdheid principieel bij de minister legt. Voor aanvragen die minder gevoelig zijn kan dan bij ministerieel besluit alsnog een delegatie aan de secretaris-generaal van het Departement Buitenlandse Zaken voorzien worden, zoals dat momenteel het geval is met het ministerieel besluit van 3 april 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 03/04/2014 pub. 23/04/2014 numac 2014202419 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot delegatie van bepaalde bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van het Departement internationaal Vlaanderen sluiten tot delegatie van bepaalde bevoegdheden aan de leidend ambtenaar van het Departement internationaal Vlaanderen. De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed, G. BOURGEOIS ADVIES 62.841/1 VAN 22 FEBRUARI 2018 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING `TOT WIJZIGING VAN HET WAPENHANDELBESLUIT VAN 20 JULI 2012 EN HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 14 MAART 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/03/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014035413 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand sluiten TOT REGELING VAN DE UITVOER, DOORVOER EN OVERBRENGING VAN PRODUCTEN VOOR TWE"RLEI GEBRUIK EN HET VERLENEN VAN TECHNISCHE BIJSTAND' Op 17 januari 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 23 februari 2018, een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `tot wijziging van het Wapenhandelbesluit van 20 juli 2012 en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/03/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014035413 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand sluiten tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand'. Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 15 februari 2018 . De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Wouter PAS, staatsraden, Michel TISON, assessor, en Greet VERBERCKMOES, griffier. Het verslag is uitgebracht door Paul DEPUYDT, eerste auditeur-afdelingshoofd. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 22 februari 2018. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering beoogt diverse wijzigingen aan te brengen in het Wapenhandelbesluit van 20 juli 2012 (1) (artikelen 1 tot 52 van het ontwerp).Die wijzigingen strekken er blijkens het verslag aan de Vlaamse Regering vooral toe om het voornoemde besluit aan te passen aan de wijzigingen die bij het zogeheten "Optimalisatie decreet" van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten (2) werden aangebracht in het Wapenhandel decreet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2012 pub. 04/07/2012 numac 2012035751 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie sluiten (3). Daarnaast bevat het ontwerp van besluit een aantal bepalingen die maatregelen bevatten waarin - steeds volgens het verslag aan de Vlaamse Regering - werd voorzien in de conceptnota van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 `over de optimalisatie van het Wapenhandeldecreet en het Wapenhandelbesluit', benevens een aantal bepalingen die strekken tot de nadere uitvoering van artikelen van het oorspronkelijke Wapenhandeldecreet. Het ontwerp bevat tevens twee bepalingen die strekken tot het wijzigen van respectievelijk de artikelen 2 (naamsverandering van het bevoegde departement) en 3 (beslissingsbevoegdheid over vergunningsaanvragen) van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/03/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014035413 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de uitvoer, doorvoer en overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik en het verlenen van technische bijstand sluiten (4) (artikelen 53 en 54 van het ontwerp). 3.1. Alle wijzigingen die het ontwerp beoogt aan te brengen in het Wapenhandelbesluit (artikelen 1 tot 52) kunnen worden geacht rechtsgrond te vinden in het Wapenhandel decreet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2012 pub. 04/07/2012 numac 2012035751 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie sluiten, inclusief de wijzigingen die voortvloeien uit het "Optimalisatie decreet" van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten of die in het vooruitzicht werden gesteld in de reeds genoemde conceptnota van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 (5). Mede op basis van de rechtsgrondtabel die aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, is meegedeeld, kan de volgende opsomming worden gegeven van bepalingen van het Wapenhandel decreet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2012 pub. 04/07/2012 numac 2012035751 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie sluiten die rechtsgrond bieden voor de artikelen van het ontwerp die het Wapenhandelbesluit beogen te wijzigen: artikel 3, § 5, ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten, artikel 5, eerste lid, artikel 7, § 3, artikel 8, § 2/1, ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten, en § 4, artikel 9, § 3, artikel 10, § 2, vierde lid, vervangen bij het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten, artikel 12, § 3, artikel 14, § 3, tweede lid, artikel 19, § 2, tweede lid, vervangen bij het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten, artikel 24, § 2, tweede lid, vervangen bij het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten, artikel 30, § 3, artikel 36, § 1, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten, artikel 39, § 2, tweede lid, vervangen bij …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.