📄 Wettekst
19 DECEMBER 2003. - Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2004 (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Kredieten lopend jaar Artikel 1.Voor de uitgaven met betrekking tot de werkingskosten van de organen en de diensten van de Vlaamse Gemeenschap worden voor het begrotingsjaar 2004 kredieten geopend ten bedrage van : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel.
Zij worden aangeduid met code 01. Art. 2.Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikelen 127 tot 129 van de Grondwet worden voor het begrotingsjaar 2004 kredieten geopend ten bedrage van : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel.
Zij worden aangeduid met code 02. Art. 3.Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet worden voor het begrotingsjaar 2004 kredieten geopend ten bedrage van : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel.
Zij worden aangeduid met code 03. Art. 4.Voor de uitgaven met betrekking tot de werkingskosten van de organen en de diensten van de Vlaamse Gemeenschap worden voor het begrotingsjaar 2004 de variabele kredieten geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel.
Zij worden aangeduid met code 01. Art. 5.Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikelen 127 tot 129 van de Grondwet worden voor het begrotingsjaar 2004 de variabele kredieten geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel.
Zij worden aangeduid met code 02. Art. 6.Voor de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet worden voor het begrotingsjaar 2004 de variabele kredieten geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die kredieten worden opgesomd in de bij dit decreet gevoegde tabel.
Zij worden aangeduid met code 03. Art. 7.De terugbetalingen van leningen voorzien onder Titel III worden, wat betreft het begrotingsjaar 2004, geraamd op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Geldvoorschotten Art. 8.In afwijking van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 1.000.000 euro worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en van de provinciale gouvernementen.
Voor de buitengewoon rekenplichtigen van de Afdelingen der Wegen en Verkeer Antwerpen, Vlaams-Brabant, Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen wordt het maximumplafond der geldvoorschotten vastgesteld op 1.250.000 euro.
Voor de buitengewone rekenplichtigen van de cel Leerlingenvervoer wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 8.700.000 euro.
Voor de buitengewone rekenplichtige van de afdeling Algemene Administratieve Diensten van het departement EWBL, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten met betrekking tot de uitbetaling van de aanmoedigingspremies ter stimulering van de arbeidsherverdeling en arbeidsduurvermindering vastgelegd op 3.700.000 euro.
Voor de buitengewoon rekenplichtige(n) van de afdelingen Scheepvaartbegeleiding en van de rekenplichtige van de DAB Loodswezen (vestigingen te Vlissingen) wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 2.000.000 euro.
Voor de buitengewoon rekenplichtige van de afdeling Maritieme Toegang belast met de betaling van declaraties, inclusief rentedeclaraties, in toepassing van het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 10.000.000 euro.
Voor de buitengewoon rekenplichtige(n) van de D.A.B. Vloot, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 2.000.000 euro.
Voor de buitengewoon rekenplichtigen van de afdeling AOSO - Elektriciteit en Mechanica (buitenafdelingen in Gent en Antwerpen), wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten m.b.t. de elektriciteitsrekeningen vastgesteld op 5.000.000 euro.
Voor de buitengewoon rekenplichtigen van de afdelingen AOSO-Elektriciteit en Mechanica (buitenafdelingen te Gent en Antwerpen), belast met de betaling van averijen, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 1.500.000 euro voor de afdeling Gent en op 1.500.000 euro voor de afdeling Antwerpen.
Voor de buitengewone rekenplichtigen van de afdeling Maritieme Toegang en de Afdeling Zeeschelde, belast met de betalingen lastens de DAB Vlaams Infrastructuurfonds van de dossiers betreffende de financiering van de verwervingen t.b.v. de uitbouw van het havengebied op de Linker Scheldeoever en de financiering van het sociaal begeleidingsplan, in uitvoering van de overeenkomst van 10 maart 1999 tussen het Vlaamse Gewest en de Maatschappij voor Grond- en Industrialisatiebeleid van het Linkerscheldeoevergebied, wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 6.200.000 euro.
Op onderstaande basisallocaties mogen geldvoorschotten worden verleend voor de betaling van werkingskosten, en dit ten beloop van maximaal 500.000 euro : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de buitengewoon rekenplichtige van het GBCS (Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem) wordt het maximumplafond van de geldvoorschotten vastgesteld op 1.500.000 euro. Art. 9.Onverminderd de bepalingen van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof : 1. mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtige bij de administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management voor de terugbetaling van ten onrechte geïnde ontvangsten (b.a. 01.01, PR. 24.10) en voor de betaling van schadevergoedingen waarvan de bedragen 7.500 euro per rechthebbende niet overschrijden. De schadevergoedingen op basis van een uitvoerbaar vonnis of arrest mogen worden uitbetaald zonder tussenkomst van de deposito- en consignatiekas in afwijking van artikel 100, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit; 2. mogen geldvoorschotten worden verleend voor de vereffening van hulpgelden en toelagen van sociale aard; 3. mogen geldvoorschotten worden aangewend om de honoraria te betalen van de experts uit het buitenland ongeacht het bedrag ervan, en om toelagen te betalen die voortvloeien uit regelingen met vreemde landen waarvan het bedrag 1.250 euro per begunstigde niet bereikt; 4. onverminderd wat voorafgaat, mogen geldvoorschotten gebruikt worden voor de uitbetaling van salarissen en allerlei bijslagen en vergoedingen aan het door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigde personeel;5. mogen de buitengewoon rekenplichtigen voorschotten betalen voor buitenlandse zendingen, ongeacht het bedrag ervan;6. wordt de buitengewoon rekenplichtige van de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek ertoe gemachtigd, door middel van geldvoorschotten, de reiskosten te betalen van de personen die uit het buitenland komen of zich naar het buitenland begeven, ongeacht het bedrag ervan;7. op onderstaande basisallocaties mogen geldvoorschotten worden verleend voor de betaling van werkingskosten, ongeacht het bedrag : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 8.mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtigen van de afdeling Scheepvaartbegeleiding (vestiging te Vlissingen) voor de betaling van salarissen en vergoedingen en van de algemene werkingskosten en dit ongeacht het bedrag op onderstaande basisallocaties Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 9. mogen geldvoorschotten worden verleend om de algemene werkingskosten te betalen, huren inbegrepen, en dit ongeacht het bedrag op basisallocatie 12.01 van het programma 51.90; 10. mogen met geldvoorschotten worden betaald alle schuldvorderingen voortvloeiend uit overheidsopdrachten waarvan het bedrag, BTW inbegrepen, niet hoger is dan 7.500 euro; 11. mogen de buitengewoon rekenplichtigen en de rekenplichtigen van gemengde rekeningen op hun kas aan de personeelsleden van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en aan kabinetsverantwoordelijken tegen ontvangstbewijs voorschotten verstrekken om kleine en dringende uitgaven in contanten te betalen. Het bedrag van deze voorschotten wordt beperkt tot 2.500 euro.
Indien het gaat om dringende uitgaven voor het begeleiden van internationale delegaties, mag het bedrag van deze voorschotten tijdens de periode dat de internationale delegaties moeten begeleid worden, maximaal 5.000 euro bedragen; 12. mogen, binnen het plafond bepaald in artikel 8 van dit decreet, geldvoorschotten worden aangewend voor de betaling van de algemene werkingskosten van het leerlingenvervoer, ongeacht het bedrag ervan; 13. mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtige van de afdeling Maritieme Toegang voor de betaling van de declaraties, inclusief rentedeclaraties, in toepassing van het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest, inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde en dit ongeacht het bedrag op basisallocatie 54.01 van het programma 64.20; 14. mag de rekenplichtige van de gemengde rekening op zijn kas aan de personeelsleden van de DAB "Investeren in Vlaanderen" tegen ontvangstbewijs voorschotten verstrekken voor het betalen in speciën van kleine en dringende uitgaven.Het bedrag van de voorschotten is beperkt tot 5.000 euro per personeelslid; 15. mogen met geldvoorschotten worden betaald, ongeacht het bedrag, alle schuldvorderingen voortvloeiend uit contracten met vervrachters voor het strooien van dooizouten en sneeuwruimen met betrekking tot de winterdienst die werden afgesloten in het jaar waarin de geldvoorschotten werden opgevraagd ook al hebben deze schuldvorderingen betrekking op prestaties geleverd in het volgende begrotingsjaar;16. De buitengewoon rekenplichtigen van de afdeling Scheepvaartbegeleiding, van de DAB Loodswezen en van de DAB Vloot (vestigingen te Vlissingen) worden ertoe gemachtigd salarissen en vergoedingen van de maand december verschuldigd aan het in Vlissingen (Nederland) tewerkgesteld en verblijvend personeel van de afdeling Scheepvaartbegeleiding, van de DAB Loodswezen en van de DAB Vloot te betalen op het einde van de maand december door middel van geldvoorschotten van het desbetreffende jaar; 17. mogen ten laste van het saldo beschikbaar op 31 december 2004 op de geldvoorschotten verleend op basisallocatie 54.01 van het programma 64.20 aan de buitengewone rekenplichtige van de afdeling Maritieme Toegang, belast met de betaling van de declaraties, inclusief de rentedeclaraties, in toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde, verbintenissen aangegaan worden tot beloop van maximaal dit saldo; 18. mogen geldvoorschotten worden verleend voor de uitbetaling, op kwartaalbasis, van de aanmoedigingspremies verleend ter stimulering van de arbeidsduurvermindering en arbeidsherverdeling;19. mogen met geldvoorschotten worden betaald ongeacht het bedrag, de onroerende voorheffing op het patrimonium van het Vlaamse Gewest; 20. mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtigen van het departement Coördinatie op basisallocatie 11.03 van de organisatieafdeling 99, programma 10 voor het terugbetalen van salarissen, vergoedingen en toelagen van het personeel ter beschikking gesteld van de gevolmachtigd vertegenwoordiger van de Vlaamse regering bevoegd voor het buitenlands beleid, beperkt tot een bedrag van 120.000 euro; 21. mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewone rekenplichtige van de afdeling Maritieme Toegang belast met de betalingen van de financiering van de verwervingen door te voeren t.b.v. de uitbouw van het havengebied op de Linker Scheldeoever en de financiering van het sociaal begeleidingsplan en dit ongeacht het bedrag op de onderstaande basisallocaties van de DAB Vlaams Infrastructuurfonds : 364F3431 364F7110 22. mogen met geldvoorschotten worden betaald, ongeacht het bedrag, de aan OVAM verschuldigde milieuheffingen voor het storten van baggerspecie en de aan de VMM verschuldigde milieuheffingen op de verontreiniging van oppervlaktewateren;23. mag de rekenplichtige van de DAB Mina-Fonds geldvoorschotten verlenen aan de buitengewoon rekenplichtigen van de hulprekeningen van het Mina-Fonds om de werkings- en investeringskosten te betalen; 24. mogen met geldvoorschotten worden betaald, ongeacht het bedrag, alle betalingen aan de N.V. Tunnel Liefkenshoek die voortvloeien uit het tolvrij openstellen van de Liefkenshoektunnel ten gevolge van verkeersincidenten of calamiteiten die een belangrijke hinder zullen doen ontstaan op de Ring van Antwerpen, de toegangswegen naar deze Ring of in de Kennedytunnel en dit voor de duur van de verplichte omleiding; 25. mogen geldvoorschotten door de buitengewoon rekenplichtige van het GBCS (Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem) gebruikt worden voor uitgaven waarvan het bedrag niet hoger is dan 37.500 euro; 26. mogen geldvoorschotten worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van de DAB Loodswezen en de DAB Vloot voor de betaling van salarissen en vergoedingen alsook van de algemene werkingskosten en dit ongeacht het bedrag op de basisallocaties van de begroting van deze DAB's;27. mogen geldvoorschotten worden aangewend om in het kader van aankoop, verkoop of onteigeningen van onroerende goederen door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, voorschotten te storten op de provisierekening van de federale aankoopcomités voor het betalen van bodemattesten, zegelrechten en kadastrale leggers. Vaste uitgaven Art. 10.Mogen in de vorm van vaste uitgaven uitbetaald worden : a) de salarissen en salaristoelagen van de personeelsleden van de Nederlandstalige peutertuinen en kinderdagverblijven alsmede van de personeelsleden van het voor- en naschoolse toezicht verbonden aan de scholen van het Gemeenschapsonderwijs in Brussel-Hoofdstad, alsook de salaristoelagen voor het leidinggevend en technisch personeel van de erkende openbare gemeentelijke, provinciale en privaatrechtelijke bibliotheken;b) de salarissen en salaristoelagen, fietsvergoedingen en vervoerkosten van de personeelsleden van het basis-, secundair, hoger met uitzondering van het universitair onderwijs, het buitengewoon onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds kunstonderwijs, de diensten voor beroepsoriëntering, de centra voor leerlingenbegeleiding, en de onderwijsinspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten;c) de vergoedingen wegens begrafeniskosten en de geboortetoelagen;d) de toelagen voor derving van het vrij genot van woning, de gevarentoelagen en de toelagen voor elektrische bediening, de toelagen voor de inning van scheepvaartrechten, de toelagen voor extra en onregelmatige prestaties, de vergoedingen voor kantoorkosten, de vergoedingen voor rijwielen met hulpmotor, alsmede de verplichte bijdrage van de werkgever in de kosten van het woon-werkverkeer van de werknemer;e) de toelagen wegens buitengewone prestaties;f) zonder tussenkomsten van de Deposito- en Consignatiekas : de schadevergoedingen toegewezen op basis van een uitvoerbaar vonnis of arrest in afwijking van artikel 100, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit.Deze schadevergoedingen slaan zowel op de hoofdsom als op de eventuele renten; g) de aflossingen van kapitaal en rente bepaald onder de programma's 24.40, 24.80 en 24.90; h) de renten en terugbetaling in hoofdsom van de geprefinancierde trekkingsrechten op het investeringsfonds, ingeschreven op ba.21.02 en 63.01 van het programma 53.10; i) de aanmoedigingspremies ter stimulering van arbeidsherverdeling en arbeidsduurvermindering;j) de aanmoedigingspremies in het kader van het Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social Profitsector 2000-2005;k) de betaling van de moratoriumintresten verschuldigd aan belastingplichtigen in het kader van de inning van de onroerende voorheffing door de Vlaamse Gemeenschap, van de heffing ter bestrijding van de leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen, van de heffing ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Overdrachten kredieten Art. 11.§ 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 34 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit worden de vastleggingen samen met de kredietsaldi voor vastleggingen en ordonnancering van de volgende basisallocaties op 31 december van het jaar 2003 naar het begrotingsjaar 2004 overgedragen. De overgedragen kredieten worden met de nieuwe kredieten samengevoegd.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 34 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit worden de vastleggingen samen met de kredietsaldi voor vastleggingen en ordonnancering van de volgende basisallocaties op 31 december van het jaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 overgedragen. De overgedragen kredieten worden met de nieuwe kredieten samengevoegd.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 3. In afwijking van de bepalingen van artikel 35 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit wordt het onbelast kredietsaldo, in vastleggings- en ordonnanceringskrediet, op 31 december 2003 overgedragen naar het jaar 2004 voor onderstaande basisallocaties en samengevoegd met de kredieten voor het begrotingsjaar 2004.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Uitgaven vorige jaren Art. 12.§ 1. Onderstaande basisallocaties mogen uitgaven dekken met betrekking tot vorige begrotingsjaren : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. De basisallocaties 12.03,12.20,12.21 en 12.22 van het programma 24.10 mogen uitgaven dekken met betrekking tot voorgaande jaren voor zover deze uitgaven betrekking hebben op kosten gemaakt in het kader van een gedwongen invordering. Art. 13.§ 1. De ordonnanceringen van de uitgaven die in de loop van de vorige begrotingsjaren werden vastgelegd ten laste van vastleggingskredieten en vastleggingmachtigingen van basisallocaties of artikelen waarvan de nummering inmiddels gewijzigd werd of overgegaan is in andere basisallocaties of begrotingsartikelen mogen worden aangerekend op de overeenstemmende programmakredieten en basisallocaties van de begroting voor het jaar 2004. § 2. De ordonnanceringen van de verbintenissen die in de loop van vorige begrotingsjaren werden vastgelegd ten laste van de verbintenissenmachtigingen 99.35 en 99.36 van programma 62.40 mogen respectievelijk worden aangerekend op basisallocatie 31.03 en 31.04 van programma 62.40. § 3. De ordonnanceringen van de verbintenissen die in de loop van de vorige jaren werden vastgelegd ten laste van basisallocatie 34.01 van het programma 24.70 mogen worden aangerekend op basisallocatie 34.70 van het programma 62.40. § 4. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd de afrekeningen, contractuele verbintenissen, ordonnanceringen en andere verplichtingen ten laste van b.a. 14.07, van het programma 63.10 aan te rekenen op b.a. 14.08 van dit zelfde programma 63.10.
Subsidies Art. 14.Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kunnen de volgende subsidies worden toegekend : (in duizend euro) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 15.De Vlaamse openbare instellingen kunnen binnen de perken van de betrokken basisallocaties dotaties krijgen, zelfs als de wet of het decreet houdende oprichting van deze instelling dat niet uitdrukkelijk bepaalt.
Leningsmachtigingen Art. 16.De minister die bevoegd is voor de huisvesting wordt ertoe gemachtigd het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen in staat te stellen verbintenissen aan te gaan voor een bedrag van maximaal 208.386.000 euro in het kader van de sociale huisvesting.
De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op voorstel van de minister die bevoegd is voor de huisvesting, om leningsmachtigingen ten belope van 138.386.000 euro, met de waarborg van het Vlaamse Gewest, toe te kennen aan voormelde instelling voor het voormelde bedrag. Art. 17.Het niet aangewende deel per 31 december 2003 van de leningsmachtiging voor het UZ Gent, voorzien onder artikel 16 van het
decreet van 20 december 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/12/2002
pub.
10/02/2003
numac
2003035120
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende tweede aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2002
type
decreet
prom.
20/12/2002
pub.
14/02/2003
numac
2003035150
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2003
sluiten houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2003, wordt overgedragen naar het begrotingsjaar 2004 en mag aangewend worden gedurende het begrotingsjaar 2004.
Vastleggingsmachtigingen Art. 18.§ 1. Het Gemeenschapsonderwijs wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een bedrag van 9.387.000 euro voor kleine infrastructuurwerken in schoolgebouwen van het Gemeenschapsonderwijs. § 2. Het Gemeenschapsonderwijs wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een bedrag van 17.048.000 euro voor grote infrastructuurwerken in schoolgebouwen van het Gemeenschapsonderwijs. Art. 19.§ 1. De Investeringsdienst van de Vlaamse Autonome Hogescholen wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van 6.871.000 euro voor het beheer, het onderhoud en de investeringen in schoolgebouwen van de Vlaamse Autonome Hogescholen. § 2. Het op 31 december 2003 niet opgebruikte deel van de machtiging vermeld in § 1 wordt overgedragen naar het jaar 2004 en samengevoegd met de machtiging voor het jaar 2004. Art. 20.§ 1. De Dienst voor Infrastructuurwerken voor het Gesubsidieerd Onderwijs wordt ertoe gemachtigd de hiernavolgende verbintenissen aan te gaan voor het beheer, het onderhoud en de investeringen in schoolgebouwen - 17.617.000 euro voor het gesubsidieerd officieel onderwijs met uitzondering van het hoger onderwijs; - 73.976.000 euro voor het gesubsidieerd vrij onderwijs met uitzondering van het hoger onderwijs; - 1.194.000 euro voor het gesubsidieerd officieel hoger onderwijs; - 11.107.000 euro voor het gesubsidieerd vrij hoger onderwijs. § 2. Het op 31 december 2003 niet opgebruikte deel van de machtiging vermeld in § 1, wordt overgedragen naar het jaar 2004 en samengevoegd met de machtiging voor het jaar 2004. Art. 21.Kind en Gezin is overeenkomstig het decreet 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden gemachtigd om tijdens het begrotingsjaar 2004 voor een maximumbedrag van 5.823.000 euro vastleggingen te verrichten met het oog op het toekennen van toelagen voor de aankoop, bouw, verbouwing, uitbreiding en uitrusting van crèches. Art. 22.§ 1. Het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap is overeenkomstig het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, gemachtigd om voor een maximumbedrag van 17.711.000 euro vastleggingen te verrichten met het oog op het toekennen van toelagen voor aankoop, bouw, verbouwingswerkzaamheden, uitrusting en apparatuur betreffende voorzieningen die in het kader van de programmatie terzake hiervoor in aanmerking komen. § 2. Het op 31 december 2003 niet opgebruikte deel van de machtiging verleend gedurende het begrotingsjaar 2003, en dit beperkt tot maximaal 20.000.000 euro, wordt overgedragen naar het begrotingsjaar 2004 en samengevoegd met de machtiging voor het begrotingsjaar 2004. Art. 23.Het Vlaams Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie wordt gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van maximaal 4.263.000 euro voor zijn eigen investeringen. Art. 24.§ 1. Toerisme Vlaanderen wordt gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van 14.936.000 euro voor zijn investeringen en investeringstoelagen. § 2. Toerisme Vlaanderen wordt gemachtigd verbintenissen aan te gaan ten beloop van 2.388.000 euro in het kader van de cofinanciering van Europese steunprogramma's. Art. 25.§ 1. Aan het ESF-Agentschap wordt een vastleggingsmachtiging verleend ter financiering van de Vlaamse bijdrage tot het Belgisch actieplan in uitvoering van de Europese werkgelegenheidsrichtsnoeren, meer bepaald acties in het kader van de man/vrouw problematiek, ten belope van 1.761.000 euro. § 2. Aan het ESF-Agentschap wordt een vastleggingsmachtiging verleend voor de betaling van subsidies voor permanente vorming en opleiding binnen de bedrijven ten belope van 11.353.000 euro. Art. 26.Aan het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT-Vlaanderen) wordt een vastleggingsmachtiging verleend voor de projecten op initiatief van bedrijven en innovatie-samenwerkingsverbanden ten beloop van 94.206.000 euro in het kader van zijn opdracht vastgesteld in het decreet van 23 januari 1991 betreffende de oprichting van een Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie en het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
sluiten betreffende het voeren van een beleid ter aanmoediging van de technologische innovatie.
Het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT-Vlaanderen) wordt ertoe gemachtigd in opdracht van de Vlaamse regering voor een bedrag 13.370.000 euro aan verbintenissen aan te gaan voor acties van technologische innovatie.
IWT-Vlaanderen wordt belast met de uitvoering, de financiële en administratieve afhandeling van de opdrachten.
Het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT-Vlaanderen) wordt ertoe gemachtigd voor een bedrag van 14.130.000 euro aan verbintenissen aan te gaan voor innovatieve mediaprojecten.
De minister bevoegd voor het wetenschaps- en technologische innovatiebeleid kan, na akkoord van de minister bevoegd voor financiën en begroting, onderling en gelijktijdig overschrijvingen uitvoeren tussen de vastleggingsmachtigingen verleend aan het IWT-Vlaanderen.
De Vlaamse minister bevoegd voor financiën en begroting, op de voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor het Wetenschapsbeleid, wordt er tevens toe gemachtigd de waarborg van de Vlaamse Gemeenschap te hechten aan leningen aangegaan door het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT Vlaanderen) en/of rechtsopvolger voor het toekennen van terugvorderbare financiële steun. Het plafond van de gewaarborgde leningen bedraagt 25.000.000 euro.
Het IWT-Vlaanderen wordt gemachtigd gedurende het begrotingsjaar 2004 leningen aan te gaan ten belope van 25.000.000 euro. Art. 27.In uitvoering van artikel 22 van het decreet tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds van 26 juni 2002 wordt de minister bevoegd voor binnenlandse aangelegenheden gemachtigd om aan Dexia de renten en de terugbetaling in hoofdsom van de geprefinancierde trekkingsrechten te betalen, ingeschreven onder basisallocatie 21.02 en 63.01 van het programma 53.10.
Waarborg Art. 28.De minister die bevoegd is voor financiën en begroting wordt ertoe gemachtigd, op voordracht van de minister die bevoegd is voor werkgelegenheid en toerisme, de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen, aangegaan door de V.Z.W. Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen (KMDA), voor de financiering van haar restauratie- en ontwikkelingsprojecten.
Het plafond van de gewaarborgde leningen bedraagt 5.000.000 euro. Art. 29.De rentelasten van de leningen die de V.Z.W. "De Gezinsbond" onder waarborg van de Gemeenschap uitgeeft voor haar studiefonds, zullen voor het jaar 2004 gedeeltelijk door de Gemeenschap en gedeeltelijk door de V.Z.W. "De Gezinsbond" gedragen worden volgens een tussen de minister die bevoegd is voor onderwijs, en de lener overeen te komen verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel wordt voor het jaar 2004 vastgesteld als volgt : maximaal tweederde van vernoemde rentelasten worden ten laste genomen door de Gemeenschap en minimaal eenderde door de V.Z.W. "De Gezinsbond".
Het plafond van de gewaarborgde leningen bedraagt 3.098.670 euro. Art. 30.De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, op de voordracht van de minister die de watervoorziening in zijn bevoegdheid heeft, wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen uit te geven en de kredieten per jaar op te nemen door de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.
Deze verbintenissen mogen een totaal bedrag van 49.578.705 euro niet overschrijden. Art. 31.De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op voordracht van de minister die bevoegd is voor het vervoer, de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen, aangegaan door de Vlaamse Vervoermaatschappij met het oog op de vernieuwing of uitbreiding van haar voertuigenpark of voor de herfinanciering ervan.
Het plafond van de gewaarborgde leningen bedraagt 52.500.000 euro. Art. 32.De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op de voordracht van de minister die bevoegd is voor economie, de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen en participaties aangegaan door de organisaties aangesloten bij de V.Z.W. "Samenwerkingsverband Sociale Economie", met het oog op de gedeeltelijke dekking van het verlies dat deze organisaties eventueel dragen als gevolg van de economische mislukking van projecten inzake sociale economie. De gewaarborgde leningen en participaties mogen een totaal bedrag van 2.500.000 euro niet overschrijden. Art. 33.De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op de voordracht van de minister die bevoegd is voor ontwikkelingssamenwerking, de waarborg van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap te hechten aan de leningen en participaties, aangegaan door de niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties, met het oog op de gedeeltelijke dekking van het verlies dat deze organisaties eventueel dragen als gevolg van de economische mislukking van ontwikkelingsprojecten in de derde wereld. De gewaarborgde leningen en participaties mogen een totaal bedrag van 5.000.000 euro niet overschrijden. Art. 34.De minister die bevoegd is voor financiën en begroting, wordt ertoe gemachtigd, op de voordracht van de minister die bevoegd is voor de huisvesting, de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de leningen aan te gaan door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ten beloop van onderstaande bedragen, voor : a) de financiering van het investeringsprogramma van deze maatschappij sector huurwoningen :123.172.940 euro sector eigendomswoningen : 82.078.790 euro b) voor de bancaire financiering van marktconforme leningen aan de SHM : 49.400.000 euro. Art. 35.De minister die bevoegd is voor het leefmilieu en de minister die bevoegd is voor financiën en begroting, worden gemachtigd de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan leningen aan te gaan door de N.V. Aquafin ten beloop van 74.368.058 euro, met het oog op het uitvoeren van de beheersovereenkomst tussen het Vlaamse Gewest en de N.V. Aquafin.
Het Vlaamse Gewest is slechts gehouden tot betaling van de uitstaande saldi van de in het eerste lid bedoelde leningen, als de uitwinning van de waarborg niet het gevolg is van : - de foutieve uitvoering door de N.V. Aquafin van de beheersovereenkomst tussen het Vlaamse Gewest en de N.V. Aquafin; - of van de uitvoering door de N.V. Aquafin van overeenkomsten met derde partijen. Art. 36.De Vlaamse minister bevoegd voor financiën en begroting, op de voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor het economisch overheidsinstrumentarium, wordt ertoe gemachtigd de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan de gedeeltelijke herfinanciering van het consortiumkrediet in hoofde van de N.V. Mijnen.
Voorschotten Art. 37.Bij wijze van voorschot mogen door de rekenplichtige middelen ter beschikking worden gesteld op een financiële rekening, met protonkaart of creditkaart, van de betrokken ambtenaar die dan achteraf de desbetreffende verantwoording aflegt. Art. 38.Ten laste van het krediet van de basisallocatie 85.10 van het programma 12.10 mag aan de vertegenwoordigers van de Vlaamse regering een bestendig voorschot van maximaal 25.000 euro per vertegenwoordiger worden verleend voor de prefinanciering van de uitgaven die betrekking hebben op activiteiten, manifestaties, zakenreizen en administratieve kosten van de vertegenwoordigers van de Vlaamse regering en op de werkingskosten van de Vlaamse Vertegenwoordigingen in het buitenland.
De geprefinancierde uitgaven zullen worden aangerekend op het respectieve basisallocaties 12.26 en 12.60 van het programma 12.10.
Op basis van de ingediende verantwoordingsstukken mag de buitengewone rekenplichtige van het departement Coördinatie het voorschot aanvullen tot maximaal het toegekende bedrag. Art. 39.Ten laste van het krediet van de basisallocatie 85.01 van het programma 54.40 mag aan de landbouwattachés een bestendig voorschot van maximaal 25.000 euro per vertegenwoordiger worden verleend voor de prefinanciering van de uitgaven die betrekking hebben op activiteiten, manifestaties, zakenreizen en administratieve kosten van de attachés.
De geprefinancierde uitgaven worden aangerekend op de respectieve basisallocaties 11.11, 12.13, 12.36 en 74.04 van het programma 99.10 en de basisallocaties 12.06 en 12.07 van het programma 54.40.
Op basis van de ingediende verantwoordingsstukken mag de buitengewoon rekenplichtige van het departement EWBL het voorschot aanvullen tot maximaal het toegekende bedrag. Art. 40.§ 1. De schatkist wordt ertoe gemachtigd tot een maximumbedrag van 12.400.000 euro de nodige provisies te verstrekken om de uitbetaling, lastens de basisallocaties van de programma's 40 en 80, organisatieafdeling 24, te verzekeren met verplichting deze provisies uiterlijk tegen 31 december 2005 te regulariseren. § 2. Op de te gebruiken thesaurierekening en op de financiële rekening wordt daarvoor tijdelijk een negatief saldo toegelaten. Art. 41.§ 1. De schatkist wordt gemachtigd voorschotten toe te staan aan niet gouvernementele organisaties die als promotoren in moeilijkheden verkeren, wanneer de derdengeldrekening "prefinanciering" bij de V.Z.W. ESF-Agentschap uitgeput is. Deze voorschotten slaan alleen op goedgekeurde begeleidings-, opleidings- of tewerkstellingsprojecten in het kader van de ESF-programmatie. § 2. Onder niet-gouvernementele organisaties die als promotoren in moeilijkheden verkeren, zoals bedoeld bij § 1, worden verstaan de privaatrechtelijke promotoren, niet ondernemingen uit de profit en non-profit sector, die via de aanbreng van boekhoudkundig bewijsmateriaal kunnen aantonen dat de organisatie omwille van niet-tijdige Europese betalingen in moeilijkheden verkeren. De Vlaamse regering bepaalt de nadere modaliteiten.. § 3. De niet-gouvernementele organisaties die als promotoren in moeilijkheden verkeren, richten een gemotiveerde vraag, vergezeld van het vereist boekhoudkundig bewijsmateriaal, aan de V.Z.W. ESF Agentschap, die de vraag voorlegt aan een onafhankelijke commissie.
Deze commissie oordeelt over de ontvankelijkheid van de vraag en zal de V.Z.W. ESF Agentschap van haar gemotiveerd oordeel op de hoogte brengen. De Vlaamse minister bevoegd voor de werkgelegenheid bepaalt de samenstelling van de commissie. § 4. De debettoestand wordt beperkt tot maximaal 6.000.000 euro. § 5. Voor deze voorschotten dient een rente betaald die gelijk is aan die welke voor de Vlaamse Gemeenschap van toepassing is voor kortlopend krediet bij haar kassier. Deze rente wordt per dag berekend en aangerekend op programma 52.40, basisallocatie 41.07. Art. 42.De bevoegde minister wordt ertoe gemachtigd provisies te verlenen aan de advocaten, experts en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest optreden. Art. 43.Ten laste van het krediet van basisallocatie 54.01 van het programma 64.20 mogen trimestiriele voorschotten ten belope van maximaal 4.000.000 euro worden betaald voor de financiering van de uitgaven die gedaan worden voor de uitvoering van het gezamenlijk onderzoek door het Vlaamse Gewest en het Koninkrijk der Nederlanden in het kader van het project "Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium".
De modaliteiten van uitbetaling en verantwoording worden geregeld in een memorandum dat door deze overheden wordt afgesloten.
Deze voorschotten worden bepaald op basis van een kostenraming voorgelegd door de bevoegde ambtenaren van Nederland en het Vlaamse Gewest. De rapportage over de gemaakte kosten wordt gestaafd met de verantwoordingsstukken.
Overschrijvingen Art. 44.De bevoegde ministers worden ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor financiën en begroting, en dit binnen de perken van de kredieten geopend voor de diverse programma's van organisatieafdeling 02 - Kabinetten, overschrijvingen te verrichten tussen de basisallocaties over de programma's heen. Art. 45.De minister die bevoegd is voor financiën en begroting wordt ertoe gemachtigd, en dit binnen de perken van de kredieten geopend voor organisatieafdeling 24 programma 40 en 80, overschrijvingen te verrichten tussen de betrokken basisallocaties over de programma's heen. Art. 46.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder basisallocatie 40.02, programma 32.10, geheel of gedeeltelijk, over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 47.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder basisallocatie 40.03, programma 32.10, geheel of gedeeltelijk, over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 48.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder basisallocatie 12.02, programma 34.50, geheel of gedeeltelijk, over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 49.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder basisallocatie 12.06, programma 34.50, geheel of gedeeltelijk, over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 50.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder basisallocatie 12.15, programma 20, organisatieafdeling 39, geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 51.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder de basisallocatie 12.22, programma 20, organisatieafdeling 39 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : - de basisallocaties 11.20, 41.11, 43.40, 43.47, 44.60 en 44.67 van de programma's 31.10, 31.20, 32.10, 32.20 en 34.20; - de basisallocaties 11.03, 43.01, 43.03, 43.11, 43.12, 44.01, 44.02, 44.11 en 44.12 van het programma 34.10. Art. 52.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder de basisallocatie 12.63, programma 30, organisatieafdeling 34 en het krediet ingeschreven onder de basisallocatie 12.02, programma 35.10 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de basisallocatie 12.17 van het programma 99.10. Art. 53.De minister die bevoegd is voor het onderwijs wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder de basisallocatie 12.20, programma 39.20 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de onderstaande basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 54.§ 1. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd de kredieten ingeschreven onder de basisallocatie 33.01. van het programma 40.30 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de door de Vlaamse regering aan te duiden programma's en basisallocaties onder de organisatieafdelingen 11, 40, 41, 42, 45 en 52. § 2. De minister die bevoegd is voor het welzijn wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, de kredieten ingeschreven onder basisallocatie 41.02 van het programma 41.20 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de basisallocaties 11.03, 12.01, 12.39 en 74.01 van het programma 99.10. Art. 55.De minister die bevoegd is voor cultuur wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder de basisallocatie 33.47 van het programma 45.40 geheel of gedeeltelijk over te schrijven naar de basisallocatie 41.05 van hetzelfde programma. Art. 56.De minister die bevoegd is voor het energiebeleid wordt ertoe gemachtigd, mits akkoord van de minister bevoegd voor begroting, het krediet ingeschreven onder de basisallocatie 50.03 van het programma 51.50 gedeeltelijk over te schrijven naar de hieronder vermelde basisallocaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 57.De kredieten ingeschreven onder basisallocatie 41.02, 41.05 en 43.01 van het programma 52.40, voor die gedeelten van de onderscheidene tewerkstellingsprogramma's die in aanmerking komen voor regularisering, kunnen, bij besluit van de Vlaamse regering, overgeschreven worden naar door de Vlaamse regering aan te duiden programma's en basisallocaties. Art. 58.De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd, op voorstel van de minister die bevoegd is voor financiën en begroting, overschrijvingen te verrichten tussen de gesplitste ordonnanceringskredieten van de basisallocaties van het Departement 6 - LIN, van Afdeling 1 van de algemene uitgavenbegroting. Art. 59.In afwijking van artikel 15 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit wordt de bevoegdheid tot herverdeling van de basisallocaties 11.03, 11.04,11.06, 11.09, 11.10 of 11.11 van programma 99.1 toegewezen aan de Vlaamse minister bevoegd voor ambtenarenzaken, zonder dat daarvoor de instemming van de minister bevoegd voor begroting voor vereist is.
Deze herverdeling is beperkt tot andere basisallocaties van programma 99.1. Elke overschrijving wordt door de Vlaamse minister bevoegd voor financiën en begroting aan het Rekenhof en aan het Vlaams Parlement meegedeeld Provisionele kredieten Art. 60.Het provisioneel krediet ingeschreven onder basisallocatie 01.02 programma 24.20 mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende basisallocaties van de uitgavenbegroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 61.Het provisioneel krediet ingeschreven onder basisallocatie 00.17 programma 24.60 mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende basisallocaties van de uitgavenbegroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 62.Het provisioneel krediet ingeschreven onder de basisallocatie 00.18 van het programma 24.60 mag aangewend worden voor uitgaven in het kader van het werkgelegenheidsakkoord.
Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende organisatieafdelingen, programma's en basisallocaties van de begroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 63.Het provisioneel krediet ingeschreven onder de basisallocatie 00.19 van het programma 24.60 mag aangewend worden voor uitgaven in het kader van de betaling van schadevergoedingen.
Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende organisatieafdelingen, programma's en basisallocaties van de begroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 64.Het provisionele krediet ingeschreven onder basisallocatie 00.20 van het programma 24.60 mag aangewend worden m.b.t. de werking en uitrusting van de kabinetten met inbegrip van tekorten op salariskredieten.
Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende organisatieafdelingen, programma's en basisallocaties van de begroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 65.Het provisionele krediet ingeschreven onder basisallocatie 00.21 van het programma 24.60 mag aangewend worden voor het dekken van verhuiskosten en inrichtingskosten van kabinetten.
Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende basisallocaties van de kabinetsbegrotingen door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 66.Het provisioneel krediet ingeschreven onder basisallocatie 00.22 van het programma 24.60 mag aangewend worden voor het dekken van uitgaven in het kader de overdracht van bevoegdheden in uitvoering van de bijzondere
wet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/07/2001
pub.
03/08/2001
numac
2001021378
bron
diensten van de eerste minister
Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen
sluiten houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de Gemeenschappen en de Gewesten.
Het mag volgens de behoeften, geheel of gedeeltelijk, verdeeld worden over de passende, bestaande of eventueel nog nieuw in te schrijven basisallocaties van de begroting, of, in de eventualiteit, aangewend worden voor de terugbetaling van de federale overheid gedane kosten in afwachting van een effectieve overheveling van de desbetreffende materies. Art. 67.Het provisioneel krediet ingeschreven onder basisallocatie 00.23 van het programma 24.60 mag aangewend worden voor het dekken van uitgaven die voorheen gefinancierd werden via de gelden ter beschikking gesteld door de Nationale Loterij.
Het mag volgens de behoeften verdeeld worden over de passende basisallocaties van de begroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 68.Het provisionele krediet ingeschreven onder de basisallocatie 11.01 van het programma 24.60 mag aangewend worden tot dekking van de lasten, met inbegrip van die welke betrekking hebben op vorige begrotingsjaren, voor de hele begroting, voortvloeiend uit een eventuele stijging van de prijsindex die berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen en toepassing van de sociale programmatie en tengevolge van lastenstijgingen door uitvoering van CAO's. Het mag volgens de behoeften worden verdeeld over de passende organisatieafdelingen, programma's en basisallocaties van de begroting door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 69.Het provisionele krediet ingeschreven onder de basisallocatie 11.11 van het programma 39.10 mag aangewend worden tot dekking van de uitgaven voor wedden en weddetoelagen van het onderwijspersoneel die in het lopende jaar met betrekking tot prestaties van het voorgaande begrotingsjaar verschuldigd zijn.
Deze basisallocatie kan door middel van een besluit van de Vlaamse regering geheel of gedeeltelijk overgedragen worden naar de desbetreffende basisallocaties van de onderstaande programma's.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De overdracht mag gebeuren in 3 schijven : - een eerste schijf vanaf 1 mei op basis van de op 30 april gekende uitgaven; - een tweede schijf vanaf 1 september op basis van de op 31 augustus gekende uitgaven; - een derde schijf vanaf 1 december op basis van de op 30 november gekende uitgaven. Art. 70.Het provisioneel krediet ingeschreven onder basisallocatie 01.01 van het programma 40.10 mag aangewend worden ter financiering van uitgaven gefinancierd met de netto opbrengst van de winst van de Nationale Loterij binnen de sectoren welzijn, gezondheid en ontwikkelingssamenwerking.
Het mag bij besluit van de minister bevoegd voor welzijn en volksgezondheid geheel of gedeeltelijk verdeeld worden over de passende, bestaande of eventueel nog nieuw in te schrijven basisallocaties van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Art. 71.Het provisioneel krediet ingeschreven onder basisallocatie 01.01 programma 40.30 mag aangewend worden ter uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord in de social profit sector. Het mag bij besluit van de Vlaamse regering, geheel of gedeeltelijk verdeeld worden over door de Vlaamse regering aan te duiden programma's en basisallocaties onder de organisatieafdelingen 11, 41, 42, 45 en 52. Art. 72.Het provisioneel gesplitste ordonnanceringskrediet ingeschreven onder basisallocatie 01.01 van het programma 49.90 mag volgens de behoeften worden verdeeld over de passende organisatieafdelingen, programma's en gesplitste basisallocaties van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het departement WVC door middel van een besluit van de Vlaamse regering. Art. 73.Het provisioneel krediet ingeschreven onder basisallocatie 01.01 van het programma 61.10 mag aangewend worden in het kader van de regularisatie van de DAC-statuten binnen de sector Leefmilieu. Het mag bij besluit van de Vlaamse regering, geheel of gedeeltelijk, verdeeld worden over de door de Vlaamse regering aan te duiden programma's en basisallocaties van de organisatieafdeling 61. Art. 74.Het provisioneel gesplitste ordonnanceringskrediet ingeschreven onder basisallocatie 01.01 van het programma 69.90 mag volgens de behoeften worden verdeeld over de passende organisatieafdelingen, programma's en gesplitste basisallocaties van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het departement LIN door middel van een besluit van de Vlaamse regering.
Visum van de controleur van de vastleggingen en controle door het Rekenhof Art. 75.§ 1. Elke verbintenis aan te gaan krachtens de artikelen 16 (Vlaams Woningfonds), 18 (Gemeenschapsonderwijs), 19 (IVAH), 20 (DIGO), 21 (Kind en Gezin), 22 (VSIPH), 23 (BLOSO), 24 (TV), 26 (IWT), 101 (MINA), 103 (DAB Luchthaven Antwerpen), 104 (DAB Luchthaven Oostende), 106 (VIF), 125 (VIPA), 127(Vlabinvest),129 (VLIF), 131 Financieringsinstrument), 132 (Fonds Flankerend Beleid), 133 (Herplaatsingsfonds), 134 (Fonds Culturele Infrastructuur), 137 (Vlaams Brussel Fonds) en 138 (Garantiefonds Huisvesting) van dit decreet wordt onderworpen aan het visum van de Controleur der Vastleggingen en aan het Rekenhof.
Voor de tiende van iedere maand legt de Controleur der Vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de bewijsstukken voor die enerzijds het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar.
De lijst van de maand december maakt de jaarlijkse verzamelstaat uit.
Binnen tien dagen na ontvangst van de jaarlijkse verzamelstaat stuurt het Rekenhof twee door het Hof afgesloten exemplaren naar de regering terug.
De hiervoor in artikel 20 vermelde verbintenissen (DIGO) worden m.b.t. het visum van de controleur van de vastleggingen gegroepeerd per investeringsschijf. § 2. Worden vrijgesteld van het voorafgaand visum voor vastlegging door de Controleur der Vastleggingen : - de verbintenissen en schuldvorderingen die met geldvoorschotten mogen betaald worden op basis van een decretale toelating of op basis van de reglementering op de rijkscomptabiliteit; - de verbintenissen en schuldvorderingen die in de vorm van vaste uitgaven mogen worden betaald op basis van de reglementering op de rijkscomptabiliteit of op basis van een decretale toelating. Art. 76.In verband met toelagen voor investeringen van openbaar nut kunnen zowel voor de aangelegenheden bedoeld in artikelen 127 tot 129 als voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet, voorschotten ten beloop van maximum 80 procent van de toelage worden verstrekt onder bij besluit van de Vlaamse regering bepaalde voorwaarden.
De ordonnanties van betaling, betreffende voorschotten op toelagen in kapitaal worden vrijgesteld van het voorafgaand visurn van het Rekenhof; zij zijn onderworpen aan de regels bepaald in artikel 50 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit en aan de regels bepaald in artikel 41 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.
De betaling van het saldo van de toelage in kapitaal of het beschikbaar stellen door Dexia Bank van het saldo der toelage door deze instelling gefinancierd, wordt vooraf aan het visum van het Rekenhof voorgelegd, gestaafd door de goedgekeurde eindafrekening en alle andere bewijsstukken.
Bij het ter beschikking stellen van het saldo van de toelage door Dexia Bank van België zijn, in voorkomend geval, de bepalingen van de 2e, 3e en 4e alinea van artikel 14 van de organieke wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof van toepassing. Art. 77.Onverminderd de in artikelen 41 en 50 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit bepaalde regels, worden vrijgesteld van het voorafgaand visum van het Rekenhof voorschotten ten beloop van maximum 80 procent van de bedragen opgenomen onder de betreffende basisallocaties voor onderstaande begunstigden : Jeugd en Sport : - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het
decreet van 29 maart 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/03/2002
pub.
14/06/2002
numac
2002035675
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet op het Vlaamse jeugdbeleid
sluiten op het Vlaamse jeugdbeleid - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid - Europees Muziekfestival van de jeugd te Neerpelt - V.Z.W. ADJ - V.Z.W. VVJ - V.Z.W. Vlaamse Jeugdherbergcentrale - V.Z.W. Centrum voor Jeugdtoerisme - de invoegafdelingen in de culturele sector - de V.Z.W. Instituut Topsport Vlaanderen - het Europees Jeugdorkest - de begunstigden van subsidies aan allerlei initiatieven in verband met sport en sportmanifestaties alsook internationale sportprojecten - de begunstigden van de subsidies voor tewerkstellingsprojecten topsporters - de begunstigden van subsidies i.v.m. sociale en experimentele projecten en uitzonderlijke initiatieven binnen het sportbeleid - het jeugdonderzoeksplatform Volksontwikkeling en Bibliotheken : - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het
decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1967
pub.
17/08/2007
numac
2007000737
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen
sluiten0 betreffende het sociaal-cultureel volwassenwerk - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal gemeentelijk cultuurbeleid - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 27 oktober 1998 (volkscultuur en culturele vrijetijdsbesteding) - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het decreet van 22 december 2000 (amateur-kunsten) - V.Z.W. De Rand - de begunstigden in het kader van het organiseren van praktijkgerichte opleidingen voor bijzondere doelgroepen - V.Z.W. cultuur voor bijzondere doelgroepen - de V.Z.W. Kwasimodo - de stichting De Brakke Grond Beeldende Kunst en Musea : - Begunstigden van subsidies voor initiatieven inzake ontsluiting van cultureel erfgoed - V.Z.W. MUHKA - V.Z.W. Kunst in Huis - de V.Z.W. Vlaamse museumvereniging - de V.Z.W. Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het
decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/12/1996
pub.
12/09/1997
numac
1997035791
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997
sluiten tot erkenning en subsidiering van musea - V.Z.W. Culturele Biografie Vlaanderen - de V.Z.W. Vlaams Architectuur Instituut (VAI) - begunstigden gesubsidieerd op basis van de subsidieregeling erfgoedconvenants - Steunpunt initiatief beeldende kunst - begunstigden gesubsidieerd op basis van de subsidieregeling organisatievormen hedendaagse beeldende kunst - begunstigden gesubsidieerd op basis van het reglement voor de organisatoren van tentoonstellingen van cultuurhistorisch belang - begunstigden gesubsidieerd op basis van de subsidieregeling voor initiatieven op het vlak van de architectuur, de vormgeving en de toegepaste kunst - begunstigden gesubsidieerd op basis van het
decreet van 19 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/07/2002
pub.
01/10/2002
numac
2002036231
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de privaatrechtelijke culturele archiefwerking
type
decreet
prom.
19/07/2002
pub.
27/08/2002
numac
2002036044
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de overdracht van de Vlaamse economische vertegenwoordigers van de Vlaamse regering naar Export Vlaanderen, Vlaamse openbare instelling
type
decreet
prom.
19/07/2002
pub.
31/08/2002
numac
2002036124
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van het bosdecreet van 13 juni 1990, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet zoals aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 houdende bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
sluiten tot subsidiering van privaatrechtelijke archieven, documentatiecentra en bewaarbibliotheken - Memoriaal van de Vlaamse Gemeenschap aan de V.Z.W. Bedevaart naar de graven van de IJzer - begunstigden van initiatieven gefinancierd met de netto opbrengst van de winst van de Nationale Loterij voor beeldende kunst en musea - begunstigden gesubsidieerd op basis van de subsidieregeling voor beeldende kunstenaars - organisatie van het erfgoedweekend Muziek, Letteren en Podiumkunsten : - de begunstigden gesubsidieerd op basis van het muziek
decreet van 31 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
31/03/1998
pub.
09/07/1998
numac
1998035743
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van professionele muziekensembles, concertorganisaties, muziekclubs, muziekeducatieve organisaties en festivals, het Muziekcentrum van de Vlaamse Gemeenschap, het subsidiëren van muziekprojecten en compositieopdrachten en het verlenen van werkbeurzen
type
decreet
prom.
31/03/1998
pub.
09/05/1998
numac
1998035466
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende goed …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.