← België

Koninklijk besluit tot regeling van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van vliegtuigen

Kort samengevat

Dit besluit regelt de burgerlijke vergunningen voor bestuurders van vliegtuigen en de bijbehorende bevoegdverklaringen in België. Het stelt de voorwaarden vast voor het verkrijgen, geldig maken en hernieuwen van deze vergunningen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
4 MAART 2008. - Koninklijk besluit tot regeling van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van vliegtuigen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1937 pub. 15/12/2021 numac 2021043109 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, inzonderheid op artikel 5, § 1, gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001; Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/01/2000 pub. 07/03/2000 numac 2000014031 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot regeling van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van vliegtuigen sluiten tot regeling van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van vliegtuigen gewijzigd door de koninklijke besluiten van 13 maart 2002 en 7 april 2003; Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn; Gelet op het advies van de Raad van State nr. 42.672/4 gegeven op 13 november 2007; Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Definities en afkortingen Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : JAA (Joint Aviation Authorities) : organisme dat verbonden is aan de Europese Conferentie voor de burgerluchtvaart (ECAC) en dat de regelingen heeft uitgewerkt om samen te werken aan de ontwikkeling en het in werking stellen van gemeenschappelijke regels (codes JAR), op alle domeinen die betrekking hebben op de veiligheid van de luchtvaartuigen en van hun exploitatie. JAR-FCL : gemeenschappelijke regels die door de JAA zijn uitgewerkt op het gebied van de vergunningen van het stuurpersoneel. Geïnteresseerden kunnen van dit document kennis nemen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Luchtvaart. Helikopter : aërodyne die zijn opwaartse draagkracht in de lucht hoofdzakelijk verkrijgt door de reactie van de lucht op één of meerdere rotoren die voortgetrokken door een voortstuwingsinrichting rond duidelijk vertikale assen draaien. Luchtvaartuig : ieder toestel dat in de dampkring kan worden gehouden tengevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent met uitzondering van deze krachten op het aardoppervlak. Type (van een luchtvaartuig) : groep van luchtvaartuigen met identieke fundamentele kenmerken, daarin begrepen alle wijzigingen, behalve diegene die een verandering van manoeuvre- of vliegkenmerken, of een toevoeging van leden van het stuurpersoneel tot gevolg hebben. Categorie (van luchtvaartuigen) : indeling van de luchtvaartuigen volgens de gespecificeerde fundamentele kenmerken, bijvoorbeeld : vliegtuig, helikopter, zweefvliegtuig, vrije ballon. Aërodyne : elk luchtvaartuig dat zijn opwaartse draagkracht in de lucht hoofdzakelijk verkrijgt door aërodynamische krachten; de aërodyne is zwaarder dan de lucht. Vliegtuig : aërodyne voorzien van een voortstuwingsinrichting, die zijn opwaartse draagkracht in de lucht hoofdzakelijk verkrijgt door aërodynamische krachten die worden uitgeoefend op vlakken welke gedurende eenzelfde vliegstand niet van stand veranderen. Eénpiloot vliegtuig : vliegtuig gecertificeerd om bestuurd te worden door één bestuurder. Meerpiloot vliegtuig : vliegtuig gecertificeerd om bestuurd te worden door een bemanning van ten minste twee bestuurders. Medebestuurder : houder van een vergunning van bestuurder die al de functies van bestuurder uitoefent, behalve die van gezagvoerder, op een vliegtuig gecertificeerd om bestuurd te worden door een bemanning van ten minste twee bestuurders of onder operationele omstandigheden waarin reglementair ten minste twee bestuurders worden vereist. Valt buiten deze begripsbepaling, de bestuurder die zich aan boord van een vliegtuig zou bevinden alleen om vliegonderricht, voor het behalen van een vergunning of bevoegdverklaring, te ontvangen. Gemotoriseerd zweefvliegtuig (TMG) : zweefvliegtuig met bewijs van luchtwaardigheid, uitgereikt of aanvaard door een JAA-Lidstaat, dat in staat is op eigen kracht te starten en te klimmen overeenkomstig zijn vlieghandboek. Bevoegdverklaring : aantekening op een vergunning die de bijzondere voorwaarden, voorrechten of beperkingen vermeldt die gelden voor de betreffende vergunning. Hernieuwing (van een goedkeuring of van een bevoegdverklaring) : administratieve handeling die wordt verricht nadat een goedkeuring of bevoegdverklaring is verlopen, en waarmee de voorrechten van deze goedkeuring of bevoegdverklaring voor een nieuwe periode worden verlengd, mits aan de voorziene voorwaarden wordt voldaan. Wedergeldigmaking (van een goedkeuring of van een bevoegdverklaring) : administratieve handeling die wordt verricht binnen de geldigheidsperiode van een goedkeuring of van een bevoegdverklaring en waardoor de houder wordt toegestaan om de voorrechten van deze goedkeuring of bevoegdverklaring voor een nieuwe periode verder te blijven uitoefenen, mits aan de voorziene voorwaarden wordt voldaan. Onderlinge samenwerking van de bemanning (MCC) : het functioneren van het stuurpersoneel als een samenwerkend team, onder leiding van de gezagvoerder. Bekwaamheidsproef : demonstratie van vaardigheid, met het oog op het wedergeldig maken of het hernieuwen van een bevoegdverklaring, en waarin begrepen is elk mondeling examen dat de examinator kan vereisen. Omzetting (van een vergunning) : uitreiking van een vergunning op grond van een vergunning die werd uitgereikt door een Staat die geen lid is van de JAA. Geïntegreerde opleiding : alles omvattende opleiding waarbij theorie en praktijk voor het behalen van een vergunning/bevoegdverklaring in één pakket, op éénzelfde tijdstip en in éénzelfde FTO wordt gegeven. Gemoduleerde opleiding : opleiding waarbij men de verschillende modules voor het behalen van een vergunning/bevoegdverklaring kan volgen op verschillende tijdstippen en in verschillende FTO's. Vaardigheidstest : demonstratie van vaardigheid die uitgevoerd wordt met het oog op de uitreiking van een vergunning of van een bevoegdverklaring, en waarin begrepen is elk mondeling examen dat de examinator kan vereisen. Andere opleidingshulpmiddelen : alle hulpmiddelen voor de opleiding, behalve vluchtnabootsers, vliegtrainers of trainers voor vlieg- en navigatieprocedures die een mogelijkheid voor opleiding bieden waar een volledige cockpitomgeving niet noodzakelijk is. Tijd met instrumenten op de grond : tijd gedurende dewelke een bestuurder instructie krijgt in nagebootst instrumentvliegen in een synthetische vliegtrainer (STD). Tijd met instrumenten : vliegtijd met instrumenten of tijd met instrumenten op de grond. Vliegtijd : globale tijd gerekend vanaf het ogenblik dat het vliegtuig zich begint te verplaatsen om op te stijgen tot wanneer het na afloop van de vlucht tot stilstand komt. Vliegtijd met instrumenten : tijd gedurende dewelke het luchtvaartuig uitsluitend met behulp van instrumenten wordt bestuurd. Vliegtijd als leerling-bestuurder in de functie van gezagvoerder (SPIC) : vliegtijd gedurende dewelke de vlieginstructeur de leerling uitsluitend zal gadeslaan terwijl die optreedt als gezagvoerder, en de vlucht van het luchtvaartuig niet zal beïnvloeden of beheersen. Dubbelbesturingsvliegtijd : vliegtijd of tijd met instrumenten op de grond gedurende dewelke een persoon vlieginstructie krijgt van een naar behoren gemachtigd instructeur. Solo vliegtijd : de vliegtijd gedurende dewelke een leerling-bestuurder de enige persoon is aan boord van een luchtvaartuig. Routesector : een vlucht met daarin begrepen de opstijging, het vertrek, een kruisvlucht van ten minste 15 minuten, de aankomst, de nadering en de landing. Nacht : tijd begrepen tussen dertig minuten na zonsondergang en dertig minuten voor zonsopgang. Directeur-generaal : de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart. § 2. De afkortingen die in dit besluit worden gebruikt krijgen de volgende betekenissen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK 2. - Algemeen Afdeling 1. - Doel en toepassingsgebied Art. 2.§ 1. Dit besluit beoogt de reglementering voor het verkrijgen, de wedergeldigmaking en de hernieuwing van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van vliegtuigen, alsook van de bevoegdverklaringen die eraan verbonden zijn. § 2. Voor de toepassing van dit besluit betekent de uitdrukking « uitgereikt door een JAA-Lidstaat », uitgereikt door een Lidstaat van de JAA en overeenkomstig de geharmoniseerde JAR-FCL-voorschriften. Met de uitdrukking « JAA-Lidstaat » wordt, met betrekking tot het aanvaarden van vergunningen, bevoegdverklaringen, toelatingen, goedkeuringen of certificaten, een volwaardige JAA-Lidstaat bedoeld. Art. 3.§ 1. Alle synthetische vliegtrainers die in dit besluit worden vermeld en die, met het oog op de opleiding, een luchtvaartuig vervangen, worden gecertificeerd door de Directeur-generaal. § 2. Wanneer verwezen wordt naar vliegtuigen of helikopters zijn daarin, tenzij anders bepaald, de ultralichte motorluchtvaartuigen niet begrepen. Afdeling 2. - Basisvoorwaarden Art. 4.§ 1. De houder van een vergunning of van een bevoegdverklaring kan geen andere voorrechten uitoefenen dan diegene die verbonden zijn aan deze vergunning of bevoegdverklaring. § 2. Indien vaststaat dat een kandidaat voor of een houder van een vergunning die werd uitgereikt door een andere JAA-Lidstaat, de JAR-FCL voorschriften of de Belgische reglementering terzake niet of niet langer naleeft, stelt de Directeur-generaal de Staat die de vergunning heeft uitgereikt en de Afdeling Vergunningen van de JAA hiervan op de hoogte. De Directeur-generaal kan, bij wijze van veiligheidsmaatregel, geldig tot de definitieve beslissing door de Staat van uitreiking, om voormelde reden verbieden dat een kandidaat of een houder van een vergunning, die hij naar behoren heeft gesignaleerd aan de Staat die de vergunning heeft uitgereikt en aan de JAA, nog enig in België ingeschreven of zich in het Belgische luchtruim bevindend luchtvaartuig zou besturen. Afdeling 3. - Buitenlandse titels Onderafdeling 1. - Door de JAA-Lidstaten uitgereikte titels Art. 5.Een vergunning, bevoegdverklaring, toelating, goedkeuring of certificaat uitgereikt door een JAA-Lidstaat wordt zonder formaliteiten aanvaard. Onderafdeling 2. - Geldigmaking van vergunningen uitgereikt door Staten die geen lid zijn van de JAA Art. 6.Een vergunning die uitgereikt werd door een Staat die geen Lid is van de JAA kan geldig gemaakt worden mits aan alle voorwaarden wordt voldaan die door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL werden bepaald. Het gebruik van deze geldig gemaakte vergunning wordt beperkt tot de luchtvaartuigen die in België zijn ingeschreven. Art. 7.§ 1. De vergunning van lijnbestuurder, van beroepsbestuurder of van privaat bestuurder met de bevoegdverklaring instrumentvliegen, uitgereikt door een Staat die geen lid is van de JAA, kan geldig worden gemaakt voor een periode van maximum één jaar, ingaande op de datum van de eerste geldigmaking, op voorwaarde dat de vergunning geldig blijft en dat haar houder de voorwaarden van geldigmaking vervult, zoals bepaald door de Directeur-generaal, met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. § 2. De persoon die in een JAA-Lidstaat de in § 1 bedoelde geldigmaking heeft verkregen, kan nadien nog een geldigmaking verkrijgen voor het gebruik van in België ingeschreven vliegtuigen, mits voorafgaandelijk akkoord van de JAA-Lidstaten. § 3. De houder van een geldig gemaakte vergunning valt onder de toepassing van dit besluit. § 4. De vereisten vermeld in de bovenstaande paragrafen zijn niet van toepassing voor geldigmakingen die in blok afgeleverd worden om piloten van buitenlandse maatschappijen toe te laten in België ingeschreven vliegtuigen te exploiteren. § 5. In speciale omstandigheden die de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL bepaalt, kan van de duur van de geldigmaking waarnaar verwezen wordt in § 1 afgeweken worden. Onderafdeling 3. - Omzetting van een vergunning uitgereikt door een Staat die geen lid is van de JAA Art. 8.§ 1. Een vergunning van lijnbestuurder, beroepsbestuurder of een bevoegdverklaring instrumentvliegen uitgereikt door een Staat die geen lid is van de JAA kan omgezet worden in een gelijkwaardige Belgische vergunning die aan de JAR-FCL-regels beantwoordt, indien er tussen deze Staat en België een akkoord over dit onderwerp bestaat. § 2. De aanvrager van een vergunning vermeld in § 1, en desgevallend van een IR bevoegdverklaring, moet tenminste een gelijkwaardige vergunning of bevoegdverklaring bezitten uitgereikt volgens de normen van de Bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago, en aan alle eisen tot het verkrijgen ervan vermeld in dit besluit voldoen, met uitzondering van de duur van de theoretische opleiding en het aantal uren vliegopleiding. Het toegestane krediet op de duur van de opleiding wordt overeengekomen tussen het organisme dat instaat voor zijn opleiding en de Directeur-generaal. § 3. De houder van een ATPL(A) uitgereikt in overeenstemming met Bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago door een Staat die geen lid is van de JAA en die 1500 vlieguren heeft als gezagvoerder of medebestuurder op meerpilootvliegtuigen kan van de voorafgaandelijke vereiste opleiding vrijgesteld worden om de theoretische en praktische ATPL(A) examens te kunnen afleggen indien zijn vergunning een geldige bevoegdverklaring bevat voor het type meerpilootvliegtuig dat bij de ATPL(A) vaardigheidstest zal gebruikt worden. § 4. Een vergunning van privaat-, beroeps- of lijnvliegtuigbestuurder uitgereikt door een Staat die geen lid is van de JAA kan omgezet worden in een Belgische vergunning van privaat bestuurder met de klassebevoegdverklaring SEP mits aan alle voorwaarden wordt voldaan die door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL werden bepaald. § 5. Op een krachtens dit artikel omgezette vergunning wordt de niet-JAA-Lidstaat, die de vergunning oorspronkelijk heeft uitgereikt, vermeld. Art. 9.Een vergunning uitgereikt door een Staat die geen Lid is van de JAA en daarna omgezet door een andere JAA-Lidstaat, kan voor het gebruik van in België ingeschreven luchtvaartuigen aanvaard worden op voorwaarde dat er een zoals in vorig artikel omschreven akkoord bestaat tussen België en de Staat die de oorspronkelijke vergunning heeft uitgereikt. Afdeling 4. - Geldigheid van de vergunningen en bevoegdverklaringen Art. 10.De houder van een vergunning mag de voorrechten verbonden aan zijn vergunning of bevoegdverklaring slechts uitoefenen indien hij zijn bekwaamheid blijft behouden door aan de eisen van dit besluit te voldoen. De geldigheid van een vergunning wordt bepaald door de geldigheid van de bevoegdverklaringen die zij bevat en van het medisch attest. Bij het uitreiken, wedergeldigmaken of hernieuwen van een bevoegdverklaring mag deze bevoegdverklaring verlengd worden tot het einde van de maand waarin de vervaldatum valt. Art. 11.De vergunning wordt uitgereikt voor een periode van maximum vijf jaar. Gedurende deze periode van vijf jaar, en op aanvraag van de houder van de vergunning, wordt, mits voorlegging van de nodige documenten, een nieuwe vergunning uitgereikt in de volgende gevallen : 1° na de eerste uitreiking of hernieuwing van een bevoegdverklaring;2° wanneer de rubriek XII van de vergunning geheel ingevuld is en er geen ruimte overblijft;3° omwille van een administratieve reden;4° naar goeddunken van de Directeur-generaal bij de wedergeldigmaking of het hernieuwen van een bevoegdverklaring. De geldige bevoegdverklaringen worden op het nieuwe document van de vergunning overgedragen. Afdeling 5. - Recente ervaring Art. 12.§ 1. Een bestuurder mag de functies van gezagvoerder of medebestuurder van een vliegtuig dat passagiers vervoert uitoefenen op voorwaarde dat hij gedurende de 90 voorafgaande dagen ten minste 3 opstijgingen en 3 landingen als bestuurder van een vliegtuig van hetzelfde type/klasse of op een vluchtnabootser van hetzelfde type/klasse heeft uitgevoerd. § 2. De houder van een vergunning die geen geldige IR(A) bevat mag de functies van gezagvoerder van een vliegtuig dat bij nacht passagiers vervoert uitoefenen, op voorwaarde dat hij ten minste één van de opstijgingen en één van de landingen vermeld in § 1, bij nacht heeft uitgevoerd. Afdeling 6. - Controles Art. 13.§ 1. Rekening houdend met het aantal piloten en hun geografische spreiding, machtigt de Directeur-generaal een aantal integere en voldoende gekwalificeerde personen als examinator om namens hem de vaardigheidstesten en bekwaamheidsproeven af te nemen. Hij stelt elke examinator persoonlijk schriftelijk in kennis van zijn verantwoordelijkheden en voorrechten. § 2. De minimumeisen inzake bekwaamheid van de examinatoren zijn bepaald in dit besluit onder het hoofdstuk betreffende de examinatoren. § 3. De Directeur-generaal stelt ieder erkend organisme voor opleiding of geregistreerde instelling in kennis van de examinatoren die hij heeft aangewezen voor de bij hun uit te voeren vaardigheidstesten voor de uitreiking van een PPL(A), een CPL(A) of een IR(A). § 4. Een examinator mag geen vaardigheidstesten afnemen van kandidaten aan wie hij zelf een vliegopleiding voor diezelfde vergunning of bevoegdverklaring heeft gegeven, noch aan zijn partner of aan bloed- of aanverwanten tot de 4e graad, behalve mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de Directeur-generaal. § 5. De Directeur-generaal stelt iedere kandidaat in kennis van de examinator(en) die hij heeft aangewezen voor de uitvoering van de vaardigheidstest voor de uitreiking van de ATPL(A) en van een bevoegdverklaring als instructeur. Art. 14.Alvorens een vaardigheidstest voor het verkrijgen van een vergunning of van een bevoegdverklaring af te leggen, dient de kandidaat geslaagd te zijn voor het daarmee samenhangende examen over de theoretische kennis, behalve in geval van vrijstelling, door de Directeur-generaal toegekend met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL ten voordele van de kandidaten die een geïntegreerde opleiding volgen. De voorbereidende opleidingscursussen tot het betreffende examen over de theoretische kennis zijn altijd voltooid alvorens de kandidaat de ermee samenhangende vaardigheidstesten kan afleggen. Behalve voor het verkrijgen van de vergunning van lijnbestuurder, wordt de kandidaat voor een vaardigheidstest voorgedragen door het organisme of de persoon die voor zijn opleiding verantwoordelijk is. Afdeling 7. - Lichamelijke en geestelijke geschiktheid Art. 15.§ 1. Om een vergunning aan te vragen moet de kandidaat in het bezit zijn van een geldig medisch attest waarvan de klasse overeenstemt met deze vereist voor het verkrijgen van de vergunning in kwestie en dat uitgereikt is overeenkomstig de geneeskundige JAR-FCL voorschriften. § 2. Bij de uitoefening van de voorrechten van een vergunning, uitgezonderd vluchten in dubbel commando uitgevoerd op basis van een oefenvergunning, moet de houder van een vergunning drager zijn van een geldig medisch attest, dat beantwoordt aan de vereisten van § 1. Hij moet dit document op elk moment kunnen voorleggen op vraag van de autoriteiten. Art. 16.§ 1. De houder van een medisch attest dient geestelijk en lichamelijk geschikt te zijn om de voorrechten van de betreffende vergunning op veilige wijze uit te oefenen. De houder van een geldig medisch attest onthoudt er zich van de voorrechten van zijn vergunning of van zijn toelating uit te oefenen zodra hij kennis heeft van een lichamelijke of geestelijke, zelfs tijdelijke, tekortkoming die van aard is om de normale uitoefening van deze voorrechten of de veiligheid in de luchtvaart in het gedrang te brengen. Hij handelt evenzo als hij zich onder invloed bevindt van alcoholische dranken of in geval van inname van om het even welke drug of om het even welk geneesmiddel, al dan niet voorgeschreven, met inbegrip van deze gebruikt ter behandeling van een ziekte of een stoornis, indien hij kennis heeft van een of andere nevenwerking die onverenigbaar is met de veilige uitoefening van de voorrechten hem verleend door zijn vergunning of zijn toelating. In geval van twijfel is hij ertoe gehouden raad te vragen aan een sectie luchtvaartgeneeskunde, een expertisecentrum voor luchtvaartgeneeskunde of een geneesheer-examinator bedoeld in het koninklijk besluit van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/06/2002 pub. 21/11/2002 numac 2002014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen sluiten tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen, hierna te noemen koninklijk besluit van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/06/2002 pub. 21/11/2002 numac 2002014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen sluiten. § 2. De houder van een geldig medisch attest is verplicht om, zonder verwijl, het advies van de sectie luchtvaartgeneeskunde, van een centrum voor luchtvaartgeneeskunde of van een geneesheer-examinator bedoeld in het koninklijk besluit van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/06/2002 pub. 21/11/2002 numac 2002014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen sluiten, in te winnen in de volgende gevallen : 1° verblijf van meer dan 12 uren in een hospitaal of in een ziekenhuis;2° heelkundige ingreep of invasief geneeskundig onderzoek;3° regelmatig gebruik van geneesmiddelen;4° noodzaak om correctieglazen te dragen. § 3. De houder van een geldig medisch attest die weet dat : 1° hij een belangrijk lichamelijk letsel vertoont, dat hem ongeschikt maakt als lid van het stuurpersoneel, moet daarvan onmiddellijk schriftelijk de sectie luchtvaartgeneeskunde bedoeld in het koninklijk besluit van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/06/2002 pub. 21/11/2002 numac 2002014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen sluiten, verwittigen;2° hij aangetast is door een ziekte die hem voor een periode van 21 dagen of meer ongeschikt maakt om zijn functies uit te oefenen, moet daarvan schriftelijk de sectie luchtvaartgeneeskunde bedoeld in het koninklijk besluit van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/06/2002 pub. 21/11/2002 numac 2002014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen sluiten, verwittigen zodra de periode van 21 dagen verstreken is;3° zij zwanger is, moet daarvan onmiddellijk schriftelijk de sectie luchtvaartgeneeskunde bedoeld in het koninklijk besluit van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/06/2002 pub. 21/11/2002 numac 2002014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen sluiten, verwittigen. Betrokkene voegt zijn medisch attest bij de brief waarin hij de sectie luchtvaartgeneeskunde informeert. § 4. Het medisch attest wordt opgeschort in de gevallen bedoeld in § 3 : 1° van zodra het letsel optreedt;2° vanaf de 21e dag van ongeschiktheid;of 3° van zodra de zwangerschap wordt bevestigd. § 5. De opschorting van de gevallen vermeld in § 3, 1° en 2°, neemt een einde zodra de houder een geneeskundig onderzoek heeft ondergaan waarbij vastgesteld wordt dat hij opnieuw aan de medische voorwaarden voldoet. In geval van zwangerschap, kan de sectie luchtvaartgeneeskunde een einde stellen aan de opschorting volgens de voorwaarden en voor de periode die zij bepaalt. Aan het einde van de zwangerschap neemt de opschorting een einde nadat een geneeskundig onderzoek vaststelt dat de betrokkene opnieuw voldoet aan de medische vereisten. § 6. Elke ingreep die : 1° een algemene anesthesie of een rachianesthesie vereist, heeft een ongeschiktheid van minstens 48 uren tot gevolg;2° een lokale anesthesie vereist, heeft een ongeschiktheid van minstens 12 uren tot gevolg. In deze gevallen is het medisch attest opgeschort tijdens de periode van de ongeschiktheid. Afdeling 8.- Bijzondere omstandigheden Art. 17.In de gevallen waarin de toepassing van de JAR-FCL-regels abnormale gevolgen zou hebben, of in omstandigheden waarin nieuwe concepten omtrent opleiding of controle niet overeenkomstig deze regels kunnen worden ontwikkeld, kan een afwijking van de JAR-FCL-regels aan de aanvrager worden toegekend door de Directeur-generaal, voor zover een ten minste gelijkwaardige graad van veiligheid kan worden gewaarborgd. Een dergelijke afwijking wordt beperkt in de tijd tot zes maanden. Voor een afwijking van een langere duur moet het akkoord van de JAA-Lidstaten verkregen worden. Afdeling 9. - Krediet aan vlieguren en theoretische kennis Art. 18.§ 1. Tenzij anders bepaald, wordt de vliegtijd die voor een vergunning of een bevoegdverklaring wordt aangerekend, uitgevoerd op een luchtvaartuig van dezelfde categorie als deze waarvoor de vergunning of de bevoegdverklaring wordt gevraagd. § 2. Voor het voltooien van de totale vliegtijd die vereist is voor het verkrijgen van een vergunning of van een bevoegdverklaring, wordt de totale vliegtijd die door een kandidaat voor deze vergunning of deze bevoegdverklaring in solo, in dubbelbesturing of als gezagvoerder wordt uitgevoerd, in rekening gebracht. Voor het voltooien van de vliegtijd als gezagvoerder, vereist voor het verkrijgen van de CPL(A), van de ATPL(A) en van de bevoegdverklaring voor een meermotorig type of de meermotorige klasse, kan elke bestuurder die met succes een volledige geïntegreerde opleiding van lijnbestuurder heeft gevolgd, maximum 50 uren vliegtijd met instrumenten als leerling -gezagvoerder in rekening brengen. Voor het voltooien van de vliegtijd als gezagvoerder, vereist voor het verkrijgen van de CPL(A) of van de bevoegdverklaring voor een meermotorig type of een meermotorige klasse kan elke bestuurder die met succes een volledig geïntegreerde opleiding CPL/IR heeft gevolgd, maximum 50 uren vliegtijd met instrumenten als leerling-gezagvoerder in rekening brengen. § 3. De houder van een vergunning van bestuurder mag, wanneer hij optreedt als medebestuurder, de volledige vliegtijd als medebestuurder aanrekenen voor het voltooien van de totale vliegtijd die vereist is voor een vergunning van hogere categorie. § 4. De houder van een IR(H) wordt vrijgesteld van de theoretische opleiding en van de theoretische examens die voor het verkrijgen van de IR(A) worden vereist. § 5. De houder van een vergunning van bestuurder van helikopters wordt vrijgesteld van de theoretische opleiding en van de theoretische examens, op voorwaarde de opleiding te hebben gevolgd en geslaagd te zijn voor de examens door de Directeur-generaal bepaald met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. Deze vrijstelling geldt ook voor de kandidaten die slaagden voor het theoretische examen voor het verkrijgen van de betreffende vergunning op helikopters, voor zover de geldigheid van dit examen, zoals vastgesteld door het koninklijk besluit van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/06/2004 pub. 29/06/2004 numac 2004014125 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van helikopters sluiten tot regeling van de burgerlijke vergunningen van bestuurder van helikopters, niet verstreken is. § 6. De kandidaat die geslaagd is voor het theoretisch examen voor het verkrijgen van een ATPL(A) wordt vrijgesteld van de theoretische examens voor het verkrijgen van een PPL(A), CPL(A) of IR(A). § 7. De kandidaat die geslaagd is voor het theoretisch examen voor het verkrijgen van een CPL(A) wordt vrijgesteld van het theoretisch examen voor het verkrijgen van een PPL(A). § 8. De kandidaat die geslaagd is voor het theoretisch examen voor het verkrijgen van een CPL(A) wordt vrijgesteld van de theoretische examens over de materies « menselijke prestaties en beperkingen » en « meteorologie » voor het verkrijgen van een bevoegdverklaring IR(A). § 9. De kandidaat die geslaagd is voor het theoretische examen voor het verkrijgen van de IR(A)-bevoegdverklaring, wordt vrijgesteld van de theoretische examens over de materies « menselijke prestaties en beperkingen » en « meteorologie » voor het verkrijgen van een CPL(A). § 10. De houder van een vergunning van bestuurder mag, wanneer hij optreedt als medebestuurder die onder toezicht van de gezagvoerder de functies en de verantwoordelijkheden van een gezagvoerder uitoefent, deze vliegtijd volledig aanrekenen met het oog op de voltooiing van de vliegtijd vereist voor een vergunning van hogere categorie, mits de methode van toezicht is goedgekeurd door de Directeur-generaal. Afdeling 10. - Organismen voor opleiding en geregistreerde instellingen Art. 19.De organismen voor vliegopleiding (FTO) die de vereiste opleiding willen bieden voor de vergunningen van bestuurder en de daaraan verbonden bevoegdverklaringen, alsook de organismen voor opleiding voor typebevoegdverklaringen (TRTO) die voor de houders van een vergunning de opleiding willen bieden voor de bevoegdverklaring voor een vliegtuigtype, worden goedgekeurd door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL voor zover de hoofdzetel van deze organismen gevestigd is in België. De organismen (FTO of TRTO) waarvan de hoofdzetel in een andere JAA-Lidstaat gevestigd is, kunnen een goedkeuring verkrijgen in België mits de overheid van het betrokken land niet in de mogelijkheid is dergelijke goedkeuring af te leveren en deze overheid hierover met België voorafgaand een akkoord afsloot. Indien de noodzaak zich voordoet kan een FTO of TRTO waarvan de hoofdzetel buiten een JAA-Lidstaat gevestigd is, goedgekeurd worden door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL De instellingen die uitsluitend voor de vergunning van privaat bestuurder een opleiding willen bieden worden geregistreerd bij de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. De FTO mogen ook opleiding bieden voor de vergunning van privaat bestuurder. De TRTO mogen ook opleiding bieden aan de houders van een vergunning van privaat bestuurder die een bevoegdverklaring voor een vliegtuigtype willen verkrijgen. Afdeling 11. - Opleidingscursussen Art. 20.De door de FTO en de TRTO aangeboden cursussen worden goedgekeurd door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. Afdeling 12. - Houders van een vergunning die 60 jaar of ouder zijn Art. 21.De houder van een vergunning van bestuurder die 60 jaar of ouder is, mag in een luchtvaartuig ingezet in het handelsluchtvervoer de functies van bestuurder niet meer uitoefenen, tenzij als lid van een meerkoppige bemanning en op voorwaarde dat hij dan het enige lid van het stuurpersoneel is dat de leeftijd van zestig jaar heeft bereikt. De houder van een vergunning van bestuurder die 65 jaar of ouder is mag geen enkele functie van bestuurder uitoefenen op een luchtvaartuig dat ingezet is in het handelsluchtvervoer. Afdeling 13. - De Staat van uitreiking van de vergunning Art. 22.§ 1. De kandidaat voor een vergunning bedoeld in dit besluit levert het bewijs voor de Directeur-generaal dat hij voldoet aan alle voorwaarden die voor de uitreiking van deze vergunning worden gesteld. De hele opleiding, al de proeven en de medische geschiktheid tot het verkrijgen van deze vergunning dienen respectievelijk gevolgd, afgelegd en aangetoond te worden, uitsluitend overeenkomstig de Belgische nationale reglementering. België wordt « de Staat van uitreiking van de vergunning » genoemd voor elke vergunning die België overeenkomstig deze paragraaf uitreikt. § 2. In bijzondere omstandigheden die door de Directeur-generaal en de bevoegde autoriteit van een andere JAA-Lidstaat aanvaard kunnen worden, mag een kandidaat die zijn opleiding in die andere JAA-Lidstaat startte, zijn opleiding eventueel in België verder zetten volgens deze reglementering. Naast de aanvaarding van deze bijzondere omstandigheden en de bepaling welke staat de « Staat van uitreiking van de vergunning » zal worden, kan een dergelijke toelating enkel gelden voor : 1° de volledige theoretische opleiding en de erbijbehorende examens;2° de medische keuring;3° de volledige vliegopleiding en de vaardigheidstest. § 3. Elke bijkomende bevoegdverklaring die in een andere JAA-Lidstaat en overeenkomstig de JAR-FCL regels wordt verkregen, wordt ingeschreven op de vergunning door de Staat van uitreiking. § 4. De houder van een door België op grond van § 1 uitgereikte vergunning kan, bij wijze van administratieve vereenvoudiging, bijvoorbeeld voor de wedergeldigmaking, deze vergunning overdragen naar een andere JAA-Lidstaat, indien zijn arbeidsplaats of zijn gewone verblijfplaats in deze andere Staat gevestigd is. Deze laatste Staat wordt dan vervolgens de Staat van uitreiking en krijgt de verantwoordelijkheid voor de uitreiking van de vergunning bedoeld in § 1. § 5. Niemand mag gelijktijdig houder zijn van meer dan één JAR-FCL-vergunning voor vliegtuigen en van meer dan één JAR-FCL medisch attest. Afdeling 14. - Gewone verblijfplaats Art. 23.De gewone verblijfplaats is de plaats waar een persoon gewoonlijk gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar woont uit hoofde van persoonlijke banden en beroepsbezigheden of, in geval van een persoon zonder beroepsbezigheden, uit hoofde van persoonlijke banden die getuigen van een speciale binding van de betrokken persoon met de plaats waar hij of zij woont. Afdeling 15. - Opmaak en specificaties van de vergunningen Art. 24.De vergunning van lid van het stuurpersoneel is in overeenstemming met de specificaties bepaald door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. Elke toevoeging of schrapping in het document vereist de uitdrukkelijke toelating van de Directeur-generaal. Afdeling 16. - Overzicht van de uitgevoerde vliegtijd Art. 25.Een gedetailleerd overzicht van alle in de hoedanigheid van bestuurder uitgevoerde vluchten wordt weergegeven op een betrouwbaar document, waarvan het model, opgemaakt volgens de specificaties van het vliegboek, goedgekeurd is door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. Het gedetailleerde overzicht van de in het kader van het handelsluchtvervoer uitgevoerde vluchten kan door de exploitant weergegeven en bijgehouden worden onder een geïnformatiseerde en door de Directeur-generaal goedgekeurde vorm. In dit geval bezorgt de exploitant, op vraag van het betrokken lid van het stuurpersoneel, een gedetailleerd overzicht van alle door die bestuurder uitgevoerde vluchten, daarin begrepen de verschillen- en familiarisatiecursussen. Het overzicht bevat de inlichtingen die door de Directeur-generaal worden bepaald met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. Art. 26.§ 1. Vliegtijd als gezagvoerder. De houder van een vergunning kan de volledige tijd gedurende dewelke hij als gezagvoerder heeft gehandeld, als vliegtijd in de hoedanigheid van gezagvoerder inschrijven. De houder van een vergunning van bestuurder of de kandidaat voor een dergelijke vergunning kan de volledige tijd gedurende dewelke hij solo en als leerling-gezagvoerder heeft gevlogen, inschrijven als vliegtijd in de hoedanigheid van gezagvoerder, onder voorbehoud dat de vliegtijd die uitgevoerd werd in de hoedanigheid van SPIC door de verantwoordelijke instructeur wordt medeondertekend. De houder van een bevoegdverklaring instructeur kan de volledige vliegtijd gedurende dewelke hij handelt als instructeur aan boord van een vliegtuig inschrijven als vliegtijd in de hoedanigheid van gezagvoerder. De houder van een machtiging als examinator kan de volledige vliegtijd gedurende dewelke hij als examinator aan boord van een vliegtuig handelt inschrijven als vliegtijd in de hoedanigheid van gezagvoerder. Een medebestuurder die handelt als gezagvoerder onder toezicht van een gezagvoerder van een vliegtuig gecertificeerd om bestuurd te worden door een bemanning van tenminste twee bestuurders, kan deze vliegtijd volledig inschrijven als vliegtijd in de hoedanigheid van gezagvoerder, onder voorbehoud dat de vliegtijd als PICUS medeondertekend wordt door de gezagvoerder die voor het toezicht verantwoordelijk is. § 2. Vliegtijd als medebestuurder. De houder van een vergunning van bestuurder die de plaats inneemt van medebestuurder kan als vliegtijd in de hoedanigheid van medebestuurder de volledige vliegtijd inschrijven die werd uitgevoerd in de hoedanigheid van medebestuurder in een vliegtuig gecertificeerd om bestuurd te worden door een bemanning van tenminste twee bestuurders of onder operationele omstandigheden waarin reglementair ten minste twee bestuurders worden vereist. § 3. Vliegtijd als medebestuurder in kruisvlucht. Een medebestuurder in kruisvlucht kan de volledige vliegtijd uitgevoerd als medebestuurder inschrijven wanneer hij de plaats van een bestuurder inneemt. § 4. Instructievliegtijd. Een samenvatting van de volledige tijd die een kandidaat voor een vergunning of voor een bevoegdverklaring heeft uitgevoerd als instructievliegtijd, als instructievliegtijd met instrumenten of als tijd met instrumenten op de grond enz... mag ingeschreven worden mits bekrachtiging door de naar behoren bevoegde en/of gemachtigde instructeur die deze instructie gegeven heeft. Art. 27.De houder van een vergunning of een leerling-bestuurder legt zonder verwijl het overzicht van zijn vlieguren voor controle voor aan de vertegenwoordiger van de Directeur-generaal op eenvoudige vraag van deze laatste. Dit overzicht wordt hem in ieder geval voorgelegd voor de uitreiking, de wedergeldigmaking of de hernieuwing van een vergunning of van een bevoegdverklaring. Een leerling-bestuurder moet in het bezit zijn van zijn overzicht van vlieguren tijdens elke overland solovlucht, zodat hij het kan voorleggen ter staving van de vereiste toelatingen die hij van zijn instructeur moet gekregen hebben. HOOFDSTUK 3. - Oefenvergunning (vliegtuigen) Art. 28.§ 1. De kandidaat voor een oefenvergunning (vliegtuigen) moet : 1° de leeftijd van 16 jaar bereikt hebben;2° houder zijn van een geldig geneeskundig attest van klasse 1 of 2;3° een getuigschrift van goed zedelijk gedrag voorleggen, uitgereikt sedert minder dan een maand en met vermelding « ten behoeve van een openbaar bestuur »;4° indien hij minderjarig is, een geschreven toelating voorleggen van zijn wettelijke vertegenwoordiger, wiens handtekening dient gelegaliseerd te zijn. § 2. De oefenvergunning geeft aan de houder de toelating tot het uitvoeren, uitsluitend boven het Rijksgebied, van instructievluchten in dubbelbesturing of van vluchten als enig inzittende met voorafgaande toestemming en onder toezicht van een instructeur. § 3. De oefenvergunning kan wedergeldig gemaakt of hernieuwd worden op voorwaarde dat de kandidaat een geldig geneeskundig attest van klasse 1 of 2 heeft, en dat hij geslaagd is voor het theoretisch examen voor het verkrijgen van de PPL, CPL of ATPL. HOOFDSTUK 4. - Vergunning van privaat bestuurder (vliegtuigen) - PPL(A) Afdeling 1. - Minimumleeftijd en lichamelijke en geestelijke geschiktheid Art. 29.De kandidaat voor een PPL(A) moet : 1° de leeftijd van 17 jaar bereikt hebben;2° houder zijn van een geldig geneeskundig attest van klasse 1 of 2. Afdeling 2. - Voorrechten en voorwaarden Art. 30.§ 1. Onder voorbehoud van alle andere in dit besluit bepaalde voorwaarden, kan men met de PPL(A), doch zonder vergoed te worden, de functies uitoefenen van gezagvoerder of van medebestuurder van elk vliegtuig waarmee niet vergoede vluchten worden uitgevoerd en zonder enig voordeel van financiële aard of in natura. § 2. De kandidaat voor een PPL(A) die de voorwaarden vervult inzake : 1° minimumleeftijd;2° lichamelijke en geestelijke geschiktheid;3° vliegervaring;4° opleiding;5° theoretische examens;6° vaardigheidstest, wordt geacht te beantwoorden aan de voorwaarden vereist voor de uitreiking van een PPL(A), met de bevoegdverklaring voor de klasse of het type dat gebruikt werd voor de vaardigheidstest. § 3. Indien de voorrechten van de vergunning bij nacht worden uitgevoerd, dient de titularis de voorwaarden voor nachtvluchten van dit hoofdstuk te vervullen. Afdeling 3. - Bijzondere bevoegdverklaringen Art. 31.De Directeur-generaal kan aan de houder van een vergunning een bijzondere bevoegdverklaring voor onder andere slepen, kunstvliegen of droppen van valschermspringers uitreiken. Deze bevoegdverklaringen kunnen enkel gebruikt worden binnen het nationale luchtruim. Afdeling 4. - Ervaring en aanrekenen van de vliegtijd Art. 32.De kandidaat voor een PPL(A) dient ten minste 45 vlieguren te hebben uitgevoerd als bestuurder van vliegtuigen, waarvan maximum 5 uren in een BITD, een FNPT of in een vluchtnabootser mogen zijn uitgevoerd. De houders van vergunningen van bestuurder of van equivalente voorrechten op helikopters, ultralichte vliegtuigen met vaste vleugels en beweegbare aërodynamische bedieningsoppervlakken die volledig driedimensionaal functioneren, zweefvliegtuigen, zelfdragende zweefvliegtuigen of zichzelf lancerende zweefvliegtuigen, mogen 10 % van hun totale vliegtijd in de hoedanigheid van gezagvoerder van dergelijke luchtvaartuigen, met een maximum van 10 uren, voor het verkrijgen van de PPL(A) aanrekenen. Afdeling 5. - Opleiding Art. 33.§ 1. De kandidaat voor een PPL(A) dient aan een FTO of een aanvaarde geregistreerde instelling de vereiste opleiding te hebben afgerond overeenkomstig het programma zoals door de Directeur-generaal bepaald met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. § 2. De kandidaat voor een PPL(A) dient op een vliegtuig dat voorzien is van een door een JAA-Lidstaat uitgereikt of aanvaard bewijs van luchtwaardigheid, ten minste 25 uren dubbelbesturingsonderricht en ten minste 10 uren solovliegtijd onder toezicht te hebben uitgevoerd, waaronder ten minste vijf uren overlandvluchten in solo, waarvan ten minste één overlandvlucht van minstens 270 kilometer (150 NM), tijdens dewelke op twee verschillende luchtvaartterreinen, die niet deze van vertrek zijn, een landing met volledige stop dient te worden uitgevoerd. Wanneer bij de kandidaat vliegtijd is in rekening gebracht voor vlieguren die hij overeenkomstig het vorig artikel als gezagvoerder op andere luchtvaartuigen heeft uitgevoerd, mag de vereiste inzake dubbelbesturingsonderricht op vliegtuigen niet tot minder dan 20 uren worden teruggebracht. § 3. Indien de aan de vergunning verbonden voorrechten 's nachts moeten uitgeoefend worden, dient de kandidaat een opleiding te volgen, die door de Directeur-generaal bepaald wordt met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL, van tenminste 5 bijkomende uren op een vliegtuig bij nacht, waaronder 3 uren dubbelbesturingsonderricht met ten minste 1 uur navigatie overland en met vijf opstijgingen in solo en vijf landingen in solo met telkens een volledige stop. Dit voorrecht wordt op de vergunning vermeld. Afdeling 6. - Theoretische examens Art. 34.De kandidaat voor een PPL(A) dient aan de Directeur-generaal of aan zijn afgevaardigde blijk te hebben gegeven van een niveau van theoretische kennis dat past bij de voorrechten verleend aan de houder van een PPL(A). De vereisten en de procedures van dit examen over de theoretische kennis worden bepaald door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. Afdeling 7. - Vaardigheid Art. 35.De kandidaat voor een PPL(A) dient blijk te geven van zijn vermogen om als gezagvoerder van een vliegtuig de gepaste procedures toe te passen en de handelingen uit te voeren die door de Directeur-generaal zijn bepaald met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL, voor éénmotorige of meermotorige vliegtuigen met een graad van bekwaamheid die past bij de voorrechten verleend aan een houder van een PPL(A). De vaardigheidstest dient binnen de zes maanden na de voltooiing van de vlieginstructie te worden afgenomen. HOOFDSTUK 5. - Vergunning van beroepsbestuurder (vliegtuigen) CPL(A) Afdeling 1. - Minimumleeftijd en lichamelijke en geestelijke geschiktheid Art. 36.De kandidaat voor een CPL(A) moet : 1° de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben;2° houder zijn van een geldig geneeskundig attest van klasse 1. Afdeling 2. - Voorrechten en voorwaarden Art. 37.§ 1. Onder voorbehoud van alle andere voorwaarden bepaald in dit besluit kan de houder van een CPL(A) : 1° de voorrechten uitoefenen van een houder van een PPL(A);2° de functies uitoefenen van gezagvoerder of van medebestuurder van elk vliegtuig dat een vlucht uitvoert die geen deel uitmaakt van het handelsluchtvervoer;3° de functies uitoefenen van gezagvoerder in het handelsluchtvervoer op éénpilootvliegtuigen;4° de functies uitoefenen van medebestuurder in het handelsluchtvervoer. § 2. De kandidaat voor een CPL(A) die de voorwaarden vervult inzake : 1° minimumleeftijd;2° lichamelijke en geestelijke geschiktheid;3° vliegervaring;4° opleiding;5° theoretische examens;6° vaardigheidstest, wordt geacht te beantwoorden aan de voorwaarden vereist voor de uitreiking van een CPL(A), met de bevoegdverklaring voor de klasse of het type van vliegtuig dat gebruikt werd bij de vaardigheidstest en, indien de opleiding voor de bevoegdverklaring instrumentvliegen en de overeenstemmende vaardigheidstest erin begrepen zijn, met een IR(A). Afdeling 3. - Ervaring en aanrekenen van de vliegtijd Art. 38.§ 1. Geïntegreerde opleiding. De kandidaat voor een CPL(A) die met succes een geïntegreerde opleidingscursus heeft gevolgd en afgerond, dient ten minste 150 vlieguren te hebben uitgevoerd als bestuurder van vliegtuigen voorzien van een door een JAA-Lidstaat uitgereikt of aanvaard bewijs van luchtwaardigheid. De Directeur-generaal mag, met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL, een bepaald aantal van de bovengenoemde vlieguren crediteren. § 2. Gemoduleerde opleiding. De kandidaat voor een CPL(A) die met succes een gemoduleerde opleidingscursus gevolgd en afgerond heeft, dient ten minste 200 vlieguren te hebben uitgevoerd als bestuurder van vliegtuigen voorzien van een door een JAA-Lidstaat uitgereikt of aanvaard bewijs van luchtwaardigheid. Van deze 200 vlieguren mogen : 1° 30 uren uitgevoerd zijn als gezagvoerder houder van een PPL(H);of 2° 100 uren uitgevoerd zijn als gezagvoerder houder van een CPL(H);of 3° 30 uren uitgevoerd zijn als gezagvoerder op TMG of zweefvliegtuigen. § 3. Vliegtijd. De 150 uren en de 200 uren die vereist worden in de §§ 1 en 2 omvatten ten minste de volgende ervaring op vliegtuigen : 1° a) 100 uren als gezagvoerder;of b) 70 uren als gezagvoerder uitgevoerd in het kader van een geïntegreerde opleidingscursus;2° 20 uren overlandvluchten als gezagvoerder, met inbegrip van een VFR-overlandvlucht van ten minste 540 km (300 NM) tijdens dewelke op twee luchtvaartterreinen, die niet deze van vertrek zijn, een landing met complete stop werd uitgevoerd;3° 10 uren instructie met instrumenten waarvan maximum 5 uren mogen uitgevoerd zijn als tijd met instrumenten op de grond;en 4° 5 uren nachtvluchten volgens de bepalingen van dit hoofdstuk betreffende de opleiding voor het vliegen bij nacht. Afdeling 4. - Theoretische kennis Art. 39.§ 1. De kandidaat voor een CPL(A) moet een goedgekeurde cursus voor theoretische opleiding gevolgd hebben bij een FTO. De cursus moet gevolgd worden in combinatie met een cursus vliegopleiding die beantwoordt aan de voorwaarden van dit besluit. § 2. De kandidaat voor een CPL(A) moet, tijdens een overeenkomstig dit besluit georganiseerd theoretisch examen, blijk geven van een niveau van theoretische kennis dat past bij de voorrechten verleend aan de houder van een CPL(A). § 3. De kandidaat die een geïntegreerde opleidingscursus heeft gevolgd, dient aan te tonen dat hij tenminste het niveau van kennis bezit dat door deze cursus wordt vereist. Afdeling 5. - Vliegopleiding Art. 40.§ 1. Instructie. De kandidaat voor een CPL(A) moet een, door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL goedgekeurde, geïntegreerde of gemoduleerde vliegopleidingscursus gevolgd hebben bij een FTO, op vliegtuigen voorzien van een door een JAA-Lidstaat uitgereikt of aanvaard bewijs van luchtwaardigheid. De cursus moet gevolgd worden in combinatie met een cursus theoretische opleiding die beantwoordt aan de voorwaarden van dit besluit. § 2. Opleiding voor vliegen bij nacht. De kandidaat moet ten minste 5 vlieguren bij nacht met vliegtuigen hebben uitgevoerd, waaronder ten minste 3 uren dubbelbesturingsonderricht met ten minste 1 uur navigatie overland en met 5 opstijgingen in solo en 5 landingen in solo met telkens een volledige stop. Afdeling 6. - Vaardigheid Art. 41.De kandidaat voor een CPL(A) dient tijdens een vaardigheidstest blijk te geven van zijn vermogen om als gezagvoerder van een vliegtuig, de gepaste procedures toe te passen en de handelingen uit te voeren die door de Directeur-generaal bepaald zijn met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL, met een graad van bekwaamheid die past bij de voorrechten verleend aan een houder van een CPL(A). HOOFDSTUK 6. - Bevoegdverklaring voor instrumentvliegen (vliegtuigen) - IR(A) Afdeling 1. - Omstandigheden waaronder een bevoegdverklaring IR(A) vereist is Art. 42.De houder van een vergunning van bestuurder kan op geen enkele wijze handelen als bestuurder van vliegtuigen onder omstandigheden voor instrumentvliegen (IFR) indien hij geen houder is van een geldige IR(A), uitgereikt overeenkomstig dit besluit, met uitzondering nochtans voor het geval hij een vaardigheidstest aflegt of dubbelbesturingsonderricht krijgt. Afdeling 2. - Voorrechten en voorwaarden Art. 43.§ 1. Onder voorbehoud van de beperkingen aan de bevoegdverklaring opgelegd bij het gebruik van een andere bestuurder optredend als medebestuurder (beperking meerpiloot) gedurende de IR(A) vaardigheidstest, en van alle andere in de JAR vermelde voorwaarden, laten de voorrechten van de houder van een meermotoren-IR(A) toe dat meermotorige en eenmotorige vliegtuigen onder IFR mogen worden bestuurd tot op een beslissingshoogte van minimum 200 voet (60 m). Beslissingshoogten lager dan 200 voet (60 m) kunnen door de Directeur-generaal worden toegestaan na een bijkomende opleiding en een bijkomende proef die hij bepaalt. § 2. Onder voorbehoud van de voorwaarden van de IR(A) vaardigheidstest en van alle andere in de JAR-FCL vermelde voorwaarden, laten de voorrechten van de houder van een éénmotoren IR(A) toe dat eenmotorige vliegtuigen onder IFR mogen bestuurd worden tot op een beslissingshoogte van minimum 200 voet (60m). § 3. De kandidaat voor een IR(A) die de voorwaarden vervult inzake : 1° vliegervaring;2° opleiding;3° theoretische examens;4° kennis van de Engelse taal;5° vaardigheidstest;6° lichamelijke en geestelijke geschiktheid, wordt geacht te beantwoorden aan de voorwaarden vereist voor de uitreiking van een IR(A). Afdeling 3. - Geldigheid, wedergeldigmaking en hernieuwing Art. 44.§ 1. Een IR(A) is geldig gedurende één jaar vanaf de datum van uitreiking of van hernieuwing, of vanaf de vervaldatum bij wedergeldigmaking. § 2. Indien de IR(A) beperkt is tot meerpiloot-operaties moet de wedergeldigmaking of hernieuwing gebeuren in meerpilootoperaties. Voor de wedergeldigmaking van een SE(IR) of een SP ME(IR) kan aan de kandidaat een krediet gegeven worden, zoals door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van JAR-FCL wordt bepaald. § 3. Een IR(A) wordt wedergeldig gemaakt tijdens de 3 maand voorafgaand aan de vervaldatum. Wanneer de IR(A) wedergeldigmaking samen met de wedergeldigmaking van een klasse- of een typebevoegdverklaring plaatsheeft, moet de kandidaat de betreffende bekwaamheidsproef afleggen. Deze proef mag afgelegd worden op een vluchtnabootser. Wanneer de wedergeldigmaking niet samen met de wedergeldigmaking van een klasse- of een typebevoegdverklaring plaatsheeft, moeten de delen van de bekwaamheidsproef afgelegd worden die de Directeur-generaal bepaalt met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. In dit geval mag deze proef afgelegd worden op een vluchtnabootser of een FNPT II doch moet ten minste om de twee wedergeldigmakingen de bekwaamheidsproef op een vliegtuig afgelegd worden. § 4. Een kandidaat die niet voor alle secties van de IR(A) bekwaamheidsproef slaagt vóór de vervaldatum van zijn bevoegdverklaring voor instrumentvliegen kan de voorrechten verbonden aan deze bevoegdverklaring niet uitoefenen tot hij met succes de bekwaamheidsproef heeft afgelegd. § 5. Indien de bevoegdverklaring wordt hernieuwd, dient de houder te voldoen aan bovenvermelde voorwaarden en aan alle bijkomende voorwaarden die door de Directeur-generaal worden gesteld. § 6. De houder van een IR(A) of van een IR(H) die gedurende meer dan zeven opeenvolgende jaren de voorrechten van deze bevoegdverklaring niet meer heeft uitgeoefend, moet opnieuw blijk geven van een graad van theoretische kennis die past bij de voorrechten verleend aan de houder van een IR bevoegdverklaring, en de IR(A) vaardigheidstest afleggen. Afdeling 4. - Ervaring Art. 45.De kandidaat voor een IR(A) moet houder zijn van een PPL(A) die toelaat bij nacht te vliegen of van een CPL(A) en moet ten minste 50 uren overlandvluchten als gezagvoerder van vliegtuigen of van helikopters, waarvan ten minste 10 uren met vliegtuigen, hebben uitgevoerd. Afdeling 5. - Theoretische kennis Art. 46.De kandidaat voor een IR(A) moet een goedgekeurde cursus voor theoretische opleiding gevolgd hebben bij een FTO. De cursus moet gevolgd worden in combinatie met een cursus vliegopleiding die beantwoordt aan de voorwaarden van dit besluit. De kandidaat moet, tijdens een overeenkomstig de bepalingen van dit besluit georganiseerd theoretisch examen blijk geven van een niveau van theoretische kennis dat past bij de voorrechten verleend aan de houder van een IR(A). Afdeling 6. - Gebruik van de Engelse taal Art. 47.De kandidaat voor een IR(A) dient blijk te geven van zijn vaardigheid in het gebruik van de Engelse taal overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. De houder van een bevoegdverklaring instrumentvliegen moet houder zijn van een beperkt bewijs van radiotelefonie. De examens voor het behalen van dit bewijs worden afgelegd in de Engelse taal. Afdeling 7. - Vliegopleiding Art. 48.De kandidaat voor een IR(A) moet deelgenomen hebben aan een geïntegreerde opleidingscursus waarin een opleiding voor de IR(A) is begrepen of moet een gemoduleerde opleidingscursus hebben gevolgd die goedgekeurd is door de Directeur-generaal. Indien de kandidaat houder is van een IR(H), kan het totaal aantal uren vlieginstructie dat vereist is in geval van een gemoduleerde cursus teruggebracht worden tot 10 uren op éénmotorige of meermotorige vliegtuigen, naargelang het gaat om een éénmotoren-IR(A) of een meermotoren-IR(A). Afdeling 8. - Vaardigheid Art. 49.§ 1. De kandidaat voor een IR(A) dient blijk te geven van zijn vermogen om de door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL bepaalde procedures en handelingen uit te voeren met een graad van bekwaamheid die past bij de voorrechten verleend aan de houder van een IR(A). § 2. Voor een meermotoren-IR(A) gebeurt de test met een meermotorig vliegtuig. De kandidaat die een type- of klassebevoegdverklaring wenst te verkrijgen voor het tijdens de vaardigheidstest gebruikte vliegtuig moet tevens voldoen aan de voor het verkrijgen van de type- of klassebevoegdverklaring gestelde eisen inzake vaardigheid. § 3. Voor een éénmotoren-IR(A) gebeurt de test op een éénmotorig vliegtuig. In dit geval wordt een meermotorig vliegtuig met stuwkracht op de middellijn beschouwd als een éénmotorig vliegtuig. HOOFDSTUK 7. - Klasse- en typebevoegdverklaringen (vliegtuigen) Afdeling 1. - Klassebevoegdverklaringen Art. 50.De klassebevoegdverklaringen worden vastgesteld voor éénpilootvliegtuigen waarvoor geen typebevoegdverklaring vereist is, overeenkomstig de volgende indeling : 1° een klasse voor alle éénmotorige landvliegtuigen met zuigertoren SEP(L);2° een klasse voor alle éénmotorige watervliegtuigen met zuigertoren SEP(S);3° een klasse voor alle gemotoriseerde zweefvliegtuigen TMG;4° een klasse voor elke fabrikant van éénmotorige vliegtuigen turboprop (land) SET(L);5° een klasse voor elke fabrikant van éénmotorige watervliegtuigen met turboprop SET(S);6° een klasse voor alle meermotorige landvliegtuigen met zuigertoren MEP(L), en 7° een klasse voor alle meermotorige watervliegtuigen met zuigertoren MEP(S). De klassebevoegdverklaringen voor vliegtuigen worden uitgereikt overeenkomstig de door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL opgestelde lijst. Om over te gaan naar een ander model of naar een andere variante van een vliegtuig binnen éénzelfde klassebevoegdverklaring, worden verschillen - of familiarisatieopleidingen vereist. Afdeling 2. - Typebevoegdverklaringen Art. 51.§ 1. Een afzonderlijke typebevoegdverklaring voor een vliegtuig, niet zijnde een klassebevoegdverklaring, wordt toegekend op grond van volgende criteria : 1° het typecertificaat;2° de vliegkenmerken;3° het minimum stuurpersoneel;4° het technologisch niveau. § 2. Een typebevoegdverklaring voor vliegtuigen wordt vastgesteld voor : 1° elk type van meerpilootvliegtuig;2° elk type van meermotorig éénpilootvliegtuig uitgerust met turboprops of turboreactoren;3° elk éénmotorig éénpilootvliegtuig uitgerust met turboreactor;4° elk ander vliegtuigtype waarvoor dit noodzakelijk wordt geacht. § 3. De typebevoegdverklaringen worden uitgereikt overeenkomstig de lijst, opgesteld door de Directeur-generaal met verwijzing naar de bepalingen van de JAR-FCL. Om over te gaan naar een andere variante van éénzelfde vliegtuigtype, worden verschillen- of familiarisatieopleidingen vereist. Afdeling 3. - Eénpilootvliegtuigen met groot prestatievermogen (HPA) Art. 52.Rekening houdend met de aard van de voortstuwingsinstallatie, de mogelijkheden van de vliegtuig- en navigatiesystemen, de drukkajuit, de prestaties tijdens opstijgen, landen en in kruisvlucht, en de bestuurbaarheid, worden bepaalde vliegtuigen als éénpilootvliegtuigen met groot prestatievermogen aanzien. Deze vliegtuigen zijn op de in artikel 50 en 51 bedoelde lijsten met de afkorting HPA aangeduid. Afdeling 4. - Omstandigheden waarin klasse- of typebevoegdverklaringen ve …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.