← België

Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

In het kort

Dit besluit van de Waalse Regering regelt de productie en verkoop van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, met als doel de kwaliteit en traceerbaarheid van dit zaaizaad te waarborgen. Het zet Europese richtlijnen om in Waalse wetgeving.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
6 DECEMBER 2012. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen De Waalse Regering, Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, artikel 2, § 1, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1998 en 5 februari 1999; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 februari 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 09/02/2006 pub. 14/03/2006 numac 2006027042 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen type besluit van de waalse regering prom. 09/02/2006 pub. 14/03/2006 numac 2006027043 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van groentezaad en zaad van cichorei voor de industrie type besluit van de waalse regering prom. 09/02/2006 pub. 14/03/2006 numac 2006027041 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van zaad van groenvoedergewassen sluiten betreffende de productie en het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen; Gelet op het ministerieel besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/12/2001 pub. 06/03/2002 numac 2002016016 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement van zaaizaad van groenvoedergewassen type ministerieel besluit prom. 21/12/2001 pub. 06/03/2002 numac 2002016019 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement van zaaizaden van groenten en van cichorei voor de industrie sluiten tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement voor zaaizaad van groenvoedergewassen; Gelet op het overleg gepleegd op 10 november 2011 tussen de Gewestregeringen en de federale overheid, goedgekeurd op 25 januari 2012; Gelet op het advies 50.994/4 van de Raad van State, gegeven op 21 maart 2012, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definitie en toepassingsgebied Artikel 1.Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, gewijzigd bij de Richtlijnen 2002/68/EG van de Raad van 19 juli 2002, 2003/45/EG van de Commissie van 28 mei 2003, 2003/61/EG van de Raad van 18 juni 2003, 2004/117/EG van de Raad van 22 december 2004 en 2009/74/EG van de Commissie van 26 juni 2009, wordt bij dit besluit omgezet. Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° afzet : de verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, het aanbieden voor verkoop en iedere beschikbaarstelling, levering of overdracht van zaaizaad aan derden met het oog op commercieel gebruik, tegen of zonder vergoeding. Onder "in de handel brengen" wordt niet verstaan de handel in zaaizaad die niet is gericht op commercieel gebruik van het ras, zoals de volgende handelingen : a) beschikbaar stellen van zaaizaad van officiële onderzoeks- en controle-instanties;b) levering van zaaizaad aan verleners van diensten voor het bereiden of de verpakking, voor zover de verlener van diensten geen rechten op het geleverde zaaizaad verwerft. Onder "in de handel brengen" wordt ook niet verstaan de levering van zaaizaad onder bepaalde voorwaarden aan verleners van diensten voor de productie van bepaalde landbouwgrondstoffen voor industriële doeleinden, of voor vermeerdering van zaaizaad voor dat doel, voor zover de dienstverlener geen rechten op het geleverde zaaizaad of op de opbrengst van de oogst verwerft. De leverancier van zaaizaad verstrekt de Dienst een afschrift van de betrokken delen van het contract met de dienstverlener; daarin wordt vermeld aan welke normen en voorwaarden het verstrekte zaaizaad op dat moment voldoet. De modaliteiten voor de uitvoering van deze bepaling worden volgens de beslissingen van de Europese Unie vastgelegd door de Minister; 2° oliehoudende planten en vezelgewassen : planten van de volgende geslachten en soorten : a) Arachis hypogaea L, aardnoot; b) Brassica juncea (L.) Czern, bruine mosterd; c) Brassica napus L.(partim), koolzaad; d) Brassica nigra (L.) W.D.J. Koch, zwarte mosterd; e) Brassica rapa L.var. silvestris (Lam.) Briggs, raapzaad; f) Cannabis sativa L., hennep; g) Carthamus tinctorius L., saffloer; h) Carum carvi L., karwij; i) Glycine max (L.) Merr., soja; j) Gossypium spp., katoen; k) Helianthus annuus L., zonnebloem; l) Linum usitatissimum L., vezelvlas, oliehoudend vlas; m) Papaver somniferum L., blauwmaanzaad; n) Sinapis alba L., gele mosterd; 3° prebasiszaad : kwekerszaad van generaties die aan het basiszaad voorafgaan, dat is voortgebracht onder de verantwoordelijkheid van de kweker volgens de regels voor de stelselmatige instandhouding met betrekking tot het ras, dat door een tot keuring bevoegde dienst officieel is onderzocht en goedgekeurd volgens de voor de keuring van basiszaad geldende voorschriften;4° basiszaad (andere rassen dan hybriden) : zaad : a) dat is voortgebracht onder de verantwoordelijkheid van de kweker volgens de regels voor de stelselmatige instandhouding met betrekking tot het ras, in voorkomend geval uit prebasiszaad;b) dat is bestemd voor de voortbrenging van zaad, hetzij van de categorie "gecertificeerd zaad", hetzij van de categorieën "gecertificeerd zaad van de eerste vermeerdering" of "gecertificeerd zaad van de tweede vermeerdering" of "gecertificeerd zaad van de derde vermeerdering";c) dat, behoudens het bepaalde in artikel 6, voldoet aan de in de bijlagen 1 en 2 van dit besluit, voor basiszaad opgesomde voorwaarden, en;d) waarvan bij een officieel onderzoek of, in geval van de in bijlage 2 bedoelde voorwaarden, bij een officieel onderzoek of een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a), b) en c) vastgestelde voorwaarden voldoet. Voor zaad van vlas kan de productie van basiszaad gebeuren in één of twee vermeerderingscycli. In dit geval wordt de categorie basiszaad onderverdeeld in basiszaad E2 voor de eerste generatie afkomstig van prebasiszaad, en basiszaad E3 voor de tweede generatie vanaf prebasiszaad; 5° basiszaad (hybriden) : 1.Basiszaad van ingeteelde stammen : zaad : a) dat, behoudens het bepaalde in artikel 6, voldoet aan de in de bijlagen 1 en 2 voor basiszaad opgesomde voorwaarden en b) waarvan bij een officieel onderzoek of, in geval van de in bijlage 2 bedoelde voorwaarden, bij een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punt a) vastgestelde voorwaarden voldoet.2. Basiszaad van enkele hybriden : zaad : a) dat bestemd is voor de voortbrenging van drieweg-hybriden of dubbele hybriden, a) dat, behoudens het bepaalde in artikel 6, voldoet aan de in de bijlagen 1 en 2 voor basiszaad opgesomde voorwaarden en c) waarvan bij een officieel onderzoek of, in geval van de in bijlage 2 bedoelde voorwaarden, bij een officieel onderzoek of een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a), b) en c) vastgestelde voorwaarden voldoet;6° gecertificeerd zaad (raapzaad, sarepta - mosterd, koolzaad, bruine mosterd, tweehuizige hennep, saffloer, karwij, zonnebloem, blauwmaanzaad, gele mosterd) : zaad : a) dat rechtstreeks afkomstig is van basiszaad of, op verzoek van de kweker, van prebasiszaad;b) dat is bestemd voor het telen van planten van oliehoudende planten en vezelgewassen, met andere doeleinden dan de voortbrenging van zaaizaad;c) dat, behoudens het bepaalde in artikel 6, § 2, voldoet aan de in bijlagen 1 en 2 voor gecertificeerd zaad vastgestelde voorwaarden, en;d) waarvan bij een officieel onderzoek of bij een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a), b) en c) vastgestelde voorwaarden voldoet;7° gecertificeerd zaad van de eerste vermeerdering (aardnoten, eenhuizig hennep, vezelvlas, oliehoudend vlas, soja, katoen) : zaad : a) dat rechtstreeks afkomstig is van basiszaad of, op verzoek van de kweker, van prebasiszaad;b) dat is bestemd voor de voortbrenging van zaad van de categorie « gecertificeerd zaad van de tweede vermeerdering », dan wel, in voorkomend geval, van de categorie « gecertificeerd zaad van de derde vermeerdering », of voor het telen van oliehoudende planten en vezelgewassen met andere doeleinden dan de voortbrenging van zaaizaad;c) dat voldoet aan de in de bijlagen 1 en 2 voor gecertificeerd zaad opgesomde voorwaarden, en d) waarvan bij een officieel onderzoek of bij een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a), b) en c) vastgestelde voorwaarden voldoet;8° "Gecertificeerd zaad van de tweede vermeerdering" (aardnoten, vezelvlas, oliehoudend vlas, soja, katoen) : zaad : a) dat rechtstreeks afkomstig is van basiszaad, van gecertificeerd zaad van de eerste vermeerdering of, op verzoek van de kweker, van prebasiszaad;b) dat is bestemd voor het telen van oliehoudende planten en vezelgewassen met andere doeleinden dan de voortbrenging van zaaizaad, dan wel in voorkomend geval, voor het telen van de categorie « gecertificeerd zaad van de derde vermeerdering »;c) dat voldoet aan de in de bijlagen 1 en 2 voor gecertificeerd zaad opgesomde voorwaarden, en d) waarvan bij een officieel onderzoek of bij een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a), b) en c) vastgestelde voorwaarden voldoet;9° gecertificeerd zaad van de tweede vermeerdering (eenhuizige hennep) : zaad : a) dat rechtstreeks afkomstig is van gecertificeerd zaad van de eerste vermeerdering en dat inzonderheid met het oog op de voortbrenging van gecertificeerd zaad van de tweede vermeerdering is verkregen en officieel is gecontroleerd;b) dat bestemd is voor het telen van hennep die in de bloeitijd moet worden geoogst;c) dat voldoet aan de in de bijlagen 1 en 2 voor gecertificeerd zaad opgesomde voorwaarden, en d) waarvan bij een officieel onderzoek of bij een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a), b) en c) vastgestelde voorwaarden voldoet;10° gecertificeerd zaad van de derde vermeerdering (vezelvlas, oliehoudend vlas) : zaad : a) dat rechtstreeks afkomstig is van basiszaad, van gecertificeerd zaad van de eerste of tweede vermeerdering of, op verzoek van de kweker, van prebasiszaad;b) dat is bestemd voor het telen van planten van oliehoudende planten en vezelgewassen, met andere doeleinden dan de voortbrenging van zaaizaad;c) dat voldoet aan de in de bijlagen 1 en 2 voor gecertificeerd zaad opgesomde voorwaarden, en d) waarvan bij een officieel onderzoek of bij een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a), b) en c) vastgestelde voorwaarden voldoet;11° handelszaad : zaad : a) dat soortecht is;b) dat, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 6, § 2, voldoet aan de in bijlage 2 voor handelszaad opgesomde voorwaarden, en d) waarvan bij een officieel onderzoek of bij een onderzoek onder officieel toezicht is gebleken dat het aan de in punten a) en b) vastgestelde voorwaarden voldoet;12° mengras : een aan de certificeringsdienst gemeld mengsel van gecertificeerd zaad van een bepaalde bestuiverafhankelijke hybride die officieel is toegelaten overeenkomstig Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen, met gecertificeerd zaad van één of meer bepaalde, eveneens toegelaten, bestuivers, dat mechanisch is samengesteld in een verhouding, gezamenlijk bepaald door de personen die voor de instandhouding van deze componenten verantwoordelijk zijn;13° bestuiverafhankelijke hybride : de mannelijke steriele component in het « mengras » (vrouwelijke component);14° bestuiver(s) : de stuifmeel leverende component in « het mengras » (mannelijke component);15° derde land : land dat geen lid is van de Europese Unie;16° gemeenschappelijke rassenlijst : de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen vastgesteld bij de Richtlijn 2002/53/EEG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen;17° nationale catalogus : de nationale catalogus voor landbouwgewassen vastgesteld bij het koninklijk besluit van 8 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/07/2001 pub. 11/10/2001 numac 2001016251 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen sluiten betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen;18° ISTA (International Seed Testing Association) : internationaal orgaan dat de methodes inzake zaadbemonstering en -analyse bepaalt;19° Minister : de Minister die voor Landbouw bevoegd is;20° Dienst : de Directie Kwaliteit van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst, autoriteit die voor de certificering verantwoordelijk is. § 2. Overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie, kan de Minister wijzigingen aanbrengen in de rassenlijst bedoeld in § 1, 2°. § 3. Overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie kan de minister specificeren en bepalen welke typen rassen, met inbegrip van de kruisingspartners, in aanmerking komen voor keuring volgens de voorwaarden van dit besluit. § 4. Overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie kan de Minister wijzigingen aanbrengen in § 1, 4° en 5°, met het oog op de opneming in het toepassingsgebied van dit besluit van hybriden van oliehoudende planten en vezelgewassen, die niet tot de zonnebloemhybriden behoren. Art. 3.Dit besluit heeft betrekking op de productie met het oog op het in de handel brengen en het in de handel brengen binnen de Europese gemeenschap van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen dat voor landbouwproductie, met uitzondering van sierdoeleinden, bestemd is. Het geldt niet voor bietenzaad waarvan is aangetoond dat het bestemd is voor uitvoer naar derde landen indien het als dusdanig wordt geïdentificeerd en voor zover de bestemming kan worden aangetoond. Dit besluit wordt genomen onverminderd de federale bevoegdheden inzake fytosanitaire aangelegenheden en, inzonderheid, de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005022636 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen type koninklijk besluit prom. 10/08/2005 pub. 31/05/2016 numac 2016000333 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. HOOFDSTUK II. - De certificering en het in de handel brengen Art. 4.§ 1. Zaaizaad van de volgende planten mag alleen in de handel gebracht worden als het officieel goedgekeurd is als "prebasiszaad", "basiszaad" of "gecertificeerd zaad" : 1° Brassica L.(partim), koolzaad; 2° Brassica rapa L.var. silvestris (Lam.) Briggs, raapzaad; 3° Cannabis sativa L., hennep; 4° Carthamus tinctorius L., saffloer; 5° Carum carvi L., komijn; 6° Gossypium spp.katoen; 7° Helianthus annuus L., zonnebloem; 8° Linum usitatissimum L.partim), vezelvlas. § 2. Zaaizaad van andere soorten oliehoudende planten en vezelgewassen dan die welke opgesomd worden in § 1, mag alleen in de handel worden gebracht als het gaat om officieel goedgekeurd " prebasiszaad ", " basiszaad " of " gecertificeerd zaad ", of om handelszaad. § 3. Overeenkomstig de beslissingen van de Europese Unie kan de Minister voorschrijven dat zaad van andere soorten oliehoudende planten of vezelgewassen dan die welke worden opgesomd in § 1, met ingang van bepaalde data slechts in de handel mag worden gebracht, indien het officieel is goedgekeurd als « prebasiszaad », « basiszaad » of als « gecertificeerd zaad ». § 4. Zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen mag niet in de handel worden gebracht als het gaat om een soort die opgenomen is in de gemeenschappelijke rassenlijst of de nationale rassencatalogi. § 5. Zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen mag in de handel worden gebracht in de vorm van een mengras. De zaadcoating van de bestuiverafhankelijke hybride wordt anders gekleurd dan die van de bestuiver. Art. 5.In afwijking van artikel 4, is het in de handel brengen van niet-bewerkt zaad met het oog op het bereiden en de verpakking daarvan toegelaten, voor zover de identiteit ervan officieel gewaarborgd is. Art. 6.§ 1. Prebasis- en basiszaad dat niet voldoet aan de in bijlage 2 gestelde kiemkrachtvoorwaarden mogen, in afwijking van artikel 4, officieel gecertificeerd worden en in de handel worden gebracht op voorwaarde dat de leverancier een bepaalde kiemkracht waarborgt. Die kiemkracht wordt, voor het in de handel brengen, door de leverancier op een speciaal etiket samen met zijn naam en adres en het nummer van de partij vermeld. § 2. In het belang van een snelle zaadbevoorrading en in afwijking van artikel 4, mag zaad van de categorieën " basiszaad ", " gecertificeerd zaad " van alle aard of « handelszaad », waarvoor het officiële onderzoek in verband met de in bijlage 2 opgesomde voorwaarden met betrekking tot de kiemkracht nog niet voltooid is, officieel gecertificeerd of officieel toegelaten worden en in de handel gebracht worden tot en met de eerste commerciële afnemer. De certificering of de toelating geschiedt uitsluitend indien een verslag van de voorlopige analyse van het zaad wordt overgelegd en indien de naam en het adres van de eerste afnemer worden vermeld. De leverancier moet de kiemkracht waarborgen die vastgesteld is bij de voorlopige analyse. Voor het in de handel brengen wordt die kiemkracht op een speciaal etiket met de naam en het adres van de leverancier alsook het referentienummer van de partij vermeld. De leverancier verbindt zich ertoe de partij terug te nemen als de resultaten van het officiële onderzoek ongunstig zijn. § 3. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op zaad dat wordt ingevoerd uit derde landen, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 16 betreffende de vermeerdering buiten de Europese Unie. Art. 7.§ 1. In afwijking van artikel 4 kan de Dienst de op het Waalse grondgebied gevestigde producenten toestemming geven om kleine hoeveelheden zaad voor wetenschappelijke of selectiedoeleinden in de handel te brengen. In afwijking van artikel 4 kan de Dienst de op het Waalse grondgebied gevestigde producenten toestemming geven om hoeveelheden zaad die voor andere doeleinden (onderzoek of proefneming) geschikt zijn in de handel te brengen, voorzover het gaat om zaad van een ras waarvoor een aanvraag tot opneming in de nationale rassenlijst voor landbouwgewassen en groentegewassen is ingediend. De voorwaarden voor die toestemming worden uitvoerig beschreven in bijlage 6. Ze voldoen aan de bepalingen van Beschikking 2004/842/EG van de Commissie van 1 december 2004 tot vaststelling van uitvoeringsregels volgens welke de lidstaten toestemming kunnen geven voor het in de handel brengen van zaai- of pootgoed van rassen waarvoor de opname in de nationale rassenlijst voor landbouw- of groentegewassen is aangevraagd. § 3. In geval van genetisch gemodificeerd materiaal is de handel van het in de §§ 1 en 2 bedoelde zaad enkel toegestaan als het voldoet aan de voorwaarden van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten. Art. 8.De Minister kan, wat de inlandse productie betreft, voor de keuring van prebasiszaad, basiszaad en gecertificeerd zaad, alsook voor de toelating van handelszaad, strengere voorwaarden stellen dan die opgenomen in bijlagen 1 en 2. Art. 9.De voor de keuring eventueel vereiste beschrijving van de genealogische bestanddelen wordt, op verzoek van de kweker, geheim gehouden. Art. 10.§ 1. Prebasiszaad, basiszaad, gecertificeerd zaad en handelszaad mogen alleen in de handel gebracht worden in voldoende homogene partijen en in een gesloten verpakking, die overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 11 en 12, § 1, is voorzien van een sluitingssysteem en een aanduiding. § 2. De Dienst kan, met betrekking tot verpakking, sluitingssysteem en aanduiding, voorzien in afwijkingen van § 1 voor het in de handel brengen van kleine hoeveelheden ten behoeve van de laatste gebruiker. Art. 11.§ 1. Verpakkingen van prebasiszaad, basiszaad, gecertificeerd zaad en handelszaad zijn officieel of onder officieel toezicht gesloten zodat ze niet kunnen worden geopend zonder dat het sluitingssysteem wordt beschadigd of het in artikel 12, § 1, bedoelde officieel etiket of de verpakking sporen van manipulatie vertoont. Voor een goede sluiting moet ten minste het officiële etiket in het sluitingssysteem worden verwerkt ofwel moet op de sluiting een officiële zegel worden aangebracht. Deze maatregelen zijn echter niet beslist noodzakelijk voor een sluitingssysteem dat niet opnieuw kan worden gebruikt. § 2. Een, eventueel herhaalde, nieuwe sluiting mag slechts officieel of onder officieel toezicht geschieden. In dat geval wordt op het in de artikel 12, § 1, voorgeschreven etiket ook melding gemaakt van de laatste nieuwe sluiting, van de datum daarvan en van de dienst die haar heeft verricht. § 3. Afwijkingen van de bepalingen van § 1 voor kleine verpakkingen gesloten op het Waalse grondgebied zijn opgenomen in bijlage 7 sub 7.4. Art. 12.§ 1. Verpakkingen van prebasiszaad, basiszaad, gecertificeerd zaad en handelszaad : 1° zijn aan de buitenkant voorzien van een nog niet gebruikt officieel etiket dat voldoet aan de vereisten van bijlage 4 en waarvan de gegevens gesteld zijn in een van de officiële talen van de Europese Unie.De kleur van het etiket is wit met een diagonaal lopende paarse streep voor prebasiszaad, wit voor basiszaad, blauw voor gecertificeerd zaad van de eerste vermeerdering vanaf basiszaad, rood voor gecertificeerd zaad van volgende vermeerderingen vanaf basiszaad en bruin voor handelszaad. De kleur van het etiket is blauw met een diagonaal lopende groene streep voor gecertificeerd zaad van een mengras. Als in het etiket een gaatje is gemaakt, wordt bij de bevestiging van dat etiket steeds een officieel zegel gebruikt. Als, in het geval bedoeld in artikel 6, § 1, het basis- of maïszaad niet voldoet aan de voorwaarden van bijlage 2 met betrekking tot de kiemkracht, wordt dat op het etiket vermeld. Het gebruik van officiële kleefetiketten is toegestaan. Volgens de beslissingen van de Europese Unie mag worden toegestaan dat de voorgeschreven aanduidingen onder officieel toezicht onuitwisbaar op de verpakking worden aangebracht volgens het model van het etiket; 2° bevatten een officieel certificaat in de kleur van het etiket en met ten minste de gegevens die in bijlage 4, deel A, a), 4, 5 en 6, voor het etiket en, sub c), 2, 5 en 6, voor handelszaad, zijn voorgeschreven.Het certificaat heeft een zodanige vorm dat het niet kan worden verward met het onder 1° bedoelde etiket. Het certificaat is niet vereist als de gegevens onuitwisbaar op de verpakking zijn aangebracht of als overeenkomstig het bepaalde in punt 1° een kleefetiket of een etiket van scheurvrij materiaal is gebruikt. § 2. Desgevallend mits naleving van de beschikkingen van de Europese Unie, kan de Minister afwijkingen van § 1 toestaan voor kleine verpakkingen van basiszaad gesloten op het grondgebied van het Waalse Gewest. Art. 13.In andere gevallen dan die waarin dit besluit voorziet en overeenkomstig de beschikkingen van de Europese Unie kan de Minister voorschrijven dat de verpakkingen van basiszaad, van gecertificeerd zaad van alle categorieën of van handelszaad voorzien moeten zijn van een etiket van de leverancier (in de vorm van een apart etiket, naast het officiële etiket, of in de vorm van op de verpakking zelf gedrukte informatie van de leverancier). Welke gegevens op dat etiket moeten worden vermeld, wordt volgens de beschikkingen van de Europese Unie vastgesteld. Art. 14.Voor zaad van een ras dat genetisch is gemodificeerd, moet op elk officieel dan wel ander etiket of document dat krachtens het bepaalde in dit besluit op de partij zaad is aangebracht of deze partij vergezelt, duidelijk zijn vermeld dat het ras genetisch is gemodificeerd, onverminderd de bepalingen van voornoemd koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten. Art. 15.In geval van een chemische behandeling van het prebasiszaad, het basiszaad of het gecertificeerd zaad, moet hiervan op het officiële etiket dan wel op een etiket van de leverancier alsmede op of in de verpakking melding zijn gemaakt. Art. 16.§ 1. Zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen : 1° dat rechtstreeks afkomstig is van basiszaad of gecertificeerd zaad van eerste vermeerdering dat officieel is goedgekeurd in een of meer lidstaten of in een derde land dat krachtens artikel 17 gelijkstelling heeft verkregen, of dat rechtstreeks afkomstig is van kruising van basiszaad dat officieel is goedgekeurd in een lidstaat met basiszaad dat officieel is goedgekeurd in een dergelijk derde land en 2° dat in een andere lidstaat is geoogst; kan op verzoek en onverminderd de bepalingen van voornoemd koninklijk besluit van 8 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/07/2001 pub. 11/10/2001 numac 2001016251 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen sluiten officieel worden goedgekeurd als gecertificeerd zaad, wanneer het is onderworpen aan een veldkeuring die voldoet aan de in bijlage I voor de betrokken categorie vermelde voorwaarden en wanneer bij een officieel onderzoek is vastgesteld dat het voldoet aan de in bijlage 2 voor dezelfde categorie vastgestelde voorwaarden. Wanneer in dergelijke gevallen het zaad rechtstreeks is gewonnen uit officieel goedgekeurd zaad van vermeerderingen die aan het basiszaad voorafgaan, kan het officieel goedgekeurd worden als basiszaad, als voldaan is aan de voor deze categorie vastgestelde voorwaarden. § 2. Zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen dat in de Europese Unie is geoogst en bestemd is voor goedkeuring overeenkomstig het bepaalde in § 1, moet : 1° worden verpakt en voorzien van een officieel etiket dat voldoet aan de voorwaarden van bijlage 5, punten A en B, overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, § 1, en, 2° vergezeld zijn van een officieel document dat voldoet aan de voorwaarden van bijlage 5, punt C. De bepalingen van punt 1 inzake verpakking en etikettering behoeven niet te worden toegepast indien de voor de veldkeuring verantwoordelijke autoriteiten, de autoriteiten die de documenten voor niet definitief gecertificeerde zaden met het oog op certificering opstellen en de voor de certificering verantwoordelijke autoriteiten dezelfde zijn of indien deze autoriteiten het over de ontheffing eens zijn. § 3. Zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen geoogst in een derde land, wordt, op verzoek, officieel goedgekeurd als gecertificeerd zaad, wanneer : 1° het rechtstreeks afkomstig is van : a) basiszaad of gecertificeerd zaad van de eerste vermeerdering dat officieel is goedgekeurd in een of meerdere lidstaten of in een derde land dat krachtens artikel 17 gelijkstelling heeft verkregen, of b) van kruising van basiszaad dat officieel is goedgekeurd in een lidstaat met basiszaad dat officieel is goedgekeurd in een derde land bedoeld in punt a);2° het is onderworpen aan een veldkeuring die voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in een krachtens de bepalingen van voornoemde Richtlijn 2002/57/EG vastgestelde beschikking van de Raad van de Europese Unie betreffende de gelijkstelling;3° bij een officieel onderzoek is gebleken dat de in bijlage 2 voor dezelfde categorie vastgestelde voorwaarden zijn vervuld. Art. 17.§ 1. Zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen dat in een derde land is geoogst, mag enkel in de handel gebracht worden indien de Raad van de Europese Unie vooraf heeft vastgesteld dat het in dit land geoogste zaad dezelfde waarborgen biedt ten aanzien van de eigenschappen daarvan, alsmede van de toepassing van de maatregelen betreffende het onderzoek, de verzekering van de identiteit, de aanduiding en de controle, in dit opzicht gelijkwaardig is aan zaad dat in de Unie is geoogst en beantwoordt aan de bepalingen van voornoemde Richtlijn 2002/57/EG. § 2. De bepalingen van § 1 zijn ook toepasselijk op het zaaizaad dat werd geoogst in iedere nieuwe lidstaat gedurende de periode vanaf zijn toetreding tot het tijdstip waarop hij aan de bepalingen van de voormelde Richtlijn 2002/57/EG moet voldoen. Art. 18.§ 1. Ten einde tijdelijke moeilijkheden op te heffen die zich voordoen bij de algemene voorziening met basiszaad of in de Europese Unie gecertificeerd zaad en die niet op een andere manier kunnen worden overwonnen, kan de Dienst, mits hiertoe gemachtigd te zijn door de Europese Commissie, het zaad van een categorie waaraan minder strenge eisen zijn gesteld of zaad van rassen die noch in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen, noch in de nationale rassencatalogus voorkomen, tot de handel toelaten. Die goedkeuring betreft een bepaald tijdstip en heeft betrekking op de voor het oplossen van de voorzieningsmoeilijkheden nodige hoeveelheden zaad. § 2. Wanneer het een categorie zaad van een bepaald ras betreft, is het officiële etiket het etiket dat voor de overeenkomstige categorie is voorgeschreven. Voor zaad van rassen die niet op bovengenoemde lijsten voorkomen, is het officiële etiket hetgene dat voorzien is voor handelszaad. Op het etiket moet steeds worden vermeld dat het zaad betreft van een categorie waarvoor minder strenge eisen gelden. Art. 19.Overeenkomstig de beschikkingen van de Europese Unie kan de Minister, om wetenschappelijke of technische redenen, wegens administratieve vereenvoudiging of om het controlesyteem te verbeteren, het geheel of een deel van de bijlagen opheffen, aanvullen of vervangen. HOOFDSTUK III. - De keuring Art. 20.De Dienst is belast met de uitvoering, volgens de procedures en definities opgenomen in bijlage 7, van de keuring van de productie van inheems zaad. Deze controle omvat o.a. : 1° het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de aanvragen tot keuring van teelten bestemd voor de productie van zaaizaad;2° de keuring van het gewas op het veld;3° het toezicht op de geoogste producten bij het vervoer, de inontvangstname, het opslaan, het bereiden en het conditioneren;4° onderzoek in laboratoria;5° het toezicht op het verrichten van de officiële sluitingen en het aanbrengen van officiële etiketten en certificaten, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 10, 11, 12 en 13.6° de controle op de veldkeuringen, monsternemingen en onderzoeken in laboratoria onder officieel toezicht die vermeld zijn in artikel 21. Art. 21.§ 1. Wanneer de onderzoeken onder officieel toezicht bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, d, in artikel 2, § 1, 5°, 1, b, in artikel 2, § 1, 5°, 2, c, in artikel 2, § 1, 6°, d, in artikel 2, § 1, 7°, d, in artikel 2, § 1, 8°, d, in artikel 2, § 1, 9°, d, in artikel 2, § 1, 10°, d en § 1, 11°, c, worden verricht, moeten de volgende voorwaarden voor veldkeuringen worden nageleefd : 1° de keurmeesters : a) beschikken over de nodige technische vakbekwaamheid, bevestigd op grond van officiële examens die georganiseerd worden door de Dienst of door andere officiële keuringsdiensten, en verworven in het kader van opleidingscursussen die georganisserd worden door de Dienst of door andere officiële keuringsdiensten. De opleiding van een officieel erkende nieuwe keurder wordt georganiseerd over de duur van een veldkeuringscampagne. - Ze bestaat uit twee gedeelten : een theoretisch gedeelte betreffende de inhoud van de wetgeving, het administratief beheer van de keuringen, de waarnemingsnormen en -technieken, en een praktisch gedeelte, met name een technische opleiding op het keuringsveld en de opvolging van veldkeuringen van productiepercelen door een officiële keurder. De officieel erkende keurder moet elke door de Dienst georganiseerde informatiedag m.b.t. veldkeuringen volgen als ze georganiseerd worden. Hij moet ook deelnemen aan de keuringsveldbezoeken. b) halen geen persoonlijk voordeel uit de door hen uitgevoerde keuringen;c) zijn officieel erkend door de Dienst.Dat houdt in dat ze een verklaring hebben ondertekend waarbij zij ertoe verbinden de regels voor officiële onderzoeken in acht te nemen en regelmatig een bijscholingscursus te volgen tijdens door de Dienst georganiseerde informatiedagen. De erkenning wordt jaarlijks verleend voor het ras of de rassen waarvoor de technische bekwaamheid bewezen is. Ze geldt van 1 januari tot 31 december. Onverminderd de toepassing van de maatregelen vermeld in 5°, wordt de erkenning stilzwijgend verlengd van jaar tot jaar; d) voeren de keuringen onder officieel toezicht uit overeenkomstig de regels die voor officiële keuringen gelden;e) geven de Dienst binnen vijf dagen na de dag van de vaststelling kennis van de waarnemingen gedaan op het veld.De Dienst is verantwoordelijk voor de toekenning van de voorlopige indeling op basis van de waarnemingen van de officieel erkende keurder. 2° het te keuren zaadgewas wordt geproduceerd uit zaad waarop een officiële nacontrole is uitgevoerd waarvan de resultaten bevredigend waren;3° een gedeelte van het zaad wordt door officiële keurmeesters gecontroleerd.Dat gedeelte is minstens gelijk aan 5 %; 4° een gedeelte van de monsters van het van de zaadgewassen geoogste zaad wordt gebruikt voor officiële nacontrole en, zo nodig, voor officiële laboratoriumtesten om de rasechtheid en -zuiverheid van het zaad te controleren;5° als de Dienst administratieve nalatigheden (onvolledige, onnauwkeurige of buiten de voorgeschreven termijnen ingediende documenten) bij een officieel erkende keurder vaststelt, stuurt hij hem een waarschuwing.Als een keurder drie schriftelijke waarschuwingen toegestuurd krijgt tijdens twee opeenvolgende teeltseizoenen zonder voldoend geachte uitleg, wordt zijn erkenning door de Dienst ingetrokken; 6° als de Dienst een technische nalatigheid vaststelt, krijgt de officieel erkende keurder een schriftelijke waarschuwing waarbij hij gewezen wordt op de vastgestelde nalatigheid en op de opschorting van zijn erkenning. De opschorting van de erkenning wordt opgeheven als de keurder een bijscholingscursus gevolgd heeft en geslaagd is voor een officieel examen dat door de Dienst georganiseerd wordt. De opschorting duurt niet langer dan drie jaar; zoniet wordt de erkenning ingetrokken door de Dienst. In dit geval wordt de certificering van de onderzochte gewassen, wat de betrokken teeltcampagne betreft, nietig verklaard, tenzij kan worden aangetoond dat dat zaad nog steeds aan alle eisen ter zake voldoet; 7° als de Dienst ertoe gebracht wordt de erkenning van een officieel erkende keurder in te trekken, waarschuwt hij hem bij aangetekend schrijven en geeft hij hem kennis van de elementen die de beslissing motiveren.Als de beslissing tot intrekking van de erkenning door de officieel erkende keurder aangevochten wordt, kan hij bij de Inspecteur-generaal van het Departement Ontwikkeling van het « D.G.A.R.N.E. » een administratief beroep indienen binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het schrijven waarbij de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld hem ter kennis is gebracht. Het administratief beroep moet de verweermiddelen van de officieel erkende keurder vermelden. De Inspecteur-generaal neemt een beslissing die bij aangetekend schrijven aan de betrokkene wordt meegedeeld. § 2. Bij de uitoefening van de controle van de rassen, bij het onderzoek van het zaad met het oog op de certificering en bij het onderzoek van het handelszaad bedoeld in artikel 2 § 1, 4°, d, in artikel 2, § 1, 5°, 1, b, in artikel 2, § 1, 5°, 2, c, in artikel 2, § 1, 6°, d, in artikel 2, § 1, 7°, d, in artikel 2, § 1, 8°, d, in artikel 2, § 1, 9°, d, in artikel 2, § 1, 10°, d en § 1, 11°, c, geschiedt de bemonstering officieel of onder officieel toezicht. De monsterneming met het oog op controles overeenkomstig artikel 22 wordt officieel uitgevoerd. De monsters worden op homogene partijen genomen volgens de gebruikelijke internationale methoden of bij ontstentenis hiervan, volgens de methoden die door de Minister worden vastgesteld. Het maximumgewicht van een partij en het minimumgewicht van een monster worden in bijlage 3 vermeld. Voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel wordt onder een homogene partij verstaan een hoeveelheid zaad die een eenheid vormt en waarvan aangenomen wordt dat ze uniforme kenmerken heeft. De bemonstering onder officieel toezicht moet voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de monsternemers : a) hebben de nodige technische kwalificatie verworven in het kader van een opleidingscursus.De Dienst organiseert opleidingen i.v.m. de wetgeving, het administratieve beheer van de monsters en de bemonsteringsnormen en -technieken. De erkenning vermeld onder c) wordt pas door de Dienst verleend nadat hij de goede kennis van de theoretische en praktische elementen die nodig zijn om monsters te nemen via geschikte proeven heeft kunnen vaststellen; b) halen geen persoonlijk voordeel uit de bemonstering;c) zijn hetzij zelfstandige natuurlijke personen, hetzij personen tewerkgesteld door natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan de activiteiten niet gericht zijn op de productie, de teelt, de behandeling of het in handel brengen van zaad, hetzij personen tewerkgesteld door natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan de activiteiten gericht zijn op de productie, de teelt, de behandeling of het in handel brengen van zaad.In dit geval mag een monsternemer enkel monsters nemen op zaadpartijen geproduceerd op naam van zijn werkgever, behoudens andersluidende beschikkingen overeengekomen tussen zijn werkgever, de aanvrager van een certificering en de Dienst; d) zijn officieel erkend door de Dienst.Die erkenning houdt in dat ze een verklaring hebben ondertekend waarbij zij ertoe verbinden de regels voor officiële onderzoeken in acht te nemen en regelmatig een bijscholingscursus te volgen tijdens door de Dienst georganiseerde informatiedagen. De erkenning wordt per soort verleend en geldt van 1 januari tot 31 december. De erkenning wordt jaar na jaar stilzwijgend verlengd zolang de gestelde voorwaarden vervuld zijn. De erkenning wordt ingetrokken wanneer de gestelde voorwaarden niet meer vervuld zijn; 2° het werk van monsternemers is onderworpen aan een door de Dienst uitgevoerde geschikte controle.In geval van automatische bemonstering voldoet het bemonsteringstoestel aan de voorschriften van de « ISTA » en is het door de Dienst erkend. Een officieel erkende monsternemer is verantwoordelijk voor zijn werking; 3° met het oog op de controle bedoeld in 2° maakt een deel van de zaadpartijen voorgesteld voor de officiële certificering het voorwerp uit van een controleproef door officiële monsternemers van zaad.Dat deel wordt uit principe zo evenredig mogelijk verdeeld onder de natuurlijke en rechtspersonen die zaad voorstellen met het oog op certificering en onder de voorgestelde soorten; het kan ook tot doel hebben sommige twijfels weg te werken. Dat deel bedraagt minstens 5 %. Die controleproeven zijn niet van toepassing op de automatische monsterneming. De Dienst vergelijkt de officiële afgenomen zaadmonsters met die van dezelfde partij die onder officieel toezicht werden afgenomen; 4° met het oog op de controle bedoeld in 2° verricht de Dienst audits van de bemonsteringsactiviteiten volgens de modaliteiten die hij bepaalt;5° als de Dienst nalatigheden vaststelt bij de officieel erkende monsternemer, wordt hem een schriftelijke waarschuwing toegestuurd. Als nalatigheden worden beschouwd : a) de non-conformiteiten opgespoord tijdens de audit bedoeld in 4° ;b) herhaalde administratieve nalatigheden (onvolledige, onnauwkeurige of buiten de voorgeschreven termijnen ingediende documenten);c) de resultaten buiten tolerantie na vergelijking van de controleproeven bedoeld in 3°. De officieel erkende monsternemer zet orde op zaken binnen een met de Dienst overeengekomen termijn. Als de rechtzetting niet binnen de overeengekomen termijn geschiedt, wordt de erkenning opgeschort. Bij gebrek aan rechtzetting binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de vervaldatum van de overeengekomen termijn, wordt de erkenning ingetrokken door de Dienst. In dit geval wordt de certificering van het afgenomen zaad nietig verklaard, tenzij kan worden aangetoond dat dat zaad nog steeds aan alle eisen terzake voldoet. 6° als de Dienst ertoe gebracht wordt de erkenning van een officieel erkende keurder in te trekken, waarschuwt hij hem bij aangetekend schrijven en geeft hij hem kennis van de elementen die de beslissing motiveren.Als de beslissing tot intrekking van de erkenning door de officieel erkende keurder aangevochten wordt, kan hij bij de Inspecteur-generaal van het Departement Ontwikkeling van het « D.G.A.R.N.E. » een administratief beroep indienen binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het schrijven waarbij de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld hem ter kennis is gebracht. Het administratief beroep moet de verweermiddelen van de officieel erkende keurder vermelden. De Inspecteur-generaal neemt een beslissing die bij aangetekend schrijven aan de betrokkene wordt meegedeeld. 7° overeenkomstig de beslissingen van de Europese Unie kan de Minister andere maatregelen nemen voor de bemonsteringen van zaad onder officieel toezicht. § 3. De officiële onderzoeken of onderzoeken onder officieel toezicht bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, d, in artikel 2, § 1, 5°, 1, b, in artikel 2, § 1, 5°, 2, , in artikel 2, § 1, 6°, d, in artikel 2, § 1, 7°, d, in artikel 2, § 1, 8°, d, in artikel 2, § 1, 9°, d, in artikel 2, § 1, 10°, d en § 1, 11°, c, vinden plaats volgens de gebruikelijke internationale methoden of bij ontstentenis hiervan, volgens de methoden die door de Minister worden vastgesteld. Het zaadonderzoek onder officieel toezicht voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° het laboratorium : beschikt over een hoofdanalist die rechtstreeks verantwoordelijk is voor de technische verrichtingen en die de vereiste bekwaamheden heeft voor het technisch beheer van een dergelijk laboratorium.De zaadanalisten van het laboratorium hebben de nodige technische kwalificatie verworven in het kader van opleidingscursussen die door de Dienst georganiseerd worden. Die opleidingen bestaan uit een theoretisch gedeelte betreffende de inhoud van de wetgeving, het administratief beheer van de onderzoeksaanvragen, de onderzoeksnormen en -technieken, alsook uit een praktisch gedeelte gericht op het onderzoek van partijen. De erkenning vermeld onder c) wordt pas door de Dienst verleend nadat hij de goede kennis van de theoretische en praktische elementen die nodig zijn om monsters te nemen via geschikte proeven heeft kunnen vaststellen. Het laboratorium mag een beroep doen op niet officieel gekwalificeerd personeel voor de uitvoering van het geheel of een deel van de onderzoeken waarvoor een erkenning vereist wordt. In dat geval moet het laboratorium het bewijs leveren : van een opleiding van dat personeel, van een interne bevoegdheidsvalidatie, een voortdurende opvolging van de kwaliteit van de vervulde taken en een begeleiding door gekwalificeerd personeel. De onderzoeksactiviteiten van het voortdurend of tijdelijk tewerkgestelde personeel zijn het voorwerp van een totale traceerbaarheid. Het laboratorium is gevestigd in lokalen en voorzien van uitrustingen die door de Dienst officieel beschouwd zijn als voldoende voor het zaadonderzoek, in het toepassingsgebied van de goedkeuring; b) is hetzij een zelfstandig laboratorium, hetzij een laboratorium dat aan een zaadbedrijf toebehoort.Indien het laboratorium toebehoort aan een zaadbedrijf, mag het enkel zaadproeven uitvoeren op partijen die geproduceerd worden in naam van het zaadbedrijf waaraan het toebehoort, behoudens andersluidende bepalingen overeengekomen tussen genoemd bedrijf, de aanvrager van de certificering en de Dienst; c) is officieel door de Dienst erkend volgens de modaliteiten die hij bepaalt.De erkenning bevat een door de onderzoeker ondertekende verklaring waarbij hij zich ertoe verbindt te voldoen aan de regels inzake officiële onderzoeken. De hoofdonderzoeker van het laboratorium verbindt zich ertoe de monsters en onderzoeksresultaten gedurende minstens drie jaar te boekhouden overeenkomstig de gebruikelijke internationale regels, zoals de regels bekendgemaakt door « ISTA », en de monsters gedurende minstens één jaar ter beschikking van de Dienst te stellen, te rekenen vanaf de einddatum van de onderzoeken. De erkenning wordt per soort verleend en geldt van 1 januari tot 31 december. De erkenning wordt echter jaar na jaar stilzwijgend verlengd zolang de gestelde voorwaarden vervuld zijn. De erkenning wordt ingetrokken wanneer de opgelegde voorwaarden niet meer vervuld zijn. 2° de door het laboratorium uitgevoerde zaadonderzoeken worden onderworpen aan een gepaste controle van de Dienst;3° met het oog op de in 2° bedoelde controle maakt een bepaald deel van de zaadpartijen voorgesteld voor de officiële certificering het voorwerp uit van een controleonderzoek in de vorm van een officieel onderzoek van zaad.Dat deel wordt uit principe zo evenredig mogelijk verdeeld onder de natuurlijke en rechtspersonen die zaad voorstellen met het oog op certificering en onder de voorgestelde soorten; het kan ook tot doel hebben sommige twijfels weg te werken. Dat deel bedraagt minstens 5 %; 4° met het oog op de controle bedoeld in 2° verricht de Dienst audits van de activiteiten van het laboratorium volgens de modaliteiten die hij bepaalt;5° als de Dienst nalatigheden vaststelt in de activiteiten van het laboratorium, wordt een schriftelijke waarschuwing aan de hoofdonderzoeker gericht. Als nalatigheden worden beschouwd : a) de non-conformiteiten opgespoord tijdens de audit bedoeld in 4° ;b) herhaalde administratieve nalatigheden (onvolledige, onnauwkeurige of buiten de voorgeschreven termijnen ingediende documenten);c) de resultaten buiten tolerantie na vergelijking van de controleproeven bedoeld in 3°. De officieel erkende monsternemer zet orde op zaken binnen een met de Dienst overeengekomen termijn. Als de rechtzetting niet binnen de overeengekomen termijn geschiedt, wordt de erkenning opgeschort. Bij gebrek aan rechtzetting binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de vervaldatum van de overeengekomen termijn, wordt de erkenning ingetrokken door de Dienst. In dit geval wordt de certificering van het onderzochte zaad nietig verklaard, tenzij kan worden aangetoond dat dat zaad nog steeds aan alle eisen ter zake voldoet. 6° als de Dienst ertoe gebracht wordt de erkenning van een officieel erkend laboratorium in te trekken, waarschuwt hij het bij aangetekend schrijven en geeft het hem kennis van de elementen die de beslissing motiveren.Als de beslissing tot intrekking van de erkenning door de officieel erkende laboratorium aangevochten wordt, kan het bij de Inspecteur-generaal van het Departement Ontwikkeling van het « D.G.A.R.N.E. » een administratief beroep indienen binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het schrijven waarbij de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld hem ter kennis is gebracht. Het administratief beroep moet de verweermiddelen van het officieel erkende laboratorium vermelden. De Inspecteur-generaal neemt een beslissing die bij aangetekend schrijven aan de betrokkene wordt meegedeeld. Art. 22.§ 1. Door officiële steekproeven wordt nagegaan of het in de handel gebrachte zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen voldoet aan de in dit besluit gestelde voorwaarden. § 2. Onverminderd het vrije verkeer van zaad binnen de Europese Unie wordt de Dienst bij het in de handel brengen van uit derde landen ingevoerde hoeveelheden zaad van meer dan 2 kg in kennis gesteld van de volgende gegevens : 1° de soort : 2° het ras;3° de categorie;4° het land van productie en de officiële controledienst, 5° land van verzending;6° de invoerder;7° de hoeveelheden betrokken zaad. Art. 23.§ 1. Om rekening te houden met de ontwikkelingen op de volgende gebieden, en volgens beslissingen van de instellingen van de Europese Unie, kan de Minister specifieke voorwaarden vaststellen : 1° waaronder chemisch behandeld zaad in de handel mag worden gebracht;2° waaronder zaad in de handel mag worden gebracht in verband met de instandhouding in situ en het duurzaam gebruik van plantaardige genetische hulpbronnen, met inbegrip van zaadmengsels van soorten waaronder ook soorten die zijn opgenomen in artikel 1 van Richtlijn 2002/53/EG en die worden geassocieerd met specifieke natuurlijke en seminatuurlijke habitats en worden bedreigd door genetische erosie;3° waaronder voor de biologische teelt geschikt zaad in de handel mag worden gebracht. § 2. De in § 1 bedoelde voorwaarden omvatten met name de volgende punten : 1° in § 1, 2°, is het zaad van deze soorten van een gekende herkomst die door de Minister goedgekeurd is, 2° in § 1, 2°, geschikte kwantitatieve beperkingen. Art. 24.De facturen, contracten, catalogi, verkoopoffertes en andere gelijksoortige documenten moeten, naargelang het geval, voorzien zijn van de aanduidingen voorgeschreven in bijlage 4, A, a), 5, 6, 7 en 10, of d), 2, 6, 7 en 9. Art. 25.De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt. De bepalingen van het koninklijk besluit van 7 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2001 pub. 26/07/2001 numac 2001016169 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld bij artikel 10 van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt type koninklijk besluit prom. 07/05/2001 pub. 26/07/2001 numac 2001016168 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld bij artikel 5bis van de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen sluiten betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 10 van genoemde wet, zijn ook van toepassing. Voor de toepassing van dit besluit is de aangewezen bevoegde ambtenaar de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst en, bij diens verhindering, de ambtenaar die hem vervangt. Art. 26.De termijn waarin de in artikel 6 van genoemde wet van 11 juli 1969 bedoelde overheidspersonen krachtens artikel 13 van die wet de bij dit besluit gereglementeerde producten bij administratieve maatregel voorlopig in beslag mogen nemen, is vastgesteld op drie maanden. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 27.Het besluit van de Waalse Regering van 9 februari 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 09/02/2006 pub. 14/03/2006 numac 2006027042 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen type besluit van de waalse regering prom. 09/02/2006 pub. 14/03/2006 numac 2006027043 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van groentezaad en zaad van cichorei voor de industrie type besluit van de waalse regering prom. 09/02/2006 pub. 14/03/2006 numac 2006027041 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de productie en het in de handel brengen van zaad van groenvoedergewassen sluiten betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 16 april 2010 tot wijziging van de besluiten van de Waalse Regering van 9 februari 2006 betreffende de productie en het in de handel brengen van zaaigranen, zaad van groenvoedergewassen, zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, groentezaad en zaad van cichorei voor de industrie, wordt opgeheven. Art. 28.Het ministerieel besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/12/2001 pub. 06/03/2002 numac 2002016016 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement van zaaizaad van groenvoedergewassen type ministerieel besluit prom. 21/12/2001 pub. 06/03/2002 numac 2002016019 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement van zaaizaden van groenten en van cichorei voor de industrie sluiten tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement voor zaaizaad van groenvoedergewassen wordt opgeheven. Art. 29.De Minister bevoegd voor Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 6 december 2012. De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO BIJLAGE 1 VOORWAARDEN WAARAAN HET GEWAS MOET VOLDOEN 1. Op het perceel mag geen voorvrucht zijn verbouwd die zich niet verdraagt met de productie van zaaizaad van de soort en het ras van het betrokken gewas.Het perceel moet ook voldoende vrij zijn van opslag van de voorvrucht. In het geval van hybriden van Brassica napus moet het gewas geteeld worden op percelen waar sedert vijf jaar geen planten van Brassicaceae (Cruciferae) meer zijn geteeld. 2. Het gewas voldoet aan de onderstaande normen betreffende de afstand tot dicht in de buurt gelegen bestuivingsbronnen die tot ongewenste kruisbestuiving kunnen leiden : Gewas Minimum afstand Andere Brassica-soorten dan Brassica napus, andere Cannabis sativa dan éénhuizige hennep;Carthamus tinctorius; Carum carvi; Sinapis alba: - voor de productie van basiszaad 400 m - voor de productie van gecertificeerd zaad 200 m Brassica napus : - voor de productie van basiszaad van andere rassen dan hybriden 200 m - voor de productie van basiszaad van hybriden 500 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van andere rassen dan hybriden 100 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriden 300 m Cannabis sativa, eenhuizige Cannabis sativa : - voor de productie van basiszaad 5000 m - voor de productie van gecertificeerd zaad 1000 m Helianthus annuus : - voor de productie van basiszaad van hybriden 1500 m - voor de productie van basiszaad van andere rassen dan hybriden 750 m - voor de productie van gecertificeerd zaad 500 m Gossypium hirsutum en/of Gossypium barbadense : - voor de productie van basiszaad van Gossypium hirsutum 100 m - voor de productie van basiszaad van Gossypium barbadense 200 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van niet-hybride soorten en intraspecifieke hybriden van Gossypium hirsutum, geproduceerd zonder cytoplasmatische mannelijke steriliteit (CMS) 30 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van intraspecifieke hybriden van Gossypium hirsutum, geproduceerd met CMS 800 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van niet-hybride soorten en intraspecifieke hybriden van Gossypium barbadense, geproduceerd zonder CMS 150 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van intraspecifieke hybriden van Gossypium barbadense, geproduceerd met CMS 800 m - voor de productie van basiszaad van stabiele interspecifieke hybriden van Gossypium hirsutum en Gossypium barbadense 200 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van stabiele interspecifieke hybriden van Gossypium hirsutum en Gossypium barbadenseen hybriden geproduceerd zonder CMS 150 m - voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriden van Gossypium hirsutumen Gossypium barbadense geproduceerd met CMS 800 m Deze afstanden hoeven niet in acht te worden genomen als er voldoende bescherming tegen ongewenste kruisbestuiving aanwezig is. 3. Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn;een gewas van een ingeteelde stam moet voldoende echt en zuiver zijn met betrekking tot zijn eigenschappen. Bij de productie van zaad van hybriderassen zijn de bovenstaande bepalingen ook van toepassing op de eigenschappen van de kruisingspartners, inclusief mannelijke steriliteit of herstel van de fertiliteit. In het bijzonder moeten gewassen van Brassica juncea, Brassica nigra, Cannabis sativa, Carthamus tinctorius, Carum carvi, Gossypium spp., Linum usitatissimun L. en hybriden van Helianthus annuus en Brassica napus aan de volgende andere normen en voorwaarden voldoen: A. Brassica juncea, Brassica nigra, Cannabis sativa, Carthamus tinctorius, Carum carvi en Gossypium spp. andere dan hybriden : Het aantal planten van deze soorten dat duidelijk niet tot het betrokken ras behoort, mag niet meer bedragen dan : - 1 per 30 m2 voor de productie van basiszaad; - 1 per 10 m2 voor de productie van gecertificeerd zaad. B. Hybriden van Helianthus annuus: a) het percentage aan planten die duidelijk niet tot de ingeteelde stam of de kruisingspartner behoren, mag niet meer bedragen dan: aa) voor de productie van basiszaad : i) ingeteelde stammen : 0,2 % ii) enkele hybriden : - mannelijke kruisingspartner, planten die stuifmeel hebben afgegeven wanneer : 2 % of meer van de vrouwelijke planten bevrucht kan worden : 0,2 % - vrouwelijke kruisingspartner : 0,5 % bb) voor de productie van gecertificeerd zaad : - mannelijke kruisingspartner, planten die stuifmeel hebben afgegeven wanneer 5 % of meer van de vrouwelijke planten bevrucht kan worden : 0,5 % - vrouwelijke kruisingspartner: 1,0 %;b) vo …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.