Decreet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van onderwijzend personeel
In het kort
Dit decreet wijzigt verschillende bepalingen betreffende het statuut van onderwijzend personeel, met name op het gebied van taalkennis, bezoldiging en de toewijzing van prestaties.
Wat het reguleert
- De duur van afwijkingen voor taalkennis in het onderwijs.
- De bezoldigingsregeling van onderwijzend, wetenschappelijk en gelijkgesteld personeel.
- De toewijzing van organieke uren en prestaties aan vastbenoemd personeel.
- De samenstelling van Raden van beroep voor onderwijspersoneel.
Wie het betreft
- Onderwijzend, wetenschappelijk en gelijkgesteld personeel.
- Personeelsleden van onderwijsinstellingen die door de Franse Gemeenschap worden ingericht.
Kernpunten
- Een afwijking voor taalkennis kan slechts viermaal hernieuwd worden, telkens voor de duur van één school- of academiejaar.
- De "inrichtende macht" neemt de plaats in van "de diensten van de Regering" of "de Minister" in diverse bepalingen betreffende bezoldiging en statuut.
- Vastbenoemde personeelsleden worden gerangschikt volgens anciënniteit voor de verdeling van organieke uren.
- Voor een vaste benoeming met volledige prestaties moet een kandidaat in de 4 voorafgaande schooljaren minstens 150 dagen gewerkt hebben in een school van de zone in het vacante ambt, of in geval van onvoldoende kandidaten, aangesteld zijn met een beschermd tijdelijk statuut in het ambt.
Wettekst
19 JULI 2021. - Decreet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van onderwijzend personeel Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen
richting van het universitair onderwijs door de Staat Artikel 1.Artikel 22, § 1, lid 4 van de wet van 28 april 1953 betreffende de
richting van het universitair onderwijs door de Staat wordt geschrapt. HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende het bewijs van de taalkennis Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling
het onderwijs Art. 2.
lid 1 van artikel 16 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling
het onderwijs, zoals gewijzigd, wordt de zin "De afwijking geldt slechts voor de duur van één jaar en kan slechts driemaal hernieuwd worden" vervangen door wat volgt: "Deze afwijking kan slechts viermaal hernieuwd worden. Elke afwijking wordt toegestaan voor de duur van een school- of academiejaar.". Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2003 pub. 28/08/2003 numac 2003029468 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht
een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen
zake onderwijs sluiten houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht
een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen
zake onderwijs Art. 3.
artikel 4bis, § 3, van het decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2003 pub. 28/08/2003 numac 2003029468 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht
een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen
zake onderwijs sluiten houdende algemene bepalingen betreffende het onderricht
een taal via onderdompeling en verschillende maatregelen
zake onderwijs, zoals gewijzigd, wordt lid 2 vervangen door wat volgt: "Deze afwijking kan slechts viermaal hernieuwd worden. Elke afwijking wordt toegestaan voor de duur van een school- of academiejaar.". HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen betreffende de bezoldiging van het onderwijzend personeel Afdeling I. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs Art. 4.
artikel 5ter van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, worden de volgende wijzigingen
gevoegd: 1.
§ 1
worden de woorden "bij de diensten van de Regering" vervangen door de woorden "bij zijn
richtende macht";2.
§ 2
worden de woorden "bij de diensten van de Regering" vervangen door de woorden "bij zijn
richtende macht". Art. 5.
artikel 16, § 1, A, a), 5de streepje van hetzelfde koninklijk besluit, wordt het woord "of"
gevoegd tussen de woorden "onderwijzend" en "wetenschappelijk". Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap Art. 6.
artikel 11bis van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen
gevoegd: 1.
§ 1
worden de woorden "bij de Diensten van de regering" vervangen door de woorden "bij zijn
richtende macht";2.
§ 2
worden de woorden "de Diensten van de Regering" vervangen door de woorden "de
richtende macht". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 7.
artikel 71bis van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen
gevoegd: 1.
§ 1
worden de woorden "bij de diensten van de Regering" vervangen door de woorden "bij zijn
richtende macht";2.
§ 2
worden de woorden "de Diensten van de Regering" vervangen door de woorden "de
richtende macht". HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen. Art. 8.
artikel 26 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen, worden de woorden "de Minister" vervangen door de woorden "de
richtende macht". Art. 9.Een nieuw artikel 26/1 wordt
gevoegd
hetzelfde koninklijk besluit. Het luidt als volgt: "Artikel 26/1.§ 1. Teneinde elk personeelslid
staat te stellen binnen dezelfde
stelling een ambt met volledige prestaties uit te voeren, worden op de eerste dag van elk schooljaar de vastbenoemde personeelsleden die er zijn aangesteld, hoofdzakelijk of bijkomend zijn aangesteld,
de volgende rangorde
gedeeld: 1. de personeelsleden die vast benoemd zijn
het ambt dat ze uitoefenen en aangesteld of hoofdzakelijk aangesteld zijn
de
richting;2. de personeelsleden die vast benoemd zijn
het ambt dat ze uitoefenen en bijkomend aangesteld zijn
de
richting;
elk van deze categorieën worden de personeelsleden gerangschikt volgens hun anciënniteit zoals berekend
artikel 3sexies, § 1, van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen
uitvoering van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen. § 2. Op deze zelfde datum worden de organieke uren
de
richting
het ambt of een ander ambt vermeld
de verbinding cursus/ambt zoals bepaald door de regering krachtens artikel 10 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6, verdeeld onder de vastbenoemde personeelsleden die er zijn aangesteld of hoofdzakelijk zijn aangesteld. Deze verdeling kan alleen leiden tot een toename van het aantal perioden waarvoor een personeelslid beschikt over een loongarantie. Elk personeelslid dat niet ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en aan wie als gevolg van deze verdeling
zijn ambt niet een aantal lesperiodes is toegekend dat ten minste gelijk is aan het aantal periodes waarvoor hij wordt vergoed, noch
zijn hoofdzakelijke aanstelling, noch
zijn bijkomende aanstelling, moet op gedeeltelijk opdrachtverlies worden geplaatst. § 3. Het personeelslid kan niet afzien van prestaties die hem zijn toegekend overeenkomstig dit artikel, als hij slechts
één ambt vast benoemd is. Als het personeelslid vast benoemd is
twee of meerdere ambten, kan hij afzien van elke prestatietoename
één van zijn ambten, als dit een vermindering
houdt van zijn prestaties
een ander ambt waarvoor hij vast benoemd is. Hij kan zich echter niet verzetten tegen zo'n toename als deze een opdrachtverlies compenseert
een van zijn andere ambten waarin hij benoemd is. Alleen het ontslag voor het volledig aantal toegekende uren zoals voorzien
artikel 169 is toegestaan. § 4. Voor de toepassing van artikelen 26bis en 26quater moeten "beschikbare prestaties" begrepen worden als alle prestaties die ter beschikking staan aan het schoolhoofd. Art. 10.
artikel 26quater van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 1
worden de woorden "na verdeling van de organieke uren op grond van de rangorde,"
gevoegd tussen de woorden "met volledige dienstprestaties" en de woorden "de beschikbare periodes
het ambt";2. tussen § 1 en 2 wordt de volgende § 1bis
gevoegd: " § 1bis.Als op grond van dit artikel een vaste benoeming met volledige prestaties kan worden toegekend aan een vastbenoemd personeelslid
het ambt dat hij uitoefent
een school waar hij/zij
bijberoep aangesteld is, dan geldt die toekenning vanaf het ogenblik waarop deze uren openstaan. Het schoolhoofd licht het personeelslid
van de vacature voor de lesuren en van zijn aanstelling via een formulier waarvan de
richtende macht een model opstelt. Het personeelslid beschikt over een termijn van vijf werkdagen om de toekenning van de vermelde lesuren via hiërarchische weg te weigeren. Geen enkele prioritair tijdelijk personeelslid kan als prioritaire tijdelijke worden aangesteld voor de uren waarop deze weigering betrekking heeft, tenzij die een voltijdse baan vertegenwoordigen." Art. 11.
artikel 31 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- punt 11° van lid 1 wordt geschrapt;
- lid 2 wordt geschrapt. Art. 12.
artikel 34 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het laatste lid van § 1 geschrapt. Art. 13.
artikel 45 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het laatste lid van § 3 opgeheven. Art. 14.
artikel 46bis, lid 1, van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. sub 6 wordt vervangen door wat volgt: "6°
de loop van de 4 schooljaren die voorafgaan aan de oproep tot benoeming, aangesteld zijn met een beschermd tijdelijk statuut en ten minste 150 dagen te hebben gewerkt
een school van de zone,
het ambt waarin de baan vacant is verklaard;"; 2. een sub 6° bis opgesteld als volgt wordt
gevoegd: "6° bis
geval er onvoldoende kandidaten zijn die voldoen aan de voorwaarden van 6°, aangesteld zijn met een beschermde tijdelijk statuut
het ambt waarin de baan vacant is verklaard
de loop van de 4 schooljaren die voorafgaan aan de oproep tot benoeming;". HOOFDSTUK V. - Bepalingen betreffende de samenstelling van de Raden van beroep van het onderwijzend, administratief personeel en arbeiders van de onderwijsinstellingen
gericht door de Franse Gemeenschap Afdeling I. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen. Art. 15.
artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen, worden de volgende wijzigingen
gevoegd: De woorden "onder de algemene ambtenaren van het ministerie" worden vervangen door de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". Art. 16.
artikel 140 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "door personeelsleden van het onderwijs dat wordt
gericht door de Franse Gemeenschap" vervangen door "door vertegenwoordigers van de
richtende macht". Afdeling II. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de
specteurs katholieke en protestantse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Staat Art. 17.
artikel 35 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de
specteurs katholieke en protestantse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Staat, worden de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap"
gevoegd vóór "en van 10 gekozen leden". Art. 18.
artikel 36 van hetzelfde koninklijk besluit wordt lid 1 vervangen door "De Raad van beroep bestaat uit 5 vertegenwoordigers van de
richtende macht en 5 vertegenwoordigers van representatieve vakorganisaties, door hen voorgesteld. Elk van deze vakorganisaties beschikt over ten minste één vertegenwoordiger.". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de
spectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra Art. 19.§ 1.
artikel 148, 1°, van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de
spectiedienst belast met toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "of onder de algemene ambtenaren van de algemene directie van het onderwijzend personeel van de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2.
2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de
richtende macht"
gevoegd na de woorden "aangeduid door de Regering". Afdeling IV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 20.
artikel 68 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen
gevoegd: De woorden "onder de algemene ambtenaren van het ministerie" worden vervangen door de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". Art. 21.
artikel 69 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. lid 1 wordt vervangen door de volgende bepaling: "De Regering stelt de leden van de Raad van beroep aan."; 2.
het tweede lid, worden de woorden "onder de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap" vervangen door "onder vertegenwoordigers van de
richtende macht". Afdeling V. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen Art. 22.
artikel 186 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen, worden de volgende wijzigingen
gevoegd: De woorden "onder de ambtenaren-generaal van het ministerie" worden vervangen door de woorden "onder de magistraten, actief of met pensioen, of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". Art. 23.
artikel 187 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. lid 1 wordt vervangen door de volgende bepaling: "de regering stelt de leden van de Raad van beroep aan."; 2.
het derde lid, worden de woorden "onder de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap" vervangen door "onder vertegenwoordigers van de
richtende macht". Afdeling VI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen
gericht door de Franse Gemeenschap Art. 24.§ 1.
artikel 111, 1° van het decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen
gericht door de Franse Gemeenschap, worden de woorden "of uit de ambtenaren-generaal van de algemene directie van het Onderwijzend Personeel van de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "of uit de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2.
2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de
richtende macht"
gevoegd na de woorden "aangeduid door de Regering". Art. 25.§ 1.
artikel 255, 1° van hetzelfde decreet worden de woorden "of onder de opperambtenaren van het Directoraat-generaal van het Personeel van het Onderwijs van de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "of onder de algemene ambtenaren, actief of met pensioen, van het ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2.
2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de
richtende macht"
gevoegd na de woorden "aangeduid door de Regering". Afdeling VII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere
stituten voor architectuur Art. 26.§ 1.
artikel 79, 1° van het decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten5 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere
stituten voor architectuur, worden de volgende wijzigingen
gevoegd: 1. de woorden "uit de magistraten, actief of met pensioen, of" worden
gevoegd voor de woorden "uit ambtenaren-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap";2. de woorden "actief of met pensioen" worden
gevoegd na de woorden "ambtenaren-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap". § 2.
2° van hetzelfde artikel worden de woorden "op voorstel van de
richtende macht"
gevoegd na de woorden "aangesteld door de regering". HOOFDSTUK VI. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 27.
artikel 14, § 1, lid 1 van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, wordt een punt 1bis
gevoegd dat luidt als volgt: "1bis. De werkelijke diensten die het personeelslid heeft gepresteerd als onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, vanaf de leeftijd van 18 tot 20 jaar afhankelijk van zijn niveau, die deel uitmaken van de diensten van een
richting van de Europese Unie als houder van een betaald voltijds ambt;". HOOFDSTUK VII. - Bepalingen betreffende het statuut van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap betreffende de functie van hulplogopedist en voor de erkenning van het bestaan van een plaatselijke overleginstantie voor gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen en aan de ambten van de leden van de
spectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat Art. 28.
het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen en aan de ambten van de leden van de
spectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat, wordt
Hoofdstuk J. "Over het personeel van psycho-medisch-sociale centra van de Staat" na de functie "Psycho-opvoedkundige hulpkracht" de volgende functie toegevoegd: "Hulplogopedist
- a)houder van een graduaatsdiploma logopedie, 216
- a)houder van een bachelordiploma logopedie, 216
- c)houder van een licentie
logopedie, 216 d) houder van een masterdiploma logopedie, 216". Afdeling II. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra Art. 29.
artikel 16, punt 5 van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "het bachelordiploma logopedie" vervangen door de woorden "het bachelordiploma logopedie of het masterdiploma logopedie". Art. 30.
artikel 85, 3, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "ten minste tien jaar" vervangen door de woorden "ten minste zes jaar". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 31 januari 2002 dat het statuut bepaalt van de leden van het gesubsidieerde technisch personeel van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra Art. 31.
artikel 21, 5° van het decreet van 31 januari 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/01/2002 pub. 14/03/2002 numac 2002029130 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra type decreet prom. 31/01/2002 pub. 21/03/2002 numac 2002029131 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra type decreet prom. 31/01/2002 pub. 26/03/2002 numac 2002029141 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van sommige bepalingen houdende het administratief en geldelijk statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra sluiten dat het statuut bepaalt van de leden van het gesubsidieerde technisch personeel van de officiële gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "het bachelordiploma logopedie" vervangen door de woorden "het bachelordiploma logopedie of het masterdiploma logopedie". Afdeling IV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 31 januari 2002 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra Art. 32.
artikel 1, § 3, lid 1, 15° van het decreet van 31 januari 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/01/2002 pub. 14/03/2002 numac 2002029130 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra type decreet prom. 31/01/2002 pub. 21/03/2002 numac 2002029131 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra type decreet prom. 31/01/2002 pub. 26/03/2002 numac 2002029141 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van sommige bepalingen houdende het administratief en geldelijk statuut van de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap alsook van de personeelsleden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze psycho-medisch-sociale centra sluiten tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. De punten b) en c) worden hernummerd als punten c) en d). 2. Er wordt een nieuw punt b)
gevoegd dat luidt als volgt: "b) ofwel, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke overleginstantie;". Art. 33.
artikel 7 van hetzelfde decreet wordt lid 2 geschrapt. Art. 34.
artikel 28, 5° van hetzelfde decreet worden de woorden "het diploma van Bachelor-Logopedist" vervangen door de woorden "het diploma van bachelor of master
de logopedie". Afdeling V. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 14 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten3 betreffende de opdrachten, programma's en activiteitenverslag van de psycho-medisch-sociale centra Art. 35.
artikel 2, 8° van het decreet van 14 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten3 betreffende de opdrachten, programma's en activiteitenverslag van de psycho-medisch-sociale centra, worden de woorden "de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging" vervangen door de woorden "de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke overleginstantie of, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging". HOOFDSTUK VIII. - Bepalingen voor verlenging van het geboorteverlof Afdeling I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten Art. 36.Artikel 44, 2° van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten wordt aangevuld met twee leden, die als volgt luiden: "Het recht op tien verlofdagen wegens de geboorte van de echtgenote of van de persoon met wie het personeelslid op het tijdstip van de gebeurtenis samenwoont, als bedoeld
punt 2, lid 1, wordt als volgt verlengd - tot vijftien dagen voor geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari
- Wanneer van deze vijftien dagen gebruik wordt gemaakt, wordt de maximale jaarlijkse duur van het buitengewoon verlof verhoogd tot 19 dagen; - tot twintig dagen voor geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari
- Wanneer van deze twintig dagen gebruik wordt gemaakt, wordt de maximale jaarlijkse periode van buitengewoon verlof op 24 dagen gebracht.". Afdeling II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs Art. 37.
artikel 4 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Punt b) van lid 1 wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt: "Het recht op vijftien dagen verlof, zoals bedoeld
lid 1, wordt uitgebreid tot twintig dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023" 2.
lid 4 wordt de zin "Het kan worden opgedeeld" vervangen door de zin "De tien eerste dagen zijn verplicht en kunnen niet worden opgedeeld". Afdeling III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen Art. 38.
artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Punt b) van lid 1 wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt: "Het recht op tien dagen verlof, zoals bedoeld
lid 1, wordt uitgebreid als volgt: - tot vijftien dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2021; - tot twintig dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023."; 2.
lid 4 wordt de zin "Het kan worden opgedeeld" vervangen door de zin "De tien eerste dagen zijn verplicht en kunnen niet worden opgedeeld". Afdeling IV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten Art. 39.
artikel 4 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Punt b) van lid 1 wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt: "Het recht op tien dagen verlof, zoals bedoeld
lid 1, wordt uitgebreid als volgt: - tot vijftien dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2021; - tot twintig dagen voor de geboorten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023."; 2.
lid 4 wordt de zin "Het kan worden opgedeeld" vervangen door de zin "De tien eerste dagen zijn verplicht en kunnen niet worden opgedeeld". HOOFDSTUK IX. - Bepalingen tot wijziging van de verlofregeling om het uitzonderlijk verlof voor personeelsleden bij overlijden van een kind uit te breiden tot tien dagen Afdeling I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 40.
artikel 4 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
lid 1, punt c), wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "
het geval van overlijden van het kind van het personeelslid, het kind van zijn partner of van de persoon waarmee hij of zij samenwoont, bedraagt dit verlof tien werkdagen."; 2. Er wordt een 5de lid
gevoegd dat luidt als volgt: "
afwijking van het derde lid, moet het verlof bedoeld
het tweede lid van punt c) door het personeelslid worden opgenomen binnen de vier maanden die volgen op de gebeurtenis waarvoor hem het verlof is toegestaan". Afdeling II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen Art. 41.
artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
lid 1, punt c), wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "
het geval van overlijden van het kind van het personeelslid, het kind van zijn partner of van de persoon waarmee hij of zij samenwoont, bedraagt dit verlof tien werkdagen."; 2. Er wordt een 5de lid
gevoegd dat luidt als volgt: "
afwijking van het derde lid, moet het verlof bedoeld
het tweede lid van punt c) door het personeelslid worden opgenomen binnen de vier maanden die volgen op de gebeurtenis waarvoor hem het verlof is toegestaan". Afdeling III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten Art. 42.
artikel 4 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten, zijn de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
lid 1, punt c), wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "
het geval van overlijden van het kind van het personeelslid, het kind van zijn partner of van de persoon waarmee hij of zij samenwoont, bedraagt dit verlof tien werkdagen";2. Er wordt een 5de lid
gevoegd dat luidt als volgt: "
afwijking van het derde lid, moet het verlof bedoeld
het tweede lid van punt c) door het personeelslid worden opgenomen binnen de vier maanden die volgen op de gebeurtenis waarvoor hem het verlof is toegestaan". HOOFDSTUK X. - Bepalingen tot uitbreiding van het recht op uitzonderlijk verlof
geval van huwelijk van een kind van het personeelslid tot de gevallen van wettelijk samenwonen Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten Art. 43.
artikel 44, 2° van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten wordt de lijn "Huwelijk van een kind 2 dagen" vervangen door de lijn "Huwelijk of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning van een kind 2 dagen". Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 44.
artikel 4, lid 1, d) van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat zoals gewijzigd, worden de woorden "of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning"
gevoegd tussen de woorden "voor het huwelijk" en de woorden "van een kind van het personeelslid". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen Art. 45.
artikel 5, lid 1, d) van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen, worden de woorden "of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning"
gevoegd tussen de woorden "voor het huwelijk" en de woorden "van een kind van het personeelslid". Afdeling IV. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten Art. 46.
artikel 4, lid 1, d) van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten zoals gewijzigd, worden de woorden "of registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning"
gevoegd tussen de woorden "voor het huwelijk" en de woorden "van een kind van het personeelslid". HOOFDSTUK XI. - Bepaling tot wijziging van de regelgeving op het gebied van zwangerschapsverlof Afdeling I. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat Art. 47.
artikel 10bis van het koninklijk besluit van 8 december 1967 ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt: "Tot de datum waarop het zwangerschapsverlof
gaat, worden de afwezigheidsdagen die rechtstreeks verband houden met de zwangerschapstoestand van het personeelslid, niet
aanmerking genomen bij de berekening van het aantal dagen ziekte- of
validiteitsverlof dat het personeelslid geniet wanneer een controle verricht door de
stelling belast door de Regering van de Franse Gemeenschap met de controle van de afwezigheden wegens ziekte of
validiteit bevestigt dat deze afwezigheden te wijten zijn aan de zwangerschapstoestand van het personeelslid.". Art. 48.
artikel 39 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het tweede lid wordt opgeheven;2.
het 5de lid, dat het 4de lid wordt, worden de woorden "
lid 3" vervangen door de woorden "
lid 2";3.
het 7de en laatste lid, dat het 6de en laatste lid wordt, worden de woorden "Lid 3" vervangen door de woorden "Lid 2". Afdeling II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen Art. 49.
artikel 51 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 ter uitvoering van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, van de
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het derde lid wordt opgeheven;2.
het 2de lid worden de woorden "Onverminderd lid 3 van dit artikel" geschrapt;3.
het 5de en laatste lid, dat het 4de en laatste lid wordt, worden de woorden "Lid 4" vervangen door de woorden "Lid 3". Afdeling III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten Art. 50.
artikel 48 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en vakantieregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de
spectiediensten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Het tweede lid wordt opgeheven;2.
het 5de lid, dat het 4de lid wordt, worden de woorden "
lid 3" vervangen door de woorden "
lid 2";3.
het 7de en laatste lid, dat het 6de en laatste lid wordt, worden de woorden "Lid 3" vervangen door de woorden "Lid 2". Afdeling IV. - Wijzigen van het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs Art. 51.
artikel 5 van het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs, worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt: "Tot de datum waarop het zwangerschapsverlof
gaat, worden de afwezigheidsdagen die rechtstreeks verband houden met de zwangerschapstoestand van het personeelslid, niet
aanmerking genomen bij de berekening van het aantal dagen ziekte- of
validiteitsverlof dat het personeelslid geniet wanneer een controle verricht door de
stelling belast door de Regering van de Franse Gemeenschap met de controle van de afwezigheden wegens ziekte of
validiteit bevestigt dat deze afwezigheden te wijten zijn aan de zwangerschapstoestand van het personeelslid.". HOOFDSTUK XII. - Bepalingen tot
voering van een jaarlijkse voorstelling van het aantal voltijdse benoemingen of vaste
dienstnemingen
stellingen voor sociale promotie Art. 52.
artikel 46quinquies van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen, wordt na lid 1 een nieuw lid 2
gevoegd dat luidt als volgt: "Tijdens de vergadering van de zonecommissie voor de aanstellingen wordt een presentatie van het aantal benoemingen
de
richting georganiseerd op basis van de volgende gegevens die voorafgaandelijk door het schoolhoofd aan de personeelsleden zijn meegedeeld: - algemeen percentage van benoemingen
de
richting; - percentage benoemingen
de organieke periodes; - percentage experts
de
richting; - percentage terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking en
gedeeltelijk opdrachtverlies
de
richting". Art. 53.
artikel 43 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs wordt een nieuw lid 6 toegevoegd dat luidt als volgt: "
het onderwijs voor sociale promotie wordt jaarlijks
de ondernemingsraad, of bij ontstentenis daarvan
het plaatselijk overlegorgaan, of bij ontstentenis daarvan met de vakbondsafvaardiging, een presentatie georganiseerd van de vaste tewerkstellingsgraad binnen de
richtende macht, op basis van de volgende gegevens die vooraf door de
richtende macht zullen zijn meegedeeld: - het totale percentage vaste aanstellingen binnen de
richtende macht en per
richting; - het totale percentage vaste aanstellingen
de organieke periodes en per
richting; - aantal experts binnen de
richtende macht en per
richting; - aantal terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking en
gedeeltelijk opdrachtverlies binnen de
richtende macht en per
richting.". Art. 54.artikel 31 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs wordt na lid 3 een nieuw lid 4 toegevoegd dat luidt als volgt: "
het onderwijs voor sociale promotie wordt jaarlijks
het plaatselijk paritair comité een presentatie georganiseerd van het benoemingspercentage binnen de
richtende macht op basis van de volgende gegevens die vooraf door de
richtende macht zullen zijn meegedeeld: - algemeen aanstellingspercentage binnen de
richtende macht en per
richting; - benoemingspercentage
de organieke periodes en per
richting; - aantal experts binnen de
richtende macht en per
richting; - aantal terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking en
gedeeltelijk opdrachtverlies binnen de
richtende macht en per
richting.". HOOFDSTUK XIII. - Bepaling tot wijziging van de wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/1985 pub. 15/02/2012 numac 2012000076 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende het onderwijs Art. 55.
artikel 3 van de wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/1985 pub. 15/02/2012 numac 2012000076 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende het onderwijs worden punten a. en b. geschrapt. HOOFDSTUK XIV. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan
het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra Art. 56.
artikel 2, § 6 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan
het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra worden de woorden "krachtens artikel 4ter en 4ter/1" vervangen door de woorden "krachtens artikelen 4ter, 4ter/1 en 4ter/2". Art. 57.
artikel 2, § 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- De woorden "krachtens artikel 4quater" worden vervangen door de woorden "krachtens artikelen 4quater en 4quater/1";
- De twee volgende leden worden toegevoegd: "De mogelijkheid om het deel van de onderbreking van de prestaties te wijzigen na een opdeling van de loopbaanonderbreking, zoals voorzien
§ 1
, tweede lid van voormeld artikel 4quater/1, is evenwel niet op hen van toepassing. De personeelsleden waarvan sprake
lid 1 kunnen bovendien, met toestemming van de
richtende macht, een vermindering van hun prestaties bekomen ten belope van 1/10 van het minimum aantal uren, periodes of lessen vereist om de voltijds uitgevoerde functie te vormen, krachtens artikelen 4quater en 4quater/1 van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991.". Art. 58.
artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 2t
er, lid 2, worden de woorden "bepaald door artikel 4ter en 4ter/1" vervangen door de woorden "bepaald door de artikelen 4ter, 4ter/1 en 4ter/2";2.
§ 2q
uater, lid 2, worden de woorden "door artikel 4quater" vervangen door de woorden "door de artikelen 4quater en 4quater/1"; 3.
dezelfde § 2quater wordt een lid 3 toegevoegd dat luidt als volgt: "De mogelijkheid om het deel van de onderbreking van de prestaties te wijzigen na een opdeling van de volledige loopbaanonderbreking, zoals voorzien
§ 1
, tweede lid van voormeld artikel 4quater/1, is evenwel niet op hen van toepassing.". Art. 59.
artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 1
, lid 1, worden de woorden "door de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "door de
richtende macht of door de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval,";2.
§ 1
wordt lid 3 vervangen door wat volgt: "De voorafgaande kennisgeving moet gericht zijn aan de
richtende macht of aan de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval, via: - de directeur of bestuurder
het onderwijs
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; - de directeur
de psycho-medisch-sociale centra
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;- de hiërarchische autoriteit voor de leden van de Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra, voor de leden van de Algemene
spectiedienst en voor de leden van de recreatie- en openluchtcentra."; 3.
§ 1
wordt het laatste lid vervangen door wat volgt: "De
richtende macht stuurt de voorafgaande kennisgeving naar de minister of zijn afgevaardigde."; 4.
§ 3
worden de woorden "of de ontvangst van de goedkeuring van de
richtende macht, afhankelijk van het geval"
gevoegd tussen de woorden "de beslissing van de minister of zijn afgevaardigde" en de woorden ", van de datum waarop het personeelslid zijn functies hervat of ze opnieuw volledig uitoefent."; 5.
§ 4
, lid 1, worden de woorden "door de minister of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "door de
richtende macht of door de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval,";6.
§ 4
wordt lid 2 vervangen door wat volgt: "Deze vraag moet gericht zijn aan de
richtende macht of aan de minister of zijn afgevaardigde, afhankelijk van het geval, via: - de directeur of bestuurder
het onderwijs
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; - de directeur
de psycho-medisch-sociale centra,
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; - de hiërarchische autoriteit voor de leden van de Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra, voor de leden van de Algemene
spectiedienst en voor de leden van de recreatie- en openluchtcentra."; 7.
§ 4
wordt het laatste lid vervangen door wat volgt: "De
richtende macht stuurt de vraag naar de minister of zijn afgevaardigde.". HOOFDSTUK XV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs Art. 60.
artikel 29quater, lid 1 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
1° bis wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "De verlenging van deze prioritaire aanstelling gebeurt op dezelfde manier tot het personeelslid voldoet aan de voorwaarden voor een vaste benoeming.Als het personeelslid zich op dat ogenblik niet kandidaat stelt voor de vaste benoeming, is de
richtende macht ontheven van de verplichting tot verlenging. Als hij zich kandidaat stelt met
achtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen,
afwijking van artikel 42bis van dit artikel, gaat de
richtende macht over tot de vaste benoeming
de functie."; 2.
1° ter wordt het vijfde lid aangevuld met de volgende woorden: "Als hij zich kandidaat stelt met
achtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen,
afwijking van artikel 42bis van dit artikel, gaat de
richtende macht over tot de vaste benoeming
de functie."; 3.
2° bis wordt het derde lid aangevuld met de volgende woorden: "Als hij zich kandidaat stelt met
achtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen,
afwijking van artikel 42bis van dit artikel, gaat de
richtende macht over tot de vaste benoeming
de functie.". Art. 61.
artikel 29quinquies van hetzelfde decreet wordt een tweede lid
gevoegd dat luidt als volgt: "Als de functie definitief vacant is, wordt het personeelslid dat overgeplaatst is of het werk heeft hervat en voldoet aan de voorwaarden voor een vaste benoeming
deze functie en die zich kandidaat stelt met
achtneming van de voorgeschreven vormen en termijnen, vast benoemd
afwijking van artikel 42 van dit decreet.". Art. 62.
artikel 34bis, § 5, van hetzelfde decreet worden de woorden "het bevoegde paritair comité" vervangen door de woorden "de bevoegde Centrale Commissie voor het beheer van de betrekkingen". Art. 63.
artikel 34ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 1
, lid 1, worden de woorden "het bevoegde paritair comité" vervangen door de woorden "de bevoegde Centrale Commissie voor het beheer van de betrekkingen";2.
§ 2
, lid 2, worden de woorden "het bevoegde paritair comité" vervangen door de woorden "de bevoegde Centrale Commissie voor het beheer van de betrekkingen";3.
§ 2
, lid 4, worden de woorden "het bevoegde paritair comité" vervangen door de woorden "de bevoegde Centrale Commissie voor het beheer van de betrekkingen";4.
§ 3
, lid 1er, worden de woorden "het bevoegde paritair comité" vervangen door de woorden "de bevoegde Centrale Commissie voor het beheer van de betrekkingen";5.
§ 4
, lid 5, worden de woorden "het bevoegde paritair comité" vervangen door de woorden "de bevoegde Centrale Commissie voor het beheer van de betrekkingen". Art. 64.Artikel 41quinquies, § 2, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt: "Voor de onderwijsfuncties is deze vaste benoeming geldt de voorwaarde dat het personeelslid over een pedagogisch getuigschrift beschikt.". HOOFDSTUK XVI. - Bepalingen tot wijziging van de regelgeving betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen. Art. 65.
artikel 167, § 3, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen, wordt een zevende lid
gevoegd dat luidt als volgt: "De reaffectatie kan voor het personeelslid echter niet leiden tot de verplichting om een ambt
het buitengewoon onderwijs te aanvaarden, tenzij hij al vast benoemd is.". Afdeling II. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de
specteurs katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap Art. 66.
artikel 47duodecies, § 3, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de
specteurs katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de onderwijsinrichtingen van de Franse Gemeenschap, wordt een lid 6
gevoegd dat luidt als volgt: "De reaffectatie kan voor het personeelslid echter niet leiden tot de verplichting om een ambt
het buitengewoon onderwijs te aanvaarden, tenzij hij al vast benoemd is.". Afdeling III. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage
het gesubsidieerd officieel gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs Art. 67.
artikel 8, § 1, van het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage
het gesubsidieerd officieel gewoon en gespecialiseerd onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs wordt een derde lid
gevoegd dat luidt als volgt: "De definitieve reaffectatie kan voor het personeelslid echter niet leiden tot de verplichting om een ambt
het buitengewoon onderwijs te aanvaarden, tenzij hij al vast benoemd is.". Afdeling IV. - Bepaling tot wijziging van het besluit van 28 augustus 1995 van de Regering van de Franse Gemeenschap tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage
het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs. Art. 68.
artikel 15 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage
het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd kleuter- en lager onderwijs. worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 2b
is worden de woorden "en 2° " vervangen door de woorden ", 2° en 2° bis";2.
§ 3
, lid 1, worden de woorden "en 2° " vervangen door de woorden ", 2° en 2° bis";3.
§ 3
, lid 2, worden de woorden "en 2° bis"
gevoegd tussen de woorden "29quater, 2° " en de woorden ", en op de verlenging van de reaffectatie of de werkhervatting zoals bedoeld
lid 1". Afdeling V. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage
het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs Art. 69.
artikel 39 van het besluit van de Franse Gemeenschapsregering tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wachtweddetoelage
het vrij gesubsidieerd gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan en kunstonderwijs: 1.
§ 2b
is worden de woorden "en 2° " vervangen door de woorden ", 2° en 2° bis";2.
§ 3
, lid 1, worden de woorden "en 2° " vervangen door de woorden ", 2° en 2° bis";3.
§ 3
, lid 2, worden de woorden "en 2° bis"
gevoegd tussen de woorden "29quater, 2° " en de woorden ", en op de verlenging van de reaffectatie of de werkhervatting zoals bedoeld
lid 1". HOOFDSTUK XVII. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht
het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs Art. 70.
artikel 5, § 1, lid 2, van het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht
het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, 1.
punt 1 worden de termen "bij de Académie de recherche et d'enseignement supérieur"
gevoegd tussen de woorden "de PMS-centra" en de woorden "en bij de Kabinetten van de Ministers van de Franse Gemeenschap";2. Punt 2 wordt aangevuld met wat volgt: "of van de autonome
richtende macht van het
gerichte onderwijs". Art. 71.
hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt een artikel 14bis toegevoegd dat luidt als volgt: "Artikel 14bis.
afwijking van artikel 1, kan het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ziekte dat een re-
tegratieplan heeft gevolgd
overeenstemming met hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de Codex over het welzijn op het werk
het kader van een tijdelijke ongeschiktheid voor de uitoefening van zijn functie een verlof wegens opdracht vragen, na toestemming van de Sociaal-medische Rijksdienst, om het re-
tegratieplan uit te voeren. De opdracht wordt uitgevoerd bij de
richtende macht die het re-
tegratieplan heeft opgesteld en moet kaderen
het pedagogische project van deze laatste. Het verlof wegens opdracht waarvan sprake
dit artikel, wordt toegekend voor het lopende academisch of schooljaar en kan worden verlengd na een nieuw onderzoek en nieuwe toestemming van de Sociaal-medische Rijksdienst. Het is
alle gevallen beperkt tot de geldigheidsduur van het re-
tegratieplan.
afwijking van het vorige lid, loopt het verlof wegens opdracht voortijdig en van rechtswege af op de datum waarop de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van mening is dat het re-
tegratietraject moet worden beëindigd. Het verlof wegens opdracht mag alleen worden toegekend als de
richtende macht over geen enkel organiek ambt beschikt dat aan het betreffende personeelslid kan worden toegewezen met
achtneming van de statutaire regels en waarmee het re-
tegratieplan bedoeld
lid 1 kan worden uitgevoerd. Het verlof wegens opdracht dat aan het personeelslid waarvan sprake
lid 1 wordt toegekend, wordt niet toegevoegd aan de vastgelegde aantallen krachtens artikel 6, § 4.". HOOFDSTUK XVIII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 72.Afdeling 3 van Titel V van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt aangevuld met een artikel 321bis dat luidt als volgt: "
afwijking van de artikelen 95, 14°, 189, 14° en 268, 14° van dit decreet geniet het personeelslid dat zich,
de loop van het academiejaar 2020-2021,
het zesde academiejaar na zijn eerste benoeming of zijn eerste aanduiding
een vacante betrekking
de functie en de te geven opleidingen bevond, een extra academiejaar om de GPBHO te behalen.". HOOFDSTUK XIX. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten Art. 73.
artikel 12quater van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten worden de volgende aanpassingen aangebracht: 1.
lid 1 worden de woorden "en van een pedagogisch bestanddeel van een bekwaamheidsbewijs zoals bepaald
artikel 17 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs" vervangen door de woorden "en, ofwel een pedagogisch getuigschrift bestaande uit een bekwaamheidsbewijs zoals gedefinieerd
artikel 17 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, ofwel een academische graad van bachelor
het gespecialiseerd onderwijs
psycho-educatieve begeleiding"; 2. Een lid 2 wordt toegevoegd dat luidt als volgt: "
afwijking van het vorige lid, kunnen de personeelsleden die hebben deelgenomen aan een van de opleidingssessies voor de functie van bestuurder waarvan sprake
artikel 19, vóór 1 september 2019, en houders van ten minste één getuigschrift van voltooiing van een van de sessies ook worden benoemd tot bestuurder, zelfs als ze geen pedagogisch getuigschrift hebben bestaande uit een bekwaamheidsbewijs zoals gedefinieerd
artikel 17 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs.". HOOFDSTUK XX. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 8 februari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999029177 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel
de Hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel
de Hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 74.Artikel 8, lid 2, van het decreet van 8 februari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999029177 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel
de Hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel
de Hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt vervangen door het volgende lid: "De Regering bepaalt het model van de documenten waarmee rechtsgeldig een aanvraag kan worden
gediend voor de erkenning van nuttige ervaring aan de
artikel 8/1 aangestelde Commissie". Art. 75.
hetzelfde decreet worden de artikelen 8/1 tot 8/3
gevoegd die luiden als volgt: "Artikel 8/1.Een wordt commissie
gericht voor de erkenning van de nuttige ervaring, hierna de Commissie genoemd. De Commissie beslist rechtsgeldig of: 1. de prestaties die door de kandidaat voor benoeming of tijdelijke aanstelling als docent praktische vorming
een hogeschool worden geattesteerd of aangegeven, de nuttige ervaring vormen
de zin van artikel 8 van dit decreet en
artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs;2. de prestaties die door de kandidaat voor benoeming of tijdelijke aanstelling
de functie van meesterassistent belast met het administratieve en juridisch beheer van de hogeschool of
die van meesterassistent belast met het financieel en boekhoudkundig beheer van de hogeschool, de nuttige ervaring vormen
de zin van artikel 7bis, § 3, 4, van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel
de Hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. Artikel 8/2.- §
- De Commissie is samengesteld als volgt:
- een voorzitter en zijn plaatsvervanger: een beambte van ten minste rang 10 van de diensten van de Regering;
- de volgende leden: a) een werkend lid en zijn plaatsvervanger, titularissen van een graad gerangschikt
één van de rangen 10 tot 12 van de algemene directie van het personeel van het onderwijs van de Franse Gemeenschap;b) een werkend lid en zijn plaatsvervanger, titularissen van een graad die gerangschikt is
één van de rangen 10 tot 12 van de algemene directie van het personeel van het gesubsidieerd onderwijs;c) drie leden en hun plaatsvervangers, gekozen onder de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel
de Hogescholen en voorgedragen door de Algemene Raad van de Hogescholen, waarbij ieder net over minstens één mandaat beschikt;d) drie leden en hun plaatsvervangers die de vakbonden vertegenwoordigen die zetelen binnen het Comité voor sector IX of het Comité van de plaatselijke en provinciale openbare diensten, 2e afdeling;zij worden aangeduid door hun respectieve vakbondsorganisatie onder de vastbenoemde of aangeworven personeelsleden. Het SLFP (VSOA), de FSCSP (FCSOD) en de CGSP (ACOD) beschikken elk over ten minste één mandaat. De voorzitter en zijn plaatsvervanger, de werkende leden en plaatsvervangende leden worden aangesteld voor een hernieuwbare termijn van vier jaar. §
- De Commissie wordt bijgestaan door een secretaris en plaatsvervangend secretaris die aangeduid zijn onder de personeelsleden van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris hebben geen stemrecht. §
- De Commissie stelt zijn huishoudelijk reglement op. §
- De Commissie kan de mening van experts vragen. §
- Het mandaat van de voorzitters en leden is kosteloos. Ze hebben recht op de reglementaire vergoedingen voor de reis- en verblijfskosten. §
- De experts waarvan sprake
§ 4
met een administratieve standplaats buiten Brussel hebben recht op een vergoeding van hun reis- en verblijfskosten. Artikel 8/3 - §
- Iedereen die het besluit van de Commissie opvraagt, moet het verzoek sturen via aangetekend schrijven per post of via e-mail en gericht aan de voorzitter van de Commissie, Administration générale de l'Enseignement, Espace 27 septembre, Leopold II-laan 44 te 1080 Brussel. Het verzoek moet alle elementen bevatten waarmee de Commissie met kennis van zaken een besluit kan nemen, evenals alle stukken waarmee deze elementen gecontroleerd kunnen worden. §
- De Commissie neemt een besluit en houdt daarbij rekening met, voor de toe te kennen cursus(sen)
de zin van dit decreet, de door de kandidaat verstrekte diensten, ofwel
een familiebedrijf of
het kader van activiteiten die hij voor eigen rekening heeft uitgevoerd, ofwel
een openbare of private dienst of
stelling, ofwel
een vak of beroep. § 3. Iedereen die een verzoek tot erkenning van de nuttige ervaring
dient, kan door de Commissie worden gehoord, als deze laatste dit wenst. § 4. De Commissie beraadslaagt rechtsgeldig als ten minste de helft van de leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen bij absolute meerderheid van de aanwezige leden.
het geval van staking der stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Elk werkend lid dat niet op een vergadering aanwezig kan zijn, licht de voorzitter hierover
en vraagt zijn plaatsvervanger om te zetelen. § 5. Binnen de vier maanden na ontvangst van de vraag, doet de Commissie het volgende: - ofwel erkent ze de nuttige ervaring van het vak zoals gedefinieerd
artikel 8 van dit decreet,
artikel 7bis van het decreet van 25 juli 1996 en
artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs; - ofwel deelt ze de kandidaat via aangetekende brief per post of via e-mail mee dat ze deze nuttige ervaring niet zal erkennen. De kandidaat beschikt vervolgens over een termijn van vijftien werkdagen vanaf de kennisgeving om bij de Commissie beroep aan te tekenen.
dit geval moet de Commissie haar besluit binnen de zes maanden na ontvangst van de oorspronkelijke vraag te kennen geven. De
het vorig lid voorziene termijnen worden opgeschort
de maanden juli en augustus.". Art. 76.
het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 23 juni 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten1 genomen ter uitvoering van artikel 8 van het decreet van 8 februari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999029177 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel
de Hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel
de Hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en artikel 7bis van het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen
de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. Artikel 6, § 2, wordt vervangen door wat volgt: "Het verzoek tot erkenning van de nuttige ervaring wordt
gediend via de documenten
bijlagen 1 en 2";2. De artikelen 1 tot 6, § 1, en 7 tot 14 worden opgeheven. HOOFDSTUK XXI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs Art. 77.
artikel 10 van het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs wordt lid 1 vervangen door de volgende woorden: "
afwijking van de voorgaande bepalingen wordt verlof wegens ziekte of
validiteit onbeperkt
de tijd toegestaan, ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op weg van of naar het werk of van een beroepsziekte: - tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid vóór de consolidatiedatum/tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid; - tijdens de perioden van afwezigheid na deze zelfde consolidatiedatum, voor zover het gaat om een nieuwe arbeidsongeschiktheid die verband houdt met de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid, maar die zich voordoet na een werkhervatting.". Art. 78.
artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
lid 1 worden de woorden ", op convocatie" toegevoegd na de woorden "tijdens de maand waarop de disponibiliteit
ging";2.
lid 2 worden de woorden ", dat naar behoren is opgeroepen,"
gevoegd tussen de woorden "
dien het personeelslid" en de woorden "op dit vastgesteld tijdstip". HOOFDSTUK XXII. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, kader, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) Art. 79.
artikel 62, 6° van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, kader, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), worden de woorden "de Regering kan, na advies van een commissie die zij opricht en waarvan zij de samenstelling en werking bepaalt, deze nuttige ervaring erkennen." geschrapt. Art. 80.
artikel 82, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
lid 1 worden de woorden "Na het gunstig advies van een door haar op te richten Commissie te hebben
gewonnen, kan de Regering" vervangen door de woorden "De Commissie waarvan sprake
artikel 82bis kan, volgens de procedure waarvan sprake
artikel 82ter,";2. Leden 2 en 3 worden opgeheven. Art. 81.
hetzelfde decreet worden de artikelen 82bis en 82ter
gevoegd die luiden als volgt: "Artikel 82bis.§
- Er wordt een commissie voor de erkenning van de nuttige ervaring en bekendheid opgericht voor elk gebied, hierna de Commissie genoemd. §
- De Commissie is per gebied samengesteld als volgt:
- een voorzitter en zijn plaatsvervanger: een beambte van ten minste rang 10 van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap;
- de volgende leden: a) de
specteur voor de kunstopleidingen die bevoegd is voor het betreffende gebied;b) vier leden en hun plaatsvervangers, gekozen onder de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het Hoger Kunstonderwijs en voorgesteld door de Hoge Kunstraad waarvan sprake
artikel 2, § 1, 10° ;
- c)vier deskundigen waarvan de helft is aangesteld op voordracht van de Hoge Kunstraad.
- d)drie leden en hun plaatsvervangers die de vakbonden vertegenwoordigen die zetelen binnen het Comité voor sector IX of het Comité van de plaatselijke en provinciale openbare diensten, 2e afdeling;zij worden aangeduid door hun respectieve vakbondsorganisatie onder de vastbenoemde of aangeworven personeelsleden. Elke vakbondsorganisatie beschikt over ten minste één mandaat. De voorzitter en zijn plaatsvervanger, de werkende leden en plaatsvervangende leden worden voor een hernieuwbare termijn van vier jaar aangesteld. § 3. De Commissie wordt bijgestaan door een secretaris en plaatsvervangend secretaris aangeduid onder de personeelsleden van de diensten van Regering van de Franse Gemeenschap - ministerie van de Franse Gemeenschap. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris hebben een adviserende stem. § 4. De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op. § 5. De Commissie kan de mening van deskundigen vragen. § 6. Het mandaat van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de leden is kosteloos. Ze krijgen een vergoeding voor verblijfkosten en een terugbetaling van hun reiskosten onder dezelfde voorwaarden als voor de ambtenaren van de diensten van de Regering van rang 12. § 7. De deskundigen waarvan sprake
§ 4
met een administratieve standplaats buiten Brussel hebben recht op een vergoeding van hun reis- en verblijfskosten volgens de tarieven die van toepassing zijn op de personeelsleden van niveau 1 van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap - Ministerie van de Franse Gemeenschap. Artikel 82ter.§ 1. Elk verzoek tot erkenning van de nuttige ervaring en bekendheid moet
voorkomend geval worden verzonden via aangetekende brief via de post of via e-mail naar de voorzitter van de Commissie. Het verzoek kan ook worden
gediend bij de voorzitter van de Commissie, tegen ontvangstbewijs. Het verzoek moet de elementen bevatten waarmee de Commissie met kennis van zaken een besluit kan nemen, evenals de stukken waarmee deze elementen gecontroleerd kunnen worden. § 2. De Commissie neemt een besluit en houdt daarbij rekening met, voor de toe te kennen cursus(sen), de door de kandidaat verstrekte diensten,
het kader van activiteiten die hij voor eigen rekening heeft uitgevoerd, ofwel
een openbare of private dienst of
stelling, ofwel
een beroep of artistieke praktijk. Als het vak, het beroep of de artistieke praktijk de vorm aannemen van
de tijd beperkte openbare evenementen, wat de kandidaat bewijst, dan kan de Commissie ook rekening houden met de gevergde voorbereiding en deze beoordelen
maandeenheden. § 3. Iedereen die bij de Commissie een verzoek tot erkenning van de nuttige ervaring of bekendheid
dient, kan door haar worden gehoord, als die laatste dit wenst. § 4. De Commissie beraadslaagt rechtsgeldig als ten minste de helft van de leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen bij absolute meerderheid van de aanwezige leden.
het geval van staking der stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Elk werkend lid dat niet op een vergadering aanwezig kan zijn, licht de voorzitter hierover
en vraagt zijn plaatsvervanger om te zetelen. §
- Binnen de vier maanden na ontvangst van de aanvraag, doet de Commissie het volgende:
- ofwel beslist ze
voorkomend geval de nuttige ervaring en bekendheid te erkennen;2. ofwel deelt ze
voorkomend geval de kandidaat via e-mail mee dat ze deze nuttige ervaring en bekendheid niet zal erkennen.De kandidaat beschikt vervolgens over een termijn van vijftien werkdagen vanaf de kennisgeving om extra elementen te bezorgen aan de Commissie.
dit geval moet de Commissie haar definitieve besluit binnen de zes maanden na ontvangst van de oorspronkelijke vraag te kennen geven. De
het vorig lid voorziene termijnen worden opgeschort
de maanden juli en augustus.". Art. 82.Het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 14 mei 2009 tot oprichting van de Commissie voor de erkenning van de nuttige ervaring en de bekendheid voor de leden van het onderwijzend personeel van de Hogere Kunstscholen georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt opgeheven. Art. 83.
artikel 103, lid 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "door middel van een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten vastgelegd door de oproep waarvan sprake
artikel 102." Art. 84.
artikel 130 van hetzelfde decreet wordt lid 2 vervangen door wat volgt: "De verzoeken om overplaatsing worden, op straffe van nietigheid,
gediend
de vorm en binnen de termijn bepaald door de oproep waarvan sprake
lid 1.". Art. 85.
artikel 228 van hetzelfde decreet worden de woorden "bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten vastgelegd door de oproep waarvan sprake
artikel 227." Art. 86.
artikel 257 van hetzelfde decreet wordt lid 2 vervangen als volgt: "De verzoeken om overplaatsing worden, op straffe van nietigheid,
gediend
de vorm en binnen de termijn bepaald door de oproep waarvan sprake
lid 1.". Art. 87.
artikel 358 van hetzelfde decreet worden de woorden "bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten vastgelegd door de oproep waarvan sprake
artikel 357." Art. 88.
het vierde deel, Titel V, Hoofdstuk III van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
Afdeling 2
, wordt het opschrift van Onderafdeling 2 vervangen door wat volgt: "Onderafdeling 2.- De aanstelling voor een bepaalde duur van programmaleiders, werkleiders, hoogleraren, assistent-hoogleraren, begeleiders en docenten"; 2.
Afdeling 2
, wordt het opschrift van Onderafdeling 4 vervangen door wat volgt: "Onderafdeling 4.- De aanstelling voor onbepaalde duur van programmaleiders, werkleiders, hoogleraren, assistent-hoogleraren, begeleiders en docenten"; 3. Het opschrift van Afdeling 4 wordt vervangen door wat volgt: "Afdeling 4.- De benoeming
vast verband
een ambt van programmaleider, werkleider, hoogleraar, assistent-hoogleraar, begeleider, docent". Art. 89.
artikel 387 van hetzelfde decreet wordt lid 2 vervangen als volgt: "De verzoeken om overplaatsing worden, op straffe van nietigheid,
gediend
de vorm en binnen de termijn bepaald door de oproep waarvan sprake
lid 1.". HOOFDSTUK XXIII. - Bepalingen betreffende kinderverzorgers ACS/APE
het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs Afdeling I. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot vaststelling van de rechten en plichten van kinderverzorgers en houdende diverse bepalingen betreffende de valorisatie van de dagen gepresteerd door het niet-statutair personeel van de Franse Gemeenschap Art. 90.
artikel 28 van het decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot vaststelling van de rechten en plichten van kinderverzorgers en houdende diverse bepalingen betreffende de valorisatie van de dagen gepresteerd door het niet-statutair personeel van de Franse Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 1
, laatste lid, 2de streepje, worden de woorden "of PART-APE" toegevoegd tussen de woorden "personeelslid PTP (professioneel doorstromingsprogramma (PDP)" en de woorden "
de hoedanigheid";2.
§ 2
, laatste lid, 2de streepje, worden de woorden "of PART-APE" toegevoegd tussen de woorden "personeelslid PTP (professioneel doorstromingsprogramma (PDP)" en de woorden "
de hoedanigheid";3.
§ 3
, b), worden de woorden "op 30 april" vervangen door de woorden "op 30 juni";4.
§ 3
, laatste lid, 2de streepje, worden de woorden "of PART-APE" toegevoegd tussen de woorden "personeelslid PTP (professioneel doorstromingsprogramma (PDP)" en de woorden "
de hoedanigheid";5.
§ 7
, eerste lid, worden de woorden "voor 1 mei" vervangen door de woorden "voor 10 juni";6.
§ 7
, eerste lid, worden de woorden "sinds voorafgaand 1 september " vervangen door de woorden "van 1 september tot 30 juni van het lopende schooljaar". Afdeling II. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 2 juni 2006 betreffende de personeelsformatie en het statuut van de kinderverzorgers van de
richtingen voor gewoon kleuteronderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd en gesubsidieerd Art. 91.
artikel 38, § 1, lid 2, van het decreet van 2 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten2 betreffende de personeelsformatie en het statuut van de kinderverzorgers van de
richtingen voor gewoon kleuteronderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd en gesubsidieerd worden de termen "
dienst genomen als kinderverzorger ACS/APE" toegevoegd tussen de termen "aan de kinderverzorger" en de woorden "die het best gerangschikt is". Art. 92.
artikel 83 van hetzelfde decreet worden de woorden "voor uiterlijk 1 mei" vervangen door de woorden "voor uiterlijk 10 juni". HOOFDSTUK XXIV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde commissies
het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs Art. 93.
artikel 5, lid 2, van het decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de vaststelling van de schaarste en bepaalde commissies
het buitengewoon of door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt punt 1 opgeheven. Art. 94.
artikel 7, lid 2, van hetzelfde decreet wordt punt 1 opgeheven. Art. 95.
artikel 9, lid 2, van hetzelfde decreet wordt punt 1 opgeheven. Art. 96.
artikel 11, lid 2, van hetzelfde decreet wordt punt 1 opgeheven. Art. 97.
artikel 13, § 1, punt 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "rang 12" vervangen door de woorden "rang 10". Art. 98.
artikel 29, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "schort de verplichting voor het personeelslid zijn functie op te nemen niet op" vervangen door de woorden "schort de verplichting voor het personeelslid zijn functie op te nemen op". HOOFDSTUK XXV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten1 betreffende de statuten van de leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst Art. 99.
artikel 85, § 1, van het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten1 betreffende de statuten van de leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt: "De definitieve reaffectatie kan voor het personeelslid, die zijn prestaties uitvoerde
het gewone onderwijs, echter niet leiden tot de verplichting om een ambt
het buitengewoon onderwijs te aanvaarden, tenzij hij/zij daar reeds een vaste aanstelling heeft.". Art. 100.
artikel 92, § 2, punt 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "rang 15" vervangen door de woorden "rang 10". HOOFDSTUK XXVI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten4 tot vaststelling van het statuut van de directeurs en directrices
het onderwijs Art. 101.
artikel 15, § 2, lid 3, van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten4 tot vaststelling van het statuut van de directeurs en directrices
het onderwijs worden de woorden ", voor zover ze bewijzen dat de personeelsleden wel degelijk ten minste 75% van de opleiding hebben gevolgd,"
gevoegd tussen de woorden "Deze attesten" en "verlengen automatisch". Art. 102.
artikel 16, § 1, van hetzelfde decreet wordt lid 1er vervangen door wat volgt: "Niemand kan zich voor een van de opleidingsmodules
schrijven als hij op de datum van
diening van de opleidingsaanvraag geen houder is: 1. van het bekwaamheidsbewijs waarvan sprake
artikel 35, § 1, lid 3, 1°, en van een van de bekwaamheidsbewijzen waarvan sprake
2° van hetzelfde artikel, voor het onderwijs
gericht door de Franse gemeenschap;2. van het bekwaamheidsbewijs waarvan sprake
artikel 57, lid 1, 1°, en van een van de bekwaamheidsbewijzen waarvan sprake
2° van hetzelfde artikel, voor het gesubsidieerd officieel onderwijs;3. van het bekwaamheidsbewijs waarvan sprake
artikel 80, § 1, lid, 1° en van een van de bekwaamheidsbewijzen waarvan sprake
2° van hetzelfde artikel, voor het gesubsidieerd vrij onderwijs; Art. 103.
artikel 131ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. de eerste paragraaf wordt aangevuld met een lid dat luidt als volgt: "Onverminderd lid 1, kunnen deze personeelsleden, met het oog op het bijwerken van hun kennis, de opleidingsmodules volgen zoals voorzien
artikelen 10, §§ 3 en 4, en 11, §§ 3 en 4."; 2.
paragraaf 2, wordt 3° vervangen door wat volgt: "3.Het personeelslid dat beschikt over het attest van slagen met betrekking tot de pedagogische as van het voor alle netten gemeenschappelijke gedeelte, moet het deel van de module "pedagogische visie en sturing" van 21 uur waarvan sprake
artikel 10, § 4, lid 2, 1°, b. volgen en met goed gevolg afsluiten; vrijgesteld zijn de personen die beschikken over een bewijs van deelname verstrekt door het IFC, dat aantoont dat zij
2017-2018, 2018-2019 of 2019-2020 ten minste de opleiding van 14 uur hebben gevolgd die volgt op het
leidende college (volume van 3 uur) van de netoverschrijdende opleidingsmodule "Sturingsplan - uitdagingen, verwachtingen en processen";". HOOFDSTUK XXVII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten5 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere
stituten voor architectuur Art. 104.
artikel 32quater van het decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten5 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere
stituten voor architectuur wordt een § 3 toegevoegd dat luidt als volgt: " § 3. Het personeelslid dat ter beschikking wordt gesteld wegens ziekte of
validiteit en wachtgeld geniet, moet zich elk jaar op uitnodiging aandienen bij MEDEX. Als het personeelslid, dat naar behoren is opgeroepen, zich niet bij MEDEX aandient, wordt de betaling van zijn wachtgeld opgeschort vanaf dit tijdstip tot het moment waarop hij of zij zich aandient.". HOOFDSTUK XXVIII. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs Art. 105.
artikel 17, § 1, 3°, van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs wordt een punt c)
gevoegd dat luidt als volgt: "c) voor de specifieke functies
het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 1 en 2: de onderwijzer kleuteronderwijs. Met 'specifieke' bedoelen we de functies die alleen
deze twee vormen van gespecialiseerd onderwijs worden
gericht.". Art. 106.Aan artikel 21 van hetzelfde decreet wordt er een § 7 toegevoegd dat luidt als volgt: " § 7. De Regering kan voorzien
een groter aantal maanden nuttige ervaring dan voorzien
paragrafen 1 tot 6 van dit artikel, wanneer het aantal studiepunten of perioden die specifiek zijn voor het betrokken vakgebied
de opleiding die tot het diploma leidt en die deel uitmaken van het disciplinaire gedeelte van de kwalificatie, niet voldoende groot is om te waarborgen dat het diploma overeenstemt met de functie.". Art. 107.
artikel 50 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
de Franse versie van § 1, 2°, wordt de term "baccalauréat" vervangen door het woord "bachelier" (bachelor);2.
de Franse versie van § 2, 2°, wordt de term "baccalauréat" vervangen door het woord "bachelier" (bachelor);3.
de Franse versie van § 4, 1°, wordt de term "baccalauréat" vervangen door het woord "bachelier" (bachelor);4.
de Franse versie van § 6, 2°, wordt de term "baccalauréat" vervangen door het woord "bachelier" (bachelor); Art. 108.
artikel 293bis van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 1
worden de woorden "1 september 2021" vervangen door de woorden "1 september 2024".2.
§ 3
wordt een 2de en laatste lid toegevoegd dat luidt als volgt: "
afwijking hiervan, kunnen personeelsleden die
het bezit zijn van een kwalificatie die vóór de
werkingtreding van dit besluit is aangemerkt als vereist voor de uitoefening van deze functies,
dezelfde periode worden aangesteld of
vaste dienst worden aangesteld zodra zij aan alle andere statutaire voorwaarden voldoen". Art. 109.
artikel 293ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
lid 1 worden de woorden "1 september 2021" vervangen door de woorden "1 september 2024".2. Er wordt een 3de en laatste lid toegevoegd dat luidt als volgt: "
afwijking hiervan, kunnen personeelsleden die
het bezit zijn van een kwalificatie die vóór de
werkingtreding van dit besluit is aangemerkt als vereist voor de uitoefening van deze functies,
dezelfde periode worden aangesteld of
vaste dienst worden aangesteld zodra zij aan alle andere statutaire voorwaarden voldoen". Art. 110.
artikel 293quater van hetzelfde decreet worden de woorden "1 september 2021" vervangen door de woorden "1 september 2024". Art. 111.Aan artikel 293sexdecies van hetzelfde decreet wordt een nieuw lid 3 toegevoegd dat luidt als volgt: "Na afloop van de overgangsmaatregel bepaald
artikel 293septdecies, lid 1, behouden de personeelsleden die zijn aangeworven zonder didactisch getuigschrift, mits zij de functie van leraar filosofie en burgerschap op 1 september 2021 reeds hebben uitgeoefend gedurende 315 dagen verworven over twee jaar bij dezelfde
richtende macht en berekend volgens de specifieke bepalingen van elk statuut, gedurende het schooljaar 2021-2022 de salarisschaal die hun voor de uitoefening van deze functie vóór die datum was toegekend,
dien deze voor hen gunstiger is..". Art. 112.
artikel 293septdecies van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- Lid 3 wordt geschrapt;
- Er wordt een 6de en laatste lid toegevoegd dat luidt als volgt: "
het officieel gesubsidieerd onderwijs wordt
het schooljaar 2020-2021,
afwijking van de bepalingen van lid 5 van artikel 31 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs, de
dezelfde paragraaf bedoelde mededeling verspreid bij alle personeelsleden die de functie van leraar filosofie en burgerzin uitoefenen binnen de
richtende macht.". Art. 113.Aan artikel 293septdecies/17 van hetzelfde decreet wordt een nieuw lid 3 toegevoegd dat luidt als volgt: "Na afloop van de overgangsmaatregel vastgelegd
lid 1 van artikel 293septdecies/18, en op voorwaarde dat zij reeds gedurende 315 dagen, verspreid over een periode van twee jaar en berekend volgens de bepalingen van elk statuut, als leraar filosofie en burgerzin aan het lager middelbaar of als leraar filosofie en burgerzin aan het hoger middelbaar bij dezelfde
richtende macht werkzaam zijn geweest, behouden de personeelsleden die zijn aangeworven zonder didactisch attest gedurende het schooljaar 2021-2022 de salarisschaal die hun voor de uitoefening van deze functie vóór die datum was toegekend,
dien deze voor hen gunstiger is. ". Art. 114.
artikel 293septdecies/18 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- Lid 3 wordt geschrapt;
- Er wordt een 6de en laatste lid toegevoegd dat luidt als volgt: "
het officieel gesubsidieerd onderwijs wordt
het schooljaar 2020-2021,
afwijking van de bepalingen van lid 5 van artikel 31 van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs, de
dezelfde paragraaf bedoelde mededeling verspreid bij alle personeelsleden die de functie van leraar filosofie en burgerzin uitoefenen binnen de
richtende macht.". HOOFDSTUK XXIX. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 13 september 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten7 tot oprichting van de Algemene sturingsdienst voor de scholen en psycho-medisch-sociale centra en tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs en afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst Art. 115.
artikel 102 van het decreet van 13 september 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten7 tot oprichting van de Algemene sturingsdienst voor de scholen en psycho-medisch-sociale centra en tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs en afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst worden de leden 2, 3 en 4 toegevoegd die luiden als volgt: "Deze jaarlijkse vergoeding, vastgelegd per kalenderjaar, moet maandelijks worden betaald (
twaalfden per volledig gepresteerde maand). Voor de automatische berekening ervan wordt het jaarlijkse bedrag van 9.500 euro gekoppeld aan de spilindex 138,01 zoals bepaald
lid 1, geacht overeen te komen met een jaarlijks brutobedrag aan 100%, niet-geïndexeerd, van 5677,07 euro.
overeenstemming met artikel 65, § 2, lid 2, krijgen de zonedirecteurs eveneens deze vergoeding.". HOOFDSTUK XXX. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 14 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten8 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de
richtende machten Art. 116.
artikel 3 van het decreet van 14 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten8 houdende diverse bepalingen betreffende de werkorganisatie van de onderwijspersoneelsleden en tot toekenning van meer organisatieflexibiliteit aan de
richtende machten worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1.
§ 1
, punt 7°, worden de woorden ", met uitzondering van de wekelijkse uren van de personeelsleden die de overgangsmaatregelen genieten voorzien
paragraaf 3 van artikelen 271 en 289 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs" toegevoegd;2.
§ 1
wordt een punt 7° bis toegevoegd dat luidt als volgt: "7° bis.als leraar beroepspraktijk (1ste graad) is 22 lestijden, met uitzondering van de wekelijkse uren van de personeelsleden die de overgangsmaatregelen genieten voorzien
paragraaf 3 van artikelen 271 en 289 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs"; 3.
§ 2
, punt 11, worden de woorden ", met uitzondering van de wekelijkse uren van de personeelsleden die de overgangsmaatregelen genieten voorzien
paragraaf 3 van artikelen 271 en 289 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs." toegevoegd; 4.
§ 2
wordt een punt 15
gevoegd dat luidt als volgt: "15.als leraar beroepspraktijk
de hogere graad (vorm 4), 26 lestijden, met uitzondering van de wekelijkse uren van de personeelsleden die de overgangsmaatregelen genieten voorzien
paragraaf 3 van artikelen 271 en 289 van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten6 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten
het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs"; 5.
§ 2wordt het tweede lid geschrapt.
HOOFDSTUK XXXI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 25 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten9 tot beëindiging van het uitdovingskader bedoeld bij artikel 469 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) en tot aanvulling van het statuut van studiegebiedsdirecteur Art. 117.
artikel 20 van het decreet van 25 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen
gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten9 tot beëindiging van het uitdovingskader bedoeld bij artikel 469 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd
de hogere kunstscholen
de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) en tot aanvulling van het statuut van studiegebiedsdirecteur worden de woorden "
de Titels III, IV en V" vervangen door de woorden "
de Titels III en IV". Art. 118.
artikel 22 van hetzelfde decreet worden de woorden "
de Titels III, IV en V" vervangen door de woorden "
de Titels III en IV". Art. 119.
artikel 23 van hetzelfde decreet wordt het woord "V" tussen de woorden "
de Titels III, IV" en de woorden "Hoofdstuk II" geschrapt. HOOFDSTUK XXXII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs type decreet prom. 03/03/2