← België

Besluit van de Interregionale Verpakkingscommissie tot erkenning van de vereniging zonder winstoogmerk Fost Plus, Martinus V-straat 40, 1200 Brussel,

Kort samengevat

Dit besluit erkent de vereniging zonder winstoogmerk Fost Plus als een organisatie voor verpakkingsafval en stelt de voorwaarden vast waaraan zij zich moet houden. Het regelt de inzameling en recycling van huishoudelijk verpakkingsafval in België.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
18 DECEMBER 2008. - Besluit van de Interregionale Verpakkingscommissie tot erkenning van de vereniging zonder winstoogmerk Fost Plus, Martinus V-straat 40, 1200 Brussel, als organisme voor verpakkingsafval De Interregionale Verpakkingscommissie, Gelet op de richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen; Gelet op de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad 94/62/EG van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval, zoals gewijzigd door de richtlijn 2004/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004; Gelet op het samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aangenomen bij decreet van het Vlaams Parlement d.d. 21 januari 1997, bij decreet van de Waalse Gewestraad d.d. 16 januari 1997 en bij ordonnantie van de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest d.d. 30 januari 1997, verder aangeduid met de term 'samenwerkingsakkoord'; Gelet op de gewestelijke afvalstoffenplannen; Gelet op de beslissingen van de Interregionale Verpakkingscommissie van 24 januari 2008 en 2 oktober 2008, houdende aanduiding van de voorzitter en de ondervoorzitters van het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie; Gelet op de erkenningsaanvraag van Fost Plus, ingediend op 26 juni 2008; gelet op de ontvankelijkheid ervan; Gelet op de aanvullingen op het dossier die via elektronische weg werden meegedeeld op datum van 27 juni 2008 en via schrijven de dato 1 december 2008, ontvangen op 3 december 2008; Gelet op de hoorzittingen met Fost Plus op 4 december 2008 en van 18 december 2008; Gelet op de hoorzitting met Interafval en Copidec op 4 december 2008; Gelet op de hoorzitting met Febem op 4 december 2008; Gelet op de schriftelijke consultatie van Coberec op 9 december 2008; Gelet op de schriftelijke en mondelinge opmerkingen die door de verschillende partijen werden naar voren gebracht in het kader van de hoorzittingen en de consultatie; Overwegende dat op 1 januari 2009 het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zal in werking treden; dat dit samenwerkingsakkoord het gelijknamige samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 zal vervangen; Overwegende dat de persoon van privaatrecht aan wie de uitvoering van de verplichtingen van de verpakkingsverantwoordelijken met betrekking tot huishoudelijk verpakkingsafval wordt toevertrouwd een taak als openbare dienst vervult, onder controle van de overheid; Overwegende dat Fost Plus voldoet aan alle vereisten van artikel 9 van het samenwerkingsakkoord; Overwegende dat krachtens de statuten van Fost Plus, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en gecoördineerd op 17 november 2005, Fost Plus is opgericht als vereniging zonder winstgevend doel en als uitsluitend statutair doel heeft het voor rekening van de leden ten laste nemen van de terugnameplicht krachtens artikel 6 van het samenwerkingsakkoord; Overwegende dat de beheerders van Fost Plus en de personen die Fost Plus kunnen verbinden, hun burgerlijke en politieke rechten bezitten en niet zijn veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie; Overwegende dat Fost Plus over de nodige middelen beschikt om de terugnameplicht te vervullen; Overwegende dat huidige erkenning de voorwaarden bepaalt waaraan het erkende organisme zich moet houden; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie het werkingsgebied van het erkende organisme bepaalt; Overwegende dat de algemene criteria die bepalen voor welk verpakkingsafval Fost Plus erkend wordt, soms aanleiding geven tot interpretatiemoeilijkheden en dat het daarom noodzakelijk is om een voorbeeldenlijst op te stellen waarin deze criteria in de praktijk worden toegepast; dat deze lijst moet voldoen aan de bepalingen van de richtlijn 94/62/EG en aan de beslissingen van de Europese Commissie conform deze richtlijn; Overwegende dat de lijst eveneens van de algemene criteria moet kunnen afwijken als deze voor sommige productfamilies niet met de realiteit van de markt overeenstemmen; dat de Interregionale Verpakkingscommissie finaal beoordeelt of deze criteria al dan niet met deze realiteit overeenstemmen; Overwegende dat artikel 13, § 1, 1° en 3°, van het samenwerkingsakkoord bepaalt dat het erkende organisme voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong het gehele grondgebied op homogene wijze moet bestrijken en dat het in elk gewest een gelijkwaardig percentage van de bevolking moet bedienen; Overwegende dat het erkende organisme voor elk van de materialen die in de berekening van het globale recyclagepercentage worden meegerekend en die een relevant deel uitmaken van het huishoudelijke verpakkingsafval, het in het samenwerkingsakkoord bepaalde minimum recyclagepercentage moet bereiken; Overwegende dat het, rekening houdend met de grote diversiteit van samengestelde verpakkingen, moeilijk is om voor de 'samengestelde verpakkingen' specifieke percentages te voorzien; dat men de 'drankkartons' evenwel kan identificeren als een apart verpakkingmateriaal vanwege de grote omvang van deze fractie, haar homogeniteit en het bestaan van een specifieke recyclageketen; Overwegende dat, overeenkomstig het samenwerkingsakkoord, de Interregionale Verpakkingscommissie binnen de grenzen van het Europees recht autonoom de berekeningsmethodes van de recyclagepercentages bepaalt, met inbegrip van de modaliteiten betreffende eventuele correcties, en dat zij moet kunnen verifiëren hoe de recyclagepercentages in de praktijk worden bereikt; Overwegende dat het in de berekening van het door het erkende organisme voor recyclage ingezameld huishoudelijk verpakkingsafval mogelijk moet zijn om ook niet selectieve en/of niet-huishoudelijke afvalstromen in rekening te brengen, voor zover het afval dat niet van huishoudelijke verpakkingen afkomstig is of dat verloren gaat voor de recyclage, volledig kan worden uitgesloten, dit alles met het doel het systeem zo dicht mogelijk met de realiteit op het terrein te doen overeenstemmen; Overwegende dat vele niet-huishoudens de facto gebruik maken van de huishoudelijke inzamelingen; dat het voor de intercommunales en de privé-operatoren die instaan voor de huishoudelijke afvalophalingen, niet gemakkelijk is om de lijn te trekken tussen wat huishoudelijk en wat bedrijfsmatig is, bijvoorbeeld in het geval van een broodjeszaak die in aaneengesloten bebouwing tussen privé-woningen staat; Overwegende dat de intercommunales en de operatoren nood hebben aan een duidelijke richtregel om te weten welke volumes verpakkingsafval in principe kunnen worden ingezameld bij niet-huishoudens die zich op de normale huishoudelijke inzamelrondes bevinden; dat het evenwel niet de bedoeling is om het vlotte verloop van de inzamelingen te bemoeilijken; Overwegende dat Fost Plus aangekondigd heeft om de inzameling van huishoudelijke verpakkingen bij bedrijven op een systematische wijze te willen organiseren, maar dat hij dit niet in de erkenningsaanvraag heeft opgenomen; dat het hier gaat om een inzameling van bedrijfsmatig of van aan huishoudelijk gelijkgesteld afval en dus om een duidelijke uitbreiding van de bevoegdheid van Fost Plus; dat het dan ook gepast is dat de Interregionale Verpakkingscommissie hier een strikt toezicht op houdt; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie bij de berekening van de werkelijk gerecycleerde hoeveelheden de Europese beslissingen zal opvolgen omtrent de 'materiaalverliezen' die zich in de loop van elk recyclageproces voordoen en omtrent de in het verpakkingsafval aanwezige onzuiverheden en vochtigheden; dat de Interregionale Verpakkingscommissie in dit verband evenwel van het erkende organisme de beschikbare gegevens moet kunnen vragen om de huidige en toekomstige communautaire beslissingen in de praktijk te brengen; Overwegende dat de vergoeding van de kosten van inzameling en sortering van verpakkingsafval met het oog op recyclage moet gebeuren volgens modaliteiten die zijn geïnspireerd op het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van de vergoeding aan de reële en volledige kosten, zoals uitgedrukt in de artikelen 3, 10 en 13 van het samenwerkingsakkoord; Overwegende dat het erkende organisme moet streven naar optimalisatie door een zo efficiënt mogelijke dienstverlening, teneinde de kosten te minimaliseren die voor de consument voortvloeien uit de terugnameplicht; Overwegende dat de gedetailleerde vaststelling in de erkenning van een basisscenario dat vergoed wordt aan de reële en volledige kosten, tevens moet begrepen worden als het vastleggen van de referentie op het vlak van de kostenvergoeding, voor wanneer het erkende organisme de inzamel- en sorteerkosten vergoedt van de rechtspersonen van publiek recht die andere en duurdere scenario's hebben opgezet; dat in deze gevallen een vergoeding aan de referentiekost zich opdringt; Overwegende dat voor de rechtspersonen van publiekrecht die in regie werken, dit wil zeggen met eigen personeel en materieel, een kostenvergoeding zich opdringt die in overstemming is met de werkelijke kosten van de rechtspersonen; dat gedurende de onderhandelingen de rechtspersoon van publiekrecht niet zonder betaling kan blijven voor de aangetoonde kosten en dat een toepassing van de referentiekost zich opdringt; Overwegende dat de vergoeding van de selectieve inzamelingen in sommige gevallen ruimte laat aan de betrokken partijen voor een zekere onderhandelingsmarge binnen de grenzen van het samenwerkingsakkoord; dat deze onderhandelingsmarge niet bestaat voor het basisscenario, dat steeds vergoed wordt aan de reële en volledige kosten; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie instaat voor de objectiviteit van de jaarlijks berekende referentiekosten en -waarden; dat zij zich hiervoor baseert op de concrete voorstellen die Fost Plus uitwerkt; dat zij desgevallend ook de rechtspersonen van publiekrecht consulteert; Overwegende dat het van het allergrootste belang is dat de rechtspersonen van publiekrecht zo snel mogelijk en op transparante wijze in kennis worden gesteld van het precieze bedrag van hun vergoeding door het erkende organisme; dat dit ook inhoudt dat voor sommige bedragen een indexering in de erkenning wordt voorzien; Overwegende dat het basisscenario naar redelijkheid moet kunnen worden aangepast aan bepaalde plaatselijke bijzonderheden; Overwegende dat een duo-inzameling van papier/karton en PMD vanuit economisch, ecologisch en maatschappelijk oogpunt gelijkwaardig kan zijn aan een afzonderlijke inzameling van deze fracties; Overwegende dat de densiteit van het (bovengrondse) glasbollennetwerk aangepast moet zijn aan de bevolkingsdichtheid en de geografische omstandigheden; dat ook met de kwaliteit van het netwerk rekening moet worden gehouden; Overwegende dat bijzondere maatregelen inzake de frequentie van de selectieve inzamelingen wenselijk zijn voor sommige grootsteden en dichtbevolkte gebieden; dat de financiering door Fost Plus van deze verhoging van de inzamelfrequentie moet verantwoord worden door sociale, technische, economische en ecologische motieven, teneinde geen onverantwoorde inzamelmodaliteiten aan te moedigen; Overwegende dat het logisch is om voor de maandelijkse inzameling van glas huis-aan-huis een billijke forfaitaire vergoeding te voorzien; dat de vorige erkenning een progressieve forfaitaire vergoeding voorzag als overgangsmaatregel naar een definitieve regeling, die moest voortkomen uit een gezamenlijke studie van Fost Plus en de rechtspersonen van publiekrecht; dat deze gezamenlijke studie geen consensusoplossing heeft kunnen bieden; dat de Interregionale Verpakkingscommissie daarom verplicht werd om zelf een studie te laten uitvoeren; Overwegende dat deze studie in 2008 werd uitgevoerd door de faculteit bioingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent en dat de resultaten aan Fost Plus werden meegedeeld; Overwegende dat de studie concludeert dat de huis-aan-huis inzameling van glas drie tot vier keer duurder is dan de inzameling via een bovengronds glasbollennetwerk van 1 site per 700 inwoners; dat tevens wordt vastgesteld dat de variabele (40 %) en vaste (60 %) kostprijs voor niet kleurgescheiden huis-aan-huisinzameling ruim boven de referentiekost, verhoogd met 20 %, zoals voorzien in de vorige erkenning, ligt; dat in stedelijke regio's de vaste en variabele referentiekost, verhoogd met 20 %, respectievelijk 45 % en 47 % van de huis-aan-huisinzameling vertegenwoordigt; dat voor landelijke regio's dit percentage lager ligt, namelijk op 32 % voor de vaste en 28 % voor de variabele kostprijs; dat er kan verwacht worden dat, wanneer de kostprijs van huis-aan-huisinzameling dubbel zo hoog is als de referentiekost, intercommunales geenszins aangemoedigd worden om over te schakelen op een huis-aan-huisinzameling; Overwegende dat overeenkomstig artikel 10, § 2, 6°, van het samenwerkingsakkoord, de financiële verantwoordelijkheid van het erkende organisme zich eveneens uitstrekt tot andere materiaalstromen dan deze voorzien in het basisscenario, die, hoofdzakelijk op de containerparken, ingezameld worden door de rechtspersonen van publiek recht, voor zover het afval afkomstig is van huishoudelijke verpakkingen en de recyclage ervan kan aangetoond worden; Overwegende dat het nodig is om te verhelpen aan het onvoldoende karakter van verschillende recyclageattesten die voor deze bijkomende stromen werden afgeleverd, in het bijzonder voor het verpakkingsafval dat via "trading" naar het Verre Oosten verscheept wordt voor recyclage; dat een procedure wordt uitgewerkt om aan dit probleem te verhelpen; Overwegende dat pilootprojecten wenselijk zijn, om op zoek te gaan naar alternatieve scenario's die efficiënt zijn inzake kosten en inzake resultaten; dat alle partijen hierbij gebaat zijn; dat de pilootprojecten ook tot doel kunnen hebben om een beter evenwicht te vinden tussen de preventie en het beheer van verpakkingsafval; dat de voorkeur moet worden gegeven aan kleinschalige projecten; Overwegende dat het noodzakelijk is om de pilootprojecten en hun evaluatie te omgeven met randvoorwaarden die garanties geven inzake de budgettaire stabiliteit van het erkende organisme en de principiële gelijke behandeling van de rechtspersonen van publiekrecht; Overwegende dat de pilootprojecten moeten begeleid en geëvalueerd worden; dat de evaluatie op een objectieve en tegenstelbare wijze moet verlopen; Overwegende dat de keuze door de rechtspersoon van publiek recht van het inzamelscenario de verkoopwaarde van de materialen, die in principe aan Fost Plus toekomt, op ongunstige wijze kan beïnvloeden; dat moet worden vermeden dat de aan de rechtspersonen van publiek recht gelaten vrijheid Fost Plus onverantwoorde financiële schade zou toebrengen; Overwegende dat de Gewesten het nodig vinden om de inzameling in ondergrondse recipiënten in appartementsgebouwen aan te merken als een potentieel pilootproject; dat de evaluatie van deze inzamelmodaliteit wenselijk wordt geacht; Overwegende dat het erkende organisme, samen met de rechtspersoon van publiekrecht, de huis-aan-huisinzameling van de gemengde fractie papier/karton organiseert; dat bijgevolg het aandeel verpakkingsafval in deze stroom moet vastgelegd worden, waarbij voor de vergoeding van deze stroom, naast het gewicht, ook rekening moet gehouden worden met het densiteitverschil tussen papier en karton en de invloed van de densiteit op de kosten van de 2 deelfracties, alsook met de andere relevante factoren; Overwegende dat de vorige erkenning een forfaitaire vergoeding door Fost Plus voorzag van 30 % van de totale stroom papier/karton, dit als overgangsmaatregel naar een definitieve regeling, die moest voortkomen uit een gezamenlijke studie van Fost Plus en de rechtspersonen van publiekrecht; dat deze gezamenlijke studie evenwel geen consensusoplossing heeft kunnen bieden; dat de Interregionale Verpakkingscommissie daarom verplicht werd om zelf een studie te laten uitvoeren; Overwegende dat het doel van deze studie het uitvoeren van een analyse was van de huis-aan-huis inzameling van papier/karton en van de bepalende factoren op het vlak van de kostprijs; dat deze studie werd uitgevoerd door OWS en KPMG Advisory, waarbij OWS verantwoordelijk was voor de coördinatie en technische aspecten en waar KPMG Advisory instond voor de theoretische aspecten, modelontwikkeling en kostprijsberekening; dat een theoretisch kostprijsmodel uitgewerkt werd op basis van de principes van "Time Driven Activity Based Costing"; dat 3, omwille van hun representativiteit gekozen, ophaalrondes gevolgd en geanalyseerd werden; dat op basis van deze analyse gemiddelde verdeelsleutels werden bepaald voor België, rekening houdend met de bevolkingsdichtlheid; dat de berekende verdeelsleutels het aandeel van verpakkingen in de ophaalkost van de fractie papier/karton inschatten op minstens 32,67 % en hoogstens op 34,05 %; Overwegende dat de studie van de IVC dateert uit het jaar 2005 en dat de resultaten aan Fost Plus werden meegedeeld; Overwegende dat de voorgaande erkenning van Fost Plus het principe voorzag dat het karton dat apart op de containerparken wordt ingezameld, aan de referentiekost moest vergoed worden; dat deze bepaling onvoldoende duidelijk was en zelfs aanleiding heeft gegeven tot een geschil voor de Raad van State; dat de bepaling verduidelijkt werd door het voorzien van een bijzondere forfaitaire vergoeding, die gelijk is aan de globale referentiekost per ton voor de inzameling op de containerparken van de fractie papier/karton; Overwegende dat het noodzakelijk is om nader te bepalen welke stromen verpakkingsafval in de eerste plaats in rekening worden gebracht voor het bereiken door het erkende organisme van het in het samenwerkingsakkoord voorziene percentage van nuttige toepassing, en dit op een wijze die ertoe strekt de verschillende partijen te responsabiliseren; dat er met name voor de residu's van de PMD-sortering een gedeelde verantwoordelijkheid bestaat tussen Fost Plus, de sorteercentra en de rechtspersonen van publiek recht; Overwegende dat het op basis van artikel 13, § 1, 1° en 3°, van het samenwerkingsakkoord noodzakelijk is dat het erkende organisme op het vlak van de kosten voor de inzameling, het transport en de verbranding met energierecuperatie van niet-selectieve stromen voor elk gewest op dezelfde manier in de kosten bijdraagt; dat hiertoe een vaste verdeelsleutel tussen de gewesten noodzakelijk is; dat de hoogte van de vergoedingen bepaald worden op basis van het geheel van de gegevens waarover de Interregionale Verpakkingscommissie beschikt; Overwegende dat eenzelfde regeling noodzakelijk is voor de vergoeding door het erkende organisme van metalen verpakkingsafval uit schroot; Overwegende dat de quasi onvermijdelijke vervuiling van bovengrondse glasbolsites met achtergelaten zwerfvuil een maatschappelijk storend fenomeen is; dat Fost Plus kan meehelpen aan de oplossing van dit fenomeen, door bijzondere acties ter preventie van zwerfvuil, door een strenge controle op de naleving van de contracten en bestekken en door een beperkte financiële tussenkomst in de kosten van de aanvullende reinigingen van de bovengrondse glasbolsites door de rechtspersonen van publiek recht; Overwegende dat ondergrondse glasbollen soms de meest realistische oplossing zijn voor een bepaalde omgeving en dat men in dat geval een billijke vergoeding hiervoor moet voorzien, waarbij met name rekening wordt gehouden met de hoge investeringskosten; dat ondergrondse glasbollen kaderen binnen de optimalisering van het glasbollennetwerk, die van prioritair belang is; Overwegende dat in functie van de lokale omstandigheden moet kunnen geopteerd worden voor verschillende modaliteiten voor de glasinzameling, maar dat geen ongelijke behandeling van de rechtspersonen van publiekrecht kan worden aanvaard; dat een globale oplossing voor de glasinzameling zich opdringt; Overwegende dat een billijke forfaitaire vergoeding, in het licht van het geheel van de financiële gegevens waarover de Interregionale Verpakkingscommissie beschikt, dit gelijkheidsbeginsel kan garanderen; dat evenwel duidelijk moet zijn dat deze vergoeding uitsluitend kan dienen voor reële investeringen; dat de Interregionale Verpakkingscommissie hierop moet toezien; Overwegende dat overeenkomstig artikel 10, § 2, 6°, van het samenwerkingsakkoord, de vergoeding van de reële en volledige kosten van de door de rechtspersoon van publiek recht uitgevoerde activiteiten, zich uitstrekt tot de kosten die veroorzaakt worden door de opvolging van de projecten van selectieve inzameling; dat er met het oog op een volledige gelijkheid tussen de rechtspersoon van publiek recht een gemeenschappelijke basis moet worden vastgelegd met betrekking tot de berekening van deze vergoeding; dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de inzameling op de containerparken en de andere inzamelwijzen; dat voor de inzameling op de containerparken de opvolgingskosten gevoelig hoger liggen, gelet op de investerings- en werkingskosten van de containerparken; Overwegende dat in dezelfde geest de berekening van de winst op de verkoop van de blauwe zakken hetzelfde moet zijn voor alle rechtspersonen van publiek recht; Overwegende dat met het oog op een strikte gelijkheid tussen de consumenten de bestemming van deze winst voor elke rechtspersoon van publiek recht op dezelfde wijze moet worden geregeld; Overwegende dat de intercommunale kan eisen dat de PMD-zakken door Fost Plus zouden worden verdeeld; Overwegende dat de communicatie op lokaal vlak, of de projectgebonden communicatie, tot doel heeft om praktische informatie ter beschikking van de burgers te stellen, die bestemd is om de kwaliteit van de inzameling, de sortering en de recyclage te garanderen en te verbeteren; dat de hiermee verband houdende kosten door het erkende organisme moeten worden gedekt; dat per rechtspersoon van publiekrecht de aangewezen acties verschillend kunnen zijn; Overwegende dat de strategie voor lokale communicatie in alle geval bepaald moet worden in een geest van dialoog en overleg tussen het erkende organisme en de rechtspersoon van publiek recht; Overwegende dat de rechtspersonen van publiek recht het residupercentage van de PMD-sortering op een positieve wijze kunnen beïnvloeden, dankzij diverse acties bij de burgers en bij de sorteercentra; Overwegende dat aan het erkende organisme de mogelijkheid moet geboden worden om dit soort acties, die bijdragen tot het bereiken van de gewenste recyclagepercentages, aan te moedigen door middel van een financiële beloning; Overwegende dat deze financiële beloning moet kunnen worden vastgelegd, rekening houdend met de oorzaken van de PMD-verliezen bij het sorteerproces, en dit op een wijze die de verantwoordelijkheden van elke actor - consument, rechtspersoon van publiek recht, sorteercentrum of erkend organisme - respecteert; dat deze beloning met name rekening moet houden met een abnormaal hoge aanwezigheid van goed PMD in het residu; Overwegende dat overeenkomstig artikel 13, § 3, van het samenwerkingsakkoord, bij gebreke aan een akkoord tussen het erkende organisme en de rechtspersoon van publiek recht betreffende het sluiten en het uitvoeren van een contract volgens het door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurd model, de partijen een beroep kunnen doen op de bemiddeling van de bevoegde gewestelijke administratie; Overwegende dat er, wanneer het conflict zich in het kader van de uitvoering van het contract voordoet, naast de gewestelijke bemiddeling andere vormen van geschillenbeslechting bestaan, die soms tot meer praktische resultaten kunnen leiden, gelet op de soms complexe aard van het conflict (bijvoorbeeld inzake schadeberekeningen); dat alle relevante mogelijkheden tot conflictbeslechting moeten voorradig zijn; Overwegende dat het erkende organisme binnen de correcte uitvoering van de overeenkomsten moet overgaan tot de uitbetaling van de bedragen die het niet uitdrukkelijk betwist, zelfs indien deze laatste deel uitmaken van omstreden facturen, zonder dat evenwel het erkende organisme zelf benadeeld mag worden; dat het aan de rechtspersonen van publiekrecht is om toe te zien op de juistheid van de facturen; Overwegende dat overeenkomstig de artikelen 10, § 2, 6°, en 13, § 1, 7°, van het samenwerkingsakkoord het modelcontract zoals goedgekeurd door de Interregionale Verpakkingscommissie als model dient voor de relaties tussen het erkende organisme en elke rechtspersoon van publiek recht; Overwegende dat het modelcontract niet op definitieve manier kan worden goedgekeurd in de huidige erkenningstekst, vermits deze een aantal belangrijke wijzigingen aan het modelcontract oplegt; dat ook de verwachte inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten op 1 januari 2009 nog een aantal belangrijke wijzigingen aan het modelcontract zal noodzakelijk maken; dat een navolgende goedkeuringsprocedure moet worden voorzien, die redelijke termijnen bevat; dat bij de definitieve goedkeuring van het modelcontract ook de rechtspersonen van publiekrecht moeten worden betrokken; Overwegende dat het van het allergrootste belang is, omwille van de uniformiteit van de verschillende lopende, te sluiten of te onderhandelen overeenkomsten, dat er voorzien wordt in een procedure ter aanpassing van de overeenkomsten; dat er met name redelijke termijnen vereist zijn; Overwegende dat het noodzakelijk is om in de huidige erkenning de principes en procedures te voorzien die door het erkende organisme nageleefd moeten worden in het geval voornoemde zelf de markten voor selectieve inzameling, sortering en/of recyclage toewijst, teneinde enerzijds alle hierbij betrokken actoren te verenigen en anderzijds de naleving van de regels van transparantie, gelijkheid en vrije concurrentie te waarborgen; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie het daartoe het beste acht om aan het erkende organisme op te leggen om een procedure voor de toewijzing van de markten na te leven, die geïnspireerd is op de wetgeving overheidsopdrachten, en met name op de procedure van de algemene offerteaanvraag en, uitzonderlijk, de beperkte offerteaanvraag; dat deze regeling van aard is om een uitvoering van deze opdrachten te garanderen met respect voor het algemeen belang en de taak van openbare dienst die het erkende organisme vervult; Overwegende dat in toepassing van het samenwerkingsakkoord het erkende organisme slechts een markt voor de selectieve inzameling zal toewijzen in het geval dat de rechtspersoon van publiekrecht hiervan afziet; Overwegende dat de regelmatigheid van de prijzen verplicht moet worden nagegaan; dat het aan Fost Plus toekomt om hiervoor een gepaste en wetsconforme procedure voor te stellen; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie in het kader van haar controleopdracht ten aanzien van Fost Plus geïnformeerd moet worden over de prijzen van de gegunde markten; dat de gunningsverslagen strikt genomen deel uitmaken van het contract tussen Fost Plus en de rechtspersoon van publiekrecht; Overwegende dat de stipte naleving van de diverse verplichtingen inzake publieke dienstverlening die via de typebestekken opgelegd worden aan de privé-operatoren van zeer groot maatschappelijk belang is; dat een boetesysteem wordt voorgesteld door Fost Plus, maar dat de hoogte van de boetes onvoldoende is om effectief te zijn; Overwegende dat het noodzakelijk is om in de erkenning een regeling te voorzien voor de uitzonderlijke verlenging van sommige verwervingscontracten; dat ook hier inspiratie werd gevonden in de wetgeving overheidsopdrachten; Overwegende dat, met het oog op het verenigen van alle betrokken actoren in elke fase van de gunningsprocedure van de opdrachten, voorzien moet worden in de tussenkomst van een gemengd comité, waarin ook de Interregionale Verpakkingscommissie als waarnemer aanwezig is; dat de samenstelling van dit comité kan variëren naar gelang van de taken die het gevraagd wordt uit te voeren; Overwegende dat het van groot belang is dat er een controle gebeurt van de recyclage van de ingezamelde, gesorteerde en verworven hoeveelheden, volgens regels die efficiëntie, onpartijdigheid, vertrouwelijkheid verzekeren; dat deze controle tot doel heeft een volledige en onbetwistbare opvolging van de recyclageketen te verzekeren, ook wanneer de effectieve recyclage in het buitenland plaatsvindt; Overwegende dat in toepassing van de artikelen 10, § 2, 6°, en 13, § 1, 5°, van het samenwerkingsakkoord het erkende organisme de verplichting heeft om tewerkstelling te ontwikkelen in verenigingen of vennootschappen met een sociaal oogmerk die als maatschappelijk doel de recyclage en de nuttige toepassing van verpakkingsafval hebben; Overwegende dat de reeds bestaande maatregelen voor de bevordering van de sociale tewerkstelling kunnen bestendigd worden; Overwegende dat het noodzakelijk is dat de Interregionale Verpakkingscommissie tijdig op de hoogte wordt gesteld van de berekeningsmethode van de bijdragen van de leden en van de hoogte van de tarieven; Overwegende dat het gebruik van composteerbare verpakkingen principieel moet worden gestimuleerd via de tarifering; dat in de praktijk enige voorzichtigheid aangewezen is; Overwegende dat Fost Plus de juridische en praktische mogelijkheden moet onderzoeken die het samenwerkingsakkoord biedt om een onderscheid te maken qua tarificatie voor enerzijds verpakkingen die voor een belangrijk gedeelte uit hernieuwbare grondstoffen bestaan en anderzijds verpakkingstypes die zich veel in het zwerfvuil bevinden; dat dit onderzoek zeer nauwgezet zal moeten gebeuren, zodat er geen tijdslimiet op kan worden gezet; Overwegende dat artikel 12, 4°, van het samenwerkingsakkoord het erkende organisme oplegt om op een niet-discriminerende wijze de bijdragen bij zijn contractanten te innen; dat de Interregionale Verpakkingscommissie vanuit deze optiek een aantal praktische richtlijnen bepaalt; Overwegende dat een retroactieve aansluiting de betaling van retroactieve bijdragen met zich mee moet brengen; dat dit eveneens een gevolg is van het bepaalde in artikel 12, 4°, van het samenwerkingsakkoord; dat, op meer algemene wijze, een verpakkingsverantwoordelijke geen voordeel mag halen uit de niet-naleving van zijn wettelijke verplichtingen; Overwegende dat om praktische en juridische redenen de financiële effecten van de retroactiviteit in de tijd moeten worden beperkt; Overwegende dat uit controlebezoeken bij de verpakkingsverantwoordelijken soms blijkt dat een duidelijke wens om zich retroactief in orde te stellen, budgettair onhaalbaar is door de cumulatie van achterstallige bijdragen en verwijlinteresten; dat in dergelijke gevallen het erkende organisme moet voorzien in een haalbare schuldafbetalingsregeling, overigens zonder afbreuk te doen aan de sancties die door de betrokken verpakkingsverantwoordelijken werden opgelopen ingevolge een inbreuk op het samenwerkingsakkoord; Overwegende dat de administratieve lasten die voor de bedrijven voortvloeien uit het vervullen van hun informatieplicht, maximaal moeten worden beperkt; Overwegende dat het erkende organisme het ontwerp van toetredingscontract, dat krachtens artikel 10, § 2, 5°, van het samenwerkingsakkoord vervat zit in zijn erkenningsaanvraag, moet aanpassen aan de bepalingen van huidige erkenning; dat ook de verwachte inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten op 1 januari 2009 nog een aantal wijzigingen aan het modelcontract zal noodzakelijk maken; dat hiervoor een goedkeuringsprocedure moet worden voorzien, die redelijke termijnen bevat; Overwegende dat het erkende organisme zich in een feitelijk monopolie bevindt; dat dit de verantwoordelijkheid van de Interregionale Verpakkingscommissie om de belangen van de leden van het organisme te beschermen, nog vergroot; dat een duidelijke communicatie van de contractsvoorwaarden van essentieel belang is; Overwegende dat door de leden van Fost Plus bij de keuze van hun verpakkingen, ten behoeve van een optimale invulling van de terugnameplicht, ook ecologische elementen in ogenschouw moeten worden genomen; dat bijvoorbeeld de recycleerbaarheid van verpakkingen voor Fost Plus zeer belangrijke informatie is vanuit logistiek oogpunt en dat de evolutie van de herbruikbare verpakkingen moet opgevolgd worden; dat systematisch ook de Interregionale Verpakkingscommissie op de hoogte moet worden gesteld; Overwegende dat de mogelijkheid bestaat voor buitenlandse bedrijven, producenten van serviceverpakkingen of beroepsfederaties om in de plaats van hun klanten of hun leden de verplichtingen te vervullen die voortvloeien uit de terugnameplicht; dat in deze gevallen en overeenkomstig het samenwerkingsakkoord, het toetredingscontract niet de vorm van een overdracht van de hoedanigheid van "verpakkingsverantwoordelijke" kan aannemen; Overwegende dat volgens artikel 12, 3°, van het samenwerkingsakkoord elk erkend organisme gehouden is tot het sluiten van een verzekeringscontract tot dekking van de schade die uit zijn activiteiten kan voortvloeien; dat deze bepaling hoofdzakelijk betrekking heeft op de burgerlijke aansprakelijkheid; Overwegende dat ook het risico van inkomensverlies door het verloren gaan van tonnages bij overmacht, bijvoorbeeld een brand in het sorteercentrum, moet gedekt worden; Overwegende dat de verantwoordelijkheid voor de ingezamelde afvalstoffen moet verduidelijkt worden in de contracten die Fost Plus met de rechtspersonen van publiekrecht en met derden binden, mede in het licht van de eigendom van de materialen; Overwegende dat overeenkomstig artikel 11 van het samenwerkingsakkoord het globale bedrag van de financiële zekerheid moet bepaald worden als de totale door Fost Plus geraamde kosten voor de inzameling en sortering van huishoudelijk verpakkingsafval in het laatste jaar van de erkenning, evenwel verminderd met de verkoopwaarde van de materialen in dit jaar; dat, wanneer Fost Plus zijn activiteiten zou stopzetten, de verkoopwaarde van de materialen immers opnieuw aan de rechtspersonen van publiekrecht zou toekomen; Overwegende dat het stellen van 50 miljoen EUR aan financiële zekerheden voor het erkende organisme een maximaal aanvaardbare immobilisering van financiële middelen uitmaakt; Overwegende evenwel dat de Interregionale Verpakkingscommissie, gelet op de bepalingen van het samenwerkingsakkoord, slechts een financiële zekerheid van 50 miljoen EUR als voldoende kan aanvaarden, indien er waterdichte garanties zijn dat in de eerste 4 maanden na de aankondiging door Fost Plus van de stopzetting van zijn activiteiten, de betalingen door de leden zullen worden verdergezet, zonder enige praktische of juridische belemmering die zou zijn te wijten aan de ontbinding van de vzw Fost Plus; Overwegende dat krachtens artikel 19 van het samenwerkingsakkoord de Interregionale Verpakkingscommissie de relevantie, inhoud en vorm beoordeelt van de door het erkende organisme voorgenomen acties inzake informatie en sensibilisering van de consumenten en inzake publiciteit; dat de projectgebonden communicatie, zoals bijvoorbeeld de druk van de ophaalkalender, niet onder dit artikel van het samenwerkingsakkoord valt; Overwegende dat voor alle communicatie die niet onder voornoemd artikel van het samenwerkingsakkoord valt, maar die wel door Fost Plus wordt georganiseerd of geheel of gedeeltelijk gefinancierd, de noodzaak zich opdringt om de Interregionale Verpakkingscommissie te informeren, teneinde de controletaken van de Interregionale Verpakkingscommissie niet in het gedrang te brengen, met name inzake de naleving van het samenwerkingsakkoord en inzake de budgettaire controle; dat bijvoorbeeld moet gecommuniceerd worden omtrent de communicatie naar de scholen en de aanwezigheid op festiviteiten; Overwegende dat deze bijkomende communicatieverplichting zo eenvoudig mogelijk moet zijn en geen afbreuk mag doen aan de rechten en bevoegdheden van het erkende organisme, zoals bepaald in het samenwerkingsakkoord; dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds communicatieacties die volgens het samenwerkingsakkoord moeten voorgelegd worden aan de Interregionale Verpakkingscommissie en anderzijds communicatieacties waarvoor dit niet is voorzien; dat voor deze tweede categorie het toezicht van de Interregionale Verpakkingscommissie minder ver gaat en concreet beperkt is tot het normale toezicht op de werking van het erkende organisme, met respect voor de gewestelijke afvalstoffenplannen, en zijn aanwending van middelen; dat voor wat de praktische invulling van deze communicatieverplichting betreft, onderling de nodige modaliteiten kunnen worden afgesproken, teneinde geen nodeloze administratieve lasten te veroorzaken; Overwegende dat het 'groene punt'-logo niets te maken heeft met enige sorteerboodschap en dat het in de geest van de bevolking niet hieraan zou mogen gekoppeld worden; dat een eenvoudige berichtgeving omtrent de betekenis van het logo moet worden geïntegreerd in de sorteerboodschap; Overwegende dat uit diverse studies blijkt dat het verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong een niet-verwaarloosbaar deel van het zwerfvuil uitmaakt; Overwegende dat de door het erkende organisme ondernomen communicatieacties bij de verpakkingsverantwoordelijken inzake preventie, alsook diens deelname aan projecten van "Research & Development", werkgebieden zijn op de grens van zijn statutair doel, zodat de gebieden waarbinnen het erkende organisme kan handelen, limitatief moeten worden bepaald; Overwegende dat Fost Plus als enig statutair doel de terugname van verpakkingsafval heeft conform artikel 6 van het samenwerkingsakkoord en dat hij bijgevolg niet als een rechtspersoon in de zin van artikel 4, § 2 van het samenwerkingsakkoord kan aanzien worden; Overwegende dat er voor "Research & Development" een duidelijke planning moet worden opgemaakt; dat het respecteren van deze planning noodzakelijk is om op wetenschappelijke manier aan onderzoek te kunnen doen; Overwegende dat het erkende organisme moet beschikken over een registratiesysteem voor de gegevens betreffende de inzameling, sortering en verwerving van het verpakkingsafval; dat dit systeem het erkende organisme in staat moet stellen om aan de Interregionale Verpakkingscommissie alle informatie voor te leggen die het gehouden is mee te delen krachtens artikel 17 van het samenwerkingsakkoord, alsook de gegevens en rapporten te verstrekken die door de Interregionale Verpakkingscommissie benodigd zijn vanuit het geheel van de taken die haar zijn toebedeeld, waaronder in het bijzonder het voorbereiden van de Belgische rapporteringen betreffende verpakkingsafval aan de Europese Commissie; Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie, om haar de in de artikelen 25, § 2, en 28 van het samenwerkingsakkoord beschreven taken inzake nazicht en controle tot een goed einde te laten brengen, vrije toegang moet hebben tot de databanken van Fost Plus, zowel betreffende de aangiftes van de leden als betreffende de selectieve inzameling, de sortering en de recyclage van verpakkingsafval; Overwegende dat een wijziging van het aangiftesysteem van het erkende organisme de inhoud van de erkenningsaanvraag kan veranderen; Overwegende dat, teneinde de uitvoering van de aan Fost Plus opgelegde erkenningsvoorwaarden op te volgen, het noodzakelijk is een opvolgingscommissie in te stellen; Overwegende dat artikel 10, § 4, van het samenwerkingsakkoord voorziet dat de normale duur van een erkenning 5 jaar bedraagt; Overwegende dat het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten in zijn artikel 37 voorziet dat de erkenningen van de organismen binnen een termijn van 6 maanden moeten worden aangepast, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord op 1 januari 2009; dat een zo eenvoudig mogelijke procedure voor de aanpassing van huidige erkenning moet worden voorzien; Overwegende dat een maximale transparantie moet worden opgelegd aan het erkende organisme voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, gelet op de functie van openbaar nut die het vervult, Besluit : Afdeling 1. - Werkingsgebied Article 1er. § 1. Fost Plus wordt erkend als organisme zoals voorzien in artikel 9 van het samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, onder de voorwaarden vermeld in dit besluit. § 2. Deze erkenning wordt verleend voor het verpakkingsafval dat : a) afkomstig is van de verpakkingen hieronder weergegeven, behoudens andersluidende bepaling in de door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurde lijst in de zin van § 4 : 1) primaire verpakkingen van verbruikbare producten bestemd voor de normale werking van de huishoudens, waarvan het nominaal volume of het nominaal gewicht : - 2) primaire verpakkingen van producten zoals opgenomen in artikel 379bis, § 1 van de gewone wet van 16 juli 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/07/1993 pub. 25/03/2016 numac 2016000195 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gewone wet tot vervollediging van de federale staatsstructuur. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten tot vervollediging van de federale staatsstructuur, boek III, namelijk verpakkingen die industriële producten bevatten bestemd voor niet-professioneel gebruik en waarvan het volume de drempels zoals omschreven in dit artikel niet overschrijdt;3) primaire verpakkingen van niet verbruikbare producten die bestemd zijn voor de normale werking van de huishoudens en die per stuk voor verkoop worden aangeboden;4) primaire verpakkingen van minder dan 0,5 m3 van niet verbruikbare producten die bestemd zijn voor de normale werking van de huishoudens en die per lot verkocht worden;5) secundaire verpakkingen die bestemd zijn voor de normale werking van de huishoudens van producten, die een maximum volume van 0,5 m3 hebben, die primaire verpakkingen bevatten of hebben bevat zoals bedoeld onder punt 1 tot 4 hierboven, die aldus zijn ontworpen dat ze op het verkooppunt een verkoopseenheid vormen en die aldus worden verkocht aan de eindgebruiker of verbruiker;6) primaire verpakkingen van dranken waarvan het volume 7) primaire verpakkingen van lijmen bedoeld in 2) waarvan het volume 8) serviceverpakkingen bestemd voor huishoudelijk verbruik;b) en dat uitsluitend afkomstig is van de verpakkingen die voldoen aan het geheel van volgende eigenschappen : 1) ze dienen als steun (concaaf, vlak of convex) of als steunelement voor de op de markt gebrachte producten;2) hun belangrijkste functies zijn : het insluiten, het beschermen, het toelaten van de verlading en het vervoer, of het verzekeren van de presentatie van bepaalde goederen;3) ze zijn niet onafscheidelijk verbonden aan het product;4) ze bevatten meestal een verbruikbaar product, met name een product waarvan het gebruik de voortschrijdende verdwijning van het product of zijn actief bestanddeel met zich meebrengt;5) in het geval de inhoud geen verbruikbaar product is, zijn de verpakkingen ofwel op technisch vlak niet onmisbaar voor de goede houdbaarheid van het product tussen de opeenvolgende behandelingen, ofwel beschikken ze over kenmerken waardoor hun levensduur in ieder geval beperkter zal zijn dan deze van hun inhoud. § 3. Fost Plus legt aan de Interregionale Verpakkingscommissie de problematische gevallen voor met betrekking tot de interpretatie van § 2 hierboven. § 4. Ten behoeve van de verpakkingsverantwoordelijken werkt Fost Plus per productfamilie een gedetailleerde lijst uit die gebaseerd is op de in § 2 hierboven vernoemde criteria. Elke wijziging aan deze lijst wordt ter goedkeuring aan de Interregionale Verpakkingscommissie voorgelegd. De goedgekeurde lijst wordt door Fost Plus gebruikt als enig criterium om te bepalen of voor de verpakkingen moet aangesloten worden. Wanneer de goedgekeurde lijst voor een bepaalde verpakking niet eenduidig kan worden toegepast, worden de criteria van § 2 zonder meer toegepast. De goedgekeurde lijst is in zijn officiële versie beschikbaar bij de Interregionale Verpakkingscommissie. Fost Plus stelt aan elk van zijn leden die daarom verzoekt, een kopie van de lijst ter beschikking. Art. 2.Fost Plus moet het geheel van het Belgische grondgebied bestrijken met projecten op basis van een contract in de zin van artikel 13, § 1, 7° van het samenwerkingsakkoord, ofwel met pilootprojecten in de zin van artikel 9 van huidige erkenning. Afwijking kan worden verleend door de Interregionale Verpakkingscommissie, wanneer het niet afdekken van het Belgische grondgebied niet aan Fost Plus kan worden aangerekend. Afdeling 2. - Verhouding met de rechtspersonen van publiekrecht Onderafdeling 1. - Recyclagepercentages Art. 3.Zonder afbreuk te doen aan de beslissingen die op Europees niveau genomen worden met betrekking tot de richtlijn 94/62/EG, gebeurt de berekening van de recyclagebreuk, zoals voorzien in artikel 4, voor de volgende materialen : - papier/karton; - glas; - plastic; - metalen; - drankkartons. Voor elk van deze materialen moet het minimum recyclagepercentage zoals bepaald in het samenwerkingsakkoord behaald worden. Voor de berekening van de recyclagebreuk behoren de samengestelde verpakkingen, andere dan drankkartons, tot het overwegende verpakkingsmateriaal. Voor wat betreft de rapportering aan de Europese Commissie, zullen de drankkartons zowel apart worden vermeld als opgenomen onder het 'papier/karton'. Art. 4.Fost Plus moet zich aanpassen aan de berekeningsmodaliteiten voor de recyclagevoet, zoals uitgewerkt door de Interregionale Verpakkingscommissie. Deze modaliteiten worden hieronder gedetailleerd omschreven. a) Berekening van de hoeveelheden selectief ingezameld verpakkingsafval Worden in rekening gebracht voor de berekening van de hoeveelheden selectief ingezameld verpakkingsafval en in deze volgorde : 1) alle verpakkingsafval dat selectief ingezameld wordt bij de huishoudens.2) verpakkingsafval zoals bedoeld in artikel 1 van deze erkenning, dat zich elders bevindt dan bij de huishoudens, maar dat samen met het afval van de huishoudens wordt ingezameld door of voor rekening van de rechtspersonen van publiekrecht. De principes die gelden voor de huis-aan-huis inzameling van dit verpakkingsafval, zijn om, gemiddeld, te streven naar : ? voor papier/karton : maximum 1 m3 per inzameling; ? met uitzondering van inzameling bij scholen en publieke collectiviteiten, voor PMD : maximum 240 liter per inzameling. 3) metalen verpakkingsafval, zoals bedoeld in artikel 1, ingezameld aan de ingang of aan de uitgang van huisvuilverbrandingsinstallaties of van andere verwerkingsinstallaties, voor zover de hoeveelheden niet hoger zijn dan de totale hoeveelheid huishoudelijke metalen verpakkingen op de Belgische markt gebracht, verminderd met de metalen ingezameld via de PMD-inzameling en dan vermenigvuldigd met 0,95, zijnde de gemiddelde extractiegraad van metalen verpakkingsafval van de verschillende verwerkingsinstallaties.4) zonder afbreuk te doen aan de bronnen vermeld onder de punten 1 tot en met 3 hierboven, het verpakkingsafval zoals bedoeld in artikel 1 van deze erkenning, dat zich elders bevindt dan bij de huishoudens (bijvoorbeeld in de horecasector of bij bedrijven) en dat wordt verworven via een overeenkomst afgesloten met een private onderneming of via een gelijkaardige overeenkomst afgesloten met een rechtspersoon van publiekrecht, op voorwaarde dat sluitende garanties kunnen worden geboden dat alleen afval in rekening wordt gebracht dat afkomstig is van eenmalige huishoudelijke verpakkingen.Deze overeenkomsten worden ter goedkeuring aan de Interregionale Verpakkingscommissie voorgelegd. De Interregionale Verpakkingscommissie ziet toe op de gelijke behandeling van alle betrokken ondernemingen en rechtspersonen. De Interregionale Verpakkingscommissie kan de goedkeuring van de overeenkomsten afhankelijk stellen van voorafgaande algemene voorwaarden inzake controle en opvolging. b) Berekeningsmethode van de teller van de recyclagepercentages De teller (QN, i) wordt berekend aan de ingang van het recyclageproces, gedefinieerd overeenkomstig het Europees recht, met inbegrip van de arresten van het Europees Hof van Justitie en de diverse communautaire beslissingen.De hoeveelheid van het gerecycleerd verpakkingsmateriaal (i) wordt verkregen door de hoeveelheden verpakkingsafval (QD, i), ingezameld en gesorteerd, binnengaande in het recyclageproces, te vermenigvuldigen met de zuiverheidgraad van het verpakkingsafval (1 - Xi ) en met het forfaitair recyclagerendement (êta*P,i). QN, i = QD, i. (1 - Xi). êta*P,i met : QN, i hoeveelheid gerecycleerd verpakkingsafval van het materiaal (i). QD, i hoeveelheid verpakkingsafval van het materiaal (i) dat ingezameld en gesorteerd is en dat in het recyclageproces wordt ingebracht en gemeten conform artikel 4, a) van de huidige erkenning. Xi percentage onzuiverheden aanwezig in het ingezamelde en gesorteerde verpakkingsafval van het materiaal (i). Men verstaat onder "onzuiverheden van verpakkingsafval" elke materie die verschillend is van het verpakkingsmateriaal (i) zoals het op de markt gebracht is en verrekend in de noemer van de recyclagedoelstellingen van het materiaal (i). Het begrip "onzuiverheden" omvat dus, enerzijds het geheel van verontreinigingen (inhoudsresten, vlekken, vocht,...) verschillend van het verpakkingsmateriaal en anderzijds de verpakkingsmaterialen die verschillend zijn van het verpakkingsmateriaal (i) (Vb. : doppen, etiketten,... te vinden tussen een lot afval van PET-flessen). Fost Plus bezorgt aan de Interregionale Verpakkingscommissie alle informatie die redelijkerwijs beschikbaar kan zijn betreffende het percentage onzuiverheden. De Interregionale Verpakkingscommissie zal, na bespreking in de opvolgingscommissie, bepalen welke gegevens concreet moeten worden overgemaakt. êta*P,i forfaitair recyclagerendement te wijten aan verliezen van verpakkingsmaterialen (i) in de loop van het recyclageproces. Dit rendement staat in functie van de aard van het verpakkingsmateriaal (i) en van het type recyclageproces. Fost Plus bezorgt aan de Interregionale Verpakkingscommissie alle informatie die redelijkerwijs beschikbaar kan zijn betreffende de prestaties van het recyclageproces. De Interregionale Verpakkingscommissie zal, na bespreking in de opvolgingscommissie, bepalen welke gegevens concreet moeten worden overgemaakt. In toepassing van de beschikking 2005/270/EG van de Europese Commissie, wordt de formule (1 - Xi). êta*P,i voor de duur van deze erkenning en behoudens wijziging van de Europese regelgeving, gelijkgesteld aan 1 voor alle verpakkingsmaterialen. c) Correctie van de teller en de noemer van de recyclagepercentages De Interregionale Verpakkingscommissie gaat, indien hiertoe aanleiding is, op vraag van Fost Plus over tot een correctie van de teller en de noemer van de recyclagepercentages voor de scenario's in de zin van artikel 9 van huidige erkenning ingeval de toepassing van artikel 9 de naleving door Fost Plus van de diverse wettelijke doelstellingen op merkbare wijze belemmert. Onderafdeling 2. - Vergoeding van de scenario's Art. 5.Fost Plus betaalt per materiaal de kosten voor inzameling en sortering terug volgens één van de volgende regelingen : a) reële en volledige kost : Fost Plus betaalt de facturen van de ophalers en sorteercentra, na te zijn goedgekeurd door de rechtspersoon van publiekrecht.b) referentiekost : Fost Plus betaalt aan de rechtspersoon van publiekrecht die voor zijn grondgebied verantwoordelijk is voor de inzameling van afvalstoffen, een forfait per materiaalstroom dat voor 40 % per ton (het variabele gedeelte van de referentiekost) en voor 60 % per inwoner (het vaste gedeelte van de referentiekost) wordt berekend en dat gelijk is aan de gemiddelde kost van de inzameling van de scenario's die betaald worden aan de reële en volledige kost, geïndexeerd naar het jaar waarin de referentiekost moet toegepast worden.De Interregionale Verpakkingscommissie kan een afwijking toestaan van deze normale verhouding tussen het vaste en het variabele gedeelte van de referentiekost op basis van een bewijsvoering die een andere kostenstructuur aantoont. Deze forfaits worden bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie op basis van de voorstellen van Fost Plus. Fost Plus zal zijn voorstellen, berekend volgens de door de Interregionale Verpakkingscommissie gevraagde methode, overmaken tegen 31 maart van elk jaar waarin deze kosten moeten worden toegepast. Indien de Interregionale Verpakkingscommissie binnen een termijn van 3 maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de definitieve voorstellen van Fost Plus, geen beslissing heeft genomen, worden de voorstellen van Fost Plus geacht te zijn goedgekeurd. Fost Plus zal in zijn voorstel van referentiekost rekening houden met alle scenario's die vergoed worden aan de reële en volledige kost overeenkomstig de huidige erkenning, waarbij de koppeling gebeurt met de lokale kenmerken van de rechtspersonen van publiekrecht die deze scenario's toepassen, bijvoorbeeld inzake bevolkingsdichtheid. De Interregionale Verpakkingscommissie kan steeds aan Fost Plus vragen om bijkomende of aangepaste voorstellen over te maken. De door Fost Plus voorgestelde bedragen kunnen na consultatie van Fost Plus door de Interregionale Verpakkingscommissie worden bijgesteld naar aanleiding van de gegevens afkomstig van de informatieplicht van de rechtspersonen van publiekrecht (artikel 17, § 5, van het samenwerkingsakkoord). Tevens kunnen abnormale kosten door de Interregionale Verpakkingscommissie worden uitgesloten van de berekening van de referentiekosten. In het geval er geen referentiekost door de Interregionale Verpakkingscommissie kan worden goedgekeurd, blijft de laatste door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurde referentiekost, mits indexering, van toepassing. c) bijzondere forfaitaire vergoeding : Fost Plus betaalt een forfaitaire vergoeding, andere dan de referentiekost, welke vergoeding voorzien is in de artikelen 8 en 12.d) bepalen van de te vergoeden kosten in gemeenschappelijk akkoord : Fost Plus en de rechtspersoon van publiekrecht bepalen in gemeenschappelijk akkoord de te vergoeden kosten, in het geval beschreven in artikel 7, § 2, teneinde de totale en reële kost te dekken, zoals voorzien in het samenwerkingsakkoord. Art. 6.De volgende scenario's worden vergoed aan de reële en volledige kost, in de mate dat zij in overeenstemming zijn met het toepasselijke gewestelijk afvalstoffenplan : A. PAPIER/KARTON : ophaling huis-aan-huis om de maand of, mits motivering in geval van intensifiëring van het huidige scenario, om de 4 weken, aangevuld met een inzameling op de containerparken. B. PMD (PLASTIC FLESSEN EN FLACONS, METALEN VERPAKKINGEN EN DRANKKARTONS) : ophaling huis-aan-huis 2 keer per maand of, mits motivering in geval van intensifiëring van het huidige scenario, om de 2 weken, aangevuld met een inzameling op de containerparken. C. PAPIER/KARTON EN PMD (PLASTIC FLESSEN EN FLACONS, METALEN VERPAKKINGEN EN DRANKKARTONS) : duo-ophaling huis-aan-huis 2 keer per maand of, mits motivering in geval van intensifiëring van het huidige scenario, om de 2 weken, aangevuld met een inzameling op de containerparken. D. GLAS : inzameling in 2 fracties (kleurloos en gekleurd) op de containerparken en door middel van glasbollen, die in de regel bovengronds zijn. Fost Plus moet binnen elke intercommunale of agglomeratie een evenredige spreiding van de (boven- of ondergrondse) glasbollen per gemeente of deelgemeente (gemeente vóór de fusies) verzekeren in functie van hun bevolkingsdichtheden en volgens de volgende regel : - 1 site per 700 inwoners, - minstens 1 site per 400 inwoners in intercommunales met een gemiddelde bevolkingsdichtheid lager dan 200 inwoners/km2. Fost Plus kan alleen van deze regel afwijken op uitdrukkelijke vraag van de rechtspersoon van publiekrecht. Fost Plus verzekert de aanwezigheid van glasbollen in elke deelgemeente (gemeente vóór de fusies). E. PAPIER/KARTON, PMD (PLASTIC FLESSEN EN FLACONS, METALEN VERPAKKINGEN EN DRANKKARTONS) OF GLAS : ? in landelijke gebieden met een bevolkingsdichtheid lager dan 200 inwoners per km2, wanneer er geen inzameling huis-aan-huis is : inzameling via een alternatieve brengmethode, waarbij een ruimte wordt voorzien voor het plaatsen van minicontainers in minstens elke deelgemeente (gemeente vóór de fusies); het gaat hier over de zogenaamde 'ruimten voor vrijwillig brengen'; deze inzameling kan worden aangevuld met een inzameling op de containerparken; ? in intercommunales met een gemiddelde bevolkingsdichtheid lager dan 200 inwoners per km2, wanneer de punten A tot en met D niet van toepassing zijn : inzameling via de containerparken, waarbij ook de kosten van de containerparken gedekt worden. F. ALLE MATERIALEN : de scenario's die het voorwerp hebben uitgemaakt van een pilootproject in de zin van de artikel 9, hetwelk pilootproject als basisscenario gunstig is geëvalueerd. Indien de Interregionale Verpakkingscommissie echter een reden zou vaststellen om dit scenario niet uit te breiden naar andere rechtspersonen van publiekrecht van hetzelfde type (bijvoorbeeld landelijke of stedelijke gebieden) of van andere types, heeft alleen de rechtspersoon van publiekrecht die het pilootproject heeft getest, recht op vergoeding van de reële en volledige kost. Voor de gemeenten en agglomeraties met meer dan 100.000 inwoners of met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van minstens 1.000 inwoners/km2, kan de frequentie van de huis-aan-huisinzameling van papier/karton, bij wijze van afwijking en mits motivering in geval van intensifiëring van het huidige scenario, contractueel worden vastgelegd op twee keer per maand. Bij gebreke aan een akkoord tussen de partijen, zal deze afwijking het voorwerp uitmaken van een beslissing van de Interregionale Verpakkingscommissie, zonder afbreuk te doen aan artikel 13, § 3, van het samenwerkingsakkoord. Voor de gemeenten en agglomeraties met meer dan 100.000 inwoners of met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van minstens 1.000 inwoners/km2, kan de frequentie van de huis-aan-huisinzameling van PMD en de frequentie van de duo-inzameling PMD en papier/karton, bij wijze van afwijking en mits motivering in geval van intensifiëring van het huidige scenario, contractueel worden vastgelegd op 1 keer per week. Bij gebreke aan een akkoord tussen de partijen, zal deze afwijking het voorwerp uitmaken van een beslissing van de Interregionale Verpakkingscommissie, zonder afbreuk te doen aan artikel 13, § 3, van het samenwerkingsakkoord. Bij de toepassing van huidig artikel moeten voorts de volgende principes worden gerespecteerd : ? Fost Plus kan steeds op vrijwillige basis beslissen om een scenario dat in overeenstemming is met het toepasselijke gewestelijk afvalstoffe …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.