📄 Wettekst
MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
13 DECEMBER 2018. - Decreet betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg
Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1 - Europese clausule Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.
Art. 2 - Toepassingsgebied Dit decreet is van toepassing op alle dienstverrichters die werkzaam zijn op het gebied van personenondersteuning en die de in hoofdstuk 2 vermelde activiteiten van de personenondersteuning en van het georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten in de Duitstalige Gemeenschap aanbieden.
Art. 3 - Hoedanigheden De hoedanigheden in dit decreet gelden voor alle geslachten.
Art. 4 - Definities Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° aanbod aan diensten : diensten van de personenondersteuning die verricht worden door een dienstverrichter;2° begeleidingsforfait : de door de Regering bepaalde vaste subsidie per dag, per plaats van de transmurale voorzieningen;3° bewoners : volgende personen a) oudere aan wie een ondersteuningscategorie is toegewezen en die een beroep doet op de woonzorgcentra voor ouderen vermeld in artikel 24 en de kortverblijven vermeld in artikel 17;b) persoon met ondersteuningsbehoefte aan wie de categorie 'extra ondersteuningsbehoefte' is toegekend, die een vastgesteld neurologisch letsel heeft en die een beroep doet op het woonzorgcentrum voor personen met ondersteuningsbehoefte vermeld in artikel 26;4° referentiepersoon : persoon die niet-beroepshalve zorgt voor een oudere of een persoon met ondersteuningsbehoefte met wie hij een nauwe band heeft, los van de vraag of hij daarvoor vergoed wordt of niet. Als referentiepersonen gelden ook de mantelzorgers vermeld in de
wet van 12 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/05/2014
pub.
06/06/2014
numac
2014203605
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de erkenning van de mantelzorger die een persoon met een grote zorgbehoefte bijstaat
type
wet
prom.
12/05/2014
pub.
29/09/2014
numac
2014000737
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de erkenning van de mantelzorger die een persoon met een grote zorgbehoefte bijstaat. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de erkenning van de mantelzorger die een persoon met een grote zorgbehoefte bijstaat; 5° contactverzorging : de begeleiding, hulp en verzorging die op betrouwbare wijze en zoveel mogelijk door dezelfde persoon worden verstrekt en vanuit een holistische mensvisie georganiseerd worden;6° dienstverrichter : natuurlijke persoon of rechtspersoon resp. vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die in hoofdberoep, bijberoep of als vrijwilliger een aanbod van de personenondersteuning verricht; 7° Dienst : de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;8° departement : het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor Gezondheid en Ouderen;9° geriatrische revalidatie : de activiteiten gedefinieerd in artikel 43 van de gecoördineerde
wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009276
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009275
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009277
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;10° verstrekkingen van gezondheidszorg : alle verstrekkingen bepaald in artikel 1 van de gecoördineerde
wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009276
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009275
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009277
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;11° aanbod aan diensten voor groepen : aanbod aan diensten die op een welbepaalde vestigingsplaats ter beschikking staan van verscheidene personen tegelijk;12° thuisondersteuning : georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten die hoofdzakelijk thuis of, in geval van een aanbod aan diensten voor groepen, in een instelling aangeboden worden aan de oudere met ondersteuningsbehoefte of aan de persoon met ondersteuningsbehoefte.Die aangeboden diensten hebben tot doel ervoor te zorgen dat de oudere met ondersteuningsbehoefte en de persoon met ondersteuningsbehoefte zo lang mogelijk thuis kunnen blijven of zo snel mogelijk naar huis kunnen terugkeren; 13° KBSI : de gemeentelijke adviescommissies ter behartiging van de belangen van ouderen;14° georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten : aanbod aan diensten van de thuisondersteuning, de woonstructuren en de palliatieve zorg die verricht worden door dienstverrichters;15° palliatieve zorg : georganiseerd ondersteuningsaanbod dat alle zorg omvat die wordt verstrekt aan de patiënt die zich, ongeacht zijn levensverwachting, bevindt in een vergevorderd of terminaal stadium van een ernstige evolutieve en levensbedreigende ziekte.Voor de begeleiding van deze patiënten wordt multidisciplinaire totaalzorg gewaarborgd op fysiek, psychisch, sociaal, moreel, existentieel en desgevallend spiritueel vlak. Palliatieve zorg biedt de zieke en zijn naasten een zo groot mogelijke levenskwaliteit en een maximale autonomie. Palliatieve zorg is erop gericht de kwaliteit van het leven van de patiënt en zijn naasten en mantelzorgers voor een zo lang mogelijke periode te waarborgen en te optimaliseren; 16° personenondersteuning : activiteiten van de personenondersteuning en georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten;17° persoon met ondersteuningsbehoefte : de volgende natuurlijke personen die volgens de door de Regering vastgestelde criteria een ondersteuningsbehoefte hebben: a) kinderen en jongeren tussen 0 en 18 jaar;b) volwassenen tussen 18 jaar en de wettelijke pensioenleeftijd;c) referentiepersonen;18° verpleegkundige activiteiten : de activiteiten vermeld in artikel 46 van de gecoördineerde
wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009276
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009275
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
type
wet
prom.
10/05/2015
pub.
01/07/2015
numac
2015009277
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet die naturalisaties verleent
sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen die door een verpleegkundige verricht worden;19° proefproject : bijzonder initiatief voor personenondersteuning dat gekenmerkt wordt door een tijdelijk, innovatief en experimenteel karakter;20° programmatie : maximale ondersteuningscapaciteit en urencontingenten voor aanbod aan diensten in het Duitse taalgebied waarvoor een vergunning gegeven kan worden;21° oudere : persoon die de wettelijke pensioenleeftijd overschreden heeft;22° oudere met ondersteuningsbehoefte : oudere die volgens de door de Regering vastgestelde criteria een ondersteuningsbehoefte heeft;23° vestigingsplaats : alle gebouwen van een dienstverrichter waarin een aanbod wordt verstrekt en die in een omtrek van één kilometer liggen;24° residentieel aanbod : volgend aanbod aan diensten in één of meer gebouwen op één vestigingsplaats waar men langere tijd kan verblijven : a) de kortverblijven vermeld in artikel 17;b) de kortverblijven met focus op revalidatie vermeld in artikel 18;c) de serviceflats vermeld in artikel 22;d) de begeleide woongemeenschappen voor ouderen vermeld in artikel 23;e) de woonzorgcentra voor ouderen vermeld in artikel 24;f) de woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte vermeld in artikel 26;25° vertegenwoordiger: één van de hierna volgende natuurlijke personen : a) de wettelijke of door de rechter aangewezen vertegenwoordiger van de oudere of van de persoon met ondersteuningsbehoefte;b) de door de oudere of de persoon met ondersteuningsbehoefte notarieel aangewezen gevolmachtigde, met uitzondering van de personen die werken voor een dienstverrichter op wie de oudere of de persoon met ondersteuningsbehoefte een beroep doet;26° urencontingenten : de diensturen die moeten worden verricht door de personeelsleden van de dienstverrichter.Ze kunnen betrekking hebben zowel op de diensturen die verricht moeten worden bij de persoon met ondersteuningsbehoefte of oudere met ondersteuningsbehoefte, als op de niet-productieve te verrichten uren; 27° uurforfait : het door de Regering bepaalde vaste uurtarief voor de subsidiëring van de urencontingenten;28° dagforfait : de door de Regering bepaalde vaste subsidie per dag, per plaats van een residentiële voorziening;29° activiteiten van de personenondersteuning : laagdrempelig aanbod aan diensten die tot doel hebben het welzijn van de ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte in hun thuisomgeving te verhogen en bij te dragen tot sociale cohesie;30° transmuraal aanbod : het volgende aanbod aan diensten in één of meer gebouwen op één vestigingsplaats waarop slechts gedurende een aantal uren een beroep wordt gedaan : a) de dagopvang vermeld in artikel 13;b) de dagverzorging vermeld in artikel 14;c) de dagverzorging met focus op revalidatie vermeld in artikel 15;d) de nachtverzorging vermeld in artikel 16;31° ondersteuningscapaciteit : het aantal vergunde plaatsen van een transmurale en/of residentiële voorziening;32° ondersteuningscategorie : de zorgcategorie die werd toegewezen overeenkomstig artikel 16 van het decreet van 13 decreet 2016 tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;33° woonzorgzone : het door de Regering bepaalde gebied waarin een minimaal aantal aangeboden diensten van de personenondersteuning ter beschikking staat van de burgers, met inachtneming van de plaatselijke omstandigheden;34° woonstructuren : georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten die voornamelijk aan ouderen met ondersteuningsbehoefte een verblijfsmogelijkheid op lange termijn bieden en die erop gericht zijn de levenskwaliteit van de oudere met ondersteuningsbehoefte te behouden en/of te herstellen in een thuisvervangende omgeving. Art 5 - Voorwerp en doelstelling Dit decreet : 1° beschrijft het aanbod aan diensten voor personenondersteuning;2° bepaalt de voorwaarden voor de vergunning en erkenning van de dienstverrichters;3° bepaalt de financiering van de dienstverrichters. Het heeft tot doel de levenskwaliteit van de ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte te behouden en/of te verbeteren door : 1° de zelfhulpcompetentie en de referentiepersonen te sterken;2° een aanbod aan verschillende en bijzondere ondersteuning te creëren;3° de gezondheid te bevorderen en ziekten te voorkomen;4° de netwerkvorming te bevorderen en de afspraken tussen de verschillende actoren binnen de woonzorgzone te ondersteunen, met als doel een zo goed mogelijke ondersteuning te bieden en de overgang van het ene naar het andere aanbod vlot te laten verlopen. Art. 6 - Dienstverleningsprincipes Bij de uitoefening van hun opdracht nemen de dienstverrichters de volgende rechten van de personen met ondersteuningsbehoefte en van de ouderen met ondersteuningsbehoefte in acht en leven ze, in het belang van de personen met ondersteuningsbehoefte en van de ouderen met ondersteuningsbehoefte, de volgende principes na : 1° het recht op waardigheid, fysiek en mentaal welzijn, vrijheid en veiligheid;2° het recht op zelfbeschikking;3° het recht op privacy;4° het recht op zorg en begeleiding op maat die aan de geldende kwaliteitsnormen voldoet;5° het recht op gepersonaliseerde informatie en gepersonaliseerd advies om een afgewogen beslissing te kunnen nemen;6° het recht op communicatie en het recht om deel te nemen aan het maatschappelijk leven en aan culturele activiteiten;7° het recht op vrijheid van meningsuiting, gedachtevrijheid en gewetensvrijheid, vrijheid van levensbeschouwing, cultuur en religie;8° het recht op palliatieve zorg en het recht om waardig te sterven. De dienstverrichters waarborgen in de uitoefening van hun opdracht dat het personeel : 1° de contactverzorging toepast;2° de referentiepersonen bij de begeleiding van de ouderen ondersteunt en hen bij de begeleiding betrekt; De Regering bepaalt de verdere inhoud van de rechten en principes vermeld in het eerste en het tweede lid en bepaalt de nadere regels die de dienstverrichters in de uitoefening van hun opdracht moeten naleven.
Art. 7 - Vertegenwoordiger Binnen de perken van de wettelijke bepalingen kan de vertegenwoordiger van de oudere en van de persoon met ondersteuningsbehoefte alle rechten en plichten van de oudere en van de persoon met ondersteuningsbehoefte die in dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan vermeld worden in diens naam en voor diens rekening waarnemen.
Daarbij handelt hij uitsluitend in het belang van de oudere en van de persoon met ondersteuningsbehoefte.
HOOFDSTUK 2. - Aanbod aan diensten voor personenondersteuning Afdeling 1. - Activiteiten van de personenondersteuning Art. 8 - Laagdrempelig ondersteuningsaanbod Het laagdrempelige ondersteuningsaanbod is een aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte dat minstens één van de volgende diensten omvat : 1° vervoersdiensten en eventueel aanvullende begeleiding aanbieden;2° gezelschap houden;3° de vrijetijdsbesteding mee vorm geven;4° de mensen met dementie en de referentiepersonen begeleiden;5° informatie- en bewustmakingsactiviteiten aanbieden;6° voortgezette opleidingen aanbieden;7° rouwbegeleidingsaanbod;8° een bezoekdienst aanbieden. Het laagdrempelige aanbod kan de vorm van een aanbod aan diensten voor groepen hebben.
De Regering kan nog andere diensten bepalen die in het kader van het laagdrempelige ondersteuningsaanbod verricht worden.
Art. 9 - Personenalarmdienst De personenalarmdienst is een aanbod voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte in hun thuisomgeving en omvat volgende diensten : 1° een personenalarmsysteem aanbieden en onderhouden dat op zijn minst bestaat uit een alarmtoestel dat via een telefoonlijn, een mobiel netwerk of een internetlijn verbonden is met een mobiel zendertje;2° verbinden met een telefonische alarmcentrale die 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 met gespecialiseerd personeel bezet is;3° in geval van een alarm: ofwel contact opnemen met vooraf bepaalde contactpersonen, ofwel - bij een medisch spoedgeval en/of afwezigheid van de contactpersonen - contact opnemen met de noodhulpdiensten. Afdeling 2. - Georganiseerde personenondersteuning Onderafdeling 1. - Aanbod aan diensten voor thuisondersteuning Art. 10 - Gezins- en ouderenhulp De gezins- en ouderenhulp is een aanbod van de thuisondersteuning voor ouderen met ondersteuningsbehoefte en personen met ondersteuningsbehoefte in hun thuisomgeving en omvat volgende diensten : 1° directe, persoonsgebonden hulp, begeleiding en verzorging;2° aanvullende psychosociale ondersteuning;3° beperkte en aanvullende huishoudelijke hulp in het kader van de activiteiten vermeld in 1°. In het kader van de gezins- en ouderenhulp kan ziekenoppas aangeboden worden.
De Regering kan : 1° nog andere diensten bepalen die in het kader van de gezins- en ouderenhulp verricht worden;2° interventiecriteria bepalen om de aard en intensiteit van de benodigde hulp te kunnen afbakenen. Art. 11 - Ziekenoppas De ziekenoppas is een aanbod van de thuisondersteuning voor ouderen met ondersteuningsbehoefte en personen met ondersteuningsbehoefte in hun thuisomgeving en omvat volgende diensten : 1° gezelschap houden;2° de vrijetijdsbesteding vorm geven;3° de referentiepersonen ondersteunen;4° aanvullende psychosociale ondersteuning;5° beperkte en aanvullende huishoudelijke hulp bieden in het kader van de activiteiten vermeld in de bepalingen onder 1° tot 3°. De ziekenoppas kan een nachtopvang in de thuisomgeving van de persoon omvatten. De ziekenoppas kan verricht worden door dienstverrichters die op vrijwillige basis werken.
De Regering kan : 1° nog andere diensten bepalen die in het kader van de ziekenoppas verricht worden;2° interventiecriteria bepalen om de aard en intensiteit van de benodigde hulp te kunnen afbakenen. Art. 12 - Sociale huishoudelijke hulp De sociale huishoudelijke hulp is een aanbod van de thuisondersteuning voor ouderen met ondersteuningsbehoefte en personen met ondersteuningsbehoefte en omvat volgende diensten: 1° activiteiten aanbieden die vooral bestaan in het poetsen van de woning van betrokkene en het bevorderen van de hygiëne in die woning;2° beperkte sociale begeleiding;3° onderhoud van het wasgoed. De Regering kan : 1° nog andere diensten bepalen die in het kader van de sociale huishoudelijke hulp verricht worden;2° interventiecriteria bepalen om de aard en intensiteit van de benodigde hulp te kunnen afbakenen. Art. 13 - Dagopvang De dagopvang is een groepsaanbod van de thuisondersteuning, waarbij ouderen met ondersteuningsbehoefte overdag worden opgevangen. Hij omvat de volgende diensten : 1° psychosociale ondersteuning;2° activering en ondersteuning;3° het verrichten van diensten ter bevordering van de gezondheid en ter voorkoming van ziekten;4° de vrijetijdsbesteding mee vorm geven;5° het aanbieden van gemeenschapsruimten, rustruimten, sanitaire ruimten en doucheruimten;6° het aanbieden van huishoudelijke diensten. De dagopvang omvat geen verstrekkingen van gezondheidszorg die verricht worden door het personeel van de dagopvang.
Met inachtneming van het tweede lid kan de Regering nog andere diensten bepalen die in het kader van de dagopvang verricht worden.
Art. 14 - Dagverzorging De dagverzorging is een groepsaanbod van de thuisondersteuning die overdag plaatsvindt voor ouderen aan wie de categorie 'extra ondersteuning' is toegekend. Ze omvat de volgende diensten : 1° het verrichten van verstrekkingen van gezondheidszorg;2° psychosociale ondersteuning;3° activering, alsook ondersteuning en mobilisatiemaatregelen;4° geriatrische revalidatiemaatregelen;5° het verrichten van diensten ter bevordering van de gezondheid en ter voorkoming van ziekten;6° de vrijetijdsbesteding mee vorm geven;7° het aanbieden van gemeenschapsruimten, rustruimten, sanitaire ruimten en doucheruimten;8° het aanbieden van huishoudelijke diensten. De Regering kan : 1° nog andere diensten bepalen die in het kader van de dagverzorging verricht worden;2° personen met ondersteuningsbehoefte aan wie de categorie 'extra ondersteuningsbehoefte' is toegekend, in uitzonderlijke gevallen toestemming geven om een beroep te doen op dat aanbod.De Regering bepaalt de nadere regels voor aanvragen in die zin.
Art 15 - Dagverzorging met focus op revalidatie De dagverzorging met focus op revalidatie is een groepsaanbod van de thuisondersteuning waarvan ouderen met ondersteuningsbehoefte en personen met ondersteuningsbehoefte op voorschrift van een arts overdag gebruik kunnen maken. Ze omvat de volgende diensten : 1° de diensten vermeld in artikel 14, eerste lid;2° het uitvoeren van intensieve revalidatiemaatregelen die door de arts zijn voorgeschreven om vaardigheden en mogelijkheden opnieuw te verwerven;3° de samenwerking met artsen-specialisten. De Regering kan nog andere diensten bepalen die in het kader van de dagverzorging met focus op revalidatie verricht worden.
Art. 16 - Nachtverzorging De nachtverzorging is een groepsaanbod van de thuisondersteuning die 's nachts plaatsvindt voor ouderen met ondersteuningsbehoefte aan wie de categorie 'extra ondersteuning' is toegekend. Ze omvat de volgende diensten : 1° het aanbieden van een slaapruimte en andere woonruimten;2° het verrichten van verstrekkingen van gezondheidszorg;3° psychosociale ondersteuning;4° activering, alsook ondersteuning en mobilisatiemaatregelen;5° het verrichten van diensten ter bevordering van de gezondheid en ter voorkoming van ziekten;6° de vrijetijdsbesteding mee vorm geven;7° het aanbieden van huishoudelijke diensten. De Regering kan : 1° nog andere diensten bepalen die in het kader van de nachtverzorging verricht worden;2° personen met ondersteuningsbehoefte aan wie de categorie 'extra ondersteuningsbehoefte' is toegekend, in uitzonderlijke gevallen toestemming geven om een beroep te doen op dat aanbod.De Regering bepaalt de nadere regels voor aanvragen in die zin.
Art. 17 - Kortverblijven Het kortverblijf is een groepsaanbod van de thuisondersteuning, waarvan ouderen met ondersteuningsbehoefte aan wie een ondersteuningscategorie is toegekend, gebruik kunnen maken gedurende een periode van hoogstens drie maanden per kalenderjaar en gedurende hoogstens drie opeenvolgende maanden. Het kortverblijf omvat de volgende diensten : 1° het verrichten van verstrekkingen van gezondheidszorg;2° het waarborgen van medische begeleiding;3° psychosociale ondersteuning;4° activering, alsook ondersteuning en mobilisatiemaatregelen;5° geriatrische revalidatiemaatregelen;6° het verrichten van diensten ter bevordering van de gezondheid en ter voorkoming van ziekten;7° de vrijetijdsbesteding mee vorm geven;8° het aanbieden van huishoudelijke diensten;9° het aanbieden van een woonruimte. De Regering kan : 1° nog andere diensten bepalen die in het kader van het kortverblijf verricht worden;2° personen met ondersteuningsbehoefte aan wie de categorie 'extra ondersteuningsbehoefte' is toegekend, in uitzonderlijke gevallen toestemming geven om een beroep te doen op dat aanbod.De Regering bepaalt de nadere regels voor aanvragen in die zin.
Art. 18 - Kortverblijven met focus op revalidatie Het kortverblijf met focus op revalidatie is een groepsaanbod van de thuisondersteuning, waarvan ouderen met ondersteuningsbehoefte en personen met ondersteuningsbehoefte op voorschrift van een arts gebruik kunnen maken gedurende een periode van hoogstens drie opeenvolgende maanden. Het kortverblijf met focus op revalidatie omvat de volgende diensten : 1° de diensten vermeld in artikel 17, eerste lid;2° het uitvoeren van intensieve revalidatiemaatregelen die door de arts zijn voorgeschreven om vaardigheden en mogelijkheden opnieuw te verwerven;3° de samenwerking met artsen-specialisten. De Regering kan nog andere diensten bepalen die in het kader van het kortverblijf met focus op revalidatie verricht worden.
Onderafdeling 2. - Woonstructuren Art. 19 - Seniorenresidenties Seniorenresidenties zijn woonstructuren voor ouderen die in één of meer gebouwen volgende diensten omvatten : 1° het aanbieden van barrièrevrije woningen;2° het aanbieden van huishoudelijke diensten die door de ouderen georganiseerd worden of waarop de ouderen vrijblijvend een beroep kunnen doen. Seniorenresidenties mogen geen zorgverstrekkingen verrichten.
Met inachtneming van het tweede lid kan de Regering nog andere diensten bepalen die in een seniorenresidentie verricht worden.
Art. 20 - Seniorenresidenties met kwaliteitslabel van Ostbelgien § 1 - Seniorenresidenties die voldoen aan de voorwaarden die de Regering heeft bepaald, kunnen de benaming "Seniorenresidenz mit ostbelgischem Qualitätslabel" (seniorenresidentie met kwaliteitslabel van Ostbelgien) voeren. Die voorwaarden betreffen minstens : 1° de inrichting van de ruimten;2° het concept voor de organisatie van de seniorenresidentie. Het kwaliteitslabel kan worden toegekend voor afzonderlijke woningen van de seniorenresidentie. § 2 - Wie die benaming wil voeren, moet daartoe toestemming vragen aan de Regering.
De Regering bepaalt : 1° de aanvraagprocedure;2° de criteria voor de manier waarop over de aanvraag wordt beslist;3° de verplichtingen die moeten worden nagekomen om het kwaliteitslabel te mogen blijven gebruiken en de procedure in geval van niet-naleving van die verplichtingen. Art. 21 - Gemeenschappelijke wooninitiatieven Gemeenschappelijke wooninitiatieven zijn woonstructuren voor en/of door ouderen die in één of meer gebouwen de volgende kenmerken hebben : 1° aanbieden van verscheidene barrièrevrije woningen;2° participatief bestuur van de woonstructuur;3° wederzijdse ondersteuning bij dagdagelijkse taken;4° organisatie van gemeenschappelijke activiteiten. Gemeenschappelijke wooninitiatieven kunnen ook intergenerationele woonstructuren zijn die woningen aanbieden aan verschillende leeftijdsgroepen.
De Regering kan nog andere diensten bepalen die in gemeenschappelijke wooninitiatieven verricht worden.
Art. 22 - Serviceflats Serviceflats zijn woonstructuren voor ouderen met ondersteuningsbehoefte die verbonden zijn aan een woonzorgcentrum voor ouderen en in één of meer gebouwen volgende diensten omvatten : 1° aanbieden van barrièrevrije woonruimte;2° aanbieden van huishoudelijke diensten waarop vrijblijvend een beroep kan worden gedaan;3° aanbieden van een vrijblijvend vrijetijdsaanbod in het woonzorgcentrum voor ouderen;4° in geval van een noodoproep: aanbieden van een interventiedienst door het verzorgingspersoneel van het woonzorgcentrum voor ouderen. Serviceflats omvatten geen verstrekkingen van gezondheidszorg die verricht worden door het personeel van het woonzorgcentrum voor ouderen.
Met inachtneming van het tweede lid kan de Regering nog andere diensten bepalen die in serviceflats verricht worden.
Art. 23 - Begeleide woongemeenschappen voor ouderen Begeleide woongemeenschappen voor ouderen zijn woonstructuren voor ouderen met ondersteuningsbehoefte die volgende diensten omvatten: 1° aanbieden van barrièrevrije woonruimte;2° aanbieden van een gemeenschappelijke keuken en een gemeenschappelijke woonkamer;3° participatieve organisatie van het dagelijks leven;4° ondersteuning, aangepast aan de mentale en fysieke mogelijkheden, verricht door gekwalificeerd personeel. De begeleide woongemeenschappen omvatten geen verstrekkingen van gezondheidszorg die verricht worden door het personeel van de begeleide woongemeenschap. In uitzonderlijke gevallen kan de Regering uitzonderingen toestaan voor bepaalde doelgroepen en in geval van gekwalificeerd verzorgingspersoneel. De Regering legt de desbetreffende criteria vast.
Met inachtneming van het tweede lid kan de Regering nog andere diensten bepalen die in begeleide woongemeenschappen verricht worden.
Art. 24 - Woonzorgcentra voor ouderen Woonzorgcentra voor ouderen zijn woonstructuren die bestemd zijn voor ouderen met ondersteuningsbehoefte aan wie een ondersteuningscategorie is toegewezen en die in één of meer gebouwen volgende diensten omvatten: 1° aanbieden van een woonruimte;2° het verrichten van verstrekkingen van gezondheidszorg;3° waarborgen van medische begeleiding;4° psychosociale ondersteuning;5° activering, alsook ondersteuningsmaatregelen en mobilisatiemaatregelen;6° geriatrische revalidatiemaatregelen;7° het verrichten van diensten ter bevordering van de gezondheid en ter voorkoming van ziekten;8° de vrijetijdsbesteding mee vorm geven;9° het aanbieden van huishoudelijke diensten;10° aanbieden van kortverblijven. In een woonzorgcentrum voor ouderen kunnen ook volgende diensten worden aangeboden : 1° dagopvang;2° dagverzorging;3° dagverzorging met focus op revalidatie;4° nachtverzorging;5° kortverblijven met focus op revalidatie;6° serviceflats. De Regering kan : 1° nog andere diensten bepalen die in het kader van de woonzorgcentra voor ouderen verricht worden;2° personen met ondersteuningsbehoefte aan wie een ondersteuningscategorie is toegekend, in uitzonderlijke gevallen toestemming geven om een beroep te doen op dat aanbod.De Regering bepaalt de nadere regels voor aanvragen in die zin.
Art. 25 - Indeling van de ondersteuningscapaciteit in woonzorgcentra voor ouderen De ondersteuningscapaciteit van elk woonzorgcentrum voor ouderen wordt als volgt bepaald : 1° 82 % van de ondersteuningscapaciteit is voorbehouden aan ouderen aan wie de categorie 'extra ondersteuning' is toegekend;2° 13 % van de ondersteuningscapaciteit is voorbehouden aan ouderen aan wie de categorie 'geringe ondersteuning' is toegekend;3° 5 % van de ondersteuningscapaciteit is voorbehouden aan ouderen met ondersteuningsbehoefte aan wie een ondersteuningscategorie is toegekend en die in het kader van een kortverblijf in een woonzorgcentrum voor ouderen verblijven. De totale ondersteuningscapaciteit van een woonzorgcentrum voor ouderen is beperkt tot 150 plaatsen. Op aanvraag van de dienstverrichter kan die ondersteuningscapaciteit opgetrokken worden tot hoogstens 180 plaatsen, als de dienstverrichter van een woonzorgcentrum voor ouderen aanvullend nog het volgende aanbod verricht : 1° de serviceflats;2° de dagverzorging;3° nog een ander in deze onderafdeling vermeld aanbod of een proefproject in de zin van artikel 64 dat beantwoordt aan de criteria van een woonstructuur in de zin van artikel 4, 34°;4° de activiteit als sociaal trefpunt overeenkomstig het
decreet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/05/2003
pub.
25/06/2003
numac
2003003343
bron
federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien
Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof
type
wet
prom.
16/05/2003
pub.
30/07/2015
numac
2015000394
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot erkenning en ondersteuning van sociale trefpunten;5° een regelmatig plaatsvindend intergenerationeel aanbod dat de interactie tussen de generaties bevordert;6° een vervoersmogelijkheid voor alle ouderen van de woonzorgzone in kwestie. Het aanvullende aanbod vermeld in 3° tot 5° moet aangeboden worden binnen de woonzorgzone van het woonzorgcentrum voor ouderen.
Voor de toepassing van het tweede lid legt de Regering het volgende vast : 1° de verdere voorschriften voor het te verrichten aanbod;2° de vorm en de inhoud van de aanvraag tot uitbreiding van de ondersteuningscapaciteit en de daarvoor bestemde procedure. Art. 26 - Woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte Woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte zijn woonstructuren voor personen met ondersteuningsbehoefte aan wie de categorie 'extra ondersteuning' is toegekend en die een vastgesteld neurologisch letsel hebben; die woonzorgcentra omvatten in één of meer gebouwen de volgende diensten : 1° aanbieden van een woonruimte;2° verrichten van verstrekkingen van gezondheidszorg;3° waarborgen van medische begeleiding;4° psychosociale ondersteuning;5° activering, alsook ondersteuningsmaatregelen en mobilisatiemaatregelen;6° intensieve revalidatiemaatregelen;7° het verrichten van diensten ter bevordering van de gezondheid en ter voorkoming van ziekten;8° de samenwerking met artsen-specialisten;9° de vrijetijdsbesteding mee vorm geven;10° aanbieden van huishoudelijke diensten;11° aanbieden van kortverblijven;12° aanbieden van kortverblijven met focus op revalidatie;13° aanbieden van de dagverzorging met focus op revalidatie;14° aanbieden van de nachtverzorging. De Regering kan nog andere diensten bepalen die in het kader van de woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte verricht worden.
Afdeling 3. - Palliatieve zorg Art. 27 - Samenwerkingsverband voor palliatieve zorg Het samenwerkingsverband voor palliatieve zorg verricht in de thuisomgeving of in de woonstructuren een aanbod 'palliatieve zorg' dat de volgende diensten omvat : 1° voor de bevolking : a) netwerkvorming;b) public relations en bevordering van de bewustwording voor palliatieve zorg;2° voor de ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte op het einde van hun leven en voor hun omgeving: a) de palliatieve zorgbegeleiding in de thuisomgeving;b) de adviesverlening door en het overleg met de eerstelijnszorgverleners die ter plaatse actief zijn;c) het verlenen van directe ondersteuning. De diensten bepaald in het eerste lid, 2°, worden door een multidisciplinair team verricht.
De Regering legt de samenstelling van het team vermeld in het tweede lid vast. Daartoe preciseert de Regering: 1° het minimale aantal leden van het team;2° de voorwaarden betreffende de kwalificatievereisten waaraan de leden van het team moeten voldoen. HOOFDSTUK 3. - Programmatie en vergunning Afdeling 1. - Programmatie Art. 28 - Beginsel van de programmatie § 1 - Het aanbod aan diensten voor personenondersteuning vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, valt onder een programmatie door de Regering.
In afwijking van het eerste lid : 1° valt het volgende aanbod aan diensten niet onder een programmatie : a) de seniorenresidenties;b) de gemeenschappelijke wooninitiatieven;2° valt het volgende aanbod aan diensten alleen onder een programmatie, als de dienstverrichter een erkenning aanvraagt op grond van artikel 42 : a) de ziekenoppas;b) de sociale huishoudelijke hulp;c) de dagopvang.3° kan in het Duitse taalgebied slechts één samenwerkingsverband voor palliatieve zorg geprogrammeerd worden. § 2 - De programmatie geschiedt met inachtneming van de volgende criteria : 1° de demografische situatie en de demografische prognoses, in het bijzonder het percentage ouderen ten opzichte van de totale bevolking en het percentage personen dat 80 of ouder dan 80 is ten opzichte van de bevolkingsgroep van de ouderen;2° de structuur van de woonzorgzones;3° de volgende elementen per gemeente van het Duitse taalgebied: a) het aantal ouderen;b) het bestaande en geplande ondersteuningsaanbod voor ouderen. Ter vaststelling van de programmatie kan de Regering externe deskundigen belasten met het maken van behoefteanalysen, zowel over het bestaande als over het geplande ondersteuningsaanbod.
Art. 29 - Woonzorgzones De Regering bepaalt voor het Duitse taalgebied verscheidene woonzorgzones waarin dienstverrichters door het aanbieden van een waaier aan diensten ertoe bijdragen dat ouderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven en een beroep kunnen doen op diensten die aan hun noden en hun ondersteuningsbehoefte voldoen. Hiertoe wordt een sociale ruimte bepaald die de volgende kenmerken omvat : 1° voldoende verschillende woonstructuren;2° voldoende aanbod aan diensten voor thuisondersteuning en thuisverzorging;3° voldoende aanbod aan algemene basisvoorzieningen;4° sociale netwerken, buurthulp en activiteiten van de personenondersteuning ter bevordering van de participatie in de samenleving. Afdeling 2. - Vergunning en erkenning Onderafdeling 1. - Vergunningsprocedure Art. 30 - Toepassingsgebied Deze onderafdeling is van toepassing op het volgende georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten : 1° de gezins- en ouderenhulp;2° de dagverzorging;3° de dagverzorging met focus op revalidatie;4° de nachtverzorging;5° de kortverblijven;6° de kortverblijven met focus op revalidatie;7° de serviceflats;8° de begeleide woongemeenschappen voor ouderen;9° de woonzorgcentra voor ouderen;10° de woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte;11° de palliatieve zorg. Art. 31 - Beginsel van de vergunning § 1 - Voor het ondersteuningsaanbod vermeld in artikel 30 dienen de dienstverrichters in de volgende gevallen een vergunningsaanvraag in bij de Regering : 1° om een ondersteuningsaanbod te scheppen of aan te bieden;2° om de ondersteuningscapaciteit te wijzigen;3° om de urencontingenten te wijzigen. Bij het toekennen van de vergunning bestaat de vergunning uit een planningsvergunning, gevolgd door een exploitatievergunning bij het verrichten van het aanbod. § 2 - De planningsvergunning vermeld in § 1, tweede lid, verleent de dienstverrichter het recht om de nodige plannings- en uitvoeringswerkzaamheden uit te voeren en zo de geplande projecten vermeld in § 1, eerste lid, in de praktijk te brengen. § 3 - De exploitatievergunning vermeld in § 1, tweede lid, verleent de dienstverrichter het recht om zijn aanbod aan diensten te verrichten.
Ze moet voorafgegaan worden door een planningsvergunning.
De dienstverrichters vragen de exploitatievergunning drie maanden vóór het verrichten van de dienst en uiterlijk bij het verstrijken van de planningsvergunning aan.
Art. 32 - Vergunningsvoorwaarden § 1 - De Regering verleent de planningsvergunning als: 1° het aanbod of de wijziging van de ondersteuningscapaciteit of van de urencontingenten op het tijdstip van de aanvraag voldoet aan de programmatiecriteria overeenkomstig artikel 28;2° de door de Regering vastgelegde bouwnormen en specifieke veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, geldt alleen voor het residentiële en transmurale aanbod. § 2 - De Regering kent de exploitatievergunning toe als er een planningsvergunning werd toegekend.
De Regering bepaalt de verdere voorwaarden voor het verkrijgen van de exploitatievergunning. Die hebben in het bijzonder betrekking op : 1° de juridische vorm van de dienstverrichter;2° de boekhouding; 3° het concept m.b.t. de organisatie van het ondersteuningsaanbod; 4° het inspraakrecht van de ouderen met ondersteuningsbehoefte, van de personen met ondersteuningsbehoefte en van de referentiepersonen, in het bijzonder participatie bij het bepalen van de levensomstandigheden in het transmurale en residentiële aanbod;5° de rechten en plichten van de vertegenwoordiger, onverminderd andersluidende bepalingen;6° het bestaan van een overeenkomst tussen de dienstverrichter en de oudere met ondersteuningsbehoefte of persoon met ondersteuningsbehoefte in de vorm van een dienstverleningsovereenkomst;7° de openingstijden, de wachtdiensten, de toegankelijkheid en de manier waarop de dienstverleningsovereenkomst kan worden opgezegd;8° het kwaliteitsmanagement, met inbegrip van het klachtenbeheer;9° de geplande samenstelling van het personeel. De Regering kan uitzonderingen op de verplichting om aan de voorwaarden vermeld in het tweede lid te voldoen, bepalen.
Art. 33 - Vergunningsprocedure § 1 - Dienstverrichters die een planningsvergunning en een exploitatievergunning willen krijgen, dienen daartoe een aanvraag in bij de Regering.
Bij de aanvraag worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat de voorwaarden vermeld in artikel 32 vervuld zijn.
De planningsvergunning is drie jaar geldig.
Tot uiterlijk drie maanden vóór het verstrijken van de planningsvergunning kunnen de dienstverrichters een gemotiveerd verzoek indienen om de vergunning voor een periode van ten hoogste één jaar te verlengen. De Regering beslist over deze aanvraag tot verlenging binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag.
De exploitatievergunning wordt principieel voor onbepaalde duur verleend. De Regering bepaalt in welke uitzonderlijke gevallen eventueel een exploitatievergunning voor bepaalde duur wordt verleend.
Eventueel kan ze samen met de planningsvergunning worden verleend. § 2 - De dienstverrichters die een vergunning hebben, dienen een nieuwe of een gedeeltelijk nieuwe vergunningsaanvraag in : 1° indien de eventueel voor bepaalde duur verleende vergunning verstreken is;2° indien de dienstverrichter, de Regering of de inspecteurs vaststellen dat de gegevens die in de vergunning vermeld staan niet meer overeenstemmen met de werkelijkheid of om andere redenen gewijzigd moeten worden;3° indien de dienstverrichter een aanvullend ondersteuningsaanbod wil aanbieden, voor zover het gaat om een aanbod vermeld in artikel 30. § 3 - De Regering bepaalt : 1° de vorm en de inhoud van de vergunningsaanvraag of van de aanvraag om verlenging van de planningsvergunning;2° de procedure en de verdere nadere regels en voorwaarden om de exploitatievergunning en planningsvergunning te behouden;3° de procedure om de planningsvergunning te verlengen;4° de procedure om in voorkomend geval een exploitatievergunning voor bepaalde of onbepaalde duur te verlenen;5° de procedure om de vergunning te wijzigen;6° de beroepsmogelijkheden indien een aanvraag wordt afgewezen. Art. 34 - Overdracht van de vergunning § 1 - De vergunning voor een aanbod wordt voor een bepaalde dienstverrichter en voor het transmurale en het residentiële aanbod voor een bepaalde vestigingsplaats verleend.
Het verkopen of kopen van ondersteuningscapaciteiten of urencontingenten is verboden, tenzij de Regering dit op verzoek en in uitzonderlijke gevallen uitdrukkelijk toestaat. Het overdragen van ondersteuningscapaciteiten aan een andere dienstverrichter zonder wijziging van de vestigingsplaats is wel toegelaten. De nieuwe dienstverrichter dient daartoe een nieuwe vergunningsaanvraag in. § 2 - Met behoud van de toepassing van § 1 is de overdracht van ondersteuningscapaciteiten aan een andere dienstverrichter of aan dezelfde dienstverrichter met wijziging van de vestigingsplaats, voor bepaalde tijd toegelaten, als het vergunde ondersteuningsaanbod op de oorspronkelijke vestigingsplaats verbouwd wordt. De dienstverrichter aan wie de ondersteuningscapaciteit tijdens de verbouwingsfase wordt overgedragen, heeft geen afzonderlijke vergunning nodig. Na beëindiging van de verbouwingsfase wordt de oorspronkelijk overgedragen ondersteuningscapaciteit teruggegeven aan de oorspronkelijke vestigingsplaats.
Voor de toepassing van het eerste lid bepaalt de Regering de tijdstippen waarop een verbouwing als begonnen en als beëindigd wordt beschouwd.
Art. 35 - Verplichtingen die moeten worden nagekomen om de exploitatievergunning te mogen behouden Voor het behoud van de exploitatievergunning komen de dienstverrichters de volgende verplichtingen na: 1° de verplichtingen naleven die overeenkomstig artikel 32 ten grondslag liggen aan de planningsvergunning en de exploitatievergunning;2° de personeelsnormen inzake aantal en/of kwalificatie van het personeel naleven;3° het betrokken aanbod verrichten met inachtneming van de actuele hygiënenormen en verplegingsnormen;4° de normen inzake maaltijden naleven;5° de zorgcontinuïteit;6° de kwaliteitsnormen inzake de dienstverleningsprincipes vermeld in artikel 6 naleven;7° de overeenkomstig hoofdstuk 2 bepaalde opdrachten werkelijk vervullen. De verplichting vermeld in het eerste lid, 5°, geldt niet voor: 1° de gezins- en ouderenhulp;2° de serviceflats;3° de begeleide woongemeenschappen voor ouderen. De Regering kan: 1° de verplichtingen vermeld in het eerste lid nader preciseren;2° nog andere verplichtingen voor het behoud van de vergunning vastleggen. Art. 36 - Vergunning als financieringsvoorwaarde Dienstverrichters van wie het ondersteuningsaanbod vóór het verrichten ervan met toepassing van deze onderafdeling door de Regering vergund werd, krijgen een financiering overeenkomstig hoofdstuk 4.
In afwijking van het eerste lid worden serviceflats niet gefinancierd.
Art. 37 - Niet-naleving van de vergunningsvoorwaarden § 1 - Indien de dienstverrichter één of meer voorwaarden die ten grondslag liggen aan de vergunning of die voor het behoud van de vergunning dienen, niet naleeft, maant de Regering hem overeenkomstig de door haar bepaalde regels aan om die vergunningsvoorwaarden na te komen.
Indien de dienstverrichter, na de aanmaning vermeld in het eerste lid, de vergunningsvoorwaarden nog altijd niet naleeft : 1° schorst de Regering de vergunning van de dienstverrichter en/of trekt ze die in;2° schorst de Regering de vergunning van de dienstverrichter gedeeltelijk en/of trekt ze die gedeeltelijk in;3° trekt de Regering de financiering van de dienstverrichter geheel of gedeeltelijk in. De sanctie bepaald in het tweede lid, 3°, kan gecombineerd worden met de sancties bepaald in het tweede lid, 1° en 2°.
De gedeeltelijke schorsing of de gedeeltelijke intrekking van de vergunning heeft betrekking op de urencontingenten, de ondersteuningscapaciteit of, in geval van een overtreding van artikel 32, § 1, eerste lid, 2°, op afzonderlijke kamers.
De Regering : 1° bepaalt de procedure voor de schorsing en de intrekking van de vergunning;2° preciseert de nadere regels voor de gedeeltelijke schorsing en de gedeeltelijke intrekking van de vergunning, respectievelijk van de financiering. § 2 - Tijdens de gedeeltelijke schorsing, de schorsing of de intrekkingsprocedure kan de dienstverrichter zijn aanbod alleen verrichten voor personen die al een beroep deden op zijn aanbod voordat de beslissing tot schorsing of tot instelling van een intrekkingsprocedure ter kennis werd gebracht. Het aanbod kan niet worden uitgebreid tot andere personen. De dienstverrichter is ertoe verplicht de Dienst en de personen die een beroep doen op het aanbod in te lichten over de beperking van de uitbreiding en over de redenen waarom.
De Regering bepaalt de vorm, de inhoud en de procedure voor de kennisgeving van de informatie vermeld in het eerste lid. § 3 - Indien een dienstverrichter geen bezettingsgraad heeft van minstens 93 % van de vergunde ondersteuningscapaciteit of van de vergunde urencontingenten, gebaseerd op de hoogste jaarlijkse bezettingsgraad in de afgelopen drie jaar, kan de Regering de ondersteuningscapaciteit of de urencontingenten naar rato procentueel verminderen, nadat de dienstverrichter vooraf zijn standpunt heeft meegedeeld.
De Regering bepaalt de procedure en de nadere regels voor de procentuele intrekking van de ondersteuningscapaciteit.
Art. 38 - Sluiting De intrekking van de vergunning heeft de sluiting of de beëindiging van het aanbod tot gevolg.
De Regering bepaalt de procedure voor de sluiting of de beëindiging van het aanbod.
Art. 39 - Sluiting van een woonzorgcentrum voor ouderen of van een woonzorgcentrum voor personen met ondersteuningsbehoefte Vanaf de kennisgeving van de intrekking van de vergunning zijn dienstverrichters van woonzorgcentra voor ouderen en van woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte ertoe verplicht, binnen een door de Regering bepaalde termijn, ervoor te zorgen dat de betrokken personen in een andere voorziening kunnen worden opgevangen. Na het verstrijken van die termijn wordt het woonzorgcentrum voor ouderen of het woonzorgcentrum voor personen met ondersteuningsbehoefte gesloten.
Onverminderd het eerste lid kan de Regering bij wijze van overgangsregeling de onmiddellijke sluiting bevelen, indien uiterst dringende redenen voor de volksgezondheid of de veiligheid dit rechtvaardigen.
De Regering bepaalt de procedure voor de sluiting of de beëindiging van het aanbod.
Art. 40 - Beëindiging van het ondersteuningsaanbod De vrijwillige stopzetting van het aanbod heeft de beëindiging van het aanbod tot gevolg.
De Regering bepaalt de procedure voor de beëindiging van een ondersteuningsaanbod.
Onderafdeling 2. - Erkenningsprocedure Art. 41 - Toepassingsgebied Deze onderafdeling is van toepassing op het volgende georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten: 1° de ziekenoppas;2° de sociale huishoudelijke hulp;3° de dagopvang. Art. 42 - Principe en erkenning als financieringsvoorwaarde Dienstverrichters van het ondersteuningsaanbod vermeld in artikel 41 kunnen bij de Regering een erkenning aanvragen overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling.
Dienstverrichters van wie het ondersteuningsaanbod vóór het verrichten ervan met toepassing van deze onderafdeling door de Regering erkend werd, krijgen een financiering overeenkomstig hoofdstuk 4.
Art. 43 - Erkenningsvoorwaarden De Regering kent de erkenning toe als : 1° het aanbod of de wijziging van de ondersteuningscapaciteit of van de urencontingenten op het tijdstip van de aanvraag voldoet aan de programmatiecriteria overeenkomstig artikel 28;2° de door de Regering vastgelegde bouwnormen en specifieke veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden;3° de voorwaarden bepaald in artikel 32, § 2, tweede lid, vervuld zijn. De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, geldt alleen voor de dagopvang.
Art. 44 - Erkenningsprocedure § 1 - Dienstverrichters die een erkenning willen krijgen, dienen daartoe een aanvraag in bij de Regering.
Bij de aanvraag worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat de voorwaarden vermeld in artikel 43 vervuld zijn.
De erkenning wordt principieel voor onbepaalde duur toegekend. De Regering bepaalt in welke uitzonderlijke gevallen een erkenning voor bepaalde duur kan worden verleend. § 2 - De dienstverrichters die een erkenning hebben, dienen een nieuwe aanvraag of gedeeltelijke aanvraag om erkenning in : 1° indien de eventueel voor bepaalde duur verleende erkenning verstreken is;2° indien de dienstverrichter, de Regering of de inspecteurs vaststellen dat de gegevens die in de erkenning vermeld staan niet meer overeenstemmen met de werkelijkheid of om andere redenen gewijzigd moeten worden;3° indien de dienstverrichter een aanvullend ondersteuningsaanbod wil aanbieden, voor zover het gaat om een aanbod vermeld in artikel 41. § 3 - De Regering bepaalt : 1° de vorm en de inhoud van de erkenningsaanvraag;2° de procedure en de verdere nadere regels en voorwaarden om de erkenning te krijgen;3° de procedure om in voorkomend geval een erkenning voor bepaalde of onbepaalde duur te verlenen;4° de beroepsmogelijkheden indien een aanvraag wordt afgewezen. Art. 45 - Overdracht van de erkenning De erkenning voor een aanbod wordt toegekend voor een bepaalde dienstverrichter.
Het verkopen of kopen van ondersteuningscapaciteiten of urencontingenten is verboden, tenzij de Regering dit op verzoek en in uitzonderlijke gevallen uitdrukkelijk toestaat.
Art. 46 - Verplichtingen die moeten worden nagekomen om de erkenning te mogen behouden Voor het behoud van de erkenning komen de dienstverrichters de volgende verplichtingen na : 1° de verplichtingen naleven die overeenkomstig artikel 43 aan de erkenning ten grondslag liggen;2° de verplichtingen vermeld in artikel 35, eerste lid, 2° tot 4°, 6° en 7°, naleven. De Regering kan : 1° de verplichtingen vermeld in het eerste lid nader preciseren;2° nog andere verplichtingen voor het behoud van de erkenning vastleggen. Art. 47 - Niet-naleving van de erkenningsvoorwaarden § 1 - Indien de dienstverrichter die een erkenning heeft één of meer verplichtingen niet nakomt, maant de Regering hem overeenkomstig de door haar bepaalde regels aan om die verplichtingen na te komen.
Indien de dienstverrichter, na de aanmaning vermeld in het eerste lid, de verplichtingen nog altijd niet nakomt, schorst de Regering de erkenning van de dienstverrichter en/of trekt ze die in.
De Regering bepaalt de procedure voor de schorsing en de intrekking van de erkenning. § 2 - Tijdens de schorsing of de intrekkingsprocedure krijgt de dienstverrichter geen of geen volledige financiering overeenkomstig hoofdstuk 4.
HOOFDSTUK 4. - Financiering Afdeling 1. - Activiteiten van de personenondersteuning en gemeenschappelijke wooninitiatieven Art. 48 - Financiering door een overeenkomst Onverminderd de afdelingen 2 en 3 kan de subsidiëring van het volgende aanbod aan diensten binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen geschieden via een overeenkomst tussen de Regering en de dienstverrichter : 1° het ondersteuningsaanbod vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 1;2° de gemeenschappelijke wooninitiatieven. De Regering bepaalt de daarmee samenhangende raamvoorwaarden.
De dienstverrichters van het ondersteuningsaanbod vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 1, en de dienstverrichters van de gemeenschappelijke wooninitiatieven kunnen een financiële bijdrage voor het gebruik van hun ondersteuningsaanbod vragen aan de ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte.
Afdeling 2. - Georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepaling Art. 49 - Toepassingsgebied De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op het georganiseerd aanbod aan ondersteuningsdiensten.
Art. 50 - Voorwaarde voor de vergunning, resp. erkenning Alleen dienstverrichters die een vergunning resp. erkenning hebben, kunnen gesubsidieerd worden en kunnen van de oudere met ondersteuningsbehoefte of van de persoon met ondersteuningsbehoefte een financiële bijdrage vragen.
Bij het vastleggen van het bedrag van de subsidie wordt rekening gehouden met de geschatte inkomsten van de dienstverrichter.
In afwijking van het eerste lid kunnen dienstverrichters die serviceflats aanbieden, uitsluitend een financiële bijdrage vragen.
Onderafdeling 2. - Financiering door middel van een financiële bijdrage Art. 51 - Financiële bijdrage van de oudere met ondersteuningsbehoefte en van de persoon met ondersteuningsbehoefte § 1 - Dienstverrichters die de volgende diensten aanbieden, kunnen van de oudere met ondersteuningsbehoefte en van de persoon met ondersteuningsbehoefte een financiële bijdrage vragen voor het gebruik van hun ondersteuningsaanbod : 1° de gezins- en ouderenhulp;2° de ziekenoppas;3° de sociale huishoudelijke hulp; Voor het aanbod aan diensten vermeld in het eerste lid, 1° en 3°, wordt de te betalen bijdrage bepaald in verhouding tot het gezinsinkomen van de oudere met ondersteuningsbehoefte en van de persoon met ondersteuningsbehoefte.
De Regering bepaalt voor het aanbod aan diensten vermeld in het eerste lid : 1° de berekeningsregels om de te betalen bijdrage te bepalen;2° de bijdragetarieven om gebruik te maken van het ondersteuningsaanbod;3° de voorwaarden en de nadere regels om de bijdragetarieven te verhogen;4° de minimumprestaties die door de financiële bijdrage gedekt worden in het kader van een overeenkomst tussen de dienstverrichters vermeld in het eerste lid en de oudere met ondersteuningsbehoefte resp.de persoon met ondersteuningsbehoefte. § 2 - Dienstverrichters die de volgende diensten aanbieden, kunnen van de oudere met ondersteuningsbehoefte en van de persoon met ondersteuningsbehoefte een financiële bijdrage vragen voor het gebruik van hun aanbod : 1° het transmurale aanbod;2° de kortverblijven;3° de kortverblijven met focus op revalidatie;4° de serviceflats;5° de begeleide woongemeenschappen voor ouderen;6° de woonzorgcentra voor ouderen;7° de woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte. De Regering bepaalt: 1° voor het aanbod vermeld in het eerste lid, 1°: de financiële bijdrage voor het gebruik ervan;2° voor het aanbod vermeld in het eerste lid, 2° tot 7°: de voorwaarden en nadere regels voor het bepalen van de instapprijs;3° voor elk aanbod vermeld in het eerste lid: de voorwaarden en de nadere regels om de financiële bijdrage te verhogen;4° voor elk aanbod vermeld in het eerste lid: de minimumprestaties die door de financiële bijdrage gedekt worden. Onderafdeling 3. - Financiering door middel van uurforfaits en forfaitaire bedragen Art. 52 - Financieringswijze Dienstverrichters die de volgende diensten aanbieden, kunnen, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, een subsidie ontvangen in de vorm van jaarlijkse urencontingenten of jaarlijkse forfaitaire bedragen overeenkomstig artikel 53 : 1° de gezins- en ouderenhulp;2° de ziekenoppas;3° de sociale huishoudelijke hulp;4° de begeleide woongemeenschappen voor ouderen. Art. 53 - Subsidiëring § 1 - De vastlegging van de subsidie heeft betrekking op de jaarlijkse urencontingenten waarvoor een vergunning is afgegeven en/of op door de Regering bepaalde jaarlijkse forfaitaire bedragen.
Het forfaitaire bedrag kan betrekking hebben op alle kosten van de dienstverrichter of op bepaalde personeels- en/of werkingskosten van de dienstverrichter.
In geval van urencontingenten wordt de subsidie voor het betrokken ondersteuningsaanbod berekend door de urencontingenten waarvoor een vergunning is gegeven te vermenigvuldigen met het uurforfait dat door de Regering is vastgesteld.
Met uitzondering van het residentiële en het transmurale aanbod wordt de subsidie alleen toegekend voor diensten die de dienstverrichter in het Duitse taalgebied verricht heeft. § 2 - Indien de gesubsidieerde dienstverrichter in een kalenderjaar het urencontingent waarvoor een vergunning is gegeven niet bereikt of de kosten voor het vastgelegde forfaitaire bedrag niet kan bewijzen, vordert de Regering het bedrag van elk niet-gepresteerd uur of van alle niet-bewezen kosten in het daaropvolgende jaar terug of verrekent ze dat bedrag met de subsidie voor het daaropvolgende kalenderjaar. § 3 - De Regering bepaalt : 1° de subsidiëringsvoorwaarden;2° het bedrag van de subsidie;3° de procedure voor de aanvraag en de uitbetaling van de subsidie;4° de urencontingenten;5° het uurforfait en de forfaitaire bedragen. Onderafdeling 4. - Financiering door middel van een begeleidingsforfait Art. 54 - Financieringswijze Dienstverrichters die transmurale diensten aanbieden, kunnen, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, een subsidie ontvangen in de vorm van een begeleidingsforfait overeenkomstig artikel 55.
Art. 55 - Subsidiëring § 1 - De Regering bepaalt de jaarlijkse aanwezigheidsdagen om de subsidiëring vast te leggen.
De subsidiëring geschiedt door de vergunde ondersteuningscapaciteit te vermenigvuldigen met het door de Regering vastgestelde begeleidingsforfait en de aanwezigheidsdagen.
Het begeleidingsforfait kan betrekking hebben op : 1° de totale kosten van de dienstverrichter of;2° bepaalde personeels- en/of werkingskosten van de dienstverrichter en/of;3° de ondersteuningscategorie van de ouderen en van de personen met ondersteuningsbehoefte. § 2 - Indien een dienstverrichter de afgesproken aanwezigheidsdagen niet bereikt, vordert de Regering het begeleidingsforfait voor elke ontbrekende aanwezigheidsdag in het daaropvolgende jaar terug of verrekent ze dat bedrag met de subsidie voor het daaropvolgende kalenderjaar. § 3 - De Regering bepaalt : 1° de subsidiëringsvoorwaarden.Die hebben in het bijzonder betrekking op : a) de ondersteuningscapaciteit;b) de ondersteuningscategorie;c) de aanwezigheidsdagen en de bezettingsgraad van het ondersteuningsaanbod;2° het bedrag van de subsidie;3° de procedure voor de aanvraag en de uitbetaling van de subsidie;4° de begeleidingssubsidies;5° de jaarlijkse aanwezigheidsdagen. Onderafdeling 5. - Financiering door middel van dagforfaits Art. 56 - Financieringswijze Dienstverrichters die de volgende diensten aanbieden, kunnen, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, een bewonersgerichte subsidie ontvangen overeenkomstig artikel 57, een personeelsgerichte subsidie overeenkomstig artikel 58 en een vaste subsidie voor mobiliteitshulpmiddelen overeenkomstig artikel 59 : 1° de kortverblijven;2° de kortverblijven met focus op revalidatie;3° de woonzorgcentra voor ouderen;4° de woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte. Art. 57 - Bewonersgerichte subsidiëring § 1 - De Regering bepaalt de jaarlijkse aanwezigheidsdagen om de bewonersgerichte subsidiëring vast te leggen.
De Regering bepaalt de voorwaarden voor de bewonersgerichte subsidiëring van de dienstverrichters die woonstructuren aanbieden.
Die subsidiëring bestaat uit de volgende elementen : 1° een basissubsidie;2° een subsidie voor een bijzonder aanbod aan diensten;3° een forfait voor de werkingskosten. De toekenning van de basissubsidie vermeld in het tweede lid, 1°, is gebonden aan het naleven van de vergunningsvoorwaarden.
De toekenning van de subsidie voor het bijzonder aanbod vermeld in het tweede lid, 2°, is gebonden aan het indienen van concepten om de kwaliteit van de woonstructuur te verbeteren en een bijzonder aanbod aan diensten op te richten die door de Regering moeten worden goedgekeurd.
De toekenning van het forfait voor de werkingskosten vermeld in het tweede lid, 3°, is gebonden aan het naleven van de vereisten …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.