📄 Wettekst
13 FEBRUARI 2012. - Decreet tot wijziging van de bepalingen inzake telecommunicatie vervat in het
decreet van 27 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/06/2005
pub.
06/09/2005
numac
2005033072
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
sluiten over de audiovisuele mediadiensten en de filmvoorstellingen (1)
Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Dit decreet voorziet in de omzetting van Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Art. 2.In artikel 2 van het
decreet van 27 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/06/2005
pub.
06/09/2005
numac
2005033072
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
sluiten over de audiovisuele mediadiensten en de filmvoorstellingen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 8°, gewijzigd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, worden tussen de woorden "de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen" en de woorden "die het mogelijk maken signalen" de woorden ", waaronder netwerkelementen die niet actief zijn," ingevoegd; 2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 18.1, luidende : « 18.1. schadelijke interferentie : interferentie die het functioneren van een radionavigatiedienst of van andere veiligheidsvoorzieningen in gevaar brengt, of die een overeenkomstig de geldende internationale, communautaire of nationale voorschriften werkende radiocommunicatiedienst op een andere wijze ernstig verslechtert, hindert of herhaaldelijk onderbreekt; »; 3° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 18.2, luidende : « 18.2. BEREC : het orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, opgericht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau; »; 4° de bepaling onder 25° wordt vervangen als volgt : « 25° transnationale markten : door de Europese Commissie gedefinieerde markten die de Europese Unie of een aanzienlijk, zich over meer dan één lidstaat uitstrekkend, deel daarvan beslaan;»; 5° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 27.1.1, luidende : « 27.1.1. netwerkaansluitpunt (NAP) : het fysieke punt waarop een abonnee de toegang tot een openbaar communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het NAP bepaald door middel van een specifiek netwerkadres, dat met een abonneenummer of -naam kan zijn verbonden; »; 6° de bepaling onder 31° wordt vervangen als volgt : « 31° openbaar communicatienetwerk : een elektronische-communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten aan te bieden ter ondersteuning van de overdracht van informatie tussen netwerkaansluitpunten;»; 7° de bepaling onder 44° wordt vervangen als volgt : « 44° toegang : het beschikbaar stellen van faciliteiten en/of diensten aan een andere onderneming, onder uitdrukkelijke voorwaarden, hetzij op exclusieve hetzij op niet-exclusieve basis, met het oog op het aanbieden van elektronische-communicatiediensten, voor zover die gebruikt worden om diensten voor de informatiemaatschappij of inzake inhoud voor radio- en televisieomroepen aan te bieden.Deze term bestrijkt onder meer : toegang tot netwerkelementen en verwante faciliteiten waarbij eventueel apparatuur kan worden verbonden met vaste of niet-vaste middelen (dit omvat met name toegang tot het aansluitnet en tot faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om diensten te kunnen aanbieden via het aansluitnet); toegang tot materiële infrastructuur waaronder gebouwen, kabelgoten en masten; toegang tot relevante programmatuursystemen waaronder operationele ondersteuningssystemen; toegang tot informatiesystemen of databases voor reservering, levering, bestelling, onderhouds- en herstelverzoeken en facturering; toegang tot voorwaardelijke toegangssystemen voor digitale televisiediensten en toegang tot virtuele netwerkdiensten; »; 8° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 45.1, luidende : « 45.1. bijbehorende diensten : de bij een elektronische-communicatienetwerk en/of een elektronische-communicatiedienst behorende diensten die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer nummervertaalsystemen of systemen met soortgelijke functies, voorwaardelijke toegangssystemen en elektronische programmagidsen alsmede andere diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten omvatten; »; 9° de bepaling onder 46° wordt vervangen als volgt : « 46° bijbehorende faciliteiten : de bij een elektronische-communicatienetwerk en/of een elektronische-communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of die dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling in gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;». Art. 3.Na artikel 5.1 van hetzelfde decreet wordt een artikel 5.2 ingevoegd, luidende : « Artikel 5.2. Registratieplicht en inzagerecht.
De aanbieders van audiovisuele mediadiensten nemen de uitzendingen volledig op en bewaren ze volledig. Van programma's die als opname of als film uitgezonden worden, kan, bij wijze van afwijking, de opname of de film bewaard worden of de vervanging ervan gewaarborgd worden.
De verplichtingen vermeld in het eerste lid gelden tot drie maanden na de dag van uitzending. Indien binnen die termijn een bezwaar tegen een uitzending wordt ingediend, gelden de verplichtingen tot de zaak via een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing of via bemiddeling beslecht is.
Binnen de termijnen bepaald in het tweede lid kan de Mediaraad te allen tijde kopieën van uitzendingen, opnames en films gratis inkijken of vragen om ze hem gratis toe te zenden.
Wie schriftelijk aannemelijk maakt dat zijn rechten geschonden zijn, kan binnen de termijnen vermeld in het tweede lid eisen dat de aanbieder van mediadiensten inzage in de kopieën van de uitzendingen, opnames en films geeft. Op aanvraag krijgt hij tegen betaling van de kostprijs exemplaren, fragmenten of kopieën van de opname of de film toegezonden. » Art. 4.Artikel 6.1, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, wordt gewijzigd als volgt : 1° in de eerste zin worden tussen het woord "zijn" en het punt de woorden "en moet onderscheidbaar zijn van de redactionele inhoud" ingevoegd;2° tussen de eerste zin en de tweede zin, die de derde zin wordt, wordt een zin ingevoegd, luidende : « Ze moet met visuele en/of akoestische middelen van andere programma-onderdelen gescheiden zijn.» Art. 5.In titel 3 van hetzelfde decreet wordt vóór artikel 20.1 een artikel 20.0 ingevoegd, luidende : « Artikel 20.0. Waarborgen van de meningsverscheidenheid. § 1. Een machtspositie in de audiovisuele sector die uitgaat van één of meer aanbieders van audiovisuele mediadiensten die direct of indirect een gemeenschappelijke aandeelhouder hebben, mag geen belemmering vormen voor de vrijheid van het publiek om toegang tot een pluralistisch aanbod aan audiovisuele mediadiensten te hebben.
Onder een pluralistisch aanbod wordt een media-aanbod verstaan dat gekenmerkt wordt door een veelheid van onafhankelijke en zelfstandige media die een zo groot mogelijke verscheidenheid aan meningen weerspiegelen. § 2. Indien de beslissingskamer vaststelt dat een onderneming een machtspositie heeft, onderzoekt ze de verscheidenheid van het aanbod aan audiovisuele mediadiensten van de aanbieders die in § 1 worden genoemd.
Een machtspositie wordt inzonderheid vermoed indien : 1° een natuurlijke persoon of rechtspersoon die meer dan 24 % van het kapitaal van een aanbieder van televisiediensten in handen heeft, indirect of direct meer dan 24 % van het kapitaal van een andere aanbieder van televisiediensten van de Duitstalige Gemeenschap bezit;2° een natuurlijke persoon of rechtspersoon die meer dan 24 % van het kapitaal van een aanbieder van klankdiensten in handen heeft, indirect of direct meer dan 24 % van het kapitaal van een andere aanbieder van klankdiensten van de Duitstalige Gemeenschap bezit;3° het aantal kijkers van verscheidene aanbieders van televisiediensten 20 % van de kijkers van alle aanbieders van televisiediensten van de Duitstalige Gemeenschap bedraagt en één enkele natuurlijke persoon of rechtspersoon indirect of direct meerderheids- of minderheidsaandeelhouder van die aanbieders van televisiediensten is;4° een aanbieder van televisiediensten meer dan één vierde van de radiofrequenties gebruikt die voor particuliere televisiediensten bedoeld zijn;5° het aantal luisteraars van verscheidene aanbieders van klankdiensten 20 % van de luisteraars van alle aanbieders van klankdiensten van de Duitstalige Gemeenschap bereikt en één enkele natuurlijke of rechtspersoon indirect of direct meerderheids- of minderheidsaandeelhouder van die aanbieders van klankdiensten is;6° een aanbieder van klankdiensten meer dan één vierde van de radiofrequenties gebruikt die voor particuliere klankdiensten bedoeld zijn. § 3. Indien de beslissingskamer vaststelt dat de vrijheid van het publiek om toegang te krijgen tot een pluralistisch aanbod aan audiovisuele mediadiensten belemmerd wordt, deelt ze de betrokkenen haar bezwaren mee en overlegt ze met hen om maatregelen overeen te komen die de naleving van een gediversifieerd aanbod mogelijk maken. § 4. Indien binnen zes maanden na aanvang van het overleg geen overeenstemming wordt bereikt over de maatregelen die overeenkomstig § 3 een pluralistisch aanbod mogelijk maken of indien de afgesproken maatregelen niet in acht worden genomen, kan de beslissingskamer overeenkomstig artikel 120 sancties opleggen. § 5. Voor de toepassing van die bepaling kan de beslissingskamer advies inwinnen bij de mededingingsoverheden. » Art. 6.In artikel 21, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, wordt de tweede zin vervangen als volgt : « De erkenning wordt voor negen jaar toegekend. » Art. 7.Artikel 24, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, wordt gewijzigd als volgt : 1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "de balansen en de jaarrekeningen m.b.t. de laatste drie dienstjaren of vanaf de oprichting" vervangen door de woorden "een financieringsplan voor een periode van drie jaar"; 2° in de bepaling onder 7° wordt tussen het woord "geplande" en het woord "programmaschema" het woord "wekelijkse" ingevoegd. Art. 8.In artikel 26, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, wordt tussen het woord "het" en het woord "programmaschema" het woord "wekelijkse" ingevoegd en worden na het woord "programmaschema" de woorden "samen met inlichtingen over herhalingen van programma's, geleverde en niet-gepresenteerde programmaonderdelen" ingevoegd. Art. 9.In titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde decreet wordt een artikel 26.1. ingevoegd, luidende : « Art. 26.1. Het recht op verplichte verbreiding voor lineaire televisiediensten. § 1. De Regering kan een aanbieder van audiovisuele mediadiensten het recht op verplichte verbreiding van één of meer van zijn lineaire televisiediensten toekennen. De toekenning van dat recht veronderstelt dat de aanbieder van mediadiensten en de Regering een overeenkomst hebben gesloten. Dit recht wordt overeenkomstig artikel 81, § 1, 2°, uitgeoefend ten aanzien van kabelmaatschappijen van wie de kabelnetwerken door een significant aantal eindgebruikers gebruikt worden als voornaamste middel om lineaire audiovisuele mediadiensten te ontvangen. § 2. Het recht op verplichte verbreiding wordt bij de Regering per aangetekende brief aangevraagd. De Regering bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen dertig dagen na ontvangst ervan. De Regering bezorgt de aanvraag en de ontwerpovereenkomst aan de beslissingskamer.
De beslissingskamer verstrekt binnen zestig dagen advies daarover. § 3. Het recht op verplichte verbreiding van een lineaire televisiedienst kan alleen toegekend worden als die dienst aan de volgende minimumvoorwaarden voldoet : 1° bijdragen tot de luister van het erfgoed - inzonderheid het culturele erfgoed - van de Duitstalige Gemeenschap, waarbij die bijdrage verder reikt dan het bepaalde in artikel 12, § 3;2° dagelijks een minimumaantal zenduren aanbieden, waarbij de uitgezonden programma's niet alleen uit heruitzendingen mogen bestaan;3° dagelijks op zijn minst een algemeen journaal aanbieden. § 4. In de in § 1 genoemde overeenkomst worden de bijzonderheden van de in § 3 genoemde verplichtingen vastgelegd. In die overeenkomst kunnen ruimere verplichtingen worden opgenomen indien dit wegens het formaat en de aard van de lineaire televisiedienst noodzakelijk is. § 5. De aanbieder van lineaire televisiediensten, aan wie een recht op verplichte verbreiding is toegekend, legt in het in artikel 26 genoemde activiteitenverslag uit hoe de verplichtingen die in de overeenkomst worden vermeld, zijn nagekomen. § 6. De aanbieder van lineaire televisiediensten, aan wie een recht op verplichte verbreiding is toegekend, verbreidt de dienst in kwestie uiterlijk zes maanden na toekenning van het recht. » Art. 10.Artikel 28, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, wordt aangevuld met een tweede zin, luidende : « Onverminderd artikel 33 wordt de erkenning voor negen jaar toegekend. » Art. 11.In artikel 30, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "productie- en zendinstallaties" vervangen door het woord "zendinstallaties";2° in de bepaling onder 5° worden de woorden "ambtenaren van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap" vervangen door het woord "Mediaraad" en het woord "kunnen" door het woord "kan". Art. 12.In artikel 34, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "de balansen en de jaarrekeningen m.b.t. de laatste drie dienstjaren of vanaf de oprichting" vervangen door de woorden "een financieringsplan voor een periode van drie jaar"; 2° in de bepaling onder 5° worden de woorden "de geografische ligging van de productie-installaties;" vervangen door de woorden "de vermelding van het adres van de maatschappelijke zetel en de bedrijfszetel van de aanvrager;"; 3° in de bepaling onder 7° wordt tussen het woord "geplande" en het woord "programmaschema" het woord "wekelijkse" ingevoegd;4° de bepaling onder 11 wordt vervangen als volgt : « 11° bij het uitzenden van nieuwsprogramma's, de beschrijving van het geplande informatiesysteem, alsook in voorkomend geval het bewijs dat journalisten in dienst zijn genomen of de verplichting om vanaf de toekenning van de erkenning journalisten in dienst te nemen. Overeenkomstig de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist wordt onder journalisten verstaan : erkende beroepsjournalisten of personen die aan de voorwaarden voldoen om beroepsjournalist te worden; ». Art. 13.Artikel 35 van hetzelfde decreet, opgeheven bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, wordt hersteld als volgt : « Artikel 35.Criteria.
De beslissingskamer waarborgt de diversiteit in het radiolandschap en het evenwicht tussen de verschillende radioformaten met betrekking tot het muziek-, cultuur- en informatieaanbod.
Ze beoordeelt de erkenningsaanvragen overeenkomstig artikel 27.2 op basis van de volgende criteria : 1° de manier waarop de aanvragers zich ertoe verplichten te voldoen aan de voorwaarden die uit de artikelen 30 tot 33 voortvloeien, in het bijzonder wanneer het gaat om programmaonderdelen over de Duitstalige Gemeenschap of over gemeenten van de Duitstalige Gemeenschap;2° de relevantie van het financieringsplan dat in artikel 34, eerste lid, 3°, wordt vermeld;3° de originaliteit en het innovatieve karakter van de aanvraag;4° het aandeel van de producties die in de Duitstalige Gemeenschap worden gemaakt;5° de ervaring van de aanvrager in de radiosector;6° de haalbaarheid van het project; 7° het waarborgen van de meningsverscheidenheid in de zin van artikel 20.0; 8° het efficiënt en storingvrij gebruik van de frequenties, zonder betwisting door het Belgisch Instituut voor Post- en Telecommunicatie (BIPT);9° de doeleinden vermeld in artikel 89.» Art. 14.In artikel 36 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "Regering" vervangen door het woord "beslissingskamer";2° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : « De beslissingskamer legt de datum vast waarop het verslag bij haar moet binnenkomen.» Art. 15.Artikel 44 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Artikel 44.Wijziging van rechten en verplichtingen.
Indien de beslissingskamer van plan is om wijzigingen aan te brengen in de rechten, voorwaarden en procedures die van toepassing zijn bij de algemene machtiging en bij de gebruiksrechten of rechten om faciliteiten te installeren, geeft ze de belanghebbende partijen, met inbegrip van gebruikers en consumenten, de gelegenheid om binnen een termijn van ten minste vier weken hun standpunt kenbaar te maken. In uitzonderlijke gevallen kan de termijn korter zijn. Wijzigingen mogen slechts in objectief gerechtvaardigde gevallen en op proportionele wijze worden aangebracht. Dat doet geen afbreuk aan de mogelijkheid kleine wijzigingen aan te brengen die met de houder van de rechten of de houder van de algemene machtiging overeengekomen zijn.
Behalve in met redenen omklede gevallen mogen de rechten om faciliteiten te installeren of de rechten om radiofrequenties te gebruiken, niet beperkt of ingetrokken worden voordat de termijn waarvoor zij verleend zijn, verstreken is. » Art. 16.Artikel 46 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° in het eerste lid worden de woorden "en de Regering" opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : « Ondernemingen die grensoverschrijdende elektronische-communicatiediensten verlenen aan ondernemingen die in België of in één of meer lidstaten gevestigd zijn, hoeven in België slechts één kennisgeving af te geven.» Art. 17.Artikel 48, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende : « 3° de vermelding van de criteria en procedures volgens welke overeenkomstig artikel 72, eerste lid, bijzondere verplichtingen aan specifieke ondernemingen kunnen worden opgelegd. » Art. 18.Artikel 49 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° het eerste lid wordt § 1;2° in § 1 wordt het woord "radiofrequentieplan" vervangen door de woorden "plan met de radiofrequenties die aan de verschillende audiovisuele mediadiensten kunnen worden toegewezen";3° in § 1 worden tussen de woorden "federale technische normen" en het woord "op" de woorden "en van het federale plan voor de verdeling tussen civiele en militaire frequentiebanden" ingevoegd;4° in § 1 worden tussen de woorden "internationale" en "normen" de woorden "en supranationale" ingevoegd;5° het artikel wordt aangevuld met de §§ 2 tot 7, luidende : « § 2.Met inachtneming van de bevoegdheid van de federale overheid, werkt de beslissingskamer met de bevoegde instanties in binnen- en buitenland en met de Europese Commissie samen om het gebruik van het radiospectrum in de Europese Unie strategisch te plannen, te coördineren en te harmoniseren, voor zover die radiofrequenties gebruikt worden om signalen van audiovisuele mediadiensten over te brengen. Daartoe houdt zij onder meer rekening met economische, veiligheids-, gezondheids-, maatschappelijke, vrijemeningsuitings-, culturele, wetenschappelijke, sociale en technische aspecten van het beleid van de Europese Unie, alsmede met de uiteenlopende belangen van de kringen van radiospectrumgebruikers met het oog op de optimalisatie van het gebruik van het radiospectrum en het vermijden van schadelijke interferentie. § 3. In samenwerking met de andere lidstaten en de Europese Commissie bevordert de beslissingskamer - voor zover de radiofrequenties gebruikt worden om signalen van audiovisuele mediadiensten over te brengen - de coördinatie van de aanpak van het radiospectrumbeleid in de Europese Unie en, in voorkomend geval, de harmonisatie van de voorwaarden inzake beschikbaarheid en efficiënt gebruik van het radiospectrum die voor het tot stand brengen en het functioneren van de Europese interne markt op het gebied van elektronische communicatie vereist zijn. § 4. De beslissingskamer zorgt ervoor dat alle soorten voor elektronische-communicatiediensten gebruikte technologie kunnen worden gebruikt op de radiofrequentiebanden die in overeenstemming met het recht van de Europese Unie beschikbaar zijn verklaard voor elektronische-communicatiediensten.
De beslissingskamer kan echter proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen met betrekking tot de soorten voor elektronische-communicatiediensten gebruikte technologie, indien dat nodig is om : 1° schadelijke interferentie te vermijden;2° de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden;3° de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;4° te zorgen voor zoveel mogelijk gedeeld gebruik van de radiofrequenties;5° een efficiënt spectrumgebruik te waarborgen, of 6° een doelstelling van algemeen belang te verwezenlijken overeenkomstig § 5. § 5. De beslissingskamer zorgt ervoor dat alle soorten elektronische-communicatiediensten kunnen worden aangeboden op de radiofrequentiebanden die in overeenstemming met het recht van de Europese Unie beschikbaar zijn verklaard voor elektronische-communicatiediensten in het nationale frequentietoewijzingsplan. De beslissingskamer kan echter proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen met betrekking tot de soorten elektronische-communicatiediensten die worden aangeboden, ook, waar nodig, om te voldoen aan vereisten van de radioregelgeving van de ITU. Maatregelen die vereisen dat een elektronische-communicatiedienst in een specifieke voor elektronische-communicatiediensten beschikbare band wordt aangeboden, worden gerechtvaardigd door de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang die de lidstaten in overeenstemming met de EU-wetgeving gedefinieerd hebben, zoals, maar niet beperkt tot : 1° de veiligheid van het menselijk leven;2° het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang;3° het vermijden van een ondoelmatig gebruik van radiofrequenties;4° de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit en pluralisme van de media, bijvoorbeeld door het aanbieden van radio- en televisieomroepdiensten. Een maatregel die het verlenen van iedere andere elektronische-communicatiedienst in een specifieke band verbiedt, mag alleen worden opgelegd wanneer zij gerechtvaardigd is op grond van de noodzaak de veiligheid van het menselijk leven te beschermen. De beslissingskamer kan een dergelijke maatregel in uitzonderingsgevallen ook uitvaardigen voor de verwezenlijking van andere doelstellingen van algemeen belang zoals door de lidstaten in overeenstemming met de EU-wetgeving gedefinieerd. § 6. De beslissingskamer heronderzoekt geregeld de noodzaak van de in de §§ 4 en 5 bedoelde beperkingen en maakt de resultaten van dat heronderzoek bekend. § 7. De §§ 4 en 5 zijn van toepassing op spectrum dat is toegewezen voor elektronische-communicatiediensten, algemene machtigingen en individuele gebruiksrechten voor radiofrequenties die na 25 mei 2011 zijn verleend.
Spectrumtoewijzingen, algemene machtigingen en individuele gebruiksrechten die op 25 mei 2011 bestonden, vallen onder artikel 129.1. » Art. 19.Artikel 50, derde lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende zin : « In het kader van de toewijzing van één of meer radiofrequenties aan een aanbieder van mediadiensten worden daarenboven geen andere radiofrequenties voor de signaaltoevoer toegewezen. » Art. 20.In artikel 53, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "productie- en" opgeheven;2° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt : « het soort antenne(s), de typische kenmerken van de antenne(s), met inbegrip van de antennewinst in dBd, het richtdiagram en de gedetailleerde beschrijving van de antenne (aantal dipolen, aantal en soort elementen);»; 3° in de bepaling onder 6° worden na het woord "antenne" de woorden "met vermelding van de demping in dB" toegevoegd; 4° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 6.1, luidende : « 6.1. Ongeacht welke soort van elementen voor signaaltoevoer tussen zenderuitgang en antenne-ingang is ingevoegd; »; 5° in de bepaling onder 7° wordt tussen het woord "de" en het woord "vergunning" het woord "stedenbouwkundige" ingevoegd;6° in de bepaling onder 8° worden na het woord "zender" de woorden "in watt" toegevoegd. Art. 21.Artikel 55 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Artikel 55.Doorgifte of verhuur van gebruiksrechten voor radiofrequenties.
Het doorgeven of verhuren van individuele gebruiksrechten voor radiofrequenties is verboden. » Art. 22.Artikel 60 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een vierde en een vijfde lid, luidende : « De beslissingskamer bezorgt het Belgische Instituut voor Post- en Telecommunicatie (BIPT) een kopie van de toegewezen radiofrequenties.
Het toewijzingsbewijs bevat de volgende inlichtingen : 1° de benaming van de mediadienst;2° de naam van de houder van het toewijzingsbewijs;3° het adres van de maatschappelijke zetel van de houder;4° de toegewezen radiofrequentie(s);5° de frequentie-afwijking per frequentie;6° in voorkomend geval de lijst van de radiofrequenties die in het kader van een bedrijfsovereenkomst of een soortgelijke overeenkomst ter beschikking worden gesteld, alsook de naam van de technische dienstverlener(s);7° in voorkomend geval het adres van de maatschappelijke zetel van de technische dienstverlener(s);8° de aard van het gebruik;9° de geografische coördinaten in lengte- en breedtegraad van de antennestandplaats(en), met verwijzing naar de WGS-84-datum;10° het maximale stralingsvermogen, uitgedrukt in watt, dat via de zendantenne wordt afgegeven en de opgelegde beperkingen;11° de antennehoogte of in voorkomend geval de hoogte van het elektrische zwaartepunt van de antenne;12° de datum van inwerkingtreding van de toewijzing;13° het adres van de bedrijfszetels en de studio's;14° het maximaal toegestane zenderuitgangsvermogen in Watt;15° het soort antenne(s), de typische kenmerken van de antenne(s), met inbegrip van de hoofdstraalrichting in graad, de antennewinst in dBd, het richtdiagram en de gedetailleerde beschrijving van de antenne (aantal dipolen, aantal en soort elementen);16° het soort en de lengte van de verbindingskabel tussen zender en antenne, met vermelding van de demping in dB;17° het soort elementen voor signaaltoevoer die tussen zenderuitgang en antenne-ingang worden geplaatst;18° het volledige verlies aan signaaltoevoer tussen zenderuitgang en antenne-ingang in dB.» Art. 23.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60.1 ingevoegd, luidende : « Artikel 60.1. Wijziging van toegewezen radiofrequenties.
Elke wijziging inzake zendplaats, toegewezen radiofrequentie of antennehoogte en elke verhoging van het equivalent isotroop uitgestraald vermogen wordt schriftelijk aangevraagd bij de Mediaraad, met vermelding van de redenen daarvoor, en moet vooraf door de beslissingskamer zijn toegestaan. Er wordt onderzocht of de aanvraag technisch compatibel is. Indien deze technische compatibiliteit niet voorhanden is, wordt de aanvraag afgewezen.
Voordat de aanvraag behandeld wordt, betaalt de aanvrager voor elke aanvraag een berekeningsvergoeding van 125 euro. Die vergoeding wordt jaarlijks op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen geïndexeerd. De vergoeding wordt niet geheven wanneer de berekening voortvloeit uit de verplichting van een aanbieder van mediadiensten om een bestaande radiozender aan te passen aan de technische kenmerken die de beslissingskamer heeft opgelegd. De vergoeding wordt niet geheven wanneer voor die aanpassing een tweede berekening nodig is. De Regering kan het bedrag van de berekeningsvergoeding wijzigen. » Art. 24.Artikel 61, § 1, van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° opgeheven;2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « De intrekking wordt ter kennis gebracht bij aangetekende brief, met vermelding van de termijn waarbinnen de intrekking ingaat.» Art. 25.Artikel 61bis van hetzelfde decreet, opgeheven bij het
decreet van 3 december 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
15/12/2009
numac
2009033045
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
16/02/2010
numac
2010200271
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2005 over de radio-omroep en de filmvoorstellingen. - Addendum
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033003
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede wijziging van het decreet van 4 december 2008 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
03/12/2009
pub.
02/03/2010
numac
2010033004
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet tot tweede aanpassing van het decreet van 4 december 2008 houdende de begroting van de ontvangsten van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
sluiten, wordt hersteld als volgt : « Artikel 61bis.Vervallenverklaring van toegewezen radiofrequenties.
Toegewezen radiofrequenties vervallen wanneer ze langer dan een jaar niet of niet meer gebruikt worden of wanneer aan de houder van die radiofrequenties een nieuwe radiofrequentie - die de oude vervangt - wordt toegewezen voor hetzelfde programma. » Art. 26.Artikel 63 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° in § 1, tweede lid, wordt de zin "Binnen drie maanden te rekenen van de datum waarop deze documenten werden ingezonden, moet de overheid een advies uitbrengen en de belanghebbende haar beslissing ter kennis geven." vervangen door de volgende zin : "Binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop deze documenten werden verzonden, brengt de overheid - behalve in geval van onteigening - een advies uit en brengt ze haar beslissing ter kennis van de belanghebbende."; 2° in § 5 worden de woorden "exploitanten van elektronische communicatiediensten" vervangen door de woorden "exploitanten van openbare elektronische communicatiediensten" en worden de woorden "aanbieders van elektronische communicatienetwerken" vervangen door de woorden "aanbieders van openbaar toegankelijke elektronische communicatienetwerken". Art. 27.Artikel 64 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Artikel 64.Collocatie en gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten door exploitanten van elektronische communicatienetwerken. § 1. Wanneer een onderneming die elektronische-communicatienetwerken aanbiedt, krachtens de nationale wetgeving het recht heeft om faciliteiten te installeren op, over of onder openbaar of particulier eigendom, dan wel een procedure kan volgen voor de onteigening of het gebruik van eigendom, kan de beslissingskamer met volledige inachtneming van het evenredigheidsbeginsel het gedeeld gebruik van faciliteiten of eigendom, met inbegrip van gebouwen, toegangen tot gebouwen, bekabeling in gebouwen, masten, antennes, torens en andere ondersteuningsgebouwen, kabelgoten, leidingen, mangaten en straatkasten, verplicht stellen. § 2. De houders van de in § 1 bedoelde rechten kunnen worden verplicht tot het gedeeld gebruik van faciliteiten of eigendom (met inbegrip van fysieke collocatie) of tot het treffen van maatregelen om de coördinatie van publieke werken te vergemakkelijken ten einde het milieu, de volksgezondheid en de openbare veiligheid te beschermen of om stedenbouwkundige of planologische redenen, doch zulks pas na een passende periode van openbare raadpleging waarin alle belanghebbende partijen in staat zijn gesteld hun standpunt naar voren te brengen.
Dergelijke regelingen kunnen een omslagregeling bevatten voor de kosten van het gedeeld gebruik van faciliteiten of eigendom. § 3. De beslissingskamer is bevoegd om na een passende periode van openbare raadpleging waarin alle belanghebbende partijen in staat zijn gesteld hun standpunt naar voren te brengen, verplichtingen op te leggen voor het gedeeld gebruik van bekabeling in gebouwen of tot aan het eerste punt van samenkomst of distributie indien dit zich buiten het gebouw bevindt, aan de houders van de in § 1 bedoelde rechten en/of aan de eigenaar van de bekabeling, indien dit gerechtvaardigd is omwille van het feit dat duplicatie van dergelijke infrastructuur economisch inefficiënt of fysiek onuitvoerbaar zou zijn. Dergelijke regelingen kunnen een omslagregeling voor de kosten van het gedeeld gebruik van faciliteiten of eigendom bevatten, waar nodig aangepast aan de risico's. § 4. De beslissingskamer kan van ondernemingen verlangen dat ze de nodige informatie verstrekken, zodat ze, samen met de andere nationale regelgevende instanties, een gedetailleerd overzicht van de aard, de beschikbaarheid en de geografische locatie van de in § 1 bedoelde faciliteiten kan opstellen en dit overzicht ter beschikking kan stellen van de belanghebbende partijen. § 5. De maatregelen die de beslissingskamer in overeenstemming met dit artikel heeft genomen, zijn objectief, transparant, niet-discriminerend en evenredig.
Zo nodig worden deze maatregelen in overleg met plaatselijke instanties uitgevoerd. » Art. 28.Artikel 65 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Artikel 65.Marktdefinitie.
Nadat de Europese Commissie haar overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) gedane aanbeveling inzake relevante markten voor producten en diensten heeft aangenomen of eventueel heeft geactualiseerd of wanneer de daadwerkelijke marktomstandigheden in de Duitstalige Gemeenschap het vereisen, legt de beslissingskamer in overeenstemming met de beginselen van het mededingingsrecht vast welke relevante markten luidens dit hoofdstuk in aanmerking komen voor een regulering en, indien die afwijken van de markten die in de aanbeveling waren vastgelegd, na de raadplegingen bedoeld in artikel 103 te hebben uitgevoerd. » Art. 29.Artikel 66 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° in het eerste lid, derde zin, worden de woorden "Bij het onderzoek houdt de beslissingskamer zoveel mogelijk rekening met de door de Europese Commissie vastgelegde criteria" vervangen door de woorden "Bij het onderzoek houdt de beslissingskamer zoveel mogelijk rekening met de in de overeenkomstig artikel 15, lid 1, van de Kaderrichtlijn gedane aanbeveling van de Europese Commissie vastgelegde markten en vastgestelde criteria";2° het derde lid wordt vervangen als volgt : « Wanneer een onderneming op een relevante markt (de eerste markt) een aanmerkelijke marktmacht bezit, kan ze ook op een nauw verwante, krachtens artikel 65 bepaalde relevante markt (de tweede markt) als onderneming met een aanmerkelijke marktmacht worden aangemerkt.Dat is het geval als de koppelingen tussen beide markten van dien aard zijn dat de marktmacht van de eerste markt op de tweede markt wordt overgedragen en de totale marktmacht van de onderneming wordt vergroot. Bijgevolg kunnen overeenkomstig de artikelen 72.1, 72.2, 72.3 en 72.5 maatregelen worden genomen om de overdracht van die marktmacht aan banden te leggen; wanneer die maatregelen ontoereikend blijken, kunnen maatregelen worden genomen overeenkomstig artikel 69. » Art. 30.Artikel 68 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° in het vierde lid worden de woorden "onder de leden 1 en 2" vervangen door de woorden "in het eerste en het derde lid";2° het vierde lid wordt aangevuld als volgt : « Overeenkomstig artikel 103 brengt ze de desbetreffende ontwerpmaatregel ter kennis : 1° binnen drie jaar na de aanneming van een eerdere maatregel met betrekking tot die markt.Die termijn kan in uitzonderlijke gevallen echter met maximaal nog eens drie jaar worden verlengd wanneer de beslissingskamer daartoe bij de Europese Commissie een gemotiveerd verzoek heeft ingediend en de Commissie binnen één maand geen bezwaar heeft gemaakt tegen de verlenging; 2° voor markten waarvoor nog niet eerder kennisgeving is gedaan bij de Commissie, binnen twee jaar na goedkeuring van een herziene aanbeveling inzake relevante markten.»; 3° tussen het vierde lid en het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt het volgende lid ingevoegd : « Wanneer de beslissingskamer haar analyse van een in de aanbeveling geïdentificeerde relevante markt niet heeft afgerond binnen de termijn die in het vierde lid is vastgesteld, kan ze BEREC om ondersteuning verzoeken bij de voltooiing van de analyse van de specifieke markt en de specifieke verplichtingen die moeten worden opgelegd.Met deze ondersteuning stelt de beslissingskamer de Commissie binnen zes maanden in kennis van de ontwerpmaatregel, conform artikel 103. » Art. 31.Artikel 69, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 32.Artikel 70 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Onderhandelingsplicht.
Elke geregistreerde exploitant van een openbaar communicatienetwerk is gerechtigd en op verzoek verplicht over interconnectie te onderhandelen met andere exploitanten van openbare communicatienetwerken die binnen de Europese Unie aan de voorwaarden voldoen om communicatiediensten en -netwerken te mogen aanbieden, teneinde de verlening en interoperabiliteit van diensten te waarborgen.
Exploitanten verlenen andere ondernemingen toegang en interconnectie onder voorwaarden die verenigbaar zijn met de verplichtingen die door de beslissingskamer worden opgelegd. » Art. 33.In hetzelfde decreet wordt een artikel 72.1 ingevoegd, luidende : « Artikel 72.1. Transparantieverplichtingen.
De verplichtingen inzake transparantie genoemd in artikel 72, eerste lid, 1°, kunnen betrekking hebben op bepaalde inlichtingen, zoals boekhoudkundige informatie, technische specificaties, netwerkkenmerken, eisen en voorwaarden voor levering en gebruik - met inbegrip van voorwaarden ter beperking van de toegang tot en/of het gebruik van diensten en toepassingen indien dergelijke voorwaarden in overeenstemming met het recht van de Europese Unie toegestaan zijn - alsmede tarieven.
In het bijzonder wanneer voor een exploitant verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kan de beslissingskamer van die exploitant eisen dat hij een referentieofferte publiceert die voldoende gespecificeerd is om te garanderen dat de ondernemingen niet behoeven te betalen voor faciliteiten die voor de gewenste dienst niet nodig zijn, en waarin een beschrijving wordt gegeven van de betrokken offertes, uitgesplitst in diverse elementen naar gelang van de marktbehoeften, en van de daaraan verbonden eisen en voorwaarden, met inbegrip van de tarieven. De beslissingskamer kan onder meer eisen dat een referentieofferte wordt gewijzigd om uitvoering te geven aan de verplichtingen die uit hoofde van dit decreet zijn opgelegd.
De beslissingskamer kan preciseren welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd die moet zijn en op welke wijze ze moet worden gepubliceerd.
Wanneer een exploitant overeenkomstig artikel 72.4 verplichtingen aangaande groothandelstoegang tot netwerkinfrastructuur heeft, zorgt de beslissingskamer ervoor dat een referentieofferte wordt gepubliceerd, onverminderd het derde lid. » Art. 34.In hetzelfde decreet wordt een artikel 72.2 ingevoegd, luidende : « Artikel 72.2. Verplichtingen inzake non-discriminatie.
De verplichtingen inzake non-discriminatie genoemd in artikel 72, eerste lid, 2°, zorgen er in het bijzonder voor dat de exploitant, ten aanzien van andere ondernemingen die gelijkwaardige diensten aanbieden, onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast, en ten aanzien van derden diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke hij zijn eigen diensten of diensten van zijn dochterondernemingen of partners biedt. » Art. 35.In hetzelfde decreet wordt een artikel 72.3 ingevoegd, luidende : « Artikel 72.3. Verplichting tot het voeren van gescheiden boekhoudingen.
Bij het opleggen van de verplichtingen genoemd in artikel 72, eerste lid, 3°, kan de beslissingskamer met name van een verticaal geïntegreerde onderneming eisen dat deze opening van zaken geeft over haar groothandelsprijzen en verrekenprijzen, onder andere om ervoor te zorgen dat eventuele non-discriminatievoorschriften als bedoeld in artikel 72.2 nageleefd worden of om, zo nodig, onbillijke kruissubsidiëring te voorkomen. De beslissingskamer kan nader bepalen welk formaat en welke boekhoudkundige methode moeten worden gehanteerd.
Onverminderd de artikelen 101, 104, 105, 106 en 107 kan de beslissingskamer, om het toezicht op de naleving van verplichtingen inzake transparantie en non-discriminatie te vergemakkelijken, eisen dat boekhouddocumenten, met inbegrip van gegevens over van derden ontvangen inkomsten, op verzoek worden overgelegd. De beslissingskamer kan deze informatie publiceren, voor zover dit bijdraagt tot een open en concurrerende markt. Daarbij moeten de bepalingen tot bescherming van handelsgeheimen in acht worden genomen. » Art. 36.In hetzelfde decreet wordt een artikel 72.4 ingevoegd, luidende : « Artikel 72.4. Verplichtingen inzake toegang tot en gebruik van specifieke netwerkfaciliteiten. § 1. Overeenkomstig artikel 72, eerste lid, 5°, kan de beslissingskamer exploitanten de verplichting opleggen in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten, onder andere wanneer ze van mening is dat het weigeren van toegang of het opleggen van onredelijke voorwaarden met eenzelfde effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte detailhandelsmarkt zou belemmeren of niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.
Van exploitanten kan onder meer worden verlangd dat zij : 1° derden toegang verlenen tot bepaalde netwerkelementen en/of -faciliteiten, met inbegrip van toegang tot netwerkelementen die niet actief zijn en/of ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk, onder meer om carrierkeuze en/of carriervoorkeur en/of doorverkoopaanbod van abonneelijnen mogelijk te maken;2° te goeder trouw onderhandelen met ondernemingen die verzoeken om toegang;3° reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekken;4° op groothandelsbasis bepaalde diensten aanbieden voor doorverkoop door derden;5° open toegang verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten;6° collocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van bijbehorende faciliteiten aanbieden;7° bepaalde diensten aanbieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind-tot-eind-diensten, inclusief faciliteiten voor intelligente netwerkdiensten of roaming binnen mobiele netwerken;8° toegang verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om billijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen;9° zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten;10° toegang verschaffen aan verwante diensten zoals identiteit-, locatie- en presentie-informatiediensten. De beslissingskamer kan aan die verplichtingen voorwaarden verbinden aangaande billijkheid, redelijkheid en opportuniteit. § 2. Wanneer de beslissingskamer overweegt de in § 1 genoemde verplichtingen op te leggen, en in het bijzonder bij de evaluatie van de vraag of dergelijke verplichtingen wel evenredig zijn met de doelstellingen van artikel 89, betrekt zij met name de volgende factoren in haar overwegingen : 1° de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, in het licht van het tempo van de marktontwikkeling, rekening houdend met de aard van en het soort interconnectie en/of toegang, inclusief de levensvatbaarheid van andere toeleveringsproducten zoals toegang tot kabelgoten;2° de haalbaarheid van de voorgestelde toegangverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;3° de door de eigenaar van de faciliteit verrichte initiële investering, rekening houdend met de verrichte overheidsinvesteringen en de aan de investering verbonden risico's;4° de noodzaak om op de lange termijn de concurrentie in stand te houden, met speciale aandacht voor economisch doeltreffende concurrentie op basis van de infrastructuur;5° in voorkomend geval, ter zake geldende intellectuele-eigendomsrechten;6° het verlenen van pan-Europese diensten. § 3. Als de beslissingskamer, in overeenstemming met dit artikel, een exploitant ertoe verplicht toegang te verlenen, kan ze technische of operationele voorwaarden opleggen aan de aanbieders en/of de gebruikers van die toegang, wanneer dat nodig is om de normale werking van het netwerk te garanderen. Verplichtingen om specifieke technische normen of specificaties te volgen, moeten in overeenstemming zijn met de overeenkomstig artikel 69, eerste lid, vastgestelde normen en specificaties. » Art. 37.In hetzelfde decreet wordt een artikel 72.5 ingevoegd, luidende : « Artikel 72.5. Verplichtingen inzake prijscontrole en kostentoerekening. § 1. De beslissingskamer kan overeenkomstig artikel 72, eerste lid, 6°, verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole opleggen, inclusief verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke interconnectie- en/of toegangtypes, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers. Om investeringen door de exploitant in nieuwegeneratienetwerken ook aan te moedigen, houdt de beslissingskamer rekening met de door de exploitant gedane investeringen en laat zij toe dat hij een redelijke opbrengst krijgt uit zijn kapitaalinbreng, waarbij zij de specifieke risico's van een bepaald nieuw netwerkproject waarin wordt geïnvesteerd in aanmerking neemt. § 2. De beslissingskamer ziet erop toe dat regelingen voor het terugverdienen van kosten en tariferingsmethoden die worden opgelegd erop gericht zijn efficiëntie en duurzame concurrentie te bevorderen en de consument maximaal voordeel te bieden. In dat verband kan de beslissingskamer ook rekening houden met beschikbare prijzen van vergelijkbare concurrerende markten. § 3. Wanneer voor een exploitant een verplichting inzake kostenoriëntering van zijn tarieven geldt, is het aan hem om aan te tonen dat de tarieven worden bepaald op basis van de kosten verhoogd met een redelijk investeringsrendement. V …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.