📄 Wettekst
12 JULI 2007. - Besluit van de Waalse Regering tot voorkoming van verontreiniging bij de installatie en de inbedrijfstelling van vaste koelvoorzieningen die een gefluoreerd koelmiddel bevatten, alsook in geval van interventie op deze uitrustingen, en waarbij de energieprestatie van de airconditioningssystemen gewaarborgd wordt
De Waalse Regering, Gelet op de
wet van 28 december 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, inzonderheid op artikel 4;
Gelet op het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, inzonderheid op artikel 10;
Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen;
Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën;
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
10/07/1997
pub.
30/07/1997
numac
1997027374
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van een afvalcatalogus
sluiten tot opstelling van een afvalcatalogus;
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 13 november 2003Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
13/11/2003
pub.
13/02/2004
numac
2004200314
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering betreffende de registratie van ophalers en vervoerders van andere dan gevaarlijke afvalstoffen
sluiten betreffende de registratie van de ophalers en vervoerders van andere afval dan gevaarlijke afval;
Gelet op het advies van de Afvalcommissie, gegeven op 23 januari 2007;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 mei 2007, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Gelet op Richtlijn nr. 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen, inzonderheid op de artikelen 9 "Keuring van airconditioningsystemen" en 10 "Onafhankelijke deskundige";
Gelet op Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen;
Gelet op Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen;
Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme en de Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling;
Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving en algemene bepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° koelvoorziening : elke voorziening voor de productie van koude of warmte waarbij gebruik wordt gemaakt van een koelcyclus met dampcompressie, met absorptie of adsorptie of elk proces dat resulteert uit een evolutie van de techniek op dat vlak;2° vaste koelvoorziening : koelvoorziening die normaal gezien niet in beweging is tijdens de werking ervan;3° koelvoorziening met hermetisch circuit : koelvoorziening waarin alle delen die koelmiddelen bevatten hermetisch gemaakt worden door lassen, hardsolderen of door een gelijkaardige techniek die een duurzame assemblage mogelijk maakt, waarbij de assemblage voorzien kan worden van bedekte kleppen en uitgangsopeningen die een herstel of een verwijdering volgens de regels mogelijk maken en waarvan het lekpercentage (na uittesten) onder een druk van minstens één vierde van de toegelaten maximumdruk minder dan 3 gram per jaar bedraagt;4° koelmiddel : koelvloeistof die dient voor het vervoer van warmte in een koelvoorziening die de warmte bij lage temperatuur en lage druk absorbeert en warmte bij hoge temperatuur en hoge druk loost, waarbij de toestand van die vloeistof verandert;5° gefluoreerd koelmiddel : koelmiddel dat voor een gedeelte of voor het geheel ervan uit HCFK of CFK bestaat en bedoeld in de bijlage XVII;6° gespecialiseerd koeltechniekbedrijf : elke natuurlijke of rechtspersoon die erkend is overeenkomstig de bepalingen van dit besluit;7° gespecialiseerde koeltechnicus : elke natuurlijke persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van gefluoreerde koelmiddelen en die houder is van het milieucertificaat inzake koeltechnieken bedoeld in artikel 25;8° airconditioningssysteem : een combinatie van alle bestanddelen die nodig zijn om de lucht te behandelen zodat de temperatuur gecontroleerd wordt of verlaagd kan worden, eventueel in samenvoeging met een controle op de verluchting, de vochtigheid of de zuiverheid van de lucht;9° deskundige energie-airconditioning : elke natuurlijke persoon die houder is van het certificaat voor energie-inspectie van de airconditioningssystemen bedoeld in artikel 54;10° Chloorfluorkoolwaterstof (HCFK) : organische verbinding die enkel uit koolstof, waterstof, chloor en fluor bestaat en in de molecule waarvan niet meer dan drie chlooratomen aanwezig zijn;11° chloorfluorkoolstof (CFK) : organische verbinding die enkel uit koolstof, chloor en fluor bestaat en in de molecule waarvan niet meer dan drie koolstofatomen aanwezig zijn;12° nominale koelmiddelmassa : koelmiddelmassa die een koelvoorziening bevat om te functioneren in de omstandigheden waarvoor ze ontworpen is. Deze waarde : a) hetzij is de hoeveelheid ingebracht bij de eerste inbedrijfstelling.Als de koelvoorziening in de fabriek voorzien wordt van het geheel of van een gedeelte van het koelmiddel, wordt dat deel in aanmerking genomen bij de raming van de nominale koelmiddelmassa; b) hetzij wordt bepaald na lediging en vervolgens vulling van de koelvoorziening, waarbij de gasflessen vóór en na de handeling gewogen worden;13° relatief koelmiddelverlies : het deel van de nominale koelmiddelmassa die over een periode van één jaar verloren gaat ingevolge de uitstoten.Het relatieve koelmiddelverlies wordt berekend op basis van de koelmiddelhoeveelheden die toegevoegd worden aan of verwijderd worden van een koelvoorziening; die hoeveelheden worden in het controleboek geregistreerd. De vulling toegevoegd tijdens een controle die uitgevoerd wordt terwijl het relatieve koelmiddelverlies bepaald wordt, wordt in aanmerking genomen; 14° emissies : de emissies van koelmiddel, olie of secundaire vloeistof afkomstig uit koelvoorzieningen;15° ingedeelde installaties : de installaties bedoeld in het
besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
04/07/2002
pub.
21/09/2002
numac
2002027818
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten
sluiten tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten;16° controleboek : document waarin de informatie wordt opgenomen die vereist wordt overeenkomstig artikel 19 van het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 tot bepaling van de integrale en sectorale voorwaarden betreffende de vaste installaties voor de productie van koude of warmte waarbij gebruik wordt gemaakt van een koelcyclus;17° afval : alle afval zoals omschreven in het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen;18° afval van elektrische of elektronische uitrustingen : de afvalstoffen zoals omschreven in artikel 1, 18, van het besluit van de Waalse Regering van 25 april 2002 tot invoering van een terugnameplicht voor bepaalde afvalstoffen met het oog op de valorisatie of het beheer ervan;19° inzameling : de inzamelactiviteit zoals omschreven in artikel 2, 14° van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen;20° vervoer : de transportactiviteit zoals omschreven in artikel 2, 15° van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen;21° recuperatie van koelmiddelen, oliën en warmtegeleidende of koudedragende vloeistoffen : handeling uitgevoerd op de koelvoorzieningen bij het onderhoud of vóór de verwijdering ervan en waarbij de koelmiddelen, oliën en warmtegeleidende of koudedragende vloeistoffen die deze voorzieningen bevatten naar aangepaste recipiënten worden overgebracht.22° DGRNE : "la Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement" (Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu) van het Ministerie van het Waalse Gewest;23° directeur-generaal : de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu of zijn gemachtigde;24° Minister : de Minister van Leefmilieu;25° toezichthoudende ambtenaar : de ambtenaren aangewezen overeenkomstig het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 december 1992 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor het opsporen en vaststellen van overtredingen inzake de leefmilieubescherming, om overtredingen van de
wet van 28 december 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging op te sporen en vast te stellen. Art. 2.§ 1. Dit besluit beoogt : 1° de preventie van verontreiniging die zich tijdens of na de volgende handelingen zou kunnen voordoen : a) de installatie van delen van een vaste koelvoorziening die een gefluoreerde koelmiddel bevat of zou kunnen bevatten;b) de in- of buitenbedrijfstelling, afbraak inbegrepen, van een koelvoorziening bedoeld in punt a ;c) elke interventie op de delen van een vaste koelvoorziening bedoeld in punt a, behalve in geval van nood als de interventie noodzakelijk is voor de veiligheid van personen;d) de hantering van gefluoreerde koelmiddelen in het kader van de handelingen bedoeld in de punten a tot c ;e) de handelingen inzake afvalbeheer voortvloeiend uit de handelingen bedoeld in de punten a tot c ;2° de energieprestatie van de airconditioningssystemen waarborgen via een energie-inspectie die een evaluatie omvat van het rendement van de airconditioning en de afmetingen ervan ten opzichte van de eisen inzake afkoeling van het gebouw. De koelvoorzieningen met hermetisch circuit die minder dan drie kg gefluoreerde koelmiddel bevatten worden uit het toepassingsveld van dit besluit uitgesloten. § 2. De handelingen bedoeld in § 1, 1°, a tot d, kunnen enkel uitgevoerd door een persoon : 1° die de hoedanigheid van gespecialiseerde koeltechnicus heeft;2° en die in naam en voor rekening van een gespecialiseerd koeltechniekbedrijf werkt, behalve als de gespecialiseerde koeltechnicus deze handelingen uitvoert in het bedrijf waarvan hij personeelslid is. In afwijking van het eerste lid kan de handeling bedoeld in § 1, 1°, a, worden uitgevoerd door personen die geen gespecialiseerde koeltechnicus zijn op voorwaarde dat de installatie onder de verantwoordelijkheid van een dergelijke technicus plaats vindt.
De handelingen bedoeld in § 1, 1°, e) worden uitgevoerd : 1° door personen die over de vereiste vergunningen, erkenningen of registraties beschikken voor het beheer van bedoelde afval;2° of door gespecialiseerde koeltechniekbedrijven als bedoelde handelingen bestaan in het vervoeren van de afval voortvloeiend uit de interventies van de gespecialiseerde koeltechnici die zij tewerkstellen of uit het voorlopig opslaan van deze afval. § 3. De inspectie bedoeld in § 1, 2°, kan alleen door een deskundige energie-aiconditioning worden uitgevoerd. HOOFDSTUK II. - Erkenning van gespecialiseerde koeltechniekbedrijven Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden
Art. 3.Om erkend te worden moet het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° onder de bestuurders of personen die de vennootschap kunnen binden, enkel personen tellen die hun politieke en burgerlijke rechten genieten;2° onder de bestuurders of personen die de vennootschap kunnen binden, geen enkele persoon tellen die veroordeeld is bij een beslissing die in kracht van gewijsde is getreden wegens een inbreuk op titel I van het Algemeen Reglement van de arbeidsbescherming, op de
wet van 28 december 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, op de wet van 22 juli 1974 op de giftige afval, op de wet van 9 juli 1984 betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van afvalstoffen, het decreet van 5 juli 1985 betreffende de afvalstoffen, het decreet van 25 juli 1991 betreffende de belasting op afvalstoffen in het Waalse Gewest, Verordening 259/93/EEG van de Raad van 1 februari 1993 met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen bij de invoer in, de uitvoer uit en binnen de Europese Gemeenschap, het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, de uitvoeringsbesluiten ervan of iedere andere gelijkwaardige wetgeving van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap;3° geen intrekking van de erkenning hebben ondergaan binnen de drie jaar die voorafgaan aan de erkenningsaanvraag;4° onder zijn personeelsleden minstens een gespecialiseerde koeltechnicus tellen die houder is van het milieucertificaat in koeltechnieken bedoeld in artikel 25;5° over financiële garanties beschikken en beschikken over of zich ertoe verbinden over de technische middelen te beschikken die de activiteiten waarvoor een erkenning wordt aangevraagd mogelijk maken; 6°. door een verzekeringsovereenkomst gedekt zijn of zich ertoe verbinden om een verzekeringsovereenkomst te sluiten ter dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de activiteiten waarvoor een erkenning wordt aangevraagd.
De verzekeringsovereenkomst bevat minstens : a) een bepaling ten gunste van elke benadeelde derde, waarbij de excepties, nietigheden of vervallen niet tegengeworpen kunnen worden; b ) een clausule waarbij bepaald is dat de schorsing of de verbreking van het contract slechts uitwerking heeft na het verstrijken van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de oorzaak van de schorsing of de verbreking aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu werd betekend. Afdeling 2. - Procedure tot toekenning van de erkenning
Art. 4.§ 1. De erkenningsaanvraag wordt bij aangetekend schrijven verzonden of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal afgegeven aan de hand van een formulier waarvan het model in bijlage I vastligt. § 2. De directeur-generaal stuurt zijn beslissing waarbij hij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevindt binnen vijftien dagen aan de aanvrager, te rekenen van de datum van ontvangst ervan.
De aanvraag is onvolledig als vereiste gegevens of stukken ontbreken. § 3. Indien de aanvraag onvolledig is, wijst de directeur bij aangetekend schrijven op de ontbrekende gegevens of stukken. De aanvrager beschikt vervolgens over dertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het schrijven, om de gevraagde ontbrekende gegevens of stukken bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal over te maken. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvullende gegevens en stukken richt de directeur-generaal zijn beslissing waarbij hij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevindt aan de aanvrager. § 4. De aanvraag is onontvankelijk : 1° als ze in overtreding van § 1 wordt ingediend;2° als ze tweemaal onvolledig wordt bevonden;3° als de aanvrager de ontbrekende gegevens en stukken niet verstrekt binnen de termijn bedoeld in § 3. Indien de aanvraag onontvankelijk is, wijst de directeur-generaal op de motieven van de onontvankelijkheid. § 5. De directeur-generaal richt zijn beslissing tot toekenning of weigering van de erkenning bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager binnen een termijn van vijfenveertig dagen, te rekenen van de datum van verzending van zijn beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk is bevonden. Afdeling 3. - Beroep
Art. 5.De aanvrager kan bij de Minister een beroep indienen tegen de beslissing bedoeld in artikel 4, § 5. Het beroep wordt bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal gericht binnen twintig dagen na ontvangst van de betwiste beslissing. Het wordt ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model in bijlage XIV vastligt.
De Minister stuurt zijn beslissing bij ter post aangetekend schrijven binnen vijfenveertig dagen aan de aanvrager, te rekenen van de ontvangst van het beroep. Afdeling 4 - Tenuitvoerlegging van de erkenning.
Art. 6.Behalve als een afschrift van de verzekeringsovereenkomst bedoeld in artikel 3, 6°, in het dossier van erkennings aanvraag is opgenomen, is de tenuitvoerlegging van deze erkenning onderworpen aan de verzending van dit afschrift naar het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu bij aangetekend schrijven of door elk ander middel dat een vaste verzend- of ontvangstdatum waarborgt. Afdeling 5 - Opschorting en intrekking van de erkenning
Art. 7.De directeur-generaal kan de erkenning opschorten of intrekken als het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf : 1° de bepalingen van dit besluit overtreedt;2° de controle van zijn activiteiten door de toezichthoudende ambtenaren belemmert. Art. 8.§ 1. Als de directeur-generaal van plan is de erkenning op te schorten of in te trekken, geeft hij betrokken gespecialiseerd koeltechniekbedrijf kennis daarvan in een aangetekend schrijven. Het voorstel tot opschorting of tot intrekking vermeldt de motieven op grond waarvan ze gewettigd is.
Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf beschikt over dertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het voorstel tot opschorting of intrekking, om zijn geschreven opmerkingen aan de directeur-generaal over te maken.
Het bedrijf wordt ook gehoord op zijn verzoek. § 2. De directeur-generaal beslist binnen en termijn van dertig dagen, te rekenen van : 1° hetzij de datum van ontvangst van de opmerkingen bedoeld in § 1, tweede lid of, bij gebreke daarvan, de datum waarop de termijn van dertig dagen bedoeld in hetzelfde lid verstrijkt;2° hetzij, in voorkomend geval, de datum van het verhoor bedoeld in § 1, derde lid; De beslissing wordt bij aangetekend schrijven naar betrokken gespecialiseerd koeltechniekbedrijf verstuurd. § 3. Bij intrekking van de erkenning moet het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf de originele erkenning alsook de eventuele afschriften ervan, die voor eensluidend verklaard zijn binnen veertien dagen na verzending van de beslissing, terug overmaken aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. § 4. De directeur-generaal kan de erkenning onmiddellijk opschorten in geval van speciaal gemotiveerde dringende noodzakelijkheid. Art. 9.Betrokken gespecialiseerd koeltechniekbedrijf kan bij de Minister een beroep indienen tegen de beslissingen tot opschorting of intrekking van de erkenning.
Het beroep wordt bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal gericht binnen twintig dagen na ontvangst van de betwiste beslissing. Het wordt ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model in bijlage XIV vastligt.
De beslissing van de Minister wordt bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager betekend binnen zestig dagen, te rekenen van de ontvangst van het beroep.
Het beroep is opschortend, behalve in het geval bedoeld in artikel 8, § 4. HOOFDSTUK III. - Verplichtingen in geval van interventie op koelvoorzieningen Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 10.Om de koelmiddelemissies te beperken, worden de handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, uitgevoerd met inachtneming van de aanbevelingen van : 1° de norm NBN EN 378 : Koelsystemen en warmtepompen - Eisen inzake veiligheid en milieu, of elke norm die deze norm vervangt of aanvult;2° of elke buitenlandse norm of code van goede praktijk erkend door het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. Voor deze erkenning verstrekt het bedrijf het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu de gegevens die aantonen dat deze buitenlandse norm of code van goede praktijk een niveau van milieubescherming biedt dat gelijkwaardig is aan de norm NBN EN 378.
Het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu erkent de buitenlandse norm of code van goede praktijk binnen dertig dagen na ontvangst van de gegevens.
De handelingen worden door de gespecialiseerde koeltechnicus genummerd volgens de volgende nomenclatuur : " nummer van het milieucertificaat in koeltechnieken/kalenderjaar/nummering in stijgende volgorde hernieuwd aan het begin van elk kalenderjaar". Art. 11.De gespecialiseerde koeltechniekbedrijven zorgen ervoor dat hun gespecialiseerde koeltechnici over een technische uitrusting beschikken die in goede staat van werking is.
De technische uitrusting moet minstens overeenkomen met het materieel vermeld in bijlage II. De meetapparatuur worden voor het eerste gebruik en minstens een keer per jaar geijkt overeenkomstig de internationaal erkende normen of, bij gebreke daarvan, volgens de aanwijzingen verstrekt door de producent of invoerder van de apparatuur.
De onderhouds- en ijkcertificaten van de meetapparatuur liggen ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren. Art. 12.§ 1. De gespecialiseerde koeltechniekbedrijven vermelden de minimale bepalingen opgenomen in bijlage III, a tot n, in een register dat voor elk kalenderjaar wordt opgesteld. § 2. Het registerformaat dat voor het volgende jaar geldig is, wordt uiterlijk 1 december ter beschikking gesteld van de gespecialiseerde koeltechniekbedrijven op de Internetsite van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. § 3. Het register wordt uiterlijk 31 januari van het jaar na bedoeld jaar bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu overgemaakt in de vorm van een spreadsheet of, bij gebreke daarvan, op papier.
Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar. § 4. Gelijktijdig met het overmaken van het register maakt het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf een bijgewerkte lijst over met de gespecialiseerde koeltechnici die door het bedrijf tewerkgesteld zijn.
Dit document vermeldt het nummer van het milieucertificaat in koeltechnieken. § 5. Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf geeft binnen de maand bij aangetekend schrijven aan de directeur-generaal kennis van elke wijziging die het bedrijf aangaat en die betrekking heeft op de gegevens opgenomen in het formulier bedoeld in artikel 4, § 1. Art. 13.De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op inrichtingen die over koelvoorzieningen beschikken waarvoor de handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, worden uitgevoerd door gespecialiseerde koeltechnici die deel uitmaken van hun personeel. Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen van toepassing op
koelvoorzieningen van ingedeelde installaties Art. 14.In geval van interventie op een ingedeelde installatie noteert de gespecialiseerde koeltechnicus in het controleboek van de voorziening de gegevens bedoeld in artikel 19 van het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 tot bepaling van de integrale en sectorale voorwaarden betreffende de vaste installaties voor de productie van koude of warmte waarbij gebruik wordt gemaakt van een koelcyclus. Art. 15.Indien op basis van de gegevens betreffende de koelmiddelen blijkt dat de koelvoorziening van een ingedeelde installatie relatieve koelmiddelverliezen vertoont die hoger liggen dan de maximumwaarden omschreven in artikel 13 van het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 tot bepaling van de integrale en sectorale voorwaarden betreffende de vaste installaties voor de productie van koude of warmte waarbij gebruik wordt gemaakt van een koelcyclus, verwittigt het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf de uitbater schriftelijk. In zijn schrijven wordt uitgelegd hoe het probleem verholpen kan worden.
Elke partij bewaart een afschrift van dit schrijven.
Het eerste lid is niet van toepassing als het relatieve koelmiddelverlies door een gespecialiseerde koeltechnicus wordt vastgesteld in het bedrijf waarvan hij personeelslid is. Art. 16.De dichtheidscontrole zoals bedoeld in de artikelen 22, § 3 en 23, § 2, derde lid, van het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 tot bepaling van de integrale en sectorale voorwaarden betreffende de vaste installaties voor de productie van koude of warmte waarbij gebruik wordt gemaakt van een koelcyclus, wordt uitgevoerd volgens de modaliteiten omschreven in bijlage IV. Art. 17.In geval van een interventie op een koelvoorziening van een ingedeelde installatie die niet over een exploitatievergunning beschikt of op een voorziening die niet voldoet aan de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 tot bepaling van de integrale en sectorale voorwaarden betreffende de vaste installaties voor de productie van koude of warmte waarbij gebruik wordt gemaakt van een koelcyclus, van Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen of Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen, mag de gespecialiseerde koeltechnicus enkel de volgende interventies uitvoeren : 1° het technisch conform maken;2° het beperken of voorkomen van de koelmiddelverliezen;3° het stopzetten gevolgd door de afbraak. Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf laat de uitbater weten dat hij onverwijld orde op zaken moet stellen.
Het tweede lid is niet van toepassing als de interventie wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde koeltechnicus in het bedrijf waarvan hij personeelslid is. HOOFDSTUK IV. - Afvalbeheer Art. 18.§ 1. De gespecialiseerde koeltechnicus is gemachtigd tot het uitvoeren van de volgende handelingen die afval kunnen produceren : 1° de in de koelvoorzieningen vervatte koelmiddelen recupereren;a) door de gedeeltelijke of volledige verversing van de in de voorziening vervatte koelmiddelen, met inbegrip van de oliën die koelmiddelen kunnen bevatten, en het overbrengen ervan naar gepaste recipiënten;b) door te werken in een vaste lijn die de behandeling van koelvoorzieningen tot doel heeft;2° de lekvrije afzondering van het koelmiddel in een deel van de koelvoorziening, alsook van de oliën die koelmiddelen kunnen bevatten, als deze handeling wordt uitgevoerd in het kader van een onderhoud, herstel of voor de afbraak van de voorziening;3° de afbraak van een voorziening uitvoeren na de afzondering;4° een deel van de afgezonderde voorziening gescheiden houden van de rest van de voorziening overeenkomstig punt 2°;5° recuperatie van de oliën die geen koelmiddelen bevatten, van de koudedragende of warmtegeleidende vloeistoffen in de koelvoorziening en ze opslaan in gepaste recipiënten. § 2. Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf heeft machtiging om : 1° de hieronder opgesomde afvalstoffen te vervoeren die uitsluitend voortvloeien uit de interventies op koelvoorzieningen door de in dienst genomen gespecialiseerde koeltechnici, met inbegrip van de voorzieningen met hermetisch circuit en de voorzieningen die minder dan drie kg gefluoreerd koelmiddel bevatten : a) gevaarlijke afvalstoffen, met name : - koelmiddelen, met inbegrip van de oliën waarin koelmiddelen worden opgelost; - afgewerkte oliën die niet onder het eerste streepje opgenomen worden; - oliefilters; - koudedragende of warmtegeleidende vloeistoffen die gevaarlijke stoffen bevatten; - delen van voorzieningen die koelmiddelen, oliën, koudedragende of warmtegeleidende vloeistoffen bevatten voor zover deze worden afgezonderd om elk lekkagerisico te voorkomen; - resten van reiniging en ketelsteenverwijdering die gevaarlijke stoffen bevatten; - elk ander afval dat als gevaarlijk wordt beschouwd bij het
besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
10/07/1997
pub.
30/07/1997
numac
1997027374
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van een afvalcatalogus
sluiten tot opstelling van een afvalcatalogus; b) andere afval dan gevaarlijke afval, met name : - de koudedragende of warmtegeleidende vloeistoffen die geen gevaarlijke stoffen bevatten; - de resten van reiniging en ketelsteenverwijdering die geen gevaarlijke stoffen bevatten; - de gesaneerde voorzieningen of delen van voorzieningen, met name de voorzieningen en delen van voorzieningen die geen koelmiddelen, oliën of andere gevaarlijke stoffen meer bevatten; - defecte stukken; - metaalafval; - resten van isolerende stoffen; - plasticresten; - elk ander afval dat als niet-gevaarlijk of inert wordt beschouwd bij het
besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
10/07/1997
pub.
30/07/1997
numac
1997027374
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van een afvalcatalogus
sluiten tot opstelling van een afvalcatalogus; 2° de afvalstoffen bedoeld in punt 1° voorlopig opslaan. Art. 19.§ 1. Als er afvalstoffen voortkomen uit de interventie die hij heeft uitgevoerd op een koelvoorziening, bezorgt de gespecialiseerde koeltechnicus de uitbater van deze voorziening of diens afgevaardigde een attest waarvan het model in bijlage V opgenomen is. Als het gaat om een voorziening met een controleboek geldt de inschrijving in dit boek van de informatie bedoeld in bijlage V als attest.
De gespecialiseerde koeltechnicus vult een tweede exemplaar van dit attest in of maakt er een afschrift van.
De gespecialiseerde koeltechnicus maakt dit tweede exemplaar over aan het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf dat hem tewerkstelt als de gezamenlijke afvalstoffen die uit de interventie voortkomen : 1° onmiddellijk worden ingezameld door een behoorlijk erkende of geregistreerde ophaler;2° of onmiddellijk naar een vergunde installatie worden vervoerd door een erkende of geregistreerde vervoerder;3° of op de site van de koelvoorziening worden achtergelaten overeenkomstig de bepalingen van § 2. Als het geheel of een deel van deze afvalstoffen wordt teruggenomen door het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf dat de koeltechnicus die de interventie heeft uitgevoerd, tewerkstelt, geldt het tweede exemplaar van het attest als algemeen document voor de opvolging van deze afvalstoffen. Als de afvalstoffen, met uitzondering van de flessen voor de recuperatie van koelmiddelen die nog niet voor 80 % gevuld zijn, in vergunde installaties zijn ondergebracht, wordt het document voor de opvolging van de afvalstoffen bewaard door het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf.
Hetzelfde attest of algemeen opvolgingsdocument mag niet worden gebruikt voor afvalstoffen voortkomend uit interventies op verschillende locaties. § 2. De gespecialiseerde koeltechnicus kan de afvalstoffen die uit zijn interventie voortkomen op de locatie achterlaten voor zover ze later door gemachtigde ophalers worden ingezameld of door gemachtigde vervoerders vervoerd worden naar installaties die een vergunning hebben om dergelijke afvalstoffen te ontvangen. Onder gemachtigd ophaler of vervoerder wordt verstaan een ophaler of vervoerder die over de vereiste erkenningen of registraties beschikt om gevaarlijke afvalstoffen, afgewerkte oliën en andere afval dan gevaarlijke afval in te zamelen of te vervoeren.
De gespecialiseerde koeltechnicus maakt een inventaris van de afvalstoffen die voor de ophaler of vervoerder bestemd zijn en voegt er alle nodige instructies bij om tijdens de opslag, vervoer en behandeling ervan elk emissierisico van de afvalstoffen voor het milieu te voorkomen. Deze inventaris, waarvan het model in de punten 5 en 6 van bijlage V opgenomen is, wordt gedateerd en getekend door de gespecialiseerde koeltechnicus en door de uitbater van de koelvoorziening of diens afgevaardigde.
De identiteit en de interventietermijn van de ophalers en vervoerders moet aan het einde van de interventie van de gespecialiseerde koeltechnicus gekend zijn en wordt vermeld in de inventaris bedoeld in het tweede lid.
Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf zorgt ervoor dat de ophalers en vervoerders of uitbaters van de installaties die de afvalstoffen ontvangen een attest aan het bedrijf overmaken waarvan het model in punt 6 van bijlage V opgenomen is, alsook een afschrift aan de uitbater van de koelvoorziening. Dit attest kan opgemaakt worden naar elk ander model dat voldoet aan de bepalingen van de besluiten van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen en afgewerkte olie en het
besluit van de Waalse Regering van 13 november 2003Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
13/11/2003
pub.
13/02/2004
numac
2004200314
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering betreffende de registratie van ophalers en vervoerders van andere dan gevaarlijke afvalstoffen
sluiten betreffende de registratie van de ophalers en vervoerders van andere afval dan gevaarlijke afval. Art. 20.§ 1. In geval van interventie op een koelvoorziening en meer bepaald van recuperatie van koelmiddelen is elke ontgassing verboden, behalve als ze nodig is voor de veiligheid van personen en de veilige werking van de voorzieningen. § 2. Als de koelvoorziening met een carterweerstand uitgerust is of met elk ander systeem dat het koelmiddel opgelost in olie opneemt, gebruikt de gespecialiseerde koeltechnicus dit systeem vooraleer hij de verversing van de voorziening onderneemt. § 3. De koelmiddelen worden d.m.v. een daartoe voorziene recuperatiegroep gerecupereerd.
Tijdens de vulling wordt het recipiënt constant op een geschikte weegschaal gewogen om overmatige vulling te voorkomen. Een vullingsfactor van 80 % mag niet overschreden worden. § 4. Voor zover het geen atmosferische emissies teweegbrengt in verband met het gebruik van de recuperatiegroepen, zorgt de gespecialiseerde koeltechnicus voor het opslaan in specifieke recipiënten van : 1° elk type koelmiddel dat gerecycleerd kan worden;2° het geheel van de vloeistoffen die vernietigd moeten worden of de niet-geïdentificeerde vloeistoffen. § 5. Vóór elke demontering of afbraak van een koelvoorziening voert de gespecialiseerde koeltechnicus de recuperatie-handelingen uit van : 1° de koelmiddelen overeenkomstig § 3;2° de oliën die koelmiddelen kunnen bevatten;3° de oliën die niet onder 2° opgenomen zijn;4° de warmtegeleidende en koudedragende vloeistoffen. In afwijking van het eerste lid, 1° en 2°, kan de de gespecialiseerde koeltechnicus overgaan tot de afzondering zoals bedoeld in artikel 18, § 1, 2°, en het deel van de afgezonderde voorziening scheiden van de rest van de vooziening.
Na uitvoering van de handelingen tot recuperatie van de vloeistoffen bedoeld in het eerste lid of van de handelingen tot afzondering of scheiding bedoeld in het tweede lid, maakt de gespecialiseerde koeltechnicus het saneringsattest waarvan het model in bijlage VI vastligt, in drievoud op Eén exemplaar wordt bij het controleboek gevoegd, het tweede op zichtbare wijze op de koelvoorziening aangeplakt en het laatste onverwijld overgemaakt aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De oliën, de warmtegeleidende en koudedragende vloeistoffen worden gerecupereerd en overgebracht naar hermetische recipiënten.
De koelvoorzieningen of delen ervan die geen koelmiddel, olie, warmtegeleidende of koudedragende vloeistof meer bevatten en die voorzien zijn van het attest bedoeld in het eerste lid kunnen door een ander persoon dan een gespecialiseerde koeltechnicus worden afgebroken. Art. 21.§ 1. De flessen die door de gespecialiseerde koeltechnicus worden gebruikt voor de recuperatie van koelmiddelen en die door het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf worden gebruikt om vervoerd te worden, voldoen hoe dan ook aan de volgende voorschriften : 1° ze voldoen aan de Europese normen die gelden voor de flessen die nieuwe koelmiddelen moeten bevatten, in het bijzonder wat betreft de drukweerstand, de weerstand tegen schokken en de stevigheid van de afsluiters;2° ze zijn van binnen vrij van roest, vuil, vocht of olieresten;3° vóór het eerste gebruik worden ze onder vacuüm geplaatst;4° ze worden bestendig genummerd en voorzien van een opvolgingsdocument waarvan het model in bijlage VII vastligt.Dit document wordt bij elke fles gevoegd via een systeem waarbij het efficiënt beschermd wordt en de leesbaarheid ervan waarborgt. Indien het uit verschillende bladzijden bestaat, worden deze doorlopend continu genummerd, waarbij elke bladzijde verwijst naar de nummer van de fles.
Het koeltechniekbedrijf laat het document medeondertekenen en neemt er een afschrift van als het zich van de fles ontdoet. Het originele document blijft bij de recuperatiefles.
Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf neemt de nodige contractuele maatregelen opdat de installatie voor de eindbehandeling van de afvalstoffen van koelmiddelen een afschrift van het ingevulde en ondertekende document naar het bedrijf terugstuurt met een verwijderings- of valorisatiecertificaat. § 2. De recipiënten gebruikt door de gespecialiseerde koeltechnicus voor de recuperatie van andere vloeistoffen en gebruikt door de gespecialiseerde koeltechniekbedrijven voor hun vervoer laten toe om elk lekkagerisico te voorkomen. § 3. De recipiënten gebruikt door de gespecialiseerde koeltechnicus voor de recuperatie van vaste stoffen, o.a. poedervormige delen, en gebruikt door de gespecialiseerde koeltechniekbedrijven voor hun vervoer laten toe om elk verspreidingsrisico te voorkomen. Art. 22.§ 1. Onverminderd de toepassing van de rubrieken 63.12.05, 90.21, 90.22, 90.23 en 90.24 van het
besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
04/07/2002
pub.
21/09/2002
numac
2002027818
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten
sluiten tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten kunnen de afvalstoffen bedoeld in artikel 18 buiten hun productielocatie enkel in een gespecialiseerd koeltechniekbedrijf tijdelijk opgeslagen worden. § 2. Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf dat de opslag bedoeld in § 1 uitvoert, houdt een register van de opgeslagen afvalstoffen waarvan het model in bijlage VII vastligt. Dit register wordt bijgewerkt telkens als een afvalstof naar de opslaglocatie wordt gebracht of ervan wordt weggehaald.
Dit register kan elektronisch worden bijgehouden. In dit geval wordt hij regelmatig en minstens om de maand uitgeprint. De opvolgende versies worden gedateerd, doorlopend genummerd en samen bewaard.
Uiterlijk 1 december wordt een registerformaat dat voor het volgende jaar geldig is, ter beschikking gesteld van de gespecialiseerde koeltechniekbedrijven op de Internetsite van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
Dit register gaat vergezeld van : 1° de afschriften van de attesten bedoeld in artikel 19, § 1, tweede lid;2° de algemene opvolgingsdocumenten betreffende de afvalstoffen bedoeld in artikel 19, § 1, vierde lid;3° de opvolgingsdocumenten betreffende de flessen voor de recuperatie van de koelmiddelen bedoeld in artikel 22, als de flessen worden overhandigd aan ophalers van gevaarlijke afvalstoffen of aan installaties tot hergroepering, voorbehandeling, valorisatie of verwijdering van afvalstoffen met de gepaste exploitatievergunning;4° de attesten van de overname van de afvalstoffen bedoeld in § 5°;5° de certificaten van verwijdering of valorisatie van de afvalstoffen. De inventaris van de opgeslagen afvalstoffen bedoeld in punt 4 van bijlage VIII wordt regelmatig opgemaakt, minstens om de maand. De opeenvolgende inventarissen worden gedateerd, doorlopend genummerd en samen bewaard. § 3. Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf vertrouwt de gevaarlijke afvalstoffen en de afgewerkte oliën die het bedrijf opgeslagen heeft toe aan : 1° hetzij een ophaler van gevaarlijke afvalstoffen en afgewerkte oliën die erkend is overeenkomstig de bepalingen van de besluiten van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen en afgewerkte olie;2° hetzij een installatie tot hergroepering, voorbehandeling, valorisatie of verwijdering van afvalstoffen met een geschikte exploitatievergunning.In dit geval wordt het vervoer aan een erkende vervoerder toevertrouwd. § 4. Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf vertrouwt de niet-gevaarlijke afvalstoffen die het bedrijf opgeslagen heeft toe aan : 1° hetzij een ophaler van niet-gevaarlijke afvalstoffen die geregistreerd is overeenkomstig de bepalingen van het
besluit van de Waalse Regering van 13 november 2003Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
13/11/2003
pub.
13/02/2004
numac
2004200314
bron
ministerie van het waalse gewest
Besluit van de Waalse Regering betreffende de registratie van ophalers en vervoerders van andere dan gevaarlijke afvalstoffen
sluiten betreffende de registratie van de ophalers en vervoerders van andere afval dan gevaarlijke afval;2° hetzij een installatie tot hergroepering, voorbehandeling, valorisatie of verwijdering van afvalstoffen met een geschikte exploitatievergunning.In dit geval wordt het vervoer aan een geregistreerde vervoerder toevertrouwd. § 5. In de gevallen bedoeld in de § 3 en 4 wordt het document bedoeld in bijlage IX in tweevoud ingevuld door het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf en betrokken ophaler of vervoerder.
Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf bewaart een exemplaar dat als attest van de overname van de afvalstoffen geldt. Dit attest wordt gevoegd bij het register bedoeld in bijlage VIII. De ophaler of vervoerder bewaart een exemplaar dat als begeleidingsdocument voor de afvalstoffen geldt.
Als de afvalstoffen aan een installatie tot hergroepering, voorbehandeling, valorisatie of verwijdering van afvalstoffen worden toevertrouwd, wordt het exemplaar dat als begeleidingsdocument wordt gebruikt, of een afschrift ervan, ingevuld en ondertekend door de installatie-uitbater en teruggestuurd naar het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf. Art. 23.Het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf maakt de gegevens bedoeld in bijlage X jaarlijks over aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
Uiterlijk 1 december worden de formaten van de verklaringen die voor het volgende jaar geldig zijn op de Internetsite van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu ter beschikking gesteld van de gespecialiseerde koeltechniekbedrijven en van de uitbaters van vaste lijnen die de behandeling van koelvoorzieningen tot doel hebben.
De verklaring wordt uiterlijk 1 maart van het jaar na bedoeld jaar aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu "Office wallon des déchets" (Waalse dienst voor afvalstoffen) overgemaakt in de vorm van een spreadsheet of, bij gebreke daarvan, op papier bij aangetekend schrijven of door elk ander middel dat een vaste verzend- of ontvangstdatum waarborgt. Art. 24.De bedrijven die rechtstreeks koelvoorzieningen beheren en waarvan de gespecialiseerde koeltechnici uitsluitend op deze voorzieningen interventies uitvoeren, worden vrijgesteld van de verplichtingen vermeld in de artikelen 19, § 1, tweede tot vijfde lid en 22. Bovendien kunnen bovengenoemde exemplaren in dit geval tot één exemplaar worden herleid als de bepalingen van dit besluit een document in verschillende exemplaren opleggen waarvan één voor de uitbater van de koelvoorziening bestemd is en een ander voor de gespecialiseerde koeltechnicus of het gespecialiseerde koeltechniekbedrijf. HOOFDSTUK V. - Milieucertificaat in koeltechnieken. Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 25.Onverminderd de toepassing van de artikelen 37 en 40 wordt het milieucertificaat in koeltechnieken afgegeven door een examencentrum dat door de directeur-generaal erkend is.
Het bekrachtigt het slagen voor een examen conform de bepalingen van bijlage XI, I. De Minister kan bijkomende bepalingen vastleggen.
Het geldt voor onbepaalde duur. Afdeling 2. - Erkenning van de examencentra
Art. 26.Om erkend te worden moet het examencentrum aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° een examenjury samenstellen overeenkomstig de bepalingen van bijlage XII, I, A ; 2° over procedures beschikken voor de organisatie van examens i.v.m. de onderwerpen omschreven in bijlage XI, I, overeenkomstig de bepalingen van bijlage XII, I, B. De Minister kan proceduremodaliteiten vastleggen ter aanvulling van de modaliteiten bedoeld in bijlage XII, I, B ; 3° over een technische infrastructuur beschikken overeenkomstig de bepalingen van bijlage XII, I, C. Art. 27.§ 1. De erkenningsaanvraag wordt bij aangetekend schrijven ingediend of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal afgegeven.
Ze wordt ingediend door middel van een formulier waarvan het model in bijlage XIII vastligt. § 2. De directeur-generaal stuurt zijn beslissing waarbij hij de aanvraag volledige en ontvankelijk acht naar de aanvrager binnen vijftien dagen, te rekenen van de datum waarop de aanvraag in ontvangst wordt genomen.
De aanvraag is onvolledig als vereiste gegevens of documenten ontbreken. § 3. Indien de aanvraag onvolledig is, wijst de directeur de aavrager bij aangetekend schrijven op de ontbrekende gegevens of stukken. De aanvrager beschikt vervolgens over dertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het schrijven, om de gevraagde gegevens of stukken bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal over te maken. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvullende gegevens en stukken richt de directeur-generaal zijn beslissing waarbij hij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevindt aan de aanvrager. § 4. De aanvraag is onontvankelijk : 1° als ze in overtreding van § 1 wordt ingediend;2° als ze tweemaal onvolledig wordt bevonden;3° als de aanvrager de ontbrekende gegevens en stukken niet verstrekt binnen de termijn bedoeld in § 3. Indien de aanvraag onontvankelijk is, wijst de directeur-generaal op de motieven van de onontvankelijkheid. § 5. De directeur-generaal richt zijn beslissing tot toekenning of weigering van de erkenning bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager binnen een termijn van vijfenveertig dagen, te rekenen van de datum van verzending van zijn beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk is bevonden. Als de erkenning wordt toegekend, wordt een erkenningsnummer aan het examencentrum toegewezen. Art. 28.De erkenning van het examencentrum wordt voor een periode van vijf jaar verleend. Art. 29.De aanvrager kan bij de Minister een beroep indienen tegen de beslissing bedoeld in artikel 27, § 5. Het beroep wordt bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal gericht binnen twintig dagen na ontvangst van de betwiste beslissing.
Het wordt ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model in bijlage XIV vastligt.
De Minister stuurt zijn beslissing bij ter post aangetekend schrijven binnen vijfenveertig dagen aan de aanvrager, te rekenen van de datum van ontvangst van het beroep. Art. 30.§ 1. De directeur-generaal kan de erkenning opschorten of intrekken als het examencentrum : 1° de bepalingen van dit besluit overtreedt;2° de controle van zijn activiteiten door de toezichthoudende ambtenaar belemmert. § 2. Als de directeur-generaal van plan is de erkenning op te schorten of in te trekken, geeft hij de verantwoordelijke van betrokken examencentrum kennis daarvan in een aangetekend schrijven. Het voorstel tot opschorting of intrekking vermeldt de motieven op grond waarvan ze gewettigd is.
De verantwoordelijke van het examencentrum beschikt over dertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het voorstel tot opschorting of intrekking, om zijn geschreven opmerkingen aan de directeur-generaal over te maken.
De verantwoordelijke van het examencentrum wordt ook gehoord op zijn verzoek. § 3. De directeur-generaal beslist binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van : 1° hetzij de datum van ontvangst van de opmerkingen bedoeld in § 2, tweede lid of, bij gebreke daarvan, de datum waarop de termijn van dertig dagen verstrijkt;2° hetzij de datum van het verhoor bedoeld in § 2, derde lid. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven gestuurd naar de verantwoordelijke van het examencentrum. § 4. Bij intrekking van de erkenning moet de verantwoordelijke van het examencentrum de originele erkenning en alle voor eensluidend verklaarde afschriften ervan binnen veertien dagen na verzending van de beslissing naar het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu terugsturen. Art. 31.Het examencentrum kan bij de Minister een beroep indienen tegen de beslissingen tot opschorting of intrekking van de erkenning.
Het beroep wordt bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal gericht binnen twintig dagen na ontvangst van de betwiste beslissing. Het wordt ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model in bijlage XIV vastligt.
De beslissing van de Minister wordt bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager betekend binnen zestig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het beroep. Art. 32.Het examencentrum geeft de directeur-generaal binnen de maand bij aangetekend schrijven kennis van elke wijziging die het bedrijf aangaat en die betrekking heeft op de gegevens opgenomen in het formulier bedoeld in artikel 27, § 1. Afdeling 3. - Examen inzake de milieukennis en aflevering van het
milieucertificaat in koeltechnieken Art. 35.Het examencentrum geeft de directeur-generaal minstens vijftien werkdagen vóór het examen bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs kennis van de geplande data van het examen.
De directeur-generaal of de toezichthoudende ambtenaar kan het examen bijwonen.
Om het vlotte verloop van het examen te garanderen, kan hij elk ogenblik nagaan of de technische infrastructuur voldoet aan de bepalingen van bijlage XII, I, C. Het examencentrum verstrekt elk gegeven of document waarom hij verzoekt. Art. 34.Binnen vijftien werkdagen na het examen geeft het examencentrum het milieucertificaat in koeltechnieken af aan de kandidaten die voor het examen geslaagd zijn.
Het certificaat wordt opgesteld overeenkomstig het model bedoeld in bijlage XV. Art. 35.§ 1. Binnen dertig werkdagen na het examen wordt bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs een verslag over de examenperiode aan de directeur-generaal gericht.
Dit verslag bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de lijst van de juryleden die het examen hebben bijgewoond;2° de presentielijst getekend door de kandidaten;3° de inhoud van de examens;4° de lijst van de kandidaten die het milieucertificaat in koeltechnieken hebben behaald;5° het percentage behaald door de verschillende kandidaten voor de verschillende delen van het examen. Het verslag wordt ondertekend door elk jurylid dat de examens heeft bijgewoond; § 2. Bij het verslag wordt een afschrift of een duplicaat van de milieucertificaten in koeltechnieken gevoegd. Art. 36.Om de kosten van de organisatie van de examenprocedures te dekken, mag het examencentrum bij de kandidaten inschrijvingsgeld innen.
De Minister kan het maximumbedrag van het inschrijvingsgeld bepalen. Afdeling 4. - Titels en diploma's die recht geven op de toekenning van
een milieucertificaat in koeltechnieken Art. 37.Een milieucertificaat in koeltechnieken wordt toegekend op grond van een titel of diploma uitgereikt door onderwijsinrichtingen of opleidingscentra erkend door de directeur-generaal en die een geslaagde opleiding in de door bijlage XI, I bepaalde vakken bekrachtigen. Art. 38.Om erkend te worden, moeten de onderwijsinrichtingen of opleidingscentra over een technische infrastructuur beschikken overeenkomstig de bepalingen van bijlage XII, I, C. Art. 39.De artikelen 27 tot 32 zijn mutatis mutandis van toepassing op de erkenning van de onderwijsinrichtingen of opleidingscentra. Art. 40.Het milieucertificaat in koeltechnieken wordt door de erkende onderwijsinrichting of het erkende opleidingscentrum gelijktijdig uitgereikt met de titel of het diploma bedoeld in artikel 37 of, desgevallend, een voorlopig attest van welslagen.
Het wordt opgesteld overeenkomstig het model dat in bijlage XV vastligt.
Een afschrift ervan wordt onverwijld aan de directeur-generaal overgemaakt.
Art 41. De directeur-generaal of de toezichthoudende ambtenaar kan elk ogenblik nagaan of de technische infrastructuur voldoet aan de bepalingen van bijlage XII, I, C. Het examencentrum of opleidingscentrum verstrekt elk gegeven of document waarom hij verzoekt. Afdeling 5 - Voortgezette opleiding.
Art. 42.§ 1. Om de vijf jaar, te rekenen van de datum van uitreiking van het certificaat bedoeld in artikel 25, volgt de gespecialiseerde koeltechnicus een opleiding van minstens acht uur die betrekking heeft op de vakken bedoeld in artikel 43, tweede lid, 1° en 2°. § 2. De directeur-generaal kan de de gespecialiseerde koeltechnicus die een gelijkaardige opleiding in het Vlaamse Gewest, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in een andere Lidstaat van de Europese unie heeft gevolgd, vrijstellen van de opleiding bedoeld in § 1. Art. 43.De opleiding bedoeld in artikel 42, § 1, wordt gegeven door de voortgezette opleidingscentra die door de directeur-generaal worden erkend.
De inhoud ervan wordt vastgelegd door de Minister op basis van de evolutie : 1° van de wetgevingen i.v.m. de certificatie van gespecialiseerde koeltechnici; 2° van de koeltechnieken en -praktijken die kunnen bijdragen tot een beperking van de emissies uit koelvoorzieningen. Art. 44.Om erkend te worden moet het voortgezette opleidingscentrum aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° beschikken over opleiders gespecialiseerd in koeltechnieken die houder zijn van een geldig milieucertificaat in koeltechnieken en die onder de verantwoordelijkheid staan van een burgerlijk, industrieel of technisch ingenieur of van een persoon die het bewijs kan overleggen van drie jaar ervaring in het geven van koeltechniekopleidingen;2° acht uur opleiding geven overeenkomstig artikel 43, tweede lid, 1° en 2°. Art. 45.De artikelen 27 tot 32 zijn mutatis mutandis van toepassing op de erkenning van de voortgezette opleidingscentra. Art. 46.Om de kosten van de organisatie van de voortgezette opleiding te dekken, kan het opleidingscentrum bij de kandidaten inschrijvingsgeld innen.
De Minister kan het maximumbedrag van het inschrijvingsgeld bepalen. Art. 47.Het voortgezette opleidingscentrum maakt aan de gespecialiseerde koeltechnicus die zich voor een opleiding ingeschreven heeft een document over dat als steun moet dienen voor deze opleiding. Eén exemplaar wordt ook aan de directeur-generaal overgemaakt. Art. 48.Na afloop van de opleiding bezorgt het opleidingscentrum de gespecialiseerde koeltechnici die de opleiding hebben gevolgd een certificaat van voortgezette opleiding opgesteld overeenkomstig het model dat in bijlage XVI vastligt. Art. 49.Het opleidingscentrum geeft per kwartaal de namen en certificaatnummers van de gespecialiseerde koeltechnici die een opleiding hebben gevolgd elektronisch aan bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. Deze aangifte gebeurt uiterlijk een maand na afloop van bedoeld kwartaal.
Het elektronische formaat wordt ter beschikking van de voortgezette opleidingscentra gesteld op de Internetsite van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. Afdeling 6. - Opschorting en intrekking van het milieucertificaat in
koeltechnieken Art. 50.De directeur-generaal kan het milieucertificaat in koeltechnieken opschorten of intrekken als de gespecialiseerde koeltechnicus de bepalingen van dit besluit overtreedt. Art. 51.Als uit de overeenkomstig artikel 12 overgemaakte gegevens blijkt dat een gespecialiseerde koeltechnicus sinds minstens twee jaar geen interventies meer heeft uitgevoerd in het Waalse Gewest, trekt de directeur-generaal het milieucertificaat in koeltechnieken in, tenzij de technicus kan bewijzen dat hij tijdens dezelfde periode een gelijkaardige activiteit buiten het Waalse Gewest heeft uitgeoefend. Art. 52.§ 1. Als de directeur-generaal van plan is het milieucertificaat in koeltechnieken op te schorten of in te trekken, geeft hij de gespecialiseerde koeltechnicus kennis daarvan in een aangetekend schrijven. Het voorstel tot opschorting of intrekking vermeldt de motieven op grond waarvan ze gewettigd is.
De gespecialiseerde koeltechnicus beschikt over dertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het voorstel tot opschorting of intrekking, om zijn geschreven opmerkingen aan de directeur-generaal over te maken.
De gespecialiseerde koeltechnicus wordt ook gehoord op zijn verzoek. § 2. De directeur-generaal beslist binnen en termijn van dertig dagen, te rekenen van : 1° hetzij de datum van ontvangst van de opmerkingen bedoeld in § 1, tweede lid of, bij gebreke daarvan, de datum waarop de termijn van dertig dagen verstrijkt;2° hetzij, in voorkomend geval, de datum van het verhoor bedoeld in § 1, derde lid. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven naar betrokken gespecialiseerde koeltechnicus en naar zijn eventuele werkgever verstuurd. § 3. Bij intrekking van de erkenning moet de gespecialiseerde koeltechnicus het originele certificaat en de eventuele voor eensluidend verklaarde afschriften ervan binnen veertien dagen na verzending van de beslissing naar het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu terugsturen. § 4. De directeur-generaal kan het certificaat onmiddellijk opschorten in geval van speciaal gemotiveerde dringende noodzakelijkheid. Art. 53.De gespecialiseerde koeltechnicus kan bij de Minister een beroep indienen tegen de beslissingen tot opschorting of intrekking van het milieucertificaat in koeltechnieken. Het beroep wordt bij aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de directeur-generaal gericht binnen twintig dagen na ontvangst van de betwiste beslissing.
Het wordt ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model in bijlage XIV vastligt.
De beslissing van de Minister wordt bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager betekend binnen zestig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het beroep.
Het beroep is opschortend, behalve in het geval bedoeld in artikel 52, § 4. HOOFDSTUK VI. - Bepalingen betreffende de energieprestatie van de airconditioningssystemen Art. 54.§ 1. Onverminderd artikel 56 wordt het certificaat voor de energie-inspectie van de airconditioningssystemen afgegeven door een examencentrum dat door de directeur-generaal erkend is.
Het bekrachtigt het welslagen voor een examen conform de bepalingen van bijlage XI, II. De Minister bevoegd voor energie kan bijkomende bepalingen vastleggen.
Het geldt voor onbepaalde duur. § 2. Om erkend te worden moet het examencentrum aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° een examenjury samenstellen overeenkomstig de bepalingen van bijlage XII, II, A°; 2° beschikken over procedures voor de organisatie van examens i.v.m. de onderwerpen omschreven in bijlage XI, II, overeenkomstig de bepalingen van bijlage XII, II, B°; 3° beschikken over een technische infrastructuur zoals omschreven door de Minister bevoegd voor energie. De Minister bevoegd voor energie kan proceduremodaliteiten vastleggen ter aanvulling van de …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.