← België

Decreet houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid

Kort samengevat

Dit decreet regelt de ontwikkeling, organisatie en subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid, met als doel het cultureel erfgoed te bewaren, te onderzoeken en breed toegankelijk te maken voor de gemeenschap. Het stimuleert een geïntegreerde aanpak en de samenwerking tussen erfgoedorganisaties.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 MEI 2008. - Decreet houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : 1° cultureel erfgoed : roerend en immaterieel erfgoed dat als betekenisdrager uit het verleden gemeenschappelijke betekenissen verkrijgt binnen een cultureel referentiekader;2° zorg voor het cultureel erfgoed : het voor de gemeenschap bewaren en onderzoeken van het cultureel erfgoed;3° ontsluiting van het cultureel erfgoed : het voor een zo breed mogelijk publiek zichtbaar maken van het cultureel erfgoed, het toegankelijk maken van de betekenissen van het cultureel erfgoed voor de gemeenschap en het voortdurend actualiseren van die betekenissen;4° cultureel-erfgoedorganisatie : een organisatie met een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstgevend doel die de zorg voor of de ontsluiting van het cultureel erfgoed als kerntaak heeft;5° cultureel-erfgoedgemeenschap : een gemeenschap die bestaat uit organisaties en personen die een bijzondere waarde hechten aan het cultureel erfgoed of specifieke aspecten ervan, en die het cultureel erfgoed of aspecten ervan door publieke actie wil behouden en doorgeven aan toekomstige generaties;6° interculturaliteit : dialoog, wederzijdse verkenning of ontmoeting met of tussen bevolkingsgroepen van diverse etnisch-culturele achtergrond;7° personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond : in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijvende burgers met een sociaal-culturele herkomst die verbonden is aan een niet-Beneluxland;8° werkingssubsidie : een subsidie toegekend ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten die voortvloeien uit een structurele activiteit die een continu of permanent karakter vertoont;9° projectsubsidie : een subsidie toegekend ter ondersteuning van een activiteit die zowel qua opzet of doelstelling als in de tijd kan worden afgebakend;10° volkscultuur : breed gedragen cultuurverschijnselen in hun historische, sociale en geografische dimensies, waarbij die dimensies worden opgevat als dynamische, groepsgebonden processen van betekenisgeving en toe-eigening;11° Flandrica : alle publicaties die in Vlaanderen of door Vlamingen in het buitenland worden uitgegeven, evenals alle relevante buitenlandse publicaties die in hoofdzaak over Vlaanderen handelen;12° het decreet op de Volkscultuur van 1998 : het decreet van 27 oktober 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998036396 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur sluiten houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2005;13° het Archiefdecreet van 2002 : het decreet van 19 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2002 pub. 01/10/2002 numac 2002036231 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de privaatrechtelijke culturele archiefwerking sluiten houdende de privaatrechtelijke culturele archiefwerking, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2003, 7 mei 2004, 15 juli 2005 en 23 december 2005;14° het Erfgoeddecreet van 2004 : het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 09/07/2004 numac 2004036066 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid type decreet prom. 07/05/2004 pub. 25/08/2004 numac 2004036336 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector sluiten houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2005;15° DAC : derde arbeidscircuit, tewerkstelling op basis van het koninklijk besluit nr.25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 473 van 28 oktober 1986; 16° DAC-project : een tewerkstellingsproject dat op basis van het koninklijk besluit nr.25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 473 van 28 oktober 1986, aan een organisatie werd toegewezen en vanaf de regularisatie valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele Aangelegenheden; 17° DAC-promotor : een organisatie die tot de DAC-regularisatie een DAC-project kreeg toegewezen;18° geregulariseerde DAC'er : een werknemer in een DAC-project die op het moment van de regularisatie met de DAC-promotor een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur had. Art. 3.§ 1. Dit decreet heeft tot doel : 1° een cultureel-erfgoedbeleid uit te bouwen, namelijk vanuit een geïntegreerde aanpak een kwaliteitsvolle en duurzame zorg voor en ontsluiting van het cultureel erfgoed te stimuleren;2° een netwerk van erfgoedorganisaties tot stand te brengen om de cultureel-erfgoedbeleving bij burgers te cultiveren, te representeren, te erkennen en te valoriseren;3° een verdere ontwikkeling van de verschillende cultureel-erfgoedpraktijken, de museologie, de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer, de informatie- en bibliotheekwetenschap en de etnologie te stimuleren;4° binnen het cultureel-erfgoedbeleid de nodige aandacht voor interculturaliteit te ontwikkelen. Daartoe voorziet het decreet in : 1° de subsidiëring van een steunpunt voor cultureel erfgoed;2° de toekenning van een kwaliteitslabel aan collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties;3° de indeling van erkende musea en culturele archief-instellingen bij het Vlaamse niveau;4° de subsidiëring van landelijke cultureel-erfgoedorganisaties;5° de subsidiëring van een regionaal depotbeleid voor cultureel erfgoed;6° de subsidiëring van gemeentelijke overheden, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van omliggende gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie als vermeld in artikel 67, § 1, om een geïntegreerd en integraal lokaal cultureel-erfgoedbeleid te voeren;7° de subsidiëring van cultureel-erfgoedprojecten. § 2. Het beleid voor het cultureel erfgoed en het beleid voor het onroerend erfgoed worden door de Vlaamse Regering op elkaar afgestemd. Hiertoe wordt tussen de respectievelijke beleidsdomeinen in het eerste jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement een protocol gesloten. TITEL II. - Organisatie en subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid HOOFDSTUK I. - Het steunpunt voor cultureel erfgoed Art. 4.§ 1. De Vlaamse Regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan een steunpunt voor cultureel erfgoed. Een steunpunt is een dienstverlenende organisatie die een intermediaire rol vervult tussen het cultureel-erfgoedveld en de overheid, en die als doel heeft cultureel-erfgoedorganisaties, lokale en provinciale besturen en beheerders van cultureel erfgoed te ondersteunen en de ontwikkeling van het cultureel-erfgoedveld te stimuleren met het oog op de doelstellingen, vermeld in dit decreet. § 2. Het steunpunt realiseert dat door middel van zijn kerntaken : 1° praktijkondersteuning : het leveren van een actieve dienstverlening op het vlak van deskundigheidsbevordering, kwaliteitszorg, informatie en documentatie, management, publieksopbouw en -participatie, internationale samenwerking;2° praktijkontwikkeling : het leveren van een bijdrage aan een continue ontwikkeling van het cultureel-erfgoedveld en het overheidsbeleid op basis van evaluatie en toegepast onderzoek;3° beeldvorming en communicatie : het organiseren en coördineren van activiteiten en initiatieven die de kennis over het cultureel erfgoed en de cultureel-erfgoedorganisaties in het cultureel-erfgoedveld, bij de publieke opinie, de overheid en in het buitenland bevorderen, en die bijdragen tot een kwantitatief en kwalitatief ruimere cultuurparticipatie. Het steunpunt realiseert zijn kerntaken in samenspraak met andere steunpunten en binnen een netwerk van cultureel-erfgoedactoren. § 3. De werkingssubsidie wordt toegekend voor het geheel van de werking en is een bijdrage in de loon- en werkingskosten van het steunpunt. Art. 5.Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie, moet het steunpunt : 1° beschikken over een privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstgevend doel;2° zijn zetel en zijn werking hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° een beleidsplan indienen voor de beleidsperiode.Het beleidsplan slaat op een periode van vijf jaar die begint op 1 januari van het derde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het tweede volledige jaar van de volgende legislatuur van het Vlaams Parlement; 4° aanwijsbare inspanningen leveren voor de opname in de raad van bestuur van personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond;5° aanwijsbare inspanningen leveren voor de aanwerving van personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond op staf- of middenkaderniveau. Art. 6.§ 1. Een aanvraag voor een werkingssubsidie wordt ingediend uiterlijk op 1 februari van het tweede volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement. § 2. De aanvraag voor een werkingssubsidie bestaat uit een beleidsplan. Het beleidsplan bevat de missie en visie die het steunpunt hanteert in zijn werking, het bevat een omgevingsanalyse en het beschrijft beknopt alle doelstellingen, werkmethodes en middelen. Het beleidsplan bevat eveneens een meerjarenplanning en meerjarenbegroting. In zijn doelstellingen neemt het steunpunt op hoe het zijn doel zal bereiken door zijn kerntaken uit te voeren. Voor de ontwikkeling van zijn werking vertrekt het steunpunt vanuit de behoeften van het cultureel-erfgoedveld. Het beleidsplan wordt gedragen door het cultureel-erfgoedveld. Als het steunpunt inzet op digitalisering moet dit gebeuren volgens de algemeen aanvaarde internationale en desgevallend door de Vlaamse Regering opgelegde standaarden. Art. 7.§ 1. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarin de aanvraag voor een werkingssubsidie is ingediend, over de toekenning en het bedrag van de werkingssubsidie. De jaarlijkse werkingssubsidie wordt toegekend voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. § 2. Uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen als vermeld in § 1, wordt een beheersovereenkomst gesloten met het steunpunt, die betrekking heeft op : 1° de invulling van de kerntaken, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, vertaald naar doelstellingen en resultaatgebieden;2° de evaluatie van en het toezicht op de uitvoering van het beleidsplan en de beheersovereenkomst. Het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie wordt in de beheersovereenkomst opgenomen. De beheersovereenkomst wordt gesloten voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Art. 8.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure en het sluiten van de beheersovereenkomst. HOOFDSTUK II. - De toekenning van een kwaliteitslabel aan collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties en de indeling van musea en culturele archiefinstellingen bij het Vlaamse niveau Afdeling I. - Het sluiten van een protocol Art. 9.De Vlaamse Regering overlegt in het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement met de representatieve organisaties die de belangen behartigen van de Vlaamse provincies, steden en gemeenten over de procedures, de nadere specificaties van de voorwaarden voor de toekenning van een kwaliteitslabel vermeld in artikel 10, eerste lid, en de nadere specificaties van de criteria vermeld in artikel 19, § 2, eerste lid, voor indeling bij het lokale, regionale of Vlaamse niveau. Van het eventuele akkoord dat wordt bereikt tussen de Vlaamse Regering en de voormelde representatieve organisaties wordt een protocol van akkoord opgesteld. Indien het niet tot een akkoord komt, worden de verschillende standpunten weergegeven. Desgewenst kunnen in het protocol ook andere aspecten in verband met een complementair cultureel-erfgoedbeleid aan bod komen. Afdeling II. - De toekenning van een kwaliteitslabel aan collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties Art. 10.Om een kwaliteitslabel te kunnen ontvangen en behouden, moet een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° een permanente organisatie zijn ten dienste van de gemeenschap en haar ontwikkeling, die toegankelijk is voor het publiek, niet gericht is op het maken van winst en die cultureel erfgoed verzamelt, beheert, behoudt, wetenschappelijk onderzoekt, presenteert en daarover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een museum, een culturele archiefinstelling en een erfgoedbibliotheek : a) een museum ontplooit een werking die past in de hedendaagse praktijk en theorie van de museologie;b) een culturele archiefinstelling ontplooit een werking die past in de hedendaagse praktijk en theorie van de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer, en beheert een collectie cultureel erfgoed die voornamelijk tot stand komt door overdracht van archiefbestanden;c) een erfgoedbibliotheek ontplooit een werking die past in de hedendaagse praktijk en theorie van de informatie- en bibliotheekwetenschap, en beheert een collectie cultureel erfgoed die loopt van de oudste schriftmaterialen en eerste gedrukte werken tot de moderne en hedendaagse gedrukte en digitale publicaties;2° beschikken over een collectie cultureel erfgoed die door haar onderlinge samenhang en profiel, de verbanden en de context, de mogelijke uniciteit of de materiële waarde door en voor een cultureel-erfgoedgemeenschap voldoende belangrijk wordt geacht om in een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie te worden ondergebracht;3° de verzamelfunctie, de behoud- en beheerfunctie, de onderzoeksfunctie en de publieksgerichte functie, hierna de basisfuncties te noemen, vervullen.Om de basisfuncties te vervullen, kan de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie samenwerken met andere cultureel-erfgoedorganisaties. In voorkomend geval bepaalt de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie die een kwaliteitslabel aanvraagt mee het beleid voor die functionele samenwerking; 4° een duidelijke visie hebben op de totaliteit van de werking van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie, waarbij de basisfuncties op elkaar zijn afgestemd;5° aan het cultureel erfgoed aangepaste, algemeen aanvaarde standaarden en kwaliteitsvolle, dynamische werkvormen en -methoden hanteren.Voor digitaliseringinitiatieven moet dit gebeuren volgens de algemeen aanvaarde internationale en desgevallend door de Vlaamse Regering opgelegde standaarden; 6° voldoende garanties geven op het vlak van toegankelijkheid, infrastructuur en financiële en personele middelen zodat de basisfuncties, binnen het kader van de visie, vervuld kunnen worden;7° voldoende garanties geven over het in de toekomst blijven bestaan van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie en de bewaring en toegankelijkheid van het cultureel erfgoed voor een langere periode kunnen verzekeren;8° de algemeen aanvaarde deontologische regels in acht nemen;9° beheerd worden door een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoon zonder winstgevend doel;10° haar zetel en haar werking hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Rekening houdend met het protocol, vermeld in artikel 9, maar zonder hiertoe te zijn gebonden, bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement nadere specificaties van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. Als er geen protocol van akkoord wordt gesloten voor 1 oktober van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december van hetzelfde jaar de nadere specificaties van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voor het toekennen van het kwaliteitslabel. Art. 11.Een aanvraag voor een kwaliteitslabel voor een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie kan elk jaar uiterlijk op 15 januari worden ingediend door de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie beheert. Een kwaliteitslabel wordt aangevraagd op basis van een leidraad die door de dienst die de Vlaamse Regering heeft aangeduid is opgesteld. In de aanvraag geeft de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie beheert, aan op welke wijze de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10. Art. 12.Een visitatiecommissie als vermeld in artikel 80, onderzoekt ter plaatse de aanvraag voor het kwaliteitslabel en toetst de inhoud en de werking van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie met het oog op het toekennen van het kwaliteitslabel, aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10, eerste lid, en de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, tweede lid, of de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, derde lid. De visitatiecommissie stelt een advies op over de toekenning van het kwaliteitslabel en bezorgt dat aan de Vlaamse Regering. Art. 13.§ 1. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk zes maanden na de uiterste indiendatum over de toekenning van het kwaliteitslabel aan de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie. De Vlaamse Regering kent de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie één van de volgende labels toe : 1° door de Vlaamse overheid erkend museum;2° door de Vlaamse overheid erkende culturele archiefinstelling;3° door de Vlaamse overheid erkende erfgoedbibliotheek. De Vlaamse Regering kan bijkomende labels toekennen voor deelaspecten van de werking. De Vlaamse Regering neemt de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties die een kwaliteitslabel mogen dragen op in het register van erkende collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties. § 2. Het kwaliteitslabel mag gedragen worden vanaf de datum van de beslissing van de Vlaamse Regering. De collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie mag het kwaliteitslabel dragen zolang ze voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10, eerste lid, en de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, tweede lid, of de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, derde lid. § 3. Als de Vlaamse Regering beslist het kwaliteitslabel niet toe te kennen, kan de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie beheert voor de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie, een nieuwe aanvraag voor een kwaliteitslabel indienen op voorwaarde dat aangetoond wordt dat de reden voor de weigering niet langer bestaat. Art. 14.Alleen een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie die op basis van artikel 13 een kwaliteitslabel kreeg toegekend, mag de naam "door de Vlaamse overheid erkend museum", "door de Vlaamse overheid erkende culturele archiefinstelling" of "door de Vlaamse overheid erkende erfgoedbibliotheek" dragen. De Vlaamse Regering bepaalt het herkenningsteken van : 1° door de Vlaamse overheid erkend museum;2° door de Vlaamse overheid erkende culturele archiefinstelling;3° door de Vlaamse overheid erkende erfgoedbibliotheek. Een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie die een kwaliteitslabel ontvangt als vermeld in artikel 13, moet in alle gedrukte en digitale communicatie, bij elke mededeling, verklaring, publicatie en presentatie het herkenningsteken vermelden. Art. 15.Minstens eenmaal per vijf jaar wordt geëvalueerd of de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie nog steeds voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10, eerste lid, en de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, tweede lid, of de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, derde lid. Een visitatiecommissie kan op elk moment gevraagd worden de werking van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie te evalueren met het oog op het intrekken van het kwaliteitslabel. De Vlaamse Regering kan het kwaliteitslabel, na advies van de visitatiecommissie, intrekken als niet meer voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10, eerste lid, en de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, tweede lid, of de nadere specificaties van die voorwaarden als vermeld in artikel 10, derde lid. Art. 16.§ 1. Rekening houdend met het protocol, vermeld in artikel 9, maar zonder hiertoe gebonden te zijn, bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure en de toekenning van het kwaliteitslabel. Als er geen protocol als vermeld in artikel 9, wordt gesloten voor 1 oktober van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december van hetzelfde jaar de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure en de toekenning van het kwaliteitslabel. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot het toezicht, de evaluatie en de procedure voor de intrekking van het kwaliteitslabel. Afdeling III. - Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap Art. 17.§ 1. De Vlaamse Regering kan collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties die opgericht zijn of beheerd worden door de Vlaamse Gemeenschap aanduiden als instelling van de Vlaamse Gemeenschap. § 2. De instellingen van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, moeten voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10. § 3. De Vlaamse Regering kent aan de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap een van de labels vermeld in artikel 13, § 1, tweede lid, toe. De Vlaamse Regering neemt de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap op in het register als vermeld in artikel 13, § 1, vierde lid. Een instelling van de Vlaamse Gemeenschap wordt gelijkgesteld met een door de Vlaamse overheid erkend museum, een door de Vlaamse overheid erkende culturele archiefinstelling of een door de Vlaamse overheid erkende erfgoedbibliotheek, en mag de naam en het herkenningsteken, vermeld in artikel 14, dragen. Art. 18.§ 1. Met een instelling van de Vlaamse Gemeenschap die de Vlaamse Regering niet zelf beheert, sluit de Vlaamse Regering na advies van de beoordelingscommissie vermeld in artikel 82, tweede lid, een beheersovereenkomst. Die beheersovereenkomst bevat : 1° de missie en doelstellingen;2° de resultaatgebieden;3° het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie;4° de wijze waarop de evaluatie van en het toezicht op de uitvoering van het beleidsplan en de beheersovereenkomst zal gebeuren. Met musea die aangeduid zijn als instellingen van de Vlaamse Gemeenschap kan de Vlaamse Regering in de beheersovereenkomst de toegang voor min 26-jarigen voor maximaal 1 euro opnemen. De beheersovereenkomst slaat op een periode van maximaal vijf jaar, die steeds eindigt op 31 december van het tweede volledige kalenderjaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement. § 2. Ter voorbereiding van de beheersovereenkomst dienen de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, op 1 april van het jaar dat volgt op de aanduiding als instelling van de Vlaamse Gemeenschap als vermeld in artikel 17, § 1, en telkens uiterlijk op 1 april van het tweede volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement, een beleidsplan in. Het beleidsplan bevat de missie en visie die de instelling van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, hanteert in haar werking, bevat een omgevingsanalyse en beschrijft beknopt alle doelstellingen, werkmethodes en middelen. Het beleidsplan bevat eveneens een meerjarenplanning en een meerjarenbegroting. In haar doelstellingen neemt de instelling van de Vlaamse Gemeenschap op hoe ze haar dienstverlening naar haar cultureel-erfgoedgemeenschap zal uitbouwen en hoe ze de expertise die ze bezit ter beschikking zal stellen van die cultureel-erfgoedgemeenschap. De instelling van de Vlaamse Gemeenschap verankert die netwerkfunctie in de volledige werking. § 3. Een instelling van de Vlaamse Gemeenschap als vermeld in § 1, voldoet minstens aan de volgende bijkomende voorwaarden : 1° aanwijsbare inspanningen leveren voor de opname in de raad van bestuur van personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond;2° aanwijsbare inspanningen leveren voor de aanwerving van personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond op staf- of middenkaderniveau. Afdeling IV. - Indelen van musea en culturele archiefinstellingen bij het Vlaamse niveau Art. 19.§ 1. Een museum of een culturele archiefinstelling moet, om ingedeeld te kunnen worden bij het Vlaamse niveau, een kwaliteitslabel als vermeld in artikel 13, § 1, tweede lid, 1°, of artikel 13, § 1, tweede lid, 2°, toegekend hebben gekregen en gerechtigd zijn om dit te dragen. § 2. Om een museum of een culturele archiefinstelling in te delen bij het Vlaamse niveau, worden de inhoud en de werking ervan getoetst aan de volgende criteria : 1° het belang van het cultureel erfgoed en de geografische reikwijdte van het thema waarop het museum of de culturele archiefinstelling focust;2° een werking uitbouwen met een landelijke reikwijdte die relevant is voor Vlaanderen.Het museum of de culturele archiefinstelling moeten zich met die werking binnen een internationale context begeven en internationale expertise binnenbrengen in de cultureel-erfgoedgemeenschap; 3° de culturele en maatschappelijke verantwoordelijkheid die het museum of de culturele archiefinstelling op zich neemt;4° de inhoud van en de wijze waarop de kennis en expertise op een actieve en receptieve manier ter beschikking gesteld worden van de cultureel-erfgoedgemeenschap;5° de kwaliteit van de uitvoering van de basisfuncties.De programmatorische vrijheid van de conservator of archivaris dient gegarandeerd te worden; 6° de kwaliteit van het beheer van het museum of de culturele archiefinstelling;7° de geografische reikwijdte van het publieksbereik;8° de inspanningen inzake interculturaliteit op het vlak van programmering, participatie, personeelsbeleid en bestuur;9° de positionering, samenwerking en netwerkvorming. Als bijkomend criterium voor de culturele archief-instellingen geldt dat zij om ingedeeld te kunnen worden bij het Vlaamse niveau archiefbestanden met een geografische spreiding over Vlaanderen moeten verzamelen. Rekening houdend met het protocol, vermeld in artikel 9, maar zonder hiertoe gebonden te zijn, bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement nadere specificaties van de criteria vermeld in het eerste lid, voor de indeling bij het Vlaamse niveau. Bij het bepalen van de nadere specificaties wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de museologie alsook de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer. Als er geen protocol van akkoord wordt gesloten voor 1 oktober van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december van hetzelfde jaar de nadere specificaties van de criteria, vermeld in het eerste lid, voor de indeling van musea en culturele archiefinstellingen bij het Vlaamse niveau. Bij het bepalen van de nadere specificaties wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de museologie alsook de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer. Art. 20.Gelijktijdig met het indienen van een aanvraag voor het kwaliteitslabel, als vermeld in artikel 11, kan de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die een museum of een culturele archiefinstelling beheert, een aanvraag indienen voor een indeling bij het Vlaamse niveau. Art. 21.Een visitatiecommissie als vermeld in artikel 80, onderzoekt ter plaatse de aanvraag voor een indeling en toetst de inhoud en de werking van het museum of de culturele archiefinstelling met het oog op de indeling bij het Vlaamse niveau, aan de criteria, vermeld in artikel 19, § 2, eerste en tweede lid, en de nadere specificaties van die criteria als vermeld in artikel 19, § 2, derde lid, of de nadere specificaties van die criteria als vermeld in artikel 19, § 2, vierde lid. De visitatiecommissie stelt een advies op over de indeling en bezorgt dat aan de Vlaamse Regering. Art. 22.De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de bevoegde beoordelingscommissie, als vermeld in artikel 82, toetsen, in het tweede jaar dat voorafgaat aan de beleidsperiode vermeld in artikel 24, met het oog op het opstellen van een geïntegreerd advies aan de Vlaamse Regering over de indeling bij het Vlaamse niveau, de inhoud en de werking van de musea en de culturele archiefinstellingen die een kwaliteitslabel als vermeld in artikel 13, § 1, tweede lid, 1°, of artikel 13, § 1, tweede lid, 2°, hebben gekregen en gerechtigd zijn om dit te dragen aan de criteria, vermeld in artikel 19, § 2, eerste en tweede lid, en de nadere specificaties van die criteria als vermeld in artikel 19, § 2, derde lid, of de nadere specificaties van die criteria als vermeld in artikel 19, § 2, vierde lid. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de beoordelingscommissie houden daarbij rekening met het advies, als vermeld in artikel 21, tweede lid, van de visitatiecommissie voor indeling bij het Vlaamse niveau. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de beoordelingscommissie kunnen daarvoor alle initiatieven nemen die ze nodig achten. Art. 23.De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 december van het tweede jaar dat voorafgaat aan de beleidsperiode, vermeld in artikel 24, welke, op basis van artikel 13, § 1, tweede lid, door de Vlaamse overheid erkende musea en door de Vlaamse overheid erkende culturele archiefinstellingen op basis van de criteria, vermeld in artikel 19, § 2, eerste en tweede lid, en de nadere specificaties van die criteria als vermeld in artikel 19, § 2, derde lid, of de nadere specificaties van die criteria als vermeld in artikel 19, vierde lid, ingedeeld worden bij het Vlaamse niveau en aldus in aanmerking komen voor subsidiëring als vermeld in artikel 32, § 1, 1°, of artikel 32, § 1, 2°. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst bezorgt het museum of de culturele archiefinstelling en de betrokken provincie- en gemeentebesturen uiterlijk op 31 december van hetzelfde jaar de beslissing van de Vlaamse Regering. Art. 24.De beleidsperiode voor musea ingedeeld bij het Vlaamse niveau duurt vijf jaar, begint op 1 januari van het laatste jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het vierde volledige jaar van de volgende legislatuur van het Vlaams Parlement. De beleidsperiode voor culturele archiefinstellingen ingedeeld bij het Vlaamse niveau duurt vijf jaar, begint op 1 januari van het vierde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het derde volledige jaar van de volgende legislatuur van het Vlaams Parlement. Art. 25.Rekening houdend met het protocol, vermeld in artikel 9, maar zonder hiertoe gebonden te zijn, bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement nadere regels inzake de aanvraag en de procedure voor de indeling van musea en culturele archiefinstellingen bij het Vlaamse niveau. Als er geen protocol als vermeld in artikel 9, wordt gesloten voor 1 oktober van het eerste volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement bepaalt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 december van hetzelfde jaar de nadere regels inzake de aanvraag en de procedure voor de indeling van musea en culturele archiefinstellingen bij het Vlaamse niveau. HOOFDSTUK III. - Het subsidiëren van landelijke cultureel-erfgoedorganisaties Afdeling I. - Het subsidiëren van landelijke cultureel-erfgoedorganisaties voor volkscultuur en landelijke expertisecentra voor cultureel erfgoed Art. 26.§ 1. De Vlaamse Regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan volgende landelijke cultureel-erfgoedorganisaties : 1° landelijke cultureel-erfgoedorganisaties voor volkscultuur;2° landelijke expertisecentra voor cultureel erfgoed. § 2. De werkingssubsidie wordt toegekend voor het geheel van de werking en is een bijdrage in de loon- en werkingskosten van de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie. De jaarlijkse werkingssubsidie bedraagt ten minste 75.000 euro. Art. 27.Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie moet de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie, vermeld in artikel 26, § 1, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° beschikken over een privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstgevend doel;2° haar zetel en haar werking hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° een beleidsplan indienen voor de beleidsperiode.Het beleidsplan slaat op een periode van maximaal vijf jaar, die steeds eindigt op 31 december van het tweede volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement; 4° een werking uitbouwen met een landelijke reikwijdte die representatief is voor de cultureel-erfgoedgemeenschap en voor Vlaanderen.De landelijke cultureel-erfgoedorganisatie moet zich met die werking binnen een internationale context begeven om internationale expertise binnen te brengen in de cultureel-erfgoedgemeenschap; 5° de cultureel-erfgoedgemeenschap organiseren en activeren.Daaruit blijkt het draagvlak van de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie; 6° een dienstverlenende en kennisdelende functie op zich nemen, zowel op een receptieve als op een actieve manier;7° personen, organisaties en verenigingen begeleiden die deel uitmaken van de cultureel-erfgoedgemeenschap en voorbeeldprojecten stimuleren binnen de cultureel-erfgoedgemeenschap;8° haar werking afstemmen op de werking van het steunpunt, vermeld in artikel 4, en samenwerken met relevante actoren binnen het maatschappelijke veld;9° beschikken over een goede zakelijke en beheersmatige onderbouw van de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie en rekening houden met de principes van kwaliteitszorg;10° als de cultureel-erfgoedorganisatie inzet op digitalisering moet dit gebeuren volgens de algemeen aanvaarde internationale en desgevallend door de Vlaamse Regering opgelegde standaarden. Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie, moet de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie voor volkscultuur, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden : 1° de cultureel-erfgoedgemeenschap, vermeld in het eerste lid, 4° en 5°, is een cultureel-erfgoedgemeenschap binnen het domein van de volkscultuur met specifieke kenmerken : het is een gemeenschap als vermeld in artikel 2, 5°, waarin vrijwilligerswerking, een netwerk van verenigingen verspreid over Vlaanderen en het delen van expertise binnen dat netwerk centraal staan;2° ervoor zorgen dat het cultureel erfgoed waarvoor de cultureel-erfgoedgemeenschap en de landelijke organisatie voor volkscultuur een verantwoordelijkheid op zich nemen, bewaard blijft, gedocumenteerd wordt, onderzocht wordt, ter harte wordt genomen, en voor het publiek wordt ontsloten. Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie, moet het landelijke expertisecentrum voor cultureel erfgoed, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarde : in de bestuursorganen een vertegenwoordiging van collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties opnemen als het landelijke expertisecentrum voor cultureel erfgoed expertise die aanwezig is in die collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties bundelt en versterkt. De Vlaamse Regering kan nadere specificaties van de voorwaarden vermeld in het eerste, tweede en derde lid bepalen. Art. 28.§ 1. Een aanvraag voor een werkingssubsidie als landelijke cultureel-erfgoedorganisatie vermeld in artikel 26, § 1, wordt ingediend uiterlijk op 1 april. § 2. De aanvraag voor een werkingssubsidie bestaat uit een beleidsplan voor de beleidsperiode. Het beleidsplan bevat de missie en visie die de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie, vermeld in artikel 26, § 1, hanteert in haar werking, bevat een omgevingsanalyse en beschrijft beknopt alle doelstellingen, werkmethodes en middelen. Het beleidsplan bevat eveneens een meerjarenplanning en een meerjarenbegroting. In haar doelstellingen neemt de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie op hoe ze haar dienstverlening naar haar cultureel-erfgoedgemeenschap zal uitbouwen en hoe ze de expertise die ze bezit ter beschikking zal stellen van die cultureel-erfgoedgemeenschap. De landelijke cultureel-erfgoedorganisatie verankert die netwerkfunctie in de volledige werking. In het beleidsplan geeft de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie aan op welke wijze ze voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 27. Art. 29.§ 1. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de bevoegde beoordelingscommissie, vermeld in artikel 82, onderzoeken of de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 27, en toetsen het beleidsplan en de werking van de organisatie, met het oog op het opstellen van een geïntegreerd advies aan de Vlaamse Regering over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie, aan de volgende criteria : 1° het belang van de cultureel-erfgoedgemeenschap;2° de geografische reikwijdte van de werking van de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie en de omvang van de netwerkstructuur;3° de uitbouw, de kwaliteit van de werking en de schaalgrootte van de dienstverlening van de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie;4° de culturele en maatschappelijke verantwoordelijkheid die door de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie wordt opgenomen;5° de kwaliteit van het zakelijke beheer en van de organisatiestructuur van de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie;6° de inspanningen inzake interculturaliteit op het vlak van programmering, participatie, personeelsbeleid en bestuur;7° de haalbaarheid en het realiteitsgehalte van de begroting. De Vlaamse Regering kan nadere specificaties van die criteria bepalen. § 2. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de beoordelingscommissie kunnen daarvoor alle initiatieven nemen die ze nodig achten. Art. 30.§ 1. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarin de aanvraag is ingediend, op basis van de criteria, vermeld in artikel 29, § 1, over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie voor de landelijke cultureel-erfgoedorganisaties, vermeld in artikel 26, § 1, voor de uitbouw van een representatieve werking voor hun cultureel-erfgoedgemeenschap. De Vlaamse Regering kan voor een expertise slechts één landelijke cultureel-erfgoedorganisatie als vermeld in artikel 26, § 1, of een museum ingedeeld bij het Vlaamse niveau als vermeld in artikel 32, § 1, 1°, of een culturele archiefinstelling ingedeeld bij het Vlaamse niveau als vermeld in artikel 32, § 1, 2°, subsidiëren. De jaarlijkse werkingssubsidie wordt toegekend voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. § 2. De Vlaamse Regering sluit uiterlijk op 31 december van het jaar waarin ze een beslissing heeft genomen over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie, een beheersovereenkomst met een landelijke cultureel-erfgoedorganisatie als vermeld in artikel 26, § 1. Die beheersovereenkomst bepaalt de opdracht die de Vlaamse Gemeenschap geeft aan de landelijke cultureel-erfgoedorganisatie voor de versterking van de cultureel-erfgoedgemeenschap. In de beheersovereenkomst wordt deze opdracht vertaald naar doelstellingen en resultaatgebieden. Het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie wordt in de beheersovereenkomst opgenomen. De beheersovereenkomst wordt gesloten voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Art. 31.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure en het sluiten van de beheersovereenkomst. Afdeling II. - Het subsidiëren van collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties Art. 32.§ 1. De Vlaamse Regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan volgende collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties : 1° musea, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, als vermeld in hoofdstuk II, afdeling IV;2° culturele archiefinstellingen, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, als vermeld in hoofdstuk II, afdeling IV;3° privaatrechtelijke Nederlandstalige culturele archiefinstellingen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die het culturele leven in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad documenteren en die een kwaliteitslabel als bedoeld in dit decreet toegekend hebben gekregen en die gerechtigd zijn om dit te dragen. § 2. De werkingssubsidie wordt toegekend voor het geheel van de werking en is een bijdrage in de loon- en werkingskosten van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie. De jaarlijkse werkingssubsidie bedraagt : 1° ten minste 200.000 euro voor musea, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, als vermeld in § 1, 1°; 2° ten minste 100.000 euro voor culturele archiefinstellingen, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, als vermeld in § 1, 2°, en voor Nederlandstalige culturele archiefinstellingen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, als vermeld in § 1, 3°. Art. 33.Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie, moet een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie als vermeld in artikel 32, een beleidsplan indienen voor de beleidsperiode. Voor musea, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, als vermeld in artikel 32, § 1, 1°, slaat het beleidsplan op een periode van vijf jaar die begint op 1 januari van het laatste jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het vierde volledige jaar van de volgende legislatuur van het Vlaams Parlement. Voor culturele archiefinstellingen, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, als vermeld in artikel 32, § 1, 2°, en voor Nederlandstalige culturele archiefinstellingen als vermeld in artikel 32, § 1, 3°, slaat het beleidsplan op een periode van vijf jaar die begint op 1 januari van het vierde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het derde volledige jaar van de volgende legislatuur van het Vlaams Parlement. Art. 34.§ 1. Een aanvraag voor een werkingssubsidie voor een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie als vermeld in artikel 32, § 1, wordt uiterlijk op 1 april van het jaar dat voorafgaat aan de beleidsperiode, ingediend door de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie beheert. § 2. De aanvraag voor een werkingssubsidie bestaat uit een beleidsplan voor de beleidsperiode dat is goedgekeurd door de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie beheert. Het beleidsplan bevat de missie en visie die een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie als vermeld in artikel 32, § 1, hanteert in haar werking, bevat een omgevingsanalyse en beschrijft beknopt alle doelstellingen, werkmethodes en middelen. Het beleidsplan bevat eveneens een meerjarenplanning en meerjarenbegroting. In haar doelstellingen neemt de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie op hoe ze haar dienstverlening voor haar cultureel-erfgoedgemeenschap zal uitbouwen en hoe ze de expertise die ze bezit, ter beschikking zal stellen van die cultureel-erfgoedgemeenschap. De collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie verankert die netwerkfunctie in de volledige werking. Art. 35.De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de bevoegde beoordelingscommissie, vermeld in artikel 82, toetsen het beleidsplan en de werking van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie, met het oog op het opstellen van een geïntegreerd advies aan de Vlaamse Regering over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie, aan de criteria voor indeling bij het Vlaamse niveau, vermeld in artikel 19, en aan de haalbaarheid en het realiteitsgehalte van de begroting. Artikel 19, § 2, 2°, is niet van toepassing voor de beoordeling van Nederlandstalige culturele archief-instellingen als vermeld in artikel 32, § 1, 3°. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de beoordelingscommissie kunnen daarvoor alle initiatieven nemen die ze nodig achten. Art. 36.§ 1. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan de beleidsperiode, op basis van de criteria, vermeld in artikel 35, eerste lid, over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie voor de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties, vermeld in artikel 32, § 1. Voor culturele archiefinstellingen, als vermeld in artikel 32, § 1, 2° en 3°, bedraagt de werkingssubsidie, vermeld in artikel 32, § 2, tweede lid, 2°, ten minste 90 % van de werkingssubsidie die werd toegekend op basis van het vorige beleidsplan, tenzij de administratie bij de voortgangscontrole en evaluatie van de voorbije beleidsperiode ernstige gebreken heeft vastgesteld bij de uitvoering van het beleidsplan. De jaarlijkse werkingssubsidie wordt toegekend voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. § 2. De Vlaamse Regering sluit uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie, een beheersovereenkomst met een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie, als vermeld in artikel 32, § 1. Die beheersovereenkomst bepaalt de opdracht die de Vlaamse Gemeenschap geeft aan de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie voor de versterking van de cultureel-erfgoedgemeenschap. In de beheersovereenkomst wordt die opdracht vertaald naar doelstellingen en resultaatgebieden. Voor musea, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, kan de Vlaamse Regering in de beheersovereenkomst de toegang voor min 26-jarigen voor maximaal 1 euro opnemen. Desgevallend wordt de jaarlijkse werkingssubsidie vermeld in § 1, eerste lid, verhoogd ter compensatie van het inkomstenverlies door het opnemen in de beheersovereenkomst van de toegang voor min 26-jarigen voor maximaal 1 euro. Het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie wordt in de beheersovereenkomst opgenomen. De beheersovereenkomst wordt gesloten voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Art. 37.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure en het sluiten van de beheersovereenkomst. Afdeling III. - Het subsidiëren van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek Art. 38.§ 1. De Vlaamse Regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan een samenwerkingsverband van een representatieve groep van erfgoedbibliotheken, hierna de Vlaamse Erfgoedbibliotheek te noemen. § 2. De werkingssubsidie wordt toegekend voor het geheel van de werking en is een bijdrage in de loon- en werkingskosten van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek. De jaarlijkse werkingssubsidie bedraagt ten minste 300.000 euro. Art. 39.Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie, moet de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, vermeld in artikel 38, § 1, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° beschikken over een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstgevend doel;2° haar zetel en haar werking hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° een beleidsplan indienen voor de beleidsperiode.Het beleidsplan slaat op een beleidsperiode van vijf jaar die begint op 1 januari van het vierde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het derde volledige jaar van de volgende legislatuur van het Vlaams Parlement. Art. 40.§ 1. Een aanvraag voor een werkingssubsidie voor de Vlaamse Erfgoedbibliotheek wordt uiterlijk ingediend op 1 april van het derde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement. § 2. De aanvraag voor een werkingssubsidie bestaat uit een door de Vlaamse Erfgoedbibliotheek goedgekeurd beleidsplan voor de beleidsperiode. In het beleidsplan wordt een beschrijving van de wijze waarop de Vlaamse Erfgoedbibliotheek de volgende doelstellingen zal verwezenlijken opgenomen : 1° het afstemmen van het passieve collectiebeleid van de verschillende partners.Daarbij wordt gewerkt met thema- en zwaartepuntcollecties; 2° het uitbouwen van een actief collectiebeleid voor Flandrica en meer bepaald voor publicaties die vanuit cultureel en historisch oogpunt of vanwege hun cultureel-erfgoedwaarde voor Vlaanderen van belang zijn. Ook hier kunnen onderlinge afspraken over collectievorming en het aanwinstenbeleid gemaakt worden; 3° het opbouwen en verspreiden van expertise over de conservering van het cultureel erfgoed in kwestie.Die taak omvat eveneens het opstellen van een schade-inventaris en een calamiteitenplan; 4° het bibliografisch ontsluiten van cultureel-erfgoedcollecties, onder meer door middel van databanken en digitalisering.Het opbouwen en verspreiden van expertise over metadata en standaarden met betrekking tot erfgoedcollecties van erfgoedbibliotheken maakt daar deel van uit; 5° het digitaliseren van cultureel-erfgoedcollecties van erfgoedbibliotheken;6° et organiseren van een duurzame bewaring en terbeschikkingstelling van gedigitaliseerde cultureel-erfgoedcollecties en digitale publicaties;7° het organiseren, meewerken aan en ontwikkelen van communicatie- en publieksinitiatieven om de zichtbaarheid van het veld van Vlaamse erfgoedbibliotheken te verhogen en expertise er over op te bouwen. Alle initiatieven met betrekking tot digitalisering gebeuren volgens de algemeen aanvaarde internationale en desgevallend door de Vlaamse Regering opgelegde standaarden. De Vlaamse Erfgoedbibliotheek vertaalt die doelstellingen naar een meerjarenplanning en meerjarenbegroting, die deel uitmaken van het beleidsplan. In het beleidsplan omschrijft de Vlaamse Erfgoedbibliotheek hoe de projecten die ze ontwikkelt, ten goede komen van haar cultureel-erfgoedgemeenschap. § 3. Om deze doelstellingen te verwezenlijken overlegt de Vlaamse Erfgoedbibliotheek met het steunpunt, vermeld in artikel 4, en werkt de Vlaamse Erfgoedbibliotheek samen met de Nederlandse Taalunie en met relevante actoren binnen het maatschappelijke veld. Art. 41.§ 1. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de bevoegde beoordelingscommissie, vermeld in artikel 82, onderzoeken de aanvraag voor een werkingssubsidie en toetsen het beleidsplan en de werking van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, met het oog op het opstellen van een geïntegreerd advies aan de Vlaamse Regering over de toekenning en het bedrag van de werkingssubsidie, aan de volgende criteria : 1° de kwaliteit van het zakelijke beheer en van de organisatiestructuur van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek;2° de kwaliteit van de inhoudelijke werking, de uitbouw en de schaalgrootte van de dienstverlening van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek;3° de culturele en maatschappelijke verantwoordelijkheden die door de Vlaamse Erfgoedbibliotheek worden opgenomen;4° de inspanningen inzake interculturaliteit op het vlak van programmering, participatie, personeelsbeleid en bestuur;5° de haalbaarheid en het realiteitsgehalte van de begroting. De Vlaamse Regering kan nadere specificaties van die criteria bepalen. § 2. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de beoordelingscommissie kunnen daarvoor alle initiatieven nemen die ze nodig achten. Art. 42.§ 1. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 oktober van het derde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement op basis van de criteria, vermeld in artikel 41, § 1, over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie voor de Vlaamse Erfgoedbibliotheek. De jaarlijkse werkingssubsidie wordt toegekend voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. § 2. De Vlaamse Regering sluit uiterlijk op 31 december van het jaar waarin ze een beslissing heeft genomen over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie, een beheersovereenkomst met de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, vermeld in artikel 38, § 1. Die beheersovereenkomst bepaalt de opdracht die de Vlaamse Gemeenschap geeft aan de Vlaamse Erfgoedbibliotheek. In de beheersovereenkomst wordt die opdracht vertaald naar doelstellingen en resultaatgebieden. Het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie wordt in die beheersovereenkomst opgenomen. De beheersovereenkomst wordt gesloten voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Art. 43.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure en het sluiten van de beheersovereenkomst. Afdeling IV. - Het subsidiëren van een samenwerkingsverband voor het beheer van de Archiefbank Vlaanderen Art. 44.§ 1. De Vlaamse Regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan een samenwerkingsverband van een representatieve groep van culturele archief-instellingen, ingedeeld bij het Vlaamse niveau, als vermeld in hoofdstuk II, afdeling IV, voor het beheer van de Archiefbank Vlaanderen. De Archiefbank Vlaanderen is een geautomatiseerd register van Vlaams privaat archivalisch cultureel-erfgoed, met als doel dat te vrijwaren en de publieksgerichte en wetenschappelijke valorisatie ervan te optimaliseren. In de Archiefbank Vlaanderen worden private archieven vermeld, voor zover de personen en instanties die er eigenaar van zijn dat wensen. De Archiefbank Vlaanderen is eigendom van de Vlaamse Gemeenschap. De databanken die in dat kader worden opgemaakt, zijn openbaar. § 2. De werkingssubsidie is een bijdrage in de loon- en werkingskosten van het samenwerkingsverband voor het beheer van Archiefbank Vlaanderen. De jaarlijkse werkingssubsidie bedraagt ten minste 270.000 euro. Art. 45.Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie moet het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 44, § 1, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° beschikken over een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstgevend doel;2° zijn zetel en zijn werking hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° een beleidsplan indienen voor de beleidsperiode.Het beleidsplan slaat op een periode van vijf jaar die begint op 1 januari van het vierde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het derde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement. Art. 46.§ 1. Een aanvraag voor een werkingssubsidie voor het beheer van de Archiefbank Vlaanderen wordt door de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon uiterlijk op 1 april van het derde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement ingediend. § 2. De aanvraag voor een werkingssubsidie bestaat uit een door het samenwerkingsverband goedgekeurd beleidsplan voor de beleidsperiode. Het beleidsplan bevat de missie en visie die het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 44, § 1, hanteert in zijn werking, bevat een omgevingsanalyse en beschrijft beknopt alle doelstellingen, werkmethodes en instrumenten om het doel van de Archiefbank Vlaanderen, vermeld in artikel 44, § 1, tweede lid, te verwezenlijken. Het beleidsplan bevat eveneens een meerjarenplanning en meerjarenbegroting. Art. 47.§ 1. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de bevoegde beoordelingscommissie, vermeld in artikel 82, onderzoeken de aanvraag voor een werkingssubsidie en toetsen het beleidsplan met het oog op het opstellen van een geïntegreerd advies aan de Vlaamse Regering over de toekenning en het bedrag van de werkingssubsidie, aan de volgende criteria : 1° de kwaliteit van het zakelijke beheer en van de organisatiestructuur van het samenwerkingsverband;2° de wijze waarop het samenwerkingsverband de Archiefbank Vlaanderen beheert;3° de kennis en expertise die het samenwerkingsverband bezit inzake registratie van private archieven.Het samenwerkingsverband hanteert hiervoor de algemeen aanvaarde internationale en desgevallend door de Vlaamse overheid opgelegde standaarden; 4° de wijze waarop het samenwerkingsverband vorming geeft over en sensibiliseert voor het beheer en de registratie van private archieven;5° de wijze waarop het samenwerkingsverband zich positioneert in internationale netwerken met het oog op het uitwisselen van informatie over private archieven;6° de wijze waarop communicatie en publieksinitiatieven worden opgezet om de zichtbaarheid van de private archieven in Vlaanderen te vergroten;7° de inspanningen inzake interculturaliteit op het vlak van programmering, participatie, personeelsbeleid en bestuur;8° de haalbaarheid en het realiteitsgehalte van de begroting. De Vlaamse Regering kan nadere specificaties van die criteria bepalen. § 2. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst en de beoordelingscommissie kunnen daarvoor alle initiatieven nemen die ze nodig achten. Art. 48.§ 1. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 oktober van het derde volledige jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement, op basis van de criteria, vermeld in artikel 47, § 1, over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie aan het samenwerkingsverband voor het beheer van de Archiefbank Vlaanderen, vermeld in artikel 44, § 1. § 2. De Vlaamse Regering sluit uiterlijk op 31 december van het jaar waarin ze een beslissing heeft genomen over de toekenning en het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie, een beheersovereenkomst met het samenwerkingsverband voor het beheer van de Archiefbank Vlaanderen. Het bedrag van de jaarlijkse werkingssubsidie wordt in die beheersovereenkomst opgenomen. De beheersovereenkomst wordt gesloten voor de beleidsperiode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Art. 49.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de aanvraag, de procedure en het sluiten van de beheersovereenkomst. Afdeling V. - Het subsidiëren van samenwerkingsverbanden met het oog op de versterking van de internationale profilering van kunstcollecties Art. 50.§ 1. De Vlaamse Regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie toekennen aan samenwerkingsverbanden oude en hedendaagse kunst met het oog op de versterking van de internationale positionering en profilering van de kunstcollecties. § 2. De werkingssubsidie wordt toegekend voor het geheel van de werking en is een bijdrage in de loon- en werkingskosten van het samenwerkingsverband. De jaarlijkse werkingssubsidie bedraagt ten minste 125.000 euro. Art. 51.Om in aanmerking te komen voor een werkingssubsidie, moet het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 50, § 1, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° beschikken over een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid zonder winstgevend doel;2° zijn zetel en zijn werking hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° een beleidsplan indienen voor de beleidsperiode.Het beleidsplan slaat op een periode van vijf jaar die begint op 1 januari van het laatste jaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op 31 december van het vierde volledige jaar van de volgende legislatuur van het Vlaams Parlement; 4° een samenwerkingsverband zijn van collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties waarvan de collecties thematisch bij elkaar aansluiten;5° een gespecialiseerde relevante expertise hebben ontwikkeld, die bijdraagt tot de versterking van de int …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.