📄 Wettekst
22 JULI 1998. - Ministerieel besluit betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen
De Minister van Financiën, Gelet op het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, inzonderheid op Bijlage 9, ondertekend te Chicago op 7 december 1944, en goedgekeurd bij de wet van 30 april 1947 (1);
Gelet op het Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationaal verkeer ter zee, en Bijlage, opgemaakt te Londen op 9 april 1965, en bekrachtigd op 4 januari 1967 (2);
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (3), inzonderheid op artikel 62;
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (4), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3254/94 van de Commissie van 19 december 1994 (5), inzonderheid op de artikelen 205 tot en met 208, 215 en 473;
Gelet op de algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoördineerd op 18 juli 1977 (6), inzonderheid op de artikelen 9 en 10, gewijzigd door de
wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1989
pub.
20/03/2009
numac
2009000181
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de gezinswoning
sluiten (7);
Gelet op het advies van de Douaneraad van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie;
Gelet op het advies van de Raad van State, Besluit : Artikel 1.Onder voorbehoud van artikel 10 en van de bijzondere bepalingen inzonderheid vastgesteld in het kader van internationale overeenkomsten, moet voor de aangifte bij de douane van goederen, gebruik worden gemaakt van het formulier enig document, volgens de modellen van bijlage 31 of van bijlage 32 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (4), hierna te noemen "de Verordening". Art. 2.Wanneer een aangifte goederen omvat die zijn ingedeeld onder verschillende goederencodes, mag het enig document worden aangevuld met één of meer aanvullende formulieren volgens de modellen van bijlage 33 of van bijlage 34 van de Verordening. Art. 3.Wanneer het enig document en het aanvullende formulier niet worden vervaardigd met behulp van het geautomatiseerde systeem voor de behandeling van douaneaangiften, bedoeld in artikel 8, § 1, moet : 1° volgens het geval, een bijkomend exemplaar A, B of A/B, genaamd "Exemplaar voor het CIV" en overeenstemmend met de modellen van bijlagen I, II of III van dit besluit worden gevoegd bij het enig document;2° volgens het geval, een bijkomend exemplaar Abis, Bbis of A/Bbis overeenstemmend met de modellen van bijlagen IV, V of VI van dit besluit worden gevoegd bij elk aanvullend formulier. Art. 4.Bij de aangifte tot opslag in douane-entrepot van goederen op een ander douanekantoor dan het kantoor waarvan het entrepot afhangt moet : 1° een bijkomend exemplaar C, genaamd "Terugzendingsexemplaar-entrepot" volgens het model van bijlage VII van dit besluit worden gevoegd bij het enig document van het model van bijlage 31 van de Verordening en moet een bijkomend exemplaar Cbis volgens het model van bijlage VIII van dit besluit worden gevoegd bij elk aanvullend formulier van het model van bijlage 33 van de Verordening;2° bij gebruik van een enig document van het model van bijlage 32 van de Verordening of van een aanvullend formulier van het model van bijlage 34 van de Verordening, in plaats van een bijkomend exemplaar C of van een bijkomend exemplaar Cbis, volgens het geval, een exemplaar 4/5 of een exemplaar 4/5bis van bedoeld document worden overgelegd, gewijzigd overeenkomstig de voorschriften van de Administratie der douane en accijnzen. Art. 5.De in de artikelen 3 en 4 bedoelde formulieren voldoen aan de voorwaarden van artikel 215 van de Verordening. Art. 6.Op alle exemplaren van de in de artikelen 1 tot 4 bedoelde formulieren komt de naam en het adres van de drukker voor of een teken dat diens identificatie mogelijk maakt. Art. 7.De in de artikelen 1 tot 4 bedoelde formulieren worden gebruikt en ingevuld overeenkomstig de toelichting die voorkomt in bijlage IX van dit besluit. Art. 8.§ 1. In de douanekantoren die zijn uitgerust met het geautomatiseerde systeem voor de behandeling van douaneaangiften brengen de douane-expediteurs, bedoeld in artikel 127 van de algemene wet inzake douane en accijnzen (6), de gegevens betreffende de in artikel 1 bedoelde douaneaangifte in dat systeem.
Het in het eerste lid vermelde geautomatiseerde systeem voor de behandeling van douaneaangiften is het Systeem voor Automatische Dedouanering in België en Luxemburg (SADBEL).
Het informaticamaterieel, dat in aanmerking komt om te worden gebruikt voor het inbrengen van de gegevens van de aangifte, wordt aanvaard door de minister of zijn gemachtigde.
De voorwaarden van aansluiting op de computer van de douane worden vastgesteld door de minister of zijn gemachtigde. § 2. De douane-expediteurs die moeilijkheden van technische aard ondervinden bij de aansluiting op de computer van de douane of die kosten zouden moeten dragen die buiten verhouding staan ten opzichte van de belangrijkheid van hun activiteiten, kunnen van de in § 1 bedoelde verplichting worden ontheven door de directeur-generaal der douane en accijnzen die beslist op gemotiveerd verzoek van de belanghebbende. Art. 9.§ 1. Het formulier genaamd "Controle-exemplaar T 5", gebruikt als bewijs dat de betrokken goederen een welbepaald gebruik of bestemming hebben gekregen, stemt overeen met het model van bijlage 63 van de Verordening. § 2. Wanneer een aangifte onder verschillende goederencodes ingedeelde goederen omvat, die tot één enkele zending behoren, op één enkel vervoermiddel zijn geladen, voor één enkele geadresseerde zijn bestemd en één enkel gebruik of één enkele bestemming zullen krijgen, mag het in § 1 bedoelde formulier worden aangevuld met één of meer formulieren T 5bis of één of meer ladingslijsten T 5 volgens de modellen van de bijlagen 64 en 65 van de Verordening. § 3. De ladingslijst T 5 mag op verzoek worden vervangen door een formulier vervaardigd met behulp van een geautomatiseerd systeem op blanco papier.
De aanvaarding van een dergelijk formulier door de douane heeft dezelfde juridische uitwerking als de aanvaarding van de ladingslijst T 5. § 4. Op alle exemplaren van het formulier "Controle-exemplaar T 5" komt de naam en het adres van de drukker voor of een teken dat zijn identificatie mogelijk maakt. § 5. De in §§ 1 en 2 bedoelde formulieren worden gebruikt en ingevuld overeenkomstig de toelichting in bijlage X van dit besluit. Art. 10.Bij de invoer van goederen met vrijstelling van invoerrechten en accijnzen bij invoer krachtens de artikelen 19-7, 19-8 en 20,7° tot 20,10° van de algemene wet inzake douane en accijnzen (6), wordt een formulier gebruikt volgens het model van bijlage XI van dit besluit.
Het in het eerste lid bedoelde formulier wordt gebruikt, en ingevuld overeenkomstig de toelichting in bijlage XII van dit besluit. Art. 11.Bij de invoer van goederen met vrijstelling van invoerrechten en accijnzen bij invoer krachtens de artikelen 19-9,1° en 20,11°a, van de algemene wet inzake douane en accijnzen (6), wordt een formulier gebruikt volgens het attest vermeld in artikel XI van de Overeenkomst tussen de bij het Noord-Atlantisch Verdrag aangesloten Staten betreffende de rechtspositie van hun krijgsmachten, ondertekend te Londen op 19 juni 1951 en bij wet goedgekeurd op 9 januari 1953 (8). Art. 12.De generale verklaring waarvan sprake is in Norm 2.2 van het Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationaal verkeer ter zee, ondertekend te Londen op 9 april 1965 (2), stemt overeen met het model van bijlage XIII van dit besluit, bij het binnenkomen van het vaartuig in het land, en het model van bijlage XIV van dit besluit, bij het uitvaren van het vaartuig uit het land.
De in lid 1 bedoelde formulieren worden gebruikt en ingevuld overeenkomstig de toelichtingen in bijlage XV en XVI van dit besluit. Art. 13.De aangifte van de lading waarvan sprake is in Norm 2.3 van het in artikel 12 vermelde Verdrag bevat de inlichtingen die zijn voorgeschreven door het model van bijlage XVII van dit besluit. Art. 14.De aangifte van boordprovisie waarvan sprake is in Norm 2.4 van het in artikel 12 vermelde Verdrag stemt overeen met het model van bijlage XVIII van dit besluit. Art. 15.De aangifte van de persoonlijke goederen van de bemanning waarvan sprake is in Norm 2.5 van het in artikel 12 vermelde Verdrag bevat de inlichtingen die zijn voorgeschreven door het model van bijlage XIX. Art. 16.Het goederenmanifest waarvan sprake is in Norm 2.9 van Bijlage 9 bij het Verdrag inzake de burgerlijke luchtvaart (1) (10de uitgave - april 1997) en dat moet worden voorgelegd bij aankomst en vertrek van luchtvaartuigen bevat de inlichtingen die zijn voorgeschreven door het model van bijlage XX van dit besluit. Art. 17.§ 1. Bij de lossing en de tijdelijke opslag van goederen wordt een formulier gebruikt volgens het model van bijlage XXI van dit besluit.
Dat formulier mag worden aangevuld met één of meer formulieren volgens het model van bijlage XXII van dit besluit. § 2. De in § 1 bedoelde formulieren mogen op verzoek worden vervangen door formulieren, vervaardigd met behulp van een geautomatiseerd systeem op blanco papier.
De aanvaarding van deze opgaven door de douane heeft dezelfde juridische uitwerking als de aanvaarding van de in § 1 bedoelde formulieren. § 3. De in § 1 bedoelde formulieren worden gebruikt en ingevuld overeenkomstig de toelichting in bijlage XXIII van dit besluit. § 4. Het formulier waarvan sprake is in § 1 mag worden vervangen bij vervoer over zee, door het in artikel 13 bedoelde formulier en bij vervoer door de lucht, door het in artikel 16 bedoelde formulier. Art. 18.§ 1. Voor het drukken van de in de artikelen 10, 12, 14, en 17, § 1, bedoelde formulieren wordt wit papier gebruikt, dat zodanig is gelijmd dat het goed is te beschrijven en dat ten minste veertig gram per vierkante meter weegt. Dit papier is zo ondoorzichtig dat de gegevens die op de ene zijde voorkomen de leesbaarheid niet aantasten van de gegevens die op de andere zijde voorkomen en is zo stevig dat het bij normaal gebruik niet scheurt of kreukt.
De formulieren moeten in het zwart worden bedrukt. § 2. Het formaat van de formulieren is 210 x 297 millimeter, waarbij wat de lengte betreft een maximale speling van 5 millimeter minder en 8 millimeter meer is toegestaan. § 3. Op alle exemplaren van de formulieren komt de naam en het adres van de drukker voor of een teken dat zijn identificatie mogelijk maakt. Art. 19.Zijn opgeheven : 1° het ministerieel besluit van 13 november 1975 betreffende de generale verklaring inzake douane bij het binnenkomen en bij het uitvaren van zeeschepen (9);2° het ministerieel besluit van 11 februari 1991 betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen (10). Art. 20.Dit besluit treedt in werking op 22 juli 1998.
Brussel, 22 juli 1998.
J.-J. VISEUR _______ Nota's (1) Belgisch Staatsblad van 2 december 1948.(2) Belgisch Staatsblad van 24 februari 1967.(3) PBEG van 19 oktober 1992, nr.L 302. (4) PBEG van 11 oktober 1993, nr.L 253. (5) PBEG van 31 december 1994, nr.L 346. (6) Belgisch Staatsblad van 21 september 1977.(7) Belgisch Staatsblad van 29 december 1989.(8) Belgisch Staatsblad van 15 maart 1959.(9) Belgisch Staatsblad van 11 december 1975.(10) Belgisch Staatsblad van 14 maart 1991. Bijlage I (Verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage II (verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage III (Verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage IV (Verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage V (Verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage VI (Verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage VII (Verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage VIII (Verkleind formaat) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 22 juli 1998.
De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR
Bijlage IX TOELICHTING BIJ HET GEBRUIK VAN DE FORMULIEREN "ENIG DOCUMENT" (1) TITEL I. - Algemene opmerkingen A. Algemeen De formulieren en de aanvullende formulieren worden gebruikt : a) wanneer volgens de communautaire wetgeving een aangifte ten uitvoer (verzending), voor het vrije verkeer (binnenkomst), tot plaatsing onder een andere douaneregeling, met inbegrip van de regeling communautair/gemeenschappelijk douanevervoer (hierna te noemen "douanevervoer"), of voor wederuitvoer moet worden opgesteld;b) wanneer dit in de communautaire wetgeving uitdrukkelijk is voorgeschreven. De formulieren en aanvullende formulieren die te dien einde worden gebruikt, bestaan uit de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten ten aanzien van een of meer douaneregelingen (uitvoer, douanevervoer of een andere regeling bij invoer) en worden uit een set van acht exemplaren gekozen : - exemplaar 1 - bestemd voor de autoriteiten van de lidstaat waar de formaliteiten inzake uitvoer (eventueel verzending) of douanevervoer worden vervuld; - exemplaar 2 - bestemd voor de statistiek van de lidstaat van uitvoer; dit exemplaar kan eveneens worden gebruikt voor de statistiek van de lidstaat van verzending in het geval van handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap met verschillende belastingstelsels; - exemplaar 3 - bestemd voor de exporteur, na visering door de douane; - exemplaar 4 - bestemd voor het kantoor van bestemming bij douanevervoer of voor gebruik als document T2L om het communautaire karakter van de goederen aan te tonen; - exemplaar 5 - is het terugzendingsexemplaar bij toepassing van de regeling douanevervoer; - exemplaar 6 - bestemd voor de autoriteiten van de lidstaat waar de formaliteiten ter bestemming worden vervuld; - exemplaar 7 - bestemd voor de statistiek van de lidstaat van bestemming (formaliteiten bij douanevervoer en ter bestemming), met inbegrip van die betreffende het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap met verschillende belastingstelsels; - exemplaar 8 - bestemd voor de geadresseerde, na visering door de douane.
Verschillende combinaties van exemplaren zijn dus mogelijk, zoals bij voorbeeld : - uitvoer, passieve veredeling of wederuitvoer : exemplaren 1, 2 en 3; - douanevervoer : exemplaren 1, 4, 5 en 7; - andere douaneregelingen bij invoer : exemplaren 6, 7 en 8, eventueel met een exemplaar C (zie hierna).
Bovendien kan het van belang zijn het communautaire karakter van goederen ter bestemming aan te tonen. In een dergelijk geval kan exemplaar 4 als document T2L worden gebruikt.
De belanghebbenden kunnen dus sets laten drukken die overeenkomen met de door hen gemaakte keuze, voor zover het gebruikte formulier conform is met het officiële model.
Iedere set is zo samengesteld dat wanneer voor beide betrokken lidstaten een zelfde gegeven moet worden ingevuld dat door de exporteur of de aangever rechtstreeks op exemplaar 1 wordt vermeld, dit gegeven ingevolge de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan op alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om de een of andere reden (met name wanneer andere gegevens moeten worden ingevuld naargelang van de fase van de goederenbeweging) een gegeven niet van de ene lidstaat naar de andere dient te worden doorgegeven, dient ervoor gezorgd te worden dat dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren wordt doorgeschreven.
Bij gebruikmaking van een systeem voor de geautomatiseerde verwerking van aangiften, bestaat de mogelijkheid sets te gebruiken waarvan elk exemplaar een dubbele bestemming heeft : 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5.
In dit geval worden op elke set die wordt gebruikt de nummers van de overeenkomstige exemplaren aangebracht, terwijl de nummers die niet van toepassing zijn, worden doorgehaald.
Deze sets zijn zo samengesteld dat de gegevens die op de verschillende exemplaren moeten worden vermeld als kopie op de nodige exemplaren worden doorgeschreven dank zij chemische behandeling die het papier heeft ondergaan.
Indien het formulier niet wordt opgemaakt in het kader van SADBEL of MINI-SADBEL, moet een bijkomend exemplaar dat overeenstemt met exemplaar 1 of 6 worden voorgelegd, naargelang het formaliteiten betreft in verband met verzending of uitvoer of formaliteiten in verband met binnenbrengen of invoer. Dit bijkomend exemplaar dient voor het CIV (Centrum voor Informatieverwerking). Bij verzending of uitvoer draagt het de kenletter A, ter bestemming draagt het de kenletter B. In beide gevallen heeft het een groene onderbroken band aan de rechterzijde van het blad. In de set met dubbel genummerde exemplaren draagt het bijkomend exemplaar de kenletters A/B en is er aan de rechterzijde van dat exemplaar een gearceerde groene band aangebracht. Uitsluitend wanneer het formulier is opgesteld in een ander land en tevens dient als aangifte ter bestemming, volstaat een fotokopie van exemplaar 6. Op die fotokopie dienen dan overdwars en in het rood de letters CIV te worden aangebracht.
Indien een aangifte wordt ingediend voor het plaatsen van de goederen onder de regeling douane-entrepots op een ander douanekantoor dan het controlekantoor, moet een bijkomend exemplaar C worden voorgelegd. Dit exemplaar is bestemd voor het controlekantoor.
Wanneer overeenkomstig artikel 205, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (hierna te noemen "de Verordening"), aangiften ten uitvoer (of verzending), voor douanevervoer of tot plaatsing onder een andere douaneregeling bij invoer (of ter bestemming) of wanneer documenten waarmee het communautaire karakter wordt aangetoond van goederen die niet onder de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking op blanco papier worden opgesteld, moeten die aangiften of documenten aan alle vormvereisten die in verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (hierna te noemen "het Communautair douanewetboek") of in de Verordening zijn opgenomen voldoen, ook ten aanzien van de achterzijde van het formulier (wat de exemplaren betreft die in het kader van het douanevervoer worden gebruikt), met uitzondering van : - de kleur van de drukinkt, - het gebruik van cursief gedrukte letters, - de onderdruk van de vakken voor douanevervoer.
B. In te vullen vakken 1. Maximumlijst van in te vullen vakken De formulieren zijn voorzien van een aantal vakken waarvan slechts een deel dient te worden ingevuld, al naar gelang van de gevraagde douaneregeling. Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures evenals de voor elk vak specifieke bepalingen van titel II worden voor een bepaalde douaneregeling ten hoogste de volgende vakken ingevuld : - formaliteiten bij uitvoer, passieve veredeling of wederuitvoer : vakken 1 (eerste en tweede deelvak), 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 15a, 15b, 16, 17, 17a, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34a, 34b, 35, 37, 38, 39, 40, 41, 44, 46, 47, 48, 49, 50 en 54.
Wat echter de formaliteiten bij wederuitvoer betreft ter aanzuivering van de regeling douane-entrepots, stemt de maximumlijst van in te vullen vakken overeen met de maximumlijst van in te vullen vakken voor de plaatsing onder de regeling douane- entrepots; formaliteiten bij douanevervoer : vakken 1 (derde deelvak), 2, 3, 4, 5, 6, 8, 15, 17, 18, 19, 21, 25, 26, 27, 31, 32, 33 (eerste deelvak), 35, 38, 40, 44, 50, 51, 52, 53, 55 en 56 (vakken met een groene ondergrond); - formaliteiten bij andere douaneregelingen bij invoer, met uitzondering van de regeling douane-entrepots (het brengen in het vrije verkeer, actieve veredeling, tijdelijke invoer of behandeling onder douanetoezicht) : vakken 1 (eerste en tweede deelvak), 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 15a, 16, 17, 17a, 17b, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34a, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49 en 54; - formaliteiten bij plaatsing onder de regeling douane-entrepots : vakken 1 (eerste en tweede deelvak), 3, 5, 7, 8, 14, 15, 15a, 16, 17, 17a, 17b, 19, 21, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 32, 33, 34a, 34b, 35, 37, 38, 40, 41, 44, 46, 47, 49 en 54. 2. Minimumlijst Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures bij een douaneaangifte, moeten de volgende vakken overeenkomstig de aanwijzingen in titel II met betrekking tot het betrokken vak worden ingevuld : a) in te vullen vakken voor een uitvoeraangifte : vakken 1 (eerste deelvak), 2, 3, 5, 14, 17, 19, 21, 25, 26, 31, 32, 33, 37, 38, 41, 44, 46 en 54;b) in te vullen vakken voor een aangifte tot plaatsing onder de regeling passieve veredeling : aa) de vakken 1 (eerste deelvak), 2, 3, 5, 14, 17a, 19, 21, 25, 26, 31, 32, 33, 37, 38, 41, 44, 46 en 54; bb) in vak 44 wordt naar de vergunning verwezen of - naar de aanvraag om een vergunning bij toepassing van artikel 751, lid 1, van de Verordening of - naar de gegevens die volgens artikel 760, lid 2, van de Verordening zijn vereist, wanneer deze in dit vak kunnen worden ingevuld bij toepassing van vereenvoudigde procedures voor de afgifte van de vergunning; c) in te vullen vakken voor een aangifte voor douanevervoer : vakken 1 (derde deelvak), 3, 4, 5, 8, 15, 17, 18, 21, 31, 32, 33 (eerste deelvak), 35, 38, 44, 50, 51, 52, 53, 55 en 56 (vakken met een groene ondergrond);d) in te vullen vakken voor een aangifte voor het vrije verkeer : de vakken 1 (eerste deelvak), 3, 5, 8, 14, 15, 15a, 16, 19, 21, 25, 26, 31, 32, 33, 34a, 36, 37, 38, 41, 44, 46, 47 en 54. Wanneer de aangifte betrekking heeft op goederen die, overeenkomstig artikel 184 van het Communautair douanewetboek voor vrijstelling van rechten bij invoer in aanmerking komen, behoeven de vakken 16, 34 en 38 niet te worden ingevuld, tenzij de douaneautoriteiten dit noodzakelijk achten voor de toepassing van de bepalingen inzake het in het vrije verkeer brengen van deze goederen.
Wanneer de aangifte betrekking heeft op goederen die, overeenkomstig artikel 184 van het Communautair douanewetboek voor de toepassing van het nulrecht bij invoer in aanmerking komen, behoeft vak 47 niet te worden ingevuld, tenzij de douaneautoriteiten dit noodzakelijk achten voor de toepassing van de bepalingen inzake het in het vrije verkeer brengen van deze goederen.
Wanneer bij de aangifte voor het vrije verkeer een certificaat van oorsprong of het in artikel 178 van de Verordening bedoelde document zijn gevoegd, kunnen de lidstaten bepalen dat de vakken 16 of 34 en/of 47 niet behoeven te worden ingevuld; e) in te vullen vakken voor een aangifte tot plaatsing onder een economische douaneregeling, met uitzondering van de regeling douane-entrepots en de regeling passieve veredeling : aa) de vakken 1 (eerste deelvak), 3, 5, 8, 14, 15, 15a, 19, 21, 25, 26, 31, 32, 33, 34, 37, 38, 41, 44, 46, 47 en 54; bb) in vak 44 wordt naar de vergunning verwezen of - naar de aanvraag bij toepassing van artikel 556 van de Verordening of - naar de gegevens die volgens artikel 568, lid 3, artikel 656, lid 3, of artikel 695, lid 3 van de Verordening bij de toepassing van vereenvoudigde procedures zijn vereist, wanneer deze in dit vak kunnen worden ingevuld; f) in te vullen vakken voor een aangifte tot plaatsing onder de regeling douane-entrepots, behalve wanneer deze op goederen met prefinanciering betrekking heeft : aa) voor entrepots van het type A, B, C, E en F : de vakken 1 (eerste deelvak), 3, 5, 8, 14, 19, 31, 32, 35, 37, 38, 40, 44, 49 en 54; bb) voor entrepots van het type D : de vakken 1 (eerste deelvak), 3, 5, 8, 14, 19, 31, 32, 33, 35, 37, 38, 40, 44, 47, 49 en 54; in te vullen vakken voor een aangifte tot plaatsing van goederen met prefinanciering onder de regeling douane-entrepots : de vakken 1 (eerste deelvak), 3, 5, 8, 14, 17, 19, 31, 32, 33, 35, 37, 38, 40, 41, 44, 49 en 54; g) voor een aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling ter aanzuivering van een economische douaneregeling moeten ten minste dezelfde vakken worden ingevuld als voor deze economische douaneregeling. Behalve de vakken die in de voorgaande alinea zijn bedoeld, moeten bij de aanzuivering van een economische douaneregeling, met uitzondering van de regeling passieve veredeling of de regeling douane-entrepots, de volgende vakken worden ingevuld : vak 44 : verwijzing naar de vergunning; vak 31 : indien van toepassing, de bijzondere gegevens die in de artikelen 610, 644 en 711 van de Verordening zijn bedoeld.
Bij de aangifte voor het vrije verkeer ten behoeve van de regeling passieve veredeling, wordt in vak 44 naar de vergunning verwezen of, in het in artikel 761 van de Verordening bedoelde geval, naar de gegevens die voor de afgifte van de vergunning zijn vereist.
Wanneer de aangifte tot plaatsing gebruikt wordt om de regeling douane-entrepots aan te zuiveren, wordt vak 49 ingevuld, alsmede de gegevens die in de twee bovenstaande alinea's van dit punt zijn bedoeld; h) bij een aangifte voor wederuitvoer ter aanzuivering van een economische douaneregeling worden aa) bij aanzuivering van de regeling douane-entrepots, de onder f), aa), vermelde gegevens ingevuld; bb) bij aanzuivering van andere economische douaneregelingen, de onder a) vermelde gegevens ingevuld;i) bewijs van het communautaire karakter van goederen (T2L) : vakken 1 (derde deelvak), 2, 3, 4, 5, 14, 31, 32, 33, 35, 38, 40, 44 en 54. C. Aanwijzingen bij het gebruik van het formulier Wanneer de gebruikte set ten minste één exemplaar bevat dat in een andere lidstaat kan worden gebruikt, dienen de formulieren met de schrijfmachine of door middel van een mechanografisch of soortgelijk procédé te worden ingevuld. Ter vergemakkelijking van het invullen met de schrijfmachine, moet het formulier zo worden ingevoerd dat de eerste letter van het gegeven dat in vak 2 wordt ingevuld in het positievakje in de linkerbovenhoek komt te staan.
Wanneer alle exemplaren van de gebruikte set zijn bestemd om in dezelfde lidstaat te worden gebruikt, mogen zij, voor zover deze lidstaat dit toestaat, eveneens op duidelijk leesbare wijze met de hand, met inkt en in blokletters, worden ingevuld. Dit geldt eveneens voor gegevens op de exemplaren die bij de toepassing van de regeling douanevervoer worden gebruikt.
In de formulieren mogen geen raderingen of overschrijvingen voorkomen.
Wijzigingen worden aangebracht door de onjuiste gegevens door te halen en, in voorkomend geval, de gewenste gegevens toe te voegen. Elke aldus aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die deze heeft aangebracht en moet uitdrukkelijk door de bevoegde autoriteiten worden geviseerd. Deze mogen eisen dat een nieuwe aangifte wordt ingediend.
Voorts is het toegestaan dat de formulieren met behulp van een reproductietechniek worden ingevuld. Zij mogen eveneens met behulp van een reproductietechniek worden vervaardigd en ingevuld, mits aan de vereiste inzake het model en de afmetingen, de te gebruiken taal, de leesbaarheid en het aanbrengen van wijzigingen wordt voldaan en het verbod inzake raderingen en overschrijvingen in acht wordt genomen.
Slechts de genummerde vakken worden, indien van toepassing, door de belanghebbenden ingevuld. De vakken die met een hoofdletter zijn aangeduid zijn uitsluitend voor het interne gebruik van de administraties bestemd.
Op de exemplaren die in het kantoor van uitvoer (of eventueel van verzending) of van vertrek blijven, moet de originele handtekening van de belanghebbende voorkomen, onverminderd het bepaalde in artikel 205 van de Verordening.
De aangever of zijn vertegenwoordiger geeft door de indiening van een door hem ondertekende aangifte bij een douanekantoor de wens te kennen de goederen voor de gevraagde regeling aan te geven en, onverminderd de eventuele toepassing van strafbepalingen, verbindt hij zich hierdoor, overeenkomstig de bepalingen ter zake van de BLEU, ten aanzien van : - de juistheid van de in de aangifte voorkomende gegevens, - de echtheid van de bijgevoegde documenten, en - de naleving van alle verplichtingen in verband met de plaatsing van de betrokken goederen onder de gevraagde regeling.
Bij het douanevervoer bindt de handtekening van de aangever of, in voorkomend geval, zijn gemachtigde vertegenwoordiger, hem ter zake van alle elementen in verband met het douanevervoer die voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen inzake het communautaire douanevervoer die in het Communautair douanewetboek en in de Verordening zijn vervat en zoals hiervoor onder punt B omschreven.
Bij het vervullen van de formaliteiten voor het douanevervoer en ter bestemming heeft de betrokkene er belang bij de inhoud van zijn aangifte te controleren alvorens deze te ondertekenen en bij het douanekantoor in te dienen. Met name moet hij, wanneer de reeds op het formulier voorkomende gegevens niet met de aan te geven goederen overeenstemmen, dit onmiddellijk aan de douane mededelen. In dit geval wordt de aangifte op nieuwe formulieren gesteld.
Behoudens het bepaalde in titel III mag in een vak dat niet behoeft te worden ingevuld, geen enkele vermelding of afkorting voorkomen.
TITEL II. - Aanwijzingen bij het invullen van de verschillende vakken A. Formaliteiten bij de uitvoer (of eventueel bij verzending), bij de wederuitvoer, bij passieve veredeling en/of het douanevervoer. 1. Aangifte Eerste deelvak In het eerste deelvak wordt het teken "EX" of "EU" (of eventueel "COM") vermeld, behalve indien het formulier uitsluitend voor het douanevervoer wordt gebruikt of wanneer het formulier gebruikt wordt om het communautaire karakter van de goederen aan te tonen die niet met gebruikmaking van de regeling douanevervoer worden vervoerd. De tekens worden als volgt gebruikt : EX : - Uitvoeraangifte buiten het douanegebied van de Gemeenschap (behalve in het verkeer met de EVA-landen). - Aangifte tot verzending van niet-communautaire goederen in het kader van een handelsverkeer tussen twee lidstaten.
EU : - Uitvoeraangifte naar een EVA-land.
COM : - Aangifte van communautaire goederen waarvoor bijzondere bepalingen gelden tijdens de overgangsperiode na de toetreding van nieuwe lidstaten. - Aangifte van communautaire goederen in het kader van het handelsverkeer tussen gedeelten van het douanegebied van de Gemeenschap waar de bepalingen van Richtlijn 77/388/EEG van toepassing zijn en gedeelten van dit douanegebied waar deze bepalingen niet van toepassing zijn, of in het kader van het handelsverkeer tussen gedeelten van dit douanegebied waar deze bepalingen niet van toepassing zijn.
Tweede deelvak In het tweede deelvak wordt het soort aangifte vermeld overeenkomstig onderstaande communautaire code. Het vak wordt niet ingevuld indien het formulier uitsluitend wordt gebruikt voor douanevervoer of, wanneer deze regeling niet wordt toegepast, om het communautaire karakter van goederen aan te tonen. 1 : Definitieve uitvoer Deze code wordt niet gebruikt bij wederuitvoer na tijdelijke invoer (zie code 3). 2 : Tijdelijke uitvoer 3 : Wederuitvoer Deze code wordt niet gebruikt bij tijdelijke uitvoer (zie code 2). Hij wordt slechts gebruikt bij wederuitvoer na tijdelijke invoer of na invoer om in entrepot te worden opgeslagen.
Derde deelvak In het derde deelvak wordt het teken "T1" of "T2" vermeld bij toepassing van de regeling douanevervoer of "T2L" wanneer deze regeling niet wordt toegepast en het communautaire karakter van de goederen moet worden aangetoond.
De tekens worden als volgt gebruikt : T1 : Goederen die met toepassing van de regeling extern douanevervoer worden vervoerd.
T2 : Goederen die met toepassing van de regeling intern douanevervoer worden vervoerd.
T : Gemengde zending van T1- of T2-goederen die, per goederensoort, zijn vermeld op afzonderlijke aanvullende formulieren of ladingslijsten (de ruimte na de letter T moet worden doorgestreept).
T2L : Document waarmee het communautaire karakter van de goederen wordt aangetoond.
Gedurende de overgangsperiode na de toetreding van nieuwe lidstaten dient zo nodig het teken T2 of T2L door een passende aanduiding te worden gevolgd. 2. Afzender/exporteur Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de betrokkene, ook indien de aangifte wordt gedaan door een douane-expediteur. Nr. : vermelding van het BTW-nummer van de afzender/exporteur. Indien het een niet-belastingplichtige betreft, vermelden "geen".
Wat het douanevervoer betreft is het invullen van dit vak niet verplicht. Dit vak moet echter wel worden ingevuld wanneer het formulier wordt gebruikt om het communautaire karakter van de goederen aan te tonen.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 3. Formulieren Vermelding van het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets (formulieren en aanvullende formulieren samen).Bij voorbeeld : wanneer een EX-formulier en twee EX/c-formulieren worden ingediend, wordt op het EX-formulier 1/3, op het eerste EX/c-formulier 2/3 en op het tweede EX/c-formulier 3/3 vermeld.
Wanneer de aangifte slechts op een artikel betrekking heeft, dat wil zeggen wanneer een enkel vak "omschrijving van de goederen... » moet worden ingevuld, wordt in dit vak 3 niets vermeld. In vak 5 wordt dan slechts het cijfer 1 vermeld.
Wanneer voor de aangifte twee sets van vier exemplaren in plaats van één set van acht exemplaren worden gebruikt, worden deze geacht slechts een set te vormen wat het aantal formulieren betreft. 4. Ladingslijsten Vermelding in cijfers van het aantal eventueel bijgevoegde ladingslijsten of van het aantal door de douane toegelaten lijsten van commerciële aard waarin de goederen worden omschreven. Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 5. Artikelen Vermelding van het totale aantal artikelen dat door de belanghebbende met alle gebruikte formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of lijsten van commerciële aard) wordt aangegeven.Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken "omschrijving van de goederen... » dat moet worden ingevuld. 6. Totaal aantal colli Vermelding van het totale aantal colli waaruit de zending bestaat. Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 7. Referentienummer Nummer dat de belanghebbende voor handelsdoeleinden aan de betrokken zending heeft gegeven.Naar keuze in te vullen door de gebruikers. 8. Geadresseerde Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de persoon of personen bij wie de goederen worden afgeleverd. Het invullen van dit vak is niet verplicht ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer, doch verplicht ten behoeve van het douanevervoer, behalve indien de geadresseerde is gevestigd buiten de Gemeenschap of buiten een EVA-land.
Het is in dit stadium niet verplicht het identificatienummer te vermelden. 9. Financiëel verantwoordelijke Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.10. Land van eerste bestemming Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.11. Handels-/productieland Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.13. Gemeenschappelijk landbouwbeleid Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.14. Aangever of vertegenwoordiger van de exporteur (of eventueel van de afzender) Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de betrokkene.Indien de aangever tevens de exporteur (eventueel de afzender) is, wordt "exporteur" (of eventueel "afzender") vermeld.
Indien de aangever of vertegenwoordiger van de afzender/exporteur een douane-expediteur is, moeten de naam van de douane-expediteur de plaats van de zetel of van het bijkantoor, het stamnummer en - in voorkomend geval - het volgnummer van de inschrijving van het document in het repertorium worden vermeld.
Dit vak dient niet te worden ingevuld, wanneer het formulier slechts wordt gebruikt voor douanevervoer. 15. Land van verzending/uitvoer Vermelding van de BLEU. Bij douanevervoer dient in de volgende gevallen eveneens de BLEU te worden vermeld : - wanneer tevens een aangifte tot verzending/uitvoer wordt ingediend; - wanneer de goederen in de BLEU in entrepot zijn opgeslagen geweest of in de BLEU het voorwerp waren van een handelstransactie; alsdan moet het land vanwaar de goederen aanvankelijk naar de BLEU zijn verstuurd, aangetekend worden in het vrije vak onder vak 28 op exemplaar 1 van het document.
In de andere gevallen van douanevervoer moet het land worden vermeld waar de goederen aanvankelijk werden aangegeven voor uitvoer.
Vermelding in vak 15a van de code 002 of van de code van de lidstaat van uitvoer, overeenkomstig de in vak 17a bedoelde code. Als lidstaat van uitvoer wordt de lidstaat vermeld waar de exporteur is gevestigd.
Vak 15b behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 16. Land van oorsprong Vermelding van de naam van het land van oorsprong bij uitvoer van goederen naar niet-lidstaten van de EG en in elk geval waarin de aangifte wordt gedaan met aanspraak op restitutie.Indien de aangifte op artikelen van verschillende oorsprong betrekking heeft, wordt "diverse" ingevuld.
Dit vak dient niet voor douanevervoer te worden gebruikt.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 17. Land van bestemming Vermelding van de naam van het land, dat op het ogenblik van de uitvoer bekend is als het land waarheen de goederen uiteindelijk dienen te worden uitgevoerd. Vermelding in vak 17 a van de cijfercode van dit land overeenkomstig de lijst der landen en gebieden, die is opgenomen in bijlage bij het Douane Gebruikstarief van de BLEU. Bij levering als bunkermateriaal of als boordprovisie zowel in de BLEU als buiten de BLEU (levering in een vreemde haven), dienen de vakken 17 en 17a als volgt te worden ingevuld : - vermelding in vak 17 van "bunkermateriaal" of "boordprovisie"; - vermelding in vak 17a van JJn van de codes die voorkomen in fine van het in het vorige lid bedoelde Douane Gebruikstarief.
Vak 17b dient in dit stadium van de goederenbeweging niet te worden ingevuld.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 18. Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek Vermelding van de identiteit, bij voorbeeld het (de) registratienummer(s) of de naam van het (de) vervoermiddel(en), (vrachtwagen, vaartuig, wagon, vliegtuig) waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen bij het vervullen van de formaliteiten inzake uitvoer of douanevervoer, alsmede de nationaliteit van dit vervoermiddel (of van het vervoermiddel waarmee het geheel wordt voortbewogen, indien er meerdere vervoermiddelen zijn) overeenkomstig de in vak 17a bedoelde code.Bij voorbeeld, wanneer een trekker en een aanhangwagen verschillende registratienummers hebben, worden zowel het registratienummer van de trekker als van de aanhangwagen vermeld, alsmede de nationaliteit van de trekker.
Bij postzendingen of bij vervoer door middel van vaste transportinrichtingen wordt geen registratienummer of nationaliteit vermeld.
Bij vervoer per spoor wordt geen nationaliteit vermeld.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 19. Containers (Ctr) Vermelding, overeenkomstig onderstaande communautaire code, van de vermoedelijke situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Gemeenschap, zoals bekend bij het vervullen van de uitvoer- of douanevervoerformaliteiten : 0 : niet in containers vervoerde goederen; 1 : in containers vervoerde goederen. 20. Leveringsvoorwaarden Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.21. Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel Dit vak moet verplicht worden ingevuld wat de nationaliteit betreft, behalve bij de wederuitvoer van goederen die zich in een douane-entrepot bevinden.Bij postzendingen of bij vervoer per spoor of door middel van vaste transportinrichtingen wordt geen registratienummer of nationaliteit vermeld.
Vermelding van de aard (vrachtwagen, vaartuig, wagon, vliegtuig), gevolgd door de identiteit (bij voorbeeld door middel van het registratienummer) en de nationaliteit van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden, zoals bekend bij het vervullen van de uitvoer- of douanevervoerformaliteiten, overeenkomstig de in vak 17a bedoelde code.
Bij gecombineerd vervoer of wanneer het vervoer met meer dan één vervoermiddel geschiedt, is het voertuig dat het geheel voortbeweegt het actieve vervoermiddel. Bij voorbeeld, in geval van een vrachtwagen op een schip is het schip het actieve vervoermiddel; bij trekker en aanhangwagen is het de trekker.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 22. Valuta en totaal gefactureerd bedrag Achtereenvolgens vermelding van de muntsoort waarin het handelscontract luidt overeenkomstig de in vak 17a bedoelde code en van het gefactureerde bedrag voor alle aangegeven goederen. Wanneer echter de factuur in ecu luidt, wordt in het eerste deelvak de code 900 vermeld.
In geval van verzending (wederverzending) of uitvoer (wederuitvoer) na herstelling dient in vak 22 van de aangifte enkel de kostprijs van de herstelling te worden vermeld. In geval van kosteloze herstelling wordt dit vak in de BLEU niet ingevuld.
Indien een gefactureerd bedrag is uitgedrukt in Belgische of Luxemburgse frank en in vreemde deviezen, moet het in vak 22 te vermelden bedrag worden uitgedrukt in Belgische of Luxemburgse frank.
Dit vak dient niet voor douanevervoer te worden gebruikt.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 23. Wisselkoers Vermelding van de koers waartegen de muntsoort van de factuur moet worden omgerekend, zoals gepubliceerd door de Administratie der douane en accijnzen. Dit vak dient niet voor douanevervoer te worden gebruikt.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 24. Aard van de transactie Vermelding van bepaalde clausules van het handelscontract volgens de daartoe vastgestelde communautaire code en indeling. De lijst van de codes is opgenomen in bijvoegsel 1 bij deze bijlage.
Dit vak dient niet voor douanevervoer te worden gebruikt.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 25. Vervoerwijze aan de grens Vermelding, in de daartoe vastgestelde communautaire code, van de vervoerwijze die overeenstemt met het actieve vervoermiddel waarop of waarin de goederen het douanegebied van de Gemeenschap vermoedelijk zullen verlaten. De lijst van de codes is opgenomen in bijvoegsel 2 bij deze bijlage.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 26. Binnenlandse vervoerwijze Vermelding, in de daartoe vastgestelde communautaire code, van de vervoerwijze bij vertrek. De lijst van de codes is opgenomen in bijvoegsel 2 bij deze bijlage.
Dit vak dient niet te worden ingevuld, indien de uitvoerformaliteiten op het kantoor van uitgang van de Gemeenschap worden vervuld.
Dit vak dient niet voor douanevervoer te worden gebruikt.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 27. Plaats van lading Vermelding in het eerste deelvak van de plaats, zoals bekend bij het vervullen van de formaliteiten, waar de goederen worden geladen op of in het actieve vervoermiddel waarmee zij de grens van de Gemeenschap zullen overschrijden. Wanneer de op eenzelfde aangifte vermelde goederen worden geladen op meerdere plaatsen, is de plaats van lading deze waar het belangrijkste deel in gewicht van de zending wordt geladen.
Als code dient in het tweede deelvak het postnummer te worden gebruikt.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 28. Financiële en bankgegevens Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.29. Kantoor van uitgang Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.30. Plaats van de goederen Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.31. Colli en omschrijving van de goederen;merken en nummers - container(s) nr.(s) - aantal en soort Vermelding van merken, nummers, aantal en soort van de colli of bij onverpakte goederen, het aantal voorwerpen of "los gestort" vermelden, al naar gelang van het geval; vermelding van de gebruikelijke handelsbenaming van de goederen die voldoende gedetailleerd moet zijn om de goederen te kunnen identificeren; wanneer vak 33 "Goederencode" moet worden ingevuld, moet deze handelsbenaming voldoende gedetailleerd zijn om de goederen te kunnen indelen. In dit vak worden eveneens de gegevens vermeld die eventueel op grond van bijzondere voorschriften zijn vereist (accijns, enz.).
Voor goederen, die vallen onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid, moet eveneens worden vermeld : de omschrijving van de goederen volgens de specifieke landbouwnomenclatuur evenals alle andere vereiste gegevens, voor zover die gegevens niet elders op de aangifte voorkomen.
Zo ook moet voor goederen die worden aangegeven in het kader van de economische douaneregelingen, soort, handelskwaliteit en type van die goederen worden vermeld.
Indien containers worden gebruikt, worden in dit vak tevens de merktekens daarvan vermeld.
Wanneer eenzelfde collo goederen bevat met verschillende goederencodes, moet in de desbetreffende vakken 31 - ten einde elke verwarring te vermijden - volgende vermelding worden aangebracht : "deel van collo nr. ........ " (verwijzing naar het nummer van de betreffende collo).
Wanneer in vak 16 "Land van oorsprong" de belanghebbende "diverse" heeft vermeld, moet hier de naam van het land van oorsprong van de goederen worden opgegeven. 32. Artikelnummer Vermelding van het volgnummer van het betrokken artikel ten opzichte van het totale aantal artikelen, dat is aangegeven in de formulieren en aanvullende formulieren die in vak 5 zijn omschreven. Wanneer de aangifte slechts op één enkel artikel betrekking heeft, behoeft dit vak niet te worden ingevuld. 33. Goederencode Vermelding van het codenummer van het betrokken artikel overeenkomstig hetgeen hierna volgt. Bij douanevervoer wordt het eerste deelvak slechts ingevuld wanneer dit volgens de communautaire wetgeving verplicht is, terwijl de andere deelvakken niet behoeven te worden ingevuld.
Eerste deelvak (8 cijfers) In te vullen overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.
Tweede deelvak (2 tekens) In te vullen overeenkomstig Taric (2 tekens betreffende de toepassing van specifieke communautaire maatregelen voor de vervulling van de formaliteiten ter bestemming).
Derde deelvak (4 tekens) In te vullen overeenkomstig Taric (eerste aanvullende code).
Vierde deelvak (4 tekens) In te vullen overeenkomstig Taric (tweede aanvullende code).
Vijfde deelvak (4 tekens) Vermelding van de nationale aanvullende code.
Indien de aangifte wordt opgemaakt in het kader van SADBEL wordt de TARIC-code (10 cijfers) gebruikt.
Het uitgeprinte document wordt beperkt tot de gecombineerde nomenclatuur (8 cijfers).
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 34. Code land van oorsprong Vermelding in vak 34a van het in vak 16 vermelde land in de voor vak 17a vastgestelde code.Wanneer in vak 16 "diverse" is ingevuld, vermelding in code van het land van oorsprong van het betrokken artikel.
Vak 34a dient niet voor douanevervoer te worden ingevuld.
Vak 34b behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 35. Brutomassa Vermelding in kilogram van de brutomassa van de goederen die in het overeenstemmende vak 31 zijn omschreven.De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.
Wanneer eenzelfde collo goederen bevat met verschillende goederencodes, moet de brutomassa niet verdeeld worden over de verschillende rubrieken, maar dient het alleen te worden vermeld tegenover het vak 31 waarin de colisage voorkomt.
Wanneer bij douanevervoer een aangifte op verscheidene soorten goederen betrekking heeft, volstaat het dat de totale brutomassa in het eerste vak 35 wordt vermeld; de andere vakken 35 worden niet ingevuld. 37. Regeling Vermelding van de regeling waarvoor de goederen bij uitvoer worden aangegeven in de daartoe vastgestelde communautaire en nationale code. De lijst van de communautaire codes is opgenomen in bijvoegsel 3 bij deze bijlage.
Dit vak dient niet voor douanevervoer te worden gebruikt. 38. Nettomassa Vermelding in kilogram van de nettomassa van de goederen die in het overeenkomstige vak 31 zijn omschreven.De nettomassa is de eigen massa van de van al hun verpakkingen ontdane goederen.
Bij douanevervoer dient de nettomassa slechts te worden vermeld wanneer dit volgens de communautaire wetgeving verplicht is. 39. Contingent Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.40. Summiere aangifte/Voorafgaand document Vermelding van soort, nummer, datum en kantoor van geldigmaking van de documenten die betrekking hebben op de in de BLEU toegepaste administratieve regeling, die aan de uitvoer of het douanevervoer voorafgaat. Wanneer de regeling douane-entrepots wordt aangezuiverd door de wederuitvoer van goederen die in een entrepot van het type B waren opgeslagen, verwijzing naar de aangifte tot plaatsing onder de regeling douane-entrepots.
Indien er geen voorafgaande regeling is, dient de vermelding "nihil" te worden aangebracht.
Bij plaatsgebrek dient in dit vak te worden verwezen naar vak 44 en komt de desbetreffende vermelding onderaan in vak 44. Ten einde verwarring te vermijden met de andere gegevens in vak 44 dient die vermelding te worden voorafgegaan door de woorden "Voorafgaand document". 41. Aanvullende eenheden Voor zover nodig in te vullen volgens de aanwijzingen van de goederennomenclatuur. Voor elk artikel vermelding van de hoeveelheid in de eenheid die in de goederennomenclatuur is aangegeven.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 44. Bijzondere vermeldingen;voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen Vermelding van enerzijds de gegevens die eventueel op grond van bijzondere voorschriften zijn vereist of, in voorkomend geval, van de verwijzing naar een bijzondere vergunning en anderzijds van de referentienummers van de bij de aangifte gevoegde documenten, in voorkomend geval met inbegrip van de controle-exemplaren T5.
Zie eveneens de aanwijzingen bij vak 40 (laatste lid).
Wanneer de aangifte tot wederuitvoer ter aanzuivering van de regeling douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het controlekantoor wordt ingediend, vermelding van de naam en het volledige adres van het controlekantoor.
Het deelvak "Code B.V. " (bijzondere vermeldingen) behoeft niet te worden ingevuld. 46. Statistische waarde Vermelding van de waarde van de goederen met inbegrip van de vervoer- en verzekeringskosten tot aan de BLEU-grens. Bij wederuitvoer na actieve veredeling of behandeling onder douanetoezicht dient de statistische waarde de totale waarde van de goederen te omvatten, met inbegrip van de kosten voor veredeling of behandeling.
De statistische waarde moet worden uitgedrukt in Belgische of Luxemburgse frank.
Dit vak dient niet voor douanevervoer te worden gebruikt.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld bij de wederuitvoer van onder de regeling douane-entrepots geplaatste goederen. 47. Berekening van de belastingen Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.48. Uitstel van betaling Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.49. Identificatie van het entrepot Vermelding van het identificatienummer van het entrepot, dat bij de afgifte van de vergunning is toegekend, of voor een publiek entrepot van het type F, vermelding van de letter F gevolgd door de naam van de gemeente waar het entrepot is gelegen.50. Aangever douanevervoer en gemachtigde vertegenwoordiger;plaats, datum en handtekening Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de aangever alsmede, in voorkomend geval, van het stamnummer en eventueel het inschrijvingsnummer dat hem door de douane is toegekend. In voorkomend geval, vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam van de gemachtigde vertegenwoordiger die voor de aangever ondertekent.
Indien de aangever een douane-expediteur is, moet de naam van de douane-expediteur, de plaats van de zetel of van het bijkantoor, het stamnummer en - in voorkomend geval - het volgnummer van de inschrijving van het document in het repertorium worden vermeld.
Op het door het kantoor van vertrek te bewaren exemplaar moet de originele handtekening van de betrokkene voorkomen. Wanneer deze een rechtspersoon is, dient de handtekening te worden gevolgd door de naam, voornaam en functie van degene die heeft ondertekend.
In geval van uitvoer kan de aangever of zijn vertegenwoordiger de naam en het adres vermelden van een tussenpersoon die gevestigd is in het ambtsgebied van het kantoor van uitgang, aan wie het door het kantoor van uitgang afgetekende exemplaar 3 kan worden teruggegeven. 51. Voorziene kantoren (en landen) van doorgang Vermelding van het voorziene kantoor van binnenkomst in elk EVA-land over het grondgebied waarvan de goederen zullen worden vervoerd evenals het kantoor van binnenkomst waar de goederen het douanegebied van de Gemeenschap opnieuw binnenkomen na over het grondgebied van een EVA-land te zijn vervoerd of, indien het vervoer over een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap en van een EVA-land zal plaatsvinden, het kantoor van uitgang waar de zending de Gemeenschap verlaat en het kantoor van binnenkomst waar deze de Gemeenschap weer binnenkomt.De kantoren van doorgang zijn vermeld in de "lijst van de douanekantoren welke bevoegd zijn voor het communautair douanevervoer/gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer".
Vervolgens vermelding van het betrokken land overeenkomstig onderstaande communautaire code.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 52. Zekerheid Vermelding, overeenkomstig onderstaande communautaire code, van de soort zekerheid die voor het betrokken douanevervoer wordt gesteld en vervolgens, voor zover nodig, van het nummer van het certificaat van borgtocht of van de overeenkomstige zekerheid en van het kantoor van zekerheidstelling. Indien de doorlopende zekerheid of de zekerheid per aangifte niet voor alle EVA-landen geldig is of indien de aangever inzake douanevervoer bepaalde EVA-landen van de doorlopende zekerheid wenst uit te sluiten, wordt in het gedeelte "niet geldig voor... " het betrokken land of de betrokken landen vermeld overeenkomstig de voor vak 51 vastgestelde communautaire code.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 53. Kantoor (en land) van bestemming Vermelding van het kantoor waar de goederen moeten worden aangebracht om het douanevervoer te beëindigen.De kantoren van bestemming zijn vermeld in de "lijst van de douanekantoren welke bevoegd zijn voor het communautair douanevervoer/gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer".
Vervolgens vermelding van de betrokken lidstaat of het betrokken land in de voor vak 51 vastgestelde communautaire code. 54. Plaats en datum, handtekening en naam van de aangever of zijn vertegenwoordiger Op het exemplaar dat voor het kantoor van uitvoer (eventueel van verzending) is bestemd moet de originele handtekening van de betrokkene voorkomen, gevolgd door zijn naam en voornaam.Wanneer de betrokkene een rechtspersoon is, dient de handtekening te worden gevolgd door de naam, voornaam en functie van degene die heeft ondertekend.
Dit vak behoeft niet te worden ingevuld, wanneer het formulier slechts wordt gebruikt voor douanevervoer.
B. Formaliteiten tijdens het vervoer Het is mogelijk dat tussen het tijdstip waarop de goederen het kantoor van uitvoer en/of vertrek verlaten en dat waarop zij bij het kantoor van bestemming aankomen bepaalde gegevens dienen te worden vermeld op de exemplaren die de goederen vergezellen. Deze gegevens betreffende het vervoer dienen op het document, bij bepaalde gebeurtenissen tijdens het vervoer, te worden ingevuld door de vervoerder die verantwoordelijk is voor het vervoermiddel waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen. Wanneer deze gegevens met de hand worden aangebracht, moet dit op duidelijk leesbare wijze, met inkt en in blokletters gebeuren.
Deze gegevens worden uitsluitend op de exemplaren 4 en 5 vermeld en hebben betrekking op de hierna volgende gevallen : Overladingen : vak 55 invullen Vak 55 : Overladingen De eerste drie regels van dit vak worden door de vervoerder ingevuld wanneer de betrokken goederen tijdens het vervoer op of in een ander vervoermiddel of in een andere container worden overgeladen.
Er wordt aan herinnerd dat de vervoerder de bevoegde autoriteiten ervan in kennis moet stellen wanneer de goederen worden overgeladen, met name wanneer een nieuwe verzegeling moet worden aangebracht, en dat hij dit op het document voor douanevervoer moet laten aantekenen.
Wanneer de douane overlading zonder douanetoezicht heeft toegestaan, brengt de vervoerder de desbetreffende aantekening zelf op het document voor douanevervoer aan en stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de goederen zijn overgeladen hiervan op de hoogte met het oog op de visering van het document.
Andere gebeurtenissen : vak 56 invullen Vak 56 : Andere gebeurtenissen tijdens het vervoer In te vullen overeenkomstig de voorschriften inzake douanevervoer.
Wanneer daarenboven tijdens het vervoer van goederen die in of op een oplegger zijn geladen een verandering van trekkend voertuig plaatsvindt (en de goederen daarbij niet worden behandeld of overgeladen), wordt in dit vak het registratienummer van de nieuwe trekker vermeld. In dit geval is visering door de bevoegde autoriteiten niet vereist.
C. Formaliteiten in verband met de andere douaneregelingen bij invoer 1. Aangifte Eerst …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.