📄 Wettekst
9 JANUARI 1998. - Wet houdende instemming met de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, Bijlagen I, II, III, en IV, Protocol, en Slotakte, gedaan te Luxemburg op 22 april 1996 (1) (2)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, Bijlagen I, II, III, en IV, Protocol, en Slotakte, gedaan te Luxemburg op 22 april 1996, zullen volkomen gevolg hebben.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 9 januari 1998.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DERYCKE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota's (1) Zittingen 1996-1997 : Senaat Documenten.- Ontwerp van wet ingediend op 22 mei 1997, nr. 1-635/1.
Verslag, nr. 1-635/2. Tekst aangenomen in Commissie, nr. 1-635/3.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 16 juli 1997.
Stemming. Vergadering van 17 juli 1997.
Kamer Documenten. - Tekst overgezonden door de Senaat, nr. 1140/1. Verslag, nr. 1140/2.
Zittingen 1997-1998 : Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 12 november 1997. Stemming.Vergadering van 13 november 1997. (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaams Gewest van 28 april 1998 (Belgisch Staatsblad van 6 juni 1998), Decreet van de Franse Gemeenschap van 22 december 1997 (Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1998), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 20 januari 1997 (Belgisch Staatsblad van 21 juni 1997), Decreet van het Waalse Gewest van 5 februari 1998 (Belgisch Staatsblad van 27 februari 1998), Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 20 november 1997 (Belgisch Staatsblad van 14 januari 1998) en Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 10 december 1998 (Belgisch Staatsblad van 4 maart 1999). Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds HET KONINKRIJK BELGIE, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna "Lid-Staten" te noemen, en DE EUROPESE GEMEENSCHAP, DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna "de Gemeenschap" te noemen, enerzijds, en DE REPUBLIEK ARMENIE, anderzijds, GELET op de banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Republiek Armenië, en hun gemeenschappelijke waarden, ERKENNENDE dat de Gemeenschap en de Republiek Armenië deze banden wensen te verstevigen en partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen om te komen tot versterking en verbreding van de betrekkingen die in het verleden zijn aangeknoopt, inzonderheid bij de op 18 december 1989 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking, GELET op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Armenië tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van het partnerschap vormen, GELET op de verbintenis van de partijen tot bevordering van internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen, alsmede tot samenwerking op dit gebied in het kader van de Verenigde Naties en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, GELET op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Armenië tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen die zijn vervat in de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de Slotdocumenten van de vervolgvergaderingen van Madrid en Wenen, het Document van de CVSE-Conferentie van Bonn betreffende economische samenwerking, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het CVSE-Document van Helsinki 1992, "Uitdagingen van het Veranderingsproces", en andere fundamentele documenten van de OVSE, ERKENNENDE in die context dat de ondersteuning van de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale onschendbaarheid van de Republiek Armenië zal bijdragen aan het waarborgen van vrede en stabiliteit in Europa, OVERTUIGD van het allesoverheersende belang van de beginselen van de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, de totstandbrenging van een meerpartijenstelsel met vrije en democratische verkiezingen, en economische liberalisering om een markteconomie tot stand te brengen, VAN OORDEEL ZIJNDE dat de volledige uitvoering van deze Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst zowel zal afhangen van, als zal bijdragen tot de voortzetting en verwezenlijking van hervormingen in de Republiek Armenië op politiek, economisch en juridisch vlak, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking, met name op grond van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn, VERLANGENDE het proces van regionale samenwerking op de door deze Overeenkomst bestreken gebieden met de buurlanden te stimuleren om welvaart en stabiliteit in deze regio te bevorderen, en in het bijzonder initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van samenwerking en wederzijds vertrouwen tussen de onafhankelijke staten van Transkaukasië en andere buurlanden, VERLANGENDE regelmatige politieke dialoog over bilaterale, regionale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te bevorderen, ERKENNENDE EN ONDERSTEUNENDE de wens van de Republiek Armenië om nauwe samenwerking met de Europese instellingen tot stand te brengen, GELET OP de noodzaak investeringen in de Republiek Armenië te bevorderen, onder andere in de energiesector, en in deze context op het belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten hechten aan eerlijke voorwaarden voor doorvoer voor de export van energieprodukten; bevestigende de gehechtheid van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Armenië aan het Europees Energiehandvest, en aan de volledige tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake het Energiehandvest en het Protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieu-aspecten, REKENING HOUDENDE met het feit dat de Gemeenschap bereid is zorg te dragen voor passende economische samenwerking en technische bijstand, REKENING HOUDENDE met het nut van de Overeenkomst voor het bevorderen van geleidelijke toenadering tussen de Republiek Armenië en een uitgestrekter gebied van samenwerking in Europa en naburige regio's, en haar geleidelijke integratie in het open internationaal systeem, GELET op de verbintenis van de partijen tot liberalisering van de handel op grond van de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), ZICH ERVAN BEWUST ZIJNDE dat het noodzakelijk is om verbetering te brengen in de voorwaarden voor bedrijfsleven en investeringen, en de voorwaarden op terreinen als vestiging van vennootschappen, arbeid, dienstverlening en kapitaalverkeer, VERHEUGD OVER EN ERKENNENDE het belang van de inspanningen van de Republiek Armenië gericht op de overgang van haar centraal geleide economie met staatshandel naar een markteconomie, ERVAN OVERTUIGD ZIJNDE dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de partijen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering, VERLANGENDE nauwe samenwerking op het gebied van milieubescherming tot stand te brengen, rekening houdend met de onderlinge afhankelijkheid van de partijen op dit terrein, ERKENNENDE dat samenwerking ten behoeve van de preventie van en de controle op illegale immigratie een van de hoofddoelstellingen van deze overeenkomst vormt, VERLANGENDE culturele samenwerking tot stand te brengen en de doorstroming van informatie te verbeteren, ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN : ARTIKEL 1 Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel : - een passend kader voor de politieke dialoog tussen de partijen tot stand te brengen met het oog op de ontwikkeling van politieke betrekkingen; - de inspanningen van de Republiek Armenië om haar democratie te consolideren, haar economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen; - handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en aldus hun duurzame economische ontwikkeling te stimuleren; - de grondslag te leggen voor samenwerking op het gebied van wetgeving en voor economische, sociale, financiële, civiele wetenschappelijke, technologische en culturele samenwerking.
Titel I. - Algemene beginselen ARTIKEL 2 Eerbiediging van de democratische beginselen, de beginselen van het volkenrecht en de mensenrechten, inzonderheid als vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en de beginselen van de markteconomie, waaronder de beginselen die zijn opgenomen in de documenten van de CVSE-Conferentie van Bonn, vormen de grondslag van het interne en externe beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.
ARTIKEL 3 De partijen zijn van oordeel dat het voor hun toekomstige welvaart en stabiliteit noodzakelijk is dat de nieuwe onafhankelijke staten die als gevolg van de ontbinding van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken zijn ontstaan, hierna "onafhankelijke staten" te noemen, de onderlinge samenwerking in stand houden en ontwikkelen overeenkomstig de beginselen van de Slotakte van Helsinki en het volkenrecht en in een geest van goede nabuurschap en alles in het werk stellen om dit proces te stimuleren.
ARTIKEL 4 De partijen voeren in voorkomend geval overleg over veranderende omstandigheden in de Republiek Armenië, met name betreffende de economische omstandigheden aldaar en de tenuitvoerlegging van marktgerichte economische hervormingen. De Samenwerkingsraad kan de partijen aanbevelingen doen over uitbreiding van delen van deze overeenkomst in het licht van deze omstandigheden.
Titel II. - Politieke dialoog ARTIKEL 5 Tussen de partijen wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht, die zij voornemens zijn te ontwikkelen en te intensiveren.
Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en de Republiek Armenië nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in dat land aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe - de banden van de Republiek Armenië met de Gemeenschap en haar Lid-Staten, en aldus met de gemeenschap van democratische naties als geheel, te versterken; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen; - de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit in de regio te bewerkstelligen en de toekomstige ontwikkeling van de onafhankelijke staten van Transkaukasië te bevorderen; - ervoor te zorgen dat de partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de versterking van stabiliteit en veiligheid in Europa, de naleving van de democratische beginselen, de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten, vooral die van minderheden, waarbij zo nodig over relevante kwesties overleg wordt gepleegd.
Deze dialoog kan op regionaal vlak plaatsvinden met het oog op een bijdrage aan het oplossen van regionale conflicten en spanningen.
ARTIKEL 6 Op ministerieel niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van de krachtens artikel 78 opgerichte Samenwerkingsraad en bij andere gelegenheden, in onderlinge overeenstemming.
ARTIKEL 7 De partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen : - regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Republiek Armenië, anderzijds, op het niveau van hoge ambtenaren; - het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten op bilateraal en multilateraal vlak, onder meer bij de Verenigde Naties, vergaderingen van de OVSE en elders; - alle andere middelen, waaronder vergaderingen van deskundigen, die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van deze dialoog.
ARTIKEL 8 Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het krachtens artikel 83 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.
Titel III. - Handel in goederen ARTIKEL 9 1. De partijen passen ten aanzien van elkaar de meestbegunstigingsclausule toe op alle gebieden die verband houden met : - de douanerechten en heffingen bij invoer en bij uitvoer, met inbegrip van de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen, - de bepalingen betreffende de douaneafhandeling, de doorvoer, de opslag in entrepot en de overslag van goederen, - de belastingen en alle andere interne heffingen die direct of indirect op de ingevoerde goederen van toepassing zijn, - de wijzen van betaling en de overdracht van de betaalde bedragen, - de voorschriften met betrekking tot de verkoop, de aankoop, het vervoer, de distributie en het gebruik van goederen op de binnenlandse markt.2. De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op : a) voordelen die met het oog op de oprichting van een douane-unie of vrijhandelszone of na de oprichting van een dergelijke unie of zone worden toegekend;b) voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend krachtens de GATT en andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden;c) voordelen die aan buurlanden worden toegekend ten einde het grensverkeer te vereenvoudigen.3. De bepalingen van lid 1 zijn gedurende een overgangsperiode die eindigt op de datum waarop de Republiek Armenië partij wordt bij de WTO of, indien dit vroeger is, op 31 december 1998, niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde voordelen die door de Republiek Armenië worden toegekend aan andere staten die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn ontstaan. ARTIKEL 10 1. De partijen zijn het erover eens dat het beginsel van vrije doorvoer een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst. Met het oog hierop waarborgt elke partij de vrije doorgang over zijn grondgebied van goederen die herkomstig zijn uit of bestemd zijn voor het douanegebied van de andere partij. 2. De in artikel V, leden 2, 3, 4 en 5 van de GATT vastgestelde regels zijn tussen de twee partijen van toepassing.3. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan tussen de partijen overeengekomen bijzondere regelingen voor specifieke sectoren, zoals vervoer, of produkten. ARTIKEL 11 Onverminderd de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen die beide partijen binden, verleent elke partij de andere partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in andere voor haar bindende internationale overeenkomsten op dit gebied en overeenkomstig haar eigen wettelijke bepalingen ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken partij zijn aanvaard.
ARTIKEL 12 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 14, 17 en 18 van deze Overeenkomst worden bij de invoer van goederen van oorsprong uit de Republiek Armenië in de Gemeenschap geen kwantitatieve beperkingen toegepast.2. Bij de invoer in de Republiek Armenië van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap worden geen kwantitatieve beperkingen noch maatregelen van gelijke werking toegepast. ARTIKEL 13 Goederen worden tegen marktprijzen tussen de partijen verhandeld.
ARTIKEL 14 1. Wanneer een produkt op het grondgebied van een van de partijen wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden of onder voorwaarden die schade toebrengen of dreigen toe te brengen aan de binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten, dan kan de benadeelde partij, zijnde de Gemeenschap of de Republiek Armenië, passende maatregelen nemen met inachtneming van de hierna volgende procedures en voorwaarden.2. Voor zij maatregelen nemen, of, in de gevallen waarin artikel 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk nadat zij maatregelen hebben genomen, verstrekken de Gemeenschap of de Republiek Armenië, al naargelang van het geval, de Samenwerkingsraad alle relevante informatie ten einde deze in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing als bedoeld in titel XI te zoeken.3. Indien, na dit overleg, de partijen niet binnen 30 dagen nadat de kwestie naar de Samenwerkingsraad werd verwezen een akkoord bereiken over maatregelen om het probleem op te lossen, dan kan de partij die om het overleg heeft verzocht maatregelen ter beperking van de invoer van de betrokken produkten nemen in de mate en voor de tijd die nodig zijn om de schade te voorkomen of te verhelpen of kan zij andere passende maatregelen nemen.4. In kritieke omstandigheden, waarin uitstel moeilijk herstelbare schade zou veroorzaken, kunnen de partijen maatregelen nemen voor het overleg heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat onmiddellijk daarna een voorstel tot overleg wordt gedaan.5. Bij de keuze van de in het kader van dit artikel toe te passen maatregelen geven de overeenkomstsluitende partijen de voorkeur aan maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst het minst in de weg staan.6. Geen enkele bepaling van dit artikel belet de partijen anti-dumpingmaatregelen of compenserende maatregelen te nemen overeenkomstig artikel VI van de GATT, de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de interpretatie en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT of daarmee verband houdende interne wetgeving. ARTIKEL 15 De partijen komen overeen, rekening houdend met de omstandigheden en de situatie die door toetreding van de Republiek Armenië tot de WTO ontstaat, de uitbreiding van de bepalingen betreffende de onderlinge handel in goederen in welwillende overweging te nemen. De Samenwerkingsraad kan de partijen omtrent deze uitbreiding aanbevelingen doen die, indien zij worden aanvaard, ten uitvoer kunnen worden gelegd door middel van een overeenkomst tussen de partijen, met inachtneming van hun respectieve procedures.
ARTIKEL 16 De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verholen beperking van de handel tussen de partijen bij de Overeenkomst vormen.
ARTIKEL 17 Deze titel is niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de Hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De handel in deze produkten is geregeld bij een afzonderlijke overeenkomst die op 18 januari 1996 werd geparafeerd en die voorlopig van toepassing is sedert 1 januari 1996.
ARTIKEL 18 1. De handel in produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, is geregeld bij de bepalingen van deze titel, met uitzondering van artikel 12 daarvan.2. Er wordt een contactgroep voor kolen- en staalkwesties ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Republiek Armenië, anderzijds. De contactgroep wisselt op gezette tijden informatie uit over alle zaken in verband met kolen- en staalprodukten die voor partijen van belang zijn.
ARTIKEL 19 De handel in kernmaterialen wordt geregeld overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Zo nodig zal de handel in kernmaterialen worden geregeld bij een tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Republiek Armenië te sluiten specifieke overeenkomst.
Titel IV. - Bepalingen inzake het handelsverkeer en de investeringen HOOFDSTUK I. - Arbeidsvoorwaarden ARTIKEL 20 1. Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures dragen de Gemeenschap en de Lid-Staten zorg dat onderdanen van de Republiek Armenië die legaal tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van onderdanen van de Lid-Staten, wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.2. Onverminderd de in de Republiek Armenië geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures draagt de Republiek Armenië zorg dat onderdanen van een Lid-Staat die legaal tewerkgesteld zijn op het grondgebied van de Republiek Armenië, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van zijn eigen onderdanen, wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft. ARTIKEL 21 De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdend met de internationale verbintenissen van de partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de CVSE zijn opgenomen.
ARTIKEL 22 De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 20 en 21. HOOFDSTUK II. - Bepalingen inzake de vestiging en de exploitatie van ondernemingen ARTIKEL 23 1. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen voor de vestiging van Armeense vennootschappen als omschreven in artikel 25, onder d), geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit derde landen toekennen.2. Onverminderd de in bijlage IV genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Armeense vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen.3. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Armeense vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen.4. De Republiek Armenië kent voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap als omschreven in artikel 25, onder d), geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die dit land aan Armeense ondernemingen of aan ondernemingen uit enig derde land toekent, en kent de op zijn grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het respectievelijk aan eigen vennootschappen of filialen of respectievelijk aan vennootschappen of filialen uit enig derde land toekent. ARTIKEL 24 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 97 is artikel 23 niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over binnenwateren en over zee.2. Wat evenwel de activiteiten, zoals hieronder aangegeven, van scheepvaartondernemingen op het gebied van het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke partij aan ondernemingen van de andere partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te vestigen, onder voorwaarden, wat de vestiging en de werking betreft, die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit enig derde land toekent, overeenkomstig de wetgeving en bepalingen die voor elke partij van toepassing zijn.3. Deze activiteiten omvatten onder meer : a) het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoersdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering, ongeacht of deze diensten worden verricht of aangeboden door de dienstverlener zelf dan wel door dienstverleners waarmee de verkoper van de diensten een permanent handelsakkoord heeft;b) aankoop en gebruik, voor eigen rekening of voor rekening van hun klanten (en de wederverkoop aan hun klanten) van alle vervoersdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van alle vormen van binnenlands vervoer, in het bijzonder over binnenwateren, over de weg en per spoor, die voor een geïntegreerde dienstverlening vereist zijn;c) voorbereiding van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen;d) het verschaffen van handelsinformatie, op enigerlei wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling (onverminderd alle niet-discriminatoire beperkingen op het telecommunicatieverkeer);e) het sluiten van enigerlei handelsovereenkomst, met inbegrip van participaties in ondernemingen en het in dienst nemen van plaatselijk aangeworven personeel (of, wanneer het buitenlands personeel betreft, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst), met een in het betrokken land gevestigde scheepvaartonderneming;f) optreden namens ondernemingen, onder ander door het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht. ARTIKEL 25 Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder : a) "onderneming uit de Gemeenschap" of "Armeense onderneming" : een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk een Lid-Staat of de Republiek Armenië opgerichte onderneming die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Armenië heeft.Indien een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Armenië opgerichte onderneming enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Armenië heeft, wordt deze onderneming als een onderneming uit de Gemeenschap of als een Armeense onderneming beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band tussen de economieën van respectievelijk de Lid-Staten of de Republiek Armenië naar voren treedt; b) "dochteronderneming" : een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;c) "filiaal" van een vennootschap : een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een afdeling van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die de afdeling vormt;d) "vestiging" : het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap of Armeense vennootschappen als bedoeld onder punt a), economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochtermaatschappijen en filialen in respectievelijk de Republiek Armenië of de Gemeenschap;e) "exploitatie" : het verrichten van economische activiteiten;f) "economische activiteiten" : activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen. Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op onderdanen van de Lid-Staten of van Armenië die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Armenië gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of Armenië gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarin onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of Armenië een meerderheidsparticipatie hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die Lid-Staat of in Armenië geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke voorschriften van de Gemeenschap en Armenië.
ARTIKEL 26 1. Geen enkele bepaling van de overeenkomst belet de partijen beschermende maatregelen te nemen, onder meer ten behoeve van investeerders, depositogevers, verzekeringnemers of personen aan wie een financiële dienstverlener een fiduciair recht verschuldigd is of ten einde de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen.Wanneer dergelijke maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van de overeenkomst mogen zij niet worden gebruikt als middel om de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van een partij te ontduiken. 2. Geen enkele bepaling van deze overeenkomst wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat zij een partij ertoe verplicht informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele klanten dan wel vertrouwelijke of gepatenteerde informatie te verstrekken die in het bezit is van overheidsinstanties.3. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder "financiële diensten" verstaan de in bijlage III omschreven activiteiten. ARTIKEL 27 De bepalingen van deze overeenkomst vormen voor een partij geen beletsel de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze overeenkomst worden ontdoken.
ARTIKEL 28 1. In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk I van deze Titel heeft een vennootschap uit de Gemeenschap of een Armeense vennootschap die op het grondgebied van, respectievelijk, de Republiek Armenië of de Gemeenschap gevestigd is het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van respectievelijk de Republiek Armenië en de Gemeenschap werknemers die onderdanen zijn van respectievelijk de Lid-Staten van de Gemeenschap en van de Republiek Armenië in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen of filialen tewerkgesteld worden.De geldigheidsduur van de verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers is beperkt tot de periode waarin zij als zodanig werkzaam zijn. 2. Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de vorengenoemde vennootschappen, hierna "organisaties" genoemd, zijn "binnen de vennootschap overgeplaatste personen", als omschreven onder c), van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren : a) leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats leiding geven aan de organisatie, onder het algemene toezicht en volgens instructies van, in hoofdzaak, de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen.Deze personeelsleden - geven leiding aan de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan; - houden toezicht op en controleren de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers; - zijn persoonlijk bevoegd werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen; b) binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over bijzondere kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management.Afgezien van de voor het functioneren van de betrokken vennootschap vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in de bekwaamheid bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, met inbegrip van het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep; c) een "binnen de vennootschap overgeplaatste persoon" is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere partij.De belangrijkste handelsactiviteit van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een partij plaats te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een afdeling (dochteronderneming of filiaal) van deze organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.
ARTIKEL 29 1. De partijen vermijden in voor zover mogelijk het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de exploitatie van vennootschappen uit de andere partij restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de overeenkomst het geval was.2. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan die van artikel 37 : de omstandigheden waarop artikel 37 van toepassing is, worden uitsluitend geregeld door de bepalingen van dit artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.3. In een geest van partnerschap en samenwerking en in het licht van de bepalingen van artikel 43 zal de regering van de Republiek Armenië de Gemeenschap kennis geven van voorgenomen nieuwe wet- of regelgeving die de voorwaarden voor de vestiging of de exploitatie van dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Armenië restrictiever zou kunnen maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de overeenkomst het geval is.De Gemeenschap kan van de Republiek Armenië verlangen dat dit land haar deze wetsontwerpen of ontwerp-regelingen doet toekomen en daaromtrent overleg pleegt. 4. Wanneer nieuwe wet- of regelgeving in de Republiek Armenië de voorwaarden voor de exploitatie van in de Republiek Armenië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap restrictiever maakt dan op de dag van ondertekening van de overeenkomst het geval is, dan is dergelijke wet- of regelgeving gedurende de eerste drie jaren volgende op de datum van inwerkingtreding van het desbetreffende besluit niet van toepassing op de dochterondernemingen en filialen die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds in de Republiek Armenië gevestigd waren. HOOFDSTUK III. - Grensoverschrijdend dienstenverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië ARTIKEL 30 1. De partijen verbinden zich overeenkomstig het bepaalde in dit artikel ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verlenen van diensten mogelijk te maken door EG-vennootschappen of vennootschappen van Armenië die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, met inachtneming van de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de partijen.2. De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van lid 1. ARTIKEL 31 De partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van een marktgerichte dienstensector in de Republiek Armenië.
ARTIKEL 32 1. De partijen verbinden zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op commerciële basis.a) Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences en die voor de ene of de andere van de partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn.De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden. b) De partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.2. De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1 : a) vanaf het in werking treden van deze overeenkomst geen bepalingen inzake vrachtverdeling van bilaterale overeenkomsten tussen om het even welke Lid-Staat van de Gemeenschap en de voormalige Sovjet-Unie toe te passen;b) geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;c) het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;d) bij het in werking treden van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer.3. Onder meer verleent elke partij aan schepen welke door onderdanen of vennootschappen van de andere partij worden geëxploiteerd geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent ten aanzien van de toegang tot voor het internationale handelsverkeer opengestelde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, douanefaciliteiten en toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.4. De onderdanen en vennootschappen van de Gemeenschap die voorzien in internationale maritieme vervoersdiensten kunnen onbelemmerd voorzien in de op het internationaal zeevervoer aansluitende diensten op de binnenwateren van de Republiek Armenië en vice versa. ARTIKEL 33 Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten met betrekking tot het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de partijen na het in werking treden van deze Overeenkomst wordt onderhandeld. HOOFDSTUK IV. - Algemene bepalingen ARTIKEL 34 1. De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.2. Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden. ARTIKEL 35 Voor de toepassing van deze Titel zal geen enkele bepaling van de Overeenkomst de partijen ervan weerhouden hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, op voorwaarde dat zulks niet op zodanige wijze geschiedt dat de toepassing de voor een partij uit een specifieke bepaling van de Overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 34.
ARTIKEL 36 Vennootschappen welke worden bestuurd door en de exclusieve eigendom zijn van Armeense vennootschappen en communautaire vennootschappen gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van hoofdstukken II, III en IV. ARTIKEL 37 De in het kader van deze Overeenkomst door een partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van de termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (GATS), met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen enkel geval gunstiger dan die welke door bedoelde eerstgenoemde partij in het kader van de GATS en met betrekking tot om het even welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.
ARTIKEL 38 Voor de toepassing van de hoofdstukken II, III en IV van deze titel wordt geen rekening gehouden met de behandeling welke door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of de Republiek Armenië wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATS zijn aangegaan.
ARTIKEL 39 1. De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigings-behandeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.2. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of doen naleven door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of -ontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen, of de nationale fiscale wetgeving.3. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de Lid-Staten of de Republiek Armenië om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, vooral met betrekking tot hun woonplaats. ARTIKEL 40 Onverminderd de voorwaarden van artikel 28 kan geen enkele bepaling van hoofdstukken II, III en IV worden geïnterpreteerd als zou zij het recht verschaffen : - aan onderdanen van de Lid-Staten, respectievelijk de Republiek Armenië, zich op het grondgebied van de Republiek Armenië, respectievelijk de Gemeenschap, te begeven of daar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten; - aan dochterondernemingen of filialen van Armeense vennootschappen in de Gemeenschap tot het op het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Republiek Armenië; - aan dochterondernemingen of filialen van communautaire vennootschappen in de Republiek Armenië tot het op het grondgebied van de Republiek Armenië in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten; - aan Armeense vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Armeense vennootschappen in de Gemeenschap tot het namens of onder het toezicht van andere personen laten optreden van Armeense onderdanen door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten; - aan communautaire vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van communautaire vennootschappen in de Republiek Armenië tot het door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten voorzien in arbeidskrachten welke onderdanen van Lid-Staten zijn. HOOFDSTUK V. - Betalings- en kapitaalverkeer ARTIKEL 41 1. De partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Armenië welke betrokken zijn bij het verkeer van goederen, diensten of personen in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.2. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans worden vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen welke in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan gegarandeerd.3. Onverminderd leden 2 en 5 worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe beperkingen gesteld op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Armenië, en worden geen meer restrictieve regelingen dan de bestaande vastgesteld.4. De partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van andere kapitaalverrichtingen dan die bedoeld in lid 2 tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.5. In het kader van dit artikel kan de Republiek Armenië, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van de Republiek Armenië in de zin van artikel VIII van de Articles of Agreement van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn toepassen, voor zover dergelijke beperkingen aan de Republiek Armenië voor het verlenen van zulk krediet worden opgelegd en op grond van de IMF-status van de Republiek Armenië zijn toegestaan.De Republiek Armenië past deze beperkingen op niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. De Republiek Armenië doet aan de Samenwerkingsraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen. 6. Onverminderd leden 1 en 2 kunnen de Gemeenschap en de Republiek Armenië in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige moeilijkheden voor de toepassing van het wisselkoersbeleid of het monetair beleid in de Gemeenschap of in de Republiek Armenië, elk voor zich vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië voor een periode van niet meer dan zes maanden, indien het volstrekt nodig is dergelijke maatregelen te nemen. HOOFDSTUK VI. - Bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom ARTIKEL 42 1. In overeenstemming met de bepalingen van dit artikel en van bijlage II ziet de Republiek Armenië verder toe op de verbetering van de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van doeltreffende middelen om dergelijke rechten af te dwingen.2. Tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, treedt de Republiek Armenië toe tot de multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in punt 1 van bijlage II waarbij de Lid-Staten partij zijn of welke de facto door de Lid-Staten worden toegepast in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten. Titel V. - Samenwerking op het gebied van de wetgeving ARTIKEL 43 1. De partijen erkennen dat een belangrijke voorwaarde voor het versterken van de economische banden tussen de Republiek Armenië en de Gemeenschap de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Armenië met die van de Gemeenschap is.De Republiek Armenië doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht. 2. De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen : douane, vennootschapsrecht, bankrecht, vennootschapsboekhouding en -belasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële dienstverlening, concurrentieregels, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wetgeving en reglementering op nucleair gebied en vervoer.3. De Gemeenschap verstrekt de Republiek Armenië technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van deze maatregelen;die bijstand kan met name omvatten : - de uitwisseling van deskundigen, - het verstrekken van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving, - de organisatie van seminars, - opleidingsactiviteiten, - steun bij de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren. 4. De partijen zoeken naar methoden om de toepassing van hun respectieve concurrentievoorschriften, voor zover de onderlinge handel erdoor wordt beïnvloed, te coördineren. Titel VI. - Economische samenwerking ARTIKEL 44 1. De Gemeenschap en de Republiek Armenië brengen een economische samenwerking tot stand die erop gericht is het economisch hervormings- en herstelproces en de duurzame ontwikkeling van de Republiek Armenië te bevorderen.Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden ten voordele van beide partijen. 2. De beleidsmaatregelen en andere maatregelen worden ontworpen voor de totstandbrenging van economische en sociale hervormingen, en van herstructurering van het economische systeem in de Republiek Armenië, en daarbij wordt uitgegaan van de voorwaarden voor het verkrijgen van duurzame resultaten en een harmonische sociale ontwikkeling en worden ook de milieu-aspecten volledig in de maatregelen geïntegreerd.3. Met het oog hierop heeft de samenwerking in het bijzonder betrekking op de economische en sociale ontwikkeling, ontwikkeling van menselijk potentieel, steun voor vennootschappen (met inbegrip van privatisering, bevordering en bescherming van investeringen, midden- en kleinbedrijf), mijnbouw en grondstoffen, wetenschap en technologie, landbouw en levensmiddelen, energie, vervoer, toerisme, telecommunicatie, financiële diensten, bestrijding van het witwassen van geld, handel, douane, statistische samenwerking, informatie en communicatie, milieubescherming, regionale samenwerking.4. Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de onafhankelijke staten van Transkaukasië en met andere buurlanden met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.5. In voorkomend geval kunnen de economische samenwerking en de andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, worden gesteund door technische bijstand van de Gemeenschap, met inachtneming van de op de technische bijstand in de onafhankelijke staten betrekking hebbende communautaire Raadsverordening, de in het kader van het indicatieve programma voor de technische bijstand van de Gemeenschap aan de Republiek Armenië overeengekomen prioriteiten, en de vastgestelde coördinatie- en tenuitvoerleggingsprocedures. ARTIKEL 45 Samenwerking op het gebied van de handel in goederen en diensten De Partijen werken samen teneinde ervoor te zorgen dat de internationale handel van de Republiek Armenië plaatsvindt overeenkomstig de regels van de WTO. Tot dergelijke samenwerking behoren specifieke kwesties die van direct belang zijn voor de bevordering van de handel, zoals : - het opstellen van beleid inzake de handel en aanverwante zaken, met inbegrip van betalingen, - het opstellen van relevante wetgeving, - voortdurende hulp bij de eventuele toetreding van Armenië tot de WTO. ARTIKEL 46 Industriële samenwerking 1. Bij de samenwerking wordt in het bijzonder de bevordering nagestreefd van : - de ontwikkeling van commerciële banden tussen het bedrijfsleven aan beide zijden; - de deelneming van de Gemeenschap aan de inspanningen van de Republiek Armenië om haar industrie te herstructureren en vervolginvesteringen voor haar industrie aan te trekken; - de verbetering van de bedrijfsvoering; - de uitwerking van passende handelsvoorschriften en -praktijken; - de milieubescherming. 2. De bepalingen van dit artikel laten de tenuitvoerlegging van de op vennootschappen toepasselijke concurrentievoorschriften van de Gemeenschap onverlet. ARTIKEL 47 Bevordering en bescherming van investeringen 1. Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de Lid-Staten is de samenwerking gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor zowel binnen- als buitenlandse particuliere investeringen, met name via de totstandbrenging van betere voorwaarden voor de bescherming van investeringen, de overdracht van kapitaal en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.2. De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen : - het door de Lid-Staten en de Republiek Armenië sluiten van de passende overeenkomsten voor de bevordering en bescherming van investeringen; - het door de Lid-Staten en Republiek Armenië sluiten van de passende overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing; - het tot stand brengen van gunstige voorwaarden voor buitenlandse investeringen in de Armeense economie; - de vaststelling van degelijke handelswetten en -voorwaarden, en de uitwisseling van informatie over wettelijke en bestuursrechtelijke handelwijzen op investeringsgebied; - de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van onder andere handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere evenementen.
ARTIKEL 48 Overheidsopdrachten De partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op concurrentie gebaseerde procedures van contracten voor het leveren van goederen en diensten, vooral door middel van aanbestedingen.
ARTIKEL 49 Samenwerking op het gebied van de normen en conformiteitsbeoordeling 1. De samenwerking tussen de partijen is gericht op de aanpassing aan de internationaal overeengekomen criteria, beginselen en richtsnoeren inzake kwaliteit.De te ondernemen acties dienen bevorderlijk te zijn voor de wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling, en de verbetering van de kwaliteit van de Armeense produkten te vergemakkelijken. 2. Daartoe worden via samenwerking in het kader van technische-bijstandsprojecten de volgende doelstellingen nagestreefd : - de bevordering van nuttige samenwerking met de op deze gebieden gespecialiseerde organisaties en instellingen, - de bevordering van de toepassing van communautaire technische voorschriften en Europese normen en procedures voor conformiteitsbeoordeling, - de uitwisseling van praktische en technische informatie met betrekking tot de kwaliteitsbeheersing. ARTIKEL 50 Mijnbouw en grondstoffen 1. De partijen streven naar een uitbreiding van de investeringen en van de handel op mijnbouw- en grondstoffengebied.2. De samenwerking heeft vooral betrekking op : - de uitwisseling van informatie over de vooruitzichten voor de sectoren mijnbouw en non-ferrometalen; - de vaststelling van een juridisch kader voor de samenwerking; - met de handel verband houdende aangelegenheden; - de vaststelling en tenuitvoerlegging van milieuwetgeving; - de opleiding; - de veiligheid in de mijnindustrie.
ARTIKEL 51 Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie 1. De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (O & TO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van de passende regelingen voor een doeltreffende bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (IER).2. De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op : - de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie, - gezamenlijke O & TO-activiteiten, - opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij O & TO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici. De activiteiten welke in het kader van de samenwerking betrekking hebben op onderwijs en/of opleiding, dienen plaats te hebben in overeenstemming met de bepalingen van artikel 52.
De partijen kunnen op basis van wederzijdse instemming kiezen voor andere vormen van samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied.
Bij de uitvoering van dergelijke samenwerkingsactiviteiten wordt bijzondere aandacht besteed aan de tewerkstelling elders van wetenschappers, ingenieurs, onderzoekers en technici die zich bezighouden of hebben beziggehouden met onderzoek naar en/of de produktie van massavernietigingswapens. 3. De samenwerking waarop dit artikel betrekking heeft wordt ten uitvoer gelegd via specifieke regelingen waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende IER-bepalingen worden opgenomen. ARTIKEL 52 Onderwijs en opleiding 1. De partijen werken samen ten einde het peil van het algemene onderwijs en de beroepskwalificaties in de Republiek Armenië te verhogen, zowel in de openbare als in de particuliere sector.2. De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen : - de modernisering van het hoger onderwijs en de opleidingsstelsels in de Republiek Armenië met inbegrip van de systemen voor de certificatie van instellingen voor hoger onderwijs en diploma's in het hoger onderwijs; - de opleiding van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector alsook van hogere ambtenaren op vast te stellen prioritaire terreinen; - de samenwerking tussen onderwijsinstellingen onderling en tussen onderwijsinstellingen en ondernemingen; - de mobiliteit van onderwijzend personeel, afgestudeerden, administratief personeel, jonge wetenschappers en onderzoekers, en jongeren in het algemeen; - de bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen; - het aanleren van communautaire talen; - de postuniversitaire opleiding van conferentietolken; - de opleiding van journalisten; - de opleiding v …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.