← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering van de Ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrengin

Kort samengevat

Dit besluit regelt de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander militair materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het stelt procedures vast voor het aanvragen en verlenen van machtigingen en bepaalt welke producten verboden zijn.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
3 APRIL 2014. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering van de Ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan De Brusselse Hoofdstedelijke Regering Gelet op de artikels 68, § 1, en 69 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980; Gelet op artikel 36, § 1, van de bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse Instellingen van 12 januari 1989; Gelet op Ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavings-materiaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan en meer bepaald de artikels 3, 5, 7, 8, 10, 13, 16, 20, 21, 23, 25, 27, 29, 30, 34, 39, 40, 41, 43, 44; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juni 2013; Gelet op het ministerieel begrotingsakkoord, gegeven op 3 april 2014; Gelet op het advies nr. 53.611/1/V van de Raad van State gegeven op 26 juli 2013, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973; Overwegende de wet van 5 augustus 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1991 pub. 10/08/2010 numac 2010000448 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie; Op voorstel van de Minister van Externe Betrekkingen; Na beraadslaging, Besluit : Titel 1. - Algemeen kader en definities Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens; de Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik en de Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap. Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : - Ordonnantie : de Ordonnantie van 20 juni 2013 met betrekking tot de in-, uit-, doorvoer, en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan. - Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. - Minister : de minister die, overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de bevoegdheden van de ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, de bevoegdheid heeft inzake de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, en de technologie die er verband mee houdt, alsook de goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik. - Ministerie : het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. - Cel vergunningen : de Cel vergunningen « wapens en goederen voor tweeërlei gebruik » van Brussels International van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. - Werkdagen : alle dagen met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen. Art. 3.De dienst aangewezen door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in de zin van de Ordonnantie, is de Cel vergunningen. Art. 4.Indien de Cel vergunningen het met het oog op de controle van de naleving van de Ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten nuttig acht, kan zij een kennisgeving van de volgende handelingen bezorgen aan de andere betrokken overheidsinstanties, waaronder de vergunningsdiensten van de andere gewesten, de Administratie der Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën, de federale wapendienst van de Federale Overheidsdienst Justitie, de Veiligheid van de Staat, de Proefbank voor Vuurwapens, de procureur des Konings van het arrondissement waar de betrokken persoon gevestigd is, de federale politie, de lokale politie, de Gouverneur van het arrondissement Brussel-Hoofdstad, en de ter zake bevoegde internationale en buitenlandse autoriteiten : 1° de aanvragen, toekenningen en weigeringen van machtigingen, vergunningen, en certificaten van gecertificeerde onderneming;2° elke voorafgaandelijke kennisgeving;3° de schorsingen, intrekkingen en beperkingen van de machtigingen, vergunningen en certificaten, vermeld in punt 1° ;4° de tijdelijke uitsluitingen;5° de opgelegde administratieve sancties;6° elke andere relevante inlichting waarvan de kennisgeving kan worden geëist door of krachtens de Wapenordonnantie. Art. 5.Wanneer de Ordonnantie een mededeling van inlichtingen aan de Cel vergunningen oplegt, dan dient deze mededeling schriftelijk te zijn. Art. 6.De Regering delegeert de bevoegdheid om bepaalde machtigingen en vergunningen van in-, uit-, doorvoer en overbrenging toe te kennen aan de Secretaris-generaal of de Adjunct-secretaris-generaal van het Ministerie voor zover het gaat over de invoer vanuit of de uitvoer naar een land dat lid is van de Europese Unie, van de NAVO, van de EER of Zwitserland of voor zover er een uitdrukkelijke machtiging is voor een specifieke gebeurtenis. Titel II. - Defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan, waarvan de in-, uit-, doorvoer en overbrenging verboden zijn Art. 7.In toepassing van artikel 3, § 1, lid 1, van de Ordonnantie, is de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan, die opgenomen zijn in bijlage 1 van dit besluit, verboden. Art. 8.In overeenstemming met artikel 3, § 1, lid 2, van de Ordonnantie, is de invoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan, waarvan het bezit verboden is in België overeenkomstig de wapen wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten, verboden. Titel III. - In-, uit-, doorvoer en overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en de munitie ervan HOOFDSTUK 1. - Vrijstelling van machtiging van in-, uit-, doorvoer en overbrenging van civiele vuurwapens, de onderdelen, toebehoren en de munitie ervan Art. 9.Onverminderd de artikelen 12 en 13 van de Ordonnantie, worden de civiele vuurwapens, de onderdelen, toebehoren en de munitie ervan waarvan de tijdelijke en definitieve in-, uit-, doorvoer en overbrenging vrijgesteld worden van machtiging, opgesomd in bijlage 2 van dit besluit. HOOFDSTUK 2. - Procedure voor het aanvragen en verlenen van machtigingen Art. 10.§ 1. Elke aanvraag tot het bekomen van een machtiging voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van civiele vuurwapens, de onderdelen, toebehoren en de munitie ervan wordt per schrijven overgemaakt aan de Cel vergunningen. § 2. Het aanvraagdossier bevat ten minste : 1° de naam en het adres van de aanvrager alsook die van de leverancier of van de bestemmeling van de goederen;2° het voorwerp van de aanvraag tot machtiging : in-, uit-, doorvoer of overbrenging;3° de aard van de gevraagde machtiging : tijdelijk of definitief;4° het adres van de herkomst of bestemming van de goederen;5° de technische gegevens van de goederen die het voorwerp uitmaken van de aanvraag, zijnde : a) de essentiële kenmerken van de goederen en in voorkomend geval, de motivering van de aanvraag tot machtiging van invoer of overbrenging zonder de serienummers;b) de hoeveelheid goederen;6° in voorkomend geval, de echtheidsverklaring door de aanvrager dat de inlichtingen die werden meegedeeld in zijn aanvraag juist zijn;7° de datum en de handtekening van de persoon verantwoordelijk voor de in-, uit-, doorvoer of overbrenging;8° in voorkomend geval, een kopie van de machtiging van de aanvrager die hem toelaat de vuurwapens, de onderdelen, toebehoren en de munitie die het voorwerp van de aanvraag tot machtiging uitmaken te bezitten of te verwerven, overeenkomstig de wapen wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten en haar uitvoeringsbesluiten;9° de toestemming van het land van herkomst of bestemming, indien deze vereist is. Art. 11.§ 1. Indien de Cel vergunningen oordeelt dat het dossier niet volledig is, deelt zij per aangetekend schrijven mee aan de aanvrager welke de ontbrekende informatie en documenten zijn die dienen te worden bezorgd om het dossier te vervolledigen. Deze moeten in het bezit zijn van de Cel vergunningen binnen de drie maanden van de verzending van het schrijven waarin de aanvrager wordt uitgenodigd om ze te bezorgen, op straffe van het vervallen van de aanvraag. § 2. Indien de Cel vergunningen het noodzakelijk acht om bijkomende waarborgen te vragen overeenkomstig artikel 16, § 3, van de Ordonnantie, of elk ander relevant document overeenkomstig artikel 5, § 2, van de Ordonnantie, dan vraagt zij de aanvrager de vereiste inlichtingen en documenten. Deze moeten in het bezit zijn van de Cel vergunningen binnen de drie maanden van de verzending van het aangetekend schrijven waarin de aanvrager wordt uitgenodigd om ze te bezorgen, op straffe van het vervallen van de aanvraag. In uitzonderlijke gevallen en mits relevante motivering van de aanvrager kan deze termijn worden verlengd door de Cel vergunningen. Art. 12.In geval van aanvraag tot door- of uitvoer, verbindt de aanvrager er zich toe om de Cel vergunningen in overeenstemming met artikel 16 van de Ordonnantie op de hoogte te brengen enerzijds van elke inlichting betreffende de eindgebruiker en het eindgebruik van de betrokken goederen die een invloed kan hebben op zijn aanvraag, tot op de dag van de beslissing en anderzijds van elke inlichting inzake de afwending van het voorwerp of de bestemming of de wederuitvoer van de goederen die hij effectief heeft uitgevoerd of doorgevoerd op basis van die machtiging. Art. 13.Na onderzoek maakt de Cel vergunningen een gemotiveerd advies over aan de Minister betreffende de aanvraag. De Cel vergunningen kan op eigen initiatief of op vraag van de Minister het advies vragen van elke instelling die zij nuttig acht te raadplegen. Art. 14.§ 1. Op basis van het gemotiveerd advies en op voorstel van de Minister, doet de Regering uitspraak over de aanvraag. De beslissing van de Regering wordt zonder verwijl meegedeeld door de Cel vergunningen, door de verzending van de betrokken machtiging of door de kennisgeving van de weigering van de machtiging. Deze kennisgeving van de weigering gebeurt via aangetekend schrijven. § 2. De machtiging vermeldt minstens de volgende elementen : 1° de naam en het adres van de aanvrager alsook, de naam van de leverancier of de bestemmeling van de goederen;2° het voorwerp van de machtiging : in-, uit-, doorvoer, overbrenging;3° de laatste dag van de geldigheid van de machtiging;4° de identificatie van het land van herkomst of de bestemming van de goederen;5° de technische gegevens van de goederen die het voorwerp uitmaken van de machtiging, zijnde : a) de essentiële kenmerken van de goederen;b) het aantal goederen. § 3. Indien de Regering besluit om een machtiging te verlenen onder voorwaarden of met beperkingen in overeenstemming met artikel 10, § 2, dan deelt de Cel vergunningen dit mee aan de aanvrager. Wanneer de opgelegde beperkingen betrekking hebben op het eindgebruik van de goederen of hun wederuitvoer of uitvoer na overbrenging, kan de machtiging niet worden afgeleverd zolang de aanvrager aan de Cel vergunningen geen document heeft overgemaakt per aangetekend schrijven, ondertekend door de persoon waarop de beperkingen van toepassing zijn, waaruit blijkt dat hij kennis heeft genomen van de beperkingen. Art. 15.§ 1. De machtiging voor de in-, uit-, doorvoer of overbrenging van civiele vuurwapens, de onderdelen, toebehoren en de munitie ervan legt haar geldigheidsduur vast. Deze duur mag drie jaar niet overschrijden. De houder van de machtiging bezorgt deze per aangetekend schrijven of in persoon tegen ontvangsbewijs terug aan de Cel vergunningen, uiterlijk twintig werkdagen na het vervallen van de geldigheidsduur van de machtiging. § 2. De machtiging voor een definitieve beweging kan maximum één maal worden verlengd door de Regering. Deze aanvraag moet via aangetekend schrijven worden gericht aan de Cel vergunningen uiterlijk twintig werkdagen na het verstrijken van haar geldigheidsduur. De Cel vergunningen maakt een gemotiveerd advies over aan de Minister over de geldigheid van deze aanvraag tot verlenging. Op basis van het gemotiveerd advies en op voorstel van de Minister, doet de Regering uitspraak over de aanvraag. De verlengingsmachtiging herneemt de gegevens waarvan sprake in artikel 14, § 2. HOOFDSTUK 3. - De open vergunning en de voorafgaande kennisgeving Art. 16.Een aanvrager, houder van een erkenning als wapenhandelaar kan een "open vergunning" verkrijgen in de zin van artikel 13, § 1, van de Ordonnantie. De aanvrager voegt aan zijn aanvraag van open vergunning zijn erkenning als wapenhandelaar toe. Artikel 14, § 1, van dit besluit is toepasselijk op de behandeling van de aanvraag tot het bekomen van een open vergunning. De open vergunning vermeldt : 1° de gegevens van de aanvrager;2° haar vervaldatum. Ten vroegste zestig werkdagen voor het verlopen van de geldigheidsduur van de open vergunning, kan de houder ervan een nieuwe open vergunning aanvragen, waarvan de geldigheidsduur zal beginnen lopen, ten vroegste op de dag waarop de vorige open vergunning is verlopen. De leden 2 en 4 zijn van toepassing op deze nieuwe aanvraag. Art. 17.De voorafgaande kennisgeving, overeenkomstig artikel 13 van de Ordonnantie, moet, in voorkomend geval, worden vergezeld van de machtiging van het land van bestemming zoals vastgelegd in artikel 14 van de Ordonnantie. HOOFDSTUK 4. - Niet-vuurwapens Art. 18.Deze titel is van toepassing op niet-vuurwapens in de zin van artikel 2, § 1, 18°, van de Ordonnantie. Titel IV. - In-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal HOOFDSTUK 1. - Algemeen Afdeling 1. - Goederenlijsten Art. 19.§ 1. Met toepassing van artikelen 20, § 2, lid 4, en 21, § 3, tweede lid, is voor de overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van defensiegerelateerde producten en het ordehandhavingsmateriaal, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 3 van dit besluit, een voorafgaande kennisgeving vereist. Voor de invoer ervan is een vergunning vereist. § 2. Met toepassing van artikel 21, § 1, tweede lid, van de Ordonnantie is voor de uit- en doorvoer van ordehandhavingsmateriaal, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 4 van dit besluit, een vergunning vereist. Art. 20.De Minister is ertoe gemachtigd om in de lijsten, vermeld in de artikel 7 en 19 van dit besluit, de opgenomen verwijzingen naar internationale overeenkomsten en naar de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen zodanig bij te werken dat ze strikt overeenkomen met de betreffende internationale overeenkomsten en met de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. Afdeling 2. - Soorten vergunningen Onderafdeling 1. - Overbrenging naar een andere lidstaat van de Europese Unie Art. 21.Voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar een andere lidstaat van de Europese Unie zijn er drie soorten vergunningen: de algemene vergunning, de globale vergunning en de individuele vergunning. Art. 22.Een persoon die voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn in een algemene vergunning kan, in de gevallen vermeld in artikel 25, § 2, van de Ordonnantie, op basis van deze algemene vergunning defensiegerelateerde producten overbrengen naar een andere lidstaat van de Europese Unie. Art. 23.§ 1. In gevallen die niet vermeld zijn in artikel 25, § 2, van de Ordonnantie, kan een persoon een globale vergunning aanvragen voor de overbrenging van bepaalde defensiegerelateerde producten of productcategorieën naar bepaalde bestemmelingen in één of meer lidstaten van de Europese Unie. § 2. In gevallen vermeld in artikel 25, § 2, van de Ordonnantie, kunnen personen die niet voldoen aan de voorwaarden die gesteld zijn in de bijhorende algemene vergunning een globale vergunning aanvragen. Art. 24.Een persoon kan een individuele vergunning aanvragen voor één specifieke overbrenging van een welbepaalde hoeveelheid gespecificeerde defensiegerelateerde producten die zal worden overgebracht, in één of meer zendingen, naar één bestemmeling in een andere lidstaat van de Europese Unie. Onderafdeling 2. - Overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Art. 25.§ 1. In overeenstemming met artikel 20, § 2, van de Ordonnantie doet de aanvrager een voorafgaande kennisgeving aan de Cel vergunningen bij de overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van gevoelige goederen, als vermeld in artikel 2, § 1, 9°, van de Ordonnantie of van een defensiegerelateerd product in de zin van bijlage 3 van dit besluit. Op basis van de kennisgeving, beslist de Cel vergunningen of het noodzakelijk is dat voor de overbrenging in kwestie een vergunning als vermeld in artikel 29 van de Ordonnantie is vereist. Deze kennisgeving is niet van toepassing op gecertificeerde ondernemingen. § 2. Voor elke overbrenging in één of meer zendingen naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van goederen waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1, van de Ordonnantie en van defensiegerelateerde producten waarvoor de Cel vergunningen op basis van artikel 20, § 2, van de Ordonnantie, een vergunning vereist, moet een individuele vergunning aangevraagd worden. Onderafdeling 3. - In-, uit- en doorvoer Art. 26.Voor de in-, uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten of ander voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materiaal is een individuele vergunning vereist. HOOFDSTUK 2. - Algemene vergunningen Afdeling 1. - Toepassingsgebied Art. 27.§ 1. Er wordt een algemene vergunning voorzien in de volgende gevallen : 1° de bestemmeling maakt deel uit van de strijdkrachten van een andere lidstaat van de Europese Unie of is een aanbestedende dienst op het gebied van defensie die voor het exclusieve gebruik door de strijdkrachten van de lidstaat aankopen verricht;2° de bestemmeling is een gecertificeerde onderneming;3° de defensiegerelateerde producten worden tijdelijk overgebracht met het oog op demonstratie, evaluatie of expositie;4° de defensiegerelateerde producten worden tijdelijk overgebracht naar de oorspronkelijke leverancier met het oog op onderhoud of herstelling, of worden opnieuw overgebracht naar de oorspronkelijke bestemmeling na onderhoud of herstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;5° de overbrenging is noodzakelijk in het kader van een intergouvernementeel samenwerkingsprogramma tussen lidstaten van de Europese Unie voor de ontwikkeling, de productie en het gebruik van één of meer defensiegerelateerde producten. § 2. Met toepassing van artikel 25, § 2, van de Ordonnantie kunnen defensiegerelateerde producten rechtstreeks worden overgebracht naar andere lidstaten van de Europese Unie op basis van de algemene vergunningen opgenomen in bijlagen 5 tot 9 van dit besluit, mits eerbiediging van de onder de in paragraaf 3 en 4 vermelde voorwaarden. § 3. Met toepassing van artikel 25, § 1, van de Ordonnantie, zijn de volgende voorwaarden en beperkingen aan het gebruik van de algemene vergunningen, vermeld in paragraaf 1, verbonden : 1° de algemene vergunningen mogen niet gebruikt worden voor de overbrenging voor toegelaten doeleinden van defensiegerelateerde producten waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1, van de Ordonnantie;2° de algemene vergunningen mogen niet gebruikt worden voor de definitieve overbrenging van defensiegerelateerde producten als het op het moment van de voorgenomen overbrenging vaststaat dat het eindgebruik van de defensiegerelateerde producten zich zal afspelen buiten de Europese Unie en de eindgebruiker buiten de Europese Unie op dat moment bekend is, tenzij : a) indien die eindgebruiker formeel deel uitmaakt van de strijdkrachten van een lidstaat van de Europese Unie of de NAVO;b) indien de uitvoer noodzakelijk is voor de uitvoering van het intergouvernementeel samenwerkingsprogramma tussen lidstaten van de Europese Unie voor de ontwikkeling, de productie en het gebruik van één of meer defensiegerelateerde producten waarbij de betreffende overbrenging aansluit;c) indien het land van eindgebruik een lidstaat van de EER, NAVO, de OESO, of een kandidaat-lidstaat van de Europese Unie is;3° defensiegerelateerde producten die op basis van een algemene vergunning naar een andere lidstaat van de Europese Unie worden overgebracht, mogen niet aangewend of uitgevoerd worden naar een land buiten de Europese Unie voor hun integratie of gebruik in de ontwikkeling of productie van defensiegerelateerde producten waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1, eerste lid, van de Ordonnantie;4° defensiegerelateerde producten die op basis van een algemene vergunning tijdelijk naar een andere lidstaat van de Europese Unie worden overgebracht, moeten uiterlijk twee jaar na de tijdelijke overbrenging weer naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden overgebracht. Personen die gebruik maken van een algemene vergunning in het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, b), houden een schriftelijk bewijs bij dat de uitvoer noodzakelijk is voor de uitvoering van het intergouvernementele samenwerkings-programma waarbij de betreffende overbrenging aansluit. Personen die gebruik maken van een algemene vergunning in het geval, vermeld in het eerste lid, 4°, houden een schriftelijk bewijs van wederoverbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij. § 4. Naast de voorwaarden vermeld in paragraaf 3, zijn ook de voorwaarden en beperkingen vermeld in artikel 25, en artikel 44, § 2, van de Ordonnantie, en in artikelen 28, 29, 30 en 31, van dit besluit verbonden aan het gebruik van de algemene vergunningen vermeld in paragraaf 1. Afdeling 2. - Registratie Art. 28.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet de Cel vergunningen de registratie, vermeld in artikel 25, § 6, van de Ordonnantie, uiterlijk dertig werkdagen voor de eerste voorgenomen overbrenging op basis van de betreffende algemene vergunning ontvangen. § 2. De registratie wordt overgemaakt bij aangetekend schrijven. § 3. De registratie bevat minstens de volgende elementen : 1° de gegevens van de betrokken persoon;2° het nummer van de algemene vergunning waarvoor de registratie wordt gevraagd;3° de technische gegevens van de defensiegerelateerde producten waarvoor de betrokken persoon de algemene vergunning wil gebruiken : a) een technische beschrijving van de producten;b) een initiële classificatie van de producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;4° de aanwending van de defensiegerelateerde producten, namelijk een beschrijving van het gebruik waarvoor de producten werden ontworpen of aangepast;5° de handtekening van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor in-, uit-, doorvoer en overbrenging;6° de verbintenis van die personen om : a) aan de betreffende defensiegerelateerde producten een bestemming te geven in overeenstemming met de voorwaarden en beperkingen die verbonden zijn aan het gebruik van de algemene vergunningen;b) indien van toepassing, de verplichtingen na te komen die de douaneregelgeving, de wapen wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan, en andere toepasselijke regelgeving aan de betreffende overbrenging verbinden. § 4. Bij de aanvraag wordt alle nuttige informatie gevoegd over de technische eigenschappen van de betreffende defensiegerelateerde producten en over de mogelijke aanwending daarvan. § 5. Na ontvangst van een volledig registratiedossier verstrekt de Cel vergunningen een ontvangstmelding bij aangetekend schrijven. § 6. Binnen vijftien werkdagen na de datum van de ontvangstmelding, vermeld in paragraaf 5, bezorgt de Cel vergunningen aan de betrokken persoon een bevestiging van zijn registratie met een aangetekend schrijven. De bevestiging van de registratie bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de Cel vergunningen;2° een registratienummer dat vermeld moet worden op alle handelsbescheiden betreffende de leveringen op basis van de betrokken algemene vergunning;3° de gegevens van de betrokken persoon;4° de aanduiding van de defensiegerelateerde producten waarvoor de registratie geldt : a) een technische beschrijving van de producten;b) de classificatie van de producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;5° in voorkomend geval, een verwijzing naar de voorwaarden en beperkingen die verbonden zijn aan het gebruik van de algemene vergunning, vermeld in de artikels 27, §§ 3 et 4, et 31, § 1, van dit besluit;6° in voorkomend geval, een verwijzing naar de beperkingen verbonden aan het gebruik van de algemene vergunning in toepassing van artikel 39 van de Ordonnantie. Afdeling 3. - Gebruik Art. 29.Als een bepaalde overbrenging onder het toepassingsgebied van verschillende algemene vergunningen valt, dient voorrang gegeven te worden aan wordt bij voorrang gebruikgemaakt van de algemene vergunningen voor de gevallen, vermeld in artikel 25, § 2, 3° en 4°, van de Ordonnantie, en aan, in ondergeschikte orde, (van) de algemene vergunning voor het geval, vermeld in artikel 25, § 2, 5°, van de Ordonnantie. Art. 30.§ 1. De algemene vergunning voor het geval, vermeld in artikel 25, § 2, 3°, van de Ordonnantie, mag alleen gebruikt worden voor tijdelijke overbrengingen met het oog op demonstratie, evaluatie of expositie. Bij de demonstratie, evaluatie of expositie mogen de betreffende defensiegerelateerde producten geen deel uitmaken van een productieproces en niet voor hun beoogde bestemming gebruikt worden, tenzij in een minimale mate die vereist is voor demonstratie-, evaluatie-, of expositiedoeleinden. Na de demonstratie, evaluatie of expositie moeten de betreffende defensiegerelateerde producten in de oorspronkelijke staat weer naar het Brussels Hoofdstedelijke Gewest overgebracht worden, zonder dat een component of software is toegevoegd, verwijderd, gekopieerd of verspreid, met uitzondering van schade die voortvloeit uit het normale gebruik van de producten met het oog op demonstratie, evaluatie of expositie. In het eerste, tweede en derde lid wordt verstaan onder : 1° demonstratie : een besloten presentatie van defensiegerelateerde producten in een niet-publieke ruimte aan een specifieke eventuele bestemmeling of verschillende specifieke eventuele bestemmelingen;2° evaluatie : het gebruiken van defensiegerelateerde producten voor hun beoogde bestemming in de minimale mate die vereist is om de technische en operationele eigenschappen en capaciteiten van de betreffende producten te beoordelen met het oog op de eventuele aankoop, huur of leasing van de betreffende producten;3° expositie : een publieke voorstelling van defensiegerelateerde producten in het kader van een commercieel evenement van een bepaalde duur waar verschillende exposanten hun producten voorstellen aan bezoekende handelaren of aan het grote publiek. § 2. De algemene vergunning, vermeld in artikel 25, § 2, 4°, van de Ordonnantie, mag alleen gebruikt worden voor tijdelijke overbrengingen met het oog op onderhoud of herstelling en voor de wederoverbrenging na onderhoud of herstelling naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Onderhoud of herstelling kan gepaard gaan met toevallige verbetering van de oorspronkelijke goederen, bijvoorbeeld door het gebruik van moderne reserveonderdelen of door de toepassing van een recentere norm om betrouwbaarheids- of veiligheidsredenen, mits dat niet tot gevolg heeft dat de functionele mogelijkheden van de betreffende defensiegerelateerde producten vergroot worden of de producten van nieuwe of extra functies voorzien worden. Art. 31.§ 1. Met toepassing van artikel 23, § 1, van de Ordonnantie, verbindt de Regering de voorwaarden en beperkingen aan het gebruik van de algemene vergunningen die zij noodzakelijk acht in het licht van de criteria, vermeld in artikel 36 en 38 van de Ordonnantie. § 2. Met toepassing van artikel 39 van de Ordonnantie en artikelen 53 tot en met 56 van dit besluit kunnen de algemene vergunningen, vermeld in artikel 25, § 2, van de Ordonnantie geschorst, ingetrokken of beperkt worden in gebruik. HOOFDSTUK 3. - Certificaat van gecertificeerde onderneming Afdeling 1. - Indienen van de aanvraag Art. 32.Elke aanvraag tot het bekomen van een certificaat van gecertificeerde onderneming, in de zin van de artikelen 4 en 25, § 3, van de Ordonnantie wordt per schrijven overgemaakt aan de Cel vergunningen. Art. 33.De aanvraag tot toekenning van een certificaat van gecertificeerde onderneming bevat minstens de volgende gegevens : 1° de naam en het adres van de aanvrager;2° indien de aanvrager een rechtspersoon is, de gegevens van iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris of elke bijzondere gemachtigde van de rechtspersoon die bevoegd is voor in-, uit-, doorvoer en overbrenging;3° de gegevens van de verschillende productie-eenheden van de aanvrager waarvoor een certificaat wordt aangevraagd;4° een beschrijving van de relevante activiteiten en ervaring van de aanvrager in defensiegerelateerde producten, vermeld in artikel 25, § 3, eerste lid, 1° en 2°, van de Ordonnantie, en van de doeleinden waarvoor defensiegerelateerde producten worden aangewend;5° de technische gegevens van de defensiegerelateerde producten waarop die activiteiten betrekking hebben : a) een technische beschrijving van de defensiegerelateerde producten;b) een initiële classificatie van de defensiegerelateerde producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;6° een beschrijving van het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssyteem van de aanvrager, vermeld in artikel 25, § 3, eerste lid, 5°, van de Ordonnantie;7° een beschrijving van het gebruik waarvoor de betreffende defensiegerelateerde producten zijn ontworpen of aangepast;8° de gegevens en handtekening van het directielid van de aanvrager die persoonlijk verantwoordelijk is voor overbrengingen en uitvoer als vermeld in artikel 25, § 3, eerste lid, 3°, van de Ordonnantie. Art. 34.Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd : 1° de documenten die de relevante activiteiten en ervaring van de aanvrager en de technische gegevens van de goederen aantonen, vermeld in artikel 33, 4° en 5° ;2° in voorkomend geval, de documenten die het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssyteem van de aanvrager, vermeld in artikel 33, 6°, aantonen;3° een uittreksel uit het strafregister van de aanvrager of een gelijkwaardig document, dat uiterlijk één maand oud is op het moment van de aanvraag, en, als de aanvrager een rechtspersoon is, van iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris of elke bijzondere gemachtigde van de rechtspersoon die bevoegd is voor in-, uit-, doorvoer en overbrenging;4° een afschrift van de statuten van de rechtspersoon;5° de verklaring, vermeld in artikel 25, § 3, eerste lid, 4°, van de Ordonnantie; Ook kan optioneel het advies gevraagd worden van de procureur des Konings van het arrondissement waar de aanvrager is gevestigd, alsook het advies van de Veiligheid van de Staat, van de federale politie en van de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie. Art. 35.In voorkomend geval kan de Cel vergunningen oordelen dat bijkomend een bezoek aan de gebouwen van de aanvrager noodzakelijk is. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 41, § 2, van de Ordonnantie en artikel 61 van dit besluit van toepassing. Art. 36.§ 1. Indien de Cel vergunningen oordeelt dat het dossier niet volledig is, deelt zij bij aangetekend schrijven mee aan de aanvrager welke de ontbrekende informatie en documenten zijn die dienen te worden bezorgd om het dossier te vervolledigen. Deze moeten in het bezit zijn van de Cel vergunningen binnen de drie maanden van de verzending van het schrijven waarin de aanvrager wordt uitgenodigd om ze te bezorgen, op straffe van het vervallen van de aanvraag. § 2. Indien de Cel vergunningen het noodzakelijk acht dat een ander relevant document wordt voorgelegd overeenkomstig artikel 5, tweede lid, van de Ordonnantie, dan vraagt zij de aanvrager de vereiste inlichtingen en documenten. Deze moeten in het bezit zijn van de Cel vergunningen binnen de drie maanden van de verzending van het aangetekend schrijven waarin de aanvrager wordt uitgenodigd om ze te bezorgen, op straffe van het vervallen van de aanvraag. Afdeling 2. - Onderzoek van de aanvraag Art. 37.§ 1. Na onderzoek maakt de Cel vergunningen een gemotiveerd advies over aan de Minister betreffende de aanvraag. De Cel vergunningen kan op eigen initiatief of op vraag van de Minister het advies vragen van elke instelling die zij nuttig achten te raadplegen. § 2. Op basis van het gemotiveerd advies en op voorstel van de Minister doet de Regering uitspraak over de aanvraag. De beslissing van de Regering wordt zonder verwijl meegedeeld door de Cel vergunningen, door de verzending van het betrokken certificaat, of door verzending van de weigering van het certificaat. Deze kennisgeving van de weigering gebeurt bij aangetekend schrijven. Art. 38.Het toegekende certificaat vermeldt minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de Cel vergunningen en de handtekening van de Secretaris-generaal of van de Adjunct-secretaris-generaal van het Ministerie of van hun plaatsvervanger;2° de datum van afgifte en de laatste dag van geldigheid;3° de naam en het adres van de aanvrager;4° de bevestiging dat de aanvrager voldoet aan de criteria vermeld in artikel 25, § 3 van de Ordonnantie;5° de gegevens van eventuele productie-eenheden van de aanvrager, waarvoor het certificaat ook is toegekend;6° een clausule waarin wordt vermeld dat de producten, die worden overgebracht naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de voorwaarden van de algemene vergunningen gepubliceerd door de andere lidstaten van de Europese Unie moeten eerbiedigen;7° de verplichting voor de aanvrager om de Cel vergunningen op de hoogte te brengen van alle feiten en gebeurtenissen die zich na de toekenning van het certificaat voordoen en die de geldigheid of inhoud van het certificaat kunnen beïnvloeden, namelijk : a) elke relevante verandering van de industriële activiteit in defensiegerelateerde producten of de interne organisatie van de aanvrager;b) elke verandering van het adres waar de gegevens over de overgebrachte defensiegerelateerde producten kunnen worden geraadpleegd door de Cel vergunningen. Art. 39.Op basis van een evaluatie van de gegevens en documenten, vermeld in artikel 25, § 3, van de Ordonnantie en artikel 33 en 34, van dit besluit, en van de adviezen waarvan sprake in artikel 34, tweede lid, en indien van toepassing, het plaatsbezoek, vermeld in artikel 35, van dit besluit, kan : 1° het certificaat beperkt worden tot bepaalde categorieën van defensie-gerelateerde producten;2° een verklaring van de aanvrager geëist worden waarbij die zich ertoe verbindt : a) de ontvangen defensiegerelateerde producten te gebruiken voor zijn eigen productie;b) de ontvangen defensiegerelateerde producten niet als zodanig over te brengen of uit te voeren, behalve voor onderhoud of herstelling. Afdeling 3. - Geldigheidsduur Art. 40.§ 1. Een certificaat van gecertificeerde onderneming is drie jaar geldig vanaf de datum van de afgifte. § 2. Op het moment van het verstrijken van het certificaat kan de geldigheidsduur ervan met dezelfde termijn verlengd worden. In dergelijk geval wordt de naleving geëvalueerd van de voorwaarden die aan het certificaat verbonden zijn, en van de criteria, vermeld in artikel 25, § 3, eerste lid, van de Ordonnantie. Met het oog daarop bezorgt de aanvrager aan de Cel vergunningen een actualisatie van de gegevens en documenten, vermeld in de artikelen 33 en 34 van dit besluit. § 3. Bijkomend aan de driejaarlijkse evaluatie, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, kan de Regering op elk moment aan de Cel vergunningen de opdracht geven tot een herevaluatie van de naleving van de voorwaarden die aan het certificaat verbonden zijn, en van de criteria, vermeld in artikel 25, § 3, van de Ordonnantie. § 4. De Cel vergunningen voert een herevaluatie uit in geval van : 1° relevante veranderingen van de industriële activiteit in defensiegerelateerde producten of van de interne organisatie van de gecertificeerde onderneming;2° aanwijzingen dat de gecertificeerde onderneming niet langer voldoet aan de relevante voorwaarden en criteria. Met het oog daarop bezorgt de aanvrager aan de Cel vergunningen een geactualiseerde weergave van de gegevens en documenten, vermeld in de artikelen 33 en 34 van dit besluit. Als de gecertificeerde onderneming niet meer voldoet aan de relevante voorwaarden en criteria, kan het certificaat met toepassing van artikel 39 van de Ordonnantie en Titel V van dit besluit geschorst, ingetrokken of beperkt worden in gebruik, of kunnen maatregelen genomen worden die op de naleving van de relevante voorwaarden en criteria gericht zijn. § 5. In geval van een herevaluatie zoals vermeld in paragrafen 2, 3 en 4, zijn de bepalingen van de artikelen 34, twee lid, tot 39 van dit besluit van toepassing. HOOFDSTUK 4. - Individuele en globale vergunningen Afdeling 1. - Indienen van de aanvraag Art. 41.Elke aanvraag tot het bekomen van een vergunning voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal wordt per schrijven overgemaakt aan de Cel vergunningen. Art. 42.De aanvraag vermeldt de verbintenis van de aanvrager om : a) aan de betreffende goederen een bestemming te geven in overeenstemming met de aangevraagde vergunning;b) indien van toepassing, de verplichtingen na te komen die de douaneregelgeving, de wapen wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan, en andere toepasselijke regelgeving aan de betreffende in-, uit-, doorvoer of overbrenging verbinden. Art. 43.§ 1. Bij de aanvraag wordt alle nuttige informatie gevoegd over de technische eigenschappen en de eventuele bestemming van de betrokken producten. § 2. Bij de vergunningsaanvraag voor een definitieve in-, uit-, doorvoer of overbrenging moeten de volgende documenten worden toegevoegd : 1° een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt, zoals voorzien door de artikelen 30, § 2, en 34, § 2, van de Ordonnantie, waardoor de band duidelijk wordt tussen de eindgebruiker en zijn leverancier en waarbij de goederen en/of technologieën waarop de overeenkomst betrekking heeft (benaming, hoeveelheid, waarde) worden aangeduid;2° indien van toepassing, een verklaring van de eindgebruiker waarin deze zich er toe verbindt om bij een eventuele wederuitvoer de toestemming van de Regering te vragen, voorzien door artikel 30, § 3, tweede lid, en 34, § 3, tweede lid van de Ordonnantie;3° indien van toepassing, de documenten vermeld in artikel 35 van de Ordonnantie, die aantonen dat de aanvrager van een uitvoervergunning voor defensiegerelateerde producten die vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie zijn overgebracht en waaraan uitvoerbeperkingen zijn verbonden, heeft voldaan aan de voorwaarden van die uitvoerbeperkingen;4° in voorkomend geval, een kopie van het document waarvan sprake in artikel 8, § 1, van de Ordonnantie, die de aanvrager machtigt om de wapens te verwerven of voorhanden te hebben overeenkomstig de wapen wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten en haar uitvoeringsbesluiten;5° indien van toepassing voor een vergunning voor doorvoer, een document waaruit blijkt dat de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst van de goederen, de uitvoer hebben toegestaan, als vermeld in artikel 34, § 4, van de Ordonnantie. § 3. Bij de vergunningsaanvraag voor een tijdelijke in-, uit-, doorvoer of overbrenging moeten de volgende documenten toegevoegd worden : 1° indien van toepassing, de documenten die aantonen dat de aanvrager van een uitvoervergunning voor defensiegerelateerde producten die vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie zijn overgebracht en waaraan uitvoerbeperkingen zijn verbonden, heeft voldaan aan de voorwaarden van die uitvoerbeperkingen, vermeld in artikel 35 van de Ordonnantie;2° in voorkomend geval, een kopie van het document waarvan sprake in artikel 8, § 1, van de Ordonnantie, die de aanvrager machtigt om de wapens te verwerven of voorhanden te hebben overeenkomstig de wapen wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten en haar uitvoeringsbesluiten. Art. 44.§ 1. Indien de Cel vergunningen oordeelt dat het dossier niet volledig is, deelt zij per aangetekend schrijven mee aan de aanvrager welke de ontbrekende informatie en documenten zijn die dienen te worden bezorgd om het dossier te vervolledigen. Deze moeten in het bezit zijn van de Cel vergunningen binnen de drie maanden van de verzending van het schrijven waarin de aanvrager wordt uitgenodigd om ze te bezorgen, op straffe van het vervallen van de aanvraag. § 2. Indien de Cel vergunningen het noodzakelijk acht om bijkomende waarborgen te vragen overeenkomstig artikel 30, § 3, van de Ordonnantie, of elk ander relevant document overeenkomstig artikel 5, lid 2, van de Ordonnantie, dan vraagt zij de aanvrager de vereiste inlichtingen en documenten. Deze moeten in het bezit zijn van de Cel vergunningen binnen de drie maanden van de verzending van het aangetekend schrijven waarin de aanvrager wordt uitgenodigd om ze te bezorgen, op straffe van het vervallen van de aanvraag. In uitzonderlijke gevallen en mits relevante motivering van de aanvrager kan deze termijn worden verlengd door de Cel vergunningen. Afdeling 2. - Onderzoek van de aanvraag en beslissing Art. 45.§ 1. In geval van aanvraag tot door- of uitvoer, verbindt de aanvrager er zich toe de Cel vergunningen op de hoogte te brengen enerzijds van elke inlichting betreffende de eindgebruiker en het eindgebruik van de betrokken goederen, die een invloed kan hebben op zijn aanvraag, tot op de dag van de beslissing en anderzijds van elke inlichting inzake de afwending van het voorwerp of de bestemming of de wederuitvoer van de goederen die hij effectief heeft uitgevoerd of doorgevoerd op basis van die vergunning in overeenstemming met artikel 30 van Ordonnantie. § 2. Na onderzoek maakt de Cel vergunningen een gemotiveerd advies over aan de Minister betreffende de aanvraag. § 3. De Cel vergunningen kan op eigen initiatief of op vraag van de Minister het advies vragen van elke instelling die zij nuttig acht te raadplegen. Art. 46.Op basis van het gemotiveerd advies en op voorstel van de Minister doet de Regering uitspraak over de aanvraag. De beslissing van de Regering wordt zonder verwijl meegedeeld door de Cel vergunningen, door de verzending van de betrokken vergunning, of door de verzending van de weigering van de vergunning. Deze kennisgeving van de weigering gebeurt bij aangetekend schrijven. Art. 47.De vergunning vermeldt minstens de volgende gegevens : 1° de naam en het adres van de aanvrager en de identiteit van de leverancier of de bestemmeling van de goederen;2° het voorwerp van de vergunning : in-, uit-, doorvoer of overbrenging;3° de laatste dag van de geldigheid van de vergunning;4° de identificatie van het land van herkomst of bestemming van de goederen;5° de technische gegevens van de goederen die het voorwerp uitmaken van de vergunning, zijnde het gewicht, de hoeveelheid, de waarde en het nummer van douanetarifering van de goederen. Indien de Regering overeenkomstig artikel 23, paragraaf 1 beslist om de afgifte van een machtiging afhankelijk te maken van voorwaarden en beperkingen, licht de Cel vergunningen de aanvrager hierover in. Wanneer de opgelegde beperkingen betrekking hebben op het eindgebruik van de goederen of hun wederuitvoer of uitvoer na overbrenging, kan de machtiging niet worden afgeleverd zolang de aanvrager aan de Cel vergunningen geen document heeft overgemaakt per aangetekend schrijven, ondertekend door de persoon waarop de beperkingen van toepassing zijn, waaruit blijkt dat hij kennis heeft genomen van de beperkingen. Afdeling 3. - Geldigheidsduur en verlenging Art. 48.§ 1. De vergunningen, vermeld in artikelen 26, 27 en 32 van de Ordonnantie, zijn maximum drie jaar geldig vanaf de datum van de toekenning ervan. De geldigheidsduur van de vergunning mag de geldigheidsduur van de invoermachtiging van het land van bestemming niet overschrijden. § 2. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning of nadat het geheel van de toegestane hoeveelheid of het toegestane gewicht van goederen is in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht, stuurt de aanvrager de originele vergunning terug naar de Cel vergunningen en rapporteert hij over het gebruik ervan zoals vermeld in artikel 44, §§ 2 en 3 van de Ordonnantie, en in Titel VIII van dit besluit. § 3. Als op het moment van het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning de toegestane hoeveelheid of het toegestane gewicht van de goederen nog niet helemaal is in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht, kan na overhandiging van de oorspronkelijke vergunning aan de Cel vergunningen de geldigheidsduur ervan met dezelfde termijn verlengd worden voor het resterende gedeelte van de toegestane gewichten, de waarden en de hoeveelheden. Een verzoek tot verlenging wordt net als de oorspronkelijke aanvraag getoetst aan de criteria, vermeld in artikel 23 of in artikelen 36 en 38 van de Ordonnantie. Afdeling 4. - Nadere regels voor de verlenging Art. 49.§ 1. De houder van de vergunning bezorgt deze per aangetekend schrijven of in persoon met ontvangstbewijs terug aan de Cel vergunningen, uiterlijk twintig werkdagen na het vervallen van de geldigheidsduur van de vergunning. § 2. De vergunning voor een definitieve beweging kan maximum één maal worden verlengd door de Regering. Deze aanvraag moet bij aangetekend schrijven worden gericht aan de Cel vergunningen uiterlijk twintig werkdagen na het verstrijken van de vergunning. De Cel vergunningen maakt een gemotiveerd advies over de geldigheid van deze aanvraag tot verlenging over aan de Minister. Op basis van het gemotiveerd advies en op voorstel van de Minister, doet de Regering uitspraak over de aanvraag. De verlengingsvergunning herneemt de gegevens waarvan sprake in artikel 47. Afdeling 5. - Vergunningen voor tijdelijke in-, uitvoer of overbrenging Art. 50.§ 1. Vergunningen voor tijdelijke in-, uitvoer of overbrenging worden toegekend op voorwaarde dat de betreffende goederen binnen de geldigheidstermijn van de vergunning opnieuw uitgevoerd, ingevoerd of overgebracht worden. § 2. Uiterlijk veertig werkdagen na het verstrijken van die termijn leggen de aanvragers per aangetekend schrijven aan de Cel vergunningen, naargelang het geval, een bewijs van wederuitvoer, wederinvoer of wederoverbrenging voor. Het bewijs wordt geleverd, hetzij door het document, uitgereikt door het douanebestuur van het invoerende land, waaruit blijkt dat de ingevoerde goederen zijn aangegeven, hetzij door een ander document waaruit blijkt dat de goederen binnen de gestelde termijn zijn wederuitgevoerd, wederingevoerd of wederovergebracht. HOOFDSTUK 5. - Nadere regels voor de kennisgeving, vermeld in artikel 20, § 2 van de Ordonnantie Art. 51.Iedere persoon die gevoelige goederen wenst over te brengen naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in de zin van artikel 2, § 1, 9°, van de Ordonnantie, of een defensiegerelateerd product in de zin van bijlage 3 van dit besluit, stelt de Cel vergunningen hiervan voorafgaandelijk in kennis overeenkomstig artikel 20, § 2, lid 1 en 4, van de Ordonnantie. Art. 52.§ 1. De kennisgeving waarvan sprake in artikel 51, wordt gedaan per aangetekend schrijven. De Cel vergunningen dient dit schrijven te ontvangen uiterlijk dertig werkdagen voor de voorgenomen overbrenging. § 2. De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens : 1° de naam en het adres van de aanvrager;2° de naam en het adres van de afzender;3° het land van herkomst van de gevoelige goederen in de zin van artikel 2, § 1, 9°, van de Ordonnantie of een defensiegerelateerd product uit bijlage 3 van dit besluit;4° de technische gegevens van de betrokken producten : a) een technische beschrijving van de goederen;b) indien van toepassing, een initiële classificatie van de defensiegerelateerde producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;c) het gewicht en de hoeveelheid van de goederen;d) de waarde in euro's en het nummer van douanetarifering;5° de handtekening van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging. § 3. Alle nuttige informatie over de technische eigenschappen van de betrokken goederen en over de mogelijke aanwending daarvan wordt bij de aanvraag gevoegd. In voorkomend geval, wordt een kopie van het document toegevoegd waarvan sprake in artikel 8, § 1, van de Ordonnantie, die de aanvrager machtigt om de wapens te verwerven of voorhanden te hebben overeenkomstig de wapen wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten en haar uitvoeringsbesluiten. Na ontvangst van de volledige kennisgeving, brengt de Cel vergunningen de betrokken persoon per schrijven op de hoogte of hij voor de overbrenging al dan niet een vergunning moet aanvragen overeenkomstig artikel 29 van de Ordonnantie. § 5. Als een vergunning aangevraagd moet worden, geldt hoofdstuk 4 van deze titel. Titel V. - Schorsing, intrekking en beperking van vergunningen, machtigingen en certificaten Art. 53.§ 1. Indien de Regering op basis van een gemotiveerd advies van de Cel vergunningen en op voorstel van de Minister oordeelt oordeelt dat hij met toepassing van artikel 39, § 1, van de Ordonnantie moet overgaan tot een schorsing, intrekking of beperking van vergunningen, machtigingen of certificaten bij wijze van algemene maatregel, geeft hij aan de Cel vergunningen de opdracht om dat per aangetekend schrijven aan alle personen in kwestie mee te delen. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokken personen bevat de volgende gegevens : 1° een beschrijving van de situatie, vermeld in artikel 39, § 1, lid 1, 1° tot 3°, van de Ordonnantie, waarop de schorsing, intrekking of beperking gebaseerd is;2° in voorkomend geval, een precieze beschrijving van de beperking van de vergunningen, machtigingen of certificaten;3° in voorkomend geval, de bijkomende maatregelen die aan de schorsing, intrekking of beperking verbonden zijn. § 2. Tenzij andere nadere regels voorzien worden door de beslissing, heeft de schorsing, intrekking of beperking gevolgen vanaf de datum van de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1. Tenzij andere nadere regels voorzien worden door de beslissing, is een schorsing of beperking van onbepaalde duur. Art. 54.§ 1. Als de Regering op basis van een gemotiveerd advies van de Cel vergunningen en op voorstel van de Minister oordeelt dat hij met toepassing van artikel 39, § 1, van de Ordonnantie, moet overgaan tot een schorsing, intrekking of beperking van de vergunning, machtiging of het certificaat bij wijze van individuele maatregel, geeft hij aan de Cel vergunningen de opdracht om, per aangetekend schrijven mee te delen dat een schorsing, intrekking of beperking van de vergunning, machtiging of het certificaat, overwogen wordt. Deze kennisgeving vermeldt de volgende gegevens : 1° een beschrijving van de situatie, vermeld in artikel 39, § 1, lid 1, 1° tot 3°, van de Ordonnantie, waarop de schorsing, intrekking of beperking gebaseerd is;2° in voorkomend geval, een beschrijving van de overwogen beperking van de betrokken vergunning, machtiging of certificaat;3° in voorkomend geval, de vermelding van de bijkomende maatregelen die aan de schorsing, intrekking of beperking verbonden zouden kunnen zijn. De kennisgeving waarvan sprake in lid 1, houdt eveneens de vermelding in van het recht van de betrokken persoon om zijn verweermiddelen schriftelijk mee te delen en te vragen om gehoord te worden, eventueel bijgestaan door een raadsman van zijn keuze. § 2. De betrokken persoon beschikt over een termijn van tien werkdagen vanaf de ontvangst van het aangetekend schrijven, vermeld in paragraaf 1, om zijn verweermiddelen aan de Cel vergunningen mee te delen en te vragen om gehoord te worden. Deze kennisgeving gebeurt bij aangetekend schrijven. Indien een dergelijk verzoek gedaan wordt, hoort de Cel vergunningen de betrokken persoon, eventueel bijgestaan door zijn raadsman. Een proces-verbaal van hoorzitting wordt overgemaakt aan de betrokken persoon per aangetekend schrijven. Hij tekent dit proces-verbaal en deelt zijn eventuele opmerkingen erop mee met een schrijven gericht aan de Cel vergunningen, gebruik makend van dezelfde drager, binnen een termijn van drie werkdagen na ontvangst. Vanaf ontvangst van het in vorig lid bedoelde schrijven, of bij het uitblijven van dit schrijven binnen een termijn van tien werkdagen na verzending van het proces-verbaal van hoorzitting, maakt de Cel vergunningen het proces-verbaal van hoorzitting en de eventuele opmerkingen van de betrokken persoon over aan de Minister die het dossier inschrijft op de agenda van de Ministerraad. § 3. De Regering zal, bij gebrek aan hoorzitting, binnen de dertig werkdagen na de datum van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1, of binnen de tien werkdagen vanaf de mededeling door de Cel vergunningen, met toepassing van de laatste alinea van paragraaf 2, beslissen of er grond bestaat om de beoogde schorsing, intrekking of beperking uit te spreken. In voorkomend geval, zal die beslissing een beschrijving geven van de bijkomende maatregelen die aan de schorsing, intrekking of beperking verbonden zijn. De Regering geeft aan de Cel vergunningen de opdracht om de betrokken persoon of personen daarvan op de hoogte te brengen per aangetekend schrijven. § 4. Indien de Regering of de Cel vergunningen het noodzakelijk acht om bijkomende onderzoeksdaden te stellen, kunnen de termijnen waarvan sprake in de paragrafen 2 en 3 verlengd worden met een termijn van maximum dertig werkdagen, of negentig werkdagen mits hiervoor een bijzondere motivering wordt gegeven. § 5. Behoudens andere nadere regels worden voorzien door de beslissing, is een schorsing of beperking van onbepaalde duur. Art. 55.§ 1. Als uitzonderlijke omstandigheden dringende maatregels vereisen, in de zin van artikel 39, § 2, van de Ordonnantie schorst de Cel vergunningen ten voorlopige titel de geldigheid van lopende vergunningen, machtigingen of certificaten. De Cel vergunningen brengt de betrokken persoon of personen per aangetekend schrijven op de hoogte van de voorlopige schorsing en van de elementen, vermeld in artikel 53, § 1 of artikel 54, § 1, lid 1, van dit besluit. Zij stelt ook de duur van de voorlopige schorsing vast. § 2. Behoudens andersluidende bepalingen, heeft de voorlopige schorsing gevolgen vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1, lid 2. De Cel vergunningen brengt de Minister op de hoogte van de voorlopige schorsing om de Regering toe te laten om, indien daartoe grond bestaat, de procedure, vermeld in artikel 53 of 54 van dit besluit, toe te passen. In geval van uitblijven van de beslissing in toepassing van de artikelen 53 of 54 van dit besluit, binnen een termijn van drie maanden na kennisgeving door de Cel vergunningen, beoordeelt de Cel vergunningen de opportuniteit van het behoud van de maatregel van voorlopige schorsing, van de uitzonderlijke omstandigheden. In afwachting van de beslissing in toepassing van de artikelen 53 of 54 van dit besluit, wordt door de Cel vergunningen een nieuwe beoordeling gedaan elke twee maand zolang de voorlopige schorsingsmaatregel van kracht is. Indien de Regering zich niet heeft uitgesproken binnen de maand na de datum waarop de evaluatie moet worden uitgevoerd als vermeld in de vorige alinea, wordt deze automatisch opgeheven. Art. 56.Als de schorsing, intrekking of beperking bij wijze van individuele maatregel wordt uitgesproken overeenkomstig artikel 54 van dit besluit, kunnen de betrokken personen de Regering om een gehele of gedeeltelijke intrekking of beperking van een uitgesproken schorsing, intrekking of beperking verzoeken als ze beschikken over verweermiddelen die ze niet konden voorleggen tijdens de procedure die geleid heeft tot het aannemen van de maatregel. Ze delen per schrijven hun nieuwe verweermiddelen aan de Cel vergunningen mee en kunnen vragen om opnieuw gehoord te worden. Indien de Cel vergunningen oordeelt dat deze bijkomende verweermiddelen nieuwe elementen lijken aan te brengen, dan wordt de procedure voorzien door de artikelen 54, §§ 2 tot 4 van dit besluit hernomen. Titel VI. - Tijdelijke uitsluiting van aanvragers Art. 57.§ 1. Als de Cel vergunningen oordeelt dat er, in toepassing van artikel 40 van de Ordonnantie, ten aanzien van een bepaalde persoon, een procedure tot tijdelijke uitsluiting moet worden ingesteld, deelt zij per aangetekend schrijven aan de betrokken persoon mee dat een dergelijke maatregel overwogen wordt. Deze kennisgeving vermeldt de volgende elementen : 1° de aanwijzingen dat de betrokken persoon één of meer van de handelingen, vermeld in artikel 40, § 1, 1° tot 6°, van de Ordonnantie, stelt of heeft gesteld;2° de draagwijdte van de tijdelijke uitsluiting en, in voorkomend geval, de activiteiten van in-, uit-, doorvoer of van overbrenging, en de categorieën van goederen, vermeld in de Ordonnantie, waartoe de tijdelijke uitsluiting zich zou beperken;3° de beoogde initiële duur van de tijdelijke uitsluiting; De kennisgeving waarvan sprake in lid 1, houdt eveneens de vermelding in van het recht van de betrokken persoon om zijn verweermiddelen schriftelijk mee …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.