📄 Wettekst
19 JULI 2021. - Decreet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van onderwijzend personeel
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK I. - Bepaling tot wijziging van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat Artikel 1.Artikel 22, § 1, lid 4 van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat wordt geschrapt. HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende het bewijs van de taalkennis Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van de wet van 30 juli 1963
houdende taalregeling in het onderwijs Art. 2.In lid 1 van artikel 16 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, zoals gewijzigd, wordt de zin "De afwijking geldt slechts voor de duur van één jaar en kan slechts driemaal hernieuwd worden" vervangen door wat volgt: "Deze afwijking kan slechts viermaal hernieuwd worden. Elke afwijking wordt toegestaan voor de duur van een school- of academiejaar.". Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het
decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten
houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs Art. 3.In artikel 4bis, § 3, van het
decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2003
pub.
28/08/2003
numac
2003029468
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs
sluiten houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht in een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen inzake onderwijs, zoals gewijzigd, wordt lid 2 vervangen door wat volgt: "Deze afwijking kan slechts viermaal hernieuwd worden. Elke afwijking wordt toegestaan voor de duur van een school- of academiejaar.". HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen betreffende de bezoldiging van het onderwijzend personeel Afdeling I. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van
15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs Art. 4.In artikel 5ter van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: 1. in § 1 worden de woorden "bij de diensten van de Regering" vervangen door de woorden "bij zijn inrichtende macht";2. in § 2 worden de woorden "bij de diensten van de Regering" vervangen door de woorden "bij zijn inrichtende macht". Art. 5.In artikel 16, § 1, A, a), 5de streepje van hetzelfde koninklijk besluit, wordt het woord "of" ingevoegd tussen de woorden "onderwijzend" en "wetenschappelijk". Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering
van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap Art. 6.In artikel 11bis van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: 1. in § 1 worden de woorden "bij de Diensten van de regering" vervangen door de woorden "bij zijn inrichtende macht";2. in § 2 worden de woorden "de Diensten van de Regering" vervangen door de woorden "de inrichtende macht". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het
decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten
houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 7.In artikel 71bis van het
decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998029331
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: 1. in § 1 worden de woorden "bij de diensten van de Regering" vervangen door de woorden "bij zijn inrichtende macht";2. in § 2 worden de woorden "de Diensten van de Regering" vervangen door de woorden "de inrichtende macht". HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen. Art. 8.In artikel 26 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, worden de woorden "de Minister" vervangen door de woorden "de inrichtende macht". Art. 9.Een nieuw artikel 26/1 wordt ingevoegd in hetzelfde koninklijk besluit. Het luidt als volgt: "Artikel 26/1.§ 1. Teneinde elk personeelslid in staat te stellen binnen dezelfde instelling een ambt met volledige prestaties uit te voeren, worden op de eerste dag van elk schooljaar de vastbenoemde personeelsleden die er zijn aangesteld, hoofdzakelijk of bijkomend zijn aangesteld, in de volgende rangorde ingedeeld: 1. de personeelsleden die vast benoemd zijn in het ambt dat ze uitoefenen en aangesteld of hoofdzakelijk aangesteld zijn in de inrichting;2. de personeelsleden die vast benoemd zijn in het ambt dat ze uitoefenen en bijkomend aangesteld zijn in de inrichting; In elk van deze categorieën worden de personeelsleden gerangschikt volgens hun anciënniteit zoals berekend in artikel 3sexies, § 1, van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen in uitvoering van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen. § 2. Op deze zelfde datum worden de organieke uren in de inrichting in het ambt of een ander ambt vermeld in de verbinding cursus/ambt zoals bepaald door de regering krachtens artikel 10 van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/07/1997
pub.
06/11/1997
numac
1997029343
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten6, verdeeld onder de vastbenoemde personeelsleden die er zijn aangesteld of hoofdzakelijk zijn aangesteld.
Deze verdeling kan alleen leiden tot een toename van het aantal perioden waarvoor een personeelslid beschikt over een loongarantie.
Elk personeelslid dat niet ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en aan wie als gevolg van deze verdeling in zijn ambt niet een aantal lesperiodes is toegekend dat ten minste gelijk is aan het aantal periodes waarvoor hij wordt vergoed, noch in zijn hoofdzakelijke aanstelling, noch in zijn bijkomende aanstelling, moet op gedeeltelijk opdrachtverlies worden geplaatst. § 3. Het personeelslid kan niet afzien van prestaties die hem zijn toegekend overeenkomstig dit artikel, als hij slechts in één ambt vast benoemd is. Als het personeelslid vast benoemd is in twee of meerdere ambten, kan hij afzien van elke prestatietoename in één van zijn ambten, als dit een vermindering inhoudt van zijn prestaties in een ander ambt waarvoor hij vast benoemd is. Hij kan zich echter niet verzetten tegen zo'n toename als deze een opdrachtverlies compenseert in een van zijn andere ambten waarin hij benoemd is. Alleen het ontslag voor het volledig aantal toegekende uren zoals voorzien in artikel 169 is toegestaan. § 4. Voor de toepassing van artikelen 26bis en 26quater moeten "beschikbare prestaties" begrepen worden als alle prestaties die ter beschikking staan aan het schoolhoofd. Art. 10.In artikel 26quater van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. in § 1 worden de woorden "na verdeling van de organieke uren op grond van de rangorde," ingevoegd tussen de woorden "met volledige dienstprestaties" en de woorden "de beschikbare periodes in het ambt";2. tussen § 1 en 2 wordt de volgende § 1bis ingevoegd: " § 1bis.Als op grond van dit artikel een vaste benoeming met volledige prestaties kan worden toegekend aan een vastbenoemd personeelslid in het ambt dat hij uitoefent in een school waar hij/zij in bijberoep aangesteld is, dan geldt die toekenning vanaf het ogenblik waarop deze uren openstaan.
Het schoolhoofd licht het personeelslid in van de vacature voor de lesuren en van zijn aanstelling via een formulier waarvan de inrichtende macht een model opstelt.
Het personeelslid beschikt over een termijn van vijf werkdagen om de toekenning van de vermelde lesuren via hiërarchische weg te weigeren.
Geen enkele prioritair tijdelijk personeelslid kan als prioritaire tijdelijke worden aangesteld voor de uren waarop deze weigering betrekking heeft, tenzij die een voltijdse baan vertegenwoordigen." Art. 11.In artikel 31 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. punt 11° van lid 1 wordt geschrapt;2. lid 2 wordt geschrapt. Art. 12.In artikel 34 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het laatste lid van § 1 geschrapt. Art. 13.In artikel 45 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het laatste lid van § 3 opgeheven. Art. 14.In artikel 46bis, lid 1, van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. sub 6 wordt vervangen door wat volgt: "6° in de loop van de 4 schooljaren die voorafgaan aan de oproep tot benoeming, aangesteld zijn met een beschermd tijdelijk statuut en ten minste 150 dagen te hebben gewerkt in een school van de zone, in het ambt waarin de baan vacant is verklaard;"; 2. een sub 6° bis opgesteld als volgt wordt ingevoegd: "6° bis in geval er onvoldoende kandidaten zijn die voldoen aan de voorwaarden van 6°, aangesteld zijn met een beschermde tijdelijk statuut in het ambt waarin de baan vacant is verklaard in de loop van de 4 schooljaren die voorafgaan aan de oproep tot benoeming;". HOOFDSTUK V. - Bepalingen betreffende de samenstelling van de Raden van beroep van het onderwijzend, administratief personeel en arbeiders van de onderwijsinstellingen ingericht door de Franse Gemeenschap Afdeling I. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van
22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen. Art. 15.In artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: De woorden "onder de algemene ambtenaren van het ministerie" worden vervangen door de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". Art. 16.In artikel 140 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "door personeelsleden van het onderwijs dat wordt ingericht door de Franse Gemeenschap" vervangen door "door vertegenwoordigers van de inrichtende macht". Afdeling II. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van
25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Staat Art. 17.In artikel 35 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Staat, worden de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap" ingevoegd vóór "en van 10 gekozen leden". Art. 18.In artikel 36 van hetzelfde koninklijk besluit wordt lid 1 vervangen door "De Raad van beroep bestaat uit 5 vertegenwoordigers van de inrichtende macht en 5 vertegenwoordigers van representatieve vakorganisaties, door hen voorgesteld. Elk van deze vakorganisaties beschikt over ten minste één vertegenwoordiger.". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van
27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra Art. 19.§ 1. In artikel 148, 1°, van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "of onder de algemene ambtenaren van de algemene directie van het onderwijzend personeel van de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2. In 2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de inrichtende macht" ingevoegd na de woorden "aangeduid door de Regering". Afdeling IV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 24 juli
1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 20.In artikel 68 van het
decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/07/1997
pub.
06/11/1997
numac
1997029343
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: De woorden "onder de algemene ambtenaren van het ministerie" worden vervangen door de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". Art. 21.In artikel 69 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. lid 1 wordt vervangen door de volgende bepaling: "De Regering stelt de leden van de Raad van beroep aan."; 2. In het tweede lid, worden de woorden "onder de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap" vervangen door "onder vertegenwoordigers van de inrichtende macht". Afdeling V. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 20 december
2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen Art. 22.In artikel 186 van het
decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/12/2001
pub.
03/05/2002
numac
2002029138
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1)
sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: De woorden "onder de ambtenaren-generaal van het ministerie" worden vervangen door de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". Art. 23.In artikel 187 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. lid 1 wordt vervangen door de volgende bepaling: "de regering stelt de leden van de Raad van beroep aan."; 2. in het derde lid, worden de woorden "onder de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap" vervangen door "onder vertegenwoordigers van de inrichtende macht". Afdeling VI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 12 mei
2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap Art. 24.§ 1. In artikel 111, 1° van het
decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/07/1997
pub.
06/11/1997
numac
1997029343
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten0 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, worden de woorden "of uit de ambtenaren-generaal van de algemene directie van het Onderwijzend Personeel van de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "of uit de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2. In 2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de inrichtende macht" ingevoegd na de woorden "aangeduid door de Regering". Art. 25.§ 1. In artikel 255, 1° van hetzelfde decreet worden de woorden "of onder de opperambtenaren van het Directoraat-generaal van het Personeel van het Onderwijs van de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2. In 2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de inrichtende macht" ingevoegd na de woorden "aangeduid door de Regering". Afdeling VII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 20 juni
2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur Art. 26.§ 1. In artikel 79, 1° van het
decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/07/1997
pub.
06/11/1997
numac
1997029343
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten5 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: 1. de woorden "uit de magistraten, actief of met pensioen, of" worden ingevoegd voor de woorden "uit ambtenaren-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap";2. de woorden "actief of met pensioen" worden ingevoegd na de woorden "ambtenaren-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2. In 2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de inrichtende macht" ingevoegd na de woorden "aangesteld door de regering". HOOFDSTUK VI. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 27.In artikel 14, § 1, lid 1 van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, wordt een punt 1bis ingevoegd dat luidt als volgt: "1bis. De werkelijke diensten die het personeelslid heeft gepresteerd als onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, vanaf de leeftijd van 18 tot 20 jaar afhankelijk van zijn niveau, die deel uitmaken van de diensten van een inrichting van de Europese Unie als houder van een betaald voltijds ambt;". HOOFDSTUK VII. - Bepalingen betreffende het statuut van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap betreffende de functie van hulplogopedist en voor de erkenning van het bestaan van een plaatselijke overleginstantie voor gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 27
juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat Art. 28.In het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat, wordt in Hoofdstuk J. "Over het personeel van psycho-medisch-sociale centra van de Staat" na de functie "Psycho-opvoedkundige hulpkracht" de volgende functie toegevoegd: "Hulplogopedist a) houder van een graduaatsdiploma logopedie, 216 a) houder van een bachelordiploma logopedie, 216 c) houder van een licentie in logopedie, 216 d) houder van een masterdiploma logopedie, 216". Afdeling II. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van
27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra Art. 29.In artikel 16, punt 5 van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "het bachelordiploma logopedie" vervangen door de woorden "het bachelordiploma logopedie of het masterdiploma logopedie". Art. 30.In artikel 85, 3, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "ten minste tien jaar" vervangen door de woorden "ten minste zes jaar". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 31 januari
2002 dat het statuut bepaalt van de leden van het gesubsidieerde technisch personeel van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra Art. 31.In artikel 21, 5° van het
decreet van 31 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
31/01/2002
pub.
14/03/2002
numac
2002029130
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra
type
decreet
prom.
31/01/2002
pub.
21/03/2002
numac
2002029131
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra
type
decreet
prom.
31/01/2002
pub.
26/03/2002
numac
2002029141
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van sommige bepalingen houdende het administratief en geldelijk statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra
sluiten dat het statuut bepaalt van de leden van het gesubsidieerde technisch personeel van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "het bachelordiploma logopedie" vervangen door de woorden "het bachelordiploma logopedie of het masterdiploma logopedie". Afdeling IV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 31 januari
2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra Art. 32.In artikel 1, § 3, lid 1, 15° van het
decreet van 31 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
31/01/2002
pub.
14/03/2002
numac
2002029130
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra
type
decreet
prom.
31/01/2002
pub.
21/03/2002
numac
2002029131
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra
type
decreet
prom.
31/01/2002
pub.
26/03/2002
numac
2002029141
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van sommige bepalingen houdende het administratief en geldelijk statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra
sluiten tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. De punten b) en c) worden hernummerd als punten c) en d). 2. Er wordt een nieuw punt b) ingevoegd dat luidt als volgt: "b) ofwel, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke overleginstantie;". Art. 33.In artikel 7 van hetzelfde decreet wordt lid 2 geschrapt. Art. 34.In artikel 28, 5° van hetzelfde decreet worden de woorden "het diploma van Bachelor-Logopedist" vervangen door de woorden "het diploma van bachelor of master in de logopedie". Afdeling V. - Bepaling tot wijziging van het
decreet van 14 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/07/1997
pub.
06/11/1997
numac
1997029343
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten3
betreffende de opdrachten, programma's en activiteitenverslag van de psycho-medisch-sociale centra Art. 35.In artikel 2, 8° van het
decreet van 14 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/07/1997
pub.
06/11/1997
numac
1997029343
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
sluiten3 betreffende de opdrachten, programma's en activiteitenverslag van de psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging" vervangen door de woorden "de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke overleginstantie of, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging". HOOFDSTUK VIII. - Bepalingen voor verlenging van het geboorteverlof Afdeling I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953
tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten Art. 36.Artikel 44, 2° van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten wordt aangevuld met twee leden, die als volgt luiden: "Het recht op tien verlofdagen wegens de geboorte van de echtgenote of van de persoon met wie het personeelslid op het tijdstip van de gebeurtenis samenwoont, als bedoeld in punt 2, lid 1, wordt als volgt verlengd - tot vijftien dagen voor geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2021. Wanneer van deze vijftien dagen gebruik wordt gemaakt, wordt de maximale jaarlijkse duur van het buitengewoon verlof verhoogd tot 19 dagen; - tot twintig dagen voor geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023. Wanneer van deze twintig dagen gebruik wordt gemaakt, wordt de maximale jaarlijkse periode van buitengewoon verlof op 24 dagen gebracht.". Afdeling II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 december
1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs Art. 37.In artikel 4 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Punt b) van lid 1 wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt: "Het recht op vijftien dagen verlof, zoals bedoeld in lid 1, wordt uitgebreid tot twintig dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023" 2.In lid 4 wordt de zin "Het kan worden opgedeeld" vervangen door de zin "De tien eerste dagen zijn verplicht en kunnen niet worden opgedeeld". Afdeling III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari
1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen Art. 38.In artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Punt b) van lid 1 wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt: "Het recht op tien dagen verlof, zoals bedoeld in lid 1, wordt uitgebreid als volgt: - tot vijftien dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2021; - tot twintig dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023."; 2. In lid 4 wordt de zin "Het kan worden opgedeeld" vervangen door de zin "De tien eerste dagen zijn verplicht en kunnen niet worden opgedeeld". Afdeling IV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981
betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten Art. 39.In artikel 4 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Punt b) van lid 1 wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt: "Het recht op tien dagen verlof, zoals bedoeld in lid 1, wordt uitgebreid als volgt: - tot vijftien dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2021; - tot twintig dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023."; 2. In lid 4 wordt de zin "Het kan worden opgedeeld" vervangen door de zin "De tien eerste dagen zijn verplicht en kunnen niet worden opgedeeld". HOOFDSTUK IX. - Bepalingen tot wijziging van de verlofregeling om het uitzonderlijk verlof voor personeelsleden bij overlijden van een kind uit te breiden tot tien dagen Afdeling I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1967
ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 40.In artikel 4 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In lid 1, punt c), wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "In het geval van overlijden van het kind van het personeelslid, het kind van zijn partner of van de persoon waarmee hij of zij samenwoont, bedraagt dit verlof tien werkdagen."; 2. Er wordt een 5de lid ingevoegd dat luidt als volgt: "In afwijking van het derde lid, moet het verlof bedoeld in het tweede lid van punt c) door het personeelslid worden opgenomen binnen de vier maanden die volgen op de gebeurtenis waarvoor hem het verlof is toegestaan". Afdeling II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari
1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen Art. 41.In artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In lid 1, punt c), wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "In het geval van overlijden van het kind van het personeelslid, het kind van zijn partner of van de persoon waarmee hij of zij samenwoont, bedraagt dit verlof tien werkdagen."; 2. Er wordt een 5de lid ingevoegd dat luidt als volgt: "In afwijking van het derde lid, moet het verlof bedoeld in het tweede lid van punt c) door het personeelslid worden opgenomen binnen de vier maanden die volgen op de gebeurtenis waarvoor hem het verlof is toegestaan". Afdeling III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981
betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten Art. 42.In artikel 4 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In lid 1, punt c), wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "In het geval van overlijden van het kind van het personeelslid, het kind van zijn partner of van de persoon waarmee hij of zij samenwoont, bedraagt dit verlof tien werkdagen";2. Er wordt een 5de lid ingevoegd dat luidt als volgt: "In afwijking van het derde lid, moet het verlof bedoeld in het tweede lid van punt c) door het personeelslid worden opgenomen binnen de vier maanden die volgen op de gebeurtenis waarvoor hem het verlof is toegestaan". HOOFDSTUK X. - Bepalingen tot uitbreiding van het recht op uitzonderlijk verlof in geval van huwelijk van een kind van het personeelslid tot de gevallen van wettelijk samenwonen Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 31
oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten Art. 43.In artikel 44, 2° van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten wordt de lijn "Huwelijk van een kind 2 dagen" vervangen door de lijn "Huwelijk of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning van een kind 2 dagen". Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 8
december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 44.In artikel 4, lid 1, d) van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat zoals gewijzigd, worden de woorden "of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning" ingevoegd tussen de woorden "voor het huwelijk" en de woorden "van een kind van het personeelslid". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van
15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen Art. 45.In artikel 5, lid 1, d) van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, worden de woorden "of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning" ingevoegd tussen de woorden "voor het huwelijk" en de woorden "van een kind van het personeelslid". Afdeling IV. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van
19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten Art. 46.In artikel 4, lid 1, d) van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten zoals gewijzigd, worden de woorden "of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning" ingevoegd tussen de woorden "voor het huwelijk" en de woorden "van een kind van het personeelslid". HOOFDSTUK XI. - Bepaling tot wijziging van de regelgeving op het gebied van zwangerschapsverlof Afdeling I. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 8 december
1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 47.In artikel 10bis van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt: "Tot de datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat, worden de afwezigheidsdagen die rechtstreeks verband houden met de zwangerschapstoestand van het personeelslid, niet in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal dagen ziekte- of invaliditeitsverlof dat het personeelslid geniet wanneer een controle verricht door de instelling belast door de Regering van de Franse Gemeenschap met de controle van de afwezigheden wegens ziekte of invaliditeit bevestigt dat deze afwezigheden te wijten zijn aan de zwangerschapstoestand van het personeelslid.". Art. 48.In artikel 39 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het tweede lid wordt opgeheven;2. In het 5de lid, dat het 4de lid wordt, worden de woorden "in lid 3" vervangen door de woorden "in lid 2";3. In het 7de en laatste lid, dat het 6de en laatste lid wordt, worden de woorden "Lid 3" vervangen door de woorden "Lid 2". Afdeling II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari
1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen Art. 49.In artikel 51 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het derde lid wordt opgeheven;2. In het 2de lid worden de woorden "Onverminderd lid 3 van dit artikel" geschrapt;3. In het 5de en laatste lid, dat het 4de en laatste lid wordt, worden de woorden "Lid 4" vervangen door de woorden "Lid 3". Afdeling III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981
betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten Art. 50.In artikel 48 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het tweede lid wordt opgeheven;2. In het 5de lid, dat het 4de lid wordt, worden de woorden "in lid 3" vervangen door de woorden "in lid 2";3. In het 7de en laatste lid, dat het 6de en laatste lid wordt, worden de woorden "Lid 3" vervangen door de woorden "Lid 2". Afdeling IV. - Wijzigen van het
decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
05/07/2000
pub.
18/08/2000
numac
2000029268
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs
sluiten houdende de
regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs Art. 51.In artikel 5 van het
decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
05/07/2000
pub.
18/08/2000
numac
2000029268
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs
sluiten houdende de regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs, worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt: "Tot de datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat, worden de afwezigheidsdagen die rechtstreeks verband houden met de zwangerschapstoestand van het personeelslid, niet in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal dagen ziekte- of invaliditeitsverlof dat het personeelslid geniet wanneer een controle verricht door de instelling belast door de Regering van de Franse Gemeenschap met de controle van de afwezigheden wegens ziekte of invaliditeit bevestigt dat deze afwezigheden te wijten zijn aan de zwangerschapstoestand van het personeelslid.". HOOFDSTUK XII. - Bepalingen tot invoering van een jaarlijkse voorstelling van het aantal voltijdse benoemingen of vaste indienstnemingen in instellingen voor sociale promotie Art. 52.In artikel 46quinquies van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt na lid 1 een nieuw lid 2 ingevoegd dat luidt als volgt: "Tijdens de vergadering van de zonecommissie voor de aanstellingen wordt een presentatie van het aantal benoemingen in de inrichting georganiseerd op basis van de volgende gegevens die voorafgaandelijk door het schoolhoofd aan de personeelsleden zijn meegedeeld: - algemeen percentage van benoemingen in de inrichting; - percentage benoemingen in de organieke periodes; - percentage experts in de inrichting; - percentage terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking en in gedeeltelijk opdrachtverlies in de inrichting". Art. 53.In artikel 43 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs wordt een nieuw lid 6 toegevoegd dat luidt als volgt: "In het onderwijs voor sociale promotie wordt jaarlijks in de ondernemingsraad, of bij ontstentenis daarvan in het plaatselijk overlegorgaan, of bij ontstentenis daarvan met de vakbondsafvaardiging, een presentatie georganiseerd van de vaste tewerkstellingsgraad binnen de inrichtende macht, op basis van de volgende gegevens die vooraf door de inrichtende macht zullen zijn meegedeeld: - het totale percentage vaste aanstellingen binnen de inrichtende macht en per inrichting; - het totale percentage vaste aanstellingen in de organieke periodes en per inrichting; - aantal experts binnen de inrichtende macht en per inrichting; - aantal terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking en in gedeeltelijk opdrachtverlies binnen de inrichtende macht en per inrichting.". Art. 54.artikel 31 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs wordt na lid 3 een nieuw lid 4 toegevoegd dat luidt als volgt: "In het onderwijs voor sociale promotie wordt jaarlijks in het plaatselijk paritair comité een presentatie georganiseerd van het benoemingspercentage binnen de inrichtende macht op basis van de volgende gegevens die vooraf door de inrichtende macht zullen zijn meegedeeld: - algemeen aanstellingspercentage binnen de inrichtende macht en per inrichting; - benoemingspercentage in de organieke periodes en per inrichting; - aantal experts binnen de inrichtende macht en per inrichting; - aantal terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking en in gedeeltelijk opdrachtverlies binnen de inrichtende macht en per inrichting.". HOOFDSTUK XIII. - Bepaling tot wijziging van de
wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/06/1985
pub.
15/02/2012
numac
2012000076
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende het onderwijs Art. 55.In artikel 3 van de
wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/06/1985
pub.
15/02/2012
numac
2012000076
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende het onderwijs worden punten a. en b. geschrapt. HOOFDSTUK XIV. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra Art. 56.In artikel 2, § 6 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra worden de woorden "krachtens artikel 4ter en 4ter/1" vervangen door de woorden "krachtens artikelen 4ter, 4ter/1 en 4ter/2". Art. 57.In artikel 2, § 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. De woorden "krachtens artikel 4quater" worden vervangen door de woorden "krachtens artikelen 4quater en 4quater/1";2. De twee volgende leden worden toegevoegd: "De mogelijkheid om het deel van de onderbreking van de prestaties te wijzigen na een opdeling van de loopbaanonderbreking, zoals voorzien in § 1, tweede lid van voormeld artikel 4quater/1, is evenwel niet op hen van toepassing. De personeelsleden waarvan sprake in lid 1 kunnen bovendien, met toestemming van de inrichtende macht, een vermindering van hun prestaties bekomen ten belope van 1/10 van het minimum aantal uren, periodes of lessen vereist om de voltijds uitgevoerde functie te vormen, krachtens artikelen 4quater en 4quater/1 van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991.". Art. 58.In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In § 2ter, lid 2, worden de woorden "bepaald door artikel 4ter en 4ter/1" vervangen door de woorden "bepaald door de artikelen 4ter, 4ter/1 en 4ter/2";2. In § 2quater, lid 2, worden de woorden "door artikel 4quater" vervangen door de woorden "door de artikelen 4quater en 4quater/1"; 3. In dezelfde § 2quater wordt een lid 3 toegevoegd dat luidt als volgt: "De mogelijkheid om het deel van de onderbreking van de prestaties te wijzigen na een opdeling van de volledige loopbaanonderbreking, zoals voorzien in § 1, tweede lid van voormeld artikel 4quater/1, is evenwel niet op hen van toepassing.". Art. 59.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In § 1, lid 1, worden de woorden "door de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "door de inrichtende macht of door de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval,";2. In § 1 wordt lid 3 vervangen door wat volgt: "De voorafgaande kennisgeving moet gericht zijn aan de inrichtende macht of aan de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval, via: - de directeur of bestuurder in het onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; - de directeur in de psycho-medisch-sociale centra ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;- de hiërarchische autoriteit voor de leden van de Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra, voor de leden van de Algemene inspectiedienst en voor de leden van de recreatie- en openluchtcentra."; 3. In § 1 wordt het laatste lid vervangen door wat volgt: "De inrichtende macht stuurt de voorafgaande kennisgeving naar de minister of zijn afgevaardigde."; 4. In § 3 worden de woorden "of de ontvangst van de goedkeuring van de inrichtende macht, afhankelijk van het geval" ingevoegd tussen de woorden "de beslissing van de minister of zijn afgevaardigde" en de woorden ", van de datum waarop het personeelslid zijn functies hervat of ze opnieuw volledig uitoefent."; 5. In § 4, lid 1, worden de woorden "door de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "door de inrichtende macht of door de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval,";6. In § 4 wordt lid 2 vervangen door wat volgt: "Deze vraag moet gericht zijn aan de inrichtende macht of aan de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval, via: - de directeur of bestuurder in het onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; - de directeur in de psycho-medisch-sociale centra, ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; - de hiërarchische autoriteit voor de leden van de Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra, voor de leden van de Algemene inspectiedienst en voor de leden van de recreatie- en openluchtcentra."; 7. In § 4 wordt het laatste lid vervangen door wat volgt: "De inrichtende macht stuurt de vraag naar de minister of zijn afgevaardigde.". HOOFDSTUK XV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs Art. 60.In artikel 29quater, lid 1 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In 1° bis wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "De verlenging van deze prioritaire aanstelling gebeurt op dezelfde manier tot het personeelslid voldoet aan de voorwaarden voor een vaste benoeming.Als het personeelslid zich op dat ogenblik niet kandidaat stelt voor de vaste benoeming, is de inrichtende macht ontheven van de verplichting tot verlenging. Als hij zich kandidaat stelt met inachtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen, in afwijking van artikel 42bis van dit artikel, gaat de inrichtende macht over tot de vaste benoeming in de functie."; 2. In 1° ter wordt het vijfde lid aangevuld met de volgende woorden: "Als hij zich kandidaat stelt met inachtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen, in afwijking van artikel 42bis van dit artikel, gaat de inrichtende macht over tot de vaste benoeming in de functie."; 3. In 2° bis wordt het derde lid aangevuld met de volgende woorden: "Als hij zich kandidaat stelt met inachtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen, in afwijking van artikel 42bis van dit artikel, gaat de inrichtende macht over tot de vaste benoeming in de functie.". Art. 61.In artikel 29quinquies van hetzelfde decreet wordt een tweede lid ingevoegd dat luidt als volgt: "Als de functie definitief vacant is, wordt het personeelslid dat overgeplaatst is of het werk heeft hervat en voldoet aan de voorwaarden voor een vaste benoeming in deze functie en die zich kandidaat stelt met inachtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen, vast benoemd in afwijking v …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.