← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2016, gesloten in het Paritair Subcomit

Kort samengevat

Deze wet verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend. Deze overeenkomst regelt het vakbondsstatuut en de vakbondsopleiding voor werknemers in kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens in het administratief arrondissement Doornik.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
13 MEI 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2016, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik, betreffende het vakbondsstatuut en de vakbondsopleiding (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2016, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik, betreffende het vakbondsstatuut en de vakbondsopleiding. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 13 mei 2017. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2016 Vakbondsstatuut en vakbondsopleiding (Overeenkomst geregistreerd op 1 juli 2016 onder het nummer 133512/CO/102.07) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik. Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en de arbeidsters. HOOFDSTUK II. - Draagwijdte Art. 2.Deze overeenkomst wordt gesloten overeenkomstig de algemene principes van het statuut van de vakbondsafvaardigingen die werden vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomsten nrs. 5 tot 5quater gesloten in de Nationale Arbeidsraad (zie bijlagen). Zij bepaalt het statuut van de vakbondsafvaardigingen van het werkliedenpersoneel voor de ondernemingen die behoren tot de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik. Zij verbindt de representatieve organisaties van werknemers en van werkgevers. Art. 3.De werkgevers van het bedrijf der kalksteengroeven en kalkovens van het arrondissement Doornik erkennen dat hun werkliedenpersoneel bij hen vertegenwoordigd wordt door een vakbondsafvaardiging waarvan de leden voorgedragen door één of verscheidene werkliedenorganisaties, ondertekenaars van de voornoemde collectieve overeenkomsten van de Nationale Arbeidsraad, ofwel zullen worden aangesteld, ofwel verkozen. HOOFDSTUK III. - Principe Art. 4.De ondertekenende organisaties herinneren aan de principes uiteengezet in hoofdstuk II van de collectieve overeenkomsten nrs. 5 tot 5quater van de Nationale Arbeidsraad. De werknemers erkennen de noodzakelijkheid van een wettig gezag van de werkgevers en zij voeren hun werk plichtsgetrouw uit. De werkgevers eerbiedigen de waardigheid van de werknemers en zij behandelen hen rechtvaardig. Zij verbinden er zich toe hun vrijheid van vereniging en de vrije ontplooiing van hun organisatie in de inrichtingen direct noch indirect te hinderen. De interprofessionele ondertekenende werkgeversorganisaties verbinden zich ertoe om aan hun leden aan te bevelen om geen enkele druk uit te oefenen op het personeel om hen te verhinderen om aan te sluiten bij een vakbond en om aan de werknemers die geen lid zijn van een vakbond geen andere prerogatieven toe te kennen dan aan de werknemers die aangesloten zijn bij een vakbond. De interprofessionele ondertekenende werknemersorganisaties verbinden zich ertoe om, met naleving van de vrijheid van vereniging, aan hun constitutieve organisaties aan te bevelen om binnen de ondernemingen de praktijken van paritaire relaties in acht te nemen overeenkomstig de geest van deze overeenkomst. De ondertekenende interprofessionele organisaties verbinden zich ertoe om aan hun aangesloten organisaties aan te bevelen om : - respectievelijk de ondernemingshoofden en de vakbondsafgevaardigden te verzoeken om in alle omstandigheden te getuigen van de geest van rechtvaardigheid, billijkheid en verzoening die aan de basis ligt van de goede sociale verhoudingen in de onderneming; - erop toe te zien dat dezelfde personen de sociale wetgeving naleven, de collectieve arbeidsovereenkomsten en het arbeidsreglement en gezamenlijke inspanningen doen om te zorgen voor de naleving ervan. De ondertekenende werknemersorganisaties verbinden zich ertoe om aan hun aangesloten organisaties aan te bevelen : - om onderling tot een akkoord te komen, eventueel door een beroep te doen op het verzoenend initiatief van de voorzitter van het bevoegd paritair comité, voor de aanstelling of verkiezing in de ondernemingen, van een gemeenschappelijke vakbondsafvaardiging, rekening houdend met het aantal leden dat zij moet omvatten en met het aantal dat toekomt aan elke vertegenwoordigde organisatie, ten belope van het aantal leden; - om ervoor te zorgen dat de aangestelde afgevaardigden of de kandidaten voor de verkiezingen worden gekozen rekening houdend met de autoriteit waarover zij moeten beschikken in de uitoefening van hun functies, evenals voor hun competentie. HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging Art. 5.De bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging betreft onder andere : 1) de arbeidsverhoudingen;2) de onderhandelingen met het oog op het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten of akkoorden in de onderneming zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de collectieve arbeidsovereenkomsten of akkoorden die op andere vlakken zijn gesloten;3) de toepassing in de onderneming van de sociale wetgeving, van de collectieve arbeidsovereenkomsten, van het arbeidsreglement en van de individuele arbeidsovereenkomsten;4) de naleving van de principes vastgesteld : - in de nationale akkoorden betreffende de vakbondsafvaardigingen; - door deze overeenkomst. Art. 6.De vakbondsafvaardiging heeft het recht om te worden ontvangen door het ondernemingshoofd of door zijn vertegenwoordiger ter gelegenheid van elk geschil of conflict van collectieve aard dat ontstaat in de onderneming mits tijdig wordt gewaarschuwd en de motieven worden aangegeven; hetzelfde recht komt hem toe in geval van dreiging van dergelijke geschillen of conflicten. De uren die worden besteed aan de ontmoetingen van de vakbondsafgevaardigden bij het ondernemingshoofd worden betaald als normale arbeidsuren, zelfs als de vergadering uitzonderlijk heeft plaatsgevonden buiten de normale arbeidsuren. Geen enkele premie zal worden betaald behalve die welke hoort bij de prestatie die zou zijn uitgevoerd door de afgevaardigde op het ogenblik waarop hij aan de vergadering deelneemt. Art. 7.Elke individuele klacht wordt voorgelegd volgens de gebruikelijke hiërarchische weg door de betrokken werknemer, die op zijn verzoek wordt bijgestaan door zijn vakbondsafgevaardigde. De vakbondsafvaardiging heeft het recht om te worden ontvangen of kan worden opgeroepen ter gelegenheid van elk individueel geschil of conflict dat niet kon worden opgelost langs deze weg. Art. 8.Teneinde de geschillen of conflicten bedoeld in de artikelen 4 en 5 hierboven te voorkomen, moet de vakbondsafvaardiging vooraf door het ondernemingshoofd worden op de hoogte gebracht van de veranderingen die de contractuele of gebruikelijke loon- en arbeidsvoorwaarden zouden kunnen wijzigen met uitsluiting van de strikt individuele informatie. Zij zal met name worden op de hoogte gebracht van de veranderingen die voortvloeien uit de wet, de collectieve overeenkomsten of algemene bepalingen vermeld in de individuele arbeidsovereenkomsten, in het bijzonder bepalingen die een invloed hebben op de bezoldigingen en de regels inzake beroepenclassificatie. Art. 9.Bij gebreke van een ondernemingsraad, neemt de vakbondsafvaardiging de taken, rechten en opdrachten op zich die worden toevertrouwd aan deze Raad door hoofdstuk II, artikelen 4, 5, 6, 7 en 11 van de collectieve overeenkomsten nrs. 9 tot 9quater, nr. 15 en nr. 37 gesloten in de Nationale Arbeidsraad (zie bijlagen), betreffende het informeren en raadplegen van de ondernemingsraden over de algemene vooruitzichten van de onderneming en de tewerkstellingskwesties in deze onderneming en door het koninklijk besluit van 25 september 1972 houdende regelen omtrent de inlichting van de ondernemingsraden, ter uitvoering van artikel 37, lid 2 en lid 3 van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie. HOOFDSTUK V. - Voorwaarden voor uitoefening van het vakbondsmandaat Art. 10.De leden van de vakbondsafvaardiging beschikken in akkoord met de directie van de onderneming over de nodige faciliteiten en tijd, tijd die bezoldigd wordt als arbeidstijd, voor de collectieve of individuele uitoefening van de vakbondsopdrachten en -activiteiten waarin voorzien is door deze overeenkomst. Deze faciliteiten worden toegekend aan het plaatsvervangend lid wanneer hij het gewoon lid vervangt. De onderneming geeft aan de vakbondsafvaardiging van het personeel het niet-exclusief gebruik van een lokaal zodat zij hun opdracht naar behoren kunnen vervullen. Behoorlijk rekening houdend met de organisatorische eisen van de diensten, krijgen de vakbondsafgevaardigden de nodige tijd en faciliteiten om deel te nemen aan cursussen of seminaries georganiseerd door de ondertekenende organisaties in het kader van de collectieve overeenkomst over de vakbondsopleiding. In de ondernemingen of firma's met verscheidene exploitatiezetels kunnen de verschillende vakbondsafvaardigingen, volgens de noodwendigheden en in akkoord met de directie, worden bijeengebracht voor het onderzoek van zaken van algemeen belang, ofwel onder elkaar, ofwel in aanwezigheid van de directie. HOOFDSTUK VI. - Instelling en samenstelling van de vakbondsafvaardigingen van het personeel Art. 11.Op verzoek van één of van verscheidene werknemersorganisaties die deze overeenkomst hebben ondertekend, wordt een vakbondsafvaardiging opgericht in de exploitatiezetels. Het aantal gewone afgevaardigden en plaatsvervangende afgevaardigden zal niet lager zijn per zetel die de werknemers tewerkstelt. Aantal loontrekkenden Gewone Plaatsvervangende Minder dan 50 2 2 Van 51 tot 150 3 3 Van 151 tot 500 5 5 Vanaf 501 loontrekkenden mag het aantal gewone afgevaardigden niet meer bedragen dan 1 pct. van het totaal aantal tewerkgestelde loontrekkenden en evenveel plaatsvervangers. Art. 11bis.Er wordt echter onder verstaan dat gunstigere akkoorden kunnen worden gesloten in de ondernemingen, bijvoorbeeld rekening houdend met de geografische configuratie van de fabrieken of met de eisen inherent aan ploegenarbeid. Art. 12.Om de functies van gewone of plaatsvervangende afgevaardigde te kunnen vervullen, moeten de personeelsleden zonder onderscheid van geslacht aan de volgende voorwaarden voldoen op de datum van de verkiezing of van de aanstelling : 1) ten minste 18 jaar zijn;2) ten minste sinds één jaar verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst in de onderneming.In uitzonderlijke gevallen en in akkoord met de vertegenwoordigers van de werkgevers in het paritair comité kan worden afgeweken van deze regel; 3) de pensioengerechtigde leeftijd niet hebben bereikt;4) geen deel uitmaken van het leidinggevend personeel;5) zich niet in een opzeggings- of ontslagperiode bevinden; In de nieuw opgerichte ondernemingen wordt een vakbondsafvaardiging opgericht, zelfs als de kandidaten niet aan alle opgelegde voorwaarden kunnen voldoen. HOOFDSTUK VII. - Statuut van de leden van de vakbondsafvaardiging Art. 13.De vakbondsafvaardiging wordt benoemd voor een termijn van 4 jaar. De mandaten kunnen worden vernieuwd. Art. 14.Het mandaat van de gewone en plaatsvervangende leden loopt ten einde : a) op verzoek van de werknemersorganisatie die de kandidatuur van de betrokkenen heeft ingediend;b) door ontslag van de betrokkene;c) wanneer de betrokkene geen lid meer is van het personeel van de onderneming of van de exploitatiezetel;d) door de overgang van de categorie arbeider naar de categorie bediende;e) wegens ernstige tekortkoming;f) bij het verstrijken van de normale termijn van het mandaat. Art. 15.De plaatsvervangende afgevaardigden hebben zitting ter vervanging van een gewoon afgevaardigde : - ingeval deze verhinderd is; - wanneer het mandaat van gewoon lid ten einde loopt om één van de redenen opgesomd in artikel 13, a), b), c), d), e); - wanneer de plaatsvervangende afgevaardigde een diepgaandere kennis van het onderzochte probleem heeft dan de gewone afgevaardigde. Als het mandaat van een vakbondsafgevaardigde ten einde loopt in de loop van de uitoefening ervan om gelijk welke reden, en bij gebreke van een plaatsvervangend afgevaardigde, heeft de werknemersorganisatie die vertegenwoordigd wordt door het betrokken mandaat het recht om de persoon aan te stellen die het mandaat zal beëindigen. Art. 16.De betrokken beroepsverenigingen kunnen tot een akkoord komen om de gewone en plaatsvervangende vakbondsafgevaardigden aan te stellen. In geval van blijvende onenigheid tussen de vakbonden over de verdeling van de mandaten, zal deze worden bepaald door verkiezingen in de onderneming volgens de bepalingen waarin voorzien is in het standaardverkiezingsreglement als bijlage bij deze overeenkomst gevoegd. Deze bepalingen kunnen worden aangepast, in onderling overleg tussen de vakorganisaties, volgens de lokale of regionale gebruiken en gewoonten of bijzonderheden. De fabrieksafvaardiging stelt in haar midden een hoofdafgevaardigde aan. Art. 17.De vakbondsafgevaardigden hebben recht op de normale promoties en verhogingen van de werknemerscategorie waartoe zij behoren. Art. 18.De leden van de vakbondsafvaardiging mogen niet worden ontslagen om redenen die inherent zijn aan de uitoefening van hun mandaat. De werkgever die overweegt om een vakbondsafgevaardigde te ontslaan om gelijk welke reden, verwittigt de vakbondsafvaardiging hiervan vooraf en brengt de vakorganisatie die de kandidatuur van deze afgevaardigde heeft ingediend hiervan op de hoogte. Deze verwittiging gebeurt bij aangetekend schrijven dat uitwerking heeft op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending. De betrokken vakorganisatie beschikt over een termijn van zeven dagen om mee te delen dat zij de geldigheid van het voorgenomen ontslag weigert te aanvaarden. Deze kennisgeving gebeurt bij aangetekend schrijven. De periode van zeven dagen neemt een aanvang op de dag waarop het door de werkgever toegezonden schrijven uitwerking heeft. Het uitblijven van reactie van de vakorganisatie moet worden beschouwd als een aanvaarding van de geldigheid van het voorgenomen ontslag. Als de vakorganisatie weigert om de geldigheid van het beoogde ontslag te erkennen, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid om het geval ter beoordeling voor te leggen aan het verzoeningsbureau van het paritair subcomité. De uitvoering van de ontslagmaatregel mag niet plaatsvinden tijdens de duur van deze procedure. Er wordt overeengekomen dat de betrokken afgevaardigde zijn gebruikelijke bezoldiging ontvangt tijdens deze verzoeningsprocedure. Indien het verzoeningsbureau niet tot een éénparig besluit is kunnen komen binnen dertig dagen na de aanvraag tot bemiddeling, wordt het geschil betreffende de geldigheid van de redenen die door de werkgever worden ingeroepen om het ontslag te verantwoorden, aan de arbeidsrechtbank voorgelegd. Art. 19.Een forfaitaire vergoeding is door de werkgever verschuldigd in de volgende gevallen : 1) als hij een vakbondsafgevaardigde ontslaat zonder de procedure na te leven waarin voorzien is in artikel 17;2) als, op het einde van de procedures beschreven in artikel 17, de geldigheid van de redenen voor het ontslag niet wordt erkend;3) indien de werkgever de afgevaardigde heeft ontslagen wegens dringende reden en de arbeidsrechtbank het ontslag ongegrond heeft verklaard;4) indien de arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens zware fout van de werkgever die voor de afgevaardigde een reden is tot onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst. De forfaitaire vergoeding is gelijk aan het brutoloon van één jaar, onverminderd de toepassing van de bepalingen waarin voorzien is door de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten. Deze vergoeding is niet verschuldigd wanneer de vakbondsafgevaardigde recht heeft op de vergoeding waarin voorzien is door artikel 21, § 7 van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven en door artikel 1bis, § 7 van de wet van 10 juni 1952 betreffende de veiligheid en de gezondheid van de werknemers. De niet-verkozen kandidaten worden, inzake bescherming tegen willekeurig ontslag, gelijkgesteld met de vakbondsafgevaardigden in functie. HOOFDSTUK VIII. - Informatie en raadpleging van het personeel Bemiddeling van de vrijgestelde afgevaardigden van de werknemers- en werkgeversorganisaties Art. 20.De vakbondsafvaardiging mag, zonder dat dit de arbeidsorganisatie mag verstoren, mondeling of schriftelijk, alle nuttige mededelingen doen aan het personeel. Deze mededelingen moeten een professioneel of syndicaal karakter hebben en de goedkeuring krijgen van de vakorganisaties. Wanneer de afvaardiging gebruik maakt van dit recht, zal zij de werkgever hiervan vooraf op de hoogte brengen. Informatievergaderingen voor het personeel van de onderneming kunnen worden georganiseerd door de vakbondsafvaardiging, eventueel bijgestaan door de vakbondsvrijgestelden op de arbeidsplaatsen, volledig of gedeeltelijk tijdens de rusttijden of in geval van ploegenarbeid bij de wisseling van de ploegen. De vergaderingen moeten het voorafgaand akkoord krijgen van de werkgever. Deze laatste mag dit akkoord niet om willekeurige redenen weigeren. Art. 21.Er wordt overeengekomen dat het lokaal dat er beschikking wordt gesteld van de vakbondsafvaardiging eveneens toegankelijk is voor de vrijgestelde afgevaardigden. Wanneer de bemiddeling van een vakbondsafvaardiging het niet heeft mogelijk gemaakt om tot een akkoord te komen met de directie voor het oplossen van een conflict, kunnen de vrijgestelde vertegenwoordigers van de ondertekenende vakorganisaties door de werkgever of de vakbondsafvaardiging worden opgeroepen om het onderzoek van de betrokken zaken voort te zetten op het niveau van de onderneming. In dit geval kan de directie zich laten bijstaan door een vertegenwoordiger van de werkgeversorganisatie. Als het conflict niet kan worden opgelost, wordt het voorgelegd aan het permanent verzoeningsbureau van het paritair subcomité. De kwesties die aan de basis van een geschil liggen worden niet ten uitvoer gelegd vóór het einde van de verzoeningsprocedure. HOOFDSTUK IX. - Geschillen Art. 22.Ingeval het onmogelijk zou blijken om tot een akkoord te komen, verbinden de partijen zich ertoe om, alvorens werkonderbrekingen uit te lokken, de staking of lock-out uit te roepen, of een stakings- of lock-outaanzegging in te dienen, om het geschilpunt voor te leggen aan het paritair comité en om in laatste instantie te vragen om een sociaal bemiddelaar in te schakelen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. HOOFDSTUK X. - Vakbondsopleiding Art. 23.Praktische bepalingen inzake loonverlies : - Dagploeg : ochtend of namiddag (4 uren); - Ploegenarbeid : ochtend of namiddag (8 uren), betaling van de volledige ploeg. Alle andere gevallen zouden kunnen worden geregeld met soepelheid en gezond verstand, in het bijzonder rekening houdend met : - organisatorische problemen eigen aan de onderneming; - door het feit dat een werknemer van de ochtendploeg, van de namiddagploeg of van de nachtploeg verplicht zou kunnen zijn om een uur of twee vóór of na de normale arbeidstijd te eindigen of te beginnen om naar huis te kunnen gaan om zich om te kleden, te eten, enz.; - in andere uitzonderlijke omstandigheden waarvoor een aanvraag zou kunnen worden ingediend door het ondernemingshoofd of door de verantwoordelijke van de betrokken vakorganisatie. Art. 24.Europese opleiding van de vakbondsafgevaardigden Een dotatie van 3.718,40 EUR per jaar voor de Europese opleidingen van de vakbondsafgevaardigden wordt door de werkgevers van het bekken gestort door bemiddeling van het "Sociaal Fonds van de kalksteengroeven en kalkovens van het Doornikse". HOOFDSTUK XI. - Geldigheid Art. 25.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde tijd. Zij kan eveneens in onderling overleg onder de partijen worden herzien. Zij kan door de ene of de andere worden opgezegd, met een opzeggingstermijn van zes maanden per aangetekende brief gericht aan de ondertekenende partijen en aan de voorzitter van het paritair subcomité. De organisatie die hiervoor het initiatief neemt, verbindt zich ertoe om de motieven van haar opzegging aan te geven en om onmiddellijk amendementsvoorstellen in te dienen die de ondertekenaars zullen bespreken in het paritair subcomité binnen de termijn van één maand vanaf de ontvangst ervan. Art. 26.De verzoeningsprocedure waarin voorzien is in artikel 21 strekt zich uit over de duur van deze overeenkomst, met inbegrip van de opzeggingsperiode. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 mei 2017. De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2016, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik, betreffende het vakbondsstatuut en de vakbondsopleiding Artikel 1.De datum van de verkiezingen voor de vakbondsafvaardiging wordt vastgesteld op ............... in onderling overleg tussen de directie en de vakorganisaties. Art. 2.De verkiezingen van de vakbondsafgevaardigden van het personeel worden georganiseerd door een verkiezingsbureau, samengesteld : a) uit een voorzitter die in onderling overleg wordt verkozen onder de vakorganisaties;b) een secretaris die op dezelfde manier wordt aangesteld en met akkoord van de voorzitter;c) twee bijzitters gekozen door de voorzitter van het verkiezingsbureau, onder de kiezers;d) getuigen ten belope van twee per lijst, aangesteld door de vakorganisaties. Art. 3.De lijst van de arbeiders kiezers zal in verscheidene exemplaren worden opgesteld teneinde het kiesbureau ervan te voorzien en aangeplakt door de werkgever, veertien dagen vóór de datum van de verkiezingen. Hij zal aangeplakt blijven gedurende de hele tijd die voorafgaat aan de verkiezing. Elke fout of vergetelheid in deze lijst moet worden hersteld, en worden medegedeeld aan de voorzitter van het kiesbureau. De eventuele rechtzettingen worden aangeplakt. Alle werknemers die sinds ten minste één maand vóór de datum van de verkiezingen tewerkgesteld zijn, zien kiezers. Art. 4.De vakorganisaties die de overeenkomst hebben ondertekend, de enigen die gemachtigd zijn om kandidatenlijsten voor te stellen, bezorgen hun lijst aan de voorzitter van het kiesbureau. Elke lijst heeft het recht om, onder de kiezers, twee getuigen aan te stellen, zowel voor de verkiezing als voor de telling. De vakorganisaties maken de naam van hun getuigen bekend. Elke lijst omvat maximaal een aantal kandidaten gelijk aan het aantal te verkiezen gewone en plaatsvervangende afgevaardigden, overeenkomstig artikel 3 van het statuut van de vakbondsafvaardiging. Art. 5.Aangezien het begrip gezamenlijke voordracht niet wordt in overweging genomen, zullen de organisaties elk een kandidatenlijst voordragen uiterlijk tegen de 14de kalenderdag die voorafgaat aan de datum van de verkiezing en er zal moeten worden overgegaan tot de kiesverrichtingen bepaald in de volgende artikelen. Art. 6.De lijst van de kandidaten wordt aangeplakt in de fabriek door de voorzitter van het kiesbureau gedurende de 7 kalenderdagen die voorafgaan aan de datum van de verkiezing. Deze affiche geeft in de vorm van een kiesbiljet zoals hierna bepaald, de namen van de kandidaten, hun voornamen, adres weer. Art. 7.Er zal één kiesbiljet zijn. Dit kiesbiljet of stembiljet omvat kolommen, met de benaming van de vakorganisaties en het nummer dat hen bij loting is toegekend en met de opsomming van de kandidaten voorgedragen door deze respectieve organisaties. Onmiddellijk onder de aanduidingen van de benaming en het nummer van de vakorganisaties is er per lijst één enkel vakje voor de stemming. De namen van de kandidaten van elke lijst staan vermeld in de volgorde waarin ze op de voordrachtsakte staan. Art. 8.De stemming vindt plaats in een lokaal dat ter beschikking wordt gesteld van het kiesbureau door de directie van de fabriek. De stemuren worden zodanig vastgesteld dat de arbeiders van alle ploegen eraan kunnen deelnemen, zonder de goede werking van de onderneming te schaden. Het ondernemingshoofd ziet erop toe dat zijn ondergeschikten voldoende tijd geven aan elke werknemer opdat deze zijn electorale verplichtingen zou kunnen vervullen. Deze tijd zal worden betaald als arbeidstijd. De kiezers zijn verplicht om te stemmen op de uren en in het lokaal dat hen door mededeling zal worden aangewezen. De stemming is geheim en gebeurt in een stemhokje. De voorzitter of de secretaris van het kiesbureau stipt de naam van de stemmers aan naargelang zij zich aanmelden, overhandigt hen hun stembiljet en ziet toe op de regelmatigheid van de verrichtingen. Art. 9.Elke kiezer beschikt over een stem en ontvangt één biljet. Hij stemt bovenaan de lijst van zijn keuze en hiervoor maakt hij het vakje zwart bovenaan de lijst. Art. 10.Zijn nietig : a) alle andere biljetten dan die welke aan de kiezers werden overhandigd door het kiesbureau;b) alle biljetten met een andere stem dan die welke aangeduid werd, dit wil zeggen bovenaan een lijst;c) de biljetten waarvan de vormen en afmetingen zouden veranderd zijn, die binnenin een papier of één of ander voorwerp zouden bevatten, of waarvan de auteur herkenbaar zou kunnen zijn gemaakt door een teken, een doorhaling of één of ander kenteken. Art. 11.Wanneer de stemming afgesloten is, zorgt het kiesbureau voor de verwerking en de telling van de stemmen. Opdat de verkiezing geldig zou zijn, moet het aantal kiezers die aan de stemming hebben deelgenomen gelijk zijn aan de helft van het aantal kiezers aanwezig op het werk op de dag van de verkiezing. In het geval waarin de verkiezing ongeldig zou worden verklaard, zou een nieuwe verkiezing kunnen plaatsvinden binnen dertig dagen met dezelfde lijst van de kiezers, deze nieuwe verkiezing zal geldig zijn ongeacht het aantal kiezers die aan de stemming hebben deelgenomen. Art. 12.De verdeling van het aantal zetels gebeurt volgens dezelfde methode als die welke gevolgd wordt voor de verkiezingen van de ondernemingsraden en van de comités voor veiligheid en hygiëne. Art. 13.Aan elke lijst wordt een aantal plaatsvervangende afgevaardigden toegekend dat gelijk is aan dat van de gewone afgevaardigden, in de volgorde van voordracht op hun lijst. Art. 14.Het proces-verbaal van de verkiezing wordt onmiddellijk opgemaakt in vier exemplaren en wordt ondertekend door de leden van het kiesbureau en getuigen. Eén exemplaar wordt onmiddellijk naar de directie verstuurd, een ander aan alle vakorganisaties en het vierde wordt aangeplakt in de onderneming. Art. 15.Elke poging tot fraude wordt ter kennis gebracht van het kiesbureau dat beslist over de gevolgen die dit teweegbrengt. De verkiezing van een kandidaat schuldig bevonden van fraude wordt geannuleerd door de voorzitter van het bureau, in akkoord met de partijen en de verhoorde betrokkene. Art. 16.Alle onkosten in verband met de verkiezing worden gedragen door de onderneming. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 mei 2017. De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2016, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik, betreffende het vakbondsstatuut en de vakbondsopleiding Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 van 24 mei 1971 betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen, gewijzigd en aangevuld door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 5bis van 30 juni 1971, nr. 5ter van 21 december 1978 en nr. 5quater van 5 oktober 2011 Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités; Gelet op punt 4 van de besluiten van de Economische en Sociale Conferentie van 16 maart 1970 dat inzonderheid bepaalt : - dat het statuut van de syndicale afgevaardigden zal worden aangepast wat betreft hun aantal, hun informatie en hun vorming; - dat in zekere faciliteiten moet worden voorzien met het oog op de informatie van de werknemers op de werkplaatsen; Overwegende dat het na een ervaring van meer dan twintig jaar, noodzakelijk lijkt de nationale overeenkomst van 17 juni 1947 betreffende de algemene beginselen van het statuut der syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen aan te passen en aan te vullen en dat het past er de vorm aan te geven van een collectieve arbeidsovereenkomst, in de zin van hogergenoemde wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten; Hebben navolgende interprofessionele organisaties van werkgevers en van werknemers ... in de Nationale Arbeidsraad op 24 mei 1971 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten. Gelet op punt 7 van het nationaal interprofessioneel akkoord van sociale programmatie voor 1971-1972, ondertekend op 15 juni 1971; Overwegende dat er aanleiding is de artikelen 21 en 22 van de op 24 mei 1971 in de Nationale Arbeidsraad gesloten collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen aan te vullen op grond van voornoemde beschikking; Hebben deze organisaties op 30 juni 1971 deze collectieve arbeidsovereenkomst aangevuld. I. Draagwijdte van de overeenkomst Art. 17.De ondertekenende organisaties verklaren dat de essentiële beginselen betreffende de bevoegdheid en de werkingsmodaliteiten van de syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen bepaald worden door deze overeenkomst. De toepassingsmodaliteiten van deze beginselen zullen verduidelijkt worden door overeenkomsten gesloten op het vlak van de paritaire comités of subcomités. Bij ontstentenis van dergelijke overeenkomsten, zullen zij op het vlak van de ondernemingen kunnen verduidelijkt worden. De betrokken partijen zullen aldus zo passend mogelijk rekening kunnen houden met de bijzondere toestanden van de verschillende bedrijfstakken en van de ondernemingen. Commentaar De ondertekenende organisaties hebben deze overeenkomst opgevat als een collectieve kaderovereenkomst. De paritaire comités en subcomités zullen, naar gelang van de eigen toestanden van de verschillende activiteitstakken, de toepassingsregelen verduidelijken. Bij ontstentenis van dergelijke overeenkomsten, gesloten in de schoot van het paritair comité of subcomité, zullen deze regelen kunnen worden verduidelijkt op het vlak van de onderneming. Deze organisaties brengen in herinnering dat krachtens de algemene rechtsbeginselen van de collectieve arbeidsovereenkomsten : 1° de paritaire comités en subcomités evenals de ondernemingen de bepalingen van deze overeenkomst als minimumbepalingen moeten beschouwen;het zal hun vrij staan gunstiger schikkingen voor de werknemers te treffen, conform de beginselen die in deze overeenkomst worden gehuldigd; 2° de toepassingsregelen, bepaald door de paritaire comités of subcomités, zullen steeds kunnen aangevuld en verduidelijkt worden op het vlak van de onderneming. II. Algemene beginselen Art. 18.De ondertekenende organisaties bevestigen navolgende beginselen : De werknemers erkennen de noodzakelijkheid van een wettig gezag van de ondernemingshoofden en zij maken ervan een erepunt hun werk plichtsgetrouw uit te voeren; De werkgevers eerbiedigen de waardigheid der werknemers en zij maken ervan een erepunt hen met rechtvaardigheid te behandelen. Zij verbinden zich ertoe hun vrijheid van vereniging en de vrije ontplooiing van hun organisatie in de onderneming direct noch indirect te hinderen. Commentaar Wat het laatste lid van artikel 2 betreft, zijn de ondertekenende organisaties van oordeel dat het recht op vrije ontplooiing van de syndicale organisatie in de onderneming moet gebeuren, overeenkomstig de geest van deze collectieve overeenkomst en binnen het kader ervan. Op dit stuk dienen eveneens de gebruiken van de verschillende activiteitstakken en ondernemingen te worden geëerbiedigd. Art. 19.De ondertekenende interprofessionele werkgeversorganisaties verbinden zich ertoe aan hun aangeslotenen aan te bevelen op het personeel geen enkele druk uit te oefenen om hen te beletten bij een vakbond aan te sluiten en aan de niet-aangesloten werknemers geen andere voorrechten dan aan de aangesloten werknemers toe te kennen. De ondertekenende interprofessionele werknemersorganisaties verbinden zich ertoe, onder eerbiediging van de vrijheid van vereniging, aan hun organisaties, waaruit zij zijn samengesteld, aan te bevelen in de ondernemingen de praktijken van paritaire verhoudingen, die met de geest van deze overeenkomst stroken, na te leven. Commentaar Wat lid 1 van artikel 3 betreft, moet de aansluiting bij een vakbond worden verstaan in een ruime betekenis, dit wil zeggen dat de aanbeveling niet alleen de aansluiting bij een vakbond, doch eveneens de deelneming aan de verschillende syndicale activiteiten moet beogen. Art. 20.De ondertekenende interprofessionele organisaties verbinden zich ertoe aan hun aangesloten organisaties aan te bevelen : - respectievelijk de ondernemingshoofden en de syndicale afgevaardigden te verzoeken in alle omstandigheden blijk te geven van zin voor rechtvaardigheid, billijkheid en verzoening die bepalend zijn voor de goede sociale verhoudingen in de onderneming; - er over te waken dat dezelfde personen de sociale wetgeving, de collectieve arbeidsovereenkomsten en het arbeidsreglement naleven en hun inspanningen bundelen ten einde de naleving ervan te verzekeren. Art. 21.De ondertekenende werknemersorganisaties verbinden zich ertoe aan hun aangesloten organisaties aan te bevelen : - zich onderling akkoord te stellen en daartoe eventueel beroep te doen op het verzoeningsinitiatief van de voorzitter van het bevoegd paritair comité, voor het aanwijzen of het verkiezen van een gemeenschappelijke syndicale afvaardiging in de ondernemingen, onder inachtneming van het aantal leden die zij moet tellen en dat aan elke vertegenwoordigde organisatie wegens haar ledental toekomt; - er voor te zorgen dat de aangewezen afgevaardigden of voor verkiezing voorgedragen kandidaten zouden gekozen worden voor het gezag waarover zij in het uitvoeren van hun functies moeten beschikken evenals voor hun bevoegdheid. III. Begrip syndicale afvaardiging van het personeel Art. 22.De werkgevers erkennen dat het bij een vakbond aangesloten personeel bij hen vertegenwoordigd is door een syndicale afvaardiging, waarvan de leden onder de werknemers van de onderneming worden aangewezen of verkozen. Door "bij een vakbond aangesloten personeel" dient te worden verstaan : het bij één van de ondertekenende organisaties aangesloten personeel. Deze vertegenwoordiging van de werknemers door de syndicale afvaardiging kan door een in het paritair comité gesloten overeenkomst worden uitgebreid tot het geheel van de personeelscategorieën, bedoeld door de collectieve arbeidsovereenkomst, die de syndicale afvaardiging instelt volgens de eigen toestanden van de verschillende bedrijfstakken en van de verschillende ondernemingen. Commentaar Welke werknemers worden door de syndicale afvaardigingen vertegenwoordigd ? Hoewel de vertegenwoordiging van de werknemers door de syndicale afvaardiging kan worden uitgebreid tot het geheel van het personeel dat behoort tot de categorieën bedoeld door de collectieve overeenkomst tot instelling van de syndicale afvaardiging, zijn de ondertekenende organisaties van oordeel dat deze vertegenwoordiging enkel moet worden uitgebreid tot het personeel dat bestendig is tewerkgesteld, dat wil zeggen met uitsluiting van, meer in het bijzonder, de seizoenarbeiders. IV. Oprichting en samenstelling van de syndicale afvaardigingen Art. 23.Een syndicale afvaardiging van het personeel zal worden ingesteld volgens de hierna omschreven regelen wanneer één of meerdere werknemersorganisaties, die onderhavige overeenkomst hebben ondertekend, het ondernemingshoofd daarom zullen verzoeken. Deze organisaties hebben het recht kandidaten voor te dragen voor de aanduiding of de verkiezing van de syndicale afvaardiging in de ondernemingen van de bedrijfstakken die onder een paritair comité vallen waarin deze organisaties vertegenwoordigd zijn. Een werknemersorganisatie die deze overeenkomst heeft ondertekend doch niet vertegenwoordigd is in het paritair comité dat een collectieve arbeidsovereenkomst heeft gesloten over het statuut van de syndicale afvaardigingen, heeft het recht deel te nemen aan de aanduiding of aan de verkiezing van de syndicale afvaardiging in de ondernemingen waar zij het bewijs levert representatief te zijn. Dit bewijs wordt geleverd wanneer genoemde organisatie ten minste één mandaat heeft bekomen bij de vorige verkiezingen voor de oprichting van het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen. In de ondernemingen waar geen verkiezingen plaats hadden voor de oprichting van dit comité, zal de betrokken werknemersorganisatie moeten bewijzen dat zij ten minste 10 pct. van het gesyndiceerd personeel groepeert. Art. 24.De in toepassing van onderhavige overeenkomst gesloten overeenkomsten zullen binnen de kortst mogelijke termijn inzonderheid navolgende punten bepalen : 1° het minimum aantal tewerkgestelde personeelsleden dat vereist is opdat een syndicale afvaardiging zou moeten worden ingesteld en, in voorkomend geval, het minimum aantal aanvragen vanwege de werknemers die de oprichting van een syndicale afvaardiging in de onderneming verantwoordt;2° de getalsterkte van de syndicale afvaardiging, rekening houdend met het aantal tewerkgestelde personeelsleden evenals met de arbeidsregeling, bijvoorbeeld het ploegenstelsel;3° de faciliteiten en de kredieturen die aan de syndicale afvaardiging worden verleend om haar mandaat uit te oefenen zoals het door deze overeenkomst is bepaald;4° de wijze van benoeming van de syndicale afgevaardigden : aanduiding door de in het paritair comité vertegenwoordigde syndicale organisaties of verkiezing;5° in geval van verkiezing : de voorwaarden van kiesrecht en van verkiesbaarheid, de modaliteiten van de stemming evenals de regelen welke moeten worden gevolgd voor de toewijzing van de mandaten. Zij zullen bovendien een onderzoek wijden aan : 6° de wenselijkheid in de schoot van de syndicale afvaardiging een passende vertegenwoordiging te verzekeren van de verschillende personeelscategorieën;7° de wenselijkheid, in de ondernemingen of maatschappijen met verschillende uitbatingszetels die van éénzelfde bedrijfstak afhangen, een coördinatie te verzekeren tussen de syndicale afvaardigingen van de verschillende zetels met het oog op de bespreking van de problemen van gemeen belang. Commentaar bij 2° en 6° Wat betreft de getalsterkte van de syndicale afvaardiging : De ondertekenende organisaties stellen vast dat de personeelsbezetting van de onderneming niet het enige criterium mag zijn om de getalsterkte van de syndicale afvaardiging vast te stellen. Het is aangewezen dat de paritaire comités en de ondernemingen dienaangaande rekening zouden houden met tal van factoren, zoals de structuur van de onderneming (inzonderheid de verdeling in mindere of meerdere afdelingen en het feit of deze al dan niet onderling van elkaar verwijderd liggen), de organisatie van het werk, de arbeidstijdregelingen, meer speciaal het ploegenwerk, evenals de verdeling van het personeel onder minder of meer talrijke categorieën waarvan de belangen verschillend zijn. Art. 25.De organisaties, aangesloten bij de interprofessionele werknemersorganisaties die onderhavige overeenkomst hebben ondertekend, zullen er over waken dat de aangeduide afgevaardigden of de kandidaten die voor de verkiezingen van de syndicale afvaardigingen worden voorgedragen zoveel mogelijk representatief zijn voor de verschillende afdelingen van de onderneming. Art. 26.Indien het mandaat van een syndicale afgevaardigde om gelijk welke reden een einde neemt tijdens de uitoefening ervan, heeft de werknemersorganisatie waartoe deze afgevaardigde behoort, bij ontstentenis van een plaatsvervangende afgevaardigde, het recht de persoon aan te duiden die het mandaat zal voleindigen. Commentaar De ondertekenende organisaties zijn van oordeel dat de tekst van dit artikel niet noodzakelijk betekent dat de verkiezing moet uitgesloten worden om de persoon aan te duiden die het mandaat zal voltooien. V. Bevoegdheid van de syndicale afvaardiging Art. 27.De bevoegdheden van de syndicale afvaardiging hebben onder meer betrekking op : 1° de arbeidsverhoudingen;2° de onderhandelingen met het oog op het sluiten van collectieve overeenkomsten of akkoorden in de schoot van de onderneming, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de collectieve overeenkomsten of akkoorden die op andere vlakken zijn gesloten;3° de toepassing in de onderneming van de sociale wetgeving, van de collectieve arbeidsovereenkomsten, van het arbeidsreglement en van de individuele arbeidsovereenkomsten;4° de naleving van de algemene beginselen bepaald in de artikelen 2 tot 5 van onderhavige overeenkomst. Commentaar bij 2° Wat betreft de bevoegdheid van de syndicale afvaardiging om te onderhandelen met het oog op het sluiten van collectieve overeenkomsten of akkoorden in de schoot van de onderneming, zijn de ondertekenende organisaties van oordeel dat deze beschikking geen afbreuk doet aan het recht van de syndicale organisaties collectieve overeenkomsten op het vlak van de onderneming te sluiten. Art. 28.De syndicale afvaardiging heeft het recht door het ondernemingshoofd of door zijn vertegenwoordiger te worden gehoord naar aanleiding van elk geschil of betwisting van collectieve aard die zich in de onderneming voordoet, zij heeft hetzelfde recht wanneer dergelijke geschillen of betwistingen dreigen te ontstaan. Art. 29.Elke individuele klacht wordt langs de gewone hiërarchische weg ingediend door de belanghebbende werknemer, die op zijn verzoek wordt bijgestaan door zijn syndicale afgevaardigde. De syndicale afvaardiging heeft het recht te worden gehoord naar aanleiding van elk individueel geschil of elke betwisting die langs deze weg niet kon worden opgelost. Art. 30.Ten einde de in voorgaande artikelen 12 en 13 bedoelde geschillen of betwistingen te voorkomen, moet de syndicale afvaardiging van het personeel voorafgaandelijk door de werkgever worden ingelicht over de veranderingen die de contractuele of gebruikelijke arbeids- en beloningsvoorwaarden kunnen wijzigen, met uitzondering van inlichtingen van individuele aard. Zij zal inzonderheid worden ingelicht over de wijzigingen welke voortvloeien uit de wet, de collectieve overeenkomsten of de bepalingen van algemene aard die in de individuele arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen, voornamelijk de bepalingen die een weerslag hebben op de loonschalen en de regelen van beroepsclassificatie. Art. 31.Het is de taak van de paritaire comités, volgens de eigen toestanden van de diverse activiteitssectoren, de in de artikelen 11 tot 14 bepaalde bevoegdheden nader te omschrijven. VI. Statuut van de leden van de syndicale afvaardiging Art. 32.De paritaire comités zullen de duur van het mandaat van de leden van de syndicale afvaardiging vaststellen; deze duur mag geen vier jaar overschrijden. De mandaten zijn hernieuwbaar. Zij zullen eveneens de voorwaarden vaststellen waaronder een einde kan worden gemaakt aan het mandaat van de afgevaardigden. Dit mandaat zal in elk geval kunnen eindigen op verzoek van de werknemersorganisatie die de kandidatuur van de afgevaardigde heeft voorgedragen. Art. 33.Het mandaat van syndicale afgevaardigde mag geen aanleiding geven tot enig nadeel of speciale voordelen voor diegene die het uitoefent. Dit betekent dat de afgevaardigden recht hebben op de normale promoties en bevorderingen van de categorie werknemers waartoe zij behoren. Art. 34.De leden van de syndicale afvaardiging mogen niet worden afgedankt om redenen die eigen zijn aan de uitoefening van hun mandaat. De werkgever die voornemens is een syndicale afgevaardigde om gelijk welke reden, met uitzondering van dringende reden, af te danken, verwittigt voorafgaandelijk de syndicale afvaardiging evenals de syndicale organisatie die de kandidatuur van deze afgevaardigde heeft voorgedragen. Deze verwittiging gebeurt bij aangetekend schrijven dat uitwerking heeft op de derde dag volgend op de datum van verzending. De betrokken syndicale organisatie beschikt over een termijn van zeven dagen om mee te delen dat zij de geldigheid van de voorgenomen afdanking weigert te aanvaarden. Deze mededeling zal gebeuren bij aangetekend schrijven; de periode van zeven dagen neemt een aanvang op de dag waarop het door de werkgever toegezonden schrijven uitwerking heeft. Het uitblijven van reactie van de syndicale organisatie moet beschouwd worden als een aanvaarding van de geldigheid van de voorgenomen afdanking. Indien de syndicale organisatie weigert de geldigheid van de voorgenomen afdanking te aanvaarden, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid het geval aan het oordeel van het verzoeningsbureau van het paritair comité voor te leggen; de maatregel tot afdanking mag niet worden uitgevoerd gedurende de duur van deze procedure. Indien het verzoeningsbureau tot geen éénparige beslissing is kunnen komen binnen de dertig dagen van de aanvraag tot tussenkomst, zal het geschil betreffende de geldigheid van de redenen die door de werkgever worden ingeroepen om de afdanking te verantwoorden, aan de arbeidsrechtbank worden voorgelegd. Commentaar Wat betreft de geldigheid van de redenen van afdanking van een syndicale afgevaardigde : Wanneer de ondertekenende organisaties het beginsel huldigen dat de syndicale afgevaardigde niet mag worden afgedankt om redenen die eigen zijn aan de uitoefening van zijn mandaat, bedoelen zij zowel de syndicale activiteiten van de betrokkenen in de ruime betekenis van het woord als de uitoefening van het mandaat van afgevaardigde. Voor het overige kan de syndicale afgevaardigde, zoals elke andere werknemer, worden afgedankt om economische en technische of om persoonlijke redenen die vreemd zijn aan zijn syndicale activiteit. Wat betreft de dringende reden (die de afdanking van de afgevaardigde kan verantwoorden zonder voorafgaandelijke verwittiging van de syndicale afvaardiging en van de syndicale organisatie) mag de beroepsonbekwaamheid wettelijk niet worden ingeroepen, tenzij in geval van belangrijke beroepsfout, waarvan het bewijs door de werkgever moet worden geleverd. Art. 35.In geval van afdanking van een syndicale afgevaardigde wegens zware fout, moet de syndicale organisatie daarvan onmiddellijk worden op de hoogte gebracht. Art. 36.Een forfaitaire vergoeding is door de werkgever verschuldigd in navolgende gevallen : 1° indien hij een syndicale afgevaardigde afdankt zonder de in voornoemd artikel 18 bepaalde procedure na te leven;2° indien, op het einde van deze procedure, de geldigheid van de redenen van afdanking, rekening houdend met de bepaling van artikel 18, lid 1, door het verzoeningsbureau of door de arbeidsrechtbank niet wordt erkend;3° indien de werkgever een afgevaardigde heeft ontslagen wegens dringende reden en de arbeidsrechtbank het ontslag ongegrond heeft verklaard;4° indien de arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens zware fout van de werkgever die voor de afgevaardigde een reden is tot onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst. De forfaitaire vergoeding is gelijk aan de bruto bezoldiging van één jaar, onverminderd de toepassing van de artikelen 22 en 24 van de wet van 10 maart 1900 op de arbeidsovereenkomst en van de artikelen 20 en 21 van de gecoördineerde wetten betreffende het bediendencontract(1). Deze vergoeding is niet verschuldigd wanneer de syndicale afgevaardigde de vergoeding ontvangt bepaald in artikel 21, § 7 van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven en in artikel 1bis, § 7 van de wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers. [Art. 20bis. Bij wijziging van werkgever ingevolge een overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst [of ingevolge een overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van een onderneming of van haar activiteiten](2) geldt navolgende regeling : a) Met betrekking tot het genot van de beschermingsmaatregelen, bepaald bij onderhavig hoofdstuk VI : De bescherming, voorzien bij de artikelen 18 tot 20, is van toepassing op de syndicale afgevaardigden van de onderneming, die overgaat, of het gedeelte ervan, dat overgaat, tot op het ogenblik dat een nieuwe syndicale afvaardiging wordt samengesteld of, indien de afgevaardigden niet opnieuw aangeduid of herkozen worden, tot op het ogenblik dat de conventionele duur van hun mandaat zou verstreken zijn;te dien einde worden die syndicale afgevaardigden beschouwd alsof zij hun mandaat verder uitoefenen binnen de hiervoor vermelde tijdslimieten. b) Met betrekking tot de voortzetting van de uitoefening van het mandaat : 1° Indien bij de overgang de autonomie van de onderneming of van het gedeelte van de onderneming, op het vlak waarvan de syndicale afvaardiging werd opgericht, behouden blijft, blijven de syndicale afgevaardigden hun mandaat verder uitoefenen tot op het ogenblik dat het verstrijkt;2° Voor het geval dat de autonomie van de onderneming of van het gedeelte van de onderneming, op het vlak waarvan de syndicale afvaardiging werd opgericht, niet behouden blijft, wordt de syndicale afvaardiging uiterlijk zes maanden na de overgang weder samengesteld. Tot op het ogenblik van de wedersamenstelling blijven de syndicale afgevaardigden hun mandaat verder uitoefenen.](3) [Commentaar 1. Onderhavig artikel omvat een aantal bepalingen betreffende het statuut van de leden van de syndicale afvaardiging, bij wijziging van werkgever ingevolge een overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst [of bij wijziging van werkgever ten gevolge van een overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van een onderneming of van haar activiteiten](4). Deze bepalingen hebben enerzijds betrekking op de bescherming tegen ontslag van de bij de overgang betrokken afgevaardigden en anderzijds op de voortzetting van de uitoefening van het mandaat na de overgang. 2. Op te merken valt dat in onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst verscheidene malen verwezen wordt naar conventionele regelingen, die in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst zijn tot stand gekomen.Dienaangaande dient de aandacht te worden gevestigd op het artikel 20 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, luidens hetwelk in geval van een gehele of een gedeeltelijke overdracht van een onderneming, de nieuwe werkgever de overeenkomst die de vroegere werkgever bond, moet eerbiedigen totdat zij ophoudt uitwerking te hebben. 3. a) De bescherming van de syndicale afgevaardigden wordt geregeld bij de artikelen 18 tot 20 van deze overeenkomst. In artikel 18, lid 1 wordt bepaald dat de leden van de syndicale afvaardiging niet mogen ontslagen worden om redenen die eigen zijn aan de uitoefening van hun mandaat. Bij een [conventionele overgang of overgang onder gerechtelijk gezag](5) van een onderneming kan het lid 1 van artikel 18 uiteraard slechts toepasselijk blijven op syndicale afgevaardigden die hun mandaat na de overgang blijven uitoefenen. Om aan diegenen, die na een [conventionele overgang of overgang onder gerechtelijk gezag](6) hun mandaat niet behouden, het voordeel van de beschermingsmaatregelen te laten genieten, is het bijgevolg noodzakelijk een bijzondere regeling uit te werken. Deze bijzondere regeling is vervat in onderhavig artikel : wat het genot van de beschermingsmaatregelen betreft, worden degenen, die hun mandaat verloren hebben, gelijkgesteld met degenen die hun mandaat behouden hebben. Zulks sluit in dat de in artikelen 18, lid 2 en volgende, 19 en 20 vervatte beschermingsregeling voor de afgevaardigden, die hun mandaat verloren hebben, integraal van toepassing blijft. Bijgevolg dient de werkgever, die voornemens is een dergelijke werknemer af te danken, de in de voormelde artikelen 18 en 19 bepaalde procedures in acht te nemen; het niet-naleven van deze procedures wordt gesanctioneerd volgens de regeling bepaald bij artikel 20. Uit de niet-toepasselijkheid van artikel 18, lid 1 mag geenszins worden afgeleid dat de syndicale afgevaardigde, die bij een [conventionele overgang of overgang onder gerechtelijk gezag](7) zijn mandaat verloren heeft, zou kunnen ontslagen worden om redenen die verband houden met de syndicale activiteiten. Inderdaad, alhoewel deze werknemer niet langer zijn mandaat uitoefent, is het mogelijk dat hij toch geroepen wordt om dergelijke activiteiten uit te oefenen. Dienaangaande valt op te merken dat de bescherming van de werknemer met betrekking tot die activiteiten, die niet rechtstreeks uit de uitoefening van een mandaat voortvloeien, ook gewaarborgd wordt door andere dan de hiervoor vermelde bepalingen ( wet van 24 mei 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/05/1921 pub. 28/08/2012 numac 2012000540 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging der vrijheid van vereeniging sluiten tot waarborging der vrijheid van vereniging; artikel 63 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, dat betrekking heeft op de willekeurige afdanking van werklieden). b) Wat de duur van de hiervoor uiteengezette bijzondere beschermingsregeling betreft, geldt het navolgende : de syndicale afgevaardigden worden beschermd tot op het ogenblik van de wedersamenstelling van de syndicale afvaardiging of, indien de afgevaardigden bij die gelegenheid niet opnieuw aangeduid of herkozen worden, tot op het ogenblik van het verstrijken van de termijn, die overeenstemt met de conventionele duur van het mandaat, dat de afgevaardigden in de overgegane onderneming uitoefenden. Deze laatste termijn geldt eveneens, indien er geen wedersamenstelling plaatsvindt, omdat de voorwaarden tot oprichting van een syndicale afvaardiging, vervat in een bij toepassing van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 gesloten overeenkomst, niet vervuld zijn. 4. Wat de uitoefening van het mandaat betreft, geldt een verschillende regeling naargelang de autonomie van de onderneming die overgaat, of het gedeelte dat overgaat, al dan niet behouden blijft. Om te bepalen of de autonomie van een onderneming bij een [conventionele overgang of overgang onder gerechtelijk gezag](8) al dan niet behouden blijft, dient te worden nagegaan of de onderneming haar aard van technische bedrijfseenheid, in de zin van de wetgeving betreffende de ondernemingsraden, al dan niet behouden heeft. Indien de autonomie behouden blijft, oefenen de syndicale afgevaardigden hun mandaat verder uit tot de conventionele duur ervan verstreken is. Blijft de autonomie daarentegen niet behouden, dan dient de syndicale afvaardiging ten laatste zes maanden na de overgang weder samengesteld te worden, voor zover de voorwaarden tot oprichting van een syndicale afvaardiging, vervat in de bij toepassing van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 gesloten overeenkomsten, vervuld zijn. In afwachting van die wedersamenstelling, voor zover die vereist is volgens de vermelde conventionele regelingen en meer bepaald die welke betrekking hebben op het vereiste personeelseffectief, blijven de afgevaardigden hun mandaat verder uitoefenen. Deze regeling moet te goeder trouw worden toegepast. Indien door de houding van de werkgever de wedersamenstelling binnen de zes maanden niet heeft kunnen plaatsvinden, dan blijven de syndicale afgevaardigden verder hun mandaat uitoefenen. Is de wedersamenstelling daarentegen niet gebeurd als gevolg van de houding van de werknemersorganisaties, dan verliezen de syndicale afgevaardigden zes maanden na de overgang hun mandaat. 5. De bij artikel 20bis vastgestelde regeling inzake de voortzetting van de uitoefening van het mandaat sluit geenszins uit dat op het vlak van de paritaire comités of subcomités of op het vlak van de ondernemingen voordeliger regelingen worden uitgewerkt.](9) VII. Voorwaarden waaronder het mandaat van syndicale afgevaardigde wordt uitgeoe …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.