📄 Wettekst
1 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit houdende tenuitvoerlegging van verordening (EG) nr. 2157/2001 van de raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen heeft tot doel in onze nationale wetgeving een nieuw soort handelsvennootschap in te voeren : de Europese vennootschap, zoals bepaald in de Europese verordening (EG) nr. 2157/2001, goedgekeurd op 8 oktober 2001 door de Ministerraad van de Europese Unie, met betrekking tot het statuut van de Europese vennootschap (SE).
Deze verordening is het resultaat van een lange ontwikkeling die meer dan 50 jaar geleden aanving.
Het doel van deze verordening wordt in de eerste overwegende als volgt geformuleerd : « De totstandbrenging van de interne markt en de verbetering van de economische en sociale toestand in de gehele Gemeenschap waartoe een en ander leidt, houdt niet slechts in dat de handelsbelemmeringen moeten worden opgeheven, doch ook dat er een op de dimensie van de Gemeenschap afgestemde herstructurering van de productiefactoren moet plaatsgrijpen. Het is daartoe onontbeerlijk dat de ondernemingen waarvan de activiteiten niet louter op de bevrediging van zuiver lokale behoeften zijn gericht, de reorganisatie van hun werkzaamheden op Gemeenschapsniveau kunnen uittekenen en uitvoeren. ».
Deze verordening past in het kader van de communautaire ontwikkeling die tot de totstandkoming van een eenheidsmarkt binnen de Europese Unie moet leiden. Ondanks de invoering van de eenheidsmarkt en het feit dat de ondernemingen steeds meer op pan-Europese basis optreden, zijn deze ondernemingen tegenwoordig gedwongen hun communautaire activiteiten uit te oefenen in een juridisch kader dat voornamelijk gebaseerd blijft op uiteenlopende nationale wetgevingen en dus niet meer overeenstemt met het economisch kader waarin zij zich zouden moeten ontwikkelen. De economische en juridische eenheid van de pan-Europese bedrijven moet in de mate van het mogelijke overeenstemmen.
De Europese vennootschap zal een uniek instrument zijn voor de structurele afstemming van samenwerkingsverbanden tussen Europese vennootschappen. Het is het eenvoudigste en goedkoopste middel om de samenwerking en de integratie van vennootschappen van verschillende lidstaten te organiseren.
Het statuut van Europese vennootschap zou ook de herstructureringen van ondernemingen moeten vergemakkelijken door grensoverschrijdende fusies van vennootschappen toe te laten, en verrichtingen van verplaatsing van de zetel binnen de communautaire ruimte. Voor beide verrichtingen, die voorzien zijn in het Verdrag van Rome, was er geen duidelijk juridisch kader ter verdediging van alle betrokken belangen.
De voordelen van deze Europese reglementering voor de verschillende betrokken milieus zijn niet alleen van juridische of psychologische aard. Zij zijn ook van financiële aard : de vervanging van verschillende nationale kaders door een enige juridische structuur zou nutteloze kosten moeten vermijden.
Hoewel de zesde overwegende van de verordening eraan herinnert dat de bepalingen van de verordening rechtstreeks van toepassing zijn in de interne rechtsorde van de lidstaten, dient te worden vastgesteld dat de tekst niet alle aangelegenheden in verband met de SE regelt, en vaak verwijst naar de wetgeving van de lidstaten om talrijke punten te regelen. De SE is zo een hybride vennootschap, het resultaat van een kruising tussen het Gemeenschapsrecht en het interne recht van de staat van de zetel van de SE. Teneinde symbolisch de eenheid scheppende accenten van de tekst met betrekking tot de Europese naamloze vennootschap te vertalen, heeft de Europese wetgever het nuttig geacht om gelukkig, over de grens van de diverse talen die in de schoot van de lidstaten worden gebruikt, te kunnen beschikken over een gemeenschappelijke benaming en een gemeenschappelijk logo die dit juridisch instrument identificeert. De keuze voor het Latijn werd derhalve weerhouden en de Europese vennootschap heet officieel « Societas Europaea ». Dit verklaart waarom het officiële logo van de Europese naamloze vennootschap in alle talen van de Europese Unie « SE » is.
Aangezien deze verordening in werking treedt op 8 oktober 2004, moeten er in het Belgisch recht wettelijke bepalingen voorzien worden die de oprichting toelaten van SE waarvan de statutaire zetel in België gelegen is.
Het ontwerp van koninklijk besluit dat U wordt voorgelegd werd opgesteld door een werkgroep die opgericht werd op initiatief van de Minister van Justitie. Deze werkgroep, « Commissie Anne Benoît-Moury » genaamd, ter nagedachtenis aan één van zijn belangrijkste initiatiefnemers, was samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende academische milieus en practici van het vennootschapsrecht.
De leden van deze commissie, onder het voorzitterschap van Pierre NICAISE, waren : Herman BRAECKMANS, Olivier CAPRASSE, Michel COIPEL, Christine DARVILLE, Anne-Catherine EYBEN, Audrey FAYT, Koen GEENS, Hilde JACOBS, Jean-Louis JEGHERS, Guy KEUTGEN, Philippe LAMBRECHT, Patrick LECLERCQ, Paul MASELIS, Hilde PELGROMS, Chantal PLUGERS, Gilberte RAUCQ, Jan VAN BAEL, Pierre VAN OMMESLAGHE, Filip WUYTS, Eddy WYMEERSCH. De voornaamste kenmerken van deze tekst zijn de volgende. 1° Aangezien er in de verordening vaak verwezen wordt naar de interne wetgeving inzake de naamloze vennootschappen (NV) werd het noodzakelijk geacht de bijzondere nationale bepalingen voor de SE in het Wetboek van vennootschappen in te voegen.In de mate dat er dus niet bij verordening of in het Wetboek van vennootschappen van afgeweken wordt, zijn alle gemeenschappelijke bepalingen ervan, alsook deze inzake de NV van toepassing op de SE. 2° Voor de invoeging in het Wetboek van vennootschappen werd in de mate van het mogelijke de structuur van het Wetboek gevolgd.3° Aangezien het Belgisch recht geen dualistisch stelsel voor het bestuur van de NV kent, bestond een belangrijk deel van het werk erin gepaste regels te bepalen voor de SE die gebruik zouden maken van deze keuze, die in de verordening bepaald wordt.In dat opzicht is de tekst geïnspireerd op en bijgewerkt op basis van ontwerp 387 van 5 december 1979 tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen. 4° Bovendien wordt er meermaals in de verordening bepaald dat de lidstaten tussen verschillende oplossingen mogen kiezen die in de verordening bepaald worden.In de uitoefening van deze keuzes beoogt de tekst enerzijds de perceptie van het Belgisch rechtsstelsel te bevorderen als een concurrentieel en aantrekkelijk stelsel voor buitenlandse investeerders en anderzijds meer soepelheid te verlenen aan de Europese vennootschap, met name door de vrijheid te laten bepaalde keuzes in de statuten te regelen. Het wettelijk kader strekt dus ertoe eenvoudig en voordelig, maar ook duidelijk te zijn. 5° Meermaals wordt er in de verordening aan de lidstaten de keuze gelaten om hetzij onafhankelijke deskundigen, hetzij bevoegde instanties aan te stellen in het kader van bijzondere opdrachten.Deze keuzes werden gemaakt met naleving van de tradities van ons rechtsstelsel en met het oog op samenhang met de bepalingen van de derde en zesde Europese richtlijn inzake fusies en splitsingen van vennootschappen.
De gebruikte legistieke techniek vloeit voort uit de verordening en uit de hiërarchie van normen. Hieruit volgt dat deze tekst moet worden gelezen in samenhang met de verordening en met het Wetboek van vennootschappen.
In zijn advies van 16 juni 2004 heeft de Raad van State bezwaren geopperd tegen het feit dat talrijke artikelen van dit ontwerp de bepalingen overnemen van de Verordening (EG) Nr. 2157/2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE), motiverend dat elke opname of integratie in het nationaal recht van elke lidstaat afzonderlijk, in welke vorm ook, van een bepaling van een Europese verordening is verboden, aangezien zulks de onmiddellijke, gelijktijdige en uniforme toepassing in de Gemeenschap kan belemmeren en de communautaire aard ervan kan verhullen.
De Regering onderschrijft weliswaar de overwegingen van de Raad van State op dat punt, maar is van mening dat het principe dat in de voorgaande paragraaf in herhaling werd gebracht op redelijke wijze moet worden toegepast en ten opzichte van de aangehaalde doelstellingen. De weergave van een bepaling van een verordening in het nationale recht kan gerechtvaardigd zijn, indien die weergave de verduidelijking ervan tot doel heeft of het vergemakkelijken van de toepassing ervan, in het bijzonder indien, zoals in dit geval, de verordening op veel punten onvolledig is, op zich alleen niet volstaat, en moet worden verbonden met de nationale complementaire bepalingen en met het regime van gemeen recht van de Belgische naamloze vennootschappen.
Gezien de voornoemde bezwaren, werden de volgende bepalingen geschrapt uit het ontwerp dat aan de Hoge Vergadering wordt voorgelegd : artikel 875, eerste en tweede lid, eerste zin, de twee eerste leden van artikel 876, de artikelen 877, 891, 897, 899, 900, het eerste lid van artikel 915, evenals de artikelen 919, 928, 931 en de eerste paragraaf van artikel 937. De nummering werd overeenkomstig gewijzigd.
De artikelen 880, 892, 903, eerste lid, 905, § 1, eerste zin, 908, eerste lid en 937, tweede lid werden daarentegen in het ontwerp behouden.
Voor wat artikel 880 en die welke er ermee verwant zijn (verrichtingen van oprichting van de SE via fusie, oprichting via holding, oprichting via omvorming, overbrenging van de zetel van de SE) betreft, is het inderdaad zo dat de Verordening in artikel 20,1, ervan het volgende stelt : « de leidinggevende of de bestuursorganen van de fuserende vennootschappen stellen een fusievoorstel op ». De regering acht het evenwel noodzakelijk om in een wettelijke bepaling te preciseren dat het fusieproject - evenals alle andere door de Verordening voorziene projecten - opgesteld wordt door de raad van bestuur. Bij ontstentenis hiervan, en rekening houdend met de formulering van artikel 524bis van het Wetboek van Vennootschappen, zou een dergelijke handeling kunnen worden overgedragen aan het directiecomité. Rekening houdend met het belang van deze projecten voor de aandeelhouders van de anonieme vennootschappen, is de regering van mening dat het instellen ervan tot de exclusieve bevoegdheid van de raad van bestuur moet blijven behoren.
De artikelen 903, eerste lid en 905, § 1, eerste lid, worden eveneens behouden, want het is aangewezen om in het positief Belgisch recht de organen van de SE te identificeren, voor het geval dat die gekozen heeft voor ofwel het monistisch, ofwel voor het dualistisch systeem.
Voor wat artikel 908, in ontwerp, betreft van het Wetboek van Vennootschappen, is de regering van mening dat deze bepaling om redenen van rechtszekerheid moet behouden blijven in het ontwerp.
Artikel 39 van de Verordening stipuleert weliswaar dat het leidinggevend orgaan verantwoordelijk is voor het bestuur van de SE, maar de Verordening definieert niet wat men moet verstaan onder bestuur, zowel in algemene betekenis als in die van het Belgisch vennootschapsrecht. Aangezien er momenteel geen echt dualistisch systeem bestaat in het positief Belgisch recht, is het belangrijk dat men de draagwijdte van de bevoegdheid van het leidinggevend orgaan preciseert.
Bovendien moet worden onderstreept dat artikel 39,5, aan de lidstaat die het dualistisch systeem niet kent, toelaat passende maatregelen met betrekking tot de SE te nemen. Deze bepaling geeft ontegenzeglijk aan de betrokken lidstaat een beoordelingsbevoegdheid omtrent de bepalingen die hij wenst te aanvaarden op het vlak van het dualistisch systeem, teneinde terzake alle wenselijke rechtszekerheid vast te leggen.
Tot slot werd artikel 2 van het ontwerp geschrapt. Deze bepaling voorziet dat de SE onderworpen is aan de hiërarchie van de normen voorzien door artikel 877, in ontwerp, van het Wetboek van Vennootschappen. Deze bepaling is nutteloos, want ze neemt alleen een norm van de Verordening over. Artikel 877 is bovendien zelf geschrapt.
De Raad van State was eveneens van mening dat het enerzijds niet passend is dat het ontwerp in de bepalingen betreffende de vennootschappen naar nationaal recht te preciseren dat ze eveneens van toepassing zijn op de Europese vennootschap, en dat het anderzijds evenmin nodig is om in nieuwe bepalingen regels van het Wetboek van Vennootschappen over te nemen die reeds van rechtswege van toepassing zijn op de Europese vennootschappen krachtens artikel 10 van de Verordening.
De Regering onderstreept dat inderdaad uit de voorschriften van artikel 9 van de verordening over het statuut van de Europese Vennootschap blijkt dat het gemeen recht van de naamloze vennootschap subsidiair van toepassing is op de Europese vennootschap, maar vestigt er de aandacht op dat er gekozen werd om de Europese vennootschap te aanschouwen als een vennootschapsvorm die verschillend is van de Belgische naamloze vennootschap.
Aangezien de SE individueel geïdentificeerd wordt in artikel 2 van het Wetboek van Vennootschappen, dwingt de structuur van het Wetboek van Vennootschappen ertoe dat de SE speciaal beoogd wordt in zekere bepalingen van het voornoemde Wetboek.
Een vergelijking met het geval van de commanditaire vennootschappen op aandelen laat toe om deze vraag te verduidelijken en om de werkwijze te rechtvaardigen. Artikel 657 van het Wetboek van Vennootschappen bepaalt : « De bepalingen betreffende de naamloze vennootschappen zijn mede van toepassing op de commanditaire vennootschappen op aandelen, behoudens de in dit boek voorkomende wijzigingen of deze die volgen uit boek XII ».
Welnu, de commanditaire vennootschap op aandelen wordt wel degelijk individueel beoogd in de bepalingen (onder meer in de artikelen 66 en 113), in toepassing van het aan de Raad van State voorgelegde ontwerp, door het vermelden van de SE. Men moet een onderscheid maken tussen de regels van het Wetboek van Vennootschappen die afkomstig zijn uit de bepalingen die gemeenschappelijk zijn voor de rechtspersonen geregeld door het Wetboek, en die welke eigen zijn aan de naamloze vennootschappen.
Wegens de structuur van het Wetboek van Vennootschappen lijkt het gerechtvaardigd te zijn dat men stipuleert dat de SE in voorkomend geval zal onderworpen zijn aan de regels van het eerste deel. Het is daarentegen in principe voor niets nodig om te vermelden dat de bepalingen die eigen zijn aan de naamloze vennootschappen van toepassing zijn op de SE. De Regering is verder van mening dat het overnemen van de regels die eigen zijn aan de naamloze vennootschap - of meer precies die gelijkaardig zijn - in het Boek met betrekking tot de SE gerechtvaardigd is, wanneer het gaat over het bepalen van de werking van organen die onbekend zijn in de nationale naamloze vennootschappen. Daarom is de Regering de mening toegedaan dat men zich niet moet schikken naar de opmerking van de Raad van State betreffende de artikelen 924 tot 927 van het ontwerp dat hem werd voorgelegd, en die betrekking hebben op de aansprakelijkheid van de leden van de organen, wanneer de SE in haar statuten opteerde voor het dualistische administratiestelsel van de vennootschap en dit in het bijzonder indien, zoals dat het geval is, de genoemde regels opgesteld zijn in functie van de bijzondere kenmerken van het dualistische stelsel (zie artikel 925 van het aan de Raad van State voorgelegde ontwerp, dat voorziet dat het aanklagen vanwege de leden die geen deel hebben gehad aan de overtredingen bij de raad van toezicht moet gebeuren en niet op de algemene vergadering).
Men kan zelfs heel gewoon van oordeel zijn dat - onder meer - de artikelen 924 en 927 op geen enkele wijze een nodeloze herhaling zijn van de regels van het Wetboek van Vennootschappen op het vlak van de aansprakelijkheid van de beheerders : het Belgisch recht kent het dualistische stelsel niet en er bestaan bijgevolg geen regels op het gebied van de aansprakelijkheid van de organen die onder een dergelijk stelsel vallen.
Artikel 937, tweede lid, is eveneens behouden in het ontwerp, omdat het gaat over het uitvoeren van een mogelijkheid voorzien in artikel 59, 2, van de Verordening.
Tot slot onderstreept de Raad van State dat het de Koning niet toekomt om onder de dekmantel van de machtiging die Hem is verleend bij artikel 388 van de
programmawet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
22/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003021248
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet
sluiten, een aangelegenheid te regelen waarop noch de voornoemde verordening betreffende het statuut van de Europese vennootschap, noch het Wetboek van Vennootschappen betrekking heeft. De Raad van State haalt hierover artikel 920 van het aan hem voorgelegde ontwerp aan betreffende de bezoldiging van de leden van de directieraad en van de raad van toezicht.
De Regering is daarentegen van mening dat deze bepaling wel degelijk een uitvoeringsmaatregel is met betrekking tot de verordening over de Europese vennootschap. Zoals hierna aangetoond, bedingt artikel 38,5 van de voornoemde verordening dat wanneer er in een lidstaat niet voorzien is in een dualistisch stelsel voor naamloze vennootschappen op zijn grondgebied, die lidstaat passende maatregelen met betrekking tot SE's kan vaststellen.
Het voornoemde artikel 38,5 verschaft op deze manier speelruimte aan de lidstaten voor de keuze van specifieke maatregelen voor de SE in geval van een dualistisch stelsel. De woorden « passende maatregelen » veronderstellen inderdaad onbetwistbaar een beoordelingsvrijheid in hoofde van de betrokken lidstaten.
Toelichting van de artikelen HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan boek IV en VIII van het Wetboek van vennootschappen Artikel 1 Wijziging van artikel 2, §§ 2 en 4, van het Wetboek van vennootschappen.
Artikel 1, 3, van de Europese verordening voorziet dat de Europese vennootschap rechtspersoonlijkheid bezit.
De doelstellingen van het Wetboek van vennootschappen veronderstellen dat deze nieuwe vorm van vennootschap met rechtspersoonlijkheid opgesomd wordt in artikel 2, § 2, van het Wetboek van vennootschappen tussen de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid.
Artikel 16, 1, van de Europese verordening bepaalt dat deze rechtspersoonlijkheid verkregen wordt met ingang van de inschrijving van de vennootschap.
Art. 2 In boek IV van het Wetboek van vennootschappen worden de bepalingen opgenomen die gemeenschappelijk zijn aan alle rechtspersonen geregeld in dit Wetboek. Rekening houdend met de specifieke regels die door de verordening bepaald worden voor de SE, moet in de hypothese voorzien worden van een afwijking van deze gemeenschappelijke bepalingen. Dit voorbehoud zal in de toekomst andere toepassingen kunnen vinden, met name bij de invoering van de Europese coöperatieve vennootschap.
Art. 3 Wijziging van artikel 61, § 2, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen.
Aangezien dit ontwerp een dualistisch stelsel invoert voor de SE, is het noodzakelijk artikel 61, § 2, aan deze mogelijkheid aan te passen.
Er werd een specifieke terminologie voor dit stelsel gekozen : het directie-orgaan wordt « directieraad » genoemd, en het toezichtsorgaan « raad van toezicht ». De persoon of personen die deel uitmaakt/uitmaken van deze raden worden « leden » genoemd.
Art. 4 Door toepassing van de hiërarchie van normen voorzien in de verordening zijn de regels die van toepassing zijn op de naamloze vennootschap in principe van toepassing op de SE. Daarom werd de vermelding « SE » ingevoegd telkens er in het Wetboek van vennootschappen buiten boek VIII sprake is van de naamloze vennootschap.
Art. 5 en 6 Aangezien er in dit ontwerp een dualistisch stelsel ingevoerd wordt voor de SE moeten de artikelen 69, eerste lid 1, 9° en 74, 2° aangepast worden aan deze mogelijkheid.
Art. 7 tot 9 Dezelfde verantwoording als voor artikel 4.
Art. 10 Dezelfde verantwoording als voor artikel 3.
Art. 11 Dezelfde verantwoording als voor artikel 4.
Art. 12 Dezelfde verantwoording als voor artikel 3.
Art. 13 en 14 Dezelfde verantwoording als voor artikel 4.
Art. 15 1° Dezelfde verantwoording als voor artikel 3;2° dezelfde verantwoording als voor artikel 4. Art. 16 Dezelfde verantwoording als voor artikel 3.
Art. 17 De Europese verordening laat niet toe de variante « vennootschap met een sociaal oogmerk » uit te breiden tot de SE. Art. 18 Dezelfde verantwoording als voor artikel 4.
Art. 19 Dezelfde verantwoording als voor de artikelen 3 en 4.
Art. 20 Dezelfde verantwoording als voor artikel 4.
Art. 21 en 22 Dezelfde verantwoording als voor de artikelen 3 en 4.
Art. 23 tot 28 Dezelfde verantwoording als voor artikel 4.
Art. 29 Dezelfde verantwoording als voor de artikelen 3 en 4.
Art. 30 Aangezien er in de verordening bijzondere regels worden bepaald voor de omzetting van een NV in een SE en van een SE in een NV, moet dit in artikel 774, eerste lid, benadrukt worden. Daarom moeten de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen inzake de omzetting van vennootschappen toegepast worden, behoudens in de mate dat zij niet verenigbaar zijn met de vereisten van de verordening.
Art. 31 In de Europese verordening wordt meermaals naar het nationaal recht verwezen. Bijgevolg leidde de logica van het concept van het Wetboek van vennootschappen tot de invoeging van een boek XV inzake de SE (artikelen 874 tot 949).
TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Definities Art. 874 Deze bepaling van legistieke aard vereist geen toelichting.
Art. 875 Artikel 875 behandelt de vereisten inzake kapitaal. Het preciseert in de eerste plaats dat, overeenkomstig de artikelen 1, 2, en 4, 2 van de Europese verordening, het kapitaal van de SE minstens 120.000 euro moet bedragen. De regering achtte het niet opportuun om, zoals de verordening dat toelaat, een hoger bedrag vast te leggen. Het kapitaal is verdeeld in aandelen, waarbij iedere aandeelhouder slechts gebonden is tot het bedrag van zijn inbreng in het kapitaal. Met het oog op duidelijkheid en coherentie ten opzichte van de principes die van toepassing zijn op het kapitaal van de NV, worden er in de ontwerptekst vereisten bepaald in verband met de volstorting door, bij toepassing van de normenhiërarchie, te verwijzen naar artikel 439. HOOFDSTUK II. - Zetel Art. 876 Dit artikel stemt overeen met artikel 7 van de Europese verordening waarin bepaald wordt dat de statutaire zetel van de SE en haar hoofdbestuur in dezelfde lidstaat gelegen moeten zijn. Uit soepelheid werd er geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid, voorzien in voormeld artikel 7, om te vereisen dat de statutaire zetel van de SE en haar hoofdbestuur op dezelfde plaats gelegen zouden zijn. HOOFDSTUK III. - Rol van de werknemers Art. 877 Het lijkt noodzakelijk om een soepele en snelle aanpassing van de statuten van de SE aan de modaliteiten van de rol van de werknemers mogelijk te maken. Omwille van deze reden wordt er gebruik gemaakt van de mogelijkheid bepaald in artikel 12, 4, tweede lid, van de Europese verordening.
TITEL II. - Oprichting HOOFDSTUK I. - Oprichting via fusie Afdeling I. - Inleidende bepaling
Art. 878 Dit artikel duidt de Minister van Economie aan als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 19 van de Europese verordening.
In overeenstemming met de principes van de Verordening, kan het verzetrecht door de Minister van Economie alleen worden uitgeoefend, indien de economische of strategische belangen van de Natie ernstig in gevaar zouden komen door het deelnemen van de betrokken vennootschap aan een SE via een fusie. Afdeling II. - Procedure
Art. 879 Aanpassing aan het dualistisch stelsel.
Art. 880 Voor de naamloze vennootschappen is enkel de neerlegging van het fusievoorstel vereist. De verordening bepaalt dat dit voorstel voor de SE bij uittreksel moet worden bekendgemaakt. Er wordt voor deze bekendmaking dus verwezen naar artikel 74.
Art. 881 De bevoegde gerechtelijke instantie om de onafhankelijke deskundigen aan te wijzen met toepassing van artikel 22 van de verordening is de voorzitter van de rechtbank van koophandel. Afdeling III. - Wettigheidscontrole
Art. 882 Artikel 25 van de Europese verordening verwijst naar het interne recht dat van toepassing is op fusies. Bijgevolg is de bevoegde instantie de notaris, overeenkomstig de artikelen 700 of 713.
Art. 883 In artikel 26 van de verordening wordt bepaald dat er een instantie moet worden aangeduid die bevoegd is voor het toezicht op de rechtmatigheid van het gedeelte van de procedure dat betrekking heeft op de verwezenlijking van de fusie en op de oprichting van de SE. Met het oog op de samenhang met het voorgaande artikel is deze instantie de notaris. Afdeling IV. - Inschrijving en openbaarmaking
Art. 884 In artikel 28 van de Europese verordening wordt bepaald dat voor elk van de fuserende vennootschappen, de voltooiing van de fusie openbaar moet worden gemaakt volgens de modaliteiten die door de wetten van iedere lidstaat worden voorzien, overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 68/151/EEG. In het Belgisch recht gebeurt deze fusie door overeenkomstige beslissingen van de algemene vergaderingen van de bestaande vennootschappen. Rekening houdend met het feit dat deze verrichtingen voor de SE op het grondgebied van meerdere lidstaten plaatshebben en vaak op verschillende data, vereist de wettigheidscontrole in België de vaststelling van de voltooiing van deze fusie te voorzien. Deze vaststelling is onderworpen aan de regels van het Belgisch recht inzake vormvereisten en openbaarmaking. HOOFDSTUK II. - Oprichting via holding Art. 885 Aanpassing aan het dualistisch stelsel.
Art. 886 Artikel 32, 3, van de verordening verplicht de openbaarmaking te voorzien van het voorstel tot oprichting.
Art. 887 In artikel 32, 4, van de verordening wordt bepaald dat het oprichtingsvoorstel opgemaakt door de directie- of bestuursorganen van de initiatiefnemende vennootschappen moet worden onderzocht door onafhankelijke deskundigen en het voorwerp moet uitmaken van een schriftelijk verslag ten behoeve van de aandeelhouders van de betrokken vennootschappen om hen in te lichten over de verschillende aspecten van de beslissing die zij zullen moeten nemen in de algemene vergadering.
Aangezien het de aanduiding betreft van deskundigen die het oprichtingsvoorstel van een holding-SE zullen moeten onderzoeken, wordt er in de verordening uitdrukkelijk verwezen naar de nationale bepalingen die aangenomen werden bij de omzetting van Richtlijn 78/855/EEG inzake de fusies van naamloze vennootschappen. In dit ontwerp wordt dus voorzien dat er een schriftelijk verslag opgemaakt wordt over het oprichtingsvoorstel in iedere vennootschap, hetzij door de commissaris, hetzij wanneer er geen commissaris is, door een bedrijfsrevisor of door een externe accountant.
Art. 888 Deze bepaling is een maatregel voor de toepassing van artikel 33, 3, van de Europese verordening waarin er een specifieke openbaarmaking wordt voorzien voor de vennootschappen die een oprichting via holding beogen.
Art. 889 Wanneer de holding-vennootschap in België opgericht is, wordt in artikel 33, 5, van de Europese verordening bepaald dat het bewijs moet worden geleverd van de vervulling van de oprichtingsformaliteiten, alsook van de inbreng van het minimumpercentage van effecten.
Inderdaad, in tegenstelling tot de fusieprocedure, volstaat de beslissing van de initiatiefnemende algemene vergaderingen niet om de holding op te richten. Eenmaal de oprichtingsakte overeenkomstig artikel 32 van de Europese verordening opgesteld is, beschikken de aandeelhouders of houders van deelbewijzen van de initiatiefnemende vennootschappen over een termijn van drie maanden tijdens dewelke zij aan de initiatiefnemende vennootschappen hun voornemen kunnen meedelen om hun aandelen of deelbewijzen in te brengen. Het zijn dus wel degelijk de aandeelhouders of houders van deelbewijzen die het laatste woord hebben : de stemming van de algemene vergadering verplicht hen niet hun effecten in te brengen in de holding-SE. De holding-SE zal slechts definitief opgericht zijn indien, binnen deze termijn van drie maanden, het minimumpercentage van effecten, vastgesteld overeenkomstig het oprichtingsvoorstel, in de nieuwe vennootschap ingebracht werd. HOOFDSTUK III. - Omzetting van een naamloze vennootschap in SE Art. 890 Gezien het Belgisch recht inzake de naamloze vennootschappen het dualistisch stelsel niet kent, kan het voorstel tot omzetting voorzien in artikel 37, 4, van de Europese verordening slechts door de raad van bestuur opgemaakt worden. Ditzelfde artikel van de verordening verhindert iedere delegatie dienaangaande.
Art. 891 Het betreft een toepassingsmaatregel van artikel 37, 5, van de Europese verordening.
Art. 892 In artikel 37, 6, van de Europese verordening wordt bepaald dat door onafhankelijke deskundigen moet worden vastgesteld dat de vennootschap over netto activa beschikt die minimaal overeenstemmen met haar kapitaal, vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd.
Aangezien het de aanduiding betreft van deskundigen die dit attest zullen moeten afleveren, wordt er in de Europese verordening uitdrukkelijk verwezen naar de nationale bepalingen aangenomen bij de omzetting van artikel 10 van Richtlijn 78/855/EEG inzake de fusies van naamloze vennootschappen. In dit ontwerp wordt dus voorzien dat de onafhankelijke deskundige hetzij de commissaris van de betrokken vennootschap is, hetzij, wanneer er geen commissaris is, de bedrijfsrevisor of een externe accountant, aangesteld door de raad van bestuur.
Art. 893 Artikel 37, 7, van de Europese verordening heeft betrekking op de goedkeuring van het voorstel tot omzetting door de algemene vergadering. Er wordt bepaald dat het besluit van de algemene vergadering moet worden genomen binnen de voorwaarden voorzien in de nationale bepalingen aangenomen in toepassing van artikel 7 van Richtlijn 78/855/EEG, namelijk de regels inzake de aanwezigheid en de meerderheid op het vlak van fusies van naamloze vennootschappen (artikel 699). HOOFDSTUK IV. - Deelname aan een SE door een vennootschap die haar hoofdbestuur niet in de europese gemeenschap heeft Art. 894 In overweging 23 van de Europese verordening wordt benadrukt dat aan een vennootschap die haar hoofdbestuur niet in de Gemeenschap heeft moet worden toegestaan deel te nemen aan de oprichting van een SE op voorwaarde dat die vennootschap overeenkomstig het recht van een lidstaat is opgericht, haar statutaire zetel in die lidstaat heeft en een daadwerkelijk en duurzaam verband met de economie van een lidstaat heeft, overeenkomstig de beginselen van het Algemeen Programma van 1962 voor de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging. Een dergelijk verband bestaat in het bijzonder indien een vennootschap een vestiging heeft in die lidstaat en van daaruit transacties verricht.
Hier worden duidelijk vennootschappen bedoeld die krachtens aanknopingsregels die eigen zijn aan de lidstaten van de statutaire zetel (of meer bepaald, die het zogenaamd criterium van de « incorporatie » toepassen, hetzij de plaats waar de oprichtingsformaliteiten vervuld werden om de lex societatis te bepalen, dit wil zeggen de wet die van toepassing is op de oprichting, de werking en de ontbinding van vennootschappen, alsook op de betrekkingen tussen de vennoten), worden geacht af te hangen van het recht van een lidstaat.
Niettegenstaande het dwingend karakter van voormelde overweging, wordt in artikel 2, 5, van de Verordening aan iedere lidstaat de beslissing overgelaten om de deelname van een dergelijke vennootschap aan de oprichting van een SE op haar grondgebied al dan niet toe te laten.
Er bestaan geen werkelijke redenen om aan voormelde vennootschappen te verbieden deel te nemen aan de oprichting van een SE waarvan de zetel op het Belgisch grondgebied zal zijn gelegen. Integendeel, deze vennootschappen beschouwen als Europese vennootschappen kan een economische opening voor België betekenen.
TITEL III. - Openbaarmakingsformaliteiten Art. 895 Dit artikel strekt ertoe te onderstrepen en te verduidelijken dat krachtens artikel 12 van de verordening, de inschrijving van de SE gebeurt in een register aangewezen bij de wetgeving van de betrokken lidstaat, zulks overeenkomstig artikel 3 van de richtlijn 68/151/EG. In het Belgische recht is bedoeld register het dossier van de vennootschap gehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel, waarin alle stukken en uittreksels van stukken van de vennootschap worden neergelegd. Hoewel eigenlijk enkel het gemeenschapsrecht wordt toegepast, bleek deze verduidelijking nodig te zijn omdat de verkrijging van de rechtspersoonlijk door de SE volgens de verordening onderworpen is aan de inschrijving en krachtens het Belgische recht onderworpen is aan de neerlegging van de uittreksels van de oprichtingsakte in het dossier gehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel. De in de verordening bedoelde inschrijving is niet nader erin omschreven en de inhoud van dat begrip is afhankelijk van de nationale oplossingen uitgewerkt op het tijdstip van de omzetting van de eerste richtlijn van de Raad inzake vennootschapsrecht. Voor het overige moet worden onderstreept dat de inschrijving slechts kan gebeuren na akkoord over de modaliteiten inzake de rol van de werknemers overeenkomstig richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 waarin het statuut van de Europese vennootschap aangevuld wordt wat de rol van de werknemers betreft.
TITEL IV. - Organen HOOFDSTUK I. - Bestuur Afdeling I. - Voorschriften die het monistisch
en het dualistisch stelsel gemeen hebben Art. 896 Door toepassing van artikel 47, 1, van de Europese verordening kan een rechtspersoon lid zijn van een van de bestuursorganen, op voorwaarde echter dat dit voorzien is in de statuten. In een dergelijk geval is artikel 61, § 2, van toepassing.
Art. 897 Deze tekst is een herformulering van artikel 526 van het Wetboek van vennootschappen inzake de overschrijding van het maatschappelijk doel door de vertegenwoordigende organen, om het uit te breiden tot het dualistisch stelsel. Afdeling II. - Monistisch stelsel
Art. 898 In tegenstelling tot het monistisch stelsel in het Belgisch recht, bepaalt artikel 43, 1, van de verordening slechts een delegatie in het dualistisch stelsel voor het dagelijks bestuur, hetgeen de delegatie aan een directiecomité uitsluit. Deze oplossing stemt overeen met de opzet van de verordening : de oprichting van een directiecomité toelaten zou het nuttig effect van de invoering van het dualistisch stelsel uitsluiten en een element van verwarring ten nadele van de vennoten en derden invoeren.
Art. 899 Artikel 43, 2, van de verordening laat toe dat de lidstaten een minimum- en/of maximumaantal leden bepalen. Met het oog op de harmonisering met de bestaande wetgeving voor de naamloze vennootschappen wordt er naar artikel 518, § 1, verwezen. Met toepassing van artikel 43, 2, tweede lid, kan er echter geen gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid om het aantal bestuurders te verminderen tot twee, wanneer de rol van de werknemers georganiseerd is overeenkomstig Richtlijn 2001/86/EG. Afdeling III. - Dualistisch stelsel
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Art. 900 Deze algemene bepaling is een toepassing van artikel 38 van de Europese verordening. Het Belgisch recht kent geen dualistisch stelsel. Overeenkomstig de open keuze in artikel 39, 5, leek het noodzakelijk specifieke maatregelen te nemen voor de SE die het dualistisch stelsel zouden kiezen. Deze maatregelen zijn een aanvulling op de regels die in de verordening bepaald zijn. De duur van het mandaat, bijvoorbeeld, wordt bepaald in artikel 46 van de verordening en niet in deze tekst.
De SE kan bestuurd worden door twee afzonderlijke organen : de directieraad en de raad van toezicht.
De eerste paragraaf laat toe dat de directieraad, overeenkomstig artikel 39, 4, van de verordening, samengesteld is uit één enkel lid om op een soepele manier te beantwoorden aan de uiteenlopende noden van de praktijk.
Overeenkomstig de keuze bepaald in artikel 39, 1, van de verordening, mag de directieraad de dagelijkse leiding delegeren onder dezelfde voorwaarden als voor de NV. In de logica van het dualistisch stelsel sluit dit de delegatie uit aan een directiecomité, zoals bepaald in artikel 524bis.
De raad van toezicht moet, omwille van de aard van zijn functie, samengesteld zijn uit minstens drie leden. Er werd hier gebruik gemaakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 40, 3, van de verordening.
Art. 901 De bevoegdheden van de directieraad en van zijn leden worden bepaald ten opzichte van deze van de raad van bestuur en van de bestuurders, onder voorbehoud van de beperkingen die door de verordening, het Wetboek of de statuten gesteld worden. De directieraad is inderdaad in principe belast met het bestuur van de vennootschap onder toezicht van de raad van toezicht.
Art. 902 In het Wetboek van vennootschappen wordt in verschillende omstandigheden de verplichting voorzien voor de raad van bestuur van een NV om een verslag op te maken. In de SE die voor een dualistisch stelsel hebben gekozen, is de directieraad belast met het opstellen van deze verslagen. Deze verslagen worden meegedeeld aan de raad van toezicht om deze toe te laten zijn functie uit te oefenen. In de statuten zouden strengere bepalingen kunnen worden opgenomen, bijvoorbeeld wat betreft de termijnen.
Art. 903 De bevoegdheden van de directieraad worden naar analogie van artikel 522, § 1, eerste lid, bepaald : deze heeft alle bevoegdheden van bestuur, onder voorbehoud van de bevoegdheden die door de wet aan de algemene vergadering of aan de raad van toezicht worden voorbehouden.
In de statuten kunnen er echter, overeenkomstig artikel 48, 1, eerste lid, van de verordening, categorieën handelingen opgesomd worden waarvoor de goedkeuring van de raad van toezicht vereist is. Bovendien kan de raad van toezicht zelf bepaalde categorieën handelingen die hij bepaalt aan goedkeuring onderwerpen. Hier werd gebruik gemaakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 48, 1, tweede lid, van de verordening.
Met het oog op soepelheid werd het niet gepast geacht gebruik te maken van de mogelijkheid voorzien in artikel 48, 2, van de verordening en categorieën handelingen te bepalen die in ieder geval door de statuten aan de goedkeuring van de raad van toezicht moeten worden onderworpen.
Het gebrek aan goedkeuring van de raad van toezicht kan niet worden tegengeworpen aan derden wanneer de goedkeuring niet bij wet vereist is.
Art. 904 De regel van artikel 904 kan worden verklaard aan de hand van de principiële onverenigbaarheid van de hoedanigheid van lid van de directieraad en van lid van de raad van toezicht (zie artikel 39, 3, van de verordening).
Onderafdeling II. - Directieraad I. Statuut van de leden van de directieraad Art. 905 Overeenkomstig artikel 39, 2, eerste lid, van de verordening, moet de raad van toezicht het lid of de leden van de directieraad benoemen en desgevallend ontslaan.
Er werd geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 39, 2, tweede lid, van de verordening waarin de benoeming of het ontslag door de algemene vergadering toegelaten wordt. De gekozen oplossing stemt meer overeen met het dualistisch stelsel.
Art. 906 Er werd gebruik gemaakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 39, 3, van de verordening om de plaatsvervanging in de tijd te beperken, in casu tot één jaar, om deze afwijking van het principe van artikel 904 te beperken.
II. Bevoegdheid en werking Art. 907 Het betreft een analoge toepassing van artikel 521.
Art. 908 Het betreft een analoge toepassing van artikel 522, § 1, derde lid.
Art. 909 Het betreft een analoge toepassing van artikel 522.
Artikel 912 betreft het geval waarin de vennootschap vertegenwoordigd wordt door de raad van toezicht in geschillen tussen de vennootschap en de leden van de directieraad. Anderzijds beschikt het orgaan dat belast is met het dagelijks bestuur, bepaald in artikel 525, krachtens deze tekst over een vertegenwoordigingsbevoegdheid ten behoeve van dit bestuur.
Onderafdeling III. - Raad van toezicht I. Statuut van de leden van de raad van toezicht Art. 910 Bij gebrek aan bepalingen in de verordening betreffende het ontslag, wordt er in de tekst de mogelijkheid van ontslag ad nutum voorzien zoals voor bestuurders van NV's.
Art. 911 Deze bepaling past bij analogie de regel van artikel 519 toe.
II. Bevoegdheid en werking Art. 912 Het eerste lid van deze bepaling, in verband met het voorzitterschap, is een omzetting in Belgisch recht van de inhoud van artikel 42 van de Europese verordening.
In het tweede en derde lid wordt de bevoegdheid van bestuur van de raad van toezicht bepaald overeenkomstig artikel 40, 1, van de verordening. In het derde lid wordt de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de raad van toezicht beperkt tot de geschillen tussen de vennootschap en één of meer leden van de directieraad.
Art. 913 In dit artikel worden de regels bepaald in verband met de werking van de raad van toezicht naar analogie met deze van de raad van bestuur van de NV. In het derde lid wordt aan de raad van toezicht de mogelijkheid verleend om de leden van de directieraad uit te nodigen om de vergaderingen met een raadgevende stem bij te wonen.
Onderafdeling IV. - Gemeenschappelijke regels voor de leden van de directieraad en de leden van de raad van toezicht.
I. Bezoldiging Art. 914 Bij gebrek aan bijzondere regels in de verordening worden in deze tekst de regels bepaald die van toepassing zijn op de bezoldiging.
Aangezien het leden van de directieraad betreft, kunnen zij, zoals de leden van de raad van bestuur van een NV, een vaste of veranderlijke bezoldiging krijgen. In tegenstelling tot het stelsel dat van toepassing is op de NV, is een wijziging van deze bezoldiging onderworpen aan de toestemming van de betrokkenen.
Aangezien het de bezoldiging van de leden van de raad van toezicht betreft, is een veranderlijke bezoldiging in functie van de resultaten uitgesloten. Enkel een vaste bezoldiging of presentiegeld is toegelaten.
II. Belangenconflicten Art. 915 Deze bepaling is een aanpassing aan het dualistisch stelsel, zoals ingevoerd voor de SE, van de oplossing voorzien in artikel 523, met als enig verschil dat indien er een belangenconflict ontstaat bij de directieraad van een niet-beursgenoteerde SE, de eindbeslissing door de raad van toezicht moet worden genomen.
Art. 916 Deze bepaling is een aanpassing van de oplossing voorzien in artikel 523 (geval van belangenconflicten binnen de raad van bestuur van een NV) ten gunste van de raad van toezicht, ingevoerd door het dualistisch stelsel in een niet-beursgenoteerde SE. Art. 917 Deze bepaling past in het verlengde van de voorgaande bepalingen. Deze bepaling strekt ertoe het mechanisme dat van toepassing is voor belangenconflicten, maar nu wanneer deze binnen beursgenoteerde vennootschappen plaatshebben, aan te passen aan het dualistisch stelsel van de SE. Met het oog op samenhang met het rechtsstelsel dat van toepassing is op belangenconflicten binnen beursgenoteerde NV's, is deze bepaling gebaseerd op artikel 524.
III. Aansprakelijkheid Art. 918 Dit artikel betreft de aansprakelijkheid van de leden van de directieraad en van de raad van toezicht. Het principe van deze aansprakelijkheid, zoals deze bepaald wordt, is gebaseerd op het principe bepaald in artikel 527 voor de bestuurders van NV's.
Art. 919 In deze bepaling worden dezelfde regels inzake aansprakelijkheid als deze die in artikel 528 bepaald zijn voor bestuurders van NV's toegepast op de leden van de directieraad en van de raad van toezicht, nieuwe organen die ingevoerd werden in het kader van de dualistische structuur van de SE. Er dient te worden benadrukt dat het principe van de hoofdelijkheid slechts bestaat tussen leden die tot eenzelfde leidinggevend of toezichthoudend orgaan behoren.
Art. 920 Net als de voorgaande bepaling betreft dit artikel de aansprakelijkheid van de leden van de directieraad en van de raad van toezicht, maar nu in de bijzondere hypothese dat zij zouden hebben gehandeld in een situatie van belangenconflict. Het principe van deze aansprakelijkheid, zoals deze vastgesteld wordt, is gebaseerd op het principe dat bepaald wordt in artikel 529, zoals gewijzigd bij
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten, en van toepassing op bestuurders van NV's.
In een dualistische niet-beursgenoteerde SE vloeit uit de voorgaande artikelen voort dat wanneer er een belangenconflict ontstaat binnen de directieraad of de raad van toezicht, het in ieder geval deze laatste instantie is die de eindbeslissing moet nemen. Indien de raad van toezicht bijvoorbeeld een beslissing heeft genomen die een onrechtmatig financieel voordeel verschaft aan een lid van de directieraad of van de raad van toezicht, zijn alle leden van de raad van toezicht persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk.
Wanneer in een dualistische beursgenoteerde SE blijkt dat een beslissing of verrichting gedaan door de directieraad of door de raad van toezicht een onrechtmatig financieel nadeel berokkent aan de SE ten gunste van een vennootschap van de groep, zelfs al werd de procedure van belangenconflicten, ingevoerd bij artikel 917, nageleefd, zijn de leden van het orgaan die deze beslissing of verrichting gedaan of goedgekeurd hebben aansprakelijk.
Deze bepaling stemt overeen met de logica van het monistisch stelsel.
De bedoeling van de tekst van het besluit was inderdaad de logica te volgen die in het monistisch stelsel geldt en dit om het evenwicht niet te verstoren ten opzichte van het juridisch systeem dat tegenwoordig geldt ten gunste van de NV van gemeen recht.
Art. 921 Deze bepaling is gelijkaardig als deze voorzien in artikel 530 in geval van faillissement of ontoereikend actief van een NV. HOOFDSTUK II. - Algemene vergadering van aandeelhouders Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Onderafdeling I. - Bijeenroeping van de algemene vergadering Art. 922 In artikel 54, 2, van de Europese verordening wordt aan de lidstaten overgelaten om te bepalen welke organen de bevoegdheid hebben de algemene vergadering bijeen te roepen.
Wanneer de SE volgens het monistisch stelsel bestuurd wordt, moeten de regels van het gemeen recht inzake de bijeenroeping van NV's worden toegepast, aangezien er geen reden is om ervan af te wijken. Wanneer de SE daarentegen voor het dualistisch stelsel gekozen heeft, zal de algemene vergadering zowel door de directieraad als door de raad van toezicht mogen worden bijeengeroepen.
De formulering van het eerste lid van deze bepaling is gebaseerd op deze van artikel 532, hetgeen met name verklaart waarom het recht van bijeenroeping ook aan de commissarissen wordt verleend.
Het tweede lid van deze bepaling is een omzetting in Belgisch recht van de principes bepaald in artikel 55 van de Europese verordening.
Deze bepaling is soepeler dan deze die van toepassing is op de NV's, namelijk artikel 532 waarin vereist wordt dat de aandeelhouders die de bijeenroeping van de algemene vergadering vragen « minstens een vijfde » van het maatschappelijk kapitaal moeten vertegenwoordigen. In deze tekst werd dus niet gekozen voor de mogelijkheid die door de Europese verordening verleend wordt om een oproeping toe te laten door de aandeelhouders die een percentage van minder dan 10 % van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.
Bij gebrek aan een bijeenroeping, bepaalt artikel 55, 3, van de verordening dat er een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie moet worden aangesteld om de bijeenroeping van een algemene vergadering binnen een bepaalde termijn te gelasten of daarvoor aan de aandeelhouders die het verzoek hebben gedaan de toestemming te verlenen. Deze instantie is de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de statutaire zetel van de SE, die uitspraak doet zoals in kortgeding.
Art. 923 In artikel 56 van de Europese verordening wordt bepaald dat één of meer aandeelhouders die gezamenlijk ten minste 10 % van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, kan of kunnen verzoeken om nieuwe punten op de agenda van een algemene vergadering te plaatsen. De Europese verordening bepaalt dat de voor een dergelijk verzoek geldende termijnen en procedures worden vastgesteld in de nationale wetgeving van de lidstaat waar de SE haar statutaire zetel heeft of bij gebreke van wetgeving in de statuten van de SE. In het Belgisch recht is de vaststelling van de agenda in principe gebonden aan het recht van oproeping van de algemene vergadering. Zo voorziet de wet in de mogelijkheid om een nieuw punt op de agenda te plaatsen in geval 20 % van de aandeelhouders van de naamloze vennootschap een bijeenroeping vragen (artikel 532). Bovendien wordt er aangenomen dat een punt slechts aan een agenda mag worden toegevoegd die bij een oproeping gevoegd is waarvan kennisgegeven is aan de aandeelhouders, mits de formaliteiten en de termijnen die voor de bijeenroeping gelden worden nageleefd.
Dit artikel beoogt de bovenvermelde principes te verzoenen met de bepaling van de Europese verordening. Hoewel in deze bepaling de vrijheid wordt verleend om in de statuten de termijnen en procedures te regelen die van toepassing zijn op dit verzoek om nieuwe punten op de agenda te plaatsen, bevat deze bepaling de principes van deze procedures, om een oplossing te bieden voor het eventueel stilzwijgen van de statuten op dit punt.
Volgens deze bepaling moet het verzoek om nieuwe punten op de agenda te plaatsen, behoudens andersluidende bepaling in de statuten, worden gedaan aan de raad van bestuur of aan de directieraad binnen achtenveertig uur, hetzij na ontvangst van de oproeping per aangetekende brief, hetzij na de eerste bekendmaking van de oproeping in een advertentie. Dit voorstel met de aangevulde agenda wordt ten minste acht dagen voor de algemene vergadering aan de aandeelhouders meegedeeld via eenvoudigere formaliteiten, namelijk door bekendmaking in dezelfde persorganen als de eerste oproeping en in het Belgisch Staatsblad en desgevallend per aangetekende brief. De bedoeling van deze vereenvoudiging is de bijeenroeping van een nieuwe algemene vergadering voor bijkomende punten te vermijden.
Indien het niet mogelijk is zich aan deze termijnen te houden, zal het bestuursorgaan, op zijn verantwoordelijkheid, een andere algemene vergadering bijeenroepen om de bijkomende punten te bespreken.
In de tekst wordt trouwens de mogelijkheid verworpen die voorzien is in de Europese verordening om dit recht van invoeging van nieuwe punten te verlenen aan aandeelhouders die een percentage van minder dan 10 % van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, want het Belgisch recht kent dit mechanisme niet voor de NV's.
Onderafdeling II. - Verloop van de algemene vergadering en wijze van de uitoefening van het stemrecht Art. 924 De bedoeling van deze bepaling is de toepassing van artikel 540 aan te passen aan de bijzondere situatie van de SE. Afdeling II. - Gewone algemene vergadering
Art. 925 In deze tekst wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 54, 1, van de verordening om de eerste algemene vergadering vast te stellen binnen de 18 maanden na de oprichting en dit met het oog op soepelheid.
Art. 926 Deze tekst is een aanpassing van artikel 554 aan de dualistische structuur.
Art. 927 Wanneer de SE in haar statuten voor het dualistisch stelsel gekozen heeft moet er bepaald worden dat het recht op uitstel bedoeld in artikel 555 ten behoeve van de directieraad van bestuur bestaat. Afdeling III. - Bijzondere algemene vergadering
Art. 928 De bedoeling van deze bepaling is de toepassing van artikel 557 aan te passen aan de bijzondere situatie van de SE. Afdeling IV. - Buitengewone algemene vergadering
Art. 929 In overeenstemming van artikel 59 van de Europese verordening, zijn de regels op het vlak van de NV tijdens het houden van een buitengewone algemene vergadering van toepassing op de SE. Om situaties van staking van stemmen te voorkomen, wordt er in artikel 929 gebruik gemaakt van de mogelijkheid die verleend wordt in artikel 59, 2, van de Europese verordening. Op voorwaarde dat de statuten erin voorzien, wordt de beslissing geldig genomen bij gewone meerderheid telkens als de helft van het kapitaal aanwezig of vertegenwoordigd is. HOOFDSTUK III. - Vennootschapsvordering en minderheidsvordering Art. 930 Deze bepaling is een uitbreiding van het toepassingsgebied van de artikelen 561 en 562 tot 567 voor wat betreft de SE. Deze bepaling is bestemd om de uitoefening van de vennootschapsvordering en de minderheidsvordering toe te laten niet alleen tegen de bestuurders, wanneer de SE voor het monistisch stelsel gekozen heeft, maar ook tegen de leden van de directieraad en van de raad van toezicht wanneer de SE een dualistisch stelsel heeft.
TITEL V. - Verplaatsing van de statutaire zetel Art. 931 In artikel 8 van de verordening wordt bepaald dat een SE, met naleving van de in de verordening bepaalde procedure, haar statutaire zetel in een andere lidstaat kan verplaatsen.
Naargelang gekozen werd voor een monistische of een dualistische structuur, wordt het voorstel tot zetelverplaatsing, bedoeld in artikel 8, 2, van de verordening, door de raad van bestuur of door de directieraad opgemaakt.
Art. 932 In dit artikel wordt het bevoegde orgaan aangeduid dat belast is met het opstellen van het verslag, bepaald in artikel 8, 3, van de verordening.
Art. 933 In artikel 8, 7, van de verordening wordt een stelsel voorzien van bescherming van schuldeisers in geval van verplaatsing. De tekst is geïnspireerd op het bestaande mechanisme in geval van fusie of splitsing. Er werd in dit verband gebruik gemaakt van de mogelijkheid voorzien in het tweede lid van punt 7 van artikel 8 van de verordening.
Art. 934 Met het oog op samenhang met hetgeen bepaald werd op het vlak van fusies (artikelen 882-883) is de bevoegde instantie bedoeld in artikel 8, 8, van de verordening de notaris.
Art. 935 Dit artikel duidt de Minister van Economie aan als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 8, 14°, van de Europese verordening.
In overeenstemming met de principes van de Verordening, kan het verzetrecht door de Minister van Economie alleen worden uitgeoefend, indien de economische of strategische belangen van de Natie ernstig in gevaar zouden komen door de verplaatsing van de betrokken SE. Als voorbeeld, kunnen de belangen van de Natie ernstig in gevaar worden gebracht in geval van verplaatsing naar het buitenland van de zetel van een geprivatiseerde vennootschap die opdrachten van openbaar nut uitvoert.
Art. 936 Het betreft de toepassing van artikel 8, 12, van de verordening.
Art. 937 Deze tekst beoogt de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE in België. Om na te gaan dat de formaliteiten bepaald in de verordening nageleefd werden, moet deze verplaatsing het voorwerp uitmaken van een vaststelling bij authentieke akte die opgemaakt wordt op voorlegging van een attest dat afgeleverd wordt in het land van herkomst, overeenkomstig artikel 8, 8, van de verordening.
TITEL VI. - Jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening, en controle hierop - Specifieke bepalingen van toepassing op het dualistisch stelsel Art. 938 Het betreft de aanpassing van artikel 92 aan de dualistische structuur.
Art. 939 Het betreft de aanpassing van artikel 137, § 1, aan de dualistische structuur.
Art. 940 Het betreft de aanpassing van artikel 144 aan de dualistische structuur.
TITEL VII. - Ontbinding, vereffening, insolventie en staking van de betalingen Art. 941 Het betreft de regel waarnaar artikel 876 verwijst.
Artikel 64, 1 tot 3 van de verordening verplicht de lid-Staten een regularisatieprocedure te voorzien wanneer een SE haar hoofdbestuur niet meer in het land van haar statutaire zetel heeft.
In de tekst wordt dus de mogelijkheid voorzien om de ontbinding van de vennootschap uit te spreken, waarbij de rechtbank de mogelijkheid krijgt een regularisatietermijn toe te staan. Deze beslissing is, overeenkomstig artikel 64, 3, van de verordening, vatbaar voor een rechtsmiddel, dat een schorsende werking moet hebben, hetgeen de voorlopige tenuitvoerlegging uitsluit.
Art. 942 Het betreft een toepassingsmaatregel van artikel 65 van de verordening.
TITEL VIII. - Omzetting van een SE in NV Art. 943 Artikel 66 van de verordening laat toe een SE in NV om te zetten volgens een bijzondere procedure. Deze tekst is een aanpassing van artikel 66, 3, van de verordening aan de dualistische of monistische structuur. Overeenkomstig artikel 66, 4, van de verordening moet het voorstel tot omzetting het voorwerp uitmaken van een openbaarmaking.
Art. 944 Artikel 66, 5, van de verordening vereist dat de lidstaten één of meer onafhankelijke deskundigen aanwijzen om vast te stellen dat de vennootschap over activa beschikt die minimaal overeenstemmen met het kapitaal. Met het oog op samenhang werd er voor dezelfde personen gekozen als in de artikelen 887 en 892.
Art. 945 In artikel 66, 6, van de verordening wordt verwezen naar de voorwaarden die in het nationale recht van toepassing zijn op het vlak van fusies, hetgeen de verwijzing naar artikel 699 verklaart.
TITEL IX. - Strafbepalingen Art. 946 De hiërarchie van normen, vastgesteld in artikel 9 van de verordening, veronderstelt dat er op strafrechtelijk gebied verwezen wordt naar de bepalingen die van toepassing zijn op de NV. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 17, dat een algemene strafbepaling is.
Art. 947 Deze tekst is een aanpassing van de strafbepalingen van de NV aan de dualistische structuur van de SE. Art. 948 Deze tekst is een aanpassing van de strafbepalingen van de NV aan de dualistische structuur van de SE. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 32 Dit artikel strekt ertoe artikel 574, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek aan te vullen, waarin bepaald wordt dat de rechtbank van koophandel kennisneemt van geschillen terzake van een handelsvennootschap, met toevoeging van de geschillen tussen de leden van de directieraad, de leden van de raad van toezicht en de reeds bedoelde personen.
Art. 33 Ingevolge het nieuw artikel 882, wordt artikel 588 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van koophandel, bij wie de zaak aanhangig gemaakt is via verzoekschrift, aangevuld met een 14°.
Art. 34 Aanpassing van het artikel betreffende de territoriale bevoegdheid (artikel 627) door te bepalen dat enkel de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de statutaire zetel van één van de fuserende vennootschappen of van de toekomstige SE bevoegd is. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen Art. 35 Overeenkomstig artikel 68, 2, van de verordening worden in dit artikel de notarissen met standplaats in België, de commissarissen, de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het gerechtelijk arrondissement waarbinnen de statuta …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.