📄 Wettekst
25 DECEMBER 2016. - Wet tot omzetting van richtlijn 2014/91/EU en houdende diverse bepalingen (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : DEEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet heeft voornamelijk de gedeeltelijke omzetting tot doel van Richtlijn 2014/91/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) wat bewaartaken, beloningsbeleid en sancties betreft.
DEEL II. - Bepalingen tot wijziging van de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
18/02/2015
numac
2015000044
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen HOOFDSTUK 1. - Definities Art. 3.In artikel 3 van de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
18/02/2015
numac
2015000044
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003195
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
14/05/2014
numac
2014009199
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een bepaling onder 15° /1 ingevoegd, luidende : "15° /1 "financieel instrument" : een financieel instrument, zoals gedefinieerd in artikel 2, 1°, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
05/09/2002
numac
2002009809
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis
sluiten";2° er wordt een bepaling onder 20° /1 ingevoegd, luidende : "20° /1 "leidinggevend orgaan" : (a) het wettelijk bestuursorgaan, of (b), in voorkomend geval, het directiecomité, als er één is aangesteld, of (c), in het geval van een Europese vennootschap die volgens het dualistische stelsel wordt bestuurd, de directieraad.De in deze wet opgenomen voorschriften met betrekking tot het leidinggevend orgaan of het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie zijn eveneens of in plaats daarvan van toepassing op de leden van andere organen van de beheervennootschap, de beleggingsvennootschap of de depositaris die op grond van de wet respectievelijk bevoegd zijn;"; 3° er wordt een bepaling onder 49° /1 ingevoegd, luidende : "49° /1 "Richtlijn 98/26/EG" : Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen."; 4° er wordt een bepaling onder 57° /1 ingevoegd, luidende : "57° /1 "Richtlijn 2006/73/EG" : de Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn;"; 5° er wordt een bepaling onder 61° /1 ingevoegd, luidende : "61° /1 "Richtlijn 2013/34/EU" : de Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;". HOOFDSTUK 2. - Bewaarder Art. 4.In artikel 50 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003195
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
14/05/2014
numac
2014009199
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Een instelling voor collectieve belegging moet over één enkele bewaarder beschikken.
De benoeming van de bewaarder wordt schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst.
In die overeenkomst wordt onder meer de uitwisseling van informatie geregeld die noodzakelijk wordt geacht om de bewaarder in staat te stellen zijn taken met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging waarvoor hij als bewaarder is benoemd, uit te voeren, zoals bepaald in deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen."; 2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : "De in het eerste lid bedoelde beursvennootschappen en buitenlandse beleggingsondernemingen dienen aan de volgende minimumvereisten te voldoen : 1° zij beschikken over de infrastructuur die nodig is om financiële instrumenten in bewaring te nemen die kunnen worden geregistreerd op een financiële-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder;2° zij stellen een passend beleid en passende procedures vast om te garanderen dat zij, inclusief hun bestuurders en werknemers, de verplichtingen nakomen die, krachtens deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, voor hen gelden;3° zij hanteren en handhaven doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen, met als doel alle redelijke maatregelen te kunnen nemen om belangenconflicten te voorkomen;4° zij zorgen ervoor dat, over alle door hun verrichte diensten en transacties, gegevens worden bijgehouden die voldoende zijn om de bevoegde autoriteit in staat te stellen haar toezichtstaken en de in deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen voorziene handhavingsacties uit te voeren;5° zij ondernemen redelijke stappen om te zorgen voor continuïteit en regelmaat bij de uitvoering van hun bewaartaken door gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures, mede om hun bewaartaken uit te voeren;en 6° hun leidinggevende organen beschikken in hun geheel genomen over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om inzicht te hebben in de bedrijfsactiviteiten van de bewaarder, met inbegrip van de voornaamste risico's waaraan deze is blootgesteld." 3° een paragraaf 3 wordt ingevoegd, luidende : " § 3.De personen die de bewaarder vertegenwoordigen of in feite het beleid van de bewaarder bepalen, dienen over voldoende ervaring te beschikken, in het bijzonder met betrekking tot het type van instelling voor collectieve belegging.". Art. 5.In artikel 51 van dezelfde wet wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende : "De opdracht van de bewaarder kan slechts worden beëindigd wanneer de FSMA haar goedkeuring heeft verleend aan de vervanging van de bewaarder of wanneer de instelling voor collectieve belegging niet langer op de lijst bedoeld in artikel 33 is ingeschreven.". Art. 6.In dezelfde wet wordt een artikel 51/1 ingevoegd, luidende : "Art. 51/1.§ 1. De bewaarder moet : 1° zich ervan vergewissen dat de activa in bewaring overeenstemmen met de activa vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging;2° zich ervan vergewissen dat het aantal rechten van deelneming in omloop vermeld in zijn boekhouding overeenstemt met het aantal rechten van deelneming in omloop zoals vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging;3° zich ervan vergewissen dat de verkoop, de uitgifte, de inkoop, de terugbetaling en de intrekking van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging geschieden in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, met het beheerreglement of de statuten en met het prospectus;4° zich ervan vergewissen dat de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging wordt berekend overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus;5° zich ervan vergewissen dat de beleggingsbeperkingen bepaald in de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus worden nageleefd;6° de instructies van de beleggingsvennootschap of de beheervennootschap uitvoeren, tenzij deze in strijd zijn met de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen, met het beheerreglement of de statuten of met het prospectus;7° zich ervan vergewissen dat bij transacties met betrekking tot de activa van de instelling voor collectieve belegging, haar de tegenwaarde binnen de gebruikelijke termijnen wordt overgemaakt;8° zich ervan vergewissen dat de regels inzake provisies en kosten bepaald in de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus worden nageleefd;9° zich ervan vergewissen dat de opbrengsten van de instelling voor collectieve belegging een bestemming krijgen overeenkomstig de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen, het beheerreglement of de statuten, en het prospectus. § 2. De bewaarder zorgt ervoor dat de kasstromen van de instelling voor collectieve belegging naar behoren worden gecontroleerd, en zorgt er in het bijzonder voor dat alle betalingen door of namens deelnemers bij de inschrijving op rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging ontvangen zijn, en dat alle kasgeld van de instelling voor collectieve belegging is geboekt op kasgeldrekeningen die : 1° zijn geopend op naam van de instelling voor collectieve belegging, op naam van de beheervennootschap die namens de instelling voor collectieve belegging optreedt, of op naam van de bewaarder die namens de instelling voor collectieve belegging optreedt;2° zijn geopend bij een entiteit als bedoeld in artikel 18, lid 1, punten a), b) en c), van Richtlijn 2006/73/EG;en 3° worden aangehouden overeenkomstig de in artikel 16 van Richtlijn 2006/73/EG opgenomen beginselen. Indien de kasgeldrekeningen zijn geopend op naam van de bewaarder die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt, mogen geen contanten van de in de bepaling onder 2° van het eerste lid bedoelde entiteit en geen eigen contanten van de bewaarder op die rekeningen geboekt worden. § 3. De activa van de instelling voor collectieve belegging worden als volgt bij de bewaarder in bewaring gegeven : 1° voor financiële instrumenten die in bewaring kunnen worden gehouden : a) houdt de bewaarder alle financiële instrumenten in bewaring die kunnen worden geregistreerd op een financiële-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder, alsmede alle financiële instrumenten die fysiek aan de bewaarder kunnen worden geleverd;b) zorgt de bewaarder ervoor dat alle financiële instrumenten die op een financiële-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder kunnen worden geregistreerd, op aparte rekeningen worden geregistreerd in de boeken van de bewaarder, in overeenstemming met de in artikel 77ter, § 1, van de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten en in artikelen 66, 70, 71 en 74, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten vervatte beginselen;deze aparte rekeningen zijn geopend op naam van de instelling voor collectieve belegging of op naam van de beheervennootschap die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt, zodat te allen tijde duidelijk kan worden vastgesteld dat zij in overeenstemming met het toepasselijke recht aan de instelling voor collectieve belegging toebehoren; 2° voor andere activa : a) gaat de bewaarder na of de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt, de eigenaar is van die activa door op basis van informatie of documenten die door de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap zijn verstrekt en, in voorkomend geval, van voorhanden extern bewijsmateriaal, te controleren of de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, de eigendom heeft;b) houdt de bewaarder een register bij van de activa waarvoor duidelijk is dat de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, deze in eigendom heeft, en houdt hij dat register up-to-date. § 4. De bewaarder verstrekt de beheervennootschap of de instelling voor collectieve belegging regelmatig een uitgebreid overzicht van alle activa van de instelling voor collectieve belegging.". Art. 7.In dezelfde wet wordt een artikel 51/2 ingevoegd, luidende : "Art. 51/2.§ 1. De activa die door de bewaarder in bewaring worden gehouden worden niet voor eigen rekening hergebruikt door de bewaarder of door een derde aan wie de bewaringstaak is gedelegeerd. Hergebruik omvat elke transactie van in bewaring gehouden activa, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, overdragen, als zekerheid verstrekken, verkopen en uitlenen.
De door de bewaarder in bewaring gehouden activa mogen enkel worden hergebruikt wanneer : 1° het hergebruik voor rekening van de instelling voor collectieve belegging gebeurt;2° de bewaarder de instructies van de beheervennootschap voor rekening van de instelling voor collectieve belegging uitvoert;3° het hergebruik ten goede komt aan de instelling voor collectieve belegging en in het belang is van de deelnemers;en 4° de transactie wordt gedekt door een liquide zekerheid van hoge kwaliteit die door de instelling voor collectieve belegging wordt ontvangen op grond van een regeling voor eigendomsoverdracht. De marktwaarde van de zekerheid bedraagt te allen tijde ten minste de marktwaarde van de hergebruikte activa vermeerderd met een toeslag. § 2. De schuldeisers van de bewaarder of van elke in België gevestigde derde aan wie de bewaring van de activa van de instelling voor collectieve belegging is gedelegeerd, mogen de betaling van hun vorderingen op de bewaarder of op de betrokken derde niet invorderen op de activa van de instelling voor collectieve belegging.
Het vorige lid is ook van toepassing op de schuldeisers van elke in België gevestigde persoon aan wie de bewaring van de tegoeden van een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht werd gedelegeerd.". Art. 8.Artikel 52 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 52.§ 1. Niemand mag tegelijkertijd optreden als : 1° beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en bewaarder;2° beleggingsvennootschap en bewaarder. § 2. Bij de vervulling van hun respectieve taken handelen de beheervennootschap en de bewaarder eerlijk, billijk, professioneel, onafhankelijk en louter in het belang van de instelling voor collectieve belegging en haar deelnemers.
Bij de vervulling van hun respectieve taken handelen de beleggingsvennootschap en de bewaarder eerlijk, billijk, professioneel, onafhankelijk en louter in het belang van de deelnemers.
Een bewaarder verricht met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, geen activiteiten die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten tussen de instelling voor collectieve belegging, haar deelnemers, de beheervennootschap en hemzelf, tenzij hij de uitvoering van zijn bewaartaken functioneel en hiërarchisch gescheiden heeft van zijn andere, mogelijkerwijs conflicterende taken, en tenzij de potentiële belangenconflicten naar behoren zijn geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers.". Art. 9.In dezelfde wet wordt een artikel 52/1 ingevoegd, luidende : "Art. 52/1.§ 1. De bewaarder delegeert geen van zijn in artikel 51/1, §§ 1 en 2, genoemde taken aan derden. § 2. De bewaarder mag de in artikel 51/1, § 3, genoemde taken uitsluitend aan een derde delegeren indien : 1° de taken niet worden gedelegeerd met de bedoeling de in deze wet en de ter uitvoering genomen besluiten en reglementen vervatte vereisten te omzeilen;2° de bewaarder kan aantonen dat er een objectieve reden bestaat voor de delegatie;3° de bewaarder met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk is gegaan bij de selectie en de aanstelling van een derde aan wie hij voornemens is een deel van zijn taken te delegeren, en hij met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk blijft gaan bij de periodieke evaluatie en de doorlopende controle van een derde aan wie hij een deel van zijn taken heeft gedelegeerd en van de regelingen die de derde treft in verband met de aan hem gedelegeerde taken. § 3. De in artikel 51/1, § 3, genoemde taken mogen door de bewaarder enkel aan een derde worden gedelegeerd indien deze tijdens de uitvoering van de aan hem gedelegeerde taken te allen tijde : 1° beschikt over de structuren en deskundigheid die adequaat zijn voor en evenredig zijn met de aard en de complexiteit van de aan hem toevertrouwde activa van de instelling voor collectieve belegging of van de beheervennootschap die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging optreedt;2° met betrekking tot de in artikel 51/1, § 3, 1°, genoemde bewaartaken onderworpen is aan : a) een effectieve prudentiële regelgeving, inclusief minimumkapitaalvereisten, en een effectief prudentieel toezicht in het betrokken rechtsgebied;b) een periodieke externe audit om er zeker van te zijn dat de financiële instrumenten in zijn bezit zijn;3° de activa van de cliënten van de bewaarder op zodanige wijze van zijn eigen activa en van de activa van de bewaarder scheidt dat te allen tijde duidelijk kan worden vastgesteld dat deze activa toebehoren aan cliënten van een bepaalde bewaarder;4° alle noodzakelijke stappen onderneemt om ervoor te zorgen dat, bij insolventie van de derde, de door deze derde in bewaring gehouden activa van een instelling voor collectieve belegging niet beschikbaar zijn voor uitkering onder of realisatie ten voordele van zijn schuldeisers;en 5° voldoet aan de in artikel 50, § 1, tweede en derde lid, 51/1, § 3, 51/2 en 52 vastgelegde algemene verplichtingen en verbodsbepalingen. Niettegenstaande het eerste lid, 2°, a), mag de bewaarder, indien het recht van een derde land vereist dat bepaalde financiële instrumenten in bewaring worden genomen door een lokale entiteit en geen lokale entiteiten aan de in dat punt vermelde eisen inzake bewaringsdelegatie voldoen, zijn taken aan een dergelijke lokale entiteit slechts delegeren in de mate waarin dit vereist is uit hoofde van het recht van dat derde land en alleen zolang er geen lokale entiteiten aan de eisen inzake delegatie voldoen, en alleen onder de volgende voorwaarden : 1° de deelnemers in de instelling voor collectieve belegging in kwestie zijn voorafgaand aan hun belegging naar behoren ingelicht over het feit dat een dergelijke delegatie verplicht is uit hoofde van het recht van het derde land, over de omstandigheden die de delegatie rechtvaardigen en over de aan die delegatie verbonden risico's;2° de instelling voor collectieve belegging, of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt, heeft de bewaarder opgedragen de bewaring van die financiële instrumenten aan die lokale entiteit te delegeren. De derde mag deze taken op zijn beurt, onder dezelfde voorwaarden, subdelegeren. In dat geval is artikel 55, § 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing op de relevante partijen. § 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verrichting van in Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad bedoelde diensten door effectenafwikkelingssystemen als gedefinieerd voor de toepassing van die richtlijn of de verrichting van gelijkaardige diensten door effectenafwikkelingssystemen uit derde landen, niet als delegatie van bewaartaken beschouwd.". Art. 10.Artikel 54 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 11.Artikel 55 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 55.§ 1. De bewaarder is aansprakelijk jegens de instelling voor collectieve belegging en haar deelnemers voor het verlies door de bewaarder of een derde aan wie de bewaarneming van overeenkomstig artikel 51/1, § 3, 1°, in bewaring genomen financiële instrumenten is gedelegeerd.
In het geval van verlies van een in bewaring genomen financieel instrument geeft de bewaarder onverwijld een financieel instrument van hetzelfde type of het overeenkomstige bedrag terug aan de instelling voor collectieve belegging of de beheervennootschap die voor haar rekening optreedt. De bewaarder is niet aansprakelijk indien hij kan aantonen dat het verlies het gevolg is van een externe gebeurtenis waarover hij redelijkerwijs geen controle heeft en waarvan de gevolgen onvermijdelijk waren, ondanks alle inspanningen om ze te verhinderen.
De bewaarder is ook aansprakelijk jegens de instelling voor collectieve belegging en haar deelnemers voor alle andere verliezen die zij ondervinden doordat de bewaarder zijn verplichtingen uit hoofde van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met opzet of door nalatigheid niet naar behoren nakomt. § 2. De in artikel 52/1 bedoelde delegatie laat de in paragraaf 1 bedoelde aansprakelijkheid van de bewaarder onverlet.
De in paragraaf 1 bedoelde aansprakelijkheid van de bewaarder mag niet bij overeenkomst worden uitgesloten of beperkt. Elke strijdige overeenkomst is nietig. § 3. Deelnemers van de instelling voor collectieve belegging kunnen de aansprakelijkheid van de bewaarder (a) rechtstreeks dan wel (b) onrechtstreeks via de beheervennootschap of de beleggingsvennootschap inroepen, op voorwaarde dat een en ander niet leidt tot duplicatie van rechtsmiddelen of tot ongelijke behandeling van de deelnemers.". Art. 12.Artikel 96/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende : "Onverminderd het eerste lid, stelt een instelling naar Belgisch recht, wanneer zij wordt aangesteld (a) via een bijkantoor tot bewaarder van een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, of (b) tot bewaarder van een door een beheervennootschap naar buitenlands recht beheerde instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht, op vraag van de FSMA, alle informatie ter beschikking die zij bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen en die de bevoegde autoriteiten van de instelling voor collectieve belegging of van de beheervennootschap nodig kunnen hebben.
In dat geval bezorgt de FSMA de ontvangen informatie onmiddellijk aan de bevoegde autoriteiten van de instelling voor collectieve belegging en van de beheervennootschap.". HOOFDSTUK 3. - Beloningsbeleid Art. 13.In dezelfde wet wordt een artikel 83/1 ingevoegd, luidende : "De artikelen 213/1 tot 213/4 zijn van overeenkomstige toepassing op de beleggingsvennootschappen die geen gebruik maken van de in artikel 44 bedoelde mogelijkheid.". Art. 14.In titel II van deel III, boek II van dezelfde wet wordt een hoofdstuk 3/1 ingevoegd, luidende "Beloningsbeleid". Art. 15.In hoofdstuk 3/1, ingevoegd bij artikel 14, wordt een artikel 213/1 ingevoegd, luidende : "Art. 213/1.De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten een beloningsbeleid en beloningspraktijken vaststellen en toepassen die in overeenstemming zijn met en bijdragen aan een gezond en doeltreffend risicobeheer en die niet aanmoedigen tot het nemen van risico's die niet te verenigen zijn met het risicoprofiel, het beheerreglement of de statuten van de instellingen voor collectieve belegging die zij beheren, noch de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beletten haar plicht na te leven om in het belang van de instellingen voor collectieve belegging te handelen.
Het beloningsbeleid en de beloningspraktijken hebben ook betrekking op de vaste en variabele componenten van salarissen en uitkeringen uit hoofde van discretionaire pensioenen.
Het beloningsbeleid en de beloningspraktijken zijn van toepassing op die categorieën van medewerkers, met inbegrip van de hogere leidinggevende, risiconemende en controlefuncties en elke werknemer wiens totale beloning binnen dezelfde beloningsschaal valt als die van hogere leidinggevende medewerkers en risiconemende medewerkers van wie de beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging materieel beïnvloeden.". Art. 16.In hetzelfde hoofdstuk 3/1 wordt een artikel 213/2 ingevoegd, luidende : "Art. 213/2.Bij de vaststelling en toepassing van het beloningsbeleid als bedoeld in artikel 213/1 nemen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de volgende beginselen in acht op een wijze en in de mate die aansluit bij hun omvang en interne organisatie en de aard, de reikwijdte en de complexiteit van hun activiteiten : 1° het beloningsbeleid is in overeenstemming met en draagt bij aan een gezond en effectief risicobeheer en het moedigt niet aan tot het nemen van risico's die niet te verenigen zijn met het risicoprofiel, het reglement of de statuten van de instellingen voor collectieve belegging in het beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;2° het beloningsbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de belangen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert en van de deelnemers in deze instellingen voor collectieve belegging, en behelst ook maatregelen die belangenconflicten moeten vermijden;3° de raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging stelt, als onderdeel van zijn toezichtstaak, het beloningsbeleid vast, evalueert ten minste jaarlijks de algemene beginselen ervan, en is verantwoordelijk voor en ziet toe op de toepassing ervan.De in dit punt bedoelde taken worden uitsluitend uitgevoerd door leden van de raad van bestuur die in de betrokken beheervennootschap geen uitvoerende taken verrichten en die deskundig zijn op het gebied van risicobeheer en beloning; 4° de toepassing van het beloningsbeleid wordt ten minste eenmaal per jaar onderworpen aan een centrale en onafhankelijke interne beoordeling om deze te toetsen aan de naleving van het beleid en de procedures voor de beloning die de raad van bestuur in zijn toezichtfunctie heeft gehanteerd;5° medewerkers die betrokken zijn bij controlefuncties worden vergoed overeenkomstig de verwezenlijking van de met hun functies samenhangende doelstellingen, ongeacht de prestaties op het gebied van de door hen gecontroleerde bedrijfsactiviteiten;6° indien er een remuneratiecomité bestaat, houdt dit rechtstreeks toezicht op de beloning van hogere leidinggevende personeelsleden die risico- en compliancefuncties uitoefenen;7° indien de beloning prestatiegerelateerd is, is het totale bedrag ervan gebaseerd op een combinatie van de beoordeling van de prestaties van de betrokken persoon, het betrokken bedrijfsonderdeel of de betrokken instelling voor collectieve belegging en hun risico's, en van de resultaten van de beheervennootschap als geheel bij de beoordeling van de persoonlijke prestaties, waarbij zowel financiële als niet-financiële criteria in acht worden genomen;8° prestaties worden beoordeeld in een meerjarenkader dat aangepast is aan de duur van de deelneming die wordt aanbevolen aan de deelnemers in de instellingen voor collectieve belegging die door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging worden beheerd, teneinde te garanderen dat het beoordelingsproces is gebaseerd op de langeretermijnprestaties van de instelling voor collectieve belegging en haar beleggingsrisico's, en dat de effectieve betaling van prestatiegerelateerde beloningscomponenten over dezelfde periode is gespreid;9° gegarandeerde variabele beloning draagt een uitzonderlijk karakter, vindt enkel bij indienstneming van nieuwe personeelsleden plaats en blijft tot het eerste jaar van de indiensttreding beperkt;10° vaste en variabele componenten van de totale beloning zijn evenwichtig verdeeld;het aandeel van de vaste component in het totale beloningspakket is groot genoeg voor het voeren van een volledig flexibel beleid inzake variabele beloningscomponenten, dat ook de mogelijkheid biedt geen variabele beloningscomponent uit te betalen; 11° ontslagvergoedingen hangen samen met in de loop der tijd gerealiseerde prestaties en zijn zodanig vormgegeven dat falen niet wordt beloond;12° de beoordeling van prestaties, als basis voor variabele beloningscomponenten of pools van variabele beloningscomponenten, omvat een breed correctiemechanisme om rekening te kunnen houden met alle relevante soorten actuele en toekomstige risico's;13° afhankelijk van de rechtsvorm van de instelling voor collectieve belegging en van haar reglement of statuten, bestaat een substantieel deel, zijnde ten minste 50 % van elke variabele beloning, uit rechten van deelneming in de betrokken instelling voor collectieve belegging, equivalente eigendomsbelangen of op aandelen gebaseerde instrumenten of vergelijkbare non-cash instrumenten met even doeltreffende prikkels als elk in dit punt genoemd instrument, tenzij het beheer van de instelling voor collectieve belegging minder dan 50 % uitmaakt van de totale portefeuille die door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wordt beheerd, in welk geval het minimum van 50 % niet geldt. Voor de in dit punt bedoelde instrumenten geldt een passend aanhoudbeleid om de prikkels te laten aansluiten op de belangen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert en de deelnemers in die instellingen voor collectieve belegging. Dit punt is van toepassing op het gedeelte van de variabele beloningscomponent waarvan uitkering wordt uitgesteld overeenkomstig punt 14° en op het gedeelte van de variabele beloningscomponent waarvan uitkering niet wordt uitgesteld; 14° een aanzienlijk deel, zijnde ten minste 40 % van het variabele beloningsbestanddeel, wordt pas uitgekeerd na een periode die aangepast is aan de duur van de deelneming die aan de deelnemers in de betrokken instelling voor collectieve belegging wordt aanbevolen, en is correct op de aard van de risico's van de betrokken instelling voor collectieve belegging afgestemd. De in dit punt bedoelde periode bedraagt minstens drie jaar; beloning volgens een spreidingsregeling wordt niet sneller verworven dan een betaling naar rato; indien de variabele beloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt daarvan minstens 60 % met uitstel uitgekeerd; 15° de variabele beloning, inclusief het uitgestelde gedeelte, wordt alleen uitgekeerd of definitief verworven wanneer dit met de financiële toestand van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in haar geheel te verenigen is en door de prestaties van de bedrijfseenheid, de instelling voor collectieve belegging en het betrokken individu te rechtvaardigen is. De totale variabele beloning wordt over het geheel genomen aanzienlijk verlaagd als er sprake is van mindere of negatieve financiële prestaties van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de betrokken instelling voor collectieve belegging, zowel rekening houdend met de huidige beloning als met de vermindering van de uitbetalingen van eerder verdiende bedragen, onder meer door middel van malus- of terugvorderingsregelingen; 16° het pensioenbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de langetermijnbelangen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert. Indien de werknemer de dienst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging vóór pensionering verlaat, moeten de uitkeringen uit hoofde van een discretionair pensioen gedurende een termijn van vijf jaar door de beheervennootschap worden aangehouden in de vorm van instrumenten als bedoeld in punt 13°.
Wanneer een werknemer zijn pensionering bereikt, worden discretionaire pensioenuitkeringen aan de werknemer betaald in de vorm van de in punt 13° bedoelde instrumenten, onder voorbehoud van een uitstelperiode van vijf jaar;17° het personeel moet zich ertoe verbinden geen gebruik te maken van persoonlijke hedgingstrategieën of aan beloning en aansprakelijkheid gekoppelde verzekeringen om de risicobeheereffecten die in hun beloningsregelingen zijn ingebed, te ondermijnen; 18° variabele beloningen worden niet uitgekeerd door middel van vehikels of methoden die het ontwijken van de in deze wet opgenomen voorschriften faciliteren." Art. 17.In hetzelfde hoofdstuk 3/1 wordt een artikel 213/3 ingevoegd, luidende : "Art. 213/3.De in artikel 213/2 vervatte beginselen zijn van toepassing op alle soorten door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uitgekeerde voordelen, op alle rechtstreeks door de instelling voor collectieve belegging uitgekeerde bedragen, met inbegrip van prestatievergoedingen, en op alle overdrachten van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging, ten gunste van de categorieën van medewerkers, inclusief hogere leidinggevende en risiconemende medewerkers en medewerkers met controlefuncties en elke werknemer wiens totale beloning binnen dezelfde beloningsschaal als die van hogere leidinggevenden en risiconemers valt, wier beroepswerkzaamheden hun risicoprofiel en dat van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging materieel beïnvloeden.". Art. 18.In hetzelfde hoofdstuk 3/1 wordt een artikel 213/4 ingevoegd, luidende : "Art. 213/4.Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die significant zijn qua omvang of qua omvang van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging, hun interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden, stellen een remuneratiecomité in. Het remuneratiecomité is zodanig samengesteld dat het een deskundig en onafhankelijk oordeel kan geven over beloningsbeleid en -cultuur en over de prikkels die worden gecreëerd voor het beheren van risico's.
De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, verduidelijken wat onder "beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die significant zijn qua omvang of qua omvang van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging, hun interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden" moet worden verstaan.
Het remuneratiecomité dat in voorkomend geval overeenkomstig de in artikel 14bis, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG, bedoelde richtsnoeren van ESMA is opgezet, is verantwoordelijk voor het voorbereiden van beslissingen over beloning, ook van beslissingen die gevolgen hebben voor het risico en het risicobeheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de betrokken instelling voor collectieve belegging en die het leidinggevend orgaan bij de uitoefening van zijn toezichtstaak moet nemen. Het remuneratiecomité wordt voorgezeten door een lid van het wettelijk bestuursorgaan dat in de betrokken beheervennootschap geen uitvoerende taken verricht. De leden van het remuneratiecomité zijn leden van het wettelijk bestuursorgaan, die in de betrokken beheervennootschap geen uitvoerende functie bekleden.
Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt het remuneratiecomité rekening met de langetermijnbelangen van de deelnemers en andere belanghebbenden van de instelling, alsook met het algemeen belang.". HOOFDSTUK 4. - Administratieve maatregelen en sancties Art. 19.In artikel 96, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden ", alsook bestaande opnames van telefoongesprekken, elektronische mededelingen of overzichten van dataverkeer waarover voornoemde personen beschikken, opvragen" worden ingevoegd tussen de woorden "en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in hun bezit" en het leesteken" :";2° in de Nederlandse versie worden de woorden "en ter plaatse kennis nemen" vervangen door de woorden "ter plaatse kennis nemen". Art. 20.In artikel 115 van dezelfde wet, vervangen bij de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : "Indien de betrokken persoon of entiteit na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, en op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden : 1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt.Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon; 2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden."; 2° in paragraaf 2 worden de woorden "die niet minder mag bedragen dan 5 000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2 500 000 euro" opgeheven; 3° paragaaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : "De FSMA kan ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichtsorgaan en aan iedere andere persoon die met de effectieve leiding van de in het eerste lid bedoelde entiteiten is belast, wanneer deze verantwoordelijk worden gesteld voor de overtreding."; 4° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende : " § 2/1.Het bedrag van de in paragraaf 2 bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald : 1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 10 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld.Indien de betrokken rechtspersoon geen omzet realiseert wordt onder totale jaaromzet begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken rechtspersoon, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de rechtspersoon gevestigd is. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming; 2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro. Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.". Art. 21.In artikel 236, § 3, van dezelfde wet worden de woorden ", alsook bestaande opnames van telefoongesprekken, elektronische mededelingen of overzichten van dataverkeer waarover voornoemde personen beschikken, opvragen" ingevoegd tussen de woorden "en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in hun bezit" en het leesteken" :". Art. 22.Artikel 254 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 23.In artikel 255 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "als bedoeld in artikel 254" vervangen door de woorden "in de zin van artikel 4, (20), van Richtlijn 2006/48/EG";2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : "Indien de betrokken onderneming na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA, op voorwaarde dat die onderneming haar middelen heeft kunnen laten gelden : 1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt.Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken onderneming; 2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden."; 3° in paragraaf 2 worden de woorden "die niet minder mag bedragen dan 5 000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2 500 000 euro" opgeheven; 4° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : "De FSMA kan ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichtsorgaan en aan iedere andere persoon die met de effectieve leiding van de in het eerste lid bedoelde entiteiten is belast, wanneer deze verantwoordelijk worden gesteld voor de overtreding."; 5° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende : " § 2/1.Het bedrag van de in paragraaf 2 bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald : 1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 10 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld.Indien de betrokken rechtspersoon geen omzet realiseert wordt onder totale jaaromzet begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken rechtspersoon, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de rechtspersoon gevestigd is. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming; 2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro. Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.". HOOFDSTUK 5. - Diverse bepalingen Art. 24.Artikel 3, 52°, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 25.In deel I van dezelfde wet wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidende : "Art. 3/1.§ 1. De verwijzingen naar deze wet, naar Richtlijn 2009/65/EG of naar één van de bepalingen van deze wet of die Richtlijn houden eveneens een verwijzing in naar de overeenstemmende bepalingen van de verordeningen en de technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen krachtens de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG. § 2. Deze wet mag ook worden geciteerd onder het verkorte opschrift "ICBE-wet"." Art. 26.In boek I van deel II van dezelfde wet wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende : "Art. 5/1.Het is eenieder verboden om aan het publiek in België rechten van deelneming te commercialiseren in instellingen voor collectieve belegging die niet, zoals vereist door de wet, zijn ingeschreven om dergelijke rechten van deelneming aan het publiek in België te mogen aanbieden.
Voor de toepassing van dit artikel verwijst "commercialisering aan het publiek" naar de commercialisering als gedefinieerd in artikel 30bis, tweede lid, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
05/09/2002
numac
2002009809
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis
sluiten, in zoverre zij niet onder de toepassing van artikel 5 valt.
Dit artikel is niet van toepassing op de commercialisering van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF, in de zin van respectievelijk artikel 2, eerste lid, 3°, 4° en 6°, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
05/09/2002
numac
2002009809
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis
sluiten.". Art. 27.Artikel 8, § 2, tweede lid, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 28.In de Nederlandse versie van artikel 60, § 3, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, wordt het woord "adviezen" vervangen door het woord "berichten". Art. 29.In artikel 71 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
07/05/2014
numac
2014003195
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
25/04/2014
pub.
14/05/2014
numac
2014009199
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de bepaling onder l) vervangen als volgt : "l) de beheervennootschappen naar buitenlands recht als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU die in België werkzaam zijn overeenkomstig boek III van deel IV van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten;"; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Het eerste lid doet geen afbreuk a) aan de mogelijkheid voor de instelling voor collectieve belegging om zelf haar rechten van deelneming te plaatsen of om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de
wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
28/04/2006
numac
2006003247
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
21/04/2006
numac
2006011161
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek en van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
01/06/2006
numac
2006015060
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, gedaan te Helsinki op 17 maart 1992 (2)
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
26/04/2006
numac
2006015065
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom , gedaan te Den Haag op 25 februari 2005 (1)
sluiten, hiermee te gelasten, b) aan de mogelijkheid voor de bieder om de plaatsing van de rechten van deelneming toe te vertrouwen aan tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de
wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
28/04/2006
numac
2006003247
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
21/04/2006
numac
2006011161
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek en van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
01/06/2006
numac
2006015060
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, gedaan te Helsinki op 17 maart 1992 (2)
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
26/04/2006
numac
2006015065
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom , gedaan te Den Haag op 25 februari 2005 (1)
sluiten, ingeval de bieder een gereglementeerde onderneming in de zin van de wet is, of c) aan de mogelijkheid om een met de bieder of de instelling voor collectieve belegging verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming gericht is.". Art. 30.Artikel 86, 2°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "2° de gevallen waarin het vrij toetredings- en uittredingsrecht kan of moet worden geschorst;". Art. 31.Artikel 116 van dezelfde wet, opgeheven door de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, wordt hersteld als volgt : "Art. 116.Bij niet-naleving van de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 en de op grond of ter uitvoering ervan genomen bepalingen, kan de FSMA de maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 111 en 115.". Art. 32.In artikel 155, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid wordt het woord "AICB" vervangen door de woorden "instelling voor collectieve belegging"; 2° het vierde lid wordt vervangen als volgt : "De artikelen 60, § 3, derde lid, 63, § 4, en 67 tot 70 zijn van toepassing.". Art. 33.Artikel 202, § 1, 5°, b), gewijzigd bij de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, wordt vervangen als volgt : "b) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een in België gevestigde onderneming of, onder de door deze wet vastgestelde voorwaarden, aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte." Art. 34.In de Franse versie van artikel 236/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
sluiten, worden de woorden "les paragraphes 1er à 4" vervangen door de woorden "les paragraphes 2 à 4". Art. 35.Het opschrift van afdeling 2, hoofdstuk 1, titel 3, boek 2, deel 3 wordt vervangen als volgt : "Afdeling 2. - Groepstoezicht" Art. 36.Een artikel 241/1 wordt ingevoegd in afdeling 2, hoofdstuk 1, titel 3, boek 2, deel 3 van dezelfde wet, luidende : "Art. 241/1.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder : 1° "groep" : een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden;2° "financiële dienstengroep" : een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet : a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat : i) is deze onderneming een moederonderneming van een onderneming in de financiële sector, een onderneming die houder is van een deelneming in een onderneming in de financiële sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiële sector verbonden is onder de vorm van een consortium; ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant; of b) wanneer geen gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat : i) vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiële sector; ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep is een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant;
De Koning bepaalt wat onder de begrippen "in hoofdzaak" en "significant" moet worden verstaan; 3° "gereglementeerde onderneming" : een rechtspersoon die hetzij een beleggings-onderneming is als gedefinieerd in artikel 3 van de
wet van 25 oktober 2016Relevante gevo …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.