← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de retributies en bijdragen die betaald moeten worden aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, specifiek voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik. Het bepaalt de kosten voor het aanvragen, vernieuwen en wijzigen van erkenningen voor deze middelen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
13 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, artikel 2, § 2, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999; Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, artikel 3, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008; Gelet op de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977, hoofdstuk VI, afdeling 1, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994 en 28 maart 2003; Gelet op de wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/01/1977 pub. 28/03/2023 numac 2023040887 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, artikelen 10 en 19; Gelet op de wet van 28 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/07/1981 pub. 19/02/2009 numac 2009000048 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en van de bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, artikel 4bis ; Gelet op de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, subrubriek 31-2, gewijzigd bij de wetten van 24 december 1993 en 21 december 1994, bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en bij de wetten van 19 juli 2001, 24 december 2002 en 28 maart 2003, 22 december 2003, 23 december 2005 en 8 juni 2008; Gelet op de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen, artikel 132, gewijzigd bij de wetten van 22 februari 2001, 1 maart 2007 en 8 juni 2008; Gelet op de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, artikelen 8 en 20bis, gewijzigd bij de wetten van 4 april 2001, 28 maart 2003, 9 juli 2004, 27 december 2004 en 27 juli 2011; Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2004 pub. 19/01/2004 numac 2004003022 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven type koninklijk besluit prom. 14/01/2004 pub. 02/02/2004 numac 2004022076 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 maart 1997 houdende organisatie van het epidemiologisch toezicht op overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij herkauwers type koninklijk besluit prom. 14/01/2004 pub. 28/01/2004 numac 2003000917 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van sommige bepalingen van de wet van 23 januari 2003 houdende harmonisatie van de geldende wetsbepalingen met de wet van 10 juli 1996 tot afschaffing van de doodstraf en tot wijziging van de criminele straffen sluiten tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds van de grondstoffen en de producten; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 juli 2011; Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 1 september 2011; Gelet op advies 50.266/3 van de Raad van State, gegeven op 27 september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Klimaat en Energie en op advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik Afdeling 1. - Retributies Artikel 1.§ 1. 1° Iedere persoon die de erkenning voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, een gewasbeschermingsmiddel of een toevoegingsmiddel aanvraagt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (hierna genoemd FOD VVL) is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Deze retributie bedraagt : a. indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat : - 20.000 EUR voor een product dat een werkzame stof bevat die nog niet is goedgekeurd of nog niet wordt geacht te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, indien het gaat om de eerste aanvraag voor de betrokken werkzame stof en toepassingswijze, behoudens in het geval bedoeld bij het laatste streepje; - 15.000 EUR voor een product dat een werkzame stof bevat die nog niet is goedgekeurd of nog niet wordt geacht te zijn goedgekeurd uit hoofde van de voornoemde Verordening 1107/2009, indien het niet gaat om de eerste aanvraag voor de betrokken werkzame stof en toepassingswijze, behoudens in het geval bedoeld bij het laatste streepje; - 15.000 EUR voor een product dat uitsluitend werkzame stoffen bevat die reeds zijn goedgekeurd of geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van de voornoemde Verordening 1107/2009, behoudens het geval bedoeld bij het laatste streepje; - 1.500 EUR voor een product waarvoor volledig wordt verwezen naar het dossier van een ander product en voor zover de eigenaar van het dossier van het andere product de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen. b. indien België niet wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat : - 6.000 EUR voor een product dat een werkzame stof bevat die nog niet is goedgekeurd of nog niet wordt beschouwd als goedgekeurd in toepassing van de voornoemde Verordening 1107/2009, indien het gaat om de eerste aanvraag voor de betrokken werkzame stof en toepassingswijze, behoudens in het geval bedoeld bij het laatste streepje; - 3.000 EUR voor een product dat uitsluitend werkzame stoffen bevat die reeds zijn goedgekeurd of beschouwd worden als goedgekeurd in toepassing van de voornoemde Verordening 1107/2009, behoudens het geval bedoeld bij het laatste streepje; - 1.500 EUR voor een product waarvoor volledig wordt verwezen naar het dossier van een ander product en voor zover de eigenaar van het dossier van het andere product de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen. 2° Deze retributie bedraagt 3.000 EUR voor iedere persoon die op het einde van de maximale geldigheidsduur van een erkenning, de hernieuwing ervan aanvraagt. Voor een product waarvoor volledig wordt verwezen naar het dossier van een ander product en voor zover de eigenaar van het dossier van het andere product de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen bedraagt deze retributie echter slechts 1.500 EUR. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie in alle gevallen verhoogd tot 15.000 EUR. 3° Deze retributie bedraagt 1.500 EUR voor elke aanvraag waarbij evaluatie van aanvullende gegevens vereist is en/of wanneer zij een wijziging betreffende het gebruik, de indeling of de etikettering opgenomen in de erkenningsakte behelst. Wanneer de aanvraag tot doel heeft de verlenging van de erkenning te bekomen of alleen het gehalte aan werkzame stof betreft, bedraagt deze retributie slechts 1.000 EUR. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie echter in alle gevallen verhoogd tot 6.000 EUR. De retributie is niet verschuldigd wanneer tot de wijziging wordt beslist door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft. 4° Deze retributie bedraagt 1.500 EUR voor een aanvraag tot verandering van de samenstelling, zonder wezenlijke wijziging van de specificatie of het gehalte van de werkzame stof. Indien de verandering van de samenstelling als gering kan worden beschouwd, bedraagt deze retributie slechts 750 EUR. Indien de aanvraag gebeurt via wederzijdse erkenning, bedraagt deze retributie slechts 250 EUR. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie in alle gevallen verhoogd tot 6.000 EUR. 5° Deze retributie bedraagt 250 EUR voor : - een aanvraag tot wijziging van de handelsbenaming van het product; - een verandering van de naam of het juridisch statuut van de houder van de erkenning; - een aanvraag tot overdracht van de erkenning op naam van een andere persoon. 6° Deze retributie bedraagt 750 EUR voor een aanvraag waarbij de specificatie of oorsprong van de werkzame stof wezenlijk wordt veranderd en/of een beoordeling van de equivalentie overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde Verordening 1107/2009 noodzakelijk is. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 3.000 EUR. § 2. 1° Iedere houder van een erkenning voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik die een aanvraag tot erkenning of tot behoud van de erkenning indient naar aanleiding van de opneming of vernieuwing van de opneming van een werkzame stof in bijlage I van Richtlijn 91/414/EEG betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen is gehouden een retributie te betalen die als volgt is samengesteld : - 750 EUR voor de beoordeling van de naleving van artikel 13, § 2, en artikel 13, § 3, 4°, van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik; - indien voor de beoordeling van de naleving van voornoemd artikel 13, § 2, een evaluatie moet worden verricht van de equivalentie van de werkzame stof zal een aanvullende retributie van 1.500 EUR vereist zijn. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 3.000 EUR; - indien voor de beoordeling van de naleving van voornoemd artikel 13, § 3, 4°, nieuwe studies moeten worden geëvalueerd zal een aanvullende retributie van 1.500 EUR vereist zijn. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 50.000 EUR. - 9.000 EUR voor de beoordeling van het dossier overeenkomstig bijlage VIII van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 15.000 EUR. Een eventueel reeds betaalde retributie voor vernieuwing kan in mindering worden gebracht ingeval de aanvraag tot vernieuwing minder dan twee jaar voor de betrokken aanvraag werd ingediend. In alle gevallen bedraagt deze retributie echter slechts 1.500 EUR voor een product waarvoor volledig wordt verwezen naar het dossier van een ander product en voor zover de eigenaar van het dossier van het andere product de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen. 2° Iedere houder van een erkenning voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik die een aanvraag tot erkenning of tot behoud van de erkenning indient naar aanleiding van de goedkeuring of vernieuwing van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde Verordening 1107/2009 is gehouden een retributie te betalen die als volgt is samengesteld : - 750 EUR voor de beoordeling van de naleving van de voorwaarden zoals opgelegd bij de goedkeuring of vernieuwing van de goedkeuring van de werkzame stof uit hoofde van de voornoemde Verordening 1107/2009; - indien voor de beoordeling bedoeld bij het eerste streepje een evaluatie moet worden verricht van de equivalentie van de werkzame stof overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde Verordening 1107/2009 zal een aanvullende retributie van 1.500 EUR vereist zijn. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 3.000 EUR; - indien voor de beoordeling bedoeld bij het eerste streepje nieuwe studies moeten worden geëvalueerd zal een aanvullende retributie van 1.500 EUR vereist zijn. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 50.000 EUR; - 3.000 EUR voor de beoordeling van het dossier voor het product zoals bepaald door voornoemde Verordening 1107/2009. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 15.000 EUR. Deze retributie bedraagt 1.500 EUR voor een product waarvoor volledig wordt verwezen naar het dossier van een ander product en voor zover de eigenaar van het dossier van het andere product de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen. 3° Voor ieder ander product waarvoor een beoordeling vereist is van de naleving van artikel 13, § 2, en artikel 13, § 3, 4°, van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik of van de voorwaarden zoals opgelegd bij de goedkeuring of de vernieuwing van de goedkeuring uit hoofde van voornoemde Verordening 1107/2009 moet een retributie worden betaald van 1.500 EUR. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 15.000 EUR. Deze retributie is met name van toepassing voor de verlenging van een erkenning voor een product dat een werkzame stof bevat die op het moment van verlenen van de erkenning nog niet was goedgekeurd of geacht te zijn goedgekeurd uit hoofde van voornoemde Verordening 1107/2009. § 3. 1° Iedere persoon die een dossier of de samenvatting van een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op de goedkeuring of de vernieuwing van de goedkeuring van een werkzame stof of eender welke vorm van wijziging na de goedkeuring of vernieuwing van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van voornoemde Verordening 1107/2009, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Hierbij worden 2 types werkzame stoffen onderscheiden : - een stof van het type A : een stof die geen micro-organisme, virus, stof van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddel, lokmiddel of feromoon is of die niet is opgenomen in bijlage IIB van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen; - een stof van het type B : een stof die een micro-organisme, virus, stof van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddel, lokmiddel of feromoon is of die is opgenomen in bijlage IIB van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen. 2° Indien het gaat om een aanvraag tot eerste goedkeuring of tot vernieuwing van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van voornoemde Verordening 1107/2009, dan bedraagt de in 1° bedoelde retributie : - 110.000 EUR als België is aangewezen als de rapporterende lidstaat voor een stof van het type A; deze retributie wordt betaald in twee schijven : 10.000 EUR bij het indienen van het dossier en 100.000 EUR na opstellen van het verslag inzake de conformiteit; de aanvrager die afziet van zijn aanvraag vóór de evaluatie van het dossier is slechts de eerste schijf van deze retributie verschuldigd; indien de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waar Belgische deskundigen aan deel moeten nemen, dan zal de retributie worden verhoogd met 40.000 EUR; - 11.000 EUR als België is aangewezen als de rapporterende lidstaat voor een stof van het type B; deze retributie wordt betaald in twee schijven : 1.000 EUR bij het indienen van het dossier en 10.000 EUR na opstellen van het verslag inzake de conformiteit; de aanvrager die afziet van zijn aanvraag vóór de evaluatie van het dossier is slechts de eerste schijf van deze retributie verschuldigd; indien de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waar Belgische deskundigen aan deel moeten nemen, dan zal de retributie worden verhoogd met 4.000 EUR; - 55.000 EUR als België is aangewezen als co-rapporterende lidstaat voor een stof van het type A; indien de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waar Belgische deskundigen aan deel moeten nemen, dan zal de retributie worden verhoogd met 20.000 EUR; - 5.500 EUR als België is aangewezen als co-rapporterende lidstaat voor een stof van het type B; indien de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waar Belgische deskundigen aan deel moeten nemen, dan zal de retributie worden verhoogd met 2.000 EUR; - 1.250 EUR als België noch als de rapporterende lidstaat noch als co-rapporterende lidstaat is aangewezen voor een stof van het type A of B; 3° Indien België optreedt als de rapporterende lidstaat voor volgende gevallen, dan bedraagt de in 1° bedoelde retributie : - 3.000 EUR per « end point » voor elke aanvraag tot wijziging van een « end point »; - 3.000 EUR voor de beoordeling van de equivalentie overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde Verordening 1107/2009; - 25.000 EUR voor een aanvraag tot wijziging van de voorwaarden tot opneming of tot vernieuwing van de opneming van een werkzame stof in bijlage I van Richtlijn 91/414/EEG of tot goedkeuring of vernieuwing van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde Verordening 1107/2009; - 5.000 EUR per « open punt » waarvoor de evaluatie van aanvullende of bevestigende studies vereist werd bij de goedkeuring of vernieuwing van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde Verordening 1107/2009 of van de opneming of vernieuwing van de opneming van een werkzame stof in bijlage I van Richtlijn 91/414/EEG; - 50.000 EUR voor de beoordeling van een dossier dat wordt ingediend om aan te tonen dat de aanvrager beschikt over de vereiste gegevens voor een goedgekeurde werkzame stof zoals bepaald door de voornoemde Verordening 1107/2009. Indien voor één van de hierboven bedoelde gevallen de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waaraan minstens één Belgische deskundige deel moeten nemen, dan zal de retributie verhoogd worden met 10.000 EUR. 4° Indien de procedure voorziet in een kennisgeving voorafgaand aan de indiening van de eigenlijke aanvraag tot goedkeuring of vernieuwing van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde Verordening 1107/2009 en indien België als rapporterende lidstaat deze kennisgeving moet beoordelen, dan is de kennisgever een retributie van 750 EUR verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. § 4. 1° Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op de vaststelling van een maximumresidugehalte of van een invoertolerantie overeenkomstig artikel 6.1. of 6.4. van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, is gehouden per maximumresidugehalte en per invoertolerantie waarvan de vaststelling wordt aangevraagd een retributie van 1.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en producten. Indien het vaststellen van een invoertolerantie de evaluatie noodzaakt van een toxicologisch dossier, zal de persoon die dit dossier voorlegt daarenboven gehouden zijn een retributie van 50.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. 2° Iedere persoon die een dossier voorlegt uit hoofde van voornoemde Verordening 396/2005 met het oog op de evaluatie van de bestaande maximumresidugehalten of invoertoleranties van een werkzame stof waarvoor België werd aangewezen als rapporterende lidstaat, is gehouden een retributie van 10.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. 3° Iedere houder van een erkenning waarvoor moet worden nagegaan of de erkenningsvoorwaarden toelaten de uit hoofde van voornoemde Verordening 396/2005 vastgestelde maximumresidugehalte te respecteren, dient een retributie te betalen van 2.500 EUR per erkenning. Indien de erkenningshouder beschikt over meerdere erkenningen voor gelijkaardige producten waarvoor de toepassingswijze uitgedrukt in werkzame stof identiek is, dan dient deze retributie slechts éénmaal betaald te worden voor de betrokken erkenningen samen. § 5. Iedere persoon die een toelating of de verlenging van een toelating voor parallelinvoer van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik aanvraagt, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag vastgesteld is op 1.000 EUR. Iedere houder van een toelating voor parallelinvoer van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik die een aanvraag indient die een wijziging van de toelatingsakte inhoudt, moet een retributie van 250 EUR betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, met name indien de gevraagde wijziging één van de volgende gevallen is : - een wijziging van de handelsbenaming van het product; - een verandering van de naam of het juridisch statuut van de houder van de toelating; - een overdracht van de toelating op naam van een andere persoon. § 6. Iedere persoon die een aanvraag indient tot erkenning van een station of een laboratorium met het oog op het uitvoeren van proeven of ontledingen in verband met bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, moet een retributie van 3.000 EUR betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. In geval van een aanvraag tot wederzijdse erkenning van een erkenning in een andere lidstaat bedraagt deze retributie slechts 2.500 EUR. Indien het onderzoek van de aanvraag vereist dat een audit wordt gehouden, dient de aanvrager een retributie van 5.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Indien een audit wordt gehouden om na te gaan of de voorwaarden van de erkenning worden gerespecteerd, dient de erkenningshouder een retributie van 5.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. § 7. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft kan op advies van het Erkenningscomité voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik en mits een met redenen omklede beslissing, vrijstelling of vermindering op de in § 1 bedoelde retributies toestaan aan ieder persoon die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsmiddel ter erkenning, aanvullende erkenning of hernieuwing van erkenning, voorlegt dat bestemd is voor teelten waarvoor geen geschikt gewasbeschermingsmiddel voorhanden is of dat het voorwerp zou kunnen zijn van een beperkt gebruik. § 8. Iedere persoon die in het kader van de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, of van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid een certificaat inzake bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsstoffen vraagt aan de FOD VVL is gehouden per certificaat een retributie van 80 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het aantal kopieën van het certificaat. § 9. 1° Iedere persoon die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 een aanvraag indient tot aanpassing of harmonisatie van de indeling en etikettering van een stof die aangewend wordt voor de productie van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsstoffen en waarvoor België wordt gevraagd op te treden als indienende lidstaat van de aanvraag, dient een retributie van 10.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het feit of deze persoon reeds een retributie dient te betalen aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat dient deze persoon een retributie van 5.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten,ongeacht het feit of deze persoon reeds een retributie dient te betalen aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen. 2° Iedere houder van een erkenning of toelating voor parallelinvoer waarvoor de etikettering in overeenstemming dient te worden gebracht met de etiketteringsvoorschriften van de voornoemde Verordening 1272/2008, dient een retributie van 80 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. § 10. Iedere houder van een erkenning of toelating voor parallelinvoer die een aanvraag indient om een bijkomende verpakking of een bijkomend verpakkingstype van het betrokken product op de markt te mogen brengen, dient een retributie van 500 EUR te betalen § 11. Iedere persoon die een aanvraag indient waarbij een beoordeling vereist is van de technische equivalentie van een hulpstof in de formulering van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsmiddel dient een retributie van 500 EUR te betalen. § 12. Iedere persoon die een aanvraag indient bij de FOD VVL betreffende een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, een gewasbeschermingsmiddel of een toevoegingsstof waarvoor in een specifieke retributie is voorzien in de paragrafen 1 tot 11, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Deze retributie bedraagt : - 750 EUR voor aanvragen die administratief kunnen worden afgewerkt en/of een gelijkaardige of lagere werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 6, tweede lid; - 1.500 EUR voor aanvragen die een minimale beoordeling door experts vergen en/of een gelijkaardige werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 1, a, laatste streepje; - 3.000 EUR voor aanvragen die een beoordeling door experts vergen en/of een gelijkaardige of grotere werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 3, 3°, eerste streepje. Afdeling 2. - Bijdragen Art. 2.§ 1. Iedere persoon die een erkenning of een aanvullende erkenning wenst te bekomen voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik waarvan de verlening voornamelijk steunt op proefgegevens inzake doeltreffendheid of fytotoxiciteit ingediend door een andere aanvrager en dit zonder akkoord van deze laatste, dient een aanvullende bijdrage te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag als volgt vastgesteld is : 1° voor producten waarvan de werkzame stof(fen) minstens 30 jaar voor de datum van de indiening van de aanvraag voor de eerste maal werd(en) toegelaten : 370 EUR;2° voor de producten waarvan de werkzame stof(fen) meer dan 25 jaar maar minder dan 30 jaar voor de datum van de indiening van de aanvraag voor de eerste maal werd(en) toegelaten : 750 EUR; 3° voor de producten waarvan de werkzame stof(fen) meer dan 15 jaar maar minder dan 25 jaar voor de datum van de indiening van de aanvraag voor de eerste maal werd(en) toegelaten : 1.860 EUR; 4° voor de producten waarvan de werkzame stof(fen) minder dan 15 jaar voor de datum van de indiening van de aanvraag voor de eerste maal werd(en) toegelaten : 3.700 EUR. Indien een product meerdere werkzame stoffen bevat, is de meest recente werkzame stof determinerend voor de vaststelling van het bedrag van de bijdrage. § 2. De aflevering van de erkenning vindt slechts plaats na betaling van de aanvullende bijdrage, voor zover deze verschuldigd is uit hoofde van § 1. § 3. Iedere persoon die de erkenning als erkend verkoper van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik van de klassen A en B heeft bekomen, is gehouden een jaarlijkse bijdrage te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag vastgesteld is op 25 EUR. Indien de persoon die de erkenning heeft bekomen een rechtspersoon is die een of meerdere natuurlijke personen die houder zijn van een erkenning als erkend verkoper tewerkstelt, is deze rechtspersoon gehouden de bijdrage van 25 EUR te betalen voor elk van de erkende verkopers die hij tewerkstelt. Indien de houder van de erkenning als erkend gebruiker in gebreke blijft de bijdrage te betalen, wordt zijn erkenning ingetrokken, met inachtneming van de regels bepaald in artikel 75 van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik. Art. 3.§ 1. 1° Iedere persoon die de erkenning van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik of de toelating voor parallelinvoer van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik heeft bekomen, moet per erkenning en/of toelating een jaarlijkse bijdrage betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld : b = x.p. Hierbij is : b : het te betalen bedrag van de jaarlijkse bijdrage; x : de hoeveelheid van het bestrijdingsmiddel die in het jaar voorafgaand aan dat van de betaling op de Belgische markt werd gebracht, uitgedrukt in kg of L respectievelijk naargelang het gewaarborgd gehalte aan werkzame stof op de erkennings- of toelatingsakte in % of in g/L is uitgedrukt. Onder op de markt brengen wordt verstaan de verkoop aan een eerste koper, door de invoerder op het Belgische grondgebied of door de fabrikant in België van het bedoelde middel; p : het aantal punten toegekend overeenkomstig de bepalingen van § 2, uitgedrukt in EUR/ kg of L. 2° In afwijking van punt 1° is b = 300 EUR indien x.p 3° Indien p > 3,5 % van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage, dan kan p worden beperkt tot 3,5 % van deze verkoopprijs, voor zover de erkenninghouder dit bij de FOD VVL aanvraagt, met het bewijs van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage.4° De jaarlijkse bijdrage is verschuldigd voor elk jaar waarin het middel op de markt mag worden gebracht, zelfs als de erkenning of toelating voor parallelinvoer in de loop van dat jaar vervalt of wordt ingetrokken. § 2. Het aantal punten p, zoals bedoeld in § 1, is afhankelijk van de indeling van het bestrijdingsmiddel in gevarencategorieën op 1 december van het jaar 20XX-2 indien de betaling plaatsvindt in het jaar 20XX en wordt toegekend overeenkomstig de volgende tabel. Voor middelen erkend tussen 2 december 20XX-2 en 30 november 20XX-1 geldt de indeling vastgesteld bij de erkenning. De R-zinnen in deze tabel verwijzen naar de gevaarzinnen die zijn vermeld in de erkennings- of toelatingsakte. Zij worden gebruikt om de gevarencategorieën te identificeren. Indien een bepaalde R-zin uit de tabel in de erkennings- of toelatingsakte voorkomt in combinatie met een andere R-zin, dan wordt deze R-zin beschouwd als voorkomend op de akte, tenzij de tabel een bepaalde combinatie uitdrukkelijk voorschrijft of uitsluit. De punten van een bepaalde gevarencategorie kunnen slechts eenmaal worden aangerekend. Indien een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik in meerdere van de 20 gevarencategorieën is ingedeeld zullen de punten van deze gevarencategorieën worden opgeteld. In afwijking hiervan zullen de punten van de categorieën 9, 14 en 19 niet worden opgeteld, maar zal van deze categorieën slechts deze met het hoogste aantal punten in rekening worden gebracht. n° /nr. Catégorie de danger/G evarencategorie Phrases-R/R-zinnen Nombre de points/ Aantal punten 1 Explosif/Ontplofbaar 1, 2, 3 2 2 Comburant/Oxiderend 7, 8, 9 1 3 Très facilement inflammable/Zeer licht ontvlambaar 12 2 4 Facilement inflammable/Licht ontvlambaar 11, 15, 17 1,5 5 Inflammable/Ontvlambaar 10 1 6 Corrosif/Bijtend 34, 35 2 7 Irritant/Irriterend 36, 37, 38, 41 1 8 Sensibilisant/Sensibiliserend 42, 43 1 9 Nocif après exposition à court terme/Schadelijk bij korte termijn blootstelling 20, 21 ou 22 (pas en combinaison avec 48), 65, 68 en combinaison avec 20, 21 ou 22/ 20, 21 of 22 (voor zover niet in combinatie met 48), 65, 68 in combinatie met 20, 21 of 22 1 10 Nocif après exposition à long terme/Schadelijk bij lange termijn blootstelling 48 en combinaison avec 20, 21 ou 22/48 in combinatie met 20, 21 of 22 1 11 Schadelijk (C)/Nocif (C) 40 1 12 Schadelijk (M)/Nocif (M) 68 1 13 Schadelijk (R)/Nocif (R) 62, 63 1 14 Toxique après exposition à court terme/Giftig bij korte termijn blootstelling 23, 24 ou 25 (pas en combinaison avec 48), 29, 31, 39 en combinaison avec 23, 24 ou 25/ 23, 24 of 25 (voor zover niet in combinatie met 48), 29, 31, 39 in combinatie met 23, 24 of 25 2 15 Toxique après exposition à long terme/Giftig bij lange termijn blootstelling 48 en combinaison avec 23, 24 ou 25/48 in combinatie met 23, 24 of 25 2 16 Toxique (C)/Giftig (C) 45, 49 2 17 Toxique (M)/Giftig (C) 46 2 18 Toxique (R)/Giftig (R) 60, 61 2 19 Très toxique après exposition à court terme/ Zeer giftig bij korte termijn Zeer giftig bij korte termijn blootstelling 26, 27, 28, 32, 39 en combinaison avec 26, 27 ou 28/ 26, 27, 28, 32, 39 in combinatie met 26, 27 of 28 3 20 Dangereux pour l'environnement/Milieugevaarlijk 50, 50/53, 51/53, 59 2 § 3. Eén punt komt overeen met 0,04 EUR/kg of L voor de bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik die voor een professioneel gebruik bestemd zijn en met 0,1 EUR/kg of L voor de bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik die voor een niet-professioneel gebruik bestemd zijn. § 4. Indien de verkoop in de groothandel van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik het voorwerp uitmaakt van het opstellen van een factuur, dan zal het bedrag van de bijdrage voor de hoeveelheid verkochte bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik op de factuur worden vermeld. § 5. De betaling van de jaarlijkse bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten moet geregistreerd zijn binnen de maand na ontvangst van een factuur opgesteld door FOD VVL. De bijdrage is verschuldigd vanaf het jaar dat volgt op dat van de aflevering van de erkenning of van de toelating voor parallelinvoer. Indien de bijdrage niet binnen de maand werd geregistreerd op de rekening van het voornoemde Fonds, wordt zij automatisch verhoogd met 20 %. Indien zij niet is geregistreerd binnen de drie maanden na ontvangst van de factuur, stuurt de FOD VVL een aangetekend schrijven naar de betrokken houder van de erkenning of toelating waarin hem wordt gevraagd de verschuldigde som binnen vijftien dagen te betalen. Indien dit laatste niet gebeurt, wordt de erkenning of toelating waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd, geschorst tot de dag van betaling. § 6. Indien een product waarvoor de bijdrage geldt opnieuw wordt uitgevoerd, nadat het op de Belgische markt is gebracht, wordt de bijdrage die overeenstemt met de uitgevoerde hoeveelheid terugbetaald aan de uitvoerder door het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, voor zover de uitvoerder in de loop van de maand januari van het jaar volgend op dat van de uitvoer een kopie van de facturen die betrekking hebben op de uitvoer bezorgt aan de FOD VVL. HOOFDSTUK II. - Meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten Art. 4.§ 1. Iedere persoon die een ontheffing aanvraagt aan de FOD VVL ten einde een nieuw product op de markt te brengen, is gehouden een retributie van 1.500 EUR per aanvraag te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. § 2. Iedere persoon die een toelating aanvraagt aan de FOD VVL teneinde zuiveringsslib bestemd voor de landbouw op de markt te brengen, is gehouden een retributie van 750 EUR per aanvraag te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. § 3. De in §§ 1 en 2 vernoemde bedragen zijn eveneens verschuldigd door iedere persoon die op het einde van de geldigheidsduur van de ontheffing of de toelating de hernieuwing ervan aanvraagt en door iedere persoon die de wijziging ervan aanvraagt. § 4. Iedere persoon die overeenkomstig artikel 31 van de Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op de opneming van een nieuw type meststof in bijlage I van de genoemde verordening, is gehouden per nieuw type meststof waarvan de opneming wordt gevraagd een retributie van 4.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. § 5. Iedere persoon die in het kader van de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, of van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid een certificaat inzake meststoffen, bodemverbeterende middelen of teeltsubstraten vraagt aan de FOD VVL is gehouden per certificaat een retributie van 80 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het aantal kopieën van het certificaat. HOOFDSTUK III. - Genetisch gemodificeerde organismen Art. 5.§ 1. Iedere persoon die een toelating aanvraagt voor het verrichten van een experiment in België met een genetisch gemodificeerd organisme, met uitzondering van een medicinaal genetisch gemodificeerd organisme voor humaan of veterinair gebruik, overeenkomstig artikel 13 van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot Règlementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten, is gehouden een retributie van 3.500 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Aan dit bedrag wordt een bijkomende retributie van 200 EUR toegevoegd voor elke analyse die noodzakelijk is voor de controle op het experiment. § 2. Iedere persoon die een notificatiedossier voorlegt met het oog op het verkrijgen van een toelating voor het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerd organisme overeenkomstig artikel 29 van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot Règlementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten, is gehouden een retributie van 10.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Aan dit bedrag wordt een bijkomende retributie van 200 EUR toegevoegd voor elke analyse die noodzakelijk is voor de evaluatie van het dossier. § 3. Iedere persoon die een notificatiedossier voorlegt met het oog op het verkrijgen van een toelating voor het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerd organisme overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, is gehouden een retributie van 7.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten in het geval dat de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid aan België een evaluatie van het dossier vraagt, overeenkomstig artikel 29, § 7, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot Règlementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten. Aan dit bedrag wordt een bijkomende retributie van 200 EUR toegevoegd voor elke analyse die noodzakelijk is voor de evaluatie van het dossier. HOOFDSTUK IV. - Biociden Afdeling 1. - Retributies Art. 6.§ 1. Iedere persoon die, met toepassing van het koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 11/07/2003 numac 2003022681 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 29/07/2003 numac 2003012265 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 augustus 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden van de bedienden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022685 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022683 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 24/08/2004 numac 2003012257 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012264 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, tot vaststelling van de overlonen en premies type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012281 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, betreffende de kerstpremie type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 04/09/2003 numac 2003012286 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juni 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de privé-ziekenhuizen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2001 betreffende het bedrag en wijze van inning van de bijdrage voor de vormings- en tewerkstellingsinitiatieven voor risicogroepen sluiten betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden, de toelating voor een biocide aanvraagt moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Deze retributie bedraagt : 1° 3.000 EUR voor de toelatingsaanvraag bedoeld in de artikelen 4 en 5 en die valt onder de afwijking voorzien in artikel 26 van het voornoemde koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 11/07/2003 numac 2003022681 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 29/07/2003 numac 2003012265 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 augustus 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden van de bedienden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022685 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022683 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 24/08/2004 numac 2003012257 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012264 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, tot vaststelling van de overlonen en premies type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012281 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, betreffende de kerstpremie type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 04/09/2003 numac 2003012286 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juni 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de privé-ziekenhuizen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2001 betreffende het bedrag en wijze van inning van de bijdrage voor de vormings- en tewerkstellingsinitiatieven voor risicogroepen sluiten, nopens een product dat een werkzame stof bevat die op 13 mei 2000 nog in geen enkele lidstaat van de Europese Unie op de markt was en die nog niet is opgenomen in bijlage I of IA van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, behoudens in het geval bedoeld onder punt 3° ; 2° 1.000 EUR voor de toelatingsaanvraag, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van het voornoemde koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 11/07/2003 numac 2003022681 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 29/07/2003 numac 2003012265 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 augustus 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden van de bedienden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022685 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022683 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 24/08/2004 numac 2003012257 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012264 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, tot vaststelling van de overlonen en premies type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012281 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, betreffende de kerstpremie type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 04/09/2003 numac 2003012286 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juni 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de privé-ziekenhuizen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2001 betreffende het bedrag en wijze van inning van de bijdrage voor de vormings- en tewerkstellingsinitiatieven voor risicogroepen sluiten, nopens een product dat uitsluitend werkzame stoffen bevat die hetzij reeds op de markt waren in de Europese Unie op 13 mei 2000, hetzij opgenomen zijn in bijlage I of IA van de voornoemde Richtlijn 98/8/EG, behoudens het geval bedoeld onder punt 3° ; 3° 500 EUR voor : a) de aanvraag tot wederzijdse erkenning van toegelaten biociden bedoeld in artikel 14 van het voornoemde koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 11/07/2003 numac 2003022681 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 29/07/2003 numac 2003012265 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 augustus 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden van de bedienden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022685 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022683 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 24/08/2004 numac 2003012257 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012264 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, tot vaststelling van de overlonen en premies type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 02/07/2003 numac 2003012281 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, betreffende de kerstpremie type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 04/09/2003 numac 2003012286 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juni 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de privé-ziekenhuizen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2001 betreffende het bedrag en wijze van inning van de bijdrage voor de vormings- en tewerkstellingsinitiatieven voor risicogroepen sluiten;b) de aanvraag tot registratie, bedoeld in artikel 17 van hetzelfde koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 11/07/2003 numac 2003022681 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 29/07/2003 numac 2003012265 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 augustus 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden van de bedienden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022685 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden type koninklijk besluit prom. 22/05/2003 pub. 27/06/2003 numac 2003022683 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetk …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.