← België

Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft de speekselanalys

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de procedures voor speekselanalyses en bloedproeven bij het vermoeden van rijden onder invloed van bepaalde psychotrope stoffen, en de erkenning van laboratoria die deze analyses uitvoeren. Het doel is om de opsporing van drugs in het verkeer te verbeteren en de procedures hiervoor te uniformiseren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
27 NOVEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft de speekselanalyse en de bloedproef bij het sturen onder invloed van bepaalde psychotrope stoffen en de erkenning van de laboratoria VERSLAG AAN DE KONING Sire, Sturen onder invloed van andere stoffen dan alcohol wordt voor het eerst strafbaar gesteld krachtens de wet van 16 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten tot wijziging van de wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten. Op grond van dezelfde wet wordt aan de Koning machtiging verleend om de regels te bepalen volgens welke de bloedafname met het oog op de vaststelling van de aanwezigheid van die stoffen moet worden verricht. Dit resulteerde in het koninklijk besluit van 4 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten2 betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het gehalte van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden. Voormelde wet was aan herziening toe wegens de tijdrovende en omslachtige procedure met betrekking tot de urinetesten. De technologische vooruitgang die ondertussen werd geboekt in het detecteren van drugs via een speekselafname, gaf hiertoe de aanzet. De wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer worden, wat betreft de drugopsporing, aldus een tweede maal gewijzigd door de wet van 31 juli 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 15/09/2009 numac 2009014228 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot invoering van speekseltesten op drugs in het verkeer type wet prom. 31/07/2009 pub. 07/10/2009 numac 2009000659 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. - Duitse vertaling type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003295 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 27/08/2009 numac 2009009602 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende diverse bepalingen met betrekking tot het Centraal Strafregister type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003294 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van Richtlijn 2007/44/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector sluiten tot invoering van speekseltesten op drugs in het verkeer. Op grond van deze laatste wet wordt aan de Koning bijkomend machtiging verleend om voorzieningen te treffen tot nadere regeling van de speekselanalyse. De Koning stelt onder meer regels vast betreffende de wijze waarop het speekselstaal wordt genomen, bewaard en onderzocht, alsook betreffende de erkenning van de laboratoria. Nochtans zal de Koning eerst voorlopige erkenningen dienen ter harte te nemen, dit op advies van BELAC. Men dient om wetenschappelijke en praktische redenen een procedure van voorlopige erkenning te voorzien, zoniet zal op het terrein de continuïteit van bewijskracht gedurende 18 maanden niet meer kunnen worden verzekerd. Verdere commentaar hierover wordt gegeven in het hoofdstuk betreffende de erkenningen. Deze bijkomende regels dienden te worden ingevoegd in voormeld besluit van 4 juni 1999. Wetgevingstechnisch gaf dit echter problemen wat dan ook de lees- en uitvoerbaarheid van het besluit zeker niet ten goede zou komen. Daarom werd geopteerd om voormeld besluit op te heffen en de tekst mee over te nemen in een nieuw gestructureerd en chronologisch geheel en tevens te zorgen voor een zo groot mogelijke eenvormigheid op terminologisch en praktisch vlak tussen de speeksel- en bloedafname. Ook werd grotendeels tegemoet gekomen aan de opmerkingen gemaakt door de Inspectie van Financiën in zijn diverse adviezen en de Raad van State in haar advies nr. 54.451/4. Het nieuwe koninklijk besluit wordt opgedeeld in vijf hoofdstukken, namelijk : -hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen (art. 1 - 9). - hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen betreffende het speekselstaal (art. 10 - 13). - hoofdstuk 3. Specifieke bepalingen betreffende de bloedproef (art. 14 - 17); - hoofdstuk 4. Bepalingen betreffende de erkenning van de laboratoria (art. 18 - 23); - hoofdstuk 5. Overgangsmaatregelen, wijzigings- en opheffingsbepalingen (art. 24 e.v.); - bijlagen 1 tot en met 4. Artikelsgewijze bespreking Hoofdstuk 1. - Definities en algemene bepalingen Artikel 1.Dit artikel bevat de definities. De definities in punten 1 tot en met 4 hebben betrekking op de strafvervolgingsprocedure. De term "opvorderende overheid" wordt ingevoerd om tot een éénvormigheid in de tekst de komen. Het betreft de magistraten van het parket en de officieren van gerechtelijke politie. De term "de gecontroleerde persoon" nodigt ook uit tot verduidelijking. Bij lezing van de nieuwe artikelen 61bis en 61ter, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 15/09/2009 numac 2009014228 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot invoering van speekseltesten op drugs in het verkeer type wet prom. 31/07/2009 pub. 07/10/2009 numac 2009000659 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. - Duitse vertaling type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003295 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 27/08/2009 numac 2009009602 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende diverse bepalingen met betrekking tot het Centraal Strafregister type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003294 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van Richtlijn 2007/44/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector sluiten, van de wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten betreffende de politie over het wegverkeer is het duidelijk dat de wetgever niet enkel beoogde de speekseltest en - afname en de bloedproef op te leggen aan de bestuurder van een voertuig die wordt vermoed te rijden onder recent druggebruik. Andere personen die door de wetgever worden beoogd zijn : bestuurder van een rijdier, de vermoedelijke dader van een verkeersongeval, medeveroorzaker of slachtoffer van een verkeersongeval, de begeleider van de bestuurder met het oog op scholing en de personen die op punt stonden te besturen of te begeleiden. Als gemeenschappelijke term voor alle voormelde personen werd geopteerd voor de term "gecontroleerde persoon". Door deze term te gebruiken wordt het advies van CENTREX-Wegverkeer en de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (hierna CBPL) gevolgd De punten 5 tot en met 7 betreffen nieuwe termen in deze reglementering en hebben betrekking op het administratieve luik van hoofdstuk IV betreffende de erkenning van de laboratoria. Door het invoeren van deze termen wordt in hoofdstuk IV duidelijk geschetst aan wie de aanvragen tot (voorlopige) erkenning worden gericht en welke verdere administratieve weg er wordt gevolgd met betrekking tot de (voorlopige) erkeningsprocedures of schorsingen of intrekkingen van de erkenningen. Punten 8 en 9 hebben betrekking op het technische luik waaraan de laboratoria dienen te voldoen om te worden erkend. Punt 10 wordt aan de eerste afdeling toegevoegd ingevolge het advies van de CBPL. Artikel 2.Dit artikel werd overgenomen uit de tekst van het koninklijk besluit van 4 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten2 betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het gehalte van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 2 juni 2010. Het verslag aan de Koning bij voornoemd wijzigingsbesluit blijft dus ook aangewezen lectuur. Conform de opvordering van de geneesheer voor het verrichten van de bloedproef wordt nu de tekst verder uitgebreid met verwijzingen naar de wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten betreffende de politie over het wegverkeer, zoals gewijzigd bij de wet van 31 juli 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 15/09/2009 numac 2009014228 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot invoering van speekseltesten op drugs in het verkeer type wet prom. 31/07/2009 pub. 07/10/2009 numac 2009000659 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. - Duitse vertaling type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003295 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 27/08/2009 numac 2009009602 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende diverse bepalingen met betrekking tot het Centraal Strafregister type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003294 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van Richtlijn 2007/44/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector sluiten, hierna "de wet" genoemd. Artikel 3.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Op verzoek van CENTREX-wegverkeer worden er hierna - aan de hand van voorbeelden - verduidelijkingen gegeven betreffende het 2° punt van de eerste paragraaf : de persoon die weigert mee te werken aan een speeksel- en /of bloedstaal, de persoon die het geslacht van de gevorderde arts inroept uit zogenaamde religieuze overtuigingen, een amokmaker die een geneeskundige controle niet toelaat om zo te trachten de procedure te saboteren,.... Voor verdere uitleg met betrekking tot de al dan niet vrije keuze van de arts wordt verder verwezen naar art. 131 van de Code van geneeskundige plichtenleer en naar de adviezen van de Nationale Orde der Geneesheren van 27 oktober 2007, 26 april 2008 en 21 juni 2008. Verder wordt in beide paragrafen de terminologie éénvormig gemaakt. Ingevolge het advies van de CBPL wordt dit artikel aangepast. Indien de dokter in deel III van het verslag medische gegevens noteert, mag dit verslag enkel aan de politieambtenaren worden overgemaakt wanneer het zich in een gesloten omslag bevindt. Artikel 4.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Wel vindt de overheid het nuttig de zinsnede "onmiddellijk op de snelste manier" te verduidelijken. De overheid acht het wenselijk dat het speeksel- of bloedstaal bij voorkeur binnen 48 uur na afname aan een erkend laboratorium wordt overgemaakt. Indien het einde van voormelde doorlooptijd echter in het weekeinde of op een feestdag valt, dan mag de overmaking worden uitgesteld tot de eerstvolgende werkdag. Op verzoek van CENTREX-Wegverkeer wordt hierna "de vlugste weg" verduidelijkt. Onder deze term wordt verstaan dat het raadzaam is de afgenomen stalen zo snel mogelijk vanaf de afname bij politiecontrole op een gepaste wijze over te brengen naar het gevorderde laboratorium en ze intussentijd in een koelkast bij 2-8° C te bewaren. Artikel 5.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2 en 4. Artikel 6.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Artikel 7.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Alhoewel CENTREX-Wegverkeer na lezing van het ontwerp verzoekt om de termijn van veertien kalenderdagen, bepaald in lid 2, te verminderen, en dit in de context van de korte termijnen ingevoerd door de wet van 31 juli 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 15/09/2009 numac 2009014228 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot invoering van speekseltesten op drugs in het verkeer type wet prom. 31/07/2009 pub. 07/10/2009 numac 2009000659 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. - Duitse vertaling type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003295 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 27/08/2009 numac 2009009602 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende diverse bepalingen met betrekking tot het Centraal Strafregister type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003294 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van Richtlijn 2007/44/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector sluiten, is dit onmogelijk voor de laboratoria. De laboratoria kunnen maar met de nodige analyses starten vanaf de ontvangst van alle nodige documenten afkomstig van de opvorderende overheid. Het bloed- of speekselstaal bevindt zich soms al enkele dagen daarvoor in het laboratorium. Artikel 8.Naar aanleiding van een opmerking van CENTREX-Wegverkeer werd de beginzin aangepast. Het Openbaar Ministerie machtigt een persoon om het resultaat mee te delen aan de gecontroleerde persoon. Deze bevoegde persoon kan de magistraat zelf zijn of een persoon door hem aangeduid. Deze aangeduide persoon kan dus ook één van de in artikel 59, § 1 van de wet bedoelde overheidspersonen zijn. Deze kennisgeving kan zowel mondeling als per aangetekend schrijven gebeuren. Indien het resultaat mondeling wordt medegedeeld dient een proces-verbaal van kennisgeving te worden opgemaakt. Ook nieuw is het tweede lid, en dit ook naar aanleiding van een opmerking van CENTREX-Wegverkeer. Het behoort, volgens artikel 1380, tweede lid Ger. Wb. toe aan het Openbaar Ministerie om te bepalen aan welke voorwaarden de mededeling van een afschrift van akten van onderzoek en van rechtspleging in correctionele en politiezaken is onderworpen. Ook de privacywet van 8 december 1992 bepaalt dat het tot de bevoegdheid van de rechterlijke macht en niet tot deze van de laboratoria behoort om te oordelen of de controlerende politiemacht een kopie van het resultaat van de analyse verkrijgt. Anderzijds is de opmerking van CENTREX-Wegverkeer niet onterecht. Men kan enkel leren beter en gerichter controles uit te voeren en met zo weinig mogelijk overlast voor andere weggebruikers, door lessen te kunnen trekken uit de resultaten van voorgaande controles. Verder wordt er nog verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Artikel 9.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Verder wordt de inhoud van lid 2 van dit artikel ook aangepast aan de nieuwe werkwijze van artikel 8. Hoofdstuk 2. - Het speekselstaal Artikel 10.Paragraaf 1 bevat zowel de onderdelen van het speeksel-afnamesysteem, de vermeldingen die op het systeem dienen te zijn aangebracht als de toebehoren die samen één geheel uitmaken. De minimale geldigheidsperiode dient te worden berekend vanaf het tijdstip van levering. Paragraaf 2 beschrijft de wijze van speekselafname en de verdere administratieve procedure. Wat betreft de collectie dient de speekselafname ononderbroken te gebeuren tot de indicator de verzadiging bereikt. De maximale ononderbroken collectietijd is echter 5 minuten. Verdere uitleg hierover in paragraaf 1 van artikel 12. Artikel 11 geeft de Minister de mogelijkheid om in andere voorwaarden te voorzien, mocht dit nuttig blijken. In concreto zal dit meestal het geval zijn indien er zich problemen voordoen op de markt m.b.t. de terbeschikkingstelling van een onderdeel van het afnamesysteem Artikel 12.Paragraaf 1 beschrijft de speekselanalysemethode die het NICC en de erkende laboratoria dienen te volgen. Deze paragraaf dient te worden gelezen in het licht van lid 2 van paragraaf 2 van artikel 10. De formule in dit artikel is nodig aangezien de wetgever refereert naar gehaltes per ml speeksel en het laboratorium moet dus gehaltes rapporteren per ml speeksel en niet de gehaltes zoals verkregen bij het analyseren van de door de politie gecollecteerde vloeistof (speeksel + stabiliserende oplossing). De expert moet hiervoor exact de gecollecteerde hoeveelheid speeksel in rekening brengen. De gevolgde formule is deze ontwikkeld gedurende het Europese project DRUID `Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines'(1). Hierbij gaat men er vanuit dat 1 ml speeksel overeenkomt met 1 g speeksel. Meetonzekerheid is een parameter die rekening houdt met de dispersie van meetwaarden bekomen door het analyseren van een staal. Wanneer twee analyseresultaten vergeleken worden (bv. een tegenexpertise) of bij het vergelijken van een gemeten resultaat met de gehaltes vermeld in de wet is het belangrijk om rekening te houden met deze dispersie. Terwijl deze meetonzekerheid niet werd vermeld in de wetgeving `drugs in het verkeer van 1999', werd deze reeds toegepast in de bijlage van het KB van 27 april 2007 betreffende inzonderheid de methode tot het bepalen van alcoholgehalte in bloed. Hier werd eveneens een meetonzekerheid vastgelegd (0,1 g/l) als technische correctie voor deze dispersie. Er is voor een meetonzekerheid van 30% geopteerd, aangezien deze overeenkomt met wat er gepubliceerd wordt in de wetenschappelijke literatuur (2) en reeds gebruikt wordt in de Zwitserse wetgeving. Aangezien de startwaarden, het gewicht van de lege speekselafnamesystemen, de verdunningsfactor en het volume van de stabiliteitsoplossing afhankelijk zijn van het gegunde speekselafnamesysteem, zullen de laboratoria via een ministerieel besluit van deze factoren op de hoogte moeten worden gebracht telkens één van voormelde elementen wijzigt, en dit om de uniformiteit van de berekeningen te garanderen. Paragraaf 2 verwijst naar de voorwaarden waaraan de voorlopig erkende laboratoria en het Instituut dienen te voldoen alvorens te kunnen overgaan tot bovenvermelde speekselanalyses. Er werd rekening gehouden met de opmerking van de Raad van State over het artikel 26 uit het eerste ontwerp. Er werd geopteerd dit artikel te schrappen en een bijkomende paragraaf in te voegen in artikel 12. Paragraaf 3 bepaalt dat de oorspronkelijke analysekosten dienen te worden aanzien als gerechtskosten in strafzaken. Voor de tarieven wordt er verwezen naar een toegevoegde bijlage 4. Dezelfde tarieven gelden tevens indien een (tegen)expertise wordt gevraagd maar dat de kosten hiervan dienen te worden voorgeschoten door het budget van de gerechtskosten in strafzaken. Artikel 13.Zowel de speeksel- als de bloedafnamesystemen worden door de overheidsdienst van de FOD Justitie ter beschikking gesteld via een overheidsopdracht. In tegenstelling tot bij het bloedafnamesysteem dient bij het nieuwe gegunde speekselafnamesysteem, telkens één der 3 in artikel 12, § 1 vermelde elementen wijzigt, een nieuw protocol (gefundeerd validatiedossier) te worden afgesloten voor de voorlopig erkende laboratoria. Verdere uitleg hierover in artikel 20 met betrekking tot de erkende laboratoria. Om het publiek en de respectievelijke laboratoria te informeren, worden de adresgegevens van desbetreffende laboratoria bekendgemaakt via een bericht in het Belgische Staatsblad. De overige gegevens zijn enkel nuttig voor de opvorderende overheid. en worden als dusdanig enkel aan hem bekend gemaakt via intranet of enig andere elektronische mogelijkheid aanwezig binnen de FOD Justitie. De overheidsopdrachtenprocedure tot gunning van het speekselafnamesysteem moet volledig tot een goed einde zijn gebracht alvorens de laboratoria in kennis kunnen worden gesteld van de benaming van het product. Nadien dienen zij op eigen kosten voldoende van deze afnamesystemen aan te kopen teneinde hun gefundeerd validatiedossier voor te bereiden aan de hand van de in artikel 18 vermelde validatiemethodes. Hoofdstuk 3. - De bloedproef Artikel 14.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Conform het advies van de Raad van State wordt voor het bloedafnamesysteem ook voorzien in een drietalige gebruiksaanwijzing. Voor het speekselafnamesysteem wordt namelijk verwezen naar de bijsluiter van de firma, die deze in meerdere talen vertaalt voor haar afzetmarkt. Voor het bloedafnamesysteem dient de gebruiksaanwijzing zelf te worden samengesteld door de overheid. De tekst dient dus ook in het Duits te worden opgenomen in het besluit. In de fase van de aanbesteding dient deze door de aanbesteder, die vaak een retailer is, te worden aangemaakt. De gebruiksaanwijzing wordt aangepast qua verzegeling van de afsluitdop van de buizen en de Duitse vertaling. Tevens werd - qua uniek identificatienummer - een gelijkvormigheid met het speekselafnamesysteem ingebouwd. Wel is er een lid toegevoegd dat de Minister de machtiging kan geven andere voorwaarden te bepalen. Er wordt hiervoor verwezen naar de commentaar bij artikel 11. Artikel 15.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Artikel 16.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2. Artikel 17.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikelen 2 en 12. Verder worden er, naar analogie met § 3 van artikel 12, leden 3 en 4 toegevoegd die de analysekosten bepalen. Hoofdstuk 4. - Erkenning van de laboratoria Artikel 18.Beschrijft in de eerste paragraaf de administratieve en technische procedure van de voorlopige erkenning. In een beginfase is het tijdens een relatief korte periode van 18 maanden noodzakelijk om met een voorlopige erkenning te werken. Dit niet enkel om de continuïteit op het terrein te verzekeren, maar ook omdat de laboratoria voor de BELAC-accreditatie een praktische ervaring op het terrein dienen te bewijzen. Het technisch validatiedossier dient zowel voor drugs in speeksel als drugs in bloed te worden ingediend. Paragraaf 2 beschrijft de internationale validatierichtlijn waarop het validatierapport dient gebaseerd te worden. De EMEA- richtlijn is op 1 februari 2012 in werking getreden. De herhaalbaarheid (precisie van de meting) en bias (juistheid) van de methode worden vastgelegd op maximaal 15% bij een concentratie hoger dan en bij deze gelijk aan de gehaltes beschreven door de wetgever. Hierdoor zal het laboratorium aantonen dat de gebruikte analytische methode in staat is om met een internationaal aanvaardbare meetfout een correct analytisch resultaat af te leveren. Deze parameters werden vastgelegd, en niet de reproduceerbaarheid, omdat deze parameters kunnen aangetoond worden bij de aanvraag van een laboratorium voor een voorlopige erkening. Bij reproduceerbaarheid moet een kwaliteitscontrolesysteem op langere termijn opgevolgd worden (wat tevens zal vereist worden via het Belac accreditatie systeem). Paragraaf 3 beschrijft het startpunt van de bewijskracht dat zal bekend worden gemaakt via een ministerieel besluit dat een aankondiging publiceert telkens als de firma binnen het bestaande contract een verbeterde versie aanbiedt met gevolgen op één van de in artikel 12, § 1, tweede lid vermelde elementen of wanneer bij een nieuwe overheidsopdracht van speekselcollector wordt gewisseld. Paragraaf 4 bepaalt de maximale periode van een voorlopige erkenning. Nadien dient het laboratorium een definitieve erkenning bekomen te hebben, zoniet kunnen er geen analyses meer worden uitgevoerd. Om de voorlopige en later ook de definitieve erkenning te kunnen behouden dient het laboratorium, naast de documenten vermeld in paragraaf 1 van dit artikel, paragraaf 1 van artikel 20 en de bijlagen 2 en 3, ook een zesmaandelijks verslag over te maken dat betrekking heeft over een aantal numerieke gegevens. Wensen zij individueel nog een aantal opmerkingen te maken over bepaalde aandachtspunten van algemene aard, dan kan dit verslag ook dienstig zijn als communicatiemiddel. Deze gegevens worden opgevraagd in juni en december en zijn dienstig zowel voor de jaarlijkse begroting als voor de latere budgetaanpassing. De overheid hoopt zo, na een inlooptijd een beter zicht te krijgen op deze bepaalde begrotingspost binnen de gerechtskosten en om eventueel preventief actie te kunnen ondernemen. Deze gegevens zullen ook statistisch hun nut bewijzen zoals bijv. voor het strafrechterlijk beleid, de individuele noden van elk gerechtelijk arrondissement, ..... en worden steeds verspreid in een algemene vorm opgedeeld per arrondissement, nooit per laboratorium. Artikel 19.Beschrijft de administratieve procedure van de erkenning. Zowel de voorlopige als definitieve erkenning geven het Instituut en de erkende laboratoria toegang tot het uitvoeren van tegenexpertises. De erkenning gebeurt op basis van de BELAC - accreditatie vergezeld van het volledig administratief dossier. De documenten vermeld in paragraaf 2 die electronisch kunnen worden opgevraagd, zijn dezelfde als deze die via DIGIFLOW worden opgevraagd voor de wetgeving Overheidsopdrachten, o.a. het RSZ-attest, het KBO-attest, het BTW-attest, de jaarrekeningen al dan niet gepubliceerd door de Nationale Bank van België,.... Artikel 20.Paragraaf 1 beschrijft de voorwaarden tot erkenning. Met uitzondering van de technische bekwaamheid werd voor de voorwaarden 1 tot en met 5 inspiratie opgedaan bij de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. Voor de technische bekwaamheid (punt 6) daarentegen werd dan weer inspiratie gezocht bij de regelgeving betreffende de identificatieprocedure via DNA-analyse in strafzaken. De laboratoria dienen een BELAC accreditering of een accreditering bij een soortgelijke nationale instelling op bais van de ISO 17025 - norm aan te vragen voor drugs in bloed en drugs in speeksel voor de componenten vermeld door de wetgever. (punt 6 B) a en b)). Deze accreditatie ziet toe op de algemene kwaliteit van het geaudite laboratorium : bv. voldoende opgeleid personeel, opvolging van een kwaliteitssysteem, enz.. Punt 6 C) Het laboratorium moet kunnen bewijzen dat zijn methode volgens de internationale richtlijnen (EMEA) een analyseresultaat met voldoende precisie en juistheid kan garanderen. Zie ook uitleg art. 18 paragraaf 2. De term "nodige discretie" in punt 6 E) nodigt ook uit tot enige uitleg. De persoon die gezag en toezicht uitoefent over de analyses verricht in het kader van strafrechtelijke dossiers, kan onmogelijk deze analyses en de produkten daartoe gebruikt, publiekelijk in vraag stellen zonder het ganse federale vervolgingsbeleid schade toe te brengen. Met voormelde term wordt geenszins een beperking ingebouwd in het academisch, wetenschappelijk discours over desbetreffende analyses en produkten. Het is mogelijk dat een laboratorium beschikt over meerdere personen die gezag en toezicht kunnen uitoefenen over deze analyses. De voorwaarden gelden dan ook voor alle hierboven vermelde personen. Dit geldt niet voor de directeur van een laboratorium indien deze zelf geen analyses uitvoert maar bijv. eerder een coördinator is van verschillende wetenschappelijke afdelingen. De CBPL herinnert er in haar advies aan dat de analyseresultaten steeds met de nodige discretie dienen te worden behandeld, en op een veilige manier dienen te worden bewaard, overeenkomstig de bepalingen van artikel 16 van de wet van 8 december 1992. Voor de diplomavoorwaarde wordt er enkel verwezen naar de nieuwe terminologie van "master". Het spreekt echter vanzelf dat deze voorwaarde ook geldt voor de oudere diploma's die voldoen aan het overgangsrecht voorzien door de gewesten in hun respectievelijke onderwijsdecreten. De taalvoorwaarde dient gerespecteerd te worden in het kader van de artikelen 1 tot en met 3 van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Alhoewel de wetgever het Europees principe van "vrijheid van diensten" wenst te respecteren, mag het niet de bedoeling zijn dat voor elke Europese gerechtsdeskundige een vertaler / tolk op kosten van de Belgische Staat dient te worden aangesteld omdat de deskundige geen enkele van de drie landstalen machtig is. De taalvoorwaarde kan bewezen worden aan de hand van de gebruikelijke attesten terzake (diploma's, gespecialiseerde Belgische bijscholingsattesten,...). De voorkeur gaat dan ook uit naar een gerechtsdeskundige die de taal machtig is die wettelijk dient te worden gehanteerd in desbetreffende gerechtelijk arrondissement. Paragraaf 2 beschrijft welke documenten ter beschikking van de overheidsdienst ter plaatse dienen bewaard te worden, wat de procedure is bij wijziging in één der voorwaarden en welke controles door de overheidsdienst kunnen worden uitgevoerd. Een erkend laboratorium mag maar bloed- en speekselstalen aanvaarden indien zij beschikken over de accreditatie. Zij dienen het BELAC-logo en ISO-norm ook aan te brengen op het gerechtelijk verslag. Artikel 21.Dit artikel beschrijft de duurtijd van de erkenningen. De term "of gedeeltelijk" in paragraaf 1 heeft betrekking op de mogelijke schorsing of intrekking die men kan oplopen. Paragraaf 3 beschrijft de voorwaarden voor een aanvraag tot verlenging. Paragraaf 4 vraagt, zoals paragraaf 4 van artikel 18, de zesmaandelijkse rapportering. De overheid hoopt zo meer preventief te kunnen optreden bij de begrotingsopmaak. Deze gegevens hebben zeker hun nut ter ondersteuning van het gevraagde budget. Artikel 22.Beschrijft in paragraaf 1 de actoren die naargelang hun bevoegdheid kunnen verzoeken om een schorsing. Gezien een schorsing normaliter maar tijdelijk is en ongedaan wordt gemaakt vanaf het moment dat de in punt b) vermelde prestatie-eisen terug kunnen worden opgevolgd of dat de punt c) vermelde voorwaarden terug vervuld zijn, wordt deze ook uitgesproken door de gemachtigde van de Minister. Door de gemachtigde van de Minister hiermee te belasten, kan de beroepsprocedure worden ingesteld bij de Minister. Voor het strafrechterlijk luik is ook hier het College van Procureurs-generaal bevoegd. Ook dient de nodige uitleg te worden verschaft bij de schorsingsreden van "het uitvoeren van de opdracht binnen de in artikel 7 tweede lid vastgelegde termijn in 90 procent van de binnenkomende dossiers". Indien het Instituut, erkend laboratorium of deskundige na meermaals verzoek om de resultaten voor een bepaald dossier te bekomen, geen schriftelijk signaal geeft aan het Openbaar Ministerie dat zij bijv. momenteel overbevraagd zijn, dan kan dit worden ingeroepen als een schorsingsreden. Andere vbn. kunnen zijn : kwalitatief slecht werk, herhaaldelijke discussies over de aanrekening van gerechtskosten, de opdracht verder uitbreiden dan wat wordt gevraagd. Voor deze laatste voorbeelden zal de informatie vanuit de Commissie voor de Gerechtskosten zeker een belangrijke rol spelen. Indien het Instituut, het erkend laboratorium of de deskundige bij aanvang van de schorsing nog dossiers in zijn bezit heeft, dient hij dit te melden aan het Openbaar Ministerie die dan onmiddellijk een beslissing neemt. De schorsingsperiode voor het strafrechterlijk luik in punt a) en in het punt b) is onbepaald gezien deze periode afhankelijk is van de tijd dat het College nodig heeft om de informatie te bekomen en te onderzoeken (punt a) of de opschortingsperiode die door de nationale accreditatie-instelling werd bepaald (punt b). De schorsingsperiode met betrekking tot punt a) kan starten vanaf het moment dat er vanuit het Openbaar Ministerie is voldaan aan de hoorplicht (3). In paragraaf 2 worden dan de motieven aangeduid die door de 3 actoren kunnen worden voorgelegd om over te gaan tot een intrekking. Wat betreft het uitvoeren van de opdracht binnen de in artikel 7 tweede lid vastgelegde termijn, dient hier rekening te worden gehouden met minder dan 85 procent van de binnenkomende dossiers of als de problematiek zich elk jaar terug voordoet. Zo kan bijv. een verzoek tot intrekking worden ingediend als herhaaldelijk dezelfde analysefout blijkt terug te komen en deze wordt bewezen via tegenexpertises. Ook hier dient het Instituut of het laboratorium het Openbaar Ministerie te informeren over de nog in hun bezit zijnde dossiers en dient het Openbaar Ministerie onmiddellijk een beslissing te nemen. In paragraaf 3 worden de beroepsmodaliteiten beschreven. Met uitzondering van het punt a) van de paragrafen 1 en 2 van het artikel 22 is deze procedure onderworpen aan de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. De FOD Justitie is namelijk verplicht een aanvraag tot toegang van bepaalde documenten uit het dossier af te wijzen wanneer daardoor bijv. de openbare orde, de veiligheid, de verdediging van het land, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten.... in het gedrang worden gebracht (4). De schorsing en desgevallend het annulatieberoep wordt, gezien de korte termijn, normaliter schriftelijk behandeld op niveau van de FOD Justitie. De beroepen voor niet- erkenning en intrekking dienen gericht te worden aan de Raad van State. Omwille van de continuïteit en de rechtszekerheid op het terrein kunnen de annulatieberoepen de beslissingen van de gemachtigde van de Minister of de Koning niet schorsen. Indien in beroep een intrekking wordt bevestigd, dan kan het laboratorium enkel na de periode van één jaar terug een voorlopige erkenning aanvragen omwille van de in artikel 19 vermelde wetenschappelijke redenen. Artikel 23.Teneinde het publiek en de laboratoria in te lichten zullen de adresgegevens van het Instituut en de erkende laboratoria worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De opvorderende overheid zal zo snel mogelijk van de andere gegevens zoals de (voorlopige) erkenningen, schorsingen en intrekkingen worden ingelicht via Intranet of via andere op dat moment binnen de FOD Justitie beschikbare elektronische mogelijkheden. Wat betreft de in artikel 24 vermelde laboratoria zijn de publieke gegevens reeds voorheen gepubliceerd. Voor het vierde punt van paragraaf 2 - behorend tot de interne publicatiegegevens - zal dus voorlopig de datum vermeld in desbetreffend benoemend koninklijk besluit als begindatum worden vermeld, maar enkel voor drugs in bloed en enkel totdat zij de voorlopige erkenning hebben bekomen voor drugs in bloed en in speeksel. Hoofdstuk 5. - Overgangsmaatregelen, en opheffingsbepaling Artikel 24.Alle laboratoria die momenteel via een koninklijk besluit over een erkenning voor de bloedanalyse van drugs beschikken, kunnen tot 1 jaar na inwerking treding van dit besluit zo verder werken. Intussentijd dienen zij wel een verzoek tot voorlopige erkenning voor drugs in bloed en in speeksel te hebben ingediend en bekomen. Nadien worden de koninklijke besluiten genomen op basis van het koninklijk besluit van 4 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten2 ingetrokken. Deze voorlopige erkenning is maar afhankelijk van één voorwaarde, nl. een gefundeerd validatiedossier indienen bij de Minister, die na een positief advies van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid zal overgaan tot een voorlegging aan de Koning van de voorlopige erkenning. Om niet geschorst te worden dient wel vanaf de startdatum van voorlopige erkenning een summier verslag te worden overgemaakt op het einde van de 6 maanden zoals bepaald in de paragrafen 4 van de artikelen 18 en 21. De voorlopige erkenning dient te worden opgevolgd door een erkenning, zoniet wordt de voorlopige erkenning ingetrokken. Artikel 25.Opheffingsbepaling van het koninklijk besluit van 4 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten2. Artikel 26.beschrijft de officiële citeertitel van het koninklijk besluit. Artikel 27.Dit artikel voorziet een twee- jaarlijkse evaluatie van de tarieven van dit besluit. Dit om oa. kostenbesparing omwille van technologische evoluties in rekening te brengen. Artikel 28.Deze bepaling regelt de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Het besluit treedt getrapt in werking omdat wat betreft de speekselafnamesystemen en -analyse, dit afhangt van een door de overheid gegunde opdracht voor een speekselafnamesysteem. Het lanceren van deze overheidsopdracht kon niet plaatsvinden alvorens de reglementaire basis ervoor via dit besluit gecrëerd werd. Artikel 29.In dit artikel wordt bepaald welke ministers belast zijn met de uitvoering van het besluit. Bijlage 1. Naar aanleiding van het advies van de CBPL betreffende de bescherming van medische gegevens werd het luik voor de gevorderde geneesheer opgedeeld in een deel II en een deel III. Deel II heeft betrekking op algemene administratieve gegevens en de vermelding of een gesloten omslag wordt toegevoegd. Deel III heeft betrekking op het eventuele medische luik dat onder gesloten omslag dient te worden overgemaakt aan de controlerende politieambtenaar. Bijlage 2 en 3. Het advies van de CBPL met betrekking tot de naam van de partner wordt gevolgd. Wel blijft in bijlage 3 het gebruik van het rijksregisternummer voor de directeur en de persoon die gezag en toezicht uitoefent behouden, en dit in het kader van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de compatibiliteit van de federale Staat. Aan de FOD Budget en Beheerscontrole en 13 andere FOD's, waaronder Justitie, die met FEDCOM zullen werken, werd namelijk bij beraadslaging RR nr. 46/2008 van 12 november 2008, toegang verleent tot de informatiegegevens van het Rijksregister en om het identificatienummer ervan te gebruiken. Bijlagen 1 tot en met 3 werden ook aangepast aan de ondertussen in werking getreden "only once" wet. Bijlage 4 bepaalt de tarieven inzake de bloed- en speekselanalyses met betrekking tot de drugs in verkeer. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. M. DE BLOCK De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, J. JAMBON De Minister van Mobiliteit, Mevr. J. GALANT De Minister van Economie, K. PEETERS _______ Nota's (1) Tom Blencowe, Anna Pehrsson, Pirjo Lillsunde (Eds ), DRUID D 3.2.2. Analytical evaluation of oral fluid screening devices and preceding selection procedures. http//www.druid-project.eu. (2) Widmer-Girod C, Staub C (2004) L'incertitude de mesure : une notion à definer en toxicology medico-légale (Measurement uncertainty : to be defined in forensic toxicology).Ann Toxicol Anal 16 : 215-219 (3) MAST, A., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, Kluwer, Mechelen, 2009, p. 54-65, nr. 48. (4) MAST, A., o.c., p. 752, nr. 832. Advies nr 02/2013 van 30 januari 2013 Betreft : Ontwerp van Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft de speekselanalyse en de bloedproef bij het sturen onder invloed van bepaalde psychotrope stoffen en de erkenning van de laboratoria (00-A-2013-001). De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29; Gelet op het verzoek om advies van Mevrouw Annemie Turtelboom, Minister van Justitie, ontvangen op 21/12/2012; Gelet op het verslag van mevrouw Mireille Salmon; Brengt op 30 januari 2013 het volgend advies uit : I. Onderwerp en context van de adviesaanvraag 1. Mevrouw Annemie Turtelboom, Minister van Justitie (hierna 'de aanvrager'), heeft op 21 december 2012 aan de Commissie gevraagd om bij hoogdringendheid een advies te verstrekken over een ontwerp van Koninklijk Besluit tot uitvoering van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft de speekselanalyse en de bloedproef bij het sturen onder invloed van bepaalde psychotrope stoffen en de erkenning van de laboratoria (hierna 'het ontwerp KB').2. De Commissie brengt hiernavolgend dan ook bij hoogdringendheid advies uit, rekening houdend met de informatie waarover zij beschikt. II . VOORGESCHIEDENIS 3. Overeenkomstig het verslag aan de Koning dient vooreerst te worden verwezen naar de Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 (hiema 'de wet').Sturen onder invloed van andere stoffen dan alcohol wordt voor het eerst strafbaar gesteld door de wet van 16 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten tot wijziging van de wet van 16 maart 1968. Op grond van deze wet werd aan de Koning machtiging verleend om de regels te bepalen volgens dewelke de bloedafname met het oog op de vaststelling van de aanwezigheid van die stoffen moet worden verricht. Dit resulteerde in het Koninklijk besluit van 4 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten2 betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het gehalte van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden. 4. De technologische vooruitgang ('speekseltesten') noopt de wetgever tot een tweede wijziging van de Wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten betreffende de politie over het wegverkeer, door de wet van 31 juli 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 15/09/2009 numac 2009014228 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot invoering van speekseltesten op drugs in het verkeer type wet prom. 31/07/2009 pub. 07/10/2009 numac 2009000659 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. - Duitse vertaling type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003295 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten type wet prom. 31/07/2009 pub. 27/08/2009 numac 2009009602 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende diverse bepalingen met betrekking tot het Centraal Strafregister type wet prom. 31/07/2009 pub. 08/09/2009 numac 2009003294 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van Richtlijn 2007/44/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector sluiten tot invoering van de speekseltesten op drugs in het verkeer.Op grond van deze laatste wet wordt aan de Koning machtiging verleend om voorzieningen te treffen tot nadere regeling van de speekselanalyse. De Commissie merkt op dat zij inzake deze wet niet werd geconsulteerd voor advies. Deze bijkomende regels dienden normaliter te worden ingevoegd in voormeld Koninklijk besluit van 4 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten2, maar er werd evenwel voor geopteerd om voormeld besluit op te heffen en de tekst mee over te nemen in een nieuw gestructureerd geheel, en er zo tevens voor te zorgen dat er een zo groot mogelijke éénvormigheid ontstaat op terminologisch en praktisch vlak tussen de speeksel -en bloedafname. Het nieuwe ontwerp Koninklijk besluit, welk hiernavolgend zal worden geanalyseerd, wordt opgedeeld in vijf hoofdstukken, namelijk Definities en algemene bepalingen, Specifieke bepalingen betreffende het speekselstaal, Specifieke bepalingen betreffende de bloedproef, Bepalingen betreffende de erkenning van de laboratoria, Overgansmaatregelen, wijzigings -en opheffingsbepalingen. Tenslotte zijn er nog drie bijlagen gevoegd aan het ontwerp KB. De Commissie zal hiernavolgend enkel de voor haar relevante artikelen en bijlagen bespreken. III. ONDERZOEK VAN DE ADVIESAANVRAAG 5. Artikel 1 bepaalt de definities.Artikel 1, 3° geeft als definitie voor 'opvorderende overheid' : het Openbaar Ministerie of de in artikel 59, § 1 van de wet bedoelde overheidspersonen, zijnde de officieren van gerechtelijke politie die hulpofficier zijn van de procureur des Konings, het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie. Artikel 1, 4° verstaat onder Vermoedelijke gebruiker' één der gecontroleerde personen vermeld in artikel 61bis, § 1 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer. Hieronder wordt de bestuurder van het voertuig begrepen, maar eveneens onder meer de vermoedelijke dader van een verkeersongeval, met inbegrip van de medeveroorzaker of het slachtoffer van een verkeersongeval, ... . Volgens het verslag aan de Koning werd door het kenniscentrum Centrexwegverkeer de term 'gecontroleerde persoon' verkozen, hetgeen echter niet werd weerhouden. De Commissie is eveneens van oordeel dat de term 'gecontroleerde persoon' neutraler is dan de term 'vermoedelijke gebruiker'. 6. Artikel 3 bepaalt dat de opgevorderde geneesheer zijn verslag aan de opvorderende overheid bezorgt.Deze bezorging kan overeenkomstig artikel 3 onder gesloten omslag geschieden indien de geneesheer niet door een magistraat is opgevorderd of ingeval het verslag niet rechtstreeks aan de opvorderende magistraat kan worden overhandigd. De Commissie beveelt aan, gelet op de gevoelige aard van de in het verslag opgenomen gegevens, om de gesloten omslag in voormelde gevallen te verplichten, en niet facultatief te maken. 7. Artikel 6 voorziet dat ingeval van de bloedproef en de speekselafname een formulier wordt ingevuld, waarvan het model de Bijlage I bij het ontwerp KB uitmaakt.Dit model wordt hiernavolgend besproken onder de randnummers 13-16. 8. Artikel 8 bepaalt de wijze van kennisgeving van het resultaat aan de vermoedelijke gebruiker en aan de in artikel 59, § 1 van de wet bedoelde overheidspersonen.Overeenkomstig artikel 1380, tweede lid van het Gerechtelijk wetboek behoort het immers aan de Koning toe om te bepalen aan welke voorwaarden de mededeling van een afschrift van akten van onderzoek en van rechtspleging in correctionele en in politiezaken is onderworpen. Deze kennisgeving naar de 'vermoedelijke gebruiker' kan overeenkomstig het ontwerp KB ook mondeling geschieden door 'de opvorderende overheid'. Het voorgaande is voor de Commissie -voor wat het bewijs van kennisgeving betreft-problematisch. Er zou in een dergelijk geval steeds een proces-verbaal van de kennisgeving moeten worden opgesteld. 9. Artikel 19 regelt de aanvraag tot voorlopige erkenning van de laboratoria, welke aanvraag dient te gebeuren overeenkomstig het in bijlage I I aan het ontwerp KB opgenomen model.Dit model wordt hiernavolgend besproken onder randnummer 17. 10. Artikel 20 bepaalt vervolgens de erkenning van de laboratoria. Deze aanvraag gebeurt overeenkomstig het in bijlage III van het ontwerp KB opgenomen model, hetwelk verder wordt geanalyseerd onder randnummers 18-19. 11. Artikel 21, § 1, 6°, C° bepaalt dat de analyse wordt verricht onder het gezag en toezicht van een persoon van onbesproken gedrag, die de gewenste waarborgen biedt inzake enerzijds de nodige discretie en anderzijds bevoegdheid en ervaring.De Commissie herinnert eraan dat de analyseresultaten steeds met de nodige discretie dienen te worden behandeld, en op een veilige manier dienen te worden bewaard, overeenkomstig de bepalingen van artikel 16 van de WVP. 12. Artikel 22, § 5 voorziet dat de Minister bijkomende anonieme gegevens kan bepalen, om als grondslag te dienen voor begrotingstechnische en statistische doeleinden. De Commissie herinnert aan de definitie van anonieme gegevens zoals voorzien door artikel 1, 5° van het Koninklijk besluit van 13 februari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1999 pub. 30/03/1999 numac 1999022192 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 type wet prom. 16/03/1999 pub. 01/10/1999 numac 1999014146 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 - Erratum sluiten3 ter uitvoering van de WVP : 'gegevens die niet met een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon in verband kunnen worden gebracht..'. 13. Bijlage I bij het ontwerp KB betreft het formulier in toepassing van artikel 6 van het ontwerp kb betreffende drugsopsporing in speeksel en bloed.Overeenkomstig artikel 61bis, § 3 van de wet, moet het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het invullen van de gestandaardiseerde checklist en voor het afnemen van de speekseltest zich beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, en mogen deze gegevens slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen. Het voorgaande komt neer op de toepassing van het proportionaliteitsbeginsel, overeenkomstig artikel 4, § 1, 3° van de WVP. In het modelformulier wordt onder meer opgenomen welke stoffen, andere dan alcohol, welke de vermoedelijke gebruiker verklaart gebruikt te hebben in de loop van de laatste vierentwintig uur. Daarnaast is er een bepaling aangaande het al dan niet gebruik van geneesmiddelen, en zo ja, welke, en andere geneeskundige bevindingen. 14. De Commissie merkt op dat voormelde gegevens gezondheidsgegevens in de zin van artikel 7 van de WVP uitmaken.Een dergelijke verwerking kan overeenkomstig artikel 7, § 2, e) en g) worden gerechtvaardigd indien ze om redenen van zwaarwegend algemeen belang verplicht wordt door of krachtens een wet, of wanneer ze noodzakelijk is voor de beteugeling van een bepaalde strafrechtelijke inbreuk. Daarnaast dient zulk een verwerking proportioneel te zijn overeenkomstig artikel 4, § 1, 3° van de WVP, zoals tevens voorzien door artikel 61 bis § 3 van de wet : de in het formulier opgenomen gegevens moeten zich derhalve beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de vaststelling van de overtredingen van de wet. 15. Het tweede deel van het formulier bepaalt onder de hoofding 'motief van oproep' : 'beoordeling van ingeroepen motief door vermoedelijke dnc/ögebruiker'. Het ontwerp KB gebruikt de definitie van 'vermoedelijke gebruiker', derhalve stelt de Commissie voor om ook hier 'vermoedelijke gebruiker' te vermelden in plaats van 'druggebruiker'. Daarnaast vermeldt deel II van het formulier onder de hoofding 'ziekte' : 'Meldt de vermoedelijke gebruiker te lijden aan een ziekte?' 'Zo ja, welke ? ' . 16. Ook hier merkt de Commissie op dat dit mogelijks een verwerking inhoudt van gezondheidsgegevens overeenkomstig artikel 7 van de WVP, en verwijst naar haar hieromtrent reeds gedane opmerkingen.Artikel 63, § 5 van de wet bepaalt hieromtrent verder dat het inzamelen van de gegevens van de bloedproef zich dient te beperken tot deze die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met bestrafing van deze overtredingen. Derhalve mogen hier geen medische gegevens worden opgenomen welke niet strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van dergelijke overtredingen. 17. De bijlagen II en I I I betreffen de aanvragen tot voorlopige erkenning (II) en tot erkenning (III) door een laboratorium.In bijlage II wordt de naam van de partner, zowel deze van de directeur van het laboratorium als die van de persoon die gezag en toezicht uitoefent, opgevraagd. Volgens de aanvrager is dit noodzakelijk om er voor te zorgen dat er geen conflict ontstaat in (professionele) belangen tussen de partners. Deze uitleg overtuigt de Commissie niet, zij meent dan ook dat het opvragen van dit gegeven overmatig is en niet proportioneel overeenkomstig artikel 4, § 1; 3° van de WVP. 18. In bijlage III wordt naast de naam van de partner, waarop eveneens de hiervoor gemaakte opmerking door de Commissie van toepassing is, ook het rijksregisternummer opgevraagd van de directeur van het laboratorium en de persoon die gezag en toezicht uitoefent.De Commissie herinnert eraan dat het gebruik van het identificatienummer van het Rijkregister gemachtigd dient te zijn door het Sectoraal Comité van het Rijksregister, of krachtens de wet of een KB overlegd in de Ministerraad, na advies van het Sectoraal Comité van het Rijksregister. De aanvrager verwijst naar het KB van 18 april 1990 w …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.