Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebbe
Kort samengevat
Deze wet wijzigt de bestaande wetgeving over jeugdbescherming en de aanpak van minderjarigen die misdrijven hebben gepleegd, met een focus op opvoeding, verantwoordelijkheid en resocialisatie.
Wat het reguleert
- De beginselen van de rechtsbedeling voor minderjarigen.
- De behandeling van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.
- De mogelijkheid om ouders een "ouderstage" op te leggen bij onverschilligheid voor de criminaliteit van hun kind.
- De factoren waarmee de jeugdrechtbank rekening houdt bij het nemen van beslissingen en de mogelijke maatregelen.
Wie het aanbelangt
- Minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.
- Ouders of personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over deze minderjarigen.
Kernpunten
- De wet benadrukt het belang van preventie van jeugddelinquentie en een multidisciplinaire aanpak.
- Minderjarigen hebben persoonlijke rechten en vrijheden, inclusief het recht om gehoord te worden en deel te nemen aan beslissingen die hen aangaan.
- De jeugdrechtbank kan ouders een "ouderstage" opleggen als zij onverschillig zijn voor de criminaliteit van hun kind en dit bijdraagt aan de problemen van de minderjarige.
- Mogelijke maatregelen voor minderjarigen omvatten berisping, toezicht door een sociale dienst, intensieve educatieve begeleiding, een prestatie van algemeen nut van ten hoogste 150 uur, ambulante behandeling, of plaatsing in een geschikte instelling of openbare gemeenschapsinstelling.
Wettekst
Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd (1) Deze tekst vernietigt en vervangt d
het Belgisch Staatsblad , nr. 178, van 2 juni 2006, bl. 29034 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld
artikel 77 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming Art. 2.Het opschrift van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming wordt vervangen als volgt : « Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. » Art. 3.
dezelfde wet wordt een voorafgaande titel
gevoegd, luidende : « Voorafgaande titel : Beginselen van de rechtsbedeling ten aanzien van minderjarigen De volgende beginselen zijn erkend en van toepassing op de rechtsbedeling ten aanzien van minderjarigen : 1° de voorkoming van delinquentie is van wezenlijk belang om de maatschappij op lange termijn te beschermen.Zulks vereist dat de bevoegde autoriteiten de onderliggende oorzaken van de jeugddelinquentie aanpakken en een multidisciplinair actieplan uitwerken; 2° elke rechtsbedeling ten aanzien van minderjarigen gebeurt, voor zover zulks mogelijk is, door actoren, ambtenaren en magistraten met een specifieke en permanente opleiding
zake jeugdrecht;3° de rechtsbedeling ten aanzien van minderjarigen streeft doelstellingen na
zake opvoeding, verantwoordelijkheidszin, resocialisatie en bescherming van de maatschappij;4° de minderjarigen mogen geenszins worden gelijkgesteld met meerderjarigen wat de mate van verantwoordelijkheid en de gevolgen van hun daden betreft.De minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, moeten evenwel bewust worden gemaakt van de gevolgen van hun daden; 5° de minderjarigen genieten
het kader van deze wet van persoonlijke rechten en vrijheden, waaronder die omschreven
de Grondwet en
het
ternationaal Verdrag
zake de Rechten van het Kind,
zonderheid het recht om te worden gehoord tijdens het proces dat leidt tot beslissingen die hen aangaan en het recht daaraan deel te nemen.Deze rechten en vrijheden moeten gepaard gaan met bijzondere waarborgen : a) telkens als de wet afbreuk kan doen aan bepaalde rechten en vrijheden van de jongeren, hebben die jongeren het recht te worden geïnformeerd over de
houd van deze rechten en vrijheden;b) de vader en moeder nemen het onderhoud en de opvoeding van en het toezicht op hun kinderen op zich.Bijgevolg kunnen de jongeren enkel volledig of gedeeltelijk aan het ouderlijk gezag worden onttrokken
de gevallen waarin maatregelen houdende handhaving van dit gezag als een contra-
dicatie kunnen worden beschouwd;
- c)de situatie van de minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, vereist toezicht, opvoeding, tucht en begeleiding.Hun toestand van afhankelijkheid, hun ontwikkelings- en maturiteitsgraad scheppen echter bijzondere noden die luisterbereidheid, raad en bijstand vereisen;
- d)elk optreden dat een opvoedende maatregel
houdt, heeft tot doel de jongere aan te moedigen zich de maatschappelijke normen eigen te maken;e) bij de tenlasteneming van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, wordt, wanneer zulks mogelijk is, een beroep gedaan op de
de wet bepaalde vervangingsmaatregelen voor de gerechtelijke procedures, waarbij evenwel rekening wordt gehouden met de bescherming van de maatschappij;f)
het kader van de wet mogen aan het recht op vrijheid van de jongeren slechts minimale belemmeringen worden opgelegd die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de maatschappij, rekening houdend met de noden van de jongeren, de belangen van hun familie en het recht van de slachtoffers.» Art. 4.Artikel 10 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, wordt hersteld
de volgende lezing : « Art. 10.- Elke beslissing, ongeacht of het gaat om een voorlopige maatregel of om een maatregel ten gronde, die door de jeugdrechter of de jeugdrechtbank
eerste aanleg of
hoger beroep genomen is, wordt op de dag van de beslissing zelf, door toedoen van de griffier, bij gewone kopie overgezonden aan de advocaat van de minderjarige ». Art. 5.
dezelfde wet wordt een artikel 29bis
gevoegd, luidende : « Art. 29bis.
geval de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige die voor een als misdrijf omschreven feit veroordeeld wordt, duidelijk onverschillig zijn voor diens criminaliteit en de onverschilligheid van de genoemde personen bijdraagt tot de problemen van de minderjarige, kan de rechtbank, op vordering van het openbaar ministerie of ambtshalve, het volgen van een ouderstage bevelen. Dit kan enkel als aanvullende maatregel bij een maatregel die ten overstaan van de minderjarige opgelegd wordt door de jeugdrechter wanneer het volgen van zulke ouderstage de delinquente minderjarige zelf ten goede kan komen. » Art. 6.
artikel 36, 5°, van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten5 en hersteld bij de wet van 7 mei 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht : « 1° het woord « bereik » wordt vervangen door het woord « bereikt »; 2° de woorden « artikel 119 » worden vervangen door de woorden « artikel 119bis ». Art. 7.
artikel 37 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 februari 1994 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Paragraaf 1 wordt aangevuld met de volgende leden : « Om de beslissing bedoeld
het eerste lid te nemen, houdt de jeugdrechtbank rekening met de volgende factoren : 1° de persoonlijkheid en de maturiteitsgraad van de betrokkene;2° zijn leefomgeving;3° de ernst van de feiten, de omstandigheden waarin zij zijn gepleegd, de schade en de gevolgen voor het slachtoffer;4° de vroegere maatregelen die ten aanzien van de betrokkene werden genomen, en diens gedrag gedurende de uitvoering ervan;5° de veiligheid van de betrokkene;6° de openbare veiligheid. Er wordt tevens rekening gehouden met de mate waarin de behandelingswijzen, de opvoedingsprogramma's of enige andere middelen daartoe beschikbaar zijn, alsmede met het voordeel dat de betrokkene daaruit zou kunnen putten. » 2° Paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Zij kan,
voorkomend geval, op cumulatieve wijze : 1° de betrokkenen berispen en, met uitzondering van degenen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, hen laten bij of teruggeven aan de personen bij wie zij gehuisvest zijn, en dezen,
voorkomend geval, ertoe aanmanen
het vervolg beter toezicht op hen te houden en hen beter op te voeden;2° hen onder het toezicht plaatsen van de bevoegde sociale dienst;3° hen onder een
tensieve educatieve begeleiding en onder de geïndividualiseerde omkadering plaatsen van een referentieopvoeder die afhangt van de door de gemeenschappen aangewezen dienst, of van een natuurlijke persoon die beantwoordt aan de door de gemeenschappen gestelde voorwaarden;4° hen opleggen een prestatie van opvoedkundige aard en van algemeen nut te leveren,
verhouding tot hun leeftijd en hun vaardigheden, van ten hoogste 150 uur, die georganiseerd wordt via een door de gemeenschappen aangewezen dienst of door een natuurlijke persoon die beantwoordt aan de door de gemeenschappen gestelde voorwaarden;5° hen opleggen een ambulante behandeling te volgen bij een psychologische of psychiatrische dienst, bij een dienst voor seksuele opvoeding of bij een dienst die deskundig is op het gebied van alcohol- of drugsverslaving;de jeugdrechter kan erin toestemmen dat de minderjarige een behandeling start of voortzet bij een geneesheer-psychiater, een psycholoog of een therapeut die hem wordt voorgesteld door de persoon die bij hem wordt voorgeleid of door diens wettelijke vertegenwoordigers; 6° hen toevertrouwen aan een rechtspersoon die voorstelt de verwezenlijking van een positieve prestatie te begeleiden, die bestaat
hetzij een opleiding, hetzij de deelname aan een georganiseerde activiteit;7° hen toevertrouwen aan een volgens de nadere regels bepaald door de gemeenschappen betrouwbaar persoon of plaatsen
een volgens de nadere regels bepaald door de gemeenschappen geschikte
richting, met het oog op hun huisvesting, behandeling, opvoeding, onderricht of beroepsopleiding;8° hen toevertrouwen aan een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming, met
achtneming van de plaatsingscriteria bedoeld
§ 2q
uater.Ten aanzien van de personen bedoeld
artikel 36, 4°, en onverminderd het bepaalde
artikel 60 wordt
de beslissing vastgesteld wat de duur van de maatregel is, alsmede of het om opname
een gesloten opvoedingsafdeling gaat, zoals georganiseerd door de overheden die daartoe bevoegd zijn op grond van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet, en van artikel 5, § 1, II, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten2 tot hervorming der
stellingen, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988. De rechter of de bevoegde sociale dienst bezoekt de persoon die is toevertrouwd aan een gesloten afdeling van een gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming
dien de plaatsing vijftien dagen overschrijdt; 9° hen plaatsen
een ziekenhuisdienst;10° overgaan tot residentiële plaatsing
een dienst die deskundig is op het gebied van alcohol- of drugsverslaving, of enige andere vorm van verslaving,
geval uit een omstandig medisch verslag, dat minder dan een maand oud is, blijkt dat de fysieke of psychische
tegriteit van de betrokkene niet op een andere wijze kan worden beschermd;11° overgaan tot residentiële plaatsing van de betrokkene
hetzij een open afdeling, hetzij een gesloten afdeling van een jeugdpsychiatrische dienst,
geval uit een door een jeugdpsychiater, volgens de door de Koning bepaalde minimumnormen opgesteld onafhankelijk verslag dat minder dan een maand oud is, blijkt dat hij lijdt aan een geestesstoornis waardoor zijn oordeelsvermogen of zijn vermogen tot het beheersen van zijn handelingen ernstig is aangetast. Plaatsing
een gesloten afdeling van een jeugdpsychiatrische dienst is enkel mogelijk met toepassing van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, overeenkomstig artikel 43. Alleen de
het eerste lid, 1°, 2° en 3° bedoelde maatregelen kunnen worden bevolen ten opzichte van personen van minder dan twaalf jaar. Bij gebrek aan passende maatregelen, verwijst de rechtbank de zaak door naar het parket die haar op zijn beurt kan doorverwijzen naar de bevoegde diensten van de gemeenschappen.
eerste
stantie verdient een
de artikelen 37bis tot 37quinquies omschreven herstelrechtelijk aanbod de voorkeur. Alvorens een
het eerste lid, 1° tot 5° omschreven maatregel wordt opgelegd, dient de haalbaarheid van een door de betrokkene voorgesteld project, omschreven
§ 2ter, te worden overwogen.
De
het eerste lid, 1° tot 5° omschreven maatregelen verdienen de voorkeur boven een plaatsingsmaatregel. Tot slot verdient plaatsing
een open afdeling de voorkeur boven plaatsing
een gesloten afdeling;
dien de rechtbank een maatregel uitspreekt tot plaatsing
een open of gesloten afdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming, bepaalt zij de maximumduur ervan, die enkel kan worden verlengd om uitzonderlijke redenen die verband houden met het aanhoudend wangedrag van de betrokkene en met zijn voor hemzelf of voor anderen gevaarlijke gedrag. De rechtbank kan de uitvoering van de plaatsingsmaatregel uitstellen voor een termijn van zes maanden, te rekenen van de datum van het vonnis, op voorwaarde dat de betrokkene zich verbindt tot het uitvoeren van een prestatie van opvoedkundige aard en van algemeen nut van ten hoogste 150 uur.
dien de rechtbank echter met toepassing van § 2quater, eerste lid, 4°, of tweede lid, 5°, een maatregel uitspreekt tot plaatsing
een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming, bepaalt zij de duur ervan die maximum zes maanden bedraagt en niet kan worden verlengd.
dien de rechtbank een andere maatregel oplegt, bepaalt zij de maximale duur ervan, met uitzondering van de maatregelen genoemd
het eerste lid, 1°. » 3° Een § 2bis wordt
gevoegd, luidende : « § 2bis.Ten aanzien van personen ouder dan 12 jaar kan de rechtbank het behoud van de voor haar gebrachte personen
hun leefomgeving afhankelijk maken van een of meer van de volgende voorwaarden waarvan zij de controle op de naleving kan toevertrouwen aan de bevoegde sociale dienst : 1° geregeld een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs bezoeken;2° een prestatie van opvoedkundige aard en van algemeen nut leveren,
verhouding tot hun leeftijd en hun vaardigheden, van ten hoogste 150 uur, onder toezicht van een door de gemeenschappen aangewezen dienst, of een natuurlijke persoon die beantwoordt aan de door de gemeenschappen gestelde voorwaarden;3° betaalde arbeid verrichten, gedurende ten hoogste 150 uur, met het oog op de vergoeding van het slachtoffer
dien de betrokkene tenminste zestien jaar oud is;4° de pedagogische of medische richtlijnen van een centrum voor opvoedkundige voorlichting of geestelijke gezondheidszorg
acht nemen;5° deelnemen aan een of meer opleidingsmodules of modules ter bewustwording van de gevolgen van de gestelde handelingen, alsook van de
vloed daarvan op de eventuele slachtoffers;6° deelnemen aan een of meer begeleide sportieve, sociale of culturele activiteiten;7° niet omgaan met bepaalde personen of niet komen op bepaalde plaatsen die een band hebben met het als misdrijf omschreven feit dat werd begaan;8° een of meer bepaalde bezigheden niet uitoefenen, gelet op de specifieke omstandigheden;9° het naleven van een huisarrest;10° andere voorwaarden of specifieke verbodsmaatregelen die de rechtbank bepaalt,
acht nemen. De rechter of de rechtbank kan de controle op de uitvoering van de voorwaarden bedoeld
het eerste lid onder 7° en 9°, toevertrouwen aan een politiedienst. Wanneer hij daartoe overgaat,
formeert de rechter de bevoegde sociale dienst regelmatig over de resultaten van die controle. » 4° Een § 2ter wordt
gevoegd, luidende : « § 2ter.De personen bedoeld
artikel 36, 4°, kunnen aan de rechtbank een geschreven project voorleggen,
zonderheid betreffende een of meer van de volgende verbintenissen : 1° schriftelijke of mondelinge verontschuldigingen aanbieden;2° de veroorzaakte schade zelf herstellen
natura,
dien deze beperkt is;3° deelnemen aan een herstelrechtelijk aanbod als bedoeld
de artikelen 37bis tot 37quinquies;4° deelnemen aan een programma gericht op herintegratie
het schoolleven;5° deelnemen aan welbepaalde activiteiten
het kader van een leer- en opleidingsproject, van ten hoogste 45 uur;6° een ambulante behandeling volgen bij een psychologische of psychiatrische dienst, bij een dienst voor seksuele opvoeding of bij een dienst deskundig op het gebied van alcohol- of drugsverslaving;7° zich aanmelden bij de diensten voor jeugdhulpverlening,
gericht door de bevoegde gemeenschapsdiensten. Dit project wordt
gediend uiterlijk op de dag van de terechtzitting. De rechtbank beoordeelt de opportuniteit van het haar voorgelegde project en belast,
dien zij het goedkeurt, de bevoegde sociale dienst met het toezicht op de tenuitvoerlegging ervan. Binnen een termijn van drie maanden na de goedkeuring van het project richt de bevoegde sociale dienst een bondig verslag over de
achtneming van de verbintenissen van de jongere tot de rechtbank.
geval dit project niet ten uitvoer is gelegd, of de tenuitvoerlegging niet op toereikende wijze is geschied, kan de rechtbank tijdens een latere terechtzitting een andere maatregel opleggen. » 5° Een § 2quater wordt
gevoegd, luidende : « § 2quater.- De rechtbank kan slechts ten aanzien van personen die twaalf jaar zijn of meer, een plaatsingsmaatregel bevelen
een open opvoedingsafdeling van een
§ 2
, eerste lid, 8°, bedoelde openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming,
dien : 1° ze een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd dat,
geval het zou zijn gepleegd door een meerderjarige,
de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten, een correctionele hoofdgevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben;2° ze een als slagen en verwondingen omschreven feit hebben gepleegd;3° ten aanzien van hen reeds eerder een definitief vonnis is uitgesproken waarin een plaatsingsmaatregel werd opgelegd
een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming en ze een nieuw als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;4° ze het voorwerp zijn van een herziening van de maatregel overeenkomstig artikel 60, om reden dat de eerder opgelegde maatregel of maatregelen niet werd of werden nageleefd door de betrokkenen,
welk geval de plaatsing voor een niet verlengbare termijn van maximum zes maanden kan worden opgelegd.Na het verstrijken van deze termijn kunnen andere maatregelen slechts worden opgelegd na een herziening door de rechtbank; 5° ze het voorwerp zijn van een herziening zoals bedoeld
artikel 60 en ze geplaatst zijn
een gesloten afdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming op het ogenblik van deze herziening. De rechtbank kan slechts ten aanzien van personen die veertien jaar zijn of meer, een plaatsingsmaatregel bevelen
een gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming bedoeld
§ 2
, eerste lid, 8°,
dien : 1° ze een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd dat,
geval het zou zijn gepleegd door een meerderjarige,
de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten een straf van vijf jaar tot tien jaar opsluiting of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben;2° ze een als aanranding van de eerbaarheid met geweld, criminele organisatie met het oogmerk misdaden te plegen, of bedreiging van personen
de zin van artikel 327 van het Strafwetboek omschreven feit hebben gepleegd;3° ten aanzien van hen reeds eerder een definitief vonnis is uitgesproken waarin een plaatsingsmaatregel werd opgelegd
een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming en die een nieuw als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd dat hetzij omschreven wordt als slagen en verwondingen, hetzij,
geval het zou zijn gepleegd door een meerderjarige,
de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten, een correctionele hoofdgevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben;4° ze met voorbedachten rade een als slagen en verwondingen omschreven feit hebben gepleegd dat een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, hetzij een ongeneeslijke lijkende ziekte, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge heeft, of,
vereniging of
bende en met behulp van gewelddaden, feitelijkheden of bedreigingen, vernielingen hebben aangericht aan bouwwerken of stoommachines, of, met wapens en met geweld, weerspannigheid hebben gepleegd;5° ze het voorwerp zijn van een herziening van de maatregel, overeenkomstig artikel 60, om reden dat de eerder opgelegde maatregel of maatregelen niet werd of werden nageleefd door de betrokkenen,
welk geval de plaatsing voor een niet verlengbare termijn van maximum zes maanden kan worden opgelegd.Na het verstrijken van deze termijn kunnen andere maatregelen slechts worden opgelegd na een herziening door de rechtbank. Onverminderd de
het tweede lid opgesomde voorwaarden, kan de rechtbank een plaatsingsmaatregel bevelen
een gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming bedoeld
§ 2
, eerste lid, 8°, ten aanzien van een persoon tussen twaalf en veertien jaar die een ernstige aanslag heeft gepleegd op het leven of op de gezondheid van een persoon en van wie het gedrag uitzonderlijk gevaarlijk is. » 6° Een § 2quinquies wordt
gevoegd, luidende : « § 2quinquies.- Wanneer de rechtbank een van de
§§ 2
, 2bis en 2ter bedoelde maatregelen beveelt, motiveert zij haar beslissing op grond van de
§ 1
bedoelde criteria en de specifieke omstandigheden.
dien de rechtbank een van de
§ 2
, eerste lid, 6° tot 11°, bedoelde maatregelen, een combinatie van meerdere van de
§ 2
bedoelde maatregelen, een combinatie van één of meer van deze maatregelen met één of meer van de
§ 2b
is bedoelde voorwaarden of een plaatsingsmaatregel beveelt
een gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming, moet zij haar keuze bijzonder motiveren en daarbij rekening houden met de
§ 2, derde lid, bedoelde prioriteiten.
» 7°
§ 3
worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
het eerste lid worden de woorden « 2° tot 4° van § 2 » vervangen door de woorden « § 2, 2° tot 11°, »;b)
het tweede lid worden de woorden « onverminderd het bepaalde
artikel 60 » vervangen door de woorden « onverminderd het bepaalde
§ 2
, vierde lid, en
artikel 60 »;c)
het tweede lid, 1°, worden de woorden « dan wel
dien » vervangen door de woorden « dan wel,
dien »;d)
het tweede lid, 2°, worden de woorden « twintig jaar » vervangen door de woorden « drieëntwintig jaar » en worden de woorden « zeventien jaar » vervangen door de woorden « zestien jaar »;e)
het tweede lid, 2°, worden de woorden « als misdrijf gekwalificeerd feit » vervangen door de woorden « als misdrijf omschreven feit ».f) het volgende lid wordt
gevoegd tussen het tweede lid, 2°, en het derde lid : « Wanneer de betrokkene tussen de leeftijd van twaalf en zeventien jaar een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd dat,
geval het zou zijn gepleegd door een meerderjarige, zou worden gestraft met opsluiting van meer dan tien jaar, en een plaatsingsmaatregel
een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming is opgelegd, kan de rechtbank bij vonnis de verlenging van de hem opgelegde toezichtsmaatregel, bedoeld
artikel 42, bevelen voor een bepaalde duur, uiterlijk tot de dag waarop de betrokkene de leeftijd van drieëntwintig jaar bereikt.De zaak wordt bij de rechtbank aanhangig gemaakt op verzoek van de betrokkene dan wel,
dien hij blijk geeft van aanhoudend wangedrag of zich gevaarlijk gedraagt, op vordering van het openbaar ministerie. »; g) het volgende lid wordt tussen het derde en het vierde lid
gevoegd : « Ten aanzien van de
§ 2
, eerste lid, 11°, bedoelde personen dient de residentiële plaatsing te lopen tot het einde van de behandeling, zolang dat
het licht van die behandeling vereist is.». Art. 8.
artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 februari 1994, worden de woorden « 2° tot 4° » vervangen door de woorden « § 2, 2°, 7° en 8° en § 2bis » Art. 9.Artikel 43 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3, wordt vervangen als volgt : « Art. 43.- Ten aanzien van de
artikel 36, 4°, bedoelde personen past de rechter of de jeugdrechtbank de bepalingen van deze wet toe onverminderd de toepassing van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.
geval van toepassing van de voornoemde wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3 op de personen die oorspronkelijk voor de jeugdrechtbank waren verwezen op grond van artikel 36, 4°, wordt de beslissing van de geneesheer-diensthoofd om de maatregel op te heffen, die overeenkomstig artikel 12, 3°, of 19 van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3 genomen is, slechts uitgevoerd na een termijn van vijf werkdagen te rekenen van de dag waarop de jeugdrechtbank hiervan is geïnformeerd. Binnen deze termijn, en zonder deze te kunnen verlengen, spreekt de rechtbank zich uit over elke andere maatregel bedoeld
artikel 37, die zij nuttig acht. » Art. 10.
artikel 44, tweede en derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 februari 1994, worden de woorden « als misdrijf gekwalificeerd feit » vervangen door de woorden « als misdrijf omschreven feit ». Art. 11.
dezelfde wet wordt een artikel 45bis
gevoegd, luidende : « Art. 45bis.-
geval de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige die verklaart niet te ontkennen een als misdrijf omschreven feit te hebben gepleegd duidelijk onverschillig zijn voor diens criminaliteit en de onverschilligheid van de genoemde personen bijdraagt tot de problemen van de minderjarige, kan de procureur des Konings hen voorstellen een ouderstage te volgen. Dit kan enkel wanneer het volgen van zulke ouderstage de delinquente minderjarige zelf ten goede kan komen. » Art. 12.
dezelfde wet wordt een artikel 45ter
gevoegd, luidende : « Art. 45ter.- Ten aanzien van de personen bedoeld
artikel 36, 4°, kan de procureur des Konings de vermoedelijke pleger van het als misdrijf omschreven feit een waarschuwingsbrief sturen waarin hij vermeldt dat hij kennis heeft genomen van de feiten, dat hij van oordeel is dat deze feiten ten laste van de minderjarige vaststaan en dat hij beslist heeft het dossier te seponeren. Een kopie van de waarschuwingsbrief wordt bezorgd aan de vader en aan de moeder, aan de voogd van de minderjarige of aan de personen die hem
rechte of
feite onder hun bewaring hebben. De procureur des Konings kan de vermoedelijke dader van het als misdrijf omschreven feit en zijn wettelijke vertegenwoordigers evenwel oproepen en hen wijzen op hun wettelijke verplichtingen en de risico's die zij lopen. » Art. 13.
dezelfde wet wordt een artikel 45quater
gevoegd, luidende : « Art. 45quater.§ 1. De procureur des Konings
formeert de persoon die ervan wordt verdacht een als misdrijf omschreven feit te hebben gepleegd, de personen die het ouderlijk gezag over hem uitoefenen, de personen die hem
rechte of
feite onder hun bewaring hebben en het slachtoffer schriftelijk dat zij kunnen deelnemen aan een bemiddeling en
dit kader de mogelijkheid hebben zich te wenden tot een bemiddelingsdienst die hij aanwijst, door de gemeenschappen georganiseerd of beantwoordend aan de door de gemeenschappen gestelde voorwaarden. De procureur des Konings kan dergelijk voorstel doen
geval de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° er bestaan ernstige aanwijzingen van schuld;2° de betrokkene verklaart het als misdrijf omschreven feit niet te ontkennen;3° een slachtoffer is geïdentificeerd. De beslissing van de procureur des Konings om een dossier al dan niet te oriënteren naar een bemiddelingsprocedure moet schriftelijk zijn en gemotiveerd worden, behalve
dien hij de zaak wenst te seponeren. Behalve
de
artikel 49, tweede lid, bedoelde gevallen, heeft de afwezigheid van dergelijke motivering tot gevolg dat de zaak niet regelmatig aanhangig gemaakt is bij de jeugdrechtbank.
geval een voorstel tot bemiddeling wordt gedaan, stelt de procureur des Konings de betrokkenen ervan
kennis dat zij : 1° raad kunnen
winnen bij een advocaat alvorens deel te nemen aan de bemiddeling;2° zich kunnen laten bijstaan door een advocaat op het ogenblik dat het akkoord dat de betrokken personen bereiken wordt vastgelegd. De procureur des Konings laat een afschrift van de schriftelijke voorstellen toekomen aan de aangewezen bemiddelingsdienst.
dien de betrokken personen binnen acht dagen te rekenen van de ontvangst van het schriftelijke voorstel van de procureur des Konings geen stappen ondernomen hebben bij de bemiddelingsdienst, neemt deze contact op met hen. Een bemiddeling kan enkel plaatsvinden
dien de personen die eraan deelnemen er uitdrukkelijk en zonder voorbehoud mee
stemmen en dit blijven doen zolang de bemiddeling loopt. § 2. Binnen twee maanden te rekenen van zijn aanwijzing door de procureur des Konings, stelt de bemiddelingsdienst een bondig verslag betreffende de voortgang van de bemiddeling op. Het akkoord dat de bij de bemiddeling betrokken personen hebben bereikt wordt ondertekend door de persoon die verdacht wordt een als misdrijf omschreven feit te hebben gepleegd, door de personen die ten aanzien van hem het ouderlijk gezag uitoefenen, alsook door het slachtoffer, en moet door de procureur des Konings worden goedgekeurd. Deze laatste kan de
houd ervan niet wijzigen. Hij kan alleen weigeren een akkoord goed te keuren
dien het strijdig is met de openbare orde. § 3. De bemiddelingsdienst stelt een verslag op over de tenuitvoerlegging van het akkoord en richt het aan de procureur des Konings. Het wordt bij het dossier van de procedure gevoegd. Als de dader van het als misdrijf omschreven feit het bemiddelingsakkoord volgens de erin bepaalde regels ten uitvoer heeft gebracht, maakt de procureur des Konings daarvan proces-verbaal op en houdt hij daarmee rekening bij zijn beslissing om de zaak al dan niet te seponeren.
dit geval doet een seponering de strafvordering vervallen. Een afschrift van het proces-verbaal wordt overhandigd aan de dader van het als misdrijf omschreven feit, aan de personen die het ouderlijk gezag over hem uitoefenen, aan het slachtoffer evenals aan de dienst bemiddeling.
geval de overhandiging niet heeft kunnen plaatsvinden, wordt het afschrift van het proces-verbaal bij gerechtsbrief ter kennis gebracht. § 4.
dien de bemiddeling geen resultaat oplevert, kan noch de erkenning van de feiten door de jongere, noch het verloop of het resultaat van de bemiddeling door de gerechtelijke overheden of enige andere persoon worden gebruikt ten nadele van de jongere. De documenten die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan
het kader van de tussenkomst van de bemiddelingsdienst zijn vertrouwelijk met uitzondering van datgene waarmee de partijen
stemmen om het ter kennis van de gerechtelijke
stanties te brengen. Ze kunnen niet worden aangewend
een strafrechtelijke, burgerrechtelijke, administratieve, arbitrale of enige andere procedure voor het oplossen van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis. » Art. 14.
artikel 49, vierde lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 2 februari 1994, worden de woorden «
artikel 38 » vervangen door de woorden «
artikel 57bis ». Art. 15.Artikel 49, tweede lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 2 februari 1994 en gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1999 en 6 januari 2003, wordt aangevuld als volgt : « De betrokkene heeft, telkens hij voor de onderzoeksrechter verschijnt, recht op bijstand van een advocaat. Deze advocaat wordt,
voorkomend geval, aangewezen overeenkomstig artikel 54bis. De onderzoeksrechter kan evenwel een afzonderlijk onderhoud met de betrokkene hebben. » Art. 16.
artikel 51 van dezelfde wet gewijzigd bij de wetten van 21 maart 1969, 2 februari 1994 en 24 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
artikel 51, waarvan de huidige tekst § 2 zal vormen, wordt een § 1
gevoegd, luidende : « § 1.Zodra een als misdrijf omschreven feit bij de rechtbank aanhangig is gemaakt,
formeert de rechtbank de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de betrokkene en, desgevallend, de personen die hem
rechte of
feite onder hun bewaring hebben, alsmede alle mogelijke slachtoffers, teneinde hen de mogelijkheid te bieden aanwezig te zijn. »; 2° het nieuwe § 2, derde lid, wordt vervangen als volgt : «
dien,
de andere aangelegenheden, de betrokkene of de personen die ten aanzien van de minderjarige het ouderlijk gezag uitoefenen, op de oproeping niet verschijnen en deze personen dit niet kunnen rechtvaardigen, kunnen zij door de jeugdrechtbank worden veroordeeld tot een geldboete van één euro tot honderdvijftig euro.»; 3° artikel 51, § 2, wordt aangevuld met het volgende lid : « De
het derde lid bedoelde personen die veroordeeld zijn tot een geldboete, en die, op een tweede uitnodiging om te verschijnen, ten overstaan van de jeugdrechter of de jeugdrechtbank wettige redenen tot verschoning voorleggen, kunnen, op advies van het openbaar ministerie, ontheffing van de geldboete verkrijgen.» Art. 17.
artikel 52 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 2 februari 1994, 30 juni 1994 en 6 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Zij kan ofwel hem
zijn leefomgeving laten en hem
voorkomend geval onderwerpen aan het
artikel 37, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde toezicht of aan een
artikel 37, § 2bis, uitgezonderd 2° en 3°, opgesomde voorwaarde ofwel voorlopig een van de maatregelen nemen bedoeld
artikel 37, § 2, eerste lid, 7° tot 11°,
voorkomend geval op cumulatieve wijze. De maatregel bedoeld
artikel 37, § 2, eerste lid, 9°, wordt steeds genomen met het oog op een medisch-psychologische evaluatie. Teneinde de
artikel 50 bedoelde onderzoeksmaatregelen te kunnen uitvoeren, kan de rechtbank de voorlopige maatregel van bewaring die erin bestaat de betrokkene
zijn leefomgeving te laten en te onderwerpen aan het
artikel 37, § 2, eerste lid, 2° bedoelde toezicht, gepaard laten gaan met de voorwaarde een prestatie van algemeen nut te leveren
verhouding tot zijn leeftijd en zijn vaardigheden. De prestatie van algemeen nut, opgelegd overeenkomstig dit artikel, mag niet meer dan 30 uur bedragen. Om de
het tweede lid bedoelde beslissing te nemen, houdt de jeugdrechtbank rekening met de
artikel 37, § 1, tweede lid bedoelde factoren. Er wordt tevens rekening gehouden met de mate waarin de behandelingswijzen, de opvoedingsprogramma's of enige andere middelen daartoe beschikbaar zijn, alsmede met het voordeel dat de betrokkene daaruit zou kunnen putten. Deze voorlopige maatregelen mogen enkel voor een zo kort mogelijke duur worden genomen, wanneer er voldoende ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, en slechts wanneer de finaliteit van de voorlopige maatregel op geen andere manier kan worden bereikt. Geen enkele voorlopige maatregel kan worden genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing noch met het oog op de uitoefening van enige vorm van dwang. 2°
het derde lid worden de woorden « 37, § 2, 4° » vervangen door de woorden « 37, § 2, eerste lid, 8° » en de woorden « dertig dagen » vervangen door de woorden « drie kalenderdagen ».3°
het derde lid, worden de woorden « als misdrijf gekwalificeerd feit » vervangen door de woorden « als misdrijf omschreven feit ». Art. 18.
artikel 52ter, vierde lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet 2 februari 1994, worden de woorden « zijn advocaat en aan »
gevoegd tussen de woorden « evenals aan » en de woorden « zijn vader en moeder ». Art. 19.Artikel 52quater, tweede lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 2 februari 1994, wordt vervangen als volgt : « Deze beslissing kan enkel worden genomen
dien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° er bestaan ernstige aanwijzingen van schuld;2° de betrokkene geeft blijk van een gedrag dat voor hemzelf of voor anderen gevaarlijk is;3° er bestaan ernstige redenen om te vrezen dat de betrokkene,
dien hij opnieuw
vrijheid wordt gesteld, nieuwe misdaden of wanbedrijven pleegt, zich aan het gerecht onttrekt, bewijsmateriaal probeert te doen verdwijnen of tot een heimelijke verstandhouding komt met derden. » Art. 20.
dezelfde wet wordt een artikel 52quinquies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 52quinquies.- Gedurende een rechtspleging strekkende tot de toepassing van een van de
titel II, hoofdstuk III, bedoelde maatregelen, kan de jeugdrechter of de jeugdrechtbank een bemiddeling voorstellen overeenkomstig de bij de artikelen 37bis tot 37quinquies bepaalde regels. » Art. 21.
dezelfde wet wordt een artikel 57bis
gevoegd, luidende : « Art. 57bis.- § 1.
dien de persoon die wegens een als misdrijf omschreven feit voor de jeugdrechtbank is gebracht, op het tijdstip van het feit zestien jaar of ouder was en de jeugdrechtbank een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding niet geschikt acht, kan zij de zaak bij een met redenen omklede beslissing uit handen geven en ze naar het openbaar ministerie verwijzen, met het oog op vervolging voor ofwel,
dien de betrokkene ervan wordt verdacht een wanbedrijf of correctionaliseerbare misdaad te hebben gepleegd, een bijzondere kamer binnen de jeugdrechtbank die het gemeen strafrecht en de gemeenrechtelijke strafprocedure toepast, als daartoe grond bestaat, ofwel,
dien de betrokkene ervan wordt verdacht een niet-correctionaliseerbare misdaad te hebben gepleegd, het gerecht dat krachtens het gemeen recht bevoegd is, als daartoe grond bestaat. De jeugdrechtbank kan evenwel slechts beslissen tot uithandengeving
dien bovendien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan : - de betrokkene is reeds eerder het voorwerp geweest van een of meerdere van de
artikel 37, § 2, § 2bis of § 2ter bedoelde maatregelen of van een herstelrechtelijk aanbod als bedoeld
de artikelen 37bis tot 37quinquies; - het betreft een feit zoals bedoeld
de artikelen 373, 375, 393 tot 397, 400, 401, 417ter, 417quater, 471 tot 475 van het Strafwetboek of een poging tot het plegen van een feit zoals bedoeld
de artikelen 393 tot 397 van het Strafwetboek. De motivering gebeurt
functie van de persoonlijkheid van de betrokkene en van zijn omgeving en de maturiteitsgraad van de betrokkene. Deze bepaling kan worden toegepast zelfs
dien de betrokkene op het tijdstip van het vonnis de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
dit geval wordt hij gelijkgesteld met een minderjarige voor de toepassing van dit hoofdstuk. § 2. Onverminderd artikel 36bis kan de jeugdrechtbank met toepassing van dit artikel de zaak slechts uit handen geven na de
artikel 50, tweede lid, bedoelde maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken te hebben doen verrichten. Het medisch-psychologisch onderzoek is erop gericht de situatie te evalueren
functie van de persoonlijkheid van de betrokkene en van zijn omgeving en van de maturiteitsgraad van de betrokkene. De aard, frequentie en ernst van de feiten die de betrokkene ten laste worden gelegd, worden
overweging genomen
zoverre ze bijdragen tot de evaluatie van zijn persoonlijkheid. De Koning bepaalt de nadere regels volgens welke het medisch-psychologisch onderzoek dient te worden verricht. Evenwel, 1° kan de jeugdrechtbank de zaak uit handen geven zonder over het verslag van het medisch-psychologisch onderzoek te beschikken, wanneer zij constateert dat de betrokkene zich aan dit onderzoek onttrekt of weigert zich eraan te onderwerpen;2° kan de jeugdrechtbank de zaak uit handen geven zonder een maatschappelijk onderzoek te moeten laten uitvoeren en zonder een medisch-psychologisch onderzoek te moeten vragen,
dien bij vonnis een maatregel al genomen is ten aanzien van een persoon die nog geen achttien jaar is en die één of meer
de artikelen 323, 373 tot 378, 392 tot 394, 401 en 468 tot 476 van het Strafwetboek bedoelde feiten heeft gepleegd, nadat hij de leeftijd van zestien jaar had bereikt en die persoon opnieuw wordt vervolgd omdat hij na die eerste veroordeling weer één of meer van voornoemde feiten heeft gepleegd.De stukken van de vorige procedure worden bij die van de nieuwe procedure gevoegd; 3° doet de jeugdrechtbank onder dezelfde voorwaarden uitspraak over de vordering tot het uit handen geven ten aanzien van een persoon die nog geen achttien jaar is en die een feit, dat als misdaad wordt omschreven en waarop een straf staat die hoger ligt dan twintig jaar opsluiting, heeft gepleegd nadat hij de leeftijd van zestien jaar had bereikt en eerst wordt vervolgd nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. § 3. De jeugdrechtbank kan de zaak slechts uit handen geven met
achtneming van de volgende procedure. Zodra het maatschappelijk onderzoek en het medisch-psychologisch onderzoek ter griffie zijn neergelegd, deelt de jeugdrechter binnen drie werkdagen het dossier mee aan de procureur des Konings.
geval met toepassing van § 2, derde lid, 1°, geen medisch-psychologisch onderzoek is vereist, deelt de rechtbank binnen drie werkdagen na de neerlegging ter griffie van het maatschappelijk onderzoek het dossier mee aan de procureur des Konings.
geval met toepassing van § 2, derde lid, 2° en 3°, de rechtbank uitspraak kan doen zonder een maatschappelijk onderzoek te moeten laten uitvoeren en zonder een medisch-psychologisch onderzoek te moeten vragen, deelt zij het dossier onverwijld mee aan de procureur des Konings. Deze laatste dagvaardt de
artikel 46 bedoelde personen binnen dertig werkdagen na ontvangst van het dossier met het oog op de eerste dienstige terechtzitting.
de dagvaarding moet worden vermeld dat een uithandengeving is vereist. De rechtbank doet binnen dertig werkdagen na de openbare terechtzitting uitspraak over de uithandengeving.
geval van hoger beroep beschikt de procureur-generaal over een termijn van twintig werkdagen te rekenen van het einde van de termijn van hoger beroep om te dagvaarden voor de jeugdkamer van het hof van beroep. Deze kamer doet binnen vijftien werkdagen na de openbare terechtzitting uitspraak over de uithandengeving. § 4. Na de dagvaarding tot uithandengeving kan de betrokkene die is toevertrouwd aan een gesloten opvoedingsafdeling van een
stelling bedoeld
artikel 37, § 2, eerste lid, 8°, worden overgebracht naar de opvoedingsafdeling van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Die overbrenging kan enkel plaatsvinden bij een beslissing van de jeugdrechter, met bijzondere redenen omkleed betreffende de bijzondere omstandigheden. Tegen de vonnissen waarin de
het eerste lid bedoelde plaatsing wordt bevolen, kan hoger beroep worden
gesteld volgens de procedure bedoeld
artikel 52quater, zesde, zevende en achtste lid. De jeugdrechtbank die niet beveelt de zaak uit handen te geven, maakt onmiddellijk een einde aan de plaatsing
het gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en neemt ten aanzien van de betrokkene alle andere maatregelen die zij nuttig acht. §
- Iedere persoon ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving genomen is met toepassing van dit artikel wordt, vanaf de dag waarop deze beslissing definitief geworden is, onderworpen aan de rechtsmacht van de gewone rechter voor de vervolging van feiten die gepleegd zijn na de dag van de dagvaarding tot uithandengeving. §
- Na een beslissing van uithandengeving, bevolen met toepassing van deze bepaling, draagt de jeugdrechtbank of,
voorkomend geval, de jeugdkamer van het hof van beroep, dadelijk het
tegrale dossier van de betrokken persoon over aan het openbaar ministerie, teneinde het,
geval van vervolging, bij het strafdossier te voegen. » Art. 22.
artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 februari 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden «
artikel 37, § 2, 4° » vervangen door de woorden «
artikel 37, § 2, eerste lid, 7° tot 11° »;2° het tweede lid wordt aangevuld als volgt : «
de bij artikel 37quinquies, § 3, bepaalde gevallen geldt de eerstgenoemde wachttermijn van één jaar niet.»; 3° het volgende lid wordt
gevoegd tussen het tweede en het derde lid : « De minderjarige en zijn vader, moeder, voogden of degenen die de minderjarige
rechte of
feite onder hun bewaring hebben kunnen, via gemotiveerd verzoekschrift, de herziening vragen van de voorlopige maatregel bepaald
artikel 52quater na een termijn van één maand vanaf de dag waarop de beslissing definitief werd.De rechter hoort de jongere en zijn wettelijke vertegenwoordigers. De verzoeker mag geen nieuw verzoekschrift
dienen dat hetzelfde voorwerp heeft alvorens een termijn van één maand is verstreken vanaf de datum van de laatste beslissing houdende verwerping van zijn verzoek. »; 4°
het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden «
artikel 37, § 2, 3° of 4° » vervangen door de woorden «
artikel 37, § 2, eerste lid, uitgezonderd 1° en 8° »;5° tussen het derde en het vierde lid, die het vierde en het zesde lid worden, wordt het volgende lid
gevoegd : « Onverminderd artikel 37, § 2, vierde lid, moet de
artikel 37, § 2, eerste lid, 8°, bedoelde maatregel, die bij vonnis bevolen is, opnieuw worden onderzocht teneinde te worden bevestigd,
getrokken of gewijzigd vóór het verstrijken van een termijn van zes maanden te rekenen van de dag waarop de beslissing definitief is geworden.Deze procedure wordt
geleid volgens de bij het vierde lid bepaalde vormvereisten. »; 6°
het vierde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden «
artikel 37, § 2, 4° » vervangen door de woorden «
artikel 37, § 2, eerste lid, 8°, 10° en 11° ». Art. 23.
artikel 61 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A)
het tweede lid worden de woorden « terzelfder tijd als over de publieke vordering » vervangen door de woorden « of houdt de behandeling daarvan aan tot een latere datum »; B) Het artikel wordt aangevuld als volgt : « Het slachtoffer kan afstand doen van elke vordering die uit het als misdrijf omschreven feit voortvloeit,
het bijzonder wanneer de dader of daders ten voordele van wie het slachtoffer deze afstand doet, meewerkt of meewerken aan een herstelrechtelijk aanbod. Het slachtoffer vermeldt uitdrukkelijk
het akkoord dat door de herstelgerichte aanpak wordt bereikt, ten voordele van welke dader of daders die meewerkt of meewerken aan een herstelrechtelijk aanbod, de afstand van de
het vierde lid bedoelde vordering geldt. Uit de afstand van een vordering zoals bedoeld
het vierde lid, volgt automatisch dat deze afstand eveneens geldt ten aanzien van alle personen die hetzij krachtens artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek, hetzij krachtens een bijzondere wet aansprakelijk zijn voor de schade veroorzaakt door de dader of daders ten voordele van wie het slachtoffer de afstand doet. » Art. 24.
artikel 80, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden « 37, 38, 39, 40 en 43 » vervangen door de woorden « 37, 37bis, 38, 39, 43, 45ter, 45quater en 57bis ». Art. 25.Artikel 85 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1, wordt hersteld
de volgende lezing : « De jeugdrechtbank kan de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige, die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd,en die duidelijk onverschillig zijn voor diens criminaliteit en die weigeren de
artikel 29bis bedoelde ouderstage te volgen, of die aan diens uitvoering niet meewerken, veroordelen tot een gevangenisstraf van een tot zeven dagen en tot een geldboete van een euro tot vijfentwintig euro of tot een van die straffen alleen. » Art. 26.Artikel 89 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Al de bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven omschreven
de artikelen 71, 80, 81, 82, 85 en 86. » Art. 27.Artikel 100bis van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1, wordt hersteld
de volgende lezing : « Art. 100bis.- Voor de zaken die hangend zijn op het ogenblik van de
werkingtreding van de wet van 15 mei 2006 tot wijziging van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en van de wet van 15 mei 2006 tot wijziging van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het Wetboek van strafvordering, het Strafwetboek, het Burgerlijk Wetboek, de nieuwe gemeentewet en de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, worden de
die wetten vermelde termijnen berekend vanaf de dag die volgt op hun
werkingtreding. » HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van strafvordering Art. 28.De wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, wordt aangevuld met een nieuw hoofdstuk, luidende : « Hoofdstuk V - Regels met betrekking tot de uitoefening van de strafvordering volgend op een beslissing van uithandengeving bevolen door een jeugdgerecht Artikel 30.- Wanneer de strafvordering wordt uitgeoefend met toepassing van deze wet, ten gevolge van een beslissing van uithandengeving bevolen
toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, mogen de stukken die verband houden met de persoonlijkheid en de leefomgeving van de vervolgde persoon uitsluitend worden meegedeeld aan de betrokkene of aan zijn advocaat, met uitsluiting van elke andere vervolgde persoon en van de burgerlijke partij. » Art. 29.Artikel 216quater, § 1, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wet van 13 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten0, wordt aangevuld als volgt : « Aan de oproeping bij proces-verbaal wordt voorrang gegeven
geval van vervolging van een persoon die uithanden gegeven is met toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. » Art. 30.Artikel 416, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2002 pub. 16/01/2003 numac 2003009013 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van sommige artikelen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de werking van de Hoge Raad voor de Justitie sluiten, wordt aangevuld als volgt : « , noch op verwijzingsarresten overeenkomstig artikel 57bis van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. » HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek Art. 31.Artikel 58bis, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 21 juni 2001, wordt vervangen als volgt : « 4° bijzonder mandaat : de mandaten van onderzoeksrechter, rechter
de jeugdrechtbank, rechter
de strafuitvoeringsrechtbank, beslagrechter, jeugdrechter
hoger beroep, verbindingsmagistraat
jeugdzaken, bijstandsmagistraat, federaal magistraat en substituut-procureur des Konings gespecialiseerd
strafuitvoeringszaken. » Art. 32.Artikel 76 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/03/2000 pub. 01/04/2000 numac 2000009309 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de rechterlijke organisatie ten gevolge van de
voering van een procedure van onmiddellijke verschijning type wet prom. 28/03/2000 pub. 01/04/2000 numac 2000009310 bron ministerie van justitie Wet tot
voeging van een procedure van onmiddellijke verschijning
strafzaken type wet prom. 28/03/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009222 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 117 van en tot
voeging van een artikel 240bis
het Gerechtelijk Wetboek sluiten, wordt aangevuld met het volgende lid : «
de afdeling van de jeugdrechtbank worden één of meer kamers bevoegd voor de berechting van personen ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving is genomen overeenkomstig de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade,
het kader van een wanbedrijf of correctionaliseerbare misdaad. » Art. 33.Artikel 78 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid : «
afwijking van de artikelen 80 en 259sexies en opdat de jeugdkamers die bevoegd zijn voor de
artikel 92,§ 1, 7°, bedoelde aangelegenheden, rechtsgeldig zouden zijn samengesteld, moeten twee leden ervan de opleiding hebben genoten die georganiseerd wordt
het kader van de
artikel 259sexies, § 1,1°, derde lid, bedoelde voortgezette vorming van de magistraten, die vereist is voor de uitoefening van het ambt van rechter
de jeugdrechtbank. Het derde lid is een rechter van de correctionele rechtbank. » Art. 34.
artikel 80, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden de woorden « of rechter bij de jeugdrechtbank »
gevoegd tussen het woord « onderzoeksrechter » en de woorden « , moet de werkende rechter ». Art. 35.Artikel 92, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 november 2000 en 3 mei 2003, wordt aangevuld als volgt : « 7° de vervolgingen van de personen ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving is genomen overeenkomstig de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van de minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade
het kader van een wanbedrijf en/of correctionaliseerbare misdaad. » Art. 36.
artikel 101 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 19 juli 1985 en 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid
gevoegd, luidend als volgt : « Ten minste een van de jeugdkamers wordt bevoegd voor de vervolgingen
gesteld tegen personen ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving is genomen overeenkomstig de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dat feit veroorzaakte schade,
het kader van een wanbedrijf en/of correctionaliseerbare misdaad.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een nieuw lid, luidend als volgt : « Opdat de
het tweede lid bedoelde jeugdkamers rechtsgeldig zouden zijn samengesteld, moeten ten minste twee leden ervan de opleiding hebben genoten die georganiseerd wordt
het kader van de voortgezette vorming van de magistraten, zoals bedoeld
artikel 259sexies, § 1,1°, derde lid, die vereist is voor de uitoefening van het ambt van rechter
de jeugdrechtbank.» Art. 37.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 144septies
gevoegd, luidende : « Art. 144septies.- Er zijn twee verbindingsmagistraten
jeugdzaken. De eerste oefent zijn functie uit ten aanzien van de
stanties die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap en van de
stanties die afhangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De tweede oefent zijn bevoegdheden uit ten aanzien van de
stanties die afhangen van de Franse Gemeenschap, van de
stanties die afhangen van de Duitstalige Gemeenschap en van de
stanties die afhangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zo nodig, wordt een derde verbindingsmagistraat
jeugdzaken aangewezen voor de
stanties die afhangen van de Duitstalige Gemeenschap. De verbindingsmagistraat
jeugdzaken is belast met de volgende opdrachten : 1°
geval van gebrek aan beschikbare plaatsen
de openbare gemeenschapsinstellingen voor jeugdbescherming, de
werkingstelling van de plaatsingsbeslissing optimaliseren voor de personen ten aanzien van wie een rechterlijke beslissing genomen is met toepassing van artikel 36, 4°, en 37 van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade;2° de eventuele verwijzingen coördineren van veroordeelde personen die zich
een federaal gesloten centrum bevinden, naar een strafinrichting voor volwassenen. De verbindingsmagistraat
jeugdzaken vervult zijn opdrachten onder het gezag van het college van procureurs-generaal en onder de leiding van de procureur-generaal die belast is met jeugdzaken. Hij oefent zijn ambt uit ten zetel van het college van procureurs-generaal. » Art. 38.
artikel 186bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten, worden de woorden « , verbindingsmagistraat
jeugdzaken »
gevoegd tussen de woorden « tot federaal magistraat » en de woorden « en bijstandsmagistraat ». Art. 39.
artikel 259bis-1, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2001 en 10 april 2003, worden de woorden « , de verbindingsmagistraten
jeugdzaken »
gevoegd tussen het woord « bijstandsmagistraten » en de woorden « en de federale magistraten ». Art. 40.
artikel 259bis-3, § 3, 4°, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, worden de woorden « of federaal » vervangen door de woorden « , verbindingsmagistraat
jeugdzaken of federale ». Art. 41.
artikel 259bis-10, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/2000 pub. 01/08/2000 numac 2000009664 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, van de wet van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen
gerechtszaken type wet prom. 17/07/2000 pub. 04/08/2000 numac 2000011316 bron ministerie van economische zaken Wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat
het kader van het stedelijk beleid sluiten, worden de woorden « , verbindingsmagistraat
jeugdzaken »
gevoegd tussen het woord « bijstandsmagistraat » en de woorden « of federale magistraat ». Art. 42.
artikel 259sexies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2001 en 3 mei 2003 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, 1°, derde lid, wordt vervangen als volgt : « Om het ambt van onderzoeksrechter of jeugdrechter te kunnen uitoefenen, moet men, onverminderd de voorgaande bepalingen, een gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd die georganiseerd wordt
het kader van de
artikel 259bis-9, § 2, bedoelde vorming van magistraten.Bovendien, om het ambt van onderzoeksrechter te kunnen uitoefenen, moet men gedurende ten minste een jaar het ambt van rechter
de rechtbank van eerste aanleg hebben uitgeoefend; »; 2°
§ 1
, eerste lid, 3°, eerste lid, worden de woorden « de bijstandsmagistraten » vervangen door de woorden « de verbindingsmagistraten
jeugdzaken, de bijstandsmagistraten »;3° § 1, eerste lid, 3°, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor de verbindingsmagistraten
jeugdzaken wordt het door artikel 259ter, § 1, 1°, voorgeschreven advies niet
gewonnen.»; 4°
§ 2
, derde lid, worden de woorden « De bijstandsmagistraten » vervangen door de woorden « De verbindingsmagistraten
jeugdzaken, de bijstandsmagistraten »;5°
§ 2
, vierde lid, worden de woorden « federaal magistraat » vervangen door de woorden « verbindingsmagistraat
jeugdzaken of federaal magistraat »;6°
§ 3
, tweede lid, wordt het woord « bijstandsmagistraat » vervangen door de woorden « verbindingsmagistraat
jeugdzaken, de bijstandsmagistraat »;7°
§ 3
, vierde lid, worden de woorden « bijstandsmagistraat of federale magistraat » vervangen door de woorden « rechter
de strafuitvoeringsrechtbank, verbindingsmagistraat
jeugdzaken, bijstandsmagistraat, federaal magistraat of substituut-procureur des Konings gespecialiseerd
strafuitvoeringszaken ». Art. 43.
artikel 259septies, vierde lid, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/2000 pub. 01/08/2000 numac 2000009664 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, van de wet van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen
gerechtszaken type wet prom. 17/07/2000 pub. 04/08/2000 numac 2000011316 bron ministerie van economische zaken Wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat
het kader van het stedelijk beleid sluiten worden de woorden « van bijstandsmagistraat en van federaal magistraat » vervangen door de woorden « van rechter
de strafuitvoeringsrechtbank, van verbindingsmagistraat
jeugdzaken, van bijstandsmagistraat, van federaal magistraat en van substituut-procureur des Konings gespecialiseerd
strafuitvoeringszaken ». Art. 44.
artikel 259undecies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 21 juni 2001 en de wet van 3 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
: - de woorden « en de verbindingsmagistraat
jeugdzaken » worden
gevoegd tussen de woorden « bijstandsmagistraat » en het woord « die »; - het woord « wordt » wordt vervangen door het woord « worden »; 2°
§ 2
, worden de woorden « of het college van procureurs-generaal »
gevoegd tussen de woorden « korpschef » en het woord « zendt ». Art. 45.
artikel 287, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, worden de woorden « tot bijstandsmagistraat of tot federaal magistraat » vervangen door de woorden « tot rechter
de strafuitvoeringsrechtbank, tot verbindingsmagistraat
jeugdzaken, tot bijstandsmagistraat, tot federaal magistraat of tot substituut-procureur des Konings gespecialiseerd
strafuitvoeringszaken ». Art. 46.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 315bis
gevoegd na artikel 315 en vóór boek II, titel II, hoofdstuk II, luidend als volgt : « Art. 315bis.- De verbindingsmagistraten
jeugdzaken behouden hun plaats op de ranglijst
hun oorspronkelijk korps. » Art. 47.
artikel 341, § 1, 2° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, worden de woorden « tweede lid » vervangen door de woorden « derde lid ». Art. 48.
artikel 355bis van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 4 maart 1997 en vervangen door de wet van 21 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, tweede lid, worden de woorden « en de bijstandsmagistraten » vervangen door de woorden « , de bijstandsmagistraten en de verbindingsmagistraten
jeugdzaken »;2°
§ 2
, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Artikel 357, § 2, is van toepassing op de federale magistraten en op de verbindingsmagistraten
jeugdzaken.». Art. 49.Artikel 410, § 1, 2°, zesde streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/07/2002 pub. 14/08/2002 numac 2002009733 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot
trekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 07/07/2002 pub. 10/08/2002 numac 2002009754 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen sluiten, wordt aangevuld met de woorden « en de verbindingsmagistraten
jeugdzaken » Art. 50.Artikel 415, § 7, achtste streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/07/2002 pub. 14/08/2002 numac 2002009733 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot
trekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 07/07/2002 pub. 10/08/2002 numac 2002009754 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen sluiten, wordt aangevuld met de woorden « en de verbindingsmagistraten
jeugdzaken » na de woorden « bijstandsmagistraten ». HOOFDSTUK V. - Wijziging van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6 op het gebruik der talen
gerechtszaken Art. 51.Artikel 43bis van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6 op het gebruik der talen
gerechtszaken,
gevoegd bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, gewijzigd door de wetten van 26 juni 1974, 23 september 1985, 23 juni 1989, 4 maart 1997, 22 december 1998, 17 juli 2000 en 21 juni 2001, wordt aangevuld met een § 5, luidend als volgt : « § 5. Een verbindingsmagistraat
jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master
de rechten
de Nederlandse taal heeft afgelegd. Een verbindingsmagistraat
jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master
de rechten
de Franse taal heeft afgelegd.
geval van aanwijzing van een verbindingsmagistraat
jeugdzaken die specifiek bevoegd is voor de procedures die
de Duitse taal gevoerd worden moet deze kennis van het Duits aantonen en, aan de hand van zijn diploma, aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master
de rechten
de Franse taal heeft afgelegd of moet hij zijn kennis van de Franse taal bewijzen. Voor de
stanties die vallen onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt de taal waarin de procedure gevoerd wordt aan welke verbindingsmagistraat
jeugdzaken het dossier wordt toegewezen. ». HOOFDSTUK VI. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke Art. 52.Artikel 1 van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke wordt gewijzigd als volgt : 1° de bestaande tekst, die § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de woorden « en de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidend als volgt : « § 2.De
deze wet bedoelde beschermingsmaatregelen worden opgelegd door de vrederechter. Echter, voor minderjarigen, evenals voor meerderjarigen ten aanzien van wie een jeugdbeschermingsmaatregel is gehandhaafd met toepassing van artikel 37, § 3, tweede en derde lid, van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van de minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, is enkel de jeugdrechtbank of de jeugdrechter bevoegd. De territoriale bevoegdheid van de jeugdrechtbank of de jeugdrechter wordt bepaald overeenkomstig artikel 44 van de voormelde wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4. Wanneer de bevoegdheid van de jeugdrechtbank bedoeld
het tweede lid een einde neemt en een door deze wet voorziene maatregel nog loopt, zendt de jeugdrechtbank het dossier over aan de vrederechter, die de zaak overneemt zoals ze dan staat. » Art. 53.
artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
en
§ 2
, worden de woorden « de vrederechter » vervangen door de woorden « de rechter »;2°
§ 2
worden de woorden « het vredegerecht » vervangen door de woorden « het vredegerecht of de jeugdrechtbank ». Art. 54.
artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de vrederechter » worden vervangen door de woorden « de rechter »;2° het artikel wordt aangevuld als volgt : « Ten aanzien van de
artikel 1, § 2, bedoelde personen herziet de jeugdrechtbank de beslissing tot handhaving ten minste om de zes maanden, of ten minste om de drie maanden als de maatregel genomen is op grond van artikel 52 van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade ». Art. 55.
artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999000386 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn type wet prom. 07/05/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999009652 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie
gegeven daden alsook de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§§ 1
en 2, worden de woorden « de vrederechter » vervangen door de woorden « de rechter »;2° § 3, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « Het hoger beroep tegen de vonnissen van de rechter wordt
gesteld bij verzoekschrift gericht tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die de datum van de zitting bepaalt.De zaak wordt toegewezen aan een kamer met drie rechters. Het hoger beroep tegen de vonnissen van de jeugdrechtbank wordt
gesteld bij verzoekschrift gericht tot de voorzitter van het hof van beroep, die de datum van de zitting bepaalt. »; 3°
§ 3
, tweede lid, worden de woorden « De procureur des Konings » vervangen door de woorden « De procureur- generaal of de procureur des Konings »;4°
§ 3
, vierde lid, worden de woorden « de rechtbank » vervangen door de woorden « de rechtbank of het hof »;5°
§ 3
, vijfde lid, worden de woorden « de rechtbank » vervangen door de woorden « de rechtbank of het hof »;6°
§ 3
, vijfde lid, worden de woorden « definitief vonnis » vervangen door de woorden « definitieve beslissing »;7°
§ 4
, eerste en tweede lid, worden de woorden « het vonnis » vervangen door de woorden « het vonnis of het arrest » en de woorden « een vonnis » door de woorden « een vonnis of een arrest »;8°
§ 5
, worden de woorden « het vonnis » vervangen door de woorden « het vonnis of het arrest » en de woorden « een vonnis » door de woorden « een vonnis of een arrest »;9°
§ 6
, worden de woorden « het vonnis » vervangen door de woorden « het vonnis of het arrest »;10°
§ 6
, worden de woorden « De procureur des Konings » vervangen door de woorden « De procureur-generaal of de procureur des Konings. ». Art. 56.
artikel 31 van dezelfde wet wordt de woorden « het vonnis » vervangen door de woorden « het vonnis of het arrest ». Art. 57.
artikel 33 van dezelfde wet worden de woorden « de rechtbank » vervangen door de woorden « de bevoegde rechter ». Art. 58.
artikel 34 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid worden de woorden « de zieke » vervangen door de woorden « de zieke of,
dien het een minderjarige betreft, van zijn wettelijke vertegenwoordigers »;2°
het derde lid, worden de woorden « De vrederechter en de rechtbank kunnen » vervangen door de woorden « De rechter, de rechtbank of het hof kan ». Art. 59.
de artikelen 5, 6, 7, 8, 9, 12, 13, 16, 18, 19, 20, 21, 22, 24, 25, 27, 28, 29, 30, 33, 34 en 35 van dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten, 6, 7, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999000386 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn type wet prom. 07/05/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999009652 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie
gegeven daden alsook de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten, 8, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999000386 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn type wet prom. 07/05/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999009652 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie
gegeven daden alsook de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten, 9, 12, 13, 16, 19, 20, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7, 21, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 en bij de wet van 2 februari 1994, 23, 24, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7, 25, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7, 27, 28, 29, 33 en 35, gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten, van dezelfde wet wordt het woord « vrederechter » telkens vervangen door het woord « rechter ». HOOFDSTUK VII. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009204 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd Art. 60.
artikel 2 van de wet van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009204 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, worden na de woorden « de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming » de woorden « , het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade »
gevoegd. Art. 61.
artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1) het 2° wordt vervangen als volgt : « 2° het als misdrijf omschreven feit waarvoor hij vervolgd wordt, kan,
dien hij meerderjarig zou zijn,
de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten een straf tot gevolg hebben van opsluiting van vijf tot tien jaar of een zwaardere straf.» 2)
het 4° worden de woorden « § 2, 3° » vervangen door de woorden « § 2, eerste lid, 7° ».3)
het 4° worden na de woorden « de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming » de woorden « , het ten laste nemen van minderjarigen die en als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade »
gevoegd.4)
het 4° worden de woorden « § 2, 4° » vervangen door de woorden « § 2, eerste lid, 8° ». Art. 62.
artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, tweede lid, na de woorden « de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende jeugdbescherming » worden de woorden « , het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade »
gevoegd;2°
§ 2
, na de woorden « de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende jeugdbescherming » worden de woorden « , het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade »
gevoegd. Art. 63.
artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet worden na de woorden « de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot
voering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale
tegratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 betreffende de jeugdbescherming » worden de woorden « , het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade »
gevoegd. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepaling Art. 64.De Koning kan, bij een besluit, vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de ordening