📄 Wettekst
20 OKTOBER 2006. - Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.
TITEL I. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
TITEL II. - Definities, doelstellingen en algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Definities Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : 1° bodem : vaste deel van de aarde met inbegrip van het grondwater, en de andere bestanddelen en organismen die er zich in bevinden;2° waterbodem : waterbodem, zoals gedefinieerd in het
decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003201696
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het integraal waterbeleid
sluiten betreffende het integraal waterbeleid;3° OVAM : Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;4° bodemverontreiniging : aanwezigheid van stoffen of organismen, veroorzaakt door menselijke activiteiten, op of in de bodem of opstallen, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;5° ernstige bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu. Bij de evaluatie van de ernst van de bodemverontreiniging wordt in concreto rekening gehouden met : a) de kenmerken, functies, bestemmingen en eigenschappen van de bodem;b) de aard en de concentratie van de verontreinigingsfactoren;c) de mogelijkheid op verspreiding van de verontreinigingsfactoren;6° nieuwe bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die tot stand gekomen is na 28 oktober 1995;7° historische bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die tot stand gekomen is voor 29 oktober 1995;8° gemengde bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die tot stand gekomen is gedeeltelijk voor 29 oktober 1995 en gedeeltelijk na 28 oktober 1995;9° grond : de bodem of de opstallen die zich op of in de bodem bevinden, met uitzondering van de opstallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald;10° verontreinigde gronden : gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam en gronden waar de verontreinigende stoffen of organismen zich hebben verspreid of waar de bodemverontreiniging schadelijke gevolgen heeft;11° grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam : grond waar een emissie plaatsvindt of heeft plaatsgevonden die rechtstreeks of onrechtstreeks de bodem heeft verontreinigd;12° emissie : elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water;13° risicogrond : grond waarop een risico-inrichting gevestigd is of was;14° risico-inrichtingen : fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging kunnen inhouden en die voorkomen op een lijst die de Vlaamse Regering opstelt;15° site : verzameling van verontreinigde gronden of potentieel verontreinigde gronden, vastgesteld krachtens dit decreet;16° site-onderzoek : bodemonderzoek dat uitgevoerd wordt op een site om de bodemverontreiniging of potentiële bodemverontreiniging afkomstig van de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld in kaart te brengen en om de ernst ervan vast te stellen. Het site-onderzoek voldoet aan de doelstellingen van een orienterend en beschrijvend bodemonderzoek voor de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld; 17° gebruiker : natuurlijke persoon of rechtspersoon die titularis is van een zakelijk of persoonlijk recht op een grond, met uitzondering van de eigenaar;18° overdracht van gronden : a) de overdracht onder levenden van het eigendomsrecht op een grond;b) het vestigen onder levenden van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht of een opstalrecht op een grond, alsmede het onder de levenden beëindigen van deze op voormelde wijze gevestigde rechten;c) het aangaan of het beëindigen van een concessie op een grond;d) de overdracht van het eigendomsrecht op een grond en de beëindiging van een recht als vermeld in b) of c), ingevolge de ontbinding van een rechtspersoon;e) de overdracht onder levenden van een recht als vermeld in b) of c) ;f) de fusie van rechtspersonen, de splitsing van rechtspersonen en de met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen waarbij de rechtspersoon of de rechtspersonen waarvan het vermogen zal overgaan eigenaar is van grond of houder is van een recht als vermeld in b) of c) ;g) de inbreng of de overdracht van een algemeenheid of een bedrijfstak, voor zover daartoe een recht als vermeld in a), b) of c), behoort;h) het opstellen van de statuten van het gebouw als vermeld in artikel 577-4 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bij eenzijdige wilsuiting. In afwijking van de voorgaande bepalingen worden niet beschouwd als een overdracht van gronden : a) de inbreng in een gemeenschappelijk huwelijksvermogen van een recht, als vermeld in het eerste lid, a), b) of c) ;b) de rechtshandelingen en rechtsfeiten, vermeld in het eerste lid, met betrekking tot nutsleidingen en aanhorigheden;19° overeenkomsten betreffende de overdracht van gronden : alle overeenkomsten die een overdracht van grond in de zin van 18° tot voorwerp hebben, evenals : a) de inbreng in een rechtspersoon van een recht als vermeld in 18°, eerste lid, a), b) of c) ;b) het fusievoorstel en splitsingsvoorstel waarbij de rechtspersoon of de rechtspersonen waarvan het vermogen zal overgaan, eigenaar is van grond of houder is van een recht als vermeld in 18°, eerste lid, b) of c) ;c) het voorstel van inbreng of overdracht van algemeenheid of van inbreng of overdracht van een bedrijfstak, voor zover daartoe een recht als vermeld in 18°, eerste lid, a), b) of c), behoort;d) het opstellen van de statuten van het gebouw als vermeld in artikel 577-4 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bij eenzijdige wilsuiting;20° behandelen van bodemverontreiniging : wegnemen, neutraliseren, immobiliseren, isoleren of afschermen van de bodemverontreiniging;21° bodemsanering : behandelen van bodemverontreiniging door : a) het opstellen van een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject;b) het uitvoeren van bodemsaneringswerken;c) het uitvoeren van een eindevaluatieonderzoek;22° bodemsaneringswerken : werken ter uitvoering van een bodemsaneringsproject of van een beperkt bodemsaneringsproject;23° risicobeheer : beheersen van de risico's verbonden aan bodemverontreiniging door : a) het opstellen van een risicobeheersplan;b) het uitvoeren van risicobeheersmaatregelen;c) het opmaken van opvolgingsrapporten;24° voorzorgsmaatregelen : maatregelen om mens of milieu tijdelijk te beschermen tegen de risico's van de bodemverontreiniging in afwachting van bodemsaneringswerken;25° nazorg : maatregelen van bewaking, controle en zo nodig herstel om de mens of het milieu te blijven beschermen tegen de risico's van bodemverontreiniging na bodemsanering;26° schadegeval : onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging;27° rechtsvoorganger : rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met een andere rechtspersoon door wettelijke rechtsopvolging, via fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, inbreng of overdracht van een algemeenheid, inbreng of overdracht van een bedrijfstak, of enige gelijkaardige rechtsfiguur;28° gemandateerde : diegene die op grond van een lastgeving of een gerechtelijke beslissing bevoegd is om handelingen te stellen met betrekking tot het onroerend vermogen van de aangewezen persoon;29° code van goede praktijk : door de OVAM aanvaarde en voor het publiek toegankelijke geschreven regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen vermeld in dit decreet;30° bodemsaneringsdeskundige : onafhankelijke deskundige erkend door de Vlaamse Regering. HOOFDSTUK II. - Doelstellingen Art. 3.§ 1. Het bodembeleid is het beleid gericht op een duurzaam bodembeheer waarbij tegemoet gekomen wordt aan de behoeften van de huidige generaties zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om aan hun behoeften te voldoen in gedrang te brengen. Daarvoor dient het beleid de kwaliteit van de bodem door bodemsanering en bodembescherming te verzekeren, te behouden en te herstellen, zodat onze bodems in de toekomst nog zoveel mogelijk functies kunnen uitoefenen en er nog verschillende types landgebruik mogelijk blijven.
Tevens is het bodembeleid er op gericht een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak te scheppen, waarbij educatie en voorlichting van de doelgroepen inzake bodembeheer wordt gestimuleerd. § 2. Het beleid inzake bodemsanering is er op gericht om zoveel mogelijk de richtwaarden voor bodemkwaliteit te realiseren. Deze richtwaarden worden door de Vlaamse Regering vastgesteld en beantwoorden aan het gehalte aan verontreinigende stoffen of organismen op of in de bodem, dat toelaat dat de bodem al zijn functies kan vervullen zonder dat enige beperking moet worden opgelegd. § 3. Het beleid inzake bodembescherming is er op gericht de bodem te beschermen tegen verontreiniging en verstoring, en de waardevolle bodems te vrijwaren. De bescherming van de bodem tegen verontreiniging heeft tot doel zoveel mogelijk de streefwaarden voor bodemkwaliteit te behouden. Deze streefwaarden worden door de Vlaamse Regering vastgesteld en beantwoorden aan het gehalte aan verontreinigende stoffen of organismen op of in de bodem, dat als normale achtergrond in niet-verontreinigde bodems met vergelijkbare bodemkenmerken teruggevonden wordt. HOOFDSTUK III. - Algemene bepalingen Art. 4.§ 1. Behoudens andersluidende bepaling gaan de termijnen, vermeld in dit decreet, in : 1° in geval van kennisgeving bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, op de eerste dag die volgt op de dag waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats, dan wel op de maatschappelijke of administratieve zetel van de geadresseerde;2° in geval van kennisgeving bij aangetekende brief of bij gewone brief, op de derde werkdag die volgt op de dag waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst;3° in geval van afgifte tegen ontvangstbewijs, op de dag na de datum van het ontvangstbewijs. De termijnen verstrijken om middernacht van de laatste dag. Als de laatste dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, verloopt de termijn de eerstvolgende werkdag. § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat een kennisgeving ook op elektronische wijze kan gebeuren. Zij bepaalt in dat geval de nadere modaliteiten.
TITEL III. - Bodemsanering HOOFDSTUK I. - Identificatie en inventarisatie van gronden Afdeling I. - Grondeninformatieregister
Art. 5.§ 1. De OVAM beheert een grondeninformatieregister waarin ze gegevens over gronden opneemt die haar in het kader van dit decreet worden bezorgd. § 2. Bij de opname van een grond in het grondeninformatieregister levert de OVAM ambtshalve een bodemattest af aan : 1° de eigenaar en de gebruiker van de grond en de exploitant op de grond, voor zover deze door de OVAM gekend zijn;2° de gemeente van de plaats waar de grond gelegen is. De OVAM levert ook op aanvraag een bodemattest af. § 3. Het bodemattest vermeldt de identificatie van de grond en geeft een overzicht van de informatie die over de grond beschikbaar is in het grondeninformatieregister.
De OVAM is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de informatie die door derden aan haar werd verstrekt. § 4. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende het beheer en de toegankelijkheid van het grondeninformatieregister. Afdeling II. - Lijst van risico-inrichtingen
Art. 6.De Vlaamse Regering stelt een lijst vast van risicoinrichtingen. Afdeling III. - Gemeentelijke inventaris
Art. 7.§ 1. Elke gemeente beheert een inventaris van de risicogronden die op haar grondgebied gelegen zijn.
Op eerste verzoek verstrekt de Bestendige Deputatie van de provincie aan de gemeenten die gegevens die hen moeten toelaten de inventaris te beheren. § 2. Bij de opname van een grond in en de verwijdering van een grond uit de gemeentelijke inventaris, bezorgt de gemeente onverwijld een uittreksel betreffende de in de inventaris opgenomen gegevens aan de OVAM. De OVAM neemt deze gegevens op in het grondeninformatieregister. § 3. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende het beheer en de toegankelijkheid van de gemeentelijke inventaris. HOOFDSTUK II. - Erkenning als bodemsaneringsdeskundige Art. 8.§ 1. De Vlaamse Regering is bevoegd om een natuurlijke persoon of rechtspersoon als bodemsaneringsdeskundige te erkennen, alsook om de erkenning als bodemsaneringsdeskundige te schorsen of op te heffen.
De OVAM is van rechtswege erkend als bodemsaneringsdeskundige. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning, schorsing en opheffing van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige. Ze bepaalt ook de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning en kan nadere regelen vaststellen betreffende de indeling van de erkenning in types. HOOFDSTUK III. - Verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering uit te voeren en te (pre)financieren Afdeling I. - Nieuwe bodemverontreiniging
Onderafdeling I. - Saneringscriterium Art. 9.§ 1. De Vlaamse Regering stelt bodemsaneringsnormen vast. Deze bodemsaneringsnormen beantwoorden aan een niveau van bodemverontreiniging dat een aanmerkelijk risico inhoudt van negatieve effecten voor de mens of het milieu, gelet op de kenmerken van de bodem en de functies die deze vervult. § 2. Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, wordt onverwijld een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd. § 3. Als het beschrijvend bodemonderzoek aantoont dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, wordt onverwijld overgegaan tot bodemsanering. § 4. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, geldt het saneringscriterium, vermeld in artikel 19, § 1 en § 2. § 5. De bepalingen van § 2 en § 4 zijn niet van toepassing op schadegevallen die conform de bepalingen van artikel 74 tot en met 82 worden behandeld.
Onderafdeling II. - Saneringsdoel Art. 10.§ 1. Bodemsanering is er bij nieuwe bodemverontreiniging op gericht om de richtwaarden voor de bodemkwaliteit te realiseren. § 2. Als het wegens de kenmerken van de bodemverontreiniging of van de verontreinigde gronden niet mogelijk is de richtwaarden voor de bodemkwaliteit te realiseren door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, wordt de bodemsanering er minstens op gericht een betere bodemkwaliteit te verwezenlijken dan bepaald door de toepasselijke bodemsaneringsnormen.
Ingeval de grond in het kader van een voorlopig vastgesteld ontwerp van plan van aanleg of uitvoeringsplan een bestemming krijgt waarvoor strengere bodemsaneringsnormen gelden, worden de strengere bodemsaneringsnormen als saneringsdoel gehanteerd. § 3. Als het wegens de kenmerken van de bodemverontreiniging of van de verontreinigde gronden niet mogelijk is de bodemkwaliteit, vermeld in § 1 en § 2, te verwezenlijken door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, dan geldt het saneringsdoel, vermeld in artikel 21, § 1. § 4. Als het niet mogelijk is de bodemkwaliteit, vermeld in § 1 tot en met § 3, te verwezenlijken door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, worden zo nodig gebruiks- of bestemmingsbeperkingen opgelegd. § 5. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan richtwaarden voor de bodemkwaliteit kan worden getoetst, wordt het saneringsdoel, vermeld in artikel 21, § 1, gehanteerd. De bepalingen van § 4 zijn van overeenkomstige toepassing. § 6. De selectie van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, gebeurt onafhankelijk van de financiële draagkracht van de saneringsplichtige. De Vlaamse Regering kan bepalen met welke elementen in concreto rekening moet worden gehouden bij de evaluatie van de beste beschikbare technieken die geen overmatige kosten met zich meebrengen.
Onderafdeling III. - Saneringsplichtige A. Aanduiding van de saneringsplichtige Art. 11.De verplichting om in de gevallen, vermeld in artikel 9, met betrekking tot de verontreinigde gronden een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering uit te voeren, rust op de volgende personen : 1° als op de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam een inrichting gevestigd is die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning : de exploitant in de zin van voormeld decreet;2° bij gebrek aan een exploitant, of als de exploitant werd vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 12, § 1 : de gebruiker van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam;3° bij gebrek aan een exploitant en gebruiker, of als de exploitant en gebruiker werden vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 12, § 1 : de eigenaar van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam. B. Vrijstelling van de saneringsplicht Art. 12.§ 1. De exploitant, respectievelijk de gebruiker is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de exploitant of de gebruiker van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij de grond in exploitatie, respectievelijk in gebruik heeft genomen. § 2. De eigenaar is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij eigenaar van de grond werd;3° hij was niet op de hoogte en behoorde niet op de hoogte te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik dat hij eigenaar van de grond werd.De Vlaamse Regering kan bepalen met welke elementen rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of de eigenaar niet op de hoogte was of niet op de hoogte behoorde te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik van de verwerving; 4° sinds 1 januari 1993 was er geen risico-inrichting op de grond gevestigd. § 3. In afwijking van de bepalingen van § 1 en § 2 is de persoon, vermeld in artikel 11, alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM aantoont dat een rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of dat de bodemverontreiniging tot stand gekomen is tijdens de periode dat een rechtsvoorganger de grond in exploitatie, gebruik of eigendom had. § 4. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1 tot en met § 3, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig artikelen 153 tot en met 155. § 5. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling en de overdraagbaarheid van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren. De Vlaamse Regering kan een termijn vaststellen waarbinnen de aanvraag tot vrijstelling, op straffe van onontvankelijkheid, bij de OVAM moet worden ingediend.
Onderafdeling IV. - Saneringsfinanciering A. (Pre)financiering Art. 13.De saneringsplichtige, vermeld in artikel 11, voert het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit op eigen kosten.
De saneringsplichtige kan de kosten van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering verhalen op de persoon die overeenkomstig artikel 16 aansprakelijk is en kan van deze saneringsaanspra-kelijke een voorschot vorderen of eisen dat hij een financiële zekerheid stelt.
B. Draagkrachtregeling Art. 14.§ 1. De saneringsplichtige, vermeld in artikel 11, die onvoldoende vermogen heeft om de bodemsanering te (pre)financieren, kan bij de Vlaamse Regering een gemotiveerde aanvraag tot toekenning van een draagkrachtregeling indienen. De draagkrachtregeling heeft tot doel de financieringslasten in de tijd te spreiden.
De Vlaamse Regering beslist over de toekenning van een draagkrachtregeling binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. § 2. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de procedure tot aanvraag en de voorwaarden tot toekenning van een draagkrachtregeling.
C. Cofinanciering Art. 15.De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen de persoon die overgaat tot beschrijvend bodemonderzoek of tot bodemsanering aanspraak kan maken op cofinanciering. In dat geval stelt ze tevens nadere regelen vast betreffende de procedure en de voorwaarden tot cofinaciering, en het procentsge-wijze aandeel van de cofinanciering in de totale kost van het beschrijvend bodemonderzoek of van de bodemsanering. De Vlaamse Regering kan tevens in nominale bedragen de maxima van de cofinanciering bepalen.
De cofinanciering wordt toegekend binnen de perken van de daartoe voorziene kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest.
Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid Art. 16.§ 1. Wie bodemverontreiniging heeft veroorzaakt, is aansprakelijk voor de kosten die overeenkomstig dit decreet gemaakt worden voor het beschrijvend bodemonderzoek, de bodemsanering en de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI, evenals voor de schade die door deze activiteiten of maatregelen veroorzaakt wordt. § 2. Als de emissie waardoor de bodemverontreiniging tot stand is gebracht afkomstig is van een inrichting die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, is evenwel de exploitant van deze inrichting als bedoeld in dat decreet aansprakelijk. Art. 17.§ 1. Als meerdere personen op grond van de bepalingen van dit decreet aansprakelijk zijn voor een zelfde bodemverontreiniging, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk. § 2. In dat geval heeft diegene die de schadelijder heeft vergoed, een regres tegen de andere aansprakelijke personen, in de mate waarin de verschillende emissies waarvoor zij aansprakelijk zijn, hebben bijgedragen tot het veroorzaken van de bodemverontreiniging. § 3. De bepalingen van dit decreet doen geen afbreuk aan de mogelijkheden voor de aansprakelijke om op basis van een andere rechtsgrond regres uit te oefenen. Art. 18.De bepalingen van dit decreet doen geen afbreuk aan de andere rechten, die de personen die kosten maakten of schade leden als vermeld in artikel 16, § 1, hebben tegen de veroorzaker of tegen andere personen. Afdeling II. - Historische bodemverontreiniging
Onderafdeling I. - Saneringscriterium Art. 19.§ 1. Op gronden met historische bodemverontreiniging wordt overgegaan tot een beschrijvend bodemonderzoek als er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging. § 2. Op gronden met historische bodemverontreiniging wordt overgegaan tot bodemsanering als het beschrijvend bodemonderzoek de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging aantoont. § 3. De Vlaamse Regering wijst op voorstel van de OVAM die gronden met een ernstige historische bodemverontreiniging aan waar bodemsanering prioritair moet plaatsvinden. Art. 20.Op gronden met een ernstige historische bodemverontreiniging kan de persoon, vermeld in artikel 22, bij de OVAM een verzoek indienen om over te gaan tot risicobeheer overeenkomstig de procedure, vermeld in artikelen 83 tot en met 90.
Onderafdeling II. - Saneringsdoel Art. 21.§ 1. Bodemsanering is er bij historische bodemverontreiniging op gericht om te vermijden dat de bodemkwaliteit een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen.
Ingeval de grond in het kader van een voorlopig vastgesteld ontwerp van plan van aanleg of uitvoeringsplan een andere bestemming krijgt, wordt de bodemsanering er op gericht te vermijden dat de bodemkwaliteit een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu binnen deze toekomstige bestemming. § 2. Als het niet mogelijk is de bodemkwaliteit, vermeld in § 1, te verwezenlijken door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, worden zo nodig gebruiks- of bestemmingsbeperkingen opgelegd. § 3. De bepalingen van artikel 10, § 6, zijn van overeenkomstige toepassing.
Onderafdeling III. - Saneringsplichtige A. Aanduiding van de saneringsplichtige Art. 22.Als gronden met historische bodemverontreiniging overeenkomstig artikel 19 aan een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering moeten worden onderworpen, maant de OVAM de hiernavolgende persoon aan tot uitvoering ervan : 1° als op de grond waar de verontreiniging tot stand kwam een inrichting gevestigd is die vergunnings-of meldingsplichtig is krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning : de exploitant in de zin van voormeld decreet;2° bij gebrek aan een exploitant, of als de exploitant werd vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 23, § 1 : de gebruiker van de grond waar de verontreiniging tot stand kwam;3° bij gebrek aan een exploitant en gebruiker, of als de exploitant en gebruiker werden vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 23, § 1 : de eigenaar van de grond waar de verontreiniging tot stand kwam. Alle belanghebbenden kunnen tegen deze beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 53 tot en met 155.
B. Vrijstelling van de saneringsplicht Art. 23.§ 1. De exploitant, respectievelijk de gebruiker is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de exploitant of de gebruiker van oordeel is, dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij de grond in exploitatie, respectievelijk in gebruik heeft genomen. § 2. De eigenaar is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is, dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij eigenaar van de grond werd;3° hij was niet op de hoogte en behoorde niet op de hoogte te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik dat hij eigenaar van de grond werd.De Vlaamse Regering kan bepalen met welke elementen rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of de eigenaar niet op de hoogte was of niet op de hoogte behoorde te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik van de verwerving.
De eigenaar die, hoewel hij van de bodemverontreiniging op de hoogte was of behoorde te zijn, voor 1 januari 1993 een verontreinigde grond heeft verworven, is eveneens niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat hij de verontreiniging niet zelf heeft veroorzaakt en dat hij de grond sinds de verwerving enkel heeft aangewend voor particulier gebruik. § 3. In afwijking van de bepalingen van § 1 en § 2 is de persoon, vermeld in artikel 22, alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM aantoont dat een rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of dat de bodemverontreiniging tot stand gekomen is tijdens de periode dat een rechtsvoorganger de grond in exploitatie, gebruik of eigendom had. § 4. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1 tot en met § 3, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. § 5. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling en de overdraagbaarheid van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren. De Vlaamse Regering kan een termijn vaststellen waarbinnen de aanvraag tot vrijstelling, op straffe van onontvankelijkheid, bij de OVAM moet worden ingediend.
Onderafdeling IV. - Saneringsfinanciering Art. 24.De bepalingen van artikel 13 tot en met 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid Art. 25.§ 1. Met behoud van de toepassing van het laatste lid van artikel 14 van het decreet van 20 april 1994 tot wijziging van het decreet van 2 juli 1981 betreffende het beheer van afvalstoffen, wordt de aansprakelijkheid voor de kosten die overeenkomstig dit decreet gemaakt worden voor het beschrijvend bodemonderzoek, het waterbodemonderzoek, de bodemsanering en de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI, evenals voor de schade die door deze activiteiten of maatregelen veroorzaakt wordt, bij historische bodemverontreiniging vastgesteld overeenkomstig de aansprakelijkheidsregels die van toepassing waren voor 29 oktober 1995. § 2. De aansprakelijkheid voor de kosten en verdere schade, vermeld in § 1, die de persoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1 of § 2, kan oplopen op basis van de voor 29 oktober 1995 van toepassing zijnde regels die aansprakelijkheid vestigen op de loutere eigendom of de loutere bewaking van de grond, wordt beperkt tot het bedrag van de kosten nodig om te voorkomen dat de bodemverontreiniging zich verder verspreidt of een onmiddellijk gevaar vormt. Afdeling III. - Gemengde bodemverontreiniging
Art. 26.Als bij gemengde bodemverontreiniging op een grond een onderscheid tussen nieuwe bodemverontreiniging en historische bodemverontreiniging kan worden gemaakt, worden de respectievelijke bepalingen voor elke soort bodemverontreiniging toegepast. Art. 27.§ 1. Als bij gemengde bodemverontreiniging op een grond geen onderscheid tussen nieuwe bodemverontreiniging en historische bodemverontreiniging kan worden gemaakt, wordt een zo accuraat mogelijke verdeling van de bodemverontreiniging gemaakt in een deel dat naar alle redelijkheid als nieuwe bodemverontreiniging en een deel dat naar alle redelijkheid als historische bodemverontreiniging kan worden beschouwd. Op basis van het gemotiveerd voorstel van de bodemsaneringsdeskundige in zijn verslag van bodemonderzoek doet de OVAM uitspraak over de verdeling. Het deel nieuwe bodemverontreiniging wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen die gelden voor nieuwe bodemverontreiniging en het deel historische bodemverontreiniging overeenkomstig de bepalingen die gelden voor historische bodemverontreiniging. § 2. Als het niet mogelijk is om door het gebruik van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen voor elk deel bodemverontreiniging een afzonderlijk beschrijvend bodemonderzoek of een afzonderlijke bodemsanering uit te voeren, dan zijn uitsluitend de bepalingen van toepassing die gelden voor het grootste deel van de bodemverontreiniging. § 3. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in § 1 en § 2, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. HOOFDSTUK IV. - Oriënterend bodemonderzoek en beschrijvend bodemonderzoek Afdeling I. - Oriënterend bodemonderzoek
Onderafdeling I. - Doel, inhoud en procedure Art. 28.§ 1. Een oriënterend bodemonderzoek heeft tot doel uit te maken of er duidelijke aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het houdt een historisch onderzoek en een beperkte monsterneming in. § 2. Een oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskun-dige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.
De resultaten van het oriënterend bodemonderzoek worden aan de OVAM meegedeeld binnen dertig dagen na het afsluiten ervan. § 3. Als het oriënterend bodemonderzoek niet werd uitgevoerd conform de bepalingen van deze afdeling, kan de OVAM aanvullende onderzoeksverrichtingen opleggen. Het uitgevoerde bodemonderzoek wordt dan niet beschouwd als een oriënterend bodemonderzoek tot op het ogenblik dat de OVAM een con-formiteitsattest heeft afgeleverd. § 4. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de kennisgeving en de conformverklaring van het oriënterend bodemonderzoek en de inhoud van het conformiteitsattest.
Onderafdeling II. - Verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren A. Overdracht van een risicogrond Art. 29.Een oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de overdrager of de gemandateerde voor de overdracht van een risico-grond. Art. 30.In afwijking van artikel 29 kan de Vlaamse Regering bepalen dat de verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren bij de overdracht van gedwongen mede-eigendom als vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek die als een risico-grond moet worden gekwalificeerd, rust op de vereniging van mede-eigenaars. Tevens kan de Vlaamse Regering bepalen in welke gevallen geen verplichting bestaat om voorafgaand aan de overdracht van dergelijke gedwongen mede-eigendom een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren of slechts een verplichting om eenmalig een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren voor een welbepaalde datum.
B. Onteigening van een risicogrond Art. 31.Een oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de onteigenende overheid voor de onteigening van een risicogrond.
C. Sluiting van een risico-inrichting Art. 32.Een oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de exploitant naar aanleiding van de sluiting van een risico-inrichting.
D. Periodieke onderzoeksplicht bij exploitatie van een risico-inrichting Art. 33.De Vlaamse Regering kan bij algemene regel bepalen dat de exploitanten van bepaalde categorieën van risico-inrichtingen binnen een door haar bepaalde termijn en vervolgens periodiek volgens de door haar bepaalde periodiciteit op eigen initiatief en op eigen kosten een oriënterend bodemonderzoek moeten uitvoeren. Deze verplichting geldt niet voor de exploitanten die voor het voldoen van de verplichting, vermeld in 91, § 1, een beroep doen op een erkende bodemsaneringsorganisatie als vermeld in afdeling II van hoofdstuk VII. E. Faillissement Art. 34.In geval een handelaar of een vennootschap die een risico-inrichting exploiteert failliet wordt verklaard, wordt op initiatief van de curator een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op de gronden waar de gefailleerde de risico-inrichting exploiteerde.
F. Vereffening Art. 35.In geval een vennootschap die een risico-inrichting exploiteert in vereffening wordt gesteld, wordt op initiatief van de vereffenaar een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op de gronden waar de vennootschap in kwestie de risico-inrichting exploiteerde.
G. Geen nieuw oriënterend bodemonderzoek Art. 36.De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waarbij in de gevallen, vermeld in artikelen 29 tot en met 35, geen verplichting bestaat om een nieuw orienterend bodemonderzoek uit te voeren of een verplichting bestaat om slechts een beperkte aanvulling van het meest recente oriënterend bodemonderzoek uit te voeren.
Onderafdeling III. - Ambtshalve oriënterend bodemonderzoek Art. 37.Met behoud van de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kan de OVAM te allen tijde ambtshalve een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren. Afdeling II. - Beschrijvend bodemonderzoek
Onderafdeling I. - Doel, inhoud en procedure Art. 38.§ 1. Een beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd om de ernst van de bodemverontreiniging vast te stellen. Het beoogt een beschrijving te geven van de soort, de aard, de hoeveelheid, de concentratie, de oorsprong en de omvang van de verontreinigende stoffen of organismen, de mogelijkheid op verspreiding ervan en het gevaar op blootstelling eraan van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater.
Daarnaast kunnen in een beschrijvend bodemonderzoek gegevens worden opgenomen met betrekking tot de inschatting van het gevaar op blootstelling aan de bodemverontreiniging van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater bij een potentieel andere bestemming. § 2. Een beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdes-kundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk. § 3. Een beschrijvend bodemonderzoek kan gefaseerd worden uitgevoerd in de gevallen en overeenkomstig de voorwaarden die worden bepaald in de standaardprocedure, vermeld in § 2.
Onderafdeling II. - Conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek Art. 39.§ 1. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het onderzoek met de bepalingen van deze afdeling. De OVAM legt aanvullende onderzoeksverrichtingen op of levert een conformiteitsattest af. § 2. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de kennisgeving en de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek en de inhoud van het conformiteitsattest.
Onderafdeling III. - Aard en ernst van de bodemverontreiniging en termijn voor het bodemsaneringsproject Art. 40.Op het moment van de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich tevens uit over : 1° de vraag of en in welke mate de bodemverontreiniging als nieuw dan wel als historisch moet worden beschouwd;2° de aanwezigheid van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of van een ernstige bodemverontreiniging. Art. 41.De OVAM kan de termijn bepalen waarbinnen het bodemsaneringsproject moet worden opgesteld en aan haar moet worden bezorgd.
Onderafdeling IV. - Ambtshalve beschrijvend bodemonderzoek Art. 42.Met behoud van de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kan de OVAM te allen tijde ambtshalve overgaan tot het uitvoeren of aanvullen van een beschrijvend bodemonderzoek.
Onderafdeling V. - Administratief beroep Art. 43.Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel 39 tot en met 41, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. Afdeling III. - Oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek
Onderafdeling I. - Verslag van het oriënterend en beschrijvend bodemondezoek Art. 44.Het beschrijvend bodemonderzoek kan gelijktijdig of onmiddellijk volgend op het oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In dat geval worden de resultaten van beide onderzoeken in een verslag aan de OVAM bezorgd, onder de benaming 'Verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek'.
Een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsa-neringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.
Onderafdeling II. - Conformverklaring van het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek Art. 45.§ 1. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van een verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het onderzoek met de bepalingen van dit hoofdstuk. De OVAM legt aanvullende onderzoeksverrichtingen op, beschouwt het verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek als een verslag van oriënterend bodemonderzoek of levert een conformiteitsattest af. § 2. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de kennisgeving en de conformverklaring van het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek en de inhoud van het conformiteitsattest. Art. 46.De bepalingen van artikel 40 tot en met 43 zijn van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK V. - Bodemsanering Afdeling I. - Bodemsaneringsproject
Onderafdeling I. - Doel, procedure en inhoud van het bodemsaneringsproject Art. 47.§ 1. Een bodemsaneringsproject stelt de wijze vast waarop bodemsaneringswerken worden uitgevoerd en de eventuele nazorg wordt verzekerd. § 2. Een bodemsaneringsproject wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het bodemsaneringsproject opgesteld volgens een code van goede praktijk. § 3. Het bodemsaneringsproject steunt op de resultaten van een conformverklaard beschrijvend bodemonderzoek. Als de OVAM van oordeel is dat de resultaten van dit bodemonderzoek onvoldoende actueel zijn om een accuraat beeld van de verontreinigingssituatie te geven, legt ze aan de sanerings-plichtige, vermeld in artikel 11 of 22, de verplichting op om binnen een welbepaalde termijn het beschrijvend bodemonderzoek te actualiseren. § 4. Een bodemsaneringsproject kan gefaseerd worden opgesteld in de gevallen en overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de standaardprocedure, vermeld in § 2. Art. 48.De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de inhoud, de kennisgeving en de ontvankelijkheid en volledigheid van het bodemsaneringsproject.
Onderafdeling II. - Openbaar onderzoek en adviesverlening Art. 49.De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de procedure tot openbaar onderzoek en adviesverlening met betrekking tot het bodemsaneringsproject.
Onderafdeling III. - Conformverklaring van het bodemsaneringsproject Art. 50.§ 1. Na afloop van het openbaar onderzoek en na ontvangst van de adviezen, vermeld in artikel 49, en uiterlijk negentig dagen na ontvangst van het ontvankelijk en volledig bodemsaneringsproject, spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het bodemsaneringsproject met de bepalingen van dit decreet. De OVAM legt aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject op, of levert een conformiteitsattest af. § 2. De OVAM brengt het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject ter kennis van : 1° de saneringsplichtige;2° de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject;3° de eigenaars en gebruikers van gronden waarop werken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren;4° het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de bodemsaneringswerken zullen worden uitgevoerd;5° de andere overheidsorganen die krachtens artikel 49 advies hebben uitgebracht;6° de Vlaamse administratie bevoegd inzake milieuinspectie. Op bevel van de burgemeester wordt het conformiteitsattest binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan bekendgemaakt door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn, alsook op de plaatsen voorbehouden voor de officiële berichten van bekendmaking, en gedurende dertig dagen ter inzage gelegd bij de diensten van het gemeentebestuur. Art. 51.De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de conformverklaring van het bodemsaneringsproject en het opleggen van wijzigingen en aanvullingen op het bodemsaneringsproject.
Onderafdeling IV. - Voorwaarden en termijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken Art. 52.In het conformiteitsattest bepaalt de OVAM de voorwaarden waaronder de bodemsaneringswerken moeten worden uitgevoerd. Deze voorwaarden beogen de bescherming van mens en milieu en de verwezenlijking van een goede plaatselijke aanleg. Art. 53.De OVAM kan de termijn bepalen waarbinnen de bodemsaneringswerken moeten worden aangevat.
Onderafdeling V. - Conformiteitsattest als melding, milieuvergunning of stedenbouwkundige vergunning Art. 54.§ 1. Als de bodemsaneringswerken inrichtingen omvatten die krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning meldings- of vergunningsplichtig zijn, geldt het conformiteitsattest, vermeld in artikel 50, § 1, als melding respectievelijk als milieuvergunning. § 2. Als de bodemsaneringswerken werken omvatten die krachtens het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening vergunningsplichtig zijn, geldt het conformiteitsattest, vermeld in artikel 50, § 1, als stedenbouwkundige vergunning.
Onderafdeling VI. - Administratief beroep Art. 55.Behalve in de gevallen waarvoor de beroepsprocedure in artikelen 146 tot en met 152 geregeld is, kan elke belanghebbende tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikelen 50, § 1, 52 en 53, bij de Vlaamse Regering een beroep indienen overeenkomstig de bepalingen van artikelen 153 tot en met 155. Afdeling II. - Beperkt bodemsaneringsproject
Onderafdeling I. - Toepassingsgebied Art. 56.Als bodemverontreiniging kan worden behandeld door bodemsaneringswerken die maximaal hon-derdtachtig dagen in beslag nemen, kan in plaats van een bodemsaneringsproject een beperkt bodemsaneringsproject worden opgesteld, op voorwaarde dat de eigenaars en gebruikers van de gronden waarop bodemsaneringswerken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om het beperkt bodemsaneringsproject uit te voeren zich schriftelijk akkoord verklaren met de uitvoering van de bodemsaneringswerken.
Onderafdeling II. - Doel, procedure en inhoud van het beperkt bodemsaneringsproject Art. 57.De bepalingen van artikelen 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing.
Onderafdeling III. - Conformverklaring van het beperkt bodemsaneringsproject Art. 58.§ 1. Uiterlijk dertig dagen na ontvangst van het beperkt bodemsaneringsproject en het schriftelijk akkoord, vermeld in artikel 56, spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het beperkt bodemsaneringsproject met de bepalingen van dit decreet. De OVAM legt aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject op, of levert een conformiteitsattest af. § 2. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de conformverklaring van het beperkt bodemsaneringsproject en het opleggen van wijzigingen en aanvullingen op het beperkt bodemsaneringsproject, en de kennisgeving van deze beslissingen.
Onderafdeling IV. - Voorwaarden en termijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken Art. 59.De bepalingen van artikelen 52 en 53 zijn van overeenkomstige toepassing.
Onderafdeling V. - Conformiteitsattest als melding, milieuvergunning of stedenbouwkundige vergunning Art. 60.De bepalingen van artikel 54 zijn van overeenkomstige toepassing.
Onderafdeling VI. - Administratief beroep Art. 61.Behalve in de gevallen waarvoor de beroepsprocedure in artikel 146 tot en met 152 geregeld is, kan elke belanghebbende tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel 58, § 1, en de beslissingen van de OVAM, genomen krachtens artikel 59, bij de Vlaamse Regering een beroep indienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. Afdeling III. - Bodemsaneringswerken
Onderafdeling I. - Procedure Art. 62.Bodemsaneringswerken worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de voorwaarden vermeld in het conformiteitsattest en de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure worden de bodemsaneringswerken uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.
Onderafdeling II. - Aanvulling of wijziging van het conformverklaarde bodemsaneringsproject of beperkt bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken Art. 63.§ 1. Tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken kan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken bij de OVAM een voorstel indienen tot kleine of grote wijziging of aanvulling van het conformverklaard bodemsaneringsproject of het conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject. § 2. Een voorstel tot kleine wijziging of aanvulling wordt bij aktename door de OVAM goedgekeurd of desgevallend afgekeurd. Een voorstel tot grote wijziging of aanvulling wordt bij beslissing door de OVAM goedgekeurd of desgevallend afgekeurd.
De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de wijziging of aanvulling van een conformverklaard bodemsaneringsproject of een conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject. § 3. Als tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken in het kader van een conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject blijkt dat de bodemverontreiniging niet binnen de termijn van honderdtachtig dagen, vermeld in artikel 56, kan behandeld worden, kan de opdrachtgever van de bodemsaneringswerken een eenmalige verlenging van het conformiteitsattest voor het beperkt bodemsaneringsproject voor een termijn van honderdtachtig dagen aanvragen. De gemotiveerde aanvraag tot verlenging moet, op straffe van onontvankelijkheid, uiterlijk dertig dagen voor het einde van de termijn van honderdtachtig dagen bij de OVAM worden ingediend. Uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de aanvraag, spreekt de OVAM zich uit over de verlenging. Art. 64.Als de OVAM tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken op basis van eigen bevindingen of op basis van een verslag van de bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd, van oordeel is dat de maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging, vermeld in het conformverklaard bodemsaneringsproject of het conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject, niet of in onvoldoende mate leiden tot de resultaten vastgelegd in het conformiteitsattest, kan ze de verplichting opleggen om binnen een welbepaalde termijn een voorstel tot kleine of grote wijziging of aanvulling van het conformverklaard bodemsaneringsproject of conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject op te stellen en bij de OVAM in te dienen.
In voorkomend geval kan de OVAM de verplichting opleggen om binnen een welbepaalde termijn een nieuw bodemsaneringsproject of nieuw beperkt bodemsaneringsproject op te stellen en aan de OVAM te bezorgen. Art. 65.Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in artikelen 63 en 64, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
Onderafdeling III. - Kennisgeving van de bodemsaneringswerken en plaatsbeschrijving Art. 66.De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de kennisgeving van de uitvoering van de bodemsaneringswerken en de uitvoering van een plaatsbeschrijving voor de aanvang van de bodemsaneringswerken. Afdeling IV. - Eindevaluatieonderzoek en eindverklaring
Art. 67.§ 1. De bodemsaneringswerken worden beëindigd na het bereiken van de doelstellingen van de bodemsanering. § 2. Na de uitvoering van de bodemsaneringswerken wordt een eindevaluatieonderzoek uitgevoerd waarin de resultaten van de bodemsaneringswerken worden opgenomen en waarin zo nodig een voorstel van nazorg wordt geformuleerd. § 3. Een eindevaluatieonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het eindevalutatieonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk. Art. 68.Als de doelstellingen van de bodemsanering worden bereikt, levert de OVAM op basis van de resultaten van het eindevaluatieonderzoek een eindverklaring af. De OVAM bezorgt de eindverklaring aan de opdrachtgever van de bodemsaneringswerken en de saneringsplichtige, vermeld in artikel 11 of 22.
Alle belanghebbenden kunnen tegen deze beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. HOOFDSTUK VI. - Andere maatregelen Afdeling I. - Veiligheidsmaatregelen
Art. 69.§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt, legt ze veiligheidsmaatregelen op. Deze bevoegdheid doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om veiligheidsmaatregelen te treffen. § 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt en veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM. § 3. Als de veiligheidsmaatregelen inrichtingen omvatten die krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning meldings- of vergunningsplichtig zijn, geldt de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1, als melding respectievelijk als milieuvergunning.
Als de veiligheidsmaatregelen werken omvat die krachtens artikel 99 van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening vergunningsplichtig zijn, geldt de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1, als stedenbouwkundige vergunning. § 4. Veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige. Afdeling II. - Voorzorgsmaatregelen
Art. 70.§ 1. De OVAM kan voorzorgsmaatregelen opleggen met het oog op het beschermen van de mens of het milieu tegen de risico's van bodemverontreiniging in afwachting van de uitvoering van bodemsaneringswerken. § 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM. De exploitanten, gebruikers of eigenaars van de verontreinigde gronden kunnen hierbij onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige voorzorgsmaatregelen voorstellen aan de OVAM. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het voorstel spreekt de OVAM zich uit over de voorgestelde voorzorgsmaatregelen en kan ze voorzorgsmaatregelen opleggen. § 3. Als de voorzorgsmaatregelen inrichtingen omvatten die krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning meldings- of vergunningsplichtig zijn, geldt de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1 of § 2, als melding respectievelijk als milieuvergunning.
Als de voorzorgsmaatregelen werken omvatten die krachtens artikel 99 van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening vergunningsplichtig zijn, geldt de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1 of § 2, als stedenbouwkundige vergunning. § 4. Voorzorgsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige. Afdeling III. - Nazorg
Art. 71.§ 1. De OVAM kan nazorg opleggen in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of van het beperkt bodemsaneringsproject, of in de eindverklaring.
Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. § 2. De nazorg wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de voorwaarden, vermeld in het conformiteitsattest of de eindverklaring, en conform de standaardprocedure vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure, wordt de nazorg uitgevoerd volgens een code van goede praktijk. § 3. De persoon die tot nazorg moet overgaan, stelt op verzoek van de OVAM financiële zekerheden tot waarborg van zijn verplichting om de nazorg uit te voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld. Afdeling IV. - Gebruiksbeperkingen
Art. 72.§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat bodemverontreiniging het gebruik van verontreinigde gronden beperkt of verhindert, kan ze gebruiksbeperkingen opleggen.
Alle belanghebbenden kunnen tegen deze beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. § 2. Elke belanghebbende kan onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige op gemotiveerde wijze gebruiksbeperkingen voorstellen aan de OVAM. Afdeling V. - Bestemmingsbeperkingen
Art. 73.§ 1. Als de Vlaamse Regering van oordeel is dat bodemverontreiniging het gebruik van verontreinigde gronden overeenkomstig hun bestemming verhindert, kan ze op advies van de OVAM bestemmingsbeperkingen opleggen, nadat de eigenaar en gebruiker van de verontreinigde gronden of desgevallend de gemandateerde gehoord zijn. § 2. Elke belanghebbende kan onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige op gemotiveerde wijze bestemmingsbeperkingen voorstellen aan de Vlaamse Regering. Afdeling VI. - Behandeling van bodemverontreiniging bij schadegevallen
Onderafdeling I. - Toepassingsgebied Art. 74.De bepalingen van deze afdeling zijn enkel van toepassing op schadegevallen die gemeld worden bij de bevoegde overheid binnen een termijn van veertien dagen nadat ze zich hebben voorgedaan en waarbij de effectieve behandeling van de bodemverontreiniging kan worden uitgevoerd binnen honderdtachtig dagen vanaf de melding van het schadegeval of vanaf de vaststelling van het schadegeval door de bevoegde overheid.
Onderafdeling II. - Bevoegde overheid Art. 75.De bevoegde overheid in het kader van deze afdeling is de OVAM als het schadegeval gebeurt op : 1° een grond in eigendom of beheer van een gemeente, autonoom gemeentebedrijf of intergemeentelijk samenwerkingsverband;2° een grond waarop een inrichting gevestigd is die krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning ingedeeld wordt in klasse 1;3° een grond waarop een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering wordt uitgevoerd. In alle andere gevallen is de bevoegde overheid de burgemeester van de gemeente waar het schadegeval gebeurt.
Onderafdeling III. - Procedure Art. 76.§ 1. Als op een grond een schadegeval gebeurt, meldt de exploitant, gebruiker of eigenaar van de grond dit onverwijld aan de bevoegde overheid. In deze melding geeft de exploitant, gebruiker of eigenaar aan welke maatregelen hij eventueel reeds genomen heeft ter uitvoering van zijn zorgvuldigheidsplicht. § 2. De bevoegde overheid kan een schadegeval vaststellen, een uitspraak doen over de aanpak van een schadegeval en maatregelen tot behandeling van bodemverontreiniging bij schadegevallen opleggen. De bevoegde overheid deelt haar beslissing binnen dertig dagen na ontvangst van de melding mee aan de personen, vermeld in artik …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.