Koninklijk besluit op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit regelt de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in beursgenoteerde bedrijven, ter uitvoering van de wet van 2 mei 2007 en Europese richtlijnen. Het zorgt voor transparantie over wie welke invloed heeft in deze bedrijven.
Wat het regelt
- De concrete invulling van de kennisgevingsplicht bij belangrijke deelnemingen.
- De inhoud van deze kennisgevingen en de manier waarop ze moeten worden overgemaakt en openbaar gemaakt.
- Gelijkwaardigheidsregels voor emittenten uit derde landen en specifieke categorieën emittenten.
- De berekening van termijnen voor kennisgevingen op basis van handelsdagen.
Wie het aanbelangt
- Personen die belangrijke deelnemingen verwerven, overdragen of het recht hebben om stemrechten uit te oefenen in emittenten waarvan aandelen op een gereglementeerde markt worden verhandeld.
- Emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is.
Kernpunten
- De termijnen voor kennisgeving en openbaarmaking worden uitgedrukt in handelsdagen.
- De CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) publiceert de lijst van handelsdagen van de Belgische gereglementeerde markten.
- Bepaalde financiële instrumenten, zoals opties, futures en swaps, worden gelijkgesteld met stemrechtverlenende effecten voor de toepassing van de wet.
- In specifieke gevallen, zoals bij onderling overleg of volmachten, wordt gedetailleerd aangegeven wie kennisgevingsplichtig is en hoe dit moet gebeuren.
Wettekst
LAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, heeft tot doel uitvoering te geven aan titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/0
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (hierna : « de wet »). Het ontwerpbesluit heeft aldus tot doel de Europese richtlijnen terzake verder om te zetten. Het gaat meer bepaald om bepalingen van richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor
formatie over uitgevende
stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van richtlijn 2001/34/EG (hierna : « richtlijn 2004/109/EG ») en van richtlijn 2007/14/EG van de Commissie van 8 maart 2007 tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantievereisten die gelden voor
formatie over uitgevende
stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (hierna : « richtlijn 2007/14/EG »). De Regering wenst de aandacht te vestigen op het feit dat,
het kader van de benadering die wordt gevolgd
het zogenaamde Lamfalussyverslag, voor de opstelling van dit besluit een aantal beroepsfederaties en specialisten
de materie werden geraadpleegd. Alvorens over te gaan tot de artikelsgewijze bespreking past het te vermelden dat het besluit negen hoofdstukken telt. Na de algemene bepalingen van hoofdstuk I, worden
hoofdstuk II een aantal begrippen uit de wet verder uitgewerkt. Hoofdstuk III handelt over de concrete
vulling van de kennisgevingsplicht, hoofdstuk IV over de
houd van kennisgevingen en hoofdstuk V over de concrete
vulling van de ontheffingen beschreven
de artikelen 10 en 11 van de wet.
hoofdstuk VI worden de bepalingen
zake overmaking van kennisgevingen aan de emittent en aan de CBFA en
zake openbaarmaking en opslag van kennisgevingen opgenomen.
de hoofdstukken VII en VIII komen resp. gelijkwaardigheidsregels voor emittenten uit derde landen en regels voor een specifieke categorie van emittenten aan bod. Hoofdstuk IX bevat de slotbepalingen. De aanhef alsook verscheidene artikelen werden aangepast om rekening te houden met de bemerkingen van de Raad van State. De aanpassingen betreffen punctuele wijzigingen die door de Raad van State werden voorgesteld (bv.
artikel 7,
artikel 12, § 3,
artikel 14,
artikel 20,
de artikelen 25 tot 27 en
artikel 33).
de gevallen waarin geen gevolg werd gegeven aan de voorstellen van de Raad van State tot aanpassing van het besluit, wordt de reden hiervoor nader toegelicht
de commentaar bij de desbetreffende artikelen. Artikelsgewijze bespreking HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 De algemene bepaling van artikel 1 verwijst naar de richtlijnen waarvan met dit besluit bepalingen worden omgezet. Artikel 2 Dit artikel beschrijft het toepassingsgebied van de hoofdstukken I tot VII en IX van het besluit, m.n. deelnemingen
emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is. Dit toepassingsgebied wordt beschreven door een verwijzing naar artikel 5 van de wet (emittenten die hun statutaire zetel
België hebben of waarvan de statutaire zetel gelegen is
een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die overeenkomstig titel X van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021342 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de gunning,
formatie aan kandidaten en
schrijvers en wachttermijn
zake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten de jaarlijks te verstrekken
formatie
dienen bij de CBFA). De verwijzing naar artikel 5 van de wet brengt met zich mee dat het concept « emittent » uit artikel 3, § 1, 1°, van de wet ook voor dit besluit geldt. Artikel 3 Artikel 3 bevat enkele definities. Er valt op te merken dat de definities bepaald
artikel 3 van de wet ook gelden voor de toepassing van dit besluit, zodat
het besluit slechts een beperkte lijst van definities diende te worden opgenomen. Er wordt een definitie van effecten opgenomen, omdat krachtens artikel 6 van het besluit bepaalde effecten voor de toepassing van titel II van de wet met stemrechtverlenende effecten worden gelijkgesteld.
5° en 6° worden afkortingen vastgesteld van begrippen die
het ontwerpbesluit courant gebruikt worden. HOOFDSTUK II. - Lijst van handelsdagen, omstandigheden waaronder een kennisgevingsplichtige persoon geacht wordt kennis te hebben van een verwerving, een overdracht of het recht om stemrechten uit te oefenen en gelijkstellingen met stemrechtverlenende effecten Artikel 4 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 3, § 3, van de wet en tot omzetting van artikel 7 van richtlijn 2007/14/EG. De termijnen van kennisgeving en van openbaarmaking ervan worden uitgedrukt
handelsdagen. Gezien de lijsten van handelsdagen
de Europese Economische Ruimte niet geharmoniseerd zijn, moeten de marktdeelnemers weten met welke lijst van handelsdagen zij rekening dienen te houden. Artikel 7 van richtlijn 2007/14/EG bepaalt dat de termijnen moeten worden berekend aan de hand van de handelsdagen die gelden
de lidstaat van herkomst van de emittent. De Regering merkt op dat deze regeling voor gevolg heeft dat voor emittenten die niet op een Belgische gereglementeerde markt genoteerd zijn, maar waarvoor België niettemin lidstaat van herkomst is, de Belgische lijst van handelsdagen zal gelden. Omwille van de transparantie dient de CBFA de lijst van handelsdagen van de verscheidene Belgische gereglementeerde markten op haar website te publiceren. Artikel 5 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 12, tweede lid, van de wet en tot omzetting van artikel 9 van richtlijn 2007/14/EG. De termijn van twee handelsdagen als termijn waarna iemand geacht wordt kennis te hebben van een verwerving, overdracht of het recht om stemrechten uit te oefenen, is kort. Luidens overweging 11 bij richtlijn 2007/14/EG mag er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat natuurlijke of rechtspersonen bij de verwerving of overdracht van belangrijke deelnemingen grote zorgvuldigheid zullen betrachten en bijgevolg zeer snel op de hoogte zullen zijn van zulke verwervingen of overdrachten of van het recht om stemrechten uit te oefenen. Artikel 6 Dit artikel strekt onder meer tot verdere omzetting van artikel 13 van richtlijn 2004/109/EG en tot omzetting van artikel 11 van richtlijn 2007/14/EG. Het wordt genomen
uitvoering van artikel 6, § 7, van de wet.
§ 1
worden zowel effecten, opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten die de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst, reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven, als niet-genoteerde certificaten die « onvoorwaardelijk » royeerbaar zijn, gelijkgesteld met stemrechtverlenende effecten, voor de toepassing van titel II van de wet. Op deze gelijkstelling is er één uitzondering, m.n. artikel 15 van de wet : emittenten dienen bij de openbaarmaking van het totaal aantal stemrechtverlenende effecten geen rekening te houden met de voornoemde gelijkgestelde stemrechtverlenende effecten, omdat zij geen
vloed hebben op dat aantal. De gelijkstelling opgenomen
§ 1, eerste lid, vloeit voort uit richtlijn 2004/109/EG.
De tekst verwijst zowel naar effecten als naar bilaterale (derivaten)overeenkomsten, die de financiële praktijk doorgaans niet
effecten
corporeert. De Regering breidt,
§ 1
, tweede lid, deze gelijkstelling uit tot « onvoorwaardelijk » royeerbare niet-genoteerde certificaten, omwille van de gelijkenis met de gelijkgestelde financiële
strumenten bedoeld
§ 1, eerste lid.
Deze gelijkstelling geldt ook
dien de royeerbaarheid slechts op termijn geldt, naar analogie met wat het geval is voor de gelijkgestelde financiële
strumenten bedoeld
§ 1
, eerste lid.
dien de royeerbaarheid evenwel afhangt van een voorwaarde die de certificaathouder zelf niet
de hand heeft, zodat hij niet zeker is dat hij bij de uitoefening van zijn recht de stemrechtverlenende effecten waarop het certificaat betrekking heeft, zal verkrijgen, geldt de gelijkstelling niet. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn
dien de royeerbaarheid afhangt van een goedkeuringsrecht of voorkooprecht (waarvan de certificaathouder de uitkomst niet kan bepalen). Teneinde discussies te vermijden over het contractuele karakter van de statuten, administratievoorwaarden of andere bindende documenten waaruit het recht kan voortvloeien om de reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven waarop de certificaten betrekking hebben, verkiest de Regering om het voorstel van de Raad van State, om ook
deze context te vermelden dat dit recht voortvloeit uit een "formele overeenkomst", niet te volgen. Deze bepaling laat de gelijkstelling, die voortvloeit artikel 3, § 2, van de wet, van wel tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten met stemrechtverlenende effecten onverlet. De tweede paragraaf strekt tot omzetting van artikel 11.2 van richtlijn 2007/14/EG. De gelijkgestelde financiële
strumenten worden uiteraard enkel
de teller meegerekend. HOOFDSTUK III Concrete
vulling van de kennisgevingsplicht Dit hoofdstuk handelt hoofdzakelijk over gevallen waarin verschillende personen kennisgevingsplichtig zijn en bepaalt welke personen
die gevallen moeten kennis geven en de manieren waarop zij dat kunnen of moeten doen. De belangrijkste behandelde situaties betreffen personen die
onderling overleg handelen, gecontroleerde ondernemingen en hun moederonderneming of controlerende persoon, de situatie waarin stemrechten worden verworven, overgedragen of gehouden door een derde die
eigen naam, maar voor rekening van een andere persoon optreedt, volmachtdragers en volmachtverleners, situaties waarin een aandeelhouder het stemrecht verbonden aan zijn aandelen overdraagt aan een derde, zonder ook de aandelen zelf over te dragen, onverdeeldheid en
stellingen voor collectieve belegging. Artikel 7 Dit artikel handelt over de kennisgevingsplicht
de gevallen bedoeld
artikel 7 van de wet en strekt tot uitvoering van het derde lid van dat artikel 7. Het strekt eveneens tot omzetting van artikel 8.1, eerste lid, van richtlijn 2007/14/EG. De Regering heeft besloten om voornoemde bepaling van richtlijn 2007/14/EG, die verwijst naar een
dividuele verplichting die op elke aandeelhouder of op elke
artikel 10 van richtlijn 2004/109/EG bedoelde persoon, dan wel op beide rust, op een meer gedetailleerde wijze om te zetten, door voor elk van de gevallen bedoeld
artikel 7 van de wet, precies aan te geven wie er kennisgevingsplichtig kan zijn.
al deze gevallen kunnen kennisgevingsplichtige personen een gemeenschappelijke kennisgeving, zoals bedoeld
artikel 12, § 2, doen.
dien zij evenwel opteren voor afzonderlijke kennisgevingen, is het wenselijk dat het verband tussen deze afzonderlijke kennisgevingen verduidelijkt wordt, door
de ene kennisgeving te verwijzen naar de andere en omgekeerd. Zulk verband zal
beginsel duidelijk blijken uit de kennisgeving van de persoon die stemrechten heeft verworven, overgedragen of het recht heeft deze uit te oefenen, omdat deze persoon, op grond van artikel 13, eerste lid, 4°, ook melding zal moeten doen van de naam van de houder van stemrechtverlenende effecten van wie hij stemrechten of het recht om die uit te oefenen heeft verworven of aan wie hij stemrechten heeft overgedragen, voor zover deze persoon zelf kennisgevingsplichtig is. Artikel 8 Artikel 8 voorziet
een specifieke regel
geval van verlening van een volmacht en strekt tot omzetting van artikel 8.2 van richtlijn 2007/14/EG. Wanneer een effectenhouder een volmacht verleent voor één algemene vergadering, zou zulks
de praktijk aanleiding kunnen geven tot vier kennisgevingen : vóór de algemene vergadering, één door de effectenhouder, als hij een drempel onderschrijdt op het ogenblik dat hij de volmacht verleent en één door de volmachtdrager op het ogenblik dat hem de volmacht wordt verleend, als hij een drempel overschrijdt en vervolgens na de algemene vergadering, bij beëindiging van de volmacht, de omgekeerde beweging (één door de effectenhouder die opnieuw de drempel overschrijdt die hij
voorkomend geval onderschreden had en één door de volmachtdrager die opnieuw de drempel onderschrijdt die hij
voorkomend geval overschreden had). Artikel 8 heeft tot doel het aantal kennisgevingen
deze situatie te beperken tot twee, door zowel de effectenhouder die de volmacht verleent als de volmachtdrager toe te laten
de kennisgeving die gebeurt vóór de algemene vergadering al aan te geven wat de resulterende situatie zal zijn na de algemene vergadering. Artikel 9 Dit artikel, genomen
uitvoering van artikel 7, derde lid, van de wet, strekt ertoe te bepalen wie kennisgevingsplichtig is als effecten
onverdeeldheid worden gehouden (§ 1) of als een
stelling voor collectieve belegging een andere entiteit heeft belast met de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de door haar gehouden deelneming (§ 2). Als effecten
onverdeeldheid worden gehouden, rust de kennisgevingsplicht
beginsel op de houder van de stemrechten. Is er geen enige houder van de stemrechten aangewezen, dan rust de kennisgevingsplicht gezamenlijk op de verschillende personen die de deelneming
onverdeeldheid houden (§ 1). Bij een specifieke vorm van onverdeeldheid, m.n.
dien de effecten worden gehouden door een
stelling voor collectieve belegging (hierna : « ICB ») - ongeacht of de ICB Belgisch of buitenlands is, al dan niet beantwoordt aan de voorwaarden van richtlijn 85/611/EEG, openbaar, privaat of
stitutioneel is, ... -, is het normaal gezien de ICB zelf die een kennisgeving moet doen.
dien de ICB evenwel een andere entiteit rechtstreeks of onrechtstreeks belast met de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de door haar gehouden deelneming, dan is deze entiteit kennisgevingsplichtig, voor zover zij de stemrechten naar eigen goeddunken kan uitoefenen, bij gebreke van specifieke
structies (§ 2). Dit beginsel wordt hierna geïllustreerd aan de hand van voorbeelden. Als een ICB kiest voor een beheermodel waarbij een beheervennootschap van
stellingen voor collectieve belegging wordt aangesteld
de zin van artikel 43 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, dan zal de betrokken beheervennootschap kennisgevingsplichtig zijn, als zij de stemrechten verbonden aan de effecten die haar
beheer zijn gegeven naar eigen goeddunken kan uitoefenen, bij gebreke van specifieke
structies. Als de aangestelde beheervennootschap evenwel op haar beurt, voor de volledige dan wel voor een deel van de portefeuille, het
tellectueel beheer (
de zin van artikel 3, 9°, a), van de voormelde wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten) delegeert, dan wordt diegene aan wie dat beheer wordt gedelegeerd kennisgevingsplichtig. Als de ICB kiest voor een model van zelfbeheer
de zin van artikel 40 van de voornoemde wet, dan rust de kennisgevingsplicht
beginsel op de ICB zelf. Als deze ICB evenwel, voor de volledige dan wel voor een deel van de portefeuille, het
tellectueel beheer delegeert, dan wordt diegene aan wie dat beheer wordt gedelegeerd kennisgevingsplichtig. Deze regels zijn ook van toepassing
geval van een keten van delegaties van het beheer, ongeacht of de ICB kiest voor zelfbeheer of een beheervennootschap heeft aangesteld. Artikel 10 Deze bepaling verduidelijkt dat
geval een deelneming (geheel of gedeeltelijk) wordt verworven, overgedragen of gehouden via één of meer gecontroleerde ondernemingen, de kennisgevingsplicht niet alleen rust op de (ultieme) controlerende persoon, maar ook op de gecontroleerde onderneming, behoudens wanneer de kennisgeving door de moederonderneming wordt verricht
toepassing van artikel 11, § 1, van de wet. Naast de kennisgeving door de moederonderneming
toepassing van artikel 11, § 1, van de wet, staan er de gecontroleerde onderneming nog andere mogelijkheden ter beschikking om zich van haar kennisgevingsplicht te kwijten : zij kan bijvoorbeeld een afzonderlijke kennisgeving doen. Zij kan ook opteren voor een gemeenschappelijke kennisgeving met de moederonderneming of met de controlerende persoon die niet de moederonderneming is (wanneer aan de top van de controleketen een natuurlijke persoon staat) (zie artikel 12, § 2) of voor een gemeenschappelijke kennisgeving die voor verschillende kennisgevingsplichtige personen gebeurt door de (ultieme) controlerende persoon die niet de moederonderneming is,
welk geval deze laatste als lasthebber zal optreden (zie artikel 12, § 4). Artikel 11 Deze bepaling, strekkende tot omzetting van artikel 8.1, tweede lid, van richtlijn 2007/14/EG, verduidelijkt dat,
geval personen
onderling overleg handelen, de kennisgevingsplicht gezamenlijk rust op alle
overleg handelende personen, ongeacht de omvang van hun
dividuele deelneming. Artikel 12 Dit artikel strekt onder meer tot omzetting van artikel 8.3 van richtlijn 2007/14/EG.
§ 1
wordt voor twee gevallen een verplichte gemeenschappelijke kennisgeving
gevoerd. Het eerste geval behandelt de situatie waarin stemrechten worden verworven, overgedragen of gehouden door een derde die
eigen naam, maar voor rekening van een andere natuurlijke of rechtspersoon optreedt. Op grond van artikel 6, § 5, eerste lid, 1°, van de wet is de persoon voor wiens rekening wordt opgetreden, kennisgevingsplichtig. Op grond van artikel 6, § 5, derde lid, is ook de derde verplicht tot kennisgeving. Om te vermijden dat beide apart kennis zouden geven van één en dezelfde deelneming, acht de Regering het gerechtvaardigd hen een verplichting tot gemeenschappelijke kennisgeving op te leggen. Uiteraard geldt deze verplichting slechts voor zover beide partijen kennisgevingsplichtig zijn (
gevolge het bereiken, overschrijden of onderschrijden van een drempel). Bij de beoordeling van de kennisgevingsplicht dient,
hoofde van de persoon voor wiens rekening wordt opgetreden, uiteraard rekening te worden gehouden met artikel 9, § 3, eerste lid, 1°, van de wet. Het tweede geval behandelt de situatie van
onderling overleg handelende personen. De Regering is van mening dat ook
dergelijke situatie een verplichte gemeenschappelijke kennisgeving gerechtvaardigd is, om versnippering van de
formatie over verschillende kennisgevingen te voorkomen. Omdat een gemeenschappelijke kennisgeving ook van nut kan zijn
andere situaties (bijvoorbeeld die beschreven
artikel 7 van de wet), voorziet § 2 dat ook buiten de gevallen van § 1 een gemeenschappelijke kennisgevingen kan gedaan worden. Naast de gegevens die
voorkomend geval moeten worden verstrekt voor alle kennisgevers tesamen, omvat een gemeenschappelijke kennisgeving uiteraard, voor wat elk van de onderdelen ervan betreft (de algemene gegevens als bedoeld
artikel 13, de gegevens als bedoeld
artikel 14,...), alle vereiste gegevens voor elke kennisgever afzonderlijk. Zowel bij
dividuele als bij (verplicht of vrijwillig) gemeenschappelijke kennisgevingen, kunnen kennisgevingsplichtige personen een mandataris aanduiden om
hun naam de wettelijk voorgeschreven kennisgeving te doen. Dat beginsel wordt bevestigd
§ 4
. HOOFDSTUK IV
houd van de kennisgevingen Met toepassing van artikel 13, eerste lid, van de wet, regelt dit hoofdstuk de
houd van de kennisgevingen. Net zoals
1989 heeft de Regering het niet noodzakelijk geacht om de vorm van de kennisgevingen reglementair vast te stellen. De CBFA kan niettemin een standaardmodel voor de voorstelling van de kennisgevingen op haar website ter beschikking stellen. Dit standaardmodel zal
beginsel geïnspireerd zijn op het Europese standaardformulier TR- 1. Artikel 13 Dit artikel somt de algemene gegevens op die een kennisgeving dient te bevatten. Het gaat om gegevens zoals de naam van de emittent, de reden voor de kennisgeving, de naam van de kennisgevingsplichtige persoon (en, voor rechtspersonen, het adres van hun statutaire zetel) en de datum waarop de drempelwaarde werd bereikt, over- of onderschreden. Het eerste lid, 4°, beoogt de gedeeltelijke omzetting van artikel 12.1.d van richtlijn 2004/109/EG, dat,
de gevallen als bedoeld
artikel 7 van de wet, voorziet
de vermelding van de identiteit van de kennisgevingsplichtige persoon enerzijds en van de « aandeelhouder, ook al heeft deze niet het recht stemrechten uit te oefenen » anderzijds. De eerstgenoemde persoon wordt gevat onder het eerste lid, 3° en de laatstgenoemde persoon onder het eerste lid, 4°. De Regering heeft nota genomen van de bemerking van de Raad van State met betrekking tot het eerste lid, 4°. De Regering verkiest niettemin dat de regeling
het besluit verenigbaar is met het voornoemde Europese standaardformulier TR-1, dat, na een
itiële testfase,
de toekomst eventueel verplicht zou kunnen worden. Artikel 14 Dit artikel specificeert
de §§ 1 tot 3 welke gegevens een kennisgeving dient te bevatten, met betrekking tot stemrechten enerzijds (zowel artikel 6 als artikel 7 van de wet leiden tot een kennisgeving
termen van stemrechten) (§ 1) en met betrekking tot gelijkgestelde financiële
strumenten anderzijds (§ 2). Met « vervaldatum » wordt verwezen naar de vervaldatum van het financieel
strument, met « uitoefeningstermijn of - datum » wordt verwezen naar de datum waarop of de termijn waarbinnen stemrechtverlenende effecten kunnen worden verworven.
§ 3
wordt de verplichting vastgelegd om het totaal aantal gehouden stemrechten en het aantal stemrechten die kunnen worden verworven bij de uitoefening van gelijkgestelde financiële
strumenten, samen te tellen en het percentage te vermelden dat het (samengetelde) totaal vertegenwoordigt ten opzichte van het totaal van alle bestaande stemrechten. Het is dit percentage dat
acht genomen dient te worden wanneer de houder van een deelneming de stemrechtenquota bedoeld
de artikelen 6 of 18 van de wet berekent. Wanneer kennis wordt gegeven van de verwerving van gelijkgestelde financiële
strumenten, is het van belang dat bijwerkingen gebeuren op het ogenblik dat deze gelijkgestelde financiële
strumenten worden uitgeoefend, dan wel aflopen zonder uitgeoefend te worden. Om geen te zware administratieve lasten
het leven te roepen, opteert de Regering voor een regeling waarbij een onderscheid wordt gemaakt al naargelang al dan niet een (wettelijke of - voor emittenten naar Belgisch recht - statutaire) drempel wordt onderschreden. Het eerste lid van paragraaf 4 legt een (onmiddellijke) kennisgevingsverplichting op wanneer gelijkgestelde financiële
strumenten niet werden uitgeoefend op de vervaldatum en daardoor een drempel wordt onderschreden. Het tweede lid van dezelfde paragraaf vereist een jaarlijkse bijwerking,
twee gevallen : wanneer gelijkgestelde financiële
strumenten werden uitgeoefend, alsmede wanneer gelijkgestelde financiële
strumenten niet werden uitgeoefend op de vervaldatum zonder dat er daardoor een drempel werd onderschreden.
§ 5
wordt gespecificeerd welke additionele gegevens latere kennisgevingen dienen te bevatten. De zesde paragraaf laat kennisgevers die reeds aangemeld hebben en meldingsplichtig zijn omdat zij de laagste wettelijke of statutaire drempel onderschrijden, de mogelijkheid om,
afwijking van §§ 1 tot 3, enkel melding te maken van dat feit. Deze bepaling draagt ertoe bij te vermijden dat achterhaalde en
sommige situaties zelfs misleidende
formatie met betrekking tot het aandeelhouderschap ter beschikking blijft van de
vesteerders. Wanneer immers aan een persoon die de laagste drempel onderschrijdt, wordt opgelegd te melden hoeveel stemrechten hij nog houdt, dan zal die
formatie beschikbaar blijven, zonder dat ze nog zal worden geactualiseerd als de deelneming van die persoon verdere wijzigingen ondergaat zonder de laagste drempel opnieuw te bereiken. Er rust dan immers geen kennisgevingsplicht meer op hem. Artikel 15
het eerste lid wordt de verplichting opgelegd om,
voorkomend geval,
de kennisgeving ook de controleketen op te nemen. Dit zal nodig zijn als stemrechtverlenende effecten onrechtstreeks worden verworven, overgedragen of gehouden,
de zin van artikel 6, § 5, 2° of 3°, van de wet. Bij een controle op verschillende niveaus moeten alle schakels uit de controleketen worden vermeld, zonder verplichting evenwel om te vermelden op welk deelnemingspercentage de controle steunt. Het tweede lid verplicht de moederonderneming of de controlerende persoon andere dan de moederonderneming om de gegevens bedoeld
artikel 14 te verstrekken, zowel voor hun rechtstreekse deelneming als voor hun onrechtstreekse deelneming (
de zin van artikel 6, § 5, van de wet)
de emittent. Het verplicht hen bovendien om ook gegevens over de rechtstreekse en via tussenpersonen - maar niet via (verdere) gecontroleerde ondernemingen - gehouden onrechtstreekse deelnemingen van elke gecontroleerde onderneming te verstrekken. Het derde lid bepaalt dat (
- i)een kennisgeving van de moederonderneming voor de door haar gecontroleerde onderneming(
- en)(met toepassing van artikel 11, § 1, van de wet) of (
- ii)een kennisgeving van de moederonderneming met de door haar gecontroleerde onderneming(
- en)(met toepassing van artikel 12 van het besluit) (iii) dan wel een kennisgeving van de controlerende persoon voor of met de door hem gecontroleerde onderneming(
- en)(met toepassing van artikel 12 van het besluit) die de gegevens van het eerste en het tweede lid bevat, kan volstaan als kennisgeving voor die gecontroleerde onderneming(en). Artikel 16 Met toepassing van artikel 15, § 1, tweede lid, van de wet wordt
dit artikel aan kennisgevers de verplichting opgelegd om bijkomend op te geven hoeveel potentiële stemrechten (verbonden aan nog niet uitgegeven stemrechtverlenende effecten) en hoeveel aandelen zonder stemrecht zij houden. Voor de berekening van de stemrechtenquota en dus ook om uit te maken of iemand kennisgevingsplichtig is, worden potentiële stemrechten en aandelen zonder stemrecht evenwel niet
aanmerking genomen. Artikel 17
deze bepaling, genomen
uitvoering van artikel 6, § 6, van de wet, worden specifieke regels opgelegd voor situaties waarin personen
onderling overleg handelen. Het tweede lid verduidelijkt dat,
de gevallen bedoeld
artikel 6, § 4, derde lid en artikel 6, § 5, tweede lid, van de wet, de naam van een natuurlijke persoon niet moet worden vermeld
de aan de emittent te richten kennisgeving.
de aan de CBFA te richten kennisgeving dient deze naam echter wel vermeld te worden. De Regering neemt nota van de bemerking van de Raad van State met betrekking tot dit artikel, maar kan er geen rekening mee houden, omdat zij
feite betrekking heeft op op twee bepalingen van de wet. De Regering herinnert eraan dat via deze bepalingen voor natuurlijke personen die
onderling overleg handelen een materialiteitsdrempel
de wet werd
gevoerd met de uitdrukkelijke bedoeling de transparantieregeling
overeenstemming te brengen met de overgangsregeling opgenomen
de wet van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2007 pub. 26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot
voeging van artikel 41
de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom. 01/04/2007 pub. 26/04/2007 numac 2007003184 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare overnamebiedingen sluiten op de openbare overnamebiedingen, waarvoor
het bijzonder kan worden verwezen naar Parlementaire Stukken DOC 51 2834/002 en 2834/003. De Regering herhaalt dat de materialiteitsdrempel zoals hij
de wet werd
gevoerd geenszins afbreuk doet aan de uitgangspunten van de transparantieregeling : een
onderling overleg handelende natuurlijke persoon die een wettelijke of een statutaire transparantiedrempel overschrijdt, dient wel degelijk een nominatieve kennisgeving te doen. De Regering is dan ook van oordeel dat deze materialiteitsdrempel geen afbreuk doet aan de doelstellingen van richtlijn 2004/109/EG, zoals die
haar overwegingen worden geformuleerd. Zij is daarnaast van oordeel dat uit de lezing van de door de Raad van State geciteerde artikelen van richtlijn 2004/109/EG niet met zekerheid kan worden afgeleid dat de bepalingen van de wet er strijdig mee zouden zijn.
het bijzonder is de aansluiting tussen de aanhef van artikel 10 en de tekst van artikel 10, a), niet geheel duidelijk. Het derde lid heeft tot doel te vermijden dat onnodige administratieve lasten
het leven zouden worden geroepen voor natuurlijke personen die
dividueel een deelneming van zeer beperkte omvang houden. Voor deze personen moeten er geen afzonderlijke gegevens (zoals aantal gehouden stemrechten en percentages) verstrekt worden, voor zover deze gegevens wel worden verstrekt voor alle personen die zich
die situatie bevinden samen. Als bvb. zeven natuurlijke personen die bij een onderling overleg betrokken zijn (A, B, C, D, E, F en G) elk 10 000 stemrechten, zijnde 0,10 % van de stemrechten van een emittent aanhouden, zal het volstaan te melden dat de personen A, B, C, D, E, F en G samen 70 000 stemrechten, zijnde 0,70 % van de stemrechten aanhouden. Hier dient nog aan te worden toegevoegd dat de namen van de natuurlijke personen die samen 0,70 % van de stemrechten aanhouden, enkel
de kennisgeving aan de CBFA zullen opgenomen worden.
derdaad zullen deze namen - met toepassing van het tweede lid - niet vermeld worden
de aan de emittent te verrichten kennisgeving. Artikel 18 Deze bepaling beoogt de overmaking van contactgegevens (zoals bijvoorbeeld contactadres, telefoonnummer, e-mailadres,...) aan de CBFA. Deze gegevens moeten de CBFA
staat stellen contact te nemen, zowel met de kennisgevingsplichtige persoon, als
voorkomend geval met de persoon die
zijn naam de wettelijk voorgeschreven kennisgeving doet. Deze contactgegevens zullen bijvoorbeeld nuttig zijn wanneer een natuurlijke persoon een kennisgeving doet.
dat geval dient de kennisgeving immers, overeenkomstig artikel 13, eerste lid, 3°, enkel de naam van die persoon te bevatten. Artikel 19 Dit artikel voorziet
een specifieke regel
geval van korte termijn-verrichtingen, m.n.
dien na een verrichting de oorspronkelijk bereikte drempel voor verplichte kennisgeving, als gevolg van één of meer tegengestelde verrichtingen, niet meer bereikt wordt vóór het einde van de termijn van kennisgeving. Het artikel heeft tot doel het aantal kennisgevingen
deze situatie te beperken tot één, door - naar analogie met de regeling voor volmachten zoals opgenomen
artikel 8 - toe te laten dat
één enkele kennisgeving zowel melding wordt gedaan van de over- of onderschrijding als van de daaropvolgende onder- of overschrijding van een (wettelijke of - voor emittenten naar Belgisch recht - statutaire) drempel.
het eerste lid van § 1 wordt verwezen naar artikel 6, § 1, eerste en tweede lid, van de wet en
het eerste lid van § 2 naar artikel 6, § 1, derde lid, van de wet. De specifieke regeling van artikel 19 geldt uiteraard ook voor gelijkgestelde financiële
strumenten, vermits die met stemrechtverlenende effecten worden gelijkgesteld, alsmede
de gevallen bedoeld
artikel 7 van de wet, vermits daarvoor de regels als bedoeld
artikel 6 van de wet ook van toepassing zijn. Artikel 14, § 6, van het ontwerpbesluit is uiteraard ook van toepassing. HOOFDSTUK V Concrete
vulling van de ontheffingen Artikel 20 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 10, § 3, van de wet, waarin bepaald wordt dat er onder bepaalde voorwaarden geen kennisgevingsplicht is met betrekking tot de verwerving of de overdracht van een deelneming die de drempelwaarde van 5 % of desgevallend een lagere statutaire drempel bereikt, overschrijdt of onderschrijdt door een marktmaker, handelend
zijn hoedanigheid van marktmaker. Het strekt eveneens tot omzetting van artikel 6 van richtlijn 2007/14/EG. Het artikel voorziet
een kennisgeving door de marktmaker. De
houd van de kennisgeving wordt beschreven
het eerste en het tweede lid. De marktmaker dient de CBFA ervan
kennis te stellen dat hij marktmakingactiviteiten uitvoert of wil uitvoeren met betrekking tot een bepaalde emittent. Een algemene mededeling volstaat dus niet : zij dient steeds op een welbepaalde emittent betrekking te hebben. De kennisgeving bevat tevens een verklaring luidens dewelke de marktmaker voldoet aan de wettelijke voorwaarden om voor de vrijstelling
aanmerking te komen. Uit het eerste lid vloeit voort dat de marktmaker de kennisgeving kan doen vanaf het ogenblik dat hij met betrekking tot een bepaalde emittent marktmakingactiviteiten wil uitvoeren, maar dat hij er ook mee kan wachten tot op het ogenblik dat, zonder de vrijstelling, een kennisgevingsplicht
zijn hoofde zou ontstaan (bvb. tot op het ogenblik dat hij de laagste drempel overschrijdt).
dat laatste geval dient hij - overeenkomstig artikel 12 van de wet - zo spoedig mogelijk kennis te geven en uiterlijk binnen de vier handelsdagen aanvangend op de handelsdag na de datum waarop zijn kennisgevingsplicht zou zijn ontstaan. De vorm van deze kennisgeving wordt niet reglementair vastgesteld, maar de CBFA kan op haar website een standaardmodel voor de voorstelling ervan ter beschikking stellen. Omdat het van zeer groot belang is dat marktmakingactiviteiten volledig transparant worden uitgevoerd, bepaalt het vierde lid dat de marktmaker
staat moet zijn de stemrechtverlenende effecten of gelijkgestelde financiële
strumenten die voor marktmakingdoeleinden worden aangehouden op een verifieerbare wijze te identificeren. Dat kan op eender welke wijze gebeuren. Als de marktmaker daar echter niet toe
staat is, kan hem worden gevraagd de stemrechtverlenende effecten of gelijkgestelde financiële
strumenten die voor marktmakingdoeleinden worden aangehouden op een aparte rekening te plaatsen, om op die wijze tot identificatie te komen. Luidens het vijfde lid dient op verzoek van de CBFA de marktmakingsovereenkomst aan haar te worden overgemaakt, voor zover zulke overeenkomst op grond van nationaal recht vereist is. Artikel 21 Luidens artikel 11, §§ 2 en 3, van de wet worden moederondernemingen niet verplicht hun eigen deelnemingen samen te tellen met de door beheervennootschappen of beleggingsondernemingen beheerde deelnemingen, mits laatstgenoemden de stemrechten onafhankelijk van de moederonderneming uitoefenen en aan bepaalde andere voorwaarden voldoen. Aan de Koning werd o.m. de bevoegdheid verleend de voorwaarden van onafhankelijkheid waaraan beheer-vennootschappen en hun moederonder-nemingen, of beleggingsondernemingen en hun moederondernemingen, te verduidelijken, alsmede te bepalen welke procedure de moederonderneming van de beheervennootschap of van de beleggingsonderneming dient na te leven om van de vrijstelling gebruik te kunnen maken. Dit artikel strekt tot uitvoering van dit voorschrift en tevens tot omzetting van artikel 10 van richtlijn 2007/14/EG.
§ 1
worden de voorwaarden verduidelijkt waaraan beheervennootschappen en hun moederondernemingen, of beleggings-ondernemingen en hun moederondernemingen moeten voldoen (eerste lid) en wordt tevens bepaald wat onder de begrippen directe en
directe
structie dient te worden verstaan (tweede en derde lid). Overweging 12 van richtlijn 2007/14/EG stelt dat alleen moederondernemingen die kunnen aantonen dat hun beheervennootschappen of beleggingsondernemingen aan afdoende voorwaarden van onafhankelijkheid voldoen, mogen worden vrijgesteld van de verplichting om belangrijke deelnemingen samen te voegen en vervolgt dat, om volledige transparantie te waarborgen, de toezichthouder vooraf daarvan
kennis moet worden gesteld. Het eerste lid van § 2 legt de
houd van die kennisgeving vast. De kennisgeving dient onverwijld aan de CBFA te worden bezorgd. Het technisch advies van CESR waarop artikel 10 van richtlijn 2007/14/EG is gebaseerd, preciseerde dat de kennisgeving aan de toezichthouder kon gebeuren ofwel op het ogenblik van de
werkingtreding van de nationale wetgeving tot omzetting van richtlijn 2004/109/EG, ofwel op het ogenblik dat een moederonderneming van de vrijstelling gebruik wil maken. Deze precisering werd evenwel niet weerhouden
artikel 10 van richtlijn 2007/14/EG, waarbij de Regering verkiest om dit besluit te doen aansluiten. Immers, deze kennisgeving heeft betrekking op de organisatie van de groep, is niet beperkt tot deelnemingen
één enkele emittent en dient -
tegenstelling tot die van de marktmaker - niet de namen te bevatten van de emittenten waarvan desgevallend deelnemingen worden aangehouden. Bijgevolg vindt de Regering het -
tegenstelling tot
artikel 20 - niet aangewezen om vast te knopen bij de termijn voor kennisgeving bedoeld
artikel 12 van de wet. Paragraaf 3 preciseert dat wanneer de moederonderneming alleen voor een vrijstelling met betrekking tot gelijkgestelde financiële
strumenten
aanmerking wil komen, zij aan de CBFA enkel de lijst met namen, bedoeld
§ 2, eerste lid, 1°, moet bezorgen.
Een verklaring
de zin van § 2, eerste lid, 2°, zou immers niet afgeleverd kunnen worden aangezien er aan de voornoemde
strumenten
principe geen stemrechten zullen verbonden zijn. Paragraaf 4 somt een aantal zaken op die de moederonderneming desgevraagd tegenover de CBFA moet kunnen aantonen. HOOFDSTUK VI Overmaking aan de emittent en aan de CBFA, openbaarmaking en opslag van de
formatie Artikel 22 Zoals dat sinds 1989 het geval is, dienen kennisgevers hun kennisgevingen zowel aan de emittent als aan de CBFA over te maken (artikel 6 van de wet). Door de wijze te bepalen waarop dit kan gebeuren, geeft het eerste lid uitvoering aan artikel 13, tweede lid, van de wet. Emittenten dienen dan weer de
formatie bedoeld
artikel 15, § 1, eerste en tweede lid, van de wet aan de CBFA over te maken. Door de wijze te bepalen waarop dit kan gebeuren, geeft het tweede lid uitvoering aan artikel 15, § 3, van de wet. Artikel 23 De openbaarmaking van de
formatie vervat
de kennisgevingen zal niet langer door de gereglementeerde markt worden verzorgd. Conform artikel 12.6 van richtlijn 2004/109/EG staat de emittent
voor de openbaarmaking (artikel 14 van de wet). Voor de concrete
vulling van de openbaarmaking wordt verwezen naar de openbaarmakingsregels die zijn vastgelegd
het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten. Dit heeft voor gevolg dat alle
formatie waarnaar verwezen wordt
artikel 23, eerste lid, eigenlijk met gereglementeerde
formatie
de zin van dat besluit wordt gelijkgesteld.
een tweede lid worden emittenten waarvan aandelen uitsluitend op een gereglementeerde markt
één lidstaat andere dan België zijn toegelaten, uitgesloten. Gelet op artikel 21.3 van richtlijn 2004/109/EG zal
dat geval de lidstaat van ontvangst immers
beginsel openbaarmakingsregels opleggen. Artikel 24 De richtlijn verplicht de emittenten niet enkel tot openbaarmaking van
formatie, maar ook tot opslag ervan. Ook hiervoor wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten. HOOFDSTUK VII Gelijkwaardigheidsregels voor emittenten uit derde landen Artikelen 25-27 Krachtens artikel 16 van de wet kan de CBFA emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is
een derde land ontheffing verlenen van een beperkt aantal verplichtingen, voor zover de wetgeving van het derde land gelijkwaardige verplichtingen oplegt. Het gaat meer bepaald (i) om de verplichting om alle
een kennisgeving vervatte
formatie uiterlijk binnen drie handelsdagen na ontvangst openbaar te maken, (ii) om de verplichting om kennis te geven van het bezit, de verwerving of de overdracht van eigen deelnemingen als bedoeld
artikel 6 en 7 wanneer het aantal gehouden stemrechten bepaalde percentages bereikt, over- of onderschrijdt en (iii) om de verplichting om het totale kapitaal, het totale aantal stemrechtverlenende effecten enz.openbaar te maken op het einde van de kalendermaand waarin één van deze aantallen is gestegen of gedaald.
de artikelen 25 tot 27 wordt bepaald wanneer de wetgeving van een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen. Artikel 25 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 16 van de wet en tot omzetting van artikel 19 van richtlijn 2007/14/EG. Op grond van deze regel kan een kennisgevingstermijn die meer bedraagt dan vier handelsdagen als gelijkwaardig met een termijn van vier handelsdagen worden beschouwd als de termijn voor openbaarmaking minder bedraagt dan drie handelsdagen en omgekeerd kan een termijn voor openbaarmaking die meer bedraagt dan drie handelsdagen als gelijkwaardig met een termijn van drie handelsdagen worden beschouwd als de termijn voor kennisgeving minder bedraagt dan vier handelsdagen. Kennisgevingstermijn en termijn voor openbaarmaking mogen immers
totaal maximaal gelijk zijn aan zeven handelsdagen. Artikel 26 Ook dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 16 van de wet. Het beoogt tevens de omzetting van artikel 20 van richtlijn 2007/14/EG. Deze bepaling heeft betrekking op het bezit, de verwerving of de overdracht van eigen deelnemingen als bedoeld
de artikelen 6 en 7 van de wet (m.a.w.,
de meeste gevallen, eigen aandelen). Deze regel geldt ongeacht de toepasselijke wetgeving
zake
koop van eigen aandelen. Artikel 27 Ook dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 16 van de wet. Het beoogt tevens de omzetting van artikel 21 van richtlijn 2007/14/EG. Op grond van deze bepaling wordt een verplichting om de
formatie bedoeld
artikel 15, § 1, eerste lid, van de wet bekend te maken binnen 30 kalenderdagen nadat één van de aantallen is gestegen of gedaald als gelijkwaardig beschouwd met de verplichting om deze
formatie bekend te maken op het einde van elke kalendermaand waarin één van deze aantallen is gestegen of gedaald. Artikel 28 Luidens artikel 11, § 5, van de wet zijn bepaalde ondernemingen uit derde landen ook vrijgesteld van samenvoeging van hun deelnemingen met de deelnemingen van hun moederonderneming, mits zij, als beheervennootschappen of beleggings-ondernemingen, op het gebied van onafhankelijkheid voldoen aan gelijkwaardige voorwaarden als die bedoeld
artikel 11, §§ 2 en 3, van de wet. Dit artikel strekt tot uitvoering van dit voorschrift, alsmede tot omzetting van artikel 23 van richtlijn 2007/14/EG.
het eerste lid worden de voorwaarden verduidelijkt waaraan beheervennootschappen en hun moederondernemingen, of beleggings-ondernemingen en hun moederondernemingen moeten voldoen. Het tweede lid legt de
houd vast van de kennisgeving die de moederonderneming aan de CBFA dient over te maken. Dit gebeurt door verwijzing naar de voorschriften opgenomen
artikel 21. Luidens overweging 20 van richtlijn 2007/14/EG moet een moederonderneming voor vrijstelling
aanmerking kunnen komen, ongeacht of krachtens de wet van het derde land een vergunning vereist is voor de gecontroleerde beheervennootschap of beleggingsonderneming. HOOFDSTUK VIII. - Verplichtingen voor emittenten waarvan aandelen uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten maar waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is Artikel 29 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 22 van de wet. Het bepaalt overeenkomstig welke nadere regels emittenten als bedoeld
artikel 19 van de wet waarvan aandelen uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, kennisgevingen en openbaar te maken
formatie dienen openbaar te maken en over te maken aan de CBFA. Het is het enige artikel van het besluit dat betrekking heeft op emittenten waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is. HOOFDSTUK IX Wijzigings- en opheffingsbepalingen,
werkingtreding en uitvoeringsbepaling Artikelen 30 tot 32 Deze artikelen beogen de nodige aanpassingen door te voeren
koninklijke besluiten die verwijzen naar de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen. Artikel 33 Qua redactie stemmen deze aanpassingen overeen met de aanpassingen die werden doorgevoerd
wetten die verwezen naar de wet van 2 maart 1989 (zie de artikelen 30 tot 36, 43 en 57 tot 58 van de wet). Om deze coherentie te behouden, wordt er dan ook geen gevolg gegeven aan de bemerkingen van de Raad van State met betrekking tot de artikelen 31 en 32. Dit artikel is genomen
uitvoering van artikel 4, derde en vierde lid, van de wet. Het vervangt artikel 8 van het koninklijk besluit van 14 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006003601 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de markt voor financiële
strumenten Alternext en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 betreffende marktmisbruik sluiten betreffende de markt voor financiële
strumenten Alternext en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 betreffende marktmisbruik. Dat artikel verklaarde een aantal artikelen van de wet van 2 maart 1989, alsook het koninklijk besluit van 10 mei 1989 van toepassing op de emittenten waarvan financiële
strumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op Alternext, zij het dat de drempels werden vervangen door de drempels van 25 %, 30 %, 50 %, 75 % en 95 %. Al deze verwijzingen dienden aangepast te worden. Artikel 34 Overeenkomstig artikel 10 van het
middels opgeheven koninklijk besluit van 31 maart 2003 over de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, dienden emittenten hun jaarrekening, hun jaarverslag en het verslag van de commissaris uiterlijk 15 dagen voor hun jaarlijkse algemene vergadering verkrijgbaar te stellen voor het publiek. Deze verplichting werd per vergissing niet hernomen
artikel 12 van het nieuwe koninklijk besluit over de verplichtingen van emittenten, wat thans wordt rechtgezet. Artikel 35 Dit artikel heft het koninklijk besluit van 10 mei 1989 op. Artikel 36 Dit artikel stelt de datum van
werkingtreding van onderhavig koninklijk besluit vast. Artikel 37 Dit artikel stelt de datum van
werkingtreding van de artikelen 3 tot 41, 43 en 57 tot 60 van de wet vast. Artikel 38 Dit artikel bepaalt dat de Minister van Financiën belast is met de uitvoering van het besluit. De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS ADVIES 43.885/2 VAN 8 JANUARI 2008 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 4 december 2007, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 15 januari 2008 (*), van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen", heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag
gediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, l', van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de
richting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State sluiten, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. I. Strekking van het ontwerp 1. Het ontwerp van besluit strekt ertoe titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen ten uitvoer te leggen. Het draagt aldus bij aan de omzetting van richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor
formatie over uitgevende
stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (hierna de "transparantierichtlijn")
haar advies 42.055/2, gegeven op 31 januari 2007 over het voorontwerp dat heeft geleid tot de voormelde wet, heeft de afdeling wetgeving de
houd van de transparantierichtlijn als volgt beknopt uiteengezet : « De bedoeling van de transparantierichtlijn bestaat erin de aantrekkingskracht van de Europese financiële markt te vergroten door ervoor te zorgen dat betere
formatie wordt verstrekt aan de
vesteerders teneinde hen
staat te stellen hun gelden efficiënter te beleggen. Ten gevolge daarvan zou de economie een grotere dynamiek moeten krijgen. De transparantierichtlijn steunt op een onderscheid tussen « lidstaat van herkomst » en « lidstaat van ontvangst ». Als « lidstaat van herkomst » - die de verplichtingen dient na te komen die hem als zodanig worden opgelegd - wordt aangemerkt : - wanneer de statutaire zetel van een
stelling die effecten uitgeeft,
een lidstaat gevestigd is, die lidstaat; - wanneer de uitgevende
stelling
een derde land gevestigd is, de lidstaat waar de effecten voor de eerste maal aan het publiek worden aangeboden of waar het eerst toelating tot de handel op een gereglementeerde markt wordt aangevraagd
zake financiële
formatieverstrekking op te leggen aan drie categorieën actoren : - de uitgevende
stellingen waarvan effecten op een gereglementeerde markt zijn toegelaten; - de aandeelhouders; - de natuurlijke of rechtspersonen die stemrecht bezitten of over financiële
strumenten beschikken die een weerslag hebben op de stemrechten. Uit artikel 3 van de transparantierichtlijn volgt dat de lidstaat van herkomst aan die actoren strengere verplichtingen mag opleggen dan die welke
de voormelde richtlijn voorkomen. Die mogelijkheid wordt evenwel niet geboden aan de andere lidstaten, die « lidstaten van ontvangst » worden genoemd. Het is hun dus niet langer toegestaan de toelating van de effecten tot de handel op hun gereglementeerde markten te beperken door aan de uitgevende
stellingen extra
formatieverplichtingen op te leggen. Door die regel, die de « lidstaat van herkomst-regel » wordt genoemd, zou het mogelijk moeten zijn de hinderpalen voor de toelating van de effecten tot de handel op de gereglementeerde markten van een andere lidstaat weg te nemen. De
stellingen die effecten uitgeven, zijn er
de eerste plaats toe gehouden periodieke
formatie te verschaffen over de financiële toestand van de uitgevende
stelling en over die van door haar gecontroleerde ondernemingen. Die
formatie omvat ook e en staat met prognoses. Zo dient de uitgevende
stelling een jaarlijks financieel veeslag te publiceren (artikel 4 van de richtlijn), alsook halfjaarlijkse financiële verslagen (artikel 5) en tussentijdse verklaringen van het bestuursorgaan,
zonderheid aangaande belangrijke gebeurtenissen en transacties (artikel 6). Voorts wordt bij de transparantierichtlijn een verplichting tot het verstrekken van « actuele
formatie » opgelegd. Kortom, wanneer zich door de verwerving of de overdracht van effecten een wijziging voordoet
de structuur van belangrijke deelnemingen die een weerslag heeft op de verdeling van de stemrechten, is de houder van die effecten ertoe verplicht de uitgevende
stelling op de hoogte te brengen van het percentage van stemrechten dat die operatie tot gevolg heeft. Die
stelling is ertoe gehouden die
formatie te publiceren (artikelen 9, 10, 12 en 13). De lidstaat van herkomst moet toezien op de naleving van de voormelde regels en van de striktere regels die hij zou hebben
gevoerd. Daartoe wijst elke lidstaat een bevoegde autoriteit aan om op de toepassing van de richtlijn toe te zien. Die autoriteit is
principe de centrale autoriteit opgericht overeenkomstig de prospectusrichtlijn. » 3. Sedert dit advies heeft de Commissie op 8 maart 2007 richtlijn 2007/14/EG tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van richtlijn 2004/109/EG aangenomen. Deze richtlijn verstrekt meer bepaald verduidelijkingen die betrekking hebben op : - de mechanismen voor de controle op marktmakers (artikel 6 van richtlijn 2007/14); - de aanwijzing van de
vesteerders die kennis moeten geven van belangrijke deelnemingen (artikel 8 van richtlijn 2007/14); - de onafhankelijkheidsvoorwaarden waaraan beheermaatschappijen moeten voldoen (artikel 10 van richtlijn 2007/14); - de te vervullen minimumverplichtingen om te kunnen aanvaarden dat de regelgevingen van derde landen gelijkwaardig zijn ten aanzien van bepaalde onderdelen van de richtlijn (artikelen 14 tot 23 van richtlijn 2007/14). Uit artikel 2 van het ontworpen besluit blijkt meer bepaald dat het tot doel heeft de openbaarmaking te regelen van deelnemingen
emittenten die hun statutaire zetel
België hebben of
een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en waarvan de waardepapieren
hoofdzaak toegelaten zijn tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 29 regelt eveneens de openbaarmaking van deelnemingen
emittenten waarvan aandelen uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maar waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is. II. Onderzoek van het ontwerp Aanhef 1. Wanneer
de aanhef een bepaalde regeling als rechtsgrond wordt aangevoerd, wordt alleen verwezen naar de bepalingen die de rechtsgrond ervan uitmaken.Er dient derhalve te worden verwezen naar de artikelen 3, § 3, 4, derde en vierde lid, 6, §§ 6 en 7, 7, eerste lid, 5°, tweede en derde lid, 10, § 3, tweede lid, 11, §§ 4 en 5, tweede lid, 13, 14, derde lid, 15, § 3, 16, vierde lid, 18, § 1, derde lid, 22 en 62 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. 2. De aanhef moet ook worden aangevuld met een lid waarin de koninklijke besluiten worden vermeld die bij de artikelen 30 tot 34 van het ontwerp worden gewijzigd of opgeheven. Dispositief Artikel 3
artikel 3, 6°, moet worden geschreven "het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten". Dezelfde opmerking geldt voor de artikelen 23, 24, 29 en 33. Artikel 6 Uit de bespreking van artikel 6 van het ontwerp blijkt dat
paragraaf 1, tweede lid, van deze bepaling de Regering niet-genoteerde certificaten gelijkstelt met stemrechtverlenende effecten
dien ze onvoorwaardelijk royeerbaar zijn. Gelet op deze uitleg en op de strekking van artikel 6, zou
artikel 6, § 1, tweede lid, moeten worden gepreciseerd, zoals
artikel 6, § 1, eerste lid, dat de bewuste derivatencontracten alleen met stemrechtverlenende effecten kunnen worden gelijkgesteld
dien ze het mogelijk maken zulke effecten "uit hoofde van een formele overeenkomst" te verwerven. Artikel 7 Artikel 7 van het ontwerp handelt over de kennisgevingsplicht
de gevallen waarin natuurlijke personen of rechtspersonen stemrechten verwerven, overdragen of het recht hebben die uit te oefenen bij tijdelijke en betaalde overdracht van stemrechten,
pandgeving, vnichtgebruik,
bewaringgeving en volmacht Artikel 8, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 2007/14 bepaalt,
deze gevallen, dat de verplichting om van belangrijke deelnemingen kennis te geven aan de uitgevende
stelling een
dividuele verplichting is, maar op beiden kan rusten "wanneer het percentage van de door elk van de partijen gehouden stemrechten de toepasselijke drempelwaarde bereikt, overschrijdt of onderschijdt
artikel 6 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten of
de statuten bereikt, overschrijdt of onderschijdt. Artikel 12 1. Artikel 12, § 1, van het ontwerp voert een verplichting
om
twee gevallen een gemeenschappelijke kennisgeving te doen : ten eerste, wanneer de stemrechten verworven, overgedragen of uitgeoefend worden door een derde die
eigen naam, maar voor rekening van een andere natuurlijke of rechtspersoon optreedt, en ten tweede, wanneer personen
onderling overleg handelen.2. De gemachtigde ambtenaar heeft erkend dat deze bepaling strenger is dan artikel 8, lid 3, eerste alinea, van richtlijn 2007/14, volgens hetwelk de kennisgeving "kan" geschieden
de vorm van een enkele gemeenschappelijke kennisgeving.België kan zich
dat opzicht evenwel beroepen op artikel 3, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 2004/109. Artikel 8, lid 3, tweede alinea, van richtlijn 2004/109 bepaalt evenwel dat een enkele gemeenschappelijke kennisgeving de kennisgevingsplichtige personen niet van hun
dividuele verantwoordelijkheid ontslaat. De Staat zet deze bepaling om
artikel 12, § 3, van het ontwerp. Het is apriori niet aanvaardbaar een gemeenschappelijke kennisgeving op te leggen, terwijl de naleving van deze verplichting de betrokkenen hoe dan ook niet vrijstelt van hun verplichting
zake kennisgeving. 3. De gemachtigde ambtenaar heeft er evenwel op gewezen dat het de bedoeling is de huidige praktijk voort te zetten.Op de bestaande kennisgevingsformulieren staat echter het volgende «
geval van kennisgeving door personen die verbonden zijn of
onderling overleg optreden, worden de tabellen I en II zo veel keer als nodig
gevuld : - eerst voor elk van de betrokken personen afzonderlijk, zelfs
dien niemand van hen alleen een drempel bereikt (cf. art. 8, § 1, 3°, van het koninklijk besluit van 10 mei 1989) - vervolgens voor alle verbonden of
onderling overleg optredende personen samen (cf. art. 2, § 1 en 2 van de wet van 2 maart 1989). » De gemachtigde ambtenaar heeft voorts het volgende opgemerkt « Zo'n gemeenschappelijke kennisgeving wordt
de praktijk getekend door alle kennisgevmgsplichtige personen, tenzij zip een mandataris aanstellen.
dat laatste geval zal enkel de mandataris tekenen. Dat blijft mogelijk onder het nieuwe regime (artikel 12, § 4), maar de verantwoordelijkheid om de kennisgeving te doen, blijft (zoals vandaag) bij de kennnisgevingsplichtige personen. » 4. Hieruitvolgt dat de bewuste gemeenschappelijke kennisgevingniet louter een gemeenschappelijke mededeling van gegevens is voor alle personen die partij zijn bij het akkoord, maar dat ze ook de mededeling omvat van afzonderlijke gegevens voor elk van deze personen.Artikel 17, eerste lid, 2°, van het ontwerp bevestigt deze
terpretatie. De tekst zou moeten worden verduidelijkt op een zodanige wijze dat een gemeenschappelijke kennisgeving wel degelijk, wat elk van de onderdelen ervan betreft, alle vereiste gegevens omvat. Artikel 13
artikel 13, eerste lid, 4°, van het ontwerp wordt bepaald dat de natuurlijke of rechtspersoon op wie de kennisgevingsplicht rust ertoe gehouden is de naam te vermelden van de houder van stemrechtverlenende effecten van wie hij rechten verwerft of aan wie hij deze overdraagt, "voor zover de houder (...) zelf kennisgevingsplichtig is"
de bespreking van artikel 13 wordt uitgelegd dat de gedeeltelijke omzetting beoogd wordt van artikel 12, lid 1, onder d), van richtlijn 2004/109. Welnu,
die bepaling wordt daarentegen gesteld dat de kennisgeving melding maakt van "de identiteit van de aandeelhouder, ook al heeft deze niet het recht stemrechten uit te oefenen (...)". Daarover om uitleg gevraagd, heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende gesteld : « Het klopt dat artikel 12.1. d) geen restrictie bevat. Tijdens de CFSRwerkzaamheden werd daar veel aandacht aan besteed en werd geconcludeerd dat het niet de bedoeling kan zijn altijd de identiteit van de aandeelhouder mee te delen (zelfs als hij bvb. maar 1 aandeel zou bezitten). Zulks zou immers veel verder gaan dan de door richtlijn 2004/109/EG opgelegde basisveTel ichting om een melding te doen als men 5 % van de stemrechten bezit. Dat Europese Commissie de redenering van CESR heeft gevolgd, blijkt uit voetnoot 4 bij het standaardformulier. De redactie van artikel 13, eerste lid, 4° is dan ook gebaseerd op het CESR-advies CESR/05-407, § 308 (« the notification mustalso disclose the identity of the shareholder who holds the shares to which voting rights are attached, if they have (he has) a notifiable
terest under one of the Article 9 thresholds ») en op voetnoot 4 van het standaardformulier (« This should be the full name of the shareholder who is the counteiparty to the natural person or legal entity referred to
Article 10
of that Directive unless the percentage of voting rights held by the shareholder is lower than the lowest applicable threshold for the disclosure of voting rights holdings
accordance with national law »). » De afdeling wetgeving neemt nota van de uitleg die voorafgaat en van het standpunt dat
genomen wordt door zowel het CESR, als de Commissie zelf. De handelwijze die door beide
stanties voorgesteld wordt, dreigt evenwel een probleem op te leveren wat de conformiteit betreft met artikel 12, lid 1, onder d), van richtlijn 2004/109, wat overigens erkend wordt door de CBFA die de controle-
stanties van de overige lidstaten ondervraagd heeft
dat verband
de tekst moeten worden gepreciseerd, opdat die bepalingen onmiddellijk beter begrepen zouden kunnen worden. Artikel 17
artikel 17, tweede lid, van het ontwerp wordt bepaald dat, wat de personen betreft die
onderling overleg handelen, de kennisgevingen geen melding moeten maken van de naam van de natuurlijke personen bedoeld
artikel 6, § 4, derde lid en § 5, tweede lid, van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten
hoofdzaak betrekking op de personen die, los van de overige partijen bij het akkoord, een deelneming van kleinere omvang houden dan de wettelijke of statutaire drempelwaarden. Die bepalingen lijken niet verenigbaar te zijn met richtlijn 2004/109.
artikel 10, onder a), van die richtlijn wordt bepaald dat de regels
zake kennisgeving als omschreven
artikel 9, leden 1 en 2, van dezelfde richtlijn, van toepassing zijn op natuurlijke personen die betrokken zijn bij een akkoord van onderling overleg. Die bepaling voorziet
geen enkele uitzondering
gevoerd
de wet om de transparantieregeling
overeenstemming te brengen met de overgangsregeling opgenomen
de wet van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2007 pub. 26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot
voeging van artikel 41
de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom. 01/04/2007 pub. 26/04/2007 numac 2007003184 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare overnamebiedingen sluiten op de openbare overnamebiedingen (zie
het bijzonder Parlementaire Stukken DOC 51 2834/002 en 2834/003), zonder daarbij afbreuk te doen aan de uitgangspunten van de transparantieregeling (nominatieve kennisgeving bij overschrijding van een statutaire of wettelijke transparantiedrempel). » Deze uitleg ontkracht de voorgaande vaststelling niet. Artikel 18 Artikel 18 zou duidelijker gesteld zijn, als daarin verduidelijkt zou worden wat bedoeld wordt met "contactgegevens", overeenkomstig de bespreking van de bepaling
het verslag aan de Koning. Artikel 20 Artikel 20, derde lid, van het ontwerp geeft uitvoering aan artikel 6, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 2007/14 en preciseert dat wanneer de marktmaker met betrekking tot de betrokken emittent zijn activiteiten staakt hij de CBFA daarvan
kennis moet stellen.
zoverre de marktmaker
aanmerking komt voor een vrijstelling, dient eveneens de termijn bepaald te worden binnen welke hij die
stantie moet
lichten dat hij niet meer
die hoedanigheid optreedt. Artikel 21
artikel 21, § 2, eerste lid, van het ontwerp wordt bepaald dat de moederondememing die vrijgesteld wil worden van de kennisgeving de CBFA "onverwijld" bepaalde
lichtingen moet verstrekken.
dat artikel wordt aldus de formule gebezigd uit artikel 10, lid 2, eerste zin, van richtlijn 2007/14.
de twaalfde overweging van die richtlijn wordt evenwel gesteld dat om volledige transparantie te waarborgen, de voornoemde kennisgeving
zijn "Final Technical Advice on Possible Implementing Measures of the Transparency Directive"
de tekst op te nemen. Wat de tweede hypothese betreft, zou kunnen worden bepaald dat de kennisgeving van de
lichtingen dient plaats te hebben vóór het verstrijken van de termijn van kennisgeving vastgesteld
artikel 12, eerste lid, van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten. Artikelen 25 tot 27 Volgens de bespreking van de artikelen 25 tot 27 van het ontwerp, strekken deze ertoe uitvoering te geven aan artikel 16 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten. Een uitdrukkelijke verwijzing naar deze bepaling is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat uit de lezing van het ontworpen besluit moeiteloos opgemaakt kan worden voor welke doeleinden de genoemde gelijkwaardigheidsregels uitgevaardigd zijn. Artikelen 31 en 32 Bij de wijziging die artikel 31 van het ontwerp beoogt aan te brengen
artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 september 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/09/2005 pub. 11/10/2005 numac 2005003725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde
stellingen sluiten houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde
stellingen, behoren de bepalingen van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten waarnaar verwezen wordt nader gepreciseerd te worden. Dezelfde opmerking geldt voor het nieuwe artikel 14, § 1, tweede lid, dat artikel 32 van het ontwerp beoogt
te voegen
datzelfde besluit. Artikel 33
het ontworpen artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 14 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006003601 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de markt voor financiële
strumenten Alternext en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 betreffende marktmisbruik sluiten dient hetzij uitdrukkelijk bepaald te worden naar welke drempelwaarden verwezen wordt, hetzij gepreciseerd te worden naar welke bepalingen van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten verwezen wordt. Artikel 35 Het ontworpen besluit treedt
werking de eerste dag van een nog niet nader bepaalde maand van 2008. Zulk een formulering heeft het nadeel dat,
dien het besluit bekendgemaakt wordt op het einde van de maand, de adressaten ervan niet over de normale termijn van tien dagen zullen beschikken om zich daarnaar te gedragen. Het is namelijk zo dat die principiële termijn wordt voorgeschreven bij artikel 4, tweede lid, van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen
wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en
werkingtreden van wetten en verordeningen. Derhalve rijst de vraag of artikel 35 niet beter wordt vervangen door een andere bepaling van
werkingtreding. (*) Bij mail van 12 december 2007.
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (advies 43.0482, gegeven op 4 juni 2007) vormde een eerste maatregel ter uitvoering van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten. Het onderhavige ontwerp vult het aan.
de gevallen die niet passen binnen de hiervoor aangegeven mogelijkheden, is de lidstaat van herkomst die welke door de uitgevende
stelling wordt gekozen.
terval market/securities/docs/prospectus/cesr05-407 en.pdf).
gevoegd na het advies van de Raad van State over het wetsontwerp.
geval van onderling overleg, de vraag rijst of het gezamenlijk bezit van stemrechten door elke deelnemer al dan niet een wettelijke of statutaire drempelwaarde overschrijdt.
de overweging
kwestie is er sprake van een "verklaring"; daaruit vloeit evenwel voort dat deze zowel de
lichtingen beoogt, als de verklaring stricto sensu, bedoeld
artikel 10, lid 2, van richtlijn 2007/14 en
artikel 21, § 2, eerste lid, van het ontwerp.
- De kamer was samengesteld uit : De heer Y. Kreins, kamervoorzitter; De heer P. Vandernoot en Mevr. M. Baguet, staatsraden; De heren H. Bosly en G. Keutgen, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. B. Vigneron, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Gilliaux, eerste auditeur-afdelingshoofd. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Vandernoot. De griffier, B. Vigneron. De voorzitter, Y. Kreins. 14 FEBRUARI
- - Koninklijk besluit op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen,
zonderheid op de artikelen 3, § 3, 4, derde en vierde lid, 6, § 6 en § 7, 7, eerste lid, 5°, tweede en derde lid, 10, § 3, tweede lid, 11, § 4 en § 5, tweede lid, 12, tweede lid, 13, 14, derde lid, 15, § 3, 16, vierde lid, 18, § 1, vierde lid, 22 en 62; Gelet op het koninklijk besluit van 10 mei 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
ter beurze genoteerde vennootschappen; Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/09/2005 pub. 11/10/2005 numac 2005003725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde
stellingen sluiten houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde
stellingen; Gelet op het koninklijk besluit van 21 november 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/11/2005 pub. 30/11/2005 numac 2005003820 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheer-vennootschappen van
stellingen voor collectieve belegging
een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen sluiten over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggings-ondernemingen en beheervennootschappen van
stellingen voor collectieve belegging
een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen; Gelet op het koninklijk besluit van 14 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006003601 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de markt voor financiële
strumenten Alternext en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 betreffende marktmisbruik sluiten betreffende de markt voor financiële
strumenten Alternext en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 betreffende marktmisbruik; Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; Gelet op het advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, gegeven op 30 oktober 2007; Gelet op het advies 43.885/2 van de Raad van State, gegeven op 8 januari 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit besluit zet sommige bepalingen om van : 1° richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor
formatie over uitgevende
stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van richtlijn 2001/34/EG;2° richtlijn 2007/14/EG van de Commissie van 8 maart 2007 tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantievereisten die gelden voor
formatie over uitgevende
stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. Art. 2.Met uitzondering van Hoofdstuk VIII is dit besluit van toepassing op deelnemingen
emittenten als bedoeld
artikel 5 van de wet. Art. 3.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « effecten » : alle categorieën op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren (geldmarktinstrumenten die een looptijd hebben van minder dan twaalf maanden en betaalinstrumenten uitgezonderd), zoals : a) aandelen
vennootschappen en andere met aandelen
vennootschappen, partnerships of andere entiteiten gelijk te stellen waardepapieren, alsmede aandelencertificaten;
- b)obligaties en andere schuldinstrumenten, alsmede certificaten die dergelijke effecten vertegenwoordigen en vastgoedcertificaten;
- c)alle andere waardepapieren die het recht verlenen die effecten te verwerven of te verkopen, of die aanleiding geven tot een afwikkeling
contanten waarvan het bedrag wordt bepaald op grond van effecten, valuta's, rentevoeten of rendementen, grondstoffenprijzen of andere
dexen of maatstaven;2° « geldmarktinstrumenten » : alle categorieën
strumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, zoals schatkistpapier, depositocertificaten en commercial paper, betaalinstrumenten uitgezonderd;3° « gelijkgestelde financiële
strumenten » : a) effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten als bedoeld
artikel 6, § 1, eerste lid;b) niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die betrekking hebben op stemrechtverlenende effecten als bedoeld
artikel 6, § 1, tweede lid;4° « derde land » : staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;5° « de wet » : de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen;6° « het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten » : het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. HOOFDSTUK II. - Lijst van handelsdagen, omstandigheden waaronder een kennisgevingsplichtige persoon geacht wordt kennis te hebben van een verwerving, een overdracht of het recht om stemrechten uit te oefenen en gelijkstellingen met stemrechtverlenende effecten Art. 4.Voor de toepassing van de wet en dit besluit geldt de Belgische lijst van handelsdagen. De CBFA publiceert op haar website de lijst van handelsdagen van de verscheidene Belgische gereglementeerde markten. Art. 5.Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, 1°, van de wet wordt een kennisgevingsplichtige persoon geacht kennis te hebben van een verwerving, van een overdracht of van het recht om stemrechten uit te oefenen, uiterlijk op de tweede handelsdag volgend op de dag van de transactie. Art. 6.§ 1. Effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten worden, voor de toepassing van titel II van de wet, met uitzondering van artikel 15, met stemrechtverlenende effecten gelijkgesteld,
dien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst, reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Deze gelijkstelling geldt ook voor niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toegelaten certificaten die betrekking hebben op stemrechtverlenende effecten
dien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, de reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten waarop zij betrekking hebben te verwerven. Opdat de gelijkstellingen van het eerste en het tweede lid toepassing vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven.
dien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Onder een formele overeenkomst wordt verstaan, een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is. § 2. Voor de toepassing van artikel 6 van de wet voegt de houder van de financiële
strumenten alle op dezelfde emittent betrekking hebbende gelijkgestelde financiële
strumenten samen. Voor de berekening van de stemrechtenquota als bedoeld
artikel 6 van de wet worden de gelijkgestelde financiële
strumenten meegerekend. HOOFDSTUK III. - Concrete
vulling van de kennisgevingsplicht Art. 7.Voor zover hun respectieve deelneming een van de
artikel 6 van de wet bedoelde, of
voorkomend geval
overeenstemming met artikel 18 van de wet bepaalde statutaire, drempelwaarden bereikt, over- of onderschrijdt, rust de kennisgevingsplicht : 1°
het geval bedoeld
artikel 7, eerste lid, 1°, van de wet, zowel op de overdrager als op de overnemer;2°
het geval bedoeld
artikel 7, eerste lid, 2°, van de wet, zowel op de pandgever als op de pandhouder;3°
het geval bedoeld
artikel 7, eerste lid, 3°, van de wet, zowel op degene die het vruchtgebruik heeft toegestaan als op de vruchtgebruiker;4°
het geval bedoeld
artikel 7, eerste lid, 4°, van de wet, zowel op de bewaargever als op de bewaarnemer;5°
het geval bedoeld
artikel 7, eerste lid, 5°, van de wet, zowel op de volmachtgever als op de volmachtdrager. Art. 8.
het geval als bedoeld
artikel 7, eerste lid, 5°, van de wet, kan : 1°
dien een effectenhouder de volmacht verleent voor één algemene vergadering, worden volstaan met een enkele kennisgeving naar aanleiding van het verlenen van de volmacht, mits
de kennisgeving duidelijk wordt gemaakt wat de resulterende situatie zal zijn wat de stemrechten betreft, wanneer de volmachtdrager de stemrechten niet meer naar eigen goeddunken mag uitoefenen;2°
dien de volmachtdrager voor één algemene vergadering een of meer volmachten krijgt, worden volstaan met een enkele kennisgeving naar aanleiding van het verkrijgen van de volmacht of volmachten, mits
de kennisgeving duidelijk wordt gemaakt wat de resulterende situatie zal zijn wat de stemrechten betreft, wanneer de volmachtdrager de stemrechten niet meer naar eigen goeddunken mag uitoefenen.
de gevallen bedoeld
het eerste lid is geen kennisgeving vereist naar aanleiding van de beëindiging van de volmacht. Art. 9.§ 1. Onverminderd de toepassing van § 2, rust, voor zover een deelneming
onverdeeldheid wordt gehouden, de kennisgevingsplicht op de houder van de stemrechten, met uitsluiting van elke andere houder van rechten op de deelneming. Is er geen enige houder van de stemrechten aangewezen, dan rust de kennisgevingsplicht gezamenlijk op de verschillende houders die de deelneming
onverdeeldheid houden. § 2.
dien een
stelling voor collectieve belegging een andere entiteit rechtstreeks of onrechtstreeks belast met de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de door haar gehouden deelneming, rust de kennisgevingsplicht niet op de
stelling voor collectieve belegging maar op deze entiteit, mits zij de stemrechten bij gebreke van specifieke
structies naar eigen goeddunken kan uitoefenen. De kennisgevingsplicht van deze entiteit slaat op alle stemrechten verbonden aan de deelneming gehouden door alle
stellingen voor collectieve belegging die haar aldus belast hebben met de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de door hen gehouden deelneming. Art. 10.De kennisgevingsplicht rust ook op de gecontroleerde onderneming voor zover haar deelneming een van de
artikel 6 van de wet bedoelde, of
voorkomend geval
overeenstemming met artikel 18 van de wet bepaalde statutaire, drempelwaarden bereikt, over- of onderschrijdt, behoudens wanneer de kennisgeving door de moederonderneming wordt verricht
toepassing van artikel 11, § 1, van de wet. Art. 11.Voor zover de totale deelneming waarop het akkoord van onderling overleg slaat een van de
artikel 6 van de wet bedoelde, of
voorkomend geval
overeenstemming met artikel 18 van de wet bepaalde statutaire, drempelwaarden bereikt, over- of onderschrijdt, rust de kennisgevingsplicht gezamenlijk op alle personen die bij het akkoord betrokken zijn, ongeacht de omvang van hun
dividuele deelneming. Art. 12.§ 1. Wanneer een derde
eigen naam maar voor rekening van een andere natuurlijke of rechtspersoon optreedt en zowel de deelneming van de derde als de deelneming van de laatstgenoemde natuurlijke of rechtspersoon een van de
artikel 6 van de wet bedoelde, of
voorkomend geval
overeenstemming met artikel 18 van de wet bepaalde statutaire, drempelwaarden bereiken, over- of onderschrijden, doen de derde en de laatstgenoemde natuurlijke of rechtspersoon één gemeenschappelijke kennisgeving.
onderling overleg handelende personen doen één gemeenschappelijke kennisgeving. § 2. Wanneer de kennisgevingsplicht op verschillende personen rust, kunnen zij ook buiten de gevallen bedoeld
§ 1één gemeenschappelijke kennisgeving doen.
§ 3. Gemeenschappelijke kennisgevingen ontslaan de betrokken kennisgevingsplichtige personen niet van hun
dividuele verantwoordelijkheid om
die kennisgeving de gegevens te verstrekken die moeten worden verstrekt voor hen afzonderlijk alsook
voorkomend geval voor de verschillende kennisgevers gezamenlijk. § 4. Kennisgevingsplichtige personen kunnen een andere natuurlijke of rechtspersoon aanduiden om
hun naam de wettelijk voorgeschreven kennisgeving te doen. Dit ontslaat de kennisgevingsplichtige personen evenwel niet van hun eigen verantwoordelijkheid. HOOFDSTUK IV. -
houd van de kennisgevingen Art. 13.Elke kennisgeving bevat de volgende algemene gegevens : 1° de naam van de emittent van de stemrechtverlenende effecten of, voor de gelijkgestelde financiële
strumenten, de naam van de emittent van de onderliggende stemrechtverlenende effecten;2° de reden voor de kennisgeving, waarbij
zonderheid wordt aangegeven welk van de volgende gebeurtenissen de aanleiding vormt of vormen voor de kennisgeving : a) een verwerving of overdracht van een deelneming als bedoeld
artikel 6, § 1, of
artikel 7 van de wet;b) een verwerving of overdracht van gelijkgestelde financiële
strumenten;c) het houden van een deelneming wanneer voor de eerste maal aandelen van een emittent tot de verhandeling op de gereglementeerde markt worden toegelaten als bedoeld
artikel 6, § 2, van de wet;d) een gebeurtenis die de verdeling van de stemrechten heeft gewijzigd als bedoeld
artikel 6, § 3, van de wet;e) het sluiten, wijzigen of beëindigen van een akkoord van onderling overleg als bedoeld
artikel 6, § 4, van de wet;3° de naam van de kennisgevingsplichtige persoon, alsmede, voor rechtspersonen, het adres van hun statutaire zetel;4°
de gevallen als bedoeld
artikel 7 van de wet, de naam, alsmede, voor rechtspersonen, het adres van hun statutaire zetel, van de houder van stemrechtverlenende effecten van wie de natuurlijke of rechtspersoon bedoeld
voornoemd artikel 7 stemrechten of het recht om die uit te oefenen verwerft of aan wie hij stemrechten overdraagt, voor zover de houder van stemrechtverlenende effecten zelf kennisgevingsplichtig is;5° de datum waarop de wettelijke, of
voorkomend geval overeenkomstig artikel 18 van de wet bepaalde statutaire, drempelwaarde werd bereikt of over- of onderschreden.
het geval bedoeld
artikel 6, § 5, eerste lid, 3°, van de wet, vermeldt de kennisgeving eveneens de verwerving of de overdracht van de controle over een onderneming die stemrechtverlenende effecten houdt
een emittent als aanleiding voor de kennisgeving. Art. 14.§ 1. Elke kennisgeving bevat eveneens de situatie die voortvloeit uit de gebeurtenis die tot de kennisgeving aanleiding gaf. Met betrekking tot stemrechten bevat zij
zonderheid : 1° het totale aantal rechtstreeks of onrechtstreeks aangehouden stemrechten, alsook het percentage dat dit aantal vertegenwoordigt ten opzichte van het totaal van alle bestaande stemrechten;2°
dien er geen onderscheiden categorieën van stemrechtverlenende effecten zijn, het aantal aangehouden stemrechten als bedoeld onder 1°, uitgesplitst naargelang zij betrekking hebben op het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van stemrechtverlenende effecten dan wel op een van de gevallen bedoeld
artikel 7 van de wet, alsook het percentage dat deze aantallen vertegenwoordigen ten opzichte van het totaal van alle bestaande stemrechten;3°
dien er onderscheiden categorieën van stemrechtverlenende effecten zijn : a) het aantal aangehouden stemrechten als bedoeld onder 1° per categorie van stemrechtverlenende effecten, uitgesplitst naargelang de aangehouden stemrechten betrekking hebben op het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van stemrechtverlenende effecten dan wel op een van de gevallen bedoeld
artikel 7 van de wet;b) het percentage dat het aantal aangehouden stemrechten per categorie vertegenwoordigt ten opzichte van het totaal van alle bestaande stemrechten van dezelfde categorie, uitgesplitst naargelang de aangehouden stemrechten betrekking hebben op het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van stemrechtverlenende effecten dan wel op een van de gevallen bedoeld
artikel 7 van de wet. § 2. Met betrekking tot gelijkgestelde financiële
strumenten bevat zij
zonderheid : 1° het aantal stemrechten die kunnen worden verworven bij de uitoefening van de financiële
strumenten;2°
voorkomend geval het aantal stemrechten als bedoeld onder 1° uitgesplitst per type financieel
strument;3° de percentages die de onder 1° en 2° bedoelde aantallen vertegenwoordigen ten opzichte van het totaal van alle bestaande stemrechten. Per type gelijkgesteld financieel
strument wordt
voorkomend geval melding gemaakt van de vervaldatum, alsmede van de uitoefeningstermijn of -datum. § 3. Elke kennisgeving vermeldt tot slot het totaal van de
§ 1
, tweede lid, 1°, en § 2, 1°, bedoelde aantallen, alsook het percentage dat dit totale aantal vertegenwoordigt ten opzichte van het totaal van alle bestaande stemrechten. § 4. Wanneer gelijkgestelde financiële
strumenten niet werden uitgeoefend op de vervaldatum en daardoor een van de
artikel 6 van de wet bedoelde, of
voorkomend geval
overeenstemming met artikel 18 van de wet bepaalde statutaire, drempelwaarden wordt onderschreden, worden de gegevens van de voorgaande kennisgeving, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen een termijn van vier handelsdagen aanvangend op de handelsdag na deze vervaldatum, bijgewerkt. De gegevens van de voorgaande kennisgeving worden eveneens bijgewerkt, op 31 december van elk jaar : 1° wanneer gelijkgestelde financiële
strumenten
de loop van het kalenderjaar werden uitgeoefend;2° wanneer gelijkgestelde financiële
strumenten niet werden uitgeoefend op de vervaldatum, zonder dat daardoor een van de
artikel 6 van de wet bedoelde, of
voorkomend geval
overeenstemming met artikel 18 van de wet bepaalde statutaire, drempelwaarden werd onderschreden. De bijwerkingen bedoeld
het tweede lid gebeuren binnen een termijn van 10 handelsdagen vanaf 1 januari. § 5. Latere kennisgevingen bevatten naast de
§§ 1
tot 3 bedoelde gegevens de gegevens over het totale aantal rechtstreeks of onrechtstreeks aangehouden stemrechten en,
dien er onderscheiden categorieën van stemrechtverlenende effecten zijn, het aantal rechtstreeks of onrechtstreeks aangehouden stemrechten per categorie, dan wel de vermelding
overeenstemming met § 6, die
voorkomend geval
de vorige kennisgeving werden opgenomen. § 6.
dien het percentage bedoeld
§ 3
beneden de laagste wettelijke of statutaire kennisgevingsdrempel ligt, dan volstaat,
afwijking van §§ 1 tot 3, de vermelding dat het percentage beneden deze laagste kennisgevingsdrempel ligt. Art. 15.De kennisgeving bevat
voorkomend geval eveneens de keten van gecontroleerde ondernemingen via welke de deelneming daadwerkelijk wordt gehouden. Daartoe bevat ze
zonderheid de volledige controleketen met aanduiding van de naam en het adres van de statutaire zetel van elke gecontroleerde onderneming. Naast de gegevens bedoeld
artikel 14 voor de deelneming die de moederonderneming of de controlerende persoon rechtstreeks of onrechtstreeks
de emittent houdt, bevat de kennisgeving eveneens de gegevens bedoeld
artikel 14 voor de deelneming die de moederonderneming of de controlerende persoon alsmede elke gecontroleerde onderneming rechtstreeks dan wel onrechtstreeks
de zin van artikel 6, § 5, eerste lid, 1°, van de wet,
de emittent houden. Een kennisgeving door de moederonderneming of door de controlerende persoon voor of met een gecontroleerde onderneming, met toepassing van artikel 11, § 1, van de wet of van artikel 12, naargelang het geval, die de gegevens bevat als bedoeld
het eerste en het tweede lid, volstaat als kennisgeving voor die gecontroleerde onderneming. Art. 16.
voorkomend geval bevat de kennisgeving eveneens
formatie over : 1° het totale aantal
stemrechtverlenende effecten converteerbare obligaties en al dan niet
effecten belichaamde rechten om
te schrijven op nog niet uitgegeven stemrechtverlenende effecten
bezit, het totale aantal stemrechten dat bij uitoefening van die conversie- of
schrijvingsrechten kan worden verkregen en de vervaldatum, alsmede de uitoefeningstermijn of -datum ervan;2° het totale aantal aandelen zonder stemrecht
bezit. Art. 17.
het geval van
onderling overleg handelende personen : 1° wordt onder het gegeven bedoeld
artikel 13, 3°, de naam opgenomen van alle bij het akkoord van onderling overleg betrokken personen, alsmede voor alle bij het akkoord betrokken rechtspersonen, het adres van hun statutaire zetel;2° worden de gegevens bedoeld
artikel 14 verstrekt voor alle bij het akkoord betrokken personen gezamenlijk, alsook afzonderlijk voor elke bij het akkoord betrokken persoon.
afwijking van het eerste lid, 1°, moet
de aan de emittent te verrichten kennisgeving de naam van een natuurlijke persoon niet worden vermeld
de gevallen bedoeld
artikel 6, § 4, derde lid en § 5, tweede lid, van de wet.
afwijking van het eerste lid, 2°, dienen geen afzonderlijke gegevens te worden verstrekt voor natuurlijke personen van wie de
dividuele deelneming minder dan 1 % van het totaal van de bestaande stemrechten bedraagt, voor zover de gegevens bedoeld
artikel 14 worden verstrekt voor alle natuurlijke personen van wie de
dividuele deelneming minder dan 1 % van het totaal van de bestaande stemrechten bedraagt samen. Art. 18.Met het oog op het toezicht van de naleving van titel II van de wet en dit besluit, worden aan de CBFA de nodige contactgegevens overgemaakt door de kennisgevingsplichtige persoon en, wanneer een andere persoon dan de kennisgevingsplichtige persoon de kennisgeving doet, ook door deze persoon. Art. 19.§ 1.
geval van een verwerving zoals bedoeld
artikel 6, § 1, eerste en tweede lid, van de wet,
dien de aanvankelijk overschreden drempel voor verplichte kennisgeving ten gevolge van overdrachten vóór het einde van de termijn van kennisgeving als bedoeld
artikel 12, eerste lid, van de wet, niet meer wordt bereikt, kan volstaan worden met één enkele kennisgeving naar aanleiding van de verwerving, mits
de kennisgeving duidelijk wordt gemaakt wat de resulterende situatie is wat de stemrechten betreft na de overdrachten.
de gevallen bedoeld
het eerste lid is geen kennisgeving vereist naar aanleiding van de voornoemde overdrachten. § 2.
geval van een overdracht zoals bedoeld
artikel 6, § 1, derde lid, van de wet,
dien de aanvankelijk onderschreden drempel voor verplichte kennisgeving ten gevolge van verwervingen vóór het einde van de termijn van kennisgeving als bedoeld
artikel 12, eerste lid, van de wet, opnieuw wordt bereikt, kan volstaan worden met één enkele kennisgeving naar aanleiding van de overdracht, mits
de kennisgeving duidelijk wordt gemaakt wat de resulterende situatie is wat de stemrechten betreft na de verwervingen.
de gevallen bedoeld
het eerste lid is geen kennisgeving vereist naar aanleiding van de voornoemde verwervingen. HOOFDSTUK V. - Concrete
vulling van de ontheffingen Art. 20.Een marktmaker die voor de vrijstelling als bedoeld
artikel 10, § 3, van de wet
aanmerking wenst te komen, stelt de CBFA er uiterlijk binnen de termijn voor kennisgeving bedoeld
artikel 12 van de wet van
kennis dat hij met betrekking tot een bepaalde emittent marktmakingactiviteiten uitvoert of wil uitvoeren. De
het eerste lid vermelde kennisgeving bevat tevens : 1° een vermelding van de bevoegde autoriteit die de marktmaker een vergunning heeft verleend uit hoofde van de nationale wetgeving tot omzetting van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële
strumenten, en van de datum waarop die vergunning werd verkregen;2° een verklaring dat de marktmaker geen
spraak uitoefent
het bestuur van de emittent noch enige
vloed uitoefent op de emittent om hem aan te sporen zijn stemrechtverlenende effecten te kopen of de prijs ervan te ondersteunen. Wanneer de marktmaker met betrekking tot de betrokken emittent zijn marktmakingactiviteiten staakt, stelt hij de CBFA daarvan
kennis binnen de maand na de stopzetting van zijn marktmakingactiviteiten maar uiterlijk tegelijkertijd met de eerste kennisgeving met betrekking tot een deelneming
de betrokken emittent na de staking van de marktmakingactiviteiten. Wanneer een marktmaker door de CBFA wordt verzocht de stemrechtverlenende effecten of gelijkgestelde financiële
strumenten die voor marktmakingdoeleinden worden aangehouden te identificeren, wordt het, onverminderd de toepassing van de artikelen 23 en 24 van de wet, de betrokken marktmaker toegestaan een dergelijke identificatie op een verifieerbare wijze te verrichten. Als de marktmaker daar niet toe
staat is, kan de CBFA eisen dat de stemrechtverlenende effecten of gelijkgestelde financiële
strumenten die voor marktmakingdoeleinden worden aangehouden met het oog op een dergelijke identificatie op een aparte rekening worden aangehouden.
dien op grond van nationaal recht een marktmakingovereenkomst tussen de marktmaker en de marktonderneming van de gereglementeerde markt en/of de emittent vereist is, maakt de marktmaker, onverminderd de toepassing van artikel 23, § 2, 1°, van de wet, de overeenkomst op verzoek van de CBFA aan haar over. Art. 21.§ 1. Voor de toepassing van de vrijstelling van de verplichting tot samenvoeging van deelnemingen waarin artikel 11, §§ 2 en 3, van de wet voorziet, voldoet de moederonderneming van een beheervennootschap of van een beleggingsonderneming aan de volgende voorwaarden : 1° zij komt, noch door het geven van directe of
directe
structies, noch op enigerlei andere wijze tussen
de uitoefening van de stemrechten die worden gehouden door de beheervennootschap of beleggingsonderneming;2° de beheervennootschap of beleggingsonderneming is vrij om de stemrechten die aan de door haar beheerde activa verbonden zijn, onafhankelijk van de moederonderneming uit te oefenen. Onder directe
structie wordt verstaan, een
structie van de moederonderneming of een gecontroleerde onderneming van de moederonderneming waarin wordt aangegeven hoe de stemrechten door de beheervennootschap of beleggingsonderneming
specifieke gevallen moeten worden uitgeoefend. Onder
directe
structie wordt verstaan, een algemene of specifieke
structie,
welke vorm dan ook, van de moederonderneming of een gecontroleerde onderneming van de moederonderneming waardoor de beheervennootschap of beleggingsonderneming de stemrechten niet geheel naar eigen goeddunken kan uitoefenen en waarmee bepaalde zakelijke belangen van de moederonderneming of een gecontroleerde onderneming van de moederonderneming gediend zijn. § 2. Een moederonderneming die van de
§ 1
, eerste lid, bedoelde vrijstelling gebruik wil maken, bezorgt de CBFA onverwijld het volgende : 1° een lijst met de namen van de beheervennootschappen en beleggingsondernemingen waarop wordt vermeld welke bevoegde autoriteiten toezicht op hen houden of dat geen bevoegde autoriteit toezicht op hen houdt;2° een verklaring dat de moederonderneming voor elk van deze beheervennootschappen of beleggingsondernemingen voldoet aan de voorwaarden van § 1, eerste lid. De moederonderneming werkt de onder het eerste lid, 1°, bedoelde lijst voortdurend bij en bezorgt de bijgewerkte lijst, na elke bijwerking, onverwijld aan de CBFA. § 3. Wanneer de moederonderneming alleen met betrekking tot gelijkgestelde financiële
strumenten voor een vrijstelling
aanmerking wil komen, bezorgt zij de CBFA alleen de
§ 2
, eerste lid, 1°, bedoelde lijst, alsook de
§ 2, tweede lid, bedoelde bijwerkingen.
§ 4. Onverminderd de toepassing van de artikelen 23 en 24 van de wet, kan een moederonderneming van een beheervennootschap of van een beleggingsonderneming tegenover de CBFA desgevraagd aantonen dat : 1° haar organisatorische structuren en die van de beheervennootschap of beleggingsonderneming van dien aard zijn dat de stemrechten onafhankelijk van de moederonderneming worden uitgeoefend;2° de personen die beslissen hoe de stemrechten worden uitgeoefend, onafhankelijk opereren;3°
dien de moederonderneming een cliënt van haar beheervennootschap of beleggingsonderneming is of een deelneming
de door de beheervennootschap of beleggingsonderneming beheerde activa heeft, er een duidelijk schriftelijk mandaat voor een onafhankelijke cliëntenrelatie tussen de moederonderneming en de beheervennootschap of beleggingsonderneming bestaat. Het vereiste onder het eerste lid, 1°, houdt minimaal
dat de moederonderneming en de beheervennootschap of beleggingsonderneming schriftelijke gedragslijnen en procedures vaststellen die redelijkerwijs tot doel hebben te voorkomen dat met betrekking tot de uitoefening van stemrechten
formatie wordt uitgewisseld tussen de moederonderneming en de beheervennootschap of beleggingsonderneming. HOOFDSTUK VI. - Overmaking aan de emittent en aan de CBFA, openbaarmaking en opslag van de
formatie Afdeling I. - Wijze waarop
formatie aan de emittent en aan de CBFA wordt overgemaakt Art. 22.De overmaking van de kennisgeving aan de emittent kan langs elektronische weg gebeuren. Ook de overmaking aan de CBFA kan langs elektronische weg gebeuren op de door haar bepaalde wijze. De overmaking aan de CBFA van de
formatie bedoeld
artikel 15 van de wet en
voorkomend geval
artikel 18, § 1, van de wet kan langs elektronische weg gebeuren op de door de CBFA bepaalde wijze. Afdeling II. - Wijze waarop
formatie wordt openbaar gemaakt en opgeslagen Art. 23.De emittent maakt de volgende
formatie openbaar overeenkomstig de artikelen 35, § 1, 36, § 1, eerste lid, § 2 en § 3 en 37 van het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten en met naleving van artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit : 1° alle
formatie vervat
de kennisgevingen die hij heeft ontvangen of die hij zelf doet;2° de
formatie bedoeld
artikel 15, § 1, eerste en tweede lid, van de wet;3°
voorkomend geval, de
formatie bedoeld
artikel 18, § 1, van de wet. Het eerste lid is niet van toepassing op emittenten waarvan aandelen uitsluitend op een gereglementeerde markt
één lidstaat andere dan België zijn toegelaten. Art. 24.De emittent stelt de
formatie bedoeld
artikel 23, op het ogenblik van de openbaarmaking ervan, ter beschikking op zijn website, die voldoet aan de voorwaarden bedoeld
artikel 41 van het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten. HOOFDSTUK VII. - Gelijkwaardigheids-regels voor emittenten uit derde landen Art. 25.Voor de toepassing van artikel 16 van de wet, wordt een derde land geacht verplichtingen op te leggen die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 14, eerste lid, van de wet, wanneer de termijn waarbinnen een emittent die zijn statutaire zetel
dit derde land heeft, van belangrijke deelnemingen
kennis moet worden gesteld en waarbinnen hij deze belangrijke deelnemingen moet openbaar maken, krachtens de wetgeving van dit land
totaal gelijk is aan of korter is dan zeven handelsdagen. De termijnen voor de kennisgeving aan de emittent en voor de daaropvolgende openbaarmaking door de emittent kunnen derhalve afwijken van die welke worden vastgelegd
artikel 12, eerste lid, en
artikel 14, eerste lid, van de wet. Art. 26.Voor de toepassing van artikel 16 van de wet, wordt een derde land geacht aan de emittent verplichtingen op te leggen die gelijkwaardig zijn aan de verplichting om kennis te geven van het bezit, de verwerving of de overdracht van eigen deelnemingen als bedoeld
de artikelen 6 en 7 van de wet, wanneer een emittent die zijn statutaire zetel
dit derde land heeft, krachtens de wetgeving van dit land moet kennisgeven wanneer de stemrechten verbonden aan de stemrechtverlenende effecten die hij houdt een van de
artikel 6 van de wet bedoelde drempelwaarden bereiken, over- of onderschrijden. Art. 27.Voor de toepassing van artikel 16 van de wet, wordt een derde land geacht verplichtingen op te leggen die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 15, § 1, eerste lid, van de wet, wanneer een emittent die zijn statutaire zetel
dit derde land heeft, krachtens de wetgeving van dit land verplicht is de
formatie bedoeld
artikel 15, § 1, eerste lid, van de wet aan het publiek bekend te maken binnen 30 kalenderdagen nadat één van de bekend te maken aantallen is gestegen of gedaald. Art. 28.Een derde land wordt geacht onafhankelijkheidsvoorwaarden te stellen die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 11, §§ 2 en 3, van de wet, wanneer een beheervennootschap of beleggingsonderneming als bedoeld
artikel 11, § 5, van de wet, krachtens de wetgeving van dit land aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° de beheervennootschap of beleggingsonderneming is te allen tijde vrij om de stemrechten die aan de door haar beheerde activa verbonden zijn, onafhankelijk van haar moederonderneming uit te oefenen;2° de beheervennootschap of beleggingsonderneming schuift de belangen van de moederonderneming of van enige andere gecontroleerde onderneming van de moederonderneming terzijde telkens wanneer zich belangenconflicten voordoen. De moederonderneming voldoet aan de kennisgevingsvereisten van artikel 21, § 2, eerste lid, 1°, tweede lid, en § 3, van dit besluit en verklaart dat zij voor elk van de betrokken beheervennootschappen of beleggingsondernemingen voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid. Artikel 21, § 4, is van toepassing. HOOFDSTUK VIII. - Verplichtingen voor emittenten waarvan aandelen uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten maar waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is Art. 29.Emittenten als bedoeld
artikel 22 van de wet maken de
dat artikel bedoelde kennisgevingen en
formatie openbaar overeenkomstig de artikelen 35, § 1, 36, § 1, eerste lid, § 2 en § 3 en 37 van het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2007 pub. 03/12/2007 numac 2007003508 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten. De overmaking van deze kennisgevingen en van de